KamerkringInloggen
Kamerstuk

Lijst van vragen en antwoorden over de Kabinetsreactie op het rapport Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (Kamerstuk 26448-749)

3 jun 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 18bec5b5af89e85c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202426 448Structuur van de uitvoering werk en inkomen(SUWI)Nr. 758 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDENVastgesteld 3 juni 2024 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen voorgelegd aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgele-genheid over de brief van 15 maart 2024 inzake de Kabinetsreactie op hetrapport Onafhankelijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheids-stelsel (Kamerstuk 26 448, nr. 749).De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 3 juni 2024.Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.De fungerend voorzitter van de commissie,L. de JongAdjunct-griffier van de commissie,Meester-Schaap kst-26448-758ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7581 1. Kunt u een uiteenzetting geven van de te verwachten kosten pervoorgestelde maatregel uit het rapport?AntwoordDe voorgestelde maatregelen in de Wet WIA zijn doorgerekend door hetMinisterie van SZW op verzoek van de commissie OCTAS. In het rapportis als bijlage 7.4 (p. 97) een tabel opgenomen met de budgettaire effectenvan de diverse maatregelen in de variant «Huidig stelsel beter» tenopzichte van het huidige arbeidsongeschiktheidsstelsel. Zoals aangegevengaat het hier om de structurele bedragen en zijn voor de meeste maatre-gelen alleen de eerste-orde effecten meegenomen. Er is geen rekeninggehouden met gedragseffecten en interactie-effecten tussen de maatre-gelen. De financiële effecten van de andere twee varianten zijn in debetreffende hoofdstukken beschreven. De meeste maatregelen in dezetwee varianten vergen nadere uitwerking voordat de financiële effectenkunnen worden geraamd.Bij de nadere uitwerking van de afzonderlijke maatregelen binnen devarianten zal eveneens een raming van de verwachte kosten wordenweergegeven. Gedragseffecten en interactie-effecten worden daarbij,waar relevant, noodzakelijk en mogelijk, meegenomen worden in deberekening.2. Het kabinet spreekt in haar reactie van hardheden, welke hardhedenidentificeert het kabinet zelf?AntwoordIn het Coalitieakkoord «Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar detoekomst» van 15 december 2021 heeft dit kabinet zich tot doel gesteldhardheden uit de Wet WIA weg te nemen, met oog voor uitvoerbaarheid,betaalbaarheid en uitlegbaarheid. Ik heb sinds mijn aantreden geconsta-teerd dat het stelsel voor ziekte en arbeidsongeschiktheid moeilijkuitlegbaar is geworden voor hen die ervan afhankelijk zijn en ook voor deuitvoering. Daarnaast heb ik vastgesteld dat er veel momenten zijnwaarop kleine wijzigingen in iemands situatie grote gevolgen kunnenhebben, bijvoorbeeld of er wel of geen recht ontstaat op een uitkering(zogenaamde 0/1 of binaire momenten).Ik heb in augustus 2022 in mijn Kamerbrief «Aanpak mismatch sociaal-medisch beoordelen en hardheden WIA» mijn aanpak daartoe gepresen-teerd. In die brief verwees ik onder andere naar hardheden zoals die doorCNV, FNV en VCP in het «witboek hardheden in de WIA» zijn gepresen-teerd en naar het onderzoek van het bureau Panteia naar hardvochtigeeffecten in de participatiewet, de UWV-wetten (waaronder de Wet WIA) enhet persoonsgebonden budget (pgb)1. Zoals in de brief van augustus 2022aangegeven, raakt een deel van deze gesignaleerde hardheden de kernvan het stelsel. Dat was dan ook één van de aanleidingen om OCTAS in testellen.De aanpak van knelpunten in de uitvoering en wet- en regelgeving heeftdoorlopend mijn aandacht. De afgelopen periode heb ik u geïnformeerdover diverse wijzigingen in de dienstverlening en wet- en regelgeving. Zois er (tijdelijk) dienstverlening aan volledig arbeidsongeschikten (IVA enWajong DGA) beschikbaar en worden zij, als zij gaan werken, niet om diereden herbeoordeeld. Ook aan het terugvorderingsbeleid wordenwijzigingen voorbereid om meer ruimte te bieden aan de uitvoerder omrekening te houden met de individuele gevolgen van de terugvordering.1Panteia, Hardvochtige effecten op burgers door knelpunten in (uitvoering) wet- en regelgevingbinnen de sociale zekerheid, 20 juni 2022 (https://open.overheid.nl/documenten/ronl-170e916e22773b9fd6a22315b68108a7702fbafa/pdf)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7582 En in het kader van pro-actieve dienstverlening worden wijzigingen aande Wet SUWI voorbereid om door betere informatie-uitwisseling aanverzekerden een betere dienstverlening te kunnen bieden.Daarnaast zijn er in overleg met de sociale partners WIA- onderwerpenvastgesteld waarover is doorgesproken (CBBS, verrekenen, daglonen).Een maatregel om het negatieve effect op de hoogte van het dagloondoor de toekenning van een WW-uitkering in de WIA-referteperiode wegte nemen, zal naar verwachting per 1 januari 2025 in werking treden.3. Hoe komt iemand met een lage vervolguitkering in het huidige stelseltot het sociaal minimum? Op welke andere regelingen maakt iemandaanspraak? In hoeverre speelt hierbij mee of iemand een partner ofvermogen heeft?AntwoordWanneer een verzekerde in het huidige stelsel een vervolguitkeringontvangt en het totale gezinsinkomen onder het sociaal minimum valt,kan diegene een aanvullende toeslag vanuit de Toeslagenwet aanvragen.Om recht te hebben op de aanvullende toeslag wordt gekeken naar hettotale gezinsinkomen, dus ook of er een partner is (en eventueel kinderenonder 12 jaar) en wat de leeftijd en inkomsten van deze partner zijn. DeToeslagenwet kent geen vermogenstoets.Als er geen recht is op de aanvullende toeslag vanuit de Toeslagenwet ofals deze onvoldoende is (bijvoorbeeld wegens maximering op hetdagloon) kan men een aanvullende bijstandsuitkering aanvragen. DeParticipatiewet kent een toets op partnerinkomen en daarnaast eenvermogenstoets.4. Welke verbeteringen ziet het kabinet in de voorstellen van Onafhanke-lijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS) vooroproepkrachten, uitzendkrachten en andere mensen die een flexibelearbeidsovereenkomst hadden die na het einde van hun flexcontract in devangnet ziektewet belanden?AntwoordWerkenden zonder vaste arbeidsovereenkomst met een werkgever komenbij langdurige ziekte of arbeidsongeschiktheid in de regel in de Ziektewetterecht (zogenaamde vangnetters). OCTAS doet in haar variantenverschillende voorstellen voor mensen die een uitkering ontvangen vanuitde Ziektewet (ZW) en vanuit daar instromen in de Wet WIA. Zo stelt zij inalle drie de varianten voor dat mensen in de Ziektewet intensieverbegeleid moeten worden naar werk. Ook adviseert zij dat de dagloonbere-kening met betrekking tot loonloze tijdvakken in de Wet WIA gelijkgesteldmoet worden met die in Ziektewet en de Werkloosheidswet (WW). Dit zoude situatie voorkomen dat mensen in de Wet WIA een lagere uitkeringkrijgen dan in de Ziektewet doordat in beide regelingen anders wordtomgegaan met periodes zonder loon in het jaar voorafgaand aan hetintreden van de arbeidsongeschiktheid. Dit kan vooral voor mensen dievanuit de WW, via de ZW, instromen in de Wet WIA tot moeilijk uitlegbareverschillen leiden. Op dit moment is een wijziging in voorbereiding dieervoor zorgt dat mensen die door de toekenning van een WW-uitkeringeen periode geen loon hadden in het jaar voorafgaand aan hunziekmelding, daar geen nadeel meer van ondervinden. De Centrale Raadvan Beroep heeft hier ook uitspraak over gedaan.2Verder geeft OCTAS aan dat de verlaging van de arbeidsongeschiktheids-drempel in variant «Huidig stelsel beter» voor betere ondersteuning zorgtvoor mensen die vanuit een flexibel contract arbeidsongeschikt worden.2ECLI:NL:CRVB:2023:2202Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7583 5. Welke verbeteringen ziet het kabinet in de voorstellen van OCTAS voorde mensen die vanuit de Werkloosheidswet (WW) arbeidsongeschiktworden per stelsel?AntwoordPersonen die vanuit de WW arbeidsongeschikt worden komen gedurendede eerste twee ziektejaren in aanmerking voor de Ziektewet, voordat zijeen WIA-aanvraag kunnen doen. OCTAS doet in alle drie de variantenvoorstellen die betrekking hebben op personen met een Ziektewetuit-kering, zoals intensievere dienstverlening naar werk en meer harmonisatievan de dagloonvaststelling van de WW, ZW en de Wet WIA. Zie hiervoorook het antwoord op vraag 4.6. Klopt het dat in de varianten «Werk staat voorop» en «Basis voorwerkenden» de arbeidsongeschiktheidsdrempel eveneens verlaagd kanworden naar 25%?AntwoordOCTAS heeft ervoor gekozen om in de varianten «Werk staat voorop» en«Basis voor werkenden» geen wijziging van de arbeidsongeschiktheids-drempel voor te stellen. Daarbij geeft de commissie wel aan dat diversehoogtes van de drempel voor een arbeidsongeschiktheidsuitkeringmogelijk zijn. Een lagere drempel is dus ook bij de andere variantenmogelijk. Voor alle varianten geldt dat dit zal leiden tot een extra instroomvan mensen in de uitkering, wat invloed heeft op de uitvoerbaarheid enbetaalbaarheid van het stelsel en daarmee de balans tussen de diversemaatregelen in een variant. Bij de nadere uitwerking van de maatregelenzal in de berekening van de kosten rekening worden gehouden met dedrempelverlaging van verschillende percentages (25% en 15%) in allevarianten, conform de Motie Van Kent over dit onderwerp (Kamerstuk26 448, nr. 659) en de aan u gedane toezegging in het CommissiedebatArbeidsongeschiktheid van 24 april 2024.7. Wat is in het huidige stelsel het verschil tussen de Inkomensvoor-ziening Volledig duurzaam Arbeidsongeschikten (IVA) en de Werkher-vatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten (WGA) 80–100 ten aanzien vankeuring en inkomen?AntwoordIn het huidige stelsel is ten aanzien van de vaststelling van de mate vanarbeidsongeschiktheid het verschil tussen IVA en WGA gelegen in debeoordeling van de duurzaamheid van de beperkingen. De beoordelingvan de resterende verdiencapaciteit is hetzelfde. Wanneer blijkt dat deverzekerde meer dan 80% inkomensverlies heeft, wordt er een aanvul-lende beoordeling uitgevoerd naar de duurzaamheid van de beperkingen.Wanneer deze duurzaamheid wordt aangenomen, is er recht op eenIVA-uitkering. Wanneer er geen sprake is van duurzaamheid, is er recht opeen WGA-uitkering (80–100% arbeidsongeschikt).Het verschil in hoogte van de uitkering tussen IVA en WGA is als volgt.Vanaf het moment van toekenning van de IVA-uitkering (dit kan per eindewachttijd zijn, maar ook op een eerder of later moment) bedraagt deIVA-uitkering 75% van het WIA-maandloon. Eventuele inkomsten wordenverrekend met de IVA-uitkering. De WGA-uitkering bedraagt vanaf de 1euitkeringsdag gedurende maximaal 24 maanden (de loongerelateerdeuitkeringsduur) 70% van het WIA-maandloon (met verrekening vaneventuele inkomsten). Na deze periode start de vervolgfase. De hoogtevan de WGA-uitkering is gedurende deze fase afhankelijk van iemandsresterende verdienvermogen en in hoeverre deze wordt benut. Voor deuitkeringsgerechtigde die volledig arbeidsongeschikt wordt geachtTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7584 (80–100%) bedraagt de WIA-uitkering 70% van het WIA-maandloon minusdat inkomen.8. In hoeverre is het gebruikelijk bij een inkomensverzekering om bij deberekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage het laatstverdiendeloon te maximeren op maximum dagloon, zoals in het rapport wordtvoorgesteld?Verder geeft OCTAS aan dat deze groep dat zou kunnen bijverzekeren, ishet volgens u mogelijk om deze verlaging van de maatman (dus nietdagloon) te verzekeren? Hoe werkt dat met de premiebetaling?AntwoordOm te bepalen wat gebruikelijk is in de vormgeving van publiekeinkomensverzekeringen, ligt een vergelijking met andere landen het meestvoor de hand. De vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheidvindt in andere landen op veel verschillende manieren plaats.3 DeNederlandse wijze van vaststellen van het verlies in verdiencapaciteit isredelijk uniek. Een vergelijking met andere stelsels, waar binnen eenmaximering geldt op het laatst verdiende loon voor het vaststellen vanhet recht op uitkering, is daarom moeilijk te maken. De maximering vanhet maatmanloon betreft een fundamentele wijziging van de huidigemanier waarop de hoogte van de uitkering wordt bepaald. Het is dan ookvan belang om dit zorgvuldig te onderzoeken. De gestelde vragen zal ikbetrekken bij de nadere uitwerking van deze maatregel.9. In hoeverre zou het in het rapport van OCTAS voorgestelde arbeidson-geschiktheidspercentage van 25% de Nederlandse situatie in overeen-stemming brengen met het International Labour Organization(ILO)-verdrag?AntwoordOCTAS doet voorstellen waarmee het arbeidsongeschiktheidspercentagezou worden verlaagd en het onderscheid tussen de WGA- en IVA-uitkeringopgeheven zou worden. Deze voorstellen vergen nadere uitwerking. Deprecieze gevolgen voor de Nederlandse situatie in relatie tot hetILO-verdrag 121 kan pas na nadere uitwerking en besluitvorming over deOCTAS-varianten worden bezien. In een Kamerbrief uit 20114 is hetstandpunt van het kabinet ten aanzien van de opmerkingen van de ILOover de Wet WIA beschreven.10.Hoeveel mensen extra zullen er door de drempelverlaging naar 25% inde Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) komen? En hoeveelzullen zij er financieel op vooruit gaan?AntwoordIn 2021 heeft het CPB op verzoek van het Ministerie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid een analyse gedaan van de effecten van het verlagenvan de WIA-drempel. Het CPB schat in dat een verlaging van de drempelvan 35% naar 25% ertoe leidt dat het aantal personen met een WIAuiteindelijk structureel stijgt met 41.000.Of en hoeveel deze mensen er financieel op vooruit gaan door het rechtop een WIA-uitkering, is niet in algemene zin te beantwoorden. In principegaat deze groep mensen er financieel op vooruit, maar er zijn situatiesdenkbaar waarin de financiële situatie gelijk blijft. Dit hangt bijvoorbeeldaf van of zij inkomsten hebben uit arbeid die verrekend worden met deuitkering of een aanvullende uitkering uit de Participatiewet of WWontvangen.3Internationale inventarisatie van arbeidsongeschiktheidsstelsel, UWV 20234Kamerstukken II, 2010–2011, 29 427, nr. 70.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7585 Een nadere analyse van de mogelijke effecten van de verschillendemaatregelen binnen de door OCTAS geschetste varianten, is onderdeelvan de ambtelijke uitwerking die ik heb aangekondigd in de kabinetsre-actie op het rapport van OCTAS.5 Deze uitwerking wordt momenteeluitgevoerd. Het streven is om deze in het najaar van 2024 af te ronden.11. In hoeverre wordt met de verlaging naar 25-min voldaan aan hetILO-verdrag 121?AntwoordZie de beantwoording van vraag 9.12. Kan worden weergegeven hoeveel mensen die nu in de IVA zitten erfinancieel op achteruit gaan?AntwoordHet in kaart brengen van de effecten van de verschillende maatregelenbinnen de door OCTAS geschetste varianten is onderdeel van deambtelijke uitwerking die momenteel plaatsvindt. Daarbij is eveneensaandacht voor de mogelijkheden rondom overgangsrecht voor uitkerings-gerechtigden die in het huidige stelsel bepaalde aanspraken hebben,welke door wetswijzigingen kunnen wijzigen.13. Wat zijn de inkomensgevolgen voor een individu van het afschaffenvan de IVA?AntwoordZie de beantwoording van vraag 12.14. Leidt het afschaffen van de IVA ertoe dat mensen ook onder de(re-integratie)verplichtingen van de WGA gaan vallen? Zo ja, welke?AntwoordDe effecten van de verschillende maatregelen en mogelijke keuzes binnende door OCTAS geschetste varianten zijn onderdeel van de ambtelijkeuitwerking die momenteel plaatsvindt. Daarbij is eveneens aandacht voorre-integratie in de verschillende onderdelen van de geschetste maatre-gelen. OCTAS wijst onder andere in de beschrijving van de variant«Huidig stelsel beter» erop dat ten aanzien van de re-integratie, naast deprofessionele inschatting van de dienstverlener, de behoefte van deaanvrager centraal moet komen te staan.15. Constaterende dat het kabinet schrijft dat re-integratie een belangrijkdoel is en dat OCTAS stelt dat in het stelsel «Werken staat voorop» geldtdat in branches met lage lonen weinig prikkel voor werkgevers bestaat omte werken aan re-integratie, omdat een aanvullende verzekering met danniet nodig premiedifferentiatie is, onderzoekt het kabinet dit mogelijkegebrek aan een prikkel tot re-integratie?AntwoordJa, de effecten van de verschillende maatregelen binnen de door OCTASgeschetste varianten zijn onderdeel van de ambtelijke uitwerking diemomenteel plaatsvindt. De wijze waarop re-integratie wordt vormgegevenen hoe verschillende partijen ertoe bewogen kunnen worden zichoptimaal in te spannen voor de re-integratie, is onderdeel van dezeuitwerking.5Kamerstukken II, 2023–2024, 26 448, nr. 749.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7586 16. Onderzoekt het kabinet de door OCTAS aangedragen mogelijkheid om35-minners en mensen in de WIA met een WGA-uitkering onder debanenafspraak te laten vallen?AntwoordJa, de mogelijkheid om WIA-gerechtigden onder de banenafspraak telaten vallen is onderdeel van de ambtelijke uitwerking die momenteelplaatsvindt.17. Onderzoekt het kabinet binnen de uitwerking voor de groep jongge-handicapten en mensen zonder recent arbeidsverleden de mogelijkheidvan een verlichte bijstand, dus bijstand zonder partnertoets, vermogens-toets en kostendelersnorm? Onderzoekt het kabinet de door OCTASaangedragen mogelijkheid om gemeenten financiële prikkels te geven omniet-uitkeringsgerechtigden (nuggers) actief te begeleiden?AntwoordJa. De probleemanalyse van de OCTAS liet zien dat de Participatiewetonvoldoende perspectief biedt voor mensen zonder of met een beperktarbeidsvermogen. Hier heeft de commissie geen uitlegbare, betaalbare enuitvoerbare oplossing voor gevonden. De commissie is van mening dat deondersteuning passend moet worden gemaakt voor deze groep enadviseert dat deze problematiek in een apart traject opgepakt wordt. Ditzal gebeuren binnen spoor 2 van het programma Participatiewet inbalans, het onderdeel dat kijkt naar de mogelijkheden voor een funda-mentele herziening van de Participatiewet. De Minister voor Armoede-beleid, Participatie en Pensioenen zal in dit programma nadrukkelijk kijkennaar de positie van arbeidsongeschikten binnen de Participatiewet. Optiesvoor een «verlichte bijstand» worden daarbij ook in beschouwinggenomen. Binnen spoor 2 van het programma Participatiewet in balanszal ook aandacht zijn voor de positie van niet-uitkeringsgerechtigden.18. Kunt u aan de hand van berekeningen laten zien hoe de door OCTASin varianten omschreven bijverdiengrens van 30% bovenop de uitkeringzich verhoudt tot het recht op toeslagen?AntwoordOCTAS beschrijft net als in het huidig stelsel dat 30% van het inkomenwordt vrijgelaten c.q. dat 70% van het genoten inkomen wordt verrekendmet de uitkering.Stel dat iemand een arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt endaarnaast recht heeft op een zorgtoeslag of huurtoeslag. Wanneer dezepersoon gedeeltelijk gaat werken, wordt dit inkomen deels verrekend metde arbeidsongeschiktheidsuitkering. Doordat een gedeelte van hetinkomen uit arbeid wordt vrijgelaten (de bijverdiengrens van 30%), neemthet totale inkomen van deze persoon toe ten opzichte van toen alleen eenarbeidsongeschiktheidsuitkering werd genoten. Doordat het totaleinkomen toeneemt, kan het voorkomen dat de hoogte van de toeslagen,zoals zorg- of huurtoeslag, afneemt.De hoogte van toeslagen hangt af van onder andere het toetsingsin-komen, de samenstelling van het huishouden en vermogen. Ook binnende groep mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering bestaat eengrote verscheidenheid aan deze karakteristieken. Een goede weergave vanhet recht op toeslagen met voorbeeldberekeningen vergt een uitgebreideanalyse, die onderdeel zal zijn van de ambtelijke uitwerking van de doorOCTAS geschetste varianten.19. Komt de door OCTAS ingeschatte uniforme premie van 5,5% voorzelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) in de variant «Huidig stelselbeter» overeen met de inschattingen van het kabinet wat betreft deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7587 hoogte van de premie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voorzzp’ers in eerdere eigen uitwerkingen van het kabinet?AntwoordDe raming voor de variant «Huidig stelsel beter» is gebaseerd op dezelfdemethodes als ramingen voor andere uitwerkingen van een arbeidsonge-schiktheidsverzekering voor zelfstandigen. De vormgeving van deverplichte arbeidsongeschiktheidsverzekering die het kabinet nu uitwerkt,wijkt af van die van de vorm die OCTAS noemt (denk bijvoorbeeld aankring van verzekerden, arbeidsongeschiktheidscriterium, maximalehoogte van de uitkering en wachttijd). Dat leidt in principe ook tot eenander premiepercentage.20. Hoeveel mensen in de WGA hebben op papier arbeidscapaciteit maarwerken toch niet? Kunt u dit weergeven in absolute aantallen en alspercentages van het geheel?AntwoordVan de ruim 253.000 mensen in de WGA in 20236 hebben bijna 178.000mensen (ruim 70%) vrijwel geen restverdiencapaciteit (WGA 80/100). Vande 75.000 gedeeltelijk arbeidsgeschikte mensen in de WGA 35/80 benuttencirca 1.100 mensen (circa 0,40% van het geheel) de restverdiencapaciteitvolledig en circa 36.500 mensen (ruim 14% van het geheel) de resterendeverdiencapaciteit gedeeltelijk. Ruim 35.000 mensen (zo’n 14% van hetgeheel) benutten de restverdiencapaciteit helemaal niet.21. Gaat het kabinet in de uitwerking van «Werk staat voorop» en «Basisvoor werkenden» ook een variant uitwerken waarin het stelsel wordtverruimd naar alle mensen met een arbeidsbeperking?AntwoordAlle varianten van OCTAS laat ik ambtelijk nader uitwerken binnen dekaders die OCTAS bij de varianten heeft geschetst. Na deze uitwerkingbekijk ik samen met de Minister voor Armoedebeleid, Participatie enPensioenen of de varianten verruimd zouden moeten worden naar allemensen met een arbeidsbeperking. De Minister voor Armoedebeleid,Participatie en Pensioenen onderzoekt met haar programma Participa-tiewet in balans, spoor 2 of er een uitvoerbare, betaalbare en uitlegbarevariant voor jonggehandicapten, mensen zonder arbeidsverleden metbeperkt of geen arbeidsvermogen gevonden kan worden. Zie hiervoor ookde antwoorden op vragen 17, 93 en 98.22. In het stelsel «Basis voor werkenden» wordt gesproken van eenbasisverzekering, maar deze heeft veel kenmerken van een voorziening,gaat het kabinet in de uitwerking tevens een variant onderzoeken waar debasisverzekering daadwerkelijk functioneert als een verzekering, inclusiefpremiedifferentiatie?AntwoordNee, de uitwerking beperkt zich in principe tot de kaders die OCTAS bij devarianten heeft geschetst.23. Scenario twee is doorgerekend, maar ziet er rooskleurig uit met bijnaallemaal volledig groene balkjes, kunt u meer gedetailleerd aangevenwaarom dit stelsel zo groen uitpakt voor deze (fictieve) personen? Is ereen voorkeur voor een van deze scenario’s?Antwoord6UWV Kwantitatieve informatie 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7588 In de variant «Werk staat voorop» kunnen volgens OCTAS de ervarenhuidige complexiteit en de hardheden gedeeltelijk worden opgelost. Allevarianten worden nu goed uitgewerkt, derhalve is er nu nog geenvoorkeur te geven aan één van deze varianten.24. Hoe lang denkt u dat het duurt om variant een van OCTAS in tevoeren?AntwoordDe ambtelijke uitwerking van de verschillende maatregelen binnen devariant «Huidig stelsel beter» vindt momenteel plaats. Dat geldt ook voorde andere varianten. Daarna is het aan een volgend kabinet om een keuzete maken. Hierna kan de wetgevingsprocedure gestart worden. Afhankelijkvan het moment van uitvoerbaarheid van de variant zal duidelijk moetenworden wanneer deze ingevoerd kan worden.25. Hoe lang denkt u dat het duurt om variant twee van OCTAS in tevoeren?AntwoordZie het antwoord op vraag 24.26. Hoe lang denkt u dat het duurt om variant drie van OCTAS in tevoeren?AntwoordZie het antwoord op vraag 24.27. Kan er een ruwe kosteninschatting gegeven worden van het invoerenvan variant twee en van variant drie van OCTAS?AntwoordHet is afhankelijk van de nadere uitwerking van de varianten wat hetbudgettaire effect van de variant «Werk staat voorop» en «Basis voorwerkenden» zal worden. Op basis van de eerste inzichten becijferdeOCTAS dat de variant «Basis voor werkenden» ongeveer € 300 miljoenduurder zou uitvallen dan variant 1 «Huidig stelsel beter». Een preciezeraming van beide varianten is onderdeel van de nadere uitwerking diemomenteel plaatsvindt.28. Is het mogelijk om een combinatie van twee scenario’s (twee en drie)te pakken? Hoe kijkt u hier tegenaan?AntwoordOCTAS heeft in haar eindrapport pakketten van maatregelen ter verbe-tering van het stelsel samengesteld. Dat zijn de varianten met oplossings-richtingen geworden. Er zit logische samenhang in die varianten, dus ikbeschouw ze ook als zodanig. Op dit moment worden de variantenambtelijk nader uitgewerkt en daarbij worden de maatregelen dieonderdeel zijn van de verschillende varianten ook los van elkaarbeschreven. Daarna kan dus ook worden bezien of bepaalde maatregelenook buiten de context van de maatregel, toepasbaar zouden kunnen zijnen kan ertoe besloten worden om onderdelen van de varianten uit tewisselen.29. Gaat u bij het ambtelijk uitwerken van de drie varianten ook de korte-en lange termijn baten en lasten concreet uitwerken?AntwoordTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 7589 Beschrijving van de financiële gevolgen op korte en lange termijn van devarianten is onderdeel van de nadere uitwerking.30. Wordt bij het uitwerken van de varianten ook rekening gehouden methet eventueel combineren van (onderdelen van) varianten?AntwoordZie het antwoord op vraag 28.31. Hoeveel mensen hebben een WIA-uitkering?AntwoordIn de bijlage van het UWV jaarverslag 2023 is weergegeven dat in 2023422.850 personen een WIA-uitkering ontvingen7.32. Hoeveel mensen hebben een WGA-uitkering?AntwoordIn de bijlage van het UWV jaarverslag 2023 is weergegeven dat in 2023253.003 personen een WGA-uitkering ontvingen8.33. Hoeveel mensen hebben een IVA-uitkering?AntwoordIn de bijlage van het UWV jaarverslag 2023 is weergegeven dat in 2023169.847 personen een IVA-uitkering ontvingen9.34. Kunt u de ontwikkeling van het aantal verzekeringsartsen en het tekortaan verzekeringsartsen sinds 2010 weergeven?AntwoordOm deze vraag te beantwoorden is gebruik gemaakt van data van UWVbetreffende de gerapporteerde FTE in de divisierapportage SMZ (SociaalMedische Zaken) ultimo december van het betreffende jaar. UWV heeftdivisierapportages vanaf 2016 en dit geeft een duidelijk beeld van hettekort aan verzekeringsartsen. Te zien is dat vanaf 2019 het verwachteaantal verzekeringsartsen (inclusief AIOS en ANIOS en externe inhuur) (VAbegroot) voor het eerst lager is dan het werkelijke aantal verzekerings-artsen (inclusief AIOS en ANIOS en externe inhuur) (VA realisatie). Omdatde mismatch tussen de vraag naar en het aanbod van sociaal medischebeoordelingen en de betrokkenheid van de verzekeringsarts voor 2015niet bestond, is er geen relevant overzicht van de jaren daarvoor.35. Hoeveel verzekeringsartsen gaan er de komende jaren met pensioen?Hoeveel verzekeringsartsen komen er jaarlijks bij?AntwoordVoor het beantwoorden van de vraag hoeveel verzekeringsartsen er dekomende jaren met pensioen gaan, heeft UWV een uitdraai gemaakt perjanuari 2024 en gekeken in welk jaar de verzekeringsarts de pensioenge-7UWV Kwantitatieve informatie 20238UWV Kwantitatieve informatie 20239UWV Kwantitatieve informatie 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75810 rechtigde leeftijd bereikt. Uit de tabel blijkt overigens ook dat er verzeke-ringsartsen zijn die na hun pensioengerechtigde leeftijd blijvendoorwerken.De vraag over hoeveel verzekeringsartsen er jaarlijks bij komen, kan optwee manieren beantwoord worden. Als het gaat om de nieuwe instroom,dan is onderstaand het beeld van de afgelopen jaren. Daar staattegenover dat UWV te maken heeft met uitstroom. In 2023 was deinstroom hoger dan de uitstroom. In de jaren 2020–2022 was hettegenovergestelde het geval, de uitstroom was hoger dan de instroom.InstroomUitstroomSaldo2023120912920229095– 5202173108– 35202095120– 25 Als de vraag is hoeveel geregistreerde verzekeringsartsen (exclusief AIOSen ANIOS en externe inhuur) er jaarlijks bij UWV in dienst komen, danstaat in onderstaande tabel het aantal FTE’s in dienstverband bij UWV.Vanaf 2023 is de geregistreerde capaciteit voor het eerst sinds jaren ietsgegroeid i.p.v. gedaald.Verzekeringsartsen in ftein dienstverband1-1-2024351,91-1-2023343,01-1-2022350,41-1-2021367,11-1-2020387,6 36. Hoeveel mensen werken er bij het Uitvoeringsinstituut Werknemers-verzekeringen (UWV)?AntwoordIn de bijlage van het UWV jaarverslag 2023 is weergegeven dat op31 december 2023 er 21.960 medewerkers in dienst waren bij UWV10.37. Scenario twee en drie hebben een horizon van vijf jaar voor imple-mentatie, in één en twee zitten verschillende oplossingen die wellichteerder al geïmplementeerd zouden kunnen worden, bent u bereid na tedenken over zo’n korte termijn pakket?AntwoordIn de ambtelijke uitwerking die momenteel plaatsvindt worden de diverseindividuele maatregelen die worden geschetst in het OCTAS-advies naderuitgewerkt. Hierbij is ook aandacht voor het tijdpad voor implementatie.Het maken van keuzes over individuele maatregelen of pakketten vanmaatregelen is aan het nieuwe kabinet.10UWV Kwantitatieve informatie 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75811 38. Wat besteden overheden gezamenlijk per jaar aanre-integratieprojecten voor mensen die in de WIA zitten?AntwoordRe-integratiediensten voor WIA-gerechtigden worden ingekocht doorUWV vanuit het re-integratiebudget AG dat door het Ministerie vanSociale Zaken en Werkgelegenheid beschikbaar is gesteld.Re-integratieondersteuning bestaat uit gesprekken metUWV-professionals en inkoop van re-integratietrajecten bijre-integratiebedrijven. In 2023 heeft UWV in totaal € 33.195.625 besteedaan 11.415 ingekochte re-integratiediensten voor WIA-gerechtigden. In2022 was het bestede budget € 30.415.021 aan 10.036 ingekochtere-integratiediensten voor WIA-gerechtigden.11Naast re-integratiediensten voor WIA-gerechtigden worden vanuit hetre-integratiebudget AG ook re-integratiediensten ingekocht voor gerech-tigden van Wajong, WAZ, Ziektewet en WW (WIA 35-min). Het totalebestede budget aan re-integratiediensten voor alle wetten bedroeg in2023 € 98.021.123 en in 2022 € 92.432.589.39. Is het realistisch om het aantal verzekeringsartsen binnen vier jaar opte schalen naar een niveau waarmee alle knelpunten in de WIA zijnopgelost? Hoeveel zou dit kosten?AntwoordHet is niet realistisch dat de knelpunten in de Wet WIA in een relatief korteperiode van vier jaar geheel kunnen worden opgelost door het opschalenvan het aantal verzekeringsartsen. Dit komt doordat er een tekort is aanartsen voor arbeids- en bedrijfsgeneeskunde (verzekeringsartsen enbedrijfsartsen). Gezien het al langer bestaande tekort aan medewerkers inde gehele sector, is sterk opschalen van het aantal verzekeringsartsengeen realistische oplossing. Ook de opleidingsduur tot verzekeringsartsspeelt hierin mee. Omdat deze meerdere jaren kost, is het gesteldetijdsbestek van vier jaar ook te kort om effecten te kunnen vaststellen.Daarom is het belangrijk dat de focus niet alleen ligt op het vergroten vanhet aantal verzekeringsartsen, maar ook wordt gekeken naar mogelijk-heden om beoordelingscapaciteit vrij te spelen binnen de beschikbaregroep verzekeringsartsen. OCTAS heeft terecht ook met deze bril gekekennaar oplossingsrichtingen.40. Kunt u een schematisch overzicht geven van alle kortetermijnmaatre-gelen die getroffen zijn om knelpunten in de WIA te verhelpen? Kunt uhierbij per maatregel ook vermelden of deze geëvalueerd is en/of deeffectiviteit ervan bekend is?AntwoordIk zet mij er continu voor in om verschillende gesignaleerde knelpunten inde WIA op te lossen, waar relevant samen met UWV. De knelpunten-brieven van UWV, waarin ook telkens wordt aangegeven wat de stand vanzaken ten aanzien van eerdere knelpunten is, geven hier een overzichtvan12.Zo hebben het kabinet en UWV allerhande kortetermijnmaatregelengenomen met als doel om de mismatch tussen de vraag naar en hetaanbod van sociaal-medische beoordelingen terug te dringen. Ik heb uwKamer recent nog een voortgangsbrief hierover gestuurd13.11UWV Jaarverslag 2023, deel 212Kamerstukken II, 26 448, nr. 71713Kamerstukken II, 26 448, nr. 756Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75812 De maatregelen waar het om gaat zijn:–Procesoptimalisatie bij UWV, waaronder de implementatie van SociaalMedische Centra (SMC’s). In de eerste helft van 2024 zal een tweedeevaluatie plaatsvinden, die UWV verwacht in het derde kwartaal van2024 op te leveren.–De opvolging van de uitkomsten van de doorlichting van het WIA-claimproces door EY. Deze aanbevelingen zijn verwerkt in een plan vanaanpak. De verbeteringen sluiten aan bij al eerder ingezette maatrege-len en initiatieven zoals bijvoorbeeld de oproep (Kamerbrief van28 april 2023) om verzekeringsartsen maximaal te faciliteren om mettaakdelegatie en -ondersteuning te (gaan) werken.–De tijdelijke vereenvoudigde WIA-claimbeoordeling zonder inzetverzekeringsarts voor 60-plussers. UWV heeft in 2023 9.000 60-plussersgeholpen via de vereenvoudigde beoordeling. Zo’n 99% van dewerknemers en werkgevers stemmen in met de toepassing van demaatregel. En de cliënttevredenheid over de dienstverlening is hoog.De maatregel is verlengd tot 1 januari 2025.–Door effectievere uitvoering van de Eerstejaarsziektewetbeoordelingen(EZWB) worden deze beoordelingen binnen de Ziektewet zo gerichtmogelijk ingezet; niet meer standaard na één jaar ziekte, maar op hetmoment waarop de kans op uitstroom het grootst is.–Verbeterde voorlichting en dienstverlening in de voorschotperiode.UWV heeft verschillende momenten ingeregeld waarop mensen diewachten op een claimbeoordeling voorlichting krijgen over devoorschotperiode en een aanbod voor re-integratiedienstverleningontvangen. Ook is er een mogelijkheid om gebruik te maken van eenno-riskpolis voordat de verlate WIA-claimbeoordeling heeft plaatsge-vonden (i.r.t. motie de Kort) (Kamerstuk 26 448, nr. 705).–UWV heeft het in 2023 voor sociaal-medisch professionals mogelijkgemaakt om tijdelijk over te werken. De overwerkafspraken hebben in2023 geleidt tot een groot aantal extra beoordelingen (circa 4.200). Deoverwerkafspraken zijn daarom verlengd tot 1 juli 2024.Ter illustratie noem ik hier ook de voorgenomen wijziging van hetDagloonbesluit werknemersverzekeringen, om het negatieve effect op dehoogte van de uitkering dat kan ontstaan wanneer iemand vanuit de WWinstroomt in de WIA weg te nemen. Wanneer iemand in de periodevoorafgaand aan de ziekmelding een WW-uitkering ontvangt, kan datleiden tot een periode waarin geen inkomen is ontvangen; eenzogenaamd «loonloos tijdvak». Zo’n loonloos tijdvak kan een verlagendeffect hebben op het dagloon, op basis waarvan de uitkeringshoogtewordt bepaald. Hierover heeft de centrale raad van beroep op29 november 2023 ook een uitspraak gedaan. Het streven is om devoorgenomen wijziging van het Dagloonbesluit werknemersverzekeringenper 1 januari 2025 in werking te laten treden. UWV handelt vooruitlopenddaarop al naar de uitspraak van de rechter voor mensen die nu instromenin de WIA.41. Kunt u aangeven welke wijzigingen er moeten worden ingevoerd omde WIA en het arbeidsongeschiktheidsstelsel in brede zin te laten voldoenaan de standaarden van de International Labour Organisation? Kunt uhierbij ook aangeven hoeveel kosten hiermee gemoeid zouden zijn?AntwoordZie de beantwoording van vraag 9.42. Is het correct om aan te nemen dat op basis van de OCTAS-aanbevelingen het «versoepelen» van de WIA niet voldoende is om hetstelsel structureel te verbeteren?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75813 AntwoordJa. In haar tussenrapport heeft OCTAS diverse problemen binnen hethuidige arbeidsongeschiktheidsstelsel geschetst, zowel op het gebied vande vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid, de inkomstenver-rekening als de uitvoering. OCTAS heeft in haar eindrapport aangegevendat voor alle varianten geldt dat niet alle geschetste problemen in hethuidige stelsel met hun voorstellen kan worden opgelost. Door in hethuidige stelsel aanpassingen te doen, zullen bepaalde beschrevenknelpunten dan ook blijven bestaan.43. Hoeveel mensen van het totaal aantal WIA-ontvangers komt niet inaanmerking voor arbeidskorting? Hoeveel mensen die WIA ontvangenhebben (zonder UWV-toeslagen) een inkomen onder het bestaansmi-nimum?AntwoordIn principe voldoet de WIA-uitkering niet aan de criteria om in aanmerkingte komen voor arbeidskorting. Arbeidskorting is alleen van toepassing opinkomsten voortvloeiend uit loondienst. De Belastingdienst maakt hetechter mogelijk dat werkgevers loon en uitkering samenvoegen en dewerkgever dit bedrag in één inkomensopgave uitkeert aan de werknemeren opgeeft bij de Belastingdienst. Omdat de Belastingdienst niet kan zienwelk deel uitkering en welk deel loon is, wordt over het gehele bedragarbeidskorting toegepast.Het gaat om ongeveer 11.000 uitkeringsgerechtigden (Wajong, WAO, IVA,WGA), van wie de uitkering door UWV aan de werkgever wordt betaald.Geschat wordt dat ongeveer 62% van deze 11.000 mensen eenWIA-uitkering ontvangt die aan de werkgever wordt betaald. Op welkewijze de werkgever dit opgeeft aan de Belastingdienst is niet bekend.Volgens gegevens van UWV ontvangen 45.372 uitkeringsgerechtigden eenaanvulling vanuit de Toeslagenwet boven op hun WIA-uitkering14. Vandeze mensen kan gezegd worden dat zij zonder deze TW-aanvulling eengezinsinkomen hebben onder het bestaansminimum.In deze groep zitten echter ook mensen die inclusief hun aanvulling uit deToeslagenwet een inkomen hebben beneden het sociaal minimum. Dit ishet geval als zij voor aanvang van de uitkering ook al een inkomenhadden beneden het sociaal minimum. In dat geval vult de Toeslagenwetslechts aan tot het dagloon of de grondslag.Bij de Toeslagenwet wordt uitgegaan van het gezinsinkomen. Als deuitkering van de uitkeringsgerechtigde beneden het sociaal minimum ligtmaar er zijn nog andere inkomsten of die persoon heeft een partner metinkomsten dan kan het zijn dat het totale gezinsinkomen boven het sociaalminimum is. In dat geval is er geen recht op een toeslag van UWV.Het is lastig om aan te geven hoe groot de totale groep is die zonderTW-aanvulling een inkomen heeft onder het bestaansminimum. Naast de16.000 potentiële niet-gebruikers van de Toeslagenwet vallen hier ook demensen onder die al voor de uitkering een inkomen hadden onder hetsociaal minimum en daardoor geen recht hebben op een toeslag vanUWV of recht hebben op een lagere toeslag van UWV. De omvang vandeze groep is niet bekend.Mensen met een UWV-uitkering onder het bestaansminimum hebbenmogelijk recht op bijstand op grond van de Participatiewet, mits zij aan detoegangsvoorwaarden voldoen.44. Kan de Minister inzage geven in de omvang van de onbedoeldeeffecten door ongewenste prikkels in het huidige stelsel, bijvoorbeeld datmensen zich zorgen maken over eventuele terugvordering of een14UWV Kwantitatieve informatie 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75814 financieel ongunstige wijziging naar aanleiding van een herbeoordeling,waardoor mensen soms hun capaciteiten niet durven te benutten?AntwoordDe omvang van het aantal mensen of uitkeringsgerechtigden dat zichzorgen maakt over terugvorderingen of de gevolgen van een herbeoor-deling is niet bekend. Het aantal mensen dat onzekerheid ervaart rondominkomstenverrekening ligt rond de 92%, zo blijkt uit het Panteia-rapport«Als verrekenen een beperking is» uit 2021. In haar tussenrapport15 geeftOCTAS aan dat onzekerheden over het recht op of de hoogte van deuitkering kan leiden tot inactiviteit, waardoor mensen niet in werkhervatten.45. Is het technisch mogelijk om pilots te doen, aanbevolen door OCTASom voorstellen eerst op kleine schaal te testen en te evalueren, en leidt ditniet tot ongelijkheid in de sociale zekerheid?AntwoordDe mogelijkheid tot het doen van pilots en de gevolgen daarvan kanverschillen per maatregel. Afhankelijk van de aard van de maatregel zalbekeken moeten worden welke (technische) zaken daarvoor noodzakelijkzijn, welke juridische ruimte de betreffende wet biedt om te experimen-teren en of dat leidt tot onrechtvaardige verschillen tussen (gelijke)groepen uitkeringsgerechtigden.46. Behoort het starten met pilots en experimenten om de voorstelleneerst op kleine schaal te testen en te evalueren, zoals aanbevolen doorOCTAS, tot de eerste stap die het kabinet wil zetten, namelijk hetvoorbereiden van de benodigde informatie waarvan een nieuw kabinetgebruik kan maken om tot keuzes te komen?AntwoordOp dit moment vindt de ambtelijke uitwerking plaats van de individuelemaatregelen en varianten die OCTAS in haar eindrapport heeft geschetst.Besluitvorming over wijzigingen aan het arbeidsongeschiktheidsstelsel isaan een volgend kabinet, evenals keuzes voor het uitvoeren van pilots ofexperimenten in dat kader.47. Kan per variant een (globaal) tijdspad worden gegeven vooruitwerking en uitvoering?AntwoordZie de beantwoording van de vragen 24 tot en met 26.48. Het kabinet schrijft dat OCTAS «drie verschillende varianten schetstvoor een toekomstbestendig stelsel, aangevuld met maatregelen voormensen zonder (recent) arbeidsverleden.», welke aanvullende maatre-gelen voor mensen zonder (recent) arbeidsverleden schetst OCTAS?AntwoordIn het eindrapport heeft OCTAS in hoofdstuk 6 maatregelen geschetstvoor de doelgroep van mensen zonder (recent) arbeidsverleden. Dezemaatregelen zien onder andere op re-integratie van deze doelgroep,ondersteuning bij het vinden van het juiste loket en ondersteuning aanwerkgevers om mensen uit deze doelgroep aan te nemen. Volledigheids-halve verwijs ik u naar het betreffende hoofdstuk in het eindrapport vanOCTAS.15Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 730Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75815 49. Veel flexwerkers komen aan de WIA-poort, voor veel van hen isflexwerk geen keuze, gaat de Minister onderzoeken hoe deze instroomvanuit flex verminderd kan worden?AntwoordOCTAS heeft terecht veel aandacht voor de precaire positie vanflexwerkers in ons stelsel van arbeidsongeschiktheid. Met een aantalaanbevelingen (zoals de behandeling van loonloze tijdvakken) heeftOCTAS ook speciaal oog voor deze groep. Tegelijkertijd geeft zij terechtaan dat het ook belangrijk is om te kijken naar de inrichting van dearbeidsmarkt. In april 2023 heeft dit kabinet een totaal pakket aanarbeidsmarkthervormingen16 aangeboden, met daarbij ook speciaalaandacht voor de positie van flexwerkers. Met het wetsvoorstel «Meerzekerheid flexwerkers» wordt beoogd flexwerkers meer zekerheid overwerk en inkomen te geven. Zo worden nulurencontracten afgeschaft(behalve voor scholieren en studenten), worden draaideurconstructies bijtijdelijk werk voorkomen en krijgen uitzendkrachten sneller een zekerdercontract. Dit heeft naar verwachting ook gevolgen voor de instroom in deuitkeringen, omdat werknemers hierdoor loondoorbetaling bij ziekteontvangen in plaats van hun baan verliezen en vangnetter worden. Ookzijn er minder nulurencontracten, waardoor minder mensen tussen wal enschip vallen als ze ziek worden. In hoeverre dit in de praktijk leidt totminder WIA-aanvragen op de lange termijn is niet te voorspellen.50. Welke financiële prikkels hebben een verlammend effect?AntwoordIn haar tussenrapport17 heeft OCTAS een aantal elementen uit het socialezekerheidsstelsel beschreven die voor betrokkenen tot onzekerheidkunnen leiden. Voorbeelden hiervan zijn onduidelijkheid en complexiteitvan de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling, onzekerheid rondom definanciële gevolgen van werkhervatting voor het recht op of de hoogtevan de uitkering en het totale inkomen of samenloop van regelingen. Voorde volledigheid verwijs ik u naar het tussenrapport van OCTAS18.51. Welke mogelijkheden bestaan er voor betere gegevensuitwisselingtussen betrokken partijen? Is het mogelijk voor het demissionaire kabinetom hier stappen in te zetten? Welke wetgeving, bijvoorbeeld de AlgemeneVerordening Gegevensbescherming (AVG), staat hier mogelijk aan in deweg?AntwoordDe analyse van mogelijkheden tot verbetering van de gegevensuit-wisseling tussen betrokken partijen is onderdeel van de ambtelijkeuitwerking die momenteel plaatsvindt. Of en welke relevante wetgevingdaarbij betrokken is en of en hoe deze dan aangepast moeten worden kandaarom op dit moment nog niet worden aangegeven. Eerder heb ik ugeïnformeerd over de aanpassingen in de Wet Suwi19 waarin enigestappen ten aanzien van gegevensuitwisseling worden gezet.52. De Minister geeft aan dat zij het belang van betere gegevensuit-wisseling en informatievoorziening tussen de betrokken partijen deelt,kunt u uitleggen wat u bedoelt? Hoe verhoudt dit zich tot het toestem-mingsrecht en blokkeringsrecht en de gerichte vraagstelling?16Kamerstukken II, 29 544, nr. 117617Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 73018Kamerstukken II, 26 448, nr. 73019Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 26 448, nr. 696Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75816 AntwoordOCTAS stelt dat het uitwisselen van gegevens in het huidige arbeidsonge-schiktheidsstelsel complex is en dat dat komt door de samenloop vanverschillende wet- en regelgeving. Zoals bij vraag 51 aangegeven is hetuitwerken van de mogelijkheden van de gegevensuitwisseling tussenbetrokken partijen en eventuele verbetering daarvan, onderdeel van deambtelijke uitwerking die momenteel plaatsvindt. Onderdelen zoalstoestemmingsrecht en blokkeringsrecht zullen daarbij betrokken worden.Parallel hieraan voert het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport een verkenning uit om na te gaan of aansluiting van een arbeidsge-relateerd medisch dossier op een persoonlijke gezondheidsomgeving(PGO) mogelijk is. Dit zorgt ervoor dat de bedrijfsgeneeskundigeinformatie op één plek voor werkenden verzameld wordt en de gegevensniet verloren gaan bij wisseling van werkgever, een gecontracteerdebedrijfsarts of arbodienst. Gekeken wordt of daarbij aangesloten kanworden.53. Wat wordt verstaan onder het maatmanloon?AntwoordHet maatmanloon (referentieloon) is het loon dat een uitkeringsgerech-tigde verdiende in het jaar voorafgaand aan de eerste ziektedag. Op basishiervan vindt de inkomstenvergelijking plaats in de arbeidsongeschikt-heidsvaststelling. Het verschil tussen het maatmanloon (het loon datiemand voorheen verdiende) en het loon dat met algemeen geaccep-teerde arbeid nog kan worden verdiend is het inkomensverlies enprocentueel weergegeven in de mate van arbeidsongeschiktheid.In een rekenvoorbeeld weergegeven: iemand verdiende structureel€ 4.000 bruto per maand voorafgaand aan intreden ziekte of beperking.Dit is het maatmanloon. Uit de medische en arbeidsdeskundige beoor-deling volgt dat iemand nog € 1.500 bruto per maand kan verdienen metarbeid, rekening houdend met de individuele beperkingen. Het inkomens-verlies is € 4.000 – € 1.500 = € 2.500 per maand. Procentueel weerge-geven is dat 62,5%. Dat is ook de mate van arbeidsongeschiktheid.54. Hoeveel werknemers in de huidige WIA verdienden meer dan hetmaatmanloon? Kan hierbij een onderverdeling worden gemaakt tussenwerknemers die minder dan 100.000 euro en meer dan 100.000 euroverdienden?AntwoordHet maatmanloon is voor iedere individuele werknemer anders enafhankelijk van het inkomen uit de arbeid op het moment van intredenvan de eerste ziektedag. De vraag hoeveel mensen meer verdienden danhet maatmanloon kan daarom niet beantwoord worden.Voor de vaststelling van een genoten inkomen uit dienstverband van€ 100.000,– of meer in het jaar voorafgaand aan de eerste ziektedag gaanwe uit van het ongemaximeerde geïndexeerde dagloon van € 383,14. Per1 maart 2024 zijn er volgens UWV 434.193 uitkeringsgerechtigden binnende Wet WIA. In totaal hebben, volgens UWV, 6.971 uitkeringsgerechtigdeneen dagloon groter of gelijk aan € 383,14. Hiervan hebben 3.320 uitke-ringsgerechtigden een IVA-uitkering en 3.649 uitkeringsgerechtigden eenWGA-uitkering, van wie 1.901 met een restverdiencapaciteit en 1.748zonder restverdiencapaciteit. Daarnaast zijn er 2 vrijwillig verzekerden.55. Welke effect heeft de maximering van het referentieloon(maatmanloon) voor werknemers als zij in de WIA belanden?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75817 AntwoordUitkeringsgerechtigden van wie het maatmanloon (referentieloon) hogeris dan de vastgestelde maximering krijgen daardoor een lagere mate vanarbeidsongeschiktheid dan zij zouden krijgen vastgesteld zonder demaximering van het maatmanloon. In plaats van dat de uitkering wordtbepaald door de hoogte van het loon voorafgaand in het jaar aan deeerste ziektedag wordt de mate van arbeidsongeschiktheid afgeleid vande vastgestelde maximering.In een rekenvoorbeeld weergegeven: stel dat het gemaximeerde dagloon€ 6.000 bruto per maand bedraagt. Een verzekerde verdiende € 8.000bruto per maand voor intreden van de ziekte of beperking. Als diegenemet passende arbeid nog € 2.000 bruto per maand kan verdienen, zou demate van arbeidsongeschiktheid zonder maximering 75% bedragen(€ 6.000 inkomensverlies t.o.v. € 8.000). Met maximering wordt hetinkomensverlies vastgesteld op het verschil tussen € 6.000 en € 2.000,waarmee de mate van arbeidsongeschiktheid op 66,66%wordtvastgesteld.56. Hoeveel werknemers zullen hierdoor in een lagere arbeidsongeschikt-heidsklasse vallen?Kan een onderverdeling worden gemaakt tussen 35-min, 35–80 en80–100?AntwoordZie ook de beantwoording van vraag 54 en 55. Het maximum dagloonbedraagt per 1 januari 2024 € 274,44 bruto per dag, zijnde ongeveer€ 71.500,– bruto per jaar.Omdat de mate van arbeidsongeschiktheid afhangt van meer elementendan alleen het genoten inkomen voor intreden van de ziekte of beperking,kan geen onderverdeling worden gemaakt tussen verschillende arbeids-ongeschiktheidsklassen. Voor de vaststelling van de mate van arbeidson-geschiktheid wordt naast het inkomen ook gekeken naar de resterendeverdiencapaciteit en de individuele belastbaarheid van de verzekerde.57. Wat zijn de inkomenseffecten van de maximering van het referen-tieloon? Kan daarbij meer duidelijkheid, met rekenvoorbeelden, wordengegeven van het inkomen van een werknemer die meer dan hetmaatmanloon verdiende (zie ook figuur 4, p.93 uit het OCTAS-rapport)?AntwoordTen aanzien van de effecten op de mate van arbeidsongeschiktheidverwijs ik naar het rekenvoorbeeld weergegeven bij vraag 55. Eenverzekerde kan hierdoor een lagere mate van arbeidsongeschiktheidvastgesteld krijgen. Wanneer dit lagere percentage onder de 35% ligt,betekent dit dat de verzekerde geen recht heeft op een WIA-uitkering (integenstelling tot waarschijnlijk de situatie zonder maximering) enaangewezen zal zijn op een WW-uitkering, gevolgd door ofwel werkher-vatting of bijstandsuitkering. Wanneer de verzekerde wel meer dan 35%arbeidsongeschikt wordt geacht, zal de hoogte van de uitkering, door hethogere inkomen voorafgaand aan de eerste ziektedag, eveneensgemaximeerd worden op het maximum dagloon (op 1 januari 2024 bruto€ 274,44 per dag, € 5.969,07 per maand). Het inkomenseffect voorWIA-gerechtigden is daarmee relatief klein gedurende de loongerela-teerde fase. In de vervolgfase is de hoogte van de uitkering afhankelijkvan de benutting van de resterende verdiencapaciteit en daarmeeafhankelijk van de individuele situatie van de uitkeringsgerechtigde. In desituatie dat de uitkeringsgerechtigde de restverdiencapaciteit niet ofonvoldoende benut, dan kan diegene een vervolguitkering krijgen in eenlagere klasse (bijv. 55–65% in plaats van 65–80%).Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75818 Wel dient nog opgemerkt te worden dat de lagere mate van arbeidsonge-schiktheid ertoe kan leiden dat een deel van de verzekerden niet langer oparbeidsdeskundige gronden IVA-gerechtigde kan worden, omdat zij,ondanks een duurzame beperking of bijvoorbeeld chronische ziekte, onderde grens van 80% arbeidsongeschiktheid zakken. In deze gevallen krijgenzij (in vergelijking met de situatie zonder maximering) een lagereWIA-uitkering (70% dagloon in plaats van 75% dagloon). Bij de raming dieis gebruikt voor het OCTAS-rapport is niet uitgegaan van doorwerking vanandere maatregelen die OCTAS adviseert, zoals afschaffen van de IVA- envervolguitkering.58. Heeft de maximering invloed op private aanvullende verzekeringen?Zo ja, welke en wat is het effect hiervan?AntwoordDe effecten van de verschillende maatregelen binnen de door OCTASgeschetste varianten op onder andere de private aanvullende verzeke-ringen zijn onderdeel van de ambtelijke uitwerking die momenteelplaatsvindt.59. Klopt het dat de WIA-uitkering als is gemaximeerd op het maximaledagloon?AntwoordJa, dat klopt. Het maximum dagloon bedraagt per 1 januari 2024 bruto€ 274,44 per dag, zijnde bruto € 5.969,07 per maand.60. Klopt het dat, naast het arbeidsongeschiktheidspercentage, ook decorrectiefactor in de WIA wordt aangepast voor werknemers met eeninkomen boven het maatmanloon?AntwoordIn het rapport van OCTAS wordt niet gesproken over specifiek dereductiefactor in de WIA-arbeidsongeschiktheidsvaststelling. Eventueleaanpassingen aan de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheidzijn onderdeel van de ambtelijke uitwerking die momenteel plaatsvindt.61. Kan inzichtelijk worden gemaakt waarop de geschetste 100 miljoeneuro bezuiniging in het OCTAS-rapport (p. 97) is gebaseerd?AntwoordZoals in de beantwoording van de vragen 55 en 57 is weergegeven leidtde maximering van het maatmanloon tot een lagere mate van arbeidson-geschiktheid bij een deel van de verzekerden. Hierdoor kunnen verze-kerden in bepaalde gevallen een lagere of geen uitkering krijgen, hetgeenleidt tot lagere uitkeringslasten.62. Het kabinet schrijft dat in de eerste variant de arbeidsongeschiktheids-drempel verlaagd wordt van 35% naar 25%, hoeveel extra instroom zoudit naar verwachting opleveren? Hoeveel extra kosten gaan hiermeegepaard? Hoeveel extra instroom zou een arbeidsongeschiktheidsdrempelvan 15% opleveren? Hoeveel kosten zouden hiermee gepaard gaan?AntwoordZoals in vraag 10 is aangegeven wordt bij een drempelverlaginguitgegaan naar een extra instroom van 41.000 personen in elk van de tweenieuwe klassen.2020CPB Notitie – Doorrekening drempelverlaging WIA, Jan-Maarten van Sonsbeek, mei 2021Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75819 Het verlagen van de arbeidsongeschiktheidsdrempel van 35% naar 25%zal, volgens OCTAS, leiden tot € 300 mln. meer uitgaven (zie pagina 97van eindrapport OCTAS). De kosten van verlaging van de WIA-drempelnaar 15% is door OCTAS niet weergegeven. In de Kamerbrief van7 juli 202121 is eerder een inschatting van de kosten door het CPBweergegeven. Deze kosten worden inmiddels op basis van de huidigeinzichten geraamd op 520 miljoen. In de nadere ambtelijke uitwerking zaleen actualisatie van deze kosten worden gemaakt, alsmede de diverseeffecten van deze maatregel, zoals voor de uitvoerbaarheid engedragseffecten.63. Welke kostenbesparing zou het afschaffen van de IVA, zoals voorge-steld in de eerste variant, waarmee ook de hogere uitkering van 75%afgeschaft wordt, opleveren?AntwoordDit zal, volgens OCTAS, zorgen voor een daling van de uitkeringslastenvan € 550 mln. (zie pagina 97 van eindrapport OCTAS).64. Het kabinet schrijft dat het verschil in uitkomst van de arbeidsonge-schiktheidsbeoordeling tussen de hoogste en lagere inkomens wordtverkleind, bijvoorbeeld door maximering van het referentieloon(maatmanloon), welke kostenbesparing zou dit opleveren?AntwoordDe maximering van het maatmanloon (referentieloon) zorgt, volgensOCTAS, voor een daling van de uitkeringslasten van € 100 mln. (ziepagina 97 van het eindrapport van OCTAS).65. Waarom verwacht het kabinet dat de variant «Huidig stelsel beter» deinkomenszekerheid versterkt? Waarom verwacht het kabinet dat het aantalherbeoordelingen zal afnemen? Als de IVA afgeschaft wordt, wordenmensen die duurzaam arbeidsongeschikt dan iedere vijf jaar gekeurd?AntwoordHet kabinet verwacht dat de inkomenszekerheid van verzekerden versterktwordt in de variant «Huidig stelsel beter» aangezien meer mensen rechthebben op een uitkering door het verlagen van de arbeidsongeschikt-heidsdrempel en het afschaffen van de vervolguitkering.Het aantal herbeoordelingen kan afnemen door de afschaffing van devervolg- en IVA-uitkering. Hierdoor is er een kleinere financiële prikkelvoor zowel werknemers als werkgevers om middels een herbeoordelingeen hogere of lagere mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld tekrijgen en daarmee een hogere uitkering of geen of lagere werkgevers-lasten.De vormgeving van de afschaffing van de IVA-uitkering is onderdeel vande nadere uitwerking.66. Het kabinet schrijft dat de arbeidsongeschiktheidsverzekering voorzzp’ers in OCTAS in de eerste variant «Huidig stelsel beter» op enkelepunten verschilt van de huidige kabinetsplannen, kan het kabinet eenoverzicht maken van alle verschillen, dus breder dan de in de reactiegenoemde verschillen? Welke verschillen of overeenkomsten ziet hetkabinet specifiek wat betreft de financiering?Antwoord21Tweede Kamer, vergaderjaar 2020–2021, 32 716, nr. 43Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75820 In mijn reactie22 heb ik de verschillen in wachttijd en de wijze vanclaimbeoordeling genoemd. Zoals beschreven beschrijft OCTAS eenlangere wachttijd dan in de huidige kabinetsplannen wordt gehanteerd,twee jaar in plaats van één jaar. De wijze van claimbeoordeling voorzelfstandigen verschilt per OCTAS-variant. In één variant wordt de«drempelfunctie»-variant toegepast, in twee varianten vindt een claimbe-oordeling plaats conform de huidige WIA-beoordelingswijze.Hieronder noem ik de overige verschillen:–Hoogte van de maximale uitkering. OCTAS stelt een maximaleuitkering van 70% van het WML voor. Bij de verplichte arbeidsonge-schiktheidsverzekering voor zelfstandigen is het voorstel de maximaleuitkering 100% van het WML te laten bedragen. In dat verband stijgt demaximale premiegrondslag ook.–Geen opt-out. OCTAS stelt een verplichte publieke verzekering voor,zonder een (geclausuleerde) mogelijkheid om uit te stappen naar deprivate verzekeringsmarkt. Bij de verplichte arbeidsongeschiktheidsver-zekering voor zelfstandigen is het voorstel dat deze opt-out er komt,mits deze op een uitvoerbare, uitlegbare en betaalbare wijze kanworden vormgegeven.–Uit het OCTAS-rapport valt niet op te maken of er verschillen zitten inde beoogde kring van verzekerden. Wel duidelijk is dat de grootstegroep onder de zelfstandigen, de zelfstandigen die zelfstandigondernemer zijn voor de Wet inkomstenbelasting 2001, bij zowelOCTAS als in de huidige kabinetsplannen verplicht verzekerd zijn.–Het bovenstaande (hoogte van de uitkering, wachttijd) heeft ookgevolgen voor de te betalen premie. Vanwege de beperktere dekking isde te betalen premie in het scenario van OCTAS lager.67. In de eerste variant «Huidig stelsel beter» wordt omschreven dat voormensen met een hoger inkomen geldt dat bij de vaststelling wordtuitgegaan van een gemaximeerd inkomen, OCTAS omschrijft dat voordeze groep een lagere uitkering ontstaat dan nu het geval is en zelfs inenkele gevallen geen uitkering, kunt u met voorbeelden uiteenzetten inwelke gevallen dit zou spelen?AntwoordZie de antwoorden op vraag 55, vraag 56 en vraag 57.68. OCTAS omschrijft in de eerste variant «Huidig stelsel beter» datmensen makkelijker moeten kunnen terugvallen op een uitkering als hetonverhoopt toch niet lukt of het werk niet meer beschikbaar is (herlevings-recht), als iemand wel weer aan het werk gaat en hiermee meer dan 75%van het oude loon verdient, wordt de uitkering in die variant niet direct naéén jaar beëindigd, hoe lang duurt dit herlevingsrecht in de ogen van hetkabinet?AntwoordDe vormgeving van de verschillende maatregelen binnen de door OCTASgeschetste varianten op onder andere de private aanvullende verzeke-ringen zijn onderdeel van de ambtelijke uitwerking die momenteelplaatsvindt.69. Binnen welke termijn verwacht het kabinet dat de aanbevelingen van«Huidig stelsel beter» doorgevoerd zouden kunnen worden?AntwoordZie het antwoord op vraag 24 tot en met 26.22Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 749Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75821 70. 14,7% van de werkgevers heeft een werknemer met een arbeidsbe-perking in dienst, in hoeverre is dit een belemmering voor variant twee?AntwoordDe variant «Werk staat voorop» vergt van alle betrokkenen meer en voorallangere inzet op re-integratie. Ook van werkgevers. In deze variant zal vanwerkgevers en werknemers niet alleen meer inspanningen wordengevraagd, maar ook fors meer ondersteuning worden geboden omre-integratie zoveel mogelijk tot een succes te maken. Hoe deze onder-steuning precies vorm moet krijgen, is een van de belangrijkste puntenvan de verdere uitwerking van deze variant.71. Is het mogelijk om op een objectieve wijze arbeidsvermogen tetoetsen?AntwoordJa, in het huidige stelsel zijn objectieve criteria vastgesteld waaraanverzekeringsartsen, arbeidsdeskundigen en andere professionals hetarbeidsvermogen van iemand die ziek of arbeidsongeschikt is kunnentoetsen. Deze zijn vastgesteld in de wet- en regelgeving zoals de Wet WIAen het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten. Zo beoordeelt deverzekeringsarts of en in welke mate gezondheidsproblemen en ervarenbelemmeringen van de zieke werknemer, resulteren in beperkingen in debelastbaarheid. De verzekeringsarts baseert zich op uitgebreide instructiesen richtlijnen. De beperkingen in de belastbaarheid worden vastgelegd ineen Functionele Mogelijkhedenlijst. Op basis van die lijst gaat vervolgensde arbeidsdeskundige aan de slag om te kijken welke functies noguitgevoerd zouden kunnen worden.De professionals die de beoordeling uitvoeren hebben dus handvatten omde beoordeling zo objectief mogelijk uit te voeren. Natuurlijk kunnen deaard en ernst van klachten en de belemmeringen die mensen ervaren perindividu verschillen. De professionals beschikken over de expertise omrecht te doen aan de individuele omstandigheden van de langdurig ziekteof arbeidsongeschikte werknemer.72. Wat zijn de gevolgen als een uitkeringsgerechtigde zich tijdens dewerkhervatting onvoldoende inspant om te voldoen aan dere-integratieverplichtingen?AntwoordIn de verschillende varianten die OCTAS schetst is veel aandacht voorre-integratie. Hieruit vloeit voort dat de uitkeringsgerechtigde verplich-tingen op dat vlak heeft, evenals in het huidige stelsel het geval is. Alsblijkt dat mensen zonder uitlegbare reden onvoldoende meewerken aanre-integratie, kan ook in varianten van OCTAS de uitkering (tijdelijk)stopgezet of verlaagd worden. Wel is wederzijds vertrouwen eenbelangrijk uitgangspunt van alle varianten die OCTAS schetst. Datbetekent onder andere dat als een uitkeringsgerechtigde in het beginweinig gemotiveerd lijkt om mee te werken aan re-integratie, eerst hulpwordt geboden om eventuele achterliggende oorzaken van de gebrekkigemedewerking weg te nemen. In de vraag gaat het over de inspanningen«tijdens de werkhervatting». In de variant «Werk staat voorop» is deperiode van de re-integratieuitkering de periode waarin werkhervattingcentraal staat. Ik interpreteer de vraag dan ook zo dat deze op de periodevan de re-integratieuitkering ziet. Als de werknemer in die periode, ookmet de aanboden hulp en ondersteuning onvoldoende meewerkt, dan kantijdens de re-integratieperiode de uitkering (tijdelijk) worden stopgezet ofverlaagd (meewerkplicht). Als na de re-integratieperiode, en eeneventuele verlenging, de werknemer alle kansen heeft gekregen om hetarbeidsvermogen te benutten en desondanks niet werkt terwijl er welTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75822 voldoende re-integratiemogelijkheden zijn, dan komt deze werknemer nietaanmerking voor een arbeidsongeschiktheidseinduitkering. In dat gevalkomt deze persoon mogelijk in aanmerking voor een andere uitkering,bijvoorbeeld op grond van de Participatiewet.73. Klopt het dat de variant «Werk staat voorop» ertoe kan leiden datmensen na drie (of vijf) jaar met lege handen komen te staan?AntwoordNet als in iedere variant van een arbeidsongeschiktheidsstelsel, kan hetzijn dat een verzekerde niet in aanmerking zal komen voor een arbeidson-geschiktheids(eind)uitkering. Dat is ook het geval bij de variant «Werkstaat voorop». Voor die situaties vormt de Participatiewet het vangnet.De beoordelingscriteria op de verschillende toetsingsmomenten in devariant «Werk staat voorop» zijn onderdeel van de ambtelijke uitwerking.74. Welke verplichtingen komen bij de tweede variant bij een werknemeren een werkgever te liggen?AntwoordDe verplichtingen die werknemers en werkgevers krijgen in de variant«Werk staat voorop» zijn onderdeel van de nadere uitwerking.In algemene zin beschrijft OCTAS de verplichtingen van de oorspronke-lijke werkgever tijdens de wachttijd als vergelijkbaar met die in hethuidige stelsel. Dat betekent dat de werkgever het loon voor minimaal70% doorbetaalt tijdens de wachttijd en zich inspant om de werknemer tere-integreren.Werknemers houden hun verplichtingen om mee te werken aanre-integratie zowel tijdens de wachttijd als tijdens de re-integratieperiodena de wachttijd. Daarnaast hebben zij de informatieverplichting omrelevante informatie (zoals werkhervatting of veranderingen in degezondheid) te melden aan de uitvoerder.Van werkgevers in brede zin wordt eveneens verwacht dat zij meewerkenaan het re-integreren van mensen met een re-integratieuitkering in deregio. Zij krijgen hiertoe ook intensieve(re) ondersteuning.75. Het kabinet schrijft dat er in de variant «Werk staat voorop» een aantalbinaire momenten blijft bestaan, welke momenten zijn dit? En wat gebeurter dan met het inkomen van mensen?AntwoordHet kabinet ziet in de variant «Werk staat voorop» in ieder geval tweepotentieel binaire momenten.Het eerste moment is nadat de wachttijd is afgelopen. Op dat momentvindt een toegangstoets plaats voor de re-integratieuitkering. Afhankelijkvan de situatie ontstaat er wel of geen recht op een uitkering. In beginselgaat het over het wel of niet recht krijgen op een re-integratie-uitkering. Inbepaalde gevallen ontstaat recht op een arbeidsongeschiktheidseinduit-kering als duidelijk is dat iemand nooit meer zal kunnen werken.Het tweede moment is aan het einde van de re-integratieperiode nauiterlijk 3 tot 5 jaar. Op dat moment ontstaat wel of geen recht op dearbeidsongeschiktheidseinduitkering. Wanneer op dat moment geen rechtontstaat op een arbeidsongeschiktheidseinduitkering, kan dat grotegevolgen hebben voor het inkomen. Bijvoorbeeld doordat iemandterugvalt van een uitkering van 70% van het dagloon naar bijstands-niveau. Belangrijke kanttekening daarbij is dat dit beoordelingsmoment na3 tot 5 jaar van een re-integratieuitkering met re-integratiebegeleidingplaatsvindt. Daardoor is deze beoordeling gebaseerd op meer informatiedie over een lange periode ziet en daarom veel minder het karakter vaneen momentopname heeft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75823 Overigens bevat iedere variant die OCTAS schetst, net als het huidige WIAstelsel, een moment na de wachttijd waarop wel of geen recht op eenuitkering kan ontstaan.76. Hoeveel functies dient iemand in de variant «Werk staat voorop» in deinterpretatie van het kabinet uit te proberen gedurende drie tot vijf jaarvoordat vastgesteld wordt dat werken niet lukt?AntwoordDe vormgeving van de verschillende maatregelen binnen de door OCTASgeschetste varianten zijn onderdeel van de ambtelijke uitwerking diemomenteel plaatsvindt. Daarbij is eveneens aandacht voor de criteria vande beoordeling van de mate van arbeidsongeschiktheid en het recht opuitkering in de diverse varianten.77. Wat is naar verwachting van het kabinet het verdienmodel van privatere-integratiedienstverleners? Hoe kan de controle op deze dienstverlenersvormgegeven worden?AntwoordHet verdienmodel van private re-integratiedienstverleners kan verschillenper bedrijf. In het huidige stelsel werkt UWV op basis van een inkoopkaderwaar private re-integratiedienstverleners op kunnen inschrijven enworden prestaties op basis van resultaatfinanciering beloond. UWV steltdaarnaast in het inkoopkader een aantal kwaliteitseisen vast waarre-integratiedienstverleners aan moeten voldoen. Ook monitort UWV hoesuccesvol de trajecten zijn en op basis van de mate van succes vindtuitbetaling aan de private re-integratiedienstverleners plaats en eventueleverlenging of beëindiging van contracten met de betreffendere-integratiedienstverlener.78. In de variant «Werk staat voorop» komen mensen niet in aanmerkingvoor de arbeidsongeschiktheidsuitkering als ze niet werken, maar dat opbasis van hun beperking wel zouden moeten kunnen, wie zou volgens hetkabinet kunnen bepalen of mensen «alle kansen hebben gehad»? Hoe zoudit kunnen worden vastgesteld? Hoe kan volgens het kabinet wordenbeoordeeld of (private) re-integratiedienstverleners voldoende hebbengedaan?AntwoordDe precieze wijze waarop de beoordeling voor toekenning van dearbeidsongeschiktheidseinduitkering plaatsvindt, is onderdeel van deambtelijke uitwerking die momenteel plaatsvindt. OCTAS beschrijft dat inieder geval de re-integratiedienstverlener, de verzekeringsarts en/of dearbeidsdeskundige een rol hebben in deze beoordeling. Ook beschrijftOCTAS dat de publieke re-integratiedienstverlener de kwaliteit van deprivate re-integratiedienstverleners monitort in samenwerking met deprivate branche en de beroepsgroepen.79. Als iemand aan het einde van de re-integratieperiode altijd heeftmeegewerkt, maar toch niet in dienst is gekomen, bijvoorbeeld omdat hetmoeilijk is werkgevers te vinden die dit willen, maar op papier op basisvan diens beperking wel zou moeten kunnen werken, heeft diegene dannaar interpretatie van het kabinet recht op een arbeidsongeschiktheidse-induitkering? En zo niet, op welk inkomen kan iemand dan terug vallen?AntwoordZie antwoord op vraag 81.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75824 80. De re-integratieperiode kent net als de WW re-integratieplichtentegenover 70% van het oude loon, welke overeenkomsten en verschillenziet het kabinet tussen de WW en de re-integratieperiode uit de variant«Werken staat voorop»?AntwoordDe vormgeving en criteria voor de re-integratieuitkering als beschreven inde variant «Werk staat voorop» is onderdeel van de nadere ambtelijkeuitwerking die momenteel plaatsvindt.Wel kan al gesteld worden dat hoewel de uitkeringshoogte in de WW ende voorgestelde re-integratieperiode gelijk is met 70%, zijnde regelingenbedoeld voor verschillende doelgroepen. De WW voor werklozen en dere-integratieuitkering voor mensen die door ziekte, beperking, zwanger-schap of bevalling hun eigen en of algemeen geaccepteerde arbeid geheelof gedeeltelijk niet meer kunnen uitoefenen. De aard van dere-integratiedienstverlening is daardoor anders. Ook kan dere-integratieuitkering zoals beschreven door OCTAS langer duren dan eenWW-uitkering (3 tot 5 jaar ten opzichte van maximaal 24 maandenWW-uitkering).81. Hoe ziet het inkomen en de begeleiding en het inkomen eruit vaniemand die na de periode van drie tot vijf jaar re-integratieplicht vanuit devariant «Werk staat voorop» toch geen werk gevonden heeft, maar er welsprake van (gedeeltelijke) arbeidsgeschiktheid is?AntwoordHet kabinet leest de variant «Werk staat voorop» zoals beschreven doorOCTAS zo, dat als iemand volledig heeft meegewerkt aan re-integratie envoldoende arbeidsvermogen heeft (meer dan 65% arbeidsgeschikt), dere-integratieuitkering na 3 jaar nog met maximaal 2 jaar wordt verlengd.Als na die verlenging het aanwezige arbeidsvermogen nog altijd nietwordt benut, dan eindigt de re-integratieuitkering en ontstaat geen rechtop een arbeidsongeschiktheidseinduitkering. In dat geval maakt iemand –afhankelijk van het huishoudinkomen en -vermogen – mogelijk aanspraakop een uitkering op grond van de Participatiewet. Naast de drie variantenvoor een toekomstig arbeidsongeschiktheidsstelsel, doet OCTASaanbevelingen voor het verbeteren van de begeleiding van mensen dieonder het bereik van de Participatiewet vallen.82. Kan het kabinet uitleggen of de basisverzekering in de variant «Basisvoor werkenden» een voorziening of een volksverzekering is?AntwoordOCTAS presenteert de basisverzekering in de variant «Basis voorwerkenden» niet als een voorziening. OCTAS schrijft namelijk dat «debasisverzekering wordt bekostigd via een uniforme premie die allewerkenden betalen». Dat valt het best te omschrijven als een variant opeen werknemersverzekering, met als verschil dat de kring van verzekerdenbreder is dan werknemers omdat ook zelfstandigen er onder vallen.83. In hoeverre is het recht op de basisverzekering in de variant «Basisvoor werkenden» afhankelijk van het feit of er door of voor het individupremieafdracht heeft plaatsgevonden?AntwoordOCTAS noemt voor alle varianten werknemers en zelfstandigen alsverplicht verzekerden. OCTAS gaat daarbij niet in op eventuele nadereeisen aan het recht op een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Voor allevarianten vergt dit nadere uitwerking. Daarbij lijkt OCTAS in de variantTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75825 «Huidig stelsel beter» geen verandering voor te stellen voor werknemersop dit vlak.84. Over welk deel draagt de werkgever premie af voor werknemers: hetbasisdeel, het aanvullende deel of beide?AntwoordOCTAS stelt voor dat werkgevers alleen voor de aanvullende verzekeringpremieplichtig zijn. Werknemers en zelfstandigen zijn zelf premieplichtigvoor de basisverzekering.85. Hoe wordt de basisverzekering gefinancierd? Welke relatie bestaat erin een basisverzekering tussen premieafdracht en uitkering? Hoe werkt ditvoor zzp’ers?AntwoordOCTAS stelt voor om de basisverzekering te financieren met een uniformepremie die werkenden (werknemers en zelfstandigen) betalen, eventueelvia de inkomstenbelasting. Een uniforme premie suggereert dat hetpremiepercentage voor alle werkenden gelijk is. Ook het uitkeringsniveauzal in veel gevallen gelijk zijn, namelijk op het niveau van het sociaalminimum, maar nooit hoger dan het inkomen voordat iemand arbeidson-geschikt werd. De hoogte van het premiepercentage en de (maximale)grondslag vergen nadere uitwerking.Voor zzp’ers werkt dit in grote lijnen hetzelfde als voor werknemers. Eenverschil daarbij is dat loonheffingen voor werknemers door werkgeversworden ingehouden en afgedragen aan de Belastingdienst, terwijl zzp’ersdit zelf afdragen.86. Is de financieringssystematiek van de door OCTAS omschrevenbasisverzekering volgens het kabinet hetzelfde als die van de AlgemeneOuderdomswet (AOW)? Zo niet, hoe ziet de financieringssystematiek erdan uit?AntwoordNee, de financiering van een basisverzekering zoals geschetst doorOCTAS is niet hetzelfde als de financiering van de AOW. De AOW is eenvolksverzekering waarbij de financiering loopt via inkomensafhankelijkepremies en belastingen. De basisverzekering wordt alleen gefinancierddoor premies betaald door werkenden en komt zo het dichtstbij eenwerknemersverzekering, zie het antwoord op vraag 82.87. Binnen welke termijn acht het kabinet een stelselherziening zoals inde variant «Basis voor werkenden» reëel? En voor de variant «Werk staatvoorop»?AntwoordZie de beantwoording van de vragen 24 tot en met 26.88. Is de premie van de door OCTAS omschreven basisverzekering naarlezing van het kabinet een nominale premie of een gemaximeerdeprocentuele premie?AntwoordHet gaat hier om een gemaximeerde procentuele premie. OCTAS geeftaan dat voor werknemers met een inkomen boven het wettelijkminimumloon er een verplichte aanvullende verzekering is waarvoor dewerkgever de premie betaalt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75826 89. In hoeverre komen jonggehandicapten zonder arbeidsverleden naarlezing van het kabinet in aanmerking voor de door OCTAS omschrevenbasisverzekering? Hoe zit dit naar lezing van het kabinet voor flexwerkers?AntwoordDe variant van de omschreven basisverzekering laat ik ambtelijk naderuitwerken binnen de kaders die OCTAS bij de deze variant heeft geschetst.Hierna wordt besloten of de variant verruimd moet worden naar onderandere jonggehandicapten zonder arbeidsverleden. Zie hiervoor hetantwoord op vraag 21.Ten aanzien van flexwerkers geldt dat OCTAS voorstelt dat alle werkendenin aanmerking komen voor de omschreven basisverzekering. Flexwerkersvallen daar ook onder.90. Kan een indicatie worden gegeven welke groepen uitkeringsgerech-tigden er in de derde variant op achteruit gaan?AntwoordIn de ambtelijke uitwerking die momenteel plaatsvindt worden de diverseindividuele maatregelen die worden geschetst in het OCTAS-advies naderuitgewerkt. Hierbij is ook aandacht voor de inkomenseffecten.91. Kan inzichtelijk worden gemaakt waarom de variant «Basis voorwerkenden» volgens het kabinet waarschijnlijk niet tot vereenvoudigingleidt?AntwoordOp dit moment wordt de variant «Basis voor werkenden» verderuitgewerkt. Hierbij is ook aandacht voor vereenvoudiging.92. Zijn er voorbeelden van aanvullende private verzekeringen die vooralle werkenden in Nederland gelden?AntwoordNee, die zijn er niet.93. Op welke termijn gaat u aan de slag met concrete oplossingenomtrent de positie van de Wajonger, gezien OCTAS niet met concreteoplossingen komt maar wel een schrijnend beeld liet zien over de situatiewaarin deze groep zich momenteel bevindt en analyseerde dat deParticipatiewet minder passend is voor deze groep?AntwoordZie ook de beantwoording van vraag 17. De Minister voor Armoedebeleid,Participatie en Pensioenen bekijkt momenteel de opties voor eenfundamentele herziening van de Participatiewet in het ProgrammaParticipatiewet in Balans. De Minister neemt het vraagstuk van hetpassender maken van de Participatiewet voor mensen met een arbeidsbe-perking voor wie de gemeente verantwoordelijk is hierin mee. Dit zallangere tijd in beslag nemen, omdat het om een fundamentele herzieninggaat. Het zal aan het nieuwe kabinet zijn om keuzes te maken in debeleidsopties die worden uitgewerkt.Om op kortere termijn ook al iets te doen aan de verbetering van deParticipatiewet wordt nu gewerkt aan een wijziging van de wet om demenselijke maat en vertrouwen als centrale begrippen beter in de(uitvoering van de) wet te verankeren en de uitvoering eenvoudiger temaken. In dit wetsvoorstel zijn meer dan 20 wijzigingen opgenomen die inmeer of mindere mate ook van invloed zijn op de jonggehandicapten ofchronisch zieken. Op dit moment ligt het wetsvoorstel bij de Raad vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75827 State. Enkele onderdelen die voor mensen met een arbeidsbeperkingmogelijk relevant zijn, worden hierna toegelicht:–Het wetsvoorstel creëert de mogelijkheid voor gemeenten omactiviteiten te ontwikkelen gericht op maatschappelijke participatie (inplaats van arbeidsinschakeling) voor de bijstandsgerechtigden voorwie de afstand tot de arbeidsmarkt op dit moment groot is of zelfsonoverbrugbaar.–Voorgesteld wordt om mantelzorg niet aan te merken als op loon tewaarderen arbeid. Aanvullend is het voorstel om in een situatie waarinde intensieve mantelzorg de aanleiding is om samen te wonen, dit nietals gezamenlijk huishouden aan te merken. Dit alles moet het voormantelzorgers makkelijker te maken om mantelzorg te verlenen,zonder zich zorgen te maken over de gevolgen voor de uitkering.–De bijverdienstenvrijlating bij werken vanuit de bijstand wordtgeharmoniseerd naar 15% voor de duur van 1 jaar. Voor mensen dienaar het oordeel van het college niet meer uren kunnen werkenwegens individuele omstandigheden is er een verlengingsmogelijk-heid. De doelgroep jonger dan 27 jaar wordt niet meer uitgesloten vaneen vrijlating. Voor mensen met een medische urenbeperking blijftsituatie hetzelfde: zij kunnen na de medische keuring een structurelevrijlating krijgen van 15% van de inkomsten.–Automatisch verrekenen van inkomsten op basis van gegevens uit depolisadministratie mogelijk te maken: hierdoor kunnen inkomsten metde bijstand worden verrekend zonder dat mensen elke maand hunloonstrook hoeven in te leveren. Dit vermindert de inkomensonzeker-heid bij mensen.–Versimpeling van de verrekening van vakantiegeld/IKB-budget, om tevoorkomen dat sommige mensen met bijstandsuitkering als gevolgvan inkomstenverrekening er (op maandbasis) op achteruit zodra zedeeltijd gaan werken naast hun uitkering.94. Gaat het kabinet de suggestie uitwerken van OCTAS om eenvrijstelling van de partner- en vermogenstoets in de Participatiewet teregelen voor vroeggehandicapten die voor de Wajong wordenafgewezen?AntwoordZie ook de beantwoording van de vragen 17 en 93. Binnen spoor 2 van hetProgramma Participatiewet in Balans, het onderdeel dat kijkt naar demogelijkheden voor een fundamentele herziening van de Participatiewet,zal de Minister Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen kijken naar depositie van mensen met een arbeidsbeperking binnen de Participatiewet.Opties voor een «verlichte bijstand» met vrijstelling van de partner- envermogenstoets worden daarbij ook in beschouwing genomen.95. In hoeverre speelt de huidige toeslagensystematiek mee in dediscussie over bijverdienen? Zijn er onvoorziene effecten in het toeslagen-systeem aanwezig die het oplossen van dit probleem in de weg zitten?AntwoordToeslagen spelen inderdaad een rol in de discussie over bijverdienen. Inde verkenning van mogelijkheden voor het verruimen van de bijverdien-grenzen in de Participatiewet uit 202323 is een analyse gemaakt van degevolgen voor het recht op toeslagen voor bijstandsgerechtigden diebijverdienen. Uit deze analyse blijkt dat bij een vrijlatingspercentage van15% het recht op toeslagen gelijk blijft. Hogere vrijlatingspercentageszorgen voor een afname van het recht op toeslagen.23Berekening uit brief over bijverdiengrenzen en de invloed op toeslagen, zie Kamerstukken II2022/23, 34 352, nr. 276.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75828 In het wetsvoorstel Participatiewet in balans dat momenteel voor adviesbij de Raad van State ligt, is daarom gekozen voor een geharmoniseerdebijverdienregeling, waarbij 15% van het inkomen wordt vrijgelaten. Eenvoorspelbaar inkomen is voor mensen belangrijker dan een hogerevrijlating. Door het percentage van 15% heeft de bijverdienregeling zoalsdeze nu is voorgesteld niet of nauwelijks effect op de toeslagen van deburger. In haar brief van 25 januari 2023 heeft de Minister voor Armoede-beleid, Participatie en Pensioenen dit ook cijfermatig toegelicht.24 Hetpercentage van 15% staat ook in verhouding tot mensen die geenuitkering ontvangen en tegen het wettelijk minimumloon werken.96. Klopt het dat in het oorspronkelijke OCTAS-rapport ook een variantvoor mensen zonder recent arbeidsverleden was uitgewerkt? Zo ja, wat isde reden dat deze niet meer is opgenomen in het OCTAS-rapport? Is hetmogelijk om deze conceptvariant te ontvangen?AntwoordOp pagina 74 tot en met 76 van het eindrapport heeft OCTAS aangegevendat er diverse varianten voor de basisverzekering door hen zijn bestu-deerd en gaan zij in op enkele aspecten van deze varianten. Aangezien deOCTAS een onafhankelijke commissie is, heeft het kabinet geen toegangtot concept-stukken.97. Hoe groot is de groep mensen die geen of een beperkt arbeidsver-mogen hebben zonder recent arbeidsverleden? Hoeveel van hen zitten inde Participatiewet, Wajong of ontvangen geen uitkering? Zijn er nogandere regelingen waarop deze mensen aanspraak maken?AntwoordHet is niet bekend hoe groot de groep mensen is die geen of een beperktarbeidsvermogen heeft zonder recent arbeidsverleden, en hoeveel vanhen een uitkering op grond van de Participatiewet of geen uitkeringontvangen. Bij de behandeling van een bijstandsaanvraag wordt geenonderscheid gemaakt naar aanvragers die geen of een beperkt arbeidsver-mogen hebben. Daardoor is het dus ook niet mogelijk om van de omvangvan deze groep een accurate inschatting te maken.Voor de groep van Wajong-uitkeringsgerechtigden is bekend hoeveelpersonen een uitkering ontvangen. In 2023 waren er in het totaal 245.394lopende Wajong-uitkering, waarvan 140.056 uitkeringen voor mensen metduurzaam geen arbeidsvermogen en 105.338 uitkeringen voor mensenmet niet duurzaam geen arbeidsvermogen.25Mensen die worden afgewezen voor de Wajong kunnen aanspraak makenop ondersteuning van de Participatiewet. De afwijzing kan te makenhebben met het hebben van arbeidsvermogen, maar ook mensen diegeen arbeidsvermogen hebben maar van wie de duurzaamheid hiervan(nog) niet is vastgesteld, worden afgewezen voor de Wajong en kunneneen beroep doen op de Participatiewet. Ook kan de Wajong-afwijzing temaken hebben met het tijdstip waarop de beperking is ontstaan (na het18e jaar of tijdens studie). Een andere groep mensen die een beroep doetop de Participatiewet betreft de mensen die gewerkt hebben in loondienst,arbeidsongeschikt zijn geworden maar vanwege hun restverdiencapaciteitgeen WIA-uitkering ontvangen (de 35-minners). Ook zijn er zelfstandigendie bij de gemeenten ondersteuning kunnen ontvangen en mensen diegeen uitkering ontvangen vanuit de Participatiewet. Kortom, de doelgroepin de Participatiewet met een beperkt of ontbrekend arbeidsvermogen iszeer divers. Het is niet bekend hoe groot de groep is van mensen die geen24Kamerstukken II 2022/23, 34 352, nr. 276.25UWV (2023), Kwantitatieve informatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75829 of een beperkt arbeidsvermogen hebben of zonder recent arbeidsverledendie niet in een uitkeringssituatie zitten.Wel is er op basis van verschillende perspectieven enige informatie overziektebelemmeringen om aan het werk te gaan vanuit de bijstand. Uit eenrapport van de Nederlandse Arbeidsinspectie is bijvoorbeeld bekend datbijna alle bijstandsgerechtigden (95%) specifieke belemmeringen ervarenom aan het werk te komen.26 De meest genoemde belemmering betreft deeigen gezondheid: twee op de drie zegt dat zijn of haar lichamelijke en/ofgeestelijke gezondheid het moeilijk maakt om aan het werk te komen.Daarnaast is op basis van CBS-cijfers bekend dat er bij 11% van debijstandspopulatie sprake is van een officiële vrijstelling van de arbeids-verplichting. Verreweg de meest genoemde reden door klantmanagersom een vrijstelling te geven betreft de gezondheidssituatie van debetrokkene. Andere redenen kunnen zijn: het (nog) ontbreken vanarbeidsvermogen, hoge leeftijd, zorg voor kinderen of overige familie-leden en het verrichten van betaald of onbetaald werk naast deuitkering.27 De meeste vrijstellingen worden tijdelijk verleend omdat hierdringende redenen voor aanwezig zijn. 1,7% van de populatie ispermanent vrijgesteld van arbeidsverplichtingen omdat is vastgesteld datde persoon volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in deWet WIA.98. De commissie heeft geen betaalbare, uitlegbare en uitvoerbarevariant gevonden om een oplossing te bieden voor de grote groepmensen binnen de Participatiewet die geen of beperkt arbeidsvermogenheeft, behoort nader onderzoek hiernaar tot de eerste stap die het kabinetomschrijft, namelijk het voorbereiden van de benodigde informatiewaarvan een nieuw kabinet gebruik kan maken om tot keuzes te komen?AntwoordMet verwijzing naar de beantwoording op de vragen 17 en 93, werkt deMinister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen dit vraagstukverder uit in het kader van het programma Participatiewet in Balans.Hierbij worden beleidsopties voor een nieuw kabinet geïnventariseerd.Het is op voorhand echter niet te zeggen of er betaalbare, uitlegbare enuitvoerbare varianten gevonden kunnen worden.99. Kan het kabinet voorbeeldberekeningen laten zien van ruimerebijverdiengrenzen met bijbehorende effecten op het recht op toeslagen,en het gezamenlijke effect op het totale inkomen?AntwoordIn het wetsvoorstel Participatiewet in balans (op dit moment voor adviesbij de Raad van State) wordt één bijverdienregeling voor de duur van éénjaar voorgesteld. Hierin worden de bijverdiengrenzen verruimd. Degemeente mag deze bijverdienregeling verlengen voor mensen diewegens individuele omstandigheden hun uren niet of nauwelijks kunnenuitbreiden. Voor mensen met een medische urenbeperking wordt debijverdienregeling structureel toegekend.De Minister voor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen heeft in eenbrief van 25 januari 202328 inzage gegeven in de gevolgen voor hetinkomen en toeslagen van een hoger vrijlatingspercentage dan de nuvoorgenomen 15%. Daarbij zijn ook voorbeeldberekeningen gevoegd. Bijdit vrijlatingspercentage hebben de bijverdiensten geen gevolgen voorhet recht op toeslagen. Uit de berekeningen voor 2023 blijkt dat een26Nederlandse Arbeidsinspectie (2022), Spiegel bestaanszekerheid 2022.27Nederlandse Arbeidsinspectie (2022), Spiegel bestaanszekerheid 2022.28Kamerstukken II 2022/23, 34 352, nr. 276.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75830 vrijlatingspercentage van 16% bij een alleenstaande die het minimumloonverdient al zorgt voor een lager recht op toeslagen als men 16 uur perweek gaat werken. Hierbij gaat het specifiek om de huurtoeslag, dieafbouwt vanaf een lager inkomen dan andere toeslagen. De anderetoeslagen bouwen nog niet af bij het percentage van 16%. Het totaleinkomen neemt wel toe. Hogere vrijlatingspercentages zorgen via hogereinkomsten voor een sterkere afname van het recht op toeslagen.100. Ziet het kabinet de mogelijkheid om, met het oog op dat het kabinetschrijft dat gegeven de urgentie van de knelpunten het huidige stelsel hetvan groot belang is dat een volgend kabinet zo goed en zo snel mogelijkin staat wordt gesteld om te komen tot een overweging met betrekking totde voorgestelde scenario’s, nader onderzoek te doen naar mogelijkhedenvoor de groep mensen die geen of een beperkt arbeidsvermogen hebbenzonder recent arbeidsverleden?AntwoordMet verwijzing naar het antwoord op vraag 17, 93 en 98 werkt de Ministervoor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen dit vraagstuk verder uit inhet kader van het programma Participatiewet in Balans.101. In hoeverre zijn de geschetste ontwikkelingen van de Staatscom-missie Demografische Ontwikkelingen 2050 meegenomen in de effectenop financiering van de drie voorgestelde opties in het OCTAS-rapport? Inhoeverre is er een duidelijk beeld van de financiële consequenties die dedemografische ontwikkeling veroorzaakt in het huidige stelsel?AntwoordBij de raming van financiële gevolgen is gebruik gemaakt van deBevolkingsprognose van het CBS van december 2022 tot het jaar 2060.Daarmee zitten impliciet ook alle achterliggende aannames die het CBSdoet (o.a. levensverwachting, geboortes, migratie) in de raming verwerkt.De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 heeft dezelfdeBevolkingsprognose van het CBS als uitgangspunt gebruikt, maarbenadrukt de onzekerheid van demografische prognoses door metverschillende scenario’s te werken op basis van die prognose. HetMinisterie van SZW gebruikt een CPB-raming uit 2019 van bruto participa-tiegraden t/m 2060 om op basis van de bevolkingsprognose de beroeps-bevolking te berekenen. Tot slot bekijkt het Ministerie van SZW voor deontwikkeling van de AOW-leeftijd de SVB-raming. Hierbij bedraagt deAOW-leeftijd in 2060 69 jaar en 6 maanden. Ook voor de Wet WIA heefthet Ministerie van SZW een langetermijnraming die inzicht biedt in degevolgen van een veranderende omvang en samenstelling van deberoepsbevolking voor de uitgaven aan het huidige stelsel. Bij dezeramingen wordt uitgegaan van prognoses op basis van het huidige beleid.102. Aangegeven wordt dat OCTAS de indruk heeft dat de AVG meermogelijkheden biedt dan in de praktijk wordt toegepast, kunt u hiervoorbeelden van geven?AntwoordZie de beantwoording van vraag 51.103. De bedragen bij de budgettaire effecten lijken vreemd, bijvoorbeeldhet verlagen van de WIA-drempel naar 25% dat slechts 300 miljoen eurokost, kunt u de juistheid van de cijfers bevestigen?AntwoordDe € 300 miljoen voor het verlagen van de WIA-drempel naar 25% kloptinderdaad met inzichten van het Ministerie van SZW. In 2021 heeft hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75831 CPB op verzoek van het Ministerie van SZW een doorrekening van dezemaatregel gedaan waarin de resultaten vergelijkbaar waren.29 Het bedragvan € 300 miljoen is een bijstelling van het eerder geraamde bedrag in2021.In de ambtelijke uitwerking die momenteel plaatsvindt worden de diverseindividuele maatregelen die worden geschetst in het OCTAS-advies naderuitgewerkt. Hierbij is ook nadrukkelijke aandacht voor de financiëleeffecten.29CPB (2021). Doorrekening drempelverlaging WIA.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 26 448, nr. 75832

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 6e5828b18a9fb6f1

14 okt 2026 · ab564b4edd485b78

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.