Nieuwe werkwijze en Handreiking constitutionele toetsing
Brontekst
Versie 4304bdf83ba72b15 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202628 362Reikwijdte van artikel 68 GrondwetNr. 86 BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN ENKONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 28 januari 2026InleidingHet kabinet vindt het van groot belang dat voorstellen voor wet- enregelgeving scherper worden getoetst op hun verenigbaarheid met deGrondwet, het Europese en internationale recht en rechtsbeginselen. DeStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid (JenV) en ik hebben hetafgelopen jaar intensief gewerkt aan het (verder) verbeteren van dealgemene wetgevingstoets respectievelijk de constitutionele toets ex ante,zoals ook in het regeerprogramma is aangekondigd.1 Toegezegd is dathierover aan uw Kamer zal worden gerapporteerd.2 Voor de algemenewetgevingstoets is dit inmiddels gebeurd.3 De rapportage van hetMinisterie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) over deconstitutionele toets ex ante treft u hierbij aan.Versterking constitutionele en algemene wetgevingstoetsOp basis van de Aanwijzingen voor de regelgeving verrichten deMinisteries van JenV en BZK respectievelijk een algemene wetgevings-toets en een constitutionele toets bij daarvoor in aanmerking komendewetsvoorstellen en ontwerpalgemene maatregelen van bestuur.In het licht van onder meer de toeslagenaffaire en de nieuwe werkwijzevan JenV bij de algemene wetgevingstoets4 heeft mijn departement dewerkwijze bij de constitutionele toetsing van ontwerpregelgeving deafgelopen periode herijkt en versterkt. Een belangrijk onderdeel daarvan isdat met JenV zowel inhoudelijk als procedureel hernieuwde werkaf-1Bijlage bij Kamerstukken II 2023/24, 36 471, nr. 96, p. 84.2Laatstelijk bij brief van 25 juni 2025, Kamerstukken II 2024/25, 28 362, nr. 83.3Brief van 6 juni 2025, Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VI, nr. 151.4In september 2023 is een nieuw kader gepresenteerd voor het uitvoeren van een selectievererijksbrede wetgevingstoets. kst-28362-86ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 362, nr. 861 spraken zijn gemaakt over de samenwerking bij de toetsing van nieuweregelgeving, met als doel de kwaliteit van toetsing te versterken. Deconstitutionele toetsing door BZK wordt in onderlinge afstemming metJenV verricht, met respect voor elkaars verantwoordelijkheden. BZKprobeert in een vroegtijdig stadium zicht te krijgen op dossiers diemogelijk in aanmerking komen voor een constitutionele toets. Anders danvoorheen wordt niet langer uitsluitend op verzoek van dossierhoudersgetoetst, maar selecteert BZK in overleg met de departementen nu ookzelf actief, op basis van selectiecriteria.5(Verdere) herijking en versterking constitutionele toetsingEen andere belangrijke wijziging is dat BZK meer aandacht besteedt aande constitutionele toetsing van ontwerpregelgeving, hiervoor is ook extracapaciteit beschikbaar gesteld. Bij de aanbieding van stukken voor debesluitvorming in voorportalen, onderraden en ministerraad moet sindskort bovendien expliciet worden aangegeven welke eventuele bezwarenBZK vanuit constitutioneel oogpunt heeft. Op deze manier is de aandachtvoor constitutionele aspecten sterker verankerd in het wetgevings- enbesluitvormingsproces.Herziene HandreikingDe nieuwe werk- en selectiewijze van BZK bij de constitutionele toetsing isopgenomen in een herziene versie van de Handreiking constitutioneletoetsing (bijlage). De herziene Handreiking bevat ook praktischehandvatten en informatie over de uitvoering van een constitutionele toetsop ontwerpregelgeving; zowel voor de interne kwaliteitsborging door dedepartementen zelf als voor de advisering en toetsing door BZK.De Handreiking heeft een andere opzet dan de vorige.6 Deze is overzichte-lijker en praktischer gemaakt, onder meer door de opname van eenstappenplan voor het uitvoeren van een constitutionele toets. Net als devorige editie is de Handreiking opgenomen in het Beleidskompas,7waardoor zij een vast onderdeel vormt van de voorbereidende fase vanwet- en regelgeving.Tot slotDe vergrote aandacht vanuit de Tweede Kamer voor de constitutionelehoudbaarheid van wetgeving sluit goed aan bij de verscherpte aandachtvan het kabinet voor dit onderwerp. Het parlement draagt als controleurvan de regering en medewetgever eveneens verantwoordelijkheid voorhet borgen van de constitutionele houdbaarheid van wetgeving. Vermel-denswaardig is daarbij de instelling van de tijdelijke commissie Grond-rechten en constitutionele toetsing van de Tweede Kamer, die onlangshaar eerste ervaringen en adviezen heeft geëvalueerd.8 De commissiebeoogt met haar adviezen een actieve bijdrage te leveren aan deverscherping van het constitutionele bewustzijn van de Kamer.5Zie voor de selectiecriteria paragraaf 2.3 van de Handreiking constitutionele toetsing. JenVheeft voor de algemene wetgevingstoets eigen selectiecriteria.6De eerste versie van de Handreiking constitutionele toetsing is bij brief van 15 maart 2022 aanuw Kamer toegezonden, bijlage bij Kamerstukken II 2021/22, 35 925 VII, nr. 142.7De Handreiking is beschikbaar via het Kenniscentrum beleid en regelgeving (www.kcbr.nl).8Zie het verslag «Zorgvuldig wegen» van 4 september 2025, bijlage bij Kamerstukken II 2025/26,36 642, nr. 2. De tijdelijke commissie heeft onlangs een doorstart gemaakt, zie https://www.tweedekamer.nl/kamerstukken/plenaire_verslagen/detail/2025-2026/12#f7d7c943.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 362, nr. 862 De toetsing door BZK en de adviezen van de Kamer kunnen allebei op huneigen manier bijdragen aan de kwaliteit en constitutionaliteit van(ontwerp)regelgeving.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,F. RijkaartTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 28 362, nr. 863
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.