KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerbrief · 4 jul 2025 · Tweede Kamer

Voortgang bbl-offensief

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 524Beroepsonderwijs en Volwassenen EducatieNr. 673 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 juli 2025Nederland staat voor grote uitdagingen en belangrijke maatschappelijketransities waarvoor we ieders talent en inzet hard nodig hebben – vooralde vakmensen die vanuit het mbo onze samenleving draaiend houden. Dearbeidsmarkt verandert snel, en daarom is een sterke verbinding tussenberoepsonderwijs en bedrijfsleven belangrijk, misschien wel belangrijkerdan ooit. Hoewel deze samenwerking van oudsher goed is, liggen ervolop kansen om die te versterken. De beroepsbegeleidende leerweg(bbl), waar onderwijs en praktijk intensief én succesvol samenkomen,speelt hierin een sleutelrol. Daarom is in de Werkagenda MBOopgenomen dat we inzetten op een bbl-offensief.In deze brief presenteer ik aan uw Kamer de inhoud en de stand van zakenvan de uitvoering van het bbl-offensief. Hiermee beschouw ik de motie ElYassini1 en de motie Beckerman2 als afgedaan, hoewel de uitvoering nogdoorloopt en ik deze samen met de deelnemende partijen zal blijvenmonitoren en bijsturen.De bbl als brug tussen onderwijs en arbeidsmarktDe bbl vormt een krachtige schakel tussen onderwijs en arbeidsmarkt.Studenten combineren werken en leren, waardoor zij niet alleen eendiploma behalen, maar ook direct relevante werkervaring opdoen. Dezepraktijkgerichte leerroute is aantrekkelijk voor veel studenten die lieverleren in een werkomgeving dan in een klaslokaal, én voor werkgevers dieactief betrokken zijn bij het opleiden van hun toekomstige vakmensen.De bbl-leerweg sluit bovendien aantoonbaar beter aan op de behoeftenvan de arbeidsmarkt. Uit onderzoek blijkt dat bbl-studenten sneller aanwerk komen, vaker een vast contract krijgen en beter voorbereid zijn op1Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie | Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderstukken II, 2023–2024, 31 524, nr. 611. kst-31524-673ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6731 hun beroep dan studenten uit meer schoolse leerwegen. Gediplomeerdebbl-studenten zijn na hun studie economisch zelfstandiger dan gediplo-meerde bol-studenten (88% versus 54% in 2021). Daarnaast sluitenbbl-opleidingen over het algemeen beter aan op de arbeidsmarkt3; en ishet percentage studenten dat een functie heeft op minimaal het genotenopleidingsniveau in de bbl hoger dan in de bol. De oorzaak voor dezeverschillen ligt mede bij het type student dat voor de bbl kiest: dit zijnrelatief vaak (36% in 2024), zij-instromers die al werkervaring hebben4. Debbl is dan ook een belangrijke opleidingsroute voor zowel jongeren alsvoor werkgevers en werknemers in het kader van Leven Lang Ontwik-kelen. Soms kan het overstappen van bol naar bbl voortijdig schoolver-laten (vsv) voorkomen. Dit maakt de bbl niet alleen aantrekkelijk opindividueel niveau, maar ook maatschappelijk waardevol.In een tijd van aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt, vooral in sectorenals techniek, zorg en logistiek, biedt de bbl een concreet antwoord. Doorjongeren en zij-instromers versneld en doelgericht op te leiden in depraktijk, helpt de bbl met het verkleinen van personeelstekorten en hetversterken van de economische veerkracht. De bbl is een volwaardigeleerweg binnen het mbo die studenten de gelegenheid biedt omgemiddeld drie of vier dagen per week bij een leerbedrijf te leren enwerken. Hiervoor worden zij door hun leerbedrijf betaald. De overigedag(en) krijgen ze les op school.Bbl in beweging: cijfers in het licht van de economieHet percentage bbl-studenten is voor een groot deel afhankelijk van deconjunctuur. In een hoogconjunctuur gaat het goed met de economie enis er veel vraag naar arbeid. Het is dan aantrekkelijk om talentvollestudenten via de bbl al in een vroeg stadium van de studie aan het bedrijfte binden. In een laagconjunctuur is er minder vraag naar producten endiensten, waardoor bedrijven minder personeel nodig hebben. Er zijnminder vacatures en daardoor ook minder nieuwe leerbanen. In deperiode 2021–2023 is er een groei geweest in het aandeel bbl-studentenvan 26% naar 30% (zie tabel 1). In 2024 blijft dit aandeel constant. Denieuwe instroom is in 2024 echter licht gedaald ten opzichte van de tweevoorgaande jaren: van 31% naar 29%. Deze ontwikkeling lijkt samen tehangen met de economische conjunctuur. De economische groei in 2021en 2022 was relatief groot, terwijl deze in 2023 minimaal was en in 2024slechts 1%. Dit heeft mogelijk een effect op de instroom in de bbl.Bovendien is er in het hele mbo sprake van een algemene krimp van hetaantal studenten, waaronder ook bbl-studenten. Op basis van deReferentieraming wordt verwacht dat deze krimp in het hele mbo zich dekomende jaren voortzet5.Tabel 1: Aantallen bbl-studenten en percentage instroom1JaartalAantallen bblAandeel bbl (%)Instroom bbl (%)2017107.89422%25%2018120.91824%27%2019129.85626%28%2020127.79525%26%2021129.41826%29%2022135.95928%32%2023139.37330%32%3SEO Studie en Werk 2023 Studie & Werk mbo4Bron: Samen gericht opleiden voor wendbare vakmensen IBO Toekomstbestendigheid van hetmbo.5Prognose aantal studenten mbo | Kerncijfers en indicatoren Middelbaar beroepsonderwijs |OCW in cijfers.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6732 JaartalAantallen bblAandeel bbl (%)Instroom bbl (%)2024137.84730%30%1 Op basis van de gegevens van DUO over de inschrijvingen in het mbo. Het aandeel bbl en hetaandeel van de bbl binnen de instroom is gebaseerd op het totaal van studenten in de leerwegenbol of bbl, dus exclusief de studenten die zijn ingeschreven als examendeelnemer. De getoondepercentages zijn afgerond. De start van het bbl-offensiefIn de Werkagenda MBO 2023–2027 is afgesproken dat de mbo-sector eenbbl-offensief start. Met het bbl-offensief vergroten we de bekendheid, deaantrekkelijkheid en de toegankelijkheid van de bbl. Zodat meer mensen,voor wie de bbl een passende opleidingsroute is, kiezen voor de bbl. Hetbbl-offensief richt zich ook op meer mogelijkheden om laagdrempelig inte stromen en op betere begeleiding van bbl-studenten. In de WerkagendaMBO is afgesproken om het aandeel studenten in de bbl naar 35% tebrengen. Dit is in lijn met de motie El Yassini uit 20226. Het afgelopen jaaris hard gewerkt om het bbl-offensief op te zetten en uit te voeren.Deelnemende partijen zijn BVMBO, FNV Young & United, JOB MBO, MBORaad, NRTO, OCW, SBB en VNO-NCW/MKB-Nederland. Bij de uitwerkingzijn ook nog aanvullende partijen betrokken, zoals Ingrado en het LAKS.Doel bbl-offensiefHet doel van dit offensief is dat meer mensen, voor wie de bbl eenpassende opleidingsroute is, kiezen voor de bbl. We onderscheiden in ditoffensief drie relevante groepen: initiële studenten bij wie leren enontwikkelen in de praktijk beter past dan hoofdzakelijk leren op school,zij-instromers die willen om- en bijscholen en mensen die ongediplo-meerd aan het werk zijn of anderszins vanuit een kwetsbare positie in ofrond de arbeidsmarkt staan.De partijen hebben vijf kansen en knelpunten geïdentificeerd en daarvooractielijnen opgesteld die momenteel worden uitgevoerd. Actielijn 1 t/m 4zijn gezamenlijk opgesteld – en worden uitgevoerd door alle deelnemendepartijen. Actielijn 5 is een initiatief van de Ministeries van OCW en SocialeZaken en Werkgelegenheid (SZW). Het betreft de volgende actielijnen:1.We vergroten de bekendheid van de bbl2.We verbeteren de begeleiding van bbl-studenten3.We zetten de bbl gericht in bij voortijdig schoolverlaten (vsv) enongediplomeerd aan het werk4.We versterken maatwerk en flexibel onderwijs5.We verbeteren de financiële positie van bbl-studentenInhoud en stand van zaken actielijnen bbl-offensiefPer actielijn beschrijven we de belangrijkste acties. Voor een totaalover-zicht per actielijn verwijzen wij uw leden door naar de bijlage.Actielijn 1: We vergroten de bekendheid van de bbl-leerwegDe bbl is nog onvoldoende bekend onder jongeren, ouders en/ofverzorgers, het onderwijs (decanen) en publieke (landelijke en regionale)instanties. De groep die de bbl wel kent, ziet deze leerweg niet altijd alsvolwaardig alternatief voor de bol en doet vaak aannames over de bbl diegestoeld zijn op overtuigingen zoals «je kan je hele leven nog werken» en6Beroepsonderwijs en Volwassenen Educatie | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6733 «de bbl sluit minder goed aan op een overstap naar het hbo». Dat deonbekendheid en (onjuiste) aannames effect hebben op de studiekeuzevan potentiële studenten blijkt uit het schoolverlatersonderzoek. Hetonderzoek laat zien dat 61% van de leerlingen in het vmbo de bbl nieteens overweegt in de studiekeuze.7 Met actielijn 1 vergroten we debekendheid van de bbl onder studenten voor wie de bbl nog onbekend isen/of voor wie de bbl een passende onderwijsvorm kan zijn. Aanvullendvergroten we de kennis over de bbl onder decanen, ouders en partijenbinnen de arbeidsmarktregio’s.Dit doen we door met alle partners meer en betere informatie teverspreiden over de bbl gericht op de verschillende doelgroepenstudenten en instellingen. Vanuit OCW wordt er in de jaarlijkse examen-brief aan examenkandidaten in het vmbo en de havo een passage over debbl-leerweg opgenomen en is er een soortgelijk informatiestukopgenomen in de nieuwbrief richting decanen in het onderwijs.Actielijn 2: We verbeteren de begeleiding van de bbl-studentenIn de bbl is de begeleiding vanuit school en het leerbedrijf cruciaal, maarniet altijd voldoende aanwezig. In sectoren met een hoge personeels-krapte kan de begeleiding onder druk staan. Goede begeleiding isessentieel voor het leerproces van de bbl-student en draagt bij aan deontwikkeling van vakmanschap. Onvoldoende begeleiding kan verstrek-kende gevolgen hebben, zoals vsv. NRO-onderzoek laat zien dat eenbetere binding van studenten met de opleiding uitval vermindert.8 Allepartijen onderstrepen dat een goede driehoeksrelatie tussen student,school en leerbedrijf de basis is voor een goede beroepspraktijkvorming(bpv). Uit de Jobmonitor 2024 blijkt dat 53% van de bbl-studenten positiefis over de rol van de school tijdens de bpv9. Over de begeleiding die hetleerwerkbedrijf biedt is 69% tevreden.Er is nog onvoldoende kennis over welke verbetering in de begeleidingspecifiek voor de bbl-doelgroep nodig is. De MBO raad doet daaromsamen met partners uit het bbl-offensief een onderzoek naar deervaringen met stagebegeleiding en de begeleidingsbehoeften. Op basisvan dit onderzoek werken we vanuit het bbl offensief aan een gerichteverbetering van de begeleiding. Dit geldt zowel voor bol- alsbbl-studenten. De afspraken uit het Stagepact mbo10 over het verbeterenvan de begeleiding gelden onverminderd ook voor bbl-studenten. Departners uit het offensief zorgen voor een goede wisselwerking tussenStagepact en bbl-offensief. Daarbij hebben scholen in de periode2024–2027 kwaliteitsmiddelen ontvangen die ook worden ingezet opbetere begeleiding bij stages en leerbanen. De subsidieregelingpraktijkleren11 ondersteunt bedrijven financieel bij het begeleiden vanbbl-studenten.Met een lerende aanpak worden de goede praktijken door de MBO Raadverspreid binnen de scholen. Om de benodigde verbeteringen ookformeel een plek te geven wordt er in het najaar van 2025 door SBBgewerkt aan de herziening van het bpv-protocol, waarin aanvullende7CBS (2024) Schoolverlatersonderzoek. Studiekeuze, stages en LOB: gediplomeerden vo 2023.https://www.cbs.nl/nl-nl/maatwerk/2024/41/studiekeuze-stages-en-lob-gediplomeerden-vo-en-mbo-20238NRO-onderzoek 2023, Vliegende Brigade: Betrokkenheid en binding | Onderwijskennis.9JOB-monitor 2024 – JOB MBO.10Stagepact MBO 2023-2027 | Convenant | Rijksoverheid.nl.11Subsidieregeling praktijkleren | RVO.nl en Bijgaand bij deze brief, ter informatie demonitorings- en handhavingsrapportages praktijkleren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6734 afspraken worden gemaakt over de samenwerking tussen scholen enleerbedrijven ten aanzien van bpv.Actielijn 3: We zetten de bbl gericht in bij voortijdig schoolver-laten (vsv) en ongediplomeerd aan het werk.Ongediplomeerde jongeren die werken, zijn kwetsbaar op de arbeids-markt. Als de arbeidsmarkt inzakt lopen zij als eerst het risico hun baan teverliezen. De bbl is bij uitstek een instrument om deze jongeren alsnogeen diploma te laten behalen. Het aanbod van bbl-opleidingen is echternog onvoldoende dekkend en niet altijd weten partijen binnen de regiowaar de opleidingen te vinden zijn en wie daarvoor benaderd kan worden.Hiervan ondervinden ook potentiële studenten en werkgevers nadelen.Op 24 juni is het wetvoorstel «Van school naar duurzaam werk»behandeld in de Tweede Kamer en hiervoor is brede steun geuit. Indien deEerste en Tweede Kamer instemmen met het wetsvoorstel Van schoolnaar duurzaam werk worden regio’s verplicht om per 1 januari 2026nieuwe regionale vsv-programma’s op te stellen12. De partners van hetbbl-offensief zetten zich er vanaf voorjaar 2025 samen met Ingrado voor indat in alle regionale vsv-programma’s wordt opgenomen dat jongeren dieongediplomeerd aan het werk zijn, gestimuleerd worden om alsnog eendiploma te halen. Daaronder valt in ieder geval dat de jongeren voor wiedit mogelijk is als eerst de optie krijgen aangeboden om via de bbl eenrelevante opleiding af te maken. We betrekken hierbij actief de RegionaleWerkcentra.Actielijn 4. We versterken maatwerk en flexibel onderwijs.Voor het flexibiliseren van een (bbl) opleiding biedt het huidig wettelijkkader al veel mogelijkheden. Toch maken scholen hiervan niet altijdgebruik. Dat is zonde, want maatwerkopties kunnen de bbl of eenbol/bbl-combinatie een aantrekkelijkere en meer passende route makenvoor uiteenlopende doelgroepen studenten. Vooral zij-instromers lopenop dit moment aan tegen diverse belemmeringen, zoals een beperktaantal instroommomenten op jaarbasis en het verplicht moeten volgenvan de generieke vakken taal, rekenen en burgerschap. Dat moet beter,want we willen dat zoveel mogelijk mensen die dat willen zich flexibelduurzaam kunnen omscholen, zeker voor beroepen in maatschappelijketekortsectoren.Momenteel onderzoekt OCW samen met scholen de mogelijkheden vooreen toegankelijker vrijstellingenbeleid voor zij-instromers. Dat heeft onderandere betrekking op de generieke onderdelen van mbo-opleidingen zoalsNederlands, rekenen en burgerschap. Hier kom ik naar verwachting in hetnajaar van 2025 nader bij uw Kamer op terug. Daarnaast brengen OCW,de MBO Raad en de NRTO de mogelijkheden tot het geven van vrijstel-lingen die al bestaan beter onder de aandacht bij scholen en dagen zijexamencommissies uit hiervan meer gebruik te maken. Het KennispuntMBO heeft ter ondersteuning een toolbox «Valideren bewijsmateriaalLLO» opgeleverd met handvatten voor examencommissies en opleidings-teams.13 Op het gebied van flexibele instroommomenten en overgangentussen bol en bbl stimuleren we dat er per studiejaar 2026–2027 meerflexibele overstapmogelijkheden tussen bol en bbl zijn en dat studentenbij alle opleidingen minimaal twee keer per jaar kunnen starten. OCW, de12Kamerstukken II, vergaderjaar 2024–2025, 26 695, nr. 145.13Toolbox valideren bewijsmateriaal#LLOTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6735 MBO Raad en andere partners werken aan deze – en andere – vormen vanflexibel onderwijs via het Nationaal groeifondsprogramma Npuls14.Actielijn 5: We verbeteren de financiële positie van bbl-studentenInitiatief vanuit de Ministeries van OCW en SZW: aandacht voor financiëlepositie bbl-studenten.Vanuit het Ministerie van OCW is actielijn 5 opgezet met als doel om definanciële positie van bbl-studenten te verbeteren. Een bbl-student is indienst bij een erkend leerbedrijf en ontvangt salaris. Maar hoe hoog datloon is, verschilt aanzienlijk per sector, cao en leeftijd. Daarbij vallenbbl-studenten vanwege dit arbeidscontract buiten bepaalde regelingen diewel gelden voor voltijds studenten. Dit leidt ertoe dat sommigebbl-studenten financiële problemen ervaren.Wettelijk kader en cao-afspraken: geen eenduidig beeldBbl-studenten vallen onder het wettelijk minimum bbl (jeugd)loon. Dit iseen variatie op het minimum(jeugd)loon. Voor studenten van 18 t/m20 jaar is deze variatie lager dan het reguliere minimumjeugdloon (zietabel 1).Tabel 1. Bbl-variatie in vergelijking met het minimum jeugdloon per 1 januari 2025.LeeftijdMinimumloonnaar leeftijdMinimumloon bblnaar leeftijdVerschil per uur21+ jaar€ 14,06€ 14,06N.v.t.20 jaar€ 11,25€ 8,65€ 2,6019 jaar€ 8,44€ 7,38€ 1,0618 jaar€ 7,03€ 6,40€ 0,63 Indien werkgevers de minimumbedragen aanhouden, wat gelukkig niet bijalle werkgevers geldt, betekent dit dat bbl-studenten minder verdienendan hun leeftijdsgenoten met een reguliere (bij)baan in (loon)dienst. Debbl-staffel is oorspronkelijk ingevoerd om het aantal leerbanen tebevorderen, maar pakt in de praktijk ongunstig uit voor bbl-studenten inde leeftijd van 18 t/m 20 jaar. Deze jongeren van 18 t/m 20 jaar hebben opgrond van de wet in ruil voor 4 dagen werk geen recht op een volledigminimumjeugdloon. Dit maakt hen financieel kwetsbaar, zeker omdat zedaarnaast geen recht hebben op studiefinanciering of een studenten-OV.Uit onderzoek van JOBmbo blijkt dat 20% van de bbl-studenten aangeefthet lastig te vinden om maandelijks rond te komen. Vergelijkbareconclusies komen uit onderzoek van het Nibud15.Een lage beloning maakt bbl-studenten vatbaar voor financiële stress, watleidt tot verhoogde uitvalrisico’s en ongelijkheid ten opzichte vanvoltijdstudenten. De bbl heeft te maken met een relatief hoog percentagevsv. Uit recent onderzoek van Regioplan16 blijkt dat de uitval vooral hoogis onder 18-, 19- en 20-jarige bbl-studenten, die aangeven dat «lieverwillen werken» een belangrijke motivator is om te stoppen met hunopleiding. In het actieplan «Voorkomen voortijdig schoolverlaten» staatdat financiële prikkels om de opleiding te verruilen voor werk moeten14Binnen NPuls worden belangrijke barrières voor flexibel onderwijs aangepakt op het gebiedvan onder andere ICT, professionalisering van docenten en de organisatie van het onderwijs.15Studentenonderzoek Nibud 202416Voortijdig schoolverlaters aan het werk. Regioplan, 14 maart 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6736 worden verkleind17. Dit helpt om ongediplomeerde uitstroom tegen tegaan. Een passende vergoeding voor stages en bbl-leerbanen helpthierbij.Zekerheid over een beloning die tenminste gelijk is aan het mini-mum(jeugd)loon, kan in de sectoren waar geen gunstige cao-afsprakenvoor bbl-studenten zijn gemaakt een stimulans zijn voor instroom enbehoud18.Middels deze actielijn ben ik voornemens om de bbl-variatie af te schaffenen alle bbl-studenten onder het voor hun leeftijd geldende minimumloonte laten vallen. Dit hangt samen met de aangekondigde verhoging van hetminimumjeugdloon van het Ministerie van SZW. Het Ministerie van SZWheeft middels de kabinetsreactie op de verkenning naar het minimum-jeugdloon uw Kamer hierover op 4 juli geïnformeerd.Verder is in mei 2024 de motie Beckerman19 aangenomen voor hetverschaffen van een studentenreisproduct aan bbl-studenten om deinkomenspositie van bbl-studenten te versterken. In het Stagepact mbo isafgesproken dat werkgevers verantwoordelijk zijn voor de vergoeding vanonkosten zoals reiskosten van bbl-studenten, net zoals zij dat zijn voor hunandere werknemers. Ik vind het belangrijk dat werkgevers deze verant-woordelijkheid pakken. In 2024 gaf 55% van de bbl-studenten in deJOB-monitor20aan dat zij een onkostenvergoeding ontvangen. Dat is eenbegin, maar nog niet voldoende. In het recente debat van 2 april jl. dat ikmet uw Kamer heb gevoerd over stages in het mbo, hbo, wo enaansluiting op de arbeidsmarkt, heb ik aangegeven dat ik de socialepartners en met name werkgevers stevig ga aansporen om tot passendevergoedingen te komen. Hier hoort een passende reiskostenvergoedingvoor bbl-studenten wat mij betreft ook bij. Ik zie dan ook geen reden omstudenten een studentenreisproduct te verschaffen.Vervolg bbl-offensief; opleiden voor de arbeidsmarkt van detoekomstHet bbl-offensief is een van de manieren waarop ik samen met partnersin- en om het mbo werk aan het versterken van de aansluiting tussenonderwijs en de arbeidsmarkt. Dit is extra belangrijk gezien de groteurgentie voor het opleiden voor maatschappelijke opgaven en strate-gische tekortsectoren.Ik ben blij met de gezamenlijkheid waarin ik het bbl-offensief met departners in en om het mbo kan vormgeven en uitvoeren. Er zijn goedeafspraken gemaakt en de uitvoering is reeds gestart. Ik blijf de resultatenmonitoren en waar nodig neem ik samen met de partners aanvullendemaatregelen om de bbl-leerweg te versterken. Het is essentieel dat iederestudent een ontwikkeltraject kan volgen dat het best bij diegene past eneen passende vergoeding hoort daarbij. Zo zorgen we ervoor dat er meertalent wordt opgeleid voor de arbeidsmarkt van de toekomst en voor demaatschappelijke opgaven waar Nederland voor staat.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins17Kamerstukken II 2023/24, 26 695 nr. 143.18BMK_SEO-De-maatschappelijke-kosten-en-baten-van-de-BBL_11sep2019.pdf19Vergaderstukken II, 2023–2024, 31 524, nr. 611.20JOB-monitor-2024.pdf.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 524, nr. 6737

Versie d6d419e36cb4b8c771d32206a78e272b04f9b18d5ca02c7c8a9def6e65dbfc31 · Officiële bron.

Gegevens

Soort document
Brief regering
Datum
4 juli 2025
Vergaderjaar
2024-2025
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.