Nationaal Isolatieoffensief en Energiehuis
Brontekst
Versie 91e433705abbe4ba · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 847Integrale visie op de woningmarkt30 196Duurzame ontwikkeling en beleidNr. 1490 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTE-LIJKE ORDENING Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juni 2026De afgelopen jaren hebben veel Nederlanders gemerkt hoe kwetsbaar wekunnen zijn voor stijgende energieprijzen. Een tochtige woning, koudemuren of een onbetaalbare rekening: het raakt mensen in hun porte-monnee en welzijn. Isoleren biedt hierbij uitkomst. Het verlaagt niet alleende energiekosten, maar zorgt ook voor meer grip op de energierekening,meer comfort en een gezonder thuis. Bovendien maakt een lagerenergieverbruik ons land minder afhankelijk van energie uit hetbuitenland.In het regeerakkoord hebben we daarom het Nationaal Isolatieoffensiefaangekondigd (hierna isolatieoffensief). Hiermee willen we meerwoningen sneller en efficiënter isoleren, zodat huishoudens minderkwetsbaar zijn voor de grilligheden van de energiemarkt. Ik roepgemeenten, isolatiebedrijven, banken, energieleveranciers, verhuurdersen ook woningeigenaren op om in een hoog tempo door te gaan met hetisoleren van huizen juist in deze tijden waarin energieprijzen onzeker zijn.In deze brief leg ik uit welke stappen we al hebben gezet binnen hetNationaal Isolatieprogramma (NIP, 2022) en hoe we met het isolatieof-fensief op korte termijn gaan versnellen. Zo geef ik invulling aan demoties van de leden Van Oosterhout, Kröger1, Grinwis en Steen2 en Klosc.s.3, die pleiten voor een grootschalige en ontzorgende aanpak.Een belangrijke rol in de nieuwe aanpak speelt het Energiehuis. Dit wordthet herkenbare en centrale punt waar bewoners en bedrijven terechtkunnen voor begrijpelijke en betrouwbare informatie, praktische onder-steuning en ontzorging. Het Energiehuis maakt verduurzaming straksmakkelijker én menselijker. Zo geef ik invulling aan de motie van de leden1Kamerstuk 32 847, nr. 1436 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen2Kamerstuk 32 847, nr. 1433 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen3Kamerstuk 29 023, nr. 699 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen kst-32847-1490ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14901 Erkens en Grinwis4 en de motie van Müller5 over één loket, de motie vande leden Verouden en Postma over de uitrol van het Energiehuis6 en detoezegging om hierover voor het zomerreces te rapporteren.7Het kabinet heeft met de voorjaarsnota € 300 miljoen uitgetrokken omwoningen versneld te isoleren. Deze inzet richt zich vooral ophuishoudens met lage inkomens die in slecht geïsoleerde woningenwonen. Dat gebeurt via subsidie aan verenigingen van eigenaars (SVVE),het Nationaal Warmtefonds en het Nationaal programma Leefbaarheid enVeiligheid (NPLV). Ook stelt het kabinet direct € 80 miljoen extrabeschikbaar voor extra inzet op energiearmoede waarvan 40 miljoen in2026. Specifiek voor de aanpak in de twintig gebieden van het NPLV is 15miljoen vrijgemaakt.Deze aanpak sluit aan bij de oproep van Natuur & Milieu8 en de adviezenvan de Sociaal Economische Raad: de energietransitie moet voor iedereenbereikbaar zijn, met extra aandacht voor groepen die meer ondersteuningnodig hebben.9Wat gebeurt er al om woningen te isoleren?Nationaal isolatieprogrammaSinds 2022 werken we met het NIP aan het ambitieuze doel om tot en met2030 in totaal 2,5 miljoen woningen te isoleren10 met een budget van ruim4 miljard euro. Hierbij richten we ons in de eerste plaats op de woningendie het meest dringend aan de beurt zijn. Dit zijn de slechtst geïsoleerdehuizen, waar de energierekening het hoogst is en het wooncomfort hetlaagst. Zo kunnen woningeigenaren zelf aan de slag met de beschikbaresubsidies (zoals de Investeringssubsidie Duurzame Energie en Energiebe-sparing; (ISDE)) en leningen van het Nationaal Warmtefonds en vinden zeinformatie en tools via verbeterjehuis.nl.Lokale aanpak NIP (koop en VvE)Maar voor sommige huishoudens is meer nodig om tot verduurzamings-stappen te komen. Juist de huishoudens die het hardst getroffen wordendoor hoge energiekosten, hebben extra financiële en praktische onder-steuning nodig. Hiervoor is de lokale aanpak via gemeenten ontwikkeldmet ondersteuning van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie(NPLW). Deze lokale aanpak richt zich op 750.000 eigenaar-bewoners enVerenigingen van Eigenaars (VvE’s) met slecht geïsoleerde woningen diede extra hulp nodig hebben om hun woning te isoleren. Hiervoor is deafgelopen jaren in totaal 1,6 miljard euro beschikbaar gesteld aan alle 342gemeenten. Deze financiële ondersteuning kunnen gemeenten inzettenvoor extra subsidies, begeleiding en ontzorging. Dit is extra, bovenop delandelijke subsidies als de ISDE, de SVVE en het Volkshuisvestingfonds. Insommige gemeenten kunnen de laagste inkomensgroepen hierdoor zelfs100% subsidie krijgen. Al deze subsidies voor bewoners kunnen gecombi-neerd worden met financiering van het Nationaal Warmtefonds, met 0%leningen voor huishoudens met een laag inkomen. VvE’s krijgen eenrentekorting. Appartementseigenaren met een laag inkomen hebben de4Kamerstuk 36 387, nr. 25 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen5Voorzienings- en leveringszekerheid energie | Tweede Kamer der Staten-Generaal6Kamerstuk II 2025/26, 31 239, nr. 436 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen7TZ202604-040 en Kamerstuk 32 847, nr. 14058Natuur & Milieu9Energie voor iedereen – Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van de gebouwdeomgeving10Duurzame ontwikkeling en beleid | Tweede Kamer der Staten-GeneraalTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14902 mogelijkheid via de VvE-ledenlening, om de stijgende VvE-bijdrage deelsop te vangen met een lening bij het Nationaal Warmtefonds. Op dezewijze kunnen ook huishoudens met een laag inkomen en VvE’s deverduurzaming financieren.Om gemeenten te ondersteunen is vorig jaar 9 miljoen euro uitgekeerdvia de Specifieke uitkering isolatieopgave Nationaal Programma LokaleWarmtetransitie (SpUk isolatieopgave NPLW). Daarmee wordt via de 30Regionale Energiestrategie regio’s praktische ondersteuning gebodendoor de regio coördinatoren.HuurwoningenHet NIP richt zich ook op het isoleren van 1 miljoen huurwoningen. Voorsociale huurwoningen zijn de Nationale prestatieafspraken gemaakt. Ditgaat om het verlagen van de warmtebehoefte van huurwoningen en hetuiterlijk in 2028 uitfaseren van de EFG energielabels11. Voor privatehuurwoningen zijn twee instrumenten beschikbaar: de SubsidieregelingVerduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH), waar nog € 114miljoen voor beschikbaar is, en het Ondersteuningspakket verduurzamingparticuliere verhuur. Daarnaast zorgen we met regelgeving ervoor dat per2029 alle huurwoningen minimaal energielabel D moeten zijn en is in hetRegeerprogramma aangekondigd dat in 2040 dit minimaal label B moetzijn.12Voortgang en uitdagingenDe inzet via het NIP heeft al veel huishoudens geholpen aan een betergeïsoleerde woning en een lagere energierekening. Zo lag het gemiddeldeaantal ISDE-aanvragen de afgelopen twee jaar boven de 200.000 per jaar,met een stijging van 97.000 in 2022 naar 212.000 in 2025. Ook bij hetNationaal Warmtefonds zien we een sterke groei: van 15.000 leningen in2022 naar 31.000 in 2025, waarbij de helft van de maatregelen isolatiebetreft. Voor VvE’s is het merendeel van de leningen bestemd voorisolatie, stijgen de SVVE-aanvragen van 558 in 2023 naar 673 in 2025 en isde stijging in beschikbaar gesteld budget fors (van 48 miljoen in 2023 naar179 miljoen in 2026).In de sociale huursector zijn de afgelopen jaren flinke stappen gezet: vancirca 247.000 woningen met energielabels EFG medio 2022, naar circa115.000 in 2025. Toch waren er in 2025 nog ongeveer 360.000 woningenmet een E, F of G-label, verdeeld over 115.000 corporatiewoningen en220.000 particuliere huurwoningen (exclusief monumenten). Voorcorporatiewoningen lopen we op schema om de EFG-labels uiterlijk in2028 uit te faseren en ook de warmtevraagreductie zoals afgesproken inde Nationale prestatieafspraken ligt op koers: in 2030 wordt een gemid-delde van 94 kWh/m_ verwacht.Voortgang lokale aanpak via gemeentenMet de lokale aanpak zijn dit jaar ruim 80.000 woningen aangepakt metéén of meerdere grote isolatiemaatregelen – een verviervoudiging tenopzichte van 2024, toen slechts 20.000 woningen via deze route werdengeïsoleerd. Als onderdeel van deze aanpak ontvangt een grote groephuishoudens ondersteuning en advies in het proces. Zo is er 120.000 keereen energieadvies afgegeven, 6.000 keer financieel advies gegeven en is11Kamerbrief over verduurzaming gebouwde omgeving | Rijksoverheid.nl12Met deze brief wordt ook invulling gegeven aan de toezegging van het lid Grinwis(TZ202604-156) inzake de aanpak ten aanzien van de corporatiewoningenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14903 13.000 keer ondersteund bij het aanvragen van landelijke subsidies. Meerdan 5.000 van de verbeterde woningen is aangepakt via doe-het-zelfisolatie.13UitdagingenOndanks deze inzet is er nog een flinke versnelling nodig om het doel van2,5 miljoen woningen van het NIP voor 2031 te behalen en blijven erstructurele uitdagingen bestaan die een gerichte aanpak vragen:1.Versnipperd en ondoorzichtig aanbod: huishoudens weten niet waarte beginnenEr is veel aanbod aan subsidies, leningen, adviezen en uitvoerders,maar dit is versnipperd, complex en onvoldoende op elkaar afge-stemd.14 Onderzoek laat zien dat de grootste uitdaging om tot actieover te gaan niet ligt in motivatie, maar in onzekerheid, complexiteiten gebrek aan overzicht.15 Twee derde van de inwoners geeft aanbehoefte te hebben aan hulp tijdens de verduurzamingsreis16, maarkunnen dit niet altijd vinden juist door die veelheid van informatie enmogelijkheden.2.Ongelijke voortgang tussen gemeentenSommige gemeenten lopen voorop in de lokale aanpak en hebben almeer dan de helft van hun isolatieopgave gerealiseerd. Anderegemeenten komen moeilijk op gang. Er valt dus nog veel te winnendoor de aanpakken die goed werken breder in te zetten, en gemeen-ten die dat nodig hebben meer begeleiding te bieden. Maar er spelenook nog praktische uitdagingen die opgelost moeten worden, zoalsfaillissementen van uitvoerders, vraagstukken over de uitvoering vande aanpak en het bereiken en activeren van de doelgroep.3.Kwetsbare groepen en wijken bereiken we onvoldoendeIn 2024 kampten 510.000 huishoudens (6,1%) met energiearmoede,en 1 miljoen huishoudens (12,9%) hebben risico op energiearmoedebij bijvoorbeeld stijgende energieprijzen. Deze groepen hebben vaakeen laag inkomen, hoge energiekosten en een woning van lageenergetische kwaliteit, wat hen extra kwetsbaar maakt voor prijsstij-gingen17. 75% van de huishoudens die te kampen heeft metenergiearmoede zit in de sociale huursector. Maar het probleem zitniet uitsluitend in de huur: van de huishoudens met een risico openergiearmoede woont 41% in een koopwoning. Vaak is verduurza-ming van hun woning niet een van hun prioriteiten. In NPLV-gebiedenwoont 15% van alle huishoudens met energiearmoede (75.000huishoudens) en is het percentage energiearmoede twee keer zohoog als landelijk (12% vs 6%)18. Ook VvE’s en particuliere huurdersblijven vaak achter, omdat zij afhankelijk zijn van anderen om stappente zetten. Ondanks dat voor deze groep soms volledige financiële enpraktische ondersteuning beschikbaar is bij het hele verduurzamings-traject, blijven ze moeilijk bereikbaar en weinig bereid om stappen tezetten.4.Gebrek aan gecoördineerde samenwerkingEr zijn veel losse initiatieven van overheden, marktpartijen en socialeorganisaties, maar te weinig afstemming. Hierdoor benutten wekansen niet optimaal, zoals collectieve inkoop of kennisdeling. Ook desamenwerking tussen partijen in de keten (bv. gemeenten, financiëleinstellingen, uitvoerders) verloopt niet altijd soepel, wat de verduur-13https://www.rvo.nl/subsidies-financiering/spuk-lokale-aanpak-isolatie/#resultaten14Bureau 7tien: op weg naar het Energiehuis15Monitor Energiehuis 202516I&O Ipsos: Op weg naar het Energiehuis17https://energiearmoede.tno.nl/18https://publications.tno.nl/publication/34646086/3Vr2p5Tk/TNO-2026-16773.pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14904 zaming niet alleen praktisch gezien vertraagt maar ook bevriezingveroorzaakt bij gebouweigenaren. Dat komt omdat ze niet meerweten wat goed is om te doen, bijvoorbeeld omdat ze tegenstrijdigeadviezen krijgen.5.Bescherming van diersoorten in relatie tot isolerenHet isoleren van woningen moet hand in hand gaan met de bescher-ming van diersoorten vanuit de EU-Habitat en vogelrichtlijn (Omge-vingswet). Hierbij gaat het om de gierzwaluw, de huismus en vooralvleermuizen die aanwezig zijn in bijvoorbeeld spouwmuren. Er geldtdan een vergunningplicht en in de meeste gevallen volgt ecologischonderzoek. Het Rijk en de stakeholders werken daarom al enige tijdaan oplossingen. In maart 2025 is de landelijke eDNA-regelingopgenomen in de Omgevingsregeling. Hiermee kan op een snelle eneffectieve manier de afwezigheid van een vleermuis wordenaangetoond. Wanneer vleermuizen afwezig zijn, kunnen woningeige-naren isoleren zonder maatregelen en vergunning. Bij een positievetest moeten zij eerst bij de provincie nagaan welk beleid geldt.Meestal is er dan sprake van een vergunningprocedure.Om meer handelingsperspectief te geven werkt het rijk, het IPO, deprovincies, de VNG, soortenorganisaties en de isolatiebranche aannieuwe oplossing. Dat is een landelijke, tijdelijke gedragscode zondervergunningplicht als overbrugging naar de Soorten ManagementPlannen (SMP’s).19 Deze gedragscode verwachten we in de tweedehelft van 2026 te kunnen consulteren. Hiermee geef ik invulling aande moties van Mooiman20, Van den Berg21, en Wijen-Nass22.Het Nationaal IsolatieoffensiefOm deze uitdagingen aan te pakken, is naast de gedragscode, op kortetermijn een gerichte aanpak nodig: het isolatieoffensief. Hiervoor is eengezamenlijke inspanning van veel partijen nodig. Met name voor dedoelgroepen die niet zelf makkelijk in beweging kunnen komen, is gerichtehulp van gemeenten en marktpartijen nodig. Daarom roep ik gemeenten,de financiële sector, uitvoerders, verhuurders en ook woningeigenaren opom door te zetten met isoleren, juist in deze tijden waarin energieprijzenonzeker zijn. Met het isolatieoffensief versnellen we op korte termijn deisolatieopgave flink en geven we de voortgang bij alle gemeenten eenstevige impuls. We zetten hierbij in op vier sporen, waarbij het gaat omhet aanbieden van betrouwbare en eenduidige informatie, het bundelenvan instrumenten, en het bieden van ondersteuning op maat, metvoorrang aan die huishoudens die dat het meest nodig hebben. Hetbredere Energiehuis speelt een centrale rol in de uitvoering van hetisolatieoffensief en voorziet ook in het lange termijn perspectief voorondersteuning bij verduurzaming voor alle doelgroepen en naast isolatieook op duurzame warmteoplossingen in gebouwen.Vier sporen van het isolatieoffensief:1.)Standaardisatie van en meer regie op de uitvoering2.)Intensivering energiearmoede aanpak via het NPLV3.)Intensivering samenwerking markt en overheid.4.)Het Energiehuis, het lange termijn perspectief en centraal punt voor deverduurzaming19Natuurvriendelijk Isoleren | Home | Volkshuisvesting Nederland20Kamerstuk 32847, nr. 1429 | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen,21Kamerstuk 29 023, nr. 69322Kamerstuk 32 847, nr. 1335Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14905 1.) Standaardisatie van en meer regie op de uitvoeringUit ervaringen uit de eerste jaren van de lokale aanpak blijkt welkeisolatieaanpakken succesvol zijn en hoe gemeenten die achterblijvenhiermee ondersteund kunnen worden. Deze lessen zijn de basis voor deinhoudelijke lijnen waarmee we de gemeenten die achterblijven kunnenhelpen. En die daarnaast ook van toegevoegde waarde kunnen zijn voorgemeenten die al wel op goed weg zijn met hun isolatieaanpak. Onder-staand zijn deze inhoudelijke lijnen beschreven, die via het NPLW wordengedeeld via hun website, via de regiocoördinatoren in de 30 RES-regio’sen op de Impulsdag All-electric & Isoleren op 23 september aanstaande.StandaardisatieOm de uitvoering van de isolatieaanpak te versnellen en effectiever hulpaan te bieden, zetten we in op standaardisatie. Veel gemeenten hebbenvoor de uitvoering van de lokale aanpak behoefte aan kennis over watwerkt, praktische hulpmiddelen en eenvoudige uitvoeringsprocessen.Daarom ontwikkelen we handreikingen met do’s en don’ts, standaard-formats voor aanbestedingen en meer uniforme inrichting van subsidiere-gelingen om uitzonderingen zoveel mogelijk te beperken.Door een gebrek aan standaardisatie in de lokale aanpakken kunnenkosten hoger zijn, arbeidsmarktkrapte toenemen en de uitvoering wordenvertraagd. Om de transitie te versnellen, is geïndustrialiseerde opschalingonontkoombaar. Het programma Verbouwstromen zet daarbij in opstandaardisatie van aanpakken met hun Meerjarige Collectieve Ontzorging(MCO) die ze uitvoeren bij tientallen gemeenten. Ook zal aandacht zijnvoor collectieve inkoopacties, zodat meer eigenaren ontzorgd worden,met zorgvuldig geselecteerde uitvoeringspartijen.Het Energiehuis kan dit op langere termijn borgen als regisseur in dezegestandaardiseerde aanpak, zodat inwoners en bedrijven eenvoudigtoegang krijgen tot informatie, ondersteuning en uitvoering.Communicatie offensiefEffectieve communicatie op korte termijn is essentieel om woningeige-naren te informeren over de hulp die er nu al voor hen beschikbaar is.Landelijke en lokale campagnes spelen hierin een belangrijke rol, maarook een actieve, deur aan deur aanpak is nodig voor deze doelgroep.Brieven alleen zijn onvoldoende om inwoners te bereiken en te activeren.Daarom bieden we white label materialen van de landelijke campagne enstimuleren we via de do’s en don’ts gemeenten om aanvullende commu-nicatiemiddelen in te zetten, waaronder persoonlijke benadering in de wijken actieve ondersteuning aan huis. Ook kennisdeling tussen uitvoerendepartijen en ontzorgers wordt versterkt, zodat inzichten over wat in depraktijk wel en niet werkt breed beschikbaar komen.Uitbreiding ondersteuning gemeentenAlle gemeenten worden ondersteund met praktische hulpmiddelen enexpertise om de uitvoering van hun isolatieaanpak te versterken.Regiocoördinatoren van het NPLW bieden daarnaast ondersteuning bij deinzet van beschikbare middelen en de inrichting van programma’s. Ook iseen rekentool gelanceerd23, die inzicht geeft in de financiële middelen diegemeenten voor de lokale aanpak nog beschikbaar hebben en hoe ze ditkunnen inzetten. Hier bleek grote behoefte aan bij gemeenten. Er komt23Rijksoverheid formulier | Rekentool SpUk Lokale Aanpak Isolatie – RekentoolTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14906 informatie over situaties waarin uitvoerende partijen of intermediairswegvallen door faillissement, zodat gemeenten beschikken over hande-lingsperspectieven om de voortgang van projecten te waarborgen.Versterkingsteam isolatieVoor gemeenten die meer gerichte ondersteuning nodig hebben om deisolatieaanpak van de grond te krijgen wordt een versterkingsteam isolatievormgegeven door het NPLW. Dit team zal gemeenten bij wie devoortgang het meest achterblijft actief benaderen en begeleiden. Hierbijmaken ze gebruik van de inzichten en de standaardisatie die in de vorigeparagraaf zijn benoemd. Er wordt ook een versnellingsaanpak vastgestelddie aansluit bij de knelpunten waar gemeenten tegenaan lopen.Voorbeelden zijn concrete hulp bieden bij het opstellen van subsidieveror-deningen en activatie van bewoners in de wijken. In het bijzonder gaat hethierbij om begrijpelijke communicatie, vertrouwen opbouwen, ontzorgingen persoonlijk contact. Daarnaast deelt het NPLW kennis over dekoplopergemeenten om te leren van elkaar en zo gebruik te maken vaninzichten uit de praktijk.Koppeling lokale aanpak isolatie en energiefixer en -coachesDe verbinding tussen de lokale isolatieaanpak en de inzet van middelenuit de specifieke uitkering Energiearmoede is van groot belang. Doorbeide aanpakken beter met elkaar te verbinden, kunnen bewonerseffectiever worden ondersteund. Met energiecoaches en energiefixersworden huishoudens vaak als eerste bereikt met kleine energiebespa-rende maatregelen, hierbij gaat het naast radiatorfolie en tochtstrips ookom maatregelen met nog meer effect zoals waterzijdig inregelen. Dezeeerste stappen vormen regelmatig de opmaat naar grotere investeringenin woningisolatie.2.) Energiearmoede aanpak in de NPLV-gebiedenIn het regeerakkoord is aangegeven dat via het NPLV de wijken met degrootste energiearmoede extra worden geholpen. Er zijn middelenvrijgemaakt in het regeerakkoord voor de aanpak van energiearmoede inde focusgebieden. Besluitvorming hierover moet nog plaatsvinden. Dekomende periode wordt in gezamenlijkheid met de gebieden bezien watde exacte opgave is en wat er nodig is. De verwachting is dat de TweedeKamer hierover in september geïnformeerd kan worden.Vooruitlopend hierop heeft het kabinet in de Kamerbrief over hetmaatregelenpakket Acties Weerbaarheid Energieschok van 20 april jl. al€ 15 miljoen vrijgemaakt voor het verminderen van de energiearmoede,verdeeld over de jaren 2026, 2027 en 2028. Deze middelen worden via despecifieke uitkering Energiearmoede toegekend aan de 19 gemeenten.Met de betreffende gemeenten is de afspraak gemaakt dat deze middelenook daadwerkelijk worden gealloceerd in de focusgebieden. De lokaleAlliantie van het betreffende gebied bepaalt dan in gezamenlijkheid overde inzet van deze middelen en is verantwoordelijk voor de sturing,uitvoering en monitoring daarvan. Zij kunnen hiervoor ook gebruik makenvan de inhoudelijke lijnen die zijn uitgewerkt om isolatieaanpakkensuccesvol in te zetten (zie onder 1).Met deze € 15 miljoen kan bijvoorbeeld extra worden ingezet op het incontact komen met en vertrouwen winnen van bewoners; de ervaring vanenergiehulporganisaties is dat hier vaak meerdere bezoeken voor nodigzijn. Het doel is om bewoners te ontzorgen bij de verduurzaming van deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14907 woning, waarbij met deze aanvullende middelen ook gekozen kan wordenom meerdere energiebesparende maatregelen in de woning te nemen.3.) Regie op de samenwerking met de financiële sector, anderepartijen in de koopketen en energiebedrijven, isolatiebedrijven,bouwpartijen en private verhuurdersEen succesvolle isolatieaanpak vraagt om nauwe samenwerking tussengemeenten, koepels, marktpartijen en lokale netwerken. Het sociaaldomein en lokale initiatieven en netwerken spelen een belangrijke rol bijhet bereiken en begeleiden van bewoners. Door deze partijen actief tebetrekken, kunnen meer huishoudens worden ondersteund bij het nemenvan isolatiemaatregelen.Ook financiële instellingen, energieleveranciers bouw- en installatiebe-drijven en adviseurs zijn van belang om bewoners te ondersteunen bij hetmaken van keuzes en het organiseren van financiering. Het opzetten vandeze samenwerkingen is een onderdeel van do’s en don’ts van de isolatieaanpakken. Door het gesprek hierover aan te gaan met VNG en NPLWover de belangrijke rol van lokale organisaties, geef ik invulling aan demotie van het lid Klos24.De samenwerking tussen partijen in de keten van de verduurzamingsreiswordt geborgd door alle professionals te laten aansluiten bij de dienstver-lening in het Energiehuis. Een goed voorbeeld is de intentieverklaring dietijdens de Provada (10 juni jl.) is getekend. Partijen in de koopketenkunnen een belangrijke rol spelen voor een (toekomstig) huiseigenaar water nodig is om een woning goed te isoleren, en welke financierings-mogelijkheden daarvoor beschikbaar zijn. Dit gaat onder andere ommakelaars, taxateurs, hypotheekadviseurs en -verstrekkers, energieadvi-seurs en de betrokken overheidspartijen. Een ander voorbeeld is hetontwikkelen van een softwareapplicatie die verschillende (isolatie)subsidies, zowel landelijk als lokaal, samenbrengt met financierings-vormen van het Nationaal Warmtefonds, Stimuleringsfonds Volkshuis-vesting (SVn) en hypotheekaanbieders.De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werkt aan hetNoodfonds Energie. Hiermee wil het kabinet de meest kwetsbarehuishoudens met een hoge energierekening ondersteunen. Het kabinetreserveert hiervoor € 193 miljoen, waarmee significant meer huishoudenskunnen worden ondersteund dan in voorgaande jaren. Uitgangspunt isdat alle huishoudens die aan de criteria voldoen en een aanvraag doen,daadwerkelijk een tegemoetkoming kunnen ontvangen. Verkend wordtmet betrokken partijen of het fonds een rol kan spelen bij het kunnenkoppelen van huishoudens aan hulp bij woningverduurzaming enenergiebesparing. Voor de zomer informeert de Minister van SocialeZaken en Werkgelegenheid de Kamer over de totstandkoming van hetNoodfonds Energie.Ook vinden er gesprekken plaats met zorgverzekeraars over de rol die zijbij verduurzaming kunnen spelen in het kader van de nieuwe City DealEnergiearmoede, Gezondheid en Verduurzaming. Hierin werken steden enRijk samen aan het creëren van innovatieve aanpakken waarbij huisartsenen andere professionals in de eerstelijnsgezondheidszorg een rol spelenin het bereiken van huishoudens in kwetsbare wijken en het versnellenvan de verduurzaming van hun woning. Huisartsen zien een tendens vangezondheidsklachten die deels terug te voeren zijn op een slechtbinnenklimaat en/of slechte isolatie van de woning. Pilots waarbij24Kamerstuk II 2025/26, 29023, nr. 607Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14908 energiecoaches en -fixers worden ingezet om «quick wins» te realiseren,zoals het aanbrengen van radiatorfolie, laten zien dat deze maatregelenkunnen bijdragen aan het terugdringen van medicijngebruik.25In de komende periode ga ik onderzoeken of we de isolatieaanpak verderkunnen versterken door het sluiten van convenanten met grote privateverhuurders, zoals de motie van de leden Grinwis en Steen verzoekt.4.) Het Energiehuis: het lange termijn perspectief en centraalpunt voor de verduurzamingWe introduceren het Energiehuis als centraal en herkenbaar punt voor deverduurzaming van de gebouwde omgeving. Het Energiehuis is meer danalleen isolatie en richt zich op alle doelgroepen – van woningeigenaren totmkb en maatschappelijk vastgoed – en voorziet in een lange termijnperspectief. De aanwezigheid van een langdurig, lokaal gericht en centraalEnergiehuis creëert vertrouwen. Het biedt een uniform en samenhangendgeheel van begrijpelijke informatie, ondersteuning en ontzorging, met alsdoel verduurzaming makkelijker en praktisch haalbaar te maken. Dat doenwe door iedereen (digitale) basisondersteuning te geven, aangevuld meteen lokale en doelgroepgerichte aanpak. Het Energiehuis is de Neder-landse invulling van de Europese richtlijn Energy Performance ofBuildings Directive (EPBD IV) die lidstaten uit Europa verplicht om eenzogenoemd one-stop-shop-systeem in te richten voor ondersteuning bijde verduurzaming van gebouwen.Hoe bouwen we het Energiehuis?Nationaal: een gestroomlijnde integrale basisvoorziening voor iedereenHet Energiehuis is een groeimodel waarin bestaande ondersteuningsin-strumenten stap-voor-stap aan elkaar gekoppeld worden, zodat uitvoeringdoor kan gaan én verbetering plaatsvindt. Het is niet de bedoeling om debestaande initiatieven op te heffen voor iets nieuws.In het Energiehuis staat de mensgerichte aanpak centraal. Denk hierbijaan een gestroomlijnde keten van betrouwbare informatie en onder-steuning bij alle stappen van verduurzaming die gebouwd is vanuit hetperspectief en de «klantreis» van de gebruiker. Dit sluit aan op alle fasenvan de verduurzamingsreis: van bewustwording en oriëntatie totuitvoering en nazorg.Om deze landelijke basisvoorziening te realiseren, zet het Rijk in op vijfpijlers:1.Voor de digitale basisvoorziening treedt de rijksoverheid op alsketenregisseur en draagt zorg voor een integrale, interactieve enlaagdrempelige digitale verduurzamingsreis. Hier krijgen eigenarenstapsgewijs inzicht in de verduurzaming van hun gebouw van huidigestaat tot aan de isolatiestandaard, of zero-emissie eis en directetoegang tot professionals voor advies en uitvoering. Concreet is diteen doorontwikkeling van het huidige platform www.verbeterje-huis.nl tot een passend systeem voor particulieren, onder anderedoor een sterk verbeterde rekenkern, de renovatieverkenner.26 Ookvoor utiliteitsbouw wordt aan een vergelijkbaar systeem gewerkt.25https://energy.nl/publications/energiehulp-waardevol-bij-energiearmoede/26De Renovatieverkenner is een rekenmodel voor woningverduurzaming dat wordt ontwikkelddoor een consortium van de Technische Universiteit Eindhoven, TNO en Woonconnect inopdracht van BZKTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 14909 2.Intermediairs, zoals taxateurs, EP-adviseurs en installateurs, wordenactief gekoppeld aan de digitale verduurzamingsreis van hetEnergiehuis. Hier starten we mee met spoor 3, maar gaat nog veelverder in het Energiehuis. Het doel is één gestroomlijnde verduurza-mingsreis voor de eindgebruiker, waar de relevante stakeholders opaangesloten zijn zonder dat de eindgebruiker last heeft van deverschillende bestaande systemen of instrumenten. Of het nu eenmakelaar, adviseur of installateur is die een aandeel levert, voor degebouweigenaar blijft het één reis.3.Kennisdeling: Samen met RVO en het NPLW wordt de Community ofPractice (CoP) voortgezet. Dit platform stimuleert de onderlingecommunicatie en het delen van praktijkervaring tussen gemeenten,ook voor VvE’s en utiliteitsbouw.4.Uniformering via de Handreiking Energiehuis: De handreiking biedtgemeenten en uitvoerders concrete handvatten, minimale kwaliteits-eisen en instrumenten. Een bijbehorend inspiratieboek bundeltbestaande praktijkvoorbeelden. De handreiking wordt regelmatigwaar nodig en minimaal tweejaarlijks herzien.5.Datagedreven monitoring: Om gericht bij te sturen, is een meerjarigemonitor (2025–2027) ingericht die het ondersteuningsaanbodkwantitatief in kaart brengt. De nulmeting uit 202527 leverde algeüniformeerde definities op en toonde aan dat websites bijna eenmiljoen mensen bereikten (exclusief 1,2 miljoen bezoekers opverbeterjehuis.nl) en fysieke loketten 65.000 bezoekers trokken. Demonitor laat zien dat het aanbod nu nog sterk gericht is op woningei-genaren. In 2026 volgt een vervolgmeting om trends te vergelijken.Personele ondersteuning en maatwerkNaast de landelijke, digitale basisvoorziening wordt lokaal personeleondersteuning georganiseerd. Deze bestaat uit een mix van procesbege-leiders, energiecoaches die maatwerkadvies geven, experts en energie-fixers die bij kwetsbare doelgroepen thuis verduurzamingsmaatregelenuitvoeren. Deze lokale inbedding is essentieel: het sociale kapitaal en debestaande netwerken in gemeenschappen blijken cruciaal voor het slagenvan de transitie. Veel van deze professionele ondersteuning is oorspron-kelijk opgetuigd met energiearmoede-middelen en wordt nu onder devlag van het Energiehuis doorgezet. Doordat alle professionals zijnaangesloten op de landelijke digitale infrastructuur, ontstaat een soepeleen integrale samenwerking tussen landelijke partijen en lokaal geworteldeorganisaties, zoals energiecoöperaties en energiefixteams.De inzet van de genoemde professionals is afhankelijk van de behoeftenvan de doelgroep:–Lokaal: Vooral kwetsbare huishoudens en inwoners met een lagerdoenvermogen hebben behoefte aan extra begeleiding en praktischehulp van bijvoorbeeld een energiefixer. Dit vraagt om maatwerk engericht advies en begeleiding die lokaal verankerd is.28 Lokaal, door ofvia gemeenten worden de meeste kwetsbare doelgroepen benaderd.Ook waar warmteplannen worden uitgevoerd en de aanwijsbevoegd-heid wordt ingezet om het gas af te sluiten is het logisch dat erproactieve en lokale ondersteuning is. Een goed voorbeeld vanvereenvoudiging is de pilot van het Nationaal Warmtefonds waarbij zijsubsidie voorschieten en de subsidieaanvraag regelen namens degenedie de lening aanvraagt.–Regionaal en centraal: Voor doelgroepen die sterk in mate verschillenper locatie. Denk hierbij aan de aanwezigheid van VvE’s in stedelijk27Monitor Energiehuis 202528TNO-onderzoek: Energiehulpen met lokale inbedding het meest effectiefTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 149010 gebied in vergelijking met landelijke gebied. Voor het maatschappelijkvastgoed en het mkb wordt voornamelijk op regionaal of centraalniveau ondersteuning geboden. Het huidige VvE-kenniscentrum is hiereen voorbeeld van, bestuurders of professionals kunnen daar terechtmet vragen over VvE-verduurzaming.Strategische communicatie die aansluit op perspectief van dedoelgroepenEffectieve communicatie is essentieel om mensen in beweging te krijgen.De communicatiestrategie rust op drie niveaus: landelijke publiekscam-pagnes voor herkenbaarheid, uniforme (white label) communicatiemid-delen voor doelgerichte activering via gemeenten en wijkgerichtecommunicatie op maat via lokale uitvoerders29. De optelsom van dezeonderdelen van de communicatiestrategie bepaalt het succes van hetEnergiehuis en het isolatieoffensief.Landelijk is in 2025 de publiekscampagne «Wie isoleert profiteert» actiefgeweest waarin woningeigenaren gewezen zijn op de voordelen vanisolatie- en ventilatiemaatregelen en de ondersteuning die gemeentengeven via energieloketten. Deze maand is de nieuwe meerjarige publieks-campagne «Is jouw huis klaar voor de toekomst?» gelanceerd. Ook hierbijbenadrukken we de voordelen van verduurzaming waaronder isoleren enhoe men hier zelf stap voor stap naar toe kan werken. Bij de campagnezijn er materialen beschikbaar voor gemeenten om aan te sluiten. Despecifieke communicatie vanuit het Energiehuis start in 2027, zodra deinrichting definitief is en alle rollen met betrokken partijen zijn afgestemd.Financiering, bestuurlijke samenwerking en procesinrichtingIn het Europese Sociaal Klimaatfonds is voor Nederland 720 miljoenbeschikbaar. Om hierop aanspraak te maken heeft het kabinet een SociaalKlimaatplan gemaakt. Vanuit BZK staan hierin twee maatregelen om hogeenergierekeningen tegen te gaan bij kwetsbare doelgroepen. Ten eersteenergiehulp door energiecoaches en -fixers vanuit het Energiehuis aankwetsbare huishoudens. Ten tweede een intensivering van het NationaalWarmtefonds. Het plan moet nog door de Europese Commissie goedge-keurd worden.Om de ontwikkeling van het Energiehuis in goede banen te leiden, richtenhet Rijk, de VNG en het IPO een gezamenlijke stuurgroep op. Samen metgemeenten en provincies werkt deze stuurgroep de komende periodenauwkeurig uit wat de gekozen aanpak concreet betekent per doelgroep.Omdat een constructieve samenwerking tussen alle partijen in deverduurzamingsreis cruciaal is, vraagt dit om heldere uitgangspunten eneen stevig fundament van objectieve data. Naast de overheden dragen optermijn ook marktpartijen en andere stakeholders bij aan het Energiehuis.Hun inbreng en betrokkenheid worden geborgd via gerichte, individuelegesprekken en een centrale klankbordgroep.Gefaseerde uitbreiding per doelgroepHet Energiehuis wordt via een groeimodel stapsgewijs opgebouwd enuitgebreid. In de eerste ontwikkelfase ligt de prioriteit bij het versterken enversnellen van de ondersteuning van kwetsbare huishoudens enindividuele woningeigenaren met bestaande instrumenten, waarbij debasis van het bestaande platform Verbeterjehuis.nl wordt benut. Vanaf29Onderzoek communicatie over de isolatiestandaard, Onderzoek vertrouwen en weerstand bijeen (hybride) warmtepompTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 149011 2027 wordt de dienstverlening stapsgewijs doorontwikkeld naar anderesegmenten, waaronder het maatschappelijk vastgoed en het mkb. In detussentijd bepalen overheden via welke specifieke instrumenten en opwelke logische momenten zij deze diverse doelgroepen de meestpassende ondersteuning kunnen bieden.Reactie op SER-rapport «Energie voor iedereen: Een mensgerichteaanpak voor verduurzaming van de gebouwde omgeving»Zoals in de inleiding gemeld heeft de SER het rapport «Energie vooriedereen: Een mensgerichte aanpak voor verduurzaming van degebouwde omgeving» geschreven. We spraken in het Kamerdebat van25 maart 2026 over dit breed gedragen en belangwekkende rapport en ikheb aangegeven hier per brief op te reflecteren30. Op 2 juni 2026 heb ikuitgebreid met de voorzitter van de SER gesproken over het rapport,onder andere over het belang van lokale energiehulporganisaties, hetNPLV, de rol van normering, het isolatieoffensief en de arbeidsmarkt.Binnen het isolatieoffensief en met het Energiehuis geven we zo goedmogelijk gehoor aan de volgende oproepen van de SER.De SER adviseert om een begrijpelijk verhaal te vertellen dat aansluit bijde belangen en zorgen van huishoudens en ondernemers. Devindbaarheid en toegankelijkheid van informatie en kennis moet wordenvergroot, lokale collectieve initiatieven voor verduurzaming in de wijkmoeten worden vergroot en versterkt. Ook is er aanpak nodig die aansluitbij de specifieke belangen en behoeften van de groepen die nu nietkunnen meekomen. Deze adviezen passen goed in lijn met het isolatieof-fensief en het Energiehuis.De SER adviseert ook om op korte termijn duidelijkheid te geven over deroute na 2030 richting 2050. De SER stelt dat beleidsmatig het pad van2030 tot 2050 (en daarna) nog nauwelijks is uitgewerkt. Zeer recent heeftNederland, in het kader van de Richtlijn energieprestatie van gebouwen(EPBD IV), de verduurzamingsopgave voor de gebouwde omgevingrichting 2050 concreet gemaakt en beschreven in het National BuildingRenovation Plan (NBRP). Het beleidsinstrumentarium en de financieringrichting 2040 en 2050 wordt daarin nog nader uitgewerkt.31 Verder wordteind dit jaar vanuit de EU een voorstel verwacht hoe invulling te gevenaan de doelen van 2040, zoals ook aangekondigd in het regeerakkoord.Daarmee wordt een belangrijke stap gezet om het pad richting 2040 enverder vorm te geven. Tot slot zal het Interdepartementaal Beleidson-derzoek (IBO) energietransitie van de woningvoorraad, dat dit najaarwordt opgeleverd, inzichten kunnen bieden in de keuzes die er zijn m.b.t.beleidsinstrumenten en financiering voor de lange termijn.De SER adviseert normerend beleid dat aansluit bij de praktijk vanhuishoudens en ondernemers. In het regeerakkoord is aangekondigd datwe hierin stappen gaan zetten. De uitfasering van EFG labels in dehuursector per 2029 en C en D in 2040 zijn hier goede voorbeelden van,maar ook de aangekondigde normering van slimme, hybride warmte-pompen per 2029.SlotMet het isolatieoffensief gaan we dit jaar al concreet aan de slag met hetversnellen van de uitvoering. De extra inzet in het isolatieoffensiefbaseren we op inzichten die zijn opgedaan afgelopen jaren. Van effectieve30T202604-04431Nationaal plan voor de renovatie van gebouwen | Home | Volkshuisvesting NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 149012 aanpakken en efficiënte organisatie, handvatten, duidelijkheid tot richtinggeven voor de verdere ontwikkeling. We zetten hiermee een belangrijkestap van leren en ontdekken, naar meer concluderen en toepassen. Ditzorgt voor efficiëntere uitvoering en het beter kunnen helpen van mensenmet verduurzaming en het beheersbaar houden van de energierekening.Door middel van het Energiehuis creëren we op de middel tot langeretermijn uniformiteit en meer overzicht voor de eindgebruiker en de marktmet een effectieve aanpak en eenduidige communicatie. Zo zetten webeter in op opschaling en standaardisatie met prioriteit daar waar deurgentie het hoogst is, zonder de succesvolle aanpakken die al ingezet zijnte doorkruizen. We pakken meer regie en werken hierbij samen metgemeenten in wijken en dorpen waar relatief veel slecht geïsoleerdewoningen nog niet aangepakt zijn. Samen met onder andere financiëlepartijen, lokale netwerken in de wijk en het sociaal domein zorgen weervoor dat mensen ondersteuning en begeleiding krijgen om echt stappenin de verduurzaming van hun huis te zetten. Het Energiehuis zorgt erdaarnaast voor dat we niet alleen woningeigenaren en VvE’s bereiken,maar ook het mkb en maatschappelijk vastgoed.De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,E. Boekholt-O’SullivanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 847, nr. 149013
Gerelateerde bronnen
- De minister komt voor de zomer met een brief over het advies van de SER over obstakels bij het verduurzamen van huizen of bedrijfspanden.
De minister komt voor de zomer met een brief over het advies van de SER over obstakels bij het verduurzamen van huizen of bedrijfspanden.
- Voor de zomer ontvangt de Kamer de uitwerking van het energiehuis, de uitgebreide variant van een energieloket.
Voor de zomer ontvangt de Kamer de uitwerking van het energiehuis, de uitgebreide variant van een energieloket.
- Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over de aanpak voor het Isolatie Offensief ten aanzien van de corporatiewoningen.
Voor de zomer ontvangt de Kamer een brief over de aanpak voor het Isolatie Offensief ten aanzien van de corporatiewoningen.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.