KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een schriftelijk overleg over de taakopdracht voor het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) (Kamerstuk 32716-51)

2 jun 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3c570f85b9b41453 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202532 716Evaluatie Wet werk en inkomen naararbeidsvermogen (Wet WIA)Nr. 53 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 2 juni 2025 De vaste commissie voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft eenaantal vragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid over de brief van 19 maart 2025 over detaakopdracht voor het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Wetwerk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) (Kamerstuk 32 716, nr. 51).De vragen en opmerkingen zijn op 8 april aan de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid voorgelegd. Bij brief van 2 juni 2025 zijn devragen beantwoord.De voorzitter van de commissie,TielenAdjunct-griffier van de commissie,Van den Broek kst-32716-53ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 531 InhoudsopgaveIVragen en opmerkingen vanuit de fracties2Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractie2Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractie3Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie5IIAntwoord/Reactie van de Minister5 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen en opmerkingen van de leden van de PVV-fractieDe leden van de PVV-fractie hebben kennisgenomen van de taakopdrachtvoor het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Wet werk eninkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en willen de regering enkelevragen voorstellen.Ten eerste constateren de leden van de PVV-fractie dat het kabinet schrijftdat het onderzoek poogt de trends waar te nemen in de in- en uitstroom inde Ziektewet (ZW) en de WIA. Het IBO kijkt welke ziektebeelden hierinopvallen. Deze leden willen graag weten hoe wordt geborgd dat ookminder zichtbare factoren (zoals psychische belasting, werk-privédruk ofonzekerheid op de arbeidsmarkt) voldoende worden meegenomen in detrendanalyse en verzoeken om een uitgebreid overzicht.De leden van de PVV-fractie lezen dat het UWV al jaren kampt met eenmismatch tussen de vraag en het aanbod van sociaal-medische beoorde-lingen. Deze leden willen weten of als gevolg van het IBO er ook concretevoorstellen gaan komen om de knelpunten, zoals een tekort aan keurings-artsen, te verlichten. En zij zouden hier graag een uitgebreid overzicht vanontvangen.De leden van de PVV-fractie stellen vast dat er in de taakopdracht geenrekening wordt gehouden met regionale verschillen ten aanzien vanbevolking en het gebruik van de WIA. Deze leden willen weten of eronderlinge verschillen, per regio, zijn ten aanzien van WIA-instroom,WIA-duur en re-integratiekansen. Daarbij verzoeken deze leden deMinister hen een uitgebreide lijst met oorzaken te doen toekomen.De leden van de PVV-fractie hechten eraan dat de ervaringen van cliëntenmet het WIA-proces, zoals wachttijden, herbeoordelingen en administra-tieve lasten, serieus worden meegenomen in het onderzoek en vragen ofbinnen het IBO ook rekening wordt gehouden met deze punten.De leden van de PVV-fractie vinden het belangrijk dat er op zorgvuldige enrechtvaardige wijze met belastinggeld wordt omgegaan. Deze ledenvragen in hoeverre misbruik en fraude wordt meegenomen in het IBO.De leden van de PVV-fractie vinden het goed dat het onderzoek ook ziet opde invloed van oververtegenwoordigde bevolkingsgroepen. Deze ledenvragen of het onderzoek op dit punt ook ziet op asielzoekers en overigeimmigranten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 532 Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van detaakopdracht voor het IBO WIA.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie lezen dat de Minister in detaakopdracht vooral focust op het formuleren van beleidsopties die debetaalbaarheid en beheersbaarheid van de WIA-uitgaven moetenbevorderen en de arbeidsparticipatie moeten vergroten. Deze ledenvragen waarom de focus van het IBO WIA vooral lijkt te liggen op dekostenbeheersing en niet op de verbetering van de regeling voor demensen zelf. Deze leden lezen in de taakopdracht dat er geen aandacht isvoor het verbeteren van de regeling. Deze leden vragen waarom ervoorgekozen is om daar niet naar te kijken.Ook vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie of de werkgevers- enwerknemersorganisaties betrokken zijn bij de opdrachtformulering en ofzij achter de opdracht kunnen staan. De WIA betreft immers een werkne-mersverzekering die in solidariteit opgebracht wordt uit de loonruimte.Indien de werkgevers en werknemers geconsulteerd zijn, vragen dezeleden wat de separate reactie van de verschillende partijen was.Tot slot lezen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie in de opdrachtfor-mulering niets over het belang van de uitgangspunten die horen bij dewerknemersverzekering. Deze leden vragen of de Minister hetuitgangspunt onderschrijft dat de werknemersverzekeringen nietaangepast kunnen worden zonder draagvlak bij de werkgevers enwerknemers die de premies voor de verzekering uit de loonruimte zoudenmoeten opbrengen. Deze leden vragen of de Minister bereid is om zijnopdracht nog bij te stellen en ook mee te nemen hoe tot een lasten-dekkend stelsel gekomen kan worden, waarbij de zeggenschap over hetstelsel weer bij werknemers en werkgevers komt te liggen.Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie zijn content met het aangekondigdeinterdepartementale onderzoek. Deze leden zouden graag drie denkrich-tingen mee willen geven. Ten eerste: kan er in het onderzoek aandacht zijnvoor een hernieuwde indicatiestelling? Meer kijkend naar de arbeidsge-schiktheid van personen dan de huidige inkomensfocus op percentagearbeidsongeschiktheid? Ten tweede: is er de bereidheid om te kijken naarwelke mogelijkheden er zijn om de verbinding met het, eerder genoteninkomen, op termijn los te laten? Ten slotte: kan er in het onderzoekaandacht zijn voor de benodigde hulpmiddelen / ondersteuning omzodoende zo veel mogelijk uitgaan van re-integratie in plaats van eenfocus op inkomensondersteuning?Vragen en opmerkingen van de leden van de NSC-fractieDe leden van de NSC-fractie hebben kennisgenomen van de taakopdrachtvoor het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Wet werk eninkomen naar arbeidsvermogen (WIA). Deze leden hebben hierover nogeen aantal vragen.De leden van de NSC-fractie hebben met verbazing kennisgenomen in detaakopdracht van het feit dat het onderzoek reeds in december 2024 isgestart. Deze leden vragen de Minister allereerst waarom de ministerraadpas 24 januari 2025 met de taakopdracht heeft ingestemd terwijl hetonderzoek al in december 2024 is gestart. Deze leden vragen de MinisterTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 533 daarnaast waarom de Tweede Kamer de taakopdracht pas op 19 maart2025 heeft ontvangen. Is de Minister het eens met deze leden dat eenordentelijker proces was geweest om het onderzoek pas na instemmingvan de ministerraad te starten en de Kamer in ieder geval direct na hetstarten van het onderzoek te informeren?De leden van de NSC-fractie lezen dat de verwachting is dat richting 2060het totaal aantal mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkeringoploopt naar ruim 730.000 personen tegenover de ongeveer 586.000 per-sonen nu. Deze leden vragen de Minister om te verduidelijken waar deverwachting van het aantal van ruim 730.000 personen op is gebaseerd.De leden van de NSC-fractie maken uit de taakopdracht op dat debeleidsvarianten van het IBO zich uitsluitend richten op interventies in defase vanaf het intreden van de ziekte. Deze leden zijn van mening dat hetbelang van preventie in het arbeidsongeschiktheidsstelsel onvoldoendewordt benadrukt, en dat dit daarom niet apart zou moeten wordenopgepakt in de agenda voor duurzame inzetbaarheid respectievelijk hetIBO mentale gezondheid en GGZ. Deze leden vragen de Minister in datlicht hoe de keuze voor deze vormgeving van het IBO zich verhoudt tot depassage uit de taakopdracht dat maatregelen die zien op het bevorderenvan duurzame inzetbaarheid en voorkomen van ziekte aan dit IBO rakenen van groot belang zijn. Deze leden vragen de Minister of hij bereid is omde beleidsvarianten van het IBO ook te richten op de interventies in defase voor intreden van ziekte. Indien de Minister niet bereid is dit te doen,vragen deze leden wat de beweegredenen zijn geweest om de beleidsin-terventies van het IBO uitsluitend te richten op interventies in de fasevanaf het intreden van ziekte.De leden van de NSC-fractie lezen dat het doel van het IBO is om eenanalyse te maken van de trends en ontwikkelingen, en om beleidsopties teformuleren die de betaalbaarheid en beheersbaarheid van deWIA-uitgaven bevorderen en de (arbeids)participatie vergroten. Dezeleden constateren dat het IBO daarmee alleen gericht is op deWIA-uitgaven. Deze leden zijn van mening dat er in het IBO juist moetworden gekeken naar de maatschappelijke kosten én baten van debeleidsopties voor de WIA. Deze leden zijn bijvoorbeeld benieuwd welkestimulerende maatregelen helpend zijn om zoveel mogelijk (deels)arbeidsongeschikten te laten participeren in de samenleving, in de vormvan (vrijwilligers)werk. Deze leden vragen de Minister daarom of hijbereid is om in het IBO beleidsopties te formuleren die gericht zijn op hetbevorderen van de betaalbaarheid en beheersbaarheid van de WIA vanuithet perspectief van de maatschappelijke kosten én baten van dezebeleidsopties.De leden van de NSC-fractie missen de rol van het beleid van het UWV inde onderzoeksvragen over welke trends waargenomen kunnen worden inde in- en uitstroom in de ZW en WIA, specifiek op het gebied vansociaal-medische beoordelingen. Deze leden vragen de Minister daaromin het IBO een onderzoeksvraag op te nemen of en hoe het beleid van hetUWV op het gebied van de sociaal-medische beoordelingen een rol heeftgespeeld in de in- en uitstroom in de ZW en WIA, bijvoorbeeld door hetbuiten werking stellen van het aangescherpt schattingsbesluit in 2004.De leden van de NSC-fractie lezen in de onderzoeksvragen dat debeleidsopties zijn gericht op het voorkomen van instroom, beperking vanuitkeringsrechten en -hoogte bij ziekte en arbeidsongeschiktheid en hetbevorderen van een hogere uitstroom uit de ZW en WIA naar werk. Dezeleden zijn van mening dat bestaanszekerheid ook een belangrijk elementis in de beleidsopties. Deze leden vragen de Minister daarom hoe hetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 534 richten van de beleidsopties op de beperking van uitkeringsrechten en-hoogte bij ziekte en arbeidsongeschiktheid zich verhoudt tot de wettelijkeplicht van de overheid om zorg te dragen voor de bestaanszekerheid vanmensen.De leden van de NSC-fractie lezen dat waar mogelijk in het IBO de overigeverwachte effecten op mensen (waaronder financiële weerbaarheid) enhun re-integratiekansen worden beschreven. Deze leden vinden het zeeronverstandig dat er wel met zekerheid aandacht is in het IBO voor degevolgen voor de uitgaven aan arbeidsongeschiktheidsuitkeringen,werkgeverslasten, voor waterbedeffecten (inclusief uitgaven) richtingandere uitkeringsregelingen zoals de Participatiewet en voor de vereen-voudiging van het arbeidsongeschiktheidsstelsel, maar niet voor deeffecten op de mensen op wie de WIA van toepassing is. Deze ledenvragen de Minister daarom met klem om in de uitwerking van debeleidsopties in het IBO ook nadrukkelijk aandacht te besteden aan deverwachte effecten op mensen (waaronder financiële weerbaarheid) enhun re-integratiekansen.De leden van de NSC-fractie lezen over de organisatie dat de werkgroepbestaat uit vertegenwoordigers van Financiën, Sociale Zaken en Werkgele-genheid, UWV, Economische Zaken, Algemene Zaken en Volksge-zondheid, Welzijn en Sport. Ook worden experts van het CentraalPlanbureau en Sociaal Cultureel Planbureau verzocht om deel te nemen inde werkgroep. Deze leden lezen tenslotte dat relevante stakeholders diegoed zicht kunnen geven op hoe het stelsel in de praktijk uitwerkt oppassende wijze worden betrokken bij het IBO. Deze leden vragen deMinister welke relevante stakeholders de werkgroep voornemens is tebetrekken, en hoe zij op passende wijze worden betrokken bij het IBO. Isde Minister daarin bereid in ieder geval organisaties/personen die hetcliëntperspectief vertegenwoordigen bij het IBO te betrekken?Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de taakopdracht IBO WIA. Deze leden hebben enkele vragen voor deMinister met betrekking tot de precieze invulling van de taakopdracht. Kande Minister bij onderzoeksvraag b («Hoe verhoudt deze ontwikkeling zichtot de demografische ontwikkeling van de beroepsbevolking? Welketrends zien we in de maatschappij en op de arbeidsmarkt die mogelijkziekteverzuim en WIA-instroom beïnvloeden? (zoals werkdruk; flexibili-sering; combinatie werk, zorg, gezin)») de factor totale werk-privébalansvoor het gehele huishouden ook toevoegen aan de taakopdracht? Ditbiedt wellicht breder inzicht in de situatie van huishoudens als geheel danwanneer er enkel op individueel niveau wordt gekeken, bijvoorbeeldomdat beide partners vaker fulltime werkzaam zijn dan vroeger. Is deMinister bereid binnen dezelfde onderzoeksvraag ook de factor digitali-sering mee te geven in de taakomschrijving? Aangezien het digitaletijdperk een mogelijk stressverhogend effect heeft op werk-privébalans?II Antwoord/Reactie van de Minister 1. Proces, afbakening en aanvulling van de taakopdracht De leden van de PVV-fractie, de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie, deleden van de VVD-fractie, de leden van de NSC-fractie en de leden van deBBB-fractie vragen of verschillende specifieke onderwerpen nog toege-voegd kunnen worden aan de taakopdracht van dit IBO, en gevensuggesties en aandachtspunten mee die zij belangrijk vinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 535 Voordat ik op de overige gestelde vragen inga, schets ik de kaderswaarbinnen IBO’s worden uitgevoerd. IBO’s zijn ambtelijke onderzoekendie zonder politieke (bij)sturing plaatsvinden en worden uitgevoerd doorinterdepartementale werkgroepen onder leiding van een onafhankelijkevoorzitter. Bij de vaststelling van de taakopdracht is een balans gezochttussen een voldoende brede en tegelijkertijd voldoende afgebakendetaakopdracht, die in de beoogde doorlooptijd van een IBO uitvoerbaar is.Het IBO is na vaststelling van de taakopdracht door de ministerraad van24 januari in de loop van februari van start gegaan. Het is aan dewerkgroep om te bepalen wat binnen het onderzoek kan wordenmeegenomen, gegeven de taakopdracht.De leden van de NSC-fractie vragen wat de beweegredenen zijn geweestom de beleidsinterventies van het IBO uitsluitend te richten op inter-venties in de fase vanaf het intreden van ziekte, terwijl in de taakopdrachtwordt aangegeven dat maatregelen die zien op het bevorderen vanduurzame inzetbaarheid en voorkomen van ziekte aan dit IBO raken envan groot belang zijn. Net als de leden van de NSC-fractie acht ikpreventie van groot belang. Allereerst voor het welzijn van mensen zelf,maar ook voor de arbeidsmarkt en de sociale zekerheid. Voor dit IBO ispreventie ten aanzien van beleidsvarianten grotendeels buiten detaakopdracht gehouden om twee redenen. Ten eerste om de omvangbehapbaar en uitvoerbaar te houden in de beoogde doorlooptijd van eenIBO. Preventie is een breed onderwerp dat varieert van preventie in hetsociale domein waaronder het voorkomen en terugdringen van schulden-problematiek, tot gezondheidsbevordering op het gebied van leefstijl enarbeidsomstandigheden die de veiligheid en gezondheid bevorderen. Tentweede om overlap met andere trajecten te voorkomen. Op veel van dehiervoor genoemde (deel)gebieden van preventie lopen al onderzoeks- enbeleidstrajecten. Voorbeelden hiervan zijn, naast de trajecten die de ledenvan de NSC-fractie noemen, de Arbovisie 2040 en de beleidsagenda«Gezondheid in alle beleidsdomeinen».1De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen waarom de taakopdrachtvooral focust op het formuleren van beleidsopties die de betaalbaarheiden beheersbaarheid van de WIA-uitgaven moeten bevorderen en dearbeidsparticipatie moeten vergroten, en niet op het verbeteren van deregeling voor mensen zelf. Het wegnemen van ervaren «hardheden» in deWIA was nadrukkelijk onderdeel van de taakopdracht van de Onafhanke-lijke Commissie Toekomst Arbeidsongeschiktheidsstelsel (OCTAS). Detaakopdracht van dit IBO kent daarom een andere focus. De betaal-baarheid en beheersbaarheid zijn een belangrijke randvoorwaarde voorhet stelsel. Zoals opgenomen in de taakopdracht houden we aandachtvoor het effect op mensen.De leden van de PVV-fractie wijzen op de mismatch tussen de vraag naaren het aanbod van sociaal-medische beoordelingscapaciteit bij UWV, envragen of er ook concrete voorstellen gaan komen om de knelpunten,zoals een tekort aan verzekeringsartsen, te verlichten. Ik begrijp dezevraag gezien de actuele problematiek in de uitvoering van de WIA. Bij debeschrijving van beleidsopties wordt goed gekeken naar de effecten op deuitvoering, waaronder de mismatch bij het sociaal-medische beoordelen.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de werkgevers- enwerknemersorganisaties betrokken zijn bij de opdrachtformulering en ofzij achter de opdracht kunnen staan. En indien de werkgevers enwerknemers geconsulteerd zijn, vragen deze leden wat de separate reactievan de verschillende partijen was. De concept-taakopdracht is gedeeld1Kamerstuk 32 793, nr. 794Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 536 met werkgevers- en werknemersorganisaties, waarop zij hebben kunnenreageren. Ik verwijs u naar betreffende organisaties voor wat betreft hunreacties op de taakopdracht.De leden van de NSC-fractie vragen tot slot waarom het IBO reeds indecember 2024 is gestart, terwijl de ministerraad pas op 24 januari detaakopdracht heeft vastgesteld en de Tweede Kamer de taakopdracht pasop 19 maart 2025 heeft ontvangen. Het onderzoek is in de loop vanfebruari gestart, na vaststelling in de MR. Abusievelijk staat in detaakopdracht december. We streven ernaar de Kamer zo snel te mogelijkte informeren over startende onderzoeken.2. Feiten en cijfers De leden van de PVV-fractie willen weten of er onderlinge verschillen, perregio, zijn ten aanzien van WIA-instroom, WIA-duur en re-integratie-kansen. Daarbij verzoeken deze leden om een uitgebreide lijst metoorzaken van de regionale verschillen. Om te beginnen met de tweedevraag: de oorzaken van de regionale verschillen zijn niet bekend, en zijnnaar verwachting ook niet vast te stellen omdat er een samenloop zal zijnvan veel factoren die samen de verschillen veroorzaken. Het is daardoornaar verwachting niet mogelijk om te bepalen welke feitelijke onderlig-gende oorzaken in welke mate leiden tot regionale verschillen. Dan deregionale verschillen zelf: er zijn wel cijfers beschikbaar over regionaleverschillen ten aanzien van de WIA-instroom, het aantal lopendeuitkeringen, de mate van arbeidsongeschiktheid (gedeeltelijk of volledig),en de uitkeringsduur, uitgesplitst naar gemeente en provincie. Deze zijn tevinden in de Atlas Sociale Verzekeringen van UWV.2 Daarin staat ookregionale informatie over de Wajong, de WW, en de oude regelingenWAO en WAZ. Over eventuele regionale verschillen in re-integratiekansenzijn geen cijfers beschikbaar, waarbij moet worden opgemerkt datre-integratie in de meeste gevallen plaatsvindt tijdens de periode vanloondoorbetaling bij ziekte en daarmee buiten beeld van UWV blijft.De leden van de NSC-fractie vragen om te verduidelijken waar deverwachting van het aantal van ruim 730.000 personen op is gebaseerddat in 2060 een beroep zal doen op een arbeidsongeschiktheidsuitkering.SZW hanteert een lange-termijnmodel voor het inschatten van langdurigeontwikkelingen in de WIA. Dit is geen exacte voorspelling, maar eensimulatie van hoe de WIA zich zal ontwikkelen gegeven een voorspeldeomvang en (veranderende) samenstelling van de beroepsbevolking.Hierbij is geschoond voor allerlei tijdelijke effecten (zoals van corona ende mismatchproblematiek bij het UWV). Dit model houdt rekening met devolgende effecten:•De ingroei van de WIA: de WIA groeit nog in omdat deze sinds 2005bestaat en mensen meer dan 40 jaar een WIA-uitkering kunnenontvangen. Het duurt daarom nog een tijd totdat instroom enuitstroom met elkaar in evenwicht zijn. Het aantal WIA-uitkeringenloopt daardoor logischerwijs nog jaarlijks op.•De groei van de beroepsbevolking: we verwachten een toenemendaantal werkenden, wat leidt tot een toenemende instroom in de WIA(ook bij een gelijkblijvend ziekterisico).•De samenstelling van de beroepsbevolking: de gemiddelde leeftijd vande beroepsbevolking stijgt. Oudere mensen hebben een hoger dangemiddeld risico om arbeidsongeschikt te raken. Dat leidt tot eentoenemende instroom in de WIA en daardoor meer uitkeringen, ookals er binnen leeftijdsgroepen niets verandert in het ziekterisico.2De meest recente rapportage bevat cijfers ultimo 2023 en is te vinden op de website van UWV:Atlas Sociale Verzekeringen 2023 | UWVTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 537 •De stijgende AOW-leeftijd (naar verwachting 69 jaar en 6 maanden in2060) leidt tot meer WIA-uitkeringen. Ten eerste leidt dit tot extra groeivan de beroepsbevolking. Het aantal mensen dat werkt en daardoorkan instromen wordt nog groter. Ook hebben deze extra mensenbinnen de beroepsbevolking een hoger risico om arbeidsongeschikt teraken en in te stromen in de WIA. Tot slot blijven mensen langer in deWIA voordat zij uitstromen wegens het bereiken van de AOW-gerechtigde leeftijd.•Het lange-termijnmodel kan geen inschattingen maken voor deontwikkeling van bijvoorbeeld de gezonde levensverwachting, hetziekterisico voor bepaalde groepen, of voor hoe specifieke ziektebeel-den zich ontwikkelen. Het is daarmee inherent een onzekere simulatie.3. Overige vragen De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of ik het uitgangspuntonderschrijf dat de werknemersverzekeringen niet aangepast kunnenworden zonder draagvlak bij de werkgevers en werknemers die depremies voor de verzekering uit de loonruimte zouden moetenopbrengen. Een IBO is een ambtelijke verkenning naar verschillendebeleidsopties. Een uiteindelijke keuze voor een aanpassing van de wet isaan kabinet en parlement. Daarvoor is uiteraard voldoende draagvlaknodig.De leden van de NSC-fractie vragen hoe het richten van de beleidsoptiesop de beperking van uitkeringsrechten en -hoogte bij ziekte en arbeidson-geschiktheid zich verhoudt tot de wettelijke plicht van de overheid omzorg te dragen voor de bestaanszekerheid van mensen.De plicht voor de overheid om zorg te dragen voor bestaanszekerheidneemt mijns inziens niet weg dat het verstandig is om ook besparings-opties in beeld te brengen. Zoals gebruikelijk in een IBO is een onderdeelvan de taakopdracht om ten minste één besparingsvariant van –20% inbeeld te brengen. Bij de politieke weging van beleidsopties zullen deeffecten op de bestaanszekerheid van mensen uiteraard zorgvuldigmoeten worden bekeken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 32 716, nr. 538

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · b5c02c05caec5280

14 okt 2026 · 393c5a5d88350157

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.