KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang duurzaam vervoer

8 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 560aca2b9b57bf7f · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 305MobiliteitsbeleidNr. 524 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 8 september 2025Met deze brief wordt invulling gegeven aan een aantal moties entoezeggingen op het gebied van duurzaam vervoer en worden bijbeho-rende rapporten en voortgangsinformatie gedeeld. Deze brief gaatspecifiek in op:Moties:•De aangenomen motie van De Hoop (GL-PvdA)/Bamenga (D66)1waarin de regering wordt verzocht om aandacht te houden voor dehandhaving van de kwaliteit van benzine en diesel bestemd voorexport naar lage- en middeninkomenslanden buiten de EU.•De aangenomen motie van Krul (CDA)2 over het onderzoeken van heteffect van de opkomst van de elektrische fiets op het fietslandschap;Toezeggingen:•Beschikbaarheid EU-fondsen voor fietsinfrastructuur;•Sloopregeling oude auto’s;•Evaluatie handvatten gebruik van de motor in woon-werkverkeer;•Vervolgonderzoek controle inzet en emissies mobiele werktuigen;Beleidsontwikkelingen:•Emissies en marktverkenning van geconditioneerd vervoer;•Onderzoek gevolgen ETS2 op leveringsconstructies brandstoffen;•Onderzoek marktverstorings- en frauderisico’s bij biobrandstofproduc-tie;•Resultaten Regeling bevordering schone wegvoertuigen 2024;•Uniform verkeersbord zero-emissiezones.1Kamerstuk 31 305, nr. 4442Kamerstuk 31 305, nr. 396 kst-31305-524ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5241 MotiesMotie De Hoop (GL-PvdA)/Bamenga (D66): export laagwaardigebrandstoffenDe motie De Hoop/Bamenga betreft een evaluatie van de beleidsregelvoor handhaving van de kwaliteit van benzine en diesel bestemd voorexport naar lage- en middeninkomenslanden buiten de EU. De motieverzoekt om aandacht hiervoor te houden en te sanctioneren; afsprakenmet andere landen te maken om handel in giftige brandstoffen tegen tegaan; en om met andere landen in overleg te treden over de uitwisselingvan gegevens van overtredende bedrijven.De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) ontdekte in 2018 dat vanuitNederland autobrandstoffen naar West-Afrika geëxporteerd worden dieschadelijk zijn voor mens en milieu. In reactie hierop heeft de ILT inaugustus 2022 een beleidsregel gepubliceerd voor de handhaving van dekwaliteit van benzine en diesel bestemd voor export naar lage- enmiddeninkomenslanden buiten de EU.3 De beleidsregel geeft invullingaan de zorgplicht uit de Wet milieubeheer door ook aan geëxporteerdebrandstoffen grenswaarden te stellen aan zwavel, benzeen en mangaan,zodat de sector hierop aanspreekbaar is. In de beleidsregel staat dat de ILTdeze na twee jaar evalueert. De resultaten van deze evaluatie wordengedeeld in bijlage 1 van deze brief.De ILT constateert in de evaluatie dat de kwaliteit van brandstof diegeëxporteerd wordt naar West-Afrika aanzienlijk is verbeterd sinds deinvoering van de beleidsregel. Dat is positief voor de importerendelanden. Deze landen waarderen de inzet van de Nederlandse overheid opdit dossier. Zorgen blijven er ook. De ILT ziet dat het maximale mangaan-gehalte wordt omzeild door het gebruik van andere schadelijke additievendie niet expliciet begrensd zijn. Daarnaast constateert de ILT in enkelegevallen een waterbedeffect waarbij benzine als halffabricaat wordtuitgevoerd uit Nederland zodat schadelijke stoffen later en buitenNederland alsnog kunnen worden toegevoegd.De evaluatie wordt meegenomen in de voorbereiding van wetgeving,waarin wordt verkend hoe de kwaliteitseisen uit de beleidsregel kunnenworden omgezet in een algemene maatregel van bestuur. Deze voorbe-reiding is gestart om te voldoen aan de afspraken in de Benelux-aanbeveling.4 In deze aanbeveling is vastgelegd dat de Benelux-landenuiterlijk per 1 januari 2027 hun nationale wetgeving op elkaar afstemmenom zo de export van schonere brandstoffen naar derde landen tebevorderen. Daarmee ontstaat er een breder wettelijke basis om overtre-dingen aan te pakken. Dit is in lijn met de aangenomen motie Exportlaagwaardige brandstoffen van de leden De Hoop (PvdA-GL)/Bamenga(D66) tijdens het tweeminutendebat Duurzaam Vervoer op 8 februari 2024.In deze motie wordt het kabinet opgeroepen om blijvend aandacht tehouden voor de handhaving en stevig te sanctioneren als er overtre-dingen zijn. De motie roept de regering ook op om met zo veel mogelijkandere brandstof exporterende of verhandelende landen afspraken temaken om de handel in giftige brandstoffen tegen te gaan. Ook wordtaangedrongen om met andere landen in overleg te gaan over de3Staatscourant 2022, 209564Aanbeveling van het Benelux Comité van Ministers betreffende de export van brandstoffen envoertuigen naar niet tot de Europese Unie of de Europese Economische Ruimte behorendelandenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5242 uitwisseling van gegevens van bedrijven die betrapt zijn op het schendenvan de regels, zodat de handhaving en opsporing internationaal effectiefwordt.Er wordt momenteel op verschillende manieren invulling gegeven aandeze motie. Zo zet Nederland zich in om internationale afspraken temaken over effectieve handhaving tegen de handel in laagwaardigebrandstoffen. Op 18 november 2024 ondertekenden Nederland, België enLuxemburg een Benelux-aanbeveling om samen te werken en milieueisenen handhaving bij elkaar te laten passen. Tijdens de Energieraad van16 december 2024 riepen de drie landen op tot Europese afstemming inbeleid en gezamenlijke controle. De Europese Commissie erkende hetprobleem en gaf aan mogelijkheden te verkennen. Nederland zet zichdaarnaast in om andere belangrijke exporterende landen zoalsNoorwegen, Zwitserland en het Verenigd Koninkrijk te overtuigen omvergelijkbare afspraken te maken over de kwaliteit en controle vangeëxporteerde brandstoffen.Motie Krul: invloed van de opkomst van de elektrische fiets op hetfietslandschapTer invulling van de motie Krul is een onderzoek uitgevoerd naar deinvloed van de opkomst van de elektrische fiets op het fietslandschap ende opgaven die dit met zich meebrengt. Dit onderzoek is bijgevoegd inbijlage 2. Het onderzoek laat zien dat het gebruik van de elektrische fiets(waaronder de fatbike) snel groeit en er een verbreding plaatsvindt inzowel gebruikers als redenen voor gebruik. Er is een sterke toename vanelektrische fietsgebruik onder jongeren en jongvolwassenen. Deverwachting is dat de opkomst van de elektrische fiets de komende jarenzal doorzetten. In 2029 zullen er naar verwachting evenveel kilometersafgelegd worden op de elektrische fiets als op de gewone fiets. Mensenmaken op elektrische fietsen langere ritten en fietsen vaker.De opkomst van de elektrische fiets heeft een aantal positieve gevolgen:•Het verbetert de bereikbaarheid van verschillende voorzieningen. Ingebieden waar het voorzieningenniveau afneemt compenseert degroei van het gebruik van de elektrische fiets deze trend deels.•Mensen zijn voor woon-werkverkeer bereid om gemiddeld 9,5 kilome-ter te fietsen met de elektrische fiets. Het is daarmee een alternatiefvoor de auto, al vervangt de elektrische fiets nog het vaakst de gewonefiets.•Het bedieningsgebied van stations neemt toe. Dit levert nu al eenlichte toename van het treingebruik op.•De elektrische fiets zorgt ervoor dat mensen langer in bewegingblijven. Een kwart van de elektrische fiets gebruikers geeft aan dat zijdoor hun fysieke gezondheid nauwelijks in staat zijn met de gewonefiets te fietsen.•De elektrische fiets scoort op het gebied van milieu-impact ten slotteuitermate goed.Er zijn ook aandachtspunten bij verdere groei:•Er is een toename van het aantal verkeersslachtoffers onder fietsers.Dit geldt met name onder ouderen en jongeren. Er zijn geen aanwijzin-gen dat de elektrische fiets zelf gevaarlijker is. De verklaring voor detoename ligt bij de gebruikers. Ouderen zijn kwetsbaarder, terwijljongeren meer risicogedrag vertonen. Onder het programma Doortrap-pen worden elektrische fietslessen aan ouderen aangeboden. Ditprogramma wordt gecoördineerd door IenW en is erop gerichtouderen zo lang mogelijk veilig te laten fietsen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5243 •De angst voor diefstal is een belemmering in aanschaf en gebruik vande elektrische fiets. Om die reden wordt er samen met decentraleoverheden geïnvesteerd in hoogwaardige fietsparkeerplaatsen bijstations. Hierin wordt samengewerkt met ProRail.•Er wordt gekeken naar de mogelijkheden om de registratie van fietsendoor de RDW te verbeteren. Op dit moment is er alleen een registervanuit RDW voor gestolen fietsen. In een verbeterde registratie zoueen deel van de (verzekerde) fietsen vooraf in een register wordenopgenomen.•De CROW-ontwerprichtlijnen voor fietsinfrastructuur voldoen ook voorhet gebruik van de elektrische fiets. Een groot deel van de bestaandefietsinfrastructuur voldoet echter niet aan de CROW-richtlijnen. Dekomende jaren wordt geïnvesteerd in het veiliger maken van fietsinfra-structuur en de aanleg van doorfietsroutes. Met de brief van 10 juli20255 over de Nieuwe Mijlpalen Strategisch Plan Verkeersveiligheid isde Kamer geïnformeerd over het Meerjarenplan Fietsveiligheid2025–2029, waarbinnen veilige fietsinfrastructuur één van de nieuweacties is. Ook heeft de Kamer een brief ontvangen6 over de uitvoeringvan de moties Verkeersveiligheid elektrische fietsen.ToezeggingenBeschikbare EU-fondsen fietsinfrastructuurTijdens het commissiedebat Duurzaam Vervoer van 17 oktober 2024 is aanhet lid Olger van Dijk (NSC) toegezegd de Kamer te informeren over debeschikbaarheid van EU-fondsen voor investeringen in fietsinfra-structuur.7 Met deze brief en het bijgevoegde rapport in bijlage 3 wordtinvulling gegeven aan deze toezegging.De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) is gevraagd relevanteEU-fondsen voor fietsinfrastructuur in kaart te brengen. In totaal zijn tienfondsen vastgesteld die potentie hebben. Niet alle fondsen zijn directgericht op fietsinfrastructuur. Sommige fondsen kunnen indirect bijdragenaan fiets gerelateerde projecten. Ook zijn de fondsen doorgaans niettoegankelijk voor rechtstreekse aanvragen door de Rijksoverheid. IenW zetzich in om de mogelijkheden te benutten die wel toegankelijk en relevantzijn. Zo zet IenW zich in voor financiering vanuit het Europese Interreg-programma, zoals ook eerder door de Staatssecretaris aan de Kamer istoegezegd.8In het rapport van RVO worden twee aanbevelingen gedaan op basis vande uitgevoerde scan. De eerste aanbeveling is om verkennend het gesprekaan te gaan met relevante stakeholders om prioriteiten en kansen tebepalen. De tweede aanbeveling is om een project- en subsidiekalender teontwikkelen gekoppeld aan EU-fondsen. Deze aanbevelingen zijnovergenomen en worden momenteel uitgevoerd. Hiermee is invulling aande toezegging gegeven.Sloopregeling oude auto’sAan het lid Olger van Dijk (NSC) is tijdens het commissiedebat DuurzaamVervoer op 31 januari 2024 toegezegd om de Kamer te informeren over debesluitvorming rondom de sloopregeling oude auto’s.9 Een voorstel vooreen bijdrage voor een gebruikte elektrische auto met een inruilregeling5Kamerstuk 29 398, nr. 11816Kamerstuk 29 398, nr. 11837TZ202410-1558Kamerstuk 36 410 XII, N9Kamerstukken 31 305 en 32 813, nr. 448Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5244 voor een oude brandstofauto is één van de maatregelen die is onderzochtin het kader van het Social Climate Fund (SCF). Over dit voorstel is deKamer eerder geïnformeerd.10 Op 25 april 2025 is de Kamer geïnformeerdover de afgesproken aanvullende klimaatmaatregelen voor mobiliteittijdens de voorjaarsbesluitvorming.11 Het kabinet heeft besloten om in hetSociaal Klimaatplan voor mobiliteit de Onderwegpas Openbaar Vervoerop te nemen en daar Europese financiering voor aan te vragen. Deinkomensafhankelijke inruilregeling voor een tweedehands elektrischeauto zal daarmee geen onderdeel uitmaken van de SCF-inzet. Hiermee isinvulling aan de toezegging gegeven. Nummer: -1183Evaluatie handvatten motor in woon-werkverkeerTijdens het commissiedebat Duurzaam Vervoer van 22 april 2025 vroeghet lid Olger van Dijk (NSC) om een evaluatie van de voor werkgeversontwikkelde handvatten waarmee het gebruik van de gemotoriseerdetweewieler gestimuleerd kan worden.12 Deze handvatten verwijzen naarde Q&A voor werkgevers over de mogelijkheden van motoren in hetwoon-werkverkeer die vorig jaar in samenwerking met de RAI Verenigingis opgesteld.13 Dit betreft een informatief document voor werkgevers overde mogelijkheden van (elektrische) motors in het woon-werkverkeer. Inmei 2025 hebben IenW en de RAI-vereniging dit document geëvalueerd.Uit deze evaluatie blijkt dat het werkgevers de juiste handvatten biedt om(elektrisch) motorgebruik in het woon-werkverkeer te faciliteren. Debekendheid van de Q&A bij werkgevers is echter nog beperkt. Om dit tevergroten wordt informatie over motoren aan de volgende bestaandeplatforms verbonden:•Via de landelijke koepelcampagne Zet Ook De Knop Om14 wordenwerkgevers geïnspireerd om hun mobiliteitsbeleid te verduurzamen. Erworden tips en ervaringen van werkgevers toegevoegd die de motorhebben opgenomen in hun mobiliteitsbeleid.•Via het Informatiepunt Werkgebonden Personenmobiliteit15 wordenwerkgevers geïnformeerd over manieren waarop zij hun mobiliteitsbe-leid kunnen inrichten. Hier is (fiscale) informatie over de (elektrische)motor aan toegevoegd.Hiermee is invulling aan de toezegging gegeven.Vervolgonderzoek controle inzet en emissies mobiele werktuigenIn 2021 is aan TNO de opdracht gegeven te starten met onderzoek naarmeetmethoden voor controle van inzet en emissies van mobiele machinesin de praktijk. Op 15 mei 202316 en op 17 juni 202417 is de Kamergeïnformeerd over de resultaten van dit onderzoek. Daarbij is aangegevende Kamer te informeren over het vervolgresultaat. Met het aanbieden vanbijgevoegd TNO-rapport in bijlage 4 wordt de Kamer in lijn met detoezegging geïnformeerd over deze vervolgresultaten.18De door TNO ontwikkelde controlemethoden voor mobiele werktuigenworden sinds 2024 door Connekt toegepast binnen het Kennis-,Opschaling- en Praktijkervaringsprogramma (KOP) van het programmaSchoon en Emissieloos Bouwen (SEB). Momenteel wordt een aantal10Kamerstuk 31 305, nr. 48011Kamerstukken 31 305 en 32 813, nr. 49712Kamerstuk 31 305, nr. 49913Motorfiets voor woon-werk verkeer | RAI Vereniging14Zet ook de knop om – Reizen en vervoeren15Motor, scooter en speed pedelec – werkgebonden personenmobiliteit | RVO.nl16Kamerstuk 31 305, nr. 25217Kamerstuk 31 305, nr. 46818Kamerstuk 31 305, nr. 468Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5245 projecten uitgevoerd waarbij bouwmachines van meetapparatuur wordenvoorzien. Bouwbedrijven kunnen op basis van de meetapparatuuronderbouwde inschattingen maken van de emissies die in de praktijkoptreden. Het rapport «Betere voorspelling van NOx-emissies in de bouwdoor meting van inzet en NOx-emissie van bouwmachines in de praktijk»in bijlage 5 is het verslag hiervan. De ontwikkelde controlemethoden enervaringen uit het KOP-programma worden ook gebruikt voor de verdereontwikkeling van controle op naleving als onderdeel van hetSEB-convenant. Ten aanzien van het SEB-convenant kan aan de Kamergemeld worden dat in 2025 meer dan 40 nieuwe partijen zijn toegetreden.Het gaat om tientallen gemeenten, havenbedrijven en branchepartijen.Hiermee zijn er nu ruim 150 convenantpartners.BeleidsontwikkelingenEmissies en marktverkenning van geconditioneerd vervoer (koeltransport)In het verleden zijn de uitlaatemissies van koelsystemen van geconditio-neerd transport (koeltransport) slechts beperkt gemeten. Hierdoor zijn deinzichten in de emissiebijdrage beperkt. TNO is verzocht om via eenonderzoek beter inzicht te krijgen in de uitlaatgasemissies en de inzet vankoelsystemen bij geconditioneerd transport over de weg. Dit onderzoek isbijgevoegd in bijlage 6. De traditioneel diesel aangedreven koelsystemenvallen onder de Europese emissiewetgeving voor mobiele machines. Dienormen voor deze systemen hebben er nog niet voor gezorgd dat ergenoeg voortgang is op het gebied van verduurzaming. De stikstof- enfijnstofemissies van diesel aangedreven koelers zijn namelijk vele malenhoger dan van vrachtwagenmotoren. Uit tussentijdse resultaten kwamnaar voren dat de diesel koelunit op een vrachtwagen verantwoordelijk isvoor een derde van de stikstofuitstoot bij levering in de stad, en een kwartop snelweg. Verder is het verantwoordelijk voor 15% van de CO2-uitstootvan geconditioneerde levering binnen de stad, en 8% op de snelweg. Heteindrapport bevestigt dat de CO2-, stikstof- en fijnstofemissie van dieselaangedreven koelaggregaten aanzienlijk is. De CO2- en stikstofuitstoot vandiesel koelmotoren bedraagt respectievelijk 0,3 Mton en 1,8 kton. Defijnstofemissie van diesel koelunits komt uit op 0,13 kton. Nederland zetzich internationaal in voor een aanscherping van de emissienormen voormobiele machines om deze uitstoot naar beneden te brengen.In het kader van de verduurzaming van geconditioneerd vervoer is aan hetadviesbureau Districon de opdracht gegeven een marktverkenning uit tevoeren naar de geconditioneerde vervoerssector. Deze marktverkenning isbijgevoegd als bijlage 7. Zero-emissie koelmotoren zijn beschikbaar, maarworden in de praktijk nog weinig ingezet. Uit de marktverkenning is naarvoren gekomen dat de sector openstaat voor verdere stappen in detransitie naar emissievrij geconditioneerd vervoer. Het ministerie gebruiktde uitkomsten van de marktanalyse om gezamenlijk met de sector tewerken aan een breed gedragen plan om de transitie naar zero-emissiekoelmotoren in het geconditioneerd vervoer te versnellen.Onderzoek gevolgen ETS2 op leveringsconstructies brandstoffenRecent heeft IenW een verkennend onderzoek laten uitvoeren van demogelijke gevolgen van ETS2 op bepaalde leveringsconstructies van(hernieuwbare) brandstoffen, nadat marktpartijen zorgen uitten over degevolgen voor de brandstoffenmarkt. Dit onderzoek is als bijlage 8opgenomen.Brandstofleveranciers willen graag vanaf verschillende accijnsgoederen-plaatsen kunnen leveren. Dit heeft te maken met wisselende leveringsmo-gelijkheden of voordelen qua logistiek of brandstofprijzen. Accijnsgoe-Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5246 derenplaatsen zijn plekken waar goederen opgeslagen worden waaraccijns over betaald moet worden. De accijns hoeven pas betaald teworden als de goederen worden vervoerd uit de opslagplaats. Het isaccijnstechnisch mogelijk gemaakt om rechtstreeks vanaf een depot vaneen andere vergunninghouder te leveren zodat partijen zonder opslagca-paciteit aan de jaarverplichting van de RED kunnen voldoen. Dit is eenA-B-C-leveringsconstructie. Marktpartijen hebben zorgen geuit omdatdeze leveringsconstructies geen uitstootrechten zouden opleveren binnenETS2. Hiermee zouden de leveringsconstructies af kunnen nemen.Het rapport brengt in beeld hoe deze leveringsconstructies werken, wat derol ervan is in de Nederlandse brandstofmarkt, en verkent mogelijkeeffecten van ETS2 op de marktwerking, logistiek en beleidsuitvoering vande brandstoftransitieverplichting.De resultaten van het onderzoek laten zien dat een mogelijke afname vanA-B-C-leveringsconstructies in sommige regio’s met beperkte opslagcapa-citeit zou kunnen bijdragen aan een toename van marktconcentratie.Volgens het onderzoek zouden er mogelijk een kleiner aantal partijen zichop deze markt kunnen begeven. Ook wordt gesignaleerd dat de werkingvan systematiek van hernieuwbare brandstofeenheden (HBE) of desystematiek van emissiereductie-eenheden (ERE) in bepaalde gevallenonder druk zou kunnen komen te staan. ERE is het nieuwe systeem dat deHBE-systematiek zal vervangen. Verdere marktconcentratie heeftdaarnaast mogelijk gevolgen heeft voor transparantie, marktwerking eninnovatie in de sector. Het onderzoek schetst de effecten, maar geeft nietveel cijfermatige uitleg ten aanzien van de impact op de sector.Op basis van de huidige inzichten is er geen aanleiding voor aanpas-singen in wet- en regelgeving. De Ministeries van IenW en KGG blijven deontwikkelingen volgen en kunnen alternatieven voorstellen als daaraanleiding voor is. De uitkomsten van het onderzoek sterken IenW om deinzet op lopende initiatieven voort te zetten. Deze initiatieven zorgen voormeer duidelijkheid in de brandstofketen, en helpen om duurzaamheid inde keten te verbeteren. Voorbeelden van initiatieven zijn de Unie-data-bank, het productpaspoort en het project Clean Fuel Contracts. Dit projectwil zorgen voor meer inzicht en duidelijke afspraken binnen de keten.Analyse marktverstorings- en frauderisico’s biogrondstoffenIn verband met de implementatie van de RED-III wordt de brandstoftransi-tieverplichting in 2026 hervormd. Vanwege deze hervorming heeftGuidehouse, een internationale consultancy, in opdracht van de Rijks-dienst voor Ondernemend Nederland (RVO) een analyse uitgevoerd naarde marktverstorings- en frauderisico’s van het gebruik van bepaaldegrondstoffen voor biobrandstofproductie. Dit rapport, dat is bijgevoegd inbijlage 9, biedt beslisinformatie voor het toelaten van grondstoffen dieniet onder de bestaande Europese categorieën vallen. Het rapportconcludeert dat verschillende grondstoffen een verhoogd risico opmarktverstoring of fraude hebben.Marktverstoring zou zich kunnen uiten in een stijgende inzet van degrondstof voor biobrandstofproductie, en in een dalende inzet van degrondstof voor andere toepassingen. Mede als gevolg van dit onderzoekzal in de Regeling energie vervoer daarom een dempingsfactor van 0,5 opbepaalde vetten ingesteld worden. Zonder deze correctie zou dezegrondstofcategorie namelijk twee keer zo aantrekkelijk worden voor inzetin brandstoffen als op dit moment. Deze grondstof kan echter ook wordeningezet voor hoogwaardiger toepassingen, zoals in cosmeticaproducten.Hier zouden daarom tekorten kunnen ontstaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5247 Grondstoffen met een verhoogd frauderisico krijgen geen dempingsfactor,omdat verbeteringen in het systeem nodig zijn om deze risico’s tedempen. Het verminderen van frauderisico’s wordt gedaan in Europeesverband. IenW werkt samen met de Europese Commissie aan voorstellenom frauderisico’s te dempen.Resultaten Regeling bevordering schone wegvoertuigen 2024Sinds 2 augustus 2021 is de Europese richtlijn voor schone voertuigen, deClean Vehicles Directive, van kracht. In Nederland is deze richtlijngeïmplementeerd in de Resultaten Regeling bevordering schonewegvoertuigen (Rbsw) binnen de Wet milieubeheer. De Rbsw bevat eisenvoor de inkoop van schone- en emissievrije voertuigen en voertuig-diensten door aanbestedende diensten, zoals gemeenten, provincies, Rijken publiekrechtelijke instellingen.Er zijn sinds de start van de regeling tot eind 2024 in totaal 16.806voertuigen aanbesteed door alle aanbestedende diensten. Uit demonitoring door RVO blijkt dat er ruimschoots wordt voldaan aan de eisenvan de Rbsw:•61 procent van de ingekochte personenauto’s en bestelbussen isschoon. Met schoon wordt een CO2-uitstoot van maximaal 50 gramper kilometer en maximaal 80% van de RDE-limietwaarden bedoeld.59 procent van deze categorie is emissievrij, 2 procent dus niet. Deregeling schrijft voor dat minimaal 38,5 procent van de ingekochtelichte voertuigen schoon moet zijn.•Het aandeel schoon ingekochte vrachtauto’s, en reinigingsvoertuigenzoals vuilnisauto’s ligt op 44 procent. 13 procent van het totaal aantalingekochte voertuigen in deze categorie is emissievrij. De regelingschrijft voor dat minimaal 10 procent van de zware voertuigen schooningekocht moet worden. Schoon betekent voor zware voertuigen enbussen dat deze volledig op alternatieve brandstoffen rijden, volgensde definitie in richtlijn 2014/94/EU.•Voor bussen geldt dat 64 procent emissievrij ingekocht is. Ook ditovertreft de eis van de regeling, waarin staat dat 45 procent schoonmoet worden ingekocht, waarvan de helft emissievrij.Deze resultaten zijn ook verwerkt in het Dashboard Klimaatbeleid.19Uniform verkeersbord zero-emissiezonesDe Kamer is eerder geïnformeerd over een ontwerpbesluit dat eenuniform verkeersbord introduceert voor milieu- en zero-emissiezones endat gemeenten de mogelijkheid geeft om zero-emissiezones voor taxi’s inte voeren.20 Het ontwerpbesluit is gesplitst. Het deel dat het verkeersbordintroduceert is inmiddels met blanco advies teruggekomen van de Raadvan Staten en wordt nu verder in procedure gebracht voor publicatie.Over het deel van het ontwerpbesluit dat de mogelijkheid geeft omzero-emissiezones voor taxi’s in te voeren wordt de Kamer op een latermoment geïnformeerd.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. Aartsen19Dashboard Klimaatbeleid | Dashboard Klimaatbeleid20Kamerstuk 31 305, nr. 473Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 305, nr. 5248

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fc060120d7a922e8

14 okt 2026 · e173063bf25c7db3

13 okt 2026 · 50102d56df50b180

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.