KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsbrief Straffen op maat

19 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d539a328f4d545a0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 986 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 september 2025Bij Kamerbrief van 13 juli 20231 heeft de toenmalig Minister voorRechtsbescherming uw Kamer geïnformeerd over de beleidsverkenningStraffen op maat. Deze beleidsverkenning is gestart naar aanleiding vaneen motie van het lid Sneller (D66), waarin wordt verzocht om eenuitwerking van «slimmere straffen».2 Het doel van de verkenning was derechter meer mogelijkheden te geven om op de persoon van de verdachtetoegesneden te sanctioneren.3 Maatwerk kan het effect van straffen op hetrealiseren van de strafdoelenvergroten. De verkenning heeft geleid tot de aankondiging van tienmogelijke verbetermaatregelen ten aanzien van het sanctiestelsel en desanctietoepassing voor volwassenen. Deze verbetermaatregelen zijn deafgelopen twee jaar uitgewerkt met de betrokken ketenpartners.Bij de begrotingsbehandeling van november 2024 is door de toenmaligStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid en toenmalig StaatssecretarisRechtsbescherming toegezegd uw Kamer in 2025 te informeren over devoortgang van Straffen op maat. Dat doe ik hierbij.Drie van de mogelijke verbetermaatregelen uit Straffen op maat (flexibeletaakstraf, verhoging maximumaantal uren taakstraf en elektronischedetentie als hoofdstraf) zijn inmiddels opgenomen in het initiatiefwets-voorstel Slimmer straffen, dat op 8 september 2025 bij uw Kamer isingediend.4 Twee maatregelen (aanpassing van de recidivebepaling en devervangende taakstraf) zijn in andere wetsvoorstellen opgenomen. Deoverige vijf maatregelen zijn de afgelopen twee jaar beleidsmatiguitgewerkt. Het gaat om het ondergaan van een vrijheidsstraf in een1Kamerstukken II 2022–2023, 29 279, nr. 811.2Kamerstukken II 2021–2022, 24 587, nr. 850.3Kamerstukken II 2022–2023, 24 587, nr. 858.4Kamerstukken II 2025–2026, 36 805 kst-29279-986ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 9861 Beperkt Beveiligde Afdeling, advisering door de strafrechter, sanctio-nering buiten het strafrecht, verbeteren van de informatiepositie van deofficier van justitie en strafrechter bij het opleggen van sancties en hetintensiveren van de advisering door de reclassering. Hieronder wordenalle verbetermaatregelen langs deze drie lijnen besproken.Verbetermaatregelen in het initiatiefwetsvoorstel SlimmerstraffenDit voorjaar is door de Kamerleden Sneller (D66), Six Dijkstra (NSC) enBoswijk (CDA) een initiatiefwetsvoorstel aangekondigd, waarmee wordtingezet op uitbreiding van het instrumentarium van de strafrechter. Hetwetsvoorstel is op 8 september 2025 ingediend bij uw Kamer en ligt thansvoor advisering voor bij de Raad van State. Het wetsvoorstel bevatonderdelen die raken aan drie verbetermaatregelen van Straffen op maat.Om het wetsvoorstel niet te doorkruisen, zullen deze drie verbetermaatre-gelen niet verder worden gebracht. De appreciatie van de verschillendeonderdelen van het wetsvoorstel zal uiteindelijk bij de plenaire behan-deling worden gegeven.1. Flexibele taakstrafDe flexibele taakstraf houdt in dat een deel van de opgelegdetaakstrafuren ingezet kan worden voor zorg- of re-integratiedoeleinden.Een deel van de taakgestraften wordt doorgaans onvoldoende bereiktvoor het (volledig) uitvoeren van een taakstraf, bijvoorbeeld omdat sprakeis van laaggeletterdheid, psychiatrische of middelenproblematiek of hetontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats. Deze problematiek leidtertoe dat deze taakgestraften niet altijd in staat zijn om de taakstraf opreguliere wijze uit te voeren.Binnen de huidige wetgeving zijn er geen mogelijkheden om taakge-straften andere activiteiten te laten uitvoeren dan het verrichten vanonbetaalde arbeid. Om die reden is de flexibele taakstraf niet in de praktijkbeproefd.Wel is in 2023 is de pilot Taakstraf met zorg gestart, een aanpak die binnende huidige wettelijke kaders wel mogelijk is. Met extra inzet en een anderebejegening wordt binnen de pilot geprobeerd om de hierboven genoemdekwetsbare doelgroep beter te bereiken en blijvend te motiveren om detaakstraf succesvol af te ronden. Hierbij wordt rekening gehouden metpsychische en somatische beperkingen. Het doel van de pilot is om meertaakstraffen succesvol af te ronden en daarmee vervangende hechteniszoveel mogelijk te voorkomen. Tevens wordt ingezet op het regelen vanbasisvoorwaarden, zoals het hebben van een postadres en een geldigidentiteitsbewijs. Zo nodig wordt toegeleid naar zorg of dagbesteding. Depilot heeft een looptijd van drie jaar.Om de effectiviteit van de Taakstraf met zorg zo goed mogelijk te kunnenvergelijken met die van de reguliere taakstraf worden taakstraffen die ineerste instantie niet succesvol zijn afgerond én waarvan de cliëntken-merken passen bij de doelgroep van de pilot niet retour gestuurd, maaropnieuw opgepakt met de aanpak Taakstraf met zorg. Hoewel de meestevan deze taakstraffen momenteel nog in uitvoering zijn, is het in allegevallen gelukt de taakstraf daadwerkelijk te starten.In het initiatiefwetsvoorstel Slimmer straffen wordt een grondslaggecreëerd voor de flexibele taakstraf, waarmee het wettelijk mogelijkwordt om ten hoogste een vijfde deel van de taakstrafuren aan zorg- enre-integratieactiviteiten te besteden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 9862 2. Verhoging maximumaantal uren taakstrafHet wettelijk maximumaantal uren voor een taakstraf is op dit moment240 uur. Het verhogen van dit maximum vergroot de mogelijkheden vande rechter om een alternatieve sanctie voor de korte vrijheidsstraf op teleggen.In het initiatiefwetsvoorstel Slimmer straffen wordt voorgesteld hetmaximum voor door de rechter opgelegde taakstraffen met 50 procent teverhogen naar 360 uren. Voor de strafbeschikkingen wordt voorgesteldhet maximum aantal uren taakstraf te verhogen van 180 uren naar 270uren. In het verlengde hiervan wordt voorgesteld de termijn waarbinnende taakstraf moet worden verricht met een derde te verlengen.3. Betekenisvol ingevulde elektronische detentieIn de Kamerbrief uit 2023 is aangegeven dat het meer tijd vergt om teonderzoeken of elektronische detentie van toegevoegde waarde kan zijnop het sanctiepalet. De toenmalig Minister voor Rechtsbescherming heefttijdens het plenaire debat op 11 april 2024 over de capaciteitsproblematiekbij de DJI aangegeven dit onderzoek aan zijn opvolger te laten.In het initiatiefwetsvoorstel Slimmer straffen is elektronische detentie alshoofdstraf opgenomen.Verbetermaatregelen in andere wetsvoorstellen4. Meer ruimte voor taakstraffen bij recidiveBinnen het taakstrafverbod van artikel 22b Wetboek van Strafrecht wordtonderscheid gemaakt tussen enerzijds relatief zware misdrijven waarbijaltijd een verbod om een taakstraf op te leggen geldt, en anderzijds alleoverige (relatief lichtere) misdrijven, waarbij in beginsel geen verbod totoplegging van een taakstraf geldt, maar wel een recidivebepaling geldt.De recidivebepaling houdt in dat geen taakstraf mag worden opgelegdbinnen vijf jaar nadat de verdachte een taakstraf heeft verricht voor eensoortgelijk (licht) misdrijf.5Op 11 juli jl. is het wetsvoorstel aanscherping taakstrafverbod in consul-tatie gegeven door de Minister van Justitie en Veiligheid. Dit wetsvoorstelvergroot de ruimte voor de rechter om maatwerk toe te passen tenaanzien van de recidivebepaling en breidt het taakstrafverbod uit bijdelicten waarbij enkel een taakstraf niet passend gevonden wordt (metname mishandeling van een afgebakende groep werknemers met eenpublieke taak).5. Vervangende taakstrafDe geldboete is een van de sancties die de strafrechter kan opleggen. Destrafrechter bepaalt bij de oplegging het aantal dagen vervangendehechtenis voor het geval de geldboete niet (volledig) wordt betaald. In zijnbrief aan de Tweede Kamer van 23 september 2022 zegde de toenmaligMinister voor Rechtsbescherming toe om te bezien of na het niet betalenvan een geldboetevonnis kon worden beproefd of – in plaats vanvervangende hechtenis – een vervangende taakstraf kon wordentoegepast. Een beproeving is echter niet mogelijk gebleken, omdatveroordeelden niet kunnen worden onderworpen aan een (vervangende)straf die de wet niet kent. Daarom zegde de toenmalig Minister voor5Recidivebepaling in artikel 22b lid 2 Sr.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 9863 Rechtsbescherming in de brief van 13 juli 2023 toe om zonder pilot uit tewerken hoe de vervangende taakstraf – indachtig het taakstrafverbod –kan worden aangeboden bij de eerste keer dat een geldboete niet wordtbetaald.Op 25 maart jl. heeft de Tweede Kamer bij de behandeling van de tweedevaststellingswet van het nieuwe Wetboek van Strafvordering eenamendement van de leden Sneller, Boswijk, Six Dijkstra en Ellian (D66,CDA, NSC en VVD) aangenomen. Dit amendement geeft de strafrechter demogelijkheid om bij oplegging van een geldboete een vervangendetaakstraf te bevelen, voor het geval de geldboete niet wordt betaald. Hetwetsvoorstel ligt nu voor ter behandeling in de Eerste Kamer.Overige verbetermaatregelenIn de afgelopen twee jaar is gewerkt aan de beleidsmatige uitwerking vande verschillende mogelijke verbetermaatregelen. Zo zijn bijvoorbeeldmeerdere pilots van start gegaan en is een wetsevaluatie gestart.6. Vrijheidsstraf in een Beperkt Beveiligde AfdelingIn de brief van 13 juli 2023 is vermeld dat de DJI een pilot uitvoerde methet direct plaatsen van zelfmelders op een Beperkt Beveiligde Afdeling(BBA) en dat die pilot datzelfde jaar zou worden geëvalueerd. Het betrofde pilot Kleinschalige Voorziening Middelburg (hierna: pilot KVM). In depilot KVM kregen kortgestrafte zelfmelders met straffen tot een jaar demogelijkheid om hun werk of andere zinvolle structurele dagbestedingvóór detentie, tijdens detentie voort te zetten. Ze werden daarvoor vanafde eerste dag van hun detentie geplaatst op de BBA van de penitentiaireinrichting Middelburg. Plaatsing werd voorafgegaan door een zorgvuldigscreeningsproces, waarbij onder andere werd gekeken naar de delictge-schiedenis, de aard van het delict en slachtofferbelangen.6 Door hetkunnen voortzetten van werk of dagbesteding tijdens detentie is hetmogelijk om inkomen te behouden, rekeningen (zoals huur) te blijvenbetalen en eventuele zorgtrajecten te laten doorlopen.De pilot liep eind mei 2024 af. De aangekondigde evaluatie door hetWODC is in november vorig jaar onder begeleiding van een beleidsreactievan de toenmalig Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid met de Kamergedeeld.7 De onderzoekers concluderen dat gedetineerden door de opzeten werkwijze van de pilot KVM over het algemeen de stabiele situatiewaarin ze zich voorafgaand aan de detentie bevonden, hebben weten tebehouden. Dit is bevorderlijk voor re-integratie in de samenleving envoorkomt het ontstaan van criminogene factoren als gevolg van detentie.De verwachting is dat het recidiverisico minder groot is.Zoals in eerdergenoemde beleidsreactie is aangegeven, was de toenmaligStaatssecretaris van Justitie en Veiligheid voornemens het detentie-concept van de pilot KVM te verankeren. De succesfactoren zullen naderworden uitgewerkt tot een landelijk toepasbaar detentieconcept. Daarmeewordt een van de maatregelen uit Straffen op maat, een vrijheidsstrafondergaan in een BBA, gerealiseerd. Tijdens het commissiedebatGevangeniswezen van 12 maart jl. is door de toenmalig Staatssecretarisvan Justitie en Veiligheid toegezegd schriftelijk terug te komen op de6Redenen om niet toegelaten te worden tot de pilot KVM waren o.a. een delictgeschiedenis metveelvuldig geweld, een actueel zedendelict of als sprake was (geweest) van geweld tegenhulpverleners.7Kamerstukken II 2024–2025, 24 587, nr. 993.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 9864 vraag wanneer dit geregeld kan zijn.8 Voor realisatie is in ieder gevaljuridische verankering nodig en een uitwerking van de doelgroep.Daaraan wordt met prioriteit gewerkt. Dit zal naar verwachting eind 2026gereed zijn.7. Advisering door de strafrechterEr is een verkenning uitgevoerd naar de mogelijke verbetermaatregel omin het rechterlijke vonnis re-integratiedoelen op te nemen, zodat gedeti-neerden gemotiveerd worden om mee te werken aan hun re-integratie.Voor deze verkenning zijn de DJI, de reclassering, de Vereniging vanNederlandse Gemeenten, gemeenten en de Raad voor de rechtspraakgeconsulteerd.Door de betrokkenen is aangegeven dat het zinvoller is om de bestaandemogelijkheden voor het re-integratietraject beter te benutten in plaats vande introductie van een nieuwe manier van werken. Het is van belang datbeter gebruik wordt gemaakt van de huidige mogelijkheden en te zorgenvoor betere samenwerking met de ketenpartners zoals reclassering engemeenten. Door de werkwijze «Samen Starten» in alle penitentiaireinrichtingen is de reclassering nauwer betrokken bij de totstandkomingvan het detentie en re-integratieplannen van gedetineerden. Momenteelwordt onderzocht hoe (nog meer) gemeenten bij die samenwerkingkunnen aansluiten. Ook het in een vroegtijdig stadium actief betrekken eninformeren van de gedetineerde kan de medewerking vergroten.Daarnaast besteedt de reclassering al veel aandacht om ook gedeti-neerden die niet willen, toch te motiveren mee te werken aan hunre-integratie. En verder werkt reclassering al met re-integratiedoelen inhaar adviezen en houdt toezicht op in hoeverre medewerking wordtverleend en rapporteert hierover terug aan de rechter.Ook worden veel haken en ogen gezien als het om de uitvoering gaat.Denk aan de invulling van de toezichtrol en de verantwoordelijkheid als dedoelen niet worden gehaald. Tot slot merk ik op dat gedetineerdenvanwege hun soms korte verblijfsduur niet altijd kunnen of zullendeelnemen aan een re-integratie traject, welke maatregel ook getroffenwordt.Gelet op al het voorgaande is besloten de uitwerking van deze maatregelstop te zetten.8. Sanctionering buiten het strafrechtOp dit moment wordt de Wet administratiefrechtelijke handhavingverkeersvoorschriften (Wahv) door het WODC geëvalueerd. Dezewetsevaluatie ziet op de bredere vraag of met de afdoening op basis vande Wahv de doelen van deze wet worden behaald, waaronder hetbeperken van de werklast voor politie, OM en rechterlijke macht en heteffectief tenuitvoerleggen van sancties. Hierin wordt ook het vraagstukmeegenomen in hoeverre en voor welk type overtredingen die nu binnenhet strafrecht worden afgedaan, het toepassingsbereik van de Wahvpassend zou kunnen zijn. Het onderzoeksrapport zal naar verwachting ditnajaar aan uw Kamer worden gestuurd. Afhankelijk van de uitkomstenvan dit onderzoek zullen vervolgstappen worden gezet.8TZ202503-080.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 9865 9. Verbeteren informatiepositie officier van justitie en strafrechter bij hetopleggen van sanctiesHet Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB) heeft sinds het versturen vande vorige Kamerbrief het informatiesysteem «TOP-Service» ontwikkeld.Het informatiesysteem geeft ketenpartners, zoals OM en de rechtspraak,inzicht in de stand van de tenuitvoerlegging, waaronder de betaalhistorievan geldboetes. Daarnaast biedt het zicht op afgeronde en openstaandesancties van justitiabelen zoals taakstraffen en gevangenisstraffen. Opdeze wijze kunnen ketenpartners vanuit een betere informatiepositie eenpersoonsgerichte afweging maken bij de op te leggen sancties.De kick-offs van de pilot hebben afgelopen zomer op twee arrondisse-mentsparketten plaatsgevonden. Daarnaast is de afgelopen tijd, opverzoek van het Innovatieplatform Strafrechtketen, door Justid HetGroene Mapje (HGM) ontwikkeld en beproefd bij OM en de rechtspraak.HGM is een digitale samenvatting op maat waarbij persoonsgegevensvanuit de rechtspraak en de DJI worden gebundeld zodat de officier vanjustitie en de strafrechter in één oogopslag een beeld van de verdachtehebben. HGM en de TOP-Service dienen hetzelfde doel. Waar deTOP-Service vooral gericht is op de actuele status van de tenuitvoer-legging van sancties, is HGM daaraan complementair met brongegevensover onder andere justitiële documentatie. Ik zet mij, in overleg met Justiden CJIB, ervoor in de relevante functies van HGM en de TOP-Service teintegreren in één voorziening, zodat een persoonsbeeld op maat ontstaat.Over de voortgang van deze applicatie zal uw Kamer in het eerstekwartaal van 2026 worden geïnformeerd.Op 4 september 2025 heeft de toenmalig Minister van Justitie enVeiligheid tijdens het commissiedebat Strafrechtelijke onderwerpentoegezegd schriftelijk informatie te verstrekken over hoe de rechter meergeïnformeerd kan worden over de draagkracht van een verdachte, zodatde rechter dit mee kan nemen in het opleggen van een geldboete en dehoogte daarvan. Hiermee doe ik die toezegging gestand en verwijs daarbijook naar de Kamerbrief over het draagkrachtbeginsel, die op 12 februari2025 naar uw Kamer is gestuurd.910. Intensiveren advisering reclasseringIn de eerdere Kamerbrief over Straffen op maat10 heeft de toenmaligMinister voor Rechtsbescherming aangekondigd in één of meer regio’spilots voor te bereiden om de advisering door de reclassering in de fasevan inverzekeringstelling te intensiveren.11In maart jl. is in het arrondissement Rotterdam een pilot gestart, waarbijdeze advisering in de fase van inverzekeringstelling door de reclasseringwordt geïntensiveerd. Deze advisering wordt ook wel «vroeghulpadvies»genoemd. Dit houdt in dat de verdachte tijdens de inverzekeringstellingdoor de reclassering wordt bezocht en de reclassering op aanvraag vanhet openbaar ministerie ten behoeve van de voorgeleiding aan derechter-commissaris een advies uitbrengt.12 De reclassering gaat in ditadvies in op de persoonlijke situatie van de verdachte, op eventuele9Kamerstukken II 2024–2025, 29 279, nr. 924.10Kamerstukken II 2022–2023, 29 279, nr. 811.11De voorlopige hechtenis volgt na de inverzekeringstelling bij de politie en bestaat uit tweefasen: de bewaring en de gevangenhouding.12Bij een voorgeleiding wordt de verdachte gehoord door de rechter-commissaris. De rechter-commissaris bepaalt of de verdachte wel of niet in voorlopige hechtenis genomen wordt. Ditwordt de bewaring genoemd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 9866 risico’s en op de mogelijkheid deze te beperken door middel vanvoorwaarden bij een eventuele schorsing van de voorlopige hechtenis. Bijde pilot werken de reclassering, het openbaar ministerie en de recht-spraak nauw samen. Het doel van de pilot is dat de rechter-commissarisalle relevante informatie omtrent de verdachte tot zijn of haar beschikkingheeft om een afgewogen beslissing te nemen ten behoeve van devoorgeleiding.De looptijd van de pilot is één jaar. Met deze pilot wordt gekeken op welkemanier de informatiepositie van de rechter-commissaris in deze fase vanhet strafproces kan worden versterkt en welke effecten dat heeft. Naafloop wordt de pilot geëvalueerd. Over de uitkomsten wordt uw Kamernaar verwachting in de tweede helft van 2026 geïnformeerd.Tot slotZoals hierboven beschreven zijn de afgelopen tijd de nodige stappengezet in het kader van Straffen op maat. Het doet mij deugd te constaterendat Straffen op maat een goede voedingsbodem is gebleken voor nieuweontwikkelingen. Inmiddels worden nagenoeg alle maatregelen meege-nomen (met uitzondering van maatregel 7) in al lopende trajecten of hetinitiatiefwetsvoorstel Slimmer straffen. Daarmee is de noodzaak van devoortzetting van Straffen op maat als «paraplu» komen te vervallen. UwKamer zal over de nog lopende trajecten worden geïnformeerd in devoortgangsbrief Gevangeniswezen.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 9867

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · c7dd782a673a7cc2

14 okt 2026 · bc7bdfffb7cf8f0f

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.