KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ontwikkelingen van het spoorgoederenvervoer

5 mrt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 7db108a36831def6 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 984Spoor: vervoer- en beheerplan34 244Logistiek en goederenvervoerNr. 1233 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 5 maart 2025Het kabinet zet zich in voor een goed functionerend, duurzaam,veerkrachtig en digitaal multimodaal goederenvervoersysteem. Met dezebrief informeer ik u over de relevante markt- en beleidsontwikkelingenrondom specifiek het spoorgoederenvervoer. Daarnaast ga ik in deze briefin op de tijdens het CD Spoor van 15 januari 2025 gedane toezegging aanhet lid Koekkoek (Volt) over een gelijk speelveld.1In december 2024 is de Kamer geïnformeerd over de nadere uitwerkingvan het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer2. In die brief zijn ook dekaders gedeeld waarbinnen het Toekomstbeeld Spoorgoederenvervoer dekomende maanden nader wordt vormgegeven:–Het Toekomstbeeld moet passen binnen het integrale bereikbaarheids-beleid, waarin we de krachten van de verschillende modaliteitenbenutten, versterken en verbinden (de juiste mobiliteit op de juisteplaats en tijd);–Het spoorgoederenvervoer is en blijft een belangrijke schakel in onsmultimodale goederenvervoerssysteem;–Het spoorgoederenvervoer voldoet aan de gestelde publieke kadersvoor duurzaamheid, een gezonde leefomgeving en veiligheid;–Actuele schaarse budgettaire ruimte vereist dat het spoorgoederenver-voer vooralsnog moet worden opgevangen in het bestaande netwerk,waarmee vervoer over de bestaande goederencorridors blijft bestaan.Deze kaders sluiten goed aan op de beleidsuitgangspunten van deMobiliteitsvisie en de Beleidsagenda Goederenvervoer, die op dit momentook nader uitgewerkt worden.1Kamerstukken TZ202502-1162Kamerstukken II, 2024/25, 29 984, nr. 1218. kst-29984-1233ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12331 MarktontwikkelingenBegin februari heeft ProRail het bij deze brief gevoegde jaarrapport«Spoorgoederen in Nederland» gepubliceerd. Hierin is te lezen dat deomvang van het spoorgoederenvervoer in 2024 met 7% is afgenomen tenopzichte van 2023. Het totaal vervoerd gewicht kwam op iets minder dan40 miljoen ton uit. Dit wordt voor het grootste deel verklaard door deafname van het kolenvervoer. Deze afname komt door het Duits beleid omin de nabije toekomst te stoppen met kolen voor de energieopwekking.Andere segmenten, zoals intermodaal, bleven per saldo redelijk stabiel.Wel waren er binnen segmenten verschuivingen. Minder «container-treinen» op relatief korte afstand, een toename op langere afstand. Zonam het vervoerd gewicht richting Noordoost Europa in 2024 toe metmeer dan 10% ten opzichte van 2023.Het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KiM) heeft recentelijk deverwachting uitgesproken dat het spoorgoederenvervoer op de middel-lange termijn (in de periode 2023–2029) met circa 10% zal groeien3. Hettotale goederenvervoer groeit in deze periode naar verwachting met eenkleine 4%, dus dit zal naar verwachting leiden tot een toename van hetmarktaandeel van het spoorgoederenvervoer binnen het totale goederen-vervoer. De verwachting is dat het aandeel van het containervervoer zalstijgen en het aandeel vervoer van droge bulk (zoals kolen en erts) zaldalen.Beleidsinzet op het versterken van de kracht van het spoorgoede-renvervoerHet spoorgoederenvervoer is en blijft een belangrijke modaliteit binnenons goederenvervoersysteem. Hieronder wordt ingegaan op het beleiddat erop is gericht om de kracht van het spoorgoederenvervoer binnenons multimodale goederenvervoersysteem te versterken. Achtereen-volgens wordt ingegaan op de beleidsinzet gericht op de capaciteit voorspoorgoederenvervoer, de kosten van het spoorgoederenvervoer,innovatie en digitalisering en internationale ontwikkelingen.Capaciteit voor spoorgoederenvervoerMet het Programma Hoogfrequent Spoorvervoer (PHS) werkt het kabineteraan om op de drukste trajecten van het landelijk spoornetwerk te komentot hoogfrequent spoorvervoer en een toekomstvaste routering van hetgoederenvervoer met zo intensief mogelijk gebruik van de Betuweroute.In dit kader wordt een nieuwe tweesporige Zuidwestboog bij Meterengerealiseerd om zo een nieuwe verbinding te creëren tussen de Betuwe-route en het spoortraject van Utrecht richting ’s-Hertogenbosch. Dit maakteen nieuwe, extra route voor het goederenvervoer per spoor tussenRotterdam (Kijfhoek) en Boxtel mogelijk. Dit vervoer verloopt in dehuidige situatie via de route Dordrecht, Breda, Tilburg en Boxtel (Brabant-route) naar Eindhoven en verder richting Zuidoost-Nederland enDuitsland. De nieuwe, extra route loopt via de Betuweroute tot Meteren envervolgens via de nieuwe verbindingsboog van de Betuweroute via debestaande spoorlijn naar ’s-Hertogenbosch tot Boxtel. Vanaf Boxtel wordtde bestaande route richting Eindhoven weer gebruikt. Het streven is datdeze goederenroutering vanaf 2031 kan plaatsvinden. Het project PHSMeteren – Boxtel bestaat, naast de verbindingsboog, uit nog eenhoofdonderdeel dat noodzakelijk is voor PHS, namelijk (1) in Vughtverdiept liggende bak met twee sporen realiseren en (2) het realiseren vanviersporigheid tussen ’s-Hertogenbosch en Vught en een vrije kruising bijVught. Deze capaciteitsuitbreiding op dit knooppunt van spoorlijnen is3Rapport Kerncijfers Mobiliteit 2024, Kennisinstituut voor MobiliteitsbeleidTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12332 nodig om de extra goederentreinen en het hoogfrequente reizigersverkeerte kunnen accommoderen. Hierdoor wordt het treinverkeer op de corridorAmsterdam – Eindhoven ontvlochten van de corridor Tilburg – Nijmegen.De treinen van beide corridors zitten elkaar niet meer in de weg. Nadat hetTracébesluit PHS-Meteren-Boxtel op 21 december 2022 onherroepelijk isgeworden, is ProRail gestart met de aanbestedingen en zijn de eerstewerkzaamheden gestart. Via de reguliere voortgangsrapportage PHS (detwaalfde voortgangsrapportage over de tweede helft 2024 volgtbinnenkort) informeer ik de Kamer meer in detail en in bredere contextover de voortgang van PHS.Voor het traject Goederenroutering Noord-Oost Europa (GNOE) zijn in hetbestuurlijk overleg van december jl. nadere afspraken gemaakt over deaanscherping van scope en governance. Op dit moment loopt deaanbesteding voor een onderzoeksconsortium dat de afgesproken nut- ennoodzaakstudie gaat uitvoeren. Planning is dat de studie voor de zomervan 2026 gereed is.Het ministerie heeft ProRail gevraagd om vervolgstappen te zetten voordiverse projecten op het havenspoor in Rotterdam. Het betreft hetgeschikt maken voor treinen van 740 meter van het spoor ter hoogte vande Merseyweg (een stamlijn van het emplacement Botlek), elektrificatievan een deel van emplacement Europoort en capaciteitsvergroting van deSophiatunnel. Voor deze projecten wordt gestart met de planning- enstudiefase. Daarnaast is ProRail gevraagd om voorstellen voor proces-maatregelen te doen om de bezettingstijden van sporen te verminderenen op die manier de infrastructuur op het havenspoor efficiënter tebenutten. Verder start ProRail met de verkenning van het elektrificerenvan de Distri-driehoek, een verbinding tussen het huidige emplacementMaasvlakte West, de nabij gelegen terminals en het toekomstigeemplacement Maasvlakte Zuid. Elektrificatie van de Distri-Driehoek draagtbij een efficiëntere benutting van de sporen op de Maasvlakte en in de C2bocht en biedt mogelijkheden voor een verdere verduurzaming van hetspoorgoederenvervoer. Tot slot is ProRail gevraagd om onderzoek te latenuitvoeren naar nut en noodzaak van capaciteitsvergroting in de C2-bochtop de Maasvlakte.In november 2024 is gestart met de realisatie van het zogenoemde DerdeSpoor in Duitsland. De aanleg hiervan is nodig om de capaciteit op deinternationale corridor waar de Betuweroute mee is verbonden tevergroten. Tijdens deze periode (van 80 weken) die duurt tot mei 2026 zijner ruim 20 niet-aaneengesloten weken van dubbelsporige buitendienst-stellingen, waarbij spoorgoederentreinen die normaliter bij Emmerich degrens over steken, moeten worden omgeleid. Bij het BO-MIRT 2024 isbesloten om steun te geven aan het voorstel van de spoorgoederenver-voerders om tijdens deze 20 weken een gezamenlijke machinistenpool inte richten, waarmee de beschikbare goederenpaden op het trajectRotterdam–Venlo maximaal benut kunnen worden. Het streven is om dezemachinistenpool bij de start van de volgende periode van dubbelsporigebuitendienststelling operationeel te hebben.In juli 2024 heeft ProRail het bijgevoegde Opgavenbeeld Wagenlading-vervoer opgeleverd. Het wagenladingvervoer is een segment binnen hetspoorgoederenvervoer (10–15%) gericht op verladers die onvoldoendelading hebben om (met de gewenste frequentie) een complete trein naareen individuele bestemming te beladen of daar onvoldoende fysiekeruimte voor hebben. De sorteerheuvel op Kijfhoek speelt een centrale rolin het wagenladingvervoer als plek om treinen met wagons met ladingvan verschillende verladers tot een complete trein samen te stellen. Hetwagenladingvervoer is een voor Nederland belangrijk, maar kostbaarproduct en staat onder druk. Het Opgavenbeeld WagenladingvervoerTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12333 beschrijft de belangrijkste ontwikkelingen, uitdagingen, strategischekeuzes en mogelijke maatregelen. DB Cargo heeft zich vorig jaar bij onsgemeld met hun zorgen over de toekomst van het wagenladingenvervoerin Europa en Nederland. Hoewel het marktaandeel van dit vervoer inNederland relatief beperkt is in vergelijking met ons omliggende landen isIenW met hen in gesprek over deze zorgen. In overleg met ProRail wordtdaarbij bekeken of het aanpassen van het dienstverleningsmodel vanKijfhoek kan bijdragen aan een vernieuwd perspectief voor dezedeelmarkt. Het is de verwachting dat deze gesprekken in de loop van 2025kunnen worden afgerond.In de laatste voortgangsbrief spoorgoederenvervoer is de Kamergeïnformeerd over ontwikkelingen rondom de nieuwe blusvoorzieningenop emplacementen aan de havenspoorlijn in Rotterdam4. Deze blusvoor-zieningen zijn door het bevoegd gezag voorgeschreven in het kader vande omgevingsvergunning voor rangeren en opstellen van spoorvoer-tuigen met gevaarlijke stoffen. Op diverse emplacementen aan dehavenspoorlijn zijn het afgelopen jaar beperkingen in de bedrijfsvoeringopgetreden door vervuiling in leidingen en lekkages. ProRail heeft delekkages hersteld en de leidingen op alle emplacementen aan dehavenspoorlijn zijn gespoeld vanwege de mogelijke vervuiling. Alleemplacementen zijn inmiddels in dienst voor het rangeren van spoorvoer-tuigen met gevaarlijke stoffen, maar de blusvoorzieningen blijken nogstoringsgevoelig en daarmee te weinig robuust. ProRail onderzoektdaarom maatregelen ten behoeve van het vergroten van de robuustheidvan de blusvoorzieningen.ProRail heeft in overleg met goederenvervoerders een kwaliteitsverbe-tering kunnen doorvoeren voor goederenpaden richting de grensBentheim. Vanwege meerdere niet-commerciële stops5 onderweg kost hetmomenteel meer dan vier uur voor een goederentrein om van Kijfhoeknaar Bentheim te rijden. Dit geldt zowel via de Betuweroute (afslag Elst) –IJssellijn als via de Weesp route. Door de optimalisatie in de dienstre-geling wordt 35 minuten rijtijdwinst behaald voor de goederenpaden viade Betuweroute (afslag Elst) – IJssellijn. De geoptimaliseerde goederenpa-troonpaden van en naar Bentheim zijn beschikbaar met als ingangsdatumde dienstregeling van 2026.Gebruiksvergoeding en modal shiftIedere drie jaar wordt door ProRail de hoogte van de gebruiksvergoedingopnieuw vastgesteld. Voor de periode 2023–2025 is daarnaast ook demethode om de gebruiksvergoeding te bepalen aanzienlijk aangepast. Omdeze aanpassing goed te laten landen is sinds 1 januari 2023 is de«Tijdelijke subsidieregeling opstellen en rangeren spoorgoederenvervoer2023–2025» van kracht. Hiervoor heeft het vorige kabinet € 30 miljoenvrijgemaakt voor de periode 2023–2025. Op 6 november 2024 zijn desubsidietarieven en subsidieplafonds voor 2025 kenbaar gemaakt6. Detijdelijke subsidieregeling loopt eind dit jaar af, omdat per 1 januari 2026de Gebruiksvergoeding 2026–20297 gaat gelden.Het vorige kabinet heeft de «Subsidieregeling stimulering modal shift vanweg naar spoor en binnenvaart 2023–2026» ingesteld om vervoer via het4Kamerstukken II, 2023/24, 29 984, nr. 1182.5Een niet-commerciële stop is een plek op het spoornetwerk waar goederentreinen moetenwachten, omdat dit vanuit de capaciteitsverdeling bezien bijdraagt aan de beste benutting vande spoorcapaciteit. Aangezien een dergelijke stop vanuit logistiek oogpunt geen meerwaardeheeft, leidt het tot het verlies van logistieke efficiëntie.6Staatscourant nr. 34 4657Kamerstukken II, 2024/25, 29 984, nr. 1204.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12334 spoor en de binnenvaart financieel aantrekkelijker te maken. Voor hetspoor is in 2023 en 2024 veelvuldig gebruik gemaakt van deze subsidiere-geling. In 2024 zijn in totaal ruim 92.000 containers van weg naar spoorgecontracteerd. De middelen die voor het spoor waren gereserveerd voor2025 zijn vanwege het grote succes daarom naar voren gehaald en in 2023besteed. Hierdoor zijn voor dit kalenderjaar geen middelen meerbeschikbaar en kunnen geen aanvragen meer in behandeling wordengenomen. Voor de binnenvaart is in 2025 nog wel budget beschikbaarvoor stimulering van de modal shift.Verzekeringsplicht spoorwegondernemingenSpoorwegondernemingen zijn op grond van artikel 55 van de Spoor-wegwet verplicht een aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten. In hetBesluit bedrijfsvergunning en enkele vrijstellingen veiligheidscertificaathoofdspoorwegen is bepaald dat het dekkingsbedrag ten minste10 miljoen euro per gebeurtenis moet zijn. Het Besluit wordt herzien in hetkader van de modernisering van de Spoorwegregelgeving. Daarbij isgebleken dat het bedrag sinds 2004 niet is geïndexeerd of anderszinsaangepast. Om die reden heeft IenW een studie laten uitvoeren om tebezien in hoeverre dit bedrag anno 2025 nog voldoet. Het onderzoeks-bureau komt tot de conclusie dat het bedrag naar boven bijgesteld dientte worden. Het onderzoeksrapport is bij deze brief gevoegd. Deuitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen in de herziening vande lagere regelgeving. De indiening van het wetsvoorstel ModerniseringSpoorwegwet bij de Kamer wordt in verband met de behandeling van hetwetsvoorstel Sturing en Verantwoording ProRail aangehouden. IenWwerkt intussen verder aan de lagere regelgeving bij het wetsvoorstel.Innovatie en digitaliseringIn 2022 en 2023 zijn middelen beschikbaar gesteld voor pilotprojecten LastMile Spoor bij de spooremplacementen Botlek, Maasvlakte West, Moerdijken Amsterdam Houtrakpolder. Doel is om met het gebruik van sensorenen camera’s de planbare capaciteit op deze emplacementen tot 25% teverhogen. Bij het BO-MIRT 2024 is besloten om vanwege positieveresultaten aanvullende middelen beschikbaar te stellen aan ProRail.Hiermee kan de pilot op Houtrakpolder worden verdiept, kan wordenuitgewerkt hoe de toepassing op de diverse pilotlocaties kan wordenbestendigd en kunnen de mogelijkheden voor uitwisseling van data metde digitale systemen van de havens worden onderzocht.Bij het BO-MIRT 2024 is besloten om middelen te reserveren om hetprogramma Rail Connected in 2024 te kunnen continueren. Binnen ditprogramma werken railoperators, terminals en spoorgoederenver-voerders, het havenbedrijf van Rotterdam en Portbase samen om viadigitalisering de informatie-uitwisseling te stroomlijnen en zo handmatigehandelingen te reduceren. Het programma draagt zo bij aan het vergrotenvan de logistieke efficiëntie en verminderen van het capaciteitsbeslag vanhet spoorgoederenvervoer. Het programma wordt voor de helft gefinan-cierd door het Ministerie van IenW en voor de andere helft door hetHavenbedrijf Rotterdam.In 2024 heeft TNO in het kader van het programma Indigo+ een haalbaar-heidsstudie uitgevoerd naar Digitale Automatische Koppeling, automa-tische remcontrole en wayside train monitoring. Met deze techniekenwordt beoogd om handmatige handelingen en controles te beperken enzo tijdswinst te boeken. In het BO-MIRT 2024 is besloten om aanvullendemiddelen beschikbaar te stellen om vooruitlopend op een operationelepilot tot een functioneel ontwerp en roadmap te komen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12335 Afgelopen september is het Rail Fieldlab 5G bij het Railcenter in Amers-foort geopend. Deze proeftuin is bedoeld om te testen en experimenterenmet spoorse toepassingen voor de nieuwe telecommunicatietechnologie5G. Eén van de toepassingen die op dit moment getest wordt is hetautomatiseren van de inspectie op het spoor door real-time aangestuurderobots voor toepassing op het Rotterdamse emplacement Kijfhoek. Zo kanProRail slimmer en effectiever beheren en onderhouden. De 5G-proeftuinis een initiatief van het Rijk, ProRail en NS als onderdeel van een brederesamenwerking om in een vroeg stadium de kansen en innovaties tesignaleren en stimuleren die ons kunnen helpen bij de grote opgavenzowel binnen de sector (zoals instandhouding en digitalisering) alsdaarbuiten (zoals verstedelijking en klimaat). Voor de realisatie van hetfieldlab is samenwerking gezocht met een consortium van TU Delft, MCSen TNO.Internationale ontwikkelingenBinnen de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties(UN ECE) is op 17 november 2023 in Genève het Verdrag inzake deovereenkomst van internationaal spoorwegvervoer van goederengesloten. De Kamer is hierover geïnformeerd in de brief van 1 maart20248. Nederland is medeondertekenaar van de Ministersverklaring uit2013 die ten grondslag ligt aan dit Verdrag en waarin de intentie isuitgesproken om te komen tot een enkelvoudig rechtsstelsel voor hetinternationaal spoorwegvervoer van goederen. Het Verdrag is daartoe eeneerste aanzet. Nederland heeft dit verdrag getekend op 21 november 2024en het kabinet zal de ratificatie voorbereiden.Op basis van de nieuwe TEN-T verordening (EU)2024/1679 is een fusietussen de spoorgoederencorridors Rhine Alpine met North Sea Mediter-ranean afgesproken. De Ministers van België, Duitsland, Frankrijk, Italië,Luxemburg, Zwitserland en Nederland hebben een ministeriele regelinggetekend op 5 december jl. om de raad van toezicht (executive board) vande spoorgoederencorridor North Sea Rhine Mediterranean (NSRM) op terichten. De regeling is bij deze brief gevoegd. Het tekenen van deverklaring is een voorwaarde voor de vernieuwde samenwerking van deinfrastructuurbeheerders in de raad van bestuur van de corridor(management board).De nieuwe spoorgoederencorridor heeft een One-Stop-Shop9 voor decapaciteitsverdeling, waarbij er een overgangsfase is naar het nieuweraamwerk voor capaciteitsverdeling waarover nu in trialoog van Raad,Europees Parlement en Europese Commissie wordt onderhandeld. Despoorgoederencorridor werkt nauw samen met de spoorgoederenver-voerders en terminals/ havenbedrijven op het gebied van onder andereomleidingen, infrastructurele knelpunten, digitalisering, ERTMS-uitrol encapaciteitsverdeling. Verwachting voor 2025 is dat de nieuwe spoorgoede-rencorridor een implementatieplan vaststelt. Naast het overzicht van debeschikbare spoorlijnen en capaciteit op de corridor zal de corridorgegeven artikel 19 van de nieuwe TEN-T-verordening ook maatregelenvoorbereiden om per 2030 te voldoen aan de kwaliteitsdoelstellingen van75% aankomsten binnen 30 minuten en een maximum gemiddeldewachttijd van 25 minuten aan de grensovergangen, alsmede de anderevereisten uit de verordening.8Kamerstukken II, 2023/24, 29 984, nr. 1182.9Een One-Stop-Shop is een loket waarbij goederenvervoerders capaciteitsaanvragen voormeerdere landen via één loket kunnen aanvragen en vormt daarmee een vereenvoudiging vanhet aanvraag- en verdeelproces van internationaal spoorgoederenvervoer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12336 De European Transport Corridor en daarmee ook de spoorgoederencor-ridor North Sea Baltic wordt in 2025 uitgebreid met Finland en Zweden.Deze samenwerking is strategisch van belang, maar zal gezien deniet-bestaande doorgaande treinverbindingen met de Baltische staten enPolen operationeel geen impact hebben op de capaciteitsverdeling in decorridor.Op 21 oktober 2024 is er op niveau van de bewindspersonen eenbijeenkomst geweest in het kader van de in 2019 afgesproken samen-werking met Duitsland over spoorgoederenvervoer (JDOI, Joint Decla-ration of Intent). In de bijlage treft de Kamer de voortgangsrapportageaan. In de bijeenkomst met stakeholders in Amersfoort is o.a. eendemonstratie gegeven van de Digitale Automatische Koppeling (DAC)tussen spoorgoederenwagons. Deze innovatie kan de efficiency enveiligheid van het spoorgoederenvervoer bevorderen. Uitrol van dezetechnologie vergt relatief grote investeringen vanwege het grote aantalspoorgoederenwagons dat omgebouwd zou moeten worden. Momenteelworden verschillende uitrolscenario’s in Europa en enkele individuelelanden waaronder Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland voorbereid danwel bestudeerd. Zwitserland heeft reeds circa € 50 miljoen gereserveerdvoor de ombouw van wagons.In de beschikking van 11 november 2024 aan ProRail is de financieringbeschikbaar gekomen voor de – in het kader van de JDOI afgesproken –pilot rond geautomatiseerd rijden op de Betuweroute (de zogenaamdeATO-pilot Betuweroute). ProRail werkt daarbij intensief samen met deDuitse en andere partners en heeft een aanbesteding gestart. Verwachtingis dat vanaf 2026 daadwerkelijk gestart kan worden met gestructureerdtesten van geautomatiseerd rijden op de Betuweroute.In de samenwerking met Duitsland wordt daarnaast onder anderesamengewerkt aan de implementatie van het nationale spoorprogrammaDeutschlandtakt10 vanaf 2040. In dat kader wordt een inschatting gegevenhoeveel doorgaande treinpaden voor personenvervoer en goederen-vervoer gereserveerd moeten worden vanaf 2040.In december 2024 is een sluizencomplex (Muden) in de Moezel gestremdgeraakt met grote hinder voor de binnenvaart als consequentie. Binnen-vaart en spoorgoederenvervoer vanuit Rotterdam naar met nameSaarland zijn beide van belang bij bediening van Duitse staalindustrie.Vanwege de stremming is meer marktvraag naar spoorgoederenvervoervanuit Rotterdam voor met name het vervoer van ertsen. ProRail heeft innauw overleg met terminal beheerders, spoorgoederenvervoerders enspooraannemers in deze bijzondere situatie meer ruimte gemaakt voorbediening van emplacement Maasvlakte Oost door clustering vanwerkzaamheden en lokaal samengaan van operaties en werkzaamheden.In 2024 is met het Oekraïense Ministerie van Transport, de OekraïenseSpoorwegen (UZ) en ProRail samengewerkt op het terrein van devoorbereiding op EU-toetreding en spoorwegen. Het betreft een kennisuit-wisselingsprogramma. Doel van het project is ook om eventuelebottlenecks op te sporen bij het spoorgoederenvervoer van granen vanOekraïne naar onder andere Nederland. Op 3 december 2024 werddaartoe in Warschau een bijeenkomst met stakeholders georganiseerdsamen met Ministeries van Transport van Oekraïne en ook Polen. Dezekennisuitwisseling wordt in 2025 gecontinueerd.10Kamerstukken II, 2021/22, 29 984, nr. 938.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12337 Beleidsinzet op het verminderen van de impact van hetspoorgoederenvervoerMensen moeten kunnen leven in een gezonde, veilige en kwalitatief goedeleefomgeving. Het goederenvervoersysteem en daarmee ook hetspoorgoederenvervoer moet voldoen aan de gestelde publieke kadersvoor duurzaamheid, een gezonde leefomgeving en veiligheid. Spoorgoe-derenvervoer kan zich alleen ontwikkelen als dit in goede balans met deleefomgeving plaatsvindt. Hieronder wordt nader ingegaan op actuelebeleidsontwikkelingen die raken aan het verminderen van de impact vanhet spoorgoederenvervoer. Achtereenvolgens wordt ingegaan opontwikkelingen rondom het Platform Spoorgoederenvervoer & Leefom-geving, de verduurzaming van het spoorgoederenvervoer, geluidshinderen trillingshinder, het vervoer van gevaarlijke stoffen en de impact van deenergietransitie.Platform Spoorgoederenvervoer & LeefomgevingHet Platform Spoorgoederenvervoer & Leefomgeving levert een belang-rijke bijdrage aan de dialoog over de ontwikkeling van het spoorgoederen-vervoer in relatie tot de leefomgeving. Helaas heeft de heer JohanRemkes zijn rol als voorzitter van het Platform Spoorgoederenvervoer enLeefomgeving vanwege gezondheidsredenen moeten neerleggen. Deheer Christophe van der Maat is recentelijk benoemd tot voorzitter van hetOverlegorgaan voor de Fysieke Leefomgeving en volgt de heer Remkesop als voorzitter van het Platform.VerduurzamingOm het spoorvervoer verder te verduurzamen gaan aanpassingen aan deinfrastructuur hand in hand met vernieuwing van materieel. Bij hetBO-MIRT 2024 is het besluit genomen om middelen te reserveren vooreen pilot zero-emissie rangeren in de haven van Moerdijk. Op dit momentis het spoorgoederenvervoer verantwoordelijk voor een derde van deCO2-uitstoot van het spoorvervoer. Met name aan de «uiteinden van hetspoor» zoals in de havengebieden is het spoor niet geëlektrificeerd enwordt met diesellocomotieven gerangeerd. Uit een haalbaarheidson-derzoek is naar voren gekomen dat voor de haven van Moerdijk de inzetvan een batterijlocomotief op korte termijn de meest haalbare oplossing isom tot zero-emissie te komen. Met de pilot kan dit in de praktijk wordengetest. Lessen uit de pilot kunnen worden toegepast op soortgelijke«uiteinden», zoals in andere havengebieden.De business case voor het verduurzamen van de huidige diesellocomo-tieven krijgt daarnaast een impuls doordat ook spoor per ingang van 2027onder het Europese Emissiehandelsysteem (ETS-2) wordt gebracht. Metde Milieu-investeringsaftrek (MIA) en de Willekeurige afschrijvingmilieu-investeringen (Vamil) worden ondernemers gestimuleerd om teinvesteren in milieuvriendelijke en innovatieve bedrijfsmiddelen. Voorspoor geldt per 2025 dat niet langer alleen de ombouw van fossielaangedreven locomotieven naar zero-emissie locomotieven op deMilieulijst staat, maar nu ook de aanschaf van nieuwe zero-emissielocomotieven11. Dezelfde regelingen zijn ook van toepassing opreizigerstreinen.Met het vaststellen van de Europese verordening over infrastructuur vooralternatieve brandstoffen (AFIR) wordt een nationaal beleidskaderopgesteld, waarmee wordt aangegeven wat Nederland doet om aan de11https://www.rvo.nl/sites/default/files/2024-12/RVO-Brochure-Milieulijst%202025.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12338 verplichtingen te voldoen. Vanaf 2025 zal ook over het spoorgoederen-vervoer worden gerapporteerd.Geluidshinder en trillingshinderIn 2024 werkte ProRail verder aan de Innovatieagenda BronaanpakSpoortrillingen (IBS), waarvoor het ministerie € 20 miljoen beschikbaarheeft gesteld. De innovatieagenda heeft als doel kosteneffectievemaatregelen te vinden die hinder voor omwonenden van het spoorbeperken. Er vond een aantal praktijkproeven plaats met innovatievemaatregelen in en naast het spoor. Ook zijn de effecten van het regulierespooronderhoud op trillingen onder de loep genomen. Op het gebied vanmaterieel is, samen met partijen uit de sector, de relatie tussen hetonderhoud van treinwielen en de opgewekte trillingen onderzocht. Naarverwachting komt het grootste deel van de IBS-resultaten nog dit jaarbeschikbaar.Op grond van de Europese verordening 1304/2014 (de technischespecificatie inzake interoperabiliteit van het subsysteem rollend materieel– geluidsemissies)12 mogen per 8 december 2024, op routes met meerdan twaalf goederentreinen per nacht, alleen nog stillere goederen-wagons rijden. In Nederland zijn dit de Betuweroute, de Havenspoorlijn,en de Brabantroute. Nieuwe goederenwagons zijn al stil, oudere goede-renwagons kunnen stil worden gemaakt door ze te voorzien van kunststofremblokken. Met deze remblokken blijft het wieloppervlak tijdens hetremmen gladder dan bij de oude gietijzeren remblokken het geval was.Daardoor vermindert het geluid van de wagons tijdens het rijden. Uitonderzoek van ProRail13 blijkt dat in 2023 verreweg het grootste deel vande goederenwagons op alle grensovergangen stil was. De komendeperiode beziet het ministerie, in samenwerking met naburige lidstaten, ofen hoe nagegaan kan worden of het voorschrift om alleen met stillerewagons op de stillere routes te rijden, volledig wordt nageleefd.Het Meerjarenprogramma Geluidsanering pakt de locaties met de hoogstegeluidsoverlast aan. In 2024 zijn alle saneringsplannen voor het spoordefinitief vastgesteld. Nu bereidt ProRail de realisatie van maatregelenvoor, zoals schermen en raildempers. Dit moet binnen zeven jaar klaar zijnnadat het saneringsplan onherroepelijk is. Maatregelen aan woningenmoeten binnen twee jaar getroffen zijn. Daarnaast volgt de komendeperiode de behandeling van verschillende beroepen ingesteld tegen deplannen.Vervoer gevaarlijke stoffen en de impact van de energietransitieOp 19 december 2024 is de Kamer geïnformeerd over de voortgang vanhet Robuust Basisnet en de veiligheid op spoorwegemplacementen14. Inde brief wordt de noodzaak van landelijke afspraken over omgevingsvei-ligheid rond emplacementen waar gevaarlijke stoffen worden vervoerdbenadrukt. Het emplacementenproject, gestart in 2014, heeft geleid totcategorisering van emplacementen en bijbehorende uniforme voorzienin-genpakketten. Deze afspraken worden wettelijk vastgelegd in het Besluitactiviteiten leefomgeving en de Wet vervoer gevaarlijke stoffen, met eenbeoogde inwerkingtreding in 2026.Daarnaast wordt in de brief ingegaan op de transitie van het basisnet naareen robuust basisnet. Uitgangspunt is dat elk vervoer van gevaarlijkestoffen veilig moet zijn en dat aan de internationale veiligheidsvoor-schriften voor het vervoer en de infrastructuur moet worden voldaan,12https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:02014R1304-2023092813Als bijlage gevoegd bij Kamerstukken II, 2024/25, 32 252, nr. 68.14Kamerstukken II, 2024/25, 30 373, nr. 80.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 12339 waarop goed wordt toegezien en gehandhaafd. Daarnaast gelden dezogenaamde aandachtsgebieden langs de infrastructuur waaroverstructureel vervoer met gevaarlijke stoffen plaatsvindt.Met de verschuiving naar duurzame energiebronnen neemt het vervoervan traditionele fossiele brandstoffen af, terwijl de vraag naar hettransport van bijvoorbeeld waterstof en andere duurzame energiedragerstoeneemt. Dit zorgt voor veranderingen in het vervoer van gevaarlijkestoffen, ook voor het spoor. De Ministeries van KGG, VRO en IenWhebben een samenwerkingsverband op het gebied van waterstof. Onlangsis namens deze samenwerking de kabinetsvisie waterstofdragersgepresenteerd. In de kabinetsvisie waterstofdragers wordt uitgelegd hoewaterstof en stoffen zoals ammoniak en methanol als energiedragergebruikt kunnen worden. Deze stoffen kunnen duurzaam geproduceerdworden en opgeslagen of vervoerd worden voor gebruik in industrie entransport. Dit speelt een cruciale rol in het verduurzamen van de energie-voorziening en het verminderen van de CO2-uitstoot. Het beleid rondomhet transport van ammoniak en waterstof wordt de komende tijd verderonderzocht.Toezegging gelijk speelveld spoorgoederenvervoerAan het lid Koekkoek (Volt) is toegezegd om de Kamer voorafgaand aanhet CD Spoorgoederenvervoer van 3 april aanstaande te informeren overde Europese ambities op het gebied van spoorgoederenvervoer, hetgelijke speelveld tussen spoor en andere modaliteiten en de inzet van hetkabinet om het gelijke speelveld tussen modaliteiten te bevorderen.15Gelet op de ambities om meer multimodaal vervoer te stimuleren, zijn degenoemde vergelijkingen gericht op het spoorgoederenvervoer versus hetwegtransport.De Europese Unie wil in 2050 klimaatneutraal zijn en de uitstoot vanbroeikasgassen in 2030 met 55 procent reduceren ten opzichte van 1990.De Europese Green Deal bevat een pakket aan beleidsinitiatieven dat deEU moet helpen in de groene transitie, met als einddoel klimaatneutraliteitin 2050. Met de Strategie voor duurzame en slimme mobiliteit wordtgestreefd naar een vermindering van de uitstoot van de vervoerssectormet 90 procent in 2050. Hierbij wordt ingezet op het duurzamer makenvan alle vervoerswijzen en het verschuiven van vervoer naar deduurzamere vervoerswijzen. Voor het spoorgoederenvervoer betekent ditonder meer het verder elektrificeren, het bevorderen van trans-Europeseverbindingen en het versterken van de eengemaakte Europese spoorweg-ruimte met als ambities een toename van het goederenvervoer per spoormet 50 procent in 2030 en een verdubbeling in 2050. De technischevereisten vanuit TEN-T en de uitrol van ERTMS zijn hier ondersteunendaan. Met betrekking tot de concurrentiepositie is de mijlpaal opgenomendat het intermodale vervoer per spoor in 2030 op gelijke voet kanconcurreren met het wegvervoer in de EU, doordat milieueffecten enandere kosten worden meegerekend in de vervoerskosten van allevervoerswijzen.Gezien de grote verschillen in ladingen, afstanden, snelheid van verduur-zaming en wensen van verladers en logistieke dienstverleners zal in depraktijk het speelveld tussen wegvervoer en spoorvervoer niet vollediggelijk zijn. Verladers maken hun keuzes op basis van de kostenniveaus,maar wegen ook andere aspecten mee, zoals betrouwbaarheid, flexibi-liteit, duurzaamheid en beschikbaarheid van een modaliteit. Het logistiekeproces staat immers ten dienste van de organisatie van de productie-15Kamerstukken TZ202502-116Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 123310 ketens. Elke modaliteit heeft zijn eigen sterke en minder sterke kanten.Met betrekking tot het aspect kosten heeft het KiM vorig jaar eenkostenvergelijking gemaakt voor de verschillende modaliteiten, waarbijook kostenposten als personeelskosten zijn meegewogen. De prijsverge-lijking per ton/km (de eenheid voor vervoersprestatie) laat zien dat hetkostenniveau van het spoorgoederenvervoer per ton/km lager ligt dan dekosten van wegvervoer. Voor het spoorgoederenvervoer geldt echter datook voor- en natransport nodig is. De kosten van voor- en natransport ende overslag van goederen tussen trein en vrachtwagen maken dat hetspoor met name concurrerend is op langere afstanden, waar de lagerekosten per ton/km opwegen tegen de hogere kosten voor laden en lossenen het wegvervoer op de eerste en/of laatste kilometers van / naar deeindbestemming. Daarnaast zijn er inefficiënties in het spoorvervoer diekosten met zich meebrengen die inherent zijn aan het spoorgoederen-vervoer, namelijk interoperabiliteitskosten, faalkosten en routecom-plexiteit.16Het KiM heeft ook gekeken naar de externe kosten van het goederen-vervoer.17 Het gaat dan om effecten als schadelijke emissies, geluids-overlast, congestie en veiligheid. Met de introductie van het EuropeseEmission Trading Scheme (ETS-2) voor de logistieke sector (wegvervoer)vanaf 2027 zal een deel van deze kosten beter beprijsd worden, waardoorbij de keuze voor weg of spoor ook beter de gevolgen voor de bredewelvaart worden meegewogen. Effecten van de introductie van ETS-2zullen mede afhankelijk zijn van de nationale besluiten over het gebruikvan de opbrengsten van ETS-2.Op basis van de huidige kengetallen biedt spoorgoederenvervoer ookmaatschappelijke voordelen in de vorm van een hogere veiligheid, mindergeluidshinder en een afname van de congestie. Het onderzoek laat ziendat de externe kosten van het spoorgoederenvervoer in vergelijking metwegvervoer laag zijn. Een verschuiving van 1.000 ton/km van de weg naarhet spoor kan € 29 aan externe kosten besparen.18 De infrastructuur-kosten van het spoor zijn wel hoger dan van wegvervoer. Als 1.000 ton/kmvan de snelweg verschuift naar het spoor, dan stijgen de infrastructuur-kosten voor de overheid met een kleine € 3. Een modal shift van de(snel)weg naar het spoorgoederenvervoer verlaagt ook de opbrengstenvan belastingen en heffingen met ongeveer € 8. Een verschuiving van hetgoederenvervoer van de snelweg naar het spoor met 1.000 ton/km kost deoverheid dus per saldo ongeveer € 11.Het kabinet zet zich in voor een eerlijke en transparante marktordeningmet de juiste prikkels om het goederenvervoerssysteem efficiënt,duurzaam, veilig en innovatief te houden. Bijvoorbeeld door internali-sering van externe kosten, beprijzing en/of actieve stimulering, zoals viade Modal Shift subsidie en de vrachtwagenheffing. Ook werkt het kabinetaan andere aspecten die het speelveld van het spoorgoederenvervoerkunnen verbeteren, zoals interoperabiliteit (ERTMS, FRMCS, SERA) en hetverbeteren van de onderlinge data-uitwisseling binnen de multimodale16KiM (2023) Inzicht in de kosten van spoorgoederenvervoer. Interoperabiliteitskosten zijn dekosten van het gebruik van verschillende spoornetwerken, door bijvoorbeeld verschillen inenergievoorziening, spoorbeveiliging, communicatie, regelgeving, profiel van vrije ruimte, ende maximale lengte van treinen. Faalkosten zijn bijkomende kosten door uitval van eenverbinding of knooppunt. Routecomplexiteit van spoorvervoer brengt ook extra kosten metzich mee als door beperkingen in beschikbare capaciteit of routes de kortste route nietmogelijk is of beperkingen gelden ten aanzien van snelheid, lengte en dergelijke. Deze vormenvan bijkomende kosten komen bij wegvervoer niet of veel minder voor.17KiM (2024) Het Maatschappelijke Belang van Spoorgoederenvervoer18De KiM-studie geeft aan dat de externe kosten van trillingshinder en gevoelens van onvei-ligheid als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen op dit moment niet te kwantificerenis en daarom buiten beschouwing is gelaten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 123311 goederenvervoersketen (Digitale Infrastructuur Logistiek, eFTI, RailConnected).Op Europees niveau is de gewijzigde TEN-T-verordening van belang. Dezevergt dat in samenspraak met de Europese coördinatoren van de corridorswordt samengewerkt en er onderzoek wordt gedaan naar een nationaalnetwerk van multimodale terminals. Verder heeft de Europese Commissievoorstellen gedaan om de Richtlijn Gecombineerd Vervoer te moderni-seren om zo het gebruik van deze richtlijn effectiever te laten zijn, zodathet aandeel intermodaal vervoer vergroot kan worden. Nederland staatpositief tegenover de modernisering van de richtlijn en zet zich tijdens debesprekingen in om ervoor te zorgen dat de nieuwe richtlijn ook goedaansluit bij het Nederlandse beleid.Ook binnen Nederland zetten we stappen om multimodaal vervoer teversterken. Het Hands-on Modal Shift programma is ingesteld om(systeem)knelpunten die een modal shift belemmeren te verminderen.Ook wordt gewerkt aan de versterking van multimodale knooppunten inde realisatiepacten en op de corridors binnen de Goederenvervoercor-ridors Oost, Zuidoost en Zuid. Op dit moment werkt het Kabinet aan eennieuwe Beleidsagenda Goederenvervoer. Parallel aan en in samenhangmet deze agenda wordt de Toekomstagenda Automobiliteit en hetToekomstbeeld Spoorgoederenvervoer ontwikkeld. Beleid dat bijdraagtaan optimalere modaliteitskeuze door verladers, vanuit het in deMobiliteitsvisie 2050 geformuleerde uitgangspunt van «de juiste mobiliteitop de juiste plaats en tijd», is onderdeel van de uitwerking.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,Ch.A. JansenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 984, nr. 123312

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 50da813cf8cf11c2

14 okt 2026 · 62a26bf9469ecdc9

13 okt 2026 · 744e362e6320837d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.