KamerkringInloggen
Kamerbrief

Kabinetsreactie op het eindadvies van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050

24 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7178a9a53defb606 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202436 410Nota over de toestand van ’s Rijks FinanciënNr. 91 BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN ENWERKGELEGENHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 24 mei 20241. Inleiding Nederland verandert. Op sommige vlakken snel, op andere geleidelijk.Sommige veranderingen zijn het gevolg van keuzes, bewust én onbewust.Andere veranderingen zijn onvermijdelijk. Voor sommige Nederlanders isverandering welkom, bij anderen roept verandering weerstand op. Alsland en samenleving moeten wij om leren gaan met voortdurendeverandering als constante factor. Een duidelijk toekomstbeeld op basiswaarvan keuzes gemaakt worden is daarbij onontbeerlijk.«Drukker, Diverser en Dubbelgrijs» – dat is het beeld van Nederland in2050 dat het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) enCentraal Bureau voor de Statistiek (CBS) drie jaar geleden schetsten.1 Deomvang en samenstelling van de Nederlandse bevolking veranderen dekomende dertig jaar door vergrijzing, migratie en toenemende diversiteit.Deze demografische ontwikkelingen brengen nieuwe complexiteiten,grote uitdagingen en onzekerheden met zich mee op een veelheid aanterreinen. Demografische ontwikkelingen zijn daarmee bepalend voor detoekomst van ons land. Vanuit deze uitdaging is de opdracht aan deStaatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050 (hierna: staatscom-missie) ontstaan.Het kabinet dankt de staatscommissie zeer hartelijk voor haar advies enuitgebreide analyse. Het rapport biedt een rijke feitenbasis en denkkadervoor het noodzakelijke debat over (de effecten van) demografischeontwikkelingen.2 In haar rapport schetst de staatscommissie verschillendescenario’s van demografische verandering richting 2050. De staatscom-missie adviseert om te sturen op «gematigde groei» van de Nederlandse1Nidi/CBS (2021), Verkenning Bevolking 2050.2Beleidsvorming op basis van wetenschappelijk onderbouwde trendanalyses sluit ook aan bij deaanbeveling van de WRR in het rapport Grip, om «solide en aansprekende» plannen te maken. kst-36410-91ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 911 bevolking. De staatscommissie geeft aan dat met gematigde groei de drukop de publieke voorzieningen, ruimte en sociale cohesie hanteerbaar blijft,terwijl het tegelijk ruimte biedt voor economische groei en andereaspecten van brede welvaart.3 Hierbij geeft zij ook aan dat de inzet op zo’nscenario stevige keuzes vraagt.Het past niet bij de demissionaire status van dit kabinet om zich in dezebrief uit te spreken over een toekomstscenario op het gebied vandemografische ontwikkelingen.Dat is aan een nieuw kabinet. Inzet op een bepaald scenario vergt eenfundamenteel gesprek over het soort samenleving dat wij willen enkunnen zijn. Wat voor soort economie wij willen zijn en welke banendaarbij passen.Het kabinet concludeert dat elk van de in het adviesrapport genoemdescenario’s, een afweging van verschillende belangen en consequentiesvergt. Het realiseren van een gewenst scenario vraagt om aansturing enhet maken van keuzes, om binnen dit scenario goed om te gaan met dekansen en risico’s voor onze brede welvaart. Dát er keuzes gemaaktkunnen en moeten worden, maakt dit rapport zeer duidelijk. Evenzeer dater regie mogelijk en waarschijnlijk nodig is op demografische ontwikke-lingen in Nederland. Dit kan op directe wijze, door bijvoorbeeld explicietergebruik te maken van prognoses, bandbreedtes en verschillendescenario’s bij de totstandkoming van beleid. Het kan ook indirect,bijvoorbeeld via sturing op ruimtelijke ordening, economische activiteiten,minimumloon en regulering van de arbeidsmarkt.Deze keuzes vergen een overkoepelend langetermijnperspectief op onzeeconomie, ruimte en samenleving. Met oog voor de onderlingesamenhang en wisselwerking tussen de verschillende beleidsterreinenzoals arbeidsmarkt, sociale zekerheid, innovatiekracht, ondernemings-klimaat, onderwijs, zorg, wonen en ruimtelijke ordening. Ook moet errekening gehouden worden met het feit dat Nederland als klein endichtbevolkt land tegelijkertijd een zeer grote handelsnatie en interna-tionale investeerder is. De wisselwerking tussen beleidsterreinen betekentdat de keuze voor het één, een opoffering elders vergt.Met deze kabinetsreactie beoogt het kabinet het gesprek over deze keuzesverder te voeden en het huiswerk gereed te hebben waar een nieuwkabinet gebruik van kan maken. In deze reactie schetst het kabinet welkeafwegingen hierbij van belang kunnen zijn voor een volgend kabinet enop welke wijze huidig beleid en onderzoek hieraan kunnen bijdragen. Inde bijlage van deze reactie treft u ook een overzicht van relevantetrendverkenningen, analyses en adviesrapporten.Voorgeschiedenis opdracht staatscommissieGezien het grote belang van demografische ontwikkelingen op eenveelheid van beleidsterreinen stelde de regering op 26 augustus2022 de staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050(hierna «staatscommissie») in.4 Hiermee gaf de regering tevensgehoor aan de motie Dijkhoff/Buma c.s.5 en de motie Den Haan c.s.6De eerstgenoemde motie verzocht de regering scenario’s te3https://www.cbs.nl/nl-nl/dossier/brede-welvaart-en-de-sustainable-development-goals/monitor-brede-welvaart-sustainable-development-goals-2022/toelichting/definities4Kamerstukken II 2021/22, 35 925, nr. 171.5Motie van de leden Dijkhoff, van Haersma Buma, Pechtold, Segers, van der Staaij, Asscher,Krol, Tweede Kamer, vergaderjaar 2018–2019, 35 000, nr. 8.6Motie Den Haan c.s., Tweede Kamer, vergaderjaar 2021–2022, 35 925, nr. 55.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 912 ontwikkelen om de gevolgen van demografische veranderingen inNederland op verschillende beleidsterreinen in kaart te brengen endeze te voorzien van beleidsopties. De motie Den Haan c.s. verzochtde regering te verkennen of en hoe een staatscommissie «bevol-kingsgroei en vergrijzing» aanbevelingen kan doen voor beleids-opties.De staatscommissie is gevraagd advies uit te brengen over scena-rio’s, mogelijke beleidsopties en handelingsperspectieven van deregering in relatie tot de maatschappelijke gevolgen van dedemografische ontwikkelingen tot tenminste 2050. Het gaat daarbijin het bijzonder om (de gevolgen van) vergrijzing en migratie, tegende achtergrond van de brede welvaartsbenadering.7 Op 15 januari2024 heeft de staatscommissie haar adviesrapport aan het kabinetaangeboden.2. Het advies van de staatscommissie De staatscommissie zet uiteen hoe Nederland «drukker, grijzer endiverser» wordt. Met vergrijzing, migratie, kindertal en levensverwachtingals drijvende krachten. Doordat het sterfte- en geboortecijfer grofwegtegen elkaar wegvallen, bepaalt het migratiesaldo de toename van debevolking. De staatscommissie acht de kans reëel dat migratie debevolking sneller doet groeien dan voorzien in de prognoses van het CBS.Wereldwijde trends als geopolitieke instabiliteit, economischeontwrichting en klimaatmigratie kunnen van invloed zijn op het migratie-saldo. Bovendien beïnvloeden huidige en toekomstige politieke keuzesmigratie. De staatscommissie schetst daarom verschillende scenario’s.De staatscommissie behandelt de invloed van demografische verande-ringen op sociale cohesie. In dit kader staat zij stil bij het effect opverschillende scheidslijnen in de samenleving. De staatscommissiespreekt van «veeldelingen»: er is niet één dominante maatschappelijketegenstelling, maar er zijn allerlei vormen van onderling verschil. Destaatscommissie kijkt naar vier scheidslijnen: tussen mensen metverschillende opleidingsniveaus; mensen met of zonder migratieachter-grond; jongere en oudere generaties; en tussen regio’s. Daarbij benoemtde staatscommissie als belangrijkste scheidslijn die tussen mensen metverschillende opleidingsniveaus; vooral of mensen al dan niet een hbo- ofwo-opleiding hebben gevolgd.De staatscommissie bespreekt drie terreinen waarop demografischeontwikkelingen grote invloed hebben. Ontwikkelingen die met elkaarsamenhangen en regionaal verschillend uitwerken.Demografische ontwikkelingenwerken door in de ruimtelijke ordening ende woningmarkt. Een grotere bevolking vraagt meer ruimte om te wonen,werken, leven en recreëren. Ruimte die nu al schaars is: Nederland is hetop één na dichtstbevolkte land van de EU. Ruimte die we nodig hebbenvoor mobiliteit en infrastructuur, economie, energie- en watergebruik,landbouw en natuur. Meer inwoners betekent ook een toenemende vraagnaar woonruimte. Vergrijzing vraagt daarnaast om woningen die passenbij een oudere levensfase. Ook zien we een trend naar steeds meereenpersoonshuishoudens.Op het terrein van economie en arbeidsmarkt wijst de staatscommissie opeen afname van het werkende deel van de bevolking. Langer doorwerkencompenseert die afname slechts ten dele. Naar verwachting stagneert de7Kamerstukken II 2021/22, 35 925, nr. 171.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 913 groei van het arbeidsaanbod tot ongeveer 2040. Een belangrijke factordaarbij is dat we in Nederland in vergelijking met andere landen relatiefweinig uren per week werken. Daarnaast is de groei van de arbeidspro-ductiviteit de laatste jaren gestagneerd – zowel in Nederland als in anderewesterse economieën. Arbeidsmigratie kan een tijdelijke verlichtingbrengen van het probleem van stagnerend arbeidsaanbod. Tegelijkertijdvergroten arbeidsmigranten ook de vraag naar goederen en diensten, enworden zij op termijn ook onderdeel van de vergrijzende groep. Dewenselijke volgordelijkheid in de aanpak is dan ook: eerst innovatie(productiviteitsverhoging), dan participatie (meer uren, meer uitkeringsge-rechtigden, meer asielmigranten aan het werk) en tenslotte (arbeids)mi-gratie.Over de gevolgen voor publieke voorzieningen en sociale zekerheid merktde staatscommissie op dat vooral de bevolkingssamenstelling dehoudbaarheid van het stelsel bepaalt. Ze wijst op de «dubbelevergrijzing»: niet alleen komen er meer ouderen bij, maar ook meer80-plussers. Dit speelt in heel Europa, waarbij Nederland momenteelonder het EU gemiddelde zit qua aandeel 65- en 80-plussers in debevolking. Dat zet de houdbaarheid van sociale zekerheid en zorg onderdruk. Het beroep op sociale zekerheid neemt toe, terwijl de beroepsbe-volking die de sociale zekerheid betaalt afneemt.De invloed van migratie op inkomsten en uitgaven aan sociale zekerheidis onzeker en hangt sterk samen met het type migrant. De dubbelevergrijzing zorgt ook voor een stijgende zorgvraag. Dat zet druk op debetaalbaarheid en beschikbaarheid van de zorg.De staatscommissie licht toe dat het gestegen opleidingsniveau van deNederlandse beroepsbevolking bijdraagt aan de ontwikkeling van dekenniseconomie, die Nederland ambieert te zijn. Personeelstekorten in dekinderopvang en het onderwijs, maar ook breder, zoals de verschillen invaardigheden tussen groepen in relatie tot de veranderende arbeidsvraag,hebben gevolgen voor kansengelijkheid. Dit kan verstrekkende gevolgenhebben voor de verdere levensloop van mensen en scheidslijnen in desamenleving verdiepen. Daarbij is aandacht nodig voor hoe negatieveeffecten elkaar kunnen versterken en cumulatief specifieke groepenkunnen treffen. Wie beperkte aansluiting heeft op de arbeidsmarkt kandaar ook negatieve gevolgen door ervaren op de woningmarkt, en in deeigen gezondheid.3. Bevolkingsgroei en brede welvaart Op basis van haar analyse adviseert de staatscommissie te gaan sturen énanticiperen op een scenario van gematigde groei waarbij de bevolkinggroeit naar 19 à 20 miljoen mensen in 2050. Met gematigde groeibehouden we volgens de staatscommissie het evenwicht tussen beperktegroei van de bevolking in een context van toenemende vergrijzingenerzijds en het waarborgen van economische groei, sociale cohesie enandere aspecten van brede welvaart anderzijds. Hierbij gaat het ook omandere welvaarts- en welzijnsaspecten zoals gezondheid, werk en vrijetijd, zorg, wonen, inclusiviteit, gelijke kansen, veiligheid, onderwijs,kwaliteit van de natuur en leefomgeving. Demografische ontwikkelingenhebben invloed op de kwaliteit van leven: hier en nu, voor toekomstigegeneraties en ook buiten Nederland. Ze beïnvloeden direct en indirectheel veel elementen die de welvaart en het welzijn van Nederlandbepalen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 914 A. Kindertal, levensverwachting & migratie Ontwikkelingen rond geboorte en sterfte worden beïnvloed dooroverheidsbeleid op uiteenlopende terreinen, maar laten zich moeilijkdirect sturen. Dit gaat om levensbeslissingen die aan mensen zelf zijn.Beleid kan zich wel richten op goede levensomstandigheden. Nederlandkent al succes in het realiseren van een steeds langere levensverwachtingwaarbij mensen ook langer in goede gezondheid leven. Verdere verhogingvan de levensverwachting is mogelijk bij een goede toegang tot zorg enpreventie van ziekte. Direct beleid dat gericht is op het krijgen van meerkinderen heeft volgens de staatscommissie geen, of slechts zeer tijdelijkeffect. Het huidige beleid richt zich op het creëren van de juiste randvoor-waarden voor mensen met een kinderwens, zoals kinderopvang,huisvesting en arbeidszekerheid. Het is daarmee indirect beleid dat effectkan hebben op de lange termijn.Migratie heeft grote impact op de demografische ontwikkeling. Daaromadviseert de staatscommissie om te komen tot een politieke vaststellingvan bandbreedtes voor de verschillende typen van migratie.8 Om binnendeze bandbreedtes te blijven, is er een langjarige visie op de omvang vanen balans tussen migratievormen nodig waarop het directe en indirectebeleid wordt afgestemd. Direct migratiebeleid betreft met name toela-tingscriteria of de uitvoering daarvan voor een bepaalde vorm vanmigratie, alsook afspraken binnen de EU en met landen van herkomst(binnen en buiten de EU). Ook de werving van kennismigranten en dearbeidsmarkttoegang van de migranten die hier al zijn, vallen hieronder.Bij indirect migratiebeleid gaat het om sturing op achterliggende factorendie migratie beïnvloeden, zoals het arbeidsaanbod in Nederland of hetonderwijsaanbod. Het raakt daarmee aan andere beleidsterreinen zoalshet arbeidsmarkt-, huisvestings-, bedrijven- en onderwijsbeleid. Achterkeuzes op deze domeinen schuilt de vraag welk soort economieNederland wil zijn en welke banen daarbij horen.De verschillende vormen van migratie vergen elk afzonderlijk verschillendbeleid. Ze verschillen immers aanzienlijk wat betreft het verblijfsdoel en-duur van de migrant, de aantallen migranten en hun achtergrond. Zoalsde staatscommissie laat zien heeft in de jaren 1999–2020 gezinsmigratie(33%) het grootste aandeel in de instroom, gevolgd door arbeidsmigratie(25%), studiemigratie (15%), de groep «overig» (15%) en asielmigratie(12%). Verdere toelichting op deze cijfers is te vinden in hoofdstuk 3 vanhet rapport van de staatscommissie. Het advies van de staatscommissiemaakt duidelijk dat keuzes op migratie verband houden met keuzes overde inrichting van de Nederlandse economie.In de zomer van 2023 is er een breed pakket aan mogelijke beleidsmaatre-gelen op het terrein van migratie voorgelegd ten behoeve van debewindspersonen overleggen over migratie. Een volgend kabinet zou zichopnieuw over (onderdelen van) dit pakket aan maatregelen kunnenbuigen. Op 10 juli 2023 zijn deze stukken aangeboden aan de TweedeKamer.9B. Sociale Cohesie Een veranderende bevolkingssamenstelling betekent ook een verande-rende samenleving en manier van samenleven. Verschillen tussenmensen kunnen toenemen waardoor men zich meer terugtrekt in hun8Zo geeft de staatscommissie bijvoorbeeld aan dat bij een jaarlijks migratiesaldo van 40.000, debevolking zal groeien naar 18,8 miljoen in 2050.9Kamerstukken II, 2022/23, 30 573, nr. 202Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 915 eigen sociale bubbel10 en de sociale samenhang onder druk komt testaan. Hierbij spelen verschillende factoren een rol: toenemendeverscheidenheid in de samenleving11, ongelijkheid in financieelvermogen12, alsook sociaal, cultureel en persoonlijk kapitaal13,verminderdpolitiek vertrouwen14 en ervaren uitsluiting en discriminatie15. In hetrecente onderzoeksrapport «De leefwerelden van arm en rijk» concludeerthet Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP, 5 april 2024) dat de rijkste enarmste Nederlanders elkaar steeds minder ontmoeten, en dat dezegescheiden leefwerelden ten koste gaan van sociale cohesie in desamenlevingUit onderzoek, samengevat in het rapport van de staatscommissie, blijktdat er weinig maatschappelijk draagvlak is voor verdere bevolkingsgroei.Zoals eerder aangegeven blijkt tegelijkertijd uit het adviesrapport van destaatscommissie ook dat de keuze voor elk demografisch scenarioconsequenties en afwegingen met zich meebrengt die tegen eenachtergrond van brede welvaart beschouwd moeten worden. Destaatscommissie waarschuwt voor groeiende ongelijkheid en maatschap-pelijke tegenstellingen als gevolg van toenemende druk op ruimte, socialezekerheid, zorg en onderwijs. Hierbij wijst de staatscommissie vooral optoenemende kansenongelijkheid in het onderwijs en de verstrekkendegevolgen voor de verdere levensloop van individuen en scheidslijnen inde samenleving die dat kan hebben. Ongelijkheid in opleidingsniveauwerkt door in verschillen in inkomensverdeling, kansen op de arbeids-markt en de woningmarkt en toegankelijkheid van voorzieningen.Ook de grote uitdagingen rond klimaat, natuur, circulariteit en energie-transitie werken in regio’s en buurten op verschillende manieren door, watook scheidslijnen kan verdiepen.Bevolkingsontwikkeling en een veranderende samenstelling van debevolking hebben ook grote gevolgen voor onze democratie en detoekomst van het openbaar bestuur. Bijvoorbeeld voor de verhoudingtussen het Rijk en de medeoverheden, maar ook voor het waarborgen vanvoldoende participatie en politieke vertegenwoordiging van een steedsdiversere samenleving. De Minister van BZK werkt samen met kennispar-tijen aan een onderzoekskader om meer inzicht te krijgen in deze urgentethematiek.Voor alle grote transitie-opgaven waar Nederland voor staat, is hetbelangrijk dat mensen ze als rechtvaardig ervaren. Om transitiessuccesvol door te voeren en de effecten van demografische ontwikke-lingen op te kunnen vangen, is een samenleving nodig waarin mensenkunnen en willen meedoen. Een samenleving waarin mensen bereid zijnnaar elkaar om te zien en elkaar de ruimte gunnen om zichzelf te zijn enzich te ontwikkelen. Waar er sprake is van wederzijds respect en begrip.Ook als de ander een andere achtergrond heeft, andere belangen heeft ofanders denkt. Een verdieping van scheidslijnen in de samenleving kanleiden tot meer en sterkere vooroordelen. Daardoor kunnen ongelijkebehandeling en discriminatie toenemen en verdraagzaamheid in de10CBS, Mensen met Nederlandse herkomst hebben meest gesegregeerde netwerk, 23 februari202411WRR (2020), Samenleven in verscheidenheid.12IBO Vermogensverdeling – Licht uit, spot aan: de vermogensverdeling | Rapport | Rijksover-heid.nl13Eigentijdse ongelijkheid | Publicatie | Sociaal en Cultureel Planbureau (scp.nl)14Elke regio telt! Een nieuwe aanpak van verschillen tussen regio’s (rli.nl); Atlas van AfgehaaktNederland | Rapport | Kennisbank Openbaar Bestuur (kennisopenbaarbestuur.nl); SCP (2022),Continu Onderzoek Burgerperspectieven.15SCP (2020), Ervaren Discriminatie in Nederland IITweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 916 samenleving juist afnemen. Dit heeft nadelige effecten op de betrok-kenheid, het welzijn en de bestaanszekerheid van mensen. Daarmee raakthet ook aan de algehele veerkracht en weerbaarheid van de samenleving.Dit kabinet heeft eerder aangegeven te streven naar «inclusief» samen-leven.16 Inclusie vergt gelijke kansen, gelijkwaardige behandeling,wederzijdse erkenning en respect, alsook open en actief luisteren naarelkaar – ook door de overheid. Dit geldt voor alle domeinen zoals dearbeidsmarkt en onderwijs, maar ook in de zorg, op de woningmarkt enbij interpersoonlijk contact in het dagelijks leven.Participatie en gelijkwaardige toegang tot de arbeidsmarkt en anderedomeinen van het openbare leven zijn belangrijke schakels om aan devolgende generaties een vitale samenleving over te dragen. Ook zijn zebelangrijk om krapte op de arbeidsmarkt tegen te gaan. Uitsluiting vanmensen op de arbeidsmarkt kunnen wij ons niet veroorloven. Nietiedereen in Nederland heeft echter dezelfde kansen op werk, zoals(zwangere) vrouwen, personen met een migratieachtergrond, mensenmet een arbeidsbeperking en senioren. In het kader van het programmaVoor een Inclusieve Arbeidsmarkt, de Aanpak Arbeidsmarktdiscriminatieen de aanpakken gericht op tegengaan van stagediscriminatie werkt hetkabinet hard aan gelijkwaardige kansen op de arbeidsmarkt. Helaas is hetwetsvoorstel «Toezicht gelijke kansen bij werving en selectie» dat zag optoepassing van een objectieve werkwijze bij werving en selectie door deEerste Kamer verworpen. Het kabinet ziet ondanks dat, een grote groepbedrijven die – juist nu deze wet er niet komt – hun verantwoordelijkheidwil nemen, en die ook andere bedrijven oproept om dat te doen. Hetkabinet sluit zich aan bij die oproep en wil daarom samen met«sER-Diversiteit in bedrijf» en deze bedrijven aan de slag om te komen toteen convenant om zo met werkgevers te zorgen dat objectief werven enselecteren de nieuwe norm wordt in het Nederlandse bedrijfsleven. Omgelijkheid van kansen op de arbeidsmarkt duurzaam te vergroten, zullenwerkgevers stevig aan de slag moeten, in samenwerking met verschil-lende maatschappelijke partners. Ook vraagt het om te maken keuzes inhet funderend onderwijs over hoe om te gaan met culturele diversiteit,met nieuwkomers en met het actief bevorderen van cohesie.Ter vergroting van kansengelijkheid in het onderwijs, heeft het kabinetverschillende stappen gezet, zoals: het werken aan een herwaardering vanhet beroepsonderwijs met investeringen in het mbo en een gelijkwaardigebehandeling van alle studenten in het vervolgonderwijs, het verplicht naarboven bijstellen van het schooladvies voor het voortgezet onderwijs alsde doorstroomtoets daar aanleiding toe geeft, de Onderwijskansenre-geling en het programma School en Omgeving. Uw Kamer ontvangt ditvoorjaar het rapport van de ex-ante beleidsevaluatie «Doorstroom enkansrijk stelsel».Als het in het bijzonder gaat om nieuwkomers in Nederland, die zich voorkortere of langere tijd in Nederland willen, mogen en kunnen vestigen,dan is naast een samenlevingsperspectief ook integratie van essentieelbelang voor deelname aan de Nederlandse samenleving. Een visie opintegratie van nieuwkomers legde het kabinet neer in de Kamerbrief Visieop het begrip integratie.17 Het gaat dan om ondersteuning bij het lerenvan de taal en het vinden van werk, het vinden van de weg in de samen-leving, maar ook het respecteren van de rechten, plichten en waarden inNederland en hen hierop aanspreken. Succesvolle integratie vereist zowelhet nemen van eigen verantwoordelijkheid, als ook een samenleving die16Kamerstukken II, 2021/22, 32 824, nr. 35717Kamerstuk 2021/2022, 32 824, nr. 357.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 917 iedereen de kans biedt zijn talenten te ontplooien. Van nieuwkomersverwachten we een actieve houding en inspanning om de taal te leren ente participeren, bij voorkeur met betaalde arbeid. Nieuwkomers wordenhierbij ondersteund door de overheid. Voor asielzoekers die een statushebben verkregen is de Wet Inburgering 21 het belangrijkste kader.Om het inclusief samenleven verder te versterken, zet dit kabinet in op hettegengaan van discriminatie en racisme18 en het bevorderen van socialeinteractie in de publieke ruimte.19 Het tegengaan van discriminatie enracisme betreft een brede aanpak, die ziet op verschillende discriminatie-gronden, zoals neergelegd in het Nationaal Programma tegen Discrimi-natie en Racisme.20 Via het bewerkstelligen van ontmoeting en dialoogtussen personen met verschillende achtergronden, wordt er bijgedragenaan meer begrip en herkenning. Het faciliteren van culturele activiteitenversterkt participatie, stimuleert persoonlijke ontwikkeling en verstevigt deverbinding tussen mensen.Bij het maken van keuzes in het licht van demografische ontwikkelingen,moet het kabinet er scherp op zijn of ze bestaande scheidslijnen nietverder verdiepen of zelfs nieuwe scheidslijnen creëren. Omgekeerd zouhet ondersteunen van sociale interactie, over scheidslijnen heen, eenbelangrijk aandachtspunt moeten zijn in de leefomgeving, op dewerkvloer, op school en in andere facetten van het dagelijkse maatschap-pelijk leven zoals de sportclub en de vrijwilligersorganisatie. Het reali-seren van een inclusieve samenleving vraagt om verdergaande inzet ophet verzachten van scheidslijnen in de samenleving (opleidingsniveau,migratieherkomst, regio, leeftijd). Een nieuw kabinet kan hierbij deingeslagen weg voortzetten.21 Tevens is hier een rol weggelegd voorwerkgevers, maatschappelijk middenveld en uiteraard ook elke individudie onderdeel is van de Nederlandse samenleving. Samenleven gaateenieder aan.4. Afwegingen en dilemma’s voor politiek en beleid Voor elk van de in het rapport behandelde domeinen (ruimte, economieen arbeidsmarkt, en publieke voorzieningen) is er behoefte aan robuust,overkoepelend en samenhangend beleid vanuit een langetermijnper-spectief, over de domeinen heen. Deels voorziet het beleid van het kabinethier in.Of heeft het kabinet belangrijke stappen gezet. Zo werkt het kabinet aaneen economie met vier pijlers: innovatief, duurzaam, weerbaar en eenwaar de samenleving van meeprofiteert.22 Een volgend kabinet kan hierverdere keuzes inmaken. Hieronder identificeert het kabinet een aantaloverkoepelende afwegingen die zien op de inrichting van de economie, dearbeidsmarkt, ruimte en de samenleving. Daarna spitst de uiteenzettingzich toe op de afwegingen op de verschillende deelterreinen die destaatscommissie heeft geïdentificeerd. In de bijlagen staat het huidigbeleid beschreven op deze deelterreinen.18De gezamenlijke aanpak van het kabinet is neergelegd in het Nationaal Programma Discrimi-natie en Racisme.19https://www.platform31.nl/artikelen/samenleven-in-diversiteit-de-kracht-van-de-openbare-ruimte/20https://open.overheid.nl/documenten/b6a7ec23-71f8-4caf-a73d-a0ad7a020f0f/file21Kamerstukken II, 2023/24, 32 824, nr. 41322Dit staat beschreven in een brief aan uw kamer van de Minister van Economische Zaken enKlimaat getiteld «Het Perspectief op de Nederlandse Economie». In dit perspectief op deeconomie benadrukt het kabinet het belang van een brede welvaartsvisie op arbeidsmigratie,met aandacht voor de verdeling van lusten en lasten – en de relatie tot de geschetsteeconomische uitdagingen en krapte.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 918 A. Overkoepelende afwegingen We staan als samenleving de komende jaren voor moeilijke keuzes. Onderandere door de huidige krapte op de arbeidsmarkt zullen niet allemaatschappelijke wensen tegelijk vervuld kunnen worden. De overheid zalmoet kiezen welke maatschappelijke uitdagingen als eerste aan te pakken.Er is een weging nodig over wat we van waarde vinden, om richting tegeven aan de verdeling van de verschillende schaarstes zoals arbeid enruimte. Onder deze keuzes op deelterreinen liggen fundamentelevraagstukken over de spelregels van de Nederlandse economie ensamenleving.Afweging: markten laten werken of actieve sturing op activiteitenEen van de grote vragen voor de komende jaren is hoe de beschikbareschaarse middelen het best te verdelen, en wie welke rol daarin moetspelen. Verdeling kan zowel plaatsvinden door keuzes van de overheid alsvia marktmechanismen of als combinatie van beiden. In de praktijk zijnbeiden nodig. De overheid kan goed oog houden op publieke belangen,maar mist de kennis van en sturingsmogelijkheden op de geheleeconomie. De markt is juist goed in het samenbrengen van complexedecentrale informatie en het vinden van innovaties, maar neemt publiekebelangen niet automatisch voldoende mee.De overheid kan keuzes over schaarste maken door randvoorwaarden testellen aan het speelveld waarop marktpartijen opereren. Om zo te zorgenvoor maatschappelijk wenselijke uitkomsten. Dit kan gaan om regulering,bijvoorbeeld de eisen die we in Nederland stellen aan arbeidsvoor-waarden en arbeidsomstandigheden, zoals het werken met gevaarlijkestoffen. Of om de beprijzing van economische activiteiten met eennegatief effect op de brede welvaart, bijvoorbeeld via het ETS23 systeem.Of subsidiëring om juist maatschappelijk wenselijke activiteit aan temoedigen, bijvoorbeeld om verduurzaming te stimuleren. Bij het stellenvan randvoorwaarden richt beleid zich niet op specifieke economischeactiviteiten, maar op de voorwaarden voor economische activiteit Ditheeft als belangrijk voordeel dat ruimte wordt geboden aan de efficiëntiedie de markt met zich mee kan brengen, en het marktpartijen ruimte biedtom zich aan te passen op manieren die vooraf moeilijk te voorspellen zijn.In sommige gevallen kan de overheid meer expliciete keuzes maken overde verdeling van schaarste, omdat activiteiten die de overheid belangrijkacht anders verdwijnen of niet (voldoende of tijdig) tot stand komen.Keuzes vóór activiteiten met een bijzonder belang vanwege demaatschappelijke waarde, economische groei, innovatie, of openstrategische autonomie24. En keuzes weg van activiteiten met duidelijknegatieve effecten op de brede welvaart.Een voorbeeld hiervan is de sluiting van de kolencentrales.25 Er gaat tijdoverheen voordat de economie zich aanpast aan nieuwe marktprikkels.Een duidelijk transitiepad of sturing van de overheid kan daarombehulpzaam zijn en richting geven.23https//climate.ec.Europa.eu/eu-action/eu-emissions-trading-system-eu-ets_en24Voor het kabinet staat de open strategische autonomie van de Europese Unie voor haarvermogen om als mondiale speler, in samenwerking met internationale partners, op basis vaneigen inzichten en keuzes haar publieke belangen te borgen en weerbaar te zijn in eenonderling verbonden wereld.25wetten.nl – Regeling – Wet verbod op kolen bij elektriciteitsproductie – BWBR0042905(overheid.nl)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 919 Afweging: keuzes tussen én binnen maatschappelijke doelenEr liggen grote maatschappelijke opgaven die een actieve rol van deoverheid vragen. De staatscommissie bespreekt bijvoorbeeld opgavenrond klimaat, woningbouw, zorg en onderwijs. Tegelijkertijd zet destaatscommissie helder uiteen hoe we de komende decennia metverschillende vormen van schaarste te maken krijgen, zoals schaarste vanfysieke ruimte en van arbeidskrachten.Allereerst speelt de afweging rondom de omvang van de publieke sectoren de private sector. Bijvoorbeeld in het aantrekken van voldoendearbeidskrachten en in het beslag op ruimte. De opgaven waar Nederlandvoor staat vragen veel van de publieke sector. Publieke sectoren hebbenvoldoende personeel nodig voor hun afgesproken taken, om aanverwachtingen van burgers te voldoen en daadkrachtig aan de slag tegaan met deze opgaven. Een florerende private sector heeft de publiekesector ook hard nodig. Voor een goed opgeleide beroepsbevolking, eenwetenschappelijke kennisbasis, inzet op gezondheid en om te voorkomendat mensen langdurig uitvallen. Tegelijkertijd worden publieke sectorengefinancierd met belastinggeld dat eerst moet worden verdiend.En kunnen werkenden in de publieke sector niet ingezet worden voor deprivate sector. Het is zaak het verdienvermogen van ons bedrijfsleven teborgen en te voorkomen dat voor werkenden belastingheffing een tegroot beslag legt op besteedbare inkomens. De juiste balans vindentussen markt en overheid is essentieel. Deze afweging speelt voorpublieke sectoren in den brede, maar is in het bijzonder urgent bij de zorg.Door onder meer vergrijzing en toenemende behandelmogelijkheden zalde trendmatige groei van de zorguitgaven naar verwachting groter zijndan de economische groei, waardoor de sector zonder scherpe keuzes opde lange termijn een steeds groter beslag legt op beschikbare financiëlemiddelen en arbeidskrachten.Vervolgens is er de afweging tussen verschillende overheidsdoelen. Deoverheid draagt immers zelf bij aan de vraag naar arbeid. Via vacatures inpublieke sectoren om te zorgen voor voldoende personeel in de zorg ofhet onderwijs. Dit gebeurt ook als huishoudens of bedrijven geldontvangen en dit door hun uitgaven of investeringen leidt tot extra vraagnaar arbeid. Bijvoorbeeld door subsidies voor verduurzaming wordt hetaantrekkelijker om hierin te investeren voor consumenten en bedrijven,waardoor de vraag stijgt naar personeel in die sector. Keuzes tussendoelstellingen voorkomt dat zaken vastlopen doordat teveel verschillendepartijen tegelijk een beroep doen op schaarse middelen.Tot slot zijn er ook binnen doelstellingen keuzes mogelijk om effectief omte gaan met schaarse middelen. Zo wordt er momenteel al geprioriteerdop het stroomnet. Netbeheerders kunnen voorrang verlenen op hetstroomnet aan uitbreidingen met grote maatschappelijke impact, zoalsgezondheidszorg en scholen.26 Een ander voorbeeld is het verdelen vanwoningen in de sociale sector. Hierover heeft dit kabinet in hetwetsvoorstel versterking regie volkshuisvesting, dat nu in uw Kamer ligt,aangekondigd dat diverse groepen woningzoekenden in aanmerkingkomen voor voorrang middels indeling in een urgentiecategorie.26Prioriteringskader uitbreidingen stroomnet gereed | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9110 B. Specifieke afwegingen – Ruimte UitdagingenWe lopen op het gebied van ruimtetegen grenzen aan. Dit leidt tottoenemende spanningen in de samenleving. En tot het risico dat dealledaagse leefomgeving minder aantrekkelijk wordt. De concurrentie omruimte wordt alleen maar groter naarmate de bevolking groeit en vansamenstelling verandert.−Ruimte voor volkshuisvesting en bouwen. De woningbouwopgaveblijft de komende jaren een belangrijke uitdaging. Vanwege hethuidige tekort en de doorwerking op de toekomstige woningbouwop-gave is het van belang dat demografische ontwikkelingen integraalworden meegenomen in woningbouwbeleid. Bevolkingsgroei heeftimmers invloed op de vraag naar ruimte voor woningbouw. Daarnaastmoet er rekening worden gehouden met eisen die de vergrijzing steltaan de nationale woningvoorraad. Ook de noodzakelijke verduurza-ming van de woningvoorraad stelt eisen aan de woningbouw.−Ruimte voor economie en verdienvermogen. Voor economischeactiviteit is fysieke ruimte nodig. Industrie, kantoren, havens enhandelsgebouwen nemen 2,5 procent van de fysieke ruimte in beslag.De vraag naar ruimte stijgt door economische ontwikkeling enbevolkingsgroei.27−Ruimte voor mobiliteit en bereikbaarheid. Ook gematigde bevolkings-groei leidt tot een overbelasting van de infrastructuurnetwerken. Demeeste verkeersopstoppingen vinden nu en straks plaats in hetcentrum van het Stedelijke Netwerk Nederland. In andere regio’s is deverwachte belasting van de infrastructuur minder knellend. Daar zaldoor het afnemen van voorzieningen en banen de bereikbaarheidervan juist verminderen.−Ruimte voor landbouw. Ongeveer de helft van het Nederlandseoppervlakte is in gebruik van de landbouw. Het is belangrijk te zorgenvoor een economisch sterke landbouw met voldoende verdienvermo-gen; om de landbouw in Nederland te bezien in relatie tot de rol vanNederland in de Europese voedselvoorziening en het verduurzamenvan de productie. Ook is het belangrijk dat bij ruimteclaims dielandbouwgrond raken heel zorgvuldig wordt afgewogen of onttrekkingnoodzakelijk is.−Ruimte voor Defensie. Geopolitieke ontwikkelingen in de wereld leidentot het versterken van Defensie. Ook op dit vlak wordt er een beroepgedaan op de ruimte en fysieke leefomgeving om te oefenen enmilitaire capaciteiten gereed te stellen.−Ruimte voor water en bodem en klimaatadaptatie. Demografischeontwikkelingen kunnen ook gevolgen hebben voor de mogelijkheid omaan de kwaliteitseisen van het oppervlaktewater te voldoen, en voor debeschikbaarheid van drinkwater. Ook een gematigde bevolkingsgroeibetekent een grotere vraag naar drinkwater en meer knelpunten.Daarnaast moeten we er op het gebied van water rekening meehouden dat de zeespiegel stijgt en dat de bodem in het westen van hetland zakt. Steeds grotere delen van het landschap moeten wordeningericht om water vast te houden en op te vangen.−Ruimte voor duurzaamheid en energietransitie. Uiterlijk in 2050 moetde netto-uitstoot van broeikasgassen van Nederland tot nul geredu-ceerd zijn. Daarvoor werken we aan een klimaatneutraal energiesys-teem in 2050. De opwek uit hernieuwbare bronnen is qua aanbod meervariabel. Een constant energieaanbod vereist daarom bijvoorbeeld dat27Om meer zicht te krijgen op de ruimtelijk economische ontwikkelingen en patronen werkt hetMinisterie van Economische Zaken en Klimaat aan een Ruimtelijk Economische Verkenningvoor Nederland. Deze wordt voor de zomer opgeleverd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9111 we elektriciteit opslaan in batterijen of omzetten naar waterstof. Dedaarvoor benodigde ruimte maakt dat een klimaatneutraal energiesys-teem ruimte kost. Ook verduurzaming van de landbouw, wat voor eendeel via extensivering tot stand moeten komen, zal ruimte vergen.−Ruimte voor natuur en biodiversiteit. Ook voor het versterken vannatuur en biodiversiteit en het voldoen aan Europese en internationaleverplichtingen op dat terrein is extra ruimte nodig. Daarbij gaat hetzowel om extra beschermde natuurgebieden als om een functiecombi-natie van natuur en landbouw (en andere vormen van landgebruik),bijvoorbeeld in de vorm van groen-blauwe dooradering.28−Ruimte voor publieke voorzieningen, leefomgeving en circulaireeconomie. Het behouden van een aantrekkelijke en herkenbareleefomgeving is een opgave, door de impact van bevolkingsgroei entoenemende diversiteit op de dagelijkse leefomgeving, het cultuur-landschap en het aanwezige erfgoed. Dit vraagt om voldoende aanbodvan publieke voorzieningen zoals zorg-, onderwijs- en cultureleinstellingen. Onderwijs- en culturele instellingen zoals bibliothekenkunnen daarbij ook een verbindende rol spelen in een diverserwordende samenleving. Meer mensen betekent ook (uitgaande vanhuidige gedragspatronen) meer auto’s, meer consumptie en afval, watde wijze waarop de leefomgeving wordt gepercipieerd, beïnvloedt.AfwegingenAfweging: bestaand ruimtegebruik versus vernieuwingIn het ruimtedomein speelt, nog meer dan bij andere domeinen, eenexclusiviteit voor het gebruik. Elk type bestemming kent zijn eigen markten (grond)waarde. Het is een belangrijke taak van de lokale overheid omte besluiten hoe ruimte te verdelen over verschillende bestemmingen enactiviteiten. Dit kan niet alleen op basis van een prijskaartje. Er is eenweging nodig tussen de belangen van verschillende partijen, debestaande activiteiten en de activiteiten waar meer ruimte voor nodig is.Hier speelt de vraag hoe bestaande claims op ruimte moeten wordenafgewogen tegen de ruimtevraag van (nieuwe) maatschappelijke opgavenen toekomstige ontwikkelingen.Bestaande partijen hebben op hun locatie geïnvesteerd, werken samenmet lokale partners, en zijn daardoor gevestigd in een omgeving die isafgestemd op hun aanwezigheid. Daardoor zijn er op de korte termijnsignificante kosten bij het aanpassen van ruimtegebruik. Om te beoor-delen welke invulling van de ruimte op lange termijn de meeste bredebaten oplevert, zou idealiter meegewogen worden hoe nieuwe partijen bijeen alternatieve invulling van de ruimte productief samenwerken. Dat isechter moeilijk vooraf te voorspellen.Afweging: regionale spreiding van (economische) activiteitenEen terugkerend thema in het ruimtelijk domein is de tegenstelling tussende regionale economische groei enerzijds en fysieke grenzen anderzijds.In de gebieden waar de economie en de arbeidsmarkt het sterkst zijn, isde ruimtelijke druk ook het hoogst. Omdat op deze plekken de meestemensen wonen en werken, kan het veel opleveren om hier te investeren.Daarnaast bieden dichtbevolktere gebieden kansen voor het klimaat,omdat de drukte meer kansen biedt voor OV en er minder noodzaak isvoor (vervuilend) vervoer van mensen en goederen. Voorbeelden zijnstedelijke gebieden zoals de Randstad, Brainport Eindhoven en regioZwolle. In minder dichtbevolkte regio’s liggen kansen voor de toekomst,28Zie onder meer het IBO Biodiversiteit: Snel aan de slag! IBO Biodiversiteit | Rapport |Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9112 zoals Twente of Zuid-Limburg. Daar is het van belang om te werken aansterke netwerken van steden en dorpen. Dit kan door regionale, econo-mische ontwikkeling te koppelen aan woningbouw, voorzieningen eninfrastructuur.Gebieden met een hoge bevolkingsdruk lopen eerder tegen ruimtelijkegrenzen aan dan andere delen van Nederland. Daarbij kan gedachtworden aan files, volle treinen, te weinig ruimte voor woningbouw, eenvol energienet en krapte rond drinkwaterbronnen. Deze problemen zijnniet met alleen geld op te lossen.Ze vereisen ook keuzes over de toekenning van ruimte. Daarnaast kunnenovermatige investeringen in de kerngebieden leiden tot toenemendeverschillen tussen regio’s. Het is cruciaal om dit tegen te gaan. Ook dooroog te hebben voor de duidelijke kansen die er liggen in minder dichtbe-volkte regio’s voor economische en sociaal-maatschappelijke ontwik-keling.Beleid huidig kabinet•Nieuwe nota ruimte.C. Specifieke afwegingen – Economie en arbeidsmarkt UitdagingenZoals door de staatscommissie geschetst zijn de twee grote uitdagingenvoor de economie en de arbeidsmarkt de komende jaren de stagnatie vande groei van de Nederlandse beroepsbevolking en de productiviteit. Datheeft als consequentie dat arbeid een begrenzing vormt voor de wens omextra economische activiteiten te ondernemen. Vrijwel alle sectorenvoelen momenteel de krapte op de arbeidsmarkt.−De staatscommissie stelt dat tekorten ook aanzetten tot acties. Dit gaatom marktprocessen als loonstijgingen en verschuivingen vanwerkenden binnen en tussen sectoren. Of de inzet op goed werkgever-schap, het voorkomen van mismatch, technische en sociale innovatie,of meer uren werken. Maar omgaan met schaarste is niet alleen eenmarktproces. De overheid draagt immers zorg voor het soepelfunctioneren van de arbeidsmarkt en kent ook personeelstekorten in depublieke sectoren als zorg en onderwijs. En de overheid draagt via deeigen uitgaven bij aan de vraag naar arbeid. Een stagnerendeberoepsbevolking betekent dat cruciale sectoren slechts in werkgele-genheid kunnen groeien als andere sectoren krimpen.−De stagnerende productiviteit is een wereldwijd probleem, hoewel deproductiviteitsontwikkeling in Nederland ook internationaal vergelekenlager is.29 Ook binnen de overheid zelf en in publieke diensten als dezorg en het onderwijs is sprake van lage productiviteitsgroei. Omproductiviteit te verhogen, is het belangrijk om in te zetten optechnologische en sociale innovatie. Door werkprocessen slimmer teorganiseren, en door gebruik te maken van de kansen die nieuwetechniek biedt.Het mitigeren van de impact en het benutten van de kansen vanvergrijzing op de economie vereist een combinatie van beleidsmaatre-gelen op verschillende gebieden. Naast het bevorderen van langerdoorwerken en het geven van mantelzorg in de derde levensfase, is hetbelangrijk te investeren in werknemers. Om in hun bestaande banen goedverder te kunnen gezien de veranderingen die op ons afkomen en om deovergang naar andere (nieuwe) sectoren te vergemakkelijken. Ook helpen29GDP per capita and productivity growth (oecd.org)Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9113 innovatie en technologische vooruitgang om de productiviteit teverhogen, de arbeidsinzet te vervangen en de kosten te verlagen insectoren die de gevolgen merken van vergrijzing, zoals de gezond-heidszorg en de langdurige zorg. Het omgaan met vergrijzing betekent datde samenleving op veel terreinen moet meebewegen om ouderen in staatte stellen gezond, actief en vitaal mee te (blijven) doen in onze samen-leving, zoals inzetten op een leven lang ontwikkelen en voldoendepassende woningen voor ouderen.Een andere uitdaging komt voort uit de internationale context en detoegenomen geopolitieke instabiliteit. Internationale ontwikkelingenhebben geleid tot een grotere nadruk op open strategische autonomie eneconomische veiligheid. Dit is een Europese discussie: wat produceren webinnen de EU en waarvoor kunnen we bouwen op productie elders?30De wens om bepaalde productie (deels) zelf te organiseren of te behoudenvergroot de binnenlandse en intra-Europese vraag naar schaarse arbeiden verandert ook de vraag naar het type arbeid. Dit vergroot de druk op dearbeidsmarkt. Bovendien leidt de toegenomen geopolitieke instabiliteit totmeer en onvoorspelbaardere migratiebewegingen.Veranderingen in welvaart en maatschappelijke opvattingen hebbengeleid tot een grotere verscheidenheid aan huishoudtypen, en verande-ringen in hoe huishoudens georganiseerd zijn. Dat leidt onder andere totverschuivende verwachtingen over de werk-privé balans. Dit sluit aan bijeen levensopvatting die de positie van werk als centrum van volwassenlevens ter discussie stelt, ten behoeve van een portfolio of life, waarin tijden aandacht verdeeld is tussen werk, familie, gezondheid, gemeenschap,en voldoende rust. Dit komt bijvoorbeeld terug in de keuzes tussen arbeiden zorg en verlofregelingen die daarvoor beschikbaar zijn.Afweging: meer sturing op studiekeuze en opleidingsaanbodDe beperkingen in het arbeidsaanbod zetten het onderwijs voor deuitdaging om de aansluiting tussen onderwijs en arbeidsmarkt teverbeteren, en daarmee potentieel de personeelstekorten (in bijvoorbeeldmaatschappelijke kraptesectoren) te verminderen. Daarbij wordt hetaanbod van initiële afgestudeerden de komende jaren in absoluteaantallen lager, onder andere door demografische krimp. Specifiek voorhet wetenschappelijk onderwijs geldt dat de instroom van internationalestudenten een belangrijk onderdeel is van de studentenpopulatie.In het huidige stelsel mogen bekostigde onderwijsinstellingen opleidingenalleen aanbieden als er voldoende arbeidsmarktperspectief is. Binnen dataanbod staat de vrije studiekeuze van aspirant-studenten centraal. Daarbijligt het vooral aan kiezende jongeren zelf welk gewicht ze bij hun keuzetoekennen aan het verwachte arbeidsmarktperspectief. In de toekomst kande overheid ervoor kiezen hier meer op te sturen. Bijvoorbeeld doorcapaciteit op bepaalde opleidingen, te begrenzen en studenten nogactiever te verleiden voor aanmelding bij opleidingen in tekortsectoren.31Sterkere sturing kent echter ook keerzijdes en beperkingen. Sturing oponderwijs zal niet effectief zijn als de arbeidsvoorwaarden en-omstandigheden in een sector onvoldoende aantrekkelijk zijn. Veelafgestudeerden zullen dan snel uitstromen naar andere sectoren.Daarnaast kan de sturing van de overheid ook verkeerd uitpakken, metname voor sectoren waar de arbeidsvraag moeilijk voorspelbaar is. Ookwerken andere keuzes van leerlingen en studenten pas na langere tijd30Kamerbrief Open Strategische Autonomie – post CoCo + MR versie v3–11 (overheid.nl)31Zie bijvoorbeeld Samen gericht opleiden voor wendbare vakmensen IBO Toekomstbesten-digheid van het mbo | Rapport | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9114 door in het onderwijs voordat zij doorwerken in het arbeidsaanbod. HetMinisterie van OCW laat het effect van meer sturende maatregelen vanuitde overheid momenteel onderzoeken. Dit onderzoek is naar verwachtingin de zomer van 2024 gereed. Daarnaast is het belangrijk om te blijveninvesteren in een leven lang ontwikkelen. Ook door tijdens hun werkendeleven blijven doorleren, kunnen werkenden vaardigheden opdoen dienodig zijn om te kunnen werken in tekortsectoren.Afweging: hoogwaardige werkgelegenheid combineren met werk vooriedereenEnerzijds willen we een economie waarin de maatschappelijke eneconomische waarde van het werk zo hoog mogelijk is. Anderzijds willenwe ook dat de werk goed aansluit bij de talenten én beperkingen van deberoepsbevolking, zodat iedereen een plek kan vinden op de arbeids-markt. Door de randvoorwaarden voor werk aan te passen, neemt dekwaliteit van werk toe. Dit kan door het minimumloon verder te verhogenen scherpere voorwaarden te stellen aan bedrijven, bijvoorbeeld vianormeren en beprijzen en regelgeving voor de arbeidsomstandigheden.Daardoor zullen bedrijven die momenteel ingericht zijn op goedkopearbeid meer inzetten op innovatie of zullen krimpen.Het risico blijft bestaan dat niet iedereen mee kan komen. Het grootstedeel van de werkenden zal hun baan behouden en hun arbeidsvoor-waarden zien verbeteren. Of beter werk vinden, al dan niet met behulpvan op- om- of bijscholing. Door de verbetering van de arbeidsvoor-waarden zal het voor werkgevers duurder worden om mensen aan tenemen. Dit kan ervoor zorgen dat – zelfs in een krappe arbeidsmarkt –mensen die niet (meer) over de vereiste vaardigheden beschikken hunbaan verliezen en niet gemakkelijk nieuw werk vinden. Het is belangrijkom een goede manier te vinden om de mensen te helpen die hierdoormoeilijker meekomen op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld door hen richtingandere banen te helpen en te zorgen voor een goed sociaal vangnet.Beleid huidig kabinet•Perspectief op de Nederlandse Economie.32•Aankondiging van een breed arbeidsmarktpakket, tot stand gekomenin samenwerking met de sociale partners.•Aanpak krapte arbeidsmarkt.33 Het kabinet zal uw Kamer naaraanleiding van de motie Podt verder informeren over de aanpak vanpersoneelstekorten, met name in publieke sectoren.34•De werkagenda mbo en het bestuursakkoord voor hbo en wo, gerichtop het verbeteren van de aansluiting tussen onderwijs en arbeids-markt.35•Inzet op innovatie via bijvoorbeeld Regionale Ontwikkelingsmaat-schappijen (ROM’s) en Invest-NL.•Inzet op ondersteuning van werkenden bij leren en ontwikkelen.36•Inzet op meer uren werk en participatie van mensen die nu nog aan dekant staan, waaronder met name vrouwen; onder meer via de alliantie32Kamerstukken II, 2022/23 33 009, nr. 13133Kamerstukken II, 2021/22, 29 544, nr. 1115; Motie Podt over de aanpak van personeelstekortenin publieke sectoren – Arbeidsmarktbeleid – Parlementaire monitor (Kamerstuk 29 544,nr. 1238)34Motie Podt over de aanpak van personeelstekorten in publieke sectoren – Arbeidsmarktbeleid– Parlementaire monitor35Samen Werken aan Talent | Convenant | Rijksoverheid.nl; Bestuursakkoord 2022 hogeronderwijs en wetenschap (overheid.nl)36Kamerbrief over beleidslijnen Leven Lang Ontwikkelen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl,Kamerbrief over vervolg Beleidslijnen Leven Lang Ontwikkelen (LLO) | Kamerstuk | Rijksover-heid.nl, Kamerbrief over uitwerking onderwijsagenda LLO | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9115 «financieel sterk door werk» en statushouders via het plan van aanpak«statushouders aan het werk».37•Doorontwikkeling van de arbeidsmarktinfrastructuur met LLO alsbelangrijke onderdeel.D. Specifieke afwegingen – Publieke voorzieningen UitdagingenZoals geschetst door de staatscommissie hebben demografischeontwikkelingen grote impact op publieke voorzieningen. Er ligt eenopgave om de kwaliteit en toegankelijkheid van deze voorzieningen teborgen of verbeteren. Met oog voor verdeling tussen regio’s. Een goedfunctionerende publieke sector is belangrijk voor de economie ensamenleving. Tegelijkertijd is de opgave om te voorkomen dat publiekevoorzieningen een onwenselijk groot beslag leggen op de economie, endaarmee juist ten koste gaan van het verdienvermogen van het land. Bijeen stagnerende beroepsbevolking kan krapte immers niet wordenopgelost door overal tegelijk meer mensen aan te trekken.De afname van het aandeel werkenden in de bevolking zorgt daarnaastvoor een lager gemiddeld inkomen per hoofd van de bevolking. Daardoorkan er druk ontstaan op de betaalbaarheid van publieke voorzieningen, enop wat er mogelijk is qua menskracht en financiën.Een groei van de arbeidsproductiviteit kan uitkomst bieden. Dit vereist weldat productiviteitsgroei evenwichtig is verdeeld over de economie. Alsproductiviteitsgroei vooral in de marktsector wordt gerealiseerd, enpublieke sectoren achterblijven, leidt dit juist tot druk op publiekevoorzieningen. Zij hebben dan meer financiële middelen nodig om tenopzichte van de marktsector concurrerende lonen te kunnen blijvenbieden. Daardoor stijgen de collectieve uitgaven en dat kan leiden tot eenbegrotingsopgave – die moeten worden ingevuld via hogere belastingenof lagere uitgaven.In de zorg ontstaat er door de vergrijzing en de introductie van nieuwebehandelmogelijkheden een grote toename in de zorgvraag. Ouderendoen vaker een beroep op curatieve zorg, en hebben ook vaker langdurigezorg nodig, terwijl het aantal werkenden afneemt. De introductie vannieuwe behandelmogelijkheden kan de zorgvraag in de toekomst verdervergroten. Wanneer demografische trends naast trends over de vraagnaar zorg worden gelegd, zien we een forse toename van het deel van dewerkenden dat in de zorg werkt. Dat zou bij ongewijzigd beleid in 2040oplopen tot 1 op de 4 werkenden, tegenover 1 op de 6 in 2022. De ambitievan dit kabinet is om deze verhouding stabiel te houden op 1 op de 6.Het onderwijs ondervindt door het dalende geboortecijfer een afname vanhet aantal leerlingen in primair en voortgezet onderwijs. Deze ontwik-keling verlicht het probleem van het lerarentekort, maar dalendeleerlingaantallen kunnen het aanbod van onderwijsinstellingen verkleinenen zo mogelijk de keuzevrijheid en specialisatie-mogelijkheden inperken.Verder is in de regio’s waar groei van het onderwijs verwacht wordt, hetlerarentekort nu al het grootst. In krimpregio’s is een belangrijke uitdaginghet in stand houden van een goed onderwijsaanbod, dat aansluit bij debehoeftes van die regio.De demografische krimp bereikt na het primair en voortgezet onderwijsinmiddels ook het mbo, hbo en wo. De instroom van internationalestudenten kan daarnaast de krimp of groei in het onderwijs beïnvloeden.Het is belangrijk het aanbod aan opleidingen en onderzoeksinfrastructuur37Kamerstukken II, 2022/23, 32 824, nr. 381Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9116 voldoende breed blijft, onder andere om tegemoet te komen aan despecifieke regionale arbeidsvraag.De sociale zekerheid zal in de toekomst moeten aansluiten bij eenbevolking die diverser is in haar huishoudvormen, arbeidsrelaties, envoorkeuren over de verhouding van werk en vrije tijd. Met alsuitgangspunt om iedereen een adequaat niveau van zekerheid te bieden,en inzet op zekerheid binnen duurzame arbeidsrelaties. Migratie engrensarbeid – zowel vanuit als naar Nederland – roepen vragen op over detoegankelijkheid, coördinatie, gegevensuitwisseling en handhaving van desociale zekerheid over grenzen heen.Ook publieke voorzieningen als buurthuizen, sportvoorzieningen, cultureleinstellingen, bibliotheken en openbaar vervoer krijgen te maken met eenvergrijzende en veranderende bevolking. En zullen daar op in moetenspelen om hun sociale functie goed te kunnen blijven vervullen. Demogra-fische ontwikkelingen kunnen gevolgen hebben voor de bestuurlijke enfinanciële verhoudingen tussen het Rijk en medeoverheden. Daarnaast zalgebrek aan personeel in diverse sectoren effect hebben op de uitvoer-baarheid van beleid in die sectoren.Afweging: betaald werk of onbetaalde zorgBij maatschappelijke activiteiten speelt steeds de vraag wat we alspublieke voorziening moeten organiseren via betaald werk, en watmensen zelf als vrijwilliger kunnen doen. Dit komt bijvoorbeeld naar vorenin de afweging tussen formeel geregelde zorg en mantelzorg. Om depersonele en financiële houdbaarheid van de zorg te waarborgen, zet hetkabinet in op ondersteuning van ouderen die nog in hun eigen huis willenen kunnen wonen. Dat heeft als bijkomend gevolg dat momenteel4,4 miljoen mensen een mantelzorgtaak of verantwoordelijkheid hebben.De verwachting is dat in 2040 vrijwel iedereen in meerdere of minderemate zorgt voor een naaste.Tegelijkertijd zorgt de vergrijzing voor een beperking in het arbeids-aanbod, waarbij de arbeidsmarkt krap kan blijven. Dat versterkt de roepom het verhogen van het aantal uren betaald werk. Uit de Emancipatie-monitor van het CBS blijkt dat voor een kwart van de vrouwen die nu indeeltijd werkt, mantelzorg een reden is om niet voltijds te werken. Meermantelzorg kan dus ten koste gaan van hogere arbeidsparticipatie.Omgekeerd kan de wens tot het verhogen van de arbeidsparticipatie inuren van met name vrouwen ten koste gaan van de hoeveelheidbeschikbare mantelzorguren. Of de druk op mensen die werk, onderwijsen mantelzorg combineren te veel verhogen, wat leidt tot uitval. Het isdaarom niet alleen van belang te kijken naar de inzet van mensen maarook naar de verdeling van zorgtaken tussen vrouwen en mannen, hetspreiden van pieken over het leven heen en het ondersteunen vanmantelzorgers.Afweging: vereenvoudiging sociale stelsel of gerichte ondersteuning.Gedurende de afgelopen eeuw is het sociale zekerheidsstelsel steedsverder opgebouwd en tot wasdom gekomen. Onze sociale zekerheid biedtgerichte ondersteuning, maar is daardoor ook complex. Dat maakt hetmoeilijker voor mensen om regelingen aan te vragen, en te weten waar zeaan toe zijn. Bovendien is de wereld van werk steeds diverser geworden,bijvoorbeeld qua contractvormen, waardoor de sociale zekerheid nietaltijd goed aansluit bij de werksituatie. Complexere stelsels hebbendaarnaast als gevolg dat zij een groter beslag leggen op de capaciteit vanuitvoeringsorganisaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9117 Eenvoud is mogelijk door minder regelingen te hanteren, mindervoorwaarden aan sociale zekerheid te verbinden, voorwaarden teharmoniseren en de consequenties van onbedoelde fouten te vermin-deren. In sommige gevallen zou dat ertoe kunnen leiden dat het beleidminder gericht wordt. Als beleid minder gericht wordt, kan dit er voorzorgen dat de groep die inkomensondersteuning ontvangt wordtuitgebreid met mensen die de ondersteuning wellicht niet nodig hebben.Anderzijds kan vereenvoudiging ook bijdragen aan meer bestaansze-kerheid door minder schulden (bijvoorbeeld als gevolg van minderterugvorderingen en minder niet-gebruik). En mogelijk meer arbeidsparti-cipatie als onzekerheden over de gevolgen van (meer) werken wordenweggenomen. Dit vereist ingewikkelde keuzes over eenvoud ten opzichtevan gerichtheid.Beleid huidig kabinet•Integraal Zorgakkoord (IZA).•Programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO).•Hervormingsagenda Jeugd.•GALA.•Programma Toekomstbestendige Arbeidsmarkt Zorg en Welzijn (TAZ)•Aanpak Lerarentekort binnen meerjarige lerarenstrategie «samen voorhet beste onderwijs».•Het programma Vereenvoudiging Inkomensondersteuning Mensen(VIM).GovernanceDemografie als essentieel onderdeel van beleid vergt een adequateorganisatie van het Rijk en toegesneden beleidsinformatie op het gebiedvan demografische ontwikkelingen. Onder coördinatie van SZW is reedsvoorzien in een beleidsinformatiestructuur, die uit twee onderdelenbestaat: I) een periodieke beschrijvende analyse van de demografischeontwikkeling en II) verdiepende analyses van de maatschappelijkegevolgen van die demografische ontwikkeling voor uiteenlopendemaatschappelijke terreinen, die aangrijpingspunten opleveren voorbeleidsinstrumenten.Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) voert het eerstgenoemdeonderdeel uit. Binnen deze opdracht zal het CBS in 2024 en in 2029 eenactualisatie opleveren van de zeven bevolkingsvarianten die in het kadervan de Verkenning Bevolking 2050 (NIDI en CBS, 2020)38 zijn uitgevoerd.Die vormden de basis voor doorrekening van de demografische ontwikke-lingen voor de maatschappelijke domeinen opleiding, arbeid, zorg enwonen (NIDI en CBS, 2021).39 Deze actualisaties leveren inzicht op in demate waarin de zeven varianten die in de doorrekeningen uit 2020 zijnonderscheiden (krimp, groei, grijs, groen, lage migratie, hoge arbeidsmi-gratie, hoge asielmigratie) nog betekenis hebben, of dat de feitelijkeontwikkeling aanleiding vormt om één of meerdere varianten teschrappen of te vervangen door een andere variant.Het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) voert hettweede onderdeel uit, met medewerking van het CBS. Dit onderdeelbestaat uit verdiepende themastudies naar de effecten van de bevolkings-ontwikkeling op relevante maatschappelijke sectoren, om daarmee38De gezamenlijke aanpak van het kabinet is neergelegd in het Nationaal Programma Discrimi-natie en Racisme.39https://www.platform31.nl/artikelen/samenleven-in-diversiteit-de-kracht-van-de-openbare-ruimte/Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9118 knelpunten op te sporen die een gevolg zijn van de demografie. Dezeanalyses moeten aangrijpingspunten opleveren voor beleidsontwikkelingen -instrumenten. Binnen deze opdracht, die tot en met 2033 loopt, zal hetNIDI jaarlijks een studie uitvoeren en publiceren. Daarbij zal elke vijfdestudie een samenvoegend karakter dragen waarin de inzichten van deeerder uitgevoerde themastudies, en de relevante inzichten die anderekennisinstituten hebben ontwikkeld, bij elkaar worden gebracht voor eenactuele stand van zaken op het gebied van demografie en mogelijkebeleidsopties.Het voorstel van de staatscommissie om tot een meerjarige programma-tische aanpak te komen geeft aanleiding voor dit kabinet om eenverkenning uit te laten voeren. Middels deze verkenning zal in kaartworden gebracht hoe de samenwerking op demografie binnen het Rijk inhet vervolg kan worden georganiseerd. Hierin kan worden aangesloten bijde adviezen die de staatscommissie op dit vlak heeft gedaan op hetgebied van de kennisinfrastructuur, meerjarige beleidscycli en deinterdepartementale organisatie en aansturing.5. Adviesrapport Caribisch Nederland De Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen Caribisch Nederland2050 werkt momenteel aan een advies omtrent scenario’s, beleidsoptiesen handelingsperspectieven van de regering in relatie tot de maatschap-pelijke gevolgen van de demografische ontwikkelingen in Bonaire, SintEustatius en Saba.De Staatscommissie Demografische OntwikkelingenCaribisch Nederland 2050 kent eenzelfde samenstelling als de staatscom-missie, zoals ingesteld in 2022, behoudens de toevoeging van eenvicevoorzitter met expertise op het gebied van Caribisch Nederland.Met deze nieuwe opdracht en instelling wordt er invulling gegeven aan demotie-Den Haan40, die de regering verzoekt om ook Caribisch Nederlandte betrekken in het werk van de staatscommissie, constaterende dat devergrijzing in Caribisch Nederland een enorme impact zal hebben op dewoningmarkt, de zorg, het onderwijs en de arbeidsmarkt en het belangrijkis om te kunnen anticiperen op deze ontwikkelingen.6. Tot slot We staan als samenleving en politiek voor forse keuzes. Dat heeft destaatscommissie duidelijk gemaakt. Het advies van de staatscommissie isom in te zetten op een scenario van gematigde groei in 2050. Of en opwelke wijze dit een richtsnoer kan zijn voor behoud van brede welvaart inNederland, is aan een nieuw kabinet. Schaarste zorgt voor een noodzaaktot fundamentele keuzes die moeilijke afwegingen vergen. Elke oplos-singsrichting zal naast potentiële voordelen ook beperkingen en onzeker-heden kennen. Binnen een landschap van snelle ontwikkelingen,complexe vraagstukken en diverse belangen, is prioritering noodzakelijk.Met deze brief beoogt het kabinet het gesprek daarover te voeden. Detoekomst van Nederland start immers met dat eerste gesprek oververandering en hoe wij daarmee willen omgaan.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,C.E.G. van Gennip40Motie-Den Haan c.s., Tweede Kamer, vergaderjaar 2022–2023, 36 200 IV, nr. 23.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410, nr. 9119

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · ff454557962ae7ce

14 okt 2026 · 60c395566dfd8989

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.