KamerkringInloggen
Kamerbrief

Rapport naar de voor- en nadelen van een publiek bekostigde onderwijsroute

29 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7703621017bb5e70 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202432 824IntegratiebeleidNr. 416 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 mei 2024Voor jonge nieuwkomers biedt een diploma op een reguliere Nederlands-talige opleiding de beste kansen op duurzame arbeidsparticipatie oppassend niveau. Educatie bevordert de integratie en draagt bij aankansengelijkheid voor alle statushouders. Daarom is er in de Wetinburgering 2021 (Wi2021) een route ingericht voor nieuwkomers dievanwege een taalachterstand of ontbrekende vakken op dat moment niettoelaatbaar zijn op een reguliere opleiding: de onderwijsroute. Deze routewordt ingekocht door gemeenten en bevordert de instroom van nieuw-komers op een opleiding op mbo niveau 2, 3, 4, hbo of wo.Op 19 september 2023 heb ik uw Kamer geïnformeerd over de langdurigeborging van de onderwijsroute (Kamerstuk 32 824, nr. 393). Hierin heb ikaangegeven extra middelen beschikbaar te stellen voor gemeenten om deonderwijsroute in te kopen. Daarnaast heb ik aangegeven tot deaanstaande evaluaties van de wet in 2025 en 2027 geen grote stelselwijzi-gingen te voorzien. Op 3 oktober 2023 heeft uw Kamer mij middels demotie Kathmann/Palland (Kamerstuk 32 824, nr. 401) verzocht de voor- ennadelen van het onderbrengen van de onderwijsroute binnen het publiekbekostigd onderwijs te onderzoeken en de resultaten voor de behandelingvan de voorjaarsnota in 2024 aan u toe te zenden. In uw motie geeft u aandat het besluit om de onderwijsroute niet onder te brengen in het publiekbekostigd onderwijs voornamelijk is gebaseerd op een kostenonderzoeknaar de financiële voor- en nadelen. Daarbij overweegt u dat er ookandere belangrijke voordelen van publieke bekostiging kunnen zijn voorinburgeraars, waaronder de doorstroom naar andere bekostigdeinstellingen. Met deze brief en bijgevoegd onderzoeksrapport kom iktegemoet aan de wens van uw Kamer.Uitvoering van het onderzoekIn het laatste kwartaal van 2023 heeft mijn ministerie samen metbetrokken partners een onderzoeksvoorstel opgesteld. Het onderzoek is kst-32824-416ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4161 aanbesteed en belegd bij onderzoeks- en adviesbureau Andersson ElffersFelix (AEF). AEF is in de uitvoering ondersteund met inbreng van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW), De Verenigingvan Nederlandse Gemeenten (VNG), Divosa, MBO-Raad, VerenigingHogescholen (VH), Universiteiten van Nederland (UNL), Nederlandse Raadvoor Training en Opleiding (NRTO) en Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF. De volgende onderzoeksvraag stond centraal: «Wat zijnde voor- en nadelen voor de inburgeraar van het onderbrengen van deonderwijsroute binnen het publiek bekostigd onderwijs, afgezet tegen dehuidige inrichting?».AEF is gevraagd de inrichtingsvarianten te toetsen op diverse dimensies:de toegankelijkheid voor inburgeraars, de flexibiliteit van het aanbod, dekwaliteit van het onderwijs (waaronder doorstroom naar vervolgon-derwijs), de administratieve lasten voor betrokken partijen en deaansluiting op de doelen van de Wi2021. Verder heeft AEF twee inrich-tingsvarianten binnen het publiek bekostigd onderwijs uitgewerkt. VariantA gaat uit van directe bekostiging aan onderwijsinstellingen via delumpsum en variant B gaat uit van bekostiging via regionaleprogramma’s, waarbij er nauwe samenwerking is tussen gemeenten eninstellingen. Deze varianten heeft AEF afgezet tegen de huidige privateinrichting van het stelsel.AEF heeft zo veel mogelijk feitelijke informatie verzameld op basis vanonderzoeken uit het verleden (o.a. naar verplichte winkelnering in eerdereinburgeringsstelsel), expertinterviews met bestuurskundigen, juridischexperts en onderwijsexperts en op basis van documentatie die vorig jaaris ontwikkeld en verzameld door mijn ministerie en betrokken partners.Daarnaast zijn de partners, waaronder (vertegenwoordigers van)gemeenten en onderwijsinstellingen, gevraagd naar hun bevindingen endeze zo goed als mogelijk feitelijk te onderbouwen. Voor deze aanpak isgekozen omdat op veel plekken in het land de onderwijsroute pas kortgeleden van start is gegaan. Diverse gemeenten hebben, mede als gevolgvan een tekort aan middelen, de onderwijsroute pas eind 2022 of begin2023 aan kunnen besteden. Aangezien een onderwijsroutetrajectgemiddeld 1,5 jaar duurt, is het nog te vroeg voor een evaluerendonderzoek naar de voor- en nadelen van de huidige inrichting voor deinburgeraar.Conclusie: de stelselkeuze is niet dé bepalende factorAEF heeft verschillende inrichtingsvarianten beschreven en hierconclusies over getrokken. Op veel van de hierboven genoemdedimensies hoeft er voor de inburgeraar niet perse een inhoudelijk verschilte zijn tussen de eerdergenoemde varianten A en B en de privateinrichting van het stelsel. Dit geldt bijvoorbeeld voor de toegankelijkheiden de toezicht op de kwaliteit. AEF merkt op dat bepalingen in lagereregelgeving of flankerend beleid kunnen borgen dat er geen of weinigverschil is tussen de verschillende stelselinrichtingen. Daarmee wijst AEFerop dat de beleidskeuzes binnen het stelsel bepalender zijn voor deinburgeraar dan de stelselkeuze.Op drie dimensies concludeert AEF dat er wel verschillen zijn tussen deinrichtingsvarianten, namelijk op de mogelijkheden voor het combinerenvan klassen, de administratieve lasten en de regie van gemeenten op hetinkoopproces. Voor instellingen die zowel bekostigd onderwijs aanbiedenals de onderwijsroute is het combineren van klassen binnen het bekostigdonderwijs bijvoorbeeld gemakkelijker. Daar staat tegenover dat de regieroldie de gemeente nu op het inburgeringsproces voert, op een anderemanier zal moeten worden ingevuld indien de onderwijsroute wordtTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4162 ondergebracht in het publiek bekostigd onderwijs. Hiervoor zullen volgensAEF waarborgen ingebouwd moeten worden.AEF geeft aan dat de stelselkeuze een afweging van dimensies vereist. Erkleven voor- en nadelen aan zowel het huidige private stelsel als eenstelsel waarin de onderwijsroute binnen het publiek bekostigd onderwijskomt te vallen. Welke inrichtingsvariant het meest geschikt is, is afhan-kelijk van de vraag welke van de eerder genoemde dimensies (politiek/bestuurlijk) het zwaarst weegt.Nog te vroeg voor evaluerend onderzoekAEF concludeert dat op diverse dimensies nog geen oordeel mogelijk is,omdat de onderwijsroute nog te kort geleden van start is gegaan. AEFwijst er daarbij tevens op dat de tussenevaluatie van 2025 en de wetseva-luatie in 2027 afgewacht zal moeten worden om te kunnen concluderen ofde huidige inrichting de inburgeraar optimaal ondersteunt.De toekomstige inrichting van de onderwijsrouteDe uitkomsten van het onderzoek van AEF zullen door mijn ministeriemeegenomen worden in de aanstaande evaluaties van de Wi2021. Hieruitmoet blijken hoe de onderwijsroute binnen het huidige stelsel functio-neert. Ik vind het belangrijk dat de inrichting van het stelsel onder-steunend is aan de behoeften van jonge nieuwkomers. Ik blijf er daarbijnaar streven dat jonge nieuwkomers optimaal worden begeleid bij hetvinden van passend onderwijs zodat zij duurzaam en op niveau meekunnen doen in onze maatschappij.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van GennipTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 32 824, nr. 4163

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 681eb743a45f7036

14 okt 2026 · d45c7d9dbe1799d9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.