Rapportage Nederlands mestbeleid 2025
Brontekst
Versie d0a1cf567f40c789 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 037MestbeleidNr. 647 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSEL-ZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 29 juni 2026Hierbij informeer ik u over twee jaarlijkse rapportages over het mestbeleidin relatie tot de derogatie. Het rapport «Landbouwpraktijk en waterkwa-liteit op landbouwbedrijven aangemeld voor derogatie 2024», opgestelddoor het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) enWageningen Social & Economic Research (bijlage 1), stuur ik u medenamens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat toe.Daarnaast stuur ik u ook de «Rapportage Nederlands mestbeleid 2025»,opgesteld door het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheiden Natuur in samenwerking met de Rijksdienst voor OndernemendNederland (RVO) en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)(bijlage 2). Met deze rapporten wordt invulling gegeven aan de rapporta-geverplichting uit de derogatiebeschikking (nr. 2022–2069 EU). Ook wordtinvulling gegeven aan de rapportageverplichting van de goedkeuringsbe-schikking fosfaatrechten (C(2017) 8483).Tot slot informeer ik u over de voortzetting van de jaarlijkse rapportagesmestbeleid, nu de monitorings- en rapportageverplichting uit de deroga-tiebeschikking komen te vervallen.Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijvenaangemeld voor derogatie in 2024Het RIVM-rapport «Landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbe-drijven aangemeld voor derogatie in 2024» bevat een analyse over heteffect van de derogatie op de waterkwaliteit in 2024 en 2025. Een bedrijfmet een derogatievergunning mocht onder voorwaarden meer dan 170 kgstikstof uit graasdiermest per hectare aanwenden, waarvoor de belang-rijkste voorwaarde is dat het areaal van een landbouwbedrijf metderogatie voor minimaal 80% uit grasland bestaat. kst-33037-647ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6471 In de rapportage komt naar voren dat de kwaliteit van het grondwateronder bedrijven met een derogatievergunning in 2024 verbeterde tenopzichte van voorgaande jaren. Op bedrijfsniveau zijn nog overschrij-dingen van boven de 50 mg/l, al namen deze af ten opzichte van 2023. InZand-Midden/Zuid had 10 procent van de bedrijven een concentratiehoger dan 50 mg/l. In de andere uitspoelingsgevoelige regio, deLössregio, hadden in 2024 zo’n 12 procent van de bedrijven een concen-tratie hoger dan de norm. Daarmee is de Lössregio de enige regio waareen stijging werd gemeten van het aantal bedrijven dat de norm van 50mg/l overschrijdt, ook al daalde de gemiddelde nitraatconcentratie in dezeregio (36 mg/l). In de Veenregio had geen enkel bemonsterd bedrijf eenoverschrijding, wel werden hier hogere concentraties van totaal-stikstofen totaal-fosfor gemeten ten opzichte van 2023. In de Kleiregio enZand-Noord lag het percentage overschrijdingen onder de 5 procent.In 2025 (voorlopige cijfers) lag de gemiddelde concentratie nitraat in debovenste meter van het grondwater op derogatiebedrijven in alle regio’sruim onder de norm van 50 milligram per liter grondwater. Van debedrijven in Zand-Midden/Zuid had 94 procent een lagere concentratiedan 50 mg/l. In Zand-Noord hadden alle bedrijven een gemiddeldenitraatconcentratie die lager was dan de norm van 50 mg/l. In de Kleiregiodaalde de nitraatconcentratie van 11 mg/l in 2024 naar 8,5 mg/l in 2025. Indeze regio had 98 procent van de bedrijven in 2025 een lagere nitraatcon-centratie dan 50 mg/l. In de Veenregio daalde de nitraatconcentratie van5,3 naar 4,3 mg/l. Geen enkel bedrijf in de Veenregio had een nitraatcon-centratie hoger dan 40 mg/l. Naast de ontwikkelingen in de landbouw-praktijk had het weer, met de vele neerslag in 2023 en 2024, invloed op denitraatconcentraties in het grondwater in 2025. Veel neerslag zorgt vooreen natuurlijke verdunning van nitraat en verhoogt de afbraak ervan in debodem.In het slootwater daalde de voor de winter gemiddelde stikstofconcen-tratie in de sloot in 2025 ten opzichte van 2024. De gemiddelde totaal-stikstofconcentratie was het hoogst in Zand-Midden/Zuid, met 5,5 mg/l. Delaagste gemiddelde totaal-stikstofconcentratie werd gemeten in deKleiregio, met 2,8 mg/l. Omdat in de derogatierapportage alleen dewintergegevens worden gebruikt, zijn de totaal-stikstofconcentraties in ditrapport niet één-op-één te vergelijken met de zomernormen die geldenvoor totaal-stikstof in waterlichamen. Wel kan worden opgemerkt datbovenstaande resultaten boven de gemiddelde waterkwaliteitsnorm van2,5 mg/l stikstof liggen.Dit rapport is gebaseerd op metingen van grondwater onder derogatiebe-drijven, metingen van grondwater onder andere type landbouwbedrijven(uit het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid) maken geen onderdeel uitvan dit rapport. Onder een derogatiebedrijf is de grondwaterkwaliteitveelal beter dan onder andere landbouwbedrijven vanwege het hogeaandeel grasland.Rapportage Nederlands Mestbeleid 2025MestproductieUw Kamer is op 8 april jl.1 geïnformeerd dat het Centraal Bureau voor deStatistiek (CBS) de vierde kwartaalrapportage 2025 over de fosfaat- enstikstofexcretie door de Nederlandse veestapel heeft gepubliceerd. In de1Kamerstukken II 2025/2026, 33 037, nr. 642.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6472 «Rapportage Nederlands mestbeleid 2025» zijn de voorlopige2 cijfersopgenomen van de fosfaat- en stikstofexcretie door de Nederlandseveehouderij in 2025, zoals samengesteld door het CBS. Uit de voorlopigecijfers blijkt dat de totale mestproductie in Nederland, uitgedrukt inkilogrammen mest, in 2025 iets is afgenomen ten opzichte van 2024.Daarbij is het gehalte stikstof en fosfaat in de mest verder gedaald.3 Detotale stikstofproductie is verder gedaald naar 439,6 miljoen kg en ligtdaarmee onder het plafond van 440,0 miljoen kg stikstof als neergelegd inartikel 18a, eerste lid, van de Meststoffenwet en artikel 4, tweede lid, vande derogatiebeschikking (2022/2069/EU). Daarnaast is sprake van eendaling van de productie van fosfaat in dierlijke mest naar 141,5 miljoen kgfosfaat. Ondanks deze daling ligt de totale fosfaatproductie boven hetplafond van 135.0 miljoen kg fosfaat, als beschreven in de derogatiebe-schikking en artikel 18a, eerste lid, van de Meststoffenwet.Zoals vermeld in de brief «Weer ruimte voor boer, natuur en bouw:maatregelpakket voor landbouw, natuur en stikstof»4 van 26 juni 2026 zalhet kabinet op basis van de tweede kwartaalcijfers 2026 van het CBS inaugustus besluiten over het opnieuw introduceren van afroming in devarkens- en pluimveehouderij.De productie van stikstof door melkvee is afgenomen naar 260,5 miljoenkg stikstof. Dit is onder het sectorplafond van 267,8 miljoen kg stikstof datis neergelegd in artikel 18a, tweede lid van de Meststoffenwet. Defosfaatproductie van melkvee is in 2025 gedaald naar 75.1 miljoen kgfosfaat, wat hoger is dan het sectorplafond van 71,8 miljoen kg fosfaat inartikel 18a, tweede lid, van de Meststoffenwet. In 2025 is de stikstof- enfosfaatproductie van varkens verder gedaald naar respectievelijk 77,7miljoen kg stikstof en 30,2 miljoen kg fosfaat. Ondanks de afnameoverschreden de stikstofproductie en de fosfaatproductie in de varkens-sector het sectorplafond van 70,3 miljoen kg stikstof en 27,8 miljoen kgfosfaat (artikel 18a, derde lid, Meststoffenwet). De stikstofproductie vanpluimvee is in 2025 gedaald naar 48,1 miljoen kg stikstof. De fosfaatpro-ductie van pluimvee nam in 2024 af naar 20,0 miljoen kg fosfaat. Zowel destikstofproductie als de fosfaatproductie bleef bij pluimvee dus onder desectorale plafonds van 48,4 miljoen kg stikstof en 20,3 miljoen kg fosfaat(artikel 18a, vierde lid, Meststoffenwet).Voorlopige stikstofexcretie per sector (in miljoen kg stikstof)1Plafond220182023202420253, 4Melkvee267,8289,9273,8265,2260,5Varkens70,396,681,780,177,7Pluimvee48,456,852,648,748,1Overig53,560,055,45553,4Totaal440503,4463,5448,9439,61 Door afronding kan de som van de getallen afwijken van het totaal.2 Plafonds uit de Meststoffenwet zoals deze golden in 2025.3 Kamerstukken II 2025/2026, 33 037, nr. 642.4 In najaar zijn de definitieve cijfers bekend. Ze komen in de jaarlijkse CBS-publicatie DierlijkeMest en Mineralen te staan. 2In najaar zijn de definitieve cijfers bekend. Ze komen in de jaarlijkse CBS-publicatie DierlijkeMest en Mineralen te staan.3In de tabellen in deze Kamerbrief zijn de cijfers over de fosfaat- en stikstofproductie in 2025opgenomen. Ten opzichte van 2024 zijn zowel de stikstofproductie als de fosfaatproductieverder gedaald. De totale mestproductie, uitgedrukt in kilogrammen mest, nam af in 2025. Eenoverzicht hiervan is opgenomen in tabel 2 van de bijgevoegde Rapportage Nederlandsmestbeleid 2025.4Kamerstukken 36 800 XIV, 87Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6473 Voorlopige fosfaatexcretie per sector (in miljoen kg fosfaat)1Plafond220182023202420253, 4Melkvee71,878,775,676,775,1Varkens27,837,632,832,330,2Pluimvee20,325,823,020,820,0Overig15,119,816,11716,2Totaal135161,8147,5146,7141,51 Door afronding kan de som van de getallen afwijken van het totaal.2 Plafonds uit de Meststoffenwet zoals deze golden in 2025.3 Kamerstukken II 2025/2026, 33 037, nr. 642.4 In najaar zijn de definitieve cijfers bekend. Ze komen in de jaarlijkse CBS-publicatie DierlijkeMest en Mineralen te staan. Derogatie deelnameIn 2025 nam het aantal aanmeldingen voor een derogatievergunningverder af met 4,1% ten opzichte van 2024. Het percentage grasland opderogatiebedrijven in 2025 daalt met 2% ten opzichte van 2024 (naar 88%),maar is daarmee op een stabiel niveau met voorgaande jaren. In deRapportage Nederlands mestbeleid 2025 wordt ook verslag gedaan overde resultaten van controles op bedrijven met een derogatievergunningvoor zowel het jaar 2024 als 2025. De toezichtintensiteit in het jaar 2025 isgelijk gebleven ten opzichte van 2024 (4%). Het handhavingspercentage isin 2025 toegenomen naar 23%.Versterkte Handhavingsstrategie Mest (VHS Mest)Met de Versterkte Handhavingsstrategie Mest (VHS Mest) wordt controleen handhaving risicogericht ingezet om de naleving van regels uit hetmestbeleid te vergroten. De VHS Mest zet hierbij ook in op extrahandhaving van risicovolle schakels in de mestketens, zoals intermediaireondernemingen en co-vergisters. Naast risicogerichte handhaving wordtde handhaving gebiedsgericht ingezet in die gebieden waar de grootstekans is op niet naleving van de regels. Dit gebeurt in de drie geïdentifi-ceerde risicogebieden de Peel, de Gelderse Vallei en Twente. Hierbij wordtdoor diverse toezichthoudende organisaties op een risicogerichte maniersamengewerkt in de analyse en de controles. Er wordt in de gebiedensamengewerkt tussen de NVWA, RVO, Openbaar Ministerie (OM), politie,de Omgevingsdiensten (OD’s), waterschappen en provincies. Dit levertnaast het opsporen van niet naleving, inzichten in het gezamenlijkhandhaven.Vanuit de derogatiebeschikking 2022–2025 is een verplichting opgenomenom de VHS Mest voort te zetten en de gebiedsgerichte handhaving uit tebreiden tot alle regio’s waar waterkwaliteit achterblijft en uit de beoor-deling blijkt dat een hoog risico op niet-naleving bestaat. De uitbreiding isin 2025 gerealiseerd waarbij in De Peel een nieuwe omgevingsdienst enwaterschap aan de samenwerking is toegevoegd, en bij Twente en deGelderse Vallei meerdere omgevingsdiensten en waterschappen aan desamenwerking zijn toegevoegd. Voor de drie gebieden zijn in 2025 deafspraken van voorgaande jaren voortgezet. De analyses en de samen-werking hebben in 2025 verhelderende onderzoeken opgeleverd.Daarnaast is samengewerkt aan complexe zaken met een positiefresultaat. Ook is in 2024 en 2025 gefocust op het op de juiste wijzeverantwoorden van de voorraden mest in opslagen bij stoppendebedrijven.De inzet van de RVO en de NVWA op inspectie van intermediairs,geïdentificeerd als risicovolle schakel in de VHS, blijft onverminderd hoog.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6474 Daarnaast is er in 2025 extra risicogerichte inzet op akkerbouwbedrijven.Ook is voldaan aan de derogatievoorwaarde om minimaal 5% van allederogatiebedrijven fysiek te controleren: in 2025 zijn in totaal 726derogatiebedrijven geïnspecteerd. Verder is in 2025 7% van alle bedrijvenmet varkens gecontroleerd.Voortzetting jaarlijkse rapportagesMet de afloop van de derogatiebeschikking vervalt ook de monitorings- enrapportageverplichting waaraan op dit moment invulling wordt gegevenmiddels de derogatierapportage en de rapportage Nederlands mestbeleid.Voor 2027 zal er nog een laatste derogatierapportage worden opgesteldmet de definitieve cijfers over de waterkwaliteit voor het laatste jaar vande derogatie (2025).Eerder heeft mijn voorganger u geïnformeerd de derogatierapportage na2027 te vervangen met een jaarlijkse kennisnotitie over de waterkwaliteiten landbouwpraktijk op bedrijven die onderdeel zijn van het LandelijkMeetnet effecten Mestbeleid (LMM).5 In vergelijking met de derogatierap-portage, zal deze kennisnotitie minder omvangrijk zijn. Omdat ik het vanbelang acht uw Kamer ook jaarlijks te blijven informeren over de inzet opde toezicht en handhaving van het mestbeleid, heb ik besloten ook dejaarlijkse rapportage Nederlands mestbeleid voort te zetten middels eenkennisnotitie. Hierbij zullen enkele aanpassingen worden doorgevoerd tenopzichte van de huidige vorm van rapporteren, nu de rapportage- enmonitoringsverplichting vanuit de derogatiebeschikking komen tevervallen. Op deze manier hoop ik de informatievoorziening over de inzetop toezicht en handhaving van het mestbeleid, als ook de waterkwaliteiten landbouwpraktijk op landbouwbedrijven, zo volledig mogelijk voort tezetten. De Europese Commissie zal hierover ook op gepaste wijzegeïnformeerd worden.De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,J. van Essen5Kamerstukken II 2025/2026, 33 037, nr. 641.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 037, nr. 6475
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.