Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. Onderzoek naar de perspectieven van ouders op kindregelingen (Kamerstuk 36410-XV-81)
Brontekst
Versie f7d28b5938b7c1c3 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 600 XVVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Sociale Zaken enWerkgelegenheid (XV) voor het jaar 2025Nr. 5 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 30 september 2024 In de vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid bestondbij enkele fracties de behoefte een aantal vragen en opmerkingen voor teleggen aan de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over devolgende brieven:•Kabinetsreactie beleidsdoorlichting artikel 10 Tegemoetkoming oudersen evaluatie Wet hervorming kindregelingen (Kamerstuk 30 982,nr. 46);•Aanpak herstelactie kindgebonden budget (Kamerstuk 35 010, nr. 17);•Reactie op verzoek commissie over het rapport «Kind van de reke-ning?» van de Nationale ombudsman (Kamerstuk 26 448, nr. 628);•Vervolg activiteiten beleidsdoorlichting artikel 10 TegemoetkomingOuders (Kamerstuk 30 982, nr. 52);•Maatregelen naar aanleiding van het rapport «Kind van de rekening»van de Nationale ombudsman (Kamerstuk 26 448, nr. 631);•Voortgang herstelactie kindgebonden budget (Kamerstuk 35 010,nr. 25);•Voortgang hersteloperatie kindgebonden budget (Kamerstuk 31 066,nr. 785);•Kabinetsreactie inzake onderzoeken dubbele kinderbijslag onderwijsre-denen en intensieve zorg (Kamerstuk 34 104, nr. 332);•Reactie op verzoek commissie over een afschrift van de brief aan deNationale ombudsman en de Kinderombudsvrouw over knelpunten inde Kindgebonden budget en de Kinderopvangtoeslag (Kamerstuk35 574, nr. 23);•Afronding hersteloperatie kindgebonden budget (Kamerstuk 35 010,nr. 26);•Brief houdende intrekking van het wetsvoorstel (Kamerstuk 35 845,nr. 25);•Fout in uitbetaling kingebonden budget – herstelactie (Kamerstuk35 010, nr. 27);•Fout in uitbetaling kindgebonden budget – opvolging brief 13 juliinzake herstelactie (Kamerstuk 35 010, nr. 28);•Gerichte mailing CIZ om niet-gebruik te bestrijden (Kamerstuk 26 448,nr. 694); kst-36600-XV-5ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 51 •Indexatie kinderbijslag per 1 juli 2023 (Kamerstuk 36 200-XV, nr. 94);•Onderzoek Doelen en effectiviteit alleenstaande ouderkop (ALO-kop)(Kamerstuk 35 574, nr. 28);•Uitkomsten verkenning toekomst kindregelingen (Kamerstuk 36 410-XV, nr. 65);•Onderzoek naar de perspectieven van ouders op kindregelingen(Kamerstuk 36 410-XV, nr. 68).Bij brief van 30 september 2024 heeft de Minister van Sociale Zaken enWerkgelegenheid deze beantwoord. De vragen en opmerkingen van defracties en de antwoorden van de Minister zijn hieronder afgedrukt.De voorzitter van de commissie,TielenAdjunct-griffier van de commissie,Van den BroekTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 52 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties3Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie4Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie6Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractie7IIAntwoord/Reactie van de Minister8 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de kabinetsbrieven entoegezonden documenten met interesse gelezen. Deze leden hebbenhierover enkele vragen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar de budget-taire effecten van verschillende varianten van een samengevoegdekindregeling die zowel de kinderbijslag als het kindgebonden budget zouvervangen. Kan de Minister een overzicht geven van de kosten van:(1) een inkomensonafhankelijke regeling ter hoogte van de kinderbijslagplus het maximale kindgebonden budget in 2024; (2) een inkomensonaf-hankelijke regeling ter hoogte van de kinderbijslag plus het maximalekindgebonden budget zoals dat gold in 2023; (3) een inkomensonafhanke-lijke regeling ter hoogte van de kinderbijslag plus het kindgebondenbudget dat een koppel met een gezamenlijk inkomen van 60.000 euro perjaar ontvangt; (4) een inkomensafhankelijke regeling ter hoogte vanmaximaal de kinderbijslag plus het maximale kindgebonden budget, meteen afbouwpad van 5% vanaf een gezamenlijk inkomen van 50.000 europer jaar; (5) hetzelfde als (4), maar dan met een afbouwpad dat start vanafeen gezamenlijk inkomen van 100.000 euro per jaar; (6) hetzelfde als (4),maar dan met een afbouwpad dat start vanaf een gezamenlijk inkomenvan 150.000 euro per jaar; (7) hetzelfde als (6), maar dan met eenafbouwpercentage van 10 procent?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister voorts omeen overzicht van situaties waarin het partnerbegrip knellend is en(mogelijk) tot problemen leidt bij het uitkeren van het kindgebondenbudget. Kan de Minister hierbij ook cijfers meesturen hoe vaak dezesituaties voorkomen? In hoeverre komen deze knelpunten ook voor bijandere regelingen in de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de AlgemeneOuderdomswet (AOW)) en is er sprake van overlap?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat eennegatieve indexatie van de kinderbijslag, zoals vorig jaar voorkwam,onwenselijk is vanuit het oogpunt van zekerheid en betrouwbaarheid voorouders. Deze leden vragen de Minister dan ook of zij het hiermee eens is.Klopt het dat het mogelijk is om de indexatie zo vorm te geven dat nulprocent als ondergrens wordt gehanteerd, waarbij eventuele negatieveinflatie als correctie wordt verrekend bij een volgend indexatiemoment,om te voorkomen dat inflatie en indexatie uit de pas gaan lopen? En zo ja,is de Minister bereid dit mee te nemen in de Verzamelwet Sociale Zakenen Werkgelegenheid (SZW) 2024?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 53 Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie lezen in het onderzoek van theRevolution datmiddeninkomens soms minder te besteden hebben dan lagere inkomensomdat zij net buiten regelingen vallen.1 De leden van de VVD-fractievragen of het kabinet de mening deelt dat het onwenselijk is dat midden-inkomens er door het wegvallen van een regeling op achteruitgaan, zekerals zij meer zijn gaan verdienen omdat zij meer uren zijn gaan werken. Deleden van de VVD-fractie vragen of en hoe het kabinet het voorkomen vandeze armoedeval meeneemt in het uitwerken van toekomstige (kind)rege-lingen. In navolging op de vorige vraag vragen de leden van deVVD-fractie hoe het kabinet een kindregeling naar Vlaams model, waarbijhet te ontvangen bedrag samenhangt met de levensfase van het kind,beoordeelt. Deze leden vragen welke voor- en nadelen het kabinet bij eendergelijke variant ziet.Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet rapport Toekomst Toeslagenstelsel en de brief van de Minister, waarinknelpunten worden benoemd waar ouders tegenaan lopen. De ambtelijkeverkenning leidt onder andere tot de conclusie dat er één vereenvoudigderegeling moet komen met één wettelijk kader. Deze leden zijn het hier vanharte mee eens. Voor het nieuwe kabinet ligt hier een belangrijke taak. Hetis goed te vernemen dat er ondertussen wordt onderzocht hoe terugvor-deringen voorkomen kunnen worden binnen het huidige stelsel. Zo wordtaangegeven dat met de Dienst Toeslagen de mogelijkheid wordt onder-zocht om na afloop van het toeslagjaar ouders te benaderen die geenkindgebonden budget hebben ontvangen maar daar mogelijk wel recht ophadden. Kan de Minister aangeven wat de uitkomsten van dit onderzoekzijn en hoe en wanneer deze ouders actief worden benaderd?De leden van de NSC-fractie lezen dat bij scheidende ouders veelal nietbekend is dat zij zelf moeten regelen wie van beide ouders kinderbijslagaanvraagt, omdat het te ontvangen kindgebonden budget hieraan isgekoppeld. Welke maatregelen neemt de Minister om deze ouders betervoor te lichten?De leden van de NSC-fractie zijn voorts benieuwd naar de resultaten vanhet integrale onderzoek dat naar aanleiding van de motie Palland/Ceder2wordt uitgevoerd naar de situatie van gezinnen in Nederland. Wat is destand van zaken van dit onderzoek? Kan het kabinet aangeven wanneer deuitkomsten van dit onderzoek worden verwacht?Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggendestukken. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.De leden van de D66-fractie constateren dat de kindregelingen veelvoorwaarden en grensgevallen kennen. Zo is recht op kindgebondenbudget voorwaardelijk aan dat een ouder een geldige verblijfsvergunningheeft, ook als de andere ouder dat niet heeft. Daarnaast moet het kind ookrechtmatig in Nederland verblijven. Kan de Minister ingaan op hoeveelkinderen van rechtmatig in Nederland verblijvende ouders, zelf nietrechtmatig in Nederland verblijven? Hoeveel controles voert de Dienst1Bijlage van Kamerstuk 36 410-XV, nr. 68, theRevolution voor het Ministerie van SZW,29 februari 2024, «Met de burger aan de tekentafel».2Kamerstuk 35 925-XV, nr. 59.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 54 Toeslagen jaarlijks uit op de verblijfsstatus van kinderen en hoeveeluitvoeringskosten zijn hiermee gemoeid? Wat zouden de kosten zijn vanhet toekennen van kindgebonden budget aan de ouders van dezekinderen en wat zouden de kosten zijn van het schrappen van de controle?Zijn deze kosten in kaart gebracht en aan de Kamer gecommuniceerd bijde behandeling van de Verzamelwet SZW 2022?De leden van de D66-fractie hechten er waarde aan dat geld eerderterechtkomt bij ouders die het zelf kunnen gebruiken dan dat het gelduitgegeven wordt aan apparaatskosten, waarbij een beroep gedaan wordtop een toch al schaarse arbeidsmarkt en waarmee bijgedragen wordt aaneen grote, complexe overheid. Is de Minister bereid om opdracht te gevenom een grondige doorlichting te organiseren van de uitvoeringskostenvan de kindregelingen en bij grensgevallen en uitzonderingen telkens deuitvoeringskosten naast de kosten van het schrappen van de uitzonderingte wegen?De leden van de D66-fractie vragen de Minister of nu in alle gevallen dater sprake is van een huwelijkspartner in het buitenland de alleenstaandeouderkop (ALO-kop) niet wordt toegekend aan statushouders. Is deMinister bereid in de situatie dat de gezinsherenigingsprocedure vanstatushouders nog loopt, de toekenning van de ALO-kop mogelijk temaken? Op welke wijze voorkomt de Minister hoge terugvorderingen vande ALO-kop bij statushouders met een huwelijkspartner in het buitenland?Hoe zorgt de Minister ervoor dat het inkomen van deze gezinnen tochtoereikend is om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien? Klopt hetdat nu gevraagd wordt aan gemeenten om ambtshalve maatwerkonder-steuning te leveren in de bijstand? Vindt de Minister dat de meesteenvoudige manier om het bestaansminimum voor deze groepen tegaranderen?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de agendapunten voor het oorspronkelijke commissiedebat Kinder-bijslag en kindgebonden budget dat om is gezet in dit schriftelijk overleg.De leden van de BBB-fractie zien dat op de agenda voor het commissie-debat het onderzoek naar de ALO-kop stond van SEO economischeonderzoek (SEO)3, een relevant onderwerp ook naar aanleiding van hetregeerakkoord. De overgrote meerderheid van ouders die gebruikmakenvan de ALO-kop zit flink onder het sociaal minimum en de ALO-kop moetervoor zorgen dat het voor deze groep lonender is om meer te gaanwerken. Is volgens de Minister de ALO-kop de manier om koopkracht opte krikken aangezien niet iedereen binnen deze regeling valt? Ouders dieer niet binnen vallen, onder andere door een afwijkende definitie van«alleenstaanden», moeten dan weer terugvallen op bijzondere bijstand,waarvoor zij het loket dikwijls niet weten te vinden. Iets wat het onderzoekvan SEO ook bevestigt. Wat zegt dat over de doelmatigheid van dezeregeling volgens de Minister?De leden van de BBB-fractie lezen dat het aantal alleenstaande ouders datparticipeert op de arbeidsmarkt is gestegen van halverwege 60 procentnaar 75 procent. Het onderzoek van SEO legt geen direct verband tussende invoering van de ALO-kop en de hogere participatie van ouders, schrijftde Minister dit toe aan de invoering van de ALO-kop, aangezien deze demarginale druk voor werkenden verlaagt?3Bijlage van Kamerstuk 35 574, nr. 28, SEO, mei 2023, «Doelen en effectiviteit van de alleen-staande ouderkop in het kindgebonden budget».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 55 Voorts hebben de leden van de BBB-fractie een vraag over de bijstellingenrond het kindgebonden budget in de Voorjaarsnota. Het totale bedrag aankindgebonden budget is 3,3 miljard euro en de bijstelling gaat om240 miljoen euro, dat is toch 7 procent van het totaal. Een behoorlijke slokop een borrel. Kan de Minister nadere uitleg verschaffen hoe dit zo uit depas loopt? Deze leden vinden de uitleg in de Voorjaarsnota wat summier.Tenslotte willen de leden van de BBB-fractie ingaan op de verkenningtoekomst kindregelingen. De verdere vormgeving van deze toekomst isuiteraard aan een nieuw kabinet maar de Minister maakt in haar brief eenverwijzing naar het Vlaamse Groeipakket. Dit systeem hanteert specialetoeslagen voor speciale gebeurtenissen. Is er ook verder onderzoek naardit soort systemen verricht waarbij is gekeken welke speciale toepas-singen geschikt zijn om over te nemen en hoe koopkrachteffecten zichverder zouden ontwikkelen indien elementen uit dit pakket zouden wordentoegepast?Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de uitwerkingvan opties voor herziening van de kindregelingen en het meer recenteonderzoek naar de perspectieven van ouders op kindregelingen. Vooraldat laatste onderzoek vinden deze leden interessant, omdat dat zich richtop het perspectief van ouders.De leden van de CDA-fractie lezen als een van de signalen dat voor veelmensen kinderbijslag goed werkt: het is bekend, simpel en duidelijk wantwat iemand krijgt, mag diegene ook houden. Deze leden onderschrijvenhet belang van deze elementen. Ook gaat kinderbijslag met name naar decategorie «kind», terwijl kindgebonden budget vaker wordt gebruikt voorvaste lasten en levensonderhoud. Het onderzoek stelt dat dit komt door defrequentie, maar deze leden vragen of dit volgens de Minister ook nietkomt door de categorie ontvangers, omdat hoe lager iemands inkomen is,hoe meer kindgebonden budget diegene krijgt.De leden van de CDA-fractie vinden dat in elk van de ideeën voorvormgeving van de regelingen van de ouders interessante elementenzitten. Vooral de elementen van vaste bedragen en «hebben is houden»vinden deze leden belangrijk. Het is duidelijk dat iedereen terugvorde-ringen ongewenst vindt. Deze leden vinden idee 4 interessant, vooréén vaste kinderbijlage met één naam, met een vast bedrag per maandonafhankelijk van inkomen. Dat sluit ook aan bij de observatie uit hetonderzoek dat sommige mensen het fijner zouden vinden als de kinder-bijslag maandelijks komt, om aan te sluiten bij de uitgaven. Echter ditwordt niet als optimaal ervaren omdat het bedrag dan kleiner is.Daarnaast vinden ouders het oneerlijk als er volledige inkomensonafhan-kelijkheid is, dus «de armen armer worden en de rijken rijker».De leden van de CDA-fractie zien fiche 3c daarom als kansrijk vooréén regeling met een vast en een inkomensafhankelijk deel, maandelijksuitgekeerd, op basis van inkomen van voorgaand jaar en met eennoodknop bij inkomensterugval. Deze leden vragen de Minister inhoeverre dit fiche aansluit bij maatregel 2b in het onderzoek naarStelselherziening kindregelingen, namelijk het samenvoegen vam deWet op het kindgebonden budget (WKB) met de Algemene Kinderbij-slagwet (AKW) in één nieuwe kindregeling met basisbedrag en inkomens-afhankelijk bedrag.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 56 Ook zien de leden van de CDA-fractie duidelijke paralellen tussen fiche 3cen maatregel 2b en het Duitse systeem, waar er één kindregeling is, meteen vast bedrag van 250 euro per kind per maand, en een variabel bedragvan maximaal 292 euro voor lage inkomens. Hoe kijkt de Minister naar hetDuitse systeem en denkt zij dat dit systeem tegemoet kan komen aan dewensen van de ouders in het onderzoek en mogelijkheden binnen hetNederlandse systeem? Kan de Minister een analyse maken van devormgeving van het Duitse systeem en hoe dit voor Nederland zouuitpakken? Kan de Minister daarbij ook een budgettaire inschatting makenwat de bedragen in het Duitse systeem voor Nederland zoudenbetekenen, en hoe dit zich verhoudt tot het budgettair beslag vankinderbijslag en kindgebonden budget? Kan de Minister ook eenvoorzichtig voorstel voor passende maatvoering doen die aansluit bij dehuidige WKB en AKW? Kan de Minister ook uitzoeken op welk inkomenhet Duitse systeem zich baseert en hoe daarin wordt omgegaan metterugvorderingen?In het onderzoek lezen de leden van de CDA-fractie ook dat oudersverschillen in gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderenals verwarrend en oneerlijk ervaren. Is het volgens de Minister nodigverschillen (enigszins) gelijk te trekken, en zo ja, wat is daarvoor nodig?Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de Kamer-brieven. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.Indexatie kinderbijslag per 1 juli 2023De leden van de SGP-fractie herinneren de Minister eraan dat de Ministerzou nagaan hoe negatieve indexatie van de kinderbijslag in de toekomstkan worden voorkomen. Wat heeft dit opgeleverd, en welke mogelijk-heden ziet het kabinet hiervoor?Onderzoek naar de perspectieven van ouders op kindregelingenDe leden van de SGP-fractie constateren dat ouders een simpel envoorspelbaar stelsel van kindregelingen zonder terugvorderingen willen.Hoe wil het kabinet dit realiseren? En neemt de Minister deze conclusiesook als uitgangspunten voor een nieuw stelsel?Uitkomsten verkenning toekomst kindregelingenDe leden van de SGP-fractie zouden graag zien dat toegewerkt wordt naaréén portaal en één uitvoerder voor alle kindregelingen. Ook de SocialeVerzekeringsbank (SVB) heeft daar in een knelpuntenbrief reeds opaangedrongen en verwijst daarbij naar het Vlaamse Groeipakket, waarbijtegemoetkomingen voor ouders worden gebundeld. Zo wordt het stelseleenvoudiger en overzichtelijker, bestaanszekerheid van ouders wordtvergroot, niet-gebruik tegengegaan en hoge terugvorderingen wordenvoorkomen. Hoe beoordeelt de Minister deze stip op de horizon? Is zijbereid hierover met SVB in gesprek te gaan en het Vlaamse voorbeeld tebetrekken bij de verdere uitwerking van een toekomstig stelsel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 57 II Antwoord/Reactie van de Minister Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben de kabinetsbrieven entoegezonden documenten met interesse gelezen. Deze leden hebbenhierover enkele vragen.Vraag 1De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn benieuwd naar de budget-taire effecten van verschillende varianten van een samengevoegdekindregeling die zowel de kinderbijslag als het kindgebonden budget zouvervangen. Kan de Minister een overzicht geven van de kosten van:(1) een inkomensonafhankelijke regeling ter hoogte van de kinderbijslagplus het maximale kindgebonden budget in 2024; (2) een inkomensonaf-hankelijke regeling ter hoogte van de kinderbijslag plus het maximalekindgebonden budget zoals dat gold in 2023; (3) een inkomensonafhanke-lijke regeling ter hoogte van de kinderbijslag plus het kindgebondenbudget dat een koppel met een gezamenlijk inkomen van 60.000 euro perjaar ontvangt; (4) een inkomensafhankelijke regeling ter hoogte vanmaximaal de kinderbijslag plus het maximale kindgebonden budget, meteen afbouwpad van 5% vanaf een gezamenlijk inkomen van 50.000 europer jaar; (5) hetzelfde als (4), maar dan met een afbouwpad dat start vanafeen gezamenlijk inkomen van 100.000 euro per jaar; (6) hetzelfde als (4),maar dan met een afbouwpad dat start vanaf een gezamenlijk inkomenvan 150.000 euro per jaar; (7) hetzelfde als (6), maar dan met eenafbouwpercentage van 10 procent?Antwoord 1Voor de beantwoording van deze vraag zijn voor elk van bovenstaandezeven varianten de structurele meerkosten berekend ten opzichte van detotale uitgaven in de basissituatie. De basissituatie is het huidige beleidplus de voorgenomen intensivering in het kindgebonden budget van€ 300 miljoen uit het Regeerprogramma. In de basissituatie bedragen destructurele uitgaven voor de kinderbijslag en het kindgebonden budget intotaal € 9,1 miljard. Daarnaast zijn de volgende veronderstellingengemaakt:•Er is geen vermogensgrens;•Huishoudens die recht hebben op een uitkering maken daar ookdaadwerkelijk gebruik van;•Incidentele kosten zoals de dubbele kinderbijslag en de AKW-plus (hetextra bedrag aan kinderbijslag) zijn niet meegenomen in de bereke-ning;•Specifiek voor variant 2 zijn de bedragen van het maximale kindgebon-den budget zoals dat gold in 2023 met 9,9% geïndexeerd naar hetprijspeil 2024. In 2023 kregen ouders voor het eerste kind € 121,– meerkindgebonden budget dan voor het tweede en volgende kind. Voorvariant 2 is in de vormgeving uitgegaan van een vast bedrag, waarbijis uitgegaan van een gewogen gemiddeldeDe (maximale) bedragen die ouders per kind kunnen ontvangen in desamengevoegde kindregeling zijn weergegeven in onderstaande tabel.Ook is de aanvulling voor alleenstaande ouders weergegeven en hoe deafbouw van de uitkering op huishoudensniveau is geregeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 58 Tabel 1: kindbedragen varianten 1 tot en met 7Bedragen in euro’s(prijzen ’24)Variant 1Variant 2Variant 3Variant 4 t/m 7Maximale bedragen perkind0 tot en met 5 jaar3.5582.8833.5583.5586 tot en met 11 jaar3.7993.1243.7993.79912 tot en met 15 jaar4.7333.6584.7334.73316 en 17 jaar4.9633.8874.9634.963Op huishoudensniveauAanvulling voorAlleenstaande ouders3.4804.229n.v.t.3.480Afbouw per huishoudengeengeen1.6301inkomens-afhankelijk1 Bij variant 3 wordt gevraagd om een inkomensonafhankelijke regeling ter hoogte van de AKWvermeerderd met WKB dat een koppel met een gezamenlijk inkomen van € 60.000 per jaarontvangt. Bij een dergelijk inkomen komt men € 24.151 boven de inkomensafbouwgrens voorparen uit (€ 35.849 in 2024). Dit betekent dat het recht op WKB op grond van het inkomen met€ 1.630 (24.151 * 6,75%) wordt afgebouwd. De meerkosten per variant voor de samengevoegde kindregeling zijnhieronder weergegeven:1.De meerkosten voor een inkomensonafhankelijke regeling ter hoogtevan de kinderbijslag plus het maximale kindgebonden budget in 2024bedragen structureel circa € 5,5 miljard.2.De meerkosten voor een inkomensonafhankelijke regeling ter hoogtevan de kinderbijslag plus het maximale kindgebonden budget zoalsdat gold in 2023 bedragen structureel circa € 3,1 miljard.3.De meerkosten voor een inkomensonafhankelijke regeling ter hoogtevan de kinderbijslag plus het kindgebonden budget dat een koppelmet een gezamenlijk inkomen van € 60.000 per jaar ontvangt,bedragen structureel circa € 1,0 miljard.4.De meerkosten voor een inkomensafhankelijke regeling ter hoogtevan maximaal de kinderbijslag plus het maximale kindgebondenbudget, met een afbouwpad van 5% vanaf een gezamenlijk inkomenvan € 50.000 per jaar bedragen structureel circa € 2,0 miljard.5.De meerkosten voor een inkomensafhankelijke regeling ter hoogtevan maximaal de kinderbijslag plus het maximale kindgebondenbudget, met een afbouwpad van 5% vanaf een gezamenlijk inkomenvan € 100.000 per jaar bedragen structureel circa € 4,3 miljard.6.De meerkosten voor een inkomensafhankelijke regeling ter hoogtevan maximaal de kinderbijslag plus het maximale kindgebondenbudget, met een afbouwpad van 5% vanaf een gezamenlijk inkomenvan € 150.000 per jaar bedragen structureel circa € 5,0 miljard.7.De meerkosten voor een inkomensafhankelijke regeling ter hoogtevan maximaal de kinderbijslag plus het maximale kindgebondenbudget, met een afbouwpad van 10% vanaf een gezamenlijk inkomenvan € 150.000 per jaar bedragen structureel circa € 4,8 miljard.Vraag 2De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister voorts omeen overzicht van situaties waarin het partnerbegrip knellend is en(mogelijk) tot problemen leidt bij het uitkeren van het kindgebondenbudget. Kan de Minister hierbij ook cijfers meesturen hoe vaak dezesituaties voorkomen? In hoeverre komen deze knelpunten ook voor bijTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 59 andere regelingen in de sociale zekerheid (bijvoorbeeld de AlgemeneOuderdomswet (AOW)) en is er sprake van overlap?Antwoord 2Het komt soms voor dat iemand wel een partner heeft (cf de definitie vande Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, hierna: Awir) maardeze partner niet bij kan dragen aan de kosten en zorg voor het kind ofdaartoe niet gehouden kan worden.De ouder die er financieel alleen voor staat ontvangt hierdoor geenAlleenstaande ouderkop (ALO-kop). Uit het SEO-onderzoek4 naar «dedoelen en effectiviteit van de alleenstaande ouderkop» blijkt dat dit geldtvoor 2.600 gehuwden. De partner bevindt zich bijvoorbeeld in detentie.Ook statushouders met een huwelijkspartner in het buitenland behorentot deze groep ouders. Deze ouders lopen het risico om onder hetbestaansminimum te komen. Zij hebben in de regel een laag inkomen,een zeer laag of geen vermogen en een huwelijkspartner die niet kanbijdragen aan de kosten van het huishouden.Daarnaast hebben alleenstaande ouders die op één adres wonen met éénandere volwassene geen recht op een ALO-kop als ze beiden 27 jaar ofouder zijn. Dit gaat bijvoorbeeld om situaties waarin mantelzorg wordtverleend of de alleenstaande ouder na een scheiding onderdak krijgt bijeen vriend of een familielid. Dit zijn de zogeheten «onbedoelde partner-schappen». Uit het SEO-onderzoek blijkt dat het in 1.245 gevallen gaat omeen alleenstaande ouder die samenwoont met een familielid in de eerstegraad. Het kabinet is voornemens om in de Fiscale verzamelwet 2025, diebinnenkort bij uw Kamer wordt ingediend, met ingang van 2025 de27-jaarsgrens voor het samenwonen met eerstegraads bloed- enaanverwanten te laten vervallen. Hierdoor krijgt een deel van deze oudersrecht op ALO-kop.Indien men als toeslagpartner wordt beschouwd, dan geldt dit niet alleenvoor het kindgebonden budget, maar ook voor de kinderopvangtoeslag ende zorgtoeslag. Het partnerbegrip in de AOW kent weer andereknelpunten omdat de AOW een ander partnerbegrip hanteert dan in detoeslagensystematiek. In de AOW staat het hebben van een gezamenlijkehuishouding centraal. In sommige gevallen leveren de huidige leefvorm-definities in de AOW knelpunten op omdat deze niet aansluiten bij debeleving van mensen en bewerkelijk zijn in de uitvoering. De Ministervoor Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen heeft de Tweede Kamerin juni 2023 geïnformeerd over deze knelpunten en het voornemen omeen partnerbegrip met objectieve criteria voor de AOW te onderzoeken.Daarbij wordt bezien of dit een wenselijk alternatief is voor de huidigesystematiek.5Dit najaar worden de uitkomsten van het onderzoek met deKamer gedeeld. Binnen het programma Vereenvoudiging Inkomensonder-steuning voor Mensen (VIM) wordt daarnaast gewerkt aan een verkenningnaar een eenvoudiger en eenduidig partnerbegrip over de stelsels heen.Vraag 3De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie zijn van mening dat eennegatieve indexatie van de kinderbijslag, zoals vorig jaar voorkwam,onwenselijk is vanuit het oogpunt van zekerheid en betrouwbaarheid voorouders. Deze leden vragen de Minister dan ook of zij het hiermee eens is.Klopt het dat het mogelijk is om de indexatie zo vorm te geven dat nulprocent als ondergrens wordt gehanteerd, waarbij eventuele negatieveinflatie als correctie wordt verrekend bij een volgend indexatiemoment,om te voorkomen dat inflatie en indexatie uit de pas gaan lopen? En zo ja,4Kamerstukken II 2022/2023, 35 574, nr. 285Kamerstukken II 2022/2023, 32 043, nr. 611Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 510 is de Minister bereid dit mee te nemen in de Verzamelwet Sociale Zakenen Werkgelegenheid (SZW) 2024?Antwoord 3In de huidige indexatiesystematiek beweegt de kinderbijslag twee keer perjaar mee met de ontwikkeling van de prijzen. Dit geldt ook als sprake isvan deflatie. Op die manier wordt voorkomen dat de prijsontwikkeling ende kinderbijslagbedragen uit elkaar lopen. Mijn voorganger heeft toengekeken naar de mogelijkheden om af te zien van de negatieve indexatie.De huidige wet biedt daar echter geen ruimte voor. De mogelijkheid omeen ondergrens van nul procent te hanteren en negatieve prijsontwik-keling bij een volgend indexatiemoment te verrekenen, vereist wetsaan-passing. De Commissie sociaal minimum heeft in haar advies gekekennaar de indexatiesystematiek van regelingen die inkomensondersteuningbieden. De Commissie adviseert geen wijzigingen hierin aan te brengen.Die lijn volgt het kabinet in afwachting van het door de Tweede Kameraangekondigde initiatiefwetsvoorstel bij de Begrotingsbehandeling vanSZW.Ik ben daarom niet voornemens een wijziging van de indexatiesyste-matiek mee te nemen in de Verzamelwet.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieVraag 4De leden van de VVD-fractie lezen in het onderzoek van theRevolution datmiddeninkomens soms minder te besteden hebben dan lagere inkomensomdat zij net buiten regelingen vallen.6 De leden van de VVD-fractievragen of het kabinet de mening deelt dat het onwenselijk is dat midden-inkomens er door het wegvallen van een regeling op achteruitgaan, zekerals zij meer zijn gaan verdienen omdat zij meer uren zijn gaan werken. Deleden van de VVD-fractie vragen of en hoe het kabinet het voorkomen vandeze armoedeval meeneemt in het uitwerken van toekomstige (kind)rege-lingen.Antwoord 4De hoogte van het kindgebonden budget hangt onder andere af van hetinkomen van ouders. Daarmee sluit de toeslag aan bij hun actuele(financiële) situatie. Deze inkomensafhankelijkheid draagt bij aan eenhogere marginale druk omdat huishoudens een deel van hun toeslagenverliezen wanneer hun inkomen stijgt, bijvoorbeeld omdat zij (meer) gaanwerken. Hier staat tegenover dat de gemiddelde belastingdruk voor dezehuishoudens lager is omdat zij aanspraak maken op inkomensonder-steuning via toeslagen. Omdat de marginale druk van veel factorenafhankelijk is, zoals het geldende belastingtarief en de – soms samenlo-pende – op- en afbouw van inkomensafhankelijke regelingen (zoalsheffingskortingen en toeslagen), is het voor de meeste mensen ondoor-zichtig hoeveel een loonsverhoging of een dag extra werken aan extrabestedingsmogelijkheden oplevert. Het kabinet vindt het belangrijk datwerken loont. Daarom neemt het kabinet maatregelen zodat mensen eropvooruit gaan als zij meer gaan werken. In het Hoofdlijnenakkoord (bijlagebij Kamerstuk 36 471, nr. 37) is daarom opgenomen dat stapsgewijs wordtgewerkt aan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen ende toeslagen en aan de voorbereiding van een hervorming van hettoeslagen- en belastingstelsel. In het Regeerprogramma heeft het kabinethiertoe voorstellen gedaan die ook betrekking hebben op de financiëleondersteuning van ouders.6Bijlage van Kamerstukken II 2023/24, 36 410 XV, nr. 68: theRevolution voor het Ministerie vanSZW, 29 februari 2024, «Met de burger aan de tekentafel».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 511 Vraag 5In navolging op de vorige vraag vragen de leden van de VVD-fractie hoehet kabinet een kindregeling naar Vlaams model, waarbij het te ontvangenbedrag samenhangt met de levensfase van het kind, beoordeelt. Dezeleden vragen welke voor- en nadelen het kabinet bij een dergelijke variantziet.Antwoord 5Het Groeipakket van de Vlaamse overheid bestaat uit financiële tegemoet-komingen om gezinnen te ondersteunen in de opvoeding van hunkinderen. Vlaamse ouders ontvangen automatisch één bedrag. Dit bedragis opgebouwd uit een relatief hoog basisbedrag en verschillendecomponenten die samenhangen met specifieke kosten die ouders maken.Denk hierbij aan een éénmalige geboorte-uitkering, jaarlijkse school-kosten, kosten voor kinderopvang, kosten voor wezen en pleegkinderen.Ook zijn inkomensafhankelijke componenten, zoals de sociale toeslag ende schooltoeslag, onderdeel van het Groeipakket. Het Groeipakket kentsinds 2019 geen leeftijdsgebonden toelagen meer.Het voordeel van deze variant is dat ouders automatisch één bedragontvangen. Er is één loket waar ouders terecht kunnen. Binnen hetGroeipakket is slechts beperkt sprake van terugvorderingen omdat gebuiktwordt gemaakt van inkomensgegevens van twee jaar terug. Ouders inNederland kunnen te maken hebben met meerdere regelingen enbedragen, verschillende betaaldata en meerdere uitvoerders. Ookontvangen ouders in Nederland niet altijd de uitgekeerde bedragenautomatisch. Een regeling met veel componenten zoals het Groeipakketbiedt ook de mogelijkheid om ouders gericht te ondersteunen als zijspecifieke kosten hebben. Zo kent het Groeipakket een startbedrag bij degeboorte (of adoptie) van een kind. Ook ontvangen ouders aan het beginvan het schooljaar een extra bedrag. Een nadeel van het Groeipakket isdat het relatief minder gericht is op ondersteuning aan de huishoudensmet de laagste inkomens.7 Dit omdat het basisbedrag relatief hoog is. Uiteen studie van KU Leuven blijkt ook dat een hervorming van het Groei-pakket kan leiden tot een daling van de kinderarmoede met 35 procent. DeSociaal-Economische Raad Vlaanderen pleit daarom voor een bijsturingvan het Groeipakket.8 Een ander nadeel kan zijn dat ouders te makenhebben met een bedrag dat is opgebouwd uit verschillende componentenen niet gebaseerd is op het actuele inkomen. Voor ouders met eenwisselend inkomen kan dat onvoldoende zijn, waardoor een noodverbandnoodzakelijk is. Het kan voor sommige ouders ook moeilijk tedoorgronden zijn hoe het bedrag is samengesteld.In Nederland is er een aanzienlijke groep ouders die alleen kinderbijslagontvangt. Dit is een eenvoudige inkomensonafhankelijke regeling metweinig voorwaarden en vaste bedragen. Dit biedt zekerheid. Sommigeouders in Nederland ontvangen daarnaast kindgebonden budget. Voorouders die beide Nederlandse kindregelingen ontvangen geldt dat, net alsin het Groeipakket, een afruil bestaat tussen gerichte ondersteuning enwerken laten lonen. Een nadeel van het Groeipakket is verder dat er isgekozen om harde inkomensgrenzen te hanteren, waardoor een euroextra inkomen kan zorgen voor het (deels) verliezen van de toeslag.7https://soc.kuleuven.be/sway/verhalen/het-groeipakket-inzetten-in-de-strijd-tegen-kinderarmoede8https://www.serv.be/serv/publicatie/advies-en-rapport-groeipakket-zetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 512 Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben met interesse kennisgenomen vanhet rapport Toekomst Toeslagenstelsel en de brief van de Minister, waarinknelpunten worden benoemd waar ouders tegenaan lopen.Vraag 6De ambtelijke verkenning leidt onder andere tot de conclusie dat eréén vereenvoudigde regeling moet komen met één wettelijk kader. Dezeleden zijn het hier van harte mee eens. Voor het nieuwe kabinet ligt hiereen belangrijke taak. Het is goed te vernemen dat er ondertussen wordtonderzocht hoe terugvorderingen voorkomen kunnen worden binnen hethuidige stelsel. Zo wordt aangegeven dat met de Dienst Toeslagen demogelijkheid wordt onderzocht om na afloop van het toeslagjaar ouderste benaderen die geen kindgebonden budget hebben ontvangen maardaar mogelijk wel recht op hadden. Kan de Minister aangeven wat deuitkomsten van dit onderzoek zijn en hoe en wanneer deze ouders actiefworden benaderd?Antwoord 6Het onderzoek waar deze leden van de NSC-fractie naar verwijzen looptnog. De resultaten worden dit jaar verwacht. Aan de hand daarvan wordtbezien of een specifieke attenderingsactie voor de aanvraag van hetkindgebonden budget mogelijk is. Deze attenderingsactie zou volgend jaar(in de zomer van 2025) uitgevoerd kunnen worden. In de tussentijd wordt,zoals recent via de reguliere mediacampagnes, geattendeerd op hetachteraf kunnen aanvragen van toeslagen voor het berekeningsjaar 2023.Deze aanvragen konden tot en met 1 september 2024 worden gedaan.Vraag 7De leden van de NSC-fractie lezen dat bij scheidende ouders veelal nietbekend is dat zij zelf moeten regelen wie van beide ouders kinderbijslagaanvraagt, omdat het te ontvangen kindgebonden budget hieraan isgekoppeld. Welke maatregelen neemt de Minister om deze ouders betervoor te lichten?Antwoord 7De kinderbijslag en het kindgebonden zijn aan elkaar gekoppeld. Alleen deaanvrager van kinderbijslag komt in aanmerking voor kindgebondenbudget. Deze koppeling vereenvoudigt de uitvoering doordat op basis vangegevens over toekenning van de kinderbijslag het kindgebonden budgetambtshalve kan worden toegekend aan ouders die ook andere toeslagenontvangen. Tegelijkertijd is deze koppeling voor gescheiden ouders nietaltijd helder. Als zij hierin wijzigingen willen aanbrengen, moeten zij zelf inactie komen.De SVB en Dienst Toeslagen besteden daarom structureel aandacht aangoede voorlichting voor deze ouders. Op zowel de websites van de SVBen Dienst Toeslagen staat specifieke informatie over de gevolgen van uitelkaar gaan en wat je als ouder moet regelen. Ook kunnen ouders methun vragen telefonisch terecht bij de SVB en Dienst Toeslagen.Vraag 8De leden van de NSC-fractie zijn voorts benieuwd naar de resultaten vanhet integrale onderzoek dat naar aanleiding van de motie Palland/Ceder9wordt uitgevoerd naar de situatie van gezinnen in Nederland. Wat is destand van zaken van dit onderzoek? Kan het kabinet aangeven wanneer deuitkomsten van dit onderzoek worden verwacht?9Kamerstuk 35 925-XV, nr. 59.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 513 Antwoord 8Het onderzoek naar de situatie van gezinnen in Nederland is in mei 2024gestart. Dit onderzoek is in lijn met de moties Palland/Ceder10 en Stoffer11.De resultaten worden in december verwacht en zullen vervolgens met deKamer worden gedeeld.Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben kennisgenomen van de voorliggendestukken. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.Vraag 9De leden van de D66-fractie constateren dat de kindregelingen veelvoorwaarden en grensgevallen kennen. Zo is recht op kindgebondenbudget voorwaardelijk aan dat een ouder een geldige verblijfsvergunningheeft, ook als de andere ouder dat niet heeft. Daarnaast moet het kind ookrechtmatig in Nederland verblijven. Kan de Minister ingaan op hoeveelkinderen van rechtmatig in Nederland verblijvende ouders, zelf nietrechtmatig in Nederland verblijven? Hoeveel controles voert de DienstToeslagen jaarlijks uit op de verblijfsstatus van kinderen en hoeveeluitvoeringskosten zijn hiermee gemoeid? Wat zouden de kosten zijn vanhet toekennen van kindgebonden budget aan de ouders van dezekinderen en wat zouden de kosten zijn van het schrappen van de controle?Zijn deze kosten in kaart gebracht en aan de Kamer gecommuniceerd bijde behandeling van de Verzamelwet SZW 2022?Antwoord 9Het is niet bekend of en hoeveel kinderen geen verblijfsrecht hebbenterwijl één van de ouders wel verblijfsrecht heeft. Aangenomen wordt datde vraag betrekking heeft op de invoering van de uitzondering op hetkoppelingsbeginsel in 2022 en hoeveel gezinnen geen gebruik kunnenmaken van de uitzondering op het koppelingsbeginsel. De Koppelingswetkoppelt aanspraak op sociale voorzieningen aan rechtmatig verblijf. Ookindirecte aanspraak, via de partner met verblijfsrecht, wordt hierdoorvoorkomen. Met de invoering van de uitzondering op het koppelingsbe-ginsel in de Wet op het kindgebonden budget krijgt een ouder met eenniet-rechtmatig in Nederland verblijvende partner toch kindgebondenbudget toegekend voor het kind dat rechtmatig in Nederland verblijft.Verblijft in die situatie ook het kind niet-rechtmatig in Nederland danwordt er geen kindgebonden budget toegekend. Volgens Dienst Toeslagenzijn er jaarlijks zo’n dertig tot vijftig kinderen waarvoor geen kindge-bonden budget wordt toegekend omdat zowel een van de ouders/partnersals het kind niet-rechtmatig in Nederland verblijven.Voor verblijfsstatussen maakt Dienst Toeslagen gebruik van de Basisregis-tratie Personen (BRP). De Dienst Toeslagen beschikt hiervoor over eenautomatische koppeling met de BRP. Wijzigt een verblijfstatus in de BRPdan wordt dat direct doorgegeven aan Dienst Toeslagen. De verblijfsstatusvan kinderen wordt daarmee zo actueel mogelijk bijgehouden. Maande-lijks, voor iedere vaststelling, wordt de verblijfstatus van kinderengecontroleerd en de toeslag, indien nodig, aangepast.Dienst Toeslagen geeft aan dat de uitzondering op het koppelingsbeginselzoals deze vanaf 2022 met de Verzamelwet 2022 is ingevoerd werkoplevert voor in totaal 1 FTE. De kosten hiervoor bedragen € 99.000 perjaar. Vanwege de complexiteit van de werkzaamheden zijn hiervoorhooggekwalificeerde analisten benodigd. De structurele IV kosten zijn10Kamerstukken II 2021/22, 35 925 XV, nr. 59.11Kamerstukken II 2022/23, 36 200 XV nr. 65.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 514 € 20.000 per jaar als gevolg van het onderhoud van de technischeuitbreiding die nodig zijn voor de uitvoering.Als voor deze 30 tot 50 kinderen wel kindgebonden budget zou zijntoegekend dan zouden de ouders van deze kinderen tussen de € 50.000 en€ 100.000 per jaar ontvangen (op basis van de huidige normen).In deuitvoeringstoets bij de Verzamelwet is voor deze uitzondering € 140.000aan incidentele kosten geraamd en structureel € 20.000. Bij de ramingwerd uitgegaan van een volledig geautomatiseerde oplossing. Uiteindelijkis er gekozen (als gevolg van prioriteitsstelling) voor een oplossingwaarbij de werkzaamheden (deels) handmatig uitgevoerd dienen teworden.Vraag 10De leden van de D66-fractie hechten er waarde aan dat geld eerderterechtkomt bij ouders die het zelf kunnen gebruiken dan dat het gelduitgegeven wordt aan apparaatskosten, waarbij een beroep gedaan wordtop een toch al schaarse arbeidsmarkt en waarmee bijgedragen wordt aaneen grote, complexe overheid. Is de Minister bereid om opdracht te gevenom een grondige doorlichting te organiseren van de uitvoeringskostenvan de kindregelingen en bij grensgevallen en uitzonderingen telkens deuitvoeringskosten naast de kosten van het schrappen van de uitzonderingte wegen?Antwoord 10De uitvoeringskosten van de kinderbijslag en het kindgebonden budgetzijn relatief laag in vergelijking met andere regelingen in Nederland.Onder andere door de koppeling met de met de kinderbijslag verloopt hetovergrote deel van de uitvoering van het kindgebonden budget automa-tisch. Ook de uitvoering van kinderbijslag verloopt soepel.De complexiteit bij deze regelingen doet zich met name voor bij uitke-ringen waarbij een internationale component aan de orde is. De kinder-bijslag en het kindgebonden budget zijn twee regelingen met tweeuitvoerders en twee wettelijke regimes. In Europees verband worden dezeregelingen als één gezinsbijslag gezien (samen met de kinderopvang-toeslag). Gegevens uit nationale bronnen zijn vaak niet afdoendewaardoor aanvullende informatie opgevraagd moet worden bij zusteror-ganen of burgers zelf. Dat is een complex, vaak handmatig, proceswaardoor de tijdigheid in het geding kan komen. Daar komt bij datdefinities in nationale context niet altijd aansluiten bij de internationalecontext.12 Dit betreft echter verplichtingen die zijn vastgelegd in interna-tionale regelgeving die niet eenvoudig is te wijzigen. In 2025 wordt hetbeleid inzake de financiële ondersteuning aan ouders doorgelicht. Doel isom de doeltreffendheid en doelmatigheid van het beleid te beoordelen.Ook de beoordeling van de uitvoeringskosten zijn daarvan onderdeel.Vraag 11De leden van de D66-fractie vragen de Minister of nu in alle gevallen dater sprake is van een huwelijkspartner in het buitenland de alleenstaandeouderkop (ALO-kop) niet wordt toegekend aan statushouders. Is deMinister bereid in de situatie dat de gezinsherenigingsprocedure vanstatushouders nog loopt, de toekenning van de ALO-kop mogelijk temaken? Op welke wijze voorkomt de Minister hoge terugvorderingen vande ALO-kop bij statushouders met een huwelijkspartner in het buitenland?Hoe zorgt de Minister ervoor dat het inkomen van deze gezinnen tochtoereikend is om in hun levensonderhoud te kunnen voorzien? Klopt het12Zie ook de knelpuntenbrief van de SVB bij de Stand van de Uitvoering juni 2024 voor meerinformatie over de internationale dienstverlening.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 515 dat nu gevraagd wordt aan gemeenten om ambtshalve maatwerkonder-steuning te leveren in de bijstand? Vindt de Minister dat de meesteenvoudige manier om het bestaansminimum voor deze groepen tegaranderen?Antwoord 11Statushouders waarvan de huwelijkspartner niet in Nederland verblijft engeen BSN heeft, ontvangen soms onterecht een ALO-kop. DienstToeslagen probeert dit te voorkomen. Vanaf eind 2023 wordt daartoe bijde toekenning van het kindgebonden budget rekening gehouden metvermeldingen, niet zijnde het BSN, van een in het buitenland verblijvendehuwelijkspartner in de BRP. Echter niet in alle gevallen wordt de in hetbuitenland verblijvende huwelijkspartner vermeld in de BRP. De ALO-kopwordt daarom nog steeds soms nog ten onrechte toegekend waardoor opeen later moment een hoge terugvordering kan ontstaan. Daarnaasthebben statushouders met een in het buitenland verblijvende huwelijks-partner de mogelijkheid om zelf af te zien van de ALO-kop. Daarvoorkunnen zij of hun vertegenwoordigers, zoals VluchtelingenwerkNederland, bellen met de Belastingtelefoon. Ook hebben zij demogelijkheid om via het aanvraagproces aan te geven dat er sprake is vaneen in het buitenland verblijvende partner zonder BSN. Een groot deel vandeze groep komt onder het sociaal minimum als zij geen aanvullingkrijgen vanuit de bijstand. Door een rechterlijke uitspraak heeft deze groepouders recht op een aanvulling vanuit de bijstand ter hoogte van deALO-kop.13 In de Participatiewet in Balans is voorzien om dit te codifi-ceren.Specifiek voor de groep gehuwden met een noodgedwongen eldersverblijvende partner die niet kunnen bijdragen aan de zorg en kosten vanhet huishouden heeft het kabinet besloten dit op te lossen waardoor dezevaak kwetsbare ouders vanaf 2026 recht krijgen op de ALO-kop.Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de agendapunten voor het oorspronkelijke commissiedebat Kinder-bijslag en kindgebonden budget dat om is gezet in dit schriftelijk overlegVraag 12De leden van de BBB-fractie zien dat op de agenda voor het commissie-debat het onderzoek naar de ALO-kop stond van SEO economischeonderzoek (SEO)14, een relevant onderwerp ook naar aanleiding van hetregeerakkoord. De overgrote meerderheid van ouders die gebruikmakenvan de ALO-kop zit flink onder het sociaal minimum en de ALO-kop moetervoor zorgen dat het voor deze groep lonender is om meer te gaanwerken. Is volgens de Minister de ALO-kop de manier om koopkracht opte krikken aangezien niet iedereen binnen deze regeling valt? Ouders dieer niet binnen vallen, onder andere door een afwijkende definitie van«alleenstaanden», moeten dan weer terugvallen op bijzondere bijstand,waarvoor zij het loket dikwijls niet weten te vinden. Iets wat het onderzoekvan SEO ook bevestigt. Wat zegt dat over de doelmatigheid van dezeregeling volgens de Minister?Antwoord 1213Zie onder meer CRvB 9 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1380; CRvB 16 juli 2019, ECLI:N-L:CRVB:2019:2301; CRvB 6 juni 2018, ECLI:NL:CRVB:2018:1600; CRvB 4 september 2018,ECLI:NL:CRVB:2018:2841; CRvB 9 april 2019, ECLI:NL:CRVB:2019:1380.14Bijlage van Kamerstuk 35 574, nr. 28, SEO, mei 2023, «Doelen en effectiviteit van de alleen-staande ouderkop in het kindgebonden budget».Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 516 In 2022 heeft circa 18% van de alleenstaande ouders met kinderen jongerdan 18 jaar een inkomen tot en met het sociaal minimum. Voor alleen-staande ouders met minstens één kind boven de 18 jaar is dat circa 3%.15Om de koopkracht van gezinnen met kinderen te verbeteren zijn in 2023en 2024 onder meer de kindbedragen van het kindgebonden budgetverhoogd. Ook voor 2025 worden de kindbedragen verhoogd. Hiermeeworden zowel paren als alleenstaanden met kinderen ondersteund. DeALO-kop is een extra bedrag voor alleenstaanden.Als het doel is om specifiek de koopkracht van alleenstaande ouders teverbeteren, kan de ALO-kop verhoogd worden. De Commissie sociaalminimum liet zien dat de tekorten bij gezinnen op het sociaal minimumoplopen bij meer en oudere kinderen, terwijl een alleenstaande ouder metéén of twee kinderen over het algemeen goed in staat is om rond tekomen.16 Door onder meer de verlaging van de ALO-kop vanaf 2024konden de kindbedragen verder verhoogd worden en werd de verhogingvan het kindgebonden budget meer gericht op gezinnen met groteretekorten.Er is een groep gehuwde ouders waarvan de partner noodgedwongenelders verblijft en niet kan bijdragen aan de zorg en kosten van hethuishouden. Statushouders met een in het buitenland verblijvendehuwelijkspartner maken deel uit van deze groep. Zij hebben door hethuwelijk geen recht op de ALO-kop. Een groot deel van deze groep komtonder het sociaal minimum als zij geen aanvulling krijgen vanuit debijstand. Door een rechterlijke uitspraak heeft deze groep ouders recht opeen aanvulling vanuit de bijstand ter hoogte van de ALO-kop. Het kabinetheeft besloten dat deze vaak kwetsbare ouders recht krijgen op deALO-kop (zie ook het antwoord op de vraag van de D66-fractie). Voorandere groepen ouders die geen recht hebben op de ALO-kop endaardoor onder het bestaansminimum komen, neemt het kabinet zichvoor dit recht op aanvulling in de Participatiewet in Balans vast te leggen.Hierdoor wordt beter gegarandeerd dat ouders die onder het bestaansmi-nimum komen de aanvulling ook daadwerkelijk krijgen.Vraag 13De leden van de BBB-fractie lezen dat het aantal alleenstaande ouders datparticipeert op de arbeidsmarkt is gestegen van halverwege 60 procentnaar 75 procent. Het onderzoek van SEO legt geen direct verband tussende invoering van de ALO-kop en de hogere participatie van ouders, schrijftde Minister dit toe aan de invoering van de ALO-kop, aangezien deze demarginale druk voor werkenden verlaagt?Antwoord 13In het SEO-onderzoek wordt de conclusie getrokken dat het doel van deinvoering van de ALO-kop, het vergroten van de prikkels om te gaanwerken vanuit de bijstand, is gehaald. Er zijn echter meer maatregelengenomen die hebben bijgedragen aan een hogere arbeidsparticipatie enhet verlagen van de armoedeval voor alleenstaande ouders. Het is redelijkte veronderstellen dat de ALO-kop hier aan heeft bijgedragen.Vraag 14Voorts hebben de leden van de BBB-fractie een vraag over de bijstellingenrond het kindgebonden budget in de Voorjaarsnota. Het totale bedrag aankindgebonden budget is 3,3 miljard euro en de bijstelling gaat om240 miljoen euro, dat is toch 7 procent van het totaal. Een behoorlijke slok15CBS, laag en langdurig laag inkomen van personen; huishoudkenmerken, 2024.16Een zeker bestaan, naar een toekomstbestendig stelsel van het sociaal minimum, rapport I,Commissie Sociaal minimum, 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 517 op een borrel. Kan de Minister nadere uitleg verschaffen hoe dit zo uit depas loopt? Deze leden vinden de uitleg in de Voorjaarsnota wat summier.Antwoord 14Het kabinet neemt voor de beantwoording van deze vraag aan dat deleden van de BBB-fractie doelen op de neerwaartse bijstelling van deuitgaven aan het kindgebonden budget in 2024 van in totaal€ 232 miljoen.17 Deze bijstelling kent meerdere oorzaken.De voornaamste oorzaak is dat het kabinet, net als voor het afgelopentoeslagjaar 2023, verwacht dat Dienst Toeslagen bij het vaststellen van devoorschotten voor toeslagjaar 2024 (MAC-proces) gemiddeld genomeneen te hoge loonontwikkeling van de populatie rechthebbenden aanhoudt.Het aanhouden van te hoge loonontwikkeling resulteert (voorlopig) in eente lage bevoorschotting. Het kabinet verwacht daarom dat na vaststellingvan de inkomstenbelasting over 2024 en bij het definitief toekennen vanhet kindgebonden budget wordt vastgesteld dat de bevoorschotting in2024 te laag is geweest. Deze lagere uitgaven in 2024 leiden tot hogerenabetalingen en/of lagere terugvorderingen in de komende jaren. Dezeverschuiving van de uitgaven is in de Voorjaarnota 2024 verwerkt.Daarnaast speelt de demografie een rol. Voor 2024 heeft het CBS deprognose van het aantal geboortes neerwaarts bijgesteld. Het gaat omeen bijstelling van in circa 30 duizend kinderen in 2024 en circa142 duizend kinderen in 2030. Dit heeft zijn weerslag op de populatierechthebbenden en daarmee de uitgaven voor de regeling.Vraag 15Tenslotte willen de leden van de BBB-fractie ingaan op de verkenningtoekomst kindregelingen. De verdere vormgeving van deze toekomst isuiteraard aan een nieuw kabinet maar de Minister maakt in haar brief eenverwijzing naar het Vlaamse Groeipakket. Dit systeem hanteert specialetoeslagen voor speciale gebeurtenissen. Is er ook verder onderzoek naardit soort systemen verricht waarbij is gekeken welke speciale toepas-singen geschikt zijn om over te nemen en hoe koopkrachteffecten zichverder zouden ontwikkelen indien elementen uit dit pakket zouden wordentoegepast?Antwoord 15In de ambtelijke verkenning naar de toekomst van de kindregelingen18 iseen tweetal basisvarianten verkend. Het gaat om een inkomensonafhanke-lijke en een (deels) inkomensafhankelijke variant. Daarbij is niet onder-zocht hoe zo’n variant er uit kan zien en welke elementen uit bijvoorbeeldhet Vlaamse Groeipakket daarin een plek kunnen krijgen. In het hoofdlij-nenakkoord is opgenomen dat stapsgewijs wordt gewerkt aan verbete-ringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en de toeslagen en aande voorbereiding van een hervorming van het toeslagen- en belasting-stelsel. Het kabinet heeft deze ambitie overgenomen in het Regeerpro-gramma.Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de uitwerkingvan opties voor herziening van de kindregelingen en het meer recenteonderzoek naar de perspectieven van ouders op kindregelingen. Vooraldat laatste onderzoek vinden deze leden interessant, omdat dat zich richtop het perspectief van ouders.17Kamerstukken II 2023/24, 36 550, nr. 1, p. 197.18Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 XV, nr. 65Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 518 Vraag 16De leden van de CDA-fractie lezen als een van de signalen dat voor veelmensen kinderbijslag goed werkt: het is bekend, simpel en duidelijk wantwat iemand krijgt, mag diegene ook houden. Deze leden onderschrijvenhet belang van deze elementen. Ook gaat kinderbijslag met name naar decategorie «kind», terwijl kindgebonden budget vaker wordt gebruikt voorvaste lasten en levensonderhoud. Het onderzoek stelt dat dit komt door defrequentie, maar deze leden vragen of dit volgens de Minister ook nietkomt door de categorie ontvangers, omdat hoe lager iemands inkomen is,hoe meer kindgebonden budget diegene krijgt.Antwoord 16Zowel de kinderbijslag als het kindgebonden budget biedt ouders eentegemoetkoming in de kosten van kinderen. Een kenmerk van hetkindgebonden budget is dat het inderdaad hoger is voor huishoudens meteen lager inkomen. Daarmee is het kindgebonden budget naast eentegemoetkoming in de kosten van kinderen ook inkomensondersteuningvoor gezinnen met een lager of middeninkomen. Door de maandelijkseuitbetaling is het kindgebonden budget vaak onderdeel van het huishoud-inkomen van gezinnen. Dit in tegenstelling tot de kinderbijslag die perkwartaal wordt uitbetaald.Vraag 17De leden van de CDA-fractie vinden dat in elk van de ideeën voorvormgeving van de regelingen van de ouders interessante elementenzitten. Vooral de elementen van vaste bedragen en «hebben is houden»vinden deze leden belangrijk. Het is duidelijk dat iedereen terugvorde-ringen ongewenst vindt. Deze leden vinden idee 4 interessant, voor éénvaste kinderbijlage met één naam, met een vast bedrag per maandonafhankelijk van inkomen. Dat sluit ook aan bij de observatie uit hetonderzoek dat sommige mensen het fijner zouden vinden als de kinder-bijslag maandelijks komt, om aan te sluiten bij de uitgaven. Echter ditwordt niet als optimaal ervaren omdat het bedrag dan kleiner is.Daarnaast vinden ouders het oneerlijk als er volledige inkomensonafhan-kelijkheid is, dus «de armen armer worden en de rijken rijker». De ledenvan de CDA-fractie zien fiche 3c daarom als kansrijk voor één regeling meteen vast en een inkomensafhankelijk deel, maandelijks uitgekeerd, opbasis van inkomen van voorgaand jaar en met een noodknop bij inkomen-sterugval. Deze leden vragen de Minister in hoeverre dit fiche aansluit bijmaatregel 2b in het onderzoek naar Stelselherziening kindregelingen,namelijk het samenvoegen van de Wet op het kindgebonden budget(WKB) met de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) in één nieuwe kindre-geling met basisbedrag en inkomensafhankelijk bedrag.Antwoord 17In het onderzoek «Met de burger aan de tekentafel»19 is ouders gevraagdom feedback te geven op de varianten die in het kader van de ambtelijkeverkenning toekomst kindregelingen20 zijn opgesteld. Het fiche 3c uit hetonderzoek onder ouders sluit daarmee aan op variant 2b uit de ambtelijkeverkenning.Vraag 18Ook zien de leden van de CDA-fractie duidelijke paralellen tussen fiche 3cen maatregel 2b en het Duitse systeem, waar er één kindregeling is, meteen vast bedrag van 250 euro per kind per maand, en een variabel bedragvan maximaal 292 euro voor lage inkomens. Hoe kijkt de Minister naar hetDuitse systeem en denkt zij dat dit systeem tegemoet kan komen aan de19Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 XV, nr. 6820Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 XV, nr. 65Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 519 wensen van de ouders in het onderzoek en mogelijkheden binnen hetNederlandse systeem? Kan de Minister een analyse maken van devormgeving van het Duitse systeem en hoe dit voor Nederland zouuitpakken? Kan de Minister daarbij ook een budgettaire inschatting makenwat de bedragen in het Duitse systeem voor Nederland zoudenbetekenen, en hoe dit zich verhoudt tot het budgettair beslag vankinderbijslag en kindgebonden budget? Kan de Minister ook eenvoorzichtig voorstel voor passende maatvoering doen die aansluit bij dehuidige WKB en AKW? Kan de Minister ook uitzoeken op welk inkomenhet Duitse systeem zich baseert en hoe daarin wordt omgegaan metterugvorderingen?Antwoord 18In Nederland ontvangen alle ouders een inkomensonafhankelijke bijdragevanuit de kinderbijslag. Daarnaast ontvangen sommige ouders eeninkomensafhankelijke toeslag op grond van de wet op het kindgebondenbudget. Het Duitse model geeft op een andere manier invulling aaninkomensafhankelijkheid dan het kindgebonden budget.21 De hoogte vanhet kindgebonden budget in Nederland is gebaseerd op het actuelejaarinkomen. Na afloop van het kalenderjaar en nadat het verzamelin-komen is vastgesteld, stelt de Dienst Toeslagen het recht op basis van hetdefinitieve inkomen vast. In Duitsland is er sprake van een beoordelings-periode. Elke zes maanden moet een ouder een aanvraag doen. Voor dekindertoeslag kijken zij naar het maandinkomen van de zes maandenvoorafgaand aan de aanvraag en de huurprijs van de woning in de maandvan de aanvraag. Een ouder ontvangt dan voor een periode van zesmaanden de kindertoeslag op basis van dat inkomen en de te betalenhuur. Door een periode van zes maanden goed te keuren, is er geensprake van terugvorderingen op basis van inkomen. Het is wel mogelijkdat er een terugvordering plaatsvindt op basis van andere grondslagen,bijvoorbeeld wanneer een kind het huis uitgaat. In dat geval wordt deterugvordering verrekend met toekomstige uitbetalingen van de kinder-bijslag of de kindertoeslag.De Duitse kindertoeslag richt zich op de minimaal noodzakelijke kostenvan het huishouden (van de ouders en naar het aantal kinderen) en ofouders met de kindertoeslag hier zelf in kunnen voorzien. Dit is verge-lijkbaar met de minimumvoorbeeldbegrotingen van het Nibud. Inkomstenuit arbeid worden met de hoogte van de kindertoeslag verrekend wanneerdie boven de minimaal noodzakelijke kosten uitkomen. Voor elke euro aaninkomsten uit arbeid boven de minimaal noodzakelijke kosten daalt dekindertoeslag met 0,45 euro (45%). Inkomsten uit bijvoorbeeld eenwerkloosheidsuitkering worden volledig verrekend met de kindertoeslag.Ook inkomsten van het betreffende kind worden verrekend met de hoogtevan de kindertoeslag.Het is niet goed in te schatten hoe het Duitse model uit zou pakken inNederland. Voor het kindgebonden budget in Nederland hanteren we eeninkomensafhankelijke afbouw. Het kindgebonden budget houdt rekeningmet de huishoudsituatie zoals het hebben van een partner en het aantalkinderen. Qua kenmerken lijkt het Duitse model meer op een systematiekvan verrekenen dan inkomensafhankelijk afbouwen. Daarmee is debijdrage van de Duitse kindertoeslag aan de marginale druk fors. In dezes maanden na de aanvraag blijft de toeslag even hoog ook als iemandmeer gaat verdienen. De toeslag is voor de volgende periode vanzes maanden vervolgens aanzienlijk lager. Het Duitse systeem lijkt op21Voor de analyse heb ik informatie van de Familienklasse geraadpleegd, onderdeel van deBundesagentur für arbeit. Op www.kinderzuschlag.de is een Engelstalige brochurebeschikbaar (voor het laatste geüpdatet in januari 2024).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 520 basis van inkomen daarmee meer zekerheid te bieden dan de huidigeNederlandse voorschotsystematiek in het toeslagensysteem.In het onderzoek onder ouders geven de ouders vooral aan het principe«hebben is houden» belangrijk te vinden. In Nederland ontvangen alleouders de inkomensonafhankelijke kinderbijslag die daarmee zekerheidbiedt.Uit de bedragen valt op te maken dat de inkomensonafhankelijkekinderbijslag in Duitsland hoger is dan in de kinderbijslag in Nederland.De Duitse vormgeving van de inkomensafhankelijke kindertoeslagverschilt dus fundamenteel met de vormgeving van de Nederlandsekinderbijslag en het kindgebonden budget. Nader onderzoek zou nodigzijn om de werking van het Duitse systeem te vertalen naar de Neder-landse situatie en daarmee de budgettaire effecten hiervan voorNederland in beeld te brengen.Vraag 19In het onderzoek lezen de leden van de CDA-fractie ook dat oudersverschillen in gemeentelijke tegemoetkoming in de kosten van kinderenals verwarrend en oneerlijk ervaren. Is het volgens de Minister nodigverschillen (enigszins) gelijk te trekken, en zo ja, wat is daarvoor nodig?Antwoord 19Voor de gemeentelijke minimaregelingen geldt gemeentelijke beleids-vrijheid. De Commissie sociaal minimum heeft vastgesteld dat er (grote)verschillen zijn tussen gemeenten in hun lokale armoedebeleid. Dezeverschillen en de gevolgen daarvan voor inwoners, vormen een punt vanaandacht. Er is bij de decentralisatie voor gekozen om gemeentenmaatwerk te laten leveren in aanvulling op het landelijk vastgesteldesociaal minimum. Tegelijkertijd kan ongelijkheid in gelijke gevallenongewenst zijn. Harmonisatie van verschillen tussen gemeenten betekentingrijpen in de gemeentelijke beleidsvrijheid. Ook kan harmoniseringleiden tot een versobering van de gemeentelijke armoederegelingen. Ditvraagt om zorgvuldige verkenning samen met de gemeenten.Vragen en opmerkingen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van de Kamer-brieven. Deze leden hebben hierover nog enkele vragen.Vraag 20Indexatie kinderbijslag per 1 juli 2023. De leden van de SGP-fractieherinneren de Minister eraan dat de Minister zou nagaan hoe negatieveindexatie van de kinderbijslag in de toekomst kan worden voorkomen.Wat heeft dit opgeleverd, en welke mogelijkheden ziet het kabinethiervoor?Antwoord 20De huidige indexatiesystematiek van de kinderbijslag biedt geen ruimteom een negatieve indexatie te voorkomen wanneer er sprake is vandeflatie. Het is mogelijk om een ondergrens van nul procent te hanterenen een negatieve indexatie met een volgend indexatiemoment teverrekenen. Deze systematiek geldt bijvoorbeeld voor het wettelijkminimumloon en daaraan gekoppelde regelingen. Een wetswijziging vande Algemene Kinderbijslagwet is nodig om over te stappen op dezesystematiek.Vraag 21Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 521 Onderzoek naar de perspectieven van ouders op kindregelingen. De ledenvan de SGP-fractie constateren dat ouders een simpel en voorspelbaarstelsel van kindregelingen zonder terugvorderingen willen. Hoe wil hetkabinet dit realiseren? En neemt de Minister deze conclusies ook alsuitgangspunten voor een nieuw stelsel?Antwoord 21De kinderbijslag is een eenvoudige en heldere regeling.22 Het aanvragen,verwerken van wijzigingen en het contact met de SVB verlopen zondergrote problemen. De inkomensonafhankelijkheid van de kinderbijslagbiedt veel zekerheid: ouders weten wat ze krijgen en kunnen ervan uitgaandat ze niets hoeven terug te betalen.Ook het aanvragen en ontvangen van het kindgebonden budget levertvoor de meeste ouders geen problemen op. Ouders krijgen het kindge-bonden budget automatisch als zij al een andere toeslag ontvangen.23 Deinkomensafhankelijkheid van het kindgebonden budget en de daarmeesamenhangende voorschotsystematiek heeft voordelen; oudersontvangen inkomensondersteuning wanneer dat nodig is. Voor een deelvan de ouders zijn de regelingen echter ingewikkeld. Het is vooralingewikkeld wanneer zich grote veranderingen in iemands levenvoordoen. Voor het kindgebonden budget is het, net als voor anderetoeslagen, van belang dat ouders tijdig wijzigingen doorgeven. Als datniet (tijdig) lukt, kunnen zij te veel toeslag ontvangen en moeten zij ditterugbetalen.Een belangrijk streven van het kabinet is mensen weer houvast enzekerheid te bieden. In het Hoofdlijnenakkoord is daarom opgenomen datstapsgewijs wordt gewerkt aan verbeteringen in de sociale zekerheid,fiscale regelingen en de toeslagen. In het regeerprogramma heeft hetkabinet dit uitgewerkt. Er wordt integraal bezien hoe de inkomensonder-steuning aan onder andere ouders het beste vorm kan worden gegeven.Belangrijke uitgangspunten daarbij zijn dat de inkomensondersteuningzekerheid moet bieden, makkelijk te begrijpen zijn, (meer) werken moetlonen en de marginale druk moet omlaag.Vraag 22.Uitkomsten verkenning toekomst kindregelingen. De leden van deSGP-fractie zouden graag zien dat toegewerkt wordt naar één portaal enéén uitvoerder voor alle kindregelingen. Ook de Sociale Verzekeringsbank(SVB) heeft daar in een knelpuntenbrief reeds op aangedrongen enverwijst daarbij naar het Vlaamse Groeipakket, waarbij tegemoetko-mingen voor ouders worden gebundeld. Zo wordt het stelsel eenvoudigeren overzichtelijker, bestaanszekerheid van ouders wordt vergroot,niet-gebruik tegengegaan en hoge terugvorderingen worden voorkomen.Hoe beoordeelt de Minister deze stip op de horizon? Is zij bereid hierovermet SVB in gesprek te gaan en het Vlaamse voorbeeld te betrekken bij deverdere uitwerking van een toekomstig stelsel?Antwoord 22In het Hoofdlijnenakkoord is opgenomen dat stapsgewijs wordt gewerktaan verbeteringen in de sociale zekerheid, fiscale regelingen en detoeslagen. In het regeerprogramma werkt het kabinet dit uit. Er wordtintegraal bezien hoe de inkomensondersteuning waaronder aan oudershet beste vorm kan worden gegeven. Belangrijke uitgangspunten daarbijzijn dat de inkomensondersteuning zekerheid moet bieden, makkelijk te22Bouwstenen voor beleidsdoorlichting kindregelingen en evaluatie WHK, De beleidsonder-zoekers, 2018.23Kamerstukken II 2021/22, 35 925 XV, nr. 59.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 522 begrijpen zijn, (meer) werken moet lonen en de marginale druk moetomlaag. Met deze hervormingsagenda wil het kabinet, samen metgemeenten en publieke dienstverleners (waaronder de SVB) stapsgewijsaan verbeteringen. Daarbij kan het Vlaamse voorbeeld een inspiratie zijn.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 600 XV, nr. 523
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.