KamerkringInloggen
Kamerbrief

Strategie voor Small Modular Reactors in Nederland

17 okt 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 152e3d34ead90b84 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 645KernenergieNr. 162 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 17 oktober 2025Een toekomstbestendig energiesysteem is schoon, onafhankelijk,betrouwbaar en betaalbaar. Kernenergie, als stabiele en schoneenergiebron, is daarmee een noodzakelijke pijler in het Nederlandseenergiesysteem. Voor het vergroten van kernenergie in de energiemixwordt in de eerste plaats gekeken naar de bouw van grootschaligekerncentrales. Daarnaast worden de mogelijkheden voor kleine modulairecentrales, oftewel SMR’s, meegenomen.Volgend op de Kamerbrief van 16 juni jl.,1 presenteert het kabinet deKamer de nationale strategie voor kleine modulaire reactoren inNederland (hierna SMR-strategie). Deze vindt u in de bijlage bij deze brief.Allereerst gaat deze brief in op nationale en internationale ontwikkelingenrondom SMR’s. Vervolgens worden resultaten gedeeld die voortkomen uitde eerste twee programmalijnen van het SMR-programma en die de basisleggen voor de SMR-strategie (programmalijn drie). Als laatste gaat debrief in op de hoofdlijnen van de strategie.Potentie SMR’s en ontwikkeling in het buitenlandEr gaat potentie uit van SMR’s. De toepassing van een SMR kan namelijkmeerdere doelen dienen. Een SMR kan naast de productie van elektriciteit,bijvoorbeeld ook de bron zijn van (hoge-temperatuur-) warmte voor deenergie-intensieve industrie of voor waterstofproductie. Vanwege de hogeenergiedichtheid hebben SMR’s in verhouding tot andere energiebronneneen kleine voetafdruk (GW/km2), er blijft echter direct en indirecte ruimtenodig (denk aan bijgebouwen en veiligheidszone) die kan oplopen tottientallen hectares (bijv. bij seriegeschakelde projecten). SMR’s zijn quaveiligheid potentieel veelbelovend omdat ze versterkt gebruik maken vanpassieve veiligheidsmechanismen. Daarnaast zijn er SMR’s in ontwik-keling waar mogelijk geen koelwater nodig zal zijn, door de toepassingvan andere koeltechnieken of zelfs koeling aan de lucht. Dit maakt dat1Kamerstuk 32 645, nr. 158 kst-32645-162ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1621 SMR’s ruimtelijk op meer plekken inpasbaar zouden kunnen zijn danconventionele kerncentrales.SMR’s zijn echter wel een nieuwe technologie. Op dit moment is er inWesterse landen nog geen SMR gebouwd. Koplopers voor realisatie vaneen eerste SMR zijn Canada en het Verenigd Koninkrijk (VK). Beide landenzijn in een vroeg stadium begonnen met het verkennen van de mogelijk-heden voor SMR’s. Ook in andere landen, waaronder in Zweden en in deVerenigde Staten, wordt toegewerkt naar realisatie. Hieronder informeerthet kabinet de Kamer over de internationale ontwikkelingen en bijbeho-rende lessen voor Nederland. Daarbij wordt invulling gegeven aan detoezegging, gedaan tijdens het Commissiedebat Klimaat en Energie van3 september 20252, om in te gaan op de lessen voor Nederland vanuit hetVK en Zweden.In Canada heeft het staatsbedrijf Ontario Power Generation (OPG)afgelopen jaar een vergunning gekregen voor de bouw van een reeks vanvier SMR’s. Investeringen voor de eerste SMR zijn geraamd op~ 5 miljard euro waarvan 1 miljard nodig is voor bijhorende infrastructuur.Verwachting is dat de drie daaropvolgende SMR’s voor gemiddeld3 miljard euro per SMR gebouwd kunnen worden. In totaal wordt dus14 miljard euro geraamd voor 1.2 GW aan SMR’s. Vanaf 2030 zou deeerste SMR elektriciteit kunnen gaan leveren. Canada heeft als ambitie omwereldleider te worden voor SMR’s en ook in te zetten op SMR’s voorexport. Ook zet Ontario sterk in op lokalisatie, zodat tot 80% van deuitgaven terugvloeit in Canadese bedrijven.In het VK heeft het staatsbedrijf Great British Energy-Nuclear (GBE-N) overde afgelopen twee jaar een competitie uitgezet om te komen tot selectievan een SMR-ontwerp. In juni 2025 is de Rolls-Royce SMR geselecteerdals preferente bieder voor het ontwikkelen van de eerste SMR in het VK.Daarbij is £ 2.5 miljard aan publieke middelen aangekondigd die dekomende drie jaar beschikbaar zijn voor de voorbereiding van realisatie,waaronder bijvoorbeeld haalbaarheidsstudies. Doel is om halverwege dejaren ’30 de SMRs operationeel te hebben. Het kabinet is regelmatig ingesprek met collega’s in het Verenigd Koninkrijk om te leren van deontwikkelingen die daar gaande zijn. Om samenwerking verder teformaliseren heeft het kabinet in juli 2025 ook een Memorandum ofUnderstanding ondertekend, waarin specifiek wordt ingezet op hetversterken van samenwerking voor SMR’s.In Zweden kiest de regering ervoor om nieuwbouwplannen te stimulerenmet een financierings- en garantiepakket. Het staatsbedrijf Vattenfallontwikkelt actief plannen voor realisatie. Het Finse energiebedrijf Fortumheeft daarnaast ook aangekondigd te willen investeren in nieuwekerncentrales in Zweden. Vattenfall heeft vier verschillende leveranciersgewogen in één selectieproces; twee SMR-ontwikkelaars (GE Vernova enRolls-Royce SMR) en twee bouwers van grootschalige kerncentrales (EDFen WEC). Vattenfall heeft besloten verder te gaan met de SMR vendors.Financiële en commerciële afwegingen zijn hiervoor doorslaggevendgeweest. Daarnaast leent de grootte en locatie van de voorziene locatiezich ook meer voor een bouwproject van een kleinere schaal. Zwedenheeft daarnaast al bijna 7GW geïnstalleerde nucleaire capaciteit uitgrootschalige kerncentrales, waarbij voor bepaalde centrales wordtgekeken naar de mogelijkheid tot levensduurverlenging.Uit deze internationale ontwikkelingen komt duidelijk naar voren dat we ineen markt zijn waar nu nog sprake is van first-of-a-kind (FOAK) reactoren.2Kamerstuk 31 239, nr. 431Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1622 Er zijn nog geen SMR’s gerealiseerd waardoor er extra onzekerheid – endus meer risico – is wat betreft vergunbaarheid, doorlooptijden of deopbouw van toeleveringsketens. Vanuit Canada, het VK en Zweden zienwe dat voor het ontwikkelen van een FOAK SMR op dit moment forsepublieke financiering (en forse inspanningen t.a.v. nationaal eigenaar-schap) noodzakelijk is. Op termijn zien we dat bij nth-of-a-kinds, zoalsbijvoorbeeld verwacht in Canada, kosten kunnen dalen, maar er nogsteeds publieke investering of een vorm van risicodekking vereist is.Initiatiefnemerschap vanuit de overheid lijkt echter niet altijd vereist. Decomplexiteit en omvang van SMR’s is minder groot dan voor conventi-onele grootschalige kerncentrales. Daar staat ook een substantieel kleinervermogen per reactor tegenover.SMR’s in Nederland: aanloop naar de SMR-strategieOm Nederland voor te bereiden op de komst van SMR’s en om deontwikkelingen te versnellen heeft het kabinet de afgelopen jarenverscheidene stappen gezet.3 Zo is, om meer inzicht te krijgen in devraagstukken en behoeften die leefden bij stakeholders in het Neder-landse nucleaire ecosysteem, een uitgebreide stakeholderanalyseuitgevoerd. Uit de stakeholderanalyse bleek een wens tot richting enondersteuning van de Rijksoverheid. Partijen gaven aan dat het helpt als(toenmalig) EZK vanuit een regierol zorgt voor richting vanuit een visie ophet energiesysteem. Heldere kaders en voorwaarden, verankerd in wet- enregelgeving, kwamen naar voren als een duidelijke behoefte. Vragencentreerden zich rond ruimtelijk beleid, bevoegd gezag en rolverdeling,maar ook financiering. Daarmee kwam het kabinet tot de conclusie dat hetallereerst nodig was om de potentie van SMR’s voor het Nederlandseenergiesysteem in kaart te brengen, randvoorwaarden te verduidelijkenen in te zetten op het vergroten van kennis over SMR’s in Nederland.Alleen met deze informatie konden verdere kaders accuraat wordenvormgegeven. Deze informatie is opgehaald met het SMR-programmavanuit de eerste twee lijnen die over het afgelopen jaar zijn uitgevoerd:programmalijn 1: simuleren, en programmalijn 2: anticiperen.Resultaten programmalijn 1Binnen de simulaties hebben stakeholders samen met het ministeriegestileerd het proces van realisatie van een SMR doorlopen. Het doel wasom kennis op te bouwen en praktische ervaring op te doen. Inmiddels zijnde vijf simulaties doorlopen. De onderwerpen die aan bod kwamenwaren: 1) ruimtelijke inpassing, 2) energetische inpassing, 3) vergunning-verlening, 4) rol- en taakverdeling, 5) bouw, exploitatie en waardeketen.De resultaten en inzichten voortgekomen uit de simulaties worden eindoktober openbaar gedeeld, onder andere via webinars.Resultaten programmalijn 2Aanvullend op programmalijn 1, zijn verdiepende onderzoeken enanalyses uitgevoerd onder programmalijn 2 om ruimtelijke en energe-tische voorwaarden in kaart te brengen en te beoordelen. Zo is er meerinzicht verkregen in de mogelijkheden van SMR’s in het Nederlandseenergiesysteem.Concreet betekent dit gesprekken met industrieclusters en een detailstudieover de inpassing van SMR’s, om beter te kunnen duiden hoe SMR’skunnen worden ingepast in industrieclusters. Hierbij diende het industrie-cluster Zeeland als concrete casus. Daarnaast is een systeemkosten-3Zie hiervoor Kamerstuk 32 645 nr. 123Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1623 analyse opgeleverd en is TNO gestart met een technische voorverkenningop de industriële warmtetoepassing van SMR’s. Deze onderzoekenhebben, in combinatie met eerder onderzoek, nuttige inzichtenopgeleverd. Zo blijkt met name de warmtetoepassing van SMR’smeerwaarde te leveren. Het gebruik van SMR’s voor warmtelevering kantevens de noodzaak voor elektrificatie voor bepaalde processen beperken,waardoor op systeemniveau minder concurrentie op het net ontstaat.De uitkomsten van programmalijn 1 en 2 vormen de basis voor deSMR-strategie.Hoofdlijnen strategie voor SMR’sDeze strategie is bedoeld om alle noodzakelijke stappen op een rij tezetten die nodig zijn om initiatiefnemers, bevoegd gezag en burgers in dekomende tijd helderheid te geven of en onder welke omstandigheden eenSMR gebouwd kan worden. Hiermee zet het kabinet de verkenningenmeer gestructureerd en uitgebreider voort die in de afgelopen tijd in hetSMR-programma zijn ingezet.Juist door in te zetten en richting te geven op een Nederland wat goed isvoorbereid op de realisatie van SMR’s kunnen initiatieven wordenversneld, terwijl de technologie zich verder ontwikkeld.Voortgang en realisme staan centraal in de kabinetsplannen voorkernenergie, en zo ook voor SMR’s. Om voortgang te kunnen blijvenboeken, met daarbij realistische inschattingen en plannen, presenteert hetkabinet in de strategie vier keuzes. Drie daarvan betreffen richtinggevendekeuzes voor ruimtelijk beleid, de verdeling voor het bevoegd gezag(ruimtelijke inpassing) en financiering en ondersteuning. Met de vierdekeuze gaat het kabinet verder met het opbouwen van het nucleaireecosysteem waar ook voor de conventionele kerncentrales al stappenvoor worden gezet.1. Potentie SMR’s in NederlandSMR’s, met de diversiteit in designs, kunnen een verscheidenheid aantoepassingen hebben. Dit heeft implicaties voor de inpassing van SMR’sin Nederland: deze diversiteit aan toepassingen vraagt om genuanceerdbeleid. Met de uitkomsten van het SMR-programma concludeert hetkabinet dat er vier toepassingsgebieden zijn waar de inzet van SMR’srelevantie kent. Binnen deze toepassingsgebieden is er verschil in deimpact van SMR’s op het energiesysteem, milieu, omgeving en de functiedie de technologie vervuld. Deze toepassingsgebieden vormen, samenmet uitgangspunten uit bestaande wet- en regelgeving (zoals het principedecentraal, tenzij), een basis voor vervolgstappen voor ruimtelijk beleid ende verdeling van bevoegd gezag.2. Ruimte, participatie en maatschappelijk perspectiefHet kabinet heeft geconcludeerd dat de huidige eisen en voorwaardenonder de Kernenergiewet en de Omgevingswet kaders bieden voor hetveilig en zorgvuldig inpassen van SMR’s. Op basis van deze eisen envoorwaarden is het mogelijk om de potentiële locaties te verkennen waarSMR’s gerealiseerd zouden kunnen worden. Om SMR’s te realiseren is hetvan belang dat initiatiefnemers weten wat verwacht wordt ten aanzien vanparticipatie voor wat betreft ruimtelijke vormgeving en ontwerp.SMR’s worden betrokken in de integrale effectbeoordeling binnen hetProgramma Energiehoofdstructuur II (hierna PEH II, 2028), waarin hetTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1624 (aanvullend) ruimtelijk beleid voor het nationale energiesysteem wordtopgesteld. Het PEH II zal voortbouwen op de Nota Ruimte, waarin dehoofdlijnen van het beleid voor de ontwikkeling van de leefomgeving vanNederland worden vastgelegd vanuit een integrale ruimtelijke afweging.Met het PEH II wordt op regionaal niveau onderzocht of er (nieuwe)gebieden geschikt zijn voor de realisatie van extra kerncentrales. Hierbijwordt niet alleen naar de inpassing van conventionele kerncentralesgekeken, maar ook naar ruimte voor SMR’s.3. Bevoegd gezagOm duidelijkheid te bieden en te zorgen voor een effectief omgevings- envergunningsproces, is er in het SMR-programma onderzocht (viasimulaties en beleidsanalyses) wat een logische verdeling van deruimtelijke besluitvorming is (in het kader van de Omgevingswet). Dezebesluitvorming kan onder de Omgevingswet plaatsvinden via besluitenvan het gemeentebestuur tot vaststelling van het omgevingsplan, of viaprojectbesluiten van het provinciebestuur of het Rijk.Bevoegd gezag > 500 MWMet de simulaties en beleidsanalyses onder programmalijn 2, ziet hetkabinet het als noodzakelijk dat ruimtelijke besluitvorming over bepaaldeSMR’s blijft plaatsvinden via een projectbesluit van het Rijk. De impactvan SMR’s op het Nederlandse energiesysteem, milieu en omgeving, is insommige situaties dusdanig significant, dat Rijksregie noodzakelijk blijft.Concreet betekent dit dat het Rijk in alle gevallen bevoegd gezag zal zijnbij installaties >500 MW, conform huidige wetgeving (Elektriciteitswet1998, artikel 9b). Voor SMR’s zijn dit in de praktijk seriegeschakelde SMR’s,zoals nu onder andere in Canada worden ontwikkeld.Bevoegd gezag eerste SMR-projectDe simulaties binnen het SMR-programma hebben als één van debevindingen opgeleverd dat het bevoegd gezag (voor procedures envergunningen onder de Omgevingswet) bij installaties < 500 MW het bestbelegd is bij het Rijk of bij de provincie, afhankelijk van de impact en hetbelang van een initiatief. Vooral het vermogen van de SMR bepaalt of deprovincie of het Rijk het meest in aanmerking komt voor bevoegd gezag.Een nadere afweging is daarom van belang, waarbij afwegingen zoals«achter-de-meter»-toepassingen en de bijdrage aan nationale of provin-ciale doelen mee worden genomen.Omdat er nog geen SMR in Nederland gerealiseerd, wil het kabinet dathet Rijk voor het eerste SMR-project, ongeachte vermogen en/of grootte,de regie neemt middels een projectbesluit (door de Minister van Klimaaten Groene Groei in overeenstemming met de Minister van Volkshuis-vesting en Ruimtelijke Ordening). Dit is nodig om ervaring op te doen metde bovengenoemde afwegingen en de toepassing van de techniek.Daardoor kunnen eventuele vroegtijdige knelpunten worden onder-vangen. Door deze centrale rol kan het Rijk, onder andere wat betreftenergetische en ruimtelijke inpassing:•beter zicht krijgen op mogelijke risico’s en knelpunten, bijvoorbeeldissues die zich voordoen bij eerste ontwerpkeuzes die in de praktijkanders functioneren dan verwacht;•leerervaringen verzamelen die bij vervolgprojecten nuttig zijn;•procesvoordelen zoals tijdswinst identificeren;•vanuit betrokkenheid Rijk, provincies en gemeente best practices voorparticipatie in de praktijk brengen en verbeteren;Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1625 •en een solide basis leggen voor bredere toepassing van SMR’s in detoekomst.Na afronding van het eerste SMR-project wordt de opgedane kennis enervaring beschikbaar gesteld, zodat toekomstige projecten efficiënter enmet minder onzekerheden kunnen worden uitgevoerd.Zodra ervaring is opgedaan vanuit het eerste SMR-project en uit provin-ciale verkenningen en PEH II meer duidelijkheid is ontstaan over depotentie en bijdrage van SMR’s regionaal en nationaal, wil het kabinetverdere stappen zetten met betrekking tot het wettelijk borgen van degewenste bevoegd gezagverdeling.Daartoe zal het kabinet de bevindingen uit het SMR-programmameenemen en zodoende bij toepassingen van SMR’s <500 MW demogelijkheden verkennen voor Rijk/provincies om de ruimtelijkebesluitvorming ter hand te nemen (door het nemen van een Rijks/provinciaal projectbesluit). Dit kan wettelijk worden geborgd door SMR’stoe te voegen aan de energieprojecten waarvoor op grond van deEnergiewet een provinciaal of Rijksprojectbesluit moet worden genomen.Een voorstel voor wijziging van de Energiewet wordt beoogd na deeerdergenoemde validatie waarbij het Rijk optreedt als bevoegd gezagvoor het eerste SMR-project.Voor SMR’s met een kleinere capaciteit is namelijk niet uit te sluiten dathet fysieke ruimtebeslag (2–4 hectare) en de impact op de milieu enleefomgeving (door koeling via lucht) mogelijk te beperkt is om naar hetRijk toe te trekken. Besluitvorming op gemeentelijk niveau acht hetkabinet echter gezien gemeentegrensoverschrijdende effecten als nietwenselijk. Onder deze effecten vallen bijvoorbeeld mitigerende maatre-gelen (evacuatiegebieden), infrastructurele aanpassingen (waarondernetinpassing) of het maatschappelijk draagvlak in aangrenzendegebieden. Daarom wil het kabinet toewerken naar een verdeling die dekracht van de regio benut, maar tegelijkertijd ook regie houdt en die hetbestuurlijk draagvlak voor de realisatie van SMR’s verstevigt vanuit desamenwerking tussen overheden.Het bevoegd gezag voor de vergunningen op grond van de Kernener-giewet is belegd bij het Rijk en wordt uitgevoerd door de AutoriteitNucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).4. Financiering en ondersteuningHet kabinet acht het op dit moment niet wenselijk om extra, grootschaligepublieke middelen beschikbaar te stellen voor FOAK SMR’s vanuitoverwegingen van hoge (technische en financiële) risico’s en de hiermeegepaard gaande lagere doelmatigheid van de besteding van deze gelden.Het kabinet zal de komende periode daarom op Nth-of-a-Kind (NOAK)gerichte financiering organiseren met de huidige beschikbare middelen enmits dit mogelijk is op grond van de geldende wet- en regelgeving,waaronder de geldende staatssteunregels. In de Kamerbrief van juni 2025m.b.t Voortgang programma Small Modular Reactors is aangekondigd insamenspraak met het Interprovinciaal Overleg (IPO) te verkennen hoeondersteuning voor initiatieven vanuit medeoverheden eruit kan zien. Hetkabinet streeft ernaar om dit jaar afspraken hierover te maken met hetIPO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1626 Motie Erkens en BontenbalMet de concrete stappen zoals in de strategie uitgeschreven, wordtinvulling gegeven aan de eerdergenoemde behoefte voor richting enondersteuning uit de stakeholderanalyse uitgevoerd door Berenschot. Destrategie geeft invulling aan de motie van de leden Erkens (VVD) enBontenbal (CDA) tot het formuleren van een SMR-strategie. Specifiekwerd door de leden Erkens en Bontenbal gevraagd om de strategie in telaten gaan op de punten uit de VVD/CDA SMR actieagenda. Bij devoortgangsbrief van het SMR-programma in februari 2025 ging hetkabinet al in op de actieagenda.4 Met deze strategie zet het kabinet in ophet maximaal faciliteren van bestaande initiatieven, met de middelen dienu beschikbaar zijn vanuit het SMR budget. Daarmee gaat de strategie inop de laatste openstaande punten uit de actieagenda en wordt de motieafgedaan.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. Hermans4Kamerstuk 32 645, nr. 136Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 645, nr. 1627

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 3521c91cbaab694a

14 okt 2026 · d5faa28227852595

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.