KamerkringInloggen
← Verkenner

Kamerbrief · 3 feb 2026 · Tweede Kamer

Digitalisering en Leermiddelen in het funderend onderwijs

staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (naam nog niet beschikbaar)

Brontekst

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 034Digitale leermiddelenNr. 72 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 3 februari 2026Intelligente technologie zal onze economie en samenleving fundamenteeltransformeren. AI speelt nu al een steeds grotere rol in hoe we werken,leren en beslissingen nemen. De strategische investeringen in de digitalefundamenten van onze samenleving zullen onze toekomstige welvaart enweerbaarheid bepalen.1Zoals de Onderwijsraad in 2022 al voorspelde, verandert intelligentetechnologie ook het onderwijs fundamenteel.2 Nu, ruim drie jaar later, zienwe dat AI is doorgedrongen in alle lagen van het onderwijs. Leerlingengebruiken generatieve AI voor huiswerk en toetsvoorbereiding. Ze krijgenkennis en vaardigheden mee om zich optimaal te kunnen ontplooien ineen innovatieve economie en een sterke democratie. Intelligentetechnologie kan ook leerkrachten ondersteunen. Leraren experimenterenmet AI bij nakijken en lesontwerp. Daarmee kunnen lesmethodes wordenaangepast aan het tempo en de interesses van elk kind, zodat meer tijdoverblijft voorandere zaken.3Structurele samenwerking vereistOm de kansen van intelligente technologie voor beter onderwijs tebenutten, is het volgende nodig:–Bestuurders moeten een visie hebben op de integratie van technologiein het onderwijs die past bij onze waarden.–Scholen moeten veilige (digitale) voorzieningen bieden.–Leerkrachten moeten digitale vaardigheden hebben om intelligentetechnologie verantwoord te benutten in de les.1Nationaal AI Deltaplan: https://aiplan.nl/deltaplan.2Onderwijsraad, Inzet van intelligentie technologie, een verkenning, Den Haag 2022.3Nationaal AI Deltaplan: https://aiplan.nl/deltaplan. kst-32034-72ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 721 De uitdaging om deze voorwaarden te realiseren is te belangrijk en teveelomvattend om de onderwijspartners alleen in te laten staan. Scholenmoeten kunnen bouwen op een toekomstvaste infrastructuur van(publieke) voorzieningen en afspraken. Dit vraagt om samenwerkingtussen onderwijs, bedrijfsleven en wetenschap.We zijn met Groeifondsprogramma’s als NOLAI, Edu-V en Impuls OpenLeermateriaal op de goede weg. Maar dit zijn tijdelijke investeringen en AIin het onderwijs is geen tijdelijk experiment, maar een structureletransformatie. De vraag is niet óf technologie het onderwijs verandert,maar onder welke voorwaarden. De komende periode staan we voor eenbelangrijke keuze: nú richting geven of later noodgedwongen ingrijpen.Naar een actieplan digitalisering funderend onderwijsIk wil met de onderwijspartners regie nemen. Het is mijn overtuiging dateen verstandige inzet van technologie in het onderwijs onmisbaar is vooreen innovatief en weerbaar Nederland. Maar dan moeten we hier wel gripop houden. We moeten de kansen van technologie benutten, zonder onsaan de macht van deze technologie te onderwerpen. Dit vraagt structureleaandacht, samenwerking en ondersteuning.Daarom heb ik opdracht gegeven om een actieplan digitaliseringfunderend onderwijs op te stellen met het onderwijs, kennisinstellingen,expertorganisaties en private partijen. Voor de zomer wordt uw Kamergeïnformeerd over de voortgang.Lopende actiesIn de tussentijd hebben we al belangrijke stappen gezet om technologie indienst te stellen voor beter onderwijs. Hieronder informeer ik u over devolgende zaken:–Kwaliteit en toegankelijkheid van leermiddelen–Meer keuzevrijheid in aanbiedingsmodellen en een bewusterleermiddelenbeleid–Leveringsbetrouwbaarheid van leermiddelen–Versterking van schoolbesturen door samenwerking in SIVON–Alternatieven voor Big Tech–Kinderrechten Impact AssessmentsMet deze brief probeer ik te voldoen aan een aantal moties en toezeg-gingen. Ze komen uit het commissiedebat Digitalisering en leermiddelenvan 3 april 2025 en het tweeminutendebat van 22 mei 2025.4 Ik komhiermee tegemoet aan het verzoek van uw Kamer om u hierover voor debegrotingsbehandeling te informeren. In de uitwerking heb ik goedgekeken naar het Leermiddelenmanifest5, waarin een brede coalitie vanonderwijspartijen aandacht vraagt voor de urgente problemen op deleermiddelenmarkt.Kwaliteit van leermiddelenLeermiddelen verschijnen steeds vaker in hybride combinaties vandigitale en papieren componenten. De kwaliteit daarvan is beperktinzichtelijk. Met het nieuwe curriculum voor de deur hebben lerarengeactualiseerde leermiddelen nodig. Ik vind het belangrijk dat iedereen4Zie voor eerdere Kamerbrieven Digitalisering en Leermiddelen: Kamerstuk 36 200 VIII nr. 251 enKamerstuk 32 034 nr. 54.5Zie voor dit manifest: https://www.poraad.nl/system/files/2024-06/20240612_manifest_meer_grip_op_leermiddelen.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 722 die lesmateriaal maakt – leraren, uitgevers, of organisaties die openmateriaal ontwikkelen – handvatten krijgen om de kwaliteit daarvaninzichtelijk te maken en te verhogen. Leraren worden hiermee in staatgesteld om het meest passende lesmateriaal te kiezen en optimaal in tezetten voor hun leerlingen.De afgelopen tijd zijn hierin belangrijke stappen gezet. Leraren gebruikensteeds vaker eigen of open leermiddelen. Het is van belang dat leraren instaat worden gesteld om open leermiddelen kwalitatief goed te ontwik-kelen en effectief toe te passen. Daarom ben ik verheugd te kunnenmelden dat het Nationaal Groeifonds € 38 mln. heeft toegekend aan OCWvoor het programma Impuls Open Leermateriaal. Hiermee kan het projectzich onder andere richten op de ontwikkeling van leermateriaal voorspecifieke doelgroepen, zoals het gespecialiseerd onderwijs, het betrekkenvan meer scholen en professionele ontwikkeling voor leraren in samen-werking met lerarenopleidingen.In vervolg op het onafhankelijke adviesrapport van ABDTopConsult6, overde inrichting en governance van een kwaliteitsalliantie voor leermiddelen,heeft een brede coalitie van onderwijspartijen de handen ineengeslagenom deze alliantie vorm te geven. Het doel is om de kwaliteit en toeganke-lijkheid van leermiddelen structureel te verbeteren.Daarnaast heb ik het Nationaal Regieorgaan Onderwijsonderzoek (NRO)en Stichting Leerplan Ontwikkeling (SLO) de opdracht gegeven om innauwe afstemming met deze alliantie een landelijk kwaliteitskader voorleermiddelen te ontwikkelen. Dit kwaliteitskader ondersteunt scholen bijhet beoordelen, selecteren en ontwikkelen van leermiddelen en geeftinzicht in de kwaliteit ervan.Het generieke deel van het kwaliteitskader is vanaf het voorjaar van 2026beschikbaar voor leermiddelenmakers en scholen, zodat dit aansluit bij devernieuwing van kerndoelen en eindtermen. Daarna wordt het kwaliteits-kader doorontwikkeld en waar nodig van vakspecifieke aanvullingenvoorzien. Te beginnen met taal en rekenen/wiskunde, gevolgd doordigitale geletterdheid (conform de toezegging aan uw Kamer) enburgerschap.Parallel werken de partijen die betrokken zijn bij de kwaliteitsalliantie uitwelke maatregelen behulpzaam zijn bij de implementatie. Daarbij wordtzorgvuldig gekeken naar de gewenste mate van sturing en naar mogelijkeaanvullende manieren om de toepassing van het kader te bevorderen. Hetgebruik van een keurmerk wordt hierin meegenomen, waarmee ikinvulling geef aan de toezegging aan uw Kamer.Ik ondersteun partijen hierbij met raad en daad. Zo faciliteer ik deontwikkeling van de Open Keuzecatalogus. Deze maakt het volledigeaanbod van leermiddelen inzichtelijk met zowel bibliografische alsonderwijskundige kenmerken en biedt ruimte voor beoordelingen vandocenten en vaksecties.7 Hiervoor heb ik € 1,4 mln. beschikbaar gesteld.Hiermee geef ik tevens invulling aan de motie van het lid Oostenbrink.8Met de inrichting van de kwaliteitsalliantie en de ontwikkeling van eenlandelijk kwaliteitskader zetten we, met breed draagvlak in de onderwijs-sector, een belangrijke stap richting meer grip en beter onderbouwde6Dit rapport van ADBTopConsult is als bijlage van de brief opgenomen.7De Open Keuzecatalogus wordt door SIVON ontwikkeld en bouwt voort op de informatie in hetKoppelpunt Catalogusinformatie van Kennisnet.8Kamerstuk 32 034, nr. 63Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 723 keuzes voor leermiddelen in het onderwijs. Daarmee geef ik invulling aande motie van het lid Kisteman9 en toezeggingen aan uw Kamer in ditkader.Toegankelijkheid van leermiddelenDe kwaliteit van leermiddelen is nauw verbonden met de toegankelijkheidhiervan voor alle leerlingen, ook voor degenen met een ondersteunings-behoefte. Dit voorjaar worden de uitkomsten verwacht van de nulmetingvan de toegankelijkheid van leermiddelen. Na afronding zal uw Kamerover de resultaten worden geïnformeerd, conform de gedane toezegging.De nulmeting wordt uitgevoerd door KBA Nijmegen in samenwerking metExpertisecentrum Nederlands en Stichting Accessibility en brengt in kaarthoe toegankelijk de huidige leermiddelen zijn, zowel digitaal als folio(papier), voor leerlingen met ondersteuningsbehoeften en welkevervolgstappen nodig zijn om eventuele knelpunten structureel op telossen. Op basis van deze bevindingen maak ik samen met de sectorvervolgafspraken om de toegankelijkheid van leermiddelen te verbeteren.Ook ben ik in gesprek met de deelnemers van de rondetafel «Toegankelijkpubliceren» over mogelijkheden om de toegankelijkheid van leermiddelenook op korte termijn te verbeteren, bijvoorbeeld door het delen van goedevoorbeelden onder uitgevers te stimuleren.10Meer keuzevrijheid in aanbiedingsmodellen en een bewuster leermidde-lenbeleidDe moties van de leden Rooderkerk en Soepboer11 Oostenbrink12,Haage13 en Soepboer en Rooderkerk14 verzoeken de regering ommaatregelen te treffen ter verbetering van de marktwerking in deleermiddelenmarkt. Uw Kamer wil voorkomen dat scholen verplicht rakenom leermiddelen uitsluitend via het LiFo-model15 af te nemen en vraagtalternatieve modellen te stimuleren, het gebruik van wegwerpboekendrastisch te verminderen en duurzame alternatieven te stimuleren. Waarde markt niet tot oplossingen komt, verzoekt uw Kamer tot reguleringover te gaan.Ik vind het van groot belang dat er meerdere aanbiedingsmodellenbeschikbaar zijn, zodat scholen goede, betaalbare en duurzame keuzeskunnen maken. Daarom verken ik hoe de markt gereguleerd kan wordenom een goede marktwerking te borgen. Samen met mijn collega van hetMinisterie van Economische Zaken (EZ) laat ik onderzoek uitvoeren naarde marktwerking en de instrumenten die beschikbaar zijn om deze teverbeteren. Uw Kamer ontvangt de resultaten van dit onderzoek voor dezomer van 2026. De resultaten worden gedeeld met de AutoriteitConsument en Markt (ACM), die parallel werkt aan een onderzoek naar deleermiddelenmarkt.9Kamerstuk 36 600 VIII, nr. 8310De Ronde Tafel Toegankelijk Publiceren wordt gevormd door vertegenwoordigers vanOnbeperkt Lezen, Oogvereniging, Mediafederatie, Koninklijke Visio, Bartiméus Onderwijs,Koninklijke Bibliotheek en Dedicon.11Kamerstuk 32 034, nr. 6512Kamerstuk 32 034, nr. 6213Kamerstuk 32 034, nr. 6114Kamerstuk 32 034, nr. 6715Licentie-Folio is een leermiddel dat een combinatie biedt van een digitale licentie en optioneeleen papieren leerwerkboek. De leerling houdt het leerwerkboek en kan daar aantekeningen inmaken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 724 Kennisnet, SIVON en de branchevereniging van educatieve uitgevers(MEVW) zijn met elkaar in gesprek gegaan over aanbiedingsmodellen inhet voortgezet onderwijs. Knelpunten rond het nu gangbare LiFo-modelen oplossingsrichtingen zijn in beeld gebracht met scholen, aanbieders,experts, de VO-raad en OCW. SIVON en de MEVW hebben vervolgensgewerkt aan een set aanbevelingen voor alle betrokken partijen. Zowelaanbieders als scholen erkennen dat de sleutels voor verbetering zich aanbeide zijden (vraag en aanbod) bevinden. Ook de VO-raad schaart zichachter deze aanbevelingen en trekt samen met SIVON en de MEVW op omdeze in de praktijk te brengen.Uitgevers hebben de ambitie om alleen in leermiddelen te voorzien diescholen daadwerkelijk gebruiken om goed onderwijs te bieden.Ongebruikte leermiddelen in de oud-papierbak, niet-gebruikte licenties enoverstapboetes horen daar niet bij. Daarom heeft de MEVW haar ledenaanbevolen om:1.overstapboetes per 1 januari 2027 af te schaffen, wanneer scholenbinnen de looptijd van een contract willen overstappen op eenandere methode;2.desgevraagd meer flexibiliteit in het LiFo-model aan te bieden doorcomponenten van het LiFo-model ook in andere combinaties of losaan te bieden;3.extra opties beschikbaar te stellen als scholen daarom vragen,bijvoorbeeld eenjaarslicenties in aanvulling op de bestaande,langduriger contractvormen en meer variatiemogelijkheid in degebruiksduur van (papieren) lesmateriaal;4.meer transparantie in kwaliteit, prijsopbouw, en marges te bieden.16Meer keuzevrijheid biedt ook de kans om daar gebruik van te maken.Daarom beveelt SIVON aan haar leden aan om:1.langs een doordacht keuzeproces leermiddelen te kiezen en te werkenaan curriculumbewustzijn;2.te benutten wat gekocht is, uiteraard passend bij de lespraktijk. Omde mogelijkheden van lesmateriaal optimaal te benutten is deaanbeveling om gebruik te maken van de begeleidende en verkla-rende hulpmiddelen van de uitgever;3.meer bewust aandacht te besteden aan de balans tussen papier endigitaal en het gebruik van open materiaal;4.het gebruik van leermiddelen regelmatig te evalueren en leerlingen tevragen zuinig te zijn op hun boeken, zodat deze langer gebruiktkunnen worden.Doordachte keuzes en een tijdige en voorspelbare vraag gaan helpen bijmeer regie van het onderwijs en een betere samenwerking metaanbieders. Op basis van de ervaringen en gesprekken in het voortgezetonderwijs zijn SIVON en MEVW gestart met een vergelijkbare seriegesprekken over het primair onderwijs. Ook voor het primair onderwijs ishet doel te komen tot een concrete set aanbevelingen, die met steun vande betrokken partijen opgevolgd kunnen worden door leveranciers enscholen.Het is goed en nodig dat uitgevers aan de slag gaan met deze aanbeve-lingen, ook in het kader van de herziening van het curriculum. Ik rekenerop dat uitgevers substantiële verbeteringen in hun aanbiedingsmo-16Om het gesprek over transparantie in kwaliteit, prijsopbouw en marges te faciliteren heeft deMEVW onderzoek naar de kostenstructuur van lesmethodes in het voortgezet onderwijs doorPwC laten uitvoeren (https://www.mevw.nl/actueel/rapport-pwc-rapportage-vo-leermiddelen).De komende tijd organiseren SIVON en de MEVW gezamenlijke verdiepingssessies over ditonderzoek, om zo beter inzicht te krijgen en te delen in het functioneren van de markt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 725 dellen doorvoeren, zodat scholen meer te kiezen hebben uit geactuali-seerd lesmateriaal zonder dat dit leidt tot onnodige kostenstijging. Enwanneer die mogelijkheden er zijn, verwacht ik dat scholen deze serieusoverwegen in hun doordachte keuzeproces. Hiermee geef ik invulling aande toezegging aan uw Kamer inzake de betaalbaarheid van leermiddelenin het kader van het vernieuwde curriculum.Ik volg de ontwikkelingen op de voet en heb met de MEVW,SIVON,PO-Raad en de VO-Raad afgesproken dat zij OCW jaarlijks inzicht geven inde voortgang en concrete resultaten, die ik met uw Kamer zal delen.SIVON en de MEVW zullen onder hun leden daartoe informatie verza-melen over de voortgang die besproken kan worden in het overleg. Opbasis van de vorderingen en de uitkomsten van het ACM-onderzoekbesluit ik op welke wijze ik verder ga met overheidsregulering.Leveringsbetrouwbaarheid leermiddelenDe laatste jaren beschikten te veel leerlingen in het voortgezet onderwijsniet op tijd over hun leermiddelen; een onwenselijke situatie. SIVON,MEVW en de Vereniging van Educatieve Distributeurs Nederland (VEDN)hebben daarom een convenant afgesloten met afspraken om de leverings-betrouwbaarheid van leermiddelen te vergroten. Daarin zijn maatregelenopgenomen zoals een leermiddelenkalender, afspraken over de bestel- enlevercyclus, inclusief het tijdig aanleveren van lijsten en het op ordehebben van leerlingadministratiesystemen door scholen.De afspraken werken goed. Ze zijn recent aangescherpt en met een jaarverlengd. De betrokken partijen zijn tevreden met de afspraken en zien dewerking ervan met vertrouwen tegemoet. Ik heb uw Kamer toegezegd tebezien of het convenant zich leent om ook prijs en transparantie hierin tebetrekken. In het convenant zijn afspraken gemaakt over een transparantebevoorschottingsystematiek, zodat scholen garanties hebben over devoorschotten die zij betalen. Andere aspecten rond prijs en transparantievan leermiddelen zijn ondergebracht in de hierboven beschreven actiesrond kwaliteit en aanbiedingsmodellen, waarmee de toezegging aan uwKamer afgedaan is om het gesprek met SIVON en andere partijen brederte trekken. Als het gaat om prijs en transparantie zijn afspraken tussenscholen en uitgevers nodig. Deze worden door de betrokken partijenverder voorbereid en uitgewerkt.Versterking van schoolbesturen door samenwerking in SIVONMet de toenemende digitale transitie in het onderwijs neemt de invloedvan grote leveranciers van leermiddelen en educatieve technologie op hetonderwijs toe. Hiermee ontstaat voor scholen en schoolbesturen eencomplex vraagstuk. De producten van deze leveranciers kunnen hetonderwijs op innovatieve wijze ondersteunen en verbeteren. Tegelijkertijdroept het vragen voor scholen op, bijvoorbeeld hoe deze leveranciersomgaan met privacy, controle over gegevens en de veiligheid van dezetoepassingen. In bredere zin rijst de vraag in hoeverre scholen voldoenderegie hebben over het marktaanbod van digitalisering en leermiddelenbezien vanuit de onderwijsbehoefte en publieke waarden.Scholen willen meer zeggenschap hebben over het aanbod van marktpar-tijen, zowel wat de inhoud en functionaliteiten van de producten betreft,als de voorwaarden ten aanzien van prijs en kwaliteit waaronder dezegeleverd worden. Als individueel schoolbestuur is het lastig om hierinvloed op uit te oefenen, of over te stappen naar een andere leverancier.Daarom is het van groot belang dat schoolbesturen hierin samenoptrekken. Samenwerking in een coöperatie zou in mijn optiek dan ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 726 een vanzelfsprekende zaak voor schoolbesturen moeten zijn. De coöpe-ratie SIVON behartigt de collectieve belangen van de aangeslotenschoolbesturen richting de leveranciers en zet zich in voor een gezondemarkt. Gezamenlijk kunnen schoolbesturen via SIVON hun functionelewensen expliciet maken en publieke waarden vertalen naar concreteeisen.Inmiddels is een substantieel deel van schoolbesturen lid: SIVONrepresenteert nu ruim 40% van schoolbesturen en zodoende 70% van alleleerlingen. Daarmee heeft SIVON flinke slagkracht in de vraagarticulatieop de markt. De motie van het lid Haage17 roept de regering op om metSIVON en Kennisnet in gesprek te gaan over structurele financiering vanprojecten zoals Veilig Internet en over wat er nodig is om scholenstandaard lid te maken van SIVON. Ik subsidieer de opbouw van de DienstVeilig Internet in ieder geval tot medio 2030.18 Bovendien kan SIVON opbasis van het draagvlak in de sector ook activiteiten ontplooien die tengoede komen aan álle schoolbesturen, zoals het uitvoeren van privacy- engevensbeschermingstoetsen (DPIA’s) namens de leden op producten vangrote technologiebedrijven. Ik subsidieer SIVON voor de periode2026–2029 met € 8 mln. voor dergelijke activiteiten voor de hele sector.19Daarnaast voer ik regelmatig overleg met SIVON en Kennisnet waarbij deondersteuningsbehoefte van scholen bij het geven van goed digitaalonderwijs centraal staat. Ik vind het belangrijk dat scholen optimaalgebruik kunnen maken van de mogelijkheden van SIVON. Lidmaatschapvan een coöperatie is in essentie vrijwillig. Een sterk SIVON is gebaat bijschoolbesturen die lid worden en actief participeren in de coöperatievanuit de overtuiging dat het lidmaatschap zowel de eigen scholen tengoede komt, als ook het collectief versterkt en daardoor waarde heeft voorde hele sector. Daarom roep ik alle nog niet aangesloten schoolbesturenop om lid te worden van SIVON. Het is mijn stellige overtuiging datorganisaties als Kennisnet en SIVON de komende jaren van groot belangzijn om de digitale transitie in goede banen te kunnen leiden.Afhankelijkheden van grote techbedrijvenDe producten van grote techbedrijven zoals Microsoft en Google wordenin het onderwijs veel gebruikt. Ze zijn gebruiksvriendelijk en gunstiggeprijsd. Naarmate deze producten steeds verder met het primaire procesvan het onderwijs verweven raken, komen ook de afhankelijkheden enrisico’s nadrukkelijker naar voren.Onderzoeksbureau Dialogic heeft de huidige stand van zaken ten aanzienvan dienstverlening door grote techbedrijven in het funderend onderwijsin kaart gebracht. Daarbij heeft Dialogic scenario’s uitgewerkt om in deNederlandse onderwijscontext de beschikbaarheid en het gebruik vanalternatieven voor bigtech-toepassingen te kunnen stimuleren. Ditonderzoek «Alternatieven voor bigtech-toepassingen in het funderendonderwijs» is als bijlage bij deze brief meegestuurd. Dit onderzoek is eenvervolg van een eerste verkenning naar de afhankelijkheid van grotetechbedrijven in het funderend onderwijs, waarover uw Kamer met debrief van 22 november 2024 is geïnformeerd.20De inventarisatie van it-toepassingen toont een dominante positie vandienstverlening door grote techbedrijven in het funderend onderwijs.17Kamerstuk 32 034, nr. 6018Kamerstuk 29 240, nr. 17719Kamerstuk 32 034, nr. 5420Kamerstuk 32 034, nr. 54Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 727 Publieke waarden zoals privacy en autonomie komen in het gedrang en erontstaan vendor- en data lock-ins. Netwerkeffecten en schaalvoordelenleiden tot knelpunten rondom toetreding, keuzevrijheid en overstapmoge-lijkheden. Er zijn vooral afhankelijkheden in het geval van gegevensopslagin de cloud en bij platforms die het mogelijk maken om samen te werkenen bestanden uit te wisselen.Voor de totaaloplossingen die grote techbedrijven bieden, bestaan op ditmoment geen één-op-één alternatieven. De afhankelijkheden zijn complexen de oplossing hiervan overstijgt de mogelijkheden van het funderendonderwijs alleen. Het vraagt samenwerking tussen onderwijssectoren, opnationaal niveau en in EU-verband en handelingsperspectieven oplangere termijn vragen nieuw beleid en bijbehorende financiering.Tegelijkertijd vind ik het van groot belang om nu al te doen wat mogelijkis. De eerste belangrijke stappen op korte termijn liggen op het terrein vanhet stimuleren van bewustwording over afhankelijkheden van grotetechbedrijven en het stimuleren van alternatieven. SIVON heeft in 2025een pilot uitgevoerd met een zogenoemde Open Source Program Office(OSPO).21 Dit OSPO ondersteunt schoolbesturen om bewuste keuzes temaken tussen alternatieven, inzicht te krijgen in maatregelen die daarbijnodig zijn om continuïteit en privacy te borgen, en zich bewust te wordenvan de gevolgen als producten van grote techbedrijven niet meerbeschikbaar zijn. In een context van toenemende geopolitieke onzekerheidvind ik het van groot belang om hierop door te pakken. Daarom verleng ikde subsidie voor het OSPO zodat het werk kan maken van de aanbeve-lingen van Dialogic. Het OSPO zal bijdragen aan bewustwording vanschoolbesturen, inkoopvoorwaarden aanscherpen en aanvullendemarktconsultaties doen. Schoolbesturen die aan de slag willen metalternatieven voor grote techbedrijven, kunnen bij het OSPO terecht voorondersteuning.Voor een substantiële beweging naar het verminderen van afhankelijk-heden en het vergroten van aanbod en gebruik van alternatieven zijnstructurele maatregelen en investeringen nodig. Op dit moment looptvervolgonderzoek van Dialogic naar afhankelijkheden van grote techbe-drijven in de andere OCW-sectoren. De uitkomsten hiervan komen naarverwachting in het eerste kwartaal van 2026 beschikbaar. Voor de zomervan 2026 ontvangt uw Kamer op basis hiervan een uitgebreidereOCW-visie op de handelingsperspectieven voor de langere termijn tenaanzien van dit vraagstuk.Kinderrechten Impact AssessmentsOp 4 september 2025 heeft de Staatssecretaris van BZK een brief22 aan uwKamer verzonden over de Kinderrechten Impact Assessments (KIA’s)23.BZK heeft het instrument achter de KIA doorontwikkeld en in de brief iseen aantal resultaten van het KIA met uw Kamer gedeeld. Ik heb met21Een Open Source Program Office (OSPO) is een centrale plek voor kennis, samenwerking enondersteuning op het gebied van het gebruik van open source oplossingen. Zie verder:https://sivon.nl/ospo-voor-het-onderwijs/22Kamerstuk 26 643, nr 1391.23Het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) heeft de KinderrechtenImpact Assessment (KIA) laten ontwikkelen. Het is een hulpmiddel om te komen tot de bestmogelijke beoordeling van de digitale dienst in relatie tot de rechten en het welzijn vankinderen. En met dit instrument worden risico’s op schendingen van kinderrechten in kaartgebracht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 728 SIVON afgesproken om het instrument ook toe te passen in de reedsbestaande processen voor het toetsen van digitale onderwijsproducten.Hiermee geef ik tevens invulling aan de motie van het lid Ceder.24De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,K.M. Becking24Kamerstuk 26 643, nr. 1301Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 034, nr. 729

Versie 4c5b1c6bc9f87a0621afb6090d65e5d46227389b3ec9ce0f436ab34d3deff56c · Officiële bron.

Eerdere bronversies

14 okt 2026 · cfbb08de39492609

13 okt 2026 · c9ae6ab30a314c81

Gegevens

Soort document
Brief regering
Datum
3 februari 2026
Vergaderjaar
2025-2026
Officiële bron
Tweede Kamer ↗

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.