KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verzamelbrief CBR

20 aug 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie cacec1eb3fc0fbad · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202529 398Maatregelen verkeersveiligheidNr. 1182 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 20 augustus 2025Op 4 september 2025 vindt het commissiedebat Verkeersveiligheid(inclusief het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, hierna CBR)plaats. Op 2 juni 2025 heeft het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat(hierna IenW) de Tweede Kamer reeds geïnformeerd over de stand vanzaken van verschillende verkeersveiligheidsonderwerpen1. Met deze briefinformeert IenW u over de nog openstaande toezeggingen en moties eneen aantal onderwerpen inzake het CBR en het advies van «Rijles naarRijonderwijs»2.Rapportage CBR tweede kwartaal 2025 «examenafname» entussentijdse evaluatie tijdelijk schrappen van tussentijdse toetsNaar aanleiding van de toezegging gedaan in de Kamerbrief van 23 maart20213 ontvangt u de kwartaalrapportage «examenafname» tweedekwartaal 2025, inclusief de aanbiedingsbrief van het CBR (bijlagen 1 en 2).De rapportage biedt inzicht in de stand van zaken eind juni betreffende dereserveringstermijnen voor het praktijkexamen B, het slagingspercentagevoor het praktijkexamen B en de aantallen afgenomen praktijkexamens B.Deze kwartaalrapportage geeft ook de eerste effecten van het tijdelijkschrappen van de tussentijdse toets (TTT) op de reserveringstermijnenweer en wordt daarmee beschouwd als de tussenevaluatie waar het lidHeutink4 in het tweeminutendebat van 28 november 2024 om heeftverzocht. Deze toezegging is hiermee afgedaan. Daarnaast komt IenW metdeze tussenevaluatie tegemoet aan de motie van de leden Olger van Dijken Veltman5. In deze motie is ook verzocht om de tussentijdse toetsregionaal uiterlijk 1 juli weer te hervatten als de reserveringstermijn daar1Kamerstuk 29 398, nr. 1175.2Kamerstuk 29 398, nr. 1145.3Kamerstuk 29 398, nr. 909.4TZ202501-076.5Kamerstuk 29 398, nr. 1152. kst-29398-1182ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11821 voldoende is teruggedrongen en om een update van het Roemeradvies6.Op beide punten gaat IenW verderop in deze brief in. Daarmee beschouwtIenW deze motie als afgedaan.Daarnaast doet IenW hiermee de toezegging in de brief van 20 mei jl.7gestand over de CBR rapportage eerste kwartaal 2025, om u over detussentijdse evaluatie te informeren voorafgaand aan het commissiedebatVerkeersveiligheid (inclusief CBR) van 4 september.Impact tijdelijk afschaffen tussentijdse toets op reserveringstermijnenHet tijdelijk afschaffen van de tussentijdse toets is op 1 april 2025ingegaan om de reserveringstermijnen structureel omlaag te brengen. Hetstreven is dat het CBR op 1 april 2026 op het overgrote deel van deexamenlocaties conform de kpi van maximaal 7 weken presteert.Zoals in de brief van 20 mei jl. aangegeven, was er in het eerste kwartaalop vrijwel alle examenlocaties sprake van een daling van de reserverings-termijnen. Ondanks dat de maatregel pas op 1 april inging, was dezedaling al een effect van het tijdelijk schrappen van de TTT, doordat reedsgeplande toetsen na 31 maart jl. werden geannuleerd of omgeboekt naareen examen. Hierdoor ontstond er ruimte om nieuwe examens te plannenen namen de reserveringstermijnen af. Op 16 van de 54 locaties waren determijnen binnen de kpi van maximaal 7 weken. Wel waren er groteverschillen tussen locaties variërend van 1 tot 23 weken.Met deze maatregel heeft het CBR in het tweede kwartaal van 2025 intotaal ruim 21.000 meer examens kunnen afnemen dan in diezelfdeperiode in 2024. Het tweede kwartaal kenmerkt zich gebruikelijk door dehoogste vraag naar examens en veel feestdagen waarop geen examensworden gereden. Als gevolg daarvan is de daling iets afgevlakt. Daarnaastheeft het CBR ingezet op het beter verdelen van de capaciteit over delocaties, waardoor de verschillen tussen locaties onderling zijnafgenomen. Aan het einde van het tweede kwartaal zaten de reserverings-termijnen voor het eerste B-examen op alle locaties binnen eenbandbreedte van 6 tot 14 weken (tussen 1 en 23 weken in het eerstekwartaal). Het CBR heeft teruggekregen van rijscholen en kandidaten datzij deze daling herkennen. Daarnaast is een beperkt deel van de vrijge-komen capaciteit ook ingezet voor de specialisaties (brommer, motor enauto met aanhanger), waardoor ook hier de reserveringstermijnen voor deexamens zijn gedaald. Dit is door het CBR in samenspraak met debranchepartijen gebeurd en wordt door hen gewaardeerd.Voorlopig vasthouden aan landelijk schrappen TTTKomend half jaar wordt de impact van het tijdelijk schrappen van de TTTop de reserveringstermijnen nog duidelijker zichtbaar. Het CBR verwachtdat deze termijnen gestaag verder teruglopen. Het CBR gaat door met hettijdelijk inzetten van extra examinatoren uit rustigere gebieden op locatiesmet een hogere reserveringstermijn om de reserveringstermijn binnen deafgesproken kpi van 7 weken te brengen en de verschillen tussen locatiesverder te verkleinen.Hoewel op sommige locaties liggen de reserveringstermijnen weerbinnen de afgesproken kpi van 7 weken vallen, vindt het CBR het nog tevroeg om op die locaties de tussentijdse toets weer in te voeren. Door hetherinvoeren nemen de beschikbare slots binnen de afgesproken kpi af en6In 2021 heeft de heer Roemer op verzoek van IenW het advies «Van rijles naar rijonderwijs»opgesteld om de kwaliteit van de rijopleiding te verbeteren en de slagingspercentages teverhogen.7Kamerstuk 29 398, nr. 1174.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11822 deze eventuele overcapaciteit aan examinatoren is nodig voor locatieswaar de daling in de reserveringstermijnen nog achterloopt. Het CBR wilvoorkomen dat de eerste zichtbare verbeteringen teniet worden gedaandoor de toets lokaal overhaast terug in te voeren. Aan het einde van hettweede kwartaal 2025 komt het gemiddelde slagingspercentage uit op49,5%. In vergelijking met het slagingspercentage voor corona (50,4%) isdat een daling van minder dan 1 procentpunt en ligt daarmee binnen dedoor het CBR voorspelde bandbreedte van 0–2%. Zolang de gemiddeldeslagingspercentages voor het praktijkexamen B als gevolg van het tijdelijkniet aanbieden van de TTT geen grote negatieve afwijkingen laten zien,acht het CBR dit verantwoord.Daarnaast gaat het CBR door met andere maatregelen om de reserve-ringstermijnen terug te dringen. Voor het terugdringen van de reserve-ringstermijnen wordt sinds maart 2021 volop ingezet op overwerk, hetterughalen van gepensioneerde examinatoren, maar vooral het werven enopleiden van nieuwe examinatoren. Ondanks de krappe arbeidsmarkt zijner sinds maart 2021 inmiddels 223 nieuwe examinatoren bij gekomen. Inhet tweede kwartaal van 2025 kwamen er 20 examinatoren bij. Daarnaaststarten in september drie nieuwe klassen met de opleiding tot examinator.Wanneer een landelijk stabiel beeld in zicht komt kan de TTT (gefaseerd)terugkeren. IenW blijft hierover continu in gesprek met het CBR en derijschoolbranche. Na afloop van het derde kwartaal wordt in gezamen-lijkheid bekeken of het opstarten van de TTT op locaties waar de reserve-ringstermijnen structureel op orde zijn, mogelijk is. U wordt hierovernader geïnformeerd via de CBR-kwartaalrapportages over deexamenafname.Stand van zaken programma «Van Rijles naar Rijonderwijs»Het advies «Van Rijles naar Rijonderwijs» van de heer Roemer beoogt dekwaliteit van de rijopleiding, de examens, de rijinstructeurs en derijscholen – en daarmee het stelsel als geheel – aanzienlijk te verbeteren.Samen met het CBR, het Instituut voor Certificering en Examinering in deMobiliteitsbranche (IBKI) en de branche (de Koepel Rijopleiding enVerkeerseducatie (KRV), ANWB en BOVAG) wordt momenteel in hetprogramma Van Rijles naar Rijonderwijs (VRNR) uitwerking gegeven aande maatregelen uit het advies. Over de voortgang van het programmaVRNR is de Tweede Kamer meermaals geïnformeerd8.Voordelen voor goed presterende rijscholenDe Tweede Kamer heeft met een motie van de leden Olger van Dijk enVeltman9 het CBR verzocht om goed presterende rijscholen meer ruimtete geven bij het reserveren van examens en parallel hieraan de benodigdewijziging van regelgeving in gang te zetten om goed presterenderijscholen meer voorrang te geven. Het CBR heeft naar aanleiding van ditverzoek vier voorstellen uitgewerkt (bijlagen 3 en 4). Deze voorstellen zijnerop gericht om goed presterende rijscholen, met een hoog slagingsper-centage, te belonen en zo minder goed presterende rijscholen testimuleren om hun kwaliteit te verbeteren. Deze voorstellen zijn metvertegenwoordigers van de branche besproken (KRV, BOVAG en ANWB).Hieruit is gebleken dat de maatregelen: Eerder toegang tot initiëleexamencapaciteit voor beter presterende rijscholen en Kwaliteitskeurmerk«gouden rijschool» de voorkeur hebben en het meest kansrijk lijken.8Kamerstuk 29 398, nr. 1004; Kamerstuk 29 398, nr. 1059; Kamerstuk 29 398, nr. 1080; Kamerstuk29 398, nr. 1110; Kamerstuk 29 398, nr. 1139 en Kamerstuk 29 398, nr. 1175.9Kamerstuk 29 398, nr. 1154.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11823 Wanneer voor deze maatregelen aanpassing van wet- en regelgevingnodig is, duurt de implementatie langer. Met het CBR is afgesproken datzij samen met de branche eerst verder uitwerken hoe deze maatregelenuit te voeren zijn, alvorens mogelijk wordt overgegaan tot wijziging vanregelgeving. Hierover wordt u dit najaar geïnformeerd, waarna de motiewordt afgedaan.IenW ziet ook mogelijkheden binnen de vierde rijbewijsrichtlijn omrijscholen te stimuleren tot kwaliteitsverbetering. Dit is een Europeserichtlijn die in de komende drie jaar wordt geïmplementeerd. Dezemogelijkheden worden de komende tijd verder verkend. Ook blijft IenW ingesprek met het CBR, IBKI en de branche om andere initiatieven die dekwaliteit verhogen te blijven onderzoeken.Kwaliteitskeurmerk en andersoortige kwaliteitsregelingenTijdens het tweeminutendebat van 28 november 2024 is aan de TweedeKamer toegezegd om een voorstel te sturen over hoe de kwaliteit van derijscholen met een laag slagingspercentage (30% of lager) kan wordenverbeterd10. Onderdeel van deze toezegging was om een kwaliteits-keurmerk te onderzoeken als optie voor het verhogen van de kwaliteit vanrijscholen met een laag slagingspercentage. Ook kan een kwaliteits-keurmerk worden ingezet om goed presterende rijscholen te belonen.Eerdere initiatieven voor kwaliteitsverbetering rijonderwijsHet verbeteren van de kwaliteit van het rijonderwijs en het verhogen vande slagingspercentages is een breed gedragen wens die al lang speelt.Om dit te realiseren zijn naast een kwaliteitskeurmerk al verschillendeandere instrumenten aangedragen. Zo is er naar aanleiding van de motieSienot11 uit 2018 reeds onderzoek12 gedaan naar rijscholenregisters.Hieruit kwam naar voren dat middels het verplichtingsscenario voor eenrijscholenregister de meest positieve kwaliteitsimpuls wordt behaald. Indit rapport werd tevens benadrukt dat de kwaliteit van de rijopleider insamenhang moet worden bekeken met de opleiding en examinering vande leerling. In het advies «Van Rijles naar Rijonderwijs»13 is daarom ookgekozen voor een bredere aanpak dan alleen de invoering van eenrijscholenregister. Wel is een verplicht rijscholenregister opgenomen alséén van de maatregelen.In de kabinetsreactie14 op het advies «Van Rijles naar Rijonderwijs» isaangegeven dat verdere besluiten over het verplichte rijscholenregisterworden genomen als uit de evaluatie van het programma VRNR blijkt datnog meer maatregelen nodig zijn om de kwaliteit van de rijschoolbranchete verbeteren. Zoals benoemd krijgen de rijscholen – en dan met name derijinstructeurs – te maken met verschillende andere maatregelen waarinnieuwe verplichtingen en eisen ter verhoging van de kwaliteit zijnopgenomen. Er wordt op dit moment verwacht dat op deze manier debenodigde kwaliteitsimpuls wordt geborgd en er dus voorlopig geenrijscholenregister nodig is.10TZ202412-059.11Kamerstuk 34 182, nr. 26.12Kamerstuk 29 398, nr. 851.13Kamerstuk 29 398, nr. 917.14Kamerstuk 29 398, nr. 1004.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11824 Huidige mogelijkheden voor kwaliteitsregelingenHet is op korte termijn niet mogelijk voor het Rijk om een kwaliteitsre-geling in te stellen, omdat het toezien op de kwaliteit van rijscholennergens wettelijk is belegd. Het aanwijzen van deze taak vraagt nodigeaanpassingen in wet- en regelgeving. Met de huidige maatregelen dieworden uitgewerkt wordt al een grote kwaliteitsslag gemaakt voor derijschoolbranche. Het ligt voor de hand om op basis van deze wijzigingensamen met de branchepartijen te werken aan een kwaliteitsregeling.Rol van de rijschoolbrancheZelfregulering is in principe altijd het uitgangspunt van het rijksbeleid. Hetis dan ook de norm dat kwaliteitsregelingen worden geïnitieerd enuitgevoerd door de branche. In sommige gevallen wordt een kwaliteitsre-geling of de taak hiertoe op een later moment geformaliseerd door debranche of opgenomen in wetgeving door het Rijk. IenW denkt daaromdat een door de rijschoolbranche ontwikkelde kwaliteitsregeling op demiddellange termijn het meest veelbelovende instrument is om eisen testellen aan de kwaliteit van het rijonderwijs. Deze optie heeft bovendienals voordeel dat de invoering snel en gemakkelijk kan plaatsvinden, omdater geen sprake is van langdurige wet- en regelgevingsoperaties ofmarktverstorende ingrepen.Ervaringen uit het verleden laten zien dat een kwaliteitsregeling vanuit derijschoolbranche niet vanzelfsprekend is. Er wordt door de branche welhard gewerkt aan stappen om het rijonderwijs te verbeteren. IenWwaardeert en ondersteunt deze inzet. De organisatiegraad en professiona-liteit bepalen de mate van zelfregulering die mogelijk is. De branche heefthierin de laatste jaren grote stappen gezet maar geeft aan nog tijd nodigte hebben voordat het in staat is een eigen kwaliteitsregeling op te zetten.IenW heeft er alle vertrouwen in dat de branche hiertoe in staat is en ditde komende jaren zal realiseren. Deze toezegging wordt hiermee alsafgedaan beschouwd.Medische rijgeschiktheidVerbetering kwaliteit algemene rijbewijskeuringenIn de verzamelbrief verkeersveiligheid najaar 2024 is de Tweede Kamergeïnformeerd over het traject ter verbetering van de kwaliteit van dealgemene rijbewijskeuringen voor onder andere 75+ bestuurders enberoepschauffeurs. Het traject kent twee sporen: het opstellen van eenbeleidsregel door het CBR en de ontwikkeling van een kwaliteitskaderdoor de beroepsgroep. Met deze brief wordt de Tweede Kamer geïnfor-meerd over de stand van zaken binnen beide sporen.BeleidsregelHet CBR heeft een conceptbeleidsregel opgesteld waarin minimumeisenzijn vastgelegd voor keurend artsen. Deze eisen hebben onder meerbetrekking op de kwaliteit van de ingevulde vragenlijsten en keuringsver-slagen, en op de wijze waarop de keuring wordt uitgevoerd. Hierdoor ishet CBR beter in staat om op te treden tegen ondermaatse keuringen,bijvoorbeeld door het weigeren van onvolledige of onzorgvuldigopgestelde verslagen. Het CBR heeft deze beleidsregel in conceptafgerond en beoogt deze beleidsregel per 1 januari 2026 in werking telaten treden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11825 KwaliteitskaderHoewel het merendeel van de rijbewijskeuringen op zorgvuldige wijzewordt uitgevoerd, is er binnen de beroepsgroep behoefte aan meereenduidigheid en structurele borging van kwaliteit. Vanuit die ambitiehebben twee verenigingen van keurend artsen15, in samenwerking metervaren keuringsartsen, een kwaliteitskader ontwikkeld. Dit kader bevatheldere normen op het gebied van onder meer medische professionaliteit,communicatie met cliënten, minimale keuringsduur en keuringslocatie.Het hanteren van het kwaliteitskader kan niet worden verplicht, maar deberoepsgroep streeft naar brede toepassing, onder meer door dit kader optermijn te koppelen aan een kwaliteitskeurmerk waarmee artsen zichkunnen positioneren als aanbieders van kwalitatieve rijbewijskeuringen.Dit kader is breed geconsulteerd en wordt naar verwachting begin 2026ingevoerd door de verenigingen. De komst van een kwaliteitskaderbetekent een belangrijke stap richting transparantere, betrouwbaardere enbeter geborgde keuringen voor alle betrokkenen.Wijzigingen keuringseisen bij ASS, psychose en AD(H)DVolgend op de motie Joseph en Westerveld (Kamerstuk 24 170, nr. 318)heeft het ministerie onderzocht of de rijgeschiktheidseisen voor psychose,ASS en AD(H)D meer proportioneel kunnen worden ingericht. Naaraanleiding van de uitkomsten van dit onderzoek is de Tweede Kamer inmaart 2025 geïnformeerd over de voorgenomen wijzigingen in deRegeling eisen geschiktheid 2000 (REG2000). Hierdoor komt de rijgeschikt-heidskeuring voor mensen met autismespectrumstoornis (ASS) tevervallen16. Voor mensen die een psychose hebben doorgemaakt wordtde recidiefvrijetermijn17 gereduceerd van zes naar twee maanden, waarinbestuurders na het doormaken van een psychose als ongeschikt wordenaangemerkt.In dezelfde brief is aangekondigd dat het ministerie het CBR heeft verzochtom een aanvullend onderzoek naar een proportioneel ingerichte keuringvoor mensen met AD(H)D, waardoor alleen mensen met de grootseverkeersveiligheidsrisico’s worden gekeurd op de rijgeschiktheid18(bijlagen 5 en 6). Uit de verkenning van het CBR19 blijkt dat 99,6%20 van depersonen met uitsluitend AD(H)D bij de eerste beoordeling vollediggeschikt wordt verklaard. Slechts één persoon werd volledig ongeschiktbevonden op basis van AD(H)D. Daarmee is de huidige standaardmedische keuring voor deze groep disproportioneel en vormt eenonnodige belasting voor zowel burgers als medisch specialisten.IenW is aan de hand van deze nieuwe inzichten uit de verkenning van hetCBR voornemens om ook de rijgeschiktheidseisen voor mensen metAD(H)D in de REG2000 te laten vervallen. Het is volgens het CBRefficiënter om in één keer alle wijzigingen voor de drie aandoeningen(ASS, psychose en AD(H)D door te voeren. Daarom is IenW voornemensom per 1 april 2026 de aangepaste regeling voor alle drie de aandoe-ningen (ASS, psychose en AD(H)D) door te voeren. IenW en het CBR gaan15De Nederlandse Vereniging van Rijbewijskeuringsartsen (NVVR), de Vereniging van Keurings-artsen (VVK).16Kamerstukken 29 398, nr. 1171.17De recidiefvrijetermijn is de periode waarin geen nieuwe psychotische episode is opgetredenvoorafgaand aan de beoordeling van de rijgeschiktheid.18Verkenning Proportioneel vormgegeven keuring AD(H)D, CBR, 22 mei 2025.19Met consultatie van Prof. dr. J.J.S. Kooij, psychiater, expert op het gebied van AD(H)D bijvolwassenen en voorzitter van de richtlijncommissie van de Nederlandse Vereniging voorPsychiatrie (NVVP).20Cijfers over de periode 2023 tot en met 2024.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11826 in gesprek over de wijze waarop het CBR zo goed mogelijk kan anticiperenop bovengenoemde wijzigingen in de REG2000.Erkenning Belgische en Duitse trekker(T)-rijbewijs in NederlandPer 1 juli 2025 is de Regeling aanwijzing buitenlandse rijbewijzenLandbouw en Bosbouwtractoren (LBT)-voertuigen, Motorrijtuigen metBeperkte Snelheid (MMBS) en mobiele machines in werking getreden. Indeze regeling wordt onder andere bepaald dat door Duitsland afgegevenT-rijbewijzen en door België afgegeven G-rijbewijzen (het Belgischeequivalent van het Nederlandse T-rijbewijs) in Nederland worden erkend.Hierdoor mogen houders van deze rijbewijzen in Nederland voertuigenbesturen waarvoor een Nederlands T-rijbewijs vereist is. De regelingbevordert het Belgische en Duitse grensverkeer, bijvoorbeeld vooragrarische bedrijven die aan beide zijden van de grens grond bezitten.Ook regelt de regeling dat wanneer iemand uit België of Duitsland naarNederland verhuist en het rijbewijs omwisselt, diegene ook een Neder-lands T-rijbewijs krijgt indien er een Belgisch G-rijbewijs of een DuitsT-rijbewijs op het rijbewijs staat.In België hebben rijbewijshouders die zijn geboren voor 1 oktober 1982geen G-rijbewijs nodig voor het besturen van een landbouwvoertuig. Dezevrijstelling kon vanwege juridische systeemverschillen niet wordenovergenomen in de regeling, waardoor deze groep volgens de regelingniet in Nederland op een T-voertuig mag rijden. Om de nadelige effectenvoor deze groep te beperken heeft het Openbaar Ministerie (OM), insamenspraak met de ministeries in Nederland en België, besloten om hetbesturen van een T-voertuig in Nederland door deze groep tot 1 januari2026 te gedogen, onder de voorwaarde dat de bestuurder in het bezit isvan een geldig Belgisch B-rijbewijs. Het ministerie in België werkt aanmaatregelen om deze groep voor het einde van deze periode alsnog eenG-rijbewijs te laten behalen.Per 1 juli 2025 is er tevens een einde gekomen aan de tienjarigeovergangsperiode voor de invoering van het T-rijbewijs in Nederland. HetT-rijbewijs is in deze periode automatisch bijgeschreven bij de houdersvan een ouder Nederlands B-rijbewijs (afgegeven voor 1 juli 2015). Andererijbewijshouders moeten hiervoor het T-examen afleggen. Vanaf 1 juli ishet overgangsregime voor een rijbewijs B ten einde en is het besturen vaneen landbouwvoertuig, mobiele machine of MMBS alleen mogelijk indiende categorie T op het Nederlandse rijbewijs is vermeld.Onderzoek SWOV naar puntenrijbewijsTijdens het Commissiedebat Verkeersveiligheid van 11 februari jl.21 isaangegeven dat een puntenrijbewijs, een systeem waarbij bestuurdersstrafpunten kunnen krijgen voor verkeersovertredingen, een mogelijkheidis om veelplegers in het verkeer aan te pakken. SWOV doet onderzoeknaar de mogelijke invoering van een puntenrijbewijs, om te bezien hoe enof een grootschaliger puntensysteem ook in Nederland mogelijk is. Hierbijworden puntensystemen uit verschillende landen vergeleken en toegepastop de Nederlandse situatie. Dit onderzoek is in een afrondende fase. Uwordt over de resultaten van dit onderzoek in het najaar geïnformeerd.21Kamerstukken 29 398, nr. 1170.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11827 Toezeggingen tijdens het mondelinge vragenuurtje van 1 juli jl.:Opvolging van mededelingenproces en test door politie op drugsbij festivalterreinenTijdens het mondelinge vragenuurtje van 1 juli 2025 is aangegeven datelke mededeling die de politie doet bij het CBR daadwerkelijk opvolgingkrijgt, met daarbij de toezegging om hier verdere informatie over teverschaffen. IenW kan nogmaals bevestigen dat het CBR iederemededeling van de politie op zorgvuldige wijze afhandelt. Na ontvangstbeoordeelt het CBR de mededeling op basis van de criteria die zijnvastgelegd in de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid2001. Indien de in de mededeling opgenomen feiten voldoen aan decriteria, volgt er een besluit tot het opleggen een educatieve maatregel ofeen onderzoek naar de rijgeschiktheid of rijvaardigheid.In 2024 heeft de politie 30.540 mededelingen aan het CBR uitgebracht. In17.443 gevallen werd vervolgens een educatieve maatregel opgelegd. In7.469 gevallen werd een onderzoek naar de rijgeschiktheid of rijvaar-digheid opgelegd. Voor een groot deel van de overgebleven gevallen golddat de mededeling onvoldoende informatie bevatte of dat de feiten nietvoldeden aan de criteria. In die gevallen kan het CBR géén maatregel ofonderzoek opleggen. Deze gevallen worden geregistreerd als«mededeling onvoldoende». Het resterende deel van de mededelingen uit2024 krijgt pas in 2025 opvolging.Ook is toegezegd om na te vragen of de politie inzet voor het testen opdrugs bij festivalterreinen gebeurt volgens een hotspot-benadering en dusrisicogestuurd. IenW kan bevestigen dat dit veelal de werkwijze is van depolitie.Betekenen van ongeldige rijbewijzen door het CBRIn de Kamerbrief van 22 november 202422 is de Tweede Kamer geïnfor-meerd over de succesvolle uitkomsten van de proef met het in persoonbetekenen van een schorsing of ongeldigverklaring van het rijbewijs doorhet CBR. Dit houdt in dat de betrokken rijbewijshouders via de persoon-lijke uitreiking van een brief op het huisadres door de InterdepartementalePost- en Koeriersdienst (IPKD) op de hoogte worden gesteld van deongeldigheid van het rijbewijs. Het OM is hierdoor aanzienlijk succesvollerin het realiseren van een veroordeling van de «doorrijders» die ondankshet ongeldige rijbewijs de weg op blijven gaan. Het CBR heeft in eenuitvoeringstoets onderzocht of de kosten van betekenen via de tariefsyste-matiek ten laste van de betrokken doelgroep kunnen worden gebracht.Naar aanleiding van de positieve uitkomsten hiervan is, in overleg met hetMinisterie van JenV en het OM, besloten om betekenen op deze basisdefinitief te continueren. Aan het CBR is gevraagd om het voorkeurssce-nario van de uitvoeringstoets te implementeren, wat neerkomt op hetdoorbelasten van de kosten van betekenen aan alle rijbewijshouders ineen maatregel- of onderzoekstraject. Het CBR doorloopt op dit moment denoodzakelijke voorbereidingsprocedure voor de implementatie hiervan ende aanpassing van de tarieven per 1 januari 2026. De tarieven 2026worden, zoals gebruikelijk, op de website van het CBR en in deStaatscourant gepubliceerd.Tot slotEr is afgelopen jaar veel gedaan om de verkeersveiligheid verder teverbeteren. IenW blijft samen met het CBR en de rijschoolbranche werken22Kamerstukken 29 398, nr. 1135.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11828 aan de verbetering van de kwaliteit van het rijonderwijs en om hetbehalen en behouden van een rijbewijs zo toegankelijk en veilig mogelijkin te richten.De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,R. TiemanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 29 398, nr. 11829

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d70bf25e12c4f1f4

14 okt 2026 · f26a069251f3d530

13 okt 2026 · bd5ba74822078ea1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.