KamerkringInloggen
Kamerbrief

Uitvoering motie van het lid Ergin over inzicht in mogelijkheden om middelen voor onderwijshuisvesting te oormerken (Kamerstuk 36800-VIII-113)

27 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 756e65d21c46651b · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 VIIIVaststelling van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2026Nr. 141 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUREN WETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 27 maart 2026Het lid Ergin (DENK) heeft tijdens de begrotingsbehandeling van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap op 12 februari 2026 eenmotie (Kamerstuk 36 800 VIII, nr. 113) ingediend. Uw Kamer heeft dezemotie op 3 maart 2026 aangenomen.In de motie wordt verzocht om vóór de behandeling in uw Kamer van deWet planmatige en doelmatige aanpak onderwijshuisvesting inzichtelijk temaken welke mogelijkheden er zijn om middelen voor onderwijshuis-vesting (deels) te oormerken, wat de juridische en financiële conse-quenties daarvan zijn en hoe dit kan bijdragen aan het versneld terug-dringen van de onderwijshuisvestingsachterstand. Met deze brief geef ikuitvoering aan deze motie.VoorafEerder heeft mijn voorganger uitvoering gegeven aan de motie van18 januari 20241 van het lid Ergin (DENK). In deze motie werd een verzoekgedaan om een effectenverkenning uit te voeren naar het oormerken vanonderwijshuisvestingsmiddelen gericht op de landelijke verbeteropgaveonderwijshuisvesting. Uw Kamer is in de periodieke voortgangsbriefonderwijshuisvesting (voorjaar 2024) over deze verkenning geïnfor-meerd.2 Omdat deze nog steeds actueel is, verwijs ik uw Kamer, inaanvulling op onderstaande beantwoording, ook naar deze brief.1Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 902Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 410 VIII, nr. 138 kst-36800-VIII-141ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1411 Reactie op motie Ergin (36 800-VIII-113)Huidige manier van bekostiging onderwijshuisvestingSchoolbesturen en gemeenten zijn gezamenlijk verantwoordelijk voor deonderwijshuisvesting. Het Rijk keert middelen aan schoolbesturen engemeenten uit via respectievelijk de bekostiging en het Gemeentefonds.De bekostiging die schoolbesturen ontvangen is op grond van onderwijs-wetgeving bestemd voor personeel en exploitatie, waaronder onderhoudvan het gebouw.3 Schoolbesturen zijn vrij om te kiezen hoeveel ze vandeze middelen aan personeel en exploitatie besteden. Het gemeentebe-stuur is op grond van de onderwijswetgeving verantwoordelijk voor deonderwijshuisvesting en heeft hiertoe een wettelijke zorgplicht. Wat onderandere kan betekenen zorgen voor nieuwbouw.4 De middelen diegemeenten ontvangen in het Gemeentefonds zijn ook vrij besteedbaar. Degemeente is verplicht het bekostigingsplafond voor onderwijshuisvestingzodanig vast te stellen dat redelijkerwijs kan worden voorzien in dehuisvesting van de scholen op het grondgebied van de gemeente.5Daarom is het gemeentebestuur op grond van art. 193 Gemeentewetgehouden om de benodigde middelen op de begroting op te nemen.Oormerken van middelenIn de motie wordt gevraagd naar de mogelijkheden van het oormerkenvan middelen en wat daarvan de juridische en financiële consequentieszijn.Oormerking van middelen past op grond van de Financiële-verhoudings-wet (FvW) niet binnen de bestaande bestedingsvrijheid van de middelenin het Gemeentefonds. Indien men over wil gaan tot oormerking dan ligtop grond van de FvW financiering middels een specifieke uitkering (SPUK)voor de hand. Dit vraagt een wijziging van de onderwijswetgeving omdater op dit moment geen grondslag voor een SPUK onderwijshuisvestingbestaat. Daarnaast moet er ook bepaald worden hoeveel middelen ergeoormerkt worden en waar deze middelen vandaan moeten komen,aangezien het gemeentefonds niet een specifiek bedrag voor onderwijs-huisvesting bevat. De uitvoering van een dergelijke SPUK is een extrabelasting voor gemeenten. Het betekent namelijk een grotereverantwoordings- en controlelast.In het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) uit 2021 is geconclu-deerd dat er op dit moment onvoldoende middelen zijn om de verouderdeschoolgebouwen met een hoger vervangingstempo aan te pakken.6 Hetoormerken van middelen is daarvoor op zichzelf geen oplossing. Erkomen immers geen extra middelen beschikbaar met het oormerken. HetIBO noemt de optie tot oormerken, maar alleen in combinatie met hetbeleggen van álle verantwoordelijkheden voor onderwijshuisvesting bijgemeenten. Alleen via een fundamentele stelselwijziging kan dezecombinatie gerealiseerd worden. Hiervoor is aanpassing van wetgevingnodig. De verwachting is dat alleen oormerken niet bij zal dragen aan hetversneld terugdringen van de opgave.3Art. 115 WPO, art. 5.4 WVO 2020, art. 113 WEC.4Art. 92 WPO, art. 6.2 WVO 2020, art. 90 WEC.5Art. 93 WPO, art. 6.3 WVO 2020, art. 91 WEC.6Tweede Kamer, vergaderjaar, 35 570 VII, nr. 213, IBO Onderwijshuisvesting funderendonderwijs (2021), «Een vak apart: Een toekomstbestendig onderwijshuisvestingsstelsel.»Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1412 Noodzakelijke stappen ter verbetering van het stelselKortom, het oormerken van middelen, eventueel in combinatie met hetbeleggen van alle verantwoordelijkheden bij gemeenten, past niet in dehuidige systematiek en integrale afweging van gemeenten. Bovendienvergt dit juridisch gezien nogal wat en het verandert de financiële opgavetot aanpak van verouderde schoolgebouwen niet. In het IBO wordtgeadviseerd om eerst het bestaande stelsel te optimaliseren, alvorenseventuele stelselwijzigingen, zoals oormerken, te overwegen. Het kabinetzet stappen in lijn met dit advies en zet eerst in op voortzetting van dehuidige aanpak. Het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuis-vesting dat nu in uw Kamer voorligt, is daar onderdeel van. In de notanaar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel wordt uiteengezethoe dit wetsvoorstel invulling geeft aan de door het IBO geadviseerdemaatregelen.7 Tegelijkertijd zetten we met Programma Onderwijshuis-vesting en het Innovatieprogramma Onderwijshuisvesting in op snellere,kostenefficiëntere en toekomstbestendige scholenbouw. Over dezeprogramma’s bent u middels diverse periodieke voortgangsbrievengeïnformeerd, waaronder de hierboven onder «Vooraf» genoemdeperiodieke voortgangsbrief.De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,J.Z.C.M. Tielen7Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 692, nr. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 VIII, nr. 1413

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 4b42b1ee953c42c2

14 okt 2026 · 3e5dde994fe43af4

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.