KamerkringInloggen
Kamerbrief

Circulair textiel

25 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 903273b6f70e0c36 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 852GrondstoffenvoorzieningszekerheidNr. 394 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR ENWATERSTAAT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 november 2025Een circulaire textielketen is van belang voor een schonere toekomst eneen veerkrachtige economie, waarin we slim omgaan met kostbaregrondstoffen. Eind 2024 is het beleidsprogramma circulair textiel2025–2030 gepresenteerd en onlangs verscheen de actualisatie van hetNationaal Programma Circulaire Economie.1 Met deze brief informeer ikde Kamer over de voortgang op het vlak van circulair textiel aan de handvan de doelen uit het beleidsprogramma. Ook geef ik uitvoering aanenkele moties en toezeggingen.21. Ontwikkelingen textielbeleid en Textielmonitor 2023 Het afgelopen jaar zijn er belangrijke stappen gezet op het gebied vancirculair textiel. Het nieuwe beleidsprogramma stelt concrete doelstel-lingen voor een volledig circulaire textielsector in 2050. Er wordenverschillende maatregelen genomen om circulariteit in de keten tebevorderen, door het uitwerken van producteisen voor textiel onder deEuropese Ecodesign voor Duurzame Producten Verordening (ESPR) enecomodulatie onder de nationale uitgebreide producentenverantwoorde-lijkheid (UPV) textiel. Met ecomodulatie worden financiële prikkelsingebouwd in een UPV-systeem die producenten stimuleren tot het makenvan duurzamere producten. Ook wordt de UPV textiel uitgebreid voor deinzameling van schoenen. Tot slot is de wel/niet lijst voor textielinza-meling vernieuwd.3 Hierdoor wordt het makkelijker voor mensen om1Kamerstukken II 2024/25, 32 852, nr. 321Kamerstukken II 2025/26, 32 852, nr. 3922Motie Buijsse c.s. Kamerstukken II 2025/26, 32 852, nr. 382Motie van Esch c.s. Kamerstukken II 2024/25, 36 254, nr. 16Motie Stoffer c.s. Kamerstukken II 2024/25, 32 852, nr. 372Motie Teunissen c.s. Kamerstukken II 2024/25, 32 852, nr. 3663Nieuwe landelijke wel/niet-lijst moet textielinzameling verbeteren kst-32852-394ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3941 textielafval goed te scheiden en zo hergebruik en hoogwaardige recyclingbeter mogelijk te maken.Toch zien we ook een aantal zorgelijke ontwikkelingen dat het bevorderenvan circulariteit in de textielsector bemoeilijkt. Het aandeel goedkope(ultra) fast fashion producten in de markt is enorm toegenomen en wordtgestuwd door e-commerce bedrijven van buiten de EU, waar lageremilieunormen gelden. De aanhoudende stroom aan laagwaardig textielondermijnt een gelijk speelveld voor Europese bedrijven en zorgt vooruitdagingen in de tweedehands markt en bij het sorteren en recyclen vantextiel. Door de trendgevoeligheid van deze producten komt er ook inhoog tempo steeds meer textielafval bij, in een sector waar al beperktsprake is van een afzetmarkt voor recyclaat. De textielverwerkingssectorstaat hierdoor onder grote druk. De cijfers uit de meest recente textielmo-nitor hieronder weerspiegelen deze ontwikkelingen. Het is daarom positiefdat de sector het initiatief heeft genomen om een «Textieltafel» op terichten om gezamenlijk te komen tot oplossingen voor de problemen inde inzamel-, sorteer- en recyclingketen. IenW neemt hieraan deel enlevert ondersteuning, waarmee uitvoering wordt gegeven aan de motieBuijsse c.s.4Textielmonitor beleidsprogramma 2023Zoals in voorgaande jaren ontvangt de Kamer met deze brief ook demonitor van de doelen uit het beleidsprogramma. De monitor laat zien dater grote kansen liggen op het vlak van circulair textiel. Tegelijk zorgt degroeiende productie en consumptie van kleding en schoenen ervoor dater meer textiel op de markt komt en dat zet de ambities onder druk.In plaats van een daling, zien we dat het aantal nieuw gekochte kleding-stukken in 2023 is gestegen van 60,4 naar 61,8 stuks per persoon per jaar.Het aandeel duurzaam en gerecycled materiaal in nieuwe artikelen is12,1 procent. Met een doelstelling van minimaal 50 procent in 2030 is ernog veel winst te behalen. In 2023 is het aandeel tweedehands textielweliswaar gestegen tot 10,5 procent, maar er is nog een weg te gaan omde doelstelling van 25 procent in 2030 te bereiken. Deze groei wordtvooral gestimuleerd door online tweedehands platforms, maar zal slechtsbeperkt toenemen zolang er veel nieuwe kleding wordt verkocht. Ookgroeit het aantal reparaties maar beperkt. De lage prijs van nieuwe kledingen hoge reparatiekosten blijven belemmeringen voor mensen om kledingte laten repareren.De hoeveelheid textielafval per persoon lag met 11,6 kilogram nog bovende doelstelling van maximaal 10 kilogram in 2030. Tegelijkertijd is hettotale textielafval tussen 2018 en 2023 aanzienlijk gedaald, van 300 naar200 kiloton. Deze daling is vooral te danken aan een toename in herge-bruik en de groei van de tweedehandsmarkt, waardoor er minder textielwordt weggegooid. Veranderingen in koop- en draaggedrag hebbenhierbij maar een beperkte impact.2. Europees beleid De complexe internationale textielketen vraagt om heldere afspraken enintensieve samenwerking op Europees niveau. Nederland spant zich invoor ambitieuze Europese regels om te komen tot de nodige systeemver-andering in de textielketen. Hieronder volgen de belangrijkste maatre-gelen.4Kamerstukken II 2025/26, 32 852, nr. 382Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3942 Ecodesign voor Duurzame Producten Verordening (ESPR): producteisenvoor textielOp 18 juli 2024 is de Ecodesignverordening voor Duurzame Producten(ESPR) officieel in werking getreden. Deze kaderverordening maakt hetmogelijk producteisen te stellen aan de kwaliteit, duurzaamheid enrecyclebaarheid. Producten die hier niet aan voldoen worden geweerd vande Europese markt. De Europese Commissie werkt momenteel aan deinhoudelijke eisen voor textiel en komt naar verwachting in 2027 met eenvoorstel. Nederland bepleit onder andere een verplicht en ambitieusrecyclaataandeel om de markt voor gerecycled textiel aan te jagen encirculariteit te versterken. Onder de ESPR wordt het vanaf 19 juli 2026verboden voor grote bedrijven om onverkochte textiel en schoenen tevernietigen. Voor middelgrote bedrijven geldt dit verbod vanaf 19 juli2030. Het verbod moet verspilling tegengaan, bedrijven stimuleren vraagen aanbod beter af te stemmen en overproductie voorkomen.Herziening van de Kaderrichtlijn afvalstoffen (Kra): belonen van circulairekeuzesIn september dit jaar is de Europese herziening van de Kaderrichtlijnafvalstoffen (Kra) aangenomen. De herziening zorgt voor een gelijkspeelveld in Europa, omdat hiermee alle Europese lidstaten verplichtworden om een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voortextiel in te voeren. Nederland heeft al sinds 2023 een UPV voor textiel.Alle wijzigingen worden in de zomer van 2027 nationaal ingevoerd onderde UPV textiel en treden dan uiterlijk in het voorjaar van 2028 in werking.Zo worden schoenen toegevoegd aan de UPV textiel, komen er uitge-breidere informatie-eisen over hergebruik, reparatie en milieu-impact vanproducten en worden er eisen gesteld aan de sortering van afgedankttextiel. Producenten zullen ook moeten rapporteren over hoeveeltweedehands textiel en textielafval zij exporteren.Een andere belangrijke aanpassing is het verplichten van producenten omecomodulatie toe te passen op basis van de inhoudelijke eisen die onderde ESPR worden uitgewerkt. Dit houdt in dat de bijdragen die produ-centen betalen aan de uitvoering van de UPV gedifferentieerd worden opbasis van verschillende circulaire criteria. Er kunnen bijvoorbeeld eisengesteld worden aan de levensduur van producten of een verplichtpercentage recyclaat. Een producent die producten op de markt brengt dielang meegaan, hoeft dan minder bij te dragen dan een producent dieproducten verkoopt van lage kwaliteit. Met ecomodulatie wordt circulairgedrag beloond en worden producenten gestimuleerd om circulairekeuzes te maken bij het ontwerp van hun producten.E-commerce handling fee: meer controle op de instroomDe aankoop van allerlei producten, waaronder kleding, gebeurt steedsvaker online. In 2024 kwamen er via Nederland 1,1 miljard producten deEuropese Unie in. In circa 30 procent van de instroom van kleinepakketten via Nederland gaat het om kledingstukken die worden verkochtvia niet-Europese e-commerce platforms. Handhavingsautoriteiten enmarktpartijen, waaronder Nederlandse sorteerbedrijven, textielrecyclers,kringloopwinkels en (online) retailers geven aan dat deze kledingstukken,door de lage kwaliteit, niet of nauwelijks geschikt zijn voor hergebruik ofrecycling.5 Ook vragen ze aandacht voor oneerlijke concurrentie en deproducten die via deze stroom de EU binnenkomen maar niet voldoen aan5MVO NL en Thuiswinkel: Brandbrief van Nederlandse textielpartijen, 26 mei 2025 en ILT: Fastfashion ondermijnt circulaire textielketen, 4 juni 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3943 Europese productwetgeving op het vlak van gezondheid, veiligheid enmilieu.6De Europese Commissie heeft op 5 februari een mededeling overe-commerce gepubliceerd, met een brede aanpak om meer grip te krijgenop onveilige en niet-conforme producten en zo een gelijk speelveld voorbedrijven te waarborgen.7 Eén van de maatregelen is afschaffing van devrijstelling van douanerechten voor kleine pakketten onder de € 150 eninvoering van een «non-discriminatoire handling fee» voor deze stroom.Omdat ultra fast fashion artikelen voornamelijk in de lage prijscategorievallen en via kleine pakketten worden geïmporteerd, draagt dezemaatregel bij aan het verminderen van de instroom aan ultra fast fashionartikelen in de markt. Ook kan door het instellen van de «non-discrimi-natoire handling fee» de Douane worden gecompenseerd voor extracontrolewerk en wordt de handhaving op niet-conforme productenversterkt. Deze maatregel maakt deel uit van de onderhandelingen overhet nieuwe Douanewetboek van de Unie en gaat naar verwachting eind2026 in.3. Aanpak ultra fast fashion Met de motie van het lid Stoffer vraagt de Kamer om een actieplan metconcrete maatregelen voor een voortvarende aanpak van ultra fastfashion, waaronder gerichte handhaving voor producten die niet voldoenaan producteisen en regelgeving in lijn met de Franse ultra fastfashion-wet. Hierbij gaat het om maatregelen in aanvulling op lopendeEuropese wetgevingstrajecten. Daarnaast wordt in de motie van het lidTeunissen gevraagd om maatregelen, zoals verscherpt toezicht, te nemenop de inzameling van textiel door fast fashion-bedrijven.De moties sluiten goed aan bij de ingezette beleidskoers vanuit hetbeleidsprogramma circulair textiel 2025–2030. Hieronder wordt ingegaanop de kansrijke maatregelen. Deze worden geschetst aan de hand van deFranse wetgeving. Aansluitend wordt ingegaan op gerichte handhavingop niet-conforme producten en handhaving op de inzameling van textieldoor fast fashion-bedrijven.Actieplan ultra fast fashionOm tot een circulaire textielketen te komen, is het noodzakelijk om hetgebruik van grondstoffen te verminderen. De opkomst van ultra fastfashion staat hier haaks op. Het gaat om een verdienmodel waarbijconsumenten online worden verleid om zo veel mogelijk trendgevoeligekledingstukken te kopen. Hierbij gaat het steeds vaker om textiel van lagekwaliteit met een korte levensduur, die tegen lage prijzen via niet-Europese e-commerce platforms wordt verkocht. Onderzoek vanconsumententoezichthouders wijst uit dat daarbij marketingpraktijkenworden toegepast die ondoordachte of onnodige aankopen aanmoedigen,zoals nepkortingen, aftelklokken en bijna-uitverkocht meldingen.8 Ditverdienmodel ondermijnt een gelijk speelveld en ondernemers uit deEuropese Unie hebben veel last van de oneerlijke concurrentie. Ook zorgt6Nederlandse toezichthouders: gezamenlijke aanpak e-commerce producten nodig omconsumenten te beschermen, 16 januari 20257Kamerstukken II 2024/25, 22 112, nr. 40088ACM: ACM en Europese consumententoezichthouders: SHEIN moet website aanpassen, 26 mei2025 en ACM: EU toezichthouders: Temu moet zich houden aan consumentenregels,8 november 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3944 de instroom van laagwaardig textiel ervoor dat hergebruik en recyclingonvoldoende van de grond kunnen komen.9Context Franse wetgevingIn juni dit jaar heeft de Franse Senaat ingestemd met een nationale ultrafast fashion wet. De wet is daarmee nog niet van kracht, maar in voorbe-reiding. Het voorstel wordt nader uitgewerkt en de definitieve tekst moetnog worden vastgesteld. Het is op hoofdlijnen bekend wat hetwetsvoorstel inhoudt, maar het bevat verschillende elementen die viadecreten verder uitgewerkt moeten worden. De belangrijkste elementenuit de wet zijn:−een nationale heffing op kleine pakketten van buiten de EU;−een verbod op reclame van ultra fast fashion via traditionele media eninfluencer marketing;−boetes voor ultra fast fashion producten op basis van een ecoscore.Hieronder wordt toegelicht in hoeverre vergelijkbare maatregelennationaal mogelijk zijn.Heffing op kleine pakketten van buiten de EUDe Franse ultra fast fashion wet introduceert een nationale heffing oppakketten uit niet-EU landen. Deze heffing moet gelden voor kleinee-commerce pakketten onder de 2 kilo en kan variëren tussen 2 en 4 europer pakket.Nederland is niet voornemens om een heffing in te stellen op kleinepakketten van buiten de EU specifiek gericht op ultra fast fashion. Welwordt momenteel door het Ministerie van Financiën onderzocht welkemogelijkheden er zijn voor nationale invoering van een tijdelijke«non-discriminatoire handling fee» voor e-commerce, vooruitlopend opde eerder vermelde Europese ontwikkelingen in het kader van het nieuweDouanewetboek van de Unie. Het Ministerie van Financiën heeft hieroveradvies aangevraagd bij de Raad van State, na een besluit in de minis-terraad op 14 november jl.10 Deze maatregel zal naar verwachting ookimpact hebben op de instroom van ultra fast fashion artikelen van buitende EU.Verbod op reclame van ultra fast fashionHet Franse wetsvoorstel bevat een reclameverbod van ultra fast fashionvoor zowel traditionele als sociale media. Via een decreet wordt eenjuridische definitie van ultra fast fashion uitgewerkt om te bepalen voorwelke praktijken het verbod zal gelden. De criteria die in het wetsvoorstelworden genoemd zijn het aantal referenties, het aantal collecties, de prijsvan producten en de milieu-impact van een product. Via decreet wordenook de exacte getallen of drempels uitgewerkt.Uit recent onderzoek blijkt dat een reclameverbod, als onderdeel van eenbreder maatregelenpakket, een effectieve maatregel kan zijn om overcon-sumptie tegen te gaan.11 Ik ben echter geen voorstander van eenreclameverbod. Reclameregulering is een inperking van de vrijheid vanmeningsuiting en ik ben van mening dat deze alleen te rechtvaardigen ismet zwaarwegende redenen voor het algemeen belang, denk daarbijbijvoorbeeld aan de volksgezondheid. Daarnaast is het ingewikkeld om tot9ILT: Fast fashion ondermijnt circulaire textielketen, 4 juni 202510Besluitenlijst ministerraad, 14 november 202511Kamerstukken II, 2024/25, 32 813, nr. 1438Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3945 de juridisch vereiste goede afbakening te komen van ultra fast fashion. Demaatregel kan daarbij zorgen voor extra regeldruk, een ongelijk speelveldtussen lidstaten en vraagt om aanvullende handhavingscapaciteit in eencomplexe e-commerce omgeving. Reclameregulering krijgt daarom op ditmoment geen vervolg.Boetes voor ultra fast fashion op basis van een ecoscoreMet het wetsvoorstel wil Frankrijk een bonus-malussysteem invoeren opbasis van de milieuscore van producten. Bedrijven die productenverkopen met een hoge milieu-impact, of die voldoen aan de definitievoor ultra fast fashion, moeten een boete betalen. De exacte bedragenvan de boete worden via een ministerieel besluit vastgelegd. Deopbrengsten van deze boetes worden gebruikt om bedrijven te belonendie producten met een lage milieu-impact verkopen.Het kabinet ondersteunt het principe om circulaire bedrijven te belonen.Dit past ook in het uitgangspunt van de UPV dat de vervuiler betaalt.Onder de UPV textiel is het vanaf 2027 verplicht om ecomodulatie toe tepassen op basis van de producteisen die onder de ESPR wordenuitgewerkt. Hierdoor wordt het mogelijk om producenten te belonen voorhet toepassen van circulair design of het gebruik van recyclaat in textiel.Lidstaten kunnen aanvullend op deze eisen, specifieke eisen voor tarievenopnemen gericht op ultra fast fashion. Een voorbeeld hiervan is op basisvan het aantal collecties dat jaarlijks wordt geproduceerd.HandhavingDe handhaving op textielproducten is in Nederland belegd bij verschil-lende toezichthouders. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit(NVWA) houdt toezicht op de productveiligheid van consumentenpro-ducten, onder meer op onderdelen van de REACH-wetgeving die optextielproducten van toepassing zijn. De Inspectie Leefomgeving enTransport (ILT) ziet toe op de milieuaspecten van producten en de UPVtextiel. De Autoriteit Consument en Markt (ACM) treedt op bij misleidendeclaims of als er sprake is van oneerlijke handelspraktijken.Handhaving niet-conforme productenDe motie van het lid Stoffer vraagt om gerichte handhaving op ultra fastfashion producten die niet aan de Europese regels voldoen. De NVWAwerkt jaarlijks mee aan handhavingsprojecten van REACH-wetgeving opeen breed scala van consumentenproducten. Deze projecten wordenuitgevoerd onder coördinatie van het Forum voor het uitwisselen vanhandhavingsinformatie bij het Europees Agentschap voor Chemischestoffen (ECHA). Op basis van de resultaten van recent onderzoek kanworden geconcludeerd dat in de categorie textiel beperkt sprake is vannon-conformiteit met REACH-wetgeving.12 Daarnaast is er in Nederlandvanwege de grote pakkettenstroom en beperkte handhavingscapaciteitsprake van relatief beperkt grenstoezicht op e-commerce stromen vanbuiten de EU. Hierdoor kan niet met zekerheid vastgesteld worden inhoeverre ultra fast fashion producten voldoen aan overige Europeseproductwetgeving. Op dit moment wordt in samenwerking met hetMinisterie van EZ, de Douane en handhavingsautoriteiten gewerkt aan hetversterken van de controles aan de grens.12REF10: Integrated chemical controle of products, december 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3946 In een recent rapport uit de ILT haar zorgen over de manier waarop fastfashion tweedehands kleding van de markt verdringt en hoogwaardigerecycling van textiel belemmert.13 De ILT geeft daarom in de komendeperiode prioriteit aan toezicht op wetgeving die voor de kledingsectorrelevant is: de UPV textiel, de Europese Verordening OverbrengingAfvalstoffen (EVOA) en de aankomende ontwerpeisen voor textiel onderde Ecodesign voor Duurzame Producten Verordening (ESPR). Binnen dezeinstrumenten onderzoekt de ILT manieren om de handhaving teversterken.Handhaving inzameling textielMet de motie van het lid Teunissen verzoekt de Kamer om het toezicht opde inzameling van textiel door fast-fashionbedrijven aan te scherpen.14 Deaanleiding hiervoor was een uitzending van het programma Radar. Datbedrijven recycling van kleding actief stimuleren en faciliteren in winkelsis een positieve ontwikkeling. Hergebruik en recycling dragen bij aan hetverkleinen van de milieu-impact van de textielketen. In Nederland zijnproducenten verantwoordelijk voor de inzameling, hergebruik enrecycling van het textiel dat ze op de markt brengen. Daarvoor geldensinds dit jaar doelstellingen waar producenten vanaf 2026 verslag overmoeten uitbrengen. Zoals eerder vermeld, houdt de ILT toezicht optextielinzameling en zal de handhaving op textielwetgeving in dekomende periode prioriteren. Daarbij onderzoekt de ILT mogelijkhedenom het toezicht op fast fashion aan te scherpen en om de risico’s opdumping van onbruikbare tweedehands kleding in bestemmingslandeneffectief te beperken.In de uitzending van Radar gaat het om claims die worden gedaan over deinzameling van textiel. Bedrijven die aan consumenten communicerenover een duurzame afhandeling van ingezamelde textielproducten,moeten dit op een eerlijke, duidelijke en transparante manier doen. DeACM ziet toe op misleidende duurzaamheidsclaims. In de ACM LeidraadDuurzaamheidsclaims staat toegelicht aan welke eisen moet wordenvoldaan voor het gebruik van duurzaamheidsclaims.15 Een belangrijkstartpunt voor handhaving door de ACM is dat er een verband is tussende claim en de verkoop van producten of diensten aan consumenten. Inhet geval van recycling is dat niet altijd zo. Wanneer dit verband wel kanworden vastgesteld, is een verdere inhoudelijke toets nodig. Hierbij is hetten eerste van belang dat de claim feitelijk onjuist is, of de consumentmisleidt of kan misleiden. Daarnaast moet gekeken worden naar decontext waarbinnen de claim wordt gedaan en in hoeverre de claim deconsument beïnvloedt om aankopen te doen. Op basis van de op ditmoment beschikbare informatie valt hier geen eenduidige conclusie overte trekken.Samengevat wordt er in de komende periode gewerkt aan twee concretemaatregelen in de aanpak van ultra fast fashion bovenop lopendeEuropese beleidswijzigingen. Dit zijn het onderzoeken van de versneldeinvoering van de «non-discriminatoire handling fee» voor kleine pakkettenvan buiten de EU en het prioriteren van handhaving op textielwetgevingdoor de ILT. Met deze maatregelen wordt uitvoering gegeven aan demoties van de leden Stoffer en Teunissen.13ILT: Fast fashion ondermijnt circulaire textielketen, 4 juni 202514Kamerstukken II 2024/25, 32 852, nr. 36615Leidraad Duurzaamheidsclaims | ACM, 12 juni 2023Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3947 4. Onderzoeken, moties en toezeggingen Hieronder volgt een stand van zaken van de overige moties en toezeg-gingen op het vlak van circulair textiel.Rapportage UPVBij de beantwoording van Kamervragen over textielinzameling istoegezegd om in de voortgang over het textielbeleid terug te komen op deverslagen van de UPV textiel.16 Over het jaar 2024 hebben producenten inaugustus 2025 bij Rijkswaterstaat verslag uitgebracht over de hoeveelheidin Nederland in de handel gebrachte textielproducten.Per productcategorie komt dat afgerond uit op de volgende hoeveel-heden:Consumentenkleding162 ktonBedrijfskleding9 ktonHuishoudtextiel voor particulier gebruik95 ktonHuishoudtextiel voor bedrijfsmatig gebruik3 ktonTotaal269 kton Deze hoeveelheden laten nog niet de volledige textielmarkt in Nederlandzien, omdat er ook producenten zijn die onder de UPV vallen maar zichnog niet hebben gemeld bij de Rijkswaterstaat. Deze producenten voldoendaarmee niet aan hun wettelijke verplichtingen. De ILT ziet erop toe in dehandhaving dat ook deze producenten zich gaan melden. De gerappor-teerde hoeveelheden op de markt gebracht textiel kunnen daarom nogwijzigen in de toekomst.Dierenwelzijn in de textielsectorIenW heeft samen met het Ministerie van LVVN een onderzoek latenuitvoeren naar dierenwelzijn in de textielsector, met specifieke aandachtvoor het gebruik van angorawol, dons van levend geplukte dieren enkangoeroeleer. Aanleiding voor dit onderzoek is de motie van lid van Eschdie oproept tot een plan om producten met bont, dons van levendgeplukte dieren, angorawol of kangoeroeleer uit Nederlandse winkels teweren.17 Aangezien op dit moment nog onvoldoende juridische enfeitelijke onderbouwing bestaat om een verkoopverbod te rechtvaardigen,gaat het onderzoekrapport in op de gevolgen van het productieproces vandeze materialen voor het dierenwelzijn en de houding van de Nederlandsebevolking ten aanzien van deze materialen. Het rapport «Dierenwelzijn inde textielsector» is bij deze brief gevoegd.Het onderzoek laat zien dat de productie van angorawol, kangoeroeleer endons van levend geplukte dieren gepaard gaat met aanzienlijke risico’svoor het dierenwelzijn. Voor kangoeroeleer geldt dat dit afkomstig is vancommerciële jacht in Australië. De bestaande regelgeving borgt hetdierenwelzijn er slechts beperkt en het toezicht is ontoereikend. Ook het«levend plukken» van eenden en ganzen gaat gepaard met ernstigerisico’s voor het dierenwelzijn. In de EU is dit dan ook verboden. Tochkomt deze praktijk in landen buiten de EU, met name in China, nog voor.Hoewel certificeringssystemen zoals de Responsible Down Standardenige bescherming kunnen bieden, kennen zij beperkingen in zoweltoezicht als effectiviteit. Tot slot geldt ook dat bij de productie van16Kamerstukken II 2024/25, nr. 245417Kamerstukken II 2022/23, 36 254, nr. 16Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3948 angorawol er sprake is van structurele dierenwelzijnsrisico’s, mededoordat China als grootste producent geen wettelijke kaders hanteert omhet dierenwelzijn te waarborgen en er geen internationale richtlijnen zijnvoor diervriendelijke productiemethoden. Naast het literatuuronderzoek isook een opiniepeiling uitgevoerd, waaruit blijkt dat Nederlandersnauwelijks stilstaan bij de herkomst van de materialen. Tegelijk zorgtinformatie over het productieproces ervoor dat deze houding sterkverandert. Zo geeft 73 procent van de ondervraagden aan het onaccep-tabel te vinden dat kleding wordt geproduceerd waarvoor dieren pijnlijden. 72 procent staat na het verkrijgen van informatie negatieftegenover het gebruik van angorawol, kangoeroeleer en dons in kleding.Het onderzoek biedt aanknopingspunten voor beleid gericht op meerketentransparantie, betere consumentenvoorlichting en waar nodigregulering van verkoop en import van materialen met ernstige dierenwel-zijnsproblemen. De uitkomsten worden meegenomen in verderebeleidsontwikkeling, waaronder op Europees niveau met het oog op eengelijk speelveld.Verplichte retourkostenDe Kamer heeft eerder aandacht gevraagd voor het terugdringen vanretouren. IenW heeft samen met het Ministerie van Economische Zakenonderzoek laten doen naar het effect van verplichte retourkosten vooronline verkochte kleding in Nederland. In het onderzoek wordt geconclu-deerd dat het transport als gevolg van retourzendingen nauwelijks vaninvloed is op de milieu-impact van kleding. De productie heeft verrewegde grootste impact. Ook blijkt dat door het invoeren van verplichteretourkosten het aantal retourzendingen teruggedrongen kan worden met15 procent. Als gevolg daarvan kan het aantal nieuw geproduceerde itemsmet 7 procent wordt gereduceerd, omdat er minder kleding wordt besteld.In totaal kan dit leiden tot een reductie van 7,3 procent aan broeikasgase-missies ten opzichte van de huidige situatie. Als dit wordt vertaald naaraantallen kledingstukken gaat het om 18 miljoen kledingstukken diejaarlijks niet geproduceerd hoeven te worden.Het verplichten van retourkosten kan dus een effectieve beleidsmaatregelzijn om bestelgedrag te beïnvloeden. Dit is nog meer het geval incombinatie met het verplichten van verzendkosten. Dit kan niet opnationaal niveau worden geregeld. De Europese consumentenrichtlijn legthet al dan niet rekenen van retourkosten namelijk binnen de keuzevrijheidvan de handelaar en staat aanvullende nationale wetgeving niet toe.Kortom, bedrijven mogen zelf beslissen of zij retourkosten willen rekenen.In Nederland kiest circa 71% van de fashion e-commerce bedrijven omgeen kosten in rekening te brengen voor retourzendingen van onlineaangeschafte kledingstukken. Een verplichting tot het rekenen vanretourkosten zou op Europees niveau vastgelegd moeten worden en ligtbinnen de bevoegdheid van het Ministerie van Economische Zaken.Tegelijk roept een dergelijke maatregel vragen op over uitvoerbaarheid enhandhaafbaarheid in een e-commerce omgeving, onder andere in relatietot een gelijk speelveld met spelers die niet in de EU zijn gevestigd.Tot slotMet deze brief heb ik de Kamer geïnformeerd over de beleidsontwikke-lingen op het vlak van circulair textiel. We nemen noodzakelijke stappenom de kwaliteit van textielproducten te verhogen en hergebruik, reparatieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 3949 en de inzet van recyclaat in Europa te stimuleren. De Kamer wordt overdeze en andere inspanningen voor een circulaire textielketen op dehoogte gehouden.De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,A.A. AartsenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 852, nr. 39410

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 769deff75b1bc3c0

14 okt 2026 · 4e9a226378508a70

13 okt 2026 · 42322961b4b2dfd2

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.