Kamerbrief · 23 apr 2024 · Tweede Kamer
Aanpak van antisemitisme en extra maatregelen
Brontekst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202430 950Racisme en DiscriminatieNr. 367 BRIEF VAN DE MINISTERS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, VANSOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID, VAN ONDERWIJS,CULTUUR EN WETENSCHAP, VOOR PRIMAIR EN VOORTGEZETONDERWIJS, VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRE-LATIES EN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT EN DESTAATSSECRETARISSEN VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT EN VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 23 april 2024Er is geen enkele plek voor Jodenhaat in ons land. Achter het schrik-barend snel toegenomen aantal meldingen, gaan verhalen schuil vankinderen en volwassenen die worden beschimpt om hun Joodseidentiteit. Het zijn geen incidenten meer, maar voor velen helaasonderdeel van het dagelijks leven. Het is van belang dat burgemeesters,de politie en het Openbaar Ministerie zeer alert zijn. Dat de media- encultuursector veilig en beschermd zijn. Dat in het onderwijs leerlingen enstudenten leren over de verschrikkingen van de Holocaust en onderwijs-instellingen duidelijke grenzen trekken. Maar al die inspanningen ten spijt,voelt een groot deel van de Joodse gemeenschap zich op het momentniet vrij en veilig in ons land. Dat is een beschamende ontwikkeling, waarhet kabinet zich niet bij neerlegt.Dat voor Jodenhaat geen plaats is in onze samenleving, schreef ook deMinister-President in zijn brief van 28 maart jl.1 Het heeft voor het kabinetdan ook grote prioriteit om Joden veiligheid te bieden, zoals het hoort inonze rechtsstaat. Verbale of fysieke agressie tegen minderheden isonacceptabel. De consequenties moeten zichtbaar zijn en de socialeafkeuring moet luider klinken. Jodenhaat kent een lange geschiedenis inEuropa, die de toename van antisemitische meldingen extra wrang maakt.De kleine Joodse gemeenschap van nog geen 50.000 mensen, moet inNederland geborgenheid ervaren, nu en in de toekomst. Dat zijn we alsvrije, fatsoenlijke samenleving aan onszelf, aan de Joodse gemeenschapen aan de geschiedenis verplicht.1Kamerbrief over antisemitisme | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl kst-30950-367ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3671 We staan voor een samenleving waarin we elkaar altijd als mens blijvenzien en waar binnen de grenzen van de rechtsstaat ruimte is voorverschillende levensovertuigingen, meningen, culturen en wereldbeelden.Natuurlijk staat het iedereen vrij een mening te uiten en te demonstrerennaar aanleiding van het conflict in Israël en de Palestijnse gebieden, of inreactie op het Nederlandse Midden-Oosten beleid. Ook dat hoort bij onzerechtsstaat. Maar als de roep om rechten voor de één, ten koste gaat vande rechten of vrijheid van de ander, dan is dat óver de grens van derechtsstaat. Laat mensen zich uitspreken over Gaza, zonder bij te dragenaan antisemitisme in eigen land. Dat is heel goed mogelijk.In de brief van 28 maart jl. heeft het kabinet aangekondigd uw Kamer,voor het plenaire debat over antisemitisme op 25 april a.s. en op verzoekvan het lid Bikker (CU) tijdens het mondelinge vragenuur van 12 maart jl.en een Kamerbreed gesteund verzoek tijdens de Regeling van Werkzaam-heden van 27 maart jl., nader te informeren over de aanpak van antisemi-tisme en extra maatregelen. Deze brief sluit ook deels aan bij hetVKC-verzoek van het lid Boon (PVV) om een brief over de door hetCentraal Joods Overleg voorgestelde maatregelen ter bestrijding vanJodenhaat en over de aanbevelingen in de Monitor 2023 van het CentrumInformatie en Documentatie Israël (CIDI). Deze punten kunnen naderworden besproken in het plenaire debat.Deze brief geeft – in navolging op de eerdere stukken die uw Kamerhierover ontving2 – een overzicht van de (extra) maatregelen tegenantisemitisme, vanuit de Ministeries van Justitie en Veiligheid, Onderwijs,Cultuur en Wetenschap, Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Sociale Zakenen Werkgelegenheid en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, diesamen een integrale aanpak vormen.Het gaat onder andere om de volgende maatregelen of beleidsinzet:•De inzet voor bewaken en beveiligen van Joodse instellingen is verdervergroot;•De versterking van de strafrechtelijke aanpak van discriminatie,waaronder het wetsvoorstel om beledigende vormen van vergoelij-king, ontkenning en verregaande bagatellisering van internationalemisdrijven (waaronder de Holocaust) strafbaar te stellen;•De inzet met prioriteit van de politie, waaronder de rol van het JoodsPolitie Netwerk en het Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie;•De inzet met prioriteit van het Openbaar Ministerie, waaronder de rolvan het Landelijk Expertise Centrum Discriminatie;•De inzet om slachtoffers te ondersteunen, onder andere door deverkenning om binnen het nieuwe ADV-stelsel, al dan niet in samen-werking met andere (maatschappelijke) organisaties, aan mensen metdiscriminatie-ervaringen actief nazorg te bieden;•De inzet om online antisemitisme tegen te gaan, als onderdeel van hetproject online discriminatie waarvan het Plan van Aanpak voor dezomer aan uw Kamer wordt verzonden;•De voorbereidingen voor de herdenking op 4 mei, waaronder deaanvullende maatregelen zoals aangekondigd door de driehoek inAmsterdam;•De inzet om antisemitisme in het onderwijs tegen te gaan, inclusieftoezicht daarop door de Inspectie van het Onderwijs;•De inzet op een veilige leer- en werkomgeving, in elke onderwijssector;•De pedagogische opdracht voor scholen, waaronder de structurele,bijvoorbeeld jaarlijkse, aandacht die wordt besteed aan kennisover-dracht over de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en de Jodenvervol-ging;2Kamerstukken I, 2022–2023, 36 272, nr. 4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3672 •De burgerschapsopdracht van het onderwijs;•De inzet op het herdenken van, onderzoek naar en educatie over deHolocaust;•Het opstellen van een Nationaal Plan Versterking Holocausteducatie;•Maatregelen tegen antisemitisme in het voetbal;•De bescherming van de cultuur- en mediasector tegen antisemitisme,onder meer met het opstellen van veiligheidsprotocollen en afsprakengemeentelijke veiligheidspartners;Deze beleidsinzet wordt verder toegelicht in deze brief.Zoals in het coalitieakkoord van dit kabinet is afgesproken speelt bij degehele aanpak van antisemitisme de Nationaal Coördinator Antisemitis-mebestrijding (NCAB) als speciaal adviseur van het kabinet een crucialerol en adviseert over beleid en uitvoering. Zijn aanpak staat beschreven inhet Werkplan Antisemitismebestrijding 2022–20253. Concrete beleids-maatregelen om antisemitisme de kop in te drukken, dienen hun plek tekrijgen bij de vakdepartementen die zorgen voor de structurele inbeddingvan de maatregelen in hun beleid en de financiering daarvan. Na dezomer ontvangt uw Kamer de kabinetsbrede Nationale Strategie Antisemi-tismebestrijding. Met deze strategie zullen we, namens het gehele kabineten in afstemming met de NCAB, bepalen welke extra maatregelen zullenworden genomen voor de bestrijding van antisemitisme, waaronder uit deinitiatiefnota van de leden Ellian en Bikker4. Hierin zal ook in overleg metde NCAB worden ingegaan op de extra gelden die beschikbaar zijngekomen voor de aanpak van antisemitisme bij de begrotingsbehandelingvan het Ministerie van Justitie en Veiligheid en de structurele financieringvan de maatregelen om antisemitisme tegen te gaan overeenkomstig demotie van het lid Van Dijk c.s.5.1. Beschermen, straffen en bijstaan Strafbare feiten tegen Nederlandse burgers vanwege hun Joodseidentiteit moeten consequenties hebben voor de dader, en daarnaastmoeten we slachtoffers zoveel mogelijk beschermen en bijstaan. Dat leidttot de volgende (extra) maatregelen:Bewaken en beveiligenDe dreiging richting de Joodse gemeenschap en de gevoelens vanonveiligheid als gevolg daarvan zijn helaas niet nieuw in ons land.Verschillende Joodse objecten in Nederland worden al jarenlang zichtbaaren onzichtbaar beveiligd. Daar waar nodig zijn de afgelopen periode doorburgemeesters – als lokaal bevoegd gezag – aanvullende zichtbare enonzichtbare beveiligingsmaatregelen getroffen voor de veiligheid vanJoodse instellingen en gemeenschappen. De NCTV heeft alle burge-meesters op 7 oktober en 17 november 2023 per brief geadviseerd omextra alert te zijn op veiligheidsrisico’s gerelateerd aan de situatie in Israëlen de Palestijnse gebieden.6 De NCTV kan de lokaal bevoegde gezagendesgevraagd adviseren over beveiligingsmaatregelen.3Kamerstukken II, 2023–2023, 30 950, nr. 3174Kamerbrief met reactie op initiatiefnota over de aanpak van antisemitisme de volgende stap |Kamerstuk | Rijksoverheid.nl5Kamerstuk 36 410-VI, nr. 696De getroffen maatregelen dienen als aanvulling op de verantwoordelijkheid die de instellingendragen voor hun eigen veiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3673 Wetboek van StrafrechtDe strafrechtelijke aanpak van discriminatie, waaronder strafbare feitengericht tegen Joden vanwege hun godsdienst of discriminatie gerichttegen Joden als etnische groep, is geprioriteerd.7 Dit betekent dat bij eenaangifte het Openbaar Ministerie bij een haalbare en bewijsbare zaak overzal gaan tot vervolging. In de artikelen 137c tot en met 137g en 429quaterWetboek van Strafrecht zijn verschillende discriminatiedelictenomschreven, zoals groepsbelediging en het aanzetten tot haat, geweld endiscriminatie. Daarnaast is onder andere in de OM-Aanwijzing discrimi-natie vervolgingsbeleid neergelegd gericht op de aanpak van discrimi-natie. Dit beleid ziet ook op commune delicten met een discriminatie-aspect. Hierbij kan het bijvoorbeeld gaan om vernieling van een synagogeof om het openbaar maken van adresgegevens van Joodse Nederlandersmet als doel te intimideren (doxing) of mishandeling van iemand omdatdiegene Joods is. Als sprake is van een discriminatieaspect is hetuitgangspunt dat de officier van justitie in zijn eis een strafverzwaring van100 procent toepast.8 De strafrechtelijke aanpak van discriminatie geldtvoor strafbare feiten in de sportsector, in de cultuursector, in de onlineomgeving of waar dan ook.Op dit moment ligt er een initiatiefwetsvoorstel bij uw Kamer dat hetdiscriminatoir aspect als strafverzwaringsgrond in de wet vastlegt. Demaximale vrijheidsstraf van delicten als doxing of mishandeling met eendiscriminatoir aspect kan dan met een derde worden verhoogd.9 Ookbekladding van een synagoge of een WOII-herdenkingsmonument methakenkruizen vallen onder dit wetsvoorstel.Dezelfde lijn volgt het wetsvoorstel om beledigende vormen vanvergoelijking, ontkenning en verregaande bagatellisering van interna-tionale misdrijven (waaronder de Holocaust) strafbaar te stellen alsspecifieke vorm van groepsbelediging (artikel 137c van het Wetboek vanStrafrecht). De nota naar aanleiding van het verslag is op 19 april jl. aanuw Kamer verzonden. Wat het kabinet betreft is het belangrijk dat ditwetsvoorstel snel verder in behandeling wordt genomen.Uit de rechtspraktijk zijn de regering geen signalen bekend dat hetontbreken van een specifieke discriminatiegrond «antisemitisme» debewijsbaarheid van een discriminatiedelict – en daarmee de opsporing,vervolging en bestraffing daarvan – bemoeilijkt. Voor de zomer voert hetMinisterie van Justitie en Veiligheid een verkenning uit hoe antisemitismein ons omringende landen strafbaar is gesteld.In het debat van 20 december jl. Heeft de Minister van Justitie enVeiligheid naar aanleiding van een verzoek van het lid Van Dijk (SGP)toegezegd om na te gaan of en hoe de definitie van antisemitisme van deInternational Holocaust Remembrance Alliance (IHRA) in de vervolgings-praktijk werkt. De definitie maakt weliswaar geen onderdeel uit van deNederlandse strafwet maar kan in concrete casuïstiek een helpende handbieden in het herkennen van discriminatoire aspecten. Voor zover bekendheeft zich in de recente rechtspraktijk geen casuïstiek voorgedaan waarbijgebruik is gemaakt van de IHRA-definitie van antisemitisme.7Aanwijzing discriminatie 20198Aanwijzing kader strafvordering meerderjarigen9Voorstel van wet van de leden Ellemeet en Bikker tot wijziging van het Wetboek van Strafrechtin verband met de invoering van het discriminatoir oogmerk als strafverzwaringsgrond (35 709)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3674 Inzet politieHet Expertisecentrum Aanpak Discriminatie Politie (hierna: het expertise-centrum) speelt een essentiële rol bij de aanpak van discriminatie enantisemitisme. Als onderdeel van het programma Politie voor Iedereenvoert de politie in opvolging van de motie-Paternotte c.s.10 een pilot uitwaarmee extra capaciteit beschikbaar is gesteld. Zo geeft het expertise-centrum duiding aan discriminatiezaken, levert het operationele onder-steuning in de behandeling van discriminatiezaken, waaronder antisemi-tisme, en helpt het de basisteams bij meldingen en aangiftes. Een anderetaak van het expertisecentrum is de screening van alle registraties vanmeldingen en aangiftes in de politiesystemen waarin kernwoordenvoorkomen die kunnen duiden op een aangifte of melding van discrimi-natie.Er is een werkinstructie ontwikkeld – mede gebaseerd op de Aanwijzingdiscriminatie van het Openbaar Ministerie – die houvast biedt voor deeenheden. De werkinstructie wordt momenteel geïmplementeerd in deeenheden en wordt momenteel opgenomen in de politieopleiding. Dooronder andere de discriminatierechercheurs wordt via gerichte communi-catie aandacht op de werkinstructies gevestigd in de eenheden.Binnen de Nationale Politie bestaat er ook het Joods Politie Netwerk, datcollega’s adviseert en ondersteunt in zaken waar Jodendom en antisemi-tisme een rol spelen. Daarnaast speelt het netwerk een verbindende roltussen de Joodse gemeenschap en de politie. Er is recent een internepublicatie ontwikkeld: «Jodendom en antisemitisme in Nederland;herkennen, begrijpen en anticiperen». Het Joods Politie Netwerk staat innauw contact met het expertisecentrum. Ook boa’s en wijkagenten zijnalert om signalen op te pikken van antisemitische incidenten.De Minister van Justitie en Veiligheid heeft op 11 april jl. met de korps-leiding gesproken over antisemitisme in Nederland, en het gevoel van deJoodse gemeenschap dat het doen van aangifte niet altijd loont. De politieherkent dit signaal en neemt het zeer serieus. Niet elke melding leidt totstrafrechtelijke vervolging, maar dan kan de politie toch de melder totsteun zijn. De politie investeert ook in de bejegening van de melder. Depolitie kijkt momenteel op welke wijze dit mogelijk expliciet kan wordentoegevoegd aan de politieopleiding.Daarnaast is het van groot belang dat een discriminatieaspect bij depolitie adequaat wordt herkend, zodat het een plek krijgt in de opsporingen vervolging wanneer het gaat om een haalbare en bewijsbare zaak. Hierzet het expertisecentrum, in afstemming met het Joods Politie Netwerk,ook op in. Daarnaast heeft de politie het contact gelegd met de AutoriteitPersoonsgegevens, om elkaar makkelijker te kunnen vinden in gevallenwaarin sprake kan zijn van onrechtmatige uitingen online, zoals hetzonder toestemming publiceren van foto’s en gegevens.Inzet Openbaar MinisterieDe aanwijzing discriminatie van het Openbaar Ministerie11 geeft het kadervoor de strafrechtelijke aanpak van discriminatie. Binnen het OpenbaarMinisterie heeft ieder arrondissementsparket een discriminatieofficier vanjustitie, vaak geflankeerd met één of meer parketsecretarissen en/ofbeleidsmedewerkers. Deze officieren van justitie zijn verantwoordelijkvoor de kennis en expertise van discriminatie binnen dat parket, en hetafdoen van lokale discriminatiezaken. Alle officieren van justitie en10Kamerstukken, 2019–2023, 35 164, nr. 911Aanwijzing discriminatie 2019Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3675 secretarissen die in aanraking komen met discriminatiezaken kunnencontact opnemen met de discriminatieofficier binnen hun eigen parket.Deze discriminatieofficieren kunnen voor ingewikkelde of regio-overschrijdende incidenten advies vragen bij het Landelijk ExpertiseCentrum Discriminatie van het Openbaar Ministerie.Binnen het Openbaar Ministerie adviseert het Landelijk ExpertisecentrumDiscriminatie al 25 jaar officieren en andere medewerkers binnen hetOpenbaar Ministerie op het gebied van de aanpak van discriminatiezaken,waaronder antisemitisme. Daarnaast wordt er binnen de opleiding vanofficieren van justitie en andere medewerkers van het Openbaar Minis-terie die zich bezighouden met discriminatiezaken, ook aandacht besteedaan de verschijningsvormen van antisemitisme.De Minister van Justitie en Veiligheid heeft op 11 april jl. ook met hetOpenbaar Ministerie gesproken over toenemend antisemitisme en destrafrechtelijke aanpak en de zorgen van de Joodse gemeenschap. Depolitie en het Openbaar Ministerie zetten zich onverminderd in om ingesprek te blijven met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap.Het Openbaar Ministerie heeft de zorgen goed op het netvlies en destrafrechtelijke aanpak van discriminatie is voor het Openbaar Ministerieeen speerpunt.Besloten briefing Openbaar Ministerie aan de Tweede KamerHet Openbaar Ministerie is graag bereid om in een vertrouwelijke briefingmet uw Kamer in gesprek te gaan over de (on)mogelijkheden van hetstrafrecht en het handelingsperspectief van het Openbaar Ministerie bijincidenten met een mogelijk antisemitisch karakter te schetsen. Invoorkomende gevallen kan het Openbaar Ministerie de dilemma’sschetsen die zich kunnen voordoen, zonder daarbij in te gaan opindividuele zaken. Ook de politie zal aansluiten bij de briefing.Aanhoudingen opening Nationaal HolocaustmuseumTijdens het mondelinge vragenuur van 12 maart jl. is een brief toegezegdnaar aanleiding van de vraag van het lid Boswijk (CDA) over hoe het staatmet de aanhoudingen tijdens de demonstraties bij de opening van hetNationaal Holocaustmuseum in Amsterdam op 10 maart jl.Het Openbaar Ministerie heeft de Minister van Justitie en Veiligheidhierover geïnformeerd. Alle twaalf verdachten zijn door de politieaangehouden, dus niet nadat aangifte was gedaan. Van tien verdachten isde zaak reeds afgedaan, bij twee verdachten loopt het onderzoek nog.Acht verdachten ontvingen een politiestrafbeschikking voor overtredingvan diverse bepalingen van de Algemene Plaatselijk Verordening (APV)Amsterdam. De zaken van twee verdachten, met betrekking tot vernielingdoor het plakken van pamfletten, zijn beleidsmatig geseponeerd door hetOpenbaar Ministerie. De twee verdachten waartegen het onderzoek nogloopt, zijn aangehouden voor openlijke geweldpleging en/of opruiing.Daarnaast heeft het Openbaar Ministerie een aangifte van het CentraalJoods Overleg met betrekking tot discriminatie en belediging met eenantisemitisch karakter bij de opening van het Holocaustmuseum, inonderzoek.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3676 Motie van het lid Van Dijk – strafbaarheid leus «from the river to the sea»Tijdens het tweeminutendebat Politie van 1 februari jl. is een motieingediend die de regering verzoekt om in navolging van Duitsland enOostenrijk het scanderen van de leus «From the river to the sea...» bijdemonstraties in antisemitische context te plaatsen en dit in het hande-lingsperspectief op te nemen.12 Deze motie is besproken tijdens hetoverleg met het College van Procureurs-Generaal van 15 februari jl.Tijdens het overleg heeft het Openbaar Ministerie aangegeven dat het dethematiek serieus neemt, en dat in het Nederlandse stelsel geldt dat hetafhankelijk van de feiten en omstandigheden van het individuele geval isof deze uitspraak als strafbaar kan worden aangemerkt. Deze afweging isaan het Openbaar Ministerie en de rechter. Uw Kamer is hierovergeïnformeerd in de brief over het demonstratierecht van 19 april jl.13In Duitsland is – evenals in Nederland – de context waarbinnen de leuswordt gebruikt bepalend voor de vraag of strafrechtelijke vervolgingplaatsvindt. Alleen in de deelstaat Beieren is het gebruik van de slogan alszodanig verboden, omdat de leus wordt gezien als een kenmerk van deverboden organisaties Hamas en Samidoun, en wordt dit gebruikvervolgd. De Duitse rechter moet zich hierover nog uitspreken. Wij volgende ontwikkelingen nauwgezet.In Duitsland kunnen daarnaast verenigingen op grond van het Vereins-gesetz (Verenigingswet) worden verboden door de Minister van Binnen-landse Zaken. In Nederland is het aan het Openbaar Ministerie om tebezien of er redenen zijn waarom een organisatie verboden moet worden.Het Openbaar Ministerie kan de rechter verzoeken een organisatie teverbieden en ontbinden op grond van artikel 2:20 Burgerlijk Wetboek (of10:122 Burgerlijk Wetboek voor internationale organisaties). Dat is in hetverleden ook gebeurd. De bevoegdheid van het Openbaar Ministerie omtot ontbinding over te gaan is recent verruimd onder meer door eenvereenvoudigde bewijslast.GedragsinterventiesHet Ministerie van Justitie en Veiligheid is met de reclassering in gesprekom te bezien of bestaande gedragsinterventies bruikbaar zijn in strafzakenwaar sprake is van antisemitisme. In individuele gevallen is het aan dereclassering om hierover te adviseren en aan het Openbaar Ministerie ende rechter om de afweging te maken of het wenselijk is om een gedrags-interventie op te leggen.MeldinstantiesMeldpunten voor antisemitisme, zoals de gemeentelijke antidiscriminatie-voorzieningen (ADV’s) moeten makkelijk vindbaar zijn. Bij ADV’s werkenconsulenten die op een professionele wijze discriminatiemeldingenkunnen behandelen en melders kunnen bijstaan. De Minister vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties werkt momenteel aan hetversterken van de ADV’s.14 Sinds 1 januari jl. werken de meldpunten vande 19 ADV’s binnen de landelijke vereniging van ADV’s (met eenwerkgebied van meer dan 95% van Nederland) onder één gezamenlijkenaam: Discriminatie.nl.12Kamerstukken II, 2023/24, 29 628, nr. 1211.13Verzamelbrief demonstratierecht | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl14Kamerstukken, II 2023/24, 30 950, nr. 354Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3677 Ook het Meld. Online discriminatie heeft zich de laatste tijd sterk ingezetom een betere naamsbekendheid te verkrijgen als meldpunt waar onlinediscriminatie gemeld kan worden. Het meldpunt blijft zich de komende tijdinzetten op de bekendheid bij specifieke doelgroepen, waaronder deJoodse gemeenschap, zodat het Meld. Online Discriminatie bij strafbareantisemitische uitingen een verwijderverzoek naar een platform kanverzenden.Naast de formele meldpunten, zoals Discriminatie.nl weten we dat ookinformele meldpunten, zoals die van het CIDI, meldingen krijgen. DeMinister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties heeft nagesprekken met Discriminatie.nl en het CIDI deze meldpunten met elkaarin contact gebracht om te verkennen of een samenwerking mogelijk is.Uniforme registratie meldingenHet is zaak om meldingen uniform te registreren. Om discriminatie, endaarmee ook antisemitisme in het bijzonder beter in beeld te krijgenverkent de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelatiesmomenteel de mogelijkheid om de discriminatiecijfers die bij de verschil-lende meldinstanties beschikbaar zijn online inzichtelijk te maken doormiddel van een dashboard. Dit dashboard geeft beleidsmakers enhandhavers inzicht in data van incidenten op lokaal niveau.Ondersteuning slachtoffersHet is van belang dat slachtoffers van antisemitisme weten waar zijterecht kunnen om een melding te maken, voor bijstand en voor onder-steuning. Op verschillende manieren wordt hierop ingezet. Zo is Slachtof-ferhulp Nederland er onder andere voor slachtoffers van antisemitismeom door middel van ondersteuning en bijstand herstel en recht te vinden.De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties onderzoekt ditjaar of en in hoeverre het mogelijk is om in het nieuwe ADV-stelsel, al danniet in samenwerking met andere (maatschappelijke) organisaties aanmensen met discriminatie-ervaringen actief nazorg te bieden die aansluitbij hun achtergrond en behoefte.Online antisemitismeInzicht krijgen in online antisemitisme is onderdeel van het project onlinediscriminatie, dat als doel heeft het beleid om online discriminatie tevoorkomen en tegen te gaan, te versterken.15 Voor de zomer zal uw Kamereen Plan van Aanpak ontvangen met concrete acties.In de tussentijd zal de Minister van Justitie en Veiligheid, in samenwerkingmet de NCAB, wederom met sociale media partijen in gesprek gaan overonline antisemitisme en hun verantwoordelijkheden. We moeten onsgezamenlijk inzetten dat online niet een parallelle werkelijkheid ontstaatwaar zaken die in onze offline wereld onacceptabel zijn in de onlineomgeving wel kunnen voortbestaan.15Dit project zet in op 5 lijnen: het versterken van preventie, betere registratie, ondersteuningslachtoffers, handhaving en onderzoek. Het is een gezamenlijk project van de Ministers vanBinnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, Justitie en Veiligheid, Sociale Zaken en Werkgele-genheid, Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en Langdurige Zorg en Sport. Vorig jaar en begindit jaar hebben verschillende stakeholderconsultaties plaatsgevonden waarmee input isopgehaald voor het identificeren van de problemen, knelpunten en kansen. Uit de gesprekkenmet stakeholders, verschillende onderzoeken en recente incidenten komt naar voren dat deaanpak van online discriminatie niet los gezien kan worden van de aanpak van offlinediscriminatie, en op bepaalde terreinen specifieke inzet vereist.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3678 De NCAB spreekt daarnaast met webshops en online platforms ombewustzijn te creëren over antisemitische content en het weren hiervan.Binnen dit initiatief kunnen bedrijven kennis en ervaringen uitwisselen engezamenlijk tot effectieve stappenplannen te komen. Het merendeel vande grote (inter)nationale webshops heeft zich reeds aangesloten bij ditinitiatief.De NCAB is voornemens om jaarlijks onderzoek naar online antisemitismein de Nederlandse taal uit te laten voeren, zodat hier gericht beleid opontwikkeld kan worden.Voorbereidingen herdenking 4 meiDe Nationale Dodenherdenking op 4 mei wordt ieder jaar als NationaalEvenement aangemerkt door de Minister van Justitie en Veiligheid. Datbetekent dat het nationaal belang centraal staat en dat er een verhoogdedruk op de bewaking en beveiliging kan zijn. Aan de hand van eengeïntegreerd dreigingsbeeld worden op basis van de landelijke en lokaledreigingsinschattingen en een risicoafweging de benodigde beveiligings-maatregelen getroffen. De NCTV sluit hiertoe aan bij de lokale driehoekom te adviseren over de samenhang en de afstemming tussen debetrokken partijen in het bewakings- en beveiligingsproces, ongeacht hetdreigingsniveau.Bij een Nationaal Evenement blijft de gebruikelijke verdeling van taken enbevoegdheden voor de veiligheid tussen de lokale driehoek en de NCTV instand. Daarbij is de lokale driehoek verantwoordelijk voor zowel deopenbare orde en veiligheid, waaronder het verloop van demonstraties,als de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. De NCTV isverantwoordelijk voor de beveiliging van aanwezige personen die tot hetrijksdomein behoren. In gezamenlijkheid en met inachtneming van deeigen verantwoordelijkheden hebben deze partijen samen met hetNationaal Comité 4 en 5 mei besloten over aanvullende beveiligingsmaat-regelen. De lokale driehoek van Amsterdam heeft laten weten dat hetmaximum aantal aanwezigen op de Dam wordt beperkt en dat het niet istoegestaan om vlaggen, borden of geluidsversterkende apparatuur mee tenemen. De politie zal aanwezigen hierop fouilleren voordat zij de Dambetreden. Bij het nemen van de aanvullende maatregelen zijn hetnationale belang van de waardigheid en de publieke toegankelijkheid omsamen te kunnen herdenken meegewogen.Handreiking gemeenten omgaan met spanningen en polarisatieDe Expertise Unit Sociale Stabiliteit van het Ministerie van Sociale Zakenen Werkgelegenheid heeft een handreiking opgesteld, die gemeenten,professionals en werkgevers inzicht geeft in hoe zij kunnen omgaan metspanningen en polarisatie, als gevolg van het conflict in Israël en dePalestijnse gebieden.2. Preventie, bewustwording en herdenken Onverminderd van belang blijft ook de preventieve inzet op bewust-wording via onderwijs, inzet op herdenken, inzet in het voetbal en inzet opverbinding en dialoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 3679 Uit het onderzoek naar triggerfactoren van antisemitisme onder jongerenin Nederland16 blijkt dat het Midden-Oosten conflict en voetbal debelangrijkste factoren zijn voor het opleven van antisemitische uitingen.De recent gepubliceerde Monitor Antisemitische Incidenten 2023 door hetCIDI laat pijnlijk zien dat het aantal meldingen van antisemitisme in 2023explosief toegenomen is17. Hieronder wordt ingegaan op de wijze waaropde sectoren onderwijs, zorg, sport en cultuur antisemitisme tegengaan enbijdragen aan een samenleving waar binnen de grenzen van de rechts-staat verschillende levensovertuigingen, meningen, culturen en wereld-beelden naast elkaar bestaan.OnderwijsHet onderwijs is bij uitstek een plek voor verbinding, ongeacht afkomst,achtergrond of mening. Het is dan ook verschrikkelijk en volstrektonacceptabel dat Joodse leerlingen en studenten worden gepest,bedreigd of zich onveilig voelen om wie ze zijn. In de gesprekken die deMinisters voor Primair en Voortgezet Onderwijs en van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap voerden, kwamen vreselijke voorbeelden voor. Haken-kruizen in klaslokalen, Joodse docenten die zich gedwongen voelen hunidentiteit verborgen te houden, leuzen die naar kinderen wordengeroepen. Antisemitisme is een groot kwaad, dat ons allemaal pijn doet.Deze manier van je medemens bejegenen zou nooit moeten en mogengebeuren. Voor antisemitisme is in Nederland en in het onderwijsabsoluut geen plaats. Het onderwijs moet een veilige plek zijn. Daarom ishet van groot belang dat onderwijsbestuurders duidelijke grenzen trekken.De Inspectie van het Onderwijs houdt toezicht op de wettelijke eisen tenaanzien van burgerschap en sociale veiligheid. Ten aanzien van de socialeveiligheid toetst de Inspectie van het Onderwijs of scholen er alles aandoen om ervoor te zorgen dat alle leerlingen zich veilig kunnen voelen. DeInspectie van het Onderwijs spreekt scholen aan die niet aan dezewettelijke eisen voldoen en ziet vervolgens toe op naleving daarvan.Ouders, leerlingen, studenten, docenten, directies en besturen, maar ookvertrouwenspersonen binnen de scholen kunnen altijd de vertrouwensin-specteur van de Inspectie van het Onderwijs raadplegen wanneer zich inof rond de school of opleiding (ernstige) problemen voordoen op hetgebied van antisemitisme.De Ministers voor Primair en Voortgezet Onderwijs en van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap zijn hierover ook voortdurend in gesprek om vanleerlingen, studenten, ouders, wetenschappers, docenten, schoolleiders,schoolbestuurders en belangenorganisaties te horen wat hun ervaringenzijn, hoe zij antisemitisme tegengaan en hoe het ministerie hierbij kanondersteunen. De Ministers hebben groot respect voor de inzet envolharding waarmee docenten, schoolleiders en bestuurders de strijdaangaan tegen antisemitisme. Zij verdienen een duidelijke stellingnameover antisemitisme vanuit het kabinet. Daarnaast hebben leraren endocenten ondersteuning nodig bij het tegengaan van antisemitisme, hetstellen van grenzen en het voeren van moeilijke gesprekken. Daarvoor ismeer kennisontwikkeling en kennisdeling nodig. Ook op de scholen eninstellingen zelf. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap16Bron: Onderzoek naar antisemitisme onder jongeren in Nederland, het Verweij Jonker Instituuten de Anne Frank stichting, 201517Het CIDI heeft, naar aanleiding van het verzoek van het lid Omtzigt bij de regelingen van26 maart jl. en 9 april jl., laten weten dat zij overzichten van antisemitische incidenten in delaatste vier maanden hebben en kunnen aanleveren. Het CIDI heeft aangegeven dat Kamer-leden zich bij het CIDI kunnen melden voor deze overzichten, in verband met de vertrouwe-lijkheid van de informatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36710 blijft hiervoor ondersteuning bieden. De Ministers voor Primair enVoortgezet Onderwijs en van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap blijventegelijkertijd dit gesprek actief voeren.Veilige leer- en werkomgeving in onderwijsinstellingenEen veilige leer- en werkomgeving is een randvoorwaarde om te kunnenleren en ontwikkelen. In zo’n omgeving is absoluut geen plaats voorantisemitisme Bij antisemitische incidenten verwacht het kabinet vaninstellingen dat zij altijd optreden, de betrokkenen aanspreken ofondersteunen en aangifte doen van strafbare feiten. Scholen en instel-lingen ontwikkelen hiervoor veiligheidsbeleid en scherpen dit waar nodigaan. Scholen in het funderend onderwijs en mbo krijgen daarbij onder-steuning aangeboden vanuit de Stichting School en Veiligheid. Hbo- enwo-instellingen werken samen aan hun veiligheidsbeleid via hun PlatformIntegrale Veiligheid, waar zij casuïstiek bespreken, handreikingen enmethodieken voor veiligheidsbeleid ontwikkelen en evaluaties delen.In het funderend onderwijs wordt gewerkt aan het wetsvoorstel Vrij enveilig onderwijs. Het wordt verplicht om het veiligheidsbeleid jaarlijks teevalueren. Voor scholen wordt het instellen van een interne en eenexterne vertrouwenspersoon verplicht. Daarnaast wordt voor hetfunderend onderwijs, naar aanleiding van de motie Ceder c.s.18, eenhandreiking ontwikkeld, die scholen ondersteuning moet bieden bijantisemitische incidenten. Deze handreiking wordt met betrokkenheid vande NCAB ontwikkeld in samenspraak met Joodse organisaties en hetonderwijsveld. Dit sluit tevens aan bij de adviezen van de NCAB en hetCIDI om docenten te trainen in het omgaan met antisemitische incidentenop school en het bevorderen van een veilige leeromgeving voor Joodsescholieren en studenten.In het mbo wordt ook ingezet op het versterken van de (sociale) veiligheid.Dit is onderdeel van de Werkagenda mbo. Daarin is de afspraak gemaaktdat scholen en studenten met elkaar in gesprek gaan over mentaal welzijnen (integrale) veiligheid om gezamenlijk te komen tot een visie, beleid enlaagdrempelige voorzieningen voor studenten. Alle scholen breiden hunsociaal veiligheidsplan uit. Verder is het afgelopen jaar in het mbo deeerste monitor integrale veiligheid uitgevoerd en eind 2023 naar de Kamergestuurd. De monitor richt zich op drie onderdelen: veiligheid vanstudenten, veiligheid van medewerkers en de rol van instellingen. Dekomende periode worden de uitkomsten van de monitor samen metbetrokken partijen geduid en wordt bezien welke vervolgstappen nodigzijn.Hbo- en wo-instellingen nemen vanuit hun verantwoordelijkheid voor hetveilig houden van de campussen zichtbare en onzichtbare beveiligings-maatregelen. Als dat nodig is kunnen zij daarover overleg plegen met deburgemeester, politie en justitie. Door het opstellen en handhaven vanhuisregels dragen zij zorg voor het ordelijke verloop van alle activiteiten.Veiligheid moet daarbij voorop staan. Wij verwachten dat instellingenadequaat ingrijpen als de regels niet worden nageleefd. Via onder meerde veiligheidsnetwerken werken de instellingen hier ook actief op samenen delen zij onderling ervaringen, dilemma’s en inzichten.Een belangrijke maatregel in de aanpak sociale veiligheid is het opnemenvan de zorgplicht in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijkonderzoek (WHW) die, net als in het fungerend onderwijs, de verantwoor-delijkheid van instellingen rondom de sociale veiligheid expliciteert en de18Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 84Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36711 Inspectie van het Onderwijs handvatten geeft om hier toezicht op tehouden.Bij de verbetering van meld- en klachtvoorzieningen en het onderzoek dathiernaar loopt wordt ook gekeken naar het handelingsperspectief in deomgang met klachten en meldingen over antisemitisme. Het is cruciaaldat Joodse studenten zich veilig voelen hier melding te doen, en dat er bijdeze voorziening de juiste expertise is om hier adequaat op te reageren.We willen in het onderzoek aanvullend aandacht te besteden aan hetdoorverwijzen naar de strafrechtketen. Eind 2024 worden resultaten enaanbevelingen verwacht en zal hier opvolging aan worden gegeven.De Kamer vroeg daarnaast reeds aandacht voor de toerusting vanvertrouwenspersonen in het omgaan met antisemitisme. De Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat in het kader van de ontwikkelingvan de Nationale Strategie Antisemitismebestrijding in gesprek metonderwijsinstellingen, vertrouwenspersonen en andere functionarissenvoor sociale veiligheid over wat zij verder nodig hebben in geval vanherkennen van en bij meldingen van antisemitisme en hoe professionali-sering op dat vlak verder ondersteund kan worden.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap sprak ook deafgelopen dagen nog met verschillende studenten, docenten enbestuurders om vinger aan de pols te houden en te kijken waar hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap kan helpen. Dit blijft hijonverminderd doen.Pedagogische opdrachtZoals eerder aangegeven, is in het onderwijs absoluut geen plaats voorantisemitisme. Bij antisemitische incidenten verwacht het kabinet vaninstellingen dat zij altijd optreden, de betrokkenen aanspreken ofondersteunen en aangifte doen van strafbare feiten. Het onderwijs kandaarnaast bij uitstek een rol spelen bij de preventieve kant.In het onderwijs wordt structureel aandacht besteed aan kennisoverdrachtover de Tweede Wereldoorlog, de Holocaust en de Jodenvervolging. Dezeonderwerpen zijn verplicht onderdeel van het curriculum voor alleleerlingen in primair en voortgezet onderwijs en worden regelmatigbesproken in mbo-burgerschapslessen. Leraren vinden dit niet altijdmakkelijk en hebben hierin behoefte aan ondersteuning.Aandacht besteden aan deze onderwerpen is onderdeel van de wettelijkeburgerschapsopdracht in het funderend onderwijs en de maatschappelijkeopdracht die alle onderwijsinstellingen en leraren hebben.Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft direct naopleving van het conflict aan onder andere de PO-Raad en de VO-Raadgevraagd om diverse peilingen te doen om snel zicht te krijgen op deomvang en ernst van antisemitische signalen. Op basis van dezeuitkomsten kon er onder andere via het Expertisepunt Burgerschap snellerondersteuning geboden worden aan het werkveld; het concrete aanbod isbreed beschikbaar hun website. De Minister voor Primair en VoortgezetOnderwijs en de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap zullenhet Expertisepunt Burgerschap vragen om het overzicht van het onder-steuningsaanbod uit te breiden waarmee leraren en scholen wordengeholpen in het voorkomen en herkennen van antisemitisme.Voor het hbo en wo geldt dat wetenschappers, docenten en studentenaandacht besteden aan de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog,Holocaust en de Jodenvervolging evenals het conflict in het Midden-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36712 Oosten, vanuit de oriëntatie van de opleiding zoals rechten, geschiedenisof internationale betrekkingen. Naar deze onderwerpen wordt weten-schappelijk onderzoek gedaan waardoor er veel kennis binnen specifiekeopleidingen en leerstoelen wordt ontwikkeld die via publicaties breedwordt gedeeld. Buiten het onderwijs- en wetenschapsprogrammabesteden hbo- en wo-instellingen ook aandacht aan het tegengaan vanantisemitisme. De rechtenfaculteit van de Universiteit Groningen heeftbijvoorbeeld een serie «Goede Gesprekken» georganiseerd voor eendialoog over de rol van docent, academicus en jurist in gepolitiseerdecontext. De lerarenopleiding Geschiedenis aan de HAN Hogeschoolorganiseert vrijheidslezingen, workshops en nascholingsconferenties insamenwerking met o.a. het lectoraat van de Hogeschool Fontys, delerarenopleiderscommissie van de VGN en het Nationaal Comité 4 en5 mei. Tevens is er oog voor kennisoverdracht tussen wetenschappelijkonderzoek en het onderwijsveld, bijvoorbeeld tijdens de LandelijkeStudiedag Holocausteducatie, waar docenten uit het funderend onderwijsen mbo meer kennis konden opdoen over zowel de inhoud als overdidactische uitgangspunten van holocausteducatie. De Minister voorPrimair en Voortgezet Onderwijs was bij de laatste studiedag op 25 januari2024 aanwezig.19Ook docenten aan hbo- en wo-instellingen worden ondersteund bij hetbespreekbaar maken en het stimuleren van een leergemeenschap rondomdisruptieve gebeurtenissen in de maatschappij, zoals het conflict in hetMidden Oosten. Na de opleving van het conflict in het Midden Oosten, isde Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap gestart met definanciering van een pilot in 2024 om het projectplatform TerInfo van deUniversiteit Utrecht uit te breiden van funderend onderwijs en mbo naarook het hbo en wo.20 Het hier ontwikkelde materiaal zal kosteloostoegankelijk worden gemaakt voor alle opleiders via de website vanTerInfo. Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is metTerInfo in gesprek hoe deze inzet te verduurzamen is. De Minister vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap sprak onlangs nog met verschillendedocenten over de soms ingewikkelde situaties in hun collegezaal. Ook omvan hen te horen hoe zij hier het best in ondersteund kunnen worden.Ten slotte worden docenten op allerlei manieren door professionelepartijen die zich bezighouden met het herdenken en herinneren van deTweede Wereldoorlog gefaciliteerd en ondersteund om het verhaal overde Tweede Wereldoorlog en de Holocaust aan hun leerlingen enstudenten over te brengen. Er is een schat aan materiaal waar docentenuit kunnen putten (van lespakketten tot bezoek aan een Herinnerings-centrum of oorlogsmuseum). De vijf Nederlandse Herinneringscentrawaaronder Herinneringscentrum Kamp Westerbork, de negen groteoorlogsmusea, het Nationaal Comité 4-5 mei en de Anne Frank Stichtingonderhouden goede contacten met docenten binnen de verschillendevormen van onderwijs. Stichting WO2NET is opgericht om onder meerversnippering in het aanbod voor de docenten en scholen te voorkomenen meer samenhang in dit aanbod (museaal, digitaal en educatief) tebevorderen. De Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs zal eenklassenbezoek aan deze instellingen, waar het verhaal van de Holocaustverteld wordt, onder de aandacht brengen bij scholen. Daarnaast wordtlater in deze brief nader ingegaan op de verdere versterking vanHolocausteducatie.19Toespraak van minister Paul bij de Landelijke Studiedag Holocausteducatie in Herinnerings-centrum Kamp Westerbork | Toespraak | Rijksoverheid.nl20Het projectplatform TerInfo is een platform van de leerstoel History of International Relations& Global Governance van Beatrice de Graaf aan de Universiteit Utrecht. Zie bijv. de Lesbrief:Hoe bespreek je het Israëlisch-Palestijns conflict? – Ter-info.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36713 Burgerschapsopdracht van het onderwijsVerder is in 2021 de burgerschapsopdracht aan scholen in het funderendonderwijs verduidelijkt. Scholen moeten leerlingen verplicht kennis vanen respect voor de basiswaarden van de democratische rechtstaatbijbrengen, waaronder in ieder geval de waarden vrijheid, gelijkwaar-digheid en solidariteit. Via burgerschapsvorming kan onder leerlingen hetwederzijdse begrip en kennis van elkaars culturen en godsdienstenworden vergroot en kan intolerantie worden bestreden. Ook stelt de wetdat scholen leerlingen sociale en maatschappelijke competentiesbijbrengen. Het is van belang dat de schoolcultuur in overeenstemming ismet de basiswaarden van de democratische rechtstaat. In het kader vande wettelijke zorgplicht moet een school zorgdragen voor het waarborgenvan de veiligheid, ook als het alleen specifieke groepen leerlingen betreft.De verwachting is dat voor het mbo dit jaar een wetsvoorstel in consul-tatie gaat waarmee de burgerschapsopdracht wordt uitgewerkt en waarbijeen zorgplicht voor een leer- en werkklimaat in lijn met de basiswaardenvan onze samenleving centraal staat. In het hbo en wo krijgt dit vorm viade (wettelijke) opdracht aan instellingen om maatschappelijk verantwoor-delijkheidsbesef te bevorderen.Herdenken van, onderzoek naar en educatie over de HolocaustOndanks alle inspanningen op het gebied van holocausteducatie enantisemitisme, blijkt uit meerdere onderzoeken dat de kennis van deHolocaust, met name onder jongeren, afneemt. Deze constatering is reedsin een eerdere brief met uw Kamer gedeeld.21. Het is aan ons allen om deherinnering aan deze donkere jaren uit onze geschiedenis continu levendte houden. Alleen op die manier leren we van het verleden. De Staatsse-cretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, als coördinerendbewindspersoon voor het beleid Oorlogsgetroffenen en Herinnering WOII,spant zich hiervoor in. Ook het onderwijs heeft hierbij een rol.Het huidige beleid van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn enSport bestaat uit de volgende onderdelen:•Het Nationaal Comité 4 en 5 mei (NC) heeft educatieaanbod (extracurriculair) voor het primair onderwijs en het middelbaar beroepson-derwijs over herinneren inclusief de Holocaust.•De nieuwe Stichting WO2Net richt zich op de samenhang in hetmuseale, educatieve en digitale aanbod over WOII, inclusief deHolocaust.•Het Landelijk Steunpunt Gastsprekers (LSG) bemiddelt en ondersteuntruim 200 gastsprekers waarvan 112 met een Joods of Roma/Sintiachtergrond. Circa 70% van de gastlessen wordt verzorgd door deeerste en tweede generatie overlevenden van de Holocaust. In 2023hoopt het LSG 2000 bemiddelingen te realiseren waardoor circa 52.000leerlingen worden bereikt. Het LSG onderhoudt tevens een belangrijkdocentennetwerk (geschiedenisdocenten).•De Anne Frankstichting voert het educatieprogramma «Leren van deOorlog» uit.•Herinneringscentrum kamp Westerbork en Herinneringscentrum kampVught richten zich specifiek op de Holocaust, maar ook het Herinne-ringscentrum kamp Amersfoort en Nationaal Monument Oranjehotelbesteden hier aandacht aan. Recent is het Nationaal Holocaustmu-seum geopend. Dit museum zal een belangrijke bijdrage leveren aanhet herinneringslandschap en de educatie over de Holocaust. Hetmuseum ontvangt jaarlijks een structurele bijdrage van het Ministerie21Kamerstuk 20 454, nr. 186Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36714 van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, net als de genoemde Herinne-ringscentra.•Bij het Nederlands Instituut voor Oorlogs-, Holocaust- en Genocidestu-dies (NIOD) is de leerstoel Holocaust- en Genocidestudies onderge-bracht.•Door middel van de jaarlijkse nationale Holocaust herdenking rond27 januari wordt aandacht aan de Holocaust geschonken.Nationaal Plan Versterking HolocausteducatieOp initiatief van de NCAB werken de Ministeries van Onderwijs, Cultuuren Wetenschap, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volksgezondheid,Welzijn en Sport samen met de NCAB en met organisaties die zichbezighouden met het herdenken en herinneren van de Tweede Wereld-oorlog en vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap22 aan hetNationale Plan Versterking Holocausteducatie. Dit mede naar aanleidingvan de initiatiefnota van de Kamerleden Segers (ChristenUnie) en Ellian(VVD).23 Uw Kamer is hierover eerder geïnformeerd.24We bundelen dus de krachten en bouwen voort op hetgeen reeds in gangis gezet. Het is verheugend te zien dat bij de betrokken organisaties debereidheid zich in te zetten groot is. De centrale ambitie van het plan is dekennis van de Holocaust, inclusief de (inter)nationale context daarvan,onder Nederlanders te versterken. Dit vraagt niet om een eenmalige actie,maar om een meerjarige aanpak, waarin we van de voortgang van deuitvoering kunnen leren en kunnen bijstellen.Ten tijde van het schrijven van deze brief werken we aan de definitieveversie van het plan. Naar verwachting wordt in mei de laatste hand aan ditplan gelegd.In aansluiting op de preventieve aanpak vanuit het onderwijs wordt ookingezet op bewustwording in het voetbal en inzet op interreligieuzedialoog.VoetbalOp 8 februari 202025 heeft het kabinet samen met de KNVB het actieplan«Ons voetbal is van iedereen. Samen zetten we racisme en discriminatiebuitenspel» gelanceerd. Op 28 september 202326 is een vervolg gegevenaan dit plan dat bestaat uit de onderdelen voorkomen, signaleren,sanctioneren en samenwerken. Discriminatoire, racistische, antisemitischeof homofobe uitingen, gedragingen of spreekkoren op en rond de veldenwordt niet getolereerd. Deze zijn onacceptabel. Iedereen hoort zich veiligen welkom te voelen in en rond het stadion én ook op en rond deamateurvelden.Voor de aanpak van specifiek spreekkoren heeft de KNVB de landelijkeRichtlijn bestrijding verbaal geweld opgesteld om discriminerende,racistische en antisemitische spreekkoren te bestrijden. De Betaaldvoetba-lorganisaties zijn hierin de eerstverantwoordelijken. Als een spreekkoor22Tot nu toe zijn betrokken de Nationaal Monumenten Kamp Westerbork, Kamp Vught en KampAmersfoort, Joods Cultureel Kwartier/Nationaal Holocaust Museum, Nationaal Comité 4 en5 mei, Anne Frank Stichting, Nederlands Auschwitz Comité, Landelijk Steunpunt Gastsprekers,Na de Oorlog, In mijn Buurt, Centrum Informatie en Documentatie Israël (CIDI) en het CentraalJoods Overleg23Kamerstuk 36 272, nr.224Kamerstuk 20 454, nr. 186 en Kamerstuk 20 454, nr. 201.25Kamerstuk 30 234, nr. 24126Kamerstuk 30 234, nr. 379Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36715 zich voordoet, wordt volgens de richtlijn gehandeld en wordt het publiekaangesproken door de speaker van het stadion. Het tijdelijk stilleggen ofdefinitief staken van wedstrijden behoort ook tot de mogelijkheden. Zoalsin de Kamerbrief Veilig Gastvrij Voetbal van 26 september jl. (Kamerstuk35 232, nr. 71) vermeld zal de Minister van Justitie en Veiligheid ook demogelijkheden om in geval van discriminerende spreekkoren de vervolg-baarheid, waarbij het individuele aandeel van verdachten moeilijk tebewijzen is, te vergroten onderzoeken (uitbreiden Art. 141 Sr. Metscanderen van leuzen).De DiscriminatieMelder app is een ondersteunend instrument dat in heteerste actieplan nog onvoldoende bekend was. Binnen het tweedeactieplan wordt gewerkt aan een normstelling. Uitwerking van dezenieuwe norm moet zijn dat uitingen van discriminatie en racisme beter enproactief gemeld kunnen worden. In samenspraak met de KNVB zal hetMinisterie van Volksgezondheid Welzijn en Sport als kartrekker van hetplan meer aandacht vragen voor deze app zodat signalering in stadionsbeter kan worden.Supporters die zich schuldig maken aan antisemitische leuzen, kunnen opaangeven van de club deelnemen aan het Spreekkorenproject dat wordtondersteund door de Anne Frank Stichting. Dit succesvolle project dat bijFeyenoord, FC Utrecht en FC Den Bosch loopt, richt zich vooral opbewustwording bij supporters van het kwetsende effect van antisemi-tische spreekkoren. Deelnemers aan dit project geven aan dat zij onder deindruk zijn van de persoonlijke verhalen van de Joodse mede-supporters,waardoor zij het kwetsende karakter van de spreekkoren beter begrijpenen afzien van de inzet van dergelijke spreekkoren.Inzet op verbinding en dialoog bij jongerenVanuit het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is eind 2023een project gestart voor interreligieuze dialoogsessies tussen jongerenmet verschillende geloofsovertuigingen (joods, islamitisch en christelijk).De sessies zijn bedoeld om bij te dragen aan wederzijds begrip,positieve(re) beeldvorming en het doorbreken van negatieve stereotype-ringen. Afhankelijk van de resultaten van de pilot, zal het Ministerie vanSociale Zaken en Werkgelegenheid deze dialoogsessies opschalen.Voorlichting via trainingen COAVanuit het Ministerie van Justitie en Veiligheid is vanuit de antisemitisme-gelden die in 2019–2021 aan de begroting zijn toegevoegd een bijdragegeleverd aan een project bij het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers(COA) gericht op de invulling van het non-discriminatiebeginsel in deGrondwet en de vrijheid van religie. In dit kader hebben in 2022 en 2023 intotaal 13 trainingen (elk bestaande uit drie bijeenkomsten) plaatsge-vonden waarbij vergunninghouders over dit onderwerp in gesprek zijngegaan met elkaar, met mensen van een ander geloof én met de lokalegemeenschap. De bijeenkomsten vonden plaats op opvanglocatiesverspreid over het hele land en bij iedere training werd onder andere eenbezoek gebracht aan een lokale synagoge of Joodse Begraafplaats en ingesprek gegaan met de Joodse gemeenschap. Het project wordt dit jaarnog op kleine schaal uitgerold op kosten van het COA en geëvalueerd omte kijken naar mogelijkheden voor structurele inbedding van projectonder-delen in het aanbod voor vergunninghouders.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36716 Aandacht in inburgeringstrajectAandacht voor kernwaarden zoals vrijheid, gelijkwaardigheid en hetafwijzen van discriminatie is verankerd in het inburgeringsbeleid. In devoorlichting over de fundamentele kernwaarden en rechten wordt devrijheid en veiligheid van elke minderheid benadrukt en wordt onderandere benadrukt dat er geen plaats is voor antisemitisme in Nederland.Nieuwkomers komen in het inburgeringstraject op opeenvolgendemomenten in aanraking met de Nederlandse kernwaarden en rechten. Eris sprake van een zogenaamde doorlopende leerlijn over waarden.Reguliere gezinsmigranten maken via de voorbereiding op het basis-examen inburgering buitenland kennis met de Nederlandse waarden engeschiedenis. Statushouders krijgen op het AZC via het traject Voorbe-reiding op de inburgering voorlichting over de rechten en hoe inNederland met elkaar wordt omgegaan. Na vestiging in de gemeentenvindt verdere verdieping op de kernwaarden plaats via het participatiever-klaringstraject en het onderdeel Kennis Nederlandse Maatschappij opcursusinstellingen. In de zogenaamde eindtermen van het examen KennisNederlandse Maatschappij (dat wat inburgeraars moeten kennen) isexpliciete aandacht voor het afwijzen van antisemitisme en de geschie-denis van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.Motie Van Dijk – verblijfsrechtelijke procedures27Bij brief van 29 februari jl.28 heeft de Staatssecretaris van Justitie enVeiligheid een tijdpad gegeven voor de uitwerking van de motie van hetlid Van Dijk, die de regering verzoekt om de mogelijkheden te verkennenhoe antisemitisme meegewogen kan worden in de verschillendeverblijfsrechtelijke procedures. Aangezien het Wetboek van Strafrechtuitgaat – in overeenstemming met artikel 1 van de Grondwet – van degelijke bescherming van alle groepen bij alle delicten met een discrimi-nerend motief, is aangegeven dat het enige tijd vergt om te komen tot eenverkenning die recht doet aan de geest van deze motie. De verwachting isdat uw Kamer voor het zomerreces de uitwerking van deze motieontvangt.Cultuur en mediaDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeftgesproken met de cultuursector over wat nodig is om te zorgen datartiesten, kunstenaars en culturele instellingen veilig hun werk kunnendoen. Uitgangspunt is dat de culturele sector een openbare plek is en datmoet worden voorkomen dat activiteiten vanwege hun inhoud ofvanwege de persoonskenmerken van de artiest niet kunnen doorgaan. Hetmag niet zo zijn dat een voorstelling, concert of andere culturele activiteitniet doorgaat vanwege een Joods thema of Joodse achtergrond van deartiest. Om dit te voorkomen is het belangrijk dat culturele instellingengoed voorbereid zijn op het moment dat er signalen van verstoring zijn.In het gesprek met de cultuursector is geconstateerd dat er verschillen zijnin de mate waarin een culturele organisatie voorbereid is op eenverstoring. Het is hierbij met name van belang dat een culturele organi-satie weet hoe het snel verbinding kan leggen met de lokale driehoek vanpolitie, burgemeester en officier van justitie. En dat het lokale gezagvervolgens adequaat optreedt om de orde te handhaven en politie en hetOpenbaar Ministerie zo nodig ook strafrechtelijk handhaven. Grotereinstellingen zijn in de regel beter voorbereid en hebben reeds contact met27Kamerstukken, 2023–2024, 36 196, nr. 1028Kamerstukken, 2023–2024, 36 196, nr. 14.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36717 de lokale driehoek. Voor kleinere organisaties is dit niet altijd het geval.Met de sector is daarom afgesproken om op een zo kort mogelijke termijnte komen tot een algemene handreiking en veiligheidsprotocollen zodatculturele organisaties goed voorbereid zijn op verstoringen en deveiligheid van alle betrokken is verzekerd. De Staatssecretaris vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap gaat samen met de Minister vanJustitie en Veiligheid in overleg met de VNG om te verzekeren dat detoegang tot de lokale driehoek gewaarborgd is.Naast de afspraken over veiligheid en bescherming is er in het cultuur- enmediabeleid ook aandacht voor de Joodse cultuur en de beschermingdaarvan. Zo wordt ingezet op het delen van kennis en het creëren vanbewustwording over Joods leven en Joodse cultuur via de structurelesubsidiering van het Joods Cultureel Kwartier. Aanvullend hebben hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport bijgedragen aan de ontwikkeling vanhet Nationaal Holocaust Museum, waar het verhaal van de Holocaustwordt verteld. Kennismaken met Joods leven is ook onderdeel van hetWerkplan Antisemitismebestrijding van de NCAB.Als het gaat om online (sociale) mediaplatformen, verplicht de recenteEU-verordening Digital Services Act zeer grote online platformen ondermeer om systeemrisico’s van hun diensten in kaart te brengen. Daarondervallen ook de verspreiding van illegale inhoud zoals strafbare vormen vanantisemitisme, of negatieve effecten op bijvoorbeeld de uitoefening vande vrijheid van meningsuiting en de vrijheid en pluriformiteit van demedia. Als ze systeemrisico’s vaststellen dan moeten ze mitigerendemaatregelen treffen. Dit kan een bijdrage leveren aan de bestrijding vanantisemitisme.Tot slot«Het respecteren van gevoelens van anderen is geen teken van zwakte,maar van kracht», schreef Eddo Verdoner, de Nationaal CoördinatorAntisemitismebestrijding dit voorjaar in een opinieartikel. Het is die krachtdie Nederland zo mooi maakt, als vrij, veilig en ruimdenkend land waarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36718 iedereen zichzelf kan zijn. Antisemitisme staat daar haaks op. Wie aan deJoodse gemeenschap komt, verzwakt Nederland als geheel. Dat laten weniet gebeuren.De Minister van Justitie en Veiligheid,D. Yesilgöz-ZegeriusDe Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van GennipDe Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,R.H. DijkgraafDe Minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs,M.L.J. PaulDe Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,H.M. de JongeDe Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,C. HelderDe Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,M. van OoijenDe Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,F.Q. Gräper-van KoolwijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 30 950, nr. 36719
Versie 4e3d79e45523a97705c4270e75a61c41853325e6d12203529a4cc886c89750c6 · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Brief regering
- Datum
- 23 april 2024
- Vergaderjaar
- 2023-2024
- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.