Afspraken met België over spoordossiers
Brontekst
Versie 1eaff1864a231cc1 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 984Spoor: vervoer- en beheerplanNr. 1276 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 februari 2026Met deze brief informeer ik de Kamer over de ondertekening op18 februari jl. van een gezamenlijke verklaring voor intensievere samen-werking op spoordossiers met de Belgische Minister Jean-Luc Crucke.Met deze gezamenlijke verklaring worden het belang van de bilateralerelatie tussen België en Nederland en de gedeelde waarden en belangenonderkend en onderstreept.Als buurlanden werken wij vanzelfsprekend al langer samen op spoor-gebied. Dat is onder meer vastgelegd in de bilaterale intentieverklaringvoor samenwerking op grensoverschrijdende spoorverbindingen uit 2022.Daarnaast staat dit onderwerp ook vast op de agenda tijdens de perio-dieke besprekingen tussen de secretarissen-generaal van beide landen. Erzijn eerder ook al belangrijke verbeteringen gerealiseerd voor treinrei-zigers tussen beide landen en voor het vervoer van goederen. Een mooivoorbeeld is de Drielandentrein, die in 2024 gestart is na een goedesamenwerking tussen concessieverleners, infrabeheerders en vervoerdersin België, Nederland en Duitsland.Wij constateren echter dat de snel veranderende geopolitieke engeo-economische verhoudingen vragen om een intensivering van diesamenwerking en om het oppakken van de uitdagingen van deze tijd.Want deze tijd vraagt om meer aandacht voor strategische autonomie,veiligheid, economisch concurrentievermogen, bereikbaarheid vanhavens en hun achterland, internationale handel en militaire mobiliteit. Ikvind het belangrijk op korte termijn meer meters te kunnen maken op ditsoort thema’s. Met de gezamenlijke verklaring, die ik getekend heb met deBelgische Minister van Mobiliteit, de heer Jean-Luc Crucke, voorzien wedaarin voor de nabije toekomst.De gemeenschappelijke verklaring voorziet ook in de wens om de sterkeonderlinge economische verbondenheid in de gehele Delta tussenHamburg en Le Havre beter te benutten. Deze verbondenheid gaat over kst-29984-1276ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12761 landsgrenzen heen en wordt door het benutten van elkaars slagkracht,innovatie, arbeidsproductiviteit en het netwerk van toeleveranciers enkennisnetwerken versterkt. Infrastructuur en dus ook spoor kunnen eenaanjagende rol hebben om die verbondenheid te benutten en teversterken. Door vraagstukken te benaderen vanuit het perspectief van dekracht van de Delta leveren België en Nederland een meerwaarde vooriedereen. Het gaat hier om een eeuwenlang verbonden regio waarinondernemers en burgers gebruik maken van de strategische ligging vandeze economische poort van Europa.De afgesproken intensivering en versnelling van spoordossiers doen wedoor heel gericht aan de slag te gaan met een aantal van die belangrijkedossiers. Komende periode gaan wij bijvoorbeeld met elkaar in gesprekhoe we rond militaire mobiliteit tot meer afstemming kunnen komen. Zokunnen we de weerbaarheid en capaciteit voor militair vervoer vergroten.We gaan ook gericht kijken naar hoe we de economische verbondenheidtussen grensregio’s beter kunnen benutten, in het bijzonder tussenBrainport Eindhoven met het Europese bestuurscentrum Brussel en deinnovatieregio Leuven (Brainport-Brussellijn). Ook kijken we naarbestaande dossiers. Zo hebben we bijvoorbeeld gezamenlijk besprokenom onafhankelijk van andere dossiers tot concrete versnelling te komenmet de verbinding tussen Gent en Terneuzen (Rail Ghent-Terneuzen).Daarnaast willen we voortgang boeken met de besluitvorming over deverbinding tussen de Antwerpse haven en het Duitse Ruhrgebied (3RX).Bij 3RX zullen naast België en Nederland, ook Limburg, Vlaanderen enNoordrijn-Westfalen betrokken zijn. De uitdaging is om verschillen inonder meer de wijze van besluitvorming bij grote infrastructureleprojecten te overbruggen.Met de verklaring hebben we afgesproken ten minste één keer per jaarbestuurlijk overleg tussen beide landen te voeren om de voortgang tebespreken op deze versnelling en intensivering. We zijn ook overeenge-komen om in de aanpak, waar nodig en relevant, de regionale partijen enspoorinfrastructuurbeheerders te betrekken. Zij zijn essentieel voor hetslagen van dossiers.Ik ben verheugd dat we met deze gezamenlijke verklaring een nieuweimpuls en versnelling geven aan de samenwerking tussen België enNederland op het gebied van spoor. Belangrijk voor de toekomst vanbeide landen. Ik verwacht dat dit fundament bijdraagt aan de inzet van hetnieuwe kabinet om verder te werken aan een betere bereikbaarheid,economische potentie en veiligheid van ons land in een internationaaluitdagende context.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 984, nr. 12762
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.