Reactie op verzoek commissie met betrekking tot gang van zaken rondom Bijzonder Invaliditeitsverhoging (BIV)
Brontekst
Versie 303b09286d8c9249 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 066BelastingdienstNr. 1416 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 1 juli 2024De vaste commissie voor Financiën heeft mij per brief van 7 februari 2024met kenmerk 2023Z20738/2024D04333 verzocht te reageren op de briefvan Y.H. van 19 december 2023. De brief heeft betrekking op belasting-heffing over een specifieke uitkering aan oud-militairen, de BijzondereInvaliditeitsverhoging (hierna: BIV). Met deze brief voorzie ik u van eenreactie.De reactie op deze brief heeft langer op zich laten wachten dan gebrui-kelijk. Vanwege het debat op 13 juni en een daaraan voorafgaande briefover het hetzelfde onderwerp is de reactie op de brief van betrokkenelanger aangehouden.De betrokkene verzoekt de vaste commissie Financiën in zijn brief zichhard te maken voor het onbelastbaar stellen van de BIV teneinde debijzondere zorgplicht richting gewond geraakte militairen vorm te geven.In mijn brief van 26 oktober 2023 (Kamerstuk 31 066, nr. 1315) heb ik,mede namens de Staatssecretaris van Defensie, toegelicht hoe het arrestvan de Hoge Raad van 25 maart 20221 over de schadevergoeding aan eenbrandweerman (het zogeheten «Brandweermanarrest») uitwerkt voor deBIV. Zoals opgenomen in de brief van 7 juni 2024 (2024–0000342760) zijnde Staatssecretaris van Defensie en ik van mening dat de gebodenoplossing passend is en er geen aanleiding is om de fiscale behandelingvan de BIV aan te passen, omdat de huidige fiscale behandeling van deBIV als een belaste periodieke uitkering passend is. Een aanpassing vande BIV is evenmin aan de orde omdat deze in zijn huidige vorm eenadequate vergoeding vormt voor de oud-militairen.Betrokkene schrijft in zijn brief dat het vertrouwen in hem is opgezegd.Dat is niet het geval, het gaat specifiek om het vertrouwen dat door deeerdere beslissing van de inspecteur bij betrokkene is opgewekt. Ikbetreur dat dit heeft geleid tot een misverstand. De inspecteur heeft bij de1Hoge Raad 25 maart 2022, ECLI:NL:HR:2022:444 kst-31066-1416ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 14161 behandeling van het bezwaar niet het juiste standpunt ingenomen. Debehandeling van het bezwaar heeft bij betrokkene wel vertrouwen gewektover de fiscale behandeling van de BIV. Daarom heeft de inspecteur metde latere brief aangegeven dat het vertrouwen op een dergelijke fiscalebehandeling van de BIV voor de toekomst wordt opgezegd. Het opzeggenvan het gewekt vertrouwen is een instrument dat ervoor zorgt dat deinspecteur een eerdere onjuiste beslissing voor de toekomst kanherstellen.In de brief geeft betrokkene verder aan dat zowel hij als de betrokkeninspecteur geschoffeerd is door de Kamerbrief van 26 oktober 2023. Het isuiteraard niet mijn intentie om betrokkene dan wel anderen te schofferen.Tijdens het debat van 13 juni zijn er twee moties ingediend welke op18 juni door de Kamer zijn aangenomen. Uw Kamer verzoekt daarin omaanvullend onderzoek ten aanzien van de belastbaarheid van de BIV. Overde uitkomsten van het aanvullende onderzoek zal ik uw Kamer te zijnertijd informeren.De Staatssecretaris van Financiën,M.L.A. van RijTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 14162
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.