Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
Brontekst
Versie 99c4a9caefb1dd8e · officiële bronGeachte voorzitter, Nederland staat voor een aantal grote uitdagingen, die vragen om breed gedragen oplossingen. Dat vraagt om het nemen van verantwoordelijkheid en een beweging vanuit het kabinet op drie belangrijke onderwerpen: ruimte bieden voor een akkoord tussen werkgevers en werknemers over de toekomst van het verdienvermogen en de sociale zekerheid, een definitieve oplossing voor box 3 en het versterken van de koopkracht door het meer laten lonen van werk. Om de economie te laten groeien en de sociale zekerheid toekomstbestendig te houden, moeten hervormingen van het kabinet op breed draagvlak onder werkgevers en werknemers kunnen rekenen. Om het verdienvermogen te versterken is het noodzakelijk dat we investeringen stimuleren. Ook is het belangrijk dat werken loont en de koopkracht wordt versterkt. Mede in het licht van de inbreng bij de Algemene Politieke Beschouwingen doet het kabinet op deze thema’s aanvullende voorstellen. Met deze stap vooruit zoekt het kabinet draagvlak zodat langetermijninvesteringen van de grond komen, resultaten kunnen worden geboekt en mensen kunnen vertrouwen op voorspelbaar beleid. In deze brief licht het kabinet deze voorstellen toe. Akkoord tussen werkgevers en werknemers Het sluiten van een akkoord tussen werkgevers en werknemers is hierin van groot belang, omdat het de stabiliteit en draagvlak van voorstellen verstevigt. Werkgevers hebben aangegeven zorgen te hebben over de toekomst van het verdienvermogen van de Nederlandse economie. Werknemers hebben zorgen over de toegankelijkheid van de sociale zekerheid. Het sluiten van een akkoord hierover tussen werkgevers en werknemers, juicht het kabinet toe, omdat het op beide onderwerpen het urgentiebesef met werkgevers en werknemers deelt. Hervormingen in de sociale zekerheid zijn nodig om er voor te zorgen dat voorzieningen ook voor toekomstige generaties beschikbaar blijven en om meer mensen aan het werk te krijgen. De instroom in de WIA is op dit moment zo hoog, dat deze regeling maatschappelijk ongewenste uitkomsten heeft. We zullen met zijn allen moeten hervormen: werken aan betere preventie en verkleining van de instroom in de WIA. Ook het systeem van van-werk-naar-werk begeleiding is onvoldoende. Het is simpelweg te moeilijk om je te blijven ontwikkelen gedurende je eigen loopbaan. Ondanks de krapte op de arbeidsmarkt, staan er te veel Nederlanders onnodig langs de kant, omdat hun vaardigheden onvoldoende aansluiten bij wat de arbeidsmarkt vraagt. Hierdoor wordt onze (productiviteits-)groei belemmerd en staat onze welvaart onder druk. Dit vraagt om hervormingen in het werkloosheidsregime. Werkgevers hebben aangegeven de loondoorbetalingsperiode van 2 jaar ter discussie te willen brengen. Werkgevers en werknemers delen het belang van een sterke economie en arbeidsmarkt en hebben aangegeven bereid te zijn om met hervormingsvoorstellen te komen, die ook tot een besparing kunnen leiden. Het kabinet wil ruimte maken voor het gesprek aan tafel vanuit een neutraal startpunt en haalt daarom conform de wens van werkgevers en werknemers de eerder voorgenomen hervormingen op de WW, tegemoetkoming arbeidsongeschikten en de WIA (IVA) van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Hiermee wil het kabinet uitvoering geven aan de inbreng van PRO[voetnoot 1], ChristenUnie, BBB en 50PLUS. Met deze stap vooruit biedt het kabinet een handreiking aan de werkgevers en werknemers, in de wetenschap dat dit het begin van het inhoudelijke debat over onze economie en arbeidsmarkt gaat worden en niet het eind. In afwachting van de uitkomsten van een sociaal akkoord, wordt de besparingsopgave op de Aanvullende Post prijsbijstelling geboekt. Hiervan zijn (nationale en internationale) veiligheid en infrastructuur uitgezonderd. Indien de hervormingen die volgen uit de gesprekken tussen werkgevers en werknemers niet voldoende opleveren, zal het kabinet in het voorjaar definitief bezien op welke wijze de besparingen gedekt worden binnen de uitgaven. Belastingplan/box 3 Het verdienvermogen van de Nederlandse economie vraagt om een manier van het belasten van vermogen die investeringen faciliteert. Daarom kiest het kabinet, mede op basis van voorstellen van onder andere JA21[voetnoot 2], BBB[voetnoot 3] en 50PLUS[voetnoot 4], nu voor de snelste route om via een novelle binnen box 3 zoveel mogelijk onder vermogenswinst te laten vallen. Hiermee geeft het kabinet gehoor aan de kritiek in beide Kamers ten aanzien van de vermogensaanwassystematiek en komt er duidelijkheid voor burgers in Nederland over het belasten van vermogen. Daarnaast wordt hiermee het investeringsklimaat versterkt. Als onderdeel van dit voorstel verlaagt het kabinet tijdelijk het tarief in box 2, mede conform motie 50PLUS[voetnoot 5] in de Eerste Kamer en inbreng JA21 en BBB. Dit stimuleert ondernemers om tegen een lager tarief vastzittend vermogen uit hun onderneming te halen. Koopkracht Een andere belangrijke wens die is geuit door uw Kamer, onder andere gesteund tijdens de APB door JA21, BBB, ChristenUnie, SGP, 50PLUS en VOLT[voetnoot 6] en eerder verzocht door PRO[voetnoot 7], is om werken meer te laten lonen en de koopkracht van mensen verder te versterken. Daarom maakt het kabinet extra middelen vrij om het koopkrachtpakket verder uit te breiden. Hierbij geeft het kabinet gehoor aan de wens, onder andere vanuit SGP en ChristenUnie, om deze extra lastenverlichting niet middels een verdere verhoging van de arbeidskorting te doen. In plaats daarvan kiest het kabinet voor het verhogen van de inkomensgrens voor het toptarief en daarmee ook het langzamer afbouwen van de algemene heffingskorting. Met dit extra koopkrachtpakket verbetert de koopkracht voor werkenden conform de brede wens van de Kamer. Hiervoor wordt de overdekking aan de lastenkant ingezet. De stap om zo snel mogelijk naar vermogenswinst binnen box 3 te gaan en de aanvullende koopkrachtmaatregelen gericht op werkenden komen bovenop de lastenverlichting die het kabinet naar aanleiding van gesprekken met oppositiefracties in de zomer al in het Belastingplan heeft verwerkt. Zo wordt voorgesteld om de accijns op benzine en diesel in 2027 en 2028 met in totaal 2,1 miljard euro te verlagen, conform voorstellen van JA21[voetnoot 8] en BBB[voetnoot 9]. Daarnaast verlaagt het kabinet de vliegbelasting, eveneens ter invulling van een voorstel van JA21[voetnoot 10]. In de Miljoenennota heeft het kabinet laten zien te kiezen voor lastenverlichting en lagere uitgaven en daarnaast aanvullend te bezuinigen op de overheid zelf. Ruimte voor ondernemerschap De keuze voor vermogenswinst binnen box 3 komt bovenop andere maatregelen naar aanleiding van gesprekken die het kabinet deze zomer gevoerd heeft en in het Belastingplan zijn verwerkt om ondernemerschap de ruimte te geven. Zo wordt in het Belastingplan innovatie binnen het mkb meer beloond. Mede op basis van een ingediend voorstel van de SGP[voetnoot 11] maakt het kabinet daarnaast geld vrij voor een fiscale investeringsreserve voor de agrarische sector. Verder heeft het kabinet op basis van moties van JA21, ChristenUnie en SGP[voetnoot 12] de vrachtwagenheffing en de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s tijdelijk verlaagd. Ook is, mede op basis van gevoerde gesprekken, besloten tot extra investeringen in de (regionale) infrastructuur. Daarnaast heeft BBB aandacht gevraagd voor specifieke infrastructuurprojecten. Daar zal het kabinet in de uitvoering oog voor houden. In de rest van deze brief worden de voorstellen van het kabinet nader toegelicht. Uitwerking box 3 Het kabinet kiest, mede naar aanleiding van de motie Eerdmans/Bikker[voetnoot 13] en als invulling van de motie-Vermeer[voetnoot 14] voor de snelste route om zoveel mogelijk vermogen onder vermogenswinst te laten vallen. Op het wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 wordt daarom een novelle ingediend. Hiermee wordt per 2028 de vermogenswinstbelasting uitgebreid naar alle financiële instrumenten (onder andere aandelen, obligaties en opties). Daardoor geldt voor het overgrote deel (circa 90%) van het vermogen met waardeontwikkeling in box 3 een vermogenswinstbelasting. In 2030 wordt de overstap gemaakt naar een volledige vermogenswinstbelasting voor de overige vermogensbestanddelen. In de uitwerking hiervan neemt het kabinet eveneens de motie Grinwis/Vermeer[voetnoot 15] mee, die verzoekt om een regeling voor landgoederen binnen de natuurschoonwet. Hierbij zal wel naar de uitvoerbaarheid worden gekeken. De dekking voor de verschillende voorstellen wordt gevonden binnen box 2 en 3. Tabel 1: budgettaire effecten uitbreiden vermogenswinstbelasting in 2028, volledig in 2030 en bijbehorende dekking op EMU-basis[voetnoot 16] In miljoenen euro's (+ is saldoverslechtering) 2026 2027 2028 2029 2030 2031 struc Vermogenswinstbelasting 3.018 3.108 2.399 1.960 100 Box 2: afbouwen excessief lenen (excl. eigen woning) -145 -557 -729 -979 -1.244 -14 Box 2: tijdelijk verlaging hoge tarief 2.225 148 -1.839 267 -2.783 -1.705 Box 3: verlagen heffingsvrij rendement -385 -556 -552 -547 -540 Box 3: verlagen heffingsvrij vermogen -396 -170 Box 3: verhoging forfait overige bezittingen -473 -203 Totaal (cumulatief 2026 t/m 2031: -136 mln) 2.225 -865 -135 2.090 -1.915 -1.536 -454 Ten behoeve van de dekking wordt binnen box 2 voor de duur van 4 jaar het tarief van de tweede schijf in box 2 met 1,8%-punt verlaagd naar 29,2% per 2027. Dit stimuleert ondernemers om tegen een lager tarief vastzittend vermogen uit hun onderneming te halen en heeft een positief effect op het EMU-saldo. Daarnaast wordt in een behoedzaam tempo de mogelijkheid voor excessief lenen afgebouwd tot €100.000 in vijf stappen van €80.000 per 2027. Leningen ten behoeve van de eigen woning worden hierin niet meegenomen. Binnen box 3 wordt per 2027 het heffingsvrij vermogen terug naar het niveau van 2020 (€30.846) gebracht. Per 2028 geldt een heffingsvrij resultaat van €1.000. Dit betekent bijvoorbeeld dat spaarders met een rente van 2% over de eerste €50.000 van hun vermogen geen belasting betalen. De resterende dekking wordt gevonden door het forfait voor overige bezittingen waaronder ook de huurinkomsten en voordelen uit eigen gebruik van onroerende zaken te verhogen met 1,5% punt in 2027. De route middels een novelle betekent een ambitieus tijdpad voor het wetgevingsproces, omdat de novelle voor 31 december aangenomen moet zijn in de Eerste Kamer. Dit vergt een spoedige wetsbehandeling in het parlement. Het kabinet is voornemens de Raad van State om spoedadvies te vragen. Wij verzoeken u dan ook de novelle mee te laten lopen in de plenaire behandeling van het Belastingplan. In het eerste jaar van invoering wordt een groot beroep op het doenvermogen van belastingplichtigen en de uitvoeringscapaciteit van de Belastingdienst gedaan, omdat banken tenminste in het eerste jaar geen gegevens kunnen aanleveren voor de vooraf ingevulde aangifte. Dit zal ook terugkomen in de uitvoeringstoets van de Belastingdienst. Het kabinet zal proberen de gevolgen van deze risico’s zoveel mogelijk te beperken en daarbij beroep doen op de inzet van alle betrokken partijen. Uitwerking koopkracht Om werken meer te laten lonen en de koopkracht van mensen aanvullend te versterken neemt het kabinet aanvullende koopkrachtmaatregelen. De verhoging van de arbeidskorting wordt €133 in plaats van €173 en de inkomensgrens waarboven het toptarief geldt, wordt verhoogd. Met dit voorstel valt het inkomen vanaf €80.578 in plaats van €78.426 in de derde schijf van de inkomstenbelasting. Hiermee verbetert de mediane koopkrachtontwikkeling van werkenden. Onderstaande tabel toont de koopkrachteffecten van het voorstel van het kabinet, exclusief macro-economische doorwerkingen. Tabel 2: Mediane koopkrachtontwikkeling 2027 Basispad MN 2027[voetnoot 17] Aangepast koopkrachtpakket Inkomensgroep 1e 20%- groep 0,2% 0,1% 2e 20%- groep 0,0% 0,0% 3e 20%- groep -0,1% -0,1% 4e 20%- groep -0,2% -0,1% 5e 20%- groep -0,2% -0,1% Inkomensbron Werkenden -0,2% -0,1% Uitkeringsgerechtigden -0,1% -0,1% Gepensioneerden 0,3% 0,3% Huishoudtype Tweeverdieners -0,1% -0,1% Alleenstaanden -0,1% -0,1% Alleenverdieners -0,1% -0,1% Kinderen Hh met kinderen -0,1% -0,1% Hh zonder kinderen -0,2% -0,1% Alle huishoudens -0,1% -0,1% Budgettair effect 2027 t.o.v. technische invulling (In mln. euro's, + is saldoverslechtering) 436 Uitwerking sociale zekerheid Om tot afspraken te komen met sociale partners over het verdienvermogen en hervormingen, haalt het kabinet de eerder voorgenomen hervormingen op de WW, tegemoetkoming arbeidsongeschikten en de WIA (IVA) van de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (zie tabel 3). Op deze manier kunnen de werkgevers en werknemers met het kabinet aan de slag om de benodigde hervormingen vorm te geven. In afwachting van de uitkomsten van een sociaal akkoord, wordt de besparingsopgave op de tranches prijsbijstelling tot en met 2031 excl. Defensie, JenV, Mobiliteitsfonds en Deltafonds geboekt (zie tabel 4). Dit laatste is ook in lijn met de motie van ChristenUnie en SGP[voetnoot 18]. Indien de hervormingen die volgen uit de gesprekken tussen werkgevers en werknemers niet voldoende opleveren, zal het kabinet in het voorjaar definitief bezien op welke wijze de besparingen gedekt worden binnen de uitgaven. Tabel 3. Wijzigingen op de begroting van Sociale Zaken en Werkgelegenheid In miljoenen euro's (+ is saldoverslechtering) 2027 2028 2029 2030 2031 WW-maatregelen -5 1.011 1.868 Afschaffen tegemoetkoming arbeidsongeschikten 315 320 324 IVA afschaffen -5 68 222 Totaal 305 1.399 2.414 Tabel 4. Wijzigingen op de Aanvullende Post prijsbijstelling In miljoenen euro's (+ is saldoverslechtering) 2027 2028 2029 2030 2031 Boeking op de Aanvullende Post prijsbijstelling -305 -1.399 -2.414 Niet-financiële wensen vanuit de oppositie In de gesprekken die het kabinet gevoerd heeft, zijn door meerdere partijen eveneens aandachtspunten geuit die toezien op niet-financiële onderwerpen. Zo is door o.a. JA21 aandacht gevraagd voor de grip op migratie en een verminderde instroom van asielmigranten. Het kabinet heeft eerder aangegeven aanvullend bereid te zijn alle juridische ruimte te benutten om de instroom van asielmigratie te beperken en voor de terugkeer van wie niet mag blijven. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor fatsoenlijke opvang en het sneller meedoen. Door o.a. Groep Markuszower is veiligheid genoemd. Verder heeft o.a. de BBB de wens aangegeven om te spreken over het stikstofpakket. Volt heeft aangegeven het gesprek te willen voeren over het belang van digitalisering en AI. En door 50PLUS is gevraagd om maatregelen op het gebied van de aanpak van zorgfraude. Tot slot hebben enkele partijen de wens neergelegd om te spreken over medisch-ethische vraagstukken. Het kabinet is bereid om over deze wensen bij de begrotingsbehandelingen met uw Kamer het gesprek aan te gaan. Tot slot Het kabinet doet de bovengenoemde voorstellen op de terreinen van box 3, koopkracht en sociale zekerheid na zorgvuldig geluisterd te hebben naar de wensen in uw Kamer. Het kabinet hoopt hiermee op breed draagvlak. Graag vervolgen wij met uw Kamer het gesprek over deze voorstellen tijdens de Algemene Financiële Beschouwingen. Hoogachtend, de Minister-President, R. Jetten de Minister van Financiën, E. Heinen de Staatssecretaris van Financiën, E. Eerenberg Kamerstukken II, 2025-2026, 36 800 XV, nr. 116 Kamerstukken II 2025-2026, 32 140, nr. 324 Kamerstukken II 2025-2026, 36 748, nr. 35 Kamerstukken I 2023-2024, 36 418, S Kamerstukken I 2025-2026, 36 748, L Kamerstukken II 2026-2027, 37 020, nr. 9 Kamerstukken II, 2025-2026, 32 140, nr. 296 Kamerstukken II 2025-2026, 36 800 XII, nr. 24 Kamerstukken II 2025-2026, 36 915, nr. 26 Kamerstukken II 2025-2026, 36 812 nr. 88 Kamerstukken II 2025-2026, 36 800 XIV, nr. 74 Kamerstukken II 2025-2026, 36 933, nr. 30 Kamerstukken II 2025-2026, 36 848, nr. 67 Kamerstukken II 2025-2026, 36 748, nr. 35 Kamerstukken II 2025-2026, 36 748, nr. 33 De effecten op het EMU-saldo wijken af van de lastenrelevante reeksen voor het inkomstenkader. Dit komt door gedragseffecten bij de box 2 maatregelen en doordat meerdere belastingen doorgaans op een later moment binnen komen. Zo wordt de aangifte voor de inkomstenbelasting voor 2026 pas in het voorjaar van 2027 gedaan. De budgettaire gevolgen zullen definitief in het inkomstenkader worden verwerkt in de Voorjaarsnota 2027. In het basispad is de medianentabel conform de Miljoenennota 2027 te vinden (ook te vinden in de SZW-begroting 2027). In de doorrekening van het voorstel is ook rekening gehouden met het aanhouden van het wetsvoorstel voor aanpassing van de kindregelingen per 2027. Kamerstukken II 2025-2026, 31 305, nr. 551 Ons kenmerk Ons kenmerk Pagina 2 van 2 Pagina 2 van 2 Korte Voorhout 7 2511 CW 'S-GRAVENHAGE POSTBUS 20201 2500 EE 'S-GRAVENHAGE www.rijksoverheid.nl/fin Ons kenmerk Uw brief (kenmerk) Bijlagen (geen) Korte Voorhout 7 2511 CW 'S-GRAVENHAGE POSTBUS 20201 2500 EE 'S-GRAVENHAGE www.rijksoverheid.nl/fin Ons kenmerk Uw brief (kenmerk) Bijlagen (geen) > Retouradres POSTBUS 20201 2500 EE 'S-GRAVENHAGE > Retouradres POSTBUS 20201 2500 EE 'S-GRAVENHAGE Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal Postbus 20018 2500 EA DEN HAAG Pagina 1 van 2 Pagina 1 van 2 Datum 29 september 2026 Betreft Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid Datum 29 september 2026 Betreft Voorstellen op box 3, koopkracht werkenden en sociale zekerheid
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.