Verslag van een commissiedebat, gehouden op 17 december 2025, over kernenergie
Brontekst
Versie 7a6997a7a71970b1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 645KernenergieNr. 163 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 23 januari 2026 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft op 17 december2025 overleg gevoerd met mevrouw Hermans, Minister van Klimaat enGroene Groei, Vice-Minister-President, over:−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 17 maart 2025 inzake stand van zaken na afrondentechnische haalbaarheidsstudies kernenergie (Kamerstuk32 645, nr. 139);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 16 mei 2025 inzake voortgang nieuwbouw kernenergiemei 2025 (Kamerstuk 32 645, nr. 156);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 16 juni 2025 inzake ontwikkelingen versterking nucleairecosysteem (Kamerstuk 32 645, nr. 159);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 16 juni 2025 inzake voortgang programma Small ModularReactors (SMR’s) (Kamerstuk 32 645, nr. 158);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 4 juli 2025 inzake uitkomst verkennende gesprekkenaandelen EPZ (Kamerstuk 32 645, nr. 160);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 17 oktober 2025 inzake voortgangsbrief nieuwbouwkernenergie oktober 2025 (Kamerstuk 32 645, nr. 161);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 17 oktober 2025 inzake strategie voor small modularreactors in Nederland (Kamerstuk 32 645, nr. 162);−de brief van de Minister van Klimaat en Groene Groeid.d. 17 oktober 2025 inzake oprichting Nucleaire EnergieOrganisatie Nederland BV (Kamerstuk 36 839, nr. 1). kst-32645-163ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1631 Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de commissie,KrögerDe griffier van de commissie,NavaTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1632 Voorzitter: Peter de GrootGriffier: NavaAanwezig zijn acht leden der Kamer, te weten: Van den Berg, Flach,Peter de Groot, Jumelet, Klos, Van Oosterhout, Teunissen en Vermeer,en mevrouw Hermans, Minister van Klimaat en Groene Groei,Vice-Minister-President.Aanvang 14.37 uur.De voorzitter:Dames en heren, een hele goede middag. Een hartelijk welkom aaniedereen op de publieke tribune die belangstelling heeft voor dit debat,het commissiedebat Kernenergie, en die hier vandaag ook is. Ik wil ook demensen die het via de livestream volgen hartelijk welkom heten. Eenwarm welkom ook aan de Minister en haar ondersteuning, en aan deleden.We gaan aan de slag met dit debat. We gaan beginnen met de eerstetermijn aan de kant van de Kamer. Elk lid heeft een spreektijd vanvijf minuten. Ik zou willen beginnen met een viertal interrupties naarelkaar toe. Ik zie het niet helemaal, maar ik geloof dat de heer Flach welzijn naambordje heeft staan maar er zelf nu nog niet is. Maar dat zien wijzo meteen vanzelf.De heer Vermeer (BBB):De heer Flach komt wat later. Maar hij komt wel, heeft hij gezegd.De voorzitter:Dank voor die informatie. Dat betekent dat ik mevrouw Van Oosterhoutnamens GroenLinks-Partij van de Arbeid het woord geef voor de inbrengin de eerste termijn. Gaat uw gang.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Veel dank, voorzitter. Wij willen dat de Nederlander betaalbare elektriciteitheeft, elektriciteit waarmee onze bedrijven kunnen werken en dieNederland klimaatneutraal maakt. Dat is goed voor de mensen, goed vooronze planeet en ook goed voor onze economie. De vraag is of de keuzevoor kernenergie hierbij helpt. We gaan daar nu veel tijd en belastinggeldin steken, maar zal dat wel lonen? Voor mijn fractie is het helder: als erooit een vorm van kernenergie komt die betaalbaar is, volledig veilig is,geen afval veroorzaakt en praktisch haalbaar is, dan willen we daar zekermet een open blik naar kijken. Alleen bestaat die vandaag de dag nog niet.Nieuwe kernenergie is duur en komt te laat. De afgelopen twintig jaar is inEuropa slechts één nieuwe kerncentrale met succes gebouwd, namelijkdie in Finland. Die bouw duurde vier keer zo lang en werd drie keer zoduur. Ook in Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk zien we vertraging opvertraging en blijven kosten oplopen. Kan de Minister vertellen wat er zoanders is hier in Nederland? Waarom zou Nederland niet met dezeproblemen geconfronteerd worden? En als we in Nederland metgelijkwaardige vertragingen te maken krijgen, hoe gaat de Minister er danvoor zorgen dat Nederland in 2035 alsnog een CO2-vrije elektriciteitsvoor-ziening heeft en de klimaatdoelen haalt? Als de kosten voor de bouwblijven oplopen, wie zal die dan betalen? Moet de Nederlandse belasting-betaler dan voor die extra miljarden opdraaien? Dan hebben we het nogniet over de kosten van radioactief afval. We zien dat de prijs vankernenergie alleen maar toeneemt terwijl de prijs van wind, zon en opslagal jarenlang daalt.Voorzitter. De Minister pleitte eerder al voor technologieneutraliteit,bijvoorbeeld op de Energieraad van september dit jaar. Er werd echterTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1633 14 miljard vrijgemaakt specifiek voor kernenergie. De investeringskostenvoor twee kerncentrales worden nu zelfs geschat op minstens 20 tot30 miljard en bij gebrek aan private investeerders is de kans groot dat ditvolledige bedrag bij de Nederlandse belastingbetaler terechtkomt. Zo veelgeld specifiek voor kernenergie is niet technologieneutraal. De Ministerzou er ook voor kunnen kiezen om dat bedrag in een open tender voorCO2-vrije capaciteit beschikbaar te stellen. Laat de markt vrij concurrerenom de meeste elektriciteit tegenover dat subsidiebedrag te zetten.Waarom kiest de Minister niet voor deze technologieneutrale aanpak?Voorzitter. Er wordt naar Zeeland gekeken voor één of twee kerncentrales.Kan de Minister bevestigen dat andere locaties, zoals Eemshaven, nietmeer serieus overwogen worden? Als die één of twee centrales in Zeelandmoeten komen, kan de Minister dan garanderen dat er voor die kerncen-trales niets gebouwd zal worden in natuur of op landbouwgrond? Debouw en uitbating van kerncentrales leidt ook tot aanzienlijke stikstofuit-stoot. Wat betekent die uitstoot, bijvoorbeeld door de neerslag in deBrabantse Wal, voor de woningbouw? Kan de Minister garanderen dat ergeen vertraging op de woningbouw komt als gevolg van deze bijkomendestikstof?Voorzitter. Een nieuwe kerncentrale heeft koelwater nodig. Kan de Ministerbevestigen dat er geen koeltoren komt in Zeeland? Als de kerncentralesdan gekoeld worden met water uit de Westerschelde zal dat leiden tot eenongeoorloofde opwarming van het water. Dat is slecht voor schelpdierenen rivierkreeften. Bevestigt de Minister dat er geen water uit de Wester-schelde als koelwater gebruikt zou mogen worden als uit de studie naarde ecologische effecten blijkt dat het koelwater tot milieuschade kanleiden, onder andere door het potentieel overschrijden van de tempera-tuurnormen?Tot slot, voorzitter. De provinciale staten van Zeeland hebben vijf eisenopgesteld. Als niet aan die eisen is voldaan, zal de provincie nietmeewerken aan een kerncentrale. Zal de Minister deze eisen allemaalvolledig inwilligen?Voorzitter. Op basis van de feiten lijkt het erop dat kernenergie inNederland weinig realistisch is, enorm duur zal worden en dus niet zalbijdragen aan betaalbare elektriciteit voor Nederlanders. We zien vandaageen eenzijdige, zelfs dogmatische, focus op kernenergie, terwijl het in derealiteit vooral voor kopzorgen zorgt. Is de Minister het ermee eens dat wedeze te dure fata morgana van nieuwe kerncentrales beter achterwegekunnen laten en beter volop kunnen focussen op wat in de praktijk welwerkt, vandaag al, en wat zal leiden tot goedkopere groene energie,namelijk zon, wind en opslag?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van den Berg van JA21.De heer Van den Berg (JA21):Wat mij opvalt bij het betoog van mevrouw Van Oosterhout is dat hetvooral dogmatisch tegen kernenergie gericht is. Ik hoor haar veel eisenopwerpen. Ze zegt bijvoorbeeld dat kernenergie geen impact mag hebbenop landbouwgronden, op natuurgronden of op de woningbouw. Ookvraagt zij of het wel goed is geregeld met de technologieneutraliteit enheeft ze vragen over afval. Ik vind dat op zich terechte zorgen. Dat mag,maar is zij dan wel bereid om al diezelfde vragen ook te stellen als het ombijvoorbeeld andere technologieën gaat, zoals zonne- en windenergie?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik begon mijn betoog als volgt: als er ooit een vorm van kernenergie komtdie wel betaalbaar en volledig veilig is, waarbij het afval goed geregeld isen die praktisch haalbaar is, dan willen we daarnaar kijken. Dat is op ditTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1634 moment echter niet het geval. Als het gaat om hernieuwbare energie, danzeg ik: dat is gewoon het winning team en mijn fractie kiest voor hetwinning team.De heer Van den Berg (JA21):U zegt dat dit er niet is. U zegt dat er geen betaalbare, betrouwbare ofveilige kernenergie is, maar u zou eens naar Frankrijk moeten kijken. Datis het land dat binnen Europa de laagste CO2-uitstoot heeft. Het heeft ookde laagste energiekosten qua stabiliteit. Als u daar niet naar kijkt en alleenmaar wil kijken naar de negatieve effecten, dan vraag ik mij echt hetvolgende af. U bent toch juist gericht op het reduceren van CO2 en op eenleefbare planeet, dus dan kunt u zich toch niet de luxe permitteren om ditvoor de toekomst uit te sluiten?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):We kunnen het ons absoluut permitteren om kernenergie uit te sluiten.We hebben kernenergie niet nodig als we naar het energiesysteem van detoekomst willen. Dat laten meerdere onderzoeken zien. Het is echt eenpolitieke keuze om toch voor kernenergie te gaan. Ik ben blij dat u evenover Frankrijk begint. Daar hebben ze het energiebedrijf moeten nationali-seren in de hoop nog enige vooruitgang te kunnen boeken met dekerncentrales die al heel lang in aanbouw zijn. Dat heeft Frankrijk10 miljard gekost voor slechts 17% van de aandelen. Er staat eenmegaschuld van meer dan 60 miljard op de balans van EDF. De Fransebegroting is dus niet iets waar ik jaloers op ben en zeker niet iets wat ikhier in Nederland graag zou willen herhalen.De voorzitter:En met u bedoelt u de voorzitter, denk ik. Spreekt u via de voorzitter, ismijn verzoek! Mijn tweede verzoek is om goed op de microfoons te letten.Dat verzoek is aan iedereen gericht, want dan kunnen de mensen thuis hetdebat ook goed volgen. Ik verzoek u dus om na het spreken de microfoonuit te zetten, actief! De heer Van den Berg voor zijn derde interruptie.De heer Van den Berg (JA21):Wat zal ik hierover zeggen? Ik wil alleen aan u vragen of u kunt bevestigendat er elk jaar minstens enkele tientallen miljarden euro’s naar subsidiesvoor bijvoorbeeld wind- en zonne-energie en batterijen gaan?De voorzitter:En ook voor u geldt: bedoelt u met «u» de voorzitter? Graag via devoorzitter spreken, is het verzoek!De heer Van den Berg (JA21):Ja.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik kan in ieder geval bevestigen dat er elk jaar nog bijna 50 miljard naarfossiele subsidies gaan. Daarnaast lijkt het me ook heel logisch dat weinvesteren in het energiesysteem van de toekomst. Daar zijn subsidiesvoor wind en zon wat mij betreft ook onderdeel van.De heer Jumelet (CDA):Ik heb mevrouw Van Oosterhout gehoord en zeker ook haar ideeën overkernenergie. Ik hoorde in haar betoog dat vooral de inzet op wind en zonhet idee is van GroenLinks-Partij van de Arbeid. Ik zou heel graag eenreactie willen krijgen op wat wij vorige week via een onderzoek van TUDelft hoorden, waarin het gaat over de daadwerkelijke opbrengst vanwind op zee. Hoe kijkt mevrouw Van Oosterhout daartegen aan, juist alshet gaat om de energiemix. Met wind en zon wordt het toch een langdurigTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1635 traject, zo lijkt mij, ook met heel veel ruimtegebruik. Ik zou hier graag eenreactie op willen.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Het onderzoek van TU Delft laat zien dat er wellicht in de toekomst,wellicht over vijftien jaar, een probleem zou kunnen zijn. Ik ga ervan uitdat we over vijftien jaar beter inzicht hebben in hoe we wind op zee nogverder kunnen optimaliseren. Het is goed dat we daarnaar kijken. Watmijn fractie betreft is er steeds meer dan voldoende zicht op het nogverder versnellen van wind op zee. Met een combinatie van wind op zee,zon en opslag denkt mijn fractie toe te kunnen naar het energiesysteemvan de toekomst. Dat kan sneller en goedkoper dan met kernenergie.De voorzitter:Heeft u nog een vervolgvraag, meneer Jumelet?De heer Jumelet (CDA):Ja, ik vroeg vooral naar de energiemix. Volgens mij hebben we juistgehoord dat die mix zo nodig is om de totale energievraag te kunnenbeantwoorden. Ik hoor mevrouw Van Oosterhout eigenlijk zeggen: nou, ja,dat komt wel goed. Die conclusie lijkt mij een beetje kort door de bocht.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ja, het komt wel goed. Dat is niet zozeer omdat ik dat zo graag wil. Erliggen allerlei onderzoeken aan ten grondslag die laten zien dat het zekermogelijk is om het energiesysteem van de toekomst in te richten zonderkernenergie.De heer Vermeer (BBB):Mevrouw Van Oosterhout noemt in een bijzinnetje de opslag. We hebbenvorige week het rapport van de Algemene Rekenkamer over waterstofgehad. Het kost minimaal vier keer zo veel als eerst de bedoeling was enwe krijgen het niet van wal. Klopt het, mevrouw Van Oosterhout ... Laat ikhet eens anders formuleren. Stel dat ik een motie indien waarin ik zeg datwe dezelfde eisen die mevrouw Van Oosterhout stelt aan kernenergieont-wikkeling, ook moeten stellen aan wind- en zonne-energie, en dan aan hettotale complex, inclusief de opslag en de netwerkversterking die daarvoornodig is. Gaat mevrouw Van Oosterhout die motie dan medeonderte-kenen?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dan zou ik eerst naar die motie moeten kijken. Betaalbaar, veilig en metoog voor de omgeving: dat zijn belangrijke randvoorwaarden. Laten we ervooral samen naar kijken.De heer Vermeer (BBB):Is mevrouw Van Oosterhout het met mij eens dat kernenergie veel minderruimte beslaat en dus met het oog op de omgeving veel gunstiger is danbijvoorbeeld wind op land, wind op zee en zonneparken?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Nee, dat ben ik niet met de heer Vermeer eens.De voorzitter:De heer Van den Berg heeft nog één interruptie over. Die gaat hij nuinzetten. Gaat uw gang, meneer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Ik maak me geen illusie meer dat ik u kan overtuigen, mevrouwVan Oosterhout, of dat u nog zal overgaan op een positieve houding overTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1636 kernenergie. Maar het volgende snap ik gewoon echt niet. Er werden netonderzoeken genoemd die laten zien dat windturbines veel minderopwekken dan is begroot. Er is begroot dat het om 56% van de gevallengaat waarin windturbines wél energie zouden opwekken, maar het gaatom 35%. Dat scheelt gigantisch veel voor onze energiemix, maar u wiltdaar gewoon niet naar kijken. U zegt dat het wel goed komt in detoekomst, terwijl er onderzoeken liggen die onderbouwd laten zien dat datniet zo is. U wilt daar niet mee aan de slag; u wilt daarvoor blijvenwegkijken. U bevestigt daarmee eigenlijk dat u in de toekomst helemaalniet naar zo’n systeem zou kunnen overgaan. Waarom wilt u dit nou nietgewoon meenemen?Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Dan heeft de heer Van den Berg niet goed geluisterd naar mijn reactie opde vraag. Het onderzoek van TU Delft laat zien dat er mogelijk overvijftien jaar een probleem zou kunnen zijn. Ik wil heel duidelijk aangevendat ik blij ben dat we dat weten. Uiteraard moeten we ernaar kijken hoewe het verder moeten optimaliseren.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Van Oosterhout. Tot zover uw inbreng. Ik geef nuhet woord aan de heer Van den Berg voor zijn inbreng namens JA21.De heer Van den Berg (JA21):Is dat niet mooi: mijn allereerste debat over kernenergie als kersversKamerlid? Ik kan met recht zeggen dat als kernenergie een kindje zou zijn,ik er niet drie maar vier zou hebben. Lieve meiden, daarmee wil papanatuurlijk niet zeggen dat jullie drie minder belangrijk zijn dan nummervier. Nee, integendeel. Maar kernenergie biedt zó veel, nee, zelfs tallozevoordelen. De toekomst van mijn meisjes is ermee gediend.Voorzitter. Energie opwekken met kernenergie is wat mij betreft de bestemanier die er is. Om jullie mee te nemen in waarom ik dat vind, neem ikjullie even mee naar de jaren negentig. Ik was al op jonge leeftijd geboeiddoor natuur, techniek en het prachtige Nederlandse landschap met zijnadembenemende luchten. Ik heb een geweldige opvoeding gehad, waarinmijn moeder mij uitlegde dat je met respect met de wereld om moet gaan:met de mensen, met de buurt en met de omgeving.Zo geboeid als ik was door techniek en ondersteund door mijn opa, dieeerder in de krachtcentrale in Huizen werkte, ben ik gaan uitzoeken hoetechniek eraan kan bijdragen dat we met respect omgaan met onzewereld. Na wat studie over kolen, aardgas en olie zag die 8-jarige Daniëlheel snel dat die inferieur waren vergeleken met de nucleaire techniek.Voorzitter. Zoals ik al zei, zitten aan kernenergie zo veel voordelen dat ik zenamens JA21 nog maar eens even opsom. Ik benadruk dat bij elk puntnucleair het beste scoort. Ik noem een onbeperkte energievoorraad,weinig ruimtegebruik en de hoogste energieopbrengst per vierkantemeter, toch niet onbelangrijk voor Nederland. Verder heeft kernenergieeen lange levensduur van wel tachtig jaar en geen uitstoot, niet doorluchtvervuiling noch door CO2, met als gevolg de minste sterfgevallen peropgewekte energie. Ondanks dit alles kent zij de minste mijnbouw en hetminste gebruik van grondstoffen als beton en staal. Het gaat gepaard methoogwaardige werkgelegenheid en lage energieprijzen met wereldwijdewelvaart tot gevolg. En zo kan ik nog wel even doorgaan. Feit is: de jongeDaniël had een missie. Hij wilde de wereldwijde transitie naar kernenergieversnellen. Dat gaat sneller, maar het kan en het moet ook sneller dan nu.Voorzitter, dat brengt me bij de agenda van vandaag. De SMR-strategie ende TNO-studies die de Minister ons toe heeft gestuurd. Ik heb drie puntenen drie vragen over deze studie.Ten eerste. SMR’s krijgen wat ons betreft te weinig een serieuze plek in deanalyses. De studies gaan vooral over kernenergie als containerbegrip. ZeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1637 vergelijken wel op hoofdlijnen, maar de echte kracht van SMR’s zit juist inde slimme inpassingen, dus colocatie bij de industrie of de warmte-industrie, warmtestroom en ontlasting van publieke infrastructuur, zoalsons netwerk, waar dat kan. Mijn vraag aan de Minister is dan ook: komt ernog een aparte SMR-integratiestudie die juist die colocatie en deinfrastructuurvoordelen expliciet meeneemt in plaats van SMR, zoals nu,een beetje als een bijlage te behandelen?Ten tweede. De vergelijking van wind op zee versus kernenergie staat ofvalt met één begrip: de capaciteitsfactor. Voor de mensen thuis: decapaciteitsfactor is het gemiddelde dat je haalt ten opzichte van hetmaximale vermogen. Als je één gigawatt op zee hebt – zo meteen zijn heter twintig, en je rekent dan met 57%, dan verwacht je dat je wat meerstroom krijgt dan wanneer je rekent met 42%, het percentage dat deMinister laatst noemde, en zeker wanneer de praktijk nog lager uitvalt,namelijk rond de 35%. Dat is niet zomaar een detail, want als je minderper gigawatt produceert, heb je meer vermogen nodig voor dezelfdehoeveelheid stroom. En daar lopen we nu tegen aan. Dan heb je dus ookmeer aansluitvermogen, meer kabels, meer netwerkkosten en meerruimtebeslag in de gehele keten. Mijn vraag aan de Minister: waaromwordt er in de vergelijkende studies van TNO nog gerekend met zulkeoptimistische aannames? Ik vraag dat, omdat de Minister zelf heeftaangegeven dat het realistisch gezien lager ligt. Maar in de studie vanTNO van oktober staat nog steeds 57%. Is de Minister bereid om TNO deopdracht te geven om de doorrekening te herijken met realistischecapaciteitsfactoren en om de gevolgen voor de systeemkosten explicietaan de Kamer te rapporteren?Ten derde. Als we het serieus menen met de strategische autonomie vanNederland en Europa, dan moeten we voor 2030 al in de uitvoering zitten.Strategische autonomie betekent dat we niet wachten op wat er ergensanders gebeurt, bijvoorbeeld totdat er in Canada een «nth-of-a-kind»-reactor klaar is, en dat wij vervolgens achteraan aansluiten. Dat betekentnamelijk dat we structureel gaan achterlopen en dat haal je niet meer in.Als je koploper wil zijn, stap je vroeg in met deelname, met partner-schappen, met financiering en met een route die hier landt. Ik denk aan deEuropese opties: Allseas en Rolls-Royce. De vraag aan de Minister is danook: welke concrete route kiest zij? Wanneer kiest zij die? En wat is hetplan om het doel voor 2030 zichtbaar en realistisch te behalen? Ik bedoeldat we niet alleen bij deze strategieën blijven, maar dat we ook gaanrichting vergunningen en naar het bouwen van.Voorzitter, afrondend. JA21 wil kernenergie niet meer zien in plannen enin eindeloze discussies, in locatieonderzoeken en in vergelijkingen metvan alles en nog wat. Wij willen aan de slag! Wij willen betaalbaarheid,zekerheid voor gezinnen, het mkb en de industrie. Dat betekent: eerlijkeaannames, vooral goede doorrekeningen en bovenal tempo. Daar gaanwe mee aan de slag.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Ik zie geen interrupties en daarom is nu hetwoord aan de heer Jumelet. Hij spreekt namens het CDA. Gaat uw gang.De heer Jumelet (CDA):Dank u wel, voorzitter. Het wereldrecord hoogspringen is nog nooitverbeterd door de lat lager te leggen. (...) Ik moet echt even een momentstilte inbouwen!De heer Vermeer (BBB):Voor het dramatische effect.De heer Jumelet (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1638 Maar het is wel goed, hoor, om daar even bij stil te staan.Voorzitter. De komende tijd moet er wat ons betreft voor energieonafhan-kelijkheid, betrouwbaarheid en leveringszekerheid echt een belangrijkeextra stap gezet worden. We moeten ambitie tonen en gewoon maximaalgaan doen. Andere Europese landen investeren al volop in de industriëledeelname aan nieuwe nucleaire programma’s en als Nederland te langwacht met het zetten van de volgende stap, lopen we een achterstand opdie moeilijk in te halen is, zowel economisch als technologisch.Vrijdag jongstleden presenteerde de heer Wennink zijn rapport De routenaar toekomstige welvaart. Het toont nadrukkelijk het belang aan omknopen door te hakken, te kiezen en richting te geven. Een citaat uit hetrapport: «Alleen met een realistische en robuuste energiestrategie kanNederland zowel klimaatverantwoord als economisch concurrerendblijven.» Voor het CDA is duidelijk dat we het ons niet kunnen permitterenom kernenergie uit te sluiten of om af te wachten.Voorzitter. De Minister schetst in de brieven de laatste stand van zakenmet betrekking tot de inzet op kernenergie. Over de nieuwbouw van detwee kerncentrales die voorzien zijn, schrijft de Minister dat dat niet in2035 maar op zijn vroegst eind jaren dertig in beeld is. Dat duurt dus nogminstens vijftien jaar. Minstens. Ik heb twee vragen over het proces,allereerst over wat er nu speelt. De concept-Notitie Reikwijdte enDetailniveau is deze zomer ter inzage gelegd. Wanneer wordt de defini-tieve notitie gepubliceerd?De tweede vraag gaat ook over het proces, maar vooral over het zichterop. Wat is het tijdpad nu voor een definitief besluit over de locatie vande eerste twee nieuwe kerncentrales? Dat is niet alleen om de lat hoog teleggen, maar juist ook om draagvlak te houden in de regio waar eennieuwe centrale komt. Het gaat niet alleen om de centrale, maar ook omde impact van alle activiteiten. Denk aan de benodigde grondposities enaan het arbeidspotentieel tijdens de bouwtijd en erna. Er wordt gesprokenover een Rijk-Regiopakket met de provincie Zeeland. Is de Minister bereidom no-regretmaatregelen te nemen om te investeren, bijvoorbeeld inonderwijs en in afspraken met toeleveranciers? Dat is een vraag aan deMinister.Voorzitter. Het kabinet heeft terecht benadrukt dat er kansen zijn voor hetNederlandse bedrijfsleven in de aanbestedingstrajecten, maar dat er snelduidelijkheid moet komen over het tijdpad.Voorzitter. Dat geldt ook voor de SMR’s. In het rapport van de heerWennink lezen we wat er mogelijk is als de randvoorwaarden op orde zijn.«Investeringspijplijn» wordt dit genoemd. Genoemd worden onder andereAllseas, SMR, Thorizon en misschien ook wel eerder aan de orde, dichtbijin het Verenigd Koninkrijk, Rolls-Royce. Het is een belangrijke kansrijkeontwikkeling. Als er nog geen besluit is over de twee nieuwe grotekerncentrales en de aanlandingscapaciteit van wind op zee lager uitvalt,kunnen SMR’s nodig zijn als onderdeel van de landelijke productiecapa-citeit. SMR’s kunnen bedrijfsspecifieke oplossingen bieden die losstaanvan het landelijk elektriciteitsnet, zoals elektriciteit achter de meter ofproceswarmte op hoge temperatuur. Ondanks de strategie voor de SMR’sblijkt de urgentie op het realiseren wat ons betreft nog niet altijd. In debrief van 17 oktober van de Minister staat: «Voor het vergroten vankernenergie in de energiemix wordt in de eerste plaats gekeken naar debouw van grootschalige kerncentrales. Daarnaast worden de mogelijk-heden voor kleine modulaire kerncentrales (hierna SMR’s) meegenomen».Ik heb een vraag aan de Minister. Ziet de Minister ook de urgentie voor hetstimuleren van de bouw van SMR’s? Hier is locatiekeuze ook belangrijk.De berichten uit het Verenigd Koninkrijk zijn hoopvol, net zoals deinnovatiekracht van Allseas en Thorizon. Gaan deze ontwikkelingen nietsneller dan de bouw van de grote centrales en moeten we daar dan nietmeer op inzetten, natuurlijk zonder dat die ontwikkelingen elkaar in deweg zitten?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1639 Voorzitter. Tot slot de financiën, zeker niet onbelangrijk in dezen. Laten weconstateren dat we aan de vooravond staan van grote investeringen doorde oprichting van een nucleaire-energieorganisatie, een beleidsdeel-neming in de vorm van een besloten vennootschap. Een vraag die danopenstaat, is of de Minister al goedkeuring heeft van de EuropeseCommissie voor het verlenen van staatssteun aan NEO NL. De investe-ringskosten van twee kerncentrales worden geschat op, zo lezen we,20 tot 30 miljard. Het zou niet raar zijn om de vraag te stellen: hoe is dezeschatting opgebouwd? Zijn daar bijvoorbeeld ook de omgevingskosten bijmeegerekend?Voorzitter. Dinsdag 9 december presenteerde de Algemene Rekenkamerhet rapport over de aanleg van het waterstofnetwerk. Een van dekritiekpunten was de informatievoorziening naar de Kamer. Een vraag aande Minister: vindt u als leerpunt dat projecten als deze waarover we nuspreken het predicaat «groot project» moeten hebben, omdat het bij dezeprojecten belangrijk is dat de Minister zicht heeft op onzekerheden, dezebeheerst en grote financiële of technische wijzigingen aan de TweedeKamer meldt? De risico’s zijn groot met dit soort grote projecten, maar hetbelang is dat des te meer. Graag ook hierop een reactie van de Minister.Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Teunissen namens dePartij voor de Dieren. Gaat uw gang.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik hoor ronkende teksten van het CDA over energieonafhankelijkheid,leveringszekerheid en dat we anders achter gaan lopen. Dat zijn allemaalgrote, grote woorden. Ik wil even naar de inhoud. De uraniumvoorraadstaat voor ongeveer 38% onder Russische controle. Als er meer kerncen-trales komen, dan leidt dat nog meer tot afhankelijkheid van Rusland. Hoeziet het CDA dan dat extra kerncentrales kunnen bijdragen aan dieenergieonafhankelijkheid?De heer Jumelet (CDA):Dat is een belangrijk punt dat ingebracht wordt. Ik denk dat het goed isom ook goed na te blijven denken over waar dat uranium vandaan komt.U zegt dat dat voor 38% uit Rusland komt. Uit mijn rekensom blijkt dandat het overgrote deel ergens anders vandaan komt. Ik denk dat het goedis om dat wel goed in het oog te houden, maar wat betreft alle innovatiesis het belangrijk om ook te kijken hoe je met bijvoorbeeld SMR’s ook dedoelstelling kunt halen van de inbreng van kernenergie in de energiemix.Mevrouw Teunissen (PvdD):«Erover blijven nadenken» ... Ik denk dat het heel urgent is om te kijkenhoe we omgaan met uranium. Het is echt heel erg noodzakelijk datNederland en ook Europa onafhankelijk worden van regimes als dat inRusland. Ik hoor het CDA zeggen dat het om 38% gaat en dat we uraniumdus wel ergens anders vandaan kunnen halen. Als we kijken naar deindirecte controle, dan zien we dat de afhankelijkheid van Rusland nogveel groter is. Dan gaat het namelijk om de helft van de uraniumvoorraad.Ongeacht waar het vandaan komt, moet je het van ver halen, terwijlwindenergie en zonne-energie hier nu beschikbaar zijn en ook nog eensveel goedkoper zijn. De vraag is dus alsnog: is het dan niet beter om inieder geval op safe te spelen en in te zetten op wind en zon en op echtinnovatieve technieken, zoals opslag van elektriciteit, dan ons nu opnieuwvast te ketenen aan verre, vaak dubieuze regimes en regimes waar wehelemaal niet van afhankelijk willen zijn, zoals in Rusland?De heer Jumelet (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16310 Over grote woorden gesproken: vastketenen. Volgens mij gaat het eromdat we slim en innovatief nadenken en blijven nadenken over deenergiemix. We zien natuurlijk inderdaad alle inzet op wind, ook op land,maar zeker in de toekomst op zee. Daar hebben we met elkaar veel van teverwachten, denk ik. Tegelijkertijd zetten we in op zon, maar we zien ookdat er andere dingen nodig zijn, zeker als het gaat om het balanceren vanhet net. We weten allemaal dat we er met alleen zon en wind niet komen.Het gaat zeker ook over een stabiele energievoorziening. Wat ons betreftkan kernenergie daar ook een goede bijdrage aan leveren. Dus ik denk dathet goed is om te blijven nadenken en de innovaties te benutten. Die zijnook buiten de landen die u net noemde te vinden. Ik denk dat we daarsamen in moeten optrekken, ook in Europa.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik heb nog een vraag. Het is zeker goed om te blijven nadenken, ook overde kosten van kernenergie, want naarmate wind en zon goedkoperworden, gaan steeds meer mensen die energie gebruiken en gaan steedsminder mensen afhankelijk worden van kernenergie. Dus de verwachtingis dat kernenergie steeds duurder wordt. Bovendien hebben we ook alverschillende rapporten gezien, zoals dat van TNO, waaruit blijkt dat erscenario’s zijn waarbij ook het bouwen van de kerncentrales enorm veelduurder wordt dan is ingeschat. Waarom zou je dan die route kiezen inplaats van de goedkope optie te kiezen, namelijk zon en wind, die ook nogveel schoner is? Kan het CDA dat uitleggen?De heer Jumelet (CDA):Het CDA kan heel veel uitleggen, maar ik denk dat het op dit punt goed isom nog een keer te verwijzen naar de energiemix die gewoon nodig is.We hebben gezien dat er heel veel problemen zijn met wind op land. Heelveel mensen zijn in opstand gekomen tegen de grote windturbines diehier en daar in het landschap verschijnen. Ik denk dat we daarvan geleerdhebben. Dan komt wind op zee aan de orde. Daar zien we ook weerprognoses die toch wat bijgesteld gaan worden. We zien met elkaar ookde zonne-energie. We weten dat we met elkaar ook meer nodig hebben.Wat ons betreft is kernenergie ook een onderdeel van de energiemix,vooral om die stabiele energievoorziening met elkaar voor de toekomst teborgen. Ik denk dat dat ons verhaal is. Ik denk ook dat de vraag gerecht-vaardigd is om met elkaar in de SMR’s te stappen, vooral als het gaat omde industrie en het dichtbij gebruiken ervan. Ik kan me ook voorstellen datdaar bij de Partij voor de Dieren aandacht voor is.De voorzitter:Uw laatste interruptie.Mevrouw Teunissen (PvdD):Als ik het goed begrijp, gaat het het CDA om de energiemix. Daarin mis ikaltijd energiebesparing. Ik hoor het CDA eigenlijk nooit over een energie-besparingsplan. Het CDA heeft ook altijd tegen onze moties gestemd vooreen nationaal energiebesparingsplan. Nu is de Minister van KGG bezigmet de implementatie van de Europese richtlijn over energiebesparing.Kan het CDA erin meegaan dat we ook in die energiemix volop moeteninzetten op besparing en dat we dan pas moeten kijken welke aanvullendebronnen er nodig zijn, in plaats van nu al uit te gaan van het idee datkernenergie nodig is in die mix?De heer Jumelet (CDA):Als woordvoerder op dit mooie onderwerp vind ik besparing heelbelangrijk, want daar begint het mee; dat heb ik ook op andere plekkenweleens mogen zeggen. Ik kan me daar dus wel in vinden. Ga ik zovermee met uw plannen en voorstellen? Dat moet ik ook even goed met deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16311 mensen bespreken, want dat heb ik niet helemaal scherp. Maar besparingis natuurlijk allereerst en vooral belangrijk, want dan hoef je ook niets opte wekken.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de heer Jumelet een heel pleidooi houden over het versnellen vande ontwikkelingen richting SMR’s. We zien ondertussen ook dat het voor udenk ik grote voorbeeld NuScale daar volledig op is geklapt. Dat iseigenlijk het enige commerciële SMR-bedrijf in het Westen. Dat project isstopgezet. Waarom? Omdat het veel te duur werd. De kosten zijngeëxplodeerd; het zou minstens drie keer zo veel gaan kosten. Het is dusook een groot vraagstuk of die SMR’s economisch zinvol zijn. Daarnaaststaan er nog grote vraagstukken open over in hoeverre die het afvalpro-bleem kunnen oplossen. Hoe kijkt de heer Jumelet dus naar al dezevraagtekens die er nog zijn rondom SMR’s?De heer Jumelet (CDA):Ik ben niet zo deskundig als mijn buurman hier ter rechterzijde. Ik kanmaar één ding zeggen: ik heb tot nu toe een heel aantal rapporten gelezenen een aantal gesprekken gevoerd, en daar krijg ik toch een heel anderbeeld uit. Ik constateer ook dat de heer Wennink vrijdag ook de SMR’snoemde. Ik ga er dus van uit dat dat ook niet zomaar uit de duim gezogenis. Ik kan me dus voorstellen dat zich natuurlijk allerlei problemenvoordoen en dat er nog allerlei vraagstukken te beantwoorden zijn, maarik krijg de signalen dat dit zeer kansrijk is. Ik denk dat we dat ook moetenonderzoeken en benutten als dit kansrijk is. Met het voorbeeld dat unoemt ben ik niet bekend, maar ik denk dat het goed is om vooral ook deandere kant van de zaak te bekijken.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van uw inbreng. Dangeef ik het woord aan de heer Vermeer namens de BBB-fractie.De heer Vermeer (BBB):Dank u wel, voorzitter. Nederland heeft dringend behoefte aan hetontwikkelen van kernenergie. Daarmee maken we onze energievoor-ziening betrouwbaarder, verduurzamen we de industrie, creëren wewerkgelegenheid en stimuleren we innovatie. Onze huidige energiemix isonbetrouwbaar, onhoudbaar en instabiel. Windturbines leveren alleenstroom als het waait en zonnepanelen alleen als de zon schijnt. Daarnaastkampt Nederland met een gigantisch probleem in de vorm van netcon-gestie. De vraag naar energie is groot. Inmiddels staan meer dan14.000 bedrijven in de wachtrij.Dat probleem heeft de overheid zelf gecreëerd, want er is willens enwetens ingezet op vormen van energieopwekking die onbetrouwbaar eninstabiel zijn. Je kunt geen fulltime economie runnen met een parttimeenergievoorziening.Voorzitter. Kernenergie is niet afhankelijk van weersomstandigheden,levert een constante en betrouwbare basislast en stoot geen CO2 uit. Datmaakt kernenergie volgens BBB een onmisbare schakel in de Nederlandseenergiemix. Het al eerder gememoreerde rapport van Wennink wijst depolitiek en de overheid ook op onze verantwoordelijkheid voorbetrouwbare en betaalbare energie.Als we investeren in kernenergie, zorgen we voor een betrouwbare enstabiele energievoorziening met zeer hoge leveringszekerheid. Daarsnakken bedrijven en burgers naar. Daarom de volgende vraag aan deMinister. Is de Minister het met BBB eens dat de aanbevelingen uit hetrapport-Wennink aansluiten bij het kabinetsbeleid over kernenergie? Vindtde Minister dat de aanbevelingen uit het rapport-Wennink over hetinnoveren van nieuwe hernieuwbare energiebronnen, waaronderTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16312 kernenergie en SMR’s, uitgevoerd moeten worden? Wat is de status vanhet overleg met betrekking tot de Zeeuwse voorwaarden die gesteld zijnaan de projecten? Daar werd hier door mevrouw Van Oosterhout al eerderaan gerefereerd.Voorzitter. De regering heeft een strategie ontwikkeld voor SMR’s, smallemodulaire reactoren; kleine, sorry. «Smal» is wel een Nederlands woord;dat gaat wel weer goed. BBB is blij dat deze technologie welverdiendeaandacht krijgt, maar de inhoud van de strategie stelt ons nog niet geheeltevreden. Meerdere decentrale overheden hebben plannen of verken-ningen lopen voor de realisatie van SMR-projecten. De provincieGelderland voert bijvoorbeeld verdiepend onderzoek uit om geschiktelocaties aan te wijzen. De gemeente Opmeer heeft al een haalbaarheids-onderzoek uitgevoerd. De strategie die er nu ligt, is voor decentraleoverheden met ambitie op het gebied van kernenergie echter nietoptimaal.In de Voorjaarsnota van 2023 is 65 miljoen gealloceerd voor de SMR’s,met name voor onderzoek daarnaar. Kan de Minister toelichten hoeveelvan dit geld inmiddels al is uitgegeven en/of toegezegd aan onderzoekuitgevoerd door het ministerie zelf, onderzoek van provincies ofgemeentes en ondersteuning van private initiatieven en ondernemingen?Er staat bijvoorbeeld in het plan van het kabinet dat het kabinet prioriteitgeeft aan grote kerncentrales en dat SMR’s pas in toekomstscenario’sworden betrokken. Dat standpunt doet volgens BBB geen recht aan degrote kansen die SMR’s met zich meebrengen. Nu is het moment om in tezetten op verdere ontwikkeling en uiteindelijke realisatie. Daarmee gevenwe de Nederlandse industrie een koploperspositie op het gebied hiervan,zoals ook VNO-NCW in een brief aan de Tweede Kamer aangeeft. Daaromde volgende vragen aan de Minister. Is de Minister het met VNO-NCWeens dat vroegtijdig investeren in SMR’s het Nederlandse bedrijfsleveneen goede uitgangspositie geeft voor innovatie en ontwikkeling? Is deMinister van plan om conform de oproep van VNO-NCW de SMR-strategieaan te scherpen en concreter te maken?Voorzitter, tot slot. Het rapport-Wennink wijst ons op onze verantwoorde-lijkheid om te zorgen voor een betrouwbare en betaalbare energievoor-ziening. Zonder deze randvoorwaarden is de Nederlandse economie nietklaar voor de toekomst. Wat BBB betreft moeten we de kans voor eenbetrouwbare basislast zonder CO2-uitstoot met beide handen aangrijpenen vol inzetten op de ontwikkeling van kernenergie en SMR’s in hetbijzonder.Heb ik nog tijd over?De voorzitter:U heeft nog een enkele seconde, ja.De heer Vermeer (BBB):Een enkele seconde. Ik zou mevrouw Teunissen, die hier net even destelling poneerde dat wind- en zonne-energie totale onafhankelijkheidbetekenen, willen zeggen dat dit toch echt flauwekul is, want wij hebbenvoor de hele installatie, het aanlanden en het opslaan in accu’s et ceteramineralen en allerlei elementen nodig die uit de hele wereld moetenkomen, ook uit landen als Congo en China. Dat «onafhankelijk» noemen is– laat ik het netjes zeggen – niet juist.De voorzitter:Dank voor uw inbreng. U heeft een interruptie van mevrouw VanOosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Als er een nieuwe kerncentrale in Zeeland zou komen, dan gaat datmogelijk ten koste van landbouwgrond. Bij koeling met water uit deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16313 Westerschelde bedreigt het opgewarmde water in de Westerscheldeschelpdieren en kreeften, wat ook ten koste gaat van vissers en kwekers.Ik ben dus benieuwd waarom de BBB pleit voor kernenergie in Zeeland alsdie ten koste gaat van boeren en vissers.De heer Vermeer (BBB):Op de locaties die ik gezien heb, heb ik geen koe zien lopen of geen bietverbouwd zien worden, dus ik denk dat dat wel mee zal vallen. Maar zelfsal zou dat zo zijn, dan is het ruimtebeslag van kernenergie nog vele malenlager dan alle andere geplande projecten voor zonne- en windenergie, énalle installaties die daar nog extra voor nodig zijn voor de aanlanding. Wehebben het gezien met de aanlandingsplannen, bijvoorbeeld bij deWaddenzee, bij het zogenaamde PAWOZ-traject, waar kabels dwars doorhoogrenderende gronden getrokken moeten worden, door gebieden waarpootaardappelen voor de hele wereld geteeld worden, waar 800 miljoenmensen in de wereld van eten. Het lijkt mij heel verstandig om datallemaal goed tegen elkaar af te wegen. Dan zul je zien dat je metkernenergie veruit het minste ruimtegebrek zult krijgen.De voorzitter:Dan zijn we nu aan het einde gekomen van uw bijdrage. Ik geef het woordaan mevrouw Teunissen namens de Partij voor de Dieren. Gaat uw gang.Mevrouw Teunissen (PvdD):Voorzitter. Onlangs kreeg ik een brief in mijn brievenbus van de Ministervan Klimaat en Groene Groei, met daarin de vraag of ik een kerncentralein mijn omgeving zie zitten. Ook de mensen in onder andere Groningenen Zeeland kregen deze vraag voorgelegd. Die mensen ervaren nog elkedag de verregaande gevolgen van de misstappen van deze regering in hetenergiebeleid. Het is dus volstrekt terecht dat onder anderen duizendenZeeuwen nee zeggen tegen de bouw van kerncentrales.Voorzitter. Nederland staat op het punt om nog zo’n gigamisstap tebegaan. Het kabinet presenteert kernenergie namelijk als goed voor hetklimaat en goed voor meer energiezekerheid. Tegelijkertijd laten haareigen stukken zien dat de beloofde voordelen uiterst onzeker zijn, terwijlde nadelen keihard zijn. Het gaat dan om miljarden aan publieke kosten,decennia aan doorlooptijd, radioactief afval en grote risico’s. Hetrapport-Wennink van vandaag zegt ook dat we die decennia aandoorlooptijd van die megagrote projecten gewoon niet meer moetenwillen voor de toekomst. Om goed te kunnen blijven concurreren, moetenwe veel meer inspelen op de actualiteit en veel flexibeler en kleinschaligerzijn. Dat is niet hoe de Partij voor de Dieren in de wedstrijd zit, maar dat iszeker een argument voor andere partijen hier aan tafel.Voorzitter. De Minister verwijst naar de analyse van TNO, waarin staat datkernenergie zou bijdragen aan lagere systeemkosten en stabiele prijzen.Diezelfde analyse van TNO laat echter zien dat er ook andere scenario’szijn: kerncentrales die géén besparing opleveren of die het energie-systeem duurder en inflexibeler maken, zeker als de energievraag lageruitvalt dan nu wordt aangenomen of als de kosten hoger uitvallen. Datlaatste is ook in andere landen gebeurd; kijk bijvoorbeeld naar hetVerenigd Koninkrijk. Kernenergie zal alleen maar duurder worden,naarmate we meer wind- en zonne-energie gaan gebruiken. Kortom:waarom blijft de Minister vasthouden aan kernenergie, terwijl dat zoontzettend veel, met name financiële, risico’s voor de belastingbetaler metzich meebrengt, de milieu-impact nog steeds heel groot is en wind- enzonne-energie steeds goedkoper wordt?De heer Vermeer (BBB):Mevrouw Teunissen zegt dat kernenergie duurder zal worden, zodra ermeer zonne- en windenergie komt. Is mevrouw Teunissen het dan ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16314 met mij eens dat zonne- en windenergie duurder wordt, zodra er meerkernenergie komt?Mevrouw Teunissen (PvdD):Er zitten natuurlijk verschillende aspecten aan het duurder worden vankernenergie. Aan de ene kant heb je de investeringskosten. Die kunnen alheel hoog gaan oplopen. De risico’s zijn heel groot. Ik noemde net hetVerenigd Koninkrijk al als voorbeeld van waar de kosten gigantisch zijngaan oplopen, tot meer dan 50 miljard. Je hebt daar dus al een grootfinancieel risico. Als we een staatsdeelneming gaan oprichten, komt datallemaal op het bordje van de belastingbetaler. Dan heb je inderdaad nogde energiekosten, die natuurlijk steeds hoger worden. Dit komt omdat jete maken hebt met grote investeringen en een lange doorlooptijd. Datmoet ook allemaal terugverdiend worden. De energierekening wordt naarverwachting vrij hoog. Die wordt ook alleen maar hoger als wind- enzonne-energie beter kan gaan concurreren. De heer Vermeer zegt dan – ikzie het al aankomen – dat je in dat geval toch beter kan inzetten op heelveel kernenergie, omdat het dan goedkoper wordt ten opzichte van wind-en zonne-energie. Ik zeg dan dat je ook moet kijken naar de andereeffecten van kernenergie. Ik noemde net al het uranium, maar ik noem ookhet opslaan van het kernafval. Iedereen vindt dat een ouderwetsargument, maar het is nog steeds aan de hand. We hebben nog steedsgeen goede mogelijkheden in Nederland om kernafval op te slaan zonderdat het grote gevolgen heeft voor het milieu. Het is dus helemaal nietwenselijk om op lange termijn in te zetten op meer kernenergie in plaatsvan op meer wind- en zonne-energie.De voorzitter:Meneer Vermeer, dit is uw laatste interruptie.De heer Vermeer (BBB):Ik vind het fijn dat mevrouw Teunissen al een deels antwoord geeft op eenvraag die ik niet eens zelf hoefde te stellen. Ze tipt het daarmee preciesgoed aan. Ik moet er over de opslag van kernafval wel bij zeggen dat ikmevrouw Teunissen echt wil verzoeken om een keer naar COVRA te gaan,waar dat kernafval opgeslagen wordt. Ze zien daar namelijk dat hetstralingspercentage boven op die opslag lager is dan hier in deze zaal.Voor de rest wil ik haar er ook op wijzen – ik wil haar ook vragen of ze datonderkent – dat wij ook voor die hele wind- en zonne-energie gigantischveel hulpbronnen nodig hebben. Die hulpbronnen moeten wij ook uitandere landen halen. Daar komt ook afval uit. Dan heb ik het nog niet eensover de slijtage van turbinebladen, waarmee ook weer oplosmiddelenverspreid worden. Onderkent mevrouw Teunissen dat dat dus ook niet vrijvan afval is?Mevrouw Teunissen (PvdD):Eerst even over dat afval. Nederland probeert nu te gokken op diepeondergrondse opslag in zout- en kleilagen of op export naar hetbuitenland. Nou, export naar het buitenland is ontzettend duur en datopslaan in die kleilagen heeft heel veel effecten, negatieve effecten, op deomgeving. Daarom zeg ik dat de milieu-impact heel groot is. Ik ontken niet– dat is het tweede punt, de afhankelijkheid van uranium – dat je ook metwind en zon tot op zekere hoogte afhankelijk bent van andere landen.Congo werd net genoemd. Dat is zo, maar het grote verschil is dat je, alsje het inzet in combinatie met een forse energiebesparing, natuurlijk al dematerialen die nodig zijn voor wind en zon kunt recyclen. Die kun jemakkelijk recyclen. Daar moet veel meer op ingezet worden, maar datdoen we op dit moment niet. We moeten natuurlijk toe naar een systeemwaarbij je het minimum aan grondstoffen gebruikt dat nodig is voor winden zon, wat je vervolgens gaat recyclen. Net als gerecycled staal. DaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16315 hebben we ook heel veel discussie over, over of dat nou de toekomst is.En met uranium gaat dat eerlijk gezegd gewoon niet. Je kunt uraniummaar één keer gebruiken. Dat is ook de reden waarom het nu opgaat.De heer Flach (SGP):Ik zit te luisteren naar het betoog van mevrouw Teunissen en ik kan meniet aan de indruk onttrekken dat daar wat inconsistenties in zitten. Om tebeginnen denk ik dat wind en zon op dit moment eigenlijk helemaal nietgoedkoper worden. We lezen juist steeds meer berichten over dat wind opzee veel duurder uitpakt, maar daar gaat mijn vraag nog niet eens over.Die gaat er met name om dat wij in een land waar de zon niet altijd schijnten waar de wind niet altijd waait – de zogenaamde «dunkelflaute» –gewoon weken in het jaar zouden hebben waarin er dan gewoon geenstroom zou zijn. Daar hebben we een stabiele vorm van energie voornodig. Als we in 2030 de kolencentrales uit gaan zetten, wat de Partij voorde Dieren volgens mij graag wil, en we afgaan van gasgestooktecentrales, welke stabiele vorm van energie blijft er dan over voormevrouw Teunissen om de Nederlander gewoon warm te houden in dewinter?Mevrouw Teunissen (PvdD):Er zijn, om even met dat laatste punt te beginnen, heel veel anderemanieren waarop je een stabiele energievoorziening kan hebben. Denkbijvoorbeeld aan geothermie. Dan hebben het over verwarming, hè. Jehebt natuurlijk elektriciteit voor heel veel toepassingen en deze vraag gaatheel specifiek over verwarming. Daar hebben we geothermie, maar daarzet het kabinet onvoldoende op in. Dat had veel sneller gemoeten. Hier inDen Haag zelf hebben we stadsverwarming en we hebben een prachtigegeothermiebron precies onder de stad liggen. Daar zou je de hele stad vankunnen verwarmen, maar dat gebeurt op dit moment niet. Je hebt dusheel veel mogelijkheden om tot een stabiele energievoorziening over tegaan. Ik heb het ook al gehad over opslag. Dat is ook een van die zaken.Je moet inderdaad inzetten op flexibiliteit, dus op momenten waarop hetnodig is, waarop die windmolens kunnen gaan draaien, waarop erwindaanbod is, moet je zorgen dat je dat op een goede manier kuntopslaan. Dat zijn allemaal zaken die je op kortere termijn kunt regelen dandat je een kerncentrale kan bouwen. Dat duurt veel langer en die tijdhebben we gewoon niet.De heer Flach (SGP):Die tijd hebben we inderdaad niet, want over vier jaar gaat die kolencen-trale al uit. Dat is een besluit waar we ons echt nog een keer goed opmoeten bezinnen, want er zijn gewoon geen stabiele alternatieven op ditmoment. Geothermie is nog lang niet in de mate voorhanden dat we erwarmpjes bij zullen zitten en kernenergie gaat het ook niet halenoverigens, dus we zullen die tussenoplossing nodig hebben. U heeftgelijk, ik had nog niet eens wat gevraagd over elektriciteit. Op het momentdat de zon niet schijnt en de wind niet waait, hebben we toch elektriciteitnodig, steeds meer, om al die auto’s te laten rijden en noem maar op. Duswe zullen stabiele vormen van energie nodig hebben. Er bestaat geenschone energie. De metalen die we nodig hebben voor windmolens – datis dan de vraag die ik bij mevrouw Teunissen neerleg – hebben toch ookeen negatief effect op milieu en omgeving? Er is in China – daar wordendie metalen gewonnen en daar worden veel chemicaliën bij gebruikt – eengifmeer van 120 vierkante kilometer. Bent u het met mij eens – ik kom totmijn vraag – dat er eigenlijk geen schone vorm van energie bestaat?Mevrouw Teunissen (PvdD):Eerst even over het eerste punt, dat we een stabiele vorm van energienodig hebben, ook als de kolencentrales sluiten. Daar ben ik het mee eensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16316 en daar moeten we ook zeker naar zoeken. Alleen is het punt hier in ditdebat dat kernenergie daar niet de oplossing voor is. De heer Flach zegthet net zelf: over vijf jaar moeten die kolencentrales sluiten als we aan deklimaatdoelen willen voldoen. Dat betekent dat we over vijf jaar eenalternatieve bron moeten hebben. De bouw van een kerncentrale duurtminimaal veertien jaar. Daarvoor biedt het dus geen oplossing.Dan het tweede punt, over de grondstoffen. Ja, de Partij voor de Dierenerkent dat geen enkele vorm van energie honderd procent schoon is. Weerkennen ook dat je grondstoffen uit het buitenland moet halen. Daaromis de Partij voor de Dieren hier tot in den treure bezig geweest om ervoorte zorgen dat er meer aan energiebesparing wordt gedaan. Tot nu toewordt dat onvoldoende gedaan. Ik ben er ontzettend boos over dat we opdie manier niet aan de klimaatdoelen voldoen. Er is continu uitstel enafstel geweest van hele effectieve energiebesparingsmaatregelen. Alleende energiebesparingsplicht voor bedrijven al is jarenlang niet gehand-haafd. Ik vind het dus een beetje ongemakkelijk om dan bij de Partij voorde Dieren neer te leggen dat we ook voor schone energie afhankelijk zijnvan andere landen. Dat erkennen we al heel lang. Daarom moeten we volinzetten op energiebesparing.De heer Flach (SGP):Het gaat er mij niet om dit bij één partij neer te leggen. Het was mevrouwTeunissen zelf die erover begon in een interruptie, volgens mij op collegaJumelet. Zij wees erop dat er een afhankelijkheid is van andere regimes. Ikdenk dat het een illusie is om te veronderstellen dat er een honderdprocent zuivere, veilige en schone made-in-Hollandenergie bestaat die totin lengte van jaren elke dag voorhanden is. Ik ben het wel met mevrouwTeunissen eens – daar sluit ik dan maar mee af – dat we ongelofelijkzouden moeten inzetten op energiebesparing. Dat heeft de SGP ook in hetprogramma staan. Elk kilowattuur, elke joule die je bespaart, hoef je ookniet op te wekken en in te voeren. Je hoeft er ook geen dure investeringenvoor te doen. Laten we dan in ieder geval als lichtpuntje neerzetten dat wehet daarover eens zijn.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dat vind ik een hele mooie oproep. Ik hoop dat we hierover samen nogveel goede voorstellen kunnen doen. Dank.De voorzitter:Vervolgt u uw betoog.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ja, voorzitter. Ik wil nog even kort ingaan op kernafval. Er is gewoon geenbewezen en werkende oplossing voor het kernafvalprobleem. Nederlandgokt nu op de diepe ondergrondse opslag in zout- of kleilagen of opexport naar het buitenland. Dat zijn allebei opties vol onzekerheden en, alsze al haalbaar blijken, met hoge kosten. Is de Minister het ermee eens dathet volstrekt onwenselijk is dat er nog meer kernafval bij komt?Voorzitter. Dan over de leveringszekerheid van uranium. Het kwam al ininterrupties voorbij. De Minister beweert dat er een ruim en divers aanbodvan uranium is. Dat terwijl Europa nu 38% uit Rusland importeert. Devraag is dus hoe de Minister ervoor gaat zorgen dat we voor uraniumminder afhankelijk worden van andere regimes. Wat bedoelt ze met eenruim en divers aanbod?Dan nog de milieueffecten rond Borssele. Het koelwater tast ecosystemenin de Westerschelde aan. Vissterfte, stikstofdruk en warmer waterverergeren biodiversiteitsverlies in een al zwaarbelast ecosysteem.Waarom heeft de Minister deze signalen uit milieuonderzoeken tot nu toeniet serieus laten toetsen? We zien in de beantwoording dat dat nu pasgebeurt. Waarom neemt ze de effecten op ecosystemen niet al mee aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16317 de voorkant, bij de verkenning? Nu kiest ze eigenlijk al een potentiëlelocatie en gaat ze daarna de milieueffecten onderzoeken. Volgens mijmoet het andersom en moet het aan de voorkant al getoetst worden.Graag een reactie.Voorzitter, tot slot. Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. DePartij voor de Dieren zegt: gebruik die miljarden voor de versnelling vande energietransitie, voor energiebesparing en voor wind, zon en echtinnovatieve technieken zoals geothermie en opslag in plaats van voordure, gevaarlijke en milieuonvriendelijke kernenergie.Dank u wel.De heer Jumelet (CDA):Ik ben benieuwd naar het standpunt van de Partij voor de Dieren overSMR’s. Daarmee kunnen we het dichtbij, in de setting van industrie,mogelijk maken om het net minder te belasten. Ik weet niet hoe de Partijvoor de Dieren daarover spreekt. Is het gewoon «geen kernenergie»? Isdat het dan? Of willen we met elkaar toch ook verder kijken dan alleenmaar nee, bijvoorbeeld naar de toepassingen van SMR’s.Mevrouw Teunissen (PvdD):Laat ik vooropstellen dat de Partij voor de Dieren openstaat voor alleéchte oplossingen voor de klimaatcrisis. We zitten midden in dieklimaatcrisis. Het CDA vraagt hoe ik denk over de kleine centrales. Dat iseen niet-bewezen techniek. We zitten midden in de crisis: laten we dangebruikmaken van de technieken die al bewezen werken. Daar zetten wenu onvoldoende op in. Er zijn er net heel veel voorbijgekomen. Laten weons daar nou op richten. Laten we daar die miljarden in steken. Ik ben niettegen onderzoek naar die reactoren, maar dat alles vergt een lange ademen daar hebben we gewoon geen tijd meer voor.De voorzitter:Meneer Jumelet, uw laatste interruptie.De heer Jumelet (CDA):Ik zie een opening. Ik hoorde namelijk geen nee. Ik hoorde juist dat dePartij voor de Dieren daarop geen «nee» zegt als blijkt dat het wel kan.Daar ben ik blij mee.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het is altijd goed als het CDA zoekt naar openingen, maar in deze fase vande klimaatcrisis moet je echt heel goed prioriteiten stellen. Ik zie welkeprioriteiten het kabinet stelt. Ik vind het een beetje jammer dat we inzettenop heel grote projecten. Gelukkig zet het kabinet nog niet vol in op dekleine kerncentrales, maar dit zijn allemaal technieken die veel te veel tijdvragen om daarmee de klimaatdoelen te kunnen halen. We lopen achter.De kans dat we die doelen halen, is kleiner dan 5%. Dat heeft gewoonenorme gevolgen voor komende generaties en dat brengt enorme kostenmet zich mee. Laten we dat dus alsjeblieft nu niet prioriteren. Laten weinzetten op echt duurzame technieken.De voorzitter:Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Klos van D66. Gaat uw gang.De heer Klos (D66):Dank u wel, voorzitter. D66 staat voor een schoon, robuust en betaalbaarenergiesysteem, voor een systeem dat mensen kunnen vertrouwen,vandaag en morgen. We willen onze strategische onafhankelijkheidversterken met duurzame energie van eigen bodem. Wind op zee enzonne-energie vormen voor ons de basis, aangevuld met flexibiliteit,opslag en energiebesparing. Tegelijkertijd weten we dat de energietran-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16318 sitie niet eenvoudig is. Het licht moet blijven branden, ook als de zon nietschijnt en de wind niet waait. Daarom sluiten wij geen technieken bijvoorbaat uit. In dat bredere systeem kan kernenergie een rol spelen. VoorD66 rust daar geen taboe op. Maar juist omdat kernenergie grotegevolgen heeft voor mensen en hun leefomgeving en voor de porte-monnee van de belastingbetaler, moeten keuzes zorgvuldig wordengemaakt: transparant, democratisch en met oog voor risico’s. Vanuit dieuitgangspunten kijken wij vandaag naar de voorstellen van het kabinet.Voorzitter. Een keuze voor de nieuwbouw van grote kerncentrales is eenkeuze die wij niet alleen voor vandaag maken, maar ook voor komendegeneraties. Het gaat om miljarden aan publiek geld, om ingrijpendegevolgen voor de leefomgeving en om besluiten die je niet zomaarterugdraait. TNO stelt dat de kosten voor twee tot vier kerncentralesvergelijkbaar zijn met de kosten van extra wind op zee met flexibiliteit.Juist daarom is het belangrijk dat wij hier scherp naar kijken: wat levertdeze keuze ons op en welke risico’s nemen we daarbij? Daarover heb ik devolgende vragen aan de Minister. Waarom kiest het kabinet expliciet voorde bouw van vier kerncentrales? In scenario’s met een lagere vraag naarenergie leiden kerncentrales juist tot hogere systeemkosten. Hoe robuustis het kabinetsbeleid als de industriële vraag juist achterblijft?Voorzitter. Ik kom bij de financiering van de kerncentrales. Private partijenblijken alleen te willen instappen als vrijwel alle risico’s bij de Staat liggen.Het kabinet kiest er daarom voor de bouwfase vrijwel volledig publiek tefinancieren en een staatsdeelneming op te richten. Dat betekent dat derisico’s in de eerste plaats bij de belastingbetaler komen te liggen. Datvraagt om scherpe keuzes en om een heldere verantwoording. Daaromvraag ik de Minister waarom het kabinet ervoor kiest om de risico’svolledig publiek te maken. Wat is het worstcasescenario voor de uiteinde-lijke kosten en welke financiële waarborgen zijn er als dit scenario zichvoordoet? Ik stel deze vraag ook gelet op hetgeen we net van deAlgemene Rekenkamer over waterstof hebben gehoord.Tot slot. Diezelfde Algemene Rekenkamer pleit voor duidelijke «go/nogo»-momenten voor de Kamer. Waarom kiest het kabinet bij NEO NL voorvoortgangsbrieven en niet voor expliciete Kamerbesluiten bij de faseover-gangen?Voorzitter. Ik kom bij mijn laatste onderwerp: de SMR-strategie. We ziendat het kabinet bij grote kerncentrales voortvarend te werk gaat. Maardiezelfde vaart en ondersteuning missen we nog bij SMR’s. Dat isopvallend, want juist SMR’s bieden kansen voor ons energiesysteem. Zekunnen helpen om de industrie sneller te verduurzamen door schoneelektriciteit en hogetemperatuurwarmte. Door SMR’s slim te plaatsen,namelijk dichtbij waar de energie nodig is, kunnen ze bovendien bijdragenaan het verminderen van netcongestie. Daarom heb ik de volgendevragen aan de Minister. Waarom kiest de Minister ervoor om vooral in tezetten op opschaling van grootschalige kerncentrales, terwijl SMR’seerder inzetbaar kunnen zijn én kunnen helpen bij het verminderen vannetcongestie? Het kabinet stelt geen extra middelen beschikbaar voor«first-of-a-kind»-SMR’s vanwege de hoge risico’s. Welk realistisch pad zietde Minister dan naar een eerste SMR in Nederland, zeker nu anderelanden daar wél fors in investeren? Welke risico’s ziet te Minister alsNederland internationaal gezien achteropraakt, nu landen als Canada enhet Verenigd Koninkrijk zwaar inzetten op publieke financiering?Voorzitter, dank. Ik hoop op een goede beantwoording.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik ga ervan uit dat mijn collega van D66 draagvlak onder de lokalebevolking ook heel erg belangrijk vindt. In Borsele hebben 100 inwonersde Borselse voorwaarden opgesteld. Die zijn door de gemeenteraadunaniem aangenomen. Is collega Klos van mening dat deze voorwaardenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16319 integraal gerespecteerd dienen te worden als in Borsele een kerncentralewordt bijgebouwd?De heer Klos (D66):Voorzitter, excuus dat ik mijn microfoon tijdens de interruptie aan heblaten staan.Ik vind dat dit wel het uitgangspunt zou moeten zijn. Ik vind het ook goeddat mevrouw Van Oosterhout vraagt naar het draagvlak. We zien namelijkdat het draagvlak voor het idee van kerncentrales, in Zeeland juist groteris dan gemiddeld in Nederland. In Nederland ligt de steun daarvoorgemiddeld op 53%, terwijl die zelfs in de stad waar de steun daarvoor hetminst is, in Middelburg, al op 57% ligt. In alle dertien gemeenten vanZeeland steunt een meerderheid kernenergie. Ik denk dat we bij dit soortheel grote, ingrijpende besluiten juist moeten kijken naar de voorwaardendie uit de samenleving komen en de steun die daarvoor leeft, en dat ditook een rol moet spelen bij de locatiekeuze.De voorzitter:Dank u wel. Dan geef ik nu het woord aan de heer Flach van de SGP.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. Weet u wat mij opviel? Het Verenigd Koninkrijkheeft ondanks de enorm gestegen bouwkosten van Hinkley Point C vorigjaar een routekaart voor een verviervoudiging van de nucleaire capaciteitgepresenteerd. We moeten inderdaad verder kijken dan de bouwkosten.De SGP is voor een verbreding van de energiemix en voor meer kerncen-trales. Het maakt onze energievoorziening minder afhankelijk van defluctuerende stroomproductie van wind- en zonneparken. Daar hebben wevoldoende over gewisseld.TNO heeft in zijn systeemkostenanalyse voor wind op zee gerekend meteen capaciteitsfactor van 57%. In de gevoeligheidsanalyse is ook eencapaciteitsfactor van 47% meegenomen. Dat zou neerkomen op 7 miljardaan extra systeemkosten. TU Delft heeft laten zien dat de capaciteitsfactorniet 10%, maar zelfs 20% lager is, namelijk 35%. Dan gaan we dik over die7 miljard aan extra kosten heen. Bij kerncentrales zijn de kostenrisico’sminder groot. Deelt de Minister de conclusie dat we door in te zetten opkerncentrales, onder aan de streep waarschijnlijk duidelijk goedkoper uitzijn dan met meer wind op zee?Voorzitter. Bewoners van gebieden waar mogelijk kerncentrales komen,vrezen de komst van lelijke koeltorens. Eén van de zoekcriteria is daaromde beschikbaarheid van koelwater. In enkele stukken geeft de Ministerechter aan dat koeltorens wél binnen het locatieonderzoek vallen. Deltaresheeft aangegeven dat het mogelijk is dat door de opwarming van hetoppervlaktewater op minder koelwater kan worden gerekend dan gedacht.Gaat de Minister koeltorens echt vermijden?De Minister zoekt naar locaties waar ze op één locatie twee kerncentraleskan inpassen, dus twee in één voorkeursbeslissing. Ik snap dat vanuit hetperspectief van kostenefficiëntie, maar het biedt wel heel weinig speel-ruimte. De Commissie m.e.r. geeft aan dat het locatieselectieprocesopnieuw doorlopen moet worden als je daar later van terug moet komen.Waarom kiest de Minister er niet voor om ook locaties mee te nemen waaréén centrale gerealiseerd kan worden?In het verlengde hiervan heb ik een vraag over de locaties die in Zeelandin beeld zijn. Eén daarvan is de Paulinapolder bij Terneuzen. In Zeelandhebben honderden hectares de bestemming industrie. Een deel daarvanligt braak. Toch is de Paulinapolder met maagdelijke landbouwgrond óókin beeld. U kunt zich voorstellen dat omwonenden zich verschriktafvragen: wat gaat hier gebeuren? Deelt de Minister mijn mening datvooral gekeken moet worden naar industriegebieden zoals de TweedeMaasvlakte en bij Borssele? Overigens deel ik de opvatting die netTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16320 gebezigd werd: dat kan alleen maar als je de Borselse voorwaardenhelemaal invult. Ik ben dus blij met de uitspraken van GroenLinks-PvdA enD66.De Minister wil in het inkoopproces een optie opnemen voor de bouw vaneen derde en vierde kerncentrale. Dat snap ik. In dit verband heb ik weleen vraag. Die zijn nog heel ver weg. Ondertussen wordt wereldwijdvolop gewerkt aan de ontwikkeling van kleine modulaire reactoren. Diezijn mogelijk goedkoper en nog beter in te passen in het energiesysteem.Zou het kunnen dat wij tegen die tijd beter kunnen inzetten op SMR’s danop extra traditionele centrales?Voorzitter. Het Rijk gaat zich een grote financiële last op de schoudershalen. Het is nodig, maar het is wel zaak dat we als Kamer goed de vingeraan de pols houden. Wil de Minister de Kamer binnenkort informerenover het hele besluitvormingsproces en de planning, zoals geadviseerddoor de Rekenkamer? Het lijkt me in ieder geval goed om de rijksdeel-neming aan te wijzen als groot project. Een groot deel van de werkzaam-heden aan nieuwe kerncentrales kan door Nederlandse bedrijven wordenopgepakt. Door vroegtijdige betrokkenheid van onze bedrijven kan ookvaart worden gemaakt en worden onaangename verrassingenvoorkomen. Hoe gaat de Minister dit oppakken?Ik dank de Minister voor de brief met de nationale strategie voor kleinemodulaire reactoren. Ik maak uit de brief op dat de Minister pas wilinstappen als de eerste SMR’s in het buitenland zijn gebouwd. Zo kennenwe Nederland toch niet, zou ik zeggen. Thorizon, een Nederlandsestart-up, stuurt aan op een demonstratieproject met hun SMR-ontwerp in2030. Allseas, een bedrijf in de offshore-industrie, is eveneens bezig metde ontwikkeling van een kleine reactor, ook voor toepassing op schepen.Het bedrijf pleit voor versnelling van de vergunningsprocedure. Dezebedrijven worden in de strategie van de Minister hooguit één keer in eenbijzin genoemd. Trekt de Minister proactief op met deze bedrijven,bijvoorbeeld voor het zo snel mogelijk realiseren van een demonstratie-project? Nederland kan een sterke positie opbouwen, maar dan moetenwe nu wel meeschakelen met de internationale ontwikkelingen en op tijdklaarstaan, bijvoorbeeld door geschikte locaties aan te wijzen.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Als uw invallende voorzitter vandaag ga ikvragen of ik een tweede invallende voorzitter kan vinden – de heerVermeer, misschien – zodat ik als woordvoerder van de VVD ook mijninbreng kan leveren.De heer Vermeer (BBB):Ik zal het voorzitterschap bij dezen overnemen.Voorzitter: VermeerDe voorzitter:Ik geef graag het woord aan de heer De Groot. De griffier geeft mij eenseintje zodra de laatste tien seconden in beeld komen, neem ik aan. Gaatuw gang.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u wel, voorzitter. Nederland staat voor een simpele waarheid: zonderkernenergie bouwen we geen betrouwbaar, betaalbaar en klimaatneutraalenergiesysteem. De VVD zegt dan ook helder: we kiezen onomwondenvoor kernenergie. Het gaat om vier grote kerncentrales en SMR’s. Kijknaar de werkelijkheid. We elektrificeren industrie, mobiliteit en warmte entegelijkertijd groeit de vraag naar energie en de behoefte aan leveringsze-kerheid en onafhankelijke energieproductie. Dan kun je niet leunen opTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16321 alleen wind en zon. Je hebt een systeem nodig dat ook werkt als het nietwaait en het donker is; het is net ook al gezegd. Kernenergie levert preciesdat: continue, stabiele, CO2-arme productie met een relatief kleineruimtelijke voetafdruk.Tegenstanders blijven vaak hangen op drie punten: kosten, veiligheid endraagvlak. Ja, en natuurlijk tijd, maar laten we nou eens ingaan op dieeerste drie. De kosten. De recente TNO-systeemkostenanalyse laat ziendat energiesystemen met kernenergie net zo duur of zelfs goedkoperkunnen zijn dan systemen die volledig steunen op extra wind op zee. TNOlaat ook zien dat kernenergie weglaten kan leiden tot miljarden hogeresysteemkosten richting 2050. Laten we maar stoppen met doen alsofkernenergie per definitie te duur is. Kernenergie draagt bij aan prijsstabi-liteit, omdat je minder kwetsbaar wordt voor schaarste, pieken en extremeafhankelijkheid van flex en import.Het tweede: veiligheid. Nederland heeft een streng vergunnings- entoezichtregime, met de ANVS als toezichthouder en internationalestandaarden als basis. Voor de VVD is veiligheid geen bijzaak maar eenvoorwaarde. Juist daarom moet je het goed organiseren en professioneeluitvoeren. En creëer draagvlak. Dat is steeds en altijd belangrijk.Borssele is al besproken. Zeeland wacht op duidelijkheid. Het wil graagdoor en de hotspot worden voor de kernenergiekennisinfrastructuur.Provincies zijn bezig logische locaties aan te wijzen. De industriële clusterswillen ook vooruit en kijken al naar SMR’s. Kernenergie biedt eenrealistisch en ruimte-efficiënt antwoord, maar voorbereiden is nietgenoeg. Het vraagt om tempo en uitvoering.We hebben vragen over de financiering. De Minister zegt dat er eenfinancieringsmodel in voorbereiding is. De VVD wil graag concreet wetenwanneer dat volledig uitgewerkt is en naar de Kamer komt. Welkeafspraken worden verkend met private investeerders? Welke risicoverde-lingsmechanismen zijn nodig, zodat de partijen ook echt gaan instappen?Zonder helderheid hierover ontstaat er één zekerheid en dat is vertraging.Een tweede vraag gaat over locaties en planning. De bouw van vier grotekerncentrales is noodzakelijk. De eerste twee moeten zelfs al voor 2040draaien. Daarna gaan we door met nog twee kerncentrales. De Ministerwerkt toe naar een ontwerpvoorkeursbeslissing in 2026. Dat is prima,maar het tempo is best kwetsbaar. Daarom stelt de VVD eigenlijk dezelfdevraag als het CDA: kan de Minister garanderen dat 2026 wordt gehaaldvoor deze ontwerp-voorkeursbeslissing? Wanneer wordt daadwerkelijk deNRD opgeleverd? Wij begrepen dat dat deze maand zal zijn. Aanvullenddaarop heb ik de vraag waar nu vertragingen in vergunning, planproce-dures en uitvoeringscapaciteit dreigen en hoe de Minister deze gaatvoorkomen.Ik heb ook nog een vraag over de netinfrastructuur. Kerncentrales vragenstevige netaansluitingen, maar ze verminderen ook de afhankelijkheid vanextreme flexibiliteit en beperken de druk op eindeloze netverzwaring, diebij volledige nieuwbouw hoort. Toch is er nu te weinig duidelijk over dekoppeling tussen locaties, planning van de netverzwaring en aansluitprio-riteit. Mijn vraag aan de Minister is dan ook hoe zij voorkomt datnetcongestie de bouw van kerncentrales en straks SMR’s gaat vertragen.Nederland moet nu namelijk echt inzetten op die SMR’s als onderdeel vande totale puzzel. De nationale SMR-strategie laat zien dat SMR’s richting2050 substantieel kunnen bijdragen. De VVD vraagt daarom wanneer deMinister met een concreet SMR-locatieprogramma komt, waarin dekoppeling is gelegd tussen logische plekken in verband met veelelektriciteitsvraag, andere energieopwek, de reguliere kerncentrales en deforse opgave wat betreft netverzwaring. Wij zouden graag een integraalbeeld daarvan zien, zodat we wellicht kunnen zeggen: op sommigeplekken hoeft die netverzwaring helemaal niet, want het is beter om daargewoon een SMR te plaatsen of wellicht een mini-SMR van bijvoorbeeldAllseas. Zou de Minister daar ook een doorkijk van willen maken? WelkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16322 SMR-vermogen is er rond 2040 echt wenselijk? Hoe koppelt zij de SMRaan de industriële clusters die betaalbare energie en warmte nodighebben?Voorzitter. De VVD kiest voor kernenergie, niet als symbool, maar als eennoodzakelijke pijler onder een betrouwbaar, betaalbaar en schoonenergiesysteem. Het komt nu echter op één ding aan en dat is deuitvoering. Daar wil de VVD vandaag graag een grote stap in zetten.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, meneer De Groot. De heer Flach gaf aan dat hij een interruptieheeft voor u.De heer Flach (SGP):Als je kernenergie zegt, dan zeg je ook Zeeland. De naam Borsele kwam allangs. Er zitten veel Zeeuwen op de tribune. Ik zie de gedeputeerdeevenals de burgemeester en de wethouder van Borsele. We zijn onderons, dus het is een mooi moment om de vraag die aan de heer Klosgesteld is, ook aan de heer De Groot van de VVD te stellen. Ik ben gewooneven zetels aan het turven. Is de VVD van mening dat er, als Borseleuiteindelijk de locatie wordt, voldaan moet worden aan de Borselsevoorwaarden? Moet dat gebeuren alvorens we dat kunnen doen? Ik denkdat dit een mooi moment is om dat hier uit te spreken.De heer Peter de Groot (VVD):Dank u, voorzitter. De voorzitter had nog niks gezegd, maar ik bedank hemalvast voor het geven van het woord. Ik worstel af en toe nog een beetjemet mijn dubbelrol van vandaag.De voorzitter:Ja, u wel. Maar gaat u verder.De heer Peter de Groot (VVD):De voorwaarden van Borsele: die vraag was te verwachten van de heerFlach. Dank daarvoor. Er moet gewoon een goede set afspraken wordengemaakt. Daar zitten heel veel dingen in, zoals ook afspraken overinvesteringen in de leefbaarheid en in woningbouw. Ik heb de Borselsevoorwaarden gezien. Het gaat natuurlijk ook over de vraag of er nog extraleidingen boven de grond komen en in hoeverre dat onder de grondgeregeld kan worden. Of dat nou helemaal de Borselse voorwaarden zijn,weet ik niet. Er moet gewoon een goed pakket komen, zodat Zeeland weetwaar het aan toe is. Ik zou zeggen dat het pakket in alle redelijkheidgebouwd moet worden. Ik zou willen zeggen dat er wel het maximalegedaan moet worden om de regio tegemoet te komen. Ik verdiep hetantwoord nu iets meer dan enkel een ja. Het moet namelijk in alleredelijkheid gebeuren. Deze discussie hebben wij ook vaak met elkaar alshet bijvoorbeeld over mijnbouwactiviteiten gaat. Hoe verdeel je de lustenen de lasten met elkaar? De VVD heeft gewoon het generieke standpuntdat dit hier ook van toepassing is.De voorzitter:Dank u wel, meneer De Groot. Mevrouw Van Oosterhout heeft volgens mijgeen interrupties meer over, als ik een beetje goed meetelde. Ik vraageven aan de griffier of ze wel nog een interruptie heeft. Nog eentje! Nou,dan mevrouw Van Oosterhout.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Ik hoorde dat de heer De Groot het had over de TNO-studie. Die gaat overde systeemkosten, maar niet over de bouwkosten. Als we kijken naar debouwkosten, dan zie we dat die toch wel degelijk de pan uit rijzen. BijTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16323 projecten in het buitenland worden die ook steeds duurder, duurder enduurder. Ik vraag me af of de collega van de VVD op de hoogte is vanprivate spelers die hier wel een businesscase in zien. Of gaat de overheiden dus de Nederlandse belastingbetaler die 20 à 30 miljard die het meerzou moeten kosten, zelf ophoesten?De heer Peter de Groot (VVD):Ik denk dat het heel erg belangrijk is om met partijen te werken ... Eigenlijkzijn er een aantal dingen heel erg belangrijk als je kijkt naar de bouw. Ikdenk dat het heel erg belangrijk is dat we gaan werken met bewezentechniek en dat we leren van het buitenland. Onder andere Frankrijk heeftnatuurlijk een groot kernprogramma. We weten ook wat de redenen zijnvan de kostenoverschrijdingen nu in het Verenigd Koninkrijk. Het isbelangrijk om met bewezen techniek te gaan bouwen met aanbieders metervaring, zodat niet weer dezelfde fouten gemaakt worden. Zij moetendaar zelf ook in stappen, in de manieren waarop we die contractvorminglaten plaatsvinden. De risico’s moeten niet alleen bij de overheid komen teliggen, maar ook deels door de markt worden gedragen. Dat was een vande redenen waarom ik vroeg wanneer de Minister komt met die risicover-deling rondom die financiering. Ik wil er ook wel bij zeggen dat we er nuwel heel makkelijk over praten, alsof dat de waarheid zou zijn, terwijl webijvoorbeeld ook nog bezig zijn om te kijken hoe we de kosten van windop zee heel erg kunnen beperken. We zien dat die projecten ookmislukken. We zien ook dat de opbrengst minder is. De VVD beschouwthet dus wel degelijk op systeemniveau. De vraag is wat de juiste keuzeszijn om te maken: wind op zee, zon op land, kernenergie, waterstof. Wemoeten kijken hoe we de juiste mix met elkaar van de grond krijgen.Alleen, als we kijken naar de energievraag en de toename daarvan, staathet voor de VVD als een paal boven water dat we zonder kernenergieüberhaupt de transitie niet redden met elkaar.De heer Klos (D66):Een beetje daarop voortgaand een vraag over de financieringsconstructiedie dit kabinet kiest voor met name die grote kerncentrales. Er wordt voorgekozen om dat vooral door de Staat te laten dragen. Het verschil methernieuwbare energie is dat daar in principe een businesscase is, maarmet een onrendabele top. Dus daar gaat wat geld bij. Voor kernenergie iser eigenlijk geen businesscase. Mathijs Bouman noemt de optie die deMinister kiest de communistische weg. Hoe voelt dat als conservatievemarktliberaal? Staat u daarachter?De voorzitter:Een gewetensvraag voor de heer De Groot.De heer Peter de Groot (VVD):Ik begon er niet voor niets over in mijn bijdrage. Ik ben nog altijd op zoeknaar het optimum dat je zou kunnen bereiken in het dragen van risico’sdoor de Staat en het dragen van risico’s door de markt. Zeker als het gaatover bewezen technieken en partijen die veel ervaringen hebben die bijons die projecten moeten doen, ben ik op zoek naar hoe we dat nogverder kunnen finetunen. De Staat alles laten betalen voelt inderdaad watonnatuurlijk, maar het is wel belangrijk voor de baseload in Nederland datdie kerncentrales er uiteindelijk komen. We hebben natuurlijk ervaring metkerncentrales, met het bouwen ervan en het onderhouden ervan. Wehebben kerncentrales in Nederland. Voor de VVD, nogmaals, is het dusduidelijk dat we dat moeten voortzetten en ook wat moeten uitbreiden.Daaraan gekoppeld zou ik ook wel tegen de heer Klos willen zeggen datook voor die SMR’s en de minireactors die vraag ook vanzelf op onsafkomt. Wanneer hebben we te maken met een onrendabele top in hetbegin en wanneer kunnen we steeds meer aan de markt overlaten? DaarTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16324 zullen we ook naar die verhouding moeten kijken. We doen dat graag,omdat kernenergie ontzettend nodig is voor een stabiel energiesysteem.De voorzitter:Dank u wel. Daarmee is de laatste vraag beantwoord. Dan geef ik graaghet voorzitterschap weer terug aan de heer De Groot.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u voor het overnemen van het voorzitterschap, meneer Vermeer. Wezijn aan het einde gekomen van de inbreng in de eerste termijn van dekant van de Kamer. Ik zou even willen schorsen, zodat de Minister haarbeantwoording goed kan voorbereiden. Ik schors daarom de vergaderingtot 16.20 uur.De vergadering wordt van 15.54 uur tot 16.25 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen dit commissiedebat over kernenergie. We gaan beginnen metde eerste termijn van het kabinet. De Minister gaat de vele gesteldevragen beantwoorden. Ik zou graag aan de Minister willen vragen omeven duidelijk aan te geven welke blokjes behandeld worden, zodat wehier de administratie op orde kunnen brengen. Ik wil graag het woordgeven aan de Minister. Gaat uw gang.Minister Hermans:Dank, voorzitter. Ik heb vijf mapjes. Ik begin met de vragen die zijn gesteldover kernenergie als onderdeel van het energiesysteem. Vervolgens ga ikin op de vragen die zijn gesteld over de locatiekeuze voor de twee groteconventionele kerncentrales en op de vragen over financiering. Daarna gaik in op de SMR’s en dan is er nog een mapje overig.De voorzitter:Dank u wel. Ik zou willen voorstellen dat we in deze termijn een drietalinterrupties hanteren en dat we de interrupties aan het eind van eenblokje doen. Dat is lekker overzichtelijk. We sparen ze dus op en dan doenwe een rondje vragen. Gaat uw gang.Minister Hermans:Helemaal goed, voorzitter. Dank. Zoals gezegd, begin ik met de vragenover kernenergie als onderdeel van het energiesysteem van de toekomst.Dit kabinet ziet op een aantal fronten reden om te kiezen voor kernenergieals een onderdeel – dat zeg ik nadrukkelijk – van het systeem. Kernenergieis onderdeel van een energiemix. Dat heeft te maken met de diversiteit inhet systeem, de diversiteit in de toeleveringsketen en met de weersonaf-hankelijke elektriciteitsproductie. Kernenergie in onze mix maakt onzeenergievoorziening dus ook weerbaarder.Een aantal Kamerleden heeft terecht gewezen op het rapport-Wennink,waarin de rol van kernenergie in het systeem van Nederland ook wordtbenadrukt. Er is een verschil tussen de rol die de grootschalige kerncen-trales en de SMR’s in het systeem kunnen spelen. De toegevoegde waardevan de grote centrales zit ’m in de stabiliteit van het elektriciteitsnet, zoalsik al zei, en de toegevoegde waarde van SMR’s zit met name bij deindustriële clusters en de warmteontkoppeling. Dat is de reden waarom ikzowel werk met een SMR-strategie als met een programma voor degrootschalige kerncentrales.De systeemkosten zijn daarbij een belangrijk punt. Hoe verhouden die zichtot elkaar? Dat is de reden dat wij door TNO een uitgebreide analysehebben laten maken. Die analyse heb ik in oktober met de Kamer gedeeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16325 Een heel aantal Kamerleden heeft daar vragen over gesteld of opmer-kingen over gemaakt. Op hoofdlijnen is de conclusie van dit onderzoek datde kosten van een systeem mét kernenergie in heel veel van de scenario’svergelijkbaar zijn met of lager zijn dan de kosten van een systeem zonderkernenergie. Dat maakt de keuze voor kernenergie in de energiemix,uitgaande van de systeemkosten, ook een robuuste keuze.Ik kom meteen op een vraag van de heer Flach. Hij vraagt of ik deconclusie deel dat we met de inzet op kerncentrales onder aan de streepwaarschijnlijk goedkoper uit zijn dan met meer wind op zee. Een paardingen daarover. Uit de analyse van TNO blijkt dat de systeemkosten vankernenergie in veel scenario’s ongeveer vergelijkbaar zijn met die vanwind op zee. Om tot een efficiënt energiesysteem te komen, hebben wekernenergie en wind op zee nodig, ook als wind op zee een lagerecapaciteitsfactor kent. TNO heeft inderdaad gerekend met een capaciteits-factor die hoger is dan de factor die gebruikt is in het rapport van deTU Delft, waar we vorige week tijdens het vragenuurtje met elkaar overdebatteerden. Zoals ik al heb toegezegd, ben ik in gesprek met de TU Delftover haar berekening en de factor waar zij mee rekent. Ik zal dus bekijkenwat dit betekent voor de berekeningen die wij maken, ook voor wind opzee. Tegelijkertijd zie je dat in het onderzoek van TNO aannames zitten diein de toekomst een mate van onzekerheid kennen. Het gaat dan bijvoor-beeld over de bouwkosten voor kernenergie en de kosten voor infra-structuur. Desalniettemin zie je in al die scenario’s dat kernenergie eenrobuuste keuze is. Daarom zet dit kabinet in op de bouw van kerncen-trales, maar zal de aanleg van wind op zee ook doorgaan, want wehebben ze allebei nodig. Het is niet of-of; het is en-en in onze energiemix.De heer Van den Berg vroeg waarom in de TNO-studie nog wordtgerekend met, in zijn woorden, optimistische aannames voor wind op zee.Die studie is onafhankelijk door TNO uitgevoerd. De studie naar desysteemkosten voor kernenergie liep samen met de andere studies, zoalsdie voor het WIN, het infrastructuurplan voor wind op zee, waarin al welrekening is gehouden met een lagere factor. Het is natuurlijk vervelend dater in het debat ruis ontstaat over verschillende capaciteitsfactoren. Dat isook precies de reden dat ik het gesprek met de TU Delft aanga, want wewillen gewoon goed kunnen zien met welke aannames zij werken en metwelke aannames wij werken. Iedereen, ook ik en het kabinet, heeft erimmers baat bij om met de beste en de meest actuele cijfers te werken. Ikben er helemaal niet op uit om bewust uit te gaan van een hogere of eenlagere capaciteitsfactor; ik wil in analyses gewoon de meest actuele, demeest realistische capaciteitsfactor gebruiken.Voorzitter. Waarom kiezen wij voor de bouw van vier kerncentrales? Datvroeg de heer Klos. Dat is een afspraak uit het coalitieakkoord. Ik duikeven in de analyses die er liggen. Het Nationaal Plan Energiesysteem laatzien dat er ruimte is voor 3 tot 7 gigawatt aan kernenergie, zowelgrootschalig als SMR-capaciteit. Vier grootschalige reactoren kunnentussen 4 en 6,4 gigawatt opleveren, natuurlijk afhankelijk van deleverancier. In de analyse van TNO zie je dat het in veel scenario’s efficiëntis om voor vier kerncentrales te kiezen. Het kabinet neemt de definitievekeuze of beslissing voor kerncentrales drie en vier én SMR’s mee in hetProgramma Energiehoofdstructuur II. Daar zijn dus nog geen keuzes voorgemaakt.De heer Vermeer vroeg mij of ik het met hem, of met BBB, eens ben datde aanbevelingen uit het rapport van Peter Wennink aansluiten bij hetkabinetsbeleid over kernenergie. Ja, dat deel ik. Het rapport van de heerWennink sluit aan bij de manier waarop wij werken aan de versterking vanhet energiesysteem, waar grootschalige kernenergie een belangrijkonderdeel van is. Tegelijkertijd – dat schetst de heer Wennink ook – zit erpotentie in de innovativiteit van SMR’s. De heer Wennink noemt tweeprojecten heel erg in het bijzonder: Thorizon en Allseas. In het beleid vandit kabinet zitten ook instrumenten om die innovatie te stimuleren. DeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16326 MOOI-regeling is daar een voorbeeld van. Wellicht dat we daar in detoekomst een IPCEI aan toe kunnen voegen.Voorzitter. Mevrouw Van Oosterhout merkte op dat je in landen om onsheen vertraging ziet optreden. Zij vroeg: is de situatie in Nederland nouanders? En waarom zou ik niet een techniekneutrale tender openstellen?Eerst even over het buitenland. Bij de ontwikkeling van kernenergie eneigenlijk bij de vormgeving van de hele aanpak – hoe komen we tot diebouw? – kijken we ook naar andere Europese trajecten. We kijken nietalleen naar Finland, een voorbeeld dat mevrouw Van Oosterhout noemde,maar ook naar Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk, Tsjechië en Polen. Het isabsoluut waar dat de bouw van een kerncentrale een complex enlangdurig project is. Ik ben dus steeds aan het kijken hoe je dat op eenzorgvuldige manier doet: hoe zorg je ervoor dat je de snelheid behoudt,terwijl je de beperking door de complexiteit en de potentiële risico’s die erzijn wel in acht houdt? We hebben de technische-haalbaarheidsstudiesgedaan vooruitlopend op het techniekselectieproces: dat is een voorbeeldvan hoe we snelheid hebben gemaakt, terwijl we wel netjes alle stappendie we moeten doorlopen, zorgvuldig hebben doorlopen. Dat was juistbedoeld om snelheid te maken.Dan nog even over de techniekneutrale tender, als antwoord op de vraagvan mevrouw Van Oosterhout. Er is geld gereserveerd voor de bouw, voorde ontwikkeling van kerncentrales. Daarvoor heb je in de beginfasegewoon een grotere rol van de overheid nodig; ook dat zien we als we devergelijking maken met landen om ons heen. De verwachting van hetkabinet is niet dat als je nu een techniekneutrale tender gaat openen, datineens tot een ander type inschrijvingen zal leiden. Ik merk wel op dat we,naast geld voor kernenergie, ook geld gereserveerd hebben om tevoorkomen dat wind op zee komend jaar stil gaat vallen, dus dat we ookeen tender met subsidie kunnen gaan uitschrijven.Voorzitter. Dan een vraag van de heer Van den Berg: komt er nog eenaparte integratiestudie voor SMR’s? Met het Nationaal Plan Energie-systeem maken we een integrale afweging en gaan we uit van deontwikkeling en inpassing van 3,5 tot 7 gigawatt kernenergie. Ik vind hetbelangrijk dat SMR’s ook onderdeel zijn van die integrale afweging en datze worden betrokken in de eerstvolgende actualisatie van het NPE, inplaats van dat we aparte studies doen. Het wordt dus daarin meege-nomen. Hierbinnen ziet het kabinet een brede potentie voor SMR’s, nietalleen voor elektriciteit, maar ook voor warmte, zoals ik volgens mij inmijn inleiding ook al zei, met name bij industrieclusters. Het potentieelvermogen hangt weer af van de vraagontwikkeling binnen energie-clusters.Dan nog een vraag van de heer De Groot. Hij vroeg hoe ik voorkom datnetcongestie of trage netwerkontwikkeling de bouw van kerncentrales ofSMR’s vertraagt. De inpassing van kerncentrales in het systeem wordtdoor TenneT onderzocht als onderdeel van het locatieonderzoek.Tegelijkertijd onderzoeken we hoe toekomstige aanlandingen van wind opzee in het net passen. Dat loopt via het programma VAWOZ. Besluitenover die beide ontwikkelingen neem ik in de eerste helft van komend jaar,op basis van een integraal beeld. TenneT rekent tweejaarlijks aan deverwachte vraag en aanbod in het net. Dat is onlangs nog gebeurd in hetinvesteringsplan voor 2026. Vooruitlopend op de locatiekeuze is in dedoorrekening van TenneT al rekening gehouden met een mogelijkevestiging in Zeeland. Zodra duidelijk is waar de kerncentrales beoogd zijn,kan TenneT daar definitief rekening mee houden in de scenario’s en deplanning. De verwachting is dat de definitieve locatie van de kerncentralesonderdeel zal zijn van het eerstvolgende investeringsplan; dat is hetinvesteringsplan 2028.Voorzitter. Dit was mijn eerste blokje.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16327 Ik kijk even naar de leden voor vragen. Ik begin bij mevrouw VanOosterhout namens GroenLinks-Partij van de Arbeid.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Nog even over de techniekneutrale tenders. De Minister stelt dat deverwachting is dat niemand zich zou inschrijven voor kerncentrales als wedat techniekneutraal zouden doen. Mijn vraag is deze. Als we dit bedragvan 20 miljard à 30 miljard zouden gebruiken voor subsidiëring van wind,zon en opslag, hoeveel meer elektriciteit zouden Nederlanders dankunnen krijgen in ruil voor dit belastinggeld?Minister Hermans:Dat hangt van heel veel factoren af. Als wij tenders doen met subsidie,vragen we aan het PBL om een marktanalyse te doen om te kijken wat jemoet subsidiëren om de onrendabele top af te dekken. Die is weerafhankelijk van de elektriciteitsprijs, dus dat is nu niet even snel in eensommetje uit te drukken. Dat is de technische kant. Daarnaast zit nog devraag: wat moet het energiesysteem of de energiemix van de toekomstzijn? Ik vind, en dat is ook het beleid van dit kabinet, dat wij moetenwerken aan een energiemix waarin verschillende vormen van energiezitten. Wind en zon vormen absoluut een heel belangrijk onderdeel, maarwe hebben ook kernenergie nodig voor de dagen dat de wind niet waaiten de zon niet of maar heel beperkt schijnt. Je hebt dus een vorm vanenergie nodig die voor stabiliteit en leveringszekerheid zorgt in de dagenvan dunkelflaute. Daar hebben we vorig jaar een aantal keer een debatover gehad. Dat is dus ook echt de visie van dit kabinet op het toekom-stige energiesysteem. Kernenergie en wind op zee maken daar onderdeelvan uit. Zon ook, maar ik focus even op wind op zee en kernenergie. Bijwind op zee zag ik dat die tenders stilvallen als je die tenders blijftuitzetten zonder subsidie. Dat hebben we ook gezien in de tender inoktober. Daarom heeft het kabinet gezegd: dan moeten we dus ook geldbeschikbaar stellen voor een tender met subsidie, zodat ook die ontwik-keling doorgaat. Om in de toekomst aan de grote toename in de elektrici-teitsvraag te kunnen voldoen, hebben we ook wind op zee nodig.De heer Van den Berg (JA21):Allereerst, voorzitter. Ik had net een vraag gesteld aan de Minister, maar ikheb simpelweg het antwoord op die vraag niet gekregen. Gaat dit danalsnog van mijn interrupties af?De voorzitter:Meestal doen we dat hier niet, maar het kan ook zijn dat de vraag nog opeen ander moment komt. Ik zou dus graag aan het eind van het debatwillen bekijken of u antwoord heeft gekregen op al uw vragen. Heeft u eeninterruptie voor de Minister?De heer Van den Berg (JA21):Nou, concreet dan. Er werd wel ingegaan op de vraag, maar het antwoordkwam niet. Mijn vraag was simpelweg of de Minister bereid is om TNO tevragen om de doorrekening die daar nu ligt opnieuw te berekenen, zodatwij wel een helder beeld krijgen van die systeemkosten. Waarom? Als wijdat niet krijgen, hebben wij ook geen eerlijk beeld van het speelveld dat erzou zijn met de realistische capaciteitsfactoren. Aan het rapport dat er nuligt, hebben we op deze manier onvoldoende.Minister Hermans:Waarom acht ik dat niet direct noodzakelijk? TNO heeft die analyse van desysteemkosten voor ons gedaan. Het heeft daarin gewerkt met verschil-lende aannames en daar kwamen verschillende scenario’s uit. Daaruit kanje concluderen dat het loont – laat ik het even zo zeggen – om kernenergieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16328 onderdeel te maken van de energiemix. Ik zou het ook vervelend vindenals er discussie blijft bestaan, ook naar aanleiding van het debat dat wevorige week in het vragenuur hadden. Wat ik kan doen, is aan TNO vragenof zij een gevoeligheidsanalyse willen maken op basis van de verschil-lende percentages aan capaciteitsfactoren die er rondgaan. Ik wil wel aande heer Van den Berg vragen om mij en mijn collega’s even dat gesprekmet de TU Delft te laten voeren, zodat we een goed beeld hebben –anders blijven we analyse op analyse op analyse doen en dat lijkt me ookniet heel nuttig – dus dat we als we dat goed hebben uitgeklaard tussenTU Delft en het ministerie, naar TNO gaan met een gerichte vraag.De heer Van den Berg (JA21):Dan zitten we al in een interruptie. Allereerst dank voor die toezegging. Ikvraag me alleen wel af wanneer u daar dan naar verwachting mee kuntterugkomen, op dat gesprek met de TU Delft en vervolgens TNO en derealistische percentages. Daar zou ik wel een antwoord op willen hebben.Minister Hermans:Ik heb vorige week al gezegd dat wij dat gesprek met TU Delft gaanvoeren. Ik kan nu niet een exact moment noemen wanneer die uitkomstener zijn. Die percentages komen dan dus ook later. Daar kan ik dus nu ookniks over zeggen. Zodra ik dat weet, wil ik de Kamer dat laten weten. Ditvergt denk ik best even een paar gesprekken.De voorzitter:Wilt u nog een interruptie, meneer Van den Berg? Dat is dan uw derde. Ikwil toch even streng zijn. De Minister heeft wel antwoord gegeven, maardat is niet het antwoord dat u graag wil, dat u wilde horen of dat uverwacht had. Daar zit natuurlijk een interpretatieverschil, of het wel ofniet een interruptie is. U zult gewoon uw vragen moeten doorzetten omde antwoorden te krijgen die u graag wilt hebben. Zo werken wij hier. Dusgaat uw gang.De heer Van den Berg (JA21):Nee, dan laat ik het nu even schieten.De voorzitter:Heel verstandig. Dan ga ik eerst naar mevrouw Teunissen, want die waseerder in de rij. Dan kom ik daarna bij u, meneer Jumelet.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Wat heel vaak door de voorstanders vankernenergie naar voren wordt gebracht – ik hoor de Minister daar ookover – is die stabiliteit, dat kernenergie nodig zou zijn voor een stabieleenergievoorziening, maar de geplande centrales kunnen hooguit 15% vande energievoorraad geven en die moeten ook altijd aan blijven staan. Bijeen energieterugval, als het heel koud is, is het dus niet voldoende omalleen die kerncentrales te hebben. Op andere momenten, in de zomer, isjuist heel veel energie overbodig, maar moeten die centrales toch aanblijven staan. Daarmee blijft dus overeind dat dit voor de stabiliteit die wemet elkaar willen, gewoon een hele dure en inefficiënte oplossing is. Mijnvraag is daarom de volgende. Waarom zet de Minister voor optimaleenergiezekerheid niet in op maximalisering van de inzet van zon en winden op energieopslag, juist voor die piekmomenten?Minister Hermans:Dat zei ik helemaal in het begin van mijn inbreng. Uiteindelijk gaat het omeen diversificatie in energiebronnen. Om ons zo weerbaar mogelijk temaken, willen we niet afhankelijk zijn van één bron. We hebben dusmeerdere bronnen naast elkaar nodig. Wind en zon zijn heel belangrijk,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16329 maar daar zit een zekere mate van onzekerheid bij, namelijk als de windniet waait en de zon niet schijnt. Je kunt wel met opslag werken, dusdaarin investeren we ook. Daarnaast wil je iets van een baseload, vanregelbaar vermogen, hebben. Dat levert kernenergie. Dat is dus deachterliggende reden dat ik dat punt van leveringszekerheid maakte.Mevrouw Teunissen haalt kernenergie de hele tijd uit de vergelijking enzet wind en zon helemaal bovenaan. Dat moet volgens haar dan hetverschil gaan maken, maar in alleen wind en zon zit een onzekerheid – datis mijn punt – namelijk als het niet waait en als de zon niet schijnt. Daarwil ik iets tegenover zetten.Nogmaals, wind op zee zal een ongelofelijk belangrijk onderdeel, sterkernog, het grootste onderdeel uit gaan maken van onze energiemix in detoekomst. We moeten dus ook doorgaan met de aanleg van wind op zee,want om die gigantische stijging in de vraag naar elektriciteit op tekunnen vangen, heb je wind op zee nodig. Je hebt wind op zee nodig voordie massa en tegelijkertijd kernenergie voor stabiliteit en betrouw-baarheid.Mevrouw Teunissen (PvdD):Het was ooit Shell die het woord «energiemix» heeft gelanceerd. Ik was erzelf nog bij aanwezig; dat was op een Shellfestival op het Malieveld. Daarwerd uitgebreid uitgevent: we hebben een energiemix nodig. Op zichzelfben ik niet zo tegen diversificatie. Alleen, het is een andere interpretatiedaarvan. Waarom zou je de keuze maken voor kernenergie in diediversificatie? Je kan ook kiezen voor iets anders. Wind en zon zijn niet deenige opties die ik heb genoemd. Je hebt namelijk ook geothermie,waterstof en energiebesparing. Dat is ook een mix waarvoor je kuntkiezen. Dat is veiliger en maakt ons minder afhankelijk van Rusland. Overdat laatste ga ik zo meteen nog wel een vraag stellen. De Minister blijfthalsstarrig vasthouden aan het idee dat alleen kernenergie onze leverings-zekerheid kan borgen.Minister Hermans:Nee. Dit kabinet doet en-en-en. U noemde waterstof. Er is ook veel inzetop geothermie – ik kom daar straks nog op terug naar aanleiding van eenopmerking die mevrouw Teunissen maakte – en op wind, en op zon, en opopslag én op kernenergie. Dat wij van mening verschillen over hetfenomeen kernenergie is wel duidelijk, maar ik acht het een bewezentechnologie, een CO2-vrije vorm van energielevering die een hele goedeen betrouwbare aanvulling is op een mix waar al die andere vormen ookonderdeel van uitmaken. Daar blijven we ook inzet op plegen.De voorzitter:Ik kijk naar de heer Jumelet en daarna kom ik bij u, meneer Vermeer.De heer Jumelet (CDA):Ja, dank u wel, voorzitter. Ik hoor de Minister zeggen «3 tot 7 gigawatt».Nou, dat is inderdaad zo met vier centrales. Maar ik hoorde haar ookzeggen dat daarin de bijdrage, de capaciteit, van de SMR’s is meege-rekend. Volgens mij zei u dat. Ik weet niet of het in dit blokje past, maarmijn beeld erbij is dat het een soort treintje is: eerst die twee, of zeg vier,grote centrales en dat dan de SMR’s ook meegenomen worden. Mijnvraag is of ik het juiste beeld heb.Minister Hermans:Twee dingen. Ik ga zo meteen nog uitgebreid in op de SMR’s, maarhierover wil ik twee dingen zeggen. Ik noemde die 3 tot 7 gigawatt, die inhet NPE staat. Dat is een beleidsmatige keuze in de trant van: als wij nunaar de energiemix van de toekomst kijken, is dit het aandeel kernenergie,grootschalig en SMR. Dan even over de SMR. Eerst het een dan het ander,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16330 zei u. Dat is niet hoe we nu aan het werk zijn. Ja, we zijn bezig met de heleprojectprocedure voor de bouw van de eerste twee kerncentrales.Daarnaast hebben we die visie op de SMR’s gepresenteerd, waarin welaten zien welke stappen er allemaal gezet worden om de potentie vanSMR’s in het Nederlandse energiesysteem, dicht bij energieclusters, en deinnovatieve kant ervan te laten zien en die toepassing in Nederland van degrond te krijgen. Dat loopt allemaal parallel. Het is wel zo dat we voor debouw van de grootschalige kerncentrales al daadwerkelijk in eenprojectprocedure zitten. Dat is bij de SMR’s nog niet het geval.De heer Jumelet (CDA):Dank voor het antwoord. Ik heb vandaag namelijk juist gevraagd hoe hetnou precies zit met de volgtijdelijkheid. Het een gaat misschien iets snellerdan het ander. Een aantal innovaties en ontwikkelingen doen zich voor.Daar worden we ook over geïnformeerd. Het zou toch jammer zijn als dekansen van die SMR’s niet benut worden, juist als het gaat om de heleopgave die we met elkaar zien. Misschien kunt u dat antwoord nog wataanscherpen, want die vraag puzzelt mij.Minister Hermans:Dat kan volgens mij naast elkaar bestaan, dus wat we aan het doen zijnom de bouw van die grootschalige kerncentrales van de grond te krijgen –ik moet eigenlijk zeggen: om de schop in de grond te krijgen – en detoepassing van SMR’s. Ook daarin moet je eigenlijk weer onderscheidmaken: als we stappen gaan zetten in de innovatieve vormen, die de heerJumelet ook noemde in zijn inbreng, doorloop je eigenlijk een andereprocedure, een ander proces, dan bij de wat ik maar even de «conventi-onele SMR’s» noem, bijvoorbeeld de Rolls-Royce. Dan kom je meer in eenruimtelijk inpassingstraject dat vergelijkbaar is met wat we voor degrootschalige kerncentrales doen. Dat loopt allemaal naast elkaar, kantegelijkertijd bestaan. De stand is dat we met die grootschalige kerncen-trales voor nummer één en twee in de projectprocedure zitten en voorSMR’s op dit moment allerlei acties uitvoeren en opzetten om de potentiedie er is verder in beeld te krijgen en te zien wat er nodig is om diedaadwerkelijk in de praktijk te brengen.De voorzitter:Ja, u mag vier keer in totaal, meneer Jumelet. Dit is de derde keer.De heer Jumelet (CDA):U telt goed, voorzitter, dank u wel. Ik wil misschien toch nog eveninzoomen op de brief van 17 oktober. Daarin is te lezen dat bij die eersteSMR het Rijk slechts bevoegd gezag is, terwijl bij minder dan500 megawatt de provincie dat ook zou kunnen zijn. Ik zie dit als de vingeraan de pols houden, zo van: hoe gaan we hier met elkaar van leren? Ikdenk dat dat heel goed is, maar misschien kan de Minister ook bevestigendat dat ook de bedoeling is, dus dat het juist geen hindermacht wil zijndoor te wachten op een aantal ontwikkelingen en dan pas die SMR’sverder te willen brengen tot realisatie. Kan zij bevestigen dat je juist insamenspraak met elkaar, met een provincie of met een andere overheid,kijkt wat je zo snel mogelijk met elkaar kunt realiseren? Dat zou mijn vraagzijn.Minister Hermans:Nee, het is niet bedoeld als hindermacht. Waar de heer Jumelet aanrefereert, is hoe gaan we nou het bevoegd gezag indelen? Wij zeggen inde strategie dat bij het eerste SMR-project, waarbij het even niet uitmaaktvan wat voor omvang of type dat is, het Rijk het bevoegd gezag zal zijn ende regie op de procedure zal nemen, gewoon om met elkaar van te leren.In een later stadium kan dat, afhankelijk van de omvang van het project,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16331 ook op provinciaal niveau. Dat gaat over het bevoegd gezag. Dat is watanders dan de initiatiefnemer van een project. Dat zijn dus twee verschil-lende dingen, maar de initiatiefnemer en het bevoegd gezag zullenuiteindelijk natuurlijk wel goed samen moeten werken, als ze in eenprocedure met elkaar komen om daadwerkelijk tot realisatie over te gaan.De heer Jumelet (CDA):De vierde, voorzitter?De voorzitter:Ja, uw laatste interruptie.De heer Jumelet (CDA):Het rapport van Wennink geeft aan dat we inderdaad snel aan slagmoeten, dat er allemaal uitdagingen liggen, dat innovaties belangrijk zijnen dat die benut moeten worden. Ik ben blij met dit antwoord, want ditgeeft inderdaad ruimte om aan de slag te gaan en ook de lat echt hoog teleggen, zodat de innovaties in Nederland verder gebracht kunnen worden.Dus dank voor het antwoord.De voorzitter:Is daar nog een reactie op? Anders gaan we naar de interruptie van deheer Vermeer.Minister Hermans:Ik heb volgens mij antwoord gegeven en dan kan ik, als er geen andereinterrupties zijn, naar het volgende blokje. Maar dat is niet zo.De voorzitter:Nee, de heer Vermeer heeft nog een interruptie. Ga uw gang.De heer Vermeer (BBB):Excuses, voorzitter. De Minister geeft, als ik het goed begrepen heb,eigenlijk aan dat ze het niet noodzakelijk acht om die TNO-analyse van deintegrale kosten van kernenergie versus wind op zee te updaten, omdat ertoch al verschillende scenario’s in zitten die zeggen: het moet gewoongebeuren en het kan ook op die manier. Inmiddels zijn er subsidies nodigbij tenders voor wind op zee. We hebben verhoogde kosten vanaanlanding, verhoogde kosten voor de waterstofinfrastructuur, verhoogdekosten voor het netwerk en maatschappelijke schade voor het toerisme engezondheid. Complete gemeenschappen, zoals Moerdijk, komen onderdruk te staan, wat ook geld gaat kosten. Vanuit dit debat hier geredeneerdkan je zeggen dat we genoeg informatie hebben om te zeggen datkernenergie door moet gaan, maar wij worden geacht om de integraleaanpak te bekijken als volksvertegenwoordigers. Ik wil eigenlijk nog welweten hoe het zich inmiddels verhoudt tot wind op zee en of we nog welwind-op-zeetrajecten moeten doen. Ik wil de Minister dus wel vragen omdit continu met de nieuwe informatie te updaten en ik heb er ook welbehoefte aan om het in de Kamer eens over die hele kostenberekening tehebben, want in het debat zie ik gewoon ... Ik vind het onwaarheden. Af entoe worden die gewoon verteld, terwijl we de exacte informatie moetenhebben. Dan kunnen we allemaal dezelfde berekening maken, wantanders kunnen we niet de juiste investering goedkeuren.Minister Hermans:Dat is wel interessant. In de ene interruptie is het «er mag helemaal geenkernenergie» en in de andere interruptie «er mag helemaal geen wind opzee». Mijn antwoord aan de heer Vermeer zal ook hier zijn: het zijn windop zee, zon en al die andere vormen van hernieuwbare energie énkernenergie in onze mix van de toekomst. Ik deed juist een toezegging aanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16332 de heer Van den Berg. Wat ik niet noodzakelijk acht, is een hele nieuwe,totaal nieuwe systeemkostenanalyse. Ik wil wel een vraag stellen aanTNO, nadat we die gesprekken met TU Delft hebben gedaan en inzichthebben in wat nou hun aannames zijn onder de berekening van decapaciteitsfactor en hoe we dat bij elkaar brengen. Als we dan tot eenbandbreedte van capaciteitsfactoren zijn gekomen of een gezamenlijkovereengekomen capaciteitsfactor – daar wil ik even allemaal niet opvooruitlopen – vraag ik aan TNO: zouden jullie met deze informatie nogeens een gevoeligheidsanalyse willen doen op de systeemkostenanalysedie jullie gedaan hebben? Want heel veel van het basiswerk van TNOverandert hier niet door. Dat heb ik al toegezegd aan de heer Van den Bergen het is alleen maar fijn dat ik dat nu nog een keer kan herhalen in derichting van de heer Vermeer.De heer Vermeer (BBB):Ik zeg niet dat ik helemaal geen wind op zee wil. Ik vind dat wij hier alsKamer goede afwegingen moeten kunnen maken en alle plannen voorwind op zee zijn van misschien al vijf of zes jaar terug met heel andereinformatie. Op basis daarvan zeggen we «dat en dat en dat moet er dekomende twintig jaar gaan gebeuren», terwijl ik al die panelen zieschuiven. Ik vraag me daarbij af of dit wel de juiste mix is. Wij moeten opzoek naar de juiste mix. Daar ben ik het mee eens, maar dan moeten weniet net doen alsof de plannen die al zo oud zijn gewoon onverkortdoorgezet moeten worden. Volgens mij moeten we daar juist ... Ik zegsteeds: als je dashboardlampje rood brandt, dan moet je even naar devluchtheuvel toe of in ieder geval naar de vluchtstrook en dan moet jekijken wat er onder de motorkap aan de hand is. Ik wil gewoon een updatevan de realiteit van de verschillende plannen en niet achter doelen aanlopen die ooit zijn vastgesteld.De voorzitter:Helder. Mag ik u oproepen om korte interrupties te doen? De Minister.Minister Hermans:Dat ben ik eens met de heer Vermeer: we moeten realisme in het beleidbrengen, en dat betekent dat je ook moet durven bijsturen en bijstellen alsde situatie daarom vraagt. Dat is precies wat we gedaan hebben met hetwindinfrastructuurplan dat ik net voor de zomer naar de Kamer hebgestuurd, en de aangekondigde bijstelling in de Energienota van deambities voor wind op zee. We zijn nu bezig met een actualisatie van hetNPE. Er komt een Programma Energiehoofdstructuur II. Van al diedocumenten vinden actualisaties plaats, waarin ook de bijgesteldeambities voor wind op zee een plek krijgen. Dus ja, dat moet je blijvendoen, want dat is de enige manier om steeds zo realistisch en actueelmogelijk beleid te kunnen maken.De voorzitter:Ik kijk nog één keer naar de leden of er nog interrupties of vragen zijn. Datis niet het geval. Dan gaan we door naar het volgende blokje en dat isvolgens mij financiering.Minister Hermans:Nee, voorzitter, de locatie.De voorzitter:O, kijk eens aan. Ik zie het, ja. Gaat uw gang.Minister Hermans:Voorzitter. Dat we kerncentrales gaan bouwen en waarom, daar ging hetin het vorige blokje over. Een andere vraag is: waar doe je dat dan? DatTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16333 vraagt een heel zorgvuldige weging en besluitvorming. Op dit momentzijn nog alle locaties onderdeel van het onderzoek, dus Eemshaven, deMaasvlakte en meerdere mogelijke locaties in Zeeland. Na de zomer van2026 kan naar verwachting een ontwerp-voorkeursbeslissing voor delocatie genomen worden. De verwachting is dat die beslissing begin 2027definitief genomen kan worden. De bouw van kerncentrales zal voor,tijdens en na de bouw een grote en langjarige impact hebben op de regio.Daarom werkt het kabinet ook nu al nauw samen met de regio om eenzogenaamd Rijk-Regiopakket samen te stellen.De heer Jumelet en de heer De Groot vroegen naar de NRD en wanneerdie nu precies komt. De NRD is zo goed als gereed, maar er zijn meer dan500 reacties op binnengekomen en die willen wij in het kader van denodige zorgvuldigheid allemaal goed en zorgvuldig behandelen. Daaromis daar iets meer tijd voor nodig en staat de publicatie nu gepland vooreind januari. Daar zeg ik in de richting van de heer De Groot direct bij: datheeft geen impact op het doorlopen van onderzoeken en de verderebesluitvorming. De onderzoeken zijn immers al in volle gang. Mijn inzet isnog steeds om direct na de zomer van 2026 de ontwerp-voorkeursbeslissing te nemen over de locatie van de eerste tweekerncentrales.Dan vroeg mevrouw Van Oosterhout of ik kan bevestigen dat anderelocaties zoals Eemshaven niet meer serieus overwogen worden. Zoals ikal zei onderzoekt het kabinet meerdere locaties, zeven in totaal, waarvandrie in Eemshaven. Twee daarvan zijn op landbouwgrond. Wij doen datonderzoek. Ik heb in een eerder debat en ook in een brief heel uitgebreidtoegelicht waarom dat ook in Eemshaven moet, als onderdeel van deprojectprocedure. In het kort doen wij dat omdat wij op grond van deprocedures die wij hebben, verplicht zijn om alle redelijke alternatieven teonderzoeken.Wij willen voorkomen dat we in een later stadium door de rechter op onzevingers worden getikt, met alle vertraging van dien, en te horen krijgen «uheeft een van de redelijke alternatieven niet onderzocht». Daarom hebbenwe besloten om dat locatieonderzoek toch te doen, ondanks dat ik mijrealiseer wat voor Kameruitspraken er gedaan zijn en welke gevoeligheid– en weerstand, moet ik eigenlijk zeggen – ertegen bestaat in Groningen.Ik herhaal graag wat ik daarover al eerder heb gezegd: als wij straks eenkeuze hebben, als alle onderzoeken zijn afgerond, dan zal de voorkeuruitgaan naar een locatie in Zeeland.Het onderzoek naar natuur, stikstof en ecologie loopt op dit moment en ikkan nog niet zeggen of dat een vertragend effect heeft op andere plannenin het gebied met stikstofuitstoot. Dat moeten we echt allemaal zien in deuitwerking van die onderzoeken. Direct na de zomer leg ik dus delocatiekeuze en het onderliggende onderzoek ter inzage.Dan vroeg de heer Flach mij nog waarom ik er niet voor kies om eenlocatie uit te werken waar één centrale past in plaats van twee. Dekostenvoordelen van twee reactoren op één locatie zijn dermate groot datdit vanaf het begin van de procedure een uitgangspunt is geweest.Vandaar dat we locaties en alternatieve locaties op die manier in beeldhebben gebracht. Dit sluit ook aan bij wat wij zien bij buitenlandseprojecten. Daarom houden we in deze procedure vast aan twee reactorenop één plek.De heer Flach vroeg mij ook of ik het met hem eens ben dat voor delocatie vooral gekeken moet worden naar industriegebieden, zoals bijBorssele en op de Tweede Maasvlakte, in plaats van naar een polder.Volgens mij noemde de heer Flach de Paulinapolder expliciet. Ik ben zelfop bezoek geweest in de Paulinapolder in Zeeland en heb daar ookmensen gesproken. Ik snap dat de ongewisheid over de toekomst van jebedrijf lopende het onderzoek leidt tot veel onzekerheid en dat dit veelemoties losmaakt. Dat heb ik zelf ook ervaren in dat gesprek. Precies omdie reden kijken wij in die locatieonderzoeken niet alleen naar kosten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16334 techniek en milieu, maar ook naar de omgeving, naar het effect op deomgeving en naar draagvlak.Ik ben in gesprek met de provincie en de gemeente en doorloop dus eenheel zorgvuldig proces. Dat doe ik echt stap voor stap. Ik deel met de heerFlach dat industriële gebieden een voordeel hebben, want daar zit veelvraag naar energie. Maar die gebieden hebben ook weer nadelen,bijvoorbeeld op het gebied van veiligheidscontouren. Ook zie je dat vaakook in de regio’s zelf de voorkeur uitgaat naar ontwikkelingen in industrie-gebieden. Toch heb ik mij op grond van de wet en de afgesprokenprocedures te houden aan het zorgvuldig onderzoeken van alle alterna-tieven. Dat doen we en dat doen we integraal, dus ik bekijk echt alleeffecten. Op basis van al die informatie nemen we een besluit, en al dieinformatie wordt na het genomen besluit natuurlijk ook ter inzage gelegd.Dan vroegen de heer Flach, mevrouw Teunissen en mevrouw VanOosterhout naar de koeltorens in Zeeland. Of ik die, in de woorden van deheer Flach, ga vermijden. Daarop is het antwoord ja. Ik wil die inderdaadvermijden. Ik heb eerder al aangegeven dat het voor de locatie Borsseletechnisch gezien waarschijnlijk niet nodig is om koeltorens te plaatsen,omdat er voldoende koelwater beschikbaar lijkt te zijn. Ook voor anderelocaties hebben wij een voorkeur voor doorstroomkoeling in plaats vankoeltorens. Als blijkt dat op basis van het lopende ecologische onderzoekaanvullende maatregelen nodig zijn, dan zal ik die per locatie in beeldbrengen. Dat wordt te zijner tijd ook allemaal onderdeel van het locatiebe-sluit.Dan een vraag van de heer Vermeer en mevrouw Van Oosterhout over deZeeuwse voorwaarden en of we die allemaal gaan inwilligen. Ik zei al datwe in een intensief proces zitten om tot een Rijk-Regiopakket te komen,zodat wij, als we straks een voorkeursbeslissing nemen – ik zei al dat, alser een keuze is, het Rijk een voorkeur heeft voor Zeeland – ook direct eenafspraak over zo’n pakket kunnen maken. In het hele proces van hetkomen tot zo’n pakket zijn de Zeeuwse voorwaarden richtinggevend.Hetzelfde geldt overigens ook voor de voorwaarden van de provincie. Ikkan alleen op dit moment niet toezeggen dat ik ze allemaal een-op-eeninwillig.Het Rijk-Regiopakket waar we over spreken, moet straks antwoord gaangeven op de vraag hoe we zo goed mogelijk tegemoet kunnen komen aanalle belangen en verzoeken die er liggen, en ook aan de zorgen die er zijn.Daarvoor hanteren wij een aantal uitgangspunten: het moet proportioneelzijn, het moet passen in ons energiesysteem, het moet passen bij onzewettelijke normeringen en het moet juridisch haalbaar zijn. Dat is hetvoorbehoud dat ik moet maken, maar het is sowieso heel goed enbelangrijk dat die voorwaarden er liggen en richtinggevend zijn. Datwoord gebruikte ik net ook. Dat zijn ze ook echt. Op die manier kijken weernaar, spreken we erover en proberen we op al die verschillende puntente kijken hoe we daar zo goed als mogelijk invulling aan kunnen geven.Eén vraag tot slot, voorzitter. Dan ben ik aan het einde van dit blokje. Hetgaat om een vraag van de heer Jumelet, namelijk of ik bereid ben om teinvesteren in onderwijs en in afspraken met toeleveranciers en of ikdaarvoor zogenaamde no-regretmaatregelen zou willen nemen. Onderleiding van de gebiedsverbinder die aan het werk is voor datRijk-Regiopakket, spreken we al over no-regretmaatregelen. Die moetendus ook een plek krijgen in dat Rijk-Regiopakket. Zodra er een locatiekeuzeis gemaakt, kunnen we ook starten met het regelen, uitvoeren ofimplementeren daarvan. Daarvoor hoeven we dus niet te wachten op debouw van de kerncentrales.Ik zal nog even de toevoeging doen dat de planning voor de locatiekeuzeop het schema ligt dat ik in de brief van 17 oktober beschreven heb. Daaris niks aan veranderd, ook niet als die NRD wat later gepubliceerd wordtomdat we goed op die zienswijze in willen gaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16335 De voorzitter:Dank u wel voor de beantwoording in dit blokje. Meneer Vermeer, gaat uwgang.De heer Vermeer (BBB):Ik bedank de Minister voor het antwoord. We moeten geen concurrentiecreëren tussen Zeeuwse en Borselse voorwaarden, want volgens mij zijndat twee boodschappenlijstjes. Is dat alleen iets wat ontvangen is enwaaraan gewerkt wordt of is ook al duidelijk welke voorwaardenbijvoorbeeld in de ogen van het ministerie gewoon onhaalbaar of te hooggegrepen zijn of over welke voorwaarden een ander idee leeft? Is er ietsbekend van de status hiervan?Minister Hermans:We zijn daarover nu in gesprek. Dat gebeurt allemaal onder leiding van degebiedsverbinder, die de Borselse en de Zeeuwse voorwaarden – de heerVermeer heeft gelijk; er liggen verschillende voorwaarden – met ons in dattraject bij elkaar probeert te brengen. In de brief van oktober zijn we ook alingegaan op hoe we naar die verschillende voorwaarden kijken en watdaar meer of minder ... «Kansrijk» is niet helemaal het goede woord. Wehebben aangegeven waar we meer en minder dicht bij in de buurt kunnenkomen. Maar ik zou er ook voor op willen passen daar nu al heledefinitieve uitspraken over te doen, juist omdat dit een zorgvuldig procesis, dat echt heel zorgvuldig door de gebiedsverbinder wordt doorlopen enwordt ingericht. We hebben daar ook nog even de tijd voor. Ik zou die tijdook echt wel willen nemen, wat niet wegneemt dat no-regretmaatregelen,zoals de heer Jumelet die noemde, daar natuurlijk ook in meegenomenworden. Als we straks dat pakket hebben, kunnen zeker die maatregelen alsneller worden uitgevoerd.De voorzitter:Uw laatste interruptie.De heer Vermeer (BBB):Weet de Minister ook of zowel de provincie als de gemeente liever hebbendat alles in één keer bekend wordt of dat ze tussendoor al een tussenstandkrijgen, die volgens de Minister niet gewenst is maar misschien wel in hetkader van het managen der verwachtingen van de inwoners in zowel degemeente als de provincie? Misschien denkt de gemeente of de provinciehier anders over en zouden zij graag willen weten waarvan nu al duidelijkis dat het onhaalbaar, minder kansrijk of niet kansrijk is.Minister Hermans:Met een aantal bestuurders op de publieke tribune moet ik nu natuurlijkvoorzichtig zijn. Nee, ik moet altijd voorzichtig zijn en ook zo duidelijkmogelijk. Ik snap dat bestuurders, maar zeker ook inwoners, zo snelmogelijk duidelijkheid willen en willen weten waar ze aan toe zijn. Datweet ik van heel veel projecten waar ik aan werk in deze portefeuille. Eenpaar daarvan zijn vandaag ook alweer genoemd, onder anderen door deheer Vermeer. Dus ik wil niks liever dan zo snel mogelijk duidelijkheidgeven. Ik weet ook dat er niks vervelender is dan nu iets zeggen en daarstraks op terug moeten komen of een valse verwachting wekken. Daaromben ik een beetje terughoudend om nu allerlei toezeggingen te doen of tezeggen: laten we «vooruitlopend op» alvast een pakketje maatregelen ofeen pakketje voorwaarden inwilligen. We zitten wat mij betreft echt in eengoed en constructief proces. Alles is erop gericht om een Rijk-Regiopakkette hebben op het moment dat er ook een voorkeursbeslissing voor delocatie of een ontwerp-voorkeursbeslissing wordt genomen. Dat is directna de zomer, waarvoor we dus – zo herhaal ik nog maar een keer – al opschema liggen. Sommige van de voorwaarden hangen af van hoe je zeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16336 invult, van de techniekselectie. We zijn nog niet bij die fase van techniek-selectie. Dus in zekere zin vraagt dit proces van ons allemaal ook eenstap-voor-stapbenadering. Dat vraagt geduld van iedereen – dat realiseerik me – maar als je die voorwaarden zo goed mogelijk wilt invullen, danmoet je ook zo veel mogelijk weten over hoe het project er precies gaatuitzien.De heer Flach (SGP):Ik heb twee vragen aan de Minister, die ik afzonderlijk van elkaar zalstellen. De eerste vraag was waarom er niet gekozen is voor een locatiemet één kerncentrale. Daarop heeft de Minister opnieuw uitgelegd dat datvanwege kostenefficiëntie is. Dat snap ik. Dat lijkt me ook de enigelogische reden daarvoor. Maar in mijn bijdrage heb ik gezegd dat deCommissie m.e.r. aangeeft dat als je daarop terug moet komen, je de helelocatieselectie opnieuw moet doen. Ik heb me laten vertellen, en ik kan medat nog steeds moeilijk voorstellen, dat het bouwen van één kerncentraleleidt tot de grootste bouwput van West-Europa. Twee kerncentralesbetekenen een twee keer zo grote bouwput. Dat is dan zo’n beetje degrootste van een nog grotere omgeving. Met andere woorden: het beperktde mogelijkheden en het maakt de impact ook veel groter, dus uit dieselectie kan ook komen dat je toch terug moet schakelen naar één en één.Maar dan moet je het hele proces opnieuw doen. Dus dat is de achter-grond van mijn vraag.Minister Hermans:Als je aan zo’n projectprocedure begint, moet je natuurlijk een projectbe-schrijving maken. Dat wil je zo zeker of zo vastomlijnd mogelijk doen,want dat maakt dat je goed onderzoeken kan doen en dat je alvast, wat weook hebben gedaan, een technische haalbaarheidsstudie kan doen. Daarhangt dit dus mee samen. Ik denk dat je ook niet zomaar kan zeggen dat jealles keer twee kan doen: dus als de bouw van één kerncentrale degrootste bouwput is, dan is twee kerncentrales twee keer de grootstebouwput. Dat telt natuurlijk ook door in de kosten en in allerlei anderefactoren. Naast dat belangrijke vertrekpunt van de kosten zit er ook in datje op een gegeven moment een projectbeschrijving maakt op basiswaarvan iedereen aan het werk gaat om de stappen te kunnen zetten omuiteindelijk tot de daadwerkelijke bouw over te kunnen gaan.De heer Flach (SGP):Ik constateer dan maar dat de Minister het risico dat de Commissie m.e.r.schetst, eigenlijk dus niet ziet. Dan mijn tweede vraag. Die bouwt eenbeetje voort op waar de heer Vermeer vrij uitgebreid op is ingegaan,namelijk die Borselse en Zeeuwse voorwaarden. De Minister zegt: we zijnbezig om te komen tot een goed Rijk-Regiopakket en we doorlopen eenzorgvuldig proces. Dat kan een heel bestuurskundig of participatief goeddoorlopen proces zijn, maar dat zegt nog niks over de uitkomst. Ik heb netaan de woordvoerder van de VVD gevraagd of hij vindt dat dievoorwaarden onverkort moeten worden uitgevoerd. Dat ga ik niet vragenaan de Minister, want die zit hier als dienaar van de Kroon, maar ik benwel benieuwd naar de insteek waarmee zo’n gesprek wordt ingegaan.Zeeland is feitelijk de derde provincie waar Nederland voor een grootgedeelte afhankelijk van is als het gaat om energie. Limburg en Groningengingen voor. In beide gevallen hebben we geconstateerd dat dieprovincies meer geleden hebben dan daarvoor teruggekregen. Metandere woorden: gaan we dit proces met Zeeland nu in als een koopmanof koopvrouw, of hebben we een meer moederlijke rol, in de zin van«laten we zorgen dat wat we doen, ook een beetje draaglijk is voor demensen hier?» Dus koopvrouw of moeder? Daar mag de Minister uitkiezen wat mij betreft.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16337 Minister Hermans:Dan begin ik even met de Commissie m.e.r. en de risico-opmerking die deheer Flach maakt. Mijn verantwoordelijkheid is risico’s te wegen, dan eenkeuze te maken en zo een stap in een proces te zetten. Dus ik zeg niet datik een risico níét zie, of het er niet mee eens ben, maar uiteindelijk maak jeeen weging. Elke keuze heeft een risico in zich en potentiële conse-quenties. Daar moet ik het dan mee doen. Als die zich materialiseren, danmoet ik me daarover verantwoorden en zult u mij daar vast en zeker nogheel veel vragen over stellen. Dat is ook goed, maar dit is hoe het werkt enhoe ik met die risico’s omga.Voorzitter. Dan het Rijk-Regiopakket. Ik weet niet of ik een keuze kanmaken tussen beide, want ik weet niet of ik met beide recht zou doen aanwat ik vind dat dit proces verdient. Toen ik begon, kreeg ik van mijnvoorganger de puzzel overhandigt die symbool staat voor de 39 Borselsevoorwaarden. Die puzzel, maar ook de gesprekken daarna, zitten in mijnhoofd als «dit is wat Borsele op tafel legt». Zij zeggen: «We zouden besteen bijdrage willen leveren aan die hele verbouwing van het energie-systeem, aangezien hier al een kerncentrale staat en wij daar ook ervaringmee hebben. Wij zouden dus best een bijdrage willen leveren aan dit helegrote project, maar het gaat wel langjarige impact hebben voor, tijdens enna de bouw; dan zijn dít onze voorwaarden.» In mijn rol kan ik niet andersen wil ik ook niet anders – dat doe ik dus ook – dan daar meer danwelwillend naar kijken, echt met de bereidheid om te bezien hoe ik aandeze voorwaarden invulling kan geven. En, zo zeg ik daarbij: ik hebnatuurlijk wel een verantwoordelijkheid voor het algemeen belang, dus ikmoet wel kijken of het proportioneel is aan de hand van het rijtje dat ikopnoemde. Als zo’n voorwaarde dan wringt, ga je in gesprek, in dialoog –«onderhandeling» klinkt zo transactioneel – met de bestuurders ofvertegenwoordigers namens de voorwaarden, om te kijken hoe je daarwaar het wringt toch een antwoord kunt formuleren op zo’n voorwaarde.De voorzitter:Meneer Flach, gaat uw gang.De heer Flach (SGP):Eén laatste vraag hier dan nog over. We hebben een parlementaireenquête rond Groningen gehad. Daaruit kwam naar voren dat dieprovincie gewoon te weinig geprofiteerd heeft van wat wij daargewonnen hebben. Dat kan ook een les zijn voor nu. Want als de insteek isdat de Minister eigenlijk verantwoordelijk is voor het algemeen belang eneen goede deal voor de belastingbetaler van Nederland eruit moet halen,dan is dat een heel andere insteek dan dat je zegt: nee, we gaan hier ietsdoen wat zo ingrijpend is voor die provincie en nog meer voor diegemeente dat we ervoor moeten zorgen dat ze daarmee kunnen leven, datde impact draaglijk is en dat de gevolgen voldoende gecompenseerd zijn.Dat zijn verschillende insteken. De SGP zal daar met name naar kijken alshet een hele zakelijke deal is in de trant van: dit hebben we gedaan, dit ishet minimum, klaar. Dat hoor ik ook niet, hoor. Maar ik zou dat graag nogeen keer uitgesproken willen zien in de termen zoals ik die nu gebruik.Minister Hermans:Als dat zo zou zijn, zou het bijna een taakje op het lijstje zijn dat wehebben afgevinkt – en door naar de volgende stap. Dat is nadrukkelijk niethoe ik het zie en hoe mijn collega’s op het ministerie het zien, en zeker ookniet hoe de gebiedsverbinder hiermee aan het werk is, juist omdat ik ziehoe groot de impact is – niet eventjes, hè, dit is echt langjarig – en ookgeleerd hebbend van de enquête en van wat er in gang is gezet. Dat is ookde reden dat we in dat gesprek met de regio, met de provincie, met degemeente, ook breder en veel verder de toekomst in kijken en detoekomstvisie van de provincie betrekken. We kijken hoe dit past in hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16338 hele toekomstvraagstuk en hoe Zeeland zijn ontwikkeling de komendejaren voor zich ziet.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):De Minister had het er net over dat ze koeltorens wil vermijden. Hetalternatief is dan dus koelwater uit de Westerschelde, maar als kerncen-trales worden gekoeld met water uit de Westerschelde, dan kan dat ookleiden tot ongewenste opwarming van het water. Bevestigt de Minister datals uit het ecologisch onderzoek zou blijken dat dit tot milieuschade leidtof dat de temperatuurnormen worden overschreden, het water uit deWesterschelde dan niet als koelwater gebruikt zou mogen worden? En alsuit de ecologische-effectenstudie zou blijken dat water uit de Wester-schelde echt niet kan, valt Zeeland dan weg als optie?Minister Hermans:Er loopt op dit moment ook een ecologisch onderzoek. Als daaruit blijktdat er aanvullende maatregelen nodig zijn, dan zullen we die per locatie inbeeld brengen. Dit element zit volgens mij ook in de voorwaarden, dus wezijn ook al vanuit die invalshoek eraan gehouden om daarnaar te kijken,maar ook het ecologisch onderzoek zal daarop ingaan. Ik kan er nu niet opvooruitlopen wat daaruit gaat komen, wat dat dan betekent en wat wegaan doen, maar ik heb me er natuurlijk wel toe te verhouden als datdaaruit komt. Dat geldt overigens voor alle locaties die we onderzoeken.De voorzitter:Meneer Jumelet, u heeft al vier interrupties verbruikt. Helaas, dat is dewet van spreiding van interrupties. Ik hoor u zeggen: de heer Vermeer is alweg. Ja, maar die heeft er ook al vier gebruikt. Dus er valt ook niks meerte lenen. Ik kijk even verder. Mevrouw Teunissen, gaat uw gang.Mevrouw Teunissen (PvdD):Helaas mis ik tot nog toe in de beantwoording van de Minister wel eenstevige plek voor de ecologie. Ze zegt: we doen op dit moment onderzoeknaar de ecologische effecten, en dan kijken we of we daar maatregelen opmoeten treffen. Ik denk dat het komt door de Omgevingswet, waar dePartij voor de Dieren altijd tegen was. Dat is een afzwakking van detoetsing van de milieueffecten; dat wordt nu getoetst via de planMER.Maar stel nou dat uiteindelijk blijkt dat het water van de Westerscheldestructureel te veel opwarmt. Dat zou grote gevolgen hebben voor debiodiversiteit, en is ook een schending van de Europese regelgeving. Datrisico is er in ieder geval. Kan de Minister dan zeggen: oké, we doen hetniet? Want dan moet ze weer op zoek gaan naar andere locaties.Minister Hermans:Nu vraagt mevrouw Teunissen mij vooruit te lopen op de uitkomst vanonderzoeken die lopen. Ik ben het met haar eens dat het belangrijk is datook de ecologische effecten worden onderzocht. Dat doen wij dus ook,juist op dit moment in het proces. Dat hoort ook. Dat vind ik ook volstrektlogisch en vanzelfsprekend, zodat we straks alle effecten per locatie inbeeld hebben en we dan een integrale weging kunnen maken. Als we dandie weging gemaakt hebben en kiezen voor een locatie waar je effecten opbijvoorbeeld de ecologie ziet waar we iets aan moeten doen, dan zal datmoeten gebeuren. Maar wat dat op welke locatie precies gaat betekenen,daar ga ik echt niet op vooruitlopen. Maar we doen die onderzoeken nietvoor niks.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik loop er niet op vooruit, maar we willen er natuurlijk wel op anticiperen.Ik vraag aan de Minister of het een optie is, onder de vele opties, dat deMinister kán zeggen vanuit de wet- en regelgeving: de ecologischeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16339 effecten zijn zodanig dat het project niet doorgaat. Of is het al eenvoldongen feit dat de milieueffecten uiteindelijk niet zo doorslaggevendkunnen zijn dat het project helemaal niet doorgaat?Minister Hermans:Maar hier zit de suggestie in van «als dit, dan dat». Maar het kan ook«of-of-of» zijn. Ik krijg straks per locatie heel veel effecten in beeld en, zozeg ik tegen de heer Flach, risico’s. Dat moeten we gaan wegen. Danmoeten we de weging maken welke effecten dan wel risico’s we bijvoor-beeld met mitigerende maatregelen weg kunnen nemen of kunnenbeperken. Die weging moet ik straks maken, moet het kabinet straksmaken, als alle onderzoeken voor alle locaties zijn afgerond. Dan zal ookblijken op grond van de locatiekeuze wat je aanvullend aan mitigerendbeleid moet doen of welke mitigerende maatregelen je moet nemen.De voorzitter:Dan zijn we bij het volgende blokje.Minister Hermans:Dan ben ik bij de financiering. Een investering in kernenergie isomvangrijk. Die is robuust, maar ook omvangrijk. Zoals we ook in de briefvan oktober schreven, laten de studies nu zien dat de bandbreedte voorde kosten zo’n 20 tot 30 miljard euro is, exclusief de financieringslasten.De financiering hiervan zal grotendeels of geheel van de overheid komen.Ook dat is overigens niet anders dan wat je in de landen om ons heen ziet.De inzet is om een deel buiten het EMU-saldo om te kunnen financieren.Het belangrijkste argument voor het kabinet om te kiezen voor publiekefinanciering is de betaalbaarheid van het project. De Nederlandseoverheid kan zelf ook goedkoper geld lenen op de kapitaalmarkt dan vanprivate financiers. We zien dus in marktonderzoek dat er maar beperktebereidheid van private partijen is om in dit stadium het project tefinancieren zonder vergaande garanties van het Rijk. Zoals ik al zei, zienwe dat ook in de landen om ons heen. In de bouwfase heb je dus echtpublieke financiering nodig. Daarna – in de exploitatiefase, moet ik zeggen– is er echt veel meer interesse vanuit private partijen.Voorzitter. Door mevrouw Van Oosterhout, de heer Flach, de heer Klos ende heer Jumelet zijn vragen gesteld over de risico’s op bijvoorbeeldkostenoverschrijdingen. Er is gevraagd hoe we gaan rapporteren. Ook u,voorzitter, stelde daar vragen over. Daar ga ik nu dus in algemene zin evennader op in. Ik begin even met de verdeling tussen NEO NL, dedeelneming, en de opdrachtnemers. Ondanks de keuze voor publiekefinanciering blijven we inzetten op risicoverdeling. Dat doen we doorgoede contractuele afspraken te maken over de risicoverdeling met deopdrachtnemer. Dat maakt een zorgvuldig inkoopproces met de opdracht-nemers ook zo belangrijk. Ook de risico’s op kostenoverschrijdingenworden daarin meegenomen.Volgens mij vroeg de heer Klos naar het worstcasescenario. Het is nu noglastig om daar iets over te zeggen, omdat dat van veel factoren afhankelijkis, maar ook daarover zullen wij de Kamer blijven informeren. Dat zullenwe op regelmatige basis doen, zeg ik daar direct bij. Dat doen we nu al invoortgangsbrieven. In het eerste kwartaal van 2026 volgt de volgendevoortgangsbrief. In die brieven worden steeds de faseovergangenaangekondigd en beschreven. We hebben in de afgelopen jaren heel veelanalyses en onderzoeken gedaan. Nu gaan we veel meer over naar hetvoorbereiden en het daadwerkelijk nemen van een aantal besluiten. Datdoen we op een manier die, zou je kunnen zeggen, aansluit bij hoe dat bijgrote projecten in zijn werk gaat. Dat doen we vanuit het ministerie dus alproactief, juist omdat we het bij zo’n groot en complex project belangrijkvinden om de Kamer goed, volledig en regelmatig te informeren over deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16340 stappen die gezet worden, de risico’s en de risicoafwegingen die wedaarbij tegenkomen.De bouw van kerncentrales echt als groot project bestempelen, isnatuurlijk een besluit van de Kamer zelf. Zoals ik al zei, werken wij alindachtig het gegeven dat het een groot project is. Als de Kamer besluit ereen groot project van te maken, gaan we natuurlijk heel graag in gesprekover hoe we dat op een goede manier vorm kunnen geven en hoe we deinformatievoorziening zo vorm kunnen geven dat die voldoet aan debehoefte die er is.Voorzitter. Dan een vraag van de voorzitter, de heer De Groot. Hij vroegnaar het financieringsmodel. Wanneer komt dat volledig uitgewerkt naarde Kamer? Ook over risicoverdelingsmechanismen vroeg de heer DeGroot iets, maar daar heb ik net al over gezegd dat we dat in de contrac-tuele afspraken een plek willen geven. We kiezen dus initieel, in debouwfase, voor volledige publieke financiering. We zijn dat pakket nu aanhet operationaliseren. Dat wordt de komende twee jaar voorgelegd aan deEuropese Commissie voor staatssteungoedkeuring. Bij die uitwerkinghouden we de deur open voor private investeringen in een later stadium,wanneer private partijen niet alleen willen, maar ook echt daadwerkelijktoegevoegde waarde kunnen bieden. Nogmaals, de risicoverdeling willenwe onderdeel maken van de contractuele afspraken.Dan vroeg de heer Jumelet hoe de schatting van 20 tot 30 miljard isopgebouwd. Die bandbreedte komt uit de technische-haalbaarheidsstudies en de third-party review die we hebben laten doen.Die bandbreedte omvat de investering voor de bouw van twee kerncen-trales. Die is exclusief financieringslasten en inclusief de kosten die deeigenaar moet maken voor het project, de zogenaamde owner’s scope, diedus niet onder de toekomstige verantwoordelijkheid van de technologiele-verancier vallen. Dan moet u denken aan kosten die gemaakt worden omde locatie aan te passen of geschikt te maken voor de bouw. Ik zeg ernadrukkelijk bij dat deze bandbreedte een inschatting is. Achter deschatting gaat bedrijfsvertrouwelijke informatie schuil, dus ik kan nietdieper ingaan op die precieze vormgeving. Die schatting is wel weergebruikt voor de TNO-studie. Zo proberen we steeds de meest actueleinformatie te gebruiken in alle onderzoeken en vervolgstappen die wezetten. Naarmate het project zich verder ontwikkelt, zal de bandbreedtenatuurlijk ook kleiner worden.De heer Flach vroeg hoe we de betrokkenheid van bedrijven bij de bouwvan kerncentrales gaan stimuleren. Ik deel heel erg met de heer Flach dathet betrekken van de Nederlandse industrie bij de nucleaire ontwikke-lingen niet alleen een noodzaak is, maar ook echt een kans is voor eengroeiende nucleaire markt en industrie in Nederland. We hebben in deafgelopen jaren dus een aantal stappen gezet om die nucleaire waarde-keten te organiseren, bijvoorbeeld met de publicatie Kansen in Kaart. Eenpaar weken geleden was er de bijeenkomst Made for Nuclear, waar heelveel partijen, organisaties en bedrijven aanwezig waren om juist deverbinding te leggen en te kijken waar die kansen liggen en hoe we ervoorkunnen zorgen dat Nederlandse bedrijven die kansen gaan grijpen. Wekijken op welke manier we binnen het nieuwbouwproject afsprakenkunnen maken zodat we de industrie daarbij kunnen betrekken.Dan vroeg de heer Van den Berg mij nog of EDF wel of niet gaatinstappen. Wij willen een inkoopprocedure die competitief, gefaseerd enflexibel is. We hebben goed contact met zowel EDF als Westinghouse. Deverwachting is dat ze beide gaan meedoen aan het inkoopproces, datkomend jaar gaat starten.Tot slot in dit blokje vroeg de heer Jumelet of er al goedkeuring is van deEuropese Commissie voor het verlenen van staatssteun aan NEO NL. Datmoesten wij namelijk aan de Commissie voorleggen voor goedkeuring. Ikheb goed nieuws: de Commissie heeft vandaag haar besluit totgoedkeuring afgegeven. Dat zal later ook uitgebreid worden gepubliceerd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16341 Op basis van het goedkeuringsbesluit kan de financieringsdocumentatieworden gefinaliseerd, ook met het oog op het verzelfstandigen van NEONL. Daarmee kan de organisatie ook echt van start. Als wij dit debathebben afgerond, waar de oprichting ook bij betrokken is, kan de formelevoorhangprocedure worden afgerond. Dan kunnen we de deelnemingbegin 2026 definitief oprichten.Tot zover, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Ik kijk even naar de leden. Zijn hier vragen over? Nee. Dangaan we verder.Minister Hermans:Dan kom ik bij de SMR’s. Er waren veel vragen en opmerkingen over deSMR’s. Laat ik zeggen dat ik de wens om snelheid te maken met deconventionele SMR’s en om Nederlandse innovatieve projecten snellernaar de markt te brengen, herken en deel. De grootschalige inzet vanconventionele SMR’s in ons nationale energiesysteem zal leiden tot eenontwikkelpad dat vergelijkbaar is met dat van de grote kerncentrales. Datzeg ik ook in reactie op de heren Klos en Van den Berg. Eerlijkheid gebiedtmij wel te zeggen dat SMR’s op dit moment nog niet zijn gerealiseerd inde westerse wereld. Dat is de reden waarom ik de SMR-strategie én hetconventionele programma heb. Ik wil dat het SMR-potentieel voor privateinitiatieven goed wordt benut. De toegevoegde waarde van SMR’s ligt inverschillende toepassingen, bijvoorbeeld in de industrie. Dat verschilt welecht van de grote centrales.Ik heb al gewezen op het belang van het uit elkaar houden van detoepassingen en heb gezegd dat daarbij verschillende procedures ofstappen moeten worden doorlopen. Omwille van de tijd zal ik dat nietherhalen. Tegelijkertijd zijn SMR’s, hoewel ze wat kleiner zijn qua ruimteen vermogen, nog steeds omvangrijke, complexe projecten waarmee wetegen dezelfde uitdagingen aanlopen die we bij grote kerncentralestegenkomen. Er zijn dus geen snelle geitenpaadjes denkbaar om dat evenop stel en sprong gerealiseerd te hebben.Dan kom ik op de kosten. In het buitenland zie je dat er voor SMR’svergelijkbare budgetten nodig zijn als voor de grootschalige conventi-onele centrales. Dat staat nog los van het «first of a kind»-risico.Onder anderen de heer Flach vroeg: kun je zeggen dat overschakelen naarSMR’s in plaats van grote kerncentrales goedkoper is? Dat is dus niet zo,volgens onze analyse op dit moment. In het besluitvormingsproces voorde grote kerncentrales drie en vier zullen we opnieuw wegen wat detoegevoegde waarde van die centrales kan zijn, ook in relatie tot SMR’s.We houden beide opties dus wel open naar de toekomst. Dat lijkt mij ookverstandig, want die keuze is nu niet nodig.Dan wat betreft de ruimte. De heren De Groot en Van den Berg vragen omvaart te maken. Dat ben ik met hen eens. Dat doen we door SMR’s in hettweede Programma Energiehoofdstructuur te betrekken en door metprovincies aan de slag te gaan, te zijn en te blijven met regionaleverkenningen voor mogelijke toepassingen bij industrie en bedrijven,zodat we samen geschikte locaties kunnen identificeren. Ik kreeg ook devraag of een aanvullend locatieprogramma kan bijdragen aan deversnelling. Ik wil onderzoeken of dat kan helpen en of dat bijdraagt aansnellere doorlooptijden. Dat wil ik toezeggen aan de heer De Groot, en ikdacht dat ook de heer Van den Berg hiernaar vroeg.Dan de realisatietijd. Ook bij SMR’s zijn de analyses van milieueffecten enveiligheidscontouren vergelijkbaar met die van grote kerncentrales. Bij deinnovatieve SMR’s, zeg ik tegen de heer Jumelet, moet de techniek zichwel eerst verder ontwikkelen. Ondertussen lichten we partijen in enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16342 bereiden we ze voor op de komst van SMR’s, bijvoorbeeld doorsimulaties. Zo kunnen we bij de realisatie vanuit ieders rol snelheidmaken.De heer Vermeer en de heer Van den Berg refereren aan het ondersteunenvan de Nederlandse SMR-bedrijven in lijn met het rapport-Wennink.Initiatieven in dit stadium kan ik alleen bereiken via generiek beleid, dusniet gericht op specifieke bedrijven. Dat is de manier waarop de Neder-landse overheid op dit moment innovatie stimuleert. Die mogelijkhedengrijp ik wel ten volle aan. Ik noemde de MOOI-regeling al, waar ookSMR-ontwikkelaars, zoals Thorizon en Allseas subsidie kunnen aanvragen.Die openstellingsronde is er nu en daar is een bedrag van 10 miljoenbeschikbaar. Ik noemde volgens mij de IPCEI-regeling eerder in eeninterruptiedebat. We onderzoeken ook of innovatieve projecten via dieroute deel kunnen nemen, of daar mogelijkheden voor zijn.Dan het betrekken van de industrie. Ik heb daar net al iets over gezegd inde richting van de heer Flach. De kansen zijn er natuurlijk niet alleenrondom de grootschalige kerncentrales, maar ook rondom SMR’s. Hetversterken van die waardeketen en het betrekken van de industrie ziet dusook echt op allebei.Voorzitter. Dan denk ik, ook met de interrupties die ik al met de heerJumelet heb gehad, dat ik de vragen over de SMR’s ... Althans, dit warenmijn inleidende woorden. Er zijn nog wat specifieke vragen, dus ik ga nute snel.Ik heb nog een vraag van de heer Klos over het risico om achterop teraken, omdat we zien dat Canada en het VK zo zwaar inzetten ook oppublieke financiering. Het klopt dat landen als Canada en het VK al in eenvroeg stadium zijn begonnen met het verkennen van de mogelijkhedenvoor SMR’s. Canada heeft in 2018 al een routekaart gepubliceerd en is alver daarvoor begonnen met de ontwikkeling van die routekaart. Dekoploperpositie die zij hebben, is dus niet van onlangs. Die stamt echt alvan langer geleden. Wij zien wel kansen om juist te leren van deze landenen de stappen die zij al hebben gezet. We zetten echt in op het uitwisselenvan kennis en het delen van ervaringen, bijvoorbeeld als het gaat over hetbetrekken van de industrie en het financieren van de bouw. Met het VKhebben we aan het begin de zomer een MoU getekend, juist ook om desamenwerking op dit gebied te intensiveren. Dan hebben we nog inEuropa de European Industrial Alliance on Small Modular Reactors en deNucleaire Alliantie, waar wij deel van uitmaken en ook actief in meedoen.Voorzitter, tot zover.De voorzitter:Meneer Van den Berg, uw laatste interruptie.De heer Van den Berg (JA21):Ik dacht dat ik er nog een had. Die laatste had ik toch ingetrokken? Daarkom ik zo wel op.Dank voor de beantwoording, maar ik hoor een aantal zaken van deMinister die ik niet zo goed kan volgen. Allereerst refereer ik even aan deprovincies en het SMR-programma daarvoor. Ik kom zelf uit de provincialestaten. We hebben daar inderdaad geld voor gekregen, maar ik zal uzeggen dat die dat expres bij het IPO hebben geparkeerd zodat erhelemaal niets mee gebeurt. Daar maak ik mij juist zorgen om, dat daardus helemaal niks van die gelden terechtkomt. U zegt dat we moetenleren van Canada en van het Verenigd Koninkrijk. Dat is natuurlijk mooi,maar we hebben in Nederland een aantal bedrijven die dit willen doen.Nou waren het meer voorbeelden, maar als we het specifiek over Allseashebben: met die MOOI- en die IPCEI-regeling komen we misschien tot60 miljoen aan financiering. Ik heb hier het rapport van Wennink. Diespreekt over 240 miljoen euro. Dat red je dus niet met die gelden. Waaromzouden we nou niet als Nederlandse overheid de vlucht naar voren nemenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16343 met een investeringsfonds, met algemene deelnemingen, met staatsga-ranties om die innovatie vlot te trekken en hier in Nederland een innova-tieve SMR-markt op te richten, waardoor andere landen naar ons zullenkijken van: hé, wat kunnen we van die Nederlanders leren.Minister Hermans:In de strategie is een van de toepassingen de innovatie of de innovatievekant: wat kan je nou in Nederland doen om innovatieve vormen vanSMR’s te stimuleren en, zoals de heer Van den Berg zegt, anderen danmogelijk ook van Nederland kunnen leren? Daar is beleid op gericht via deregelingen die ik eerder genoemd heb. Dan kan je een discussie voerenover of er meer geld beschikbaar moet komen voor die regelingen, maardit is het geld dat nu beschikbaar is gesteld door dit kabinet en dat nu inde begroting zit. Een volgende stap, die de heer Van den Berg maakt, isdat je publiek gaat investeren en erin stapt. Dan word je ook echteigenaar. De weging is of je dit wilt doen in dit soort innovatieveprojecten. Dat is niet de keuze die we nu maken. Daarom trok ik in reactieop de vraag van de heer Jumelet twee ontwikkelingen binnen de SMR’suit elkaar: de innovatieve kant en de conventionele technieken, zoalsRolls-Royce. Als je daar in Nederland iets mee wilt doen, dan doorloop jedaar een ander proces en andere procedures voor dan voor de innova-tieve kant.Het punt dat de heer Van den Berg maakt over geld dat op de plank blijftliggen, herken ik niet. Dat hoor ik nu van de heer Van den Berg, dus daarzal ik mij even in verdiepen. Geld dat we beschikbaar stellen omonderzoek te kunnen doen, moet wel nuttig besteed worden.De voorzitter:Ik heb zelf ook nog een interruptie voor de Minister. Ik ga even kijken ofhet zo werkt. Zullen we het zo doen? Want anders moet ik het voorzitter-schap weer overdragen, terwijl het een korte vraag is. Die gaat over deuitspraak van de Minister over de kosten van de SMR’s. De Minister steldenet dat de kosten vergelijkbaar zijn met die van conventionele kerncen-trales, maar het ligt er natuurlijk aan welke aannames je daarvoorgebruikt. Ik heb inmiddels een heel aantal partijen gesproken die dat beeldniet herkennen. Is de Minister bereid om nog eens met hen in gesprek tegaan om te zien of die analyse klopt, kijkend naar de aannames die zijngedaan en die onder die analyse liggen?Minister Hermans:Ik ben altijd bereid om in gesprek te gaan, maar dat vraagt wel echtopenheid van zaken. Als we op hoofdlijnen een gesprek voeren, danblijven we een beetje in algemeenheden hangen. Het helpt mij als in zo’ngesprek alles op tafel komt. Ik zeg daarmee niet dat we vervolgensallemaal bedrijfsvertrouwelijke informatie op straat gaan gooien.Integendeel. Maar het helpt ons wel om dit soort wegingen goed tekunnen maken voor onze strategie en onze verdere vormgeving van hetbeleid.De voorzitter:Akkoord. Meneer Van den Berg?De heer Van den Berg (JA21):Ik heb nog één interruptie, want die derde had ik ...De voorzitter:Ik heb daar al een opmerking over gemaakt. Ik was hierin ook heel strengrichting de heer Jumelet.De heer Van den Berg (JA21):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16344 Ik zit er tot nu toe op drie.De voorzitter:Nee, wij houden het netjes bij. Ik heb hier al een opmerking over gemaakt.U heeft er al vier gebruikt. U krijgt straks in uw tweede termijn nog alleruimte om vragen te stellen, dus dat komt helemaal goed. Volgens mij zijnwe aangekomen bij het blokje overig. Gaat uw gang.Minister Hermans:Voorzitter. Ik had nog een vraag van mevrouw Teunissen over deafhankelijkheid van Rusland voor uranium. Waar halen we dat nog meervandaan? In Europa wordt 34% van het uranium geïmporteerd vanuitCanada en 15% vanuit Rusland. Dat deel willen we afbouwen. Daarvoorzetten wij ons ook in in Europees verband. Dat moeten we echt inEuropees verband doen, net zoals we met gas doen en hebben gedaan.Voorzitter. Mevrouw Teunissen vroeg ook nog naar kernafval. Ze zei: daarkomt nu nog meer bij; is dat niet volstrekt onwenselijk? Radioactief afvalwordt in Nederland veilig opgeslagen. Het is waar: als je meer inzet opkernenergie, dan levert dat ook meer radioactief afval op. De hoeveelheidhoogradioactief afval is in volume zeer beperkt. Verder geldt alsuitgangspunt dat het ontstaan van radioactief afval zo veel mogelijkgeminimaliseerd moet worden.Voorzitter. Dan de geothermie. Ik weet niet zeker of mevrouw Teunissenmij echt een vraag stelde, maar zij noemde wel terecht een aantal keer depotentie daarvan als bron in ons systeem. Daarom hecht ik eraan om daareen paar dingen over te zeggen. In de zomer is de Rijksregisseurstimulering aardwarmte gestart. Dat doen we juist om een meer regisse-rende rol vanuit het Rijk op ons te nemen. Die regisseur is verantwoor-delijk voor het initiëren, coördineren en opleveren van een set afspraken.De oplevering daarvan is voorzien in het tweede kwartaal van 2026. Danloopt er ook nog een programma, het SCAN-programma, om de potentievan aardwarmte in beeld te brengen. Dat loopt tot 2027. Daarnaast zijn erin 2025 meerdere besluiten genomen bij de vergunningverlening onderhet huidige wettelijke kader, dat is ingegaan op 1 juli 2023. En in detussentijd werken we ook aan een meerjarig versnellingsprogramma. Datis een mix van beleidsontwikkeling, kennisopbouw en vroegefaseop-schaling. Dat doen we juist omdat we zien dat hierin potentie zit, dievolledig benut moet worden.De voorzitter:Dan dank ik de Minister voor de beantwoording. Ik ga er tenminste van uitdat dit het laatste stukje was.Minister Hermans:Ja. Ik had hier nog een vraag van de heer Vermeer, maar die heb ikeigenlijk al beantwoord. Ik las die beantwoording nog even door om tezien of die volledig was, en dat is zo.De voorzitter:Dan dank ik de Minister voor de beantwoording in eerste termijn van dekant van het kabinet. De Minister heeft dat mooi snel gedaan. Dat betekentdat wij gelijk doorgaan met de tweede termijn van de kant van de Kamer.Ik begin weer aan het begin van de rij. U heeft 1 minuut en 30 seconden.Dus meneer Flach, trap ’m af, zou ik zeggen.De heer Flach (SGP):Voorzitter, dank u wel. In Zeeland wonen veel gelovige christenen, dus ikvroeg me af of dat de voorkeur van de Minister verklaart voor Zeeland. Zewil namelijk graag confessionele reactoren neerzetten. Dat verstond ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16345 tenminste, maar zij bedoelde ongetwijfeld «conventionele». Dan is datmisverstand in ieder geval opgehelderd.Voorzitter. De SGP is tevreden met de houding van de Minister en van hetdepartement in de hele afhandeling en het proces van het komen totkernreactoren. Ik proef daaruit voldoende gevoel bij de omgeving en bijwat daar van belang is. We weten ook dat er een nieuw kabinet komt enwe weten niet of deze Minister daarin terug zal komen, maar de SGP zal erin ieder geval op toezien dat de voorwaarden die gesteld zijn vanuitBorsele en Zeeland een belangrijke rol spelen. Wij kijken ernaar uit dat erstraks een locatiekeuze ligt en er aan twee kanten blije gezichten te zienzijn. Ik denk dat dat uiteindelijk het ideaal is waar we met elkaar naartoewerken. Het allermooiste zou het zijn als daar ook nog eens een hele dikkeopdracht voor het regionale en het nationale bedrijfsleven aan vastzit. Datzou, denk ik, leiden tot nog meer blije gezichten. Zo zullen wij hier dusnaar kijken, ook in het vervolg en ook als er straks een nieuw kabinet meeaan de slag gaat.Tot zover, voorzitter. Ik zou nog wel graag een tweeminutendebat willenaanvragen.De voorzitter:Dat noteren wij dat. Mevrouw Van Oosterhout, gaat uw gang.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Hartelijk dank, voorzitter, en dank aan de Minister voor de antwoorden.Zoals eerder gezegd willen wij dat de Nederlander betaalbare elektriciteitheeft, waarmee onze bedrijven kunnen werken en Nederland klimaatneu-traal wordt. Dat is goed voor mensen, goed voor onze planeet en ookgoed voor onze economie. Wat vandaag opvalt, is dat kernenergie vooraleen politiek-dogmatische keuze is. Er is echter veel onzekerheid over dekosten van nieuwe centrales. De Minister haalt aan dat de TNO-studieschrijft dat er scenario’s zijn waarin de systeemkosten mét kernenergiegelijk zijn of lager uitvallen, maar er staan ook scenario’s in waarbij desysteemkosten mét kernenergie juist hoger liggen. Hoger, gelijk of lager:er bestaan veel mogelijkheden voor alle scenario’s. Alles kan nog en er isenorm veel onzekerheid.Waar wel zekerheid over is, is dat je een kerncentrale ergens moetneerzetten. Zeeland wil enkel meewerken als aan de Zeeuwsevoorwaarden voldaan wordt, maar de Minister bood daarop nog steedsgeen eenduidig antwoord. Ook rond het koelwater is er nog geenduidelijkheid. Een koeltoren willen de Zeeuwen niet en die wil de Ministerook vermijden, en zonder koeltoren heb je water van de Westerscheldenodig. Maar door de temperatuurstijging van het water gaat dat ecolo-gisch gezien waarschijnlijk gewoon niet werken. En uiteraard zijn er deoplopende kosten voor de bouw en voor de berging van het afval. Iederenieuwe vorm van elektriciteit zal nieuwe subsidies nodig hebben, maarvoor de bouw van nieuwe kerncentrales schieten die kosten de pan uit.Het is fijn dat de Minister hierover met andere lidstaten praat, maar ikhoorde geen duidelijk antwoord over oplossingen. Die kostenexplosie vankernenergie gaat er gewoon komen, ook hier in Nederland, en deNederlander zal er duur voor gaan betalen.Het pad naar kerncentrales ligt vol moeilijke ...De voorzitter:Komt u tot een afronding.Mevrouw Van Oosterhout (GroenLinks-PvdA):Oké. 50% van de Europese elektriciteit is op dit moment hernieuwbaar.Voor SMR’s is dat op dit moment 0%. Wij kiezen dus heel duidelijk nietvoor de nucleaire fata morgana, maar juist voor het echte winning team:zon, wind, efficiëntie en opslag. Dat is onze ambitie voor Nederland.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16346 Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. De heer Van den Berg.De heer Van den Berg (JA21):Dank, voorzitter. Dit is een interessant debat om te zien waar dit nou heengaat in de komende tijd. Ik denk wel dat we in deze commissie met z’nallen onderschrijven dat we meer zouden willen zien op het gebied vanSMR’s. Ik wil hier ook graag onderstrepen dat dat wat JA21 betreftenorme kansen biedt voor onze economie en onze energievoorziening.Wij zouden dan ook een pleidooi willen houden om niet alleen maar tekijken naar die grote kerncentrales, maar om nu ook al echt serieus in tegaan zetten op het verkennen van die kleinere: locaties gaan aanwijzen,financiering verzorgen. Ik denk ook dat het heel veel biedt. Ik heb het zelfal een keer uitgezocht. Wat er te zien valt – ik hoop dat u het kunt zien enanders zal ik dit verspreiden onder de commissie – is dat je door heelNederland bij die industrieclusters een heel goede koppeling kan makenmet die industrie: de warmte en een kleinere kerncentrale tot aan1.000 graden Celsius. Het is gewoon heel zonde als we dat laten liggen.Hoe kunnen we dat nou in de praktijk brengen? Ik zou eigenlijk aan deMinister willen vragen of wij niet voor de tenders die nu lopen en die gaankomen gewoon een open systeem kunnen ontwikkelen, waar dus nietalleen de grote kerncentrales op kunnen inschrijven, maar ook de SMR’s,ook al zijn dat FOAK-ontwerpen. Daar zouden wij heel blij van worden enik denk dat het ook een goede kans is voor de Nederlandse economie.De voorzitter:Dank u wel. De heer Jumelet.De heer Jumelet (CDA):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor alle antwoorden op degestelde vragen. Het CDA is content en niet zozeer tevreden. Een beetjecalvinistisch, dus dat hoort er niet helemaal bij. We gaan dus gewoonvoor content. We zijn blij met de ontwikkelingen. Ik wil nog wel ietsmeegeven als het gaat om Zeeland en die no-regretmaatregelen. Ik zei netdat dat toch van belang is, maar misschien kan het in zijn algemeenheidwel zo zijn dat we werken aan kennisontwikkeling. Ik denk dat daar heelveel waarde aan te hechten is, dat we in Nederland inderdaad dieinnovaties aanjagen. Dan kan kennisontwikkeling misschien wel de motorzijn om dat te doen en kan dat bijvoorbeeld in Zeeland al plaats gaanvinden.Ik heb ook gevraagd of het als groot project kan worden aangemerkt. Ikbegrijp dat wij daar zelf over gaan. Ik kan me dus voorstellen dat wedaarop terugkomen.Dan het laatste. Dat is een inschatting. Dat is meer het gevoel daarbij. Ikmerk bij de Minister toch een zekere terughoudendheid op de SMR’s. Ikzeg nu ook SMR’s, op zijn Engels, want dat hoort zo, geloof ik. Als we naarhet rapport van Wennink kijken, denk ik dat er best een tandje bij mag. Ikben mijn bijdrage in eerste termijn begonnen met dat wereldrecord. Latenwe die lat echt hoog leggen, want dat verdient ons land.Voorzitter, dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng. Mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. In dit debat is wel weer duidelijk geworden dat weveel te slappe natuur- en milieuwetgeving hebben in Nederland. Als we demilieueffecten pas later gaan toetsen terwijl er al een potentiële locatie isTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16347 aangewezen en er allemaal zorgen zijn over de opwarming van deWesterschelde en het biodiversiteitsverlies daar, dan zullen we veel meerin die wetgeving moeten inbedden dat we daar dan ook echt gewoongeen kerncentrale doen, om het belang van de natuur te beschermen. Denatuur staat in Nederland al op omvallen. Ik heb geen concrete maatre-gelen gehoord van de Minister, wat we nou concreet aan het kernafvalgaan doen en wat de risico’s zijn die daaraan kleven. Als er extra kernafvalbij komt, dan is risico bijvoorbeeld besmetting van het grondwater als jedat in klei opslaat. Ik heb op geen enkele manier gehoord van het kabinethoe het daarmee om zou gaan.Tot slot. Energiesparing en de energiedichtheid afbouwen blijvennoodzakelijk. We zien hier met kernenergie een opschaling naar heel veelaanbod van energie, continu. Dat is vooral in het belang van onzeexportbedrijven, om onze exportindustrie te beschermen, en dat gaat tenkoste van de energierekening van omwonenden. Die gaan hoge energie-en netwerkkosten betalen.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. Dan de heer Klos. Een korte interruptie in deze tweedetermijn, meneer Van den Berg. Gaat uw gang.De heer Van den Berg (JA21):Ik zou eigenlijk via de voorzitter willen vragen: als u dat een probleemvindt qua export, hoe kijkt u dan nu aan tegen het huidige energiesysteemwaarin wij op sommige dagen soms wel 8 gigawatt aan vermogenexporteren naar België, Duitsland, Groot-Brittannië en Noorwegen? Datdoen we met hernieuwbare energie. Vindt u dat dan een slechte zaak?Begrijp ik dat dan goed?De voorzitter:Een verduidelijkende vraag. Mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Ik bedoelde met de exportindustrie die intensieve exportindustrie, dus deindustrie die heel veel energie nodig heeft. Denk bijvoorbeeld aan delandbouwindustrie, de sierteelt. Daar doelde ik op. Ik doelde dus niet ophet uitwisselen van hernieuwbare energie. Dat is juist de toekomst binnenEuropa, dus daar heb ik geen problemen mee.De voorzitter:Dank u wel. De heer Klos.De heer Klos (D66):Nee, geen behoefte. Dank u.De voorzitter:Dan draag ik even het voorzitterschap over aan de heer Flach.Voorzitter: FlachDe voorzitter:Dan is het woord nu aan de heer De Groot voor zijn tweede termijn.De heer Peter de Groot (VVD):Dank, voorzitter. Ik wil graag de Minister danken voor alle antwoorden. Ikwas blij te horen dat de Minister er nog voor openstaat om met deontwikkelaars van de zogenaamde SMR’s of mini-SMR’s in gesprek tegaan over de kosten. Want de VVD ziet gewoon dat kernenergie in debreedte belangrijk is, niet als symbool maar gewoon als noodzakelijkeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16348 pijler in ons energiesysteem, want kernenergie is betrouwbaar, betaalbaaren schoon. We zien het ook niet als een aanvulling, maar gewoon als eenintegraal onderdeel van ons energiesysteem. Zo moeten we het ookwegen in het beleid dat we maken.Ik heb over één punt nog een specifieke vraag, namelijk over eenSMR-locatieprogramma, waar ik al iets over vroeg. Het gaat mij nietzozeer om een programma. Het gaat mij meer om de interactie tussen dekeuzes die gemaakt worden. De Minister gaf zelf als antwoord: we hebbengezegd twee grote kerncentrales in Zeeland te willen; dan gaat TenneTrekenen en kijken wat daarvoor nodig is. Dat is een hele belangrijke keuze,met heel veel gevolgen in die hele keten. Ik zou graag zien dat er interactiegaat ontstaan in het hele energiesysteem, waar kernenergie inopgenomen moet worden met grote centrales maar ook met SMR’s enmini-SMR’s, om ze maar even zo te noemen. Want op het moment dat jebij Chemelot een SMR kan plaatsen, dan heb je misschien niet zo veelwaterstof of netverzwaring nodig. Die interactie mis ik. Daar zou ik graagnog iets meer over willen horen. Anders kijken we even verder.Dank u wel.De voorzitter:Dank. Er zijn geen interrupties. Dan geef ik het voorzitterschap terug.Voorzitter: Peter de GrootDe voorzitter:Dank u wel. We zijn aan het einde gekomen van de tweede termijn van dekant van de Kamer. Ik wil even kort schorsen. Een minuut of tien, denk ik?Minister Hermans:Vijf minuten.De voorzitter:Dat is lekker efficiënt. Dan hervatten we over vijf minuten het debat.De vergadering wordt van 18.04 uur tot 18.11 uur geschorst.De voorzitter:Ik heropen deze vergadering, het commissiedebat Kernenergie. We zijntoegekomen aan de tweede termijn van het kabinet. Ik geef graag hetwoord aan de Minister van KGG.Minister Hermans:Voorzitter, dank u wel. Om aan alle mogelijke verwarring een einde temaken: ik bedoelde inderdaad een conventionele kerncentrale. Over«confessioneel» kunnen we ook hele gesprekken voeren, maar dat staateven los van dit debat.Ik deel de opmerking van de heer Flach dat de keuze voor een locatiemeerdere blije gezichten moet opleveren, net als echte ruimte voor deindustrie om kansen te kunnen verzilveren.Als ik goed geluisterd heb, dan had mevrouw Van Oosterhout geenvragen meer aan mij.Dan kom ik bij de heer Van den Berg. Ik zal nog een keer benadrukken dathet wat mij betreft en-en is. Dat is ook hoe wij aan het werk zijn op hetministerie. De procedure loopt nu, met alle onderzoeken naar de locaties,de techniek en de financiering. Daarnaast hebben we natuurlijk hetRijk-Regiopakket voor de bouw van twee conventionele grote kerncen-trales. We zetten allerlei stappen om de potentie van SMR’s in Nederlandin beeld te krijgen en om ervoor te zorgen dat die in de toekomst realiteitkunnen worden. Het wordt dus naast elkaar ontwikkeld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16349 Ik heb een aantal toezeggingen gedaan, maar die kan ik nog wat scherpermaken. Ik ben bereid om te kijken waar we nog meer snelheid kunnenmaken of een been kunnen bijtrekken, zoals ik ook heb uitgesproken. Dankom je ongetwijfeld ook op het maken van een aantal keuzes, zoals deheer Van den Berg schetste. Moet je er niet dieper in gaan, mogelijk ookmet publieke financiering? Dat zijn echt lange trajecten, waaraan allerleiafwegingen voorafgaan. Je moet fundamentele keuzes maken. Ik kan eenen ander in beeld brengen, maar het is echt aan een volgend kabinet ende Kamer om dat soort keuzes wel of niet te maken.Zoals ik al zei: aan de ene kant heb je het daadwerkelijk starten van debouw van een SMR die gebaseerd is op de traditionele, conventioneletechniek, zoals nu wordt voorbereid in Canada en het Verenigd Koninkrijk.Als we dat ook in Nederland zouden willen, zouden we een vergelijkbaarstappenplan moeten maken als we hebben gedaan voor de grootschaligekerncentrales. Daarin staat wat je nodig hebt aan middelen en inzet. Datkan ik in kaart brengen. Dan kom je vanzelf op de keuzes die ik noemde.Aan de andere kant heb je de innovatieve kant van de SMR-ontwikkeling.We kunnen diepgaander kijken naar de technologische ontwikkeling vande verschillende private initiatieven in Nederland. Wat kun je als overheiddoen om de realisatie te versnellen? Want versnellen in financiering ofvergunningverlening vraagt in dit geval om een ander type maatregelendan voor de bouw van SMR’s die draaien op conventionele technieken.Die twee toezeggingen kan ik doen binnen hoe we nu al werken met deSMR-strategie. We zullen meer in kaart brengen en laten zien voor watvoor keuzes je komt te staan als je aanvullend dingen wilt doen of wiltversnellen.Wat ik niet ga doen, zo zeg ik tegen de heer Van den Berg, is het opvolgenvan zijn suggestie, namelijk het openbreken van de projectprocedure dieloopt voor de grootschalige kerncentrales, zodat de conventionele SMR’szich daar ook voor kunnen laten inschrijven. Als ik dat doe, dan moet ikhelemaal opnieuw beginnen. Dan ga ik de projectprocedure lopende de ritaanpassen. Dan moet ik opnieuw beginnen en dan gaat al het werk dat iken mijn voorganger in de afgelopen tweeënhalf jaar hebben gedaan .. Danworden we voor een heel groot deel teruggeworpen in de tijd en dat zouik niet willen. Dat ga ik dus echt niet doen.Dan had de heer Jumelet een vraag over de no-regretmaatregelen, metname waar het ziet op kennisontwikkeling. Dat gebeurt al: middelendaarvoor landen nu al in Zeeland. Ik zal even heel specifiek zijn over watwe nou gedaan hebben in het kader van die kennisontwikkeling, of ikmoet zeggen: wat je nu eigenlijk ziet in de praktijk. Op wo-niveau heeft hetkabinet drie leerstoelen aan de TU Delft gerealiseerd. Op hbo-niveau isgestart met verkenningen naar mogelijke kennishubs. Die verkenningloopt nu en die resultaten verwachten we halverwege 2026, zodat we ookecht kunnen gaan kiezen waar we die kennishubs dan verder willen gaanontwikkelen. Op mbo-niveau zetten we in op nucleaire practoraten. Totslot: de Nuclear Academy werkt samen met mbo- en hbo-instellingen aanhet versterken van het nucleair onderwijs. Twee voorbeelden hiervan zijneen minor op het gebied van kernenergie aan de Hogeschool Zeeland eneen keuzedeel aan het Scalda-mbo, ook in Zeeland.Dan vroeg mevrouw Teunissen nog iets over de eindberging en het afval.Mijn collega, de Staatssecretaris van IenW, is verantwoordelijk voor deeindberging van radioactief afval. Een beslissing over de locatie van deeindberging is rond 2050 voorzien. Het proces van de locatiekeuze staatpas aan het begin. Er is nog geen gebied aangewezen of uitgezonderd alsmogelijke optie. Heel specifiek: eerder heeft mevrouw Beckerman eenmotie ingediend over geen kernafval in Groninger zoutkoepels. DeStaatssecretaris van IenW zal voor de zomer van ’26 met een reactiekomen op de motie van mevrouw Beckerman.Mevrouw Teunissen (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16350 Het klinkt toch best een beetje als onverstandig beleid om te zeggen: wegaan een kerncentrale bouwen, maar wat we met het afval gaan doen,gaan we in 2050 besluiten. Ik zou dus toch willen vragen: ziet de Ministermogelijkheden om eerder een soort integraal plan te presenteren, waarinook staat wat er dan concreet gaat gebeuren met het kernafval?Minister Hermans:De inzet is geologische eindberging, maar voordat we weten hoe dat erprecies uitziet, moeten we een heel zorgvuldig traject doorlopen. Dat wasin eerste instantie voorzien voor het jaartal 2130. Dat is nu dus naar vorengehaald naar 2050; dat is dus aanzienlijk versneld. Dat vind ik overigensook een goede ontwikkeling, omdat het goed is om daar zo snel alsmogelijk duidelijkheid over te geven. Ook hier geldt wel: dit proces wil jezorgvuldig doorlopen. Dat is wat de collega van IenW aan het doen is.Voorzitter. Dan ...De voorzitter:Ik zie dat dit toch nog tot een korte reactie leidt, dus dat doen we daneven. Mevrouw Teunissen, kort graag.Mevrouw Teunissen (PvdD):Maar moeten we dan ook niet een keer zien dat die verantwoordelijkheidsec bij IenW ligt? Dit is toch een integrale afweging? Nu gaat het kabineteen besluit nemen voor een nieuwe kerncentrale, terwijl we zien datlangdurige stralingsbelasting de structuur van zoutlagen aantast. Onsgrondwater kan vervuild raken. Dat zijn allemaal dingen ... Je wil toch aande voorkant weten wat daar de gevolgen van zijn, ook als je Minister vanKlimaat en Groene Groei bent en zo’n groot project start?Minister Hermans:Die splitsing van verantwoordelijkheden is ook heel bewust gedaan, dusom dat uit elkaar te trekken en countervailing power te organiseren. Datgeldt ook voor het toezicht. De kennis die bij bijvoorbeeld het Ministerievan KGG op het gebied van de diepe ondergrond aanwezig is, wordtnatuurlijk wel gebruikt en ingeroepen door IenW, net als de kennis die hetSodM daar heel diepgaand over heeft. Juist om die countervailing power,die balans, erin te brengen, zijn die taken uit elkaar gehaald.Voorzitter. Dan tot slot nog de heer De Groot, die naar aanleiding van mijntoezegging over de locaties deze vraag stelde: hoe interacteertkernenergie nou in dat systeem, ook in de toekomst, met al die anderevragen die er zijn, zoals de aanleg van hoogspanning en de aanlandingvan wind op zee? Die interactie is dus juist voorzien in het ProgrammaEnergiehoofdstructuur II en het NPE. Daar moet dat bij elkaar komen. Mijnvoorganger is ooit voor de snelheid in de procedure ten aanzien van detwee grootschalige kerncentrales een afzonderlijke projectproceduregestart. Dat is de historie van waaruit we werken. Dat neemt niet weg datik dat punt van die interactie belangrijk vind, maar dat is dus in dat NPE enhet PEH gericht op kerncentrales drie en vier en SMR’s.Volgens mij heb ik dan alle vragen beantwoord.De voorzitter:Ik kijk even rond en ik zie, denk ik, dat iedereen het daarmee eens is. Dankvoor de beantwoording in de tweede termijn. Dan zijn we bijna aan heteinde gekomen van dit commissiedebat, maar niet voordat we nog evende administratie doornemen. Die gaat over de toezeggingen die zijngedaan. Die lopen we even rustig langs, zodat iedereen zich herkent in dietoezeggingen.−De Minister zal, naar aanleiding van het overleg met TU Delft, TNOvragen een gevoeligheidsanalyse in het kader van de bestaandeTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16351 systeemkostenanalyse te maken. Dat is een toezegging aan de heerVan den Berg.−De Minister zal een overzicht maken van het proces en van hetprogramma van de SMR’s.Minister Hermans:En het stappenplan, zoals ik net in de tweede termijn eigenlijk nog evenconcretiseerde. Het gaat om een stappenplan voor die confessionele, nee«conventionele» kant. Ik hoor nu ook zelf hoe erg die woorden op elkaarlijken. Verder is er de versnelling aan de innovatieve kant. Dat zijn dantwee aparte toezeggingen.De voorzitter:Dat staat zo genoteerd.Dan hebben we de toezeggingen gehad. Als het goed is, zijn er geenandere toezeggingen gedaan. Wel moeten we zeggen dat er door de heerFlach namens de SGP een tweeminutendebat is aangevraagd. Dat zalplaatsvinden na het kerstreces. «Ná het kerstreces» bedoel ik inderdaad; ikzag al enige schrikreactie hier aan de rechterzijde. Vóór het kerstreces isnog heel kort. Nou ja, het kan ook heel lang zijn, maar laten we het na hetkerstreces doen, als we ook aan ieders gezondheid denken.Daarmee zijn we echt aan het einde gekomen van dit commissiedebatKernenergie. Ik wil alle belangstellenden hier op de publieke tribune alseerste danken voor hun komst. Ook dank ik natuurlijk de mensen die ditop afstand volgen. Dank aan de Minister en de ondersteuning voor hunkomst en het debat dat hier gevoerd is. Dank aan de leden en niet alslaatste dank aan de griffier en de ondersteuning voor het mogelijk makenvan dit debat. Daarmee sluit ik dit debat. Dank u wel.Sluiting 18.25 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 16352
Gerelateerde bronnen
- Kernenergie
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 17 december 2025, over kernenergie
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.