KamerkringInloggen
Kamerbrief

Prinsjesdagbrief Klimaat en Energie

15 sep 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e66d0fbf6c299cc4 · officiële bron

Geachte Voorzitter, 1. Inleiding Voor een land waar mensen, ook in de toekomst, goed kunnen wonen, werken en ondernemen moeten we aan de slag. Daarom vernieuwen en verduurzamen we onze economie, leefomgeving en ons energiesysteem. We willen een economie die toekomstbestendig en minder afhankelijk is van landen buiten de EU. Een land dat strategisch sterk staat, samen met sterke Europese buren. Kortom, een weerbaar, duurzaam en concurrerend Nederland. Het is hard nodig dat we daarin investeren. Want de wereld om ons heen verandert snel. De energiecrises door oorlog in Oekraïne en het Midden-Oosten laten in korte tijd zien hoe kwetsbaar we zijn als we veel fossiele brandstoffen van ver weg moeten halen. Ook zien we de gevolgen van klimaatverandering steeds duidelijker. Extremer weer, langere periodes van droogte, hitte en hevige regenval. Daarmee zetten de drie krachten geopolitieke spanningen, economische afhankelijkheden en klimaatverandering onze welvaart onder druk. Door nu te investeren in eigen schone energie en een duurzame, circulaire economie wordt ons land weerbaarder en onze lucht schoner, en blijft ons bedrijfsleven concurrerend. Daarbij moet iedereen in Nederland mee kunnen komen: mensen moeten thuis regie kunnen nemen over hun energierekening en maatschappelijke organisaties en bedrijven, groot en klein, moeten kunnen ondernemen én verduurzamen. We kunnen dit echter niet alleen, samenwerking met andere Europese landen is noodzakelijk. We hebben al veel bereikt In deze grote verbouwing hebben we al veel stappen gezet. In de strijd tegen klimaatverandering is de uitstoot van broeikasgassen in Nederland sinds 1990 met ruim een derde gedaald. Richting 2030 gaan we naar verwachting richting de helft. Dat zien we op allerlei plekken in Nederland. Zo wordt meer dan de helft van onze elektriciteit duurzaam opgewekt. De afgelopen tien jaar is de productie van windenergie op zee verviervoudigd. Zonnepanelen op daken zie je overal in Nederland. Elektrische auto’s en bedrijfswagens bepalen steeds vaker het straatbeeld en zorgen voor een schonere en stillere omgeving.[voetnoot 1] Veel woningen worden al goed geïsoleerd, wat zorgt voor meer comfort en een structureel lagere energierekening.[voetnoot 2] Ondertussen wordt er hard gewerkt aan de uitbreiding van ons elektriciteitsnet. Dat is ook hard nodig, want elektrificatie is een belangrijke route in de noodzakelijke overstap van fossiele naar duurzame bronnen van energie. Hierdoor staan veel bedrijven en huishoudens in de rij staan voor meer ruimte. De transitie is wereldwijd ingezet en is inmiddels onomkeerbaar. Ondertussen groeide de Nederlandse economie in 2025 met 1,8%.[voetnoot 3] Stappen zetten voor huishoudens Elektrisch vervoer voor iedereen, een warme en comfortabele woning, gezond en duurzaam eten en een betaalbare energierekening. Deze eindbeelden zijn de inspanning waard. Nederlanders zetten thuis al stappen, groot en klein. Veel huishoudens kiezen voor isoleren of voor een warmtepomp. Of voor een groene energieleverancier, deelvervoer of (deels) elektrisch rijden. Maar we zijn er nog niet. Er is ook een groep huishoudens die deze stappen nog niet (zelf) kan zetten en te veel afhankelijk blijft van dure fossiele brandstof, bijvoorbeeld omdat ze in een slecht geïsoleerd huis wonen. Onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) laat (wederom) zien dat de meeste Nederlanders het belangrijk vinden dat Nederland blijft bijdragen aan de aanpak van klimaatverandering.[voetnoot 4] Voor veel klimaat- en energiemaatregelen bestaat steun in de maatschappij. Tegelijkertijd is de transitie nog niet binnen bereik voor iedereen en maken mensen zich zorgen over de (financiële) gevolgen van het klimaatbeleid. Ook wordt de verdeling van kosten en baten vaak als oneerlijk ervaren. Het gevoel dat de lasten beter moeten worden verdeeld naar draagkracht, waarbij grote vervuilers meer moeten bijdragen en mensen in minder sterke financiële positie moeten worden beschermd, spelen volgens het SCP-onderzoek daarbij een rol. Er zijn ook zorgen over de vele bosbranden in Europa deze zomer en over de gevolgen van geopolitieke ontwikkelingen voor een hoge prijs aan de pomp. In 2025 leefde 6% van alle huishoudens in energiearmoede.[voetnoot 5] Dit percentage is gelijk aan een jaar eerder, maar ligt gezien huidige prijsontwikkelingen lager dan voor de energiecrisis van 2022/2023. Stijgende energieprijzen op de wereldmarkt kunnen zorgen voor een stijgende energierekening.[voetnoot 6] Met gerichte maatregelen om woningen te verduurzamen bij huishoudens met een lager inkomen, zoals in het pakket Acties Weerbaarheid Energieschok, maakt het kabinet deze huishoudens structureel weerbaarder tegen prijsstijgingen.[voetnoot 7] Het besef van de noodzaak en draagvlak voor de transitie is er. De overgang naar een weerbare, duurzame en concurrerende maatschappij vraagt iets van ons allemaal. De overheid is er om groepen in de samenleving te ondersteunen, zodat ze meekunnen in de transitie en we de kosten zo eerlijk mogelijk verdelen. Daarvoor is nog werk te verzetten. Onder andere door zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden. Bijvoorbeeld of mensen in de wijk een warmtenet krijgen of een andere verduurzamingsoptie beter past. Of bijvoorbeeld met een goedkoper tarief in de daluren van ons stroomgebruik, waarmee mensen meer regie krijgen over hun energierekening. Daarbij blijkt in de praktijk dat voor een deel van de huishoudens, naast financiële ondersteuning, vooral de praktische ontzorging van groot belang is. Ten slotte zijn er ook veel initiatieven in de samenleving waarbij mensen zelf slimme oplossingen bedenken. Zoals via energiecorporaties die lokaal energie opwekken én gebruiken, bijdragen aan energieonafhankelijkheid en het beperken van netcongestie. Daarbij past een overheid die meedenkt en helpt, op elk niveau. Onze eigen kracht benutten voor onze bedrijven Een concurrerende innovatieve industrie met goed en toekomstbestendig werk, herbruikbaar en duurzaam materiaal, draaiend op schone energie van eigen bodem. Steeds meer bedrijven zijn actief bezig met verduurzaming om deze eindbeelden te realiseren. Ze investeren in efficiëntere processen, elektrificatie en flexibiliteit in hun energiegebruik. Zo verlagen ze hun uitstoot, en tegelijkertijd de druk op het stroomnet. Nederland loopt voorop in de circulaire economie, met veel bedrijven die werken aan innovaties, uiteenlopend van gerecycled katoen in jeans, chemische verwerking van afval en biogrondstoffen voor herbruikbare plastics tot smartphones die makkelijker te repareren zijn. Nieuwe technologieën leveren nieuwe welvaart op: de energiesector zorgt tot en met 2030 naar verwachting voor zo’n 423 extra arbeidsjaren in Nederland.[voetnoot 8] De overheid ondersteunt dit door de drempels voor investeringen in verduurzaming te verlagen, onder andere via de Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI). Tegelijkertijd staan energie-intensieve bedrijven voor grote uitdagingen. De concurrentiekracht staat onder druk door gesubsidieerde import van buiten de EU en hoge energiekosten in Nederland ten opzichte van omringende landen. Elektrificatie zou die kosten kunnen verlagen, maar netcongestie remt investeringen af, omdat bedrijven op een aansluiting wachten en hele woonwijken zonder ingrijpen niet gebouwd kunnen worden. Het kabinet zet samen met netbeheerders, medeoverheden en bedrijven vol in op het oplossen van de knelpunten. Juist daarom is het belangrijk om zuinig en slim om te gaan met energie, grondstoffen en producten. Door te investeren in infrastructuur, innovatie en een gelijk speelveld voor onze bedrijven in Europa, waarbij de overheid het bedrijfsleven bijstaat door obstakels op te ruimen en te zorgen voor marktcondities waardoor duurzame oplossingen kunnen opschalen. Speciale aandacht is ook van belang voor het mkb. Deze groep bedrijven staat ook voor een belangrijke transitie, en veel investeringen hebben een positieve businesscase. Ook zij worden echter geraakt door netcongestie, of hebben praktische ondersteuning nodig in het beoordelen van wat voor hen de juiste weg is om de overstap te maken. De klimaat- en energietransitie doen we samen door koers te houden, duidelijke keuzes te maken en te zorgen dat iedereen mee kan doen. De transitie biedt kansen om te komen tot een moderne, schone en efficiënte economie. Als we dit proces slim organiseren, bouwen we aan een weerbaar, duurzaam en concurrerend Nederland. 2. Aangeboden stukken Het pakket met stukken dat het kabinet u vandaag aanbiedt over klimaat en energie bestaat uit twee delen. Het eerste deel bestaat uit reguliere stukken in het kader van de jaarlijkse klimaat- en energiecyclus, zoals de Klimaat- en Energienota (K&E-nota), de Klimaat- en Energieverkenning (KEV) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en het Meerjarenprogramma 2027 van het Klimaat- en energiefonds. Het tweede deel bevat een aantal belangrijke analyses die de context vormen voor toekomstige beleidskeuzes. Terugblik met de Klimaat- en Energienota en KEV Net zoals afgelopen jaren biedt het kabinet met Prinsjesdag de K&E-nota aan.[voetnoot 9] Hierin legt het kabinet verantwoording af over het gevoerde klimaat- en energiebeleid en specifiek over de voortgang die het afgelopen jaar is geboekt. Daarbij wordt onder andere gekeken in hoeverre Nederland op koers ligt om de nationale klimaat- en energiedoelen te halen en te voldoen aan de nationale verplichtingen die volgen uit het Europese klimaat- en energiebeleid. De K&E-nota geeft hierbij een reflectie op de jaarlijkse KEV van het PBL, die ik als bijlage van deze brief ook aan uw Kamers aanbied. Die bevat voor het eerst een raming van de nationale uitstoot van broeikasgassen in 2040 en laat zien dat de geraamde uitstoot in Nederland, met aanvullend beleid, uitkomt op een reductie van 61-72% ten opzichte van 1990. Voor 2030 koerst Nederland op een uitstootreductie van naar verwachting 47-54%. Op dit moment heeft Nederland reeds 36% reductie bewerkstelligd ten opzichte van 1990.  Toekomstbeeld van het energiesysteem Het is belangrijk om terug te blikken om te weten waar Nederland staat en lessen te trekken uit de stappen die al gezet zijn in de transitie. Tegelijkertijd is het belangrijk dat Nederland, naast het voortvarend uitvoeren van bestaand beleid voor 2030, periodiek vooruitkijkt naar de toekomst, en maatregelen tijdig invoert zodat bedrijven, maatschappelijke organisaties en huishoudens in Nederland zich geleidelijk aan kunnen passen richting klimaatneutraal in 2050. De KEV laat zien dat we hiervoor nog niet op koers liggen. In de Klimaat- en Energienota wordt dit jaar voor het eerst ook vooruitgekeken met de eerste contouren van de transitiepaden richting 2040/2050 per sector. Het kabinet schetst het toekomstbeeld van het energiesysteem richting 2040 en verder in de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem (NPE) en de Visie op Opschaling Aanbod Duurzame Koolstofdragers (VOADK). Het NPE, dat reeds in 2023 is vastgesteld, is de visie van het kabinet voor de ontwikkeling van het energiesysteem voor de toekomst. Met de actualisatie van het NPE wil het kabinet recht doen aan recente ontwikkelingen zoals het nieuwe EU-klimaatdoel voor 2040 en nieuwe inzichten rondom hernieuwbare waterstof. Daarnaast voegt het kabinet onderdelen toe die in het NPE 2023 onderbelicht waren zoals de impact van netcongestie, de opkomst van datacenters, de rol van Carbon Capture and Storage (CCS), het internationale perspectief en de beschikbaarheid van voldoende fossiele energiebronnen tijdens de transitie.[voetnoot 10] Met de Visie op Opschaling Aanbod Duurzame Koolstofdragers geeft het kabinet verdere uitwerking aan één van de uitgangspunten uit het NPE voor de koolstofketen: maximaliseer het aanbod van duurzame koolstofdragers (binnenlands en import). Het gaat hierbij om dragers zoals groen gas, bio-methanol en synthetische kerosine, maar ook om grondstoffen die nodig zijn voor de productie ervan. De Visie beschrijft de inzet die nodig is om toeleveringsketens te ontwikkelen en zo in de vraag naar duurzame koolstofdragers te voorzien. Samenhangend met de Visie op Opschaling Aanbod Duurzame Koolstofdragers zal het kabinet in het vierde kwartaal van 2026 de Nationale Biogrondstoffenstrategie (minister van LVVN) en de Visie Brandstoffen- en Chemiegrondstoffenproductie naar de Kamer sturen. Met de kabinetsreactie op het rapport Autonoom en Veilig van Energy Innovation NL (voorheen Topsector Energie) geeft het kabinet weer wat het doet voor een weerbaar energiesysteem.[voetnoot 11] De brief valt uiteen in drie delen: 1) een weerbaar ontwerp van het energiesysteem, 2) de uitwerking hiervan op maatregelen gericht op fysieke, digitale en economische weerbaarheid, 3) crisisvoorbereiding en -respons. Daarnaast geeft het kabinet met de kabinetsreactie op de ‘Prognose energierekening van huishoudens 2026-2031' en het onderzoek naar de effecten van het voorgestelde tijdsafhankelijke nettarief voor elektriciteit, een reflectie op de verwachte ontwikkeling van de gemiddelde energierekening voor de komende jaren. In de kabinetsreactie op de ‘Monitor Energiearmoede 2025’ gaat het kabinet verder in op het huidige beleid gericht op de groep huishoudens met een lager inkomen, die moeite hebben om de energierekening te betalen. Het kabinet houdt ten slotte, als onderdeel van de bredere koopkrachtontwikkelingen, onverminderd aandacht voor de betaalbaarheid van het energiesysteem en de energierekening. Klimaat- en energiefonds Conform de reguliere cyclus heeft het kabinet besloten over het definitieve Meerjarenprogramma 2027 en bijbehorende Klimaat- en Energiefondsbegroting voor 2027.[voetnoot 12] Op 27 maart heeft de Kamer reeds het ontwerp-Meerjarenprogramma 2027 van het Klimaat- en Energiefonds ontvangen. Een aantal maatregelen is verder uitgewerkt en er worden nieuwe middelen overgeheveld voor maatregelen die op korte termijn doorgang kunnen vinden. In de bijlages bij deze stukken vindt u ook de reflecties van het PBL en TNO die gebruikt zijn voor de onderbouwing van de verdeling van middelen alsmede alle voorstellen die ingediend zijn. 3. Uitkomsten augustusbesluitvorming Afgelopen augustusbesluitvorming heeft het kabinet besloten over een aantal (fiscale) dossiers die raken aan de klimaat- en energietransitie. Afvalverbrandingsinstallaties Zoals afgelopen voorjaar aangekondigd heeft het kabinet een besluit genomen over de technische dekking voor de afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) uit het belastingplan 2026. Als gevolg van de technische dekking werd de sector geconfronteerd met een forse lastenverzwaring door de voorgenomen verhogingen van de afvalstoffenbelasting (ASB) en de CO2-heffing voor AVI’s. Het kabinet stelt voor de verhogingen gedeeltelijk terug te draaien, door een verlaging van het ASB-tarief en een vertraagde aanscherping van de CO2-heffing voor AVI’s ten opzichte van het voorstel uit het Belastingplan 2026. De voorgestelde maatvoering voor de ASB en de CO2-heffing voor AVI’s is te vinden in de Memorie van Toelichting van het wetsvoorstel Belastingplan 2027. Glastuinbouw Om naast het restemissiedoel van 4,3 Mton in 2030 ook een transitiepad richting 2040 te ontwikkelen heeft het kabinet besloten het besluit over de herijking van het CO2-tarief voor de glastuinbouw in het gesprek over 2040 te betrekken. Zo krijgt de sector voldoende langetermijn zekerheid voor de aanzienlijke investeringen die de transitie vergt. Tweemaal binnen korte tijd een nieuw tarief vaststellen geeft ongewenste onzekerheid. Conform het besluit uit voorjaar 2025 zal de AMvB voor de ETS2 opt-in worden voorbereid om voor het eind van het jaar in het Staatsblad te publiceren.[voetnoot 13] Het kabinet heeft wel besloten om, conform eerdere afspraken, de glastuinbouwsector in 2027 gemiddeld genomen volledig te compenseren voor de meerkosten van de bijmengverplichting groen gas via een verlaging van de energiebelasting.[voetnoot 14] De komende maanden, maar uiterlijk in het voorjaar van 2027 met het oog op 2028, zal besloten worden over de compensatie voor de ETS2 opt-in tot de hoogte van het te herijken CO2-tarief en zal bezien worden in welke vorm de compensatie voor de bijmengverplichting het beste doorgezet kan worden. Verduurzaming industrie en uitrol noodzakelijke infrastructuur Om bedrijven in staat te stellen om te investeren in verduurzaming wil het kabinet een gelijk Europees speelveld creëren en een stabiel langetermijnbeleid voeren. Met het Coalitieakkoord zijn per 2028 t/m 2035 middelen vrijgemaakt om de elektriciteitskosten voor de industrie te verlagen, en daarmee het speelveld te verbeteren. Het kabinet voorziet besluitvorming over besteding van de envelop per 2028 in het voorjaar van 2027.[voetnoot 15] Dit najaar zal het kabinet een kamerbrief sturen over de verschillende opties die tot nu toe in kaart zijn gebracht. Het kabinet heeft met deze augustusbesluitvorming middelen beschikbaar gesteld voor een nieuwe openstellingsronde van de Versnelde klimaatinvesteringen industrie (VEKI) voor 2027 en voor intensivering van de DEI+ regeling voor innovatieve klimaattechnologieën in de industrie. De € 77 miljoen voor de VEKI wordt gedekt door een ramingsbijstelling van de Indirecte Kostencompensatie (IKC-ETS), de middelen voor DEI+ worden overgeheveld vanuit het Klimaat- en Energiefonds. Het kabinet maakt daarnaast middelen vrij voor een doorbraak in de ontwikkeling van de noodzakelijke infrastructuur die nodig is voor de energietransitie. Aramis is een belangrijk infrastructuurproject voor de opslag van CO2 onder de Noordzee en levert een essentiële bijdrage aan de emissiereductie van de Nederlandse industrie en de uitrol van CCS-capaciteit. Door de onzekerheid in de markt over de tarieven en het moment van realisatie hebben verschillende bedrijven eerder hun SDE-beschikking ingeleverd, en is er op dit moment onvoldoende gecontracteerde vraag naar CO2-opslag om een investeringsbesluit te nemen. Toch geven veel bedrijven aan dat CCS voor hen op de korte termijn de enige kosteneffectieve route naar CO2-reductie is. De huidige situatie, waarin de emittenten en de opslag- en transportpartijen naar elkaar kijken om een besluit te nemen, is een kenmerk van een nieuwe complexe markt. Zonder overheidsingrijpen zijn de risico’s voor alle partijen te groot voor een Final Investment Decision (FID). Om een finaal investeringsbesluit in de tweede helft van 2027 mogelijk te maken wordt aanvullend maximaal € 1,3 miljard gereserveerd voor de volloopgarantie van het transportgedeelte van de CCS-waardeketen. Deze volloopgarantie dekt het risico af dat de transportinfrastructuur in de eerste jaren onvoldoende wordt benut, waardoor de voorwaarden worden gecreëerd voor een positieve FID en de realisatie van het project. Een deel van de SDE-risicobuffer wordt ingezet om het vollooprisico af te dekken. Daarnaast werkt het kabinet aan maatregelen voor de aanleg van het waterstofnetwerk. Voor een goed werkend waterstofsysteem heeft het kabinet de wens om extreem hoge transporttarieven in de beginjaren te voorkomen. Het spreiden van de kosten in de tijd, door middel van amortisatie, voorkomt (te) hoge transportkosten in de beginjaren. Hiervoor is een overheidsgarantie inclusief begrotingsreserve nodig. Het kabinet zal hiervoor komende periode verschillende maatregelen bezien, en hier dit najaar een besluit over nemen. Een andere randvoorwaarde voor een betrouwbaar waterstofnetwerk is het hebben van voldoende opslagcapaciteit. Daarom wordt uit het Klimaat- en energiefonds geld beschikbaar gesteld (€ 245 miljoen) voor de ontwikkeling van negen zoutcavernes voor de opslag van waterstof in Zuidwending Oost. Deze investering loopt samen met een positief besluit over de amortisatie van het netwerk. Stikstofmaatregelen industrie  Als onderdeel van het aangekondigde maatregelpakket om Nederland weer in beweging te brengen heeft het kabinet € 125 mln. beschikbaar gesteld voor stikstofmaatregelen in de industrie.[voetnoot 16] € 84 mln. daarvan wordt beschikbaar gesteld om de bestaande tenderregeling voor nageschakelde technieken voort te zetten. Het doel is om daarmee met bovenwettelijke projecten ten minste 210.000 kg ammoniak te reduceren, uiterlijk in 2031. Daarnaast wordt € 41 mln. beschikbaar gesteld voor een tenderregeling die tot doel heeft om de uitstoot van stikstofoxiden bij bedrijven die zich in een zone rond een Natura 2000 gebied bevinden te verminderen. Het gaat daarbij om de zones die in kader van het brede stikstofpakket worden aangewezen. Doel van de regeling is om in 2031 400.000 kg NOx extra te reduceren en om daarmee een bijdrage te leveren aan de aanpak binnen de zones. Tot slot is besloten om de prijsrisicobuffer van de SDE bij te stellen naar 10% in de meerjarenperiode. Dit heeft geen effect op de SDE-openstelling. 4. Voorjaar 2027 Het kabinet heeft zich gecommitteerd aan de klimaat- en energieopgave richting 2030, 2040 en 2050 en heeft aangegeven om in het voorjaar van 2027, indien nodig, aanvullende nationaal geborgde maatregelen hiervoor te nemen. Daarbij hebben we oog voor betaalbaarheid en handelingsperspectief. Eind dit jaar is er een beter beeld van de contouren van het Europese Beleid voor 2040, inclusief de herziening van het emissiehandelssysteem (ETS). Het kabinet spant zich in voor een ambitieus Europees klimaatpakket, omdat we zo negatieve klimaateffecten effectief bestrijden en weglek zoveel mogelijk voorkomen en weerbaarheid te vergroten. In het nationale beleid sluit het kabinet hier zoveel mogelijk bij aan. In deze kabinetsperiode moeten verschillende cruciale stappen worden gezet om op koers te blijven richting klimaatneutraliteit: om ondernemers, huishoudens en instellingen in staat te stellen om te verduurzamen, noodzakelijke infrastructuur tot stand te brengen en hierbij oog te houden voor kwetsbare huishoudens zodat die het kunnen meemaken én kunnen betalen. Daarbij put het kabinet ook uit de adviezen van het Nationaal Burgerberaad Klimaat. Het kabinet heeft begin september goed gesproken in het Catshuis over hoe we Nederland weerbaar, concurrerend en duurzaam maken. Hierbij moeten we rekening houden met de huidige kaders, zoals de uitvoerbaarheid van maatregelen en budgettaire ruimte die nu beschikbaar is. Dit maakt scherpe keuzes noodzakelijk – niet alles kan direct, niet alles kan gelijktijdig, en niet voor alles zijn publieke middelen beschikbaar. Het kabinet zal komende tijd samen bepalen welke stappen verstandig zijn om nu te nemen. De recente Catshuissessie was hier een eerste stap in. Om als Europa en Nederland zowel weerbaarder als duurzamer te worden en kansen te benutten werkt het kabinet aan het langetermijn perspectief om op korte termijn knopen door te hakken. 5. Klimaatrechtszaak Bonaire Op 28 januari 2026 heeft de rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de door Greenpeace Nederland aangespannen procedure over klimaatverandering op Bonaire.[voetnoot 17] Het vonnis gaat over zowel klimaatmitigatie in Europees Nederland als klimaatadaptatie op Bonaire. Ten aanzien van mitigatie in Europees Nederland heeft de rechtbank de Staat bevolen om bindende emissiereductiedoelen voor de gehele economie in nationale regelgeving op te nemen, waaronder tussentijdse doelstellingen en trajecten voor de gehele periode tot 2050, en om de (resterende) emissieruimte voor Nederland inzichtelijk te maken. Voor zowel het opnemen van bindende emissiereductiedoelen in nationale regelgeving als het inzichtelijk maken van de (resterende) emissieruimte heeft de rechtbank een termijn van achttien maanden gesteld, dus uiterlijk 28 juli 2027. De Staat heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak bij het gerechtshof Den Haag (hierna: hof). Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dit betekent dat de bevelen uit het vonnis direct moeten worden uitgevoerd, ondanks het ingestelde hoger beroep en het verzoek dat de Staat bij het hof heeft gedaan om de uitvoerbaar bij voorraadverklaring van het mitigatiebevel te schorsen. Het kabinet zet daarom de benodigde stappen om uitvoering te geven aan de rechterlijke bevelen. Op het gebied van klimaatmitigatie in Europees Nederland betekent dit concreet dat het kabinet momenteel een wetsvoorstel voorbereidt tot wijziging van de Klimaatwet dat voldoet aan het vonnis. Uit het vonnis volgt dat het wetsvoorstel moet voorzien in bindende emissiereductiedoelen voor de gehele economie, waaronder tussentijdse emissiereductiedoelen voor de periode tot 2050, die voldoen aan de in VN-verband gemaakte afspraken. Gelijktijdig met het wetsvoorstel wordt de (resterende) emissieruimte inzichtelijk gemaakt. Bij de voorbereiding van het wetsvoorstel worden de effecten voor burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven meegewogen. Ook wordt bezien hoe het wetsvoorstel zo goed mogelijk aan kan sluiten bij de voorstellen van de Europese Commissie voor het klimaat- en energiepakket voor 2040. Zoals gebruikelijk bij het opstellen van wet- en regelgeving, wordt voorzien in een internetconsultatie, zodat iedereen de gelegenheid krijgt een zienswijze naar voren te brengen over het conceptwetsvoorstel. Het kabinet streeft ernaar om het conceptwetsvoorstel tot wijziging van de Klimaatwet in het vierde kwartaal van 2026 in consultatie te brengen. Op het gebied van klimaatadaptatie zet het kabinet de nodige stappen om uiterlijk in 2030 een nationaal klimaatadaptatieplan te hebben en te implementeren om Nederland, waaronder Bonaire, weerbaarder te maken tegen de gevolgen van klimaatverandering. Het streven is om dit jaar de Nationale Klimaatadaptatiestrategie 2026 (NAS’26) vast te stellen. Deze omvat ook Caribisch Nederland. Recent heeft de ontwerp-NAS’26 ter inzage gelegen. De zienswijzen op dit ontwerp worden nu verwerkt. Het streven van het kabinet is om tegelijk met of kort na vaststelling van de definitieve NAS’26 met een nationaal uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie te komen met daarin een overzicht van de Rijkinspanningen in Caribisch Nederland de komende jaren. Bij de totstandkoming van het uitvoeringsprogramma zal ook het Klimaatplan Bonaire worden meegenomen. Uw Kamer wordt hierover nader geïnformeerd door de minister van Infrastructuur en Waterstaat bij de aanbieding van de definitieve NAS’26. Tot slot Het Nederland van de toekomst gaat ons veel brengen. En we kunnen het waarmaken. Samen als land. Vanuit optimisme én realisme. Dit doen we door het doel voor ogen te houden, duidelijke keuzes te maken en te zorgen dat iedereen mee kan doen. Grote bedrijven, kleine ondernemers, maatschappelijke organisaties, mensen thuis en jongeren. Niet alles zal meteen overal lukken en soms vraagt het van het kabinet en de Kamer scherpe keuzes. Maar zolang we aan de slag blijven en bijsturen waar nodig, komen we stap voor stap dichter bij ons eindbeeld: een weerbaar, duurzaam en concurrerend Nederland. Stientje van Veldhoven-van der Meer Minister van Klimaat en Groene Groei Jo-Annes de Bat Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei Pagina 2 van 11 Pagina 1 van 1 Klimaatdashboard: https://dashboardklimaatbeleid.nl/ Klimaatdashboard: https://dashboardklimaatbeleid.nl/ en Kamerstukken II, 2025-26, 32 813 nr. 1401 https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/de-nederlandse-economie/2026/de-nederlandse-economie-in-2025/samenvatting Klimaat en Samenleving 2026 (SCP): https://www.scp.nl/publicaties-scp/2026/05/klimaat-en-samenleving-2026.-nederlanders-over-klimaat-energie-natuur-en-duurzaamheid Energiearmoede in Nederland 2019-2025 (TNO): https://energy.nl/publications/energiearmoede-in-nederland-2019-2025/ CPB: cMEV 2026 Kamerstukken II 2025/26 36933, nr. 1 Labour demand in the energy transition (CE Delft): https://ce.nl/wp-content/uploads/2026/02/CE_Delft_250253_Labour_demand_energy_transition_Def.pdf Met de Klimaat- en Energienota 2026 doet het kabinet de volgende moties en toezeggingen af: Motie van het lid Jumelet C.S. (Kamerstukken II 2025/26, 36800, nr. 37) over het structureel en expliciet aandacht besteden aan analyse van randvoorwaarden en knelpunten in de energietransitie en hier in de beleidsreactie op de KEV op in te gaan; Motie van het lid Schalk C.S. (Kamerstukken I 2020/21, 35668, I) over gecertificeerde houtige biomassa als bij- en meestook als voorwaarde voor subsidie middels SDE++; Motie lid Oosterhout (Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 655) over het opdracht geven aan provincies, gemeenten en netbeheerders tot het opstellen van energiebeelden; Motie van leden Dassen en Kröger (Kamerstukken II 2025/26, 33043, nr. 126) over het meesturen van een beleidsplan voor de periode 2030-2040 met noodzakelijke stappen per sector; Motie van Lid Eerdmans, Kamerstukken II 2025/26, 29023, nr. 543 over het niet verstrekken van aanvullende middelen aan het Nationaal Burgerberaad Klimaat; Toezegging TZ202404-064: Tijdens het Commissiedebat Energieraad op 10 april 2024 is toegezegd aan de Kamer om in gesprek te gaan met de financiële sector over differentiatie tussen duurzame en niet-duurzame projecten.  Met de actualisatie van het NPE doet het kabinet de volgende moties en toezeggingen af: Motie van het lid Klaver C.S. (kamerstukken II, 23432 nr. 673) over een nationaal versnellingsplan voor energie-onafhankelijkheid; Motie van het lid Jumelet C.S. (kamerstukken II, 29023 nr. 677) over een openbare consultatie met het veld voor de actualisatie van het Nationaal Plan Energiesysteem; Motie van het lid Kröger C.S. (kamerstukken II, 82813 nr. 1484) over afbouwen van fossiele brandstoffen; Motie De Groot, Grinwis (kamerstukken II, 82813 nr. 1325) over gevolgen voor Nederland van de conclusies van COP28. Op verzoek van de Commissie voor Klimaat en Groene Groei 26 maart jl., zie: 2026D14033 Met het Meerjarenprogramma 2027 KEF doet het kabinet de volgende toezeggingen af, horende bij de Eerste Kamer behandeling van de Begrotingsstaat Klimaatfonds 2026 op 6 juli 2026: Toezegging T04232 over een transparantere verantwoording en inzicht in de middelen van het KEF en Toezegging T04233 om in het Meerjarenprogramma inzichtelijk te maken welke specifieke middelen uit het fonds bijdragen aan Europese samenwerking. Verder doet het kabinet de toezegging aan de Eerste Kamer met het nummer T03431 af over subsidiebeleid bij verplichte investeringen. Kamerstuk 33043-114 Deze fiscale compensatie is in het wetgevingsproces als voorwaarde gesteld voor de invoering van de bijmengverplichting groen gas per 2027. Deze invoeringsdatum is afhankelijk van de behandeling in beide Kamers. Als de bijmengverplichting pas per 2028 inwerking treedt, dan vindt er in 2027 geen fiscale compensatie plaats en zal dit budgettair worden gecorrigeerd in de VJN2027. Hierbij is gerekend met een maximale meerprijs van groen gas op basis van de buy-out prijs die energieleveranciers in 2027 moeten betalen als ze (deels) niet aan de bijmengverplichting kunnen voldoen. In werkelijkheid zullen de kosten voor de glastuinbouwsector naar verwachting iets lager liggen. Op bedrijfsniveau zal de hoogte van de compensatie verschillen doordat het belaste energieverbruik verschilt per verbruiker. Conform toezegging T007730 aan het lid Bontenbal tijdens het debat over de maatregelen die het kabinet neemt inzake de hoge energie- en brandstofprijzen van 22 april jl., heeft het kabinet gekeken of de envelop vervroegd kan worden naar 2027. Het kabinet heeft niet besloten om deze middelen naar voren te halen en doet daarmee de toezegging af. Kamerstukken II 2025-2026, 36800-XIV nr. 87. Rb. Den Haag 28 januari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:1344, ro. 12.2; Rb. Den Haag 18 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:5739, ro. 2.3. Directoraat-generaal Klimaat en Energie Ons kenmerk KGG_DGKE / 108332280 Directoraat-generaal Klimaat en Energie Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Ons kenmerk KGG_DGKE / 108332280 Bijlage(n) 13 > Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag De Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Prinses Irenestraat 6 2595 BD DEN HAAG Datum 15 september 2026 Betreft Aanbiedingsbrief Prinsjesdag Klimaat en Energie

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 53f96bd6bf19efeb

14 okt 2026 · ac7747f1e7602096

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.