Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 april 2026, over EU-uitbreiding (voortzetting)
Brontekst
Versie 071ba8a71369758a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202623 987Lidmaatschap van de Europese UnieNr. 413 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 30 juni 2026 De vaste commissie voor Europese Zaken heeft op 15 april 2026 vervolg-overleg gevoerd met de heer Berendsen, Minister van BuitenlandseZaken, over:−de brief van de Minister van Buitenlandse Zakend.d. 28 november 2025 inzake kabinetsappreciatie uitbrei-dingspakket 2025 (Kamerstuk 23 987, nr. 398);−het EU-voorstel d.d. 4 november 2025: Mededeling inzake hetuitbreidingsbeleid van de EU voor 2025 COM(2025) 690(Engelstalige versie) (2025Z19796);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 22 janu-ari 2026 inzake antwoorden op vragen commissie over onderandere de geannoteerde agenda voor de Raad Algemene Zakenvan 26 januari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3315) (Kamer-stuk 21 501-02, nr. 3319).Van dit overleg brengt de commissie bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De voorzitter van de commissie,Van MeetelenDe griffier van de commissie,Blom kst-23987-413ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4131 Voorzitter: Van MeetelenGriffier: BlomAanwezig zijn zes leden der Kamer, te weten: Becker, Van Houwelingen,Klos, Van der Lee, Van Meetelen en Stöteler,en de heer Berendsen, Minister van Buitenlandse Zaken.Aanvang 18.00 uur.De voorzitter:Het is 18.00 uur. Goedenavond allemaal. Hierbij open ik het commissie-debat over EU-uitbreiding van de commissie voor Europese Zaken. Ditcommissiedebat is een voortzetting van het debat van 31 maart. Toenhebben we de eerste termijn van de Kamer gehad. Graag heet ik deMinister van Buitenlandse Zaken en zijn ondersteuning van harte welkom.Ook een hartelijk welkom aan de aanwezige Kamerleden: mevrouw Beckervan de VVD, de heer Stöteler van de PVV, de heer Klos van D66, de heerVan der Lee van GroenLinks-PvdA en de heer Van Houwelingen van FVD.Natuurlijk ook welkom aan alle mensen op de tribune en de mensen diedit thuis of elders volgen.Even over de orde van dit debat: de Minister krijgt nu als eerste het woordvoor de beantwoording van de vragen die in de eerste termijn zijn gesteld.De vorige keer waren er heel veel Kamerleden aanwezig. Ik zie er nu vijf,maar ik wil toch heel even twee interrupties blijven hanteren. Als het bijvijf Kamerleden blijft, kunnen we kijken hoe we zitten met de tijd en ermisschien nog een interruptie bij doen. Als er toch weer een grotehoeveelheid Kamerleden bij komt – we waren met elf leden in de eerstetermijn – dan kan dat natuurlijk niet. We houden het dus bij tweeinterrupties.De heer Van Houwelingen (FVD):Betekent dat dat we in totaal twee interrupties hebben? Dat is voor mijngevoel wel heel weinig.De voorzitter:Dat ben ik met u eens. Daarom zeg ik ook dat ik er meer wil toestaan. Alser wel weer elf Kamerleden komen, terwijl we maar twee uur hebben,wordt het gewoon heel krap. Als het kan, dan doen we meer, maar wemoeten wel even kijken hoelang de beantwoording duurt van de Minister.We kijken even hoe het gaat. Goed? Oké. Dan wil ik wel nu starten, wanttijd is kostbaar.Ik geef nu het woord aan de Minister.Minister Berendsen:Hartelijk dank, voorzitter. Ik kan mij als Minister, weer terug in Nederlandna een reis in de VS, geen warmer welkom voorstellen dan naar de Kamerte mogen komen. Ik kijk uit naar de discussie. Ik vond ook dat er in deeerste termijn van de Kamer echt een hele interessante en goedediscussie was. De grote opkomst en de discussie laten ook laat zien hoebelangrijk het onderwerp is dat we hier bespreken. Uiteindelijk is dit ookhet moment waarop wij de komende tijd samen het gesprek gaan voeren.Wetende dat wij een minderheidskabinet zijn, voeren wij het gesprek metde Kamer over dit soort fundamentele onderwerpen en geven wij samenrichting aan de positie van Nederland in deze belangrijke discussie.De uitbreiding van de EU staat volop op de agenda. Dat hebben wenatuurlijk gezien in relatie tot Oekraïne. Dat geldt ook voor een aantalandere landen, zoals Moldavië en landen in de Westelijke Balkan, die allanger in het toetredingstraject zitten. Er wordt voortgang gemaakt. VoorMontenegro naderen we de fase dat er gesproken gaat worden over eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4132 toetredingsverdrag. De geopolitieke dimensie daarvan wordt meerbenadrukt. Dat hoorde ik ook terug in de eerste termijn van de Kamer.Voorzitter. Ik besef ineens dat ik vergeten ben om – ik zoek een goedNederlands woord voor «outline» – de structuur van mijn beantwoordingte geven. Ik zie de Kamerleden knikken dat die inderdaad welkom is. Laatik daar dus eerst even mee beginnen. In het eerste stukje zal ik het hebbenover wat de kabinetspositie over EU-uitbreiding en hervormingen is.Daarna ga ik naar geopolitiek en Oekraïne. Daarna komt geleidelijkeintegratie en interne hervormingen. Vervolgens ga ik naar de toekomstvan de hervormingen van de Unie en toetredingsverdragen. Daarna heb ikblokjes met daarin de Westelijke Balkan en IJsland. Daarna volgt eenblokje overig. Dat is zo ongeveer de structuur.Ik had het over de geopolitieke dimensie van uitbreiding. Dat is natuurlijkde ene kant van het verhaal. De andere kant van het verhaal – ik denk datverschillende Kamerleden dat ook in de eerste termijn hebben aange-geven – is de slagkracht van de Europese Unie zelf. Hoe zorgen we voorhet absorptievermogen? Dit kabinet vindt het belangrijk dat de EuropeseUnie van de toekomst slagkracht houdt op het wereldtoneel en goed blijftfunctioneren, ook bij eventuele verdere uitbreiding. Vanwege devoordelen, maar ook vanwege de uitdagingen, stelt het kabinet zichrealistisch op ten opzichte van uitbreiding. Dat staat ook in het coalitieak-koord. Nieuwe lidstaten moeten de Unie versterken en niet van binnenuitverzwakken. Daarom is het voor het kabinet duidelijk dat landen die willentoetreden, daadwerkelijk moeten veranderen en transformeren. Zijmoeten fundamentele en ingrijpende hervormingen doorvoeren op hetgebied van de rechtsstaat, de aanpak van corruptie en andere onder-werpen. Daar zetten wij als kabinet op in. Historisch gezien is hetuitgangspunt van Nederland altijd geweest dat wij strikt, fair en betrokkenzijn bij kandidaat-lidstaten die willen toetreden. Dat blijft het ook. Daarstaan we ook om bekend in Brussel.Eén: strikt. Wij zetten in op het beoordelen van de lidstaten op hunmerites. Dat betekent het doorvoeren van hervormingen en het voldoenaan de eisen die wij stellen, de Kopenhagencriteria, om volledig lid tekunnen worden. Ze moeten sterke instituties hebben. Ze moeten eendemocratie en een rechtsstaat zijn. Ze moeten op mensenrechten lettenen corruptie bestrijden. Ze moeten EU-wetgeving overnemen. Er zijn nogveel meer voorbeelden te noemen. Dat is het strikte.Twee: fair. Als wij zo strikt zijn op al die zaken, dan moeten we ook fair zijnop het moment dat lidstaten aan die eisen voldoen. Dat betekent dat ervoortgang moet zijn op het moment dat zij aan hun afspraken voldoen.Dat betekent dat wij vanuit onze kant ook aan de afspraken moetenvoldoen. Als een land voldoet aan de voorwaarden voor een volgendestap, dan geeft Nederland ook groen licht. Daar leveren we ook op.Drie: betrokken. Tenslotte is het ook belangrijk dat wij landen helpen metonze kennis en expertise om te voldoen aan de criteria. Het bestevoorbeeld daarvan zijn onze bilaterale programma’s via de Matra-inzet,maar natuurlijk ook heel concreet wat we met Oekraïne doen. Denk aan deLviv-conferentie in Breda. Nogmaals, dit had niets te doen met hetaantreden van deze Minister, die als woonplaats Breda heeft. Dat had hetvorige kabinet al besloten. We maken actief werk van de uitdagingen waarlidstaten voor staan. We dragen er met onze kennis en expertise ook aanbij dat ze een weg vinden om te voldoen aan de criteria.De heer Dassen had een vraag gesteld over het Matra-fonds, gerelateerdaan de bezuinigingen daarop. Wij onderschrijven het grote belang van hetMatra-programma. Tegelijkertijd is er ook uitvoering gegeven aan debezuinigingen op non-ODA-middelen. Het totale Matra-budget daaltdaarom van 16,8 miljoen naar 5,8 miljoen in 2028. Naar aanleiding van demotie-Piri werd het politiekepartijenprogramma reeds opgetopt en zal er,indien zich onderuitputting voordoet op de begroting, met prioriteitgekeken worden of Matra in 2026 en 2027 budgettair op een goed niveauTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4133 voortgezet kan worden ten opzichte van 2025. We hebben ook andereprogramma’s en andere middelen om hierop in te zetten, maar we hebbenook te maken met de bezuinigingen en de opdracht die we daar hebben.Tegelijkertijd onderschrijf ik de waarde die het programma heeft.Voorzitter. Ik kom bij de geopolitiek en Oekraïne. Buurlanden die onzewaarden delen, moeten perspectief hebben op toetreding. Dat geldt ookvoor Oekraïne. Zoals in het coalitieakkoord al is gemeld, ligt wat ditkabinet betreft de toekomst van de Oekraïners ook in de EU. Het toetre-dingsproces is een transformatief proces. Als we dat goed uitvoeren,betekent dit dat de kandidaat-lidstaat die toetreedt en lidstaat van deEuropese Unie wordt, ook sterk genoeg is om het lidmaatschap te dragenen bij te dragen aan de versterking van de Europese Unie. Als we kijkennaar Oekraïne, dan is dat op het gebied van bijvoorbeeld defensie, dedefensie-industrie, economie in de toekomst, de potentie die het landheeft, grondstoffen et cetera. Er zijn allerlei onderwerpen waar Oekraïnede slagkracht van de Europese Unie kan vergroten. Maar ook ten aanzienvan Oekraïne ...De voorzitter:Een ogenblik. U heeft een interruptie van de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Nou, meer een rappelleervraag. Ik hoop echt dat dit me geen interruptiekost. In het eerste blokje had ik expliciet gevraagd, naar aanleiding van detechnische briefing, wanneer in het toetredingsproces het Nederlandsebelang wordt gewogen. Dat hoort echt in het eerste blokje thuis.Minister Berendsen:Wij hadden dat onder het blokje overig gezet, maar ik vind het prima omdaar nu antwoord op te geven. Het Nederlandse belang wegen wij continumee. De samenwerking in de Europese Unie is volgens dit kabinet in hetNederlands belang. In onze houding ten opzichte van kandidaat-lidstaten,de strikte, faire en betrokken manier, zien wij het belang van Nederlandgereflecteerd. Het is alleen in het Nederlandse belang als lidstatentoetreden die de Europese Unie als geheel versterken. Het Nederlandsebelang wegen wij ook mee. We komen later inhoudelijk terug op hoe wekijken naar uitbreiding, naar de toekomst van uitbreiding, naar eventuelenieuwe toetredingsverdragen en naar welke voorwaarden wij stellen. Erzijn namelijk een aantal zaken, bijvoorbeeld lidstaten die een stapterugzetten op het gebied van de rechtsstaat of het veto op de slagkrachtnaar buiten toe, die op dit moment niet in het Nederlandse belang zijn. Wezien besluiten die worden gechanteerd. We zien ook lidstaten die stappenterugzetten op het gebied van de rechtsstaat. Op al die gebieden wegenwij het Nederlandse belang mee.De voorzitter:U heeft nog een interruptie van de heer Van Houwelingen. Deze ga ik wélrekenen.De heer Van Houwelingen (FVD):Uiteraard. Ik vind het mooi om te horen dat dit continu wordt meege-wogen door het kabinet, maar het Nederlandse belang wordt natuurlijk inde Tweede Kamer vastgesteld. Wij vertegenwoordigen namelijk deNederlandse bevolking. Mijn vraag was de volgende. Wanneer in het helelange, zorgvuldige proces kunnen wij als Tweede Kamer zeggen: al met alvinden we de toetreding van bijvoorbeeld Oekraïne niet in het Neder-landse belang, dus die gaat niet door? Wanneer in het proces kunnen wijdat zeggen? De Minister zegt dat dat niet te achterhalen is. Je hoort strikten fair te zijn. Je hoort ze te laten toetreden als ze de hoofdstukkengesloten hebben. Dat kan niet in het begin, maar ook niet tijdens hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4134 proces van die hoofdstukken. Wanneer kunnen wij als Kamer zeggen«nee, dat gaat niet door» of «ja, dat gaat wel door»?Minister Berendsen:Het Nederlandse kabinet neemt daarin natuurlijk steeds een positie in. Ikben blij dat u deze vraag stelt. De Kamer heeft op dit moment in alleconstructieve, goede debatten over EU-uitbreiding die ik met uwcommissie ga voeren, die u ook op alle andere vakgebieden voert metmijn collega-ministers, de mogelijkheid om sturing te geven aan wat wijals kabinet doen in Europa. Wij houden rekening met de wensen van deKamer, in aanvulling op het besef dat alle voorgaande kabinetten alhadden op dat gebied. Wij zijn een minderheidskabinet. Wij kijkennadrukkelijk, in samenwerking met de Kamer, naar de positionering diewij in Europa aannemen.Ik had het zojuist over de potentie van Oekraïne, de kracht die heteventueel kan leveren aan het versterken van de Europese Unie alskandidaat-lidstaat. Maar ook ten aanzien van Oekraïne is het kabinet, zoalsik zojuist al heb gemeld, strikt, fair, eerlijk en betrokken. De uitdagingen inOekraïne op het gebied van de rechtsstaat en de aanpak van corruptie zijnondanks de gezette stappen nog steeds enorm. Een voorbeeld van onzestrikte benadering is bijvoorbeeld hoe wij omgegaan zijn met de anticor-ruptiediensten NABU en SAPO, die onder druk kwamen te staan inOekraïne. Daar hebben wij, samen met internationale partners, forse drukop gezet. Ik ben in Oekraïne geweest en heb met vertegenwoordigers vanbeide organisaties gesproken. Mijn tijdsbesef is dezer dagen niet helemaalop orde, maar volgens mij heb ik begin vorige week of de week ervoor zeook nog in Nederland gesproken. Wij hebben een strikte benadering. Opanticorruptie moeten er gewoon belangrijke stappen gezet worden. Daarzetten we ook druk op. De voorwaarden die de EU stelt voor toetredinghelpen daar natuurlijk ook bij. Het is misschien nog wel belangrijker om temelden dat het ook in het belang is van de Oekraïense burgers dat dezestappen op het gebied van anticorruptie worden gezet. Dat zien we ook bijde protesten rond de situatie rond NABU en SAPO toen zij onder drukkwamen te staan.We zijn ook fair. Dat betekent dat het toetredingsproces niet onnodig stilmoet komen te liggen.De voorzitter:U heeft een interruptie van de heer Stöteler. Ik wil gelijk even aangevendat u allemaal vier interrupties krijgt, omdat we maar met vijf leden inplaats van met elf leden zijn. Het worden dus vier interrupties.De heer Stöteler (PVV):Dat scheelt. Ik wil nog even vragen naar die anticorruptieagencies inOekraïne, NABU en SBU, die de Minister aanhaalt. Ik heb in aanloop naarhet vorige debat even bij wat Oekraïners nagevraagd hoe daarnaar wordtgekeken en wat voor werk zij nou doen. Zij zeggen: die twee zijn eigenlijkalleen maar met elkaar aan het strijden om wie de volgende grote casenaar boven weet te trekken, maar er zijn veel ngo’s op het gebied vancorruptiebestrijding, die ook niet kunnen werken zonder dat er ophef overontstaat of dat er twijfels zijn over hun integriteit. Die staan dan ook weeronder toezicht. Welke grote, echt meetbare stappen zijn er nou in hetafgelopen jaar gezet? Volgens Oekraïners gebeurt er namelijk nog niet zogek veel, behalve dat er veel naar boven komt.Minister Berendsen:Laten we in ieder geval samen concluderen dat er zaken naar bovenkomen. Dat zijn impactvolle zaken. Dat zijn geen kleine zaken. Ze hebbenecht impact op personen en instituties in Oekraïne. Een hele belangrijkestap die gezet moet worden, is dat wetgeving door het OekraïenseTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4135 parlement moet om de positie van de anticorruptiediensten verder teversterken en de onafhankelijkheid daarvan te waarborgen. Er komenmeer zaken naar boven. Daarvan kun je je natuurlijk altijd afvragen of datlaat zien dat er veel corruptiezaken zijn of juist laat zien dat de anticorrup-tiediensten goed werken omdat er meer zaken naar boven komen enbekend worden en er actie op ondernomen wordt? Dat er nog veelstappen te zetten zijn, is volstrekt helder. Dit is ook hét onderwerp waarwe vol druk op zetten. We zijn niet alleen in contact met deze anticorrup-tiediensten, maar ook met het maatschappelijk middenveld. Alle signalendie u tot u neemt, nemen wij ook mee, want dit is gewoon een essentieelonderwerp.De strikte en faire benadering, daar wilde ik heen. Het toetredingsprocesmag niet onnodig stil komen te liggen, zoals ik al zei. Hongarije heeftvolgende stappen geblokkeerd. Dat is wat ons betreft onacceptabel. Wegaan het natuurlijk zien met de nieuwe Hongaarse regering. We gaan ookin gesprek daarmee om die blokkade op allerlei gebieden zo snel mogelijkaan de kant te krijgen, zodat we in ieder geval ook fair zijn richtingOekraïne en er stappen gezet worden als aan voorwaarden voldaan wordt.De heer Klos (D66):Ik wil de Minister feliciteren. Ik denk dat hij twee jaar geleden niet hadverwacht dat zijn fractiegenoot Péter Magyar en hij nu premier vanHongarije en Minister van Buitenlandse Zaken van Nederland zouden zijn.Dat is nogal een omwenteling. Mijn vraag gaat daar ook over. Hongarijeheeft dat inderdaad steeds geblokkeerd. In die zin is het toetredingsprocesniet fair geweest richting Oekraïne. Hoe gaat Nederland er nou voorzorgen dat op de kortst mogelijke termijn het besluit wordt voorbereid omde toetredingsonderhandelingen met Oekraïne wel formeel te openen? Opwelk moment mogen we dat verwachten?Minister Berendsen:Het Hongaarse volk heeft een nieuwe regering gekozen. Wij zijn hoopvoldat dat ook in Brussel kan bijdragen aan de eenheid en de versterking vanonze slagkracht naar buiten toe en aan een faire benadering van Oekraïne.Tegelijkertijd: de regering zit er nog niet. Die zal eerst geïnstalleerdmoeten worden. Dat betekent dat dit soort onderwerpen officieel op deagenda zullen komen op het moment dat de nieuwe regering daar zit endat de komende weken gebruikt zullen worden om de contacten te leggenen de gesprekken te voeren over wat mogelijk is. Tegelijkertijd is hetnatuurlijk niet zo dat we op alle gebieden meteen een totaal andere positiezullen zien op het moment dat er een nieuwe Hongaarse regering zit. Dieregering zal de belangen van het Hongaarse volk vertegenwoordigen. Wezullen kijken hoe we het gesprek aan kunnen gaan over eventuele zorgendie er zijn of stappen die gezet moeten worden, maar u kunt erop rekenendat ook dit kabinet zich in zal zetten om stappen die het verstandig vindt tebespreken, zoals het naar alle andere lidstaten doet.De heer Klos (D66):Ik las in het nieuws vandaag dat de heer Orbán besluit om niet naar zijnlaatste Europese Raad te gaan. Zou het wat zijn voor Nederland om Costate bewegen om Péter Magyar uit te nodigen om als waarnemer bij dezeEuropese Raad te zijn, zodat je dat besluit alvast kan voorbereiden? Weverwachten dat Péter Magyar straks op 5 mei zijn regering heeft. Zelenskykomt ook dineren bij de informele Raad op 23 april. Zou het niet wat voorNederland zijn om juist een zwengel te geven aan dat proces, waar deOekraïners als zo lang op wachten, door juist Péter Magyar nu al bij debesluitvorming te betrekken?Minister Berendsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4136 Nee. Ik denk dat het niet verstandig zou zijn om een premier die nog nietgeïnstalleerd is te betrekken bij de besluitvorming. Ik denk dat het heelverstandig is om de lijnen open te doen en het contact te zoeken om tepraten over wat daarna. Dat gebeurt natuurlijk nu al volop. Maar als hetgaat om Europese besluitvorming, denk ik dat we dat proces zorgvuldigmoeten doorlopen. Ik denk ook dat we de wens van de Hongaarsebevolking moeten respecteren door officieel met elkaar om de tafel tezitten op het moment dat de premier geïnstalleerd is. Ik verbloem hetwellicht wat meer dan de heer Klos, maar ook ik ben natuurlijk hoopvolover stappen die gezet worden en wat dat eventueel zou kunnenbetekenen. Over Oekraïne heb ik gezegd: strikt, fair en betrokken.Tegelijkertijd moeten we ons blijven realiseren onder wat voor zwareomstandigheden Oekraïne deze hervormingen aan het doorvoeren is. Hetis een land in oorlog. Het is een land dat vecht voor het overleven, deeigen identiteit en de eigen soevereiniteit. Tegelijkertijd stellen wij heelveel eisen in het proces. Daar helpen we ze bij. Dat blijven we doen.Tegelijkertijd blijven we beoordelen op de daadwerkelijke vooruitgang diegeboekt wordt.De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):Het trio «strikt, fair en betrokken» ken ik op zich wel. Dat is natuurlijk bestconsistent, maar de vraag is of de geopolitieke dimensie toch eenseparaat, vierde criterium is dat gehanteerd zou moeten worden bij deafwegingen die voor ons liggen, temeer omdat daar gewoon een oorlogwoedt. Dat is toch een andere situatie dan een situatie waarin lidstaten invrede werken aan het voldoen aan criteria om die toetreding te realiseren.Waarom kiest het kabinet er niet voor om een vierde criterium op datterrein voor zichzelf te formuleren, om in ieder geval vanuit datperspectief hiernaar te kijken? Dat gebeurt toch; dat weten we. We hoevenniet naïef te zijn. We kunnen het toch net zo goed benoemen?Minister Berendsen:Ik dank de heer Van der Lee voor deze suggestie. Ik denk eigenlijk niet dathet een vierde criterium is, omdat dit de manier is waarop wij kijken naarde toetreding van individuele lidstaten en de eisen die we daaraan stellen.Ik heb al eerder vermeld dat het kabinet het ontzettend belangrijk vindt datals lidstaten toetreden, ze de Europese Unie versterken en nietverzwakken. Tegelijkertijd is de component die u toevoegt aan dit rijtje,gericht op hoe we de komende tijd omgaan met verdere toetreding. Dat iseen blokje dat we zo dadelijk inhoudelijk behandelen. Er wordt namelijkgekeken op welke manier je stappen kunt gaan zetten. Op welke manierkun je landen verder betrekken? Op welke manier kun je landen – dat geldtniet alleen voor Oekraïne – energie blijven geven om het proces te blijvendoorlopen? Daarbij willen wij tegelijkertijd gewoon heel erg waakzaamblijven, want als je lid bent van de Europese Unie, behoor je aan allecriteria behoort te voldoen. De geopolitieke dimensie speelt natuurlijk ookeen rol bij de afweging die we maken en bij het contact met de landen diekandidaat-lidstaat zijn.De voorzitter:Een vervolgvraag van de heer Van der Lee.De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):Ik snap het antwoord op zich, maar ik zat er zelf nog aan te denken dat hetborgen van vrede op het continent ooit de aanleiding was voor het startenvan de Europese Unie. We zien nu de grootste oorlog op het continentsinds de Tweede Wereldoorlog. Ik vind het gewoon niet adequaat om datte vergelijken met een regulier toetredingsproces. Ik zeg niet dat ik er nuvoor pleit, maar het borgen van die vrede kan het voor de Europese Unienodig maken om een snellere stap te zetten dan we nu in het reguliereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4137 proces doen. We weten dat dat een potentiële mogelijkheid is enonderdeel kan zijn van een staakt-het-vuren en een uiteindelijk akkoord.Waarom benoemen we dat dan niet gewoon?Minister Berendsen:Het is mijn vrees dat wij gedwongen zouden kunnen worden een deal tesluiten die iets zegt over de relatie van de Europese Unie met Oekraïne,maar waarbij Europa niet aan tafel zit. Dat zou ik eigenlijk ten koste vanalles willen voorkomen, omdat dit kabinet hecht aan de criteria die wijstellen en we de Europese Unie willen versterken. Afgezien van hettoetredingsproces betekent dat tegelijkertijd dat het overduidelijk is dat ditkabinet en vele internationale partners er alles aan doen om Oekraïne teondersteunen, ook op het gebied van veiligheid. Het is uiteindelijk niet zodat de veiligheid van Oekraïne vergroot wordt omdat ze lid zijn van deEuropese Unie. De NAVO garandeert onze veiligheid; dat doet de EU niet.De EU stimuleert natuurlijk wel de defensie-industrie, waar Oekraïne eenhele belangrijke meerwaarde in kan zijn. Wat betreft het steunen vanOekraïne denk ik dat er meer aspecten meespelen dan alleen hetkandidaat-lidmaatschap. In de situatie waarin het land zit gaat dat ook omeventueel een veilige en goede toekomst voor Oekraïne. Ik kom zodadelijk in het blokje nog op een aantal elementen terug.Ik heb nog een vraag van de heer Krul van het CDA, over hoe we devoortgang in cluster 1 beoordelen. Ik heb zojuist het een en ander gezegdover anticorruptiebureaus en Hongarije hebben we ook kort besproken.Als kabinet zijn we dus hoopvol, maar we hoeven ook geen totale omslagvan de ene op de andere dag te verwachten. Uiteindelijk is het aan deHongaarse regering om daarin haar positie te bepalen.Ik heb hier nog een vraag van de heer Dassen. Die vraag is eigenlijk ookeen beetje gerelateerd aan wat de heer Van der Lee zojuist zei en gaatover de veiligheid. Zoals ik net al zei, hebben de veiligheidsgaranties nietzozeer te maken met een EU-lidmaatschap an sich, maar ook met allerleiandere zaken, waar we als Nederland ook in «coalition of the willing»-verband een geloofwaardige bijdrage aan willen leveren met anderepartners.Ik merk dat we door de uitstekende interrupties van de Kamerleden al bestwat vragen van dit blokje behandeld hebben.Ik wil wel even specifiek ingaan op de graduele toetreding. We hebben ditonderwerp net al een paar keer geraakt. Dit was een specifieke vraag vanmevrouw Becker: welke rol kan het kabinet daarin spelen? Ondanks dat ikin de eerste termijn natuurlijk geen officiële spreektijd had, heb ik bij hetafscheid van deze commissie aan het einde van het debat gezegd dat ditonderwerpen zijn waarbij wij als kabinet niet alleen bereid zijn eenbijdrage te leveren en mee te denken met internationale partners, maarwaarover wij juist met de Kamer het gesprek willen voeren, omdat dezeecht fundamenteel van aard zijn. Ik ben dus graag bereid om te kijkenwelke elementen onderdeel zouden kunnen zijn van die gradueletoetreding. Voor ons is het belangrijk dat het toetredingsproces realistischen uitvoerbaar blijft. De Adviesraad Internationale Vraagstukken komt inhet tweede kwartaal met een voorstel. Daarna komen wij met eenappreciatie daarop. Ik denk dat dat een mooi moment is om die discussieverder te voeren.Ondanks dat wij ons hadden voorgenomen de onderwerpen te scheiden,merk ik dat een aantal dingen een beetje door elkaar lopen. Maar ik komzo dadelijk nog terug op hoe die toetredingsverdragen er dan uit zoudenkunnen zien en welke elementen we daarin belangrijk vinden.Mevrouw Becker (VVD):Dank aan de Minister voor zijn antwoord en ook voor zijn welwillendheidom naar het idee van graduele toetreding, waar meerdere collega’svragen over hebben gesteld, te kijken. Ik ben wel benieuwd hoe hij zelf deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4138 timing van het een en ander ziet. Ik weet dat de Europese Commissielidstaten heeft uitgenodigd om actief mee te denken nadat zij zelf eenvoorstel heeft neergelegd. In mijn betoog ben ik ook ingegaan op hetrisico dat er een situatie ontstaat waarin, vanwege een vredesplan ofontwikkelingen in Oekraïne, de vraag voor komt te liggen of we wel of nietversneld stappen moeten zetten op het gebied van toetreding, terwijl weeigenlijk nog geen nieuw model hebben. Dan wordt het een vrij zwart-witte vraag, die we eigenlijk grijzer zouden willen inkleuren. De Ministerzegt dat het kabinet eerst het AIV-rapport wil afwachten en daarna in Q2met een reactie komt, maar dat duurt wat mij betreft best even. Hebbenwe die tijd? Kunnen we toch niet wat sneller concreter worden?Minister Berendsen:Dat klopt inderdaad. We hebben die tijd niet. Achter de schermen zijn weook al volop bezig met dit onderwerp. Ik vind ook dat wij als Nederlandniet alleen een belang hebben om dit te doen voor een sterkere EuropeseUnie en voor werkende processen. Ik vind dat wij kandidaat-leden die deEuropese Unie versterken, moeten laten toetreden, maar ik vind dat hetook hoort bij de verantwoordelijkheid die we hebben als een van defounding fathers van de Europese Unie om hieraan bij te dragen. Datbetekent dat we op dit moment achter de schermen gesprekken voerenmet onder andere Frankrijk en Duitsland om te kijken of we tot eengezamenlijke inzet kunnen komen. Wat vinden we? Hoe kijken anderelanden daartegen aan? Uiteindelijk spelen de founding fathers eenbelangrijke rol om hierin een volgende stap te zetten. We zijn stukken aanhet voorbereiden. Ik heb alleen wel gemeend dat het belangrijk is om ditdebat af te ronden, zodat we die input vervolgens kunnen meenemen bijde stukken die we aan het voorbereiden zijn. U weet dat de discussie inEuropa vaak gevoerd wordt op basis van non-papers. Dat soort zaken zijnwij aan het voorbereiden. We nemen de wensen en de inzichten van uwKamer daar graag in mee. We zijn daar dus al volop mee bezig. Datgesprek loopt. Ik hoop dat we zo snel mogelijk op basis van eendocument ... Ik moet nog even uitvinden wat voor naam zo’n documentkrijgt in de procedures. We willen de discussie met u voeren op basis vande dingen die op papier staan.De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):Ik wil hier nog even op doorgaan. Dank voor de toezegging en voor debereidheid om hier zo creatief mogelijk naar te kijken en om hier metandere lidstaten aan te werken. Dat is in ieder geval mijn interpretatiehiervan. Tegelijkertijd loopt het traject van de AIV en de kabinetsreactie.Misschien is dat een separaat traject. Hoe en wanneer wordt de Kamerhierbij betrokken? Er gebeurt altijd heel veel achter de schermen en heelveel van wat achter de schermen gebeurt, komt nooit voor de schermen,want het leidt tot niks. Maar we willen niet met een voldongen feitgeconfronteerd worden, zonder dat we daarbij betrokken zijn geweest. Wilde Minister toezeggen dat hij nog voor de zomer met een brief komt overhoe het hiermee staat? Is er al een initiatief, misschien alleen procedureelof ook al inhoudelijk? Want anders schuift het sowieso door tot na dezomer. Ik ben het met mevrouw Becker eens dat ik dat toch een beetje tespannend vind, gelet op wat er geopolitiek allemaal speelt.Minister Berendsen:Dat is natuurlijk volledig terecht. Dat zie ik ook. Dat gaan we voor dezomer doen. We hadden het over graduele toetreding, maar dit isnatuurlijk ook heel erg verbonden met de discussie die we nu gaanhebben over Montenegro. Het toetredingsverdrag dat we gaan opstellen,zal wellicht als blauwdruk kunnen fungeren voor de toekomstige stappendie gezet gaan worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 4139 Ik heb dit net al aangegeven, maar misschien deed ik dat in wat bedektetermen. Laat ik het anders melden. Nederland wil in de kopgroep zittendie hierover voorstellen gaat doen. Dat is gelukkig niet alleen hoe ikerover denk. Heel veel mensen en experts denken hierover mee. Dat geldtin het bijzonder voor de Kamer, die in de eerste termijn al een aantalideeën gearticuleerd heeft. Er komt op korte termijn een ad-hocwerkgroepin Brussel voor het toetredingsverdrag voor Montenegro en dan zal dezediscussie verder concreet worden. Wij zullen de Kamer goed geïnfor-meerd houden over de ontwikkelingen. Terwijl ik doorpraat, krijg ik in mijnoor gefluisterd op wat voor termijn we de Kamer met stukken kunnenbedienen.Misschien is het goed om alvast een paar denkrichtingen mee te geven.Ten eerste de rechtsstaat. Als een lidstaat toetreedt, hoe zorgen we er danvoor dat we in het toetredingsverdrag de garantie hebben dat als erstappen teruggezet worden op het gebied van de rechtsstaat, we daaropkunnen acteren? Ik noem het opschorten van de EU-samenwerking opbepaalde terreinen en het opschorten van EU-fondsen. Deelname aan hetEuropees Openbaar Ministerie is nu geen verplichting bij lidmaatschap,maar je zou in het toetredingsverdrag kunnen stellen dat een lidstaat dietoetreedt daar onderdeel van moet zijn om stappen te kunnen zetten ophet gebied van de rechtsstaat of om in ieder geval te voorkomen dat ereen terugslag is.Ten tweede de effectiviteit van de Europese Unie zelf. Zouden we kunnendenken aan het tijdelijk beperken van het veto op bepaalde terreinen,bijvoorbeeld als het gaat om verdere uitbreiding of om het Gemeenschap-pelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid? Je hebt het dan niet over het vetovan de bestaande landen op die terreinen, alhoewel het Nederlandsekabinet ook iets vindt van het veto dat op dit moment bestaat op hetgebied van het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid. Alstoetredende lidstaat zou je dan voor een bepaalde periode geen vetohebben om de gezamenlijke slagkracht naar buiten toe te blokkeren ofchanteren.Ten derde kun je nadenken over de vraag of er op bepaalde gebiedenlangere overgangsmaatregelen nodig zijn, bijvoorbeeld als het gaat omvrij verkeer van werknemers. Dat zijn een aantal denkrichtingen. Dediscussie over de zaken waaraan wij denken, zal zich nog verderuitbreiden.Dan over graduele toetreding. Het is een kandidaat-lidmaatschap. Voorvolledig lidmaatschap moet je aan alle criteria voldoen. Met betrekking totgraduele toetreding kun je een aantal terreinen bedenken waarop je alverder kunt samenwerken. Rome is daarbij zo’n veelgenoemd voorbeeld,maar er zijn nog wel andere voorbeelden te verzinnen. Dat zijn dus dedenkrichtingen waarmee we bezig zijn.Dan over het tijdstip. Het AIV-advies komt voor de zomer. Dat betekent datwe dit sowieso op papier kunnen hebben voorafgaand aan de RaadAlgemene Zaken in juni. Ik probeer aan de gezichten van de Kamerledenaf te lezen hoe blij ze daarmee zijn, maar dat is ...De heer Klos (D66):Ik ga toch een poging wagen. Ik waardeer de denkrichtingen over dezogenaamde safeguards en over hoe de nieuwe generatie toetredingsver-dragen eruit zou kunnen zien, zeer. De Minister vindt het belangrijk omeen discussie met de Kamer te hebben over hoe het toetredingsproceszelf hervormd zou kunnen worden om een graduele toetreding die de VVDook bepleit, toe te staan. Dan helpt het wel om een klein beetje vangedachten te wisselen over de denkrichtingen die het kabinet op dat vlakheeft. Denkt het kabinet bijvoorbeeld aan het opheffen van veto’s die geenverdragsrechtelijke basis hebben in de tussenfase, dus niet bij het openenof het sluiten van de onderhandelingen maar daartussen? Of denkt hetkabinet aan financiële toegang voor lidstaten of een waarnemersstatus?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41310 Dat zijn allemaal vragen die wij in de eerste termijn van de Kamer hebbengesteld. Ik vraag mij af of het kabinet daar nog inhoudelijk op kanreageren.Minister Berendsen:Ja, zeker. Alleen, wij hebben daarin nog geen standpunt ingenomen. Ikheb in de eerste termijn, waar ik enthousiast van werd, geluisterd naaralle suggesties. Naast de inspiratie die de Kamer ons geeft, voeren wij opdit moment gesprekken met Duitsland en Frankrijk. Wij willen in dekopgroep zitten, niet alleen vanuit ons belang maar ook vanuit onzeverantwoordelijkheid als founding father. Wij willen hier stappen opzetten. Dat betekent dat ik daar vervolgens binnen het kabinet vangedachten over wil wisselen met de vele bewindspersonen die betrokkenzijn bij de Europese en internationale samenwerking. Dat wil ik op eenzorgvuldige manier doen.De heer Stöteler (PVV):Het gaat veel over graduele toetreding. Als de Minister daar zo enthou-siast van wordt en daarmee aan het werk gaat in Brussel, is het dan ookeen idee om na te denken over graduele uittreding? Ik bedoel dat jebijvoorbeeld tegen Spanje, waar de regering verwikkeld is in corruptie-schandaal na corruptieschandaal, op een gegeven moment zegt: nu is hetwel genoeg; je krijgt hiervoor even geen budget of daarvoor even geenstemrecht meer. Andersom kan een land dan zeggen: hier gaat de Unieeen richting op die wij niet goedvinden; daar treden wij gradueel even uit.Wil de Minister daar tegelijkertijd ook over nadenken?Minister Berendsen:Ik zou graduele uittreding het beste kunnen vertalen naar «cherrypicking».Ik denk dat dat onverstandig zou zijn voor de eenheid en de gemeen-schappelijkheid in de Europese Unie. Denk aan cherrypicking binnen deinterne markt, het eerlijke speelveld dat we met z’n allen bewaken, deproductstandaarden die we stellen en de mogelijkheden die bedrijvendaardoor hebben om in heel Europa actief te zijn, om hun geld teverdienen in heel Europa. Stel dat wij Europabreed een stap zetten op hetgebied van duurzaamheid, veiligheid of bescherming met betrekking totkinderspeelgoed. En stel dat een lidstaat zegt dat niet zo te zien zitten ener even gradueel uit te willen treden, om maar even de woorden van deheer Stöteler te gebruiken. Dan raakt dat de gemeenschappelijkheid diewe hebben. Er zijn nu eenmaal altijd dingen in de Europese Unie die je alslidstaat net wat minder ziet zitten, daar het een compromis is tussen27 lidstaten. Dat is onderdeel van het compromis. Daar moet je dan ookvoor staan. Als wij als land alleen hoeven te staan voor de dingen die weleuk vinden en de rest maar laten, ondermijnt dat de slagkracht die wegezamenlijk hebben in de Europese Unie.De heer Stöteler (PVV):Als het aankomt op graduele toetreding, dan ziet de Minister alleen maarkansen en als het aankomt op graduele uittreding dan ziet hij eigenlijkalleen maar onmogelijkheden. Ik zal niet ontkennen dat de interne markttoch wel een fundamenteel onderdeel is van wat we met de EuropeseUnie hebben, maar de Minister weet heel goed, ook vanuit zijn oude rol ...Laat ik het anders zeggen: het is niet dat het mandaat wordt opgerekt,maar de Europese Commissie of de Europese instituten trekken tochsteeds meer invloed naar zich toe. Kijk naar de gezondheidszorg. Daarbeginnen nu in een keer allerlei Europese instituten zich mee te bemoeien,terwijl dat toch echt een competentie van lidstaten is. Zo zou je daar ookgradaties in kunnen aanbrengen. Je zou kunnen zeggen: de interne marktis iets fundamenteels, maar als het aankomt op bijvoorbeeld landbouw ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41311 immigratie kun je gradueel uittreden, al dan niet gedwongen als erbijvoorbeeld corruptieschandalen zijn, zoals in Spanje en waar dan ook.Minister Berendsen:De gedwongen vorm van graduele uittreding kennen we natuurlijk. Dat ishet rechtsstaatmechanisme in de meerjarenbegroting. Dat is eenbelangrijke verdienste van het – ik zal niet zeggen: even veel gewaar-deerde – instituut waar we beiden onderdeel van hebben uitgemaakt,namelijk het Europees Parlement. Dat moet nog verder versterkt worden.Op het moment dat een lidstaat zich niet meer houdt aan en door deondergrens zakt van onze gezamenlijke waarden op het gebied vanrechtsstaat en democratie, dan heeft dat impact in de Europese Unie opeen manier die hier werkt: op het geld en de fondsen. Dat was uiteindelijkook het enige drukmiddel dat echt heeft gewerkt richting Hongarije. Dusdie mogelijkheid is er. Die moet versterkt worden, want het is heelbelangrijk dat lidstaten niet door die ondergrens zakken. Als we dat dan«verplichte graduele uittreding» mogen noemen, dan kunnen we elkaarop dat punt vinden.Dan moet ik even zoeken waar ik gebleven ben. Ik ga gewoon door waar ikdenk dat ik gebleven ben. Ik hoor het wel van de Kamerleden als zeuiteindelijk dingen gemist hebben. Er waren vragen van mevrouw Becker,de heer Klos, de heer Dassen, de heer Van Houwelingen en de heerHeutink over hoe het nou staat met afspraken over het veto in het procesvan toetreding, met het afschaffen van het veto bij sommige stappen in detoetreding van Oekraïne. Hoe gaan we invulling geven aan de opdrachtvan de Kamer om het vetorecht op het buitenlandbeleid af te schaffen?Kortom, alle vragen die gerelateerd zijn aan veto’s. De besluitvorming inhet uitbreidingsproces is op basis van unanimiteit. Het kabinet vindt datdat voor sleutelmomenten, zoals het onder voorbehoud sluiten vanhoofdstukken, ook behouden moet blijven. Uitbreiding is een intergouver-nementeel proces, dat raakt aan de kern van het functioneren van de Unie,ook vanuit een geopolitieke context. Wij hechten zeer aan stevige toetsingop de brede rechtsstaatontwikkelingen gedurende het proces. Wij wegenaltijd nauwkeurig of aan die voorwaarden is voldaan, volgens het procesdat ik zojuist al meerdere keren genoemd heb: strikt, eerlijk en betrokken.Wanneer dat nog niet het geval is, wanneer er niet aan die voorwaardenvoldaan is, dan geven wij als Nederland ook geen akkoord op de volgendestappen in het proces.De Europese Raad besluit met consensus. Er zijn ook geen plannen omdaarvan af te wijken. Het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheids-beleid zou dit kabinet wel graag anders willen inrichten. We hebbennamelijk het frustreren, blokkeren en chanteren van met name Hongarijegezien als het ging om het druk zetten op Rusland via sancties en hetverlenen van steunmaatregelen aan Oekraïne, die keihard nodig zijn. Alswij samen sterk staan in de Europese Unie, dan kunnen we ook een vuistmaken op het wereldtoneel. Dat kan niet wanneer wij door een of tweelidstaten geblokkeerd worden. Dus daar zouden we heel graag van deunanimiteit af willen. Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn. We moetendat gesprek blijven voeren, maar de kans dat we dat snel geregeldhebben, is beperkt. Daar is een verdragswijziging voor nodig. En voor eenverdragswijziging is unanimiteit nodig. We kijken in samenspraak metandere lidstaten wanneer mogelijkheden zich voordoen om hier stappenop te zetten.Voorzitter. Ik ga nu aankomen bij het blokje interne hervormingen.De voorzitter:Voordat u dat gaat doen, zie ik een interruptie. Ik weet niet wie eerder was,de heer Van Houwelingen of de heer Van der Lee. Eerst de heer Van derLee.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41312 De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):Toch nog even die vetodiscussie. Ik snap dat er ultimo een verdragswij-ziging nodig is, maar ook daar zitten dingen tussen. Je zou ook eenpolitiek akkoord met elkaar kunnen sluiten: we maken er geen gebruikvan. Voordat je toekomt aan een verdragswijziging, gaat het heel langduren, als het ooit nog eens gebeurt. Daar zitten namelijk heel veel anderedingen aan vast. Wordt er ook naar dat soort tussenvormen gekeken?Minister Berendsen:Wij bekijken natuurlijk de opties. Ik denk ook dat we in gezamenlijkheidkunnen concluderen dat dit soort discussies met het aantreden van denieuwe Hongaarse regering wellicht weer nieuwe energie en een nieuwmomentum kan krijgen. Rekent u er dus maar op dat daar waar dit kabinetin gezamenlijkheid met andere partners kan inzetten op het zetten vanstappen in dezen, wij dat zeker niet zullen nalaten. Dat neemt niet weg dathet een gevoelige discussie is, maar tegelijkertijd zijn er ook weer kansen,bijvoorbeeld in de toetredingsverdragen. Zo voeren we bijvoorbeeld tenaanzien van Montenegro ook de vetodiscussie, zodat we in ieder gevaldoor nieuwe lidstaten, als ze dan eindelijk toetreden, niet in dezelfdepositie gebracht kunnen worden. Dat soort stappen zouden kunnenhelpen.De voorzitter:Dan geef ik nu het woord aan de heer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ik heb eigenlijk een rappelleervraag, want ik heb de Minister in mijn eerstetermijn gevraagd hoe het kan dat wij in antwoord op Kamervragen tehoren krijgen dat het ministerie niet wil zeggen of en hoe vaak bijvoor-beeld afgelopen jaar een veto is ingezet, of met inzet ervan is gedreigd,door Nederland in de onderhandelingen. Wij krijgen dan als Kamer tehoren dat dat vertrouwelijk is. Hoe kan dat zo zijn? Dat kan toch nietvertrouwelijk zijn? Dat is een vraag die ik al heb gesteld in mijn eerstetermijn.Minister Berendsen:Ik herinner mij die vraag inderdaad. Het dreigen met een veto ... Laat ikhet anders zeggen. Onderhandelen in Europa is een uitdaging, omdat wijop ieder moment de Nederlandse belangen willen vertegenwoordigen,daarop inzetten en vervolgens voldoende druk op onze onderhandelings-partners willen zetten, op het juiste moment en met de juiste middelen,om daar ook beweging in te krijgen. Dat doen wij als Nederland, insamenwerking met uw Kamer, dan ook nog in een grote mate vantransparantie, wat ons niet altijd helpt in onze onderhandelingen inBrussel, omdat wij ons regelmatig in de kaarten laten kijken over onzepositie en waartoe we bereid zijn. Maar feitelijk houden wij helemaal nietbij hoe vaak wij met een veto dreigen, want wat definieer je als «dreigenmet een veto»? Wat wij doen in onze onderhandelingen, is aangeven watonze argumenten en wat de Nederlandse belangen zijn. Het is aan deonderhandelingspartner om te wegen wanneer ze met ons mee moetenbewegen en wanneer ze dat niet hoeven te doen.De heer Van Houwelingen (FVD):Oké, dank. Ik denk wel dat dat te definiëren valt, maar oké. Wanneer is hetveto dan ... Ik heb het niet over de huidige onderhandelingen, hè, maarover de afgelopen vijf jaar. Kan de Minister één voorbeeld geven waarbijNederland het veto heeft ingezet? Is daar één voorbeeld van te geven? Datis de vraag die ik heb.Minister Berendsen:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41313 Er is een verschil tussen ... Misschien is het een definitiekwestie, maar erzijn natuurlijk een aantal onderwerpen waar niet alleen het vorige kabinet,het kabinet daarvoor en het kabinet daar weer voor, maar echt iedereen ...Er zijn besluitvormingsprocedures waarvan iedereen weet: wij komen hieralleen in unanimiteit uit. Als gedurende dat proces duidelijk wordt dat eenvan de lidstaten niet tevreden is met de uitkomst, dan is dat de facto – laatik het maar zo zeggen – het mogelijk inzetten van het veto dat die heeft,om te komen tot unanimiteit in de besluitvorming. De meerjarenbegrotingis daar een voorbeeld van. Daar wordt nachtenlang over vergaderd. Wat isde reden dat er nachtenlang over vergaderd wordt? Dat er ergenslidstaten nog niet tevreden zijn met de uitkomst. Daar is Nederlandnatuurlijk ook meerdere keren onderdeel van geweest.De voorzitter:U vervolgt uw beantwoording.Minister Berendsen:Interne hervormingen. Uiteindelijk gaat EU-uitbreiding niet alleen over devraag of kandidaat-lidstaten klaar zijn om toe te treden tot de EuropeseUnie en of ze voldoen aan alle voorwaarden. Het gaat ook om hetabsorptievermogen van de Europese Unie: is de Europese Unie klaar ommeer lidstaten toe te laten treden? De Europese Unie, van 6 landengegroeid naar 12 en inmiddels naar 27, functioneert natuurlijk anders danzoals we haar bedacht hadden. Verdere uitbreiding heeft ook impact ophet functioneren. We moeten nadenken en stappen zetten om deslagkracht van de Europese Unie te behouden. De Europese Unie moetdus ook nadenken over de hervormingen die we zelf moeten doorvoerenom die uitbreiding mogelijk te maken. Dat moet parallel aan het uitbrei-dingsproces gebeuren. Daarvoor wachten we op de beleidsevaluatie vande Commissie. U kunt erop rekenen dat Nederland erop aandringt datdeze ook snel verschijnt, want die is wel de basis voor de discussie die wesamen moeten voeren. Wat Nederland betreft gebeurt het langs viersporen. Er zijn dus vier sporen waarlangs de Europese Unie zich moetvoorbereiden op die verdere uitbreiding: waarden, beleid, begroting enbestuur. Bij al deze punten moet eigenlijk het handelingsvermogen van deEuropese Unie centraal staan.Toetredingsverdragen en de waarborgen die we daarbij opgenomenwillen hebben, hebben we net besproken. Voorzitter, dat ga ik nietherhalen, want dat hebben we besproken.Gerelateerd aan dat blokje waren er vragen over de toekomstigetoetredingsverdragen. Ik heb die zojuist al naar voren gehaald in dediscussie over graduele toetreding. Dat onderwerp hebben we ookbehandeld.De heer Klos vroeg iets wat we ook in dit blokje gecategoriseerd hebben.Hij vroeg naar die Europese Unie van verschillende snelheden. Laatduidelijk zijn dat dit kabinet een voorstander is van een EU met meerderesnelheden. Dit kabinet wil mee aan het stuur zitten bij belangrijkeontwikkelingen, bij dingen die wij belangrijk vinden. We willen een stip ophorizon zetten bij de vraag waar de Europese Unie op bepaalde onder-werpen heen moet. Dat betekent dat je moet samenwerken inkopgroepen, en dat willen we ook actief invullen. Een goed voorbeeld iswat we zojuist bespraken: hoe gaat uitbreiding er in de toekomst uitzien?Dat is ook het thema van dit debat. Dat is een kopgroep waar we in willenzitten. We willen mee aan het stuur zitten.Er zijn lidstaten die daar soms misschien wat zorgen over hebben, in dezin van «krijg je dan een Europese Unie van A- en B-landen et cetera?» Wemoeten echter vooruit, en dit is de manier om vooruit te gaan. Datbetekent dat dit kabinet daarvoor kiest.Voorzitter. Dan werden er ook nog vragen gesteld over de WestelijkeBalkan en over IJsland. Er zijn een aantal landen van de Westelijke BalkanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41314 die zelfs ook significante voortgang boeken. Montenegro is daar eenvoorbeeld van; het is een eind op weg om hoofdstukken te sluiten. MetAlbanië zijn er in de afgelopen periode ook een aantal onderhandelings-clusters geopend. Ik heb hier recent ook vrij uitgebreid met CommissarisKos over gesproken. Het is natuurlijk ook een interessante ontwikkelingdat we aan de noordkant van ons continent inmiddels ook landen zien dieoverwegen om eventueel EU-lidmaatschap aan te vragen. IJsland is daarnatuurlijk een voorbeeld van. Er is een referendum in augustus. Een vanmijn voorgangers heeft weleens in een speech aan een Duitse universiteitgezegd dat we ons in de uitbreidingsdiscussie nu altijd richten op devraag of landen er wel klaar voor zijn om toe te treden, maar dat we onsook moeten richten op de vraag hoe we een Europese Unie kunnenworden waar dat soort landen – denk aan IJsland, Noorwegen enZwitserland – bij kunnen willen horen.Ik denk dat we op dit moment vooral geholpen worden door eenveranderende wereldorde en door een crisis in de wereld die wij lieverniet zouden zien. Ik vind het op zich een heel mooi teken dat hierin voordie landen ook tot uitdrukking komt dat we elkaar nodig hebben.Uiteindelijk staan we samen sterker. Zeker landen als IJsland enNoorwegen zouden de EU echt sterker maken, zowel met stevigeeconomieën als met hun strategische ligging.Door de heer Van der Lee werd gevraagd wat voor stappen er nodig zijnvoor Albanië en Montenegro. Montenegro is in de fase van het ondervoorbehoud sluiten van hoofdstukken. Het heeft de hoogste mate vanvoorbereiding op EU-lidmaatschap. Momenteel zijn 14 van de 35 hoofd-stukken gesloten. Sinds december zijn er zeven hoofdstukken ondervoorbehoud gesloten. Vrij verkeer van kapitaal ... Ik kan de inhoudopnoemen, maar u weet waar het over gaat. Dit jaar beginnen deonderhandelingen over het toetredingsverdrag. Ik heb al aangegeven hoebelangrijk we dat vinden en dat we dat als kabinet als kans zien om dediscussie daarover te voeren. Met Albanië zijn in anderhalf jaar alle zes declusters geopend. Er zijn nog geen hoofdstukken gesloten. Voordat diefase ingaat, dient er eerst een positieve weging van de voortgang op hetgebied van de rechtsstaatcriteria plaats te vinden. Albanië heeft hervor-mingen doorgevoerd voor anticorruptie, met het doorlichten van rechters.Die hervormingen moeten zich uiteindelijk vertalen in een onafhankelijkerechterlijke macht, minder corruptie en de aanpak van georganiseerdemisdaad. Daar zetten wij als Nederland ook op in. In beide landen is hetecht van belang dat het hervormingsproces doorgaat, met name op hetgebied van de rechtsstaat. Dat vinden wij gewoon een belangrijkonderwerp.Mevrouw Becker had nog een vraag gesteld over de Europese veilig-heidsraad. Dat idee ziet het kabinet zitten. Ik denk dat het belangrijk is omop die manier verder samen te werken aan de veiligheid van onscontinent. Dat idee blijven we ter sprake brengen bij onze collega-lidstaten. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat op dit moment nogweinig tractie krijgt. Dat is natuurlijk ook onderdeel van de discussie overde NAVO: welke rol heeft de Europese Unie op het gebied van veiligheid,hoe geven we de Europese pijler onder de NAVO vorm en welke struc-turen zijn daarvoor nodig? We hebben nog wat werk te verrichten omduidelijk te maken wat de toegevoegde waarde daarvan is ten opzichtevan Europese Raad in de Europese Unie. Wellicht kunnen we onze kennisen creativiteit daar gezamenlijk voor inzetten. De coalition of the willing iseen belangrijk instrument dat we op dit moment hebben, zeker als hetgaat om Oekraïne.De heer Klos heeft daar destijds een motie over ingediend; dat is nu mijntijdsaanduiding, maar u weet zelf wanneer dat was. Dit is ook hetantwoord op de vraag hoe het kabinet invulling geeft aan zijn motie. Hierblijven we dus mee doorgaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41315 Hier had ik de vraag van de heer Van Houwelingen over hoe het Neder-lands belang gewogen wordt, maar dat hebben we al besproken.De heer Stöteler vroeg in de eerste termijn of het niet uit de hand gelopenis met speculatie over Canadees lidmaatschap. Er is op dit moment geensprake van een eventueel Canadees lidmaatschap. Een basisvoorwaardeis immers ook dat het een Europees land moet zijn. Canada is geenEuropees land. Het is voor mij geen parate kennis, maar ik heb me latenvertellen dat in 1987 Marokko op basis van die criteria is geweigerd. Dat isop dit moment dus gewoon niet aan de orde.De heren Stöteler, Vermeer en Van Dijk vroegen waarom Georgië enTurkije nog kandidaat zijn. De onderhandelingen met Turkije zijn bevrorenen de banden worden weer aangehaald. Er is gevraagd hoe we onsopstellen ten opzichte van Turkije. Ik ben vorige week in Turkije geweest.Toen heb ik gesproken met mijn collega daar. We hebben als Nederlandnatuurlijk aan de ene kant zorgen over de rechtsstaat en de mensenrech-tensituatie daar. Daar spreken we Turkije ook op aan. Tegelijkertijd isTurkije, met de wereldorde waarin we ons bevinden en de bestaandeveiligheidsrisico’s, natuurlijk ook gewoon een belangrijk buurland, eenpartner van de EU en een NAVO-bondgenoot. In het optimistische enrealistische buitenlandbeleid dat wij voorstaan, betekent dat dat we debanden met dit soort landen goed houden. We benadrukken wat onsgezamenlijk belang is, maar in het gezamenlijk belang en in het belangvan de relatie spreken we elkaar aan op zorgen die we hebben. Maar zekerin de huidige geopolitieke situatie hechten we aan een goede band metTurkije, wetende dat we ook over een aantal zaken van meningverschillen. De toetredingsonderhandelingen met Turkije liggen effectiefstil sinds 2018. Ik verwacht daarbij wat betreft verdere toetredingvoorlopig niet heel veel beweging. Met Georgië is het EU-toetredings-proces ...De voorzitter:Er is een interruptie van de heer Stöteler. Dat is zijn laatste interruptie.De heer Stöteler (PVV):Ja, I know. De Minister geeft geen antwoord op de vraag, namelijk:waarom worden die landen niet gewoon geschrapt van de kandidaten-lijst? Dan krijgen we hele verhandelingen over buitenlandbeleid en datrelaties met landen als Turkije belangrijk zijn. Dat zal allemaal wel. Ja, hetis een NAVO-bondgenoot en, ja, de relaties moeten goed zijn, maar datkan ook met andere verdragen. Daar heb je geen EU-lidmaatschap voornodig. Als je buitenlandbeleid wil inzetten om de relatie met Turkije goedte houden, moet je Turkije zeker geen lid maken van de Europese Unie.Dan geldt er namelijk weer binnenlandbeleid. Je moet ze dan ook in hetbuitenlandbeleiddomein houden. Dus waarom schrapt u die landen nietgewoon van de kandidatenlijst? Kan dat niet? Welke reden zit erachter omdat niet gewoon te schrappen?Minister Berendsen:Dat heeft meerdere facetten. Een belangrijke is dat Turkije zichzelf nietterugtrekt als kandidaat-lid. Turkije is officieel kandidaat-lid en datbetekent dat we ze als kandidaat-lid beoordelen aan de hand van detoetredingscriteria. En op basis daarvan is er geen voortgang in hetproces. Ik denk dat de heer Stöteler en ik elkaar wel kunnen vinden op deandere manieren die er zijn om met Turkije samen te werken zonder datdat iets betekent voor het toetredingsproces en de verdere toetreding vanTurkije tot de Europese Unie. Op dit moment ligt het effectief stil. Ik hoopdat we er in de toekomst gewoon een structurele oplossing voor vinden,want ik voorzie niet dat Turkije heel snel stappen gaat zetten richtingverdere toetreding in de Europese Unie. Tegelijkertijd zie ik ook het belangvan goede samenwerking met Turkije, maar dat zal wellicht een andereTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41316 vorm moeten krijgen dan het lidmaatschap van de Europese Unie, zekerook gezien de lange tijd dat het proces inmiddels stilligt.Georgië. Het EU-toetredingsproces met dit land is de facto tot stilstandgekomen. De Europese Commissie heeft dat ook bevestigd. Dat geldt ookvoor Turkije, maar in het uiterste geval kan met consensus en door hetaannemen van conclusies de kandidaatstatus van Turkije en Georgiëingetrokken worden. Maar daar is nu geen consensus over en dat heeftalles te maken met de wens van de kandidaat-leden zelf.De heer Vermeer heeft een vraag gesteld over Europees geld voor delandbouw. Turkije zou dergelijk geld ontvangen. Nou, Turkse boerenontvangen geen directe steun van de Europese Unie. Wel helpen we methet instrument Pre-Accession Assistance for Rural Development, eenprogramma dat helpt met verduurzaming en het voldoen aan Europesestandaarden. Op die manier kan geld wel aangewend worden. Maar op ditgebied zijn wij juist voorstander van steun aan Turkije, want dat ligt juistop terreinen van wederzijds belang.Ik wil daar in antwoord op een andere vraag van de heer Vermeer nog weliets aan toevoegen. Hij is niet meer aanwezig, maar ik kan me welvoorstellen dat dit geleid zou hebben tot een interruptie, gezien dediscussie die wij net hadden. Ik wil daar iets aan toevoegen in verbandmet de impact van de uitbreiding op de landbouw. Als het gaat overOekraïne en over de zorgen over Turkije, wil ik dit wel even genoemdhebben. Bij de toetredingsonderhandelingen houden wij natuurlijk ookrekening met de kenmerken van de agrarische sector in kandidaat-lidstaten en gerelateerde uitdagingen op dat gebied. Ook houden werekening met de impact daarvan op onze agrarische sector. Uiteindelijk ishet natuurlijk wel zo dat als landen willen toetreden tot de Europese Unie,zij moeten voldoen aan de productstandaarden die wij stellen en destandaarden die wij stellen op het gebied van productieomstandigheden.Daar zijn wij waakzaam op en daar zullen wij ook waakzaam op blijven.De heer Stöteler had een vraag over het bestempelen van desinformatieen factchecken. Hij zei dat dat geen bevoegdheid van overheden zoumoeten zijn. «Waarom heeft Nederland dan toch de trustedflaggerstatusvolgens een Amerikaans rapport?» Nou, dat klopt niet. De EuropeseCommissie kan deze status ook niet verlenen binnen de DSA. Wel heefthet Ministerie van Binnenlandse Zaken vrijwillige afspraken gemaakt metde platformen X, Meta, TikTok en Snapchat. Het gaat dan om het metprioriteit behandelen van meldingen van het ministerie gedurende deverkiezingsperiode. Hierbij blijft het platform te allen tijde zelf verantwoor-delijk voor de afhandeling en de beoordeling van de melding die gedaanwordt in relatie tot de geldende regelgeving en de gebruiksvoorwaarden.Binnenlandse Zaken heeft via deze kanalen geen bevoegdheid om contentte laten verwijderen. Minister Heerma heeft overigens op 12 maartjongstleden vragen hierover van de Kamer beantwoord.De heren Van Dijk en Vermeer hebben vragen gesteld over het onderzoekvan het CPB naar de verwachte migratie bij toetreding van landen uit deWestelijke Balkan. Het CPB geeft in het onderzoek aan dat de geschattemigratiestijging ten opzichte van het jaarlijkse migratiesaldo en tenopzichte van eerdere EU-uitbreidingen met landen als Polen, Roemenië enBulgarije relatief beperkt zou zijn.Dat neemt niettemin niet weg dat migratie een belangrijk onderdeel is vanhet werk van dit kabinet. We willen hier namelijk goed voorbereid zijn opwat er eventueel in de toekomst op ons af zou kunnen komen. Zojuisthebben we in verband met eventuele nieuwe toetredingsverdragen ookeven besproken dat we ook kijken of er net als in het verleden overgangs-maatregelen nodig zijn voor vrij verkeer van werknemers en vrij verkeervan diensten. Zouden we het wellicht tijdelijk moeten beperken op basisvan de informatie die we hebben en als de aantallen zo zijn dat die datnoodzakelijk maken?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41317 De heer Van Houwelingen stelde een vraag over de Eurobarometer enover zijn kritiek op het onderzoek. Wij vinden kwalitatief hoogwaardigopinieonderzoek natuurlijk belangrijk en daar hoort verantwoording overde methodologie bij. De Eurobarometer legt ook verantwoording af overdie methodologie. Maar goed, het kabinet baseert zich niet alleen op deEurobarometer, maar, net als denk ik vele collega’s in de Kamer, ook opveel meer onderzoeken, opiniepeilingen en beleidsstukken. We gebruikenook beleidsstukken, Kamerbrieven en stukken waarin verschillendeperspectieve terugkomen en stukken die herleidbaar zijn naar de bron.Dus de Eurobarometer is een van de vele methodes die er zijn.De heer Van Houwelingen (FVD):Dit kan dus echt niet. De Eurobarometer is niet zomaar een onderzoek. Hetwordt om de zoveel tijd aangehaald. Het staat ook heel vaak genoemd inKamerbrieven, want het is een heel dominant onderzoek. Het wordtbijvoorbeeld gebruikt om uitbreiding te legitimeren. Maar er zijn dus helegrote problemen mee.Ik heb hier een stapel onderzoeken liggen en die heb ik ook uitgebreidaangehaald. Ik heb die ook in mijn schriftelijke vragen aan het ministeriedoorgegeven. Je kunt dan drie dingen doen, hè? Je kunt zeggen «diekritiek klopt niet» en dan ga je dat onderbouwen. Of je zegt «de kritiekklopt» en dan stop je met het onderzoek. Of je zegt dat je het uit gaatzoeken. Die drie mogelijkheden zijn er, maar het ministerie zegt nu weer:«We gaan er verder niet op in, maar we blijven wel het onderzoekgebruiken. We gaan er verder niks mee doen». Dat is wat ik de Minister nuook hoor zeggen. Maar dat kan toch niet? Dat is toch geen opstelling? Ofje gaat er wat mee doen of je gaat er niets mee doen, maar je kunt nieteen vervuild onderzoek aan blijven halen en naar de Kamer blijven sturen.Minister Berendsen:Ik denk dat de mening van het kabinet over de kwaliteit van het onderzoekvan Eurobarometer verschilt met die van de heer Van Houwelingen. Zezijn in ieder geval transparant over de methodologie. Als daar dingen aanverbeterd kunnen worden, dan is Eurobarometer, denk ik, de eerste diedat wil verbeteren, omdat ze juist met dit soort opiniepeilingen serieusgenomen willen worden. Als er veel kritiek zou zijn en als er terechtekritiek zou zijn op de manier waarop ze dat doen, dan zou het niet meerserieus genomen worden en dan zou het ook niet meer gebruikt wordenin de stukken en de informatie rond beleid. Tegelijkertijd denk ik dat hetgewoon heel belangrijk is om op te merken dat dit slechts een van de velevormen is en dat we ons natuurlijk ook op allerlei andere bronnenbaseren. En we gebruiken het zeker niet om iets te legitimeren.De voorzitter:Uw laatste interruptie, meneer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Ja, mijn laatste. Dat is dus niet het geval. Er is heel veel onderzoek naargedaan. Ik heb het hier allemaal naast me liggen en in dat onderzoekzeggen wetenschappers: het is propaganda, het is desinformatie.Natuurlijk blijft de Europese Commissie het gebruiken, omdat het zonnigebeeldvorming oplevert voor de EU. Die blijven dat dus wel gebruiken. Ikgeef dat allemaal aan. Dan moet je daar als Minister achteraan gaan of jemoet stoppen met de Eurobarometer. Maar je kunt hier dan niet eenbeetje gratuit zeggen: «Joh, de Eurobarometer is maar een van de veleonderzoeken. Die kunnen we blijven gebruiken. Het zal wel goed zijn.»Maar het is niet goed. Als de Minister van mening is dat het wél een goedonderzoek is, dan hoor ik graag onderbouwd waarom al die studies nietkloppen. Maar dat gebeurt dus ook niet. Het is echt heel problematisch.Waarom zou ik het ministerie nog vertrouwen als er zo met onderzoekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41318 wordt omgegaan? Dat is toch geen houding. Ik ben zelf onderzoekergeweest en ik had dat toen zo moeten doen! Daarom nogmaals de vraagof de Minister er wat mee gaat doen. Het minste wat ik verwacht, is dathet ministerie dit gaat uitzoeken en de Europese Commissie gaat vragenhoe het zit met die onderzoeken. Het ministerie moet bij dat onderzoek-bureau verhaal gaan halen. Dat is het minste. Of het ministerie moet meteen onderbouwd verhaal naar mij toe komen waaruit blijkt dat ditonderzoek niet klopt.Minister Berendsen:Ik denk dat onze meningen gewoon verschillen. Dit is opinieonderzoek,naast vele andere bronnen die er zijn om uit te vinden wat de opinie vanmensen is en hoe ze hiernaar kijken. Daar hebben we de Eurobarometervoor, maar nationaal en internationaal zijn daar meerdere onderzoekennaar gedaan. De Eurobarometer is een van de bronnen die we gebruiken.En nogmaals, ik denk dat dit soort opinieonderzoekers zelf de kritiek, alsdie er is, toch zich moeten nemen. Ze moeten eventuele kritiek zelfwegnemen, want zij willen zelf geloofwaardig zijn. Ik denk dat daaruiteindelijk de belangrijkste motivatie zit voor dit soort onderzoeken.Voorzitter. Ik ben aangekomen bij een lege bladzijde. Ik kijk dus even naarde Kamerleden of zij het gevoel hebben dat er nog vragen zijn die ik nietheb beantwoord. Ik heb er in ieder geval een hoop gehad.De voorzitter:Goed. Ik weet uit ervaring dat Kamerleden altijd vragen hebben, maar wezijn aan het einde gekomen van de eerste termijn van de zijde van deKamer. Nee, ik moet het anders zeggen. Dit was de eerste termijn van deMinister. We gaan gelijk door met de tweede termijn van de Kamer. O, eris een punt van orde.De heer Van Houwelingen (FVD):Hoeveel tijd hebben we in de tweede termijn?De voorzitter:U heeft 1 minuut en 20 seconden, en ik ga u daar ook echt aan houden.Dan geef ik nu het woord aan mevrouw Becker van de VVD.Mevrouw Becker (VVD):Dank u wel, voorzitter. Dank aan de Minister dat hij, ondanks zijn drukkeagenda, waarbij hij het besef van tijd soms misschien een beetjekwijtraakt omdat hij de hele wereld over vliegt, hier aanwezig is om metons over dit belangrijke onderwerp te spreken.Zijn houding ten aanzien van dit onderwerp spreekt mij aan. Hij heeft eenrealistische opstelling, maar benadrukt ook dat we strikt, fair en betrokkenmoeten blijven en op merites moeten blijven beoordelen. Hij noemde ookde welwillendheid om als Nederland in een kopgroep te zitten om tekijken hoe we op een meer graduele manier die toetreding voor elkaarkunnen krijgen. Er valt nog veel meer over te vragen, bijvoorbeeld overhoe die verdragen er precies uit zouden zien. Daarom denk ik dat het heelgoed is om als Kamer, in aanloop naar wat we in juni zouden krijgen, deMinister hierover toch een uitspraak mee te geven voor de uitwerkingdaarvan. Daarom zou ik bij dezen in ieder geval graag een tweeminuten-debat willen aanvragen.Ik heb voor nu verder geen vragen aan de Minister.Dank u.De voorzitter:Dank, mevrouw Becker. Dan gaan we nu verder met de heer Stöteler vande PVV.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41319 De heer Stöteler (PVV):Voorzitter. Ik heb ook geen vragen meer aan de Minister. Complimentendaarvoor, meneer de Minister. Maar hij heeft ook drie weken de tijd gehadom alles nog een keer door te nemen en erover na te denken, dus het wasniet zo gek dat hij op een of andere manier op alle vragen een antwoordhad.Maar nu het tweeminutendebat is aangekondigd, ga ik toch een paarmoties indienen. Het is toch gek dat de Europese Unie kennelijk geenkandidaat-lidstaten kan schrappen van de kandidatenlijst. Het is toch gekdat dat alleen maar kan gebeuren als een kandidaat zichzelf terugtrekt?Als dat wel kan – de Minister schudt nu nee – dan heeft hij net eenincompleet antwoord gegeven. Misschien kan hij daar in zijn tweedetermijn nog op terugkomen. Als dat wel kan, kan ik meteen een motieindienen om in ieder geval Turkije van de kandidatenlijst te schrappen enom daar bij de Raad op aan te dringen.Als mevrouw Becker er niet mee komt, zal ik mogelijk ook nog een motieindienen met betrekking tot de burenrelatie aan de oostelijke kant. DeMinister en ik zijn het wel met elkaar eens dat je een goede verstand-houding en goede afspraken met je buurlanden moet hebben, dus daarmoeten we maar op inzetten.Voorzitter, tot slot. Als de Minister gaat werken aan een plan voorgraduele toetreding, dan graag ook een plan voor graduele uittreding.Dank u wel.De voorzitter:Dank, meneer Stöteler. Dan geef ik nu het woord aan de heer Klos vanD66.De heer Klos (D66):Dank, voorzitter. Dank aan de Minister voor de beantwoording. Ik zie eenMinister die de ambitie heeft om te hervormen en te leiden in de EuropeseUnie. Dat spreekt ook mij zeer aan, zeker wat betreft dit onderwerp,waarvoor dat broodnodig is, omdat de frustratie over het toetredings-proces hoog oploopt in landen die graag bij de Europese Unie willenhoren. Als wij hen geen perspectief daarop geven, kunnen zij ook inhanden van Rusland en China vallen. De Nederlandse hervormingen opdat vlak en de haast daarbij worden zeer gewaardeerd.Het is jammer dat we vandaag nog niet over een concreet plan kondendebatteren. Ik hoop dat dat in de toekomst kan. Daarom volledige steunom daar een tweeminutendebat aan te wijden.Het komt niet zo heel vaak voor dat je in de eerste en tweede termijn vaneen debat een compleet veranderde dynamiek hebt. In de eerste termijnwas Orbán nog aan de macht en in de tweede termijn, of althans in detweede fase van dit debat, niet. Dat zorgt echt voor een andere dynamiekin het toetredingsproces. Daar gaat mijn laatste vraag over. Hoe kijkt hetkabinet naar de situatie in Servië en Bosnië? Een van de dingen waarOrbán in is geslaagd, hetzij via Várhelyi, hetzij via de Europese Raadscon-clusies, is dat de Europese Unie tot nu toe met vrij fluwelenhandschoenen is omgegaan met zowel Servië als Bosnië. Wat gaatNederland doen om er in deze nieuwe situatie voor te zorgen dat deelementen die wat autocratischer zijn daar meer worden bestraft en nietalleen maar worden beloond?De voorzitter:Oké. Dan geef ik nu het woord aan de heer Van der Lee van GroenLinks-PvdA.De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):Hartelijk dank. Ook dank aan de Minister voor de antwoorden. Ik benpositief ... Nou, ik ben niet verrast, maar ik ben blij met wat hij allemaalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41320 heeft gezegd over gradueel lidmaatschap. Ik ben ook blij met detoezegging dat we al in juni meer inzicht krijgen in de gedachten daarover– is er een kopgroep, en waar wil hij naartoe? – zodat wij dat proces ookkunnen meemaken. Verder snap ik goed dat strikt, fair en betrokkenovereind blijft staan, maar is het daarmee ook strategisch, of in iedergeval gericht op het borgen van vrede? Ik zou de Minister willen aanradenom daar nog eens over na te denken. Het is misschien helemaal nietslecht om een vierde criterium toe te voegen.Daarnaast nog even over de Europese veiligheidsraad. Ik snap decomplexiteit daarvan, ook gelet op de NAVO. Is het misschien goed omhier iets anders naar te kijken, en misschien te denken in termen van deeconomische weerbaarheidsgraad? Kijk, als je strategische autonomie wiltveiligstellen voor je energievoorziening, je infrastructuur en je economieals geheel, moet je soms keuzes maken die indruisen tegen wat er op dekorte termijn handig, betaalbaar of in ieder geval voor de hand liggendzou zijn. Iets meer countervailing power op het versterken van deeconomische weerbaarheid lijkt me binnen het construct van de EuropeseUnie echt wel verstandig. Dat hoeft niet per se weer die militaire kant tezijn. Ik hoop dat de Minister ook eens naar die kant zou willen kijken.Dank u wel.De voorzitter:Ik ben een beetje ruimer omgegaan met de tijd, want de een is wat korteren de ander wat langer. Nee, meneer Van Houwelingen, we proberen hetwel binnen die 1 minuut 20 te houden! Ik ken u. U heeft het woord.De heer Van Houwelingen (FVD):Dank. Dank ook voor de beantwoording. Die was een beetje teleurstellend.Wanneer wordt het Nederlandse belang nou gewogen in het toetredings-proces, was mijn vraag. Het antwoord was: dat gebeurt gelijk, en tijdenshet hele proces. Dat is niet zo. Het is een technocratisch proces met diehoofdstukken. Daarin kunnen wij als Kamer het Nederlandse belang opgeen enkel moment wegen, volgens mij.Dan het veto. Ik vroeg om een voorbeeld van een moment waarop hetvetorecht is ingezet, omdat ik de indruk heb dat dit niet snel gebeurt. Ikhoop dat de Minister in zijn tweede termijn echt nog met een voorbeeldkan komen van een voorstel dat het niet gehaald heeft omdat Nederlandzijn veto heeft gebruikt. Het mag elk voorbeeld zijn uit de afgelopen tienjaar. Ik heb het nog niet gehoord.Dan mijn grote zorgpunt. Die Eurobarometer is heel belangrijk, en hetgaat mij vooral om de houding van het ministerie. Dat onderzoek deugtniet. Ik heb daarvan allemaal voorbeelden gegeven. Dan verwacht je datde Minister zegt dat hij het gaat uitzoeken of dat hij de voorbeeldenweerlegt en uitlegt waarom het onderzoek wél deugt. Dat is mijn laatsteverzoek. Ik vraag hier om een brief waarin wordt uitgelegd waarom al diekritiekpunten en al die onderzoeken die aantonen dat de Eurobarometerniet deugt, niet kloppen. En als die kritiek niet weerlegd kan worden, watik vermoed, wil ik dat het ministerie op z’n minst zegt «we gaan niet meerverder met de Eurobarometer» of «we gaan naar de Europese Commissietoe om het onderzoek te verbeteren». Als die brief er niet komt en deMinister straks weer zegt dat hij er niks aan gaat doen, dan dien ik wel eenmotie van wantrouwen in, al zal die het niet gaan halen. Dat is namelijkzó’n laakbare houding. Dat is zó laakbaar. Wat is dit voor een ministerie,als het zo omgaat met kritiek, dus als het de oren ervoor sluit? Dat kanecht niet.De voorzitter:Dank, meneer Van Houwelingen. Dan kijk ik naar de Minister. Kunt u gelijkdoor met de beantwoording, Minister? Ja, zie ik. Dan gaan we gelijkverder met de beantwoording.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41321 Minister Berendsen:Dank. En dat ligt natuurlijk niet aan de kwaliteit van de vragen, want die isnatuurlijk heel goed. Het ligt eraan dat deze Minister nog steeds goed inde energie zit om met u de discussie voort te zetten.De heer Stöteler verwees even naar Turkije. Inderdaad heb ik in het stukjewaarin we het hadden over Turkije de aandacht gevestigd op het feit dateen kandidaat-lid zichzelf kan terugtrekken en dat dit in het kader van degoede relaties, die we ook willen behouden met Turkije, wel eenonderdeel is van de afweging die je maakt. Vervolgens ging het even overGeorgië. Daarbij heb ik aangegeven, ook in algemene zin – dat geldt dusook voor Turkije – dat het kan van de kant van de Europese Unie, maar dater dan wel consensus, unanimiteit, in de Raad moet zijn. Voor zowel dekandidaatstatus van Turkije als die van Georgië is die unanimiteit er niet.Dus het kan wel, maar ik zie het niet gebeuren. Dat is het eigenlijk.De heer Stöteler (PVV):Pleit Nederland daar dan wel voor in beide gevallen?Minister Berendsen:Nee, daar pleit het kabinet niet voor. Ik heb zonet uitgebreid aangegevenhoe ik aankijk tegen de relatie met Turkije. Dat gaat met name om devraag hoe we in de toekomst goed gezamenlijk kunnen samenwerken.Maar nu eenzijdig zeggen «we schrappen jullie van de lijst», terwijl Turkijenog de wens heeft om in dat proces te zitten, zou ik voor de relatie ookzeker niet verstandig vinden.De voorzitter:De heer Stöteler, kort.De heer Stöteler (PVV):Daar hebben we het dan antwoord voor meneer Van Houwelingen. Hierspreekt Nederland een veto uit over het schrappen van Turkije alskandidaat-lidstaat. Daar ligt Nederland dus voor. Dan ga ik een motieindienen om dat standpunt van het Nederlandse kabinet maar eens teveranderen.Minister Berendsen:Voorzitter. De heer Klos ging nog even in op Servië en Bosnië. Bij Serviëblijven de zorgen over de rechtsstaat bestaan. We zien ook onvoldoendeaansluiting met ons Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid,met name op het gebied van sancties tegen Rusland en de dialoog metKosovo. Nederland blijft kritisch ten aanzien van stappen op toetreding.Hoe stevig wij staan in de criteria voor eventuele volgende stappen, maaktuiteindelijk ook hoe we ons verhouden tot Servië.Wat betreft Bosnië zien we zwakke overheidsstructuren, ook vanwege deoorlog en het Daytonakkoord. De positie van een deelstaat is zorgelijk.Wat betreft het toelatingsproces zijn stappen ook daar lastig. We hebbendaar zorgen over. In de eerste plaats vertaalt dat zich in het feit dat er geenvoortgang is in het toetredingsproces. Tegelijkertijd wil je op allemogelijke manieren in samenwerking druk uitoefenen om niet deverkeerde kant op te gaan – laat ik het even zo zeggen – omdat zij voorons wel degelijk van strategisch belang zijn en eventuele andereinvloeden niet in ons belang zijn.Ik krijg nog een voorbeeld van een veto toegespeeld door mijn onder-steuning. Dat is dan de cliffhanger voor het laatste stukje.De heer Van der Lee gaf ook nog de suggestie voor een economischeweerbaarheidsraad. Nou weet ik niet of we het allemaal institutioneelmoeten maken. Ik denk dat juist die economische weerbaarheid natuurlijkessentieel is; daar vinden we elkaar. Die is continu onderdeel van heelveel Raden die op dit moment plaatsvinden, zowel op het gebied vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41322 economie als op het gebied van veiligheid, en bijvoorbeeld ook van dediscussie die we nu voeren over het MFK. Juist het MFK zou wat ditkabinet betreft gericht moeten zijn op die grote uitdagingen waar we voorstaan die ons ook weerbaarder maken, namelijk veiligheid, energie,kritische grondstoffen, concurrentievermogen ... Dat heeft allemaal temaken met die weerbaarheid. Ik waardeer de suggestie. Het kabinet zalniet gaan pleiten voor die raad, maar absoluut wel voor het conceptweerbaarheid een integraal onderdeel laten zijn van al die gesprekken diewe voeren.Dan de heer Van Houwelingen.De voorzitter:Ik ga u heel even onderbreken, want de heer Van der Lee heeft nog eeninterruptie.De heer Van der Lee (GroenLinks-PvdA):Ik snap op zich het antwoord. Tegelijkertijd kost economischeweerbaarheid duur, om het maar even in verkeerd Nederlands te zeggen.Dat is op alle terreinen een obstakel. We weten rationeel dat we daarstappen op moeten zetten, maar het is gewoon duur en we moeten opheel veel gronden tegelijk handelen. Wat zien je dat er dan per saldogebeurt? Dat we eigenlijk geen of heel weinig vooruitgang boeken. Danontbreekt het toch een beetje aan een goede countervailing power die datbelang toch wat scherper kan benadrukken dan op dit moment gebeurt. Iksnap dat dit kabinet daar niet onmiddellijk «ja» tegen zegt, maar denk daartoch nog eens wat langer over na, want ik zie het op dit moment op heelveel fronten gewoon niet goed gaan. Als de Minister het zelf koppelt aande MFK-discussie, dan lijkt het toch weer de prioriteit te zijn om deafdracht zelfs te verlagen. Dat lijkt in de afweging belangrijker te zijn danof we nou op de meest optimale manier de economische weerbaarheidvan de Europese Unie aan het versterken zijn. Dat is maar één voorbeeld.Minister Berendsen:Het kost inderdaad duur, zoals de heer Van der Lee zegt, maar datbetekent dat je keuzes moet maken. Dat is uiteindelijk ook politiek, zekerals het gaat om budgetten, ook als het gaat om de meerjarenbegroting.Dat betekent dat je je moet afvragen wat het allerbelangrijkste is en datdaar het geld naartoe moet. In de Europese Unie zijn we heel goed in hetstellen van nieuwe prioriteiten – daar lopen we allemaal juichendachteraan – maar afscheid nemen van oude prioriteiten is een stukingewikkelder, ook vanwege alle verschillende belangen die lidstatenhebben. Dat betekent dus dat de belangrijkste inzet van dit kabinet voorde meerjarenbegroting, waarbij het bij uitstek gaat om de keuzes die wemoeten maken met het beschikbare budget, de onderwerpen betreft waarde grootste uitdagingen liggen. Dat zit ’m uiteindelijk in het afbouwen vanonze afhankelijkheden. Thuis sterker staan betekent ook sterker zitten aande geopolitieke handelingstafel. Economische weerbaarheid is daar eenheel belangrijk onderdeel van. Dat zit wat mij betreft in de moderniseringvan de begroting, wat een speerpunt van dit kabinet is in de onderhande-lingen.Voorzitter. Dan ga ik naar een vraag van de heer Van Houwelingen. Daarbijga ik zo dadelijk nog een concreet voorbeeld geven, maar ik wil nogmaalsbenadrukken dat het besef bij alle onderhandelingspartners in Europaaanwezig is dat ieder land zijn veto kan inzetten. Je hoeft in de onderhan-delingen dus helemaal niet te dreigen met een veto. Uitspreken dat deuitkomst die er nu ligt, het compromis dat er nu ligt, voor jou nietacceptabel is, is de facto het uitspreken van het feit dat je je veto zoukunnen inzetten. Maar om de heer Van Houwelingen toch tegemoet tekomen heb ik nog een concreet voorbeeld. Daar kwam ik op omdat wezojuist Servië bespraken. Nederland heeft vorig jaar duidelijk gemaakt datTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41323 cluster 3 niet open kon. Dat betekent dat we daarbij gedreigd hebben methet inzetten van het veto omdat wij vonden dat het niet open kon. Dit isnatuurlijk één concreet voorbeeld, maar er zijn natuurlijk vele voorbeeldenin heel veel onderhandelingen van dat wij laten zien wat wij als Nederlandbelangrijk vinden. Iedereen weet dat als wij het niet eens zijn, de facto hetinstrument veto wordt ingezet. Dat geldt voor alle lidstaten als ze het erniet mee eens zijn.De voorzitter:Ik verwachtte u al, meneer Van Houwelingen.De heer Van Houwelingen (FVD):Heel kort. Dat veto is dus best wel heel belangrijk, toch?Minister Berendsen:Dat veto is een belangrijk instrument bij een flink aantal onderwerpen eneen flink aantal vormen van besluitvorming in de Europese Unie. Bij diemeerjarenbegroting is het bijvoorbeeld belangrijk om dat te houden. Jewil niet dat een meerderheid van de lidstaten zou bepalen dat debegroting twee keer zo groot wordt en dat Nederland als nettobetaler datgaat betalen, om het maar even heel gechargeerd uit te drukken. Maar erzijn ook onderwerpen – het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veilig-heidsbeleid is er daar een van – waarbij we echt zien dat het veto op ditmoment de slagkracht van de Europese Unie belemmert. Dat kunnen weniet gebruiken in deze veranderende wereld. Het kabinet zet zich dus inom daarvan af te stappen.Dan het laatste punt, over de Eurobarometer. Ik blijf erbij dat dit eenopinieonderzoek is dat uitgevoerd wordt en dat op het moment dat daarduidelijke en terechte wetenschappelijk onderbouwde kritiek op is – deheer Van Houwelingen heeft daar rapporten liggen – Eurobarometer enook de Europese Commissie, neem ik aan, zich eerst zelf zullen bezig-houden met het verbeteren van de methodologie. Die zullen ervoorzorgen dat opinieonderzoek, dat inderdaad veel gebruikt wordt, vaniedere ... Ik zocht even de juiste woorden. Die zullen ervoor zorgen datdaar geen discussie over is, want die discussie wil je wegnemen op hetmoment dat zoiets veel gebruikt wordt.De heer Van Houwelingen (FVD):Maar dat doen ze niet. Er is contact gezocht met de Europese Commissieen onderzoeksbureau Verian en dat doen ze niet. Ze gaan dus niet in opdie kritiek. Het enige wat ze erover zeggen, is: misschien kloppen onzeuitkomsten niet, maar we moeten die tijdreeksen in stand houden. Dat ishet antwoord dat je dan krijgt. Dat heeft dus als gevolg dat wij als Kamerworden gevoed met informatie die niet klopt, maar die dan wel eentijdreeks in stand kan houden. Dat is in ieder geval niet hoe ik het wilhebben. Dat gaat dus niet vanzelf goed. De Europese Commissie heeft erook geen belang bij om dat te veranderen, dus er moet iets gebeuren. Datvraag ik. Ik hoop dat de Minister met een brief wil komen om te zeggenwaarom hij dat niet wil doen en waarom het blijkbaar allemaal goed is,maar dit kan zo niet blijven bestaan. Het is ook onvoldoende antwoord opdit zorgelijke onderzoek.Minister Berendsen:Ik kan toezeggen dat ik mij nog eens zal verdiepen in de Eurobarometer ende eventuele kritiek daarop. In het verleden heeft het kabinet volgens mijook op schriftelijke vragen geantwoord dat wij de kritiek die er is op ditmoment niet wegen zoals de heer Van Houwelingen. Die uitkomstdaarvan zal dus niet anders zijn.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41324 Ik wil deze discussie eigenlijk gewoon sluiten. Vooruit, ik laat u nog eenkeer interrumperen, maar eigenlijk bent u door uw interrupties heen,meneer Van Houwelingen. Ik gun het u, maar ik onthoud het wel!De heer Van Houwelingen (FVD):Als de Minister niet meegaat in de kritiek, dan kan dat. Ik sta altijd openvoor een debat, maar dan moet het wel onderbouwd worden in een brief.Het antwoord dat we van het kabinet hebben gehad, was gewoon: nou, ikzie het anders. Dat is niet voldoende. Ik vind dat niet voldoende.Minister Berendsen:Dat betekent dat het kabinet de kritiek in de rapporten, die hij naast zichheeft liggen, niet op dezelfde manier weegt als de heer Van Houwelingen.Als de kritiek verder aanzwelt en er duidelijke aanwijzingen en bewijzenzijn dat die methodologie niet op orde zou zijn, is het kabinet vanzelf-sprekend altijd bereid om daarnaar te kijken. Maar nogmaals, dit isopinieonderzoek. Het is opinieonderzoek naast vele andere opinieonder-zoeken en uiteindelijk is de opinieonderzoeker er zelf het meest bij gebaatdat zijn onderzoek de kritiek ontstijgt en dat op waarde geschat wordt.De voorzitter:Dan zijn wij aan het einde gekomen van het debat. De toezeggingen zijngenoteerd.−De Minister zegt toe om voor het zomerreces een brief te sturen overde stand van zaken ten aanzien van graduele toetreding van kandidaat-lidstaten.−De Minister zegt toe om de Kamer voor de Raad Algemene Zaken vanjuni te informeren over de ontwikkelingen ten aanzien van nieuwetoetredingsverdragen.Minister Berendsen:Dat is ook gerelateerd aan het moment waarop de AIV met zijn onderzoekkomt. Maar in principe proberen we dit gewoon te combineren. En hetwordt inderdaad voor juni, als ons dat lukt.De voorzitter:Oké, goed. Dan heb ik hier nog staan dat het tweeminutendebat isaangevraagd door het lid Becker van de VVD. Rest mij de Minister tebedanken voor zijn beantwoording en de leden voor alle vragen.Sluiting 19.30 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 23 987, nr. 41325
Gerelateerde bronnen
- EU-uitbreiding (voortzetting)
Verslag van een commissiedebat, gehouden op 15 april 2026, over EU-uitbreiding (voortzetting)
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.