Stand van zaken persoonsgebonden budget
Brontekst
Versie 6fabaec718cc5ca7 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202625 657Persoonsgebonden BudgettenNr. 380 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 16 juni 2026Vorig jaar vierden we een bijzonder moment: het dertigjarig jubileum vanhet persoonsgebonden budget (pgb). Alle genodigden waren het erovereens dat het pgb een belangrijk instrument kan zijn om participatie in desamenleving mogelijk te maken. In de afgelopen dertig jaar heeft het pgbzich bewezen als geschikt instrument voor keuzevrijheid en eigen regie.Het pgb stelt mensen in staat om zelf regie te voeren over de wijzewaarop ze hun zorg en ondersteuning ontvangen. Dit draagt bij aan zorgop maat, kwaliteit van leven en het kunnen participeren in de samen-leving. Tegelijkertijd blijkt ook dat het pgb grote uitdagingen kent. Zo ishet pgb niet in alle gevallen een bewuste vrijwillige keuze en neemt decomplexiteit voor budgethouders en de uitvoering van het pgb toe en kanhet in sommige gevallen ook leiden tot oneigenlijk gebruik of zorgfraude.Met deze brief kijk ik terug op de afgelopen periode en schets ik mijntoekomstplannen met het pgb langs twee beleidsmatige actielijnen:–Het pgb als bewuste keuze voor eigen regie–Vereenvoudigen van het werkgeverschapDoor stappen te zetten op deze twee onderwerpen wil ik het pgbtoekomstbestendig maken. Daarnaast investeer ik de komende jaren in deondersteunende ICT-systemen (PGB2.0) door meer gemeenten aan tesluiten en het beheer te bestendigen.Aantal budgethouders per wet (2024)1Jeugd (<18 jr)18–65 jaarOuderen (65+)TotaalWmo017.49012.25029.740Jeugdwet9.52520509.730Wlz8.17038.02018.50064.690Zvw8305.3355.29511.460 kst-25657-380ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3801 Jeugd (<18 jr)18–65 jaarOuderen (65+)Totaal18.52561.05036.045115.6201 Bron: CBS, Monitor Langdurige Zorg (2026). NB: budgethouders kunnen een pgb hebben uitmeerdere domeinen. Prioriteiten voor de komende periodeHet pgb als bewuste keuze voor eigen regieHet pgb is in de vier verschillende zorgwetten opgenomen als alternatiefvoor zorg in natura. Bij de keuze voor zorg in natura wordt de zorginkoopdoor het zorgkantoor, de verzekeraar of de gemeente en de zorgaan-bieders geregeld. Wanneer gekozen wordt voor een pgb koopt debudgethouder zélf de zorg in. Zo heeft hij1 de mogelijkheid de zorg af testemmen op de eigen situatie. Dit brengt ook verantwoordelijkheden metzich mee. Een budgethouder moet regie kunnen voeren en daar bewustvoor kiezen. Iemand met een pgb moet immers in staat (en bereid) zijn debenodigde zorg van voldoende kwaliteit te organiseren en het budgetdoelmatig kunnen inzetten.Helaas blijken eigen regie en maatwerk lang niet altijd de belangrijksteargumenten te zijn om voor een pgb te kiezen. Sommige mensen kiezenvoor een pgb omdat zij hiertoe worden aangezet door familie of zorgver-lener of omdat de zorgaanbieder alleen pgb-zorg levert. In dergelijkesituaties komt het voor dat de budgethouder het pgb niet zelf kan beherenen niet is toegerust voor de taken die bij een pgb horen. Dit speelt somsook bij wooninitiatieven, waar meerdere budgethouders onder één dakwonen en de budgethouder geen vrije keuze heeft als hij bij die instellingde zorg wil ontvangen. Daar speelt overigens ook dat deze instellingenniet altijd een zorg in natura contract kunnen krijgen. Hierdoor kan dezorgaanbieder enkel zorg aanbieden, gefinancierd met pgb’s. In dergelijkegevallen zou het voor de budgethouder passender zijn en voor hetwooninitiatief wenselijk om zorg vanuit zorg in natura te leveren.Wanneer het pgb in plaats van een instrument voor eigen regie slechts alsfinancieringsinstrument wordt gebruikt waar mensen niet bewust voorkiezen, kunnen risico’s en ongewenste effecten ontstaan. Ontoereikendevaardigheid om zorgverleners te kiezen en aan te sturen, kan bijvoorbeeldzorgverlening van onvoldoende kwaliteit tot gevolg hebben. Daarnaastkan onvoldoende zicht op de uitgaven uit het pgb oneigenlijk gebruik ofzorgfraude in de hand werken. Zo zijn er signalen bij verstrekkers over hetbeïnvloeden van budgethouders die geen of onvoldoende zorg krijgen enwaarbij onrechtmatig declaraties worden ingediend en betaald. Ookontvang ik signalen over bemiddelingsbureaus die mensen trainen omhun verhaal bij een pgb-aanvraag zo te vertellen dat zij het predicaat«vaardige budgethouder» niet mis kunnen lopen. Na toekenning van hetbudget blijven deze bureaus een rol spelen bij de zorgverlening, waarbijonduidelijk is in hoeverre de budgethouder zelf regie voert op zijnuitgaven uit het pgb. Zodra de focus komt te liggen op winstmaximalisatieen niet op zorginhoudelijke kwaliteit of het welzijn van cliënten, gaat eriets mis. Deze vormen van oneigenlijk gebruik gaan ten koste van debudgethouder en moeten wat mij betreft aangepakt worden.1Voor de leesbaarheid gebruiken we de term «hij» maar we bedoelen daarmee (ook): hij, zij,hen, die.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3802 Dit begint al bij de toegang tot het pgb. Omdat geld voor zorg ook echtnaar zorg moet gaan, zijn budgethouders die goed regie (kunnen) voerenop hun zorg cruciaal. Zij zijn immers minder kwetsbaar voor misbruikdoor malafide zorgaanbieders. Om hen hiertoe in staat te stellen is eengoede toerusting van budgethouders van belang. Ook een verdere uitrolvan PGB2.0 speelt daarbij een rol, aangezien PGB1.0 minder mogelijk-heden voor een snel inzicht en overzicht biedt.Mijn opvatting is dat het pgb waardevol is voor mensen die aantoonbaargebaat zijn bij zelfstandige inkoop van hun zorg. Mensen die weten wathet inhoudt om een pgb te beheren en goed in staat zijn tot het voerenvan eigen regie en vanuit een positieve keuze budgethouder worden.Mensen die niet bewust kiezen voor een pgb, maar het pgb al dan nietgedwongen als financieringsmodel gebruiken, verdienen een goedalternatief in natura. Het is daarom mijn intentie om terug te keren naar deoorspronkelijke bedoeling van het pgb: een pgb voor mensen die hunzorg zélf willen en kunnen organiseren. Daarbij dient het aanbod van zorgin natura toereikend te zijn voor degenen die daar gebruik van willenmaken. Hier ligt een belangrijke rol voor de zorgkantoren.Momenteel wordt met betrokken partijen gesproken over een nadereuitwerking. Daarbij wordt vaak gevraagd naar een duiding van de term«voorliggendheid» uit het coalitieakkoord. Ik heb gemerkt dat die sterkereacties oproept, maar ook dat veel mensen het verschillend interpre-teren. Daarom hecht ik er aan te onderstrepen dat ik het pgb niet wilafschaffen. Ik wil, in gesprek met alle betrokkenen, de voorwaarden vooreen bewuste keuze van eigen regie verder uitwerken. Met deze insteekkomt de duiding van de term voorliggendheid, nog het meest in de buurtvan het gezamenlijk herdefiniëren van «het pgb als bewuste keuze».Hierbij is voldoende en passend aanbod van zorg in natura noodzakelijk.Op verzoek van mijn voorganger hebben de zorgkantoren, de mogelijk-heden verkend om het proces van contracteren van zorg beter aan te latensluiten bij kleinschalige zorgaanbieders.2 Ze zijn tot de conclusie gekomendat dit lastig is vanwege de administratieve lasten die het contracterenmet zich meebrengt, voor zowel het wooninitiatief als het zorgkantoor. Alsalternatief verkennen zorgkantoren nu een oplossing waarbij meerderewooninitiatieven gelijktijdig worden gecontracteerd. Daarbij wordtgedacht aan een constructie via een brancheorganisatie of coöperatie.Deze variant biedt kleine zorgaanbieders de mogelijkheid om zichcollectief om te vormen naar zorg in natura, zonder dat zij individueel hetvolledige proces van contractering hoeven te doorlopen. Het is debedoeling dat geïnteresseerde wooninitiatieven hier met ingang van 2027gebruik van kunnen maken. De overstap naar zorg in natura wordtgestimuleerd in de situaties waarbij de meerwaarde van eigen regie methet pgb ontbreekt. Dit wordt in overleg met ZN uitgewerkt door middelvan een programmatische aanpak.Met de branchevereniging van kleinschalige zorgaanbieders (BVKZ) maakik afspraken over ondersteuning van startende zorgaanbieders enzorgaanbieders die de overstap van pgb naar zorg in natura overwegen. Ikverwacht dat dit alles leidt tot minder gedwongen pgb-gebruik inwooninitiatieven. Tegelijkertijd wil ik benadrukken dat het pgb eenmogelijkheid blijft voor wooninitiatieven waar bewust wordt gekozen vooreigen regie van individuele budgethouders over de organisatie van dezorg. Goede voorbeelden hiervan zie ik onder andere bij ouderinitiatieven.2Deze instellingen zijn overigens al Wtza vergunningplichtig.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3803 De komende periode verken ik met de ketenpartijen de mogelijkheden omhet pgb als bewuste keuze voor eigen regie verder in te richten. Te denkenvalt aan het aanscherpen van de eisen met betrekking tot het kunnenvoeren van eigen regie en/of vertegenwoordiging in het pgb. Uiteraardwordt daarbij ook gekeken naar (de overgang naar) het aanbod van zorgin natura en adequate uitleg voor budgethouders. In antwoord op devraag van de vaste Kamercommissie,3 zeg ik toe ook de rol van bemidde-lingsbureaus bij misbruik en oneigenlijk gebruik van pgb’s mee te nemenin deze verkenning.Daarnaast werkt het kabinet aan een versterkte en samenhangendeaanpak van fraude in de zorg, waarbij het voorkomen dat malafideaanbieders actief worden een belangrijk uitgangspunt is. Deze versterkteaanpak richt zich ook op pgb-zorg. Uw Kamer wordt hierover uitgebreidergeïnformeerd in de separate Kamerbrief over de aanpak van zorgfraude,die op 8 juni jl. aan uw Kamer is toegezonden.4 Ook wordt uw Kamer vóórhet zomerreces geïnformeerd over de mogelijkheden voor het terugvor-deren van uitgekeerde winsten in het kader van het vervolg van de Wetintegere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz).Kamerlid Maeijer (PVV) vroeg tijdens het wetgevingsoverleg van debegrotingsstaten van het Ministerie van VWS voor het jaar 2026 (wijzigingsamenhangende met de voorjaarnota) d.d. 1 juni om in deze briefeveneens in te gaan op de samenhang met de bestuurlijke akkoorden ende daarbij opgenomen besparing zoals opgenomen in het coalitieakkoord.Zoals ik uw Kamer eerder heb aangegeven ben ik voornemens om tekomen tot bestuurlijke akkoorden met de sectoren in de Wlz en voer ikhierover gesprekken met de betrokken partijen. De bovenstaande actielijnwordt, gegeven de samenhang met zorg in natura, in deze gesprekkenmeegenomen en vraagt een gedegen uitwerking met depgb-ketenpartijen. Met de bestuurlijke akkoorden beoog ik afspraken temaken die leiden tot een lagere jaarlijkse uitgavengroei in de Wlz, dieaansluit bij de door dit kabinet beschikbaar gestelde groei van dezeuitgaven. Daarbij wil ik blijven benadrukken dat, ook als wordt ingezet opde lijn om het pgb als een bewuste keuze voor eigen regie te behouden,mensen met een indicatie recht hebben en houden op de zorg enondersteuning die ze nodig hebben.Tevens heeft de Kamer mij recent verzocht (d.d. 11 juni jl.) een reactie tegeven op de brief van de Coalitie voor Inclusie en Vereniging InclusieNederland, deze volgt hieronder op hoofdlijnen. Er worden in de brief eenaantal punten geadresseerd, waaronder de invulling van voorliggendheidvanuit het coalitieakkoord. Hier kom ik in deze brief al op terug. Er wordtvoorts aandacht gevraagd voor de wetswijziging Regeling dienstverleningaan huis (Rdah) en structurele compensatie voor budgethouders. Hetkabinet heeft op dit moment, en hier is uw Kamer ook recent overgeïnformeerd, voor alle zorgwetten voorzien in tijdelijke compensatie omongelijkheid tussen budgethouders te voorkomen. Uiteraard is het kabinetvoornemens om deze tijdelijke compensatie te monitoren. Over meerzorgontvangt uw Kamer een separate brief voor de zomer conform detoezegging tijdens het debat van 11 december jl.WerkgeverschapBudgethouders kiezen hun zorgverleners zelf en sluiten contracten methen af. Omdat het pgb op deze manier is vormgegeven, kan het arbeids-recht van toepassing zijn op de budgethouder en diens zorgverlener. Er3Procedurevergadering van 13 mei jl. naar aanleiding van een anonieme mail aan lid Mohandis.4TK, nr. 22828–163Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3804 zijn momenteel ongeveer 14.500 budgethouders die arbeidsovereen-komsten met hun zorgverleners hebben afgesloten. Zij zijn dus werkgevervan hun zorgverlener(s). Juist deze rol van werkgever is de afgelopen tijdsteeds complexer geworden omdat het arbeidsrecht verandert en minderflexibel wordt.Deze trend van minder flexibiliteit in het arbeidsrecht, zorgt ervoor datbudgethouders die ook werkgever zijn, steeds meer administratieve lastervaren. Het leidt soms zelfs tot situaties waarbij de arbeidswetgevingconflicteert met de zorgwetgeving. Een illustratief voorbeeld is de plichtvan werkgevers om, in geval van arbeidsovereenkomsten zonder vasteuren, tijdig diensten af te zeggen. Doen zij dit korter dan vier dagen van tevoren, moet de dienst toch uitbetaald worden. Deze betaling mag echterniet uit het pgb komen, omdat zorgwetgeving niet toestaat te betalenwanneer er geen zorg geleverd is. Dit soort situaties vormt een risico voorde continuïteit van zorg voor budgethouders. Tegelijkertijd vind ik hetbelangrijk dat zorgverleners in het pgb inkomenszekerheid hebben. Als zewerken voor budgethouders, maar ook als ze dat (even) niet meer kunnen.Juist dit dilemma verdient een oplossing waarbij de plichten vanbudgethouders in balans komen met de rechten van zorgverleners.Daarbij komt dat de ondersteuning van het werkgeverschap door de SVBen verstrekkers steeds complexer wordt. Mede om deze reden is hetwetsvoorstel meer zekerheid flexwerkers voor het pgb uitgesteld tot opzijn vroegst 1 januari 2030.Al deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat een verbetering van de situatienodig is.Daarom start ik samen met de Minister van SZW een interdepartementaalonderzoek naar het oplossen van de spanning tussen het arbeidsrechtenerzijds en een eenvoudige uitvoering van het pgb anderzijds. In ditonderzoek zullen we alle relevante wetgeving tegen het licht houden enkijken naar oplossingen buiten de bestaande kaders. Een belangrijke basisis het onderzoek naar werkgeverschap in het pgb dat in opdracht van deSVB is uitgevoerd. Hierin staan enkele nuttige denkrichtingen, die weuiteraard meenemen in dit onderzoek. Natuurlijk betrek ik de keten-partners en de brancheverenigingen hierbij. We informeren uw Kamer aanhet einde van dit jaar over mogelijke oplossingen.Over de stand van zaken rond de uitvoering van het Wetsvoorstelaanpassing regeling dienstverlening aan huis, ontvangt uw Kamer eenafzonderlijke brief.Met de hiervoor beschreven twee actielijnen: (1) het pgb als bewustekeuze voor eigen regie en (2) vereenvoudigen van het werkgeverschap, zieik een toekomst waarin het pgb een duurzaam instrument is voor mensendie, ondanks de zorg en ondersteuning die ze nodig hebben, willen blijvenmeedoen in de samenleving. Voor mensen die zelfstandig hun zorginkopen, regie voeren op die zorg én ook de lasten kunnen en willendragen die daarbij komen kijken.TerugblikIn de afgelopen periode zijn de nodige acties ingezet die ook een bijdrageleveren aan het verwezenlijken van deze toekomstvisie. In het volgendedeel van mijn brief informeer ik u over de voortgang hiervan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3805 PGB2.0Visie en governance ketensysteemHet pgb wordt ook ondersteund door de inzet van ICT. Hier maken zowelbudgethouders, verstrekkers, zorgverleners, uitvoerders en belangenbe-hartigers (dus de hele pgb-keten) gebruik van. Ook het beheer en deontwikkeling van het ondersteunende systeem vraagt om ketenregie ensamenwerking. VWS werkt momenteel met de keten aan een meerjarigevisie- en strategie voor PGB2.0 voor de doorontwikkeling. Dit geeftrichting voor de komende vijf jaar en biedt ook een strategisch kader voortoekomstige keuzes binnen PGB2.0.Het werken aan een ketensysteem binnen de context van pgb brengtmeerdere opgaven met zich mee. De verschillende belangen en(technische) ontwikkelingen, maar ook uitdagingen gerelateerd aannieuwe wetgeving, hebben hun weerslag op capaciteit en planning. Omde kans te vergroten dat de verschillende opgaven slagen onderzoekenwe geregeld waar we staan. Zo heb ik opdracht gegeven tot eenCIO-oordeel. Dit heeft concrete aanbevelingen opgeleverd bijvoorbeeldmet betrekking tot de governance. De onderzoekers concluderen dat degovernance-structuur logisch, maar ook complex is. Zij bevelen aan deuitvoering in de praktijk naar een hoger niveau te tillen door meeraandacht te besteden aan de rolinvulling van de verschillende overleggen,ook in verhouding tot elkaar. Dit bevestigt dat het al ingezette traject omde huidige governance te herzien nodig is.ImplementatieU bent eerder geïnformeerd over de vertraging die de implementatie vanhet aansluiten van gemeenten op PGB2.0 heeft opgelopen door de groteimpact van de Regeling dienstverlening aan huis (Kamerstukken II, 25 657,nr. 363). In 2025 is het aansluittraject met gemeenten hervat. De SVBvoert, in mijn opdracht en in nauwe afstemming met de keten, operati-onele regie op de uitvoering van een gedegen plan van aanpak. Om hetaansluittraject zorgvuldig en beheerst te kunnen uitvoeren is de gover-nance voor het aansluiten aangescherpt.In 2026 wordt met kleine aansluittranches gewerkt. Een eerste aansluitingin april, is succesvol verlopen. Sinds april 2026 kunnen daardoor, inclusiefachterblijvers, in totaal ongeveer 1.000 nieuwe budgethouders en bijna1.100 zorgverleners gebruik maken van het PGB2.0 portaal. Na de 8gemeenten die in april zijn aangesloten worden in juni 2026 opnieuw 8gemeenten aangesloten. Ik verwacht dat de volgende 24 gemeenten in hetnajaar worden aangesloten. Elke tranche wordt (ook tussentijds) geëva-lueerd zodat geleerde lessen direct kunnen worden verwerkt voor eenbetere aanpak. Dat zal ook van pas komen op het moment dat met grotereaansluittranches wordt gewerkt, naar verwachting vanaf 2027.Overdracht beheer en ontwikkeling PGB2.0 aan SVBTot slot wil ik u graag informeren over de voortgang van de overdrachtvan PGB2.0 Z-domein. Beoogd doel is het verschuiven van verantwoorde-lijkheden voor beheer en ontwikkeling van het kerndepartement VWS naarde uitvoeringsorganisatie SVB (Kamerstukken II, 25 657, nr. 329). De SVBheeft de intentie uitgesproken deze rol op zich te nemen. VWS en SVBhebben gewerkt aan een gezamenlijke roadmap voor dit traject dieinmiddels bestuurlijk is vastgesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3806 Momenteel werken beide partijen gezamenlijk aan het beantwoorden vannog openstaande vragen zodat de SVB een uitvoeringstoets zal kunnenuitvoeren. Uit de uitvoeringstoets wordt duidelijk welke maatregelennoodzakelijk zijn om het systeem onder verantwoordelijkheid van de SVBte brengen, zodanig dat de SVB deze verantwoordelijkheid waar kanmaken. Op basis van de uitvoeringstoets zal vervolgens bestuurlijkebesluitvorming volgen in de bestuurlijke driehoek (opdrachtgever VWS,opdrachtnemer SVB en eigenaar SZW). Gezamenlijk doel daarbij is dat deSVB duurzaam in staat zal zijn om PGB2.0 structureel te beheren en doorte ontwikkelen.Het is helder dat het gezamenlijke traject niet met de overdracht van hetPGB2.0 Z-domein stopt. Ook in de jaren daarna zal immers door de SVB,als nieuwe beheer- en ontwikkelpartij, onder meer uitvoering moetenworden gegeven aan de meerjarige roadmap, gewerkt worden aanverdere integratie van F- en Z-domein en aan de harmonisatie met deSVB-architectuur. Dit vraagt ook van VWS een blijvende betrokkenheid opverschillende vlakken, zoals het voeren van regie op deICT-ketensamenwerking en het verstrekken van heldere kaders.Overige onderwerpenTarieven in het sociaal domeinIn de Kamerbrief van 20 december 2024 heeft mijn voorgangergeschreven over vereenvoudiging van het pgb door verheldering van detariefstructuur voor informele zorg in het sociaal domein. Gemeentenhadden in gesprekken aangegeven dat het begrip «informele zorg»onduidelijk was. Bovendien lagen er uitspraken van de Centrale Raad vanBeroep over de beloning van informele zorgverleners. De vereenvou-diging zou gaan over de groepen behorend tot informele zorgverleners.Met informele zorgverleners bedoelen gemeenten namelijk niet alleenpersonen uit het sociaal netwerk, zoals vrienden, familie en buren. Ookberoepsmatige zorgverleners die geen hbo- of wo-opleiding, maar eenmbo-opleiding hebben genoten of alleen praktijkervaring hebben, wordenals informele zorgverleners beschouwd. Voor informele zorg vergoedengemeenten veelal het minimumloon.In 2023 oordeelde de CRvB in twee uitspraken5 dat het pgb-uurtarief voorhulp uit het sociaal netwerk minimaal het tarief uit de CAO VVT moetworden betaald. Vanzelfsprekend had dit tot gevolg dat ook de hiervoorgenoemde beroepsmatige zorgverleners voor dit hogere tarief inaanmerking kwamen. In de brief aan uw Kamer van 20 december 2024heeft mijn ambtsvoorganger toegelicht een verhoging van de gemeente-lijke tarieven verdedigbaar te vinden voor de groep zorgverleners met eenmeerjarige zorgopleiding of met langjarige praktijkervaring, maar nietvoor zorgverleners die afkomstig zijn uit het sociaal netwerk van debudgethouder. Gelet hierop heeft mijn ambtsvoorganger aangekondigdhet voor gemeenten mogelijk te maken voor deze twee groepen verschil-lende tarieven te hanteren. Op basis van deze passage in de Kamerbriefheeft de CRvB in 20256 zijn uitspraken gedeeltelijk herzien en geoordeelddat het tarief voor het sociaal netwerk ook het minimumloon mag zijn.Aldus is duidelijk geworden dat gemeenten voor hulp uit het sociaalnetwerk het wettelijk minimumloon mogen hanteren. De uitspraken gaanniet over het tarief voor zorgverleners met een meerjarige zorgopleiding5ECLI:NL:CRVB:2023:1394 van 16 augustus 2023 uitspraak over huishoudelijke hulp ECLI:N-L:CRVB:2023:1580 van 16 augustus 2023 uitspraak over individuele begeleiding.6ECLI:NL:CRVB:2025:1380 van 30 september 2025 uitspraak over Wml sociaal netwerkECLI:NL:CRVB:2025:1276 van 30 september 2025 uitspraak over Wml sociaal netwerk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3807 of langjarige praktijkervaring maar staan niet in de weg dat voor dezegroep een hoger tarief wordt gehanteerd. Omdat ik een hoger tarief voorde zorgverleners uit deze groep wenselijk vind, zal ik gemeentenoproepen hier gevolg aan te geven.Beperken regeldrukMijn voorganger heeft, naar aanleiding van een notitie van Per Saldo,opgeroepen tot overleg met ketenpartijen over vermindering vanadministratieve lasten in het pgb. Dit is ook voor mij een belangrijkaandachtspunt. Het geven van vertrouwen aan budgethouders entegelijkertijd oog blijven houden voor controle op de juiste besteding vanzorggeld, blijft een balanceer-act. Iedereen is het er over eens dat hetprettig zou zijn als de uitvoering van het pgb eenvoudiger wordt, maar decomplexiteit van het stelsel bemoeilijkt een effectieve aanpak. Zo kanvermindering van administratieve lasten bij budgethouders bijvoorbeeldweer leiden tot vergroting van lasten bij uitvoerders.Het afgelopen najaar en begin dit jaar is – na de oproep van mijnvoorganger – met ketenpartijen gezocht naar zogenaamd «laaghangendfruit». Bijvoorbeeld door het uniformeren van formulieren of te zorgenvoor een «warme overdracht» tussen verstrekkers. Ik constateer dat, mededoor de druk van het moeten anticiperen op voorgenomen regelgeving,de gesignaleerde verbeterpunten nog geen concrete actie hebbenopgeleverd. Ik beraad me daarom op de nodige vervolgstappen. Wat ikgelukkig wel zie is dat het PGB Portaal en de SVB budgethouders goedondersteunen bij het beperken van de regeldruk.Pgb op maatHet kabinet heeft besloten dat zorgkantoren per 1 januari 2025 een pgb opmaat toekennen. Met pgb op maat streeft het zorgkantoor naar passendezorg met behoud van eigen regie. Zorgkantoren kennen een budget toedat past bij de zorgvraag van de individuele budgethouder. Dit betekentdat niet meer automatisch het totale basisbedrag wordt toegekend dathoort bij de indicatie van het Centrum Indicatiestelling Zorg. In plaatsdaarvan bekijkt het zorgkantoor in overleg met de budgethouder wat eenbij de zorgvraag passende zorginzet is.Met Per Saldo, Zorgverzekeraars Nederland en zorgkantoren is ergeregeld signalenoverleg om de werkwijze te monitoren. Mijn voorgangerheeft beloofd om de werkwijze pgb op maat te monitoren en binnenanderhalf jaar te evalueren. Daarom is een onderzoeksbureau gevraagdde geleerde lessen bij de uitvoering van pgb op maat in kaart te brengen.Doel van dit onderzoek is om van de ervaringen te leren en inzicht tekrijgen in mogelijke verbeteringen. De resultaten van dit onderzoekverwacht ik dit najaar. Ik zal uw Kamer hierover uiteraard informeren.Ik kijk uit naar het commissiedebat van 23 juni met uw Kamer om uwvragen te beantwoorden en hoop u hiermee voldoende geïnformeerd tehebben.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 657, nr. 3808
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.