KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief Digitalisering Q2 2025

11 jul 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 886fbb8288e4e403 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202526 643Informatie- en communicatietechnologie (ICT)Nr. 1371 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKENEN KONINKRIJKSRELATIES Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 11 juli 2025Met deze brief informeer ik u over openstaande moties en toezeggingenop het gebied van digitalisering. Verder neem ik u mee in de stand vanzaken betreffende een aantal beleidsonderwerpen. In bijlage 1 heb ikopgenomen welke moties en toezeggingen ik met deze brief behandel.Deze brief is als volgt ingedeeld. Allereerst zal ik stil staan bij toegankelijkeen mensgerichte (digitale) dienstverlening. Ten tweede bij onderwerpenop het gebied van de digitale overheid, waaronder de Rijksdienst. Alslaatste zal ik ingaan op nieuwe en opkomende technologieën en onlineplatforms, welke zijn samengenomen onder de noemer DigitaleSamenleving.Alvorens hiertoe over te gaan vind ik het belangrijk om te markeren dat deNederlandse Digitaliseringsstrategie (NDS) is gepubliceerd en met uwKamer is gedeeld.1 Hiermee heb ik tevens gehoor gegeven aan hetverzoek van uw Kamer om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie zospoedig mogelijk te ontvangen.2 Met deze strategie van het Rijk samenmet de medeoverheden en publieke dienstverleners gaan we als éénoverheid te versnellen op zes digitale prioriteiten, te weten:–Cloud;–Data;–Artificiële intelligentie;–De overheid stelt burgers en ondernemers centraal in (digitale)dienstverlening;–Versterken digitale weerbaarheid en autonomie van de overheid;–Digitaal vakmanschap en een moderne werkomgeving.1Nederlandse Digitaliseringsstrategie | Rapport | Rijksoverheid.nl2Commissiebrief van de vaste commissie voor Digitale zaken van de Tweede Kamer inzake eenverzoek om de Nederlandse Digitaliseringsstrategie zo spoedig mogelijk aan de Kamer te doentoekomen, d.d. 16 juni 2025, te raadplegen via: https://www.tweedekamer.nl/downloads/document?id=2025D25573 kst-26643-1371ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13711 Vanwege deze keuze om op een beperkt aantal onderwerpen te versnellenkomen in de NDS niet alle vraagstukken binnen het bredere digitalise-ringsbeleid aan bod,. Dat betekent echter niet dat er op andere onder-werpen geen voortgang meer wordt geboekt of belangrijke ontwikke-lingen plaatsvinden. Ik zal de Kamer uiteraard ook blijven informeren overhet bredere digitaliseringsbeleid. Zo doe ik dat ook in deze brief.1. Toegankelijke en mensgerichte (digitale) dienstverlening 1.1 Digitale dienstverlening, Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) enfysieke dienstverlening 1.1.1 Digitale dienstverlening Voor mensen die hun weg weten te vinden in de online dienstverleningzet ik in op een digitaal landschap waarbij vanuit burger- en ondernemers-perspectief een soepele klantreis voor dienstverlening van de overheidwordt neergezet. Van informatie en contact tot het daadwerkelijk regelenvan zaken met de overheid. De concrete uitwerking daarvan vindt plaats ineen overheidsbreed traject.Eén van de mijlpalen is het moderniseren en doorontwikkelen vanOverheid.nl als online wegwijzer waar alle informatie over publiekeproducten en diensten in samenhang kan worden gevonden.Door de integratie met MijnOverheid kunnen bezoekers die deze ingangkiezen straks in één keer worden doorgeleid van algemene informatieover producten en diensten van de overheid naar gepersonaliseerdeinformatie op basis van situatie of locatie of informatie die al bij deoverheid bekend is. Daarnaast wordt ook gewerkt aan de ontwikkeling vanoverheidsbrede services, zoals «stand van zaken» en «notificatie». Dit isbedoeld om het contact en de online interactie met de overheid meer testandaardiseren, zodat de dienstverlening voor burgers en ondernemersoverzichtelijker en makkelijker wordt.Komende zomer start een bèta-versie van deze overheidsbrede wegwijzeronder Overheid.nl. Tegelijkertijd zal met behulp van technologieën als AIen in co-creatie met medeoverheden, publieke dienstverleners endepartementen Overheid.nl stapsgewijs worden doorontwikkeld tot eenoverheidsbrede betrouwbare, herkenbare online wegwijzer naar infor-matie en dienstverlening. Daarnaast wordt in dit traject ook de verbindingmet de informatie en dienstverlening specifiek voor ondernemers verdergeoptimaliseerd.1.1.2 Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) Ik vind het belangrijk dat publieke dienstverlening wordt aangeboden opplekken die voor mensen logisch en dichtbij voelen. Het is mijn visie datgemeenten een regierol hebben in het vormgeven van het lokale netwerkvoor publieke dienstverlening. Het is daarom ook aan hen om te bepalenwaar lokaal welke vorm van laagdrempelige en empathische onder-steuning het meest geschikt is. Dat kan in de bibliotheek zijn, maar ookandere locaties zijn denkbaar. Ik heb uw Kamer toegezegd informatie testuren naar aanleiding van de IDO’s en de inspanningsverplichting om dedienstverlening aan burgers op peil te houden en hierbij het eerdergedeelde KPMG-rapport mee te nemen in de overwegingen 3, 43Exploitatieonderzoek Informatiepunt Digitale Overheid | Rapport | Rijksoverheid.nl4TZ202411–104Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13712 In het exploitatie-onderzoek, uitgevoerd door KPMG, wordt geconcludeerddat de gemiddelde exploitatiekosten van de verschillende IDO’s sterkverschillen en een reflectie zijn van de lokale inrichting en keuzes in deuitvoering. KPMG doet dan ook de aanbeveling om de opdracht vooruitvoering van IDO-dienstverlening meer te concretiseren, zodat betergestuurd kan worden op hetgeen mogelijk is met het beschikbare budget.Dit beoog ik ook met de verdere versterking van de regierol voorgemeenten.Het kabinet heeft besloten om per 2026 de Specifieke Uitkeringen (SPUKs)om te zetten in fondsuitkeringen met een budgetkorting van 10%. UwKamer heeft op 3 juli jongstleden een motie aangenomen om «structureelextra middelen beschikbaar te stellen aan gemeenten voor de uitvoeringvan de IDO’s door bibliotheken en dit voor de komende jaren te dekken uitde vrij te besteden middelen ten behoeve van betere overheidsdienstver-lening.» Ik zal uw Kamer hier na de zomer over informeren.Door de afschaffing van de SPUK voor de IDO’s en de overheveling van demiddelen naar het gemeentefonds krijgen gemeenten meer beleids-vrijheid om de middelen in te zetten. Gemeenten hebben dus per 2026niet langer de wettelijke plicht om een IDO in stand te houden. Wél wordtaan de decentralisatie-uitkering het doel waarvoor deze wordt verstrektmeegegeven, evenals afspraken over het beoogde resultaat en monitoringvan de behaalde effecten. Dit kan worden vastgelegd in bestuurlijkeafspraken, bijvoorbeeld een convenant. Over de afspraken die ik hierovermet gemeenten maak zal ik uw Kamer in Q4 van dit jaar informeren.Om gemeenten te ondersteunen bij hun regierol in het versterken van hetlokale netwerk, zet ik, naast de structurele financiering, extra middelen indie structureel vanuit het regeerprogramma zijn toegekend om bestaandeoverheidsbrede ingangen, waaronder IDO-dienstverlening beter in tebedden in het lokale netwerk. Met deze informatie beschouw ik detoezegging als afgedaan.Ik ben ervan overtuigd dat gemeenten overheidsbrede dienstverleningkunnen verzorgen op voor mensen logische plekken. En dat mensen zoervaren dat ze goed worden geholpen en ondersteund. Belangrijk daarbijzijn wat mij betreft ook de blijvende aandacht voor deskundigheidsbevor-dering en het ophalen van signalen en feedback, waarmee we publiekedienstverlening kunnen verbeteren.1.1.3 Beleidsvisie fysieke dienstverlening Zoals aan uw Kamer toegezegd5, stuur ik bij deze brief mijn visie oplokale, fysieke dienstverlening. De beleidsvisie Persoonlijk en Dichtbij, dieu in bijlage 2 vindt, geeft invulling aan het persoonlijke, fysieke contactbinnen de loketfunctie van de overheid. De visie is tot stand gekomen naeen uitgebreid beleidsontwikkelingstraject met medewerking vanmedeoverheden en publieke dienstverleners, burgers en ondernemers.Mijn inzet is dat meer mensen gebruik maken van de diensten enproducten van de overheid, met name mensen die we nu niet of nogonvoldoende bereiken. Gemeenten hebben hierin een belangrijke rol. Zijhebben zicht op de behoeften van hun inwoners en kennen de lokalenetwerken die mensen kunnen helpen en die mensen vaak al weten tebereiken: formele en informele verbanden en voorzieningen die dicht bijburgers staan. En hebben zicht op sleutelpersonen die een betekenisvollefunctie vervullen voor inwoners, goed verbonden zijn met de lokale5Kamerstukken II 2023–2024, 26 643, nr. 1099Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13713 gemeenschap en in staat zijn om groepen te bereiken die voor gemeentenen reguliere instellingen soms lastig toegankelijk zijn.Het versterken van dit lokale ecosysteem staat centraal. Ik zet daarom ookin op de inbedding van overheidsbrede fysieke dienstverlening in datlokale ecosysteem, zoals de laagdrempelige hulp geboden vanuit deInformatiepunten Digitale Overheid (IDO) en de verdergaande overheids-brede dienstverlening in de overheidsbrede loketten. Vanaf dit kwartaalwordt op 28 locaties in de praktijk gewerkt met, getoetst en geleerd vanhet bieden van overheidsbrede dienstverlening. Ik beschouw detoezegging hiermee als afgedaan.2. Digitale Overheid 2.1 Digitale Rijksdienst 2.1.1 Motie Buijsse – Maatregelen voor het borgen van de soevereiniteit,continuïteit en gegevensbescherming in cloudcontracten6 In het debat «Digitaliserende Overheid» op 23 april 2025 is toegezegd uwKamer in deze brief te informeren over de motie van het lid Buijsseaangaande het borgen van soevereiniteit, continuïteit en gegevensbe-scherming in cloudcontracten en de handhaving van het Rijksbreedcloudbeleid.In reactie op de motie van het lid Buijsse informeer ik u dat de departe-menten, via het Chief Information Officer (CIO)- en Chief InformationSecurity Officer (CISO)-beraad, inmiddels zijn verzocht de bevindingenvan de Algemene Rekenkamer uit het rapport Het Rijk in de Cloudvoortvarend op te pakken. Onderdeel hiervan is om de ingezette verbe-tering door te zetten om de voorgenoemde achterstand in te halen. Waarnodig kunnen de departementen daarbij ondersteund worden.Ook is de herziening van het Rijksbreed cloudbeleid, die medio 2025wordt voorzien, hierbij leidend, evenals de nog op te stellen beleidskadersvoor digitale autonomie en soevereiniteit van de overheid en deIT-sourcingstrategie Rijk. In de aanpak voor digitale autonomie wordenonder meer risico’s rond marktconcentratie en strategische afhankelijk-heden opgenomen. In de herziening van het cloudbeleid wordt eenuitbreiding van de scope voorzien, evenals een expliciete aanscherpingvan de verplichte exit-strategie. Een versteviging van de monitorendefunctie van CIO-Rijk moet leiden tot beter inzicht in het cloudgebruik vande rijksoverheid.Tot slot informeer ik u dat, in lijn met de motie van het lid Six-Dijkstra7,het vaststellen van kaders ter bevordering van de digitale autonomiewordt opgenomen in het Coördinatiebesluit voor relevante informatiesys-temen die door alle of een deel van de ministeries worden gebruikt. Uontvangt hierover verdere informatie na de zomer van 2025.6Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 13217Kamerstukken II 2024/2025, 26 643, nr. 1294Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13714 2.1.2 Motie Six Dijkstra en Buijsse – Onderzoek naar getrapte afbouw vandigitale monoculturen en de van Small Business Innovation Research(SBIR) programma’s voor meer digitaal autonome overheidsdiensten8 De leden Six Dijkstra en Buijsse hebben de regering verzocht te onder-zoeken hoe op verantwoorde wijze interdepartementaal kan wordenaangestuurd op een getrapte afbouw van digitale monoculturen, entevens waar SBIR-programma’s effectief kunnen worden ingezet om toe tewerken naar meer digitaal autonome overheidsdiensten.Ik deel de zorgen van uw Kamer over de risico’s van digitale monocul-turen, zoals ook benoemd in het Cybersecuritybeeld Nederland.9 Een tegrote afhankelijkheid van één of enkele marktpartijen kan leiden totongewenste situaties. Daarom is het belangrijk om onze digitale (openstrategische) autonomie10 te versterken en risico’s van strategischeafhankelijkheden te beheersen.Met de aankomende, nieuwe IT-sourcingstrategie Rijk wordt ingezet ophet actief terugdringen van afhankelijkheid van enkele leveranciers en hetbeheersen van marktconcentratie- en continuïteitsrisico’s. Het moet leidentot versterking van de departementale risicobeheersing en meer zicht opindividuele risico’s. Het maakt het mogelijk om departement-overstijgenderisico’s beter te beheersen en waar mogelijk digitale monoculturen terugte dringen of te voorkomen. De uitwerking van de moties van de leden SixDijkstra en Buijsse om het Coördinatiebesluit uit te breiden zal hier naarverwachting een positieve impuls aan geven.11 Daarnaast geven de nogop te stellen beleidskaders voor digitale autonomie en soevereiniteit vande overheid, naast de IT-sourcingstrategie Rijk, verdere invulling aan hoewe de continuïteit van de overheidsdienstverlening borgen en hetIT-landschap toekomstbestendig en robuust inrichten. Ik werk bovendienaan een verkenning van het realiseren van een overheidsbrede soevereineclouddienst in samenwerking met bestaande overheidsdienstverleners ende markt. Dit als alternatief voor de afhankelijkheid van buitenlandsecloudaanbieders.Deze inzet op versterking van de digitale autonomie raakt direct aan hetbredere streven naar het verminderen van afhankelijkheden, waarin ookhet gebruik en ontwikkelen van open source software een centrale rolspeelt. De motie wijst dan ook terecht op het belang van open source alspijler van digitale autonomie. We hanteren het uitgangspunt «open,tenzij» bij het gebruik en ontwikkelen van overheidssoftware. Dit betekentdat broncode in beginsel wordt vrijgegeven als open source, tenzij ergegronde redenen zijn om dat niet te doen, zoals nationale veiligheid ofvertrouwelijkheid. Voor wat betreft de «tenzij» is beleidsmatig aange-sloten bij de uitzonderingsgronden van de Wet Open Overheid. Broncodevan overheidssoftware is immers overheidsinformatie. Dit beleid isvastgelegd in eerdere Kamerbrieven en wordt o.a. actief ondersteund viaonder meer de overheidsbrede community opensourcewerken.nl en hetinnovatiebudget Digitale Overheid.128Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 VII, nr. 779Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), CybersecuritybeeldNederland 2024, 28 oktober 2024, beschikbaar via: https://www.nctv.nl/onderwerpen/cybersecuritybeeld-nederland/documenten.10Ministerie van Economische Zaken en Klimaat, Agenda Digitale Open Strategische Autonomie(DOSA), 17 oktober 2023, beschikbaar via: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2023/10/17/bijlage-agenda-dosa-tgpdfa.11Kamerstuk 26 643, nr. 1294 en Kamerstuk 26 643, nr. 1322.12Kamerbrief over digitale gemeenschapsgoederen | Kamerstuk | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13715 Ten aanzien van de suggestie om het SBIR-instrument (tegenwoordigInnovation Impact Challenge genoemd) in te zetten voor het versterkenvan digitale autonomie, zie ik duidelijke kansen. Het instrument is bijuitstek geschikt voor het stimuleren van markten die nog niet bestaan–zoals alternatieven voor huidige big tech-oplossingen–en biedt derijksoverheid de mogelijkheid om als aanjager en launching customer hetgoede voorbeeld te geven. Daarmee sluit het goed aan bij de transitie vandigitale monoculturen naar meer digitaal autonome overheidsdiensten.Elk ministerie en elke uitvoeringsorganisatie is zelf verantwoordelijk voorhet beheer van zijn IT. Dat maakt het des te belangrijker dat er instru-menten beschikbaar zijn die hen helpen om toekomstbestendige keuzes temaken. Het SBIR-instrument kan daarbij een waardevolle rol spelen doornieuwe inkoopopties te creëren die momenteel nog ontbreken. Decombinatie van een SBIR-traject met een opvolgende aanbesteding kanbovendien de markt stimuleren en daarmee ook breder ten goede komenaan ondernemend Nederland. De oplossingen die binnen deze trajectenworden ontwikkeld, kunnen daarnaast ook beschikbaar komen voorandere publieke partijen en zelfs voor consumenten. Daarmee draagt deinzet van het instrument niet alleen bij aan de digitale autonomie van deoverheid, maar ook aan bredere maatschappelijke meerwaarde.De onderliggende motie(s) onderstrepen dan ook terecht het belang vanminder afhankelijkheid en meer digitale autonomie binnen de overheid.Die ambitie sluit goed aan bij het ingezette beleid en de lopende beleids-ontwikkeling. Ik dank uw Kamer voor de aandacht voor dit thema en blijfmij inzetten voor een weerbare, transparante en toekomstbestendigedigitale overheid.2.1.3 Stelselherziening na adviezen Auditdienst Rijk en AdviescollegeICT-toetsing Uw Kamer is toegezegd op de hoogte te worden gehouden van dedoorontwikkeling van het CIO-stelsel. De tijdelijke werkafspraken die in2024 in het CIO-beraad zijn gemaakt worden opgenomen in het stelsel.Het stelsel wordt daarmee uitgebreid met functionarissen op het gebiedvan Privacy, Data en Technologie en de rol van de CIO van de RijksdienstCaribisch Nederland. Ook zijn er aanvullende bepalingen opgenomen overinteroperabiliteit tussen departementen. Om de werkwijze van hetCIO-beraad en de verschillende voorportalen te verbeteren is het«Reglement CIO-beraad en voorportalen» opgesteld. Naast de aanpas-singen in het besluit CIO-stelsel en het vaststellen van het reglement zijner door de Auditdienst Rijk (ADR), het Adviescollege ICT-toetsing (AcICT)en door verschillende stakeholders kansen geïdentificeerd om de werkingvan het stelsel te verbeteren. Dit gaat om verschillende verbeteracties omde kwaliteit van kaders te verbeteren, monitoring beter in te richten en omde besluitvorming en informatie-uitwisseling tussen de departementen teverbeteren. Hier wordt actie op ondernomen. Ik zal uw Kamer in hetnajaar verder informeren over het aangepaste besluit.2.1.4 Beschikbaar stellen IT-sourcingstrategie voor medeoverheden In het commissiedebat Digitaliserende overheid van 22 april jl. heeft hetlid Buijsse gevraagd of de IT-sourcingsstrategie ook beschikbaar kanworden gesteld aan medeoverheden. Ik werk hier stapsgewijs naartoe.Deze IT-sourcingsstrategie moet ons, als overheid, in staat stellen omrisico-gebaseerd, verantwoord en uniform beslissingen te nemen overwat we inkopen en wie we contracteren. Hiermee verbeteren we decontinuïteit van de IT-dienstverlening, verhogen we de weerbaarheid enbevorderen we een efficiënt gebruik van IT-diensten. De organisatorischeTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13716 reikwijdte van deze strategie wordt stapsgewijs opgebouwd. De resultatenvan de IT-sourcingstrategie worden eerst uitgewerkt voor de rijksoverheid(daarna met uitbreiding naar ZBO’s en agentschappen) waarna er eenoverheidsbrede toepassing van de rijksbrede IT-sourcingstrategie wordtgevalideerd met als doel om aan te sluiten bij de overheidsbredeinitiatieven.2.1.5 Europees consortium digitale infrastructuur (EDIC)13 Uw Kamer is toegezegd dit voorjaar nader te worden geïnformeerd overhet Europese consortium digitale infrastructuur (EDIC) voor digitalegemeenschapsgoederen, waarvan Nederland een oprichtende lidstaat zalzijn. Met onderstaande informatie doe ik die toezegging af.Naar aanleiding van het rapport «Towards a Sovereign Digital Infra-structure of Commons», welke door 19 lidstaten waaronder Nederland, isopgesteld en ondertekend, bereiden Frankrijk, Duitsland en Nederland eenaanvraag voor ten behoeve van de oprichting van een EDIC voorEuropabrede digitale gemeenschapsgoederen. De doelstellingen van dezeEDIC zijn onder andere het versterken van de Europese digitale soeverei-niteit en het verminderen van technologische afhankelijkheden waarbijEuropese waarden als privacy, transparantie en keuzevrijheid centraalstaan. Een concreet gemeenschapsgoed waarop reeds wordt samenge-werkt is de doorontwikkeling van werkplekomgeving «Mijn Bureau» (opbasis van het Duitse OpenDesk en Franse LaSuite). De EDIC kan hetvehikel gaan vormen om dergelijke samenwerkingen te bestendigen enop te schalen.Sinds oktober 2023 heeft Nederland samen met Frankrijk de rol alsco-voorzitter op zich genomen. De oprichting van de EDIC is in de laatstefase en de verwachting is dat de EDIC dit najaar statutair zal wordengevestigd in Parijs. De Europese Commissie heeft de toezegging gedaan50% van de kosten te zullen financieren. De overige kosten zullen wordengedragen door de deelnemende lidstaten. Het is de uitdrukkelijkebedoeling om meer lidstaten te laten toetreden tot de EDIC. NaastDuitsland, Frankrijk en Nederland als oprichtende lidstaten, is ermomenteel ook contact met een aantal andere lidstaten over mogelijkedeelname.2.1.6 Herinzet apparaten In het commissiedebat Digitale Inclusie van 23 januari 2025 is uw Kamertoegezegd het kostenoverzicht van de keten van apparaten met eentweede leven te geven en daarbij in te gaan op de verschillende puntengenoemd in het debat door het lid Kathmann.14 Hierna ga ik in op dekostprijs van de apparaten, de verwerkingstijd, of en hoeveel gratisapparaten er worden uitgegeven, hoeveel apparaten er worden verkocht,en de rol van dienst Domeinen Roerende Zaken (DRZ).Het project herinzet apparaten is een aanpak waarbij er uitwerking wordtgegeven via publiek-, privaat- en maatschappelijke samenwerking aan hetop een verantwoorde wijze hergebruiken van overheidsapparaten aandiegenen die de apparaten het hardst kunnen gebruiken.Het lid Kathmann vroeg naar het kostenoverzicht van de keten vanapparaten met een tweede leven. Kostprijs per apparaat:–Totale kosten per laptop van € 80 bestaande uit:13TZ202501-15114TZ202502–015Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13717 •Licentiekosten15 € 24 per laptop•All-in arbeidskosten16 € 65 per laptop•Transportkosten (geschat) € 1 per laptop•Bijdrage aanleverende instantie € 10 per laptop (kostprijsverla-gend)De verwerkingstijd die in de all-in arbeidskosten zijn opgenomen bestaatuit:–Het ontvangen van de laptop,–Het beoordelingstraject toetsen op werking, kwaliteit (A/B/C) vaststel-len en type,–Het verwijderen van de data op de laptop met genoemde licenties,–Registratie werkzaamheden,–Gereed maken voor afvoer.Het lid Kathmann vroeg tijdens het debat ook hoeveel toestellen er gratisworden uitgegeven. Het doel is tussen de 8.000 en 10.000 apparaten perjaar te schenken aan mensen in financieel kwetsbare situaties, diemomenteel geen toegang hebben tot digitale overheidsdiensten.Daarnaast is gevraagd hoeveel toestellen worden doorverkocht. De dienstDRZ heeft tot en met de maand mei 4.768 toestellen met zeer diversespecificaties verkocht. Met verkoop geeft DRZ uitvoering aan de RegelingMaterieel Beheer.17Iedere Rijksoverheidsorganisatie dient overtollige roerende zaken bij DRZin te leveren. Dit is wettelijk vereist zoals vastgelegd in de RegelingMaterieel Beheer 2018. Daarnaast is het eventueel datavrij maken vandeze overtollige roerende zaken/devices belegd bij DRZ. Devices wordendoor DRZ zoveel als mogelijk opnieuw ingezet doormiddel van verkoop,en indien verkoop niet mogelijk is, bijvoorbeeld bij oude of kapottedevices, worden de devices duurzaam verwerkt door deze te demonteren.Met de uiteenzetting op de genoemde punten van het lid Kathmann tenaanzien van de herinzet apparaten beschouw ik deze toezegging alsafgedaan.2.1.7 Uitstel verzending kamerbrief inzicht in rijksbrede digitalisering Mijn voorganger heeft toegezegd u in het tweede kwartaal van 2025 teinformeren over het verbeteren van het inzicht in rijksbrede digitali-sering.18 Door vertragingen in het besluitvormingsproces lukt het helaasniet de Kamer deze brief voor het zomerreces toe te sturen. De verzendingvan de brief verschuift naar na het zomerreces.2.1.8 Actueel overzicht gebruik verschillende onlineplatforms door deoverheid19 In het debat over desinformatie en digitale inmenging op 16 januari 2025heeft mijn voorgangen toegezegd om een actueel overzicht op te stellenover het gebruik van verschillende onlineplatforms door de overheid. Er is15Per laptop wordt deze prijs vastgesteld door: 1,5 licentie * stuksprijs licentie € 16,21.16Er is een vastgesteld tarief voor all-in arbeidskosten van € 130 per uur. Per laptop is gerekendop 30 minuten wat neerkomt op € 65 aan all-in arbeidskosten per laptop. In dit all-in tarief zijnDRZ planning, administratieve en overige overheadkosten opgenomen.17De Regeling Materieel Beheer voorziet erin dat de financiële waarde van Rijksgoederen, dieniet meer nodig zijn voor de beleids- cq bedrijfsuitvoering, terugvloeit naar de schatkist.wetten.nl - Regeling - Regeling materieelbeheer roerende zaken van het Rijk - BWBR004028518TZ202411–102. Zie ook: Kamerstukken II 2024/2025, 36600, VII 81 en Kamerstukken II2024/2025, 26 643, nr. 131419TZ202501-150Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13718 dit voorjaar een inventarisatie uitgevoerd onder de directies communi-catie van 14 kerndepartementen en 34 publieke dienstverleners bij het Rijknaar de online sociale mediaplatforms waarop de rijksoverheid aanwezigis.Verschillende organisaties gebruiken sociale media om met de juistecontent op een efficiënte en laagdrempelige manier met hun doelgroepente communiceren. Daarbij staan informatievoorziening aan- en contactmet de burger en andere doelgroepen centraal. Sociale media wordeningezet voor publieksvoorlichting, informeren, gesprek en vraagbeant-woording (webcare), en luisteren naar de sentimenten, vragen en zorgenin de samenleving.De 48 deelnemende organisaties geven aan op dit moment voornamelijkgebruik te maken van LinkedIn (46 organisaties), X (36 organisaties),Instagram (35 organisaties), YouTube (34 organisaties) en Facebook (32organisaties). In mindere mate gebruiken zij Threads (10 organisaties),Whatsapp (10 organisaties), Snapchat (7 organisaties), BlueSky (7organisaties), Mastodon (5 organisaties), Telegram (1 organisatie). Erwordt geen gebruik gemaakt van TikTok.2.1.9 Geleerde lessen casus-NCTV en actualisatie VIRBI 2025 Op 31 januari heeft u de beantwoording van Kamervragen over hetonderzoeksrapport Beveiligingsproces van staatsgeheime vertrouwelijkeinformatie bij NCTV en politie ontvangen vanuit het Ministerie van Justitieen Veiligheid.20 Zoals uw Kamer daarin is toegezegd, ontvangt u deresultaten van de actualisatie van het Voorschrift InformatiebeveiligingRijksdienst Bijzondere Informatie (VIRBI). Hierin zijn de lessen uit de casusrondom de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid(NCTV) nadrukkelijk betrokken.21 In de beantwoording van de vragen isexpliciet verwezen naar het belang om dergelijke lessen te verankeren inde toekomstige beveiligingsvoorschriften. Met het geactualiseerde VIRBI2025 wordt hieraan invulling gegeven.De aanscherpingen in het VIRBI 2025 richten zich op het versterken van destructurele en organisatorische waarborgen rondom de omgang metbijzondere informatie. Daarbij is specifieke aandacht besteed aan de20Kamerstukken II 2024/2025, 2024Z2192521Toezegging in antwoord op vraag 25Figuur 1: Gebruik van onlineplatforms door 48 RijksorganisatiesTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 13719 volgende aandachtspunten, die direct voortkomen uit de bevindingen inde casus-NCTV:–Versterking van governance en verantwoordingsstructuren:Door het verplicht hanteren van het three lines of defense-model wordtgeborgd dat risico’s rondom bijzondere informatie systematischworden geïdentificeerd, gecontroleerd en beheerst. Dit voorkomtongecontroleerde handelingsvrijheid en versterkt de interne toezichts-lijn.–Striktere autorisatie en toegang: Het VIRBI 2025 schrijft voor dattoegang tot bijzondere informatie enkel plaatsvindt op basis vanneed-to-know en strikt vastgestelde procedures. Personen dienenaantoonbaar geautoriseerd te zijn, inclusief een passende betrouw-baarheidstoets (VOG of VGB). Hiermee wordt ongeoorloofde toegangen verwerking voorkomen.–Verplicht risicogestuurd toezicht: Door verplichte periodiekeaudits, reviews en accreditaties wordt structureel toezicht gehoudenop de effectiviteit van beveiligingsmaatregelen. Bevindingen uit deNCTV-casus onderstrepen de noodzaak van dit cyclische toezicht.–Bewustzijn en cultuurverandering: De casus maakte duidelijk datnaast technische en procedurele maatregelen ook gedragscomponen-ten cruciaal zijn. Daarom wordt vanuit het Ministerie van BZK eenrijksbreed ondersteuningsprogramma opgezet dat zich naast imple-mentatie van het VIRBI nadrukkelijk richt op bewustwording, normbe-sef en cultuurverandering in de omgang met bijzondere informatie.Met deze maatregelen en uitgangspunten is beoogd om niet alleen detechnische en organisatorische informatiebeveiliging te versterken, maarook de cultuur en werkwijze binnen organisaties structureel te verbeteren.De geleerde lessen uit de NCTV-casus hebben op deze wijze concreet enintegraal hun weg gevonden in het vernieuwde VIRBI 2025. Hiermee doeik deze toezegging af.2.2 (Digitale) Identiteit en Basisregistratie Personen 2.2.1 Onderzoeken MitID en vergelijkbare technologieën22 In het debat over een digitaliserende overheid op 24 april jl. heeft het lidKathmann gewezen op MitID, het Deense inlogmiddel. Zij wees erop datdit middel gebruiksvriendelijker zou zijn dan DigiD en heeft gevraagd ofDigiD in Nederland net zo zou kunnen werken als MitID. Tijdens het debatheeft mijn voorganger toegezegd om MitID en vergelijkbare technolo-gieën te onderzoeken, en te bezien of en hoe hergebruik van uitgifte – eninlogmogelijkheden in Nederland mogelijk is. Met onderstaande infor-matie doe ik deze toezegging af.De wijze waarop MitID is opgebouwd kenmerkt zich door de keuze diegebruikers hebben. Zowel bij de uitgifte van een MitID als het gebruikervan. De uitgifte van een MitID is zowel digitaal (op afstand) mogelijk alsbij (gemeente)loketten.23 Gebruikers hebben een keuze in de wijze waaropzij MitID gebruiken: via de MitID app (verreweg de meest gebruikte optie),via een token, die per inlog een eenmalige code genereert of via eendruppel met daarin een chip. De token kan tegen betaling wordenaangeschaft door gebruikers die liever zonder smartphone inloggen, enbiedt, voor mensen met een visuele beperking ook de variant om deinlogcode te laten voorlezen. De druppel met chip is tegen betaling aan te22TZ202504-14723MitID is een privaat inlogmiddel ontwikkeld door de banksector in Denemarken. Deze istoegelaten binnen het publieke toegangsstelsel in Denemarken. Om deze reden is het ookmogelijk dat een loket zich in een bankkantoor kan bevinden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137110 schaffen en dient geactiveerd te worden met een identiteitsdocument ofeen identiteitsvaststelling aan de balie. De druppel biedt gebruikersgemakin de gevallen waarbij er zeer frequent moet worden ingelogd. Dezemiddelen kunnen gebruikers ophalen bij de gemeentebalie of digitaalaanvragen.Doordat de combinatie van uitgifteprocessen (digitaal en balie) engekozen inlogmethoden (app, token en druppel) in combinaties mogelijkzijn heeft de gebruiker verschillende mogelijkheden om MitID opbetrouwbaarheidsniveau «substantieel» en «hoog» te activeren en tegebruiken.Wanneer de MitID processen worden vergeleken met DigiD voor dezelfdebetrouwbaarheidsniveaus, dan wordt DigiD op een andere maniergeactiveerd en gebruikt. Op dit moment kunnen gebruikers van DigiD viaeen eenmalige handeling ophogen naar niveau «substantieel» middelshet uitvoeren van een ID-check met een fysiek ID-document in deDigiD-app op een smartphone door middel van een NFC-lezer. DigiD ophet niveau «hoog» is alleen beschikbaar via ID-check met een fysiekID-document met een NFC-chip en bijbehorende PIN-code. Hierbij moetbij elke inlog een ID-check worden gedaan in de DigiD-app. Er zijn geenbalieprocessen ingericht in Nederland waarbij een burger een inlogmiddelop een hoog betrouwbaarheidsniveau kan ophalen. Balieprocessen zijncomplex en kostbaar en het inrichten van achterliggende dienstverleningheeft een lange doorlooptijd. Wel bieden de DigiD helpdesk en deInformatiepunten Digitale Overheid ondersteuning aan burgers die moeitehebben met de activatie of het gebruik van DigiD.In Nederland zullen in de toekomst diensten op betrouwbaarheidsniveau«hoog» worden aangeboden. Dit gaat bijvoorbeeld gebeuren in dezorgsector, waar gevoelige gegevens van burgers worden verwerkt. Alswe kijken naar middelen erkend op het hoogste betrouwbaarheidsniveaudan werken vrijwel de meeste landen in Europa met een fysiekID-document met een chip en een bijbehorende PIN-code om deze teontgrendelen.24 De wijze van uitgifte verschilt per land. Dit kan bij eenbalie bij een gemeente, bank, politiebureau of postkantoor zijn. In veellanden is er ook een mogelijkheid om met gebruik van hardware in teloggen, waaronder de mogelijkheid om via een desktop in te loggen. DeWet digitale overheid (Wdo) en het te ontwikkelen Stelsel Toegang maakthet ook mogelijk dat private inlogmiddelen in de toekomst kunnentoetreden. De verwachting is dat een groter aanbod van inlogmiddelen zalleiden tot meer innovatie rondom activatie- en inlogmethoden.Ik verken continu oplossingen om hogere betrouwbaarheidsniveaus bijDigiD toegankelijker te maken, met behoud van de bescherming dieburgers geboden moet worden. Zo worden opties verkend om burgerszonder smartphone te helpen. De eerste is een desktopapplicatie vanDigiD, waarbij de burger met behulp van een externe NFC-lezer kaninloggen. Dit vraagt een investering in uitgifte van NFC-lezers. Daarnaastwordt onderzocht of DigiD op het hoogste betrouwbaarheidsniveau bij degemeentebalies uitgegeven kan worden. Bij de uitgifte is, zoals bij deuitgifte van een paspoort, een betrouwbare identiteitsvaststelling nodig,die door een gemeenteambtenaar uitgevoerd zou kunnen worden. Ditvergt echter capaciteit van gemeentebaliemedewerkers en brengtfinancieringsvraagstukken met zich mee. Bij de doorontwikkeling vanDigiD zal ik het Europese perspectief en lessen van onze buurlandenmeenemen.24Overview of pre-notified and notified eID schemes under eIDAS - eID User Community -Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137111 2.2.2 Meer regie voor burgers en ondernemers bij authenticatie engegevensdeling Op grond van de herziene Electronic Identification and Trust Services(eIDAS) verordening dienen lidstaten een Europese Digitale Identiteit(EDI)-wallet te verstrekken. Hiertoe ontwikkelt BZK de publieke EDI-wallet.EDI-wallets dragen bij aan een belangrijke transitie van de digitaleoverheid. Je rijvaardigheid of vakbekwaamheid aantonen kan in detoekomst, als burgers dat willen, met een EDI-wallet plaatsvinden. Omervoor te zorgen dat dit betrouwbaar en veilig gebeurt, in verschillendetoepassingen, publiek of privaat, online of offline, nationaal of binnen deEuropese Unie, wordt gewerkt aan het opzetten van een NederlandsEDI-stelsel. Bekeken wordt hoe de verschillende rollen en voorzieningen indat stelsel het beste hun beslag kunnen krijgen. Ik werk verder, naaranalogie van het stelsel open toelating inlogmiddelen, aan een stelsel vanopen toelating voor EDI-wallets. Het Adviescollege ICT-toetsing heeft dezeweek een advies uitgebracht op dit dossier. Dit advies en de bestuurlijkereactie worden separaat naar uw Kamer gestuurd.Sinds september 2024 worden in Europees verband verschillendetechnische vereisten en specificaties van de eIDAS-verordening naderuitgewerkt in uitvoeringshandelingen. De tweede set uitvoeringshande-lingen heeft betrekking op o.a. de registratie van vertrouwende partijen,handelwijzen bij beveiligingsinbreuken en de wijze waarop lidstaten deidentiteit van een burger koppelen zodra deze met een wallet inlogt bijeen publieke dienstverlener. Nederland was het bij de behandeling van deuitvoeringshandeling over de registratie van vertrouwende partijen metde EDPS25 en privacy belangengroepen eens dat de optionele, aanvul-lende privacybeschermende maatregelen EU-breed een verplicht karakterzouden moeten hebben. Het betreft het verplichte gebruik vanzogenaamde registratiecertificaten, waarvan het gebruik nu door delidstaat wordt bepaald. Door het optionele karakter van het gebruik vandeze certificaten ontstaat een situatie waarin gebruikers van EDI-wallets inbepaalde lidstaten automatisch ondersteund kunnen worden mettechnische middelen om het risico op overvraging te verkleinen, terwijldie ondersteuning in andere lidstaten niet of minder goed kan wordenverleend. Nederland heeft vanwege dit optionele karakter tegen deuitvoeringshandeling gestemd. Deze is met gekwalificeerde meerderheidaangenomen.De tweede set is op 9 april 2025 met een gekwalificeerde meerderheidaangenomen door de lidstaten. In de komende maanden zullen nog meersets aan uitvoeringshandelingen ter stemming worden gebracht in hetkader van de comitologie van de Europese Commissie. De derde en vierdereeksen aan uitvoeringshandelingen gaan naar verwachting, op enkele na,over elektronische handtekeningen en zegels en vallen onder de verant-woordelijkheid van de Minister van Economische Zaken.De eIDAS-verordening is rechtstreeks toepasselijk in Nederland. Wel is hetnodig om de verordening nationaal op een aantal onderdelen verder teoperationaliseren. Zo dient een toezichthouder te worden aangewezen endient de inrichting en het beheer van een register voor vertrouwendepartijen te worden geregeld.26 Het kabinet bereidt hiertoe een uitvoe-ringswet voor. Deze uitvoeringswet borgt ook dat gebruikers van deNederlandse publieke EDI-wallet op gelijke wijze toegang krijgen tot25European Data Protection Supervisor26Vertrouwende partijen zijn dienstverleners die bij hun dienstverlening vertrouwen op(gegevens uit) EDI-wallets.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137112 publieke onlinedienstverlening als gebruikers van door andere lidstatenuitgegeven EDI-wallets.2.2.3 Toekomstscenario’s Identiteitskaart Bonaire, Sint-Eustatius en Saba Eerder stuurde heeft uw Kamer een brief ontvangen over de wet invoeringburgerservicenummer en voorzieningen digitale overheid in de openbarelichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.27 Hierin is uw Kamer toegezegdom het onderzoek wat is uitgevoerd naar de toekomstscenario’s rondomde identiteitskaart op de openbare lichamen met deze brief mee te sturen.U vindt de gehele rapportage in bijlage 3. Een samenvatting van derapportage in het Papiaments, Engels en Nederlands vindt u in bijlage 4.Op korte termijn ben ik niet voornemens om ingrijpende wijzigingen aante brengen in de ID-kaart BES. Hiermee doe ik deze toezegging af.2.2.4 Achterstand gegevenslevering reisdocumenten: technische oorzaaken oplossing Tussen november 2024 en juli 2025 heeft zich een tijdelijk technischprobleem voorgedaan in de gegevensuitwisseling tussen het oudeBasisregister Reisdocumenten en het onderliggende Verificatieregister,evenals in de gegevenslevering aan enkele ketenpartners. Dit probleemontstond in de overgang naar het nieuwe Basisregister Reisdocumenten,waarbij een fout is opgetreden in de automatische doorlevering vangegevens vanuit het nieuwe register naar het oude.Als gevolg hiervan zijn gedurende een periode ongeldig verklaardedocumenten, zoals documenten van overleden personen of als vermist/gestolen opgegeven reisdocumenten, niet tijdig zichtbaar geweest voorenkele afnemers.Het veiligheidsrisico is beperkt geweest. Voor zover bekend heeft zichgeen misbruik voorgedaan en zijn er geen grootschalige continuïteitspro-blemen ontstaan.Het onderliggende technische probleem is inmiddels verholpen, deopgelopen achterstand is weggewerkt en de registers zijn weer volledigbijgewerkt.2.3 Open data, openbaarheid van bestuur en informatiehuishouding 2.3.1 Motie Mohandis c.s. – Archiveerbaar maken van zakelijke enbestuurlijke chatberichten van departementen28De motie van het lid Mohandis verzoekt de regering om voorafgaande aande inwerkingtreding van de nieuwe Archiefwet te voorzien in een regelingvoor het archiveerbaar maken van zakelijke en bestuurlijke chatberichtenvan departementen, en de Kamer hierover te informeren. Op 6 april 2023heeft u een reactie op advies-rapporten over chatberichtenarchivering eninformatiebeheer ontvangen.29 Daarin zijn beleidspunten voor deRijksdienst voor het archiveren van chatberichten van ambtenaren enbewindspersonen opgesteld. De hieruit voortvloeiende beleidslijn is op1 april 2025 interdepartementaal vastgesteld. Hierin is ook de opleveringvan een Rijksbrede voorziening voor de veiligstelling van chatberichten27Kamerstukken II, 2024/2025, 36 639 nr. 1628Kamerstukken II 2024/2025, 35 968, nr. 3529Kamerstukken II 2022/2023, 32 802, nr. 67Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137113 opgenomen. Deze wordt medio 2026 verwacht en is in lijn met de motievan het lid Mohandis.2.3.2 Voortgang afhandeling datalek in gepubliceerde documenten van derijksoverheid Onlangs heb is uw Kamer geïnformeerd over een datalek waardoorpersoonsgegevens van ambtenaren achterhaald kunnen worden uit demetadata van gepubliceerde documenten.30 Daarin is toegezegd uwKamer voor de zomer over de voortgang op dit dossier te informeren. Metonderstaande informatie doe ik die toezegging af. Inmiddels zijn alleopenbare publicaties in de (overheids)publicatiedomeinen die door hetKennis- en exploitatiecentrum Officiële Overheidspublicaties (KOOP)worden beheerd (waaronder open.overheid.nl en officielebekendmakin-gen.nl) zorgvuldig geanalyseerd. Hieruit blijkt dat 30% van de gepubli-ceerde documenten van ministeries op open.overheid.nl persoonsge-gevens bevat. Op dit moment wordt de metadata van de betreffendedocumenten centraal opgeschoond van persoonsgegevens. In totaal gaathet om 230.000 documenten die opgeschoond moeten worden. Hiervanzijn op het moment van schrijven inmiddels 200.000 opgeschoond enteruggeplaatst.Bij opschoning wordt alleen de strikt noodzakelijke metadata weggehaald;metadata die nodig is ten behoeve van digitale toegankelijkheid zullenzoveel mogelijk onaangepast blijven. In de metadata van elk opgeschoonddocument wordt opgenomen dat het een opgeschoond document betreft,zodat duidelijk blijft welke documenten zijn aangepast. Ook is ermonitoring ingericht, waarmee nieuwe publicaties op rijksoverheid.nlworden gecontroleerd op de aanwezigheid van persoonsgegevens.Daarnaast zal een generieke tool beschikbaar worden gesteld aan alleaanleveraars van documenten van de rijksoverheid om persoonsgegevensuit documenteigenschappen te verwijderen vóór publicatie. Ten slottewordt met KOOP gekeken of voor de actieve openbaarmaking vandocumenten een tool beschikbaar kan komen voor het centraal strippenvan persoonsgegevens uit metadata.3. Digitale Samenleving 3.1 Nieuwe en opkomende technologieën 3.1.1 Voortgang en financiering van Innovation Center for ArtificialIntelligence (ICAI) labs31 In het commissiedebat over opkomende en toekomstige technologieënvan 30 januari 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer toegezegd u teinformeren over de voortgang en financiering van de Innovation Centerfor Artificial Intelligence (ICAI) labs. Dit naar aanleiding van de vraag vanhet lid Kathmann. Het ICAI is een goed voorbeeld van publieke-privatesamenwerking voor het versterken van AI-kennis, innovatie en onderzoek-stalent. Inmiddels zijn er meer dan 50 labs opgezet waarin universiteitenen veelal bedrijven vraag gestuurd samenwerken aan specifiekeAI-uitdagingen. Er zijn ook publieke organisaties in labs actief, zoals deNationale Politie. Er zijn circa 17 ICAI-labs mede mogelijk gemaakt dooreen financiële bijdrage van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschap-pelijk Onderzoek (NWO) (€ 13,1 mln.) en het Ministerie van EconomischeZaken (€ 7,5 mln.) in het kader van de eerste fase (2022–2027) van hetprogramma Trustworthy AI-based Systems for Sustainable Growth30Kamerstukken II 2024/2025, 32 761, nr. 31931TZ202502–135Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137114 (ROBUST). De NWO heeft € 11,9 mln. gereserveerd voor de tweede fase(2027–2032) van het programma ROBUST. Het plan van de tweede fasemoet nog nader worden uitgewerkt en goedgekeurd. Met deze informatiebeschouw ik de toezegging aan uw Kamer als afgedaan.3.1.2 Publicatie UNESCO rapportage – Readiness Assessment Metho-dology (RAM) AI Ethiek In de verzamelbrief van juni 2024 kondigde het kabinet aan het Neder-landse AI-beleid te laten toetsen aan de UNESCO Aanbeveling over deEthiek van AI volgens UNESCO’s Readiness Assessment Methodology(RAM), waarin zowel kwalitatieve als kwantitatieve indicatoren aan bodkomen. Nederland heeft als eerste EU-lidstaat een dergelijk onderzoekafgerond.32 De resultaten van het onderzoek zijn positief: Nederland isvergevorderd met het ontwikkelen van beleidsinstrumenten voor deethische ontwikkeling en inzet van AI-systemen. Goede voorbeelden zijnhet Algoritmeregister en het Impact Assessment Mensenrechten enAlgoritmes (IAMA), en het bestaande kader van Europese wet- enregelgeving. Het RAM-rapport bevat een tiental aanbevelingen voorNederland, waarop is gereageerd langs de lijnen van bestaand entoekomstig AI-beleid van het kabinet. UNESCO heeft het RAM-rapportgepubliceerd.33 Hierdoor kunnen andere landen inspiratie ontlenen aanNederlandse beleidsinstrumenten, en draagt het rapport bij aan detotstandkoming van een wereldwijd totaaloverzicht van AI-beleid in alleUNESCO-lidstaten. Tevens geldt de RAM als de Nederlandse inbreng in deeerste vierjaarlijkse monitoringronde van de uitvoering van de Aanbe-veling, een belangrijke bouwsteen in de ontluikende mondialeAI-governance.3.1.3 Opkomende technologieën Nieuwe digitale technologieën ontwikkelen zich snel en hebben groteinvloed op hoe we met elkaar leven en werken. De overheid heeft een rolals aanjager van nieuwe technologie en om kansen hiervan te benutten,maar ook om risico’s voor burgers, bedrijven en overheden te beheersen.Om te beoordelen wat de overheid kan doen om kansen te benutten enrisico’s te minimaliseren is het Rathenau Instituut gevraagd om technolo-giescans uit te voeren naar immersieve technologie en neurotechnologie.Hierin brengt het Rathenau Instituut in kaart in hoeverre het huidigeNederlandse beleid toereikend is en worden enkele handelingsoptiesgegeven. Deze onderzoeken kunt u vinden op de website van hetRathenau Instituut. 34, 35Immersieve technologie, zoals virtual reality (VR) en augmented reality(AR), wordt vaak gebruikt om realistische of interactieve ervaringen tebieden, bijvoorbeeld in het onderwijs, in de zorg en in games. HetRathenau Instituut geeft in het rapport een aantal handelingsopties vooroverheden als suggesties voor het in goede banen leiden van de verdereintroductie van immersieve technologie in de samenleving. Het is goedom te constateren dat er al veel wordt gedaan om kansen te verzilverenen risico’s te verminderen. De uitkomsten van het onderzoek van hetRathenau Instituut worden inmiddels als leidraad gebruikt door deCreative Industries Immersive Impact Coalition (CIIIC). CIIIC wordt medemogelijk gemaakt door het Nationaal Groeifonds. Hier wordt ingezet op32Verzamelbrief Digitalisering juni 2024 | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl33Netherlands | Global AI Ethics and Governance Observatory34Rathenau scan: Immersieve technologieën35Rathenau scan: NeurotechnologieTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137115 de verantwoorde ontwikkeling van immersieve technologie. Ik blijf deontwikkeling van deze technologie volgen en zal beleidsaanpassingenvoorstellen wanneer nodig.Neurotechnologie is ook in veel domeinen toe te passen waarondergezondheid, onderwijs, veiligheid, werk en defensie. UNESCO steltmomenteel een aanbeveling op over hoe lidstaten om kunnen gaan metde kansen en risico’s van neurotechnologie. Deze aanbeveling zal ditnajaar worden aangenomen tijdens de Algemene Vergadering vanUNESCO. Ik zal uw Kamer in het voorjaar van 2026 verder informerenover de aanbeveling en hoe Nederland omgaat met de ontwikkelingenomtrent neurotechnologie. Hierbij zal ik ook de handelingsoptiesbetrekken die het Rathenau Instituut in het rapport meegeeft.Nieuwe technologieën komen in hoog tempo op ons af. Ze bieden vaakkansen voor bijvoorbeeld effectiviteit of veiligheid, maar ook risico’s voorbijvoorbeeld privacy. Ik vind het belangrijk om deze ontwikkelingen goedin de gaten te houden. Daarom is TNO gevraagd om een technologiefo-recast te ontwikkelen. Dit is een brede voorspelling om te zien wat nieuwetechnologische ontwikkelingen zijn en welke impact deze kunnen hebbenop de Nederlandse overheid en samenleving. Mede op basis hiervankunnen we bepalen of het kabinetsbeleid toereikend is om kansen tepakken en risico’s te beperken. De eerste rapportage verwacht ik dit jaaraan uw Kamer te kunnen sturen. Ook werk ik aan een actie-agenda die mijin staat stelt om samen met het bedrijfsleven te werken aan de verant-woorde ontwikkeling en inzet van nieuwe technologie in Nederland. Ikverwacht u hierover in de eerste helft van 2026 te kunnen informeren.3.2 Onlineplatforms 3.2.1 Motie Kathmann – Maximale naleving, handhaving en verstevigingvan regelgeving ten aanzien van grote onlineplatforms36 Tijdens het tweeminutendebat desinformatie en digitale inmenging van19 maart 2025 diende het lid Kathmann een motie in waarin de regeringwerd verzocht om bij de Europese Commissie blijvend en ondubbelzinnigaan te dringen op maximale naleving, handhaving en waar nodigversteviging van regelgeving ten aanzien van grote onlineplatforms,ongeacht druk van buitenaf. Kamerlid Kathmann verzocht de regeringdaarbij te verkennen wat EU-lidstaten kunnen doen om deze regelgevingzelf steviger te handhaven in het geval dat de Commissie niet of niet snelgenoeg optreedt, en de uitkomsten vóór het zomerreces met de Kamer tedelen.Zoals aangegeven tijdens het tweeminutendebat zet de regering zichbinnen de EU actief in om ervoor te zorgen dat de Commissiedaadkrachtig optreedt tegen zeer grote onlineplatforms en zeer groteonlinezoekmachines die zich niet aan de EU-wetgeving houden. Tevensheeft Nederland met tien andere lidstaten een brief gestuurd aan deCommissie waarin wordt gevraagd volledig gebruik te maken van dehandhavingscapaciteiten van de DSA. Er is gesproken met Eurocommis-saris Virkkunen, die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de DigitalServices Act (DSA) en de Digital Markets Act (DMA). Tijdens dit gesprek is,in lijn met de motie Kathmann, aandacht gevraagd voor de maximalenaleving van, en handhaving op de zeer grote onlineplatforms en de zeergrote onlinezoekmachines. Zoals de Europese Commissie in openbareuitingen heeft aangegeven, werken ze intensief aan lopende dossiersbinnen de DMA en DSA. Inmiddels heeft de Commissie ook daadwerkelijk36Kamerstukken II 2024/2025, 30 821, nr. 264Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137116 handhavingsbesluiten genomen, waaronder het opleggen van boetes aanApple en Meta wegens overtredingen van de DMA.37 Ik beschouw dit alseen duidelijke bevestiging dat de Commissie haar toezichthoudende roldoeltreffend opneemt.Verder mocht het tweede gedeelte van de motie zo geïnterpreteerdworden dat de nationale handhavingsautoriteiten ondersteund dient teworden in het geval dat de Commissie niet of niet snel genoeg optreedt.Daarbij blijft het essentieel dat de nationale toezichthouders, zoals deAutoriteit Consument en Markt (ACM) en de Autoriteit Persoonsgegevens(AP), hun taken onafhankelijk van de regering kunnen blijven uitvoeren. Ikblijf in gesprek met zowel de Europese Commissie als de nationaletoezichthouders, volg de handhavingsontwikkelingen, en bied waarmogelijk ondersteuning. Hiermee geef ik uitvoering aan de motie van hetlid Kathmann.3.2.2 Motie Van der Werf en Six Dijkstra – Richtgetal voor de (relatieve)moderatiecapaciteit op Nederlands niveau van grote online platforms38 Tijdens het wetgevingsoverleg van 11 november 2024 dienden de ledenVan der Werf en Six Dijkstra een motie in waarin de regering wordtverzocht te verkennen of kan worden gekomen tot een richtgetal voor(relatieve) minimum moderatiecapaciteit op Nederlands niveau van groteonline platforms en de Tweede Kamer hierover voor de zomer teinformeren.39 Door de Digitale dienstenverordening (DSA) geldtmaximumharmonisatie. Daarnaast bevat de DSA geen verplichtingen omvoldoende personeel aan te nemen voor contentmoderatie. Lidstatenkunnen op dit vlak dan ook geen aanvullende nationale wetgevingvaststellen. Eventuele wijzigingen in de DSA kunnen na de evaluatie in2027 volgen. Om alvast te kijken naar de wettelijke mogelijkheden binnende DSA na de evaluatieperiode, alsook om niet-juridische mogelijkhedente verkennen, is een onderzoek uitgezet naar het gebruik van normen voorcontentmoderatie. De resultaten hiervan verwacht ik dit najaar en zal ikdan met uw Kamer kunnen delen.3.2.3 Moties Kathmann en Van der Werf – Komen tot één nationalerichtlijn over verantwoorde schermtijd en telefoongebruik en eenbijsluiter40, 41 De leden Kathmann en Van der Werf hebben de regering verzocht omsamen met jongeren en experts op het gebied van gezondheid, jeugd enmedia te komen te één nationale richtlijn over verantwoorde schermtijden telefoongebruik voor verschillende leeftijden. Het Ministerie vanVolksgezondheid, Welzijn en Sport heeft op 17 juni jl. de Richtlijn gezonden verantwoord scherm- en sociale mediagebruik naar uw Kamerverzonden. Hiermee is de motie Kathmann c.s.42 afgedaan. Vanuit hetMinisterie van BZK gaat in het najaar van dit jaar een meerjarigepubliekscampagne over digitale opvoeding starten, die gericht is opbewustwording bij ouders over het gebruik van digitale middelen endiensten door hun kinderen. De richtlijn gezond en verantwoord scherm-en sociale mediagebruik van VWS zal mee worden genomen in het eerstejaar van deze publiekscampagne. In het kader van deze campagne wordt37Commission finds Apple and Meta in breach of the Digital Markets Act38Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 VII, nr. 11239Kamerstuk 36 600 VII, nr. 7340Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 VII, nr. 7241Kamerstuk II 2024/2025, 36 600 VII, nr. 7442Kamerstukken II 2024/2025, 36 600 VII, nr. 72Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137117 de mogelijk tot een bijsluiter bij de verkoop van apparaten als smart-phones en tablets verkend.3.2.4 Financiering alternatieve sociale media43 Tijdens het commissiedebat Online Kinderrechten op 19 december 2024 isuw Kamer toegezegd om geïnformeerd te worden over de financieringvan alternatieve sociale media. Het afgelopen jaar zijn vanuit hetprogramma Digitale Gemeenschapsgoederen verschillende alternatievesocialemediaplatforms ondersteund om de digitale autonomie enweerbaarheid van de overheid te versterken. Zo is een Mastodon instantie(social.overheid.nl) ingericht als extra communicatiekanaal en is insamenwerking met het SIDN-fonds geïnvesteerd in de doorontwikkelingPeerTube (een alternatief videodeelplatform) en Pubhubs (een alternatiefcommunicatieplatform) voor veilige en verifieerbare digitale interactie. Totslot zijn vanuit het Innovatiebudget Digitale Overheid verschillendelandelijke en lokale opensource digitale participatieprojecten gesteundmet cofinanciering, begeleiding en zichtbaarheid, zoals OpenStad enPol.is. Dit gaat om investeringen van één tot tweehonderdduizend euro,vaak in samenwerking met andere overheden.Met de huidige financiering zijn belangrijke stappen gezet in hetverkennen en ontwikkelen van innovatieve en veilige digitale communica-tiemogelijkheden. De vraag is of tijdelijke financiering voldoende is voorstructurele levensvatbaarheid. Voor een succesvolle toepassing is het vanbelang dat overheden deze alternatieven actief benutten wanneer zijbijdragen aan betere dienstverlening en een veiliger digitaal landschap. Inde komende periode zal daarom worden geëvalueerd of verdere investe-ringen nodig zijn om de meerwaarde op het gebied van dienstverlening,weerbaarheid en autonomie te borgen. Tot slot wordt ook in Europeesverband samengewerkt aan alternatieve oplossingen om de digitalecommunicatiemogelijkheden van overheden te versterken. Daarmee isdeze toezegging afgedaan.3.2.5 Opzetten van een meldpunt ten behoeve van onlineplatforms Tijdens het debat over desinformatie en digitale inmenging van 16 januariis de Kamer toegezegd om de Kamerleden te informeren over hetopzetten van een meldpunt ten behoeve van onlineplatforms, oftewel eengeschillenbeslechtingsmechanisme.44 Ik laat momenteel een scenario-analyse uitvoeren om de juridische voorwaarden voor een geschillenbe-slechtingsmechanisme, zoals voorgeschreven in de DSA, in kaart tebrengen en om verificatie te verkrijgen van de nationale toezichthouder,de ACM.45 Deze scenarioanalyse houdt rekening met verschillenderelevante indicatoren, bestaande ervaringen van andere geschillenbe-slechtingsorganen en de certificatievoorwaarden die van toepassing zijn.Gezien de complexiteit van dit vraagstuk en de zorgvuldigheid die hierbijvereist is, is meer tijd nodig gebleken voor de afronding. De uitkomstenvan deze analyse worden dit najaar verwacht en kan ik dan met uw Kamerdelen.43TZ202501-01744TZ202501–14945Kamerstukken II 2023/2024, 30 821, nr. 230Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137118 3.2.6 Middelen voor de handhaving van de Digitale dienstenverordening(DSA) en Digitale marktenverordening (DMA)46 Tijdens het tweeminutendebat desinformatie en digitale inmenging van19 maart jl. is met uw Kamer gesproken over een verhoging van demiddelen voor de handhaving van de DSA en de DMA. Gelet op datgesprek wil ik uw Kamer graag van meer informatie voorzien. In het debatis al aangegeven dat de Minister van Economische Zaken over ditonderwerp in contact is met de nationale toezichthouders AutoriteitConsument en Markt (ACM) en Autoriteit Persoonsgegevens (AP).Met betrekking tot het nationale toezicht is de ACM belast met eenaanzienlijk deel van het toezicht op de DSA. De ACM beschikt momenteelover voldoende middelen om deze DSA handhavingstaken uit te voeren.Voor de AP zijn ter uitvoering van amendement 36531–15 middelen vande ACM gerealloceerd naar de AP ten behoeve van 2 fte. Dit is nodigomdat de AP door dit amendement een taak van de ACM heeft gekregen.Over aanvullende middelen voor de AP wordt definitief besloten bij dePrinsjesdag besluitvorming. Hierbij heeft de Europese Commissie (hierna:de Commissie) de mogelijkheid om de kosten van dit toezicht te verhalenop de betreffende sector. Ook voor het nationale toezicht op de DMA geldtdat dit is belegd bij de ACM. De ACM beschikt momenteel ook overvoldoende middelen om haar ondersteunende rol als nationaal bevoegdeautoriteit onder de DMA goed te vervullen.Ten aanzien van het Europese niveau beslist de Commissie zelf over haarmiddelenverdeling voor toezicht op de DSA. Zo breidt de Commissie haarcapaciteit als toezichthouder momenteel met 60 fte aanzienlijk uit. DeCommissie kan haar gemaakte kosten dekken met de jaarlijkse toezichts-vergoedingen die zij ontvangt van de zeer grote onlineplatforms en zeergrote online zoekmachines. Hiermee worden de kosten die de Commissiemaakt in verband met haar DSA-toezichtstaken gedekt. In 2024 bedroegdit € 50,11 miljoen. De Commissie gaat ook over haar eigen middelenver-deling voor toezicht op de DMA en heeft hiervoor aanzienlijke middelenbeschikbaar gesteld. Er zijn vooralsnog geen signalen dat deze middelenontoereikend zijn. Of de capaciteit van de Commissie voor hetDMA-toezicht op lange termijn voldoende is, zal in de evaluatie van deDMA in 2026 worden meegenomen.De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,E. van Marum46Tweeminutendebat Desinformatie en digitale inmenging (CD 16/1) | Tweede Kamer derStaten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 26 643, nr. 137119

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 179d84f66e768601

14 okt 2026 · f37d7d8bbe1284e6

13 okt 2026 · b9dce06a98cc017e

Documentversies en bestanden

Officiële documentversies staan los van de versie van de brontekst die je in Kamerkring citeert.

  • Verzamelbrief Digitalisering Q2 2025Actuele officiële versie

    Versie 3 · 26 aug 2025

Bijlagen

Bij dit hoofddocument

Geen gekoppeld hoofddocument gevonden.

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Verder bij de Tweede Kamer

Externe officiële informatie