KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op het advies van het Adviescollege ICT-toetsing inzake ICT-aanpassingen voor invoering nieuw Wetboek van Strafvordering

30 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bf62f01c9ba52875 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en Rechtsorde26 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1062 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN MINISTER VAN JUSTITIEEN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 30 juni 2026De Eerste Kamer heeft op 14 oktober 2025 het Adviescollege ICT-toetsing(het AcICT) verzocht om in samenhang te oordelen over slagingskans enrisico’s van:•de voorbereiding van publieke organen in de strafrechtketen op deIT-aanpassingen die noodzakelijk zijn voor de invoering van het nieuweWetboek van Strafvordering, voorzien op 1 april 2029 en;•de wijze waarop de overkoepelende regie op de invoering wordtgevoerd; enverzocht om eventuele verbetervoorstellen te doen.1Het AcICT heeft naar aanleiding van dit verzoek op 12 mei 2026 een eersteadvies aangeboden aan de Eerste Kamer. U treft dit advies in de bijlage bijdeze brief aan. Het advies bevat de uitkomsten van het verkennendeonderzoek dat het AcICT afgelopen periode heeft verricht.Het AcICT komt in het advies tot de conclusie dat de ICT-aanpassingen –met voortzetting van de huidige aanpak – niet op tijd klaar zullen zijn omde beoogde datum van 1 april 2029 te halen voor de inwerkingtreding vanhet gehele nieuwe Wetboek van Strafvordering. Het AcICT adviseert danook om, samen met betrokken organisaties, maatregelen te treffen om dekans te vergroten op het halen van 1 april 2029.Mede naar aanleiding van het advies van het AcICT is het OpenbaarMinisterie gekomen tot een actualisering van de beoordeling van de standvan zaken en haalbaarheid van het tijdpad, inclusief herijking van derisico’s, voor de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvor-dering, met name ten aanzien van de ICT-aanpassingen. Het College vanprocureurs-generaal heeft ons laten weten, mede gelet op de analyse vanhet AcICT, niet langer garant te kunnen staan voor een tijdige realisatievan de ICT-opgaven. De optelsom van verschillende afhankelijkheden en1Kamerstukken I 2025/26, 36 327, F. kst-29279-1062ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10621 risico’s is voor het College aanleiding te concluderen dat het OpenbaarMinisterie realistisch gezien niet in staat zal zijn om met ingang van 1 april2029 volgens het nieuwe Wetboek van Strafvordering te werken. HetCollege acht het daarom aangewezen te pleiten voor een substantieeluitstel met blijvende periodieke herijking, opdat met inachtneming van hethuidige en toekomstige adviezen van het AcICT, het Openbaar Ministerieen alle andere ketenpartners gecontroleerd en beheerst in staat zijn hetnieuwe wetboek in te voeren.Voor de politie geldt dat de planning voor de randvoorwaardelijkeICT-systemen krap is en niet zonder risico’s, maar alles is er bij de politieop gericht om, in ieder geval voor een groot deel van het nieuwe wetboek,de beoogde invoeringsdatum te halen.Om opvolging te geven aan het advies van het AcICT en, mede gezien hetsignaal van het Openbaar Ministerie, goed zicht te krijgen op de mogelijk-heden en onmogelijkheden qua datum voor de implementatie van hetnieuwe Wetboek van Strafvordering hebben wij de volgende trajecten ingang gezet:•In opdracht van het Bestuurlijk Ketenberaad is een traject gestart metde ketenpartners om gezamenlijk te onderzoeken wat al dan niethaalbaar is ten aanzien van de implementatie van het nieuwe Wetboekvan Strafvordering per 1 april 2029. In het traject wordt zowel gekekennaar de juridische mogelijkheden om onderdelen van het nieuwewetboek eerder of later dan de rest in werking te laten treden, als naarde impact van de implementatie van het nieuwe wetboek, in hetbijzonder naar de knelpunten ten aanzien van de benodigde ICT-aanpassingen. Tijdelijke oplossingen die niet direct (volledig) viaICT-systemen de wetgeving ondersteunen worden daarbij tevensbekeken.•Met name de bouw en ontwikkeling van de systemen bij het OpenbaarMinisterie (Emma) en de politie (Registratie Applicatie Politie Proces-sen (RAPP) en Summ-IT 7) zijn van groot belang, ook voor deimplementatie van het nieuwe wetboek. Daarom wordt aanvullendonderzoek gedaan naar de randvoorwaardelijke ICT-systemen van dezeorganisaties, eerst bij het Openbaar Ministerie en daarna bij de politie,om een goed beeld te hebben van de risico’s en het tijdpad waarbin-nen de ICT-aanpassingen die nodig zijn voor de implementatie van hetnieuwe wetboek afgerond en getest kunnen zijn.•Ten slotte versterken we de regie op de ICT-aanpassingen en afhanke-lijkheden die nodig zijn voor de implementatie van het nieuwewetboek. Sinds kort is er binnen het departement een programmadi-recteur strafrechtketen aangesteld. Daarnaast wordt een meerjarigplan opgesteld dat de gezamenlijke en individuele ICT-opgavenadresseert, inclusief tussentijdse mijlpalen, herijken we jaarlijks hetimplementatiebudget en monitoren we de voortgang van deIV-opgaven.Bovenstaande trajecten dienen inzicht te geven in wat realistisch is quaimplementatiedatum voor het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Hierbijwordt bekeken wat de mogelijkheden zijn om het nieuwe wetboek indelen, of langs de lijnen van thema’s in te voeren en welke inwerkingtre-dingsdatum reëel zou zijn als het nieuwe wetboek in zijn geheel in éénkeer in werking treedt.We willen deze trajecten gedegen uitvoeren. Dat kost tijd. We strevenernaar om in het najaar van 2026 het onderzoek af te ronden naar wat aldan niet haalbaar is ten aanzien van de implementatie van het nieuwewetboek en stappen te hebben gezet om de regie te versterken op degezamenlijke ICT-aanpassingen en afhankelijkheden. Aan de hand daarvanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10622 zal de verdere implementatiestrategie worden bepaald. Beide Kamersworden over de uitkomsten hiervan geïnformeerd. In de tussentijd wordtdoorgegaan met de voorbereidingen voor de implementatie van hetnieuwe wetboek en met de behandeling van de noodzakelijke aanvullings-wetten (de eerste aanvullingswet is maart 2026 ingediend bij de TweedeKamer en de tweede aanvullingswet is tot september 2026 in formeleconsultatie).In het vervolg van deze brief gaan wij nader in op het advies van hetAcICT en geven wij daarop per (deel)advies een uitgebreide(re) inhoude-lijke reactie. We hebben eenzelfde brief naar de Eerste Kamer gestuurd.Advies van het AcICTIn het advies geeft het AcICT aan dat de voorbereiding op de beoogdeinwerkingtreding van het nieuwe Wetboek van Strafvordering op 1 april2029 een inherent complexe opgave is. Organisaties in de strafrechtketenstaan niet alleen voor een grote organisatorische en opleidingsopgave.Ook moeten ze vele ICT-aanpassingen in bestaande en nieuwe systemendoorvoeren en met elkaar samenwerken ten behoeve van de informatie-uitwisseling.Het AcICT komt in zijn advies tot de conclusie dat voor een beheersteinvoering van het nieuwe wetboek de noodzakelijke ICT-aanpassingen inde huidige of nog te realiseren nieuwe systemen tijdig moeten zijnverwerkt. Het AcICT verwacht dat – met de huidige aanpak – die aanpas-singen niet op tijd klaar zijn om de beoogde datum van de inwerking-treding van het gehele nieuwe wetboek op 1 april 2029 te halen. Daarvoorgeeft het AcICT de volgende redenen:A.Afronding wetgeving komt te laat om noodzakelijke ICT-aanpassingentijdig te realiseren;B.Tijdige realisatie van randvoorwaardelijke ICT-projecten is ongewis;C.Regie op individuele en gezamenlijke ICT-aanpassingen schiet te kort.Het AcICT adviseert gelet op bovenstaande redenen om samen met debetrokken organisaties, maatregelen te treffen om de kans op het halenvan de beoogde datum van inwerkingtreding van 1 april 2029 tevergroten. Daartoe adviseert AcICT het volgende:1.Beperk de scope van invoering tot nu bekende wetgeving;2.Tref maatregelen om de kans op tijdige realisatie van ICT-aanpassingen bij het OM en de politie te vergroten;3.Versterk de regie op de gezamenlijke ICT-aanpassingen enafhankelijkheden.Reactie op het advies van het AcICTHieronder geven wij per adviespunt van het AcICT een reactie.Advies 1: Beperk de scope tot de nu bekende wetgevingHet AcICT adviseert het Ministerie van JenV, in zijn rol als wetgever, voor1 juli 2026 duidelijkheid te geven over de wet- en regelgeving die op1 april 2029 in werking moet treden voor het nieuwe Wetboek vanStrafvordering. Het adviescollege geeft hierbij twee deeladviezen.1a. Beperk de scope tot wetgeving die op 1 april 2026 voldoende stabiel isKort samengevat adviseert het AcICT om alleen wetgeving per 1 april2029 in werking te laten treden die op 1 april 2026 voldoende stabiel was,met daarnaast andere onderwerpen die aansluiten op de bestaandeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10623 werkwijze, bijvoorbeeld als gevolg van jurisprudentie. De inwerkingtre-dingsdatum van het nieuwe wetboek op 1 april 2029 is in overleg met deketenpartners vastgesteld op basis van hun inschatting dat zij een periodevan drie jaar nodig hebben voor de implementatie, te rekenen vanaf hetmoment dat de tekst van het nieuwe wetboek stabiel is.2Context rondom de wetgevingHet doel van het nieuwe Wetboek van Strafvordering is het moderniserenvan het strafprocesrecht. Het nieuwe wetboek is tot stand gekomen doormiddel van twee vaststellingswetten die in maart 2026 zijn gepubliceerd inhet Staatsblad (Stb. 2026, 56 en 57). Die twee vaststellingswetten bevattende Boeken 1 tot en met 8 en daarmee de kern van het nieuwe wetboek. Deeerste en tweede aanvullingswet vullen deze vaststellingswetten opdiverse punten aan, of wijzigen en verbeteren deze. Met de aanvullings-wetten worden bijvoorbeeld omissies en onvolkomenheden in devaststellingswetten hersteld.De eerste aanvullingswet is in maart 2026 bij de Tweede Kamer ingediend(Kamerstukken II 2025/26, 36 913, nr. 2). De tweede aanvullingswet is op7 mei 2026 in formele consultatie gegeven tot medio september. Er wordtnog gewerkt aan de invoeringswet, die overgangsrecht en aanpassings-wetgeving bevat. Door het ministerie is in december 2025 op verzoek welal een ambtelijke versie van het overgangsrecht voor de vaststellings-wetten verstrekt aan de organisaties in de strafrechtketen. Dit betekent dateen groot deel van de wetgeving bekend is bij de ketenpartners, maar dateen deel, namelijk de aanvullingswetten en de invoeringswet, nog kanwijzigen tijdens de verdere wetgevingsprocedure van deze wetsvoor-stellen en dus nog niet vaststaat.Reactie op dit adviespuntBij de ketenpartners leven, mede door het niet tijdig gereed zijn van dewetgeving, grote zorgen over de steeds krapper wordende planning vande noodzakelijke ICT aanpassingen en daarmee samenhangendeimplementatie van het nieuwe wetboek. Wij begrijpen deze zorgen. Omuitvoering te geven aan het advies van het AcICT en recht te doen aan hetsignaal van het Openbaar Ministerie, de zorgen van de ketenpartners ende afspraak die met hen is gemaakt, dat zij drie jaar de tijd nodig hebbenom alle implementatiewerkzaamheden te volbrengen, is in opdracht vanhet Bestuurlijk Ketenberaad onder leiding van het Ministerie van Justitieen Veiligheid een traject gestart om met de ketenpartners te onderzoekenwat al dan niet haalbaar is qua implementatie van het nieuwe Wetboekvan Strafvordering per 1 april 2029. Om dit goed te onderzoeken, wordthierbij zowel gekeken naar wat er juridisch mogelijk is als naar de impactvan de implementatie van het nieuwe wetboek, met name naar deknelpunten in de benodigde ICT-aanpassingen.Voor het juridische gedeelte van het onderzoek is van belang dat de tweevaststellingswetten en de aanvullingswetten tezamen het nieuwe Wetboekvan Strafvordering vormen. Er zit grote onderlinge samenhang tussen deverschillende wetten omdat de eerste en tweede aanvullingswet de2Aangezien de wetteksten na aanvaarding door de Tweede Kamer in beginsel niet meerwijzigen, hebben de organisaties in de strafrechtketen aangegeven dat zij met de implementa-tiewerkzaamheden kunnen beginnen vanaf het moment dat de Tweede Kamer de tweevaststellingswetten en de eerste aanvullingswet, die het grootste deel van de wettekstenbevatten, heeft aanvaard. Vanaf dat moment hebben de ketenorganisaties ten minste drie jarende tijd nodig om alle implementatiewerkzaamheden te volbrengen (Kamerstukken I 2023/24,36 327, B).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10624 vaststellingswetgeving op diverse punten aanvullen, wijzigen of verbe-teren. Vanwege deze onderlinge samenhang moet worden onderzocht ofhet mogelijk en wenselijk is om onderdelen eerder of later dan de rest inwerking te laten treden en, indien dit mogelijk is, in kaart te brengen welkedit zijn.Daarnaast wordt samen met de ketenpartners in kaart gebracht waar debelangrijkste knelpunten zitten voor de implementatie van het nieuweWetboek van Strafvordering ten aanzien van de ICT. Als onderdeel van hetonderzoek wordt voor de ICT-aanpassingen ook bekeken of de implemen-tatie kan worden bevorderd door de IV-opgave te verminderen door eenandere invulling te geven aan de implementatie van het nieuwe wetboek,bijvoorbeeld door delen van het nieuwe wetboek (tijdelijk) ICT technischsuboptimaal in te voeren. Te denken valt aan tijdelijke oplossingen/aanpassingen in bestaande systemen.Bij het onderzoek wordt rekening gehouden met het recente signaal vanhet College van procureurs-generaal van het Openbaar Ministerie.Daarnaast worden als onderdeel van het onderzoek, voor zover mogelijk,de uitvoeringsconsequenties van de verschillende mogelijkheden in kaartgebracht. Hierbij is er ook aandacht voor de consequenties voor hetimplementatiebudget. De commissie Implementatie nieuw Wetboek vanStrafvordering (ook wel Commissie Letschert genoemd) heeft deimplementatiekosten voor het nieuwe wetboek in 2021 begroot opongeveer € 450 miljoen. Inmiddels is bekend dat de implementatiekostenhoger zijn. De oorzaken van deze oplopende kosten en mogelijkeoplossingen voor dit tekort worden in een separaat traject bezien.Hetzelfde geldt voor de structurele kosten. Ons uitgangspunt is dat hetnieuwe wetboek per saldo budgetneutraal kan worden ingevoerd. Deketenpartners zijn van mening dat de invoering van het nieuwe wetboekniet kan worden gerealiseerd zonder werklastverzwaring en/of toenamevan structurele ICT-beheerkosten. Daarom wordt in een separaat trajectbezien of en zo ja welke maatregelen daarvoor moeten worden getroffen.Het AcICT geeft in het advies aan dat het Ministerie van Justitie enVeiligheid voor 1 juli 2026 duidelijkheid moet geven over de wet- enregelgeving die op 1 april 2029 in werking moet treden voor het nieuweWetboek van Strafvordering. Samen met de ketenpartners zijn we tot deconclusie gekomen dat dit niet haalbaar is als we bovenstaand onderzoekgedegen willen uitvoeren. Daarnaast willen wij, indien mogelijk, ditonderzoek laten samenlopen met de onderzoeken die hierna wordenaangekondigd onder de adviezen 2 en 3. Zoals eerder aangegeven,streven wij er daarom naar dit onderzoek in het najaar te hebbenafgerond.1b. Invoeringswet en algemene maatregelen van bestuurHet AcICT adviseert om voor 1 juli 2026 de bepalingen uit de invoe-ringswet en de algemene maatregelen van bestuur (AMvB’s) uit te werkenzodat de praktische invoeringsconsequenties voor de ICT-systemen zijnvast te stellen. Het AcICT geeft hierbij aan dat bekendheid van deinvoeringswet per 1 juli 2026 van belang is omdat organisaties op basisvan het overgangsrecht kunnen bepalen hoelang bestaande ICT-systemenoperationeel moeten blijven en welke koppelingen tussen oude en nieuwesystemen, en tussen organisaties moeten worden gerealiseerd. In datkader hechten wij eraan het volgende mee te geven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10625 Reactie op dit adviespuntDe invoeringswet bevat overgangsrecht en aanpassingswetgeving. Deteksten voor het overgangsrecht en de aanpassingswetgeving komen totstand in nauwe samenspraak met de ketenpartners en zijn in eenvergevorderd stadium. Wij streven ernaar een ambtelijke eindversie vande invoeringswet op korte termijn te delen met de ketenpartners, zodat deinhoud bij hen bekend is.Wij begrijpen dat de implementatie van het overgangsrecht zeer complexis voor de ketenpartners en dat zij er baat bij hebben zo snel mogelijkkennis te nemen van de gehele inhoud van de invoeringswet. Wel hechtenwij eraan mee te geven dat aan de hand van het overgangsrecht niet kanworden bepaald hoelang bestaande ICT-systemen operationeel moetenblijven. Bij de uitwerking van het overgangsrecht is steeds hetuitgangspunt gekozen dat het oude recht zo kort mogelijk van toepassingis en dat dus zo snel mogelijk wordt overgegaan op het nieuwe recht, juistom het naast elkaar bestaan van oud en nieuw procesrecht zoveelmogelijk te beperken. Eén van de hoofdlijnen van het overgangsrecht isdaarom dat op het moment dat het nieuwe wetboek in werking treedt instrafzaken die reeds bij de rechter aanhangig zijn, gedurende die aanlegwordt doorgeprocedeerd volgens het oude recht. Dit is het uitgangspuntvan «eenheid van instantie». Wordt na afloop van die aanleg tegen hetvonnis, het arrest of de raadkamerbeslissing een rechtsmiddel ingesteld,dan wordt in die nieuwe aanleg geprocedeerd volgens het nieuwe recht.Voor de AMvB’s geldt dat de eerste tranche van 12 AMvB’s in consultatieis geweest en momenteel deels ter advisering voorligt bij de Afdelingadvisering van de Raad van State. Een tweede tranche van 10 AMvB’s isop 19 mei 2026 in consultatie gegeven. De laatste tranche ziet met nameop uitvoeringsregelgeving bij de aanvullingswetgeving en zal naarverwachting dit najaar in consultatie kunnen worden gegeven.Advies 2: Tref maatregelen om kans op tijdige realisatieICT-aanpassingen OM en politie te vergrotenHet AcICT stelt dat het nieuwe Wetboek van Strafvordering grote impactheeft op bestaande en nieuwe systemen van de organisaties in destrafrechtketen, met name van het Openbaar Ministerie en de politie.Daarnaast zijn veel andere organisaties in de strafrechtketen afhankelijkvan informatie-uitwisseling met de systemen van het Openbaar Ministerieen de politie. Gezien de risico’s op vertraging van de randvoorwaardelijkeICT-projecten bij deze organisaties adviseert het AcICT om directmaatregelen te treffen om de slaagkans te verhogen, en om vervolgonder-zoeken uit te voeren.De bouw en ontwikkeling van de systemen bij het Openbaar Ministerie(via het programma Emma) en de politie (RAPP en Summ-IT 7) zijn vangroot belang voor de implementatie van het nieuwe wetboek. Zoals hetAcICT aangeeft, is tijdige realisatie van deze ICT-systemen ook van belang,omdat veel andere organisaties in de strafrechtketen afhankelijk zijn vaninformatie-uitwisseling met deze systemen. Het AcICT constateert dat eengroot aantal partijen wacht met de aanpassingen van hun eigen systemenop beslissingen die het Openbaar Ministerie moet nemen. Het gaat hierbijbijvoorbeeld om de Rechtspraak, de bijzondere opsporingsdiensten, hetNFI, het CJIB en Justid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10626 2a. Herijking van het programma EmmaHet AcICT adviseert het Openbaar Ministerie per direct de herijking vanprogramma Emma te laten uitwerken tot een realiseerbare oplossingbinnen de beschikbare doorlooptijd en ervoor te zorgen dat de CIO vanhet Openbaar Ministerie toezicht houdt op de beheersing van de risico’sen bijstuurt waar nodig.Reactie op dit adviespuntHet Openbaar Ministerie ziet op dit moment geen reële mogelijkheden omde planning verder aan te passen zonder dat dit leidt tot extra uitvoerings-risico’s, verlies van beheersing of verschuiving van risico’s naar een latermoment. Het Openbaar Ministerie zet daarom vooral in op maatregelendie de beheersing, prioritering en samenwerking versterken. De CIO vanhet Openbaar Ministerie houdt toezicht op de beheersing van de risico’svan het programma Emma. In dat kader wordt momenteel het uitvoerenvan een CIO-oordeel voorbereid. Tevens worden er afspraken gemaaktmet het departement over het versterken van inzicht in en externemonitoring op de totale IV-opgave van het Openbaar Ministerie.2b. Meer zekerheid politie omtrent Summ-IT 7 en RAPPHet AcICT adviseert dat de politie meer zekerheid verkrijgt over dehaalbaarheid van de technische upgrade van Summ-IT 7 en over hetbehalen van de planning van RAPP. Het AcICT geeft daarbij aan dat ervoormoet worden gezorgd dat de CIO politie toezicht houdt op de beheersingvan de risico’s en bijstuurt waar nodig.Reactie op dit adviespuntDe implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering blijft voorde politie een korpsprioriteit. De politie herkent de zorg over dehaalbaarheid van de planning van de randvoorwaardelijke systemenSumm-IT 7 en RAPP en de afhankelijkheid daarvan voor de implementatievan het nieuwe Wetboek van Strafvordering. Om die reden blijft de politiede afhankelijkheden, risico’s en planning van met name RAPP, maar ookvan Summ-IT 7, nauwlettend monitoren en stuurt zij bij waar nodig. DeICT-vertegenwoordiging in de programmaboard is mede daaromversterkt. Op dit moment wordt voor RAPP in kaart gebracht wat er nodigis om de aanpassingen voor het nieuwe wetboek tijdig geïmplementeerdte hebben in RAPP inclusief de consequenties die dat mogelijk heeft voorandere lopende trajecten binnen de politie. Summ-IT 7 loopt op ditmoment volgens planning.2c. Vervolgonderzoek naar GPS en Emma medio 2026Het AcICT adviseert medio dit jaar (start: eind 2e kwartaal 2026) door hetAcICT bij het OM een vervolgonderzoek te laten uitvoeren naar degekozen oplossingsrichting voor GPS en Emma in relatie tot het nieuweWetboek van Strafvordering.Reactie op dit adviespuntWij staan positief tegenover dit advies. Het Openbaar Ministerie geeft aanbaat te hebben bij het vergroten van de slagingskansen voor de geheleICT-vernieuwing waar de organisatie voor staat. De voorzitter van de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer heeft hetAcICT op 4 juni 2026 reeds verzocht het, door het AcICT voorgestelde,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10627 vervolgonderzoek te doen.3 Het Openbaar Ministerie gaat in gesprek methet AcICT over de precieze opdracht, het moment waarop het onderzoekplaatsvindt en invulling van de noodzakelijke randvoorwaarden.2d. Aanvullend onderzoek bij politie door AcICT begin 2027Het AcICT adviseert zo nodig begin volgend jaar (start 1e kwartaal 2027)bij de politie een onderzoek uit te laten voeren door het AcICT naar devoortgang en risicobeheersing van de ICT-aanpassingen voor de invoeringvan het nieuwe Wetboek van Strafvordering.Reactie op dit adviespuntWij staan positief tegenover aanvullend onderzoek door het AcICT bij depolitie. Over de precieze opdracht en het moment waarop het onderzoekplaatsvindt, gaat de politie in gesprek met het AcICT.Advies 3: Versterk de regie op de gezamenlijke ICT-aanpassingenen afhankelijkhedenHet AcICT stelt dat, gezien de complexiteit van de opgave, versterking vande regie noodzakelijk is om de realisatie van de ICT-aanpassingen teversnellen en om grip te krijgen op de knelpunten en voortgang daarvan.Om dit te bereiken is het noodzakelijk dat er veel meer inzicht komt in desamenhang van alle aanpassingen, er sturing plaatsvindt op de planningen mijlpalen, en de besluitvormingsstructuur duidelijk wordt.3a. Maak een meerjarig plan voor de gezamenlijke en individueleICT-opgavenHet AcICT adviseert om een meerjarig plan te maken voor de gezamen-lijke en individuele ICT-opgaven, inclusief de opgaven die betrekkinghebben op twee organisaties. Op basis van dit plan kan de samenhangtussen de ICT-opgaven en het kritieke pad duidelijk worden. Daarnaast ishet advies om te zorgen voor een heldere verantwoordelijkheidsverdelingen besluitvormingsstructuur.Reactie op dit adviespuntWij onderschrijven het advies om te komen tot een meerjarig plan waarinde gezamenlijke en individuele ICT-opgaven zijn opgenomen die gerichtzijn op de implementatie van het nieuwe Wetboek van Strafvordering,inclusief de koppelvlakken tussen de IV-planningen van tenminste tweeketenpartners. Een integraal plan, dat als basis kan dienen voor concretesturing en monitoring op de IV-opgave voor het nieuwe Wetboek vanStrafvordering, is er momenteel niet. Wel wordt er onder de verantwoor-delijkheid van het Informatieberaad binnen het CIO-Beraad van destrafrechtketen gewerkt met de IV-routekaart 2026–2029. DezeIV-routekaart zal worden uitgebreid en is bedoeld om meerjarig inzicht enoverzicht te gaan bieden in de IV-planningen (en koppelvlakken) van alleketenpartijen, zowel van de individuele IV-opgaven als de gezamenlijkeIV-opgaven welke gericht zijn op de implementatie van het nieuweWetboek van Strafvordering. Een analyse op dit meerjarenplan zal inzichtgaan bieden in de belangrijke ketenmijlpalen en het kritieke pad over deorganisatiegrenzen heen. Hiermee wordt eenduidige monitoring enbesluitvorming over de keten heen mogelijk gemaakt.3Kamerstukken I 2025/26, 36 327, O.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10628 Het streven is dat de uitbreiding van de IV-routekaart in het najaar gereedis. Overigens is de IV-routekaart een rollend document dat steeds zalworden geactualiseerd.Het AcICT adviseert ook om te zorgen voor een heldere verantwoordelijk-heidsverdeling en besluitvormingsstructuur.4 Qua verantwoordelijkheids-verdeling voor specifiek de IV-opgave geldt dat het CIO-Beraad namenshet Informatieberaad verantwoordelijk is voor het maandelijks besprekenvan de IV-routekaart en de afstemming van de implementatievraagstukkenen randvoorwaarden die organisatiegrenzen raken. Het Informatieberaadtreedt op als de eigenaar van het ketenmeerjarenplan, voert hier regie open stuurt op het ketenbrede kritieke pad. Het gaat hierbij onder andere ombesluitvorming over prioritering die impact heeft op de keten en hetvoorbereiden van bestuurlijke bespreekpunten en besluiten richting hetBestuurlijk Ketenberaad.Om samen met de ketenpartners de prestaties in de strafrechtketen tehelpen verbeteren en een soepele en ordentelijke implementatie van hetnieuwe Wetboek van Strafvordering te bevorderen, is sinds kort binnenhet departement een programmadirecteur strafrechtketen aangesteld.Komende periode wordt door deze programmadirecteur en de keten-partners bezien of de beschreven besluitvormingsstructuur goedfunctioneert of dat hier meer in nodig is. Het gaat hierbij met name om debesluitvormingsstructuur voor de ICT-aanpassingen in relatie tot debesluitvormingsstructuur voor de implementatie van het nieuwe Wetboekvan Strafvordering in brede zin.3b. Stel tussentijdse mijlpalen vastHet AcICT adviseert om tot de start van de geplande ketentesten eind 2027tussentijdse mijlpalen vast te stellen waarop onderdelen van gereali-seerde ICT-aanpassingen al eerder (gezamenlijk) getest kunnen wordendoor organisaties in de strafrechtketen. En om er daarbij voor te zorgendat er een integraal testteam met voldoende capaciteit klaarstaat bij destart van de ketentesten.Reactie op dit adviespuntDe onderliggende systeemtesten op de koppelvlakken worden tijdigafgestemd tussen alle ketenpartners en staan opgenomen in deIV-routekaart. Het is essentieel om te verifiëren dat de informatie-uitwisseling zowel technisch als functioneel werkt. Om het ketentesten telaten plaatsvinden wordt voldoende testcapaciteit bij de ketenpartnersbeschikbaar gesteld voor een integraal ketentestteam met een ketentest-manager. Dit team wordt verantwoordelijk voor het opstellen van eenketentestplan, waarin de benodigde randvoorwaarden, de monitoring vande tussentijdse mijlpalen en zo nodig de escalatiepaden in wordenuitgewerkt.4Sinds 1 januari 2023 werken de organisaties in de strafrechtketen structureel samen binnen hetDuurzaam Digitaal Stelsel (DDS). DDS legt een horizontale verbinding tussen de ketenpartnersom de digitaliseringsambities voor de keten gezamenlijk vorm te geven en te realiseren. In hetoverkoepelende ketenmeerjarenplan DDS hebben de informatievoorzienings- en digitalise-ringsopgaven, welke randvoorwaardelijk zijn voor de implementatie van het nieuwe Wetboekvan Strafvordering – en e-Justice – prioriteit. DDS kent drie gremia die de sturingslijn voor derealisatie van het ketenmeerjarenplan uitvoeren. Dat zijn het Bestuurlijk Ketenberaad (BKB), hetInformatieberaad (IB) en het CIO-Beraad Strafrechtketen (CIOB-SRK). Deze bestuursorganenworden o.a. ondersteund door het Ketenbureau (KB), Keteninformatievoorziening (KIV), deArchitectuurraad (AR) en de Planningstafel DDS.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10629 3c. Herijk het budget en de benodigde capaciteit voor alle betrokkenpartijenHet AcICT adviseert het budget en de benodigde capaciteit voor allebetrokken partijen te herijken voor de periode tot en met de nazorg nainwerkingtreding in 2029.Reactie op dit adviespuntDe organisaties in de strafrechtketen leveren jaarlijks op 1 oktober eenmeerjarig bestedingsplan op waarin alle kosten inzichtelijk en onder-bouwd worden opgenomen. De IV-budgetten die voortkomen uit deimpactanalyses maken hier onderdeel van uit. Op basis van dezebestedingsplannen worden de middelen door het Ministerie van JenVtoegekend aan de betrokken organisaties. Op de ingediende bestedings-plannen worden analyses uitgevoerd en mogelijke passende keuzes enmaatregelen genomen om de meerjarenbegrotingen ook in de toekomstin balans te houden. Dat wordt in een separaat traject bezien.3d. Geef hoge prioriteit aan het aanpakken van de gezamenlijkeknelpuntenHet AcICT adviseert om bij het versterken van de regie hoge prioriteit tegeven aan het aanpakken van de gezamenlijke knelpunten en elkaar daarproactief hulp bij aan te bieden.Reactie op dit adviespuntDit advies wordt opgepakt. Via het meerjarenplan wordt er inzicht enoverzicht geboden in alle IV-opgaven gerelateerd aan de implementatievan het nieuwe Wetboek van Strafvordering. De ketenpartners zijn zelfverantwoordelijk voor de invoering van het nieuwe wetboek en denoodzakelijke IV-aanpassingen. De ketenpartners hebben een groteindividuele IV-opgave, maar committeren zich ook aan de gemeenschap-pelijke opgave. Er worden planningsafspraken gemaakt tussen deketenpartners over welke opgaven een gemeenschappelijk IV-elementhebben, op welke manier de implementatie hiervan vorm moet krijgen enhoe op de naleving wordt gestuurd.53e. Monitor de uitvoering van het meerjarige plan, het kritieke pad en deketenmijlpalenHet AcICT adviseert de uitvoering van het meerjarige plan, het kritieke paden de ketenmijlpalen te monitoren. En elkaar daarbij aan te spreken,afspraken te maken over voortgangsrapportages, de voortgangsge-sprekken te gebruiken om knelpunten op tafel te krijgen en waar nodigonmiddellijk actie te ondernemen. Het advies van het AcICT is daarnaastonder verantwoordelijkheid van de directeur-generaal Rechtspleging enRechtshandhaving te escaleren in het Bestuurlijk Ketenberaad of indiennodig bij de politieke leiding van het Ministerie van JenV.5Bij het bespreken van de IV-routekaart in het CIO-Beraad gaat expliciet aandacht uit naar deonderlinge afhankelijkheden op het kritieke pad. De Planningstafel van het Digitaal DuurzaamStelsel is beheerder van de IV-routekaart en functioneert daarmee als plek voor vroegsigna-lering en gezamenlijke probleemoplossing, met korte feedbackloops en duidelijke follow-up.Hiervoor worden (vernieuwde) samenwerkregels opgesteld. Ook tussen ketenpartnersonderling worden inmiddels operationele, tactische en bestuurlijke bilaterale overleggengepland om gezamenlijk te sturen op prioritering, voortgang, afhankelijkheden en samen-werking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106210 Reactie op dit adviespuntEr is een monitor ontwikkeld voor het Bestuurlijk Ketenberaad. In dezemonitor wordt gerapporteerd over de laatste stand van zaken ten aanzienvan de drie prioriteiten van dit ketenberaad, waaronder het nieuweWetboek van Strafvordering en de bijbehorende IV-opgaven. In demonitor wordt voor het nieuwe Wetboek voor Strafvordering ingegaan opde individuele opgaven van de ketenpartners. Input hiervoor komt via dereguliere rapportagelijnen van de ketenpartners. Het Informatieberaadrapporteert over de ketenbrede IV-Opgaven. De basis voor de monitorvoor de IV-opgaven is de IV-routekaart. Indien duidelijk is dat bepaaldeaspecten achterblijven op de planning, kan hierover het gesprek wordengevoerd in het Bestuurlijk Ketenberaad of met de betreffende organisatie.3f. Onderzoek AcICT naar opvolging adviezen over versterkingregievoeringHet AcICT adviseert om in de tweede helft van dit jaar (start: eind derdekwartaal 2026) een onderzoek door het AcICT te laten uitvoeren naar deopvolging van deze adviezen over versterking van de regievoering.Reactie op dit adviespuntWij staan positief tegenover dit advies. De voorzitter van de vastecommissie voor Justitie en Veiligheid van de Eerste Kamer heeft hetAcICT op 4 juni 2026 reeds verzocht dit vervolgonderzoek te doen.6 HetMinisterie van JenV gaat in gesprek met het AcICT over de preciezeopdracht, het moment waarop het onderzoek plaatsvindt en invulling vande noodzakelijke randvoorwaarden.Tot slotWij nemen de bevindingen van het AcICT serieus en gaan komendeperiode hard aan de slag met de trajecten die we in deze brief hebbentoegezegd. Wij streven ernaar om in het najaar helderheid te verschaffenover de verdere aanloop naar de inwerkingtreding van het nieuweWetboek van Strafvordering. Wij betrekken, indien mogelijk, de bevin-dingen van de vervolgonderzoeken van het AcICT hierbij.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenDe Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van Weel6Kamerstukken I 2025/26, 36 327, O.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 106211

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c5c95ff63ada3352

14 okt 2026 · 89d1d17d2ca73c4b

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.