Nieuw financieringsstelsel kinderopvang: koers houden
Brontekst
Versie 728c2ba0643ba1ee · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202631 322KinderopvangNr. 584 BRIEF VAN DE MINISTER VAN WERK EN PARTICIPATIE EN VANDE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 21 april 2026Kinderopvang draagt bij aan de best mogelijke start voor kinderen en hetstelt ouders in staat om werk met zorg te combineren. Zo draagt kwali-tatief goede, toegankelijke en betaalbare kinderopvang bij aan hetNederland van vandaag en het Nederland van morgen. Dat wordtmogelijk gemaakt door duizenden pedagogisch professionals die zichiedere dag inzetten voor onze kinderen.De financiering van kinderopvang heeft in het verleden tot groteproblemen geleid. Het toeslagenstelsel is twintig jaar geleden ingevoerd.Sindsdien zijn er zorgen over de onvermijdelijke onzekerheid dieonderdeel is van de toeslagensystematiek. Ouders ontvangen een hoog,onzeker voorschot om de zekere rekening voor de opvang te betalen. Dieonzekerheid heeft de toeslagenaffaire mogelijk gemaakt. Al meer dan tienjaar worden pogingen gedaan om de kinderopvangtoeslag af te schaffen,maar dat is tot op heden niet gelukt. Daardoor worden ouders tot op dedag van vandaag geconfronteerd met terugvorderingen. Dat moet anders.Daarom zet het kabinet de herziening van het financieringsstelsel door. Dehuidige toeslag aan ouders wordt per 1 januari 2029 vervangen door eensubsidie aan kinderopvangorganisaties en gastouderbureaus. Daarmeeschaffen we na jaren van discussie over toeslagen daadwerkelijk eentoeslag af. In het nieuwe stelsel lopen ouders geen risico meer opterugvorderingen en is het stelsel voor ouders eenvoudiger. Ook wordtkinderopvang voor de meeste ouders beter betaalbaar. Daarnaast kan hetnieuwe stelsel bijdragen aan een normverandering waarbij het normaalwordt dat kinderen naar de opvang gaan, wat goed is voor hun ontwik-keling. De doelen van de herziening bereiken we door de vijf funda-mentele keuzes uit het conceptwetsvoorstel:1.Inkomensonafhankelijkheid: de hoogte van de subsidie is onafhanke-lijk van het inkomen van ouders.2.Hoge overheidsbijdrage: de overheid vergoedt een groot deel van deopvangkosten voor alle werkende ouders. kst-31322-584ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5841 3.Directe financiering: de uitvoerder betaalt de vergoeding kinderop-vang rechtstreeks aan de kinderopvangorganisatie.4.Ouders niet verantwoordelijk voor wijzigingen: niet ouders, maarkinderopvangorganisaties zijn verantwoordelijk voor het doorgevenvan wijzigingen in de subsidiegegevens.5.Recht ouders vooraf vaststellen: oudervoorwaarden (waaronder dearbeidseis) worden getoetst voordat er subsidie wordt verstrekt enwijzigingen in de situatie van ouders hebben alleen gevolgen naar detoekomst toe.Er is breed politiek en maatschappelijk draagvlak voor de herziening enhet bereiken van eenvoud, zekerheid en betaalbaarheid voor ouders.Tegelijkertijd zijn er zorgen binnen een deel van de sector over devormgeving. Deze zorgen zien vooral op het feit dat kinderopvang in hetkader van Europese staatsteunregels een dienst van algemeen econo-misch belang wordt.Het kabinet hecht eraan om in samenwerking met sector en met breeddraagvlak het nieuwe stelsel in te voeren. Daarom heeft het kabinetveldpartijen uitgenodigd om voorstellen te doen tot verbetering van hetwetsvoorstel en gevraagd welke eventuele alternatieve vormgeving zijmogelijk achten. Deze voorstellen worden bij de verdere uitwerkingbetrokken.Eind vorig jaar is het conceptwetsvoorstel financiering kinderopvanggepubliceerd voor internetconsultatie. Daarmee zijn we dichterbij dan ooitom de kinderopvangtoeslag af te schaffen en het nieuwe stelsel in tevoeren. Het voorstel is het resultaat van een intensieve samenwerkingtussen beleid en uitvoering met input van de sector. Het streven is om hetconceptwetsvoorstel nog voor de zomer voor advies aan te bieden aan deRaad van State. Na advisering door de Raad van State biedt het kabinethet wetsvoorstel, inclusief het nader rapport, aan uw Kamer aan voorparlementaire behandeling. Daarmee zijn we op koers voor een nieuwfinancieringsstelsel per 1 januari 2029.1Invoering van een nieuw stelsel kan alleen als ook de uitvoering op ordeis. Daar is in het traject permanente aandacht voor. Zo is het stelsel-ontwerp in gelijkwaardige samenwerking tussen beleid en uitvoeringontwikkeld. Het kabinet heeft definitief besloten dat Dienst Toeslagen deuitvoerder wordt van het nieuwe financieringsstelsel. Dat is goed nieuws,want zo kan voortvarend worden doorgewerkt aan het ontwikkelen van deuitvoeringsprocessen en systemen. Beleid en uitvoering blijven samenverantwoordelijk voor de noodzakelijke doorontwikkeling. Die ontwik-keling vindt binnen en buiten de Rijksoverheid plaats en dat vraagt denodige afstemming. Dat gaat onder meer met de zogeheten Testen in depraktijk-benadering. In een vroeg stadium worden nieuw ontwikkeldefuncties en het stelsel als geheel in de praktijk getest. Door deze aanpakleren we of de uitvoeringsprocessen en bijbehorende systemen aansluitenbij de belevingswereld van gebruikers, zoals ouders en medewerkers vankinderopvangorganisaties en verkleinen we de ervaren administratieveverplichtingen. Ook identificeren we eerder kinderziektes en fouten enbeperken we de risico’s bij de overgang naar het nieuwe stelsel in 2029.De inzichten die deze praktijktesten opleveren worden ingezet om hetstelsel iteratief te verbeteren. Indien zwaarwegende uitkomsten daartoeaanleiding geven, kan dit ook tot voorstellen voor aanpassingen van dewet of lagere wet- en regelgeving leiden.1Hiermee geeft het kabinet invulling aan de motie Moorman (Kamerstukken II, 2025/26, 31 322,nr. 578).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5842 Zoals iedere grote beleidswijziging kent ook deze herziening niet alleenvoordelen. Door te kiezen voor eenvoud, zekerheid en betaalbaarheid voorouders neemt de vraag naar kinderopvang naar verwachting toe.Daardoor ontstaan extra risico’s voor de toegankelijkheid, met name doormogelijk stijgende prijzen en/of langere wachtlijsten. Dit kan met namegevolgen hebben voor ouders met een lager inkomen. Daarom bevat hetwetsvoorstel verschillende maatregelen, waaronder dat gemeenten meerruimte wordt gegeven om de eigen bijdrage te vergoeden. Het kabinetheeft hiervoor geld vrijgemaakt. Ook wordt het vergoedingspercentagesinds 2025 stapsgewijs verhoogd voor een geleidelijke ingroei naar hetnieuwe stelsel. Dit helpt de markt om zich aan te passen aan de toene-mende vraag en kunnen we het effect van de hogere vergoedingmonitoren. We bezien of er nog aanvullende maatregelen nodig zijn.Daarnaast blijft het kabinet samen met de sector aan de slag ompersoneelstekorten terug te dringen om het aanbod op peil te houden.Verder worden ouders in het nieuwe stelsel ontlast, waardoor we meervragen van kinderopvangorganisaties. Zo moet er worden voldaan aan deeerdergenoemde Europese staatsteunregels en ook de Nederlandsesubsidiewet- en regelgeving. Dat zorgt voor meer verantwoordingslast bijkinderopvangorganisaties. In de uitwerking van het nieuwe stelsel en deontwikkeling van de systemen proberen we zoveel mogelijk de adminis-tratieve lasten te beperken. Ook gaan we kinderopvangorganisatiesondersteunen om mee te groeien naar het nieuwe stelsel. Over deaandachtspunten blijft het kabinet in gesprek met de sector, gemeentenen andere betrokken partijen. Waar nodig en mogelijk worden binnen definanciële kaders aanpassingen gedaan om nadelen en risico’s zoveelmogelijk te beperken.Invoering per 1 januari 2029 vraagt veel van alle betrokkenen: eensuccesvolle afronding van het wetstraject, inrichting van de uitvoerings-processen, waarborgen voor toegankelijkheid en voldoende investeringendoor de sector om het aanbod op peil te houden. Dat laatste vraagtduidelijk overheidsbeleid, bijvoorbeeld over de stapsgewijze verhogingvan het vergoedingspercentage. Met het nieuwe stelsel maken we eeneinde aan de onzekerheid die onlosmakelijk is verbonden met dekinderopvangtoeslag. De nieuwe financiering betekent een eenvoudigstelsel met zekerheid voor ouders en voor veel ouders beter betaalbareopvang. Om dat per 2029 te bereiken, is koers houden het devies.De Minister van Werk en Participatie,A.A. AartsenDe Staatssecretaris van Financiën,E. EerenbergTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 31 322, nr. 5843
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.