KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over de voorgenomen sluiting van Villa ExpertCare

29 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 91aa73d5e16c00c9 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202624 170GehandicaptenbeleidNr. 410 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Op 7 juni jl. ontving Uw Kamer een brief van de Cliëntenraad van VillaExpertCare (VEC), waarin zij mij verzoeken te reageren op eerder gedanetoezeggingen en aangenomen moties. Ik zal hieronder op alle vragenafzonderlijk ingaan, waarbij ik uitga van de stand van zaken op 29 juni jl. Ikwil daarbij aangeven dat ik over individuele casussen omwille van privacygeen uitspraken kan doen.1.Kan de Minister per individuele cliënt van wie VEC zegt dat zij uit zorg zijnaantoonbaar maken dat er op dit moment sprake is van volledig«passende zorg» zoals zij die zelf heeft gedefinieerd – dus inclusief directebeschikbaarheid, volledige dekking van zorguren en praktische uitvoer-baarheid voor gezin en kind?VEC is samen met zorgverzekeraars en zorgkantoren verantwoordelijkvoor het zoeken naar een vervolgplek die passend. Op peildatum 25 juni jl.is voor 42 kinderen een vervolgplek gevonden, waarvoor ouderstoestemming hebben gegeven. Van deze kinderen zijn er 31 al uit zorg bijVEC en voor 11 kinderen wordt de overdracht naar vervolgzorg in deperiode tot en met september gerealiseerd. Daarmee hebben zij bevestigddat het een passende plek betreft. De ouders worden daarnaast betrokkenbij de zorgevaluatie. Dat betekent dat er nog voor 38 kinderen eenpassende vervolgplek moet worden gevonden.2.Voor hoeveel kinderen geldt dat het huidige aanbod alleen op papierpassend is, maar in de praktijk niet (bijvoorbeeld door wachttijden,onvoldoende omvang van zorg of onhaalbare reistijden)?De inzet is vanaf het begin geweest dat er voor alle kinderen zo spoedigmogelijk passende vervolgzorg beschikbaar is. Zoals ik eerder hebaangegeven vraagt dit om zorgvuldigheid, maar ook om maatwerk. Ik ben kst-24170-410ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4101 mij er zeer van bewust dat passende zorg altijd afhankelijk is van eenindividuele situatie. Dat betekent echter niet dat passende zorg precieshetzelfde is of zal zijn als wat cliënten voorheen aan zorg ontvingen. Desluiting van de zorgvilla’s zullen hoe dan ook veranderingen teweeg-brengen.Bij het zoeken naar vervolgzorg staat centraal dat ouders of verzorgersinstemmen met de alternatieve zorg. Ieders individuele indicatiestelling enzorginhoud vormen daarbij de kern. Om deze reden worden ouders/verzorgers actief en structureel betrokken bij alle beschikbare opties viaProject Herberg, alsmede in de begeleiding door VEC. Zo behoudenouders/verzorgers regie en keuzevrijheid, en hebben ze de mogelijkheidom voorgestelde vervolgplekken af te wijzen als zij deze niet passendvinden. Cliënten worden doorgaans bij meerdere zorgaanbiedersaangemeld, om ruimte te creëren voor een weloverwogen keuze.Ouders/verzorgers kunnen daarnaast via Metgezel gebruikmaken vanonafhankelijke ondersteuning. Deze ondersteuning versterkt dat ouders/verzorgers in staat zijn om hun instemmingsrecht echt toe te passen enbewuste keuzes te maken.Ook reisafstand wordt meegewogen en ouders/verzorgers worden daarbijbetrokken. Echter, reistijd is niet het enige criterium en het is reëel datvoor een deel van de cliënten de reistijd zal toenemen bij een vervolgplek.Een plek op grotere afstand kan namelijk noodzakelijk zijn om specialis-tische zorg te kunnen waarborgen. Ook andere mogelijkheden, zoals inzetvan vervoer of (tijdelijke) intensivering van zorg in de thuissituatie,worden daarbij verkend.Net als bij iedere zorgrelatie wordt de geboden zorg geëvalueerd, insamenspraak tussen ouders/verzorgers, de nieuwe zorgaanbieder enindien betrokken de zorgverzekeraar of het zorgkantoor. Een onafhanke-lijke kinderverpleegkundige ziet binnen Project Herberg toe op een juisteindicatie en invulling van zorg, en daarmee de passendheid van zorg. VECheeft mij laten weten dat zij ook nog een eindevaluatie uitvoert per cliënt,waarin wordt teruggekeken op de overdracht en de aansluiting van devervolgzorg.Mocht uit de evaluatie blijken dat een vervolgplek in de praktijk toch nietpassend is, dan wordt waar nodig de zorg aangepast of opnieuw gezochtnaar een alternatieve plek. Ouders, zorgaanbieder en zorgverzekeraar ofzorgkantoor bespreken dit samen, maar het uitgangspunt bij elke fase isdat ouders/verzorgers doorslaggevend zijn. Zo wordt continu in overlegnaar een passende oplossing gezocht die recht doet aan de zorgbehoeftevan het kind, de impact op het gezin en in samenspraak met ouders/verzorgers. De onafhankelijke intermediair wordt hierin meegenomen.3.Hoe wordt concreet geborgd dat – conform motie 390 (24 170) – demogelijkheden van ouders en de behoefte van het kind leidend zijn, enniet slechts «meegewogen» of administratief vastgesteld?Zoals ik hierboven heb geschetst, hebben de ouders/verzorgers eendoorslaggevende rol bij het zoeken van een vervolgplek en hieropvolgend de evaluatie. Besluitvorming vindt altijd plaats in samenspraakvia gesprekken tussen ouders/verzorgers, zorgaanbieder en zorgverze-keraar of zorgkantoor. De recent aangestelde onafhankelijke intermediairkijkt hier ook goed naar.Ouders/verzorgers maken dus zelf de definitieve beoordeling of eenzorgplek passend is. Bij geen akkoord van de ouders zal de plek ook alsTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4102 niet passend worden beschouwd en wordt het zoeken naar eenvervolgplek voortgezet. Door akkoord te gaan met de vervolgplekbevestigt de ouder of verzorger dat het een passende plek is.4.Kan de Minister concretiseren op welke punten huidige oplossingen zijnafgewezen of aangepast omdat zij niet voldeden aan de praktische realiteitvoor gezinnen?In deze situatie waarin de aanbieder heeft besloten te gaan stoppen zijnveranderingen in de zorglevering onvermijdelijk. Zorg zal altijd anders zijndan in de huidige situatie. Het is aan ouders om te bepalen of oplossingenvoldoen en reëel voor hen en het gezin zijn. Op welke punten dat voor henwel of niet realistisch is, wordt in de gesprekken tussen hen, VEC enzorgverzekeraars of zorgkantoren gedeeld. Metgezel kan de ouders/verzorgers daarbij ondersteunen.5.Welke concrete acties zijn sinds 2 april ondernomen om uitvoering tegeven aan motie 391 (24 170), specifiek gericht op het daadwerkelijklanger in dienst houden van personeel tot eind 2026?Personeel is steeds een terugkerend gespreksonderwerp geweest. Ik hebVEC gewezen op het belang van keuzes in personeel en continuïteit vanzorg en VEC gevraagd om VSO’s open te breken. Hierop heeft VEC eerderde bestaande vaststellingsovereenkomsten met medewerkers die hiervooropenstonden verlengd. Van de 73 medewerkers (45 fte) hebben41 medewerkers (23 fte) hiervan gebruikgemaakt en ervoor gekozenlanger in dienst te blijven tot 30 september of 31 december 2026,afhankelijk van hun keuze en inzetbehoefte.6.Kan de Minister aangeven waarom deze motie in de praktijk niet heeftgeleid tot het behoud van personeel, of de werving van nieuw personeelterwijl tegelijkertijd wordt erkend dat personeel cruciaal is voor continu-ïteit van zorg?VEC is en blijft verantwoordelijk voor voldoende personele bezetting,zowel behoud als werving van personeel. VEC heeft, zoals eerdertoegelicht, zijn werknemers een verlenging van de VSO’s aangeboden.Een deel van het personeel, 32 medewerkers (22 fte), heeft echter elderswerk gezocht. VEC heeft bij mij aangegeven dat er op alle locaties sprakeis van tijdelijke inhuur, als onderdeel van de maatregelen om de continu-ïteit en veiligheid van zorg te waarborgen tijdens de afbouwfase.7.Wanneer beschouwt de Minister de situatie als zodanig dat zij – zoals inhet debat benoemd – zal «opschalen» en daadwerkelijk ingrijpen, enwaarom is dat moment nog niet bereikt?Ik grijp al vanaf het eerste moment actief in vanuit mijn systeemverant-woordelijkheid en zal dat blijven doen zolang dat nodig is. Het ministerieheeft de afgelopen maanden wekelijks overleg gevoerd met de betrokkenpartijen om de voortgang te bewaken. Daarnaast heb ik zelf meerderegesprekken gevoerd met betrokken partijen om hen aan te spreken op hunverantwoordelijkheid. Ook heb ik een onafhankelijk intermediair aange-steld om de voortgang te ondersteunen, knelpunten zichtbaar te maken ende samenwerking te versterken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4103 Tegelijkertijd kent mijn rol ook grenzen. De verantwoordelijkheid voor dezorgverlening ligt bij de zorgaanbieder, de zorgplicht bij de zorgverzeke-raars en zorgkantoren. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) ziet toe op denaleving van die zorgplicht en de IGJ houdt toezicht op de kwaliteit enveiligheid van de zorg. Vanuit mijn systeemverantwoordelijkheid blijf ikerop toezien dat partijen hun verantwoordelijkheid nemen en blijf ikhandelen waar dat binnen mijn bevoegdheden mogelijk is.8.Welke concrete drempelwaarden hanteert de IGJ voor ingrijpen, en hoeverhouden die zich tot de huidige situatie die door de Minister zelf alsurgent en zorgelijk wordt beschreven?De IGJ houdt toezicht op de kwaliteit en veiligheid van zorg. Reagerend opberichten uit de media, kan ik bevestigen dat de IGJ VEC een aanwijzingheeft opgelegd. Ik heb uw Kamer hierover op 23 juni jl. vertrouwelijkgeïnformeerd. De aanwijzing is op dit moment nog niet openbaar entegen een besluit van de IGJ kunnen juridische stappen worden onder-nomen die invloed hebben op de termijn waarop openbaarmakingplaatsvindt. De aanwijzing is al wel definitief, wat betekent dat VECuitvoering moet geven aan de aanwijzing.De IGJ houdt ook op de locaties intensief toezicht op de kwaliteit enveiligheid van zorg en kan, indien nodig, opnieuw handhavend optreden.Tegelijkertijd wordt met VEC ingezet op het beschikbaar houden vanvoldoende deskundig personeel totdat voor alle kinderen een passendeoplossing is gevonden.9.Wie is uiteindelijk bestuurlijk eindverantwoordelijk als blijkt dat zorg nietpassend en niet tijdig beschikbaar is – de aanbieder, de zorgverzekeraar,de NZa of de Minister?Het huidige stelsel kent verschillende waarborgen voor de continuïteit vanzorg. Voor de borging van de continuïteit van zorg zijn primair dezorgplicht van zorgverzekeraars/zorgkantoren en de verantwoordelijk-heden van zorgaanbieders zelf relevant. De NZa en IGJ zijn verantwoor-delijk voor het toezicht van respectievelijk de zorgplicht en de kwaliteit enveiligheid van zorg. Het Ministerie van VWS is stelselverantwoordelijk.10.Hoe voorkomt de Minister dat verantwoordelijkheid in dit dossierwederom wordt doorgeschoven tussen partijen, waardoor feitelijkniemand aanspreekbaar is op de uitkomst?De rol van het Ministerie van VWS als stelselverantwoordelijke is in dittraject faciliterend en aanjagend van aard. Concreet betekent dit dat VWSde periodieke overleggen tussen betrokken partijen organiseert en voorzit,de voortgang van gemaakte afspraken monitort en partijen aanspreekt ophun verantwoordelijkheden wanneer dat nodig is. Ook draagt VWS eraanbij dat relevante informatie tussen partijen wordt gedeeld en datknelpunten tijdig worden geagendeerd en besproken. Het aanstellen vande intermediair, betekent ook dat er opnieuw naar de overlegstructuurwordt gekeken om te bepalen hoe betrokken partijen op een effectievemanier met elkaar kunnen overleggen en kunnen worden aangesprokenop hun verantwoordelijkheden.11.Kan de Minister garanderen dat er geen sluitingen of feitelijke afschalingplaatsvinden zolang niet voor ieder kind aantoonbaar een volledigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4104 passende oplossing is gerealiseerd – en zo ja, waarop baseert zij diegarantie en hoe gaat zij dat borgen?Op 10 juni jl. heb ik met VEC en B. Braun afspraken gemaakt over hetaanstellen van een onafhankelijk intermediair en het loslaten van dedatum van clustering voor de locaties Waalre en Vleuten. Daarbij heb iksteeds benadrukt dat uitstel alleen verantwoord is zolang de kwaliteit enveiligheid van zorg kunnen worden geborgd. Reagerend op berichten uitde media, kunnen we bevestigen dat de IGJ VEC een aanwijzing heeftopgelegd. De aanwijzing is op dit moment nog niet openbaar en tegeneen besluit van de IGJ kunnen juridische stappen worden ondernomendie van invloed zijn op de termijn van openbaarmarking. De aanwijzing isal wel definitief, wat betekent dat VEC uitvoering moet geven aan deaanwijzing. Ik heb uw Kamer hierover op 23 juni jl. vertrouwelijkgeïnformeerd.VEC heeft mij laten weten dat de betreffende ouders/verzorgers van de15 kinderen inmiddels door VEC zijn geïnformeerd over de inhoud van deaanwijzing. Ik leef zeer met hen mee. Veel gezinnen verkeren al lange tijdin onzekerheid en hadden gehoopt op meer duidelijkheid over detoekomst. Dat de situatie nu tot deze uitkomst heeft geleid, is voor henbijzonder ingrijpend.Ik heb mij tot het uiterste ingespannen om VEC aan hun afspraken tehouden. Tegelijkertijd geldt dat wanneer de IGJ concludeert dat dekwaliteit en veiligheid van zorg niet langer kunnen worden gegarandeerd,de veiligheid van cliënten altijd voorop moet staan.Wat nu telt, is dat voor ieder kind zo snel mogelijk een passendevervolgplek wordt gerealiseerd. De kinderen die door de aanwijzingworden geraakt, werden al (vanwege de voorgenomen clustering) metvoorrang behandeld binnen Project Herberg, waarin wordt gewerkt aaneen toekomstbestendige oplossing.12.Indien deze garantie nu niet met zekerheid gegeven kan worden: welkedirecte maatregelen worden vandaag, niet over weken, genomen om tevoorkomen dat kinderen tussen wal en schip vallen?Mochten het onverhoopt (acuut) nodig zijn, zijn voor alle cliëntennoodscenario’s uitgewerkt door de verzekeraars of zorgkantoren. Percliënt is in kaart gebracht hoe de continuïteit van zorg kan wordengeborgd als een reguliere vervolgplaatsing niet tijdig beschikbaar is.Daarbij kan het voorkomen dat een tijdelijke oplossing niet overeenkomtmet de voorkeursoptie van ouders of cliënten. Noodscenario’s zijnnadrukkelijk bedoeld als terugvaloptie om de zorg te kunnen blijvenleveren. Afhankelijk van de situatie kan dit betekenen dat zorg tijdelijkwordt geboden op een andere locatie van VEC, bij een andere zorgaan-bieder of in de thuissituatie. Ouders zijn betrokken geweest bij hetopstellen van deze noodscenario’s en zullen ook nu weer betrokkenworden bij de verdere vervolgstappen door VEC, zorgverzekeraars enzorgkantoren. Mijn volledige aandacht gaat ernaar uit dat de overgangnaar een passende vervolgplek zo zorgvuldig mogelijk verloopt. De doormij aangestelde intermediair kijkt hier ook nadrukkelijk op mee en houdtmij structureel op de hoogte.De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport,W.R.C. SterkTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 24 170, nr. 4105

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d5ad9d741d4710a6

14 okt 2026 · ee6ebf620aeae1b8

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.