KamerkringInloggen
Kamerbrief

Reactie op verzoek commissie over RIVM-rekenmodel voor oversterfte

9 feb 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie d678297932629cd0 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202625 295InfectieziektenbestrijdingNr. 2262 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 9 februari 2026De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft eenbrief ontvangen van S. over het RIVM-rekenmodel voor oversterfte. In deprocedurevergadering van 3 december 2025 heeft de commissie beslotengraag een reactie van mij op deze brief te ontvangen. Hierbij zend ik u deantwoorden op de vragen in de brief over het RVIM-rekenmodel vooroversterfte (Kamerstuk 25 295, nr. 2234).De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. Bruijn kst-25295-2262ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 295, nr. 22621 Antwoorden op de vragen in de brief «3-den; RVIM-rekenmodel vooroversterfte» (Kamerstuk 25 295, nr. 2234) (2025Z21394).Vraag 1Bent u bekend met het feit dat het RIVM geen signalering kan geven overhet optreden van langdurige oversterfte?Vraag 2Bent u bekend met het feit dat inmiddels ook het CBS deze signaleringniet meer kan geven?Antwoord vragen 1 en 2Het model dat het RIVM gebruikt voor het berekenen van de oversterfte iser primair op gericht om te bepalen of er sprake is van incidenteleoversterfte. Het is van belang te onderstrepen dat de wekelijkseoversterfte die het RIVM rapporteert, gebaseerd op wekelijks door CBSgerapporteerde sterfte-aantallen, slechts één van meerdere indicatoren isgerelateerd aan trends in sterfte. De oversterftemonitor wordt nietgebruikt voor lange termijn verwachtingen van sterfte. Andere indicatorenzoals de geschatte periode-levensverwachting, leeftijdsspecifiekesterftekansen en doodsoorzaken(trends), die het CBS publiceert, zijn ookbelangrijke indicatoren om trends in sterfte te monitoren.Vraag 3Het Kamerlid Thiadens heeft vragen gesteld over de zorgwekkendeoversterfte, met name bij vrouwen rond de 40 jaar die een oversterfte van30% hebben. De Minister heeft hierover geen signalen van het RIVMgehad. Deelt u alsnog de zorgen van Thiadens?Antwoord vraag 3Ik sta in contact met diverse organisaties als het gaat om ontwikkelingenin de sterftecijfers. Zo heeft het CBS in maart 2025 een rapport gepubli-ceerd over de doodsoorzaken trends tussen 2014 en 2024.1 Het CBSconcludeert in dit rapport onder andere dat de coronapandemie mogelijkheeft bijgedragen aan een verhoogde kwetsbaarheid voor het ontwikkelenvan hart- en vaatziekten, doordat de daling in het sterftecijfer met nameonder vrouwen werd onderbroken.Het CBS concludeert daarbij ook dat de analyses een beschrijvendkarakter hebben, geen verbanden tonen en dat daarnaast toekomstigedata nodig zijn om een beeld te krijgen van de trend, waarbij niet alleenhet eerste jaar na de coronapandemie wordt meegenomen, maar ook deontwikkelingen in de jaren daarna, voor een breder perspectief.Dergelijke rapporten houd ik vanzelfsprekend nauwlettend in de gaten endaarbij vertrouw ik op de expertise van zowel het CBS als het RIVM en deuit hun modellen volgende analyses en mogelijke signalen van uitzonder-lijke oversterfte.Het model waaruit deze statistiek voortkomt, maakt gebruik van de datatien jaren voor Covid-19, een periode die inmiddels ver achter ons ligt metgrote demografische verschillen. Het CBS heeft ook aangegeven bij hetstoppen van de monitoring van (over)sterfte eind 2023 dat de periode (vijfjaar voor Covid-19) waarop de monitor een beroep deed inmiddels te verachter ons ligt en daarmee geen solide basis vormt voor een statistischverantwoorde schatting.1https://www.cbs.nl/nl-nl/longread/statistische-trends/2025/trends-in-sterfte-en-doodsoorzaken-2014-2024?onepage=true#c-3--Aantal-overledenen--levensverwachting-en-gestandaardiseerde-sterfteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 295, nr. 22622 Concluderend deel ik op dit moment de zorgen van het voormalig lidThiadens dus niet. Indien noodzakelijk word ik geïnformeerd door deverantwoordelijke instanties over verdere ontwikkelingen van de trends inde sterftecijfers.Vraag 4Het RIVM suggereert dat er een ander rekenmodel noodzakelijk is voor hetvaststellen van aanhoudende oversterfte. Bent u bekend met ons voorstelom daartoe het begrip Normsterfte te introduceren?Antwoord vraag 4Ja, ik ben bekend met dit voorstel.Vraag 5Bent u bereid om dit Normsterfte model nader te onderzoeken?Antwoord vraag 5Het RIVM en CBS doen onafhankelijk onderzoek en het is dus niet aan mijom modellen nader te onderzoeken of hen daartoe aanwijzingen te geven.Het staat onderzoekers vrij om deel te nemen aan het wetenschappelijkedebat, bijvoorbeeld via peer reviewed publicaties. Onderdeel van peerreview is ook eventuele kritiek op de gebruikte methoden en techniekenvan onderzoek, inclusief de gebruikte modellen. Indien noodzakelijk wordik hierover vervolgens geïnformeerd door de verantwoordelijke instanties.In reactie op de motie van het lid De Korte van 27 maart 20252 heeft hetRIVM een reflectie op het rekenmodel voor oversterfte opgesteld. Dezereflectie is op 10 september 2025 met uw Kamer gedeeld. Het RIVM geeftin deze reflectie aan dat zij actief deelneemt aan internationale kennisuit-wisseling en methodologische verkenningen, onder meer binnen hetEuroMOMO-consortium. Er zijn zowel binnen EuroMOMO als bij het RIVMreeds trajecten in gang gezet gericht op het ontwikkelen en toetsen vanalternatieve of aanvullende modellen. Deze initiatieven kunnen op termijnmogelijk aanleiding geven tot aanpassing of verfijning van de huidigewerkwijze.2Kamerstukken II 2024/25 25 295, nr. 2222.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 25 295, nr. 22623

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · a93571982a7e0d8c

14 okt 2026 · ce6f08b2a303dd39

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.