Reactie op verzoek commissie n.a.v. de burgerbrief over publiceren uitspraken
Brontekst
Versie d6792d7b2d6bcaac · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1036 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 mei 2026Op 23 maart 2025 heeft uw Vaste Commissie voor Justitie en Veiligheideen brief van twee burgers gekregen met een verwijzing naar een briefvan de Nationale ombudsman van 7 februari 2025 in reactie op zijn klachtover het niet publiceren van rechterlijke uitspraken.1 Uw Commissie heeftdeze brief aan mij gestuurd.Op 14 november 2025 heeft een gesprek plaatsgevonden vanmedewerkers van mijn ministerie met één van de beide burgers. In ditgesprek lag de focus op de klachten in relatie tot publicatie van rechter-lijke uitspraken. Hierbij stuur ik u mijn reactie, welke ik in afschrift aan debetreffende burgers stuur.Deze burgers hebben verzoeken ingediend bij verschillende gerechten inafzonderlijke rechtszaken om rechterlijke uitspraken waar zij partij dan welbelanghebbenden waren, op rechtspraak.nl te laten publiceren. In eenaantal gevallen is dit verzoek tot publicatie geweigerd. Tegen een van dezeweigeringen heeft de burger een klacht ingediend bij de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad (PG) op grond van artikel 13a van de Wet op deRechterlijke Organisatie.2 De PG heeft de klacht niet in behandelinggenomen, omdat het overgaan tot publicatie van de uitspraak oprechtspraak.nl een rechterlijke beslissing is, onder verwijzing naar deuitspraak van de Hoge Raad van 24 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1549).1De brief bevat diverse bijlagen waaruit kan worden afgeleid dat er in de woorden van deburgers: «er sprake is van parallelle trajecten met verschillende bevoegdheidsgrondslagen».Het gaat het bestek van deze brief te boven om een overzicht te schetsen van het verloop ensamenloop van al deze rechtszaken.2Artikel 13a RO: Degene die een klacht heeft over de wijze waarop een rechterlijk ambtenaar metrechtspraak belast zich in de uitoefening van zijn functie jegens hem heeft gedragen, kan, tenzijde klacht een rechterlijke beslissing betreft, de procureur-generaal bij de Hoge Raad schriftelijkverzoeken een vordering bij de Hoge Raad in te stellen tot het doen van een onderzoek naar degedraging. kst-29279-1036ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10361 Dit betekent dat de Hoge Raad daar in het kader van de klachtproceduregeen onderzoek naar kan doen. De burgers zijn van oordeel dat het nietpubliceren van een uitspraak in casu in strijd is met de Grondwet en datartikel 29 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering geen ruimtelaat voor een afweging van de rechter om een uitspraak wel of niet tepubliceren. De burgers zijn het dan ook niet eens met de uitspraak van deHoge Raad van 24 oktober 2024 en met de eerder genoemde beslissingvan de PG.Het is niet aan mij om een oordeel te vellen over het arrest van de HogeRaad en de beslissing van de PG, gelet op de in de Grondwet gewaar-borgde onafhankelijkheid van de rechterlijke macht.Tevens heeft één van de burgers een klacht ingediend bij de Nationaleombudsman. De Nationale ombudsman heeft zich niet bevoegd verklaardom de klacht te behandelen om dezelfde reden, dat het gaat om eenrechterlijke beslissing, onder verwijzing naar dezelfde uitspraak van deHoge Raad. De Nationale ombudsman geeft als de achterliggendegedachte hiervan weer, dat het klachtrecht niet is bedoeld om beslis-singen van een rechter aan de orde te stellen of deze opnieuw te latenbeoordelen. Tegen rechterlijke beslissingen staan in de meeste gevallenrechtsmiddelen open zoals hoger beroep. In dit geval staat er geenrechtsmiddel open tegen de beslissing van de rechter.Zoals de Hoge Raad in de eerdergenoemde uitspraak overweegt, bevat dewet geen andere regels over de publicatie op rechtspraak.nl van eenrechterlijke uitspraak dan de regels over de verstrekking van afschriftenvan rechterlijke uitspraken aan partijen, belanghebbenden en derden.Publicatie van een uitspraak op rechtspraak.nl en bekendmaking van hetECLI-nummer van de uitspraak aan degene die een afschrift verzoekt vaneen rechterlijke uitspraak, is een vorm van verstrekking van het verzochteafschrift (HR 21 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:658, rov. 3.5.2).Dit is dehuidige stand van zaken ten aanzien van de publicatie van uitspraken.Zoals uw Kamer weet, is de Raad voor de rechtspraak al enige jaren bezigmet «meer en verantwoord publiceren». Mijn ambtsvoorgangers hebbenuw Kamer eerder toegezegd te werken aan een wettelijke regeling voor depublicatie van uitspraken. Op 11 december jl. heeft uw Kamer devoortgangsbrief versterking toegang tot het recht ontvangen, waarin ooknadere informatie is verstrekt over de voortgang van mijn beleidsinzetinzake het publiceren van rechterlijke uitspraken.3 Daarin is een contou-renbrief toegezegd in de loop van 2026. In deze contourenbrief zal ik ookhet vraagstuk betrekken wat aan de brief van beide burgers ten grondslagligt, namelijk of het wenselijk is om een rechtsmiddel open te stellen voorde rechterlijke beslissing tot publicatie van een uitspraak.Daarnaast hebben de burgers laten weten in het verleden meerdereberichten naar het Ministerie van Justitie en Veiligheid te hebbengestuurd en geen antwoord te hebben ontvangen. Na navraag blijkt datop sommige van deze berichten door het ministerie is geantwoord en ineen aantal gevallen waarin aandacht is gevraagd voor individuelekwesties een reactie is uitgebleven. Ondanks dat ik niet in individuelekwesties kan treden was het beter geweest, als de burgers een reactie metdie strekking hadden ontvangen. De burgers zullen binnen zes wekenalsnog een reactie krijgen.3Bijlage 1, p.3, TK Bijlage 1 Voortgang maatregelen toegang tot het recht | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10362 Tenslotte hebben de burgers op 15 april 2025 een verzoek ingediend opgrond van de Wet Open overheid (Woo). De behandeling van ditWoo-verzoek bevindt zich op dit moment in de fase van onderzoek bijJenV en externen naar aanwezigheid van documenten. Op dit verzoek zaldoor mij naar verwachting voor 1 juli a.s. apart worden beslist.De Staatssecretaris van Justitie en veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10363
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.