KamerkringInloggen
Kamerbrief

Arbeidsmarktprognose zorg en welzijn 2025

19 dec 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie bd1d986c7012119d · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 282Arbeidsmarktbeleid en opleidingen zorgsectorNr. 619 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 december 2025Krapte op de arbeidsmarkt vormt een grote uitdaging binnen alle delenvan zorg en welzijn. Zonder voldoende goed opgeleide zorgverlenerskomt de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg in gevaar. Om eengoed beeld te krijgen hoe de arbeidsmarkt binnen zorg en welzijn zich dekomende tien jaar ontwikkelt, laten we conform de motie Bergkamp c.s.(Kamerstuk 29 282, nr. 323), jaarlijks een prognose maken van hetverwachte tekort in de verschillende branches van zorg en welzijn. Metdeze brief informeer ik u over de uitkomsten van de nieuwe arbeidsmarkt-prognose die ABF Research recent heeft opgeleverd. De resultaten zijnook terug te vinden via www.prognosemodelzw.nl.Tevens wil ik uw Kamer melden dat het Capaciteitsorgaan op vrijdag19 december 2025 het nieuwe Capaciteitsplan heeft uitgebracht. Hierinworden de driejaarlijkse instroomadviezen weergegeven voor de(medisch) vervolgopleidingen en een aantal initiële opleidingen. Hetcapaciteitsplan bevat een integraal overzicht van alle te ramen beroepen.In een inhoudelijke kabinetsreactie zal worden beschreven hoe wordtomgegaan met deze adviezen. Deze kabinetsreactie zal naar verwachtingin het tweede kwartaal van 2026 naar uw Kamer worden verzonden.SamenvattingDe nieuwe arbeidsmarktprognose laat in hoofdlijnen het volgende zien:•Het verwachte personeelstekort neemt in de komende jaren toe. In2035 wordt een tekort geraamd van bijna 301 duizend werkenden inhet beleidsarme Referentiescenario.•Het geraamde tekort in het Referentiescenario valt in 2034 circa 9duizend hoger uit dan de uitkomst van de prognose van vorig jaar. Ditkomt vooral doordat naast werknemers ook zelfstandigen zijntoegevoegd aan het prognosemodel. Daarnaast spelen onder meereen gewijzigde aanname ten aanzien van zorghulpen en nieuweinstroom- en uitstroomcijfers een rol. kst-29282-619ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6191 •Dit jaar heeft ABF Research ook een scenario gemodelleerd waarinonder meer een verlaging van het eigen risico en de ambities tenaanzien van arbeidsbesparing uit het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg(HLO) en het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AWZA) zijnmeegenomen. In dit scenario komt het verwachte arbeidsmarkttekortuit op circa 227 duizend personen in 2035.•De grootste tekortenzijn te verwachten in de ouderenzorg (circa 100 tot134 duizend personen afhankelijk van het scenario), maar in bijna allebranches nemen op de langere termijn de tekorten naar verwachtingtoe.•Wat betreft beroepsgroepen zijn de verwachte tekorten in absoluteaantallen het grootst bij de verzorgenden en verpleegkundigeberoepen en maatschappelijke hulp en dienstverlening (hbo).•Rekening houdend met de grootte van de beroepsgroepen, is hetverwachte tekort ook relatief groot voor onder meer de beroepsgroe-pen specialist ouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten,GGZ-beroepen geraamd door het Capaciteitsorgaan1, huisartsen ensociaal geneeskundigen.Actualisatie en doorontwikkeling van het Prognosemodel Zorg enWelzijnNa de vorige arbeidsmarktprognose van december 20242 heeft ABFResearch het Prognosemodel Zorg en Welzijn geactualiseerd methoofdzakelijk realisatiecijfers over 2024 voor wat betreft zorggebruik enverschillende arbeidsmarktgegevens (o.a. aantallen werknemers,ziekteverzuim, arbeidsmarktkrapte). Op basis van de trends die zichtbaarzijn in de realisatiecijfers van de afgelopen jaren en een raming van dedemografische ontwikkelingen de komende 10 jaar is het zogenaamdeReferentiescenario doorgerekend. De raming van het verwachte zorgge-bruik is daarbij afgestemd met verschillende branche-experts.Daarnaast heeft één grote inhoudelijke doorontwikkeling van het modelplaatsgevonden, namelijk de toevoeging van zelfstandigen aan het model.Hierdoor spreken we niet langer over de uitkomsten in het aantalwerknemers, maar in werkenden. Met de toevoeging van zelfstandigengeeft de nieuwe arbeidsmarktprognose een nog completer beeld van deverwachte ontwikkelingen op de arbeidsmarkt van zorg en welzijn. Ookkan op deze manier rekening worden gehouden met de arbeidsmobiliteittussen zelfstandigen en werknemers. Naast de toevoeging van zelfstan-digen aan het model zijn door ABF Research ook nog een aantal aanpas-singen gedaan in de aannames in het model. Het effect van dezeaanpassingen op het verwachte arbeidsmarkttekort wordt hieronder korttoegelicht.Zoals in de samenvatting aangegeven komt in de nieuwe Referentie-raming het verwachte personeelstekort in 2034 circa 9 duizend hoger uitdan bij de raming van vorig jaar. Het verschil van 9 duizend personen ishet saldo van de effecten van allerlei ontwikkelingen/wijzigingen. In debijlage vindt u een overzicht van de belangrijkste wijzigingen en/of methet grootste effect.Scenario BeleidIn het Referentiescenario wordt, zoals hierboven aangegeven, alleenrekening gehouden met demografische ontwikkelingen plus trends die1GZ-psycholoog, klinisch neuropsycholoog, klinisch psycholoog, verslavingsarts enpsychotherapeut2Kamerstukken II, vergaderjaar 2024/2025, 29 282, nr. 586Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6192 zichtbaar zijn in de realisatiecijfers (o.a. als gevolg van eerder ingezetbeleid). ABF heeft dit jaar echter ook een scenario doorgerekend waarinboven op het Referentiescenario de verwachte effecten van een aantalrelevante beleidsmaatregelen en akkoorden zijn meegenomen. Het betreftde verlaging van het eigen risico3, de afspraken uit het HLO en AZWA ende stelselherziening kinderopvang. Dit betreft dus nadrukkelijk zeker nietal het beleid dat effect zal hebben op de arbeidsmarkt binnen zorg enwelzijn, maar met de akkoorden in combinatie met de verlaging van heteigen risico zijn naar verwachting wel een aantal grote brokken metmaatregelen binnen zorg en welzijn die effect hebben op de arbeidsmarktmeegenomen.De in het regeerprogramma aangekondigde verlaging van het eigen risicoleidt bij invoering naar verwachting tot een hogere zorgvraag binnenbepaalde delen van zorg en welzijn. Hiervoor zijn ook extra middelengereserveerd. Op basis van de verdeling van deze middelen is berekendtot hoeveel extra zorgvraag dit zou leiden en is dit vervolgens in hetscenario Beleid verwerkt.Voor zowel het HLO als het AZWA zijn de ambities die gezamenlijk metpartijen zijn afgesproken ten aanzien van arbeidsbesparing alsuitgangspunt genomen voor het scenario Beleid. ABF Research heeftdaarbij geen toets gedaan op de haalbaarheid van de afgesprokenambities. Vanuit dat perspectief kan het scenario Beleid dit jaar meerworden beschouwd als een soort «wat-als-scenario» dat de effecten op dearbeidsmarkt in beeld brengt van voorgenomen ambities. Voor het HLOgaat het om een ambitie van 50 duizend personen minder groei inarbeidsvraag en voor het AZWA om 40 duizend personen minder groei inarbeidsvraag. Verondersteld is dat deze arbeidsbesparing van in totaal 90duizend personen eind 2028 gerealiseerd wordt ten opzichte van desituatie eind 2024. In beide akkoorden zijn de afgesproken ambitiesopgebouwd uit deelambities voor zaken als vermindering administratievelasten en de inzet van kunstmatige intelligentie en technologischeinnovatie. ABF Research heeft deze ambities in overleg met VWS vertaaldnaar input voor het prognosemodel. Het merendeel van afgesprokenambities heeft geleid tot aanpassingen ten aanzien van het verwachtezorggebruik, dan wel de veronderstelde arbeidsproductiviteitsgroei in hetscenario Beleid.Tot slot is in het scenario Beleid ook de stelselherziening kinderopvangmeegenomen, omdat het prognosemodel ook input levert voor hetMinisterie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Deze stelselherzieningheeft echter slechts marginaal effect op de arbeidsmarkttekorten binnenzorg en welzijn, omdat alleen het effect op de arbeidsvraag binnen dekinderopvang is meegenomen en geen effect op het arbeidsaanbod.Voor een uitgebreidere toelichting op de twee scenario’s (Referentiesce-nario en scenario Beleid) en de gehanteerde aannames verwijs ik u naarwww.prognosemodelzw.nl.Uitkomsten nieuwe arbeidsmarktprognoseFiguur 1 geeft de ontwikkeling van het verwachte tekort in de komendetien jaar weer voor zowel het Referentiescenario als het scenario Beleid.Het startpunt is een tekort van ruim 50 duizend werkenden in 2024 in3In het prognosemodel is uitgegaan van verlaging van het eigen risico, wat naar verwachtingleidt tot extra zorggebruik. De verlaging van het eigen risico is een afspraak in het Hoofdlijnen-akkoord van Kabinet Schoof en is aangehouden in afwachting van een nieuw kabinet. Dewijziging van het eigen risico is naar verwachting onderwerp van gesprek bij de formatie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6193 beide scenario’s. Dit starttekort is door ABF Research bepaald aan de handvan onder meer cijfers over openstaande vacatures van het CBS, despanningsindicator van het UWV en vacaturecijfers geleverd door hetCapaciteitsorgaan voor een aantal beroepen waar zij een raming voormaken.Het verwachte tekort aan personeel loopt de komende jaren in beidescenario’s op doordat de zorgvraag harder stijgt dan het personeels-aanbod. Vanaf 2030 versnelt de toename van het tekort met name doordatde veronderstelde groei van het personeelsaanbod verder afvlakt. In hetscenario Beleid neemt het tekort de eerste jaren minder hard toe dan inhet Referentiescenario en neemt het tekort in 2028 zelfs af met circa 18duizend personen. Dit komt omdat in het scenario Beleid is aangenomendat het overgrote deel van het effect van de maatregelen uit de akkoordenzich in 2028 voor doet. Omdat de akkoorden een looptijd hebben tot enmet 2028 is door ABF Research verondersteld dat zij geen direct effectsorteren na 2028. In het laatste prognosejaar (2035) wordt een tekortgeprognotiseerd van circa 227 duizend personen in het scenario Beleid enruim 300 duizend personen in het Referentiescenario. Het verschil tussenbeide scenario’s van afgerond 74 duizend personen in 2035 is het saldovan enerzijds een lager verwacht tekort (circa 91 duizend personen) alsgevolg van AZWA en HLO en anderzijds een hoger verwacht tekort (circa17 duizend hoger) als gevolg van het verlagen van het eigen risico en detoegenomen concurrentie vanuit kinderopvang samenhangend met destelselherziening kinderopvang.Uitsplitsing naar branchesIn tabel 1 wordt het verwachte personeelstekort voor beide scenario’suitgesplitst naar de verschillende branches in zorg en welzijn. In allebranches zien we dat in beide scenario’s de tekorten de komende jarennaar verwachting verder oplopen. De toename is in absolute zin hetgrootst in de ouderenzorg (verpleeghuiszorg en thuiszorg), doordat daarde zorgvraag het snelste toeneemt. Ook in de ziekenhuiszorg, bij dehuisartsenzorg en de gehandicaptenzorg loopt het verwachte tekort dekomende jaren relatief snel op. Binnen de ggz en de jeugdzorg neemt hettekort naar verwachting relatief het minste toe.Figuur 1 Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn in aantal werkenden (exclusiefkinderopvang)Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF ResearchTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6194 Tabel 1 Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) in2026 en 2035, uitgesplitst naar branche2026Referentie-scenario2026scenarioBeleid2035Referentie-scenario2035scenarioBeleidUniversitair medische centra3.4003.0008.7005.900Ziekenhuizen en overige med.spec. zorg5.2004.60021.80014.100Geestelijke gezondheidszorg10.90010.40015.60011.700Huisartsen en gezondheidscentra3.6003.20013.40010.300Overige zorg en welzijn10.60010.30029.70021.500Verpleeghuiszorg21.10020.100133.80099.500Thuiszorg9.5008.60037.50027.300Gehandicaptenzorg8.9008.70023.80020.300Jeugdzorg3.1003.1005.1004.500Sociaal werk6.8006.70011.30011.900Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research In alle branches – behalve sociaal werk – neemt het verwachte tekortminder hard toe in het scenario Beleid dan in het Referentiescenario. Detekorten in de verschillende branches nemen direct af als gevolg van deambities uit de akkoorden (bijv. ziekenhuizen) of indirect (bijv. gehandicap-tenzorg) doordat in branches met akkoorden minder arbeidsmarkt-spanning is en verondersteld wordt dat deze branches iets minderinspanning leveren om personeel aan te trekken uit andere branches. Hetverwachte tekort in de branche sociaal werk is in het scenario Beleidmarginaal hoger dan in het Referentiescenario omdat in doorrekening vanhet HLO en het AZWA is verondersteld dat de «de beweging naar devoorkant» leidt tot extra (arbeids)vraag binnen het sociaal domein.Uitsplitsing naar beroep(sgroep)In tabel 2 is het verwachte tekort uitgesplitst naar een 24-tal zorg- enwelzijn-beroep(sgroep)en en een restcategorie, te weten de «overigeberoepen». Voor de eerste 16 te onderscheiden beroep(sgroep)en heeftABF Research een fijnmazige raming gemaakt, waarbij voor alle afzonder-lijke beroep(sgroep)en zowel de arbeidsvraag als het personeelsaanbodindividueel is bepaald. Daarnaast heeft het Capaciteitsorgaan informatieaangeleverd op basis waarvan ABF Research ramingen heeft opgesteldvoor nog eens 8 beroepsgroepen. Daarbij is in overleg met het Capaci-teitsorgaan gebruik gemaakt van de nieuwste raming van het Capaciteits-orgaan van 19 december jl. Voor de categorie «overige beroepen» is deraming grofmaziger. De ontwikkeling van het personeelsaanbod is voordeze categorie ook afzonderlijk bepaald, maar de arbeidsvraag volgt degemiddelde ontwikkeling binnen zorg en welzijn.In het prognosemodel worden de tekorten bepaald per branche, beroeps-groep en regio4. Om tot landelijke cijfers te komen worden deze tekortenbij elkaar opgeteld. Voor een bepaalde beroepsgroep kan er een tekort zijnin een bepaalde regio en branche, terwijl in een andere regio en/ofbranche een overschot bestaat voor deze beroepsgroep. Tekorten enoverschotten worden niet met elkaar verrekend, enerzijds omdat dearbeidsmarkt regionaal georiënteerd is en anderzijds omdat het enige tijdkost om deze werkzoekenden en vacatures te matchen. Hierdoor is er snel4Dit betreft de beroepen geraamd door ABF Research. Deze tekorten per regio (zowel naarregioplusregio als zorgkantoorregio) zijn terug te vinden via www.prognosemodelzw.nl in hetdashboard en de online tool. De ramingen op basis van informatie van het Capaciteitsorgaanzijn alleen beschikbaar op landelijk niveau.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6195 sprake van enige mate van tekort en dient in tabel 2 vooral te wordengekeken naar tekorten groter dan enkele honderdtallen.Uit tabel 2 blijkt dat voor bijna alle beroepsgroepen het verwachte tekortde komende jaren toeneemt. Net als in vorige prognoses worden degrootste tekorten verwacht bij de beroepsgroepen helpenden mbo 2,verzorgenden mbo 3, verpleegkundigen (mbo 4 en hbo) en maatschappe-lijke hulp en dienstverlening (hbo). Daarnaast zien we dit jaar dat met hetloslaten van de aanname dat vacatures voor zorghulpen altijd opgevuldkunnen worden, dat voor deze beroepsgroep ook grote tekorten verwachtworden. Voor de beroepen geraamd op basis van informatie van hetCapaciteitsorgaan zijn de verwachte tekorten in absolute zin het grootst bijde ggz-beroepen en medisch specialisten en aanverwante medischeberoepsgroepen. Rekening houdend met de grootte van de beroeps-groepen, is het verwachte tekort voor de beroepsgroepen specialistouderengeneeskunde, arts verstandelijk gehandicapten, huisartsen ensociaal geneeskundigen ook relatief groot.Tabel 2 Verwachte arbeidsmarkttekort zorg en welzijn (exclusief kinderopvang) in2026 en 2035, uitgesplitst naar beroepsgroep2026Referentie-scenario2026ScenarioBeleid2035Referentie-scenario2035ScenarioBeleidZorghulp (niveau mbo 1)30030013.90010.400Helpende zorg & welzijn (niveau mbo 2)3.0002.80023.20019.200Verzorgende (niveau mbo 3)15.00014.20061.60045.000Verpleegkundige (niveau mbo 4)7.9007.40029.80020.600Pedagogisch werker (niveau mbo 3)1.1001.2003.8003.800Pedagogisch werker (niveau mbo 4)8008002.3002.400Medewerker maatschappelijke zorg(niveau mbo 3)1.9001.8009.4006.900Medewerker maatschappelijke zorg(niveau mbo 4)2.1002.0007.3005.600Sociaal werk (niveau mbo 4)9009003.7002.900Doktersassistent (niveau mbo 4)1.4001.2004.7003.100Verlos- en verpleegkunde (niveau hbo6)14.2003.80011.5006.200Pedagogiek (niveau hbo 6)1.1001.1002.4002.400Pedagogiek (niveau hbo 7)600600600400Maatschappelijke hulp en dienstverle-ning (niveau hbo 6)6.3006.20015.00012.500Maatschappelijke hulp en dienstverle-ning (niveau hbo 7)1.1001.1003.0002.400Psychologie (niveau hbo 6 & 7)600600100100Medisch specialisten en aanverwantemedische beroepsgroepen (basisarts,PA/VS)2.6002.3006.9004.800Medisch ondersteunend personeel1.1001.0002.6001.800Huisartsen en ondersteuners (PA/VSbinnen huisartsenzorg)2.2002.1007.7006.500ggz beroepen Capaciteitsorgaan6.1006.0009.3008.100Mondzorg5005002.1002.100Sociaal geneeskundige1.8001.8002.4002.200Gespecialiseerd verpleegkundige1.7001.5004.5003.300Specialist ouderengeneeskunde, AVG enondersteuners1.0001.0003.1002.500Overige beroepen17.60016.80069.90051.8001 Het betreft hier alleen hbo-verpleegkundigen zonder verdere specialisatie. Ramingen voorgespecialiseerd verpleegkundigen zijn gemaakt op basis van informatie van het Capaciteits-orgaan.Bron: Prognosemodel Zorg en Welzijn, ABF Research Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6196 BeleidsinzetDe arbeidsmarktprognose laat zien dat de personeelstekorten in zorg enwelzijn de komende jaren onverminderd groot blijven en naarverwachting zelfs verder zullen toenemen. Voor het aanpakken van detekorten volgt het kabinet de drie lijnen die eerder in het regeerpro-gramma uiteengezet zijn. Deze lijnen zijn onder meer in het AZWA en hetHLO verder uitgewerkt in concrete maatregelen die moeten bijdragen aanhet beheersen van het arbeidsmarkttekort:1)Naar maximaal 20 procent administratietijd per 2030.2)De juiste inzet van medewerkers, onder andere door:–het versneld uitrollen van domeinoverstijgend indiceren tussen deZorgverzekeringswet (wijkverpleegkunde) en Wet maatschappe-lijke ondersteuning waarbij de minste inzet van medewerkers hetuitgangspunt is;–de inzet van (medisch-technische) innovaties die arbeidsbespa-rend werken;–een goede samenwerking met mantelzorgers en informele zorg enondersteuning.3)Het vergroten van vakmanschap en werkplezier, onder andere door teinvesteren in het meer, sneller en beter opleiden van professionals.De focus ligt op de opleiding en scholing van professionals, eerst envooral waar tekorten het grootste zijn, en waar de beweging «naar devoorkant» om vraagt.Naast de maatregelen die vanuit VWS worden genomen om hetpersoneelstekort terug te dringen, zet het kabinet ook breed in op hetaanpakken van de arbeidsmarktkrapte. Hiervoor verwijs ik u naar eerderekamerbrieven over de brede krapteaanpak5.Tot slot wil ik opmerken dat de prognose laat zien dat het personeelstekortbinnen zorg en welzijn een uitdaging zal blijven. Met de sector zetten wevol in op onder meer passende zorg, preventie, arbeidsbesparendetechnologie en het terugdringen van administratieve lasten om deafgesproken ambities wat betreft arbeidsbesparing uit het AZWA en hetHLO te realiseren. Als we hierin weten te slagen, heeft dit een flinkdempende werking op het tekort. Samen met de sector wil ik dan ookvoortvarend verder aan de slag met de afspraken uit beide akkoorden. Omgoede zorg en ondersteuning ook op de lange termijn toegankelijk tehouden zijn nog aanvullende keuzes nodig. Binnen de zorg, maar ookbreder als het gaat om wat voor economie we willen hebben en welkemaatschappelijke doelen we het meest prioritair achten. Het is aan eennieuw kabinet om deze noodzakelijke keuzes te maken.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. Bruijn5Zie ondermeer Kamerstukken II, vergaderjaar 2024/2025, 29 544, nr. 1260 en Kamerstukken II,vergaderjaar 2025/2026, 29 544, nr. 1287Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6197 Belangrijkste wijzigingen ten opzichte van vorige prognoseZoals in de brief aangegeven komt het verwachte personeelstekort in 2034in de nieuwe Referentieraming circa 9 duizend hoger uit dan bij de ramingvan vorig jaar. Het verschil van 9 duizend personen is het saldo van deeffecten van allerlei ontwikkelingen/wijzigingen. Hieronder zijn debelangrijkste wijzigingen en/of met het grootste effect kort uiteengezet:•Vacatures in de startsituatie: enerzijds is het tekort in de startsituatie(eind 2024) lager dan vorig jaar geraamd doordat het aantal vacatureseind 2024 volgens de realisatiecijfers van het CBS en UVW lageruitvalt, maar anderzijds is het aantal vacatures in de startsituatie naarboven bijgesteld om deze te laten matchen met het aantal vacaturesvoor een aantal beroepen zoals geraamd door het Capaciteitsorgaan.Deze twee effecten heffen elkaar ongeveer op, waardoor de startsitu-atie geen noemenswaardig effect heeft op het verschil in uitkomst in2034 tussen de prognose van dit jaar en vorig jaar.•Zorggebruik: de groei van het verwachte zorggebruik nam ten opzichtevan de vorige prognose af, vooral door een lagere verwachte groeibinnen de Verpleeghuiszorg. Hierdoor valt het personeelstekort in 2034ten opzichte van de vorige prognose circa 20 duizend personen lageruit.•Toevoeging zelfstandigen: de toevoeging van zelfstandigen heeft geeneffect op het veronderstelde tekort in de startsituatie, maar wel op deontwikkeling van het tekort. Door de toevoeging van zelfstandigen valtzowel de arbeidsvraag als het arbeidsaanbod ruim 200 duizendpersonen hoger uit in de startsituatie. Doordat de procentuele groeivan de arbeidsvraag groter is dan het arbeidsaanbod, leidt dit inabsolute termen tot een groter tekort in 2034 (circa 25 duizendpersonen hoger).•Zorghulpen: in de raming van vorig jaar (en de jaren daarvoor) werdaangenomen dat vacatures voor zorghulpen (mbo-niveau 1) altijdvervuld konden worden, omdat hiervoor in principe geen vooroplei-ding voor is vereist. Deze aanname is door ABF Research in overlegmet het veld losgelaten omdat het ook voor deze groep lastiger wordtom personeel te vinden. Het rekenmodel werkt nu voor deze beroeps-groep op dezelfde manier als voor andere beroepsgroepen. Hierdoorontstaan in 2034 circa 12.500 extra vacatures in het model.•Saldo in- en uitstroom: door het meenemen van een extra realisatie-jaar (2024) zijn de veronderstellingen voor in- en uitstroom in/uit desector en vanuit het onderwijs iets bijgesteld ten opzichte van deraming van vorig jaar. Hierdoor komt het tekort in 2034 circa 7 duizendhoger uit.Bijlage 1Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 282, nr. 6198

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 9fb223c1977479ff

14 okt 2026 · db855074fab5e624

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.