KamerkringInloggen
Kamerbrief

Ontwikkelingen over collectieve Warmte

10 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 6a37cdcbb0f5c0b7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 576Regels omtrent productie, transport en leveringvan warmte (Wet collectieve warmte)Nr. 119 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 februari 2026Op 10 oktober 2025 is de Tweede Kamer door het kabinet geïnformeerdover de ontwikkelingen die spelen bij collectieve warmte1. Het kabinetgeeft graag opnieuw inzicht in de belangrijkste ontwikkelingen. Deze briefheeft twee hoofdonderwerpen: de (gefaseerde) inwerkingtreding van deWet collectieve warmte en de betaalbaarheid van de (collectieve)warmtetransitie, waaronder de kostenontwikkelingen van WarmtelinQ2.Met deze Kamerbrief geeft het kabinet bovendien opvolging aan detwee moties van Flach/Kröger3, 4 over 1) de mogelijkheid om ook eenwarmtebedrijf met een meerderheidsbelang van een warmtegemeen-schap en een publiek minderheidsbelang aan te kunnen wijzen en 2) deontwikkeling van een faciliterend kader voor warmtegemeenschappen,waaronder de mogelijkheden van de Garantieregeling Warmtenetten voorwarmtegemeenschappen. Ook geeft het kabinet de voortgang weer op detoezegging5 om te onderzoeken hoe ongewenste overlap van subsidiesvoor warmtepompen in warmtenetwijken voorkomen kan worden.Tenslotte stuurt het kabinet met deze brief twee afgeronde onderzoekentoe op gebied van 1) de plaatsing van energiemeters bij zeer-lage-temperatuur-netten (onder het hoofdstuk Wet collectieve warmte) en2) data governance in de (collectieve) warmtetransitie.1Kamerstuk 36 576, nr. 1182Vanwege een toezegging van MKGG tijdens het EK-debat over de Wcw, om hier bij devoorjaarsbesluitvorming op terug te komen3Kamerstuk 36 576, nr. 834Kamerstuk 36 576, nr. 885Kamerstuk 32 847, nr. 1376, bijlage Verduurzaming gebouwde omgeving met handelingsper-spectief en instrumenten per doelgroep kst-36576-119ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 576, nr. 1191 Wet collectieve warmtePlanning WcwDe Wet collectieve warmte (hierna: Wcw) is op 9 december 2025 door deEerste Kamer aangenomen en inmiddels gepubliceerd in het Staatsblad6.In de Wcw zijn regels gesteld die noodzakelijk zijn in het belang van eenbetrouwbare, betaalbare en broeikasgassen-vrije warmtevoorziening.Deze wet treedt gefaseerd in werking. Voor de meeste artikelen geldt datinwerkingtreding pas kan plaatsvinden als ook het Besluit collectievewarmte (hierna: Bcw) en de ministeriële regeling zijn afgerond en inwerking kunnen treden. In de kamerbrief van 10 oktober 2025 is aange-kondigd dat een beperkt aantal artikelen eerder in werking zal treden. Voorde inwerkingtreding van deze artikelen zal deze maand een koninklijkbesluit in het Staatsblad worden geplaatst. Met dit besluit treden deartikelen in werking ten aanzien van de vaststelling van de methode voorde gestandaardiseerde activawaarde, de extra mogelijkheden voorinfrastructuurbedrijven om warmteactiviteiten te kunnen uitvoeren, en debevoegdheid voor de Minister van Klimaat en Groene Groei (hierna: KGG)om een nationale deelneming warmte aan te wijzen.De regels die op grond van de Wcw zullen gelden worden verderuitgewerkt in het Bcw en een ministeriële regeling. Op 23 januari 2026 ishet concept-Bcw aan de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM)voorgelegd voor een uitvoerbaarheids- en handhaafbaarheidstoets.7 DeWcw, Bcw en ministeriële regeling liggen dus op schema om op 1 januari2027 in werking te kunnen treden.Aanwijzing nationale deelneming warmteHet kabinet zal direct na inwerkingtreding van artikel 12.7 uit de Wcw eenhiertoe opgerichte dochter van Energiebeheer Nederland (hierna: EBN)aanwijzen als nationale deelneming warmte. Dit voornemen was reedsgemeld in de Kamerbrief van 10 oktober 2025. Via deze nationaledeelneming warmte kan het Rijk participeren in warmtebedrijven enmedeoverheden ondersteunen bij de oprichting en aansturing van dezebedrijven. Later dit voorjaar zijn de eerste samenwerkingsovereen-komsten met medeoverheden en infrastructuurbedrijven voorzien,waarmee de oprichting van publieke regionale warmtebedrijven wordtvoorbereid.Moties warmtegemeenschappenIn een motie8 van de leden Flach en Kröger wordt het kabinet verzocht omopnieuw onderzoek te doen naar de mogelijkheid dat ook een warmtebe-drijf met een meerderheidsbelang van een warmtegemeenschap en eenpubliek minderheidsbelang wordt aangewezen voor een warmtekavel. Inartikel 2.5 van de Wcw is de aanwijzingsprocedure opgenomen op grondwaarvan gemeenten warmtegemeenschappen en warmtebedrijven meteen publiek meerderheidsbelang kunnen aanwijzen. Artikel 2.5 van deWcw maakt het niet mogelijk dat een warmtebedrijf met een meerder-heidsbelang van een warmtegemeenschap én een publiek minderheids-belang aangewezen wordt voor een warmtekavel. Het kabinet heeft eerder6Stb. 2026, 107Besluit collectieve warmte | Besluit | Rijksoverheid.nl8Kamerstuk 36 576, nr. 83Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 576, nr. 1192 een spoedadvies gevraagd van de Landsadvocaat of het Europeesrech-telijk mogelijk is om een dergelijk warmtebedrijf aan te wijzen.9Het kabinet heeft ter uitvoering van deze motie een zienswijze van dekoepel van warmtegemeenschappen, Energie Samen, over dit vraagstukgevraagd en de Landsadvocaat verzocht om met open vizier opnieuw hetkabinet over dit vraagstuk te adviseren en daarbij de zienswijze tebetrekken. Bij deze advisering is Energie Samen betrokken. Naarverwachting zal de Landsadvocaat het nieuwe advies op korte termijnafronden. Het vraagstuk zal daarna worden voorgelegd aan de EuropeseCommissie. De uitkomsten en de eventuele gevolgen hiervan voor deregelgeving zullen met de Kamer worden gedeeld.Daarnaast kijkt het kabinet specifiek naar het faciliterend kader voorwarmtegemeenschappen, waar het lid Kröger in een motie om heeftgevraagd10. Collectieve warmteprojecten zijn technisch, financieel ensociaal-maatschappelijk vaak complexer dan projecten voor het opwekkenof leveren van elektriciteit. Daarom is Topsector Energie een onderzoekgestart naar de belemmeringen waar warmtegemeenschappen tegenaanlopen. De resultaten hiervan volgen uiterlijk in het begin van het tweedekwartaal van 2026. Dit kan het volgende kabinet gebruiken om te komentot een actieplan om invulling te geven aan het faciliterend kader voorwarmtegemeenschappen.Garantieregeling WarmtenettenEr zijn zorgen over het gebrek aan financiering bij de realisatie vanwarmtenetten. Om dit te ondervangen is in de begroting voor 2026€ 174,5 miljoen opgenomen ten behoeve van de GarantieregelingWarmtenetten (hierna: GRW). Momenteel wordt de GRW uitgewerkt insamenwerking met Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) omtot een vormgeving te komen die doeltreffend is en door maatwerkvoldoende aansluit bij de individuele eigenschappen van warmtepro-jecten, maar tevens de risico’s voor de Rijksbegroting voldoende beheerst.Ook moet nog duidelijk worden hoe de regeling efficiënt kan aansluitenop de kavelsystematiek beschreven in de Wcw en op de risicobeoordelingdoor banken en aandeelhouders. Om hier voldoende tijd voor te hebbenwordt ernaar gestreefd om de regeling tegelijk met de inwerkingtredingvan de Wcw op 1 januari 2027 open te stellen.Naar verwachting zal komende zomer een internetconsultatie plaats-vinden van de regelingstekst. Tot die tijd vindt nauwe afstemming plaatsover de vormgeving, voorwaarden en werkwijze met (sector-) banken en(toekomstige) aandeelhouders van aangewezen warmtebedrijven (EBN eninfrastructuurbedrijven). Gemeenten en warmtegemeenschappen wordenbetrokken via de Vereniging Nederlandse Gemeenten en EnergieSamen.ZLT-onderzoekIn de Wcw is bepaald dat in de Bcw eisen worden opgenomen aan demeters bij zeer-lage-temperatuur-netten (hierna: ZLT-netten). Het bureauStroomversnelling heeft in opdracht van het Ministerie van KGG eenadvies opgesteld over de invulling van deze vereisten. Het adviesrapportis een bijlage bij deze brief. In het Bcw zal opgenomen worden dat er een9Advies van 2 juni 2025 van de Landsadvocaat, Spoedadvies pensioenfondsen, maatschappelijkinvesteerders en warmtegemeenschappen, Kamerstuk 36 576, nr. 1010Kamerstuk 36 576, nr. 83Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 576, nr. 1193 temperatuur- en een debietmeter bij het overdrachtspunt tussen hetZLT-net en de binneninstallatie wordt geplaatst.Betaalbaarheid collectieve warmte en het bijbehorendesubsidielandschapOnderzoek kostenontwikkeling WarmtelinQOp 21 februari 202511 en 13 mei 202512 heeft het kabinet de Kamergeïnformeerd over de financiële tegenvaller van project WarmtelinQ(hierna: WLQ). Het kabinet heeft Fakton Energy (hierna: Fakton) gevraagdom een validatie uit te voeren van de kosten en de businesscase van WLQen een inschatting te maken van de mogelijke impact van deze tegenvallerop de benodigde subsidiemiddelen. Het rapport is een bijlage bij dezebrief, vergezeld van de reactie van WarmtelinQ Transport Services (WTS)op het onderzoeksrapport.Fakton acht de kosten die WTS rapporteert op vrijwel alle onderdelenmarktconform. Ook constateert Fakton dat de hogere investeringskostenmarktconform zijn, deze zijn het gevolg van hogere personeel- enmateriaalkosten en krapte op de markt. Het onderzoek toont aan dat ernog veel risico’s en onduidelijkheden zijn voor de toekomstige exploitatievan WarmtelinQ. Daarnaast concludeert het rapport dat WTS rekeninghoudt met een redelijk rendement. De onderzoekers geven wel aan dateen deel van de operationele kosten nog te laag ingeschat wordt enachten het marktconform dat deze kosten circa € 66 miljoen (inclusiefindexatie) hoger uit kunnen vallen dan door WTS geraamd. Sinds 2021 is€ 427 miljoen gereserveerd voor de exploitatiesubsidie. Gelet opvoornoemde kostenstijgingen is Fakton gevraagd wat benodigd zou zijnom 15 jaar lang een transporttarief voor WLQ te bekostigen zodat die niethoger wordt dan 70% van de groothandelsprijs voor aardgas (TTF-prijs).Dit creëert een gelijk speelveld met duurzame bronnen (zoals geothermieof aquathermie) die een SDE++-beschikking hebben ontvangen. Faktonheeft de benodigde subsidie voor operationele kosten voor een 15-jarigeperiode ingeschat op circa € 994 miljoen, met een bandbreedte van€ 401 miljoen in het meest gunstige scenario en € 1.089 miljoen in hetslechtste scenario.De geschetste bandbreedte heeft te maken met diverse factoren dieinvloed hebben op het benodigde subsidiebedrag.−Allereerst de snelheid waarop Gasunie nieuwe afnemers kan contrac-teren. Met meer afname kunnen de kosten per geleverde gigajoulewarmte substantieel dalen.−Ook de kosten van de warmtebron zijn relevant voor de subsidiebe-hoefte maar nog zeer onzeker.−Ten slotte is het correctiebedrag van belang. De bijmengverplichtingvoor groen gas en de emissiehandel voor de gebouwde omgeving,wegvervoer en de overige industrie (ETS2) zijn beleidsmatigeontwikkelingen die de gasprijs verhogen. Hiermee wordt het kosten-verschil tussen duurzame warmte en aardgas kleiner, wat de subsidie-behoefte van WLQ verlaagd.In alle scenario’s concluderen de onderzoekers dat ook na 15 jaar eensubsidiebehoefte blijft bestaan als het correctiebedrag gelijkgesteld wordtaan 70% van de groothandelsprijs van aardgas. Daarbij geeft Fakton aandat het voor de hand ligt dat de gasreferentie het correctiebedrag met dekomst van de Wcw en de (verplichte) overstap naar een duurzaam11Kamerstuk 32 813, nr. 147112Kamerstuk 32 813, nr. 1421Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 576, nr. 1194 alternatief op termijn wordt vervangen om een gelijk speelveld te borgen.Dit zou de onrendabele top en daarmee de subsidiebehoefte van WLQverlagen. Fakton doet tot slot een aantal aanbevelingen voor de inrichtingvan de exploitatiesubsidie om de subsidiebehoefte te verlagen, met alseffect dat deze hoge volloop en lage bronkosten stimuleert.Het kabinet heeft kennisgenomen van het rapport en de omvangrijkefinanciële problematiek waar het project mee kampt. WLQ is eenambitieus en uniek project dat een brug kan slaan tussen het overschotaan duurzame warmte in het Rotterdamse havengebied en de warmte-vraag in Zuid-Holland. Het belang van het benutten van de restwarmte indit deel van de Randstad is groot omdat er veel vraag is en het aanbodvan andere duurzame bronnen voor hoge- en midden temperatuurwarmtenetten beperkt is. Met WLQ kan de verduurzaming van degebouwde omgeving sneller gerealiseerd worden, met minder netverzwa-ringen van het elektriciteitsnet. Daarmee is het project van groot belangvoor de Nederlandse energietransitie als geheel en de transitie in deprovincie Zuid-Holland in het bijzonder.Het kabinet laat daarom na het bijgevoegde Fakton onderzoek aanvullendonderzoek doen om vast te kunnen stellen of WLQ, gelet op de kosten-toename en blijvende financiële risico’s, nog steeds het meest duurzamealternatief met de laagste nationale kosten is en of er alternatieven zijn diefinancieel aantrekkelijker en technisch en ruimtelijk haalbaar zijn. Hierbij isde huidige situatie van WLQ het uitgangspunt, dat wil zeggen dat hetproject al grotendeels is aangelegd, het deel Rijswijk–Leiden in aanbouwis, inclusief de gemelde kostentoename en blijvende financiële risico’s ende verstrekte subsidies. De uitkomst hiervan zal worden betrokken bij dediscussie over de verdeling van de rekening tussen Rijk, Gasunie/WTS,warmtebedrijven en eindklanten. Het aankomend kabinet komt hieropterug bij de voorjaarsbesluitvorming.Warmtenetten InvesteringssubsidieDe Warmtenetten Investeringssubsidie (hierna: WIS) kan gebruikt wordenvoor de investeringen in de aanleg van warmtenetten. De investeringen inwarmtenetten zijn echter vertraagd. De oorzaken hiervan zijn ookgeschetst in de Kamerbrief van 7 oktober 2024.Hoewel de in genoemde Kamerbrief genoemde randvoorwaarden nognadere invulling behoeven, biedt de WIS voor sommige warmteprojectenal wel voldoende mogelijkheden om nieuwe subsidieaanvragen in tedienen. De laatste openstellingsronde van de WIS liep tot 16 januari 2026.Het kabinet heeft besloten deze te verlengen tot 30 augustus 2026.Gedurende deze langere openstellingsperiode wordt de regeling doorRVO en het Ministerie van KGG aangepast op de nieuwe realiteit die deWcw introduceert, zodat bij toekomstige openstellingsrondes meerprojecten gebruik gaan maken van de WIS. Op 3 februari zijn diversewarmtebedrijven informeel geconsulteerd over verbeterpunten in deregeling.ClusterdealsHet kabinet heeft AT Osborne en Rebel gevraagd om te onderzoeken hoeeen clusteraanpak voor collectieve warmte vormgegeven kan worden. Hetonderzoek richt zich op grote, vaak gemeente overstijgende warmtesys-temen waar veel potentie is om in korte tijd grote aantallen woningen engebouwen aan te sluiten. Onderzocht wordt of voor deze clusters eendealaanpak versnellend zou kunnen werken. In zo’n aanpak wordenintegrale bestuurlijke afspraken gemaakt met aan de ene kant afsprakenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 576, nr. 1195 over de opgave, ieders taken en verantwoordelijkheden daarin,commitment op het aantal aansluitingen en op de planning; en aan deandere kant afspraken over een integrale subsidie waarmee ook debetaalbaarheid voor eindgebruikers wordt geborgd. Er wordt beoogd datdeze set aan afspraken vervolgens landt in een deal tussen de gebiedspar-tijen en het Rijk. Met dit onderzoek wordt gekeken of deze aanpak kanleiden tot een betere aansluiting van praktijk met het subsidie-instrumentarium. Dit onderzoek sluit aan bij de motie van de ledenRooderkerk en Erkens om de subsidiëring voor de warmtetransitieintegraal te bekijken en te versimpelen.13In het onderzoek wordt ook gekeken of het wenselijk en mogelijk is dat hetwarmtebedrijf en eventueel de gebouweigenaren worden gecompenseerdvoor hun activiteiten als een Dienst van Algemeen Economisch Belang(DAEB). De Bank Nederlandse Gemeentes (BNG) en advocatenkantoorAKD brachten hierover een notitie uit,14 waarin wordt uitgelegd datgemeenten dit kader kunnen gebruiken voor de realisatie en exploitatievan collectieve warmtevoorzieningen. Vergoedingen via deze routemoeten goed bekeken worden in samenhang met andere financiering inde afweging of dit voor de clusteraanpak versnellend werkt. Hetonderzoek loopt tot in de eerste helft van 2026 en wordt in nauwesamenwerking met RVO en het Ministerie van Volkshuisvesting enRuimtelijke Ordening (VRO) en KGG uitgevoerd.Toezegging aan het lid Grinwis over warmtepompenHet kabinet heeft eerder toegezegd15 te onderzoeken hoe ongewensteoverlap van subsidies voor warmtepompen in warmtenetwijkenvoorkomen kan worden, mits dat op een uitvoerbare en juridischhoudbare manier geïmplementeerd kan worden. In de Kamerbrief van10 oktober 2025 is hier al een update over gegeven. Een brede groep aanbelanghebbenden is sinds die tijd geconsulteerd, op basis waarvan eengoede belangenafweging gemaakt kan worden. Een volgend kabinet zalhier een besluit over nemen.Informatievoorziening en data governanceOnlangs heeft Berenschot een haalbaarheidsstudie naar een centraalaansluitingenregister voor warmtenetten afgerond. Deze treft u als bijlagebij deze brief aan. Dit onderzoek, dat is uitgevoerd binnen het programmaVerbetering Informatievoorziening Energietransitie (VIVET), heeft als doelte identificeren of een register zou bijdragen aan de efficiënte uitvoeringvan (met name) de Wcw, en wat er nodig zou zijn voor de realisatie ervan.Uit het eindrapport blijkt dat een aansluitingenregister voor warmtenetteneen duidelijke behoefte vervult, waarin kan worden voorzien door slechtseen beperkt aantal gegevens van elke aansluiting centraal vast te leggen.Hoewel er geen sprake is van fundamentele barrières, vereist de ontwik-keling van een register afstemming tussen overheidsinstanties enwarmtebedrijven. Het advies van Berenschot is om een procesbegeleideraan te stellen die de samenwerking tussen alle betrokken partijen kancoördineren, en (concept) mandaat kan opstellen voor de registerbe-heerder en een gedetailleerde budgetraming kan maken. Besluitvormingover het daadwerkelijk aanwijzen van een procesbegeleider, registerbe-heerder en de financiering is aan het nieuwe kabinet.13Kamerstuk 36 576, nr. 9414https://www.bngbank.nl/nieuws/warmte-staatssteun-en-daeb-juridische-handvatten-voor-gemeenten15Kamerstuk 32 847, nr. 1376Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 576, nr. 1196 Met de in deze brief genoemde maatregelen geeft het kabinet verderinvulling aan de randvoorwaarden welke nodig zijn voor het opschalenvan collectieve warmte.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.Th.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 576, nr. 1197

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 30e2744e387cc2e3

14 okt 2026 · 730b64c77462afa6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.