KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 juli 2024, over Mestbeleid

12 sep 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie b69e585a931afecb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202433 037MestbeleidNr. 558 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 12 september 2024 De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en devaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat hebben op 4 juli 2024overleg gevoerd met mevrouw Wiersma, Minister van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur, over:−de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 17 mei 2024 inzake publicatie CBS-monitorfosfaat- en stikstofexcretie in dierlijke mest, eerste kwartaal2024 (Kamerstuk 33 037, nr. 541);−de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 31 mei 2024 inzake routekaart plan van aanpakmestmarkt (Kamerstuk 33 037, nr. 542);−de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 24 juni 2024 inzake reactie op verzoek commis-sie over de brief van Nevedi met betrekking tot uitvoerings-toets van verlaging eiwit in melkveerantsoenen (Kamerstuk33 037, nr. 543);−de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 24 juni 2024 inzake onderzoek Stikstofbenuttingen nitraatuitspoeling bij dierlijke mest en kunstmest opgemaaid grasland (Kamerstuk 33 037, nr. 544);−de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 26 juni 2024 inzake evaluatie Meststoffenwet enplanning traject achtste actieprogramma Nitraatrichtlijn(Kamerstuk 33 037, nr. 545);−de brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit d.d. 28 juni 2024 inzake voortgang onderwerpenmestbeleid (Kamerstuk 33 037, nr. 546);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 3 juli 2024 inzake jaarlijkse rapportagesmestbeleid (Kamerstuk 33 037, nr. 547);−de brief van de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzeker-heid en Natuur d.d. 3 juli 2024 inzake stand van zakencommissiedebat Mestbeleid (Kamerstuk 33 037, nr. 548). kst-33037-558ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5581 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuuren Voedselkwaliteit,GrausDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur enWaterstaat,PostmaDe griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedsel-kwaliteit,JansmaTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5582 Voorzitter: GrausGriffier: JansmaAanwezig zijn twaalf leden der Kamer, te weten: Beckerman, Bromet, VanCampen, Flach, Graus, Grinwis, Holman, Kostic´, Nijhof-Leeuw, Pierik, Podten Vedder,en mevrouw Wiersma, Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheiden Natuur.Aanvang 13.00 uur.De voorzitter:Als iedereen plaatsneemt, dan open ik het debat van de vaste commissievoor Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Er is een woordjebij gekomen, zoals u hoort.Normaliter heet ik altijd eerst het publiek van harte welkom en de mensenthuis, maar ik heet nu allereerst de nieuwe Minister van Landbouw,Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van harte welkom. Ik heet ook demensen op de publieke tribune, de mensen die thuis kijken en luisterenvia het digitale kanaal, en alle leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal van harte welkom. Het gaat vandaag over het mestbeleid. Dat iseen zeer interessant onderwerp. Persoonlijk hou ik heel erg van mest, ookqua geur en zo.Ik stel een spreektijd voor van vijf minuten per fractie, en vier interruptiesin de eerste termijn en vier interrupties in de tweede termijn per fractie.Als er geen op- of aanmerkingen zijn, geef ik graag als eerste het woordaan mevrouw Bromet. Het had heel wat voeten in de aarde. Het was gistereen soort van koehandel over of dit debat wel of niet tot stand zou komen,maar we zijn er.Als eerste geef ik het woord aan mevrouw Bromet van GroenLinks-PvdA.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Voorzitter. Hartstikke fijn dat het uiteindelijk toch nog gelukt is om hierover zo’n belangrijk en urgent thema het woord te kunnen voeren. Hethad inderdaad heel veel voeten in de aarde. Ik hoop niet dat dat eenvoorbode is van hoe er in deze nieuwe samenstelling omgegaan wordtmet de wensen van minderheden om debatten te voeren, want het debathier is onze corebusiness. Daarbij bestrijden we elkaar met argumenten.Dat gaan we vandaag ook doen.Het heeft me een hele middag en een hele avond gekost om dit met decollega’s voor elkaar te krijgen. Dat is ook wel een beetje illustratief voorde lange adem die je moet hebben bij het mestbeleid. Ik heb namelijk deverkiezingsprogramma’s van GroenLinks en PvdA er nog eens opnageslagen. Ik vond een verkiezingsprogramma uit 1994, waarin staat dateen teveel aan mest samen met een teveel aan bestrijdingsmiddelen hetgrootste probleem van de landbouw vormt. Daar staat: «Het natuurbeheerwordt almaar duurder. Bovendien worden natuur en landbouw steedsmeer gescheiden.» Het voorstel van GroenLinks in die tijd was: «Zowelregionaal als internationaal wordt de mineralenbalans in de landbouw inevenwicht gebracht.» Dat is een mestvraagstuk. En er stond, in 1994 al:«Dit betekent dat op korte termijn de mestproductie en mineralenverliezenflink dalen. Productie en gebruik van kunstmest worden tot een minimumbeperkt. Het overschot aan dierlijke mest gaat omlaag door inkrimpingvan de veestapel.»Voorzitter. Ik zit hier trouwens ook namens Volt, maar daarvan heb ik geenverkiezingsprogramma uit de jaren negentig. Ik heb er wel eentjegevonden van de PvdA, van nog eerder, uit 1989. Daarin staat: «DeMeststoffenwet wordt volledig en zonder vertraging uitgevoerd. DezeTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5583 wordt aangevuld door maatregelen ter beperking van de groei en waarnodig van de omvang van de veestapel.»Voorzitter. Het is nu 2024 en we zitten nog steeds met hetzelfde probleem.Als we toen ingegrepen hadden, dan was onze waterkwaliteit misschienwel op orde geweest. We hebben in 2000 afgesproken dat de waterkwa-liteit in heel Europa op orde moet komen. In Nederland voldoet 24 jaar nadeze afspraak slechts 1% van de wateren aan deze norm. Ons water isvervuild. Ons drinkwater wordt steeds schaarser. Dat alles komt doordatonze veestapel te groot is. Ik denk dat het niet anders kan dan dat er nuheel snel ingegrepen wordt. Dat doet mij pijn, want als je twintig jaar langeen probleem aan ziet komen, dan kan je maatregelen verzinnen om depijn te verzachten. Maar als je altijd je kop in het zand steekt en net doetalsof er geen probleem is, dan rest er, zoals nu dreigt te gebeuren, alleeneen faillissement voor 12.000 tot 15.000 boeren die op de rand van deafgrond staan en misschien dit jaar al failliet gaan.Voorzitter. Daarom voeren wij vandaag dit debat. We hebben een nieuweMinister. Ik wil haar heel veel succes wensen. Het zal een hele uitdagingworden, zeker voor een Minister van BBB. Die partij heeft hier in dedebatten namelijk toch altijd een taboe gelegd op inkrimping van deveestapel. Ik heb een paar vragen aan de nieuwe Minister. De eerste vraagis: vindt de Minister dat we in Nederland een mestprobleem hebben? Tentweede: wil de Minister het oplossen? En denkt zij dat het mestprobleemin Nederland opgelost kan worden zonder krimp van de veestapel?Er ligt hier in de Tweede Kamer al een tijdje een plan waarvoor er heelbreed draagvlak is. Dat heet: het plan-Adema. Dat is een keur aandeelplannen, waarbij er inderdaad aangestuurd wordt op krimp van deveestapel. De vraag aan de Minister die ik heb, is: gaat zij dit plan-Ademauitvoeren of gaat zij een nieuw plan maken? En hoort krimp van deveestapel daar dan bij?Voorzitter. Ik ben wel een beetje wantrouwig. In het vorige mestdebat hebik gezien dat de oplossing van de BBB is dat boeren mestzakken krijgenom mest in op te slaan, dat er in industriegebieden tanks worden gevuldmet overtollige mest en dat er boten gaan rondvaren om mest in op teslaan. Ik wil de Minister vragen of dat ook haar idee is voor het oplossenvan de mestcrisis. Ik zou dat echt een aanfluiting vinden.Ik weet wel dat de oplossing van de Minister is – dat staat ook in hethoofdlijnenakkoord – om naar Brussel te gaan. Mijn vraag aan de Ministeris dus wanneer zij een resultaat verwacht van Brussel, gezien het feit dater dit najaar al boeren failliet gaan. Tot slot vraag ik wat de Minister gaatdoen om de handhaving op orde te houden. Een paar jaar geleden zei hetopenbaar ministerie zelf: de veestapel in Nederland is zo groot dathandhavend optreden tegen illegaal mest uitrijden, niet kan.Voorzitter. Ik heb nog één slotopmerking. Er komt een wet naar de Kamer,die al door Minister Adema is ingediend, op zijn laatste dag.GroenLinks-PvdA zal bij die wet een voorstel indienen om de grondge-bonden boeren zonder derogatie, die eigenlijk de voorlopers zijn inNederland, te sparen als het gaat om een generieke korting. Want diegenerieke korting zal er in onze ogen zeker komen, en wij vinden datboeren die het goed doen, geen slachtoffer moeten worden van de boerendie gewoon te veel mest hebben voor de grond die zij hebben.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Bromet sprak vandaag niet alleen namensGroenLinks-PvdA, maar ook namens Volt. Bedankt voor uw inbreng. Ikhoop trouwens niet dat dit de laatste dag van voormalig Minister Ademais. Dan gaan we naar meneer Van Campen van de VVD. Zijn er noginterrupties?De heer Pierik (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5584 Ik wil toch nog graag interrumperen. Mevrouw Bromet maakte een soortkarikatuur van de maatregelen die de BBB heeft voorgesteld in het vorigemestdebat. De BBB heeft een tienpuntenplan neergelegd. Dedrie voorbeelden die zij noemt, staan onderaan de lijst. Als het gaat omhoe wij de mestcrisis proberen op te lossen, zou ik mevrouw Brometeigenlijk graag willen adviseren om ook nog even te kijken naar de andereoplossingsrichtingen die wij hebben aangedragen. Ziet mevrouw Brometer iets in om bijvoorbeeld te kijken naar de gasvormige verliezen?Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik vind het wel opmerkelijk dat mij verweten wordt een karikatuur temaken van de voorstellen van de BBB, terwijl het toch echt voorstellenvan de BBB waren. Het waren natuurlijk wel idiote voorstellen, maar goed,ze waren van de BBB. Of ze nou onderaan of bovenaan het lijstje stonden,maakt mij niet zo veel uit. Ik kan de vraag niet beantwoorden, want ik weetniet waar de heer Pierik het over heeft. Ik weet wel dat wij een expertbij-eenkomst hebben gehad met deskundigen van de Meststoffenwet. Diehebben ons verteld dat er maar één oplossing is voor het mestprobleem:een krimp van de veestapel. Daar heb ik de BBB nog niet over gehoord.De voorzitter:Mevrouw Bromet somde inderdaad die punten op. Ik heb dat ook nietervaren als een karikatuur, moet ik eerlijk zeggen. We moeten niet tekinderlijk naar elkaar toe zijn. Het opsommen van feiten is geen karikatuurmaken.De heer Pierik (BBB):Ik wil graag even uitleggen wat die gasvormige verliezen inhouden. Alsmevrouw Bromet dat niet weet, is dat toch wel een heel relevant punt indeze discussie, denk ik. Wij hebben geen probleem met stikstof dievervluchtigt en wel in de koe gaat maar niet in de mestput terechtkomt.Uiteindelijk moeten we kijken – dat gebeurt ook bij varkensmest en datzou eigenlijk ook bij rundveemest moeten gebeuren – van hoeveel procentvan die gasvormige verliezen we geen last hebben en van hoeveelprocent wel, althans, hoeveel procent wel in de mest terechtkomt. Dat isiets waar ik straks in mijn inbreng nog even op terugkom. Dat is echt eensubstantieel verschil, dus ik wil daar mevrouw Bromet nog graag een keerover bijpraten.De voorzitter:U weet dat we nog steeds de 30 secondenregel hanteren. Ik zal nu coulantzijn, omdat u iets hebt uitgelegd, dus ik hou het bij twee interrupties vooru tot nu toe.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Het schrijnende is dat we nu spreken over het mestprobleem en dewaterkwaliteit, terwijl we nog veel meer problemen hebben als gevolgvan de overmaat aan mest in Nederland. Denk bijvoorbeeld aan hetstikstofprobleem, dat ook nog niet opgelost is, of het klimaatprobleem.Wat die gasvormige verliezen betreft; ik moet wel even in die discussieduiken, maar als die uitstoot niet in het water terechtkomt, komt die wel inde lucht terecht en hebben we daar op een andere manier weer last van.Ik geloof niet dat dit soort maatregelen de oplossing gaan bieden. Dathebben we nu 20, 30, 40 jaar geprobeerd. We moeten nu eindelijk eenseen keertje doorpakken, allereerst in het belang van de boeren zelf, dienog steeds niet weten waar ze aan toe zijn.De voorzitter:Meneer Van Campen, Volkspartij voor Vrijheid en Democratie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5585 De heer Van Campen (VVD):Dank u wel, voorzitter. Ik heb in deze commissie weleens vaker opgebiechtdat een van mijn eerste acties als Kamerlid in 2021 was het controversieelverklaren van het mestbeleid. Ik heb daarbij ook verteld dat ik toen al heelvlot toenmalig Minister Schouten aan de telefoon kreeg. Ze vroeg waar ikin vredesnaam mee bezig was, omdat zij en haar ambtenaren op datmoment druk bezig waren met de onderhandelingen voor het verkrijgenvan derogatie. Nadat ik op mijn schreden was teruggekeerd heeft deKamer vervolgens het mestbeleid niet langer controversieel verklaard. DeMinister kon door met de onderhandelingen voor het verkrijgen vanderogatie. Uiteindelijk moest de Minister-President eraan te pas komen.We kregen de derogatie, maar het was een afbouwpad onder hele strengevoorwaarden.Voorzitter. We kennen allemaal de schrijnende verhalen van boeren, vaakgrondgebonden bedrijven die geen contracten hebben met mestver-werkers, die achteraan in de rij kunnen aansluiten omdat we te makenhebben met het afbouwpad derogatie. We weten dat die verhalen dekomende tijd alleen maar zullen toenemen. Die urgentie maakt dat hetgoed is dat wij vandaag, voor het reces, alsnog debatteren over hetonderwerp dat voor ons in Den Haag misschien heel ver weg voelt. Maarals je melkveehouder of veehouder bent, zijn dit dingen waar je ’s nachtsvan wakker ligt.Voorzitter. Als liberaal heb ik een hekel aan overheidsingrijpen, maar inlijn met mijn Kamerbreed ondertekende motie van december is ingrijpennu eenmaal noodzakelijk om de mestcrisis het hoofd te bieden. Er zijn watde VVD betreft twee paden voor nodig. Het eerste is de lobby in Brusselvoor de verhoging van mestplaatsingsruimte en het tweede is deverlaging van de mestproductie in Nederland.Voorzitter. Ten eerste. De Minister zal zo snel mogelijk haar relaties inBrussel moeten opbouwen, want het mestprobleem is uitsluitend eenNederlands probleem. De penibele situatie waarin onze boeren zitten,wordt niet zo ervaren in andere lidstaten. Sterker nog, onze Nederlandseboeren zijn zó goed in duurzaam en efficiënt voedsel produceren dat weandere landen gewoon de markt af concurreren. Dat in combinatie meteen Europese Commissie die rechtser is, die nationalistischer zal wordenen waar Commissarissen in zullen zitten die eerder eigen boeren dan onzeNederlandse boeren zullen bevoordelen, maakt dat, in navolging van haarvoorganger, ook deze Minister haar schoenzolen in Brussel zal moetenslijten voor begrip voor Nederland.Voorzitter. Om op dat begrip in Brussel te kunnen rekenen moeten we nietalleen iets komen halen, maar moeten we ook iets brengen. De kwaliteitvan ons water verplicht ons ertoe dat ook bij dit moeilijke vraagstukmoeilijke maatregelen genomen worden. Eerder kon het kabinet rekenenop breed draagvlak voor het plan van voormalig Minister Adema:verlaging van de mestproductie door afroming van overdracht vandierrechten in combinatie met verlaging van eiwit in rantsoen, deinvoering van een graslandnorm om te komen tot een grondgebondenmelkveehouderij, een brede beëindigingsregeling voor boeren dievrijwillig willen stoppen en daarmee ruimte willen geven aan blijvers ennatuurlijk de toelating van kunstmestvervangers, RENURE. De krank-zinnige situatie waardoor boeren op dit moment dierlijke mest moetenafvoeren, waarna ze voor de vruchtbaarheid van hun gewassen en debodem vervuilende, kostbare kunstmest moeten inkopen, is natuurlijk nietuit te leggen. Ook daarin zullen we stappen moeten zetten.De voorzitter:Er zijn twee interrupties. Allereerst mevrouw Beckerman, SocialistischePartij.Mevrouw Beckerman (SP):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5586 Ik heb meteen een vraag over de brede beëindigingsregeling. De heerVan Campen heeft natuurlijk gelijk: als we iets willen, moeten we dehoeveelheid mest in Nederland afbouwen. Dat is natuurlijk een helepijnlijke maatregel, maar minder pijnlijk dan een koude sanering. Hoebreed is die brede beëindigingsregeling? Hoeveel geld wil de VVDdaarvoor vrijmaken?De heer Van Campen (VVD):Dat is een goede vraag, maar het zal mevrouw Beckerman niet verbazendat ik voor de uitwerking daarvan in eerste instantie vooral naar deMinister kijk, omdat zij de komende zomer aan de slag gaat om maatre-gelen uit te werken en met een voorstel te komen. We hebben eerder metelkaar de Lbv en de Lbv-plusregeling gehad. Die lopen door. Boeren diezich daarvoor hebben aangemeld, zullen daar nog altijd gebruik vankunnen maken. De Minister heeft zelfs in haar hoorzitting aangegeven datdat het geval is en dat zij zal kijken wat dat opbrengt. Ik denk dat eraanvullend nog een andere regeling nodig zal zijn, die je zo breedmogelijk en langjarig zal moeten aanbieden. Maar ik zeg er wel bij dat dievrijwillig moet zijn. Op die manier kun je boeren die misschien geenopvolger hebben en die ruimte willen maken voor boeren die willenblijven, bijvoorbeeld in de grondgebonden veehouderij, ook die kans engelegenheid geven.Mevrouw Beckerman (SP):Daar kunnen we natuurlijk niet zo heel veel mee.Ik ga een tweede poging doen op een ander onderwerp. Een van deplannen die we van BBB hebben gezien, is een gedoogbeleid: nietvoldoen waaraan we moeten voldoen, maar gedogen. Ik vroeg me af watde VVD daarvan vindt, voornamelijk omdat de VVD zegt: je moet effectiefmet de vuist op tafel slaan in Brussel. Is het dan nuttig om te gedogen?De heer Van Campen (VVD):Het antwoord daarop is wat mij betreft nee. Sterker nog, deze coalitieschrijft in het hoofdlijnenakkoord dat we ons zullen houden aan deverdragen en richtlijnen. We hebben het vandaag over de Nitraatrichtlijnen we komen nog te spreken over de Kaderrichtlijn Water en de Vogel- enHabitatrichtlijn. Dit kabinet, deze ministersploeg, zal zich moetenverhouden tot de afspraken die zijn gemaakt. Gedogen hoort daar niet bij.Ik kan me wel voorstellen dat ... We hebben, ook bij de uitvoering van hetplan-Adema, nu eenmaal te maken met het feit dat we ook in 2025 en2026 nog een probleem hebben met mest. Je zult dus wat moeten doenom te voorkomen dat Nederlandse veehouders door nalatigheid van deoverheid een milieudelict plegen, maar dat is wat mij betreft geen inzet totonderhandeling over een gedoogsituatie. Je moet de helpende handvragen aan de Europese Commissie, in de zin van: jongens, help ons; wezitten met deze situatie. Maar dan zul je ook iets mee moeten brengen.Dan moet je de Europese Commissie ook van iets substantieels kunnenvoorzien. Ik heb daar net een aantal richtingen voor meegegeven.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik vind dit allereerst een heel realistisch verhaal van de VVD. Mijncomplimenten daarvoor. We hebben vorige week een hoorzitting gehadmet de nieuwe bewindspersonen. Ik heb toen tegen de Minister gezegd: uheeft in het hoofdlijnenakkoord opgeschreven «we gaan naar Brussel». DeMinister antwoordde: er is geen plan B. Mijn vraag aan de VVD is: hoeveelvertrouwen heeft de heer Van Campen in het idee om voor de zoveelstekeer naar Brussel te gaan?De heer Van Campen (VVD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5587 Uitgerekend deze Minister is, met haar kennis van de sector, met haarpraktijkervaring en met haar grote hart voor het boerenbedrijf, in staat omde Europese Commissie ervan te overtuigen dat we een helpende handnodig hebben. Maar daarbij hoort geen vuist op tafel. Ik heb de Ministerook horen aangeven: ik geloof in diplomatie. Ik ben best sceptisch over devraag of dat leidt tot een volwaardige derogatie tot aan 250 kilo N, zoalswe die altijd hebben gehad, maar we moeten het een kans geven. Ik denkdat we het een kans kunnen geven op het moment dat we met een stevigpakket aan maatregelen richting Brussel gaan, want we weten ook dat dewaterkwaliteit onder derogatiebedrijven goed is. Dat komt vanwege degraslandnorm, die is opgenomen als voorwaarde voor het toepassen vanderogatie. Ik denk dat je best een inhoudelijk gesprek met Brussel kuntvoeren over de grondgebonden melkveehouderij in combinatie met diegraslandnorm. Maar nogmaals, dan zul je wel iets moeten meenemen.Dan moet je niet alleen maar komen halen, zoals we in de afgelopen jarenhebben gedaan. We kwamen met een menu aan martelvoorschriften, diein de boerenpraktijk alleen maar leidden tot frustratie van ondernemer-schap. Je moet met robuuste en stevige voorstellen komen. Ik denk dat derichtingen van het plan-Adema in ieder geval de legitimatie geven tot eengesprek in Brussel.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik vind het allereerst goed om te horen dat het plan-Adema nog levend isbij de VVD. Mijn tweede vraag is: als je als boer niet weet waar je je mestmorgen kwijt kunt, is het dan geen tijdverspilling om aan goede relaties inBrussel te werken en om daar uitgebreid te gaan bakkeleien over iets waaral 100 keer over onderhandeld is?De heer Van Campen (VVD):Daarom moet je voor beide sporen gaan. Ik denk dat het de plicht is vande Nederlandse regering om de situatie van Nederland in Brussel voor hetvoetlicht te brengen. Ik denk dat het de plicht is van alle Europeselidstaten om dat gesprek te voeren met de Europese Commissie. Als deMinister zegt dat ze dat niet meer gaat doen, dan heeft de veehouder waarmevrouw Bromet mij naar vraagt, nog steeds een probleem, want die zitletterlijk met de stront tot aan zijn enkels. Ik kan het niet anders zeggen;dat is gewoon de praktijk. De praktijk op dit moment is dat die putten volkomen te zitten, dat ze geen contracten hebben met mestverwerkers endat ze de mest niet kwijt kunnen. Daar zullen we een oplossing voormoeten verzinnen. Ik denk dat hier in Brussel begrip voor is als we meteen stevig pakket aan maatregelen onder de arm komen. Ik vind dat deKamer deze Minister het mandaat moet geven om met goede voorstelleneen inhoudelijke discussie te voeren met de Europese Commissie.Mevrouw Podt (D66):Sorry, voorzitter. Ik ga nog heel even door op een van de zinnen diemeneer Van Campen zei, want ik wil het eventjes heel precies weten. Hijgaf aan dat het plan-Adema legitimatie tot een gesprek is in Brussel. Zegthij daarmee ook dat wat hem betreft het plan-Adema onverkort en metgezwinde spoed moet worden uitgevoerd?De heer Van Campen (VVD):Ik vind dat dat het streven moet zijn van de regering en vraag de Ministerhoe zij daarnaar kijkt en hoe zij de zomermaanden gaat gebruiken om datplan tot operatie te laten komen en in te dienen bij het parlement. Daarkom ik straks op terug in mijn slot.De voorzitter:Dat gaan we dadelijk horen van de Minister. Mevrouw Podt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5588 Mevrouw Podt (D66):Dat is goed om te horen. Ik zou zeggen dat we geen moment hebben teverliezen, maar daar zit nog wel een zorg van mij bij. We willen natuurlijkde boel op de rails houden en we willen aan de slag, maar het probleem iswel dat drie kwart van het geld dat er eerder voor was gereserveerd isverdwenen. Dus hoe gaat meneer Van Campen nou aan al die boerenuitleggen dat er met weinig geld eigenlijk nog meer moet gebeuren danwe oorspronkelijke van plan waren?De heer Van Campen (VVD):De Minister heeft voor de komende periode, voor deze regeringstermijn,5 miljard tot haar beschikking. Daarnaast staat er 500 miljoen structureelingeboekt voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Dus ik denk datdeze Minister, uitgerekend zij – ik heb zojuist al lovende woorden overhaar gesproken en die herhaal ik hier – in staat is om daar een mooipakket aan voorstellen voor te maken dat ook daadwerkelijk weerperspectief geeft voor ondernemerschap en de boerenpraktijk. Volgensmij staat zij te popelen om daar de komende zomer mee aan de slag tegaan en ik heb er meer dan vertrouwen in dat dat succesvol gaatgebeuren.De voorzitter:Kijk eens aan. Mevrouw Podt.Mevrouw Podt (D66):Ja, ik geloof helemaal dat ze staat te popelen. Volgens mij staan weallemaal te popelen. Alleen is het punt natuurlijk wel dat er 5 miljard is –volgens mij is agrarisch landschapsbeheer niet hetzelfde als het oplossenvan de mestcrisis – en dat de vorige Minister daarvan heeft gezegd: ik heballeen al 4 miljard nodig voor die uitkoopregelingen. Dan blijft er nog eenmiljard over voor die hele sloot aan maatregelen – ik kom er straks in mijneigen tekst nog even op terug – die ook nog genomen moeten wordenvolgens het hoofdlijnenakkoord. Dus waar vindt de heer Van Campen dandat de nadruk moet liggen in dat ene miljard dat we nog over hebben nade uitkoopregeling?De voorzitter:U hebt hierna nog één interruptie. Meneer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Ik vind dat opkoop een onderdeel moet zijn van het pakket. Ik zeg daarbijnadrukkelijk: niet met de krimp van de veestapel als doel, maar als gevolgvan de beleidskeuzes die wij hier als Kamer in de richting van het kabinetmaken. Ik zou mevrouw Podt er dan ook op willen wijzen dat we in de tijddat ik met haar in een coalitie zat, een bedrag van 25 miljard tot onzebeschikking hadden dat we van jaar op jaar niet kregen weggezet. DeAlgemene Rekenkamer heeft er ook opmerkingen over gemaakt dat wehet niet weggezet kregen. Ik zou het dus wel heel knap vinden als dezeMinister in staat is om de 5 miljard die we voor de komende drie jaarbeschikbaar hebben gesteld weg te zetten. Die 500 miljoen structureel, gaer maar aanstaan. Dus ik denk dat deze Minister de handjes vol heeft aanhet geld dat al wel beschikbaar is. Ik ben er ook van overtuigd ... Hetplan-Adema – dan gaan we even door op het plan-Adema – had eenreikwijdte van tien jaar. Adema had het over 4 miljard voor een opkoopre-geling met een reikwijdte van tien jaar. Reken dat eens terug, zou ikmevrouw Podt willen zeggen. Nogmaals, er is 5 miljard beschikbaar voorde komende jaren.De voorzitter:Met Adema wordt nog steeds bedoeld de vorige Minister van LNV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 5589 Mevrouw Podt (D66):We zijn hem nog niet vergeten, hoor, voorzitter.De voorzitter:Mevrouw Podt, uw laatste interruptie.Mevrouw Podt (D66):Ik ga ’m toch even gebruiken, want ik vind het toch een rare gedachte omte zeggen «we kregen dat geld eerder niet weggezet, dus bezuinigen wehet maar weg», terwijl het er nu op aankomt. Ik had ook liever gehad datwe dat al een paar jaar geleden hadden gedaan, volgens mij wij allemaal,maar nu komt het eropaan. Dat is meneer Van Campen toch met mij eens?Dan kan je toch niet zeggen: nou, dan zetten we het geld maar weg en danhopen we maar op het beste resultaat?De heer Van Campen (VVD):Ik zal hier eerlijk bekennen: mevrouw Podt raakt een gevoelige, pijnlijkesnaar bij mij. Je hoeft maar eenvoudig de vier verkiezingsprogramma’s bijelkaar te leggen, hoe de vier partijen dachten over het stikstoffonds, maarin een coalitie is het geven en nemen. Er zitten in dit hoofdlijnenakkoordook heel veel punten waar wij als VVD wel van zeggen «yes, dit hebbenwe binnengehaald» en dit is er een waar de andere drie partijen, metname twee, anders over dachten. Dan moet je blij zijn met wat je hebt.Dan zeg ik: nou jongens, er staat toch nog 500 miljoen structureel straks inde boeken – dat kregen we als vorige coalitie niet voor elkaar – en de5 miljard die beschikbaar is voor de komende jaren. Ik vind het nu ookeven aan het kabinet om met voorstellen naar de Kamer te komen. Wemoeten de Minister ook niet al het gras voor de voeten wegmaaien.Anders heeft ze de hele zomer niets meer te doen en dat zou ik tochjammer vinden.Mevrouw Vedder (CDA):Ik ben blij te merken dat de heer Van Campen ten diepste hetzelfde vindtals ik van het grotendeels schrappen van het transitiefonds, maar daargaat mijn vraag niet over. Mijn vraag gaat over de graslandnorm. Daarsprak de heer Van Campen net met nadruk over. Ik hoor graag meer overwaarom hij dat zo van belang vindt en hoe hij kijkt naar het effect daarvanin de toekomst.De voorzitter:Een korte versie graag, meneer Van Campen.De heer Van Campen (VVD):Ik denk dat het noodzakelijk is om een goede bedrijfseconomische balanste krijgen voor het boerenbedrijf, maar ook op ecologisch gebied. Ik hechteraan te benadrukken dat het gewoon onderdeel uitmaakt van hetaddendum op het zevende actieprogramma Nitraatrichtlijn. Hetwetsvoorstel dat moet worden ingediend om te komen tot een grondge-bonden melkveehouderij is dus een concessie die de Nederlandseregering al heeft weggegeven aan de Europese Commissie bij hetverkrijgen van de huidige afbouwderogatie. Je kunt altijd op je beslis-singen terugkomen, maar ik heb dat grapje één keer gemaakt met de heerGrinwis toen we het hadden over de bufferstroken in het zevendeactieprogramma Nitraatrichtlijn. Nou, we kennen allemaal het gezicht vanMinister Adema toen hij halsoverkop van de Grüne Woche terug moestkomen omdat Eurocommissaris Sinkevicius hem het afbouwpad voorderogatie wilde afnemen. Ik denk dat de fronsende wenkbrauwen van deEuropese Commissie nog wat pessimistischer zullen staan als we zoudenafstappen van het wetsvoorstel grondgebonden melkveehouderij. Het isTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55810 gewoon een concessie die we al hebben gedaan en waar we wat mijbetreft nu vaart mee moeten maken.De voorzitter:Meneer Grinwis, u en meneer Flach zitten nog op covidafstand, zie ik.Daarmee lijken jullie net Waldorf en Statler van The Muppet Show, dietwee moppermannetjes. Meneer Grinwis, uw interruptie alstublieft.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank voor de aanbeveling, voorzitter. Het heeft meer met onze microfoonste maken dan met covid dan wel dat wij afstand proberen te houden.Dank aan de heer Van Campen voor zijn consistente lijn ten opzichte vanhet laatste mestdebat, nog in de vorige bedeling. Mijn vraag is wel of hetklopt wat hij zegt over de brede opkoopregeling. Er is een brede behoefteaan zo’n brede opkoopregeling, omdat de mestplaatsingscrisis super-urgent is. Die was er bij de start van de Lbv en de Lbv-plus nog niet. Heefthij daarin voldoende verdisconteerd dat er de komende vijf jaar 1 miljardper jaar beschikbaar is? Mijn herinnering aan de woorden van de heerAdema over de opkoopregeling die er zou komen tot en met 4 miljardging niet over de komende tien jaar, maar over de komende periode,omdat die regeling nog weleens zwaar overtekend zou kunnen worden.Dit temeer daar in sommige provincies waar er geen noodzaak was omzomaar mee te doen aan de Lbv en de Lbv-plus, zoals in de provincieZuid-Holland, waar zich volgens mij maar vijf bedrijven hebbenaangemeld, Leiden in één keer wel in last is en het aantal aanmeldingenwaarschijnlijk veel hoger zal worden dan in het verleden.De heer Van Campen (VVD):De heer Grinwis corrigeert mij terecht. Het plan-Adema ziet toe op deperiode 2025–2029, op 2025, 2026, 2027, 2028 en 2029; dat is dus vijf jaar.Ik zat er vijf jaar naast. Dank aan de rekenmeester in ons midden. Maar datdoet niet af aan het feit dat – dat schrijft Minister Adema ook in de brief –ik vind dat nog niet duidelijk is wat de huidige Lbv- en Lbv-plusregelingopleveren, dus dat zullen we moeten zien. Ik vind echter ook dat dat niethet excuus kan zijn voor het uitstellen van een volgende regeling. Ik zieook de noodzaak voor boeren die geen opvolger hebben en er wel uitzouden willen stappen. Dat is volgens mij ook het punt dat de heerGrinwis wil maken. Ik zou de Minister willen vragen hoe zij zo’n regelingzelf voor zich ziet. Ik was in de veronderstelling dat het tien jaar was.Misschien zou je moeten overwegen om het inderdaad voor eenlangjarige periode van tien jaar te doen. Misschien zou je de komende tienjaar een vrijwillige regeling open moeten stellen, omdat we ook hebbengeweten hoeveel onrust er ontstaat in de sector als we zeggen «reageerbinnen een jaar», zoals bij de Lbv en de Lbv-plus. Er zijn heel veel boerendie zich het mes op de keel gezet gevoeld hebben. Misschien zou je daarinmeer ontspanning krijgen als je een regeling zou openstellen voor eenperiode van tien jaar, zeg ik in de richting van de heer Grinwis en eenluisterende Minister, die alles wat we hier vandaag met elkaar wisselen dekomende maanden hopelijk gaat uitwerken en tot mooie, krachtigevoorstellen gaat brouwen.De voorzitter:Meneer Grinwis, let wel even op de tijd, alstublieft, want het warentwee interrupties.De heer Grinwis (ChristenUnie):Ik bedoelde het misschien wel meer andersom. De koude sanering die nuaan de gang is en de mestplaatsingsruimtecrisis die nu urgent is, zijnacuut. Die maken vooral de komende anderhalf jaar slachtoffers en daarnaniet meer. Ik denk dus dat als je hem juist nu openstelt, het aantalTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55811 aanvragen in het eerste jaar zomaar de 1, 2, 3 miljard zou kunnenovertreffen. Hoe kijkt de heer Van Campen daartegen aan? Zou deMinister deze zomermaanden niet ook al moeten benutten om denotificatieprocedure in Brussel te doorlopen en om sowieso stappen tezetten in Brussel? Maar dat heeft de heer Van Campen al gezegd.De heer Van Campen (VVD):Een paar dingen. Ja, ik denk dat we geen tijd te verliezen hebben en datalle stappen moeten worden gezet om alles klaar te zetten om ook zo’nregeling te kunnen openen. Ik kan niet afwijken van de financiëleverdeling die deze coalitie heeft gemaakt. De heer Grinwis weet dat ook.Dat is de uitkomst van een onderhandeling. Dit is de poen waar we hetmee moeten doen voor de komende jaren. Het is wat het is. De Ministerzal daar een prioritering in maken, maar de urgentie wat betreft opkoopdie de heer Grinwis onderstreept, deel ik. Ik zou die ook in samenhangwillen zien met de andere voorstellen die bij het plan-Adema horen, zoalsde afroming van dierrechten en kijken wat RENURE aan innovatie kanopleveren. Ik noem de ambitie die we in de energietransitie hebben om tekomen tot groen gas, methaan uit drijfmest. We kennen volgens mijallemaal die mooie voorbeelden in het landelijk gebied waar boeren,melkveehouders, vaak samen collectieven starten om te kijken hoe ze datkunnen afvangen en zo zorgen dat we van de fossiele brandstoffenafkomen. Ik denk dus dat we een samenhang van maatregelen moetenzien waar opkoop – daar moeten we niet kinderachtig over doen – ook eenbelangrijk onderdeel van uitmaakt.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De VVD is een groot fan van RENURE. We hebben eerder echter geziendat zulke technische foefjes heel veel belastinggeld kosten en de boerenveel kosten, maar uiteindelijk geen problemen oplossen. Kan de VVD nugaranderen dat RENURE niet gaat leiden tot een lock-ineffect, niet debestaande afspraken rondom het halen van natuurdoelen, milieudoelenen andere doelen gaat afremmen, niet de extensivering gaat afremmen,niet de mestfraude gaat verhogen en, het allerbelangrijkst, niet over eenpaar jaar gaat leiden tot dezelfde situatie als waar we nu in zitten, methetzelfde landbouwsysteem, dezelfde problemen en boeren die weertegen een muur zijn opgelopen?De heer Van Campen (VVD):Ik vind het jammer, want ik had toch een iets optimistischer toon van dePartij voor de Dieren verwacht als het gaat om RENURE. We wetennamelijk allemaal wat er komt kijken bij de productie van kunstmest: eenenorm gasverbruik en een enorme CO2-uitstoot. Dat zijn toch niet bepaalddoelen die staan opgenomen in het partijprogramma van de Partij voor deDieren. Ik ben het wel met het lid Kostic´ eens dat het niet zo kan zijn dat ereen soort sluipweg wordt gevonden voor het wegzetten van mest. Ikgeloof en ik weet dat precisielandbouw, goed bodembeheer en kunst-mestvervangers een heel belangrijk onderdeel kunnen vormen.Dan over de kosten van nieuwe innovaties. Ik denk dat dat geldt voor alleinnovaties. Ik denk dat het lid Kostic´ een groot voorstander zal zijn vankweekvlees, want dan hoeven er geen dieren meer naar de slacht. Dat isook peperduur op dit moment. Alles wat begint en nieuw is, is kostbaar.Op een gegeven moment rol je dat uit en gaat de markt het overnemen,en dan heb je een nieuwe staande praktijk. Zo werkt het volgens mij in hetleven.De heer Flach (SGP):De nood is hoog. Ik denk dat alle landbouwwoordvoerders ervangeschrokken zijn dat het grootste deel van de miljarden van het transitie-fonds verdwenen is. Kan de heer Van Campen ons vanuit zijn positieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55812 binnen de VVD, de partij die ook de Minister van Financiën levert, eeninkijkje geven? Welke partij heeft dit nu binnengehaald? Is het de VVDgeweest die die miljarden heeft afgeroomd? Is het de BBB geweest die datheeft ingeleverd? Wilde de PVV dit? Hoe ging dat?De voorzitter:Hoe ging dat, meneer Van Campen? Ga eens lekker los.(Hilariteit)De heer Van Campen (VVD):Mevrouw Nijhof en ik zitten elkaar aan te kijken. We hebben er zelf niet bijgezeten. Dit is een ... Ik zou zeggen: we hebben een lang reces voor deboeg. Ik zou de heer Flach willen oproepen om de vier verkiezingspro-gramma’s naast elkaar te leggen. Dan kan hij daar, intelligent als hij is,vast zelf de conclusies uit trekken.De voorzitter:Er zijn ook nog bilateraaltjes, meneer Flach.De heer Flach (SGP):Het is een mooie poging om mijn vraag te omzeilen, maar daar komt deheer Van Campen toch niet mee weg. Hij heeft die partijprogramma’snaast elkaar gelegd. Ik zou het toch graag willen weten. Die 10 miljardverdwijnt niet zomaar. Geen enkele partij vindt het fijn om geld dat er is,van de begroting weg te schuiven. Welke partij heeft er nou de meesteinvloed op gehad dat dat geld verdwenen is?De voorzitter:Kom op, meneer Van Campen, een tipje van de sluier.De heer Van Campen (VVD):Er waren geen ... Ik weet het niet! Ik ben niet het enige lid ... Misschienhebben de andere collega’s ...(Hilariteit)De heer Van Campen (VVD):Ik zie geen herkenning. Harm! Harm is de enige die aan tafel heeftgezeten. Ik zou de heer Flach willen uitnodigen om dezelfde interruptie teplaatsen bij de heer Holman, want dan leer ik ook nog eens wat vandaag.De voorzitter:Ja, de heer Holman hield zich net inderdaad verdacht rustig, zag ik.Meneer Van Campen, u kunt verdergaan met uw betoog. U hebt nog1 minuut en 40 seconden.De heer Van Campen (VVD):Ik ben me er terdege van bewust dat alles waar we het net over hebbengehad, pijn doet. Het zijn pijnlijke maatregelen die impact hebben opboerenbedrijven. Maar we realiseren ons ook dat als we niets doen – degeschiedenis rond het fosfaatrechtenstelsel leert ons dat – er een ijskoudesanering van de veehouderij voor de deur staat. We moeten dus enerzijdsalles op alles zetten om in Brussel de zaken voor elkaar te krijgen enanderzijds een plan B klaar hebben liggen met noodmaatregelen om demestcrisis op te lossen. Dat zijn ook twee lijnen van het hoofdlijnenak-koord. We vragen de Minister om langs die twee lijnen van het akkoordhet programma uit te werken en zo snel mogelijk de bijbehorendewetsvoorstellen bij de Kamer in te dienen die ervoor zorgen dat demestproductieplafonds naar beneden worden gebracht en die deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55813 afroming van dierrechten regelen, juist om de landing bij de EuropeseCommissie over een eventuele nieuwe derogatie een goede kans tegeven. Kan de Minister bevestigen dat beide wetsvoorstellen inmiddels bijde Raad van State liggen? Wanneer verwacht zij hier een reactie op?Voorzitter, tot slot. We zijn het aan boerenfamilies verplicht om numaatregelen te treffen, om de waterkwaliteit te verbeteren, om een koudesanering te voorkomen, zodat de verdrietige geschiedenis van knelge-vallen bij de invoering van het fosfaatrechtenstelsel nooit meer zalgebeuren.Dank u, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Van Campen, voor uw inbreng namens de VVD. DePartij voor de Vrijheid, mevrouw Nijhof-Leeuw.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Dank u, voorzitter. In aanloop naar het nog uit te werken hoofdlijnenak-koord en om het actieprogramma mest een stap verder te brengen, zal dePVV vandaag aan de Minister enkele suggesties en aandachtspuntenmeegeven die kunnen bijdragen aan een mooi toekomstperspectief vooronze agrarische sector. In het actieprogramma mest zitten zeker goedeelementen. De PVV heeft echter niets teruggezien van de door dewoordvoerders ingebrachte input om de acute druk van de mestmarkt afte halen. Met de toelating van RENURE zal er een puzzelstukje in decomplexe puzzel gelegd worden. Ik heb daar een vraag over. Mag ditminerale concentraat van 1 februari tot half september op zandgrond entot eind september op kleigrond uitgereden worden? Ik hoor graag dereactie van de Minister daarop.Nog even verder over RENURE. Het is onder andere zeer geschikt voor deakkerbouw, waardoor ook het kunstmestverbruik teruggedrongen kanworden en er weer extra mestplaatsingsruimte is. Het zal positiefdoorwerken op de nitraatuitspoeling. Daarmee verwijs ik naar pagina 13en 16 van het RIVM-rapport Landbouwpraktijk en waterkwaliteit, datgisteren op de RIVM-site geplaatst is. Er is in de afgelopen jaren veelnieuwe kennis ontwikkeld over de gasvormige verliezen, waar ook de heerPierik het al even over had. Hiervoor verwijs ik ook graag naar hetonderzoek van de heer Herman de Boer. We zien dat die verliezen bijvarkenshouders en pluimveehouders groter zijn dan berekend. Zo heeftde ene een verlies van 25% en de andere een verlies van 45%. Dieberekening is daardoor een gemiddelde. Je hebt variaties die eronder enerboven zitten. Dat kun je niet altijd in de verfijnde systemen terugvinden,vandaar dat er een eenvoudig systeem wordt gehanteerd. Mineralen diede lucht in gaan, bijvoorbeeld ammoniak en stikstof, kun je niet afvoerenuit je mestput, want ze zijn er immers niet meer. Minister, zou het daaromniet verstandig zijn om net als bij de varkens- en de pluimveehouderij eenruimhartige correctie op de gasvormige verliezen toe te passen? Ik bedoeldus bij de melkveehouders, of bij de koeien; laat ik het maar zo zeggen.Een toegevoegde verruiming is ook het tijdelijk verhogen van hetverwerkingsvolume binnen de vergunningen bij de mestverwerkers. Danzal er meer ruimte gecreëerd worden. Maar deze maatregel zou ook eenstukje in de legpuzzel kunnen zijn. Dit is overigens de bevoegdheid van deprovincie. Daarover zou dan het gesprek met de provincies gevoerdmoeten worden.Voorzitter. Stikstofkrakers kunnen ook extra mestplaatsingsruimte creëren,doordat het eindproduct goed inzetbaar is, zowel via de Aa-lijst van deEU-mestwet als onder de noemer van RENURE. Maar naast het pleistersplakken voor de korte termijn zal de Minister ook met haar collega vanIenW in gesprek moeten om de Nitraatrichtlijn te herzien. Onze Nitraat-richtlijn moet in lijn liggen met de lidstaten om ons heen en moet alleengebieden als «kwetsbaar» aanduiden als de waterkwaliteit daar benedenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55814 de norm is. Dit geeft ruimte voor de derogatie in gebieden waar dewaterkwaliteit voldoet aan de norm, zoals bijvoorbeeld bij grasland. DePVV constateert ook dat er regelmatig conclusies worden getrokken uit dedata die reeds achterhaald zijn. Doelsturing op basis van actuele data isessentieel voor de waterkwaliteit. Een dashboard waarop de boer kan zienhoe het ervoor staat op zijn akkers en wat het effect is van een wijziging inde werkwijze, zal enorm helpen om de waterkwaliteit te verbeteren en tebehouden.Voorzitter. De PVV maakt zich ook zorgen over de stalvloeren. Wijontvangen signalen dat goedgekeurde vloeren niet leverbaar zijn, behalveeen vloer die heel veel duurder is. Overigens lezen wij ook in de media dater vergunningen afgegeven worden ondanks dat de vloer niet hetgewenste resultaat geeft.Voorzitter. Ik wil ook aandacht vragen voor het generiek verlagen van hetmestplafond ongeacht de sector. Wij vinden dat het vergelijkbaar is metgeneriek mestbeleid ongeacht de waterkwaliteit. De pluimveemest is eenhoogwaardig product dat vrijwel volledig hergebruikt wordt. 95% wordtverkocht aan andere sectoren. De resterende 5% gaat op het land omtarwe te produceren om te gebruiken in het voer voor het eigen pluimvee.Dat is een geweldig mooi voorbeeld van kringlooplandbouw.De voorzitter:U dient af te ronden.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Afsluitend, voorzitter. Meer bemestingsruimte voor de korte termijn, voorhet einde van het bemestingsseizoen. De putten moeten leeg voor eindseptember.Voorzitter. Er is genoeg werk aan de winkel voor de nieuwe Minister. Wijwensen haar dan ook heel veel succes en zien uit naar de uitwerking vanhet regeerakkoord. We zien dat met vertrouwen tegemoet.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel voor uw inbreng namens de PVV.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):De komende jaren gaat het mestoverschot in Nederland oplopen tot800.000 volle tankwagens met mest. Hoe gaat de PVV dat oplossen?Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik heb net een paar punten genoemd, bijvoorbeeld de stikstofkrakers ende mestverwerking, waarmee je het uit elkaar gaat trekken, zodat je het ophet land kunt gebruiken en de dikke fractie op een andere manier kuntverwerken. Ik denk dus dat er genoeg innovatieve punten zijn. Innovaties,bijvoorbeeld in het voerspoor, zorgen voor minder mest. Ik denk dus dater genoeg suggesties zijn, maar wij kijken ook uit naar de lijn van en deuitwerking in het regeerakkoord. We zijn benieuwd welke richting deMinister daarin kiest. Wij hebben nu alleen onze suggesties gedaan. Hetstaat iedereen vrij om zijn eigen suggesties te geven.De voorzitter:Dank u wel. Geachte afgevaardigde Beckerman van de SocialistischePartij.Mevrouw Beckerman (SP):Dank u wel. Welkom aan de nieuwe Minister.In 2008 verzuchtte Minister Verburg dat zij hoopte de laatste Minister tezijn voor wie het mestbeleid een hoofdpijndossier is. Vandaag zitten wemet een nieuwe Minister, die we zeker geen hoofdpijn toewensen, maarTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55815 die misschien, zeker na gisteren, al wel een klein beetje hoofdpijn heeftvan dit dossier. Dit is in alles politiek falen, met grote gevolgen voor boer,leefomgeving en natuur. Het wordt elke keer maar weer vooruitgeschoven in de hoop op een magische oplossing om uit de shit tekomen, een technische oplossing of een oplossing uit Brussel. Maar wehebben gezien dat hoe langer we wachten, hoe groter de wanhoop wordtbij boeren die klemzitten. Hoe langer we wachten, des te dieper decrisissituatie, des te duurder de oplossingen en hoe pijnlijker en mindergoed. De enige oplossing is minder mest, minder dieren, meer boeren:een landbouw waarin goed verdiend kan worden op kleinere, grondge-bonden schaal.Voorzitter. Het meest springende punt in dit debat is natuurlijk de vraag ofde door voormalig Minister Adema voorgestelde brede stoppersregelingdoorgang kan vinden. Dat is een vrijwillige regeling die zorgt voor eenpermanente krimp om te voorkomen dat er een koude sanering ontstaat,waarbij boeren niets anders kunnen dan stoppen. Wat gaat de nieuweMinister doen? Wil zij deze brede regeling daadwerkelijk verdervormgeven boven op de eerdergenoemde regeling? Zo niet, wat wil zijdan doen voor boeren die acuut dreigen te moeten stoppen?Maar veel belangrijker is hoe we ervoor zorgen dat boeren kunnen blijven.Ze moeten kunnen blijven op een manier dat we er met minder dierenvoor kunnen zorgen dat er een goed inkomen te verdienen is. U weet datmijn partij vindt dat de verantwoordelijkheid niet keer op keer enkel op hetboerenerf moet worden neergelegd. Er is een keten die jarenlangschaalvergroting heeft aangejaagd en die jarenlang verdiend heeft aangroot-groter-grootst. Ook de Rabobank moet dus haar eigen shitopruimen.Ik wil even terug naar dat plan-Adema. Ik haal daar een citaat uit: «Vooreen succesvolle aanpak is het van belang dat ketenpartijen en banken inde aankomende jaren ondersteuning bieden aan die bedrijven die passenbij het toekomstbeeld van een grondgebonden melkveehouderij.» Hijnoemde een aantal heel concrete maatregelen, bijvoorbeeld aflossings-vrije periodes, een meerprijs voor grondgebonden melkveehouders enspecifieke marktconcepten, en maatwerkfinanciering. Die zouden dus ookecht geleverd moeten worden door ketenpartijen. Hij schrijft in zijn eerstebrief, of eigenlijk in de bijlage, dat deze maatregelen in mei zouden zijnuitgewerkt. Maar dat is niet gebeurd. Ik ben eigenlijk wel benieuwd hoe denieuwe Minister hierin staat. Hoe staat het nu, hoe staat zij hierin, welkemaatregelen wil zij vragen van ketenpartijen en hoe dwingend zou ze datwillen maken?Voorzitter, ik kijk heel even naar de tijd.De voorzitter:U heeft nog twee minuten.Mevrouw Beckerman (SP):Ah, dat is mooi.Over hoofdpijn ... Dat is niet om te lachen, mevrouw Bromet. Een beetjehoofdpijn over RENURE. De afgelopen jaren hebben we natuurlijk steedsgezien dat er technische oplossingen gepresenteerd werden om uitverschillende landbouwproblemen te komen. Niemand is tegen innovatieen ook de Socialistische Partij is dat zeker niet, maar we hebben heel vaakgezien dat boeren zich nog dieper in de schulden moesten steken omvervolgens te concluderen dat de maatregelen weliswaar winstgevendwaren voor de verkopers maar niet voldoende deden om het doel tehalen. Wij maken ons toch wel zorgen dat deze geschiedenis zich metRENURE gaat herhalen. We zien dat opnieuw een zeer dure installatiewordt gepresenteerd als een wondermiddel. Ik ben benieuwd of deMinister die cijfers kan overnemen, maar ik las in Melk van het Noordendat het 6 ton per bedrijf zou gaan kosten. En de Rabobank becijferde datTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55816 het alleen terug te verdienen is door bedrijven met 500 koeien. Ik benbenieuwd of deze cijfers kloppen. Ik zag een uitspraak van Ruud Hendriks,docent bodemvruchtbaarheid, waarin hij zegt dat het vestzak-broekzak isen dat RENURE een verdienmodel is van de mestbewerkers en eenverliesmodel voor de boeren. Graag een reactie. Het zou er bovendien ookvoor kunnen zorgen dat er minder weidegang plaatsvindt.Ik vond de zin van columnist Stevelink ook wel mooi: «Met RENURE doenwe onszelf nog even een blinddoek voor, maar uiteindelijk moet je dedraak in de ogen kijken.» Hoe staat de nieuwe Minister hierin? Ik zeg ditniet omdat wij elke innovatie willen blokkeren, maar omdat wij niet willendat dit weer een nieuwe schuld om de nek van boeren wordt, dieuiteindelijk minder oplevert dan we ervan gehoopt hadden.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Beckerman. U sprak namens de SP. Er is eeninterruptie van mevrouw Nijhof-Leeuw.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik zou graag een vraag aan de collega stellen over RENURE en decapaciteit. Is mijn buurvrouw ervan op de hoogte dat RENURE al jaren alseen pilot bij mestverwerkingsbedrijven draait? Er is dus al wel degelijkcapaciteit op verschillende plekken. Het kan daarna op andere plekkenuitgebreid worden. Maar er is dus al zeker capaciteit, waardoor het nu alwat lucht kan geven in het mestprobleem.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, dat klopt, maar ik noemde al wel de zorgen die wij hierbij hebben. Deheer Van Campen, uw buurman, heeft al best vaak hartstochtelijk gepleitvoor RENURE. Het interessante daarbij vond ik altijd de claim dat het zoukunnen leiden tot minder kunstmestgebruik. Dat is natuurlijk een ergbelangrijk doel en ook iets waarin wij mee kunnen gaan. Overigenshebben we ook gezien dat er natuurlijk genoeg boeren zijn die op eenandere manier boeren en daardoor ook zonder kunstmest kunnen. Dieboeren hebben dus geen mestprobleem. Zijn er boeren die hier al meewerken? Ja, dat klopt. Helaas is de eerste die het gebruikt heeft, geloof ik,binnen een jaar failliet gegaan. Dat zagen wij in een recent artikel vanFollow the Money. Er zijn inderdaad mogelijkheden, maar mijn zorg zit ’merin dat we het een heel individuele oplossing maken, waarvoor boerenzich weer in de schulden moeten steken. Interessant was dat mevrouwNijhof-Laan net zelf een voorbeeld gaf van zo’n innovatie die vervolgenseen peperdure oplossing wordt, waarvoor een extra lening nodig is: destalvloeren. Zo’n vloer is er niet; die wordt wel vergund, maar die blijktniet goed genoeg te zijn. Dat zijn precies onze zorgen, ook voor RENURE.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Ik hoor mevrouw Becker, pardon, mevrouw Beckerman, zeggen dat deeerste die RENURE gebruikte al failliet is, om het maar even simpel uit tedrukken. Op meerdere plekken in Nederland en zeker in Brabant staat menin nauw contact met het ministerie. Er zijn mestverwerkingsbedrijven diehiervoor al tien jaar lang een pilot draaien, die heel succesvol is. Ik wil erdus eigenlijk van af dat die op omvallen staan, want dat is absoluut niethet geval. Het is een supermooi mineralenconcentraat dat heel goed werktvoor de bodem, als je inderdaad het een en ander moet toevoegen. Ik wildus af van het idee dat het alleen maar duur zou zijn. Het is een deel, eenpuzzelstukje. Ik denk dat we een grote puzzel te leggen hebben, zeker opde korte termijn. Dit zou een klein stukje in de legpuzzel kunnen zijn, maarzeker niet het enige. Dat hebt u mij ook niet horen zeggen.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55817 Dit waren twee interrupties. U hebt er nog eentje, mevrouw Nijhof.Mevrouw Beckerman (SP):Het zegt ook wel weer wat dat het na tien jaar nog een pilot is. Ik wil heteigenlijk omdraaien voor mevrouw Nijhof-Laan. Het punt is niet dat wijniet snappen dat er technisch heel veel innovaties mogelijk zijn, bijvoor-beeld om kunstmest overbodig te maken, wat een doel is dat wij steunen.De vraag is alleen of dit voor ons de beste oplossing is. We zien namelijkdat het in hetzelfde cirkeltje zit als andere oplossingen. Het zorgt ervoordat boeren misschien weer een grote lening moeten aangaan en datweidegang mogelijkerwijs verminderd wordt, terwijl wij veel meer zien ineen oplossing waarbij we boeren met minder vee beter laten verdienen.Dat is voor ons een betere oplossing dan weer een misschien wel heledure technische oplossing, die bovendien zorgt voor minder weidegang.Die zorgen hebben wij hier uitgesproken. Ik zou denken dat we de PVVdaarin aan onze kant kunnen vinden, ook omdat ze zelf haar zorgen heeftuitgesproken over een andere innovatie, waar veel problemen mee zijngeweest en die eerder als een klein deel van de oplossing werd gepresen-teerd, namelijk die stalvloerconstructies.De voorzitter:Het is overigens «mevrouw Nijhof-Leeuw». U zei «mevrouw Nijhof-Laan»,en mevrouw Nijhof zei later «mevrouw Becker». Als u de naambordjesomkeert, hebt u daar geen last meer van; dan kunt u het zien. MevrouwNijhof-Leeuw, uw laatste interruptie.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Dat is soms wel makkelijk, vooral als je tegen de achterkant aan zit tekijken.Ja, het kan voor de ene boer een te grote investering zijn, terwijl het voorde andere boer wel een oplossing kan zijn. Dat heeft te maken met deterugverdientijd. Realiseert u zich wel: als je meer mineralenconcentraatkunt uitrijden en het dus droog op je land kunt verwerken, heb je niet aldie vrachtwagens vol kunstmest nodig, die klauwen met geld kosten. Hethangt af van de financiële positie van het bedrijf en de terugverdientijd isvoor de een wat korter dan voor de ander, maar ik denk zeker dat het voorverschillende bedrijven een oplossing is. Maar gaat u mij nu nietvastpinnen op de tijden of de jaren. Ik denk dat het per bedrijf verschillendis. Ik ben door mijn interrupties heen, dus ik kan u geen reactie meergeven.De voorzitter:Maar u krijgt nog wel een tweede termijn, uiteraard.Mevrouw Beckerman (SP):De terugverdientijd kan verschillen, maar wij vroegen juist of de Ministerde cijfers van ... Ik zie dat mevrouw Nijhof met een collega praat. Wilt uhet antwoord horen? De Rabobank becijferde dat het alleen terug teverdienen is voor boeren met minimaal 500 koeien. Onze vraag daarbijwas: moeten we er niet eerder voor zorgen dat ook kleinere boeren, metminder koeien, die ook naar buiten gaan, een goed inkomen kunnenverdienen? Zou het niet veel slimmer zijn om daarop in te zetten, in plaatsvan op wederom zo’n dure, technische oplossing? Het doel, namelijk hetoplossen van de mestcrisis en het overbodig maken van kunstmest, delenwe natuurlijk geheel, maar dat kan ook op een andere manier.De heer Pierik (BBB):Ik vind het wel een mooi betoog van mevrouw Beckerman, want zij is echtbetrokken bij het verdienmodel van de boeren. Zij zegt: met minder dierenmeer verdienen. Dat is mooi, maar waar komen die extra verdiensten danTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55818 vandaan en wat voor gevolgen heeft dat voor het boodschappenmandjevan onze burger? Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar.Mevrouw Beckerman (SP):Daar kan ik echt heel erg over uitweiden. Wij hebben deze debatten heelvaak gevoerd. Ik denk dat het erbij begint dat we veel meer moetenproduceren voor de Nederlandse markt. Dat is ook een van de redenenwaarom mijn partij, en uw partij overigens ook, steeds heel veel van diehandelsverdragen heeft afgewezen. We moeten er dus voor zorgen datNederlandse boeren niet meer puur produceren voor de export envoorkomen dat we goedkopere producten importeren die volgens veelslechtere normen zijn gemaakt. Dat is heel belangrijk voor mijn partij. Datis ook waarop we elkaar hebben gevonden. Ten tweede vinden wij hetheel erg belangrijk dat de ketenpartijen veel meer van dit soort productenin hun schappen gaan leggen. Dat is ook een punt waarop we meermalengezamenlijk moties hebben ingediend of gesteund. Ik noemde ze net inmijn betoog. We zeiden dat je de mestcrisis niet enkel kunt afwentelen ophet boerenerf; je zult ook aan ketenpartijen een bijdrage moeten vragen.Dat zat ook in het plan-Adema. Er werd beloofd om dat concreet te makenin mei, maar dat is niet gebeurd. Dat zijn dus twee elementen daarbij. Eenderde, heel erg belangrijk element is: waar geeft de overheid haar geldaan uit? De 500 miljoen voor landschapsbeheer werd net even genoemd.Voor ons is het heel belangrijk dat je dat doet en dat je boeren die hunbedrijf op die manier vormgeven, echt beloont. Daar hebben we natuurlijkveel debatten over gehad. Het GLB en de ecosysteemdiensten: het zijnallemaal dingen die wij van harte steunen.En dan uw punt: wat betekent dat nou voor de prijs in de supermarkt? Datis best een interessante vraag. Wij hebben een paar keer verwezen naarde Europese mogelijkheid om de producten uit je eigen land in desupermarkt te bevoordelen. Ik weet niet of dat samen met uw partij was,maar in ieder geval wel samen met Volt, die er vandaag niet is. Frankrijkheeft daar bijvoorbeeld wetgeving voor gemaakt. Relatief kort geledenhebben wij een motie aangenomen gekregen waarin wordt verzocht omook in Nederland naar dat soort wetgeving te kijken, waardoor dat soortproducten, Nederlandse producten, in de supermarkt een goede prijshebben. Ik hoop dat dit nog staat, dus misschien vraag ik het zo ookeventjes aan de Minister. Frankrijk deed dat dus al. Wij vragen dus ook omeen bijdrage van de keten, want heel vaak wordt nu gezegd dat deboodschappen dan duurder worden, maar dat is niet altijd het geval. Kijknaar boeren die hun eigen producten verkopen. Die hebben vaak eengoede, schappelijke prijs. De winst zit niet zelden bij de supermarkt. Wijhebben weleens het voorbeeld gegeven van het eitje.De voorzitter:Er zijn genoeg voorbeelden gegeven. We gaan niet naar de eitjes toe,want we moeten de tijd bewaken.Mevrouw Beckerman (SP):Ja, voorzitter, maar het is zo’n leuke vraag en ik heb zo veel plannen omervoor te zorgen dat er een goed verdienmodel komt. Ik ben zo’nvoorstander van dat goede verdienmodel dat ik daar graag voorbeeldenvan geef. Een boer krijgt maar € 0,08 voor dat ene eitje, terwijl desupermarktprijs maar stijgt en stijgt. De winst blijft vooral bij de super-marktketens en komt niet terecht op het boerenerf. Nou ja, dit zijn eenpaar van die plannen. Maar ja, nou ja, ik mag niet meer.De heer Van Campen (VVD):Wat nog wel aanwezig is op het boerenerf, is mest, om het nog maar eventerug naar het topic te brengen, haha. Toch nog even over RENURE. Dezecoalitie heeft in het hoofdlijnenakkoord grote ambities opgeschreven overTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55819 doelsturing. We willen van middelsturing naar doelsturing. We willen vandepositiebeleid naar emissiebeleid. Dat klinkt allemaal heel abstract. Als jedaar op een verjaardag op een heel hoog niveau met mensen over praat –dat doe ik overigens niet heel vaak op verjaardagen – dan ga je vaak heelerg met elkaar op, maar als er keuzes gemaakt moeten worden, dankunnen die best wel pijn doen. Dan heb je het bijvoorbeeld over devermindering van vergunningsruimte voor uitstoot. Dat is doelsturing,emissiesturing. Ik zou mevrouw Beckerman willen vragen of we nou zo opde stoel van die boer moeten gaan zitten. Als we straks we aan de enekant kunstmestvervangers, RENURE, hebben en aan de andere kant dedoelen op het gebied van de waterkwaliteit kunnen waarborgen, moetenwe ons dan hier een oordeel vormen over wat het boerenvakmanschap, indie stal, op dat land, kan bieden? Moeten wij hier praten over al dieverschillende instrumenten in de gereedschapskist van een ondernemerals wij met elkaar zeggen dat hij daarvan gebruik kan maken opvoorwaarde dat de waterkwaliteit goed is, de natuurkwaliteit goed is en deuitstoot wat vermindert?Mevrouw Beckerman (SP):Op die manier klinkt dat heel leuk, hè, een vrije keuze. Prima. Maar mijnpunt is dat wij hier weer een soort van wondermiddel ... We wetenjarenlang dat zo’n mestcrisis eraan zit te komen. In noemde het net: in2008 verzuchtte Minister Verburg dat zij hoopte dat zij de laatste Ministerwas die daarvan hoofdpijn zou krijgen. We weten dat die eraan komt enwe weten dat we al heel lang letterlijk in de shit zitten, maar vervolgenswachten we elke keer op dat wondermiddel. Dáár ging mijn kritiek of mijnvraag over. Mijn zorg is dat, als je als overheid propageert dat er eenwondermiddel is, en boeren dus ... Kijk, als iemand zelf een keuze maakt,dan is dat prima. Maar als je het als wondermiddel gaat propageren, gaanmensen zich vervolgens weer tot de nek in de schulden steken omdat zedenken: dat is gepropageerd als wondermiddel. Het is de politiek die datheeft gepropageerd, maar vervolgens blijkt het niet of onvoldoende tewerken. De overheid moet zich dan afvragen of zij dat weer wil doen. Wehebben al een paar keer eerder gezien dat wondermiddelen in de praktijktoch veel minder bleken te werken. U kent ze ook: de stalvloeren. Diebleken veel minder goed te werken. Dus dat zijn mijn zorgen hierbij.Moeten we weer een wondermiddel propageren, terwijl we niet goedweten of dat wel terug te verdienen is en of mensen zich niet extra in deschulden steken? Of moeten we komen met een wat meer permanenteoplossing, waarbij we mensen echt helpen met omschakelen en ervoorzorgen dat dat een goed verdienmodel wordt?De voorzitter:Dank u wel. Meneer Van Campen, tevreden? Oké. Dan gaan we naarmevrouw Podt, Democraten 66.Mevrouw Podt (D66):Voorzitter, dank u wel. Na een rommelige start gisteren ben ik wel blij datwe hier vandaag alsnog zitten. Er zijn vast veel verschillen van inzicht. Diezien we ook nu in het debat, maar wat iedereen die hier vandaag zit bindt,is dat we heel graag een goede oplossing willen voor de mestcrisis. Ik zeghet maar gelijk: wat mij betreft is een goede oplossing ook een snelleoplossing. Want met iedere week die we langer wachten holt de datumvan 1 januari 2025 dichterbij. Het is een datum die, als we niet heel snelwat doen, voor veel boeren diepe praktische en financiële ellendebetekent, want dan mogen ze minder mest produceren en uitrijden. Datwas de reden dat ik en veel andere partijen dit debat zo noodzakelijkvonden en het zo noodzakelijk vonden om dit debat nú te voeren. Want alswe wachten tot na het reces, is 2025 nog maar drie maanden weg. Dat issimpelweg te laat. Ik ben heel blij dat de nieuwe Minister tijdens deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55820 hoorzitting al aangaf dat het oplossen van de mestcrisis een van haarprioriteiten gaat zijn.Voorzitter. De mestcrisis komt bepaald niet uit de lucht vallen. Dat onzewateren de slechtste kwaliteit hebben in de Europese Unie en dat wij dederogatie gaan kwijtraken is al jaren bekend. Helaas is elke keer gekozenvoor uitstel en afstel. De voorgangers van de Minister hebben vele malenen tot op het laatste moment geprobeerd om nóg een uitzondering tekrijgen. Zonder succes. In Brussel is het geven en nemen, en wij hebbenvooral genomen. De waterkwaliteit is niet verbeterd. Het landbouwak-koord is geklapt en we hebben ons niet aan afspraken gehouden. «Met devuist op tafel» werkt dan niet. Dan moet je relaties opbouwen en latenzien dat je het meent met die waterkwaliteit. Dat kost tijd, en ondertussenzien de boeren die mestcrisis op zich afstormen. Jonge en gezondeboerenbedrijven gaan we verliezen als we niets doen. Daarom is mijneerste vraag aan de Minister: heeft zij in beeld hoeveel boerenbedrijvenmogelijk failliet zullen gaan als de druk op de mestmarkt niet wordtopgelost? Want dat de nood hoog is, staat vast. Daarom kwam MinisterAdema met een plan dat kon rekenen op een Kamermeerderheid. Denoodmaatregelen voor mest, zoals vermeld in het hoofdlijnenakkoord,liggen dus voor het oprapen. De graslandsubsidie is geregeld en de restvan het samenhangende pakket is duidelijk uiteengezet in een routekaart.Dat stemt mij hoopvol, maar ik heb nog wel vragen over de financieringen de routekaart.Tijdens de hoorzitting verwees de nieuwe Minister naar de 5 miljard dienog over is van het transitiefonds. Ik zei het net al even: haar voorgangersprak over zo’n 4 miljard om in te zetten voor de vrijwillige uitkoopre-geling. Dan is er nog 1 miljard over voor de andere plannen in hetakkoord. Ik heb ze even snel opgeschreven: innovatie, voerspoor,robotisering, regie van het Rijk op de vergunningverlening van mestver-werking met minder ambtenaren, dierwaardige veehouderij, gebiedsge-richte instandhouding van de natuur, waar het vorige kabinet 25 miljardvoor had gereserveerd, de naamsverandering van LNV en een maximaleondersteuning bij het toekomstbestendig maken van de visserijvloot. Datmoet dus eigenlijk allemaal uit die 1 miljard. Volgens mij hoef je niet bijhet CPB te werken om te zien dat dit tientallen miljarden gaat vragen. Hoezal de Minister al deze beloftes waarmaken met 1 miljard op zak?Voorzitter. Ik begrijp natuurlijk dat deze Minister nog maar net in functie is,maar de crisis en die routekaart manen tot spoed. Daarom wil D66 núdoorpakken met het plan-Adema. Dus kan deze Minister aangeven dat zedit onverkort gaat uitvoeren? En kan ze toezeggen dat we nog voorPrinsjesdag inzicht krijgen in de opzet en de financiële dekking van detwee zaken die voor dat moment in de routekaart staan? Dat is debeëindigingsregeling en de wijziging van de Meststoffenwet voor deverlaging van de mestproductieplafonds en de afroming van 30%.Voorzitter. We hebben het nu over een mestcrisis, een acuut probleem datop de korte termijn opgelost moet worden én een symptoom van eengrotere uitdaging, namelijk het in balans brengen van onze landbouw metde natuur. Want ja, om onze gewassen te laten groeien hebben we mestnodig. Maar laten we dan goed kijken hoeveel we nodig hebben. Nuproduceren we eerst en weten we vervolgens niet waar we het kunnenlaten. Met dat in het achterhoofd ben ik erg blij dat Minister Ademaeindelijk stappen ging zetten richting meer grondgebondenheid en zorichting een echte langetermijnvisie voor de landbouw. Welke stappen wildeze Minister zetten om toe te werken naar een langetermijnvisie voor deveehouderij?Voorzitter. Laten we blijven werken aan perspectief voor de boeren envoorkomen dat gezonde boerenbedrijven ten onder gaan aan debesluiteloosheid van Den Haag.Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55821 De voorzitter:Mevrouw Podt, netjes binnen de tijd. Dank u wel daarvoor. Zij spraknamens D66. Dan mevrouw Vedder, Christen Democratisch Appèl.Mevrouw Vedder (CDA):Dank, voorzitter. Allereerst mijn hartelijke felicitaties aan MinisterWiersma. Welkom in de naar mijn bescheiden mening leukste commissievan de Tweede Kamer. Een commissie die elkaar opvallend vaak weet tevinden, heb ik gister opgeschreven, om te doen wat nodig is. Behalvemisschien gister, zeg ik met een knipoog. Mijn complimenten ook aan deMinister voor de brief die ze vannacht heeft gestuurd en het feit dat wehier vandaag met elkaar het debat aangaan. Het laat zien dat deze Ministerniet alleen de Kamer serieus neemt, maar vooral ook de dreigende crisisin de sector. Als Kamerlid en als boerin ben ik haar daar dankbaar voor.Voorzitter. De situatie is urgent. In een eerder debat heb ik gezegd dat erstraks duizenden boeren zijn die een onmogelijke keuze moeten maken:koeien naar de slacht of een milieudelict begaan. En straks, dat is nu.Want over acht weken al is het uitrijseizoen voorbij. Een deel van desector zal zijn mest kwijt kunnen, maar tegen een gigantisch hoge prijs.Een deel van de sector kan zich nog voor geen miljoen een weg uit de shitkopen, want er zijn 400.000 vrachtwagens mest te veel. Waar moet dat inhemelsnaam heen?Voorzitter. In de aanloop naar dit debat hebben wij een enquête uitgezet inons agronetwerk. Daarin kregen wij reacties als: wij zijn koeien aan hetafvoeren, mest wordt niet opgehaald, niemand wil het hebben. Demestcrisis kan niet wachten. Hoe gaat deze Minister verder met het planvan aanpak van Adema? Wordt dit voortgezet? Welke delen wel, welkedelen niet? Hoe zit het bijvoorbeeld met de brede beëindigingsregeling?Hoe betrekt de Minister hier het crisisplan van de sector bij en deprovincies? Ik hoor graag per vraag een specifiek antwoord, want ik vindhet heel belangrijk wat we tussen nu en die acht weken gaan doen.Andere reacties waren: «rekeningen kunnen nu al niet meer wordenbetaald», «we staan diep in het rood», «hopen dat je niet bij degenenhoort die gaan omvallen» en «ik zie een slagveld onder collega’s». Ziet deMinister kansen om de de-minimisregeling te verruimen om meer steunmogelijk te maken? Hoe staat het met de verhoging van de subsidieBehoud grasland? Maar vooral: welk handelingsperspectief kan deMinister boeren geven die op dit moment al aangeven in financiëleproblemen te zitten?Andere quotes waren: «wij waren bezig kunstmestvrij te worden maar wevoeren nu weer kunstmest aan», «veel zorgen over de gezondheid van debodem, gezondheid van gewassen en mijn vee», «kunstmest kan dedaling in mineralen en sporenelementen nooit opvangen», «we hebbenonze koeien opgestald om het beetje dierlijke mest wat we nog hebben zoefficiënt mogelijk in te zetten».Voorzitter. Ik heb het eerder gezegd: de streep door de derogatie is net zoonlogisch en net zo onrechtvaardig als de streep door de pulsvisserij. Ikheb gehoord van deze Minister dat ze volle kracht gaat inzetten op hetopbouwen van relaties in Brussel. Heel goed, onze volle steun daarvoorvanuit het CDA. Wat ons betreft is een graslandderogatie wel het minsteals we met gezond boerenverstand kijken naar waterkwaliteit. Maar hetopbouwen van relaties kost ook tijd, en tijd hebben boeren nu niet. Nuniks doen is kiezen voor een heiharde koude sanering. Dus welkemaatregelen gaat de Minister ondertussen in Nederland treffen? Kortom,wat is plan B en wanneer gaat dit in werking?Voorzitter. Innovatie, mestverwerking, RENURE en doelsturing zijnallemaal voorbijgekomen. Deze punten zijn allemaal belangrijk voor hethalen van de Kaderrichtlijn Water en andere doelen. Een van mijn grootstefrustraties is dat de sector hierin vele malen sneller opschakelt dan hetRijk, en dat het Rijk er telkens hopeloos achteraan hobbelt. Wat gaat deTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55822 Minister doen om te zorgen dat we hier als overheid in kunnenversnellen? Is de Minister het ook met ons eens dat de meeste vormenvan innovatie die ik net noemde, vaak geen invloed hebben op demestproductie? En is de Minister het met ons eens dat plan B voor hetdealen met de mestcrisis eigenlijk maar twee knoppen kent, namelijk ófminder mest, óf minder N’etjes en P’tjes in die mest? Of wil de Ministerniet aan de kant van de mestproductie gaan ingrijpen, maar juist aan dekant van de mestplaatsing? Dat is voor mij een hele belangrijke, crucialevraag. Gaat de Minister overschrijding van gebruiksnormen en mestpla-fonds bijvoorbeeld gedogen, waar de sector ook toe oproept? Hoe ziet deMinister dit? Welke reactie verwacht de Minister vanuit Brussel? Zijn wehier, bijvoorbeeld financieel, op voorbereid?Voorzitter. Nog drie afsluitende, korte vragen. Hoe gaat de Ministeruitvoering geven aan onze motie over de 1 oktoberregeling voorvanggewassen, die door de huidige extreme weersomstandighedenenorm onder druk staan? Twee. Hoe kijkt de Minister naar de wijziging diehaar voorganger heeft aangebracht in het wetsvoorstel rond verliezen vankippen- en varkensrechten? Vindt zij deze aanpassing voldoende? Gaat ditvoorstel na het advies van de Raad van State zo snel mogelijk naar deTweede Kamer? De derde vraag is: is de Minister bereid om in de Lbv- ende Lbv-plusregeling de eisen over het legen van mestkelders aan tepassen, zodat de regelingen kunnen bijdragen aan het oplossen van demestcrisis in plaats van tegen te werken? En geeft dat dan vervolgensgeen problemen met bijvoorbeeld staatssteun?Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Vedder. U sprak namens het CDA. Er zijn twee inter-rupties. Allereerst meneer Van Campen en dan meneer Holman.De heer Van Campen (VVD):Ik ga iets geks doen. Ik ga mevrouw Vedder vragen naar haar ervaring alsmelkveehouder. Ik zou haar het volgende willen vragen. In hetplan-Adema zit een aantal onvoorstelbare rotmaatregelen, waarvan ik zelftoch ook het pleidooi heb gehouden dat we ze moeten nemen. Zoumevrouw Vedder ons eens kunnen meenemen in wat zij hoort als zij inhaar omgeving als melkveehoudster op de buurtborrel of op verjaardagencollega’s spreekt? Hoe wordt daarover gesproken?Mevrouw Vedder (CDA):Nou heb ik zo braaf mijn best gedaan om niet weer de boerin uit tehangen. Ik ben altijd bezorgd dat ik dat te vaak doe, maar nu vraagt deheer Van Campen ernaar dus doe ik het toch. Ik moet constateren datbuurtborrels niet zo vaak meer voorkomen als een paar jaar geleden. Datis al heel veelzeggend. Ik zie om mij heen melkveehouders staken in eenleeftijdscategorie waarin je dat eerder nooit zag. Ik heb het dan overveertigers, dertigers en mensen die op het punt staan om een bedrijf overte nemen en toch afhaken, tot groot verdriet van hun ouders ofvoorgaande generaties en ook vaak van henzelf. En ja, de maatregelen inhet pakket-Adema zijn echt pittig. Het alternatief is dat we geen maatre-gelen nemen en dat er een koude sanering over het platteland raast. Dankrijgen we een ongericht slagveld.Ik vind het al verdrietig genoeg dat er zo veel animo is voor beëindigings-regelingen. Maar als dat er dan toch is, benut het dan als mensen, zoals iken collega’s, denken: dit is een spel waarin wij niet langer het hoofd bovenwater kunnen houden; wij zijn bereid om plaats te maken voor mensendie door willen naar de toekomst. Benut dat dan, in plaats van eenongerichte koude sanering haar verwoestende werk te laten doen. Benutdie ruimte van vrijwillige stoppers voor de jonge boeren die door willen.Alles wat ik en mijn collega’s aan ruimte kunnen maken, hoeven zij nietTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55823 meer weg te innoveren. Elke innovatie die we gaan inzetten om onzedoelstellingen te behalen, werkt per definitie kostprijsopdrijvend en isslecht voor het verdienvermogen. Jonge boeren staan te schreeuwen ommeer lucht en meer ruimte. Ik heb heel veel geloof in onze techniek – ikben zelf een techneut – maar het kan niet de enige weg uit dit probleemzijn. Het gaat niet snel genoeg helpen om dit probleem binnen anderhalftot twee jaar het hoofd te bieden. Ik waardeer het voorbeeld van mijnPVV-collega, maar het geloof in dat we dit technisch het hoofd kunnenbieden is te groot.Ik vind het mijn taak als volksvertegenwoordiger en als boerin om eerlijkte zijn over wat er op ons afkomt, om te zeggen dat dat ernstig is en datwe daar verstandig mee moeten omgaan. We moeten niet zeggen: «Het iste ingewikkeld. We krijgen te veel pushback, want we gaan vervelendedingen doen. Dan doen we maar niks en laten we het maar gebeuren.» Ikwil dat niet. Ik kan daar niet mee leven.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw Vedder. Meneer Van Campen, uw laatste interruptie.De heer Van Campen (VVD):Eigenlijk is het niet meer nodig om hier woorden aan toe te voegen, maarik hecht daar in die zin aan omdat dit type maatregelen waar we metelkaar als landbouwwoordvoerders het debat over voeren vaak wordtgezien en geïnterpreteerd als «ze willen de agrarische sector weghebben». En daar is geen enkele sprake van. Ik denk dat het betoog vanmevrouw Vedder nadrukkelijk laat zien waarom het ook in het belang isvan boeren die door willen om deze moeilijke maatregelen te nemen en ikben haar heel dankbaar voor het delen van die ervaring.De voorzitter:Dank u wel voor die mooie woorden, meneer Van Campen. MeneerHolman.De heer Holman (NSC):De fractievoorzitter van mevrouw Vedder hield gisteren ook een verhaalover een PBO-achtige structuur in de verantwoordelijkheid van hetbedrijfsleven, om bijvoorbeeld te komen tot een Afrekenbare Stoffen-balans. Hoe ziet u dat en welk onderdeel kan dat zijn van het mee helpenoplossen van het probleem?Mevrouw Vedder (CDA):Dank. Dat is een onderwerp dat dicht bij mijn hart ligt, dus ik loop hetgevaar dat ik te veel woorden ga gebruiken. Mijn fractievoorzitter had hetgisteren inderdaad over productschappen. Ik denk dat er een andere vormnodig is, maar wat ik zie, is dat we de afgelopen veertien jaar vakkundigslagkracht en organisatiekracht uit de sector hebben gesloopt, met hetschrappen van het Ministerie van LNV, met het schrappen van product-schappen. Daar hebben we nu last van. Toen gaf het misschien eenopgelucht, verlossend gevoel en dachten we «we kunnen het allemaal zelfwel», maar nu zitten we letterlijk en figuurlijk in de shit in een heleboelsectoren op een heleboel punten en zien we steeds weer hoe graag desector zichzelf wil organiseren. Daar komen ook by far de meestverstandige plannen vandaan om dat te doen, maar de doorzettingsmachtis er niet. Ik snap heel goed dat bijvoorbeeld ZuivelNL kopschuw isgeworden na het drama van het invoeren van de fosfaatrechten. Het isongelofelijk dapper geweest dat de sector dat op zich heeft genomen,want het was kiezen tussen dat of verzuipen, maar ik snap dat de sectorhet moeilijk vindt om daar zonder instrumenten mee door te gaan.Het is dus mijn stellige overtuiging dat wij als wij meer het vakmanschapen de daadkracht van de sector willen benutten, die er gewoon zijn, dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55824 sector meer organisatiekracht zullen moeten geven. Doe dat in keten-verband. Laat de sectoren dat zelf oppakken, maar stimuleer ze er in iedergeval in. Verbind er dan ook instrumenten aan waarmee ze die doorzet-tingsmacht in handen krijgen. Leg daar bijvoorbeeld ook de opdracht weg:help ons met het uitwerken van doelsturing. Want o, mijn god als we dathier in Den Haag gaan doen. Nou, dan ga ik denk ik wat anders doen,want dat zie ik niet goedkomen. Dus laat de sectoren dat in hemelsnaamuitwerken. Dan ben ik ervan overtuigd dat er gewoon een systeem kangaan staan waarin boeren weer hun vakmanschap kunnen benutten en weweer zicht hebben op toekomstperspectief.De voorzitter:Dank u wel. Bètaboerin, Kamerlid en techneut. Bedankt voor uw inbrengnamens het CDA. Meneer Holman, Nieuw Sociaal Contract.De heer Holman (NSC):Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik complimenten geven aan deMinister en haar succes wensen. Ik vind het hartstikke stoer van u dat uhier zit en met ons het gesprek aangaat vandaag. Succes.We spreken vandaag over mest, een onderwerp dat al decennialang op depolitieke agenda staat. Hoe ziet de toekomst van de landbouw eruit natwintig jaar pappen en nathouden? Twintig jaar falend overheidsbeleid, zonoem ik het maar. Ondernemers, agrariërs, zijn de dupe van wat wij hierin Den Haag niet hebben gedaan en hebben nagelaten. We moeten het nuoplossen. Daar hebben we een zeer grote verantwoordelijkheid voor.Zonder helder structuurbeleid worden die ondernemers de dupe, dus wemoeten echt wat doen. Hier ligt de uitdaging. Jonge boeren, het familie-bedrijf en het grondgebonden bedrijf dreigen de dupe te worden, zeker inde veehouderij, van dit beleid en dat mag wat ons betreft niet gebeuren.Mijn fractie ziet drie routes die we hebben te gaan. Eén – anderen hebbenhet al genoemd: we moeten kijken welke ruimte er is in Europa omverlichting voor de agrarische sector te krijgen, bijvoorbeeld in de vormvan graslandderogatie. Er zijn ook een heleboel andere voorbeeldengenoemd: 1 oktober, de mogelijkheid van mestaanwending in deakkerbouw en dat soort zaken. Kan de Minister op korte termijn hier ietsover zeggen en kijken wat mogelijk is? Kan de Minister, in septemberbijvoorbeeld, een plan van aanpak aan ons presenteren voor hoe zijomgaat met Brussel, welke maatregelen zij onder de arm meeneemt ommet haar charmeoffensief dat zij heeft aangekondigd Europa te overtuigenen ruimte te creëren voor Nederland?Twee. Een oplossing is om te kijken wat we kunnen doen met innovatie –veel collega’s hebben daar wat over gezegd – op het gebied van voer enbemesting, maar ook innovatie in technische middelen. In de rondetafel-gesprekken die we een maand geleden hebben gehad, werd ook duidelijkdat je voordat je innovaties gecertificeerd en juridisch geborgd hebt eenlange weg te gaan hebt. Dat zal op korte termijn niet te veel opleveren,maar op lange termijn misschien iets meer. Dus daar moeten we zekeraan werken.Een derde mogelijkheid is de oplossing van het verminderen van dehoeveelheid mest. Dit jaar gaan we het met 10% minder plaatsingsruimtewaarschijnlijk net redden. Volgend jaar, als er nog 10% bij komt, gaan weecht een megaprobleem krijgen en gaan de boeren echt vastlopen. Dus erkomt echt iets op ons af. Adema heeft op verzoek van de Kamer een paarplannen gepresenteerd. Met brede steun in de Kamer heeft hij ietsneergelegd. Dat moet voortvarend opgepakt worden. Daar zittentwee dingen in. Ik zou de Minister willen aansporen om na de vakantiemet een plan te komen en, analoog aan wat de andere collega’s hebbengezegd, om het wetsvoorstel hier zo spoedig mogelijk ter behandelingvoor te leggen, waarbij we 30% afroming voor alle sectoren kunnenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55825 implementeren en dat op 1 januari van kracht kan zijn. Dat is mogelijkbinnen de termijnen. Dan helpt dat in elk geval voor volgend jaar.Hetzelfde geldt voor de opkoopregeling conform het hoofdlijnenakkoord,waarin we hebben geschreven dat we een permanente vrijwilligeopkoopregeling willen, gericht op oudere bedrijven met wat ik maar «eenvorm van structuurbeleid» noem, waarbij we dus ook nadenken over waarwe heen moeten. Mijn aanbeveling aan de Minister zou zijn om zich heelgoed te realiseren wat de politieke realiteit is in dit huis. De politiekerealiteit hier is dat wij een denkrichting voor ogen hebben waarvan wijgraag willen dat zij daar voortvarend mee aan de gang gaat.Dan wil ik ook iets zeggen over het bijna-landbouwakkoord. De Ministerzegt dat wij moeten doorontwikkelen. Dan is mijn vraag: waarheen? Wegaan allemaal hard lopen, maar we hebben niet duidelijk waarheen wijwillen lopen. Het landbouwakkoord was een goed akkoord. Dat kan eenhele goede basis zijn om door te ontwikkelen en een visie te krijgen opwaar we heen moeten, maar dan moeten we dat wel willen. Dan moetenwe dat oppakken. We hebben hier in de Kamer ook een discussie gehadover die visie. We hebben een motie aangenomen om aan de hand vanhet Wageningse model van zes dilemma’s, waar wij zeven van hebbengemaakt, een toekomstvisie te maken. Ik herinner mij nog dat het op eenLTO-symposium dit voorjaar is gepresenteerd en dat iedereen daarenthousiast over was. Wij hebben geconstateerd dat LTO, waar wij zijngeweest, daar ook over nadenkt. Wil de Minister na de vakantie met ons ingesprek gaan om te kijken hoe en waar wij willen landen en waar wij desector heen willen hebben?Als laatste. We hadden het net over het mestplafond, dat 10% gaat dalen.Dat is volgens mij een gegeven. Denkt de Minister daar ook zo over? Watis de consequentie daarvan? Er zijn nieuwe cijfers gekomen over 2023. Ikheb ze even op een rijtje gezet en uitgerekend. Wat mevrouw Nijhof zeiover andere sectoren ...De voorzitter:U dient af te ronden.De heer Holman (NSC):Oké. Goed. Ik constateer dat dat behoorlijke consequenties heeft. Als ugeïnteresseerd bent in wat voor consequenties dat heeft, moet u dat maareven aan mij vragen.De voorzitter:Dank u wel. En wij kennen geen «zomervakantie» maar een «zomerreces».Een aantal dagen daarvan kunnen inderdaad vakantie zijn, maar die tijdbehoort ook te worden besteed aan stages, werkbezoeken, voorberei-dingen van debatten en andere dingen.De heer Grinwis (ChristenUnie):Een goed betoog van collega Holman. Hij zei iets moois over doorontwik-kelen. Tegelijkertijd bepalen ondernemers dat natuurlijk deels zelf. Hetgaat ook om de koers die wij uitzetten in beleid. Mijn vraag is om dat punteens toe te passen op dit mestdebat. We hebben het over afromen bijtransacties voor categorieën als varkens, pluimvee en melkvee, maar erzijn ook diercategorieën die helemaal niet meedoen. Daar zijn geenproductierechten voor. Voor kalveren lag er, geloof ik, zo’n beetje een briefklaar op het ministerie om naar de Kamer te sturen. Die is niet meerverstuurd. Voor geiten speelt dat ook. Hoe kijkt de heer Holman daarnaar?Welke rol moeten deze diercategorieën zonder productierechten hebbenin deze mestplaatsingscrisis? Als we het solidair aan zouden pakken, danzouden we misschien ook de categorieën in ogenschouw moeten nemendie nu niet in de plannen zitten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55826 De voorzitter:Dat was uw laatste interruptie.De heer Holman (NSC):Ik ben blij dat de heer Grinwis belangstelling heeft voor de vraag die ik netaanstipte. Ik kan daar nu mooi wat over vertellen. Het mestplafond gaatnaar beneden. Wij hebben inderdaad de categorieën koeien, kippen,varkens en overig. In overig zitten voor een heel groot deel kalverhoude-rijen. «Overig» is net zo groot als bijvoorbeeld varkens. Ik zou er sterkvoorstander van zijn om kalveren te scheiden van overig en daar eenaparte categorie van te maken. We moeten kijken hoe we dat kunnenorganiseren en vorm kunnen geven. Verder hebben paarden ook best weleen aandeel. Ik zie daar een hele grote paardenhouder op de publieketribune zitten. Het heeft geen consequenties voor zijn mest. Dat is één.Het volgende dreigt en dat wil ik echt even noemen. Er gaat hier namelijkiets gebeuren wat consequenties heeft. Mevrouw Nijhof zei dat wemoeten kijken of kippen en varkens wel gekort moeten worden. Er staatiets aan te komen. Stikstof is niet het probleem; fosfaat is het probleem.Op grond van de laatste cijfers komt het fosfaat van de koeien naafroming 12% boven het plafond te liggen. Als je daar dan ook nog bij zourekenen dat je kippen en varkens niet gaat korten, maar die ook nog gaattoerekenen aan de koeien, dan ga je richting 17% boven het huidigefosfaatplafond. Stikstof kun je redelijk naar beneden brengen. Bij fosfaat isdat veel moeilijker. Dit ga je niet halen. 1 januari 2026 word je daaropafgerekend. Als wij niets doen, als we dat niet vormgeven, het plan vanAdema niet overnemen en gaan doen wat LTO wil en heeft voorgesteld,dan dreigt eind volgend jaar een generieke korting in de melkveehouderijvan 10%, 15%. Dat moeten we te allen tijde voorkomen. Dat zou een rampzijn. Dat zou voor mijn geachte boerin-buurvrouw echt desastreus zijn. Wemoeten goed nadenken over wat de consequenties dan zijn. Ik doenogmaals de oproep aan de Minister om onder ogen te zien wat ergebeurd is. Maak voort, en laten we niet in politieke discussies komen,maar laten we aan de slag gaan. Ik heb drie sporen genoemd. We hebbengeen keuze, we moeten ze alle drie tegelijk doen.Mevrouw Vedder (CDA):Ten eerste zitten we hier natuurlijk voor alle boeren in heel Nederland. Ikwilde eigenlijk de heer Holman vragen hoe hij kijkt naar de rol van desector in dit hele verhaal. Maar ja, hij had ook nog consequenties die hijniet kon benoemen. Laat ik daar dan maar eens mee beginnen.De heer Holman (NSC):Die consequenties heb ik al een beetje genoemd. Dat zijn de conse-quenties die voortkomen uit wat de sector wil. We worden natuurlijkbestookt met een hele hoop visies en opdrachten. We krijgen ze mee, metdaarin wat hier te zeggen en wat hier te doen. Ik wel. Ik was erg onder deindruk van het plan waar het NAJK mee komt. Zij steken hun nek uit,hebben visie, nemen verantwoordelijkheid. Een zeer, zeer grootcompliment richting hen. Ik raad de Minister aan het plan van het NAJK inhaar tas te steken, dat een paar keer goed te lezen en te kijken wat zedaarvan kan gebruiken. Ik ben zeer teleurgesteld in de LTO en de reactievan de LTO. Ik ben zeer teleurgesteld in het optreden van de voorzitter vande LTO. Op een populistische, radicale manier predikt hij voortdurend ietsvan: «We doen wat Brussel niet wil; de ingebrekestelling komt dan maar.Infractie? Ach, daar dealen we wel mee; we gaan naar de rechter en welossen het wel op.» Dit is echt een ramp voor de sector. De uitwerking dieze hebben ten aanzien van varkens en kippen leidt tot die 17%overschrijding van fosfaat. Waarom offert de LTO de melkveehouderij opomwille van ik zou niet weten welk argument? Ik vind dit onverantwoord.Ik kan me eigenlijk ook niet voorstellen waarom de vakgroep Melkveehou-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55827 derij dit laat gebeuren, want de verhalen die ik daar hoor zijn volstrektanders. Is dat een helder antwoord?De voorzitter:Er zijn geen interrupties meer. Dan gaan we naar meneer Pierik van deBoerBurgerBeweging.De heer Pierik (BBB):Dank u wel, voorzitter. Ik wil natuurlijk ook allereerst Onze Minister vanLandbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur van harte feliciteren methaar nieuwe rol. Het is een buitengewoon dappere stap.De voorzitter:Meneer Pierik, waarschijnlijk stoort uw laptop de microfoon. Dat geeft eenhele nare galm. Dank u wel, misschien helpt het zo wel. Sorry, we hebbenuiteraard de tijd stopgezet.De heer Pierik (BBB):Zal ik de felicitaties aan de nieuwe Minister even afronden? Het is eenbuitengewoon dappere stap in eveneens buitengewoon complexe tijden.We hebben het er hier vanmiddag uitgebreid over. Er is een stevigemestcrisis en ik denk dat we die zo stevig als mogelijk is, moetenaanpakken. Daar gaat mijn inbreng ook verder over. Het is ook heel fijndat we zo snel met elkaar het debat kunnen voeren over een urgentprobleem in de Nederlandse veehouderij.Duizenden boeren zitten al jarenlang in onzekerheid. Collega Van Campenhad het over 1994 en er zijn al andere jaartallen genoemd, maar het wordtsteeds eerder. In 1984 had Minister Braks het zelfs al over mestover-schotten. Toen begonnen de problemen, als het gaat om de mestcrisis,eigenlijk al. We hebben het vandaag dus niet over een onbekendfenomeen. Toch wil ik wel even de directeur van het Nederlands Centrumvoor Mestverwaarding quoten. Hij zei namelijk: in Nederland hebben weeen overschot aan stikstof in mest, niet een overschot aan stikstof alsmeststof. Dat is treffend, heel treffend. We kunnen alle stikstof uit dierlijkemest op het land kwijt. De gewassen hebben die stikstof zelfs nodig, maardoor omstreden regels zijn boeren verplicht om een groot aandeel van diestikstof in de vorm van kunstmest toe te dienen. Daar wordt het milieualleen maar slechter van.Voorzitter. We zien dat duizenden boeren door de regels van de afgelopenjaren en de afgelopen kabinetten niet alleen worstelen met de mestafzet,maar ook met de toenemende zorgen over het voortbestaan van hunbedrijf. Dit betekent dat er ook op korte termijn maatregelen moetenkomen die de boer weer perspectief bieden. De BBB-fractie wil de Ministergraag een aantal suggesties meegeven. Allereerst willen we de Ministervragen om eens goed te kijken naar de gasvormige verliezen. MevrouwNijhof had het er ook al over. Dat is echt iets wat de mestmarkt zoukunnen verlichten. Momenteel wordt in de excretienormen vanmelkkoeien gerekend met 9% gasvormige verliezen. In het rapport vanHerman de Boer staat dat het minstens 16,6% moet zijn. In Frankrijk zijnde excretiecijfers van melkkoeien ook een stuk lager dan die in Nederland.De BBB-fractie vraagt de Minister om nader te onderzoeken of degasvormige verliezen en de excretiefactoren op korte termijn kunnenworden aangepast.Daarnaast willen we dat innovaties om de spanning in de mestmarkt teverlichten, makkelijker en sneller de ruimte krijgen. We vragen de Ministerook of het verlenen van vergunningen voor zulke innovaties eenvoudigerkan. Verder willen we ook dat de juridische borging ervan sneller van degrond kan komen. Daarnaast willen we dat er meer stoffen aan de Aa-lijstvan meststoffen worden toegevoegd. Zo kunnen boeren en het bedrijfs-leven zo snel mogelijk aan de gang met innovatieve projecten die makenTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55828 dat er minder kunstmest, in plaats van dierlijke mest, gebruikt hoeft teworden. Ook is het belangrijk dat zo snel mogelijk de bufferzones rondomNatura 2000-gebieden verkleind worden, en dat niet langer heel Neder-land wordt aangewezen als een kwetsbare zone.Tot slot willen we de Minister vragen of het mogelijk is om het uitrij-seizoen voor mest te verlengen. Zo ontstaat er niet meer plaatsingsruimte,maar zijn er wel meer mogelijkheden om de mest, die door het extreemnatte voorjaar niet uitgereden kon worden, in een hopelijk groeizaamnajaar alsnog te kunnen gebruiken voor de groei van de gewassen. Zo kaneen begin gemaakt worden met het afschaffen van de kalenderlandbouw.Kortom, er zijn mogelijkheden om de mestmarkt te verlichten. We hebbener alle vertrouwen in dat deze nieuwe Minister daarmee voortvarend aande slag zal gaan, zodat de boeren in Nederland weer perspectief krijgen.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel, meneer Pierik namens de BBB. Er zijn diverse interrupties. Webeginnen met mevrouw Beckerman van de SP.Mevrouw Beckerman (SP):Ik heb een hele concrete vraag. Is de BBB nog steeds voorstander van eengedoogbeleid volgens de Europese regels zoals die in 2022 golden?De heer Pierik (BBB):De BBB is voor het naleven van de wettelijke bepalingen die zijnvastgelegd. We vinden gedogen vooralsnog geen optie.Mevrouw Beckerman (SP):Niet om flauw te doen, maar we zagen in uw plan van april dat uvoorstelde om dat te doen.De voorzitter:Ik zei niks. U bedoelt de heer Pierik.Mevrouw Beckerman (SP):Ik bedoel zeker de heer Pierik. Los van wat we daar inhoudelijk vanvinden, denken we dat dat de kansen in Brussel niet per se heel veelgroter zal maken. We hadden net een interruptiedebatje over de keten. Wezagen in de eerste versie van het plan van Adema staan dat we meermoeten vragen van de keten. Dat zou in mei worden uitgewerkt. Dat isnog niet zo. Deelt de BBB-fractie onze mening dat dat concreet moetworden gemaakt? Zo ja, hoe?De voorzitter:Dat was uw laatste interruptie, mevrouw Beckerman. Meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Wij moeten gewoon alles uit de kast halen om een generieke korting tevoorkomen en om die mestcrisis op te lossen. Ketenpartijen zullen daarook een rol in moeten spelen/opnemen. Als het gaat om deze mestcrisiszeg ik weleens dat je eigenlijk aan twintig knoppen tegelijk moet draaien.Ik heb er een paar genoemd. We hebben in april er in het tienpuntenplanook een aantal genoemd. Ik denk dat we al die punten bij onze nieuweMinister neer moeten leggen. We moeten zeggen: kom in de zomer meteen compleet maatregelenpakket en een regeerakkoord waarin al diepunten verwerkt zijn. Dan hoop ik dat het gedogen daar in ieder geval nietin voorkomt, maar het valt natuurlijk niet uit te sluiten.De voorzitter:Dank u wel. Mevrouw Bromet, het is ook uw laatste interruptie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55829 Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik zie dat de BBB met oplossingen komt die totaal onrealistisch zijn.Daarmee zadelen ze hun eigen Minister met een onmogelijke opdracht op.Tegelijkertijd is er hier in de Kamer een breed draagvlak voor het plan vande vorige Minister. Hoe kijkt de heer Pierik daarnaar? Is er vanuit de BBBook steun voor het plan van voormalig Minister Adema?De heer Pierik (BBB):Dank voor de vraag. De goede dingen in het plan van Adema zullenongetwijfeld overgenomen worden. Daar staat de BBB ook achter. De BBBheeft altijd geroepen: als er op een vrijwillige manier uitkoop mogelijk isen als dat lucht creëert voor de sector, dan moeten we zorgen dat we daarniet voor gaan liggen. Dat kan echt wel helpen. We hebben natuurlijk inhet maatregelenpakket al gezien dat er vrij uitbundig energie en geldgestopt wordt in de Lbv-plusregelingen. De keerzijde is wel dat er dantoch ook bedrijven opgekocht worden, waarvan ik denk dat dat misschieneigenlijk een vorm van kapitaalvernietiging is. Ik ben bij boeren geweestdie een splinternieuwe stal hebben die acht ton heeft gekost, en die nugesloopt wordt, omdat ze mee gaan doen aan die opkoopregeling. Dus ermankeert hier en daar nog wel wat aan die opkoopregeling. Ik hoop weldat onze nieuwe Minister straks met een maatregelenpakket komt dat inieder geval niet resulteert in kapitaalvernietiging.De heer Holman (NSC):De heer Pierik hield een interessant betoog over gasvormige verliezen. Ikweet veel, maar ik weet nog net niet hoe dat allemaal precies uitwerkt. Ikmoet daar de komende week nog even goed op studeren. Dat gaatmogelijk iets betekenen voor de verlichting van stikstof, want het gaathelemaal slaan op stikstof. Ik vertelde u net dat er een fosfaatoverschotvan 17% ontstaat, als de plannen van LTO worden uitgevoerd, door geenkorting op varkens en kippen in te voeren, maar het allemaal bij melkvee-houderij neer te leggen. Hoe waardeert u de plannen van LTO? Als u diepositief zou waarderen, hoe denkt u dan in vredesnaam een oplossing tekunnen bedenken voor die 17% fosfaatoverschot? Wat betreft stikstofzouden we het misschien kunnen redden, maar dit is echt het grotegevaar voor de toekomst.De heer Pierik (BBB):Dank voor de vraag. Het fosfaatprobleem gaat in de toekomst inderdaadeen groter probleem worden, misschien nog wel groter dan het stikstof-probleem; dat onderstreep ik. Tegelijkertijd vind ik het op dit moment nogte prematuur om te zeggen: joh, we moeten bepaalde sectoren ontzien ofzwaarder aanpakken. Ik wil die vraag eigenlijk ook bij Onze Ministerneerleggen, want we hebben heel veel suggesties gedaan en ideeën in degroep gegooid, dus laten we even afwachten waar Onze Minister meekomt in het regeerakkoord.De voorzitter:Meneer Holman, uw laatste interruptie.De heer Holman (NSC):Aan de ene kant snap ik de redenering van de heer Pierik, maar als ik hetgoed doordenk en goed bereken, betekent 17% fosfaat in de melkveehou-derij dat een grote categorie jonge boeren, grondgebonden bedrijven enfamiliebedrijven de nek om wordt gedraaid, om het maar even boud tezeggen. De intensieve veehouderij en zeker de echt intensieve veehouderijworden hiervan de winnaars en blijven grotendeels op de been. Ik wil dievraag niet neerleggen bij de Minister. Ik denk dat wij er in de Kamer weleen mening over hebben. In het debat in september wil ik graag zeggenwat onze mening is en hoe we dat in kunnen vullen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55830 De heer Pierik (BBB):Ik hoor eerlijk gezegd geen vraag in het betoog van de heer Holman.De heer Holman (NSC):Wat vindt de heer Pierik daarvan?De heer Pierik (BBB):Helder. Daar kan ik wel wat over zeggen. We hebben natuurlijk heel veelsectoren in de landbouw, zoals de melkveehouderij. Ik vind eigenlijk datwe heel genuanceerd moeten kijken naar de intensieve veehouderij. Erzitten in de intensieve veehouderij ook bedrijven die behoorlijk in eenkringloop werken, die hun varkens en kippen voeren met reststoffen uit devoedingsmiddelenindustrie en die het ook heel goed doen wat betreftmestverwerking. Het gaat mij veel te ver als we nu alleen de intensieveveehouderij afserveren als sector waar de ellende vandaan komt. Ik vinddus eigenlijk dat je dat heel genuanceerd moet bekijken. Je moet kijken inhoeverre die bedrijven ook bezig zijn met een stukje verduurzaming.Bedrijven die bezig zijn met een stukje verduurzaming en verdere stappenzetten in de kringloopgedachte moeten gewoon mee kunnen blijven doen.Mevrouw Vedder (CDA):Eerlijk gezegd ben ik nog een beetje mijn gedachten aan het ordenen,want ik hoor de BBB ook vandaag weer zeggen ... Nou, ze zijn overdui-delijk geen groot voorstander van opkoopregelingen. Mijn collega zei net:als je het mij vraagt, is het misschien kapitaalvernietiging. Maar dan denkik: zo’n besluit is toch niet aan de mensen die aan deze tafel zitten?Mensen die opteren voor een opkoopregeling doen dat omdat zeconstateren dat hun pad niet toekomstbestendig is. Ik hoor BBB telkenszeggen: «We gaan geen opkoopregelingen doen. We hebben ze niet meernodig. We gaan zo’n prachtig perspectief schetsen dat die opkooprege-lingen niet meer nodig zijn.» Dat zijn de woorden van uw fractievoorzitter,meneer Pierik. Het hele budget wordt geschrapt. Het alternatief is dus datje mensen geen keus laat. Dan is het gewoon stikken. Dan is het gewoonkoude sanering. Kunt u me nou nog een keer ... Ik snap werkelijk nietwelke gedachtekronkel maakt dat je zegt: met een uitkoopregeling kunnenwe stoppers helpen naar een fatsoenlijke volgende stap en de volgendegeneratie helpen door het verlichten van de taken die er al liggen. Al diewateropgaves, klimaatopgaves en stikstofopgaves blijven namelijkgewoon gelijk. Die veranderen niet.De voorzitter:Dat was uw laatste interruptie, mevrouw Vedder.De heer Pierik (BBB):Dank voor de vraag. Ik denk dat het goed is om de zaak ten aanzien van deopkoopregelingen nog even verder te nuanceren. De BBB is niet tegeneen vrijwillige opkoopregeling, maar is vooral voor perspectief voorboeren die willen blijven. Boeren die willen blijven moeten perspectiefzien. Daar gaat het om. In de huidige opkoopregelingen worden er boerenuitgekocht, terwijl ik denk: dat is echt zonde voor de Nederlandselandbouw, omdat het boeren met ontzettend mooie bedrijven zijn. Nieuwestallen moeten dan helemaal uit elkaar gehaald worden. Dat is een vormvan kapitaalvernietiging waar wij niet blij van worden. Daar komt bij datwe het geld dat we willen investeren in de sector, willen investeren inbedrijven die over vijf, tien jaar ook nog toekomstperspectief hebben. Hetheet nu wel «vrijwillige opkoopregeling», maar er zijn bedrijven die zoonder water staan en waar zo veel paniek is, bij wijze van spreken, dat zezeggen: nou ja, het moet maar. Boeren adviseren de kinderen dan om hetbedrijf maar niet over te nemen, omdat ze vinden dat er onvoldoendeperspectief is. Dat vinden wij doodzonde. Wij willen zo veel mogelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55831 investeren in bedrijven die ervan uitgaan dat ze, als het gaat om hetverdienmodel, over vijf jaar ook nog kunnen bestaan, zodat er perspectiefis op die boerenbedrijven.Kamerlid Kostic´ (PvdD):De maatschappij vraagt dat we alle klimaat-, natuur- en milieudoelenhalen. Er wordt massaal gevraagd om een verbetering van dierenwelzijn.Deze coalitie heeft gezegd dat ze zich zal houden aan bestaandeafspraken, waaronder de Wet dieren. We hebben gezegd dat de veehou-derij in 2040 dierwaardig moet zijn. Dat betekent dat dieren dan niet meeraangepast mogen worden aan het systeem, maar eindelijk zichzelf kunnenzijn. We weten dat de maatregelen die we nu voor mest nemen, ookmoeten bijdragen aan al die doelen. Anders is het veel verspild geld. Mijnconcrete vraag is: welke integrale maatregelen wil de BBB nemen om diedoelen inderdaad te halen?De heer Pierik (BBB):Dank voor de vraag. In het hoofdlijnenakkoord hebben we een aparteparagraaf besteed aan dierwaardige veehouderij. Daarin staan precies demaatregelen die we voor ogen hebben om de veehouderij verder te latentoewerken naar meer dierwaardigheid. De laatste jaren zijn natuurlijk ookal behoorlijke stappen gezet om de dierwaardigheid in de veehouderijverder te bevorderen. Als het gaat om het onthoornen, zijn er plannengemaakt en als het gaat om ingrepen bij dieren, zijn er stappen gezet.Varkens mogen niet meer aangebonden worden. Er zijn al heel watstappen gezet in de veehouderij. Gezien het hoofdlijnenakkoord gaan weverdere stappen zetten om toe te werken naar een meer dierwaardigeveehouderij.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik zou het appreciëren als mijn vraag wordt beantwoord. Ik vroeg namelijknaar integrale maatregelen om al die doelen te halen, dus niet alleen maardierwaardigheid, waar de heer Pierik een vaag antwoord op gaf. Ik wilgraag concrete maatregelen horen. Welke maatregelen heeft BBB ingedachten – die mis ik namelijk – om al die doelen waar de maatschappijom vraagt, te halen?De heer Pierik (BBB):Daarvoor verwijs ik gewoon naar het hoofdlijnenakkoord. Op pagina 11 en12 staan precies de maatregelen die we voor ogen hebben. Dan gaat hetbijvoorbeeld over transport over lange afstanden.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dan heb ik er toch nog iets positiefs uit gekregen.Een laatste vraag dan. Ik was echt not amused over wat er gisterengebeurde. We hadden als Kamer in meerderheid afgesproken dat we ditdebat zouden voeren, juist vanwege de urgentie. De BBB en anderecoalitiepartijen hebben gisteren net van tevoren het debat geannuleerd. Erwas persaandacht nodig om het nu te laten plaatsvinden. Wat opviel, isdat de fractievoorzitter van BBB zei: ik bescherm mijn mensen. Ik wil vande heer Pierik horen wat dat nou precies betekent. Tegen wie of wat wilBBB de Minister beschermen en waarom is dat nodig?De heer Pierik (BBB):Volgens mij voeren we hier een mestdebat. Gisteren heeft er eendemocratisch proces plaatsgevonden over hoe deze procedure isverlopen. Daar wil ik het graag bij laten.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55832 Waarvan akte. We gaan naar het lid Kostic´ van de Partij voor de Dieren.Uw inbreng, alstublieft.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dank u wel, voorzitter. We zitten zo diep in de shit, letterlijk en figuurlijk,dat we aparte debatten moeten voeren over mest. De oorzaak van demestcrisis is heel simpel: we zijn het meest veedichte land ter wereld.Onze vee-industrie overschrijdt alle grenzen. We weten al dat het heelslecht is voor de volksgezondheid, maar de gigantische hoeveelheid mestdie uit de industrie stroomt, bedreigt ook ons water en onze dier- eninsectensoorten. We zijn inmiddels op het punt terechtgekomen dat webijna te weinig bestuivers hebben voor ons voedsel, voor voedselze-kerheid. Ik vraag de Minister om daarop te reflecteren, aangezien zij deMinister van Voedselzekerheid is.Boeren zijn de slachtoffers van een laffe overheid die geen keuzes durft temaken en ze steeds de verkeerde kant op heeft gestuurd, maar niemandhier heeft het over de grootste slachtoffers, namelijk de 500 miljoen dierenachter de mest die we elk jaar fokken, gebruiken en doden. Niemand hierheeft het over de ellende van ontstekingen, longaandoeningen enkreupelheid of over de 30 miljoen voelende wezens die de stal niet eenslevend uit komen. Hoe minder dieren in dit moreel verrotte systeemmoeten leven, hoe beter. Decennialang is er door de overheid weiniganders gedaan dan belastinggeld verspillen aan technische fopmaatre-gelen en pleisters plakken. Het komt erop neer dat we met mestmillime-teren en foefjes een overvolle mestemmer proberen net niet over te latenlopen. Het resultaat: de problemen zijn nog steeds niet opgelost, maar deboeren zijn wel verder in de problemen gebracht.Beste mensen, hoe lang blijven we dezelfde fouten maken? Diemestemmer moet nu eerst halfleeg. Minder dieren is minder mest isminder problemen. Dat is niet alleen de sleutel voor het oplossen van demestproblemen, maar is ook goed voor onze gezondheid, klimaat, schonelucht, dierenwelzijn en economie. Dat betekent ook: meer ruimte voornatuur en ontspanning. Dat is het positieve verhaal dat de VVD zoumoeten delen in plaats van steeds weer terug te vallen op het aanprijzenvan technieken die het huidige systeem in stand houden.Maar met het negeren van de koe in de kamer missen we prachtigekansen om boeren en burgers mee te nemen naar een gezond voedsel-systeem. Deze coalitie heeft beloofd zich aan alle afspraken rond natuur,klimaat, gezondheid en bodemwaarden te houden. We hebben ook deWet dieren, waarover ik het net ook had. Erkent de Minister die afspraken?En erkent de Minister dat integrale maatregelen noodzakelijk zijn en datdie allemaal een positieve bijdrage moeten leveren aan die afspraken?Wat we wat de Partij voor de Dieren betreft moeten doen, is in ieder gevalfokbeperkingen opleggen, want hoe minder dieren er nu worden geboren,hoe minder er straks vroegtijdig naar de slacht moeten. Daarnaast moet ereen maximum komen op het aantal dieren per hectare en afroming vanrechten bij handel. Dit betekent ook grootschalig inzetten op het extensi-veren van de landbouw en het ondersteunen van biologische boeren diezonder mest werken.Voorzitter. De Partij voor de Dieren kijkt positief naar innovaties die echtwerken en bijdragen aan een diervriendelijk en gezond systeem. Wehebben hier in de Kamer boeren op bezoek gehad die zonder mestbiologische groenten telen en ex-veehouders die Nederlandse soja voorplantaardige zuivel telen. Dat zijn de innovaties die we zouden moetenpromoten.Maar ...De voorzitter:Er is een interruptie van meneer Flach, SGP.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55833 De heer Flach (SGP):Ik wachtte even af of er misschien ook nog wat vriendelijke woordenkwamen voor de boeren in ons land, die toch echt wel heel veel gedaanhebben. Maar het eerlijke verhaal is dat de Partij voor de Dieren gewooneen reductie van de veestapel met 75% als doel heeft. Dat is bekend. Daardraait u ook niet omheen. Maar dan past het daarbinnen toch ook omrichting al die melkveehouders, varkenshouders en pluimveehouders, dieallemaal keihard gewerkt hebben om de hoeveelheid mest, de stikstofex-cretie en de fosfaatexcretie naar beneden te brengen, eens te zeggen datdat toch een forse prestatie is geweest?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik vind het jammer dat mijn collega nu doet alsof wij hier niet eerdergesprekken en debatten over hebben gehad, want ik heb in elk debatbenadrukt dat wij de boeren niet als de schuldigen zien. De boerenhebben ontzettend hun best gedaan. Zij hebben gewoon gedaan wat deoverheid al die jaren van ze heeft gevraagd ... Nee, de overheid heeft zedaar zelfs naartoe geduwd, naar intensivering, naar schaalvergroting, naarzo veel mogelijk produceren tegen zo laag mogelijke kosten. Dat hebbenzij gedaan. Ze zijn ook, door onder anderen de VVD, gestuurd mettechnische foefjes die uiteindelijk niet bleken te werken, maar waar ze welheel veel geld voor moesten betalen. Dus ik heb alle waardering voor degoede bedoelingen van de boeren, maar ik spreek hier vooral over dekabinetten die eigenlijk geen keuze hebben durven maken. Die spreek ikhierop vooral aan. Ik wijs daarnaast op een mooiere toekomst, op depotentie daarvan. Ik snap de SGP gewoon niet, die maar blijft hangen indit hele foute systeem, waarvan niet alleen de boeren slachtoffer worden,maar ook die 500 miljoen dieren per jaar. Daar hoor ik de SGP dan weerniet over. Waarom hoor ik de SGP daar niet over? Waarom moet de Partijvoor de Dieren de enige partij zijn die het heeft over die dieren? Die zittennamelijk gewoon achter die mest.De voorzitter:Meneer Flach, uw laatste interruptie.De heer Flach (SGP):Eigenlijk wordt er een vraag aan mij gesteld, dus ik weet niet of mij dat in30 seconden lukt. Het is inderdaad zo dat de visie van de SGP en de visievan de Partij voor de Dieren enorm verschillen. Wat ons bindt, is dat we inieder geval de doelstellingen van de waterkwaliteitsrichtlijnen willenhalen. Alleen, de weg daarnaartoe is heel verschillend. Ik denk dat dePartij voor de Dieren niet tevreden zou zijn als we de waterkwaliteit halenmet hetzelfde aantal dieren, terwijl dat voor de SGP wel zou gelden. Hetgaat ons om de doelen voor water, lucht, dierenwelzijn en dergelijke.Maar voor de Partij voor de Dieren gaat het daadwerkelijk om hetterugdringen van de hoeveelheid dieren. Dat is gewoon een heel anderdoel. Daardoor heb je echt een andere bril op als je kijkt naar de resul-taten. Ik ben blij dat u in ieder geval toegeeft dat het een grote prestatie isvan de boeren dat zij die reductie hebben gehaald. Dat zie ik dan maar alseen compliment uit uw mond, geadresseerd aan de boeren.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik vind het wel jammer dat de SGP weer niet ingaat op hoe het nu met dedieren staat en wat het in stand houden van dit systeem betekent voor aldie 500 miljoen dieren in dit land. Ik vind het ook jammer dat de SGP nietingaat op de suggesties van de Partij voor de Dieren als het gaat om detransitie naar een gezondere landbouw. Ik heb het over minder dieren,maar wel een gezonder verdienmodel voor de boeren, zodat zij nietmoeten concurreren in de verschrikkelijke wereldmarkt. Ze kunnen danmeer aandacht hebben voor hun dieren en kunnen misschien andereTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55834 zaken doen, zoals we eerder hebben gezien in de Tweede Kamer. Ik hebhet over veeboeren die gewoon overschakelen naar het telen vanplantaardige producten.De voorzitter:Meneer Flach heeft geen interrupties meer, maar hij kan daar dadelijk inzijn eigen termijn nog op terugkomen, mocht hij dat wensen. Het lidKostic´ gaat verder. U heeft nog 1 minuut en 48 seconden.Kamerlid Kostic´ (PvdD):O, spannend!Ik had het net over innovaties die wel werken, maar inzetten op RENUREis weer een duur foefje. De techniek is onzeker en de partijen die RENUREnu zitten aan te prijzen, spelen gewoon Russische roulette met levens vandieren en boeren. Boeren worden weer op kosten gejaagd, die zijvervolgens moeten terugverdienen, vaak door intensivering. Dat creëerteen afhankelijkheid van de hoeveelheid mest, remt de transitie naar eengezond landbouwsysteem af en zit de mogelijkheid om andere groenedoelen te halen in de weg. Kan de Minister garanderen dat deze zorgenonterecht zijn? Kan de Minister ons verzekeren dat er in ieder geval geenbelastinggeld naar RENURE gaat, ook gezien het beperkte budget van ditkabinet?RENURE heeft ook een hoog sjoemelmestgehalte en verhoogt het risicoop nog meer mestfraude. De mestfraude is nu al zo groot dat zelfs het OMvraagt om een krimp van het aantal dieren in de veehouderij. «De prikkelom te frauderen met mest is gewoon groot,» zei de NVWA in februari nog.Welke maatregelen gaat de Minister met het kabinet nemen tegenmestfraude?Ten slotte, voorzitter. Waarom kan de kalversector nog steeds uitbreiden?Waarom worden in deze mestcrisis eigenlijk nog steeds kalfjes uit anderelanden hiernaartoe gesleept, zo vraag ik de Minister. Vorig jaar zijn er106.000 kalfjes uit Ierland naar Nederland gehaald; piepjonge dieren,dagenlang onderweg. Wat vindt de Minister hiervan? Is zij bereid om zichmaximaal in te zetten om zulke langeafstandsdiertransporten te stoppen?Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel, lid Kostic´ namens de Partij voor de Dieren. We komen bij delaatste twee sprekers: meneer Flach en meneer Grinwis. U krijgt het goed,want alleen meneer Pierik heeft nog één interruptie over, dus niets staat uin de weg. Geniet ervan op deze laatste dag voor het reces! We beginnenmet meneer Flach van de mannenbroeders, de Staatkundig Gerefor-meerde Partij. We zetten de tijd aan.De heer Flach (SGP):Jammer, voorzitter, want ik had nog wel een paar scherpe vragen vancollega Kostic´ verwacht, maar dat kan nu dus niet.Voorzitter. Dat we zo snel al met de nieuwe Minister om tafel zitten om tespreken over het landbouwbeleid, staat eigenlijk symbool voor deurgentie van de opgaven waar de boeren voor staan. Er staat zo veel ophet spel. Denk aan de melkveehouders met volle mestputten, maar ookaan de schrijnende onzekerheid bij de duizenden PAS-knelgevallen. Dezeondernemers en hun gezinnen zijn niet gebaat bij blufpoker of behendigedebatten, of het nu linksom of rechtsom is. Zij hebben een kabinet nodigdat weet wat er speelt en dat de mouwen opstroopt om deze opgaven aante pakken. Ik weet dat de nieuwe Minister hiervoor wil gaan. Ik wens haardaarbij namens de SGP veel wijsheid en zegen toe.Dan nu de mestcrisis. Bij het vorige commissiedebat heb ik aangegevendat het plan van Minister Adema weinig perspectief bood voor de kortetermijn. Een graslandnorm haalt de komende jaren weinig uit, nog los vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55835 de vraag of je nieuwe knelgevallen wilt creëren. De structurele opkoopre-geling doet dat ook niet. RENURE, afroming bij rechtentransacties in demelkveehouderij en het voerspoor dragen wel bij, maar lang niet genoeg.Waar denkt de SGP dan aan?Door het natte lenteweer ... Mijn blaadjes liggen door de war, voorzitter.De voorzitter:We hebben de tijd even stopgezet, geen probleem.De heer Flach (SGP):Excuus voor deze onderbreking. Als we naar Brussel gaan om watderogatie terug te krijgen, zullen we ook wat moeten bieden. Alleen eenstapel rapporten meenemen die laten zien dat dierlijke mest niet meeruitspoelt dan kunstmest zal helaas niet voldoende zijn. Ik denk aan demogelijkheid voor melkveehouders om voor een graslandderogatie tekiezen gekoppeld aan verlaging van de totale stikstofgebruiksnorm.Anders denk ik aan een derogatie voor blijvend grasland en een kortingop de totale stikstofgebruiksnorm bij een hoog bodemoverschot.Waarmee wil de Minister Brussel overtuigen, vraag ik haar.Minister Adema had niet alleen 30% afroming voorgesteld – hij istrouwens nog nooit zo veel genoemd als in dit debat – ...(Hilariteit)De heer Flach (SGP):Minister Adema had niet alleen 30% afroming bij overdracht vanproductierechten voor de melkveehouderij voorgesteld, maar ook voor devarkens- en de pluimveehouderij. Die laatste twee sectoren produceren nuechter onder hun sectorplafonds. Ik vraag aan de Minister of het wel reëelis om de afroming voor die sectoren mee te nemen in het wetsvoorstel. Ikwaarschuw ook voor het vastpinnen van verlaagde sectorplafonds. Zorgvoor voldoende flexibiliteit en reken niet met seizoensmatige pieken.De vorige Minister dacht aan een brede stoppersregeling met een geschatbudget van 4 miljard euro. Dan zou de 5 miljard uit het hoofdlijnenak-koord snel op zijn. Het versnellen van natuurlijke verkoop in de melkvee-houderij is op zich goed, maar het moet beginnen met perspectief voorblijvers en opkoop is een sluitstuk met focus op de opkoop van bedrijvenmet verouderde stallen. Hoe kijkt de Minister hiernaar?Door het natte lenteweer is het groeiseizoen later gestart. Wil de Ministerervoor zorgen dat het uitrijseizoen voor mest verlengd wordt? Dat geeftop korte termijn wel degelijk wat lucht. Voor verschillende teelt is het ookonmogelijk om voor 1 oktober te oogsten. Gaat de Minister die 1 oktober-maatregel aanpassen?De SGP heeft eerder voorgesteld om niet heel Nederland aan te wijzen alskwetsbaar gebied in het kader van de Nitraatrichtlijn. Onder meer hetrivierengebied en gebieden in Noord-Nederland met veel grasland kunnenprima buiten schot blijven door gebruik te maken van artikel 3.4 van deNitraatrichtlijn in plaats van de luie variant van artikel 3.5. Het is mooi datdit is overgenomen in het hoofdlijnenakkoord. Zoals staat in het hoofdlij-nenakkoord, kan dit ook per direct, zonder toestemming van Brussel. Hoegaat de Minister dit oppakken?Een korte klap is ook te maken door het aanwijzen van NV-gebieden tebaseren op recente data van het landbouwaandeel. Dan zouden in dewaterschappen Noorderzijlvest en Amstel, Gooi en Vecht NV-gebiedengeschrapt kunnen worden. Pakt de Minister dit snel op?Ik blijf nog even bij de cijfers. Onderzoek laat zien dat de excretiecijfersvoor melkvee, dus de hoeveelheid stikstof in koeienmest, weleens lagerkunnen liggen dan de cijfers waar de overheid mee rekent. Dat gaat ookover het gasverlies, waar eerder over gesproken werd. Wil de Ministerhiervoor corrigeren zodat er niet onnodig mest wordt afgevoerd?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55836 Veehouders die al een saneringsbeschikking hebben gekregen, hikken aantegen de deadline voor de afvoer van mest. Sommigen hebben vollemestkelders en vragen zich af of ze deze mest op tijd wegkrijgen. Wil deMinister enige flexibiliteit bieden?Mestverwerking en -opslag in akkerbouwgebieden draagt bij aankunstmestvervanging. Vergunningverlening is echter een slependknelpunt. Gaat de Minister afspraken maken met medeoverheden om hierook vaart mee te maken?Aan het eind heb ik nog een hartenkreet, voorzitter. Het wrange is dat allepijn voor de sector door afschaffing van de derogatie en de verlaging vanproductieplafonds weinig oplevert voor de waterkwaliteit. Weet u waar deSGP wel enthousiast van wordt? Ik noem als voorbeeld het BoerenInnovatie Netwerk de Peel. Veehouders en akkerbouwers werken daarsamen om onder meer door slimme teeltrotaties nitraatverliezen tebeperken. Zo’n gebiedsaanpak werkt wél. Laat dat de motor van het beleidzijn, voor schoner water en handelingsperspectief voor boeren.De voorzitter:Dank u wel, meneer Flach namens de SGP. Dat was netjes binnen de tijd.Tot slot in deze eerste ronde meneer Grinwis van de ChristenUnie.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, dank u wel. De kersverse Minister van Landbouw, Visserij,Voedselzekerheid en Natuur heeft het genoegen bijna meteen te mogenaantreden in deze commissie. De aanloop naar dit debat had weliswaariets weg van amateurtoneel, maar soit, we zijn er om de zeer urgentiemestcrisis te bespreken, of beter gezegd: de mestplaatsingscrisis. Het iseen bestaanszekerheidscrisis voor duizenden veehouders. Ik benbenieuwd naar de visie van de Minister hierop. Voordat ik verderga metde inhoud, wil ik haar van harte feliciteren met het ministerschap en metde werkelijk prachtige landbouwsector in haar portefeuille. Het is eenketen vol met bedrijven, mensen met kennis, ondernemerschap, innova-tieve ideeën en met een soms kwetsbare natuur die ons is toevertrouwd.Ik wens u veel wijsheid, sterkte en daadkracht.Voorzitter. De Minister staat voor een grote opgave. We hadden al eenopgave voor een volhoudbaar verdienvermogen voor de boeren, denatuur en het klimaat. Daar is sinds eind vorig jaar de acute mestplaat-singscrisis overheen gekomen. Die veroorzaakt meer dan alle andereopgaven een kaalslag onder boerenbedrijven. De wanhoop is bij veelagrarische ondernemers dan ook groot, vooral bij de gemiddelde of netiets kleiner dan gemiddelde melkveebedrijven. Tot voor kort konden zijhun mest geheel op eigen grond kwijt. Wat gaat de Minister juist voordeze kleinere en middelgrote bedrijven betekenen? Hoe voorkomt zij datde nu al gaande koude sanering vooral die helft van de bedrijven raakt diehet kleinst is c.q. het minst kan hebben qua saldo ieder jaar? Tot voor kortkonden ze hun mest dus prima kwijt op eigen grond. Het nieuwe kabinetwil alles op alles zetten om de afbouw van de huidige derogatie terug tedraaien. Wat zou het mooi zijn om met de Europese Unie tot betere en welwerkbare normen en afspraken te komen. Dat is geen korte klap, maarvergt een taai onderhandelingsproces. Gelet op de eind volgend jaaraflopende derogatie is die tijd er niet. Wat wordt de Brusselstrategie vandeze Minister? Is dat dezelfde als die van haar voorganger, dus eerstleveren op reductie van vee en mest tot onder de mestplafonds envervolgens naar Brussel voor een vorm van derogatie dan wel herzieningvan de Nitraatrichtlijn?In het hoofdlijnenakkoord staat ook: «In de tussentijd wordt bezien welkenoodmaatregelen er nodig zijn om de mestcrisis op te lossen.» Zoals deMinister weet, is haar voorganger in april al met een pakket gekomen. Hijheeft toen een samenhangend pakket gepresenteerd waarmee hij de crisisvoor een deel, slechts voor een deel, onder controle kon krijgen. De heerTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55837 Van Campen onderstreepte dat gehele plan zojuist nog. Gaat de nieuweMinister door met het uitvoeren van het gehele plan, van al dezemaatregelen, zou ik haar willen vragen. Zo niet, wat gaat ze dan andersdoen om een generieke korting af te wenden? Zij weet ook dat niet kiezenook kiezen is. Dat is kiezen voor de ondergang van de vaak niet zo grotegezinsbedrijven. Daarom is dit een zeer urgente vraag.Gaat de Minister door met het voorstel tot wetswijziging om de mestpro-ductieplafonds te verlagen en de afromingspercentages te verhogen? Is zebereid toe te zeggen het wetsvoorstel na ommekomst van de Raad vanState zo spoedig mogelijk bij de Kamer in te dienen? Vindt zij dat haarvoorganger met zijn brief van afgelopen vrijdag voldoende tegemoet isgekomen aan de consultatiereacties, of heeft ze meer aanpassingen in hetwetsvoorstel in petto? Wat gaat zij nog meer doen om een generiekekorting te voorkomen, conform de eerder aangenomen motie van deKamer?Voorzitter. Gaat de Minister aan de slag met de vrijwillige brede beëindi-gingsregeling, die bovenop de bestaande Lbv- en Lbv-plusregelingenkomt? Er werd al opgemerkt dat die aantrekkelijker moet zijn voorbedrijven met oudere opstallen. Volgens de routekaart worden we uiterlijkop Prinsjesdag geïnformeerd over de invulling en de financiële dekkingvan de regeling die op 1 januari 2025 opengesteld zou moeten worden.Kunnen we daarop rekenen? Wanneer moet daarvoor de notificatie inBrussel starten?Wat zijn de ambities van de Minister als het gaat om de sectoren die nuniet te maken hebben met productierechten, met fosfaatrechten ofdierenrechten, zoals voor de kalveren en de geiten? Ik weet dat er op hetministerie hard is gewerkt aan visies en plannen daarvoor. Is de Ministerbereid deze, bijvoorbeeld met betrekking tot de kalveren, naar de Kamerte sturen?Hoe gaat de Minister bevorderen dat we zo spoedig mogelijk meermestverwerkingscapaciteit organiseren? De partij van de Minister wilimmers niet minder dieren, maar de mestplaatsingscrisis is slechts optwee manieren op te lossen als extra plaatsingsruimte niet op kortetermijn uit Brussel naar ons toekomt. Dat kan met minder vee of met meermestverwerking, of een combinatie van beide. Maar het bijbouwen vanmestverwerkingscapaciteit kost tijd.Voorzitter. Bepaalde gebieden zijn ten onrechte aangewezen als metnutriënten verontreinigde gebieden – collega Flach had het daar ook alover – zoals de waterschappen Noorderzijlvest en Amstel, Gooi en Vecht.Daar is de bijdrage van landbouw niet meer dan 19%. Dat is aangetoondin deze waterschappen en dat is onafhankelijk en goed onderbouwd. Wilde Minister zo spoedig mogelijk overgaan tot aanpassing van deaanwijzing van deze gebieden en wil zij daarbij niet wachten tot ook hetlaatste waterschap zijn gegevens op orde heeft?De voorzitter:Dank u wel.De heer Grinwis (ChristenUnie):Voorzitter, ik sla een stukje over. Ik sluit me ten slotte aan bij wat vragendie zijn gesteld, onder anderen door de collega’s Nijhof, Pierik en Flach,over de gasvormige verliezen. Ten slotte sluit ik me ook aan bij de1 oktobervraag over het stoppen met de kalenderlandbouw.De voorzitter:Dank u wel, meneer Grinwis, voor uw inbreng namens de ChristenUnie.We gaan schorsen tot 15.40 uur ... Meneer Pierik, u wilt toch nog uwlaatste joker inzetten? Hij kan het niet laten. Meneer Pierik, ga uw gang.De heer Pierik (BBB):Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55838 Ik kan deze interruptie natuurlijk niet laten liggen, dus ik wil deze tochgraag gebruiken om de heer Grinwis het volgende te vragen. Hij noemtheel veel verschillende dingen, ook van het maatregelenpakket vanoud-minister Adema. Maar ik ben eigenlijk wel benieuwd welke maatre-gelen hij dan voor ogen heeft die de mestcrisis op korte termijn kunnenoplossen. Het zijn vooral de langeretermijnoplossingen die benoemdworden, maar we zitten natuurlijk met een acute mestcrisis. Welke zakenzou de heer Grinwis graag naar voren schuiven als oplossingen op dekorte termijn?De voorzitter:Dat was meteen uw laatste interruptie, meneer Pierik.De heer Grinwis (ChristenUnie):Dank aan de heer Pierik voor deze vraag. De crisis is echt urgent en zogroot dat we moeten erkennen dat wij als overheid deze crises, die vanbovenaf ontstaan door het sterk verkleinen van de mestplaatsingsruimtein een paar jaar tijd, niet zomaar kunnen oplossen. Maar wat we welkunnen doen en wat op korte termijn in ieder geval een begin van ruimtebiedt, is enerzijds aan de technische en modelmatige kant kijken. Zoals deheer Pierik ook terecht heeft gezegd, worden die gasvormige verliezen totnu toe eigenlijk verkeerd ingerekend bij de melkveehouderij, als je datvergelijkt met de pluimveehouderij en de varkenshouderij. Laten we dataanpassen. Dat biedt een beetje lucht. Mijn oproep aan de Minister is omdat met terugwerkende kracht in 2024 te doen, als dat kan.Dat zijn dus maatregelen. Maar denk ook aan het wetsvoorstel dat nu bijde Raad van State ligt over de afroming. Natuurlijk gaat het niet omenorme percentages ieder jaar, maar laten we geen tijd verloren latengaan en zo snel mogelijk dat wetsvoorstel in de benen helpen. Elketransactie waar je die afroming op kan toepassen, is immers de meestpijnloze manier om de hoeveelheid mest te verkleinen. Een bredebeëindigingsregeling biedt wel degelijk soelaas als je die snel in de benenhelpt. De nood is namelijk zo hoog, zeker bij de bedrijven die geen kant opkunnen met de mest en geen saldo hebben waar ze gigantisch op kunneninteren. Mijn oproep aan de Minister is daarom ook: start zo snel mogelijkdie notificatie in Brussel en kom ondertussen met een brief naar de Kamerover hoe die regeling eruitziet. Dan kun je wel degelijk enige ruimtebieden. Maar ik erken: al neem je alle maatregelen, dan nog kunnen wij decrisis niet op korte termijn oplossen. Maar laten we in ieder geval doenwat onze hand vindt om te doen.De voorzitter:Kijk, met deze woorden gaan we de schorsing in. We schorsen tot15.40 uur. Ik verzoek de Kamerleden even naar mij toe te komen. Dank uwel. Tot zo meteen.De vergadering wordt van 15.10 uur tot 15.41 uur geschorst.De voorzitter:Welkom terug allemaal. Voordat ik het woord ga geven aan onzekersverse Minister, wil ik haar even complimenteren. Ik heb in deafgelopen achttien jaar nooit eerder meegemaakt dat de Ministerüberhaupt binnen de gestelde tijd terug was en zelfs eerder dan deKamerleden. Ze was zelfs eerder dan meneer Van Campen vandaag.Complimenten daarvoor. Dat heb ik echt nog nooit eerder meegemaakt.Mevrouw de Minister, ik wil aan u vragen of u in blokjes gaat werken. Alsu iedere keer even het blokje noemt, dan sta ik aan het einde van hetblokje de interrupties toe. Dan loopt het allemaal wat ordelijker.Minister Wiersma:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55839 Dank, voorzitter. Ik heb in ieder geval drie blokjes: de inbreng ensuggesties voor de aanpak van de mestcrisis vanuit de Kamer, debeëindigingsregeling en RENURE.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw de Minister. Dan mag u beginnen. De interruptiesmogen dus iedere keer pas aan het einde van een blokje.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Ik was op tijd terug, want ik heb begrepen dat dezecommissie niet van wachten houdt. We zijn gisteren misschien niethelemaal goed van start gegaan, excuses daarvoor. Ik hoop dat wevandaag een nieuw begin kunnen maken. Ik zit hier natuurlijk alskersverse Minister op een van mijn eerste werkdagen voor een debat overhet mestbeleid. Dat geeft wel aan hoe urgent de Kamer dit onderwerpervaart, maar hetzelfde geldt voor mij. Het is een van de meest urgenteonderwerpen van dit moment. Ik heb dat in mijn hoorzitting ook aange-geven. Het is dus begrijpelijk en terecht dat dit bij jullie ook een hogeurgentie heeft. Daarom ben ik blij dat we hier vandaag toch met elkaarover in gesprek kunnen gaan en ik mijn oor te luisteren kan leggen bijjullie. Alle tips en suggesties die jullie meegeven, neem ik uiteraard mee.Ik ga in de zomer met het departement aan de slag om het hoofdlijnenak-koord uit te werken. Er zijn dus ook een aantal vragen waar ik nu nog nietop vooruit kan lopen. Ik denk ook dat dat logisch is. Maar als we hethoofdlijnenakkoord in een regeerprogramma hebben uitgeschreven, gaanwe daar uiteraard opnieuw met elkaar over in gesprek. Het is heelbegrijpelijk dat dit zo’n urgent thema is. De financiële zorgen en de zorgenop het boerenerf in het algemeen zijn groot. Dat voel ik ook.Het verlies aan plaatsingsruimte voor dierlijke mest komt met name doorde afbouw van de derogaties en een aantal andere genomen maatregelen.Die hebben veel impact gehad, waardoor we nu in deze situatie zitten.Daardoor zitten we nu in deze situatie. Meerdere leden van dezecommissie hebben mij gevraagd hoe we deze problemen aan gaanpakken en hoe ik aankijk tegen de aanpak van het vorige kabinet. Ik zaldaar eerst even op hoofdlijnen op ingaan. Daarna behandelen we despecifieke vragen in blokjes, zoals zojuist afgesproken.Er is mij alles aan gelegen om deze problemen de urgente aanpak tegeven die ze verdienen. Daarbij is een generieke korting iets wat weabsoluut willen voorkomen. Dat onderschrijft het hoofdlijnenakkoord ooken dat is ook al een aantal keren aangehaald. Dit kabinet is ook nietvoornemens om te sturen op een gedwongen krimp van de veestapel. Datstaat in het hoofdlijnenakkoord. Verder staan in het hoofdlijnenakkoordnog een aantal maatregelen genoemd. Die moeten ook bijdragen aan hetverlagen van de druk op de mestmarkt. Daarnaast heeft het vorige kabineteen plan van aanpak gepresenteerd met verschillende bouwstenen. Zoalszojuist ook al werd aangehaald, heeft de sector ook suggesties gedaanmet voorstellen voor het oplossen van de problemen met betrekking totde mestmarkt.Ik denk dat die verschillende maatregelen en bouwstenen te vatten zijn indrie sporen. Dat betreft onder andere het vergroten van de plaatsings-ruimte voor dierlijke mest. Ik heb de opdracht om de gesprekken overderogatie toch weer te houden, zoals zojuist ook een aantal keer isgenoemd. Ik ben blij om hier ook te horen dat in deze commissie toch welredelijk breed leeft dat we daarmee aan de slag moeten. Dat ga ik ookabsoluut doen. De andere sporen gaan over het verminderen van deproductie van dierlijke mest, de verwerking van mest en eventueel deexport van dierlijke mest. Dat zijn de drie sporen, de drie lijnen die gaanlopen.Uiteindelijk gaan we aan de slag met een mix van maatregelen. Een deeldaarvan zal op de korte termijn al effect sorteren en een ander deel zal pasTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55840 effect sorteren op de langere termijn. Er zitten ook een aantal maatregelenin die vereisen dat wij opnieuw in gesprek gaan met de EuropeseCommissie. Zoals uw Kamer ook weet, is dat waarschijnlijk niet iets watop de korte termijn direct geregeld is. Daarnaast zal dit kabinet met hethoofdlijnenakkoord in de achterzak wel een accentverschuivingaanbrengen in de aanpak van de mestmarkt. Dat is terug te zien in hethoofdlijnenakkoord. Het is logisch dat dit ook herkenbaar terug te zien zalzijn in de aanpak van dit kabinet.Ik heb een aantal herkenbare zaken gehoord. Toen ik gisteren voor heteerst echt even op het departement was en in gesprek ging met mijnambtenaren, heb ik direct gevraagd om een aantal zaken nader uit tewerken. Dat betreft onder andere de met nutriënten verontreinigdegebieden, de aanwijzing van kwetsbare zones en kalenderlandbouw. Ikheb ook al gevraagd om te kijken of er iets mogelijk is in het kader van deverruiming van het mestrijseizoen. We hebben een nat voorjaar gehad enweten dat dit niet het optimale moment is om mest uit te rijden. Daarzitten ook een aantal stappen in. Daarvoor moeten we onder andere eenwetenschappelijke onderbouwing hebben. De CDM is daar dus bijbetrokken. Ook moeten we terug naar de Europese Commissie, die daarkennis van moet nemen. Ik weet ook dat je niet met zo’n uitstel moetkomen in de laatste week voordat het seizoen afloopt, want daar kunnenboeren niet op wachten. Dat is ook iets wat we gisteren besproken hebbenin ons eerste gesprek op het departement.Ik ben ook bereid om constructief te kijken naar de mogelijkheden vooropslag van mest. Opslag van mest is echt een kortetermijnoplossing voorde acute situatie, maar zou, weliswaar tijdelijk, een bijdrage kunnenleveren. Daarbij zullen ook de mogelijkheden van de Omgevingswetmoeten worden bezien. Dat zou kunnen betekenen dat je inderdaad metsilo’s of mestzakken gaat werken. Dat is echt een tussenoplossing voor dehuidige situatie. Daarnaast zullen we op meerdere schaakborden moetengaan spelen en zullen de fasering en de tijdsdimensie van de bouwstenenen de uitwerking van maatregelen die we kunnen inzetten divers zijn. Ditbetekent dat we wel focus en fasering gaan aanbrengen, maar dat is ietswaarmee ik later bij jullie kom, want dat hebben we gisterochtend in hetuurtje met de ambtenaren nog niet helemaal kunnen uitwerken. Daaroverlater meer.Uiteraard staat zorgvuldigheid voorop. We weten allemaal hoe belangrijkdat is; kijk ook naar de PAS-problematiek. Uw opvattingen hier in deKamer, de realiteit buiten en de wisselwerking met partijen buiten, delandbouw, en de Europese dimensie zijn allemaal van belang. Die gaanwe allemaal grondig verkennen, met alle elementen op tafel, zodat daarnade definitieve architectuur van de totaalaanpak bepaald kan worden. Zoalsik zojuist al zei, is dit iets wat ik de komende weken ga doen. Dat zalonderdeel zijn van het regeerprogramma dat door dit kabinet wordtopgesteld en dat voor Prinsjesdag naar de Kamer gestuurd zal worden.Daarover zullen we met elkaar in gesprek gaan. Daarvoor ga ik dekomende weken – dat is vanaf vandaag – in gesprek met het ministerie,maar ook met sectorpartijen en deskundigen. Uiteraard is de inbreng dieik vandaag van uw Kamer hoor, daar ook onderdeel van.In dit debat heb ik van uw Kamer gehoord over de zwaartepunten van deaanpak van de problematiek op de mestmarkt. Dan wil ik nu naar deblokjes toe, want daarin komen veel vragen aan de orde.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw de Minister. Tot zover even. Voordat u aan uwblokjes begint, laat ik nu ook wat vragen toe.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):De Minister heeft het over een accentverschuiving. De eerste accentver-schuiving die ik hoor, is dat zij serieus werk gaat maken van dieTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55841 mestzakken en die silo’s als tussenoplossing. Mijn vraag aan de Ministeris of een tussenoplossing ook een oplossing is en waar die mest dan inthe end blijft.Minister Wiersma:Ik heb nog niet direct gezegd dat we daar direct actief werk van gaanmaken. Ik heb gezegd dat we openstaan voor dergelijke ideeën. Als wegaan kijken naar oplossingen en die nader uitwerken in de komendeweken, staan we daarvoor open. We gaan dus kijken of dat ook incombinatie kan. In het plan van het vorige kabinet staat ook iets overmestverwerking en export. Zouden we dat aan elkaar kunnen koppelen?Maar goed, zoals ik zojuist ook al zei, gaan sommige zaken al zo ver op deinhoud in dat ik daar vandaag nog niet concreet op vooruit kan lopen.Maar wij staan open voor alle mogelijke oplossingen, zeker voor die op dekorte termijn.De voorzitter:Dank u wel voor de beantwoording.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik zou meteen nog een vraag willen stellen. Een van de oplossingen die deBBB hier suggereert, is om een gedoogbeleid in te stellen, dus om dingente doen die eigenlijk niet mogen. Ziet de Minister dat ook als een van deopties die ze wil openhouden?Minister Wiersma:Mevrouw Bromet, volgens mij hoorde ik het lid van de BBB zeggen dat zijook de vastgestelde wetten en regels onderschrijven. Dat geldt uiteraardook voor dit kabinet. Dat staat ook in het hoofdlijnenakkoord.De voorzitter:Dan stel ik voor dat de Minister aan het blokje ... Mevrouw Podt?Mevrouw Podt (D66):Ja, toch nog heel even over de mestzakken en silo’s en zo. De Ministerzegt: het is een tijdelijke oplossing. Ik vraag me dan af hoe ze dat«tijdelijk» ziet, want ik geloof dat er 800.000 wagens vol met mest zijn.Volgens mij zei mevrouw Bromet dat eerder ook. Dus ja, dat levert dantoch op geen enkele manier een bijdrage aan de oplossing? Ik kan medaar gewoon niets bij voorstellen.Minister Wiersma:We hebben dat artikel ook gelezen. Mijn ambtenaren hebben daar ook aleven naar gekeken. Die zeggen dat dit uiteindelijk is gebaseerd op eenhypothese en dat alle doorrekeningen van de NPLG-plannen en alleonzekerheden over wat nog niet staand beleid is daar ook in meegerekendzijn. Dat voorziet dus niet helemaal in de actuele situatie. Verlies vanderogatie en de aanwijzing van met nutriënten verontreinigde gebiedenhebben per direct een situatie doen ontstaan die voor de korte termijn eenaantal oplossingsrichtingen zoekt. We hebben daarbij gezegd dat weopenstaan voor alle mogelijkheden. Maar goed, ik ga de komende wekenkeihard aan de slag met het departement om te bekijken wat dat concreetwordt. We komen na het reces gewoon bij uw Kamer terug met eenantwoord op de vraag hoe we dat in samenhang zien.De voorzitter:Dank u wel. Dan stel ik voor dat de Minister de andere blokjes gaatbehandelen. We beginnen met het blokje over de oplossingen voor demestcrisis, toch?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55842 Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Ja, dit is het blokje inbreng Tweede Kamerleden/suggesties aanpak mestcrisis. Ik heb dat met die blokjes al heel vaakgezien, maar het is toch even wennen als je dat zelf moet gaanverwoorden, maar ik doe mijn best.De eerste vraag gaat over het uitwerken van het wetsvoorstel langs detwee lijnen van het hoofdlijnenakkoord. Dat wil zeggen: de Europese inzet,de derogatie en het pakket met noodmaatregelen. Kan ik dat wetsvoorstelzo snel mogelijk bij de Tweede Kamer indienen? Liggen beide voorstellenmet betrekking tot afroming en mestproductieplafonds bij de Raad vanState? Wanneer verwacht ik een reactie? Dat was de eerste vraag. Mijnantwoord voorziet in de vragen van de heer Van Campen, de heerHolman, mevrouw Vedder, de heer Flach en de heer Grinwis, die er niet is.De voorzitter:Nee, de heer Grinwis is er even niet, maar hij wordt waargenomen. Zijnteam luistert en kijkt dus mee.Minister Wiersma:Oké, dan gaan we daarmee beginnen. Zojuist zei ik ook al in de inleiding:de aanpak is voor mij urgent. We gaan daar deze zomer mee aan de slag.We gaan dan alle elementen grondig verkennen, zodat ik daarna dedefinitieve architectuur van die aanpak kan bepalen. Het vorige kabinetheeft twee maatregelen, die nog voor de zomer actie vereisen, al in ganggezet, waaronder het wetsvoorstel mestproductieplafonds. Datwetsvoorstel is eind juni, na instemming van de ministerraad, al vooradvies verzonden naar de Raad van State. Het volgende vind ik welbelangrijk. Zojuist zei ik in mijn inleiding ook: ik doe er vandaag niks bij enik doe er niks af. Ik ben zelf dus ook heel erg benieuwd naar het adviesvan de Raad van State. Ik ga dat grondig bestuderen. In de tussentijd benik ook benieuwd waar we nou precies staan in het licht van de Lbv en deLbv-plusregeling. Daar heb ik inmiddels zelf ook heel veel vragen overuitgezet. Als we dan dus een beetje een foto, een totaalplaatje, hebbenvan wat de opgave nog is en welke maatregelen passend zijn om tenemen ... In het licht daarvan komt dat terug in de bredere uitwerking vanhet hoofdlijnenakkoord, waar we elkaar nog over zullen spreken. Mijnstreven is dus om dat kort na het zomerreces aan de Kamer te sturen, methet verzoek om daar spoedig met elkaar over in gesprek te gaan, zodat hetwetsvoorstel eventueel per 2025 van kracht kan worden, conform detoezeggingen in de derogatiebeschikking.De volgende vraag gaat over ... O, sorry.De voorzitter:Gaat u rustig door, mevrouw de Minister.Minister Wiersma:Excuus, voorzitter. Ik dacht dat er een vraag kwam.De volgende vraag gaat over de resultaten die wij verwachten vanuitBrussel, ook gezien het feit dat veel boeren nu al in de financiëleproblemen zitten. Er staan inderdaad meerdere maatregelen in hethoofdlijnenakkoord die in Europees verband geregeld moeten worden.Dat geldt onder andere voor de inzet op derogatie, maatregelen voor hetmestbeleid, bredere maatregelen in het landbouw- en visserijdossier en,daarbuiten overigens, het asieldossier. We hebben dus flink veel werk teverzetten en te doen. De timing is wel heel erg van belang, want niet alleszal in één keer kunnen. Succes is daarin, zoals zojuist ook al werdaangehaald, niet gegarandeerd. We gaan de zaken die we in willenbrengen goed inhoudelijk onderbouwen. Daarbij gaan we laten zien datwe als Nederland niet alleen komen om iets te halen, maar dat we ook ietsbrengen. Dat brengen zie ik toch echt wel in een goede uitwerking van ditTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55843 hoofdlijnenakkoord met een goed onderbouwd plan. Ik ben benieuwd. Alswe dat allemaal klaar hebben, met die resultaten en dat plan in de hand,wordt de kans op succes groter.Zoals jullie weten ben ik over twee weken al in Brussel, want dan is deLandbouw- en Visserijraad. Dat zal beginnen met een kennismaking enhet investeren in de relaties, zoals ik in de hoorzitting ook gezegd heb, enwat mij betreft ook met de inhoud. We hebben zojuist een aantal zakengehoord die inhoudelijk heel goed te onderbouwen zijn. Die neem ik zekermee. Dat vergt wel nadere uitwerking. Dat neem ik deze zomer mee. Datbetekent niet dat we nu niks doen. Ik ga dus al naar Brussel. Dat is al inanderhalve week. Daar ga ik eerst eens kennismaken met mijn collega’svan andere lidstaten. Volgens mij is dat het begin. Vervolgens ga ik hiermet mijn departement een goede agenda voor samenstellen. Dat hebbenwe gisteren in dat uurtje nog niet gered.Er was nog een vraag, onder andere van de SGP, over wat we doen ommen ervan te overtuigen om een afbouwderogatie te verlenen. Zoals ookin het hoofdlijnenakkoord staat, gaan we natuurlijk alles op alles zeggenom toch de afbouw zoals die nu is, terug te draaien en betere afspraken temaken. Ik besef dat we daarvoor echt wel veel werk moeten verzetten, datdat niet vanzelf gaat en dat we daar echt in moeten investeren, maar datzijn we verplicht aan de boeren en de landbouw van Nederland. Zoals ikzojuist ook al zei, heb ik gehoord: we kunnen niet alleen iets halen, wemoeten ook iets brengen. Dat is absoluut iets wat ik mee zal nemen in deagenda richting Brussel. In de komende weken gaan we bekijken hoe wedat op gaan pakken. Daar ga ik zo snel mogelijk mee aan de slag.Dan heb ik nog een onderwerp, namelijk de ruimte voor graslanddero-gatie. De heer Holman van NSC vroeg hoe we dit op korte termijn doen enof we in september een plan van aanpak met betrekking tot de strategie inBrussel kunnen delen met de Kamer. Ik heb daar zojuist gedeeltelijk opgereageerd, denk ik. De timing is van belang. Ik neem dit mee deze zomeren ga ervan uit dat wij in september echt wel de contouren van dezeaanpak kunnen delen.Dan kom ik op een vraag van mevrouw Vedder van het CDA, over het planB. Ze zei: «Het opbouwen van relaties kost tijd. Die hebben we niet. Welkemaatregelen gaan we ondertussen treffen en wanneer treden die inwerking?» Hier moeten we echt de komende weken uitwerking aan gaangeven. We moeten het plan voor de mestmarkt en de strategie voorEuropa uitwerken. Dat gaan we doen met de bouwstenen in de hand dieer al liggen. De maatvoering, de inrichting en de timing hebben ook weerinvloed op de financiële uitwerking daarvan. Ik kan daar op dit momentniet op vooruitlopen. We zeiden zojuist namelijk ook al dat dit welzorgvuldig moet gebeuren. Het zou onzorgvuldig zijn als ik daar nu heleconcrete uitspraken over doe. Daarvoor heb ik namelijk nog te weinigvoorbereidingstijd met het departement gehad. Maar we gaan natuurlijkkijken welke noodmaatregelen mogelijk zijn voor de korte termijn. Ookdaar gaan we deze zomer mee aan de slag.Dan kom ik op het onderwerp van het uitzonderen van de grondgebondenboeren van de generieke korting. Dat was een vraag van mevrouw Brometvan GroenLinks-PvdA. Wij hebben sowieso als kabinet de opdrachtgekregen om een generieke korting te voorkomen. Dat staat ook in hethoofdlijnenakkoord. Het wetsvoorstel met betrekking tot die productiepla-fonds ligt nu bij de Raad van State. Dat advies gaat er komen. Dan gaanwe kijken hoe we dat mee kunnen nemen in de aanpak van dit kabinet. Inde Meststoffenwet is overigens al opgenomen – ik ben trouwens ooknauw betrokken geweest bij de totstandkoming van het stelsel vanfosfaatrechten – dat grondgebonden boeren uitgezonderd zijn van eengenerieke korting. Dat is onderdeel van die wet. Daarnaast neem ik daarbijuiteraard ook de input mee.Dan is er nog een vraag van mevrouw Vedder van het CDA, over haarmotie over vanggewassen. Ze vroeg hoe we daar uitvoering aan gaanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55844 geven. Het is een bijzonder nat voorjaar geweest. Ik realiseer mij dat deboeren echt veel later hebben kunnen poten of zaaien en dat dit conse-quenties heeft voor de vraag of het gaat lukken om op 1 oktober eenvanggewas gezaaid te hebben. Hierover is al een advies opgevraagd bijde Commissie van Deskundigen Meststoffenwet, de CDM. Er is wat betreftmaïs ook een expertcommissie in het leven geroepen. We zorgen ervoordat die zich gaan buigen over de vraag of 1 oktober haalbaar is. We zijndus op dit moment bezig met daar uitvoering aan geven. Dit zal ik ookmeteen doen voor die andere gewassen. Daar informeren we uw Kamerzo snel mogelijk over, want we snappen dat dit onder hoge tijdsdruk staaten dat de landbouwers gewoon duidelijkheid en zekerheid nodig hebbenwat betreft wanneer ze die vanggewassen in moeten zaaien. Dat looptdus.Dan was er nog de vraag van zowel de heer Pierik als de heer Flach overhet uitrijseizoen. We hebben daar wel een onderbouwing voor nodig. Weweten dat de mestgift door het natte voorjaar later op gang is gekomen.We weten ook dat het, juist om te voorkomen dat er veel afspoelt,belangrijk is dat mestgiften verspreid worden. Je wil niet dat boeren ineen kort tijdsbestek zo veel mogelijk mest moeten uitrijden omdat ze nueenmaal aan een datum gebonden zijn, ook als blijkt dat de omstandig-heden dan niet helemaal optimaal zijn. Maar we kunnen dat alleen doendoor de CDM hiernaar te vragen. Maar ik zei het al: een van de eerstedingen waar ik het departement om gevraagd heb, is om daarmee aan deslag te gaan. Ik herken dat namelijk. We zijn dus bezig met die vraag, maarer moet een milieukundige onderbouwing komen. Dit pakken we dus metprioriteit op.Dan waren er nog een aantal vragen met betrekking tot het rapport vanHerman de Boer en die gasvormige verliezen. Ik ken zijn rapporten ook,niet alleen dit rapport. Ik heb er vaak naar verwezen, ook als ik zelfdebatteksten mocht schrijven. Ik ben dus bekend met het rapport. De CDMheeft eerder ook al soortgelijke conclusies getrokken. Dat was in 2021.Maar op dit moment is het actualiseren van de ... Sorry?De voorzitter:U mag zo door. Kan het iets rustiger aan de linkerkant, alstublieft? O, ikhoor dat mevrouw Beckerman haar collega water wilde geven.Minister Wiersma:Een beetje hoffelijkheid is altijd goed in deze Kamer.De voorzitter:Dat is heel vriendelijk, maar dat kan ook zonder geluid. Mevrouw deMinister.Minister Wiersma:Het actualiseren van de excretieforfaits is eigenlijk ook een thema dat allang loopt, want zeker in dit geval, waarin de gasvormige verliezen vooralbestaan uit niet-schadelijk stikstofgas, hoeft een veehouder inderdaadminder dierlijke mest van zijn bedrijf af te voeren. Dat draagt ook bij aaneen verlaging van de druk op de mestmarkt. Wij zijn hierover al in contactmet de CDM, de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet, die mij hierwetenschappelijk over gaat adviseren. Zodra ik meer weet, komen wijdaar uiteraard op terug bij jullie Kamer. We zullen dat ook meenemen bijde uitwerking van dat plan, waarmee we ook naar jullie toe komen.De voorzitter:Ook dank aan de Minister voor het duiden van die afkorting, want datwordt enorm gewaardeerd door mensen die minder ter zake deskundigzijn en die vanuit thuis kijken en luisteren. Dat wilde ik u nog zeggen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55845 Minister Wiersma:Ik doe mijn best.Dan waren er nog een aantal vragen van mevrouw Vedder. Wat gaan wedoen om te zorgen dat er versneld wordt in de uitvoering? Ben ik hetermee eens dat veel vormen van innovatie geen invloed hebben op demestproductie en dat er maar twee knoppen zijn: minder mest of minderN en P? Welke keuzes gaan we hierin maken? Dit zijn van die zaken die zospecifiek zijn dat ik er op dit moment niet op vooruit kan lopen, maar bijde uitwerking van het regeerprogramma zullen daarover wel naderestukken opgenomen worden. Daar komen we dus later op terug.Dan was er nog een vraag van mevrouw Vedder. Het waren best wel veelvragen. Ziet de Minister kans om de de-minimisregeling te verruimen ommeer steun mogelijk te maken? Hoe staat het met de verhoging van desubsidie Behoud grasland? Wat is het handelingsperspectief voor boerendie in financiële problemen zitten?Ik heb gisteren direct al even gevraagd naar de de-minimisregeling. Ikbegrijp dat er op dit moment ook in Europees verband gekeken wordt ofhet bedrag van 20.000 verhoogd kan worden. Dat loopt dus. Dat zou ookwel mijn inzet zijn. Als daar meer over bekend is, komen we daar uiteraardop terug.De Eerste Kamer gaat begin juli stemmen over de suppletoire begroting.Daarin zitten het subsidiebedrag en het plafond voor het behoud van hetgraslandareaal. Dat zal worden verhoogd. De € 20 per 10 kilogram stikstofuit dierlijke mest per hectare terugval in de mestplaatsingsruimte is in datvoorstel verhoogd naar € 50. Het plafond gaat van 50 miljoen naar85 miljoen. Dat is dus wel even onder voorbehoud, vanwege de EersteKamer. U heeft dus alle reden om uw partijen nog even te tippen en eenpositief stemadvies te geven.Dan was er nog een vraag van de heer Pierik en mevrouw Nijhof inzake debufferzones en de kwetsbare zones. De vraag was om te reflecteren op hetverkleinen van de bufferzones rondom Natura 2000-gebieden en nietlanger heel Nederland aan te wijzen als kwetsbare zone. De zone van250 meter rondom Natura 2000-gebieden is opgenomen op basis van eenadvies van Wageningen. In de derogatiebeschikking stond ook dat we zo’nzone moesten gaan invullen. Dat is onderdeel van de afspraken die wegemaakt hebben met de Europese Commissie. In het hoofdlijnenakkoordstaat dat we die terug zouden willen brengen naar 100 meter, maar als wewillen terugkomen op gemaakte afspraken, zullen we daarover eerst ingesprek moeten gaan met de Europese Commissie. Ik zal u binnenkortinformeren over hoe ik deze afspraken op korte termijn ga uitvoeren. Ikdenk dat we daar zo meteen in een totaal vragenpakketje over kwetsbarezones op terugkomen. Die houdt u dus van mij tegoed.O, daar hebben we het onderwerp kwetsbare zones al. De vragen van deheer Flach van de SGP, maar ook van de heer Pierik en mevrouw Nijhofhebben we samengebracht. Zij stelden hun vragen ook omdat het in hethoofdlijnenakkoord staat. In principe geldt het actieprogramma Nitraat-richtlijn in de aangewezen kwetsbare zones óf op het hele grondgebied. Ikheb ook al een uitsplitsing laten maken van welke landen wat doen. Dat iseen beetje fiftyfifty in de lidstaten. Ik ben zelf ook nog wel benieuwd watde onderbouwing daarvan is. Die heb ik nog niet paraat. Maar inNederland zijn de regels ter bescherming van de waterkwaliteit, zoals degebruiksnorm voor dierlijke mest van 170 kilogram, in heel Nederlandgeïmplementeerd.Om specifieke kwetsbare zones aan te kunnen wijzen, zullen we moetenonderbouwen in welke gebieden in Nederland de waterkwaliteit nu goedis en zonder de maatregelen uit het actieprogramma goed blijft. Wemoeten namelijk ook de kans op verontreiniging of eutrofiëring doorfosfaten en nitraten uit agrarische bronnen meewegen. Ik kan daar nu dusnog niet op vooruitlopen. Wij gaan onderzoeken waar dat van toepassingzou zijn en of we kwetsbare zones kunnen aanwijzen. Dat gaan we perTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55846 gebied doen. Dat vereist een heel gedegen onderbouwing. Dat is een helehoop werk. Wij zullen de zomer nodig hebben om de mogelijkheid hiertoeverder uit te werken. Zodra we daarover meer op papier hebben, komenwe daar direct mee terug naar jullie Kamer.Ik wilde nog zeggen dat de Europese Commissie inderdaad is gestart meteen evaluatie van de Nitraatrichtlijn. Mevrouw Nijhof refereerde daaraan.Op dit moment vinden er in expertgroepen gesprekken plaats over deconsultatie. Medio 2025 komt de Commissie met een evaluatieverslag.Dan wordt er meer duidelijk over wat de herziening van de Nitraatrichtlijnuiteindelijk gaat betekenen, ook voor ons.Dan kom ik bij het onderwerp gedoogoverschrijding van gebruiksnormen.Zijn wij voornemens in te grijpen op het beleid met betrekking totmestplaatsing? Ga ik overschrijding gedogen? Daar heb ik volgens mijzojuist in de inleiding antwoord op gegeven. Wij houden ons aan de wet.Welke reactie verwacht ik uit Brussel? Zoals ik in mijn inleiding ook zei, isde aanpak van de mestproblematiek zeer urgent. Daar ben ik mij vanbewust. Er moeten oplossingen komen. Daar gaan we echt hard mee aande slag. De komende weken staan voor mij in het teken van met hetdepartement echt de diepte in gaan. We gaan een totaalplaatje maken vanons instrumentarium, van de bouwstenen die er al liggen en van hetbouwwerk dat we daarvan kunnen bouwen. De komende weken ga ikdaarmee aan de slag. Ik kan daar nu niet tot in detail op vooruitlopen,omdat het echt vereist dat ik dit goed ga voorbereiden met het depar-tement. Daar hebben we helaas nog geen tijd voor gehad. Ik zou het liefstnu al een heel uitgebreide oplossing hebben, maar daar zijn dietwee dagen ministerschap helaas net te kort voor. Maar het heeft dehoogste prioriteit. Neem van mij aan dat het bovenaan mijn agenda staat.De heer Flach en de heer Grinwis hebben een aantal vragen gesteld overde aanwijzing van met nutriënten verontreinigde gebieden. Het gaat danover de bronnenanalyse en een aantal waterschappen dat daar zelf nogonderzoek naar gedaan heeft. Op dit moment vindt er inderdaad eenactualisatie van de bronnenanalyse plaats. Daarbij wordt het aandeel vande landbouwbijdrage herijkt. Dat is op dit moment nog niet gereed. Hetvorige kabinet heeft dat al in werking gezet. Het punt is dat dat wel vooralle waterschappen uniform moet gebeuren. Daar wordt op dit momentaan gewerkt. Uiteindelijk heeft het vorige kabinet wel afspraken gemaaktover de aanwijzing van met nutriënten verontreinigde gebieden, dat datzou gaan gelden voor het jaar 2024 en het jaar 2025. Ik heb daar zelf ookwel vragen over. Ik weet bijvoorbeeld dat een gedeelte van een water-schap, toevallig Friesland – daar is maar één waterschap – als metnutriënten verontreinigd is aangewezen, terwijl ik weet dat zij nagenoegtegen de norm of zelfs op de norm zitten op dit moment. Zij hebben mijook gevraagd: hoe kijk je ernaar en kunnen we er dan uit? Wij hebbenalleen de afspraak gemaakt met Europa, met Brussel, dat het voor ’24 en’25 geldt. Dus dit zal ook onderdeel zijn van het pakket aan vragen dat ikdaar neer zal moeten leggen. Dat vereist afstemming en nader overleg.Daar ga ik zo snel mogelijk naar kijken en daar kom ik zo spoedig mogelijkbij jullie op terug.Dat was dit kopje.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw de Minister. Tot zover blokje één. Interrupties. Ikbegin even bij mevrouw Bromet, dan de heer Flach en dan gaan we derest langs. Mevrouw Bromet.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik hoor de Minister zeggen: we kunnen niet alleen halen in Brussel, maarwe moeten ook brengen. Ik hoor haar vooral over wat er gehaald moetworden en ik hoor nog helemaal niks over wat we gaan brengen. Mijnvraag is dus wat we gaan brengen, zeker in het licht van dat ik nogTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55847 helemaal niks heb gehoord over een krimp van de veestapel. DeCommissie van Deskundigen Meststoffenwet heeft tegen de Kamergezegd: dat is de enige optie om dit probleem op te lossen.De voorzitter:Mevrouw de Minister.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Ik had mezelf gemutet. Dat vinden sommige mensenthuis soms wel handig.Ja, wat we gaan brengen. Kijk, wat we gaan brengen, is natuurlijk wat ikzojuist ook zei. We gaan het hoofdlijnenakkoord uitschrijven en dat maaktdaar onderdeel van uit: welke aanpak ziet dit kabinet voor zich om om tegaan met de landbouw en de agrarische sector in Nederland? Wat onsbetreft – ik hoorde de heer Flach dat ook zeggen – staan de doelen echtvoorop. Het halen van de doelen moet vooropstaan; daar gaan we eenplan voor maken. De krimp van de veestapel is daarbij voor dit kabinetgeen doel op zich. We weten alleen wel dat er al veel is ingeschreven opde Lbv en de Lbv-plus. Die regelingen zetten we d – dat was het volgendekopje, dus dan loop ik een beetje vooruit op blokje twee – en die bredebeëindigingsregeling komt er ook. Dat staat ook in het hoofdlijnenak-koord. Die komt er. Voor dit kabinet – dat staat ook in het hoofdlijnenak-koord, dus dat is de opdracht die ik heb – is veereductie geen doel op zich,maar ik heb ook de prognose van wat het gaat doen op het moment datalle inschrijvingen van bedrijven voor de regeling worden gehonoreerd. Ikdenk dat er, zeker als we kijken naar 2015 of het jaar 2000, een behoorlijkekrimp van de veestapel is geweest als deze regelingen zijn afgerond, metdaarbij de kanttekening dat die beëindigingsregeling ook nog komt.De voorzitter:Ik heb even de volgorde aangehouden. Voor zover ik het kon volgen, wasde heer Flach als tweede. Meneer Flach.De heer Flach (SGP):Ik heb een vraag over de met nutriënten verontreinigde gebieden. Devorige Minister zei: ik wil het voor alle waterschappen uniform doen. Danhebben we het eigenlijk over begrip «rechtsgelijkheid», maar je zou ookkunnen kijken naar het begrip «rechtszekerheid» op het moment dat eenwaterschap kan aantonen: ik zit onder die 19%, dus zou ik niet meermoeten worden aangewezen als een NV-gebied. Waar geeft de Ministerprioriteit aan, aan rechtsgelijkheid of aan rechtszekerheid?De voorzitter:De Minister.Minister Wiersma:Als we verschillende methodes gaan gebruiken – dat hebben we natuurlijkook met het meetprotocol voor de emissiearme stalvoeren bekeken –moeten we daar uiteindelijk wel eenduidigheid in zien te krijgen, omdat jeanders ongelijkheid krijgt. Ik volg daarin dus wel het spoor van het oudekabinet, waarbij we nu breed gaan kijken naar een actualisatie van diebronnenanalyse.De heer Flach (SGP):Dan nog een tweede, andere vraag. Die gaat over de stikstofgebruik-snorm. Is de Minister het met de SGP eens dat het bijzonder is dat die170 kilogram zo scherp wordt gehandhaafd, terwijl wel mag wordenaangevuld met kunstmest tot die totale gebruiksnorm? Ziet ze daar ookmogelijkheden in in de richting van Brussel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55848 De voorzitter:Excellentie.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. De heer Flach vindt hierin een medestander. Hethoofdlijnenakkoord spreekt zich ook uit voor derogatie, die uiteraard ookeen uitzondering is, een wetenschappelijk onderbouwde uitzonderingoverigens, op die 170 kilogram stikstof. Er is zojuist in dit debat al eenaantal keren aangehaald wat het uiteindelijk kost, bijvoorbeeld aan gas,om kunstmest te produceren. We hebben ook het onderzoek van Hermande Boer gezien over de gasvormige stikstofverliezen; dat werd aange-haald. Maar hij heeft ook een onderzoek gedaan naar nitraatuitspoeling.Bij de stukken zit ook nog iets over nitraatuitspoeling bij kunstmest endierlijke mest, waaruit blijkt dat ook in dat kader, dus in milieutechnischopzicht, die 170 kilogram over dierlijke mest wel te onderbouwen valt.Daarvoor hebben we eerder ook derogatie verleend gekregen. Dat is ookwaarom we weer voor derogatie met Brussel in gesprek zullen gaan.De voorzitter:Ik weet niet of mevrouw Beckerman ... Niet? Dan ben ik bij mevrouw Podtnu.Mevrouw Podt (D66):Richting de Minister zeg ik: ik heb veel waardering. Ik zie dat ze echtprobeert om zo duidelijk mogelijk antwoord te geven. Dat lijkt me op ditmoment nog niet makkelijk. Ze straalt ook urgentie uit; dat is heel fijn.Maar juist daarom hoop ik dat ze toch nog even antwoord kan geven overhet plan-Adema. Ik vroeg namelijk of ze bereid is om dat onverkort uit tevoeren. Mijn punt is het volgende. Ik hoor de Minister heel veel maatre-gelen noemen die niet onder het plan-Adema vallen. Daar kunnen wenatuurlijk best over praten. Maar dan zou ik zeggen: doe dan Adema-plus,dus doe dan in ieder geval Adema en kijk verder wat je eventueel nog wildoen met mestzakken of iets anders. Mijn vraag gaat dus vooral om hetvolgende. Gaat de Minister niet alleen aan de slag met de beëindigingsre-geling die ze noemt en met de graslandsubsidie, maar echt met allemaatregelen die in het plan staan?Minister Wiersma:Dit is wat ik zojuist bedoelde met «ik doe er vandaag niets bij en niets af»,denk ik. Ik ga er open in. Ik zie dat er hele goede maatregelen in hetplan-Adema staan. Ik zei bijna «plant-Adema», maar dat is het niethelemaal! In het licht van de uitwerking van het hoofdlijnenakkoordkomen we er na het reces op terug. Ik doe vandaag dus geen toezeg-gingen over iets erbij of eraf doen. Maar er staan hele goede instrumentenin. Daar gaan we zeker goed naar kijken.De voorzitter:Dit is al uw laatste interruptie, omdat u zulke lange vragen stelt. Dat is de30 secondenregeling.Mevrouw Podt (D66):Ik begrijp het eerlijk gezegd niet zo goed. Ik snap niet wat de Ministerbedoelt met «er komt niets bij; er gaat niets af». Ik denk dat we geen tijd teverliezen hebben. Dus als we nu de hele zomer gaan nadenken over watwe uit dat plan wel gaan doen en wat niet ... Het voordeel dat we hebbenis dat dit er ligt; hier is een Kamermeerderheid voor. Dit is er op instigatievan de VVD gekomen; iedereen heeft zich erachter geschaard. Volgens mijmoeten we ervoor zorgen dat we dit gelijk gaan implementeren. Is deMinister dat met mij eens?Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55849 Minister Wiersma:Ik heb natuurlijk ook een opdracht met het hoofdlijnenakkoord. Zojuist gafik het al aan wat betreft het verlagen van de productieplafonds: afijn, dieafspraak hebben we gemaakt in de laatste derogatiebeschikking, dus datis een feit. We hebben gezegd dat we ons aan de wet- en regelgevinghouden. Maar waar het gaat om bijvoorbeeld de afroming, wil ik echteven kijken wat nu de situatie is. Wat is het doelgat dat er nog is? Dat zijntechnische zaken, die we de komende weken op het departement even opeen rijtje gaan zetten. Wat is de foto van dit moment? Waar staan we alswe alle beleidssporen doorrekenen? Ik wil geen onnodige ingrepen doen.Dus als het noodzakelijk is, dan nemen we dit mee, maar ik ga er wel echteven kritisch naar kijken. Er zitten echt goede dingen in het plan-Adema.Daarmee ben ik het helemaal eens. Het is ook fijn dat het breed draagvlakheeft. Dan weten we in ieder geval dat we daar sowieso mee aan de slagkunnen.De voorzitter:Mevrouw Nijhof-Leeuw. Iedereen die zijn vinger heeft opgestoken, staatgenoteerd. Maar we moeten een hele lijst af.Mevrouw Nijhof-Leeuw (PVV):Nog heel even over de gasvormige verliezen. Ik heb namelijk begrependat het inmiddels om een ministeriële regeling gaat. Ik ben benieuwd watde conclusies zijn, als de Minister daar met het departement naar gekekenheeft. Ik zou dus toch wel om een kleine toezegging willen vragen,namelijk dat zodra er een verdere uitwerking is, de Kamer daar middelseen brief van op de hoogte gesteld wordt.De voorzitter:Mevrouw de Minister.Minister Wiersma:Dat zeg ik toe. Bij dezen.De voorzitter:Dan wordt deze toezegging genoteerd door onze griffier. Dank u wel. Dangaan we naar meneer Holman.De heer Holman (NSC):Voorzitter. Even ter verificatie. Ik begrijp dat de 10%-verlaging van hetmestplafond een politiek feit is, waar we naar moeten handelen. Ik zie ookde derogatiebeschikking. Ik denk dat we kans maken om daar wat op teregelen. Ik denk dat het mestplafond een gegeven is. Deelt de Minister diemening?De voorzitter:Mevrouw de Minister.Minister Wiersma:Zoals ik aangaf, zijn dit onderdelen van vaste afspraken. Dus dat ligt er endaar hebben we ons aan gecommitteerd.De heer Holman (NSC):Nog een vraag, voorzitter. U hebt het over met iets onder de arm naarBrussel gaan.De voorzitter:Ik ga met niks onder de arm naar Brussel. U moet de vraag aan deMinister stellen via de voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55850 De heer Holman (NSC):De Minister gaat waarschijnlijk naar Brussel met iets onder de arm.Vragen die in Brussel gesteld gaan worden aan de Minister, zijnongetwijfeld: hoe gaat u de instandhouding van de natuur vormgeven enhoe gaat u de doelen van de Nitraatrichtlijn wat betreft water halen, hoegaat u dat doen? Wat is het antwoord van de Minister daarop?De voorzitter:Mevrouw de Minister.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Dank ook aan de heer Holman voor deze vraag. Ik denkecht dat dit onderdeel is van de uitwerking van het pakket. Er is ook eenpublicatie gepubliceerd over nitraat, over het grondwater. Nou ja, dat zieter goed uit. Wat betreft het oppervlaktewater weten we dat er nog stappente zetten zijn. Wat betreft de landbouw zie ik ook mogelijkheden voor eenkoppeling met de ANLb-middelen die er zijn, om daar ook aan te werken.Dit is echt onderdeel van het totaalpakket waar wij nu echt heel rap meeaan de slag moeten om dat uit te werken. Ik denk dat ik na de zomer devraag van de heer Holman beter, concreter kan beantwoorden.De voorzitter:Dat wordt nog even wachten, meneer Holman. Meneer Pierik.De heer Pierik (BBB):Ik heb toch nog even een vraag over die gasvormige verliezen. Ik begrijpdat de Minister de Commissie van Deskundigen Meststoffen erbij wilbetrekken om te kijken wat voor impact die gasvormige verliezen hebben,ook in relatie met excretiefactoren. Is de Commissie van DeskundigenMeststoffen de meest aangewezen organisatie om dat te doen of wil deMinister ook andere wetenschappelijke rapporten betrekken bij ditonderwerp?De voorzitter:Excellentie.Minister Wiersma:Voor de heer Pierik: de CDM is natuurlijk wel het vaste adviesorgaan vanhet Rijk. Dus bij advisering rondom mestzaken is het gebruikelijk dat deCDM daarin ... Het is ook de Commissie van Deskundigen Meststoffenwet.Dus ja, dat is wel het eerste orgaan waar wij advies ophalen.Mevrouw Vedder (CDA):Als ik het goed heb begrepen, heb ik de Minister horen zeggen dat hetgedogen van overschrijding van een mestplafond of gebruiksnorm inieder niet im Frage is. Dat antwoord begrijp ik ook, want we wonen in eenrechtsstaat en dus hebben we ons te houden aan de wet. Ik zou deMinister graag willen vragen wat ze zou zeggen tegen de boeren dietussen nu en acht weken hun mest gaan uitrijden en die zich nu al in desituatie bevinden dat ze hun mest niet kwijt kunnen. Ik heb er heel veelbegrip voor dat we nog geen uitgewerkt plan hebben liggen. Dat snap ikook volkomen. Dat dat na het zomerreces zo snel mogelijk komt, vind ikhartstikke fijn. Maar ik weet ook hoe groot de onzekerheid is bij decategorie boeren die nu met een mestoverschot zitten, die dat gewoondomweg niet kwijt kunnen. Ik ben dus heel benieuwd wat de Minister dezemensen zou willen meegeven.De voorzitter:Excellentie.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55851 Minister Wiersma:We houden ons natuurlijk aan de wet. Waar het gaat om overschrijdingvan productieplafonds – dat hebben we in het verleden natuurlijk ookgezien – maken we een plan om weer in overeenstemming te komendaarmee. Dus dat je die nooit zult overschrijden, kun je nooit zeggen. Datweet mevrouw Vedder ook, denk ik. De problemen op de bedrijven zijngroot. Ik ben me daar ook van bewust. Ik heb zelf ook op een boerderijgewoond, dus ik weet hoe dat landt op een boerenerf, wat dat betekent enwat voor stress daarbij komt kijken. Dat hoeft niemand mij te vertellen,want ik ben me daar heel goed van bewust. Maar ik kan in dezetwee dagen nog niet met een concrete oplossing komen. We gaan dezezomer kijken of we echt kortetermijnmaatregelen kunnen bedenken. Datzit voor een deel in het vergroten van de plaatsingsruimte. Als degesprekken in Brussel goed zijn, bijvoorbeeld wat betreft de met nutri-ënten verontreinigde gebieden, zou dat lucht kunnen geven. Maar dat kanik op dit moment echt nog niet direct zeggen, dus ik zou tegen deagrariërs zeggen: hou vol.De voorzitter:Mevrouw Bromet en dan de heer Van Campen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ik heb respect voor de Minister, die vandaag voor het eerst hier zit, maarik heb toch ook het idee dat zij nog een beetje in sprookjeswonderlandleeft. Wij hebben het hier in de Kamer gehad over het plan-Adema. Datzijn pijnlijke maatregelen. Zelfs als we dat plan zouden uitvoeren, zoudenwe niet kunnen voorkomen dat er straks bij alle boeren nog vee af moetom aan de normen te voldoen. Dat is een discussie die we nu nog nietvoeren, maar die heel pijnlijk gaat worden. Heeft de Minister er wel enigidee van dat dat op het programma staat? Ze doet net alsof ze nu opnieuwgaat beginnen, maar wij zijn al veel verder. We hebben haast. Er liggen aleen heleboel ideeën. Ik vind dat de Minister toch nog heel veel zegt «nou,ik ga eens kijken wat ik wel doe en wat ik niet doe», terwijl dat wat er wélligt eigenlijk al te weinig is.Minister Wiersma:Zoals ik zojuist ook zei: er liggen goede bouwstenen en die nemen weallemaal mee. Het plan-Adema is daar een cruciaal onderdeel van, maar ikwil dat echt bezien in een totaalpakket met ook de uitwerking van hethoofdlijnenakkoord. Het moet wel echt in een totaal passen. Wij gaan datmeenemen in de uitwerking. Ik zit hier op mijn tweede dag als Minister. Ikheb nog niet de tijd gehad om al concreet antwoord te ontvangen op heelveel vragen die ik heb. Dit is dus iets waarmee ik later bij jullie zalterugkomen. Maar het plan-Adema is een vertrekpunt en daar staan heelgoede dingen in, met de kanttekening die ik zojuist noemde. We willen datbezien in een totaalpakket, waarmee we na de zomer bij jullie komen.De heer Van Campen (VVD):Ik wil ook mijn waardering uitspreken in de richting van de Minister, wantga er maar aan staan: net beëdigd en meteen al een mestdebat. Dat is nietbepaald het meest lichtvoetige beleidsonderwerp binnen de portefeuillevan deze Minister en überhaupt van de leden van het kabinet.Voorzitter. We weten dat hierna een tweeminutendebat komt. Ik vind datde Minister de ruimte moet krijgen om zich de komende tijd met haardepartement te verdiepen in de betreffende thema’s. Ik zeg er tegelijkertijdook bij, toch een beetje in navolging van mevrouw Bromet: wij hebben alsKamer dit debat natuurlijk al vaak en veel met elkaar gevoerd. Het is eentrein die niet op gang hoeft te komen; het is een trein die eigenlijk al opheel hoge snelheid rijdt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55852 Ik zou de Minister dus het volgende willen vragen. Ik weet dat ongeveer1.400 veehouders zich hebben ingeschreven voor de Lbv-plusregeling. Ikvind het ook heel logisch dat de Minister eerst wil kwantificeren wat datoplevert en dat zij kritische vragen heeft gesteld over het wetsontwerp dathaar ambtsvoorganger naar de Raad van State heeft gestuurd. Ik zou deMinister willen vragen om wel haast te maken, gelet op de urgentie,omdat we volgens de derogatiebeschikking al vanaf 2025 aan de verlagingvan de excretieplafonds moeten voldoen. Afroming van fosfaatrechten endierrechten is ook voor mijn fractie een graat in de keel, maar het is deandere kant van de medaille waar het gaat om het verlagen van deexcretieplafonds. Daar legt de Minister zich terecht bij neer. Dat isEuropese wet- en regelgeving. Maar daar hoort ook afroming van dierechten bij. Ik snap dat de Minister zich verdiept in de thematiek en vragenuitzet, maar ik zou haar ook willen vragen op welk moment zij naarverwachting daarover een besluit neemt of wanneer zij die wetten naar deKamer zal sturen.De voorzitter:Dit was wel een hele lange interruptie, een hele bijbeltekst.Minister Wiersma:Ik herken de dingen die de heer Van Campen zegt, ook wat betreft de Lbven de Lbv-plusregeling. Daar moeten we echt werk van maken, dus daarmoeten we gewoon zo snel mogelijk in de uitvoering mee aan de slag. Devoorstellen met betrekking tot afroming liggen nu ter advisering bij deRaad van State. Op het moment dat die met een advies komt – dat wordtergens in augustus verwacht – is dat mooi in lijn. Dan zijn wij al heel vermet het uitwerken van het hoofdlijnenakkoord, dus dan kunnen we dattotaalpakket ook zien. Zodra het advies er is, zal ik dat met jullie delen. Wekunnen dat dan gelijk meenemen in het totaalpakket en ook aangeven hoewe dat in het licht van het hoofdlijnenakkoord zien. Dat komt dus op zeerkorte termijn naar jullie toe.De heer Van Campen (VVD):Afrondend. Dank voor het antwoord van de Minister. Ik denk dat dezeMinister hier een Kamer treft die zich collectief heel erg grote zorgenmaakt over de situatie op de mestmarkt en voor individuele veehouders.De Minister is nieuw en we zullen moeten leren kennen waar haarprioriteiten liggen, maar zij vindt hier in ieder geval een Kamerlid datgraag gerustgesteld wil worden dat we de maatregelen nemen en dat dezorgen die hier breed worden gevoeld, aan bod komen. Ik hoop diegeruststelling vandaag ook van de Minister te ervaren.Minister Wiersma:Die urgentie wordt zeker gevoeld. Ik hoop echt dat dat duidelijk is. Ik benook nauw betrokken geweest bij het wetsontwerp fosfaatrechtenstelsel.Daarbij was er aanvankelijk een forse overschrijding van het fosfaatrech-tenplafond. Het melkveefosfaatplafond bestond op dat moment nog uit84,9 miljoen kilogram fosfaat. Na afschaffing van het melkquotum meteen gebrek aan sturingselementen in de vorm van dierrechten, zijn datfosfaatrechten geworden. Toen was de mening dat boeren met diefosfaatrechten ruimte zouden kunnen hebben, door efficiënter met fosfaatom te gaan, om meer vee of melk te kunnen produceren. Maar uiteindelijkis na het fosfaatreductieplan gebleken – dat heeft ook te maken met deexcretieforfaits, die om allerlei redenen nu nog niet geactualiseerd zijn –dat er niet 84,9 miljoen kilogram fosfaat geproduceerd werd, maar ergensin de 70 miljoen kilogram. Dat zat dus ver onder het plafond. Dat heeft inde sector heel diep ingegrepen. Dat heeft echt veel leed gekost. Dat wasnog voordat de Programmatische Aanpak Stikstof viel. Daarom wil ik hetzorgvuldig doen. Ja, wat we moeten doen, moeten we doen, maar ik wilTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55853 echt voorkomen dat we twee keer zo hard ingrijpen als nodig is. Daaromwil ik ook de zorgvuldigheid waarborgen. De urgentie is er zeker, maarook zorgvuldigheid is nodig. Ik heb tijd nodig – ik zal dat overigens welbinnen de kortst mogelijke tijd doen – om zo goed mogelijk al die cijfersop een rij te zetten. Ik heb zelf ook echt heel veel vragen, waar ik heelgraag met het departement over in gesprek wil gaan. Maar goed, dievragen heb ik nog niet kunnen stellen omdat er ik er nog maar heeleventjes geweest ben.De voorzitter:Meneer Van Campen, uw laatste interruptie.De heer Van Campen (VVD):Ik snap het. Volgens mij is ons er juist alles aan gelegen om ingrepen tevoorkomen. De Minister spreekt over een ervaring uit het verleden waarbijwe te laat waren. Bij het fosfaatrechtenstelsel waren we te laat en was eenkorting nodig. Terecht is de Minister kritisch op data die misschienachteraf niet bleken te kloppen. Het is heel goed dat zij die zorgvuldigheidbetracht. Alleen, hier is juist sprake van de noodzaak tot het nemen vanmaatregelen om zo’n korting te voorkomen. Ik hoop dat de Minister zichheel goed realiseert dat dit een geruststelling is waar deze Kamer, of inieder geval ikzelf en mijn fractie, naar op zoek zijn.Minister Wiersma:Ja, ik realiseer mij dat. Geen zorgen.Mevrouw Beckerman (SP):Het is de tweede dag voor deze Minister en zij zit meteen al in de mest,gewoon bijna letterlijk in de shit. Ik denk dat de Kamer heel veelsympathie ervoor heeft dat de antwoorden nu nog niet concreet kunnenzijn. Dat is logisch. Tegelijkertijd merk ik bij mijzelf dat het ook onbevre-digend is dat we straks twee maanden met reces gaan en vervolgensterugkomen op een moment waarop er al letterlijk geen mest meer magworden uitgereden. Ik zou een advies willen vragen aan de Minister.Zouden we hier niet, ook als Kamer, weer eerder over moeten spreken?De tweede dag, dat snappen wij. Maar twee maanden wachten is ook welheel erg lang. Deelt de Minister het gevoel dat twee maanden wachtenniet echt het gevoel van urgentie is dat nu nodig is, terwijl dat zwaard vanDamocles boven zo veel mensen hangt?Minister Wiersma:Wij kunnen ook geen ijzer met handen breken. Wij gaan daar echt meeaan de slag. Als het gaat om die uitrijdata: dat loopt. Mocht dat geëffec-tueerd worden, dan wachten wij daar niet op als dat kan. Ik kan alleengeen ijzer met handen breken. Wij komen er op de kortst mogelijketermijn op terug. Als uw Kamer eerder terug wil komen: ik ben er wel.De voorzitter:Zijn er nog interrupties op dit blokje? Zo niet, dan gaan we verder met hettweede blokje. Lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Voorzitter, ik had vanaf het begin mijn vinger omhoog.De voorzitter:Dan moet u ’m wat hoger steken. Ik heb ’m niet gezien. Als u even uwvingertje achter de microfoon omhoogsteekt, dan zie ik het niet.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik was weer eens te bescheiden, blijkbaar.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55854 Nee, maar ik wil eerst even iets checken. Dit is een blokje met suggestiesvan de Kamer, begreep ik. Ik had toch nog wel vragen over de oplos-singen die de Minister voor zich heeft. Komen de integrale aanpak en deafspraken die zijn gemaakt nog, of moet ik u daar nu even aanherinneren?Minister Wiersma:Zoals ik zojuist zei, is de integrale aanpak echt iets wat binnen hethoofdlijnenakkoord uitgewerkt zal worden. In mijn inleiding gaf ik al aandat dat iets is waar ik vandaag nog geen antwoord op kan geven. Met deuitwerking van het hoofdlijnenakkoord zal het aan jullie Kamer gepresen-teerd worden.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dan ga ik nu toch mijn interruptie gebruiken, want dit is geen bevre-digend, of eigenlijk geen enkel antwoord op de vraag die ik had gesteld.Mijn vraag is of de Minister de verschillende afspraken die zijn gemaaktover het halen van natuurdoelen, milieudoelen en de doelen van de Wetdieren et cetera in ieder geval respecteert en of ze begrijpt dat we diemoeten halen. Gaat ze ook kijken naar maatregelen die bijdragen aan hetbehalen van al die doelen in plaats van dat we steeds aan kokerbeleidgaan doen, waarbij wordt gekeken naar deelproblemen in plaats van naarhet hele plaatje en naar alle problemen die opgelost moeten worden?Minister Wiersma:Uiteraard is een integrale aanpak goed, daar waar zo veel mogelijkkoppelkansen liggen. RENURE is daar ook een voorbeeld van. Dat kan éngasverbruik voorkomen, omdat er minder kunstmest geproduceerd hoeftte worden, én het is gunstig op het gebied van ammoniakemissie. Daarwaar maatregelen te nemen zijn die op alle gebieden positief bijdragen,zullen wij daar uiteraard zo veel mogelijk naar kijken. Dat is niet altijdmogelijk. We weten bijvoorbeeld ook dat de reductie van stikstofemissiesen de reductie van broeikasgasemissies soms ook hand in hand gaan,maar dat is niet in alle gevallen zo. Ik denk dus dat we de brede mix aanmaatregelen open moeten houden.Om terug te komen op het eerste deel van uw bijdrage: ik heb gezegd datwij de wet en de wettelijke kaders onderschrijven. Daarbinnen bewegenwij ons met onze voorstellen.De voorzitter:Dank u wel. Wij gaan nu ... Het lid Kostic´? Dit is uw derde interruptie.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Derde?De voorzitter:Ja. U moet me dankbaar zijn dat ik u net afkapte, want anders had u er altwee aan uw broek gehad. Mensen denken vaak: waarom kapt hij diegeneaf? Maar ik hou die 30 secondenregel vaak in de gaten voor leden. Daarkan ik ze mee redden, omdat daarmee een tweede interruptie wordtvoorkomen.We gaan naar blokje twee, maar ik heb eerst een vraag aan mevrouw deMinister. Kijk, we zouden om 17.00 uur stoppen. Er is geen tweedetermijn, maar we willen niet te ver uitlopen. Heeft u voor die twee blokjesnog lang nodig, mevrouw de Minister?Minister Wiersma:De twee andere blokjes zijn wel kleiner.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55855 Oké. Dan gaan we beginnen. We zullen iets uitlopen, maar dat mag ook.Het lid Kostic´.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik gebruik toch maar mijn derde interruptie, want dit is echt evenbelangrijk. Ik mis van de Minister een ideologisch beeld. Welke soortlandbouw ziet zij voor zich over vier jaar, als zij klaar is? Wat wil ze bereikthebben met betrekking tot al die afspraken op het gebied van water,milieu en dieren? Ik begrijp dat zij nu niet ingaat op alle individuelemaatregelen, maar ik wil wel van haar horen wat zij over vier jaar voorzich ziet op al die gebieden.Minister Wiersma:Ik loop al een tijdje mee in het landbouwbeleid. Er is in de afgelopen jarenheel veel gedaan op al die gebieden. Ik weet dat er nog heel veel stappengezet worden met innovaties in alle sectoren, ook op dit moment. Dat isontzettend mooi. Ik denk dat wij alle vormen van landbouw koesteren, ofhet nou biologische of hooginnovatieve landbouw is; volgens mij hebbenwe het allemaal nodig. Het is aan ons om daarin met faciliterend beleid tekomen. Maar als het lid Kostic´ bedoelt of wij kiezen voor één typelandbouw, dan is daarop mijn reactie dat dit kabinet er voor alle vormenvan landbouw is.De voorzitter:Ik wil de Minister vragen om terug te gaan naar blokje twee, over debeëindigingsregeling.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Daar zijn verschillende vragen over gesteld doorverschillende partijen, waaronder D66, VVD, de heer Grinwis, die hierhelaas niet aanwezig is, en de heer Flach. Die had er ook al aan gerefe-reerd. In het hoofdlijnenakkoord staat een ruimhartige, langdurigestoppersregeling. Ik heb er veel over gehoord. Verder onderschrijf ik ookwat mevrouw Vedder daarover zei, namelijk dat je op dit moment zelfsboeren ziet stoppen van wie je niet zou verwachten dat zij eraan toe zijnom dat bedrijf op te geven. Ik hoop dat we met het nieuwe beleid strakstoch weer perspectief kunnen bieden aan dat soort boeren die verderwillen. Maar als het gaat om een vrijwillige uitkoopregeling: daar gaan wein voorzien.Ik ben als bestuurder van de provincie Friesland ook bedrijven tegenge-komen met weinig toekomstperspectief, omdat er bijvoorbeeld geenopvolger is en het in de huidige situatie lastig is om het bedrijf teverkopen. Zij zeiden tegen mij: wij kunnen niet meedoen met eenregeling. Dat sluit wel heel erg aan bij kijken naar het autonomevermogen in de sector. Dat gaat om de vraag: waar kunnen we zo veelmogelijk ruimte creëren door daarbij aan te sluiten? Maar voor boeren dieeigenlijk nog niet aan stoppen toe zijn en die nog goede bedrijvenhebben, hoop ik echt dat we met elkaar gewoon toekomstperspectiefkunnen creëren. Dat staat voor mij voorop.Kort samengevat, want ik moet natuurlijk ook op de tijd letten: dieruimhartige regeling komt er wel. Maar hoe we die precies gaan invullen,is weer zo concreet dat we daarop terugkomen. Of dat die eerdergeraamde 4 miljard van de 5 miljard wordt ... De financiële situatie waarwe nu mee te maken hebben, is anders, dus dat komt in de uitwerkingterug. Daar gaan we goed naar kijken, maar die komt er zeker. Dat zeg ikook tegen de bedrijven die mij al eerder hierover benaderd hebben.Daarmee hoop ik ruimte te creëren.De voorzitter:Dit was ook al het einde van uw blokje? Dank u wel.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55856 Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, ik ga toch maar even. De Minister had het net over «het zorgvuldigdoen» en gaat straks van alles voorleggen aan experts. De Minister heefthet daarbij eigenlijk alleen maar over de belangen van de sector, maar zijheeft ook andere belangen mee te wegen, ook wettelijk gezien. Dan gaathet bijvoorbeeld over de belangen van gewone burgers, die straks, als wede mestverwerkingscapaciteit gaan opschalen, moeten leven naast nogmeer mestfabrieken. Er is nu al sprake van burgers die klagen overgeluidsoverlast en gevaar voor de gezondheid. En dan zijn er natuurlijknog de dieren, die in de ellende zitten. Gaat de Minister de maatregelendie zij straks gaat maken, ook toetsen op hun bijdrage aan meer dieren-welzijn en of ze rekening houden met de gezondheid van mensen?De voorzitter:Dat was de laatste interruptie voor het zomerreces van het lid Kostic´.Minister Wiersma:In het kader van de Wet dieren gaan we daar natuurlijk nog uitwerking aangeven, waar dat vooral in terugkomt. Ik denk dat het Ministerie van IenWuiteindelijk vooral over de emissies met betrekking tot de gezondheid vandier en mens gaat. Er werd net ook veel gezegd over mest, veel mest.Maar het zijn bouwstoffen en als het uiteindelijk gaat om emissies, dan isook de landbouw er veel aan gelegen om zo weinig mogelijk verliezen tehebben op een bedrijf. Als het gaat om dat soort emissies: daar werkenwe aan, daar hebben we ook al concrete plannen voor en daar liggen ookal bouwstenen voor. Ik noem de Afrekenbare Stoffenbalans. Dus als hetgaat om de gezondheid en dat soort emissies, dan is er altijd een integraleafweging. Ik zie dat dat niet helemaal het gewenste pad is van het lidKostic´. Maar goed, vanuit deze kant kijken wij wel hoe we de doelenkunnen bereiken en daarbij vindt een zo breed mogelijke afweging plaats.Mevrouw Vedder (CDA):Ik ben heel blij met het antwoord van de Minister op mijn vraag over debrede beëindiging. Ik zou graag aanvullend willen weten of deze regelingvoor 1 januari van kracht zou kunnen gaan; dat hoop ik echt. En gaat deMinister dan ook in de zomer alvast het notificatieproces richting Brusselin gang zetten om die deadline ook te halen?Minister Wiersma:Op dit moment wordt alles in gang gezet om hieraan uitvoering te geven,maar ik kan niet toezeggen of we dat gaan halen. Maar we komendaarmee wel zo gauw mogelijk bij u terug.De voorzitter:Okidoki. Mevrouw de Minister, we gaan naar RENURE, het laatste blokje.De heer Van Campen zal heel blij worden van dat blokje. Hij heeft gelukkiggeen interrupties meer, dus ga rustig uw gang.Minister Wiersma:Ik dacht al: wat is het rustig hier.Er is veel gesproken over RENURE, onder andere over de kosten daarvooren de schulden die boeren daarvoor zouden moeten maken, en dat datdan alleen met schaalvergroting zou kunnen. Er is gevraagd of de cijferskloppen. Ik heb de cijfers zo niet paraat. Ik geloof dat de inschatting weliets aan de ruime kant was. Ik wil benadrukken dat RENURE er nog niet is.Er ligt nu een voorstel van de Europese Commissie, maar we hebben ervanuit Nederland al heel lang een inzet op gepleegd om dat op het kleedte krijgen. Er is dus een zeer positieve grondhouding, omdat het op heelveel terreinen echt kan bijdragen als we het hebben over integraleafwegingen. Er is natuurlijk minder mestafvoer en er is minder aankoopTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55857 van kunstmest, en er zijn dus ook minder vervoersbewegingen over deweg. Dat pakt voor heel veel milieudoelen goed uit. Hoe het verdienmodelprecies uitpakt, is ook afhankelijk van hoe dat geïmplementeerd enopgeschaald wordt. Volgens mij werd ook door een van de leden hierbenoemd dat innovaties in het begin vaak relatief duur zijn, maar dat zebetaalbaarder worden op het moment dat er meer gebruik van wordtgemaakt. RENURE is een van de inzetten geweest van het vorige kabinet.Daar zal dit kabinet ook zeker op blijven inzetten.Dan was er de vraag of we kunnen reflecteren op een uitspraak vanRuud Hendriks. Het is niet zo dat RENURE alleen interessant is voor demestverwerkers en niet voor de boeren, want het wordt daar ook altoegepast, zoals net werd aangehaald. De technieken kunnen zowel doorboerenbedrijven als mestverwerkers worden gebruikt. Zoals ik net ook alzei: ik heb de cijfers nog niet helemaal paraat, maar het hangt ook van deimplementatie en opschaling af. Dit was in zekere zin dezelfde vraag.Dan had het lid Kostic´ nog de vraag of we kunnen garanderen dat er geenbelastinggeld naar RENURE gaat. In het hoofdlijnenakkoord hebben wenatuurlijk middelen gereserveerd voor innovatie, maar ook voor deopkoopregeling. Daar gaan we plannen voor maken. Wat ons betreft isRENURE daar een onderdeel van. Het is ook in lijn met de inzet van hetvorige kabinet. Ik weet bijvoorbeeld ook dat er in Friesland een breedaangenomen motie ligt om te kijken of er op de kortst mogelijke termijneen pilot uitgevoerd kan worden met RENURE, omdat iedereen daar heelenthousiast over is. Er gaat hoe dan ook wel belastinggeld naartoe.Er was ook een vraag over het mineralenconcentraat, namelijk of dat van1 februari tot half september op zandgrond en tot eind september opkleigrond kan worden uitgereden. Op dit moment is RENURE nog niettoegestaan. Het is er nog niet. Er ligt een voorstel vanuit de EuropeseCommissie. Mineralenconcentraat mag van 16 februari tot 31 augustus opgrasland uitgereden worden en van 16 februari tot 31 juli op bouwland, enonder bepaalde voorwaarden iets langer, namelijk tot 15 september. ZodraRENURE er is, komen we daarop terug, maar het is op dit moment nogeen voorstel. Dit was overigens een vraag van het lid Nijhof, maar die is erook niet meer, zie ik.De laatste vraag is van mevrouw Beckerman. Zij vroeg hoe ik in RENUREsta. Ik denk dat de antwoorden op de vorige vragen al een beetje een tipjevan de sluier hebben opgelicht. Nederland heeft zich jarenlangingespannen om dit mogelijk te maken. Kunstmestvervangers dragen bijaan heel veel verschillende doelen. Ik ben heel blij met het voorstel dat isgepubliceerd om het gebruik van RENURE mogelijk te maken. Op ditmoment werk ik aan de voorbereidende werkzaamheden die met julliegedeeld zijn in de brief van 24 april jongstleden om de toepassing ook inNederlandse wet- en regelgeving mogelijk te maken. Dan kunnen we daardus echt concreet handen en voeten aan geven, zodra de EuropeseCommissie dat mogelijk maakt.Dat was de laatste vraag die ik in mijn mapje had. Dank.De voorzitter:Dank u wel, mevrouw de Minister. Er zijn vier interrupties. Sorry?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Gaan we niet eerst het rondje onbeantwoorde vragen doen?De voorzitter:Ja, maar ik ga even het rijtje langs. We beginnen met mevrouwBeckerman.Mevrouw Beckerman (SP):Het is natuurlijk het eerste debat, dus ik probeer het vriendelijk te doen,maar ik heb hier wel moeite mee. We hebben gezien dat dit ook door hetTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55858 vorige kabinet als wondermiddel werd gepropageerd, maar we ziensteeds meer signalen: let op, Tweede Kamer, kijk uit, let op je zaak. Denkaan de kop van Het Financieele Dagblad: «Gesjoemel en raadsels rondwondermiddel tegen mestcrisis». Dat legde ook een citaat voor vanFollow the Money: kijk nou uit, want je bent straks weer volgendeproblemen aan het creëren.Waar ik moeite mee heb – dat leg ik toch aan de Minister voor – is als jezegt dat we er wel belastinggeld aan gaan uitgeven, maar dat je die cijfersniet paraat hebt. Ik snap dat het misschien niet nu kan, op de tweede dag,maar zou de Minister de Kamer dan toch schriftelijk een wat inhoude-lijkere reactie kunnen sturen om op al die aspecten in te gaan?Minister Wiersma:De meningen zijn vaak verdeeld over innovaties. Het is natuurlijk geenverplichting om dit te gaan doen. Het is een van de instrumenten die in deinstrumentenkoffer zitten, die een oplossing kunnen bieden voorbedrijven die daar heil in zien. Ik weet dat boeren uiteindelijk onder-nemers zijn, dus die zullen zelf dat plaatje ook rondrekenen om te kijken ofdit een oplossing kan zijn. We kunnen daarover wel meer informatie oppapier zetten, want ik vind het zelf ook wel mooi om er even een mooioverzicht van te maken. Dat zeg ik toe.De voorzitter:Kijk eens aan, mevrouw Beckerman. U hebt geen interrupties meer.Mevrouw Beckerman (SP):Nee, maar bij een toezegging hoort een datum en die wil ik er dan welgraag bij.De voorzitter:Zeker. Dat is het volgende. Dat vragen wij altijd netjes. Bij de meestetoezeggingen heeft ze het er al zelf bij gezegd.Minister Wiersma:Ik hoor dat het het handigst is bij deze toezegging dat het onderdeel is vanhet totaalpakket, dus dan komen we daar na het reces op terug, maar danmaken we hier een speciaal onderdeel van.De voorzitter:Na het reces is heel breed.Minister Wiersma:Voor Prinsjesdag.De voorzitter:U hebt een paar keer gezegd: kort na het reces. Dan neem ik aan dat hettwee of drie weken is, in ieder geval voor het herfstreces.Minister Wiersma:Excuses daarvoor. Ik heb zelf geen reces, dus ik weet helemaal nietwanneer die datums zijn. Voor Prinsjesdag.De voorzitter:Dat is een concretere toezegging. Dank u wel. Dan gaan we naar de heerFlach.De heer Flach (SGP):Meestal sluit de Minister af met een blokje varia, maar dat was er nu niet.Misschien is dat de reden dat ik het antwoord op drie vragen gemist meente hebben. Die zal ik heel kort herhalen. Een vraag was of de afroming vanTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55859 de sectorplafonds voor pluimvee en varkens wel reëel is. Een anderevraag ging over de flexibiliteit bij veehouders die al een saneringsbe-schikking hebben en tegen de deadline aanhikken. De derde vraag is of deMinister afspraken gaat maken met medeoverheden over mestverwerkingen opslag, omdat daar nogal het een en ander aan de hand is metvergunningverlening.Minister Wiersma:Die tweede vraag had ik in de vorige termijn niet meegekregen.Wat betreft vergunningverlening: die bevoegdheid ligt inderdaad bij deprovincies. Ik weet dat daar grote problemen zijn, want ik ben zelf netprovinciebestuurder af. Daarover gaan we ook in gesprek met deprovincies. Dat kan een barrière zijn. We zien het belang dat de vergun-ningverlening weer op gang komt, maar dat vereist denk ik ook een goedpakket en een uitgeschreven hoofdlijnenakkoord.Even kijken. Wat was uw eerste vraag?De heer Flach (SGP):Dat ging ook wel heel snel. Ik had gezegd dat er 30% afroming is bij deoverdracht van productierechten. Dat geldt dus ook voor de varkens- ende pluimveehouderij. Maar die produceren nu al onder hun sectorpla-fonds. De vraag was of het dan wel reëel is om ze mee te nemen in datwetsvoorstel.Minister Wiersma:Dit is een hele concrete vraag. Dat ga ik echt bekijken. Dit is natuurlijk welonderdeel van het plan-Adema. In dat licht gaan we daar de komende tijdnaar kijken. Ik wil wel even benadrukken dat we de sectorplafondslandelijk hebben afgesproken en dat Europa vooral kijkt naar het landelijketotaalplafond. Dit is echt iets specifieks waarvan ik ook zeg dat ik daar nuniet op vooruit kan lopen. Dat is iets wat ik deze zomer, de komendeweken, echt goed wil bekijken.De voorzitter:Wanneer worden deze vragen beantwoord? Nog tijdens het reces ofneemt u dat mee na het zomerreces?Minister Wiersma:Dit is onderdeel van de uitwerking van het plan.De voorzitter:Dat is goed, prima. Het lid Flach.De heer Flach (SGP):Dit is dan mijn laatste interruptie. Die tweede vraag had de Ministergemist. Die herhaal ik graag nog even, maar meer als een soort aanmoe-diging. Er zijn veehouders die al die saneringsbeschikking hebbengekregen en die echt met die deadline voor het afvoeren van de mestzitten. Mijn vraag is of de Minister daar flexibel mee zou willen omgaan.Minister Wiersma:Ja, excuses. Ik had die vraag inderdaad nu voor de tweede keer latenliggen. Dat is helaas wel onderdeel van de staatssteunbeschikking, in diezin dat het opheffen van de productiecapaciteit daar onderdeel vanuitmaakt. Wij zijn daar wel aan gebonden in het kader van staatssteun,dus ik kan niet zeggen: laat dat maar even staan. Maar goed, wat we algaandeweg besproken hebben bij de opslag is dat we daar wel mee bezigzijn. Maar dat zal in die zin voor deze bedrijven niet veel ruimte bieden,verwacht ik, omdat dit onderdeel is van de staatssteunregels.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55860 De voorzitter:Er waren ook nog een aantal vragen van het lid Kostic´ open blijven staan.Zij heeft geen interrupties meer.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, helaas.De voorzitter:Mevrouw Vedder, ik kom eraan. Ik doe het altijd in volgorde vanbinnenkomst.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik kom nu alleen nog terug op de vragen die niet beantwoord zijn en danbegin ik bij de vragen over RENURE. Ik had een aantal zorgen overRENURE benoemd, zoals over de onzekerheid van technieken. Dat blijktook uit een aantal pilots. Er zijn ook zorgen over desinvesteringen en overde lock-ineffecten, dus dat boeren moeten investeren en afhankelijkworden van de grote hoeveelheden mest en dus in dat systeem blijvenzitten. Het remt ook de overgang naar een gezonde landbouw. Het zou ookandere groene doelen op het gebied van natuur en dierenwelzijn kunnenafremmen. En er is de fraudegevoeligheid. Kan de Minister nu metzekerheid al die zorgen wegnemen of zegt zij dat zij daar nog even goednaar moet kijken en dat zij daarop terugkomt na het zomerreces?Minister Wiersma:De effecten nemen we mee bij de uitwerking van RENURE, dus daarkomen we op terug. Volgens mij heb ik zojuist in principe wel geantwoordop die andere vragen. De effecten nemen we mee bij de uitwerking vanRENURE.De voorzitter:Ik ga dadelijk nog de toezeggingen voorlezen, het lid Kostic´. Daar staatook bij dat het voor Prinsjesdag komt. Dat wordt allemaal voorgelezen,dus geen zorgen daarover. Mevrouw Vedder nog, ten slotte.Mevrouw Vedder (CDA):Ja, ik had ook een onbeantwoorde vraag, die net al een beetje beant-woord is. Die ging over het uitstel van de sloopverplichting van de Lbv ende Lbv-plus. Ik hoorde net Minister Wiersma antwoorden dat deze botstmet de staatssteun. Dat is ook precies waar ik naar vroeg. Maar het is weleen belofte die is gedaan in het hoofdlijnenakkoord. Daar staat in datboeren die gebruikmaken van de Landelijke beëindigingsregeling, Lbv enLbv-plus, uitstel krijgen van de sloopverplichting totdat de mestmarktweer stabiel is. Moet ik daar dan de conclusie uit trekken dat dit stuk vanhet hoofdlijnenakkoord niet is gelukt?De voorzitter:Wij zeggen altijd: de Minister van LVVN. We zeggen nooit: MinisterWiersma. Privé is het Femke Wiersma, maar hier is het voor u: de Ministervan LVVN. Zo doen we dat, als we de Minister aanspreken. Mevrouw deMinister.Minister Wiersma:Dank, voorzitter. Wat ik zojuist zei: dit zijn bestaande kaders op hetmoment dat we daar iets mee willen. Ik had dat even gemist uit hethoofdlijnenakkoord, maar ik ken dat verder inmiddels redelijk uit mijnhoofd. Dan is dat ook onderdeel van de gesprekken die we daar gaanvoeren. We kunnen niet zomaar eenzijdig de verplichtingen en deafspraken die we gemaakt hebben verbreken, ook omdat we daarover nogecht wat vragen hebben. Maar het is wel onderdeel van de staatssteunre-Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55861 geling. Als we daarvan willen afwijken, dan zullen we daar ook hetgesprek over gaan voeren.De voorzitter:Het lid Kostic´, tot slot, want er is nog iets van u niet beantwoord, geloof ik.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, daar gaan mijn vragen nu alleen even over.De voorzitter:Ja, maar wel kort, alstublieft.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Als de vragen waren beantwoord, dan waren we ook snel klaar.De voorzitter:Laten we daarom maar snel verdergaan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, oké. Er zijn drie vragen niet beantwoord. De eerste is ... Sorry, aan mijnrechterzijde wordt gesproken. Dat mag, maar laat mij dit heel evenafmaken. Ik benoemde dat de mestfraude zo groot is dat het OM zichzorgen maakt en zegt dat we de veestapel moeten inkrimpen, omdat datde enige oplossing is om die mestfraude onder controle te krijgen. Mijnvraag is welke maatregelen de Minister met het kabinet gaat nemen tegende mestfraude.Minister Wiersma:Het OM-onderzoek dateert volgens mij uit 2018. Er zijn sindsdien al eenaantal zaken gedaan, waaronder het realtime monitoren van mest. Het isnatuurlijk van groot belang dat bedrijven de mestregelgeving naleven,ook bij een grote druk op de mestmarkt. Een onderdeel van het Plan vanaanpak mestmarkt is een taskforce. Deze is gericht op monitoring ensignalering van ontwikkelingen op de mestmarkt. Daarmee kunnen weingrijpen en handhaven waar nodig. We blijven inzetten – dat deed hetvorige kabinet ook – op gerichte regelgeving, het verbeteren van denaleving van regels en het terugdringen van mestfraude. Ik denk dus dater sinds 2018 best wat ontwikkelingen zijn geweest en ook stappen zijngezet. De ontwikkeling daarvan gaat nog steeds verder.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ik noemde ook de NVWA, die in februari 2024 heeft gezegd dat de prikkelom te frauderen te groot is.Maar goed, ik ga over naar de twee resterende vragen die niet zijnbeantwoord. Waarom kan de kalversector nog steeds uitbreiden? Enwaarom worden in deze mestcrisis nog steeds kalfjes uit andere landenhiernaartoe gesleept? Wat vindt de Minister daarvan en is de Ministerbereid zich maximaal in te zetten om zulke langeafstandstransporten testoppen?De voorzitter:Ja, maar nu is het echt goed geweest, want u bent nu rupsje-nooit-genoeg.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Maar ik ben de vragen aan het voorlezen die ik al had gesteld.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55862 Alle vragen die niet zijn beantwoord, worden meegenomen; dat ga ikdadelijk ook voorlezen. We gaan nu afronden. We blijven niet iedere keermaar doorgaan.Kamerlid Kostic´ (PvdD):Dat is niet mijn schuld.De voorzitter:Nee, maar daarom geef ik u ook de kans, tot drie keer toe, om die vragenbeantwoord te krijgen.Minister Wiersma:Wat betreft de kalveren: wij zijn onderdeel van de Europese Unie, dus wijfunctioneren op een Europese markt en in dat kader kunnen wij de importvan kalveren niet verbieden. De randvoorwaarden aan het transportworden gesteld in de Europese Transportverordening. Zoals ook in hethoofdlijnenakkoord is opgenomen, is dat iets waar we naar gaan kijken,met name wat we kunnen doen met het langeafstandstransport vandieren. Daar zullen we ons dus voor inzetten binnen het hoofdlijnenak-koord. Daarin staat dit punt concreet opgenomen. We zullen daar ookinzet op plegen binnen Europa.De voorzitter:Dank u wel. Kostic´?Kamerlid Kostic´ (PvdD):Ja, dit is de laatste vraag die nog niet beantwoord is. Ik had het ook overvoedselzekerheid. Deze Minister is ook Minister van Voedselzekerheid. Eris een grote afname van bestuivers en er dreigt zelfs een tekort aanbestuivers voor ons voedsel. Ik had gevraagd wat de Minister hiervanvindt en wat ze eraan gaat doen.De voorzitter:Dit was echt de laatste. Alstublieft, mevrouw de Minister.Minister Wiersma:Dit kabinet kijkt anders naar de wenselijkheid van het aanpassen van deomvang van de veestapel en de veedichtheid. Voedselzekerheid is echteen speerpunt van dit kabinet. Daar gaan we ook op inzetten. Dat is onsstandpunt ten aanzien daarvan.De voorzitter:Daar gaan we het bij laten. U gaat over de vragen en de Minister gaat overde antwoorden. Basta, einde oefening. Ik ga het nu voorlezen. Er is eentoezegging gedaan.−De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur zal deKamer voor Prinsjesdag informeren over de stand van zaken metbetrekking tot gasvormige verliezen en – dat woord kan ik ook nietmeer horen na vandaag – RENURE, en ingaan op de resterende vragendie gesteld zijn tijdens het debat.Zo gaan we het doen. Daar zit alles bij, mevrouw Kostic´. Is dat akkoord,mevrouw de Minister? Omdat we geen tweede termijn hebben, geef ik nuhet lid Bromet even de kans om een tweeminutendebat aan te vragen.Mevrouw Bromet (GroenLinks-PvdA):Ja, voorzitter. Ik heb twee weken geleden al een vooraankondiginggedaan van een tweeminutendebat vanavond. Die wil ik graaghandhaven.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55863 Kijk, dat wordt allemaal doorgeleid naar de Griffie plenair.Mevrouw de Minister, u hebt nu twee vuurdopen doorstaan: dehoorzitting en ook dit eerste debat. Ik sluit me aan bij verschillendewoordvoerders. Ik vind het ook knap hoe u dat doet binnen twee dagen.Dat zou heel veel mensen niet gelukt zijn. Het was bijna niet te merken datu pas twee dagen Minister bent. Het is logisch dat nog niet alle vragenbeantwoord kunnen worden. Heel veel succes. Ik wens de Minister ookeen gezegende zomer. Denk ook aan uw gezin en uw dieren, zodat u nietalleen maar opgaat in het werk, want het gezin blijft altijd het belangrijkstewat er bestaat.Ik dank de mensen op de publieke tribune en ook de mensen thuis, deKamerbode en de Dienst Verslag en Redactie. Hartelijk dank aan de ledenvan de Tweede Kamer der Staten-Generaal en onze trouwe griffier. Ikwens iedereen een heel gezegende zomer toe. Kom allemaal veilig weerterug. Ik dank jullie allemaal. Een gezegende avond.Sluiting 17.12 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 33 037, nr. 55864

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d528d98fcca0bb72

14 okt 2026 · e6999606d14413ff

Gerelateerde bronnen

  • Besproken tijdens · Officiële koppelingMestbeleid
    Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 juli 2024, over Mestbeleid

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.