KamerkringInloggen
Kamerbrief

Verslag JBZ-Raad 4 en 5 juni 2026 en overige JBZ-ontwikkelingen

22 jun 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 0a3bcaec9783309c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 317JBZ-RaadNr. 1014 BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID, DEMINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE EN DE STAATSSECRETARISVAN JUSTITIE EN VEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 juni 2026Hierbij bieden wij, mede namens de Minister van Binnenlandse Zaken enKoninkrijksrelaties, uw Kamer het verslag aan van de Raad Justitie enBinnenlandse Zaken (JBZ-Raad) van 4-5 juni 2026 in Luxemburg.Daarnaast ontvangt uw Kamer een appreciatie van het Staat vanSchengenrapport 2026 alsmede een reactie op de Opinie van deCommissie over de noodzakelijkheid en proportionaliteit van de herin-voering van de binnengrenscontroles.Ook informeren wij uw Kamer hieronder over een aantal aanvullendeonderwerpen op het terrein van JBZ- en internationale samenwerking.Bijeenkomsten en marge van de JBZ-Raad28ste regime (EU Inc.)En marge van de JBZ-Raad vond op 5 juni jl. een werkontbijt plaats mettien lidstaten, georganiseerd door Duitsland, ter bespreking van het recentgepubliceerde Commissievoorstel voor een 28ste regime (EU Inc.).De deelnemende lidstaten waren het eens dat het voorstel voor een 28steregime een belangrijke bijdrage levert aan het versterken van hetconcurrentievermogen en de innovatiekracht van de Europese Unie. Erwerd benadrukt dat het belangrijk is dat de doelstellingen van het voorstelin balans worden gebracht met sociale rechten en in dat verband weeseen enkele lidstaat op het belang van medezeggenschap en hetwaarborgen van respect voor nationale stelsels. kst-32317-1014ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10141 Nederland bracht het standpunt naar voren zoals opgenomen in hetBNC-fiche dat op 24 april jl. met uw Kamer is gedeeld1 en heeft aandachtgevraagd voor het Benelux non-paper.2Kopgroep operationaliseren terugkeerhubsEn marge van de JBZ-raad kwam een kopgroep, bestaande uit Denen-marken, Duitsland, Griekenland, Oostenrijk en Nederland en de EuropeseCommissie, voor een derde keer bijeen om concrete afspraken te makenover de verkenning naar de gezamenlijk ontwikkeling van een terug-keerhub. In dit kader sprak de Minister van Asiel en Migratie namensNederland en de andere aanwezigen waardering uit voor het politiekakkoord wat is bereikt op de terugkeerverordening op 1 juni jl.3 Dit politiekakkoord creëert bij implementatie een explicietere grond voor deterugkeerhub. Ten aanzien van de gezamenlijke verkenning van eenterugkeerhub benadrukte de lidstaten dat zij de gecoördineerde dialogenmet mogelijke partnerlanden continueren, met als doel voor het einde vanhet jaar concrete voortgang te kunnen laten zien. Ook herhaalde deaanwezigen nogmaals het belang van het vroeg betrekken van interna-tionale organisaties waaronder IOM en UNHCR. Uw Kamer wordtdoorlopend geïnformeerd over de voortgang van de gesprekken met delanden in deze kopgroep. Daarmee geeft het kabinet invulling aan detoezegging van de Minister van Asiel en Migratie4 om de Kamer teinformeren over de gesprekken met de landen uit de kopgroep overterugkeerhubs.Naar aanleiding van de toezeggingen van de Minister van Asiel enMigratie5 om de Kamer(s) te informeren over welke landen vanuitEuropees perspectief kansrijk zijn om mee samen te werken ten aanzienvan terugkeerhubs het volgende: de verkenning naar mogelijke partner-landen betreft een sensitief en diplomatiek vertrouwelijk proces. Om ditdiplomatieke proces te bewaken en voortgang te kunnen waarborgen, ishet van belang dat in dit stadium niet in het openbaar benoemd wordt omwelke landen het gaat. De Minister heeft eveneens een vertrouwelijketechnische briefing toegezegd over de voortgang rondom terugkeerhubsen migratiepartnerschappen. Deze wordt momenteel gepland – daarmeezullen de toezeggingen gestand worden gedaan, net als de motieEerdmans over een concreet plan voor het operationaliseren vanterugkeerhubs.6Moties en toezeggingenMotie van Nispen over handhaving op het vertrek na het verstrijken vande termijn van visumvrije reizen7Bij effectief grensbeheer en bestrijding van onrechtmatig verblijf zijngoedwerkende Europese (grens)informatiesystemen en interoperabiliteitessentieel. Hierbij is zowel de informatie-uitwisseling tussen nationale enEuropese informatiesystemen, als tussen verschillende Europeseinformatiesystemen van belang. Lidstaten, waaronder Nederland werkenhard aan de implementatie van grootschalige EU-informatiesystemen. Inhet bijzonder zullen het European Entry and Exit System (EES) en het1BNC-fiche, Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4320.2Benelux non-paper, Kamerstukken II 2025/26, 22 112, nr. 4360.3Kamerstukken II, 2025–2026, 22 122, nr. 4363.4TZ202604–207.5Verslag van de plenaire vergadering van dinsdag 7 april 2026 – Eerste Kamer der Staten-Generaal6Kamerstukken II, 2025–2026, 36 848, nr. 637Kamerstukken II, 2024–2025, 30 573, nr. 232.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10142 European Travel Information and Authorisation System (ETIAS) eraanbijdragen dat Nederland en de EU in den brede haar grip op wie de EU in-en uitreist vergroten. In het EES wordt de in- en uitreis van derdelandersgeregistreerd wat bijdraagt aan betere controle van hun identiteit eneventuele overstay. ETIAS maakt mogelijk om visumvrije derdelanders dieniet aan de toegangsvoorwaarden voldoen, bijvoorbeeld omdat zij eenrisico vormen op illegaal verblijf of een gevaar zijn voor de openbare ordeof nationale veiligheid, te weren om naar het Schengengebied te reizen.Het EES wordt sinds 10 april aan alle doorlaatposten op de buitengrenzentoegepast. Volgens de reeds geldende Europese planning is de implemen-tatie van ETIAS voorzien in Q4 2026. Hiermee beschouwt het kabinet demotie Van Nispen als afgedaan.Motie Boomsma en Ellian aangaande overleg met andere EU-lidstatenover terugkeer van Syriërs8Nederland onderhoudt in Europa een actief netwerk op verschillende asielen migratie thema’s, zo ook ten aan zien van de vraagstukken op migratierondom Syrië. Op dit thema vindt op verschillende niveaus overleg plaatsmet landen die een vergelijkbare opgave hebben als Nederlandwaaronder ook Duitsland. Nederland zal hierover, inclusief herbeoorde-lingen en de terugkeer van Syriërs, de komende periode actief in nauwoverleg blijven met andere EU-lidstaten. Daarnaast streeft de EuropeseCommissie, op aandringen van Nederland, een meer gecoördineerde enintegrale EU-aanpak ten aanzien van Syrië na, waar migratiesamen-werking inclusief terugkeersamenwerking onderdeel van uitmaakt. Hetkabinet beschouwt de motie Boomsma en Ellian hiermee afgedaan.Reactie op het bericht «Mensensmokkel naar Ter Apel ontrafeld, éénmobieltje legde enorm netwerk bloot»Tijdens het ordedebat van 12 mei 2026 werd door het lid Keijzer om eenreactie gevraagd op het artikel «Mensensmokkel naar Ter Apel ontrafeld:één mobieltje legde enorm netwerk bloot»9 en om daarbij in te gaan opde verschillende feiten in het artikel en of die kloppen. Mensensmokkel iseen vorm van grensoverschrijdende criminaliteit waarbij mensensmokke-laars en de criminele netwerken daarachter vaak vanuit winstbejagopereren en daarbij geregeld misbruik maken van de kwetsbare situatievan de mensen die op hen een beroep doen. Volgens Europol maakt 90%van de irreguliere migranten op enig moment in hun reis gebruik vanmensensmokkelaars.10 Dit wijst op een wijdverspreid verschijnsel enonderstreept de realiteit dat mensensmokkel ook in Nederland voorkomt.Zo komen verbanden met Nederland bijvoorbeeld naar voren in strafrech-telijke onderzoeken naar mensensmokkelnetwerken, wordt Nederlandsoms gebruikt als plaats voor voorbereidingshandelingen voor mensen-smokkel11 en vonden er volgens de Koninklijke Marechaussee in 2025 220geregistreerde incidenten en 140 aanhoudingen aan de buitengrenzen enbij MTV controles plaats in verband met mensensmokkel.Hoewel hier niet in detail op de in het artikel aangehaalde strafrechtelijkezaken kan worden ingegaan onderstreept het artikel volgens het kabinethet belang van de aanpak mensensmokkel, zoals ook uiteengezet in hetBeleidskader aanpak mensensmokkel 2023–2026 en de verschillendefacetten daarvan.12 Zo zijn financieel onderzoek en de «follow the money»8Kamerstukken II, 2025–2026, 32 317, nr. 1013.9NieuwRechts, 9 mei 2026, «Mensensmokkel naar Ter Apel ontrafeld: één mobieltje legde enormnetwerk bloot». NieuwRechts (Nieuwrechts.nl).10A renewed EU action plan against migrant smuggling (2021–2025), COM(2021) 591 final.11Aanhangsel Handelingen II, 2024–2025, nr. 1474.12Kamerstukken II, 2023–2024, 28 638, nr. 235.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10143 benadering door actief in te zetten op het volgen van geldstromen en dewinsten van de smokkelaars af te nemen, het belang van de samen-werking met vervoerdersmaatschappijen, en de samenhang van mensen-smokkeldynamieken met zaken als het terugkeer- en visumbeleid zoalsook uiteengezet in het barrièremodel mensensmokkel van groot belang.13Ook het potentieel van de telefoons van irreguliere migranten heeft deaandacht van de opsporingsdiensten, en derhalve wordt momenteelverkend of de mogelijkheden tot het uitlezen van gegevensdragers in hetkader van mensensmokkel verruimd kunnen worden. Daarnaast kunnensancties bij de aanpak van internationale mensensmokkelnetwerken, diesoms buiten het bereik van het strafrecht vallen, van toegevoegde waardezijn. Hoewel er continu moet blijven worden gekeken hoe de laatste modioperandi en gebruikte routes van mensensmokkelnetwerken kunnenworden tegengegaan, en er bij het ontmantelen van netwerken weernieuwe structuren kunnen opstaan, wordt binnen de aanpak vanmensensmokkel op operationeel niveau niet zonder successen ingezet ommensensmokkel aan te pakken en daders verantwoordelijk te houden. Deaanpak van mensensmokkel wordt daarnaast op Europees en nationaalniveau verder versterkt. Het kabinet kijkt uit naar de voorstellen voormensensmokkelsancties als onderdeel van het aangekondigde Europesesanctieregime inzake georganiseerde misdaad. Nederland steunt het ideevoor een sanctieregime op mensensmokkel, zoals ook benoemd in dedaarmee verband houdende motie van de leden Brekelmans enVeldkamp14, al langer en riep hiertoe in 2024 op in een non-paper aan deEuropese Commissie.15 Ook zal de nota naar aanleiding van het verslagbij het wetsvoorstel16 dat de extraterritoriale rechtsmacht voor mensen-smokkel beoogt uit te breiden en de strafmaxima beoogt te verhogen –maar tijdelijk stillag gezien de parallelle bespreking van de nieuwe EUrichtlijn over mensensmokkel – dit najaar aan uw Kamer wordenverzonden. Tevens wordt er de komende jaren meer geld uitgetrokkenvoor de bestrijding van mensensmokkel,17 en zal dit jaar wordenaangevangen met het opstellen van het nieuwe Beleidskader aanpakmensensmokkel dat de laatste ontwikkelingen in het mensensmokkelland-schap zal meenemen.Aanpak afgifte Russische visa in het SchengengebiedDe Minister van Buitenlandse Zaken heeft een gezamenlijke brief opinitiatief van Zweden, over restrictieve en uniforme toepassing van hetEU-visumbeleid ten aanzien van Russische burgers, medeondertekend.Andere landen, die de brief hebben medeondertekend, zijn Denemarken,Estland, Finland, IJsland, Letland, Litouwen, Noorwegen, Polen enTsjechië. In 2025 werden er 477.878 Schengenvisa verleend aan Russischestaatsburgers voor toerismedoeleinden. Dit staat in scherp contrast metde richtsnoeren van de Commissie van 30 september 2022 voor dealgemene afgifte van visa aan Russische aanvragers, waar lidstatenworden opgeroepen om een restrictieve aanpak te hanteren bij debeoordeling van de redenen voor de reis. De huidige, uiteenlopendetoepassing van de Commissie-richtsnoeren door lidstaten leidt totfragmentatie, «visa shopping door Russische staatsburgers», ongelijkeeconomische posities en verhoogde veiligheidsrisico’s. Ook roept de briefde Commissie op om passende maatregelen voor te stellen om(voormalige en huidige) Russische strijders te identificeren en huntoegang tot het Schengengebied te verhinderen.13https://www.rijksoverheid.nl/documenten/2020/01/27/barrieremodel-mensensmokkel14Kamerstukken II, 2023–2024, 36 410 VI, nr. 79.15https://open.overheid.nl/documenten/dpc-153798a92713acbe8677331ae4495b0d6fb7c67c/pdf16Kamerstukken II, 2022–2023, 36 414, nr. 1–4.17Kamerstukken II, 2024–2025, 30 176, nr. 39.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10144 De ondersteuning van de gezamenlijke brief sluit aan bij het Nederlandsebeleid en de inzet van het kabinet. De Nederlandse visumafgifte aanRussische burgers is in aantal, geldigheidsduur en reisdoelen beperkt, enin lijn met de EU-richtsnoeren inzake de afgifte van visa met betrekking totRussische aanvragers. Ondersteuning van de gezamenlijke brief is tevensin lijn met de Motie van Campen en Boswijk18 waarin wordt verzocht detoegang van Russen tot EU-landen verder te beperken en de Motie van deleden Dassen en Brekelmans19 over zich aansluiten bij de oproep om teonderzoeken hoe Russische militairen en veteranen een Schengenverbodopgelegd kunnen krijgen.Entry-Exit System (EES) op Amsterdam Airport Schiphol – Fase 2Voor fase twee van de invoering van het Entry Exit Systeem opAmsterdam Airport Schiphol wordt een rijksbijdrage ingezet. Middelsdeze brief informeert het kabinet uw Kamer over dit besluit.20 Het besluitis bijgevoegd (bijlage A).Overige onderwerpenDeclaration of Intent Nederland en ItaliëAls onderdeel van een werkbezoek aan Italië ondertekende de Ministervan Asiel en Migratie en de Italiaanse Minister van Binnenlandse Zaken op3 juni jl. een Declaration of Intent (zie bijlage B). Middels deze verklaringspraken Nederland en Italië de intentie uit om de samenwerking op hetgebied van migratie verder te versterken. Onderdeel hiervan is hetsamenwerken op de volledige en goede implementatie van het Europeseasiel en migratiepact, inclusief de uitvoering van de asielgrensprocedureen het bieden van adequate opvang aan asielzoekers. Daarnaast zijn delanden ook gecommitteerd aan nauwer samenwerken op het bevorderenvan de samenwerking met landen buiten de Europese Unie. Hierbij wordthet tegengaan van mensensmokkel, het bevorderen van terugkeer, hetverminderen van de instroom richting de EU en de bescherming vanvluchtelingen en migranten nagestreefd. Italië en Nederland gaanverkennen hoe zij meer kunnen samenwerken om vrijwillig vertrek vanuitNoord-Afrika naar landen van herkomst te ondersteunen en om deoperationalisering van innovatieve oplossingen te bevorderen.Overdrachten onder de Asiel- en Migratiebeheerverordening (AMbV) naarItaliëSinds december 2022 zijn er geen asielzoekers naar Italië teruggestuurdop grond van de Dublinverordening. Aanleiding hiervan was eenunilaterale opschorting door Italië wegens plotseling gebleken technischeredenen die verband houden met opvangfaciliteiten. Hieruit concludeerdede Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in een uitspraakvan april 2023, dat asielzoekers die op grond van de Dublinverordeningworden teruggestuurd naar Italië, niet worden opgevangen door deItaliaanse autoriteiten. Daarmee komen asielzoekers in een situatie terechtwaarin zij niet beschikken over hun belangrijkste basisbehoeften, zoalsonderdak, eten en stromend water.18Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, Motie TK, 21 501–20, nr. 218519Kamerstukken II, vergaderjaar 2025–2026, Motie TK, 36 045, nr. 27120Sinds eind 2021 geldt de werkwijze «Beleidskeuzes uitgelegd» op grond van artikel 3.1 van deComptabiliteitswet 2016 voor voorstellen met significante financiële gevolgen. Ter uitvoeringhiervan wordt het bijgevoegde CW3.1-formulier «Entry-Exit System (EES) op AmsterdamAirport Schiphol (AAS) – Fase 2» aan uw Kamer toegezonden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10145 Vanaf 12 juni is de Dublinverordening overgaan op de Asiel- en Migratie-beheerverordening (AMbV) als onderdeel van het Europese Asiel enmigratiepact. In de AMbV is er een gelijksoortig systeem voor deverplichte terugkeer van asielzoekers naar de verantwoordelijke lidstaat.Tijdens het gesprek tussen de Minister van Asiel en Migratie vanNederland en de Minister van Binnenlandse Zaken van Italië op 3 juni jl.,heeft de Italiaanse Minister bevestigd richting Nederland dat Italië het pactper ingang van 12 juni jl., waaronder ook de AMbV, volledig zal implemen-teren. De Italiaanse inzet is net zoals de Nederlandse inzet gericht op hetgoed laten werken van het pact. In dat kader benoemde de ItaliaanseMinister expliciet dat Italië asielzoekers adequate opvang zal bieden. Dezeinformatie van de verantwoordelijke Italiaanse Minister is voor het kabinetaanleiding om overdrachten van asielzoekers op grond van de AMbV perdirect weer te hervatten, omdat deze informatie voldoende verzekert datItalië de eenzijdige blokkade vanaf 12 juni heeft opgeheven en adequateopvang zal bieden aan deze doelgroep en hiermee wordt voorzien in demeest elementaire behoeften van de terugkerende asielzoeker.Verslag International Migration Review ForumMede namens de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voorBuitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, wordt uw Kamervia deze weg geïnformeerd over de uitkomsten van het vierjaarlijkseInternational Migration Review Forum (IMRF) dat heeft plaatsgevondenvan 5 tot en met 8 mei bij de Verenigde Naties in New York. De Ministervan Asiel en Migratie heeft namens Nederland deelgenomen aan hetIMRF.Tijdens het IMRF is er gesproken over de gemaakte voortgang in dewereldwijde samenwerking op het gebied van migratie in het kader vanhet Global Compact for Safe, Orderly and Regular Migration (GCM), wat in2018 is aangenomen. Deze voortgang is vastgelegd in een ProgressDeclaration, die op 20 mei jl. met een meerderheid van stemmen door deAlgemene Vergadering van de Verenigde Naties aangenomen Net zoalshet GCM is de Progress Declaration niet-juridische bindend. De VerenigdeStaten heeft om stemming verzocht, waardoor landen zich individueel uitmoesten spreken in plaats van de declaratie met consensus aan tenemen21. Omdat de Progress Declaration daarmee de Nederlandsebeleidsprioriteiten reflecteert heeft Nederland voor aanname gestemd meteen stemverklaring. In deze gezamenlijke stemverklaring, namens Cyprus,Estland, IJsland, Malta, Nederland, Noorwegen, het Verenigd Koninkrijken Zweden, wordt benadrukt dat de Progress Declaration in lijn is metbestaand EU en Nederlands beleid. Ook benadrukte de stemverklaringnogmaals de prioriteiten van op het gebied van migratiesamenwerking.Het kabinet zet zich in voor meer grip op migratie onder meer viainternationale samenwerking. Nederland is een voorvechter van hetmultilaterale systeem en gelooft dat de samenwerking met derde landennoodzakelijk is voor het verbeteren van migratiemanagement. Nederlandheeft daarom het IMRF gebruikt om samen met derde landen te werkenaan onder andere het tegengaan van irreguliere migratie, het bevorderenvan terugkeer bij onrechtmatig verblijf, het tegengaan van mensenhandelen – smokkel en aandacht voor mensenrechten en de bescherming vanmigranten. In de Progress Declaration is daarom, door de inzet vanNederland en gelijkgezinden landen, de verantwoordelijkheid van statenherbevestigd om hun burgers in derde landen te helpen identificeren envan documentatie te voorzien, en om mee te werken aan terugkeer. Ook iser in de Progress Declaration erkenning gegeven van het belang van21147 lidstaten stemden voor, 6 lidstaten tegen en 23 onthielden zich van stemming.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10146 nauwere internationale samenwerking op het gebied van migratiema-nagement, inclusief innovatieve oplossingen, zoals terugkeerhubs. Ooknam Nederland een actieve rol aan tijdens het IMRF, zo leidde de Ministervan Asiel en Migratie de ronde tafel over terugkeer, grensmanagement enmensenhandel- en smokkel voor en organiseerde Nederland samen metSyrië en marge van het IMRF samen een besloten gesprek over weder-opbouw in Syrië en terugkeer naar Syrië. Hierbij sloten lidstaten uit deregio en diverse VN-organisaties aan. Daarnaast heeft Nederland enmarge van het IMRF gesproken met een aantal belangrijke landen vanherkomst-, transit- en bestemming, waaronder Algerije, Turkije, Ierland,Denemarken, Marokko, Moldavië, evenals IOM en ICMPD en de VNspeciaal rapporteur voor mensenrechten van migranten, overmigratiesamenwerking.Non-paper nieuwe EU-wetgeving georganiseerde criminaliteitTevens treft uw Kamer in de bijlage een non-paper van Frankrijk aaninzake nieuwe EU-wetgeving omtrent de bestrijding tegen georganiseerdecriminaliteit (bijlage C), dat Nederland steunt. Eind 2026 wordt eenrichtlijn verwacht van de Commissie over georganiseerde criminaliteit.Het wetgevingsvoorstel betreft in ieder geval de herziening van hetKaderbesluit georganiseerde criminaliteit. Dit Kaderbesluit bevat eendefinitie van het begrip criminele organisatie en schrijft voor welkegedragingen die verband houden met een criminele organisatie strafbaarmoeten worden gesteld. Ook bevat het minimumvoorschriften inzake destrafmaxima voor deze gedragingen. Het voorstel zal daarnaast mogelijkook andere onderwerpen betreffen die raken aan de strafrechtelijkeaanpak van georganiseerde criminaliteit.De Minister van Justitie en Veiligheid,D.M. van WeelDe Minister van Asiel en Migratie,G. van den BrinkDe Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10147 Verslag van de bijeenkomst van de Raad Justitie en BinnenlandseZaken, 4 en 5 juni 2026 I. Binnenlandse Zaken Belangrijkste resultaten•De JBZ-Raad stemde in met de prioriteiten van de Schengencyclusvoor 2026 en 2027, zijnde 1) het verbeteren en versnellen van deimplementatie van grootschalige IT-systemen; 2) het versterken van debuitengrenzen en terugkeer; 3) het verbeteren van de interne veilig-heid, en tegelijkertijd het waarborgen van vrijheid van beweging in eengebied zonder binnengrenscontroles, en nam Raadsconclusies aan terverbetering van de Schengengovernance.•De Raadsconclusies over de operationalisering van deEU-drugsstrategie en het EU-actieplan tegen drugshandel werdenaangenomen. Lidstaten onderstreepten het belang van een geïnte-greerde aanpak van drugscriminaliteit en versterkte samenwerkingtussen lidstaten, EU-agentschappen en derde landen.•Tijdens de bespreking van de juridische status van Oekraïenseontheemden bleek brede steun voor eventuele verlenging van deTijdelijke Beschermingsrichtlijn met één jaar.•In de discussie over de toekomstige Europese Veiligheidsstrategiebenadrukten lidstaten het belang van een geïntegreerde benaderingvan interne en externe veiligheid, met aandacht voor georganiseerdecriminaliteit, terrorisme en hybride dreigingen, alsook een sturende rolvan de JBZ-Raad in de totstandkoming en implementatie.1. Algemene staat van het Schengengebied a. Verslag van de Commissie over de toestand van Schengen2026b. Prioritaire acties voor de Schengenraad-cyclus 2026-2027Tijdens dit agendapunt bespraken de Commissie en lidstaten de Staat vanhet Schengengebied en de prioriteiten voor de Schengencyclus voor hetkomende jaar. De prioriteiten zijn: 1) het verbeteren en versnellen van deimplementatie van grootschalige IT-systemen; 2) het versterken van debuitengrenzen en terugkeer; en 3) het verbeteren van de interneveiligheid, terwijl wordt gestreefd naar het waarborgen van vrijheid vanbeweging in een gebied zonder binnengrenscontroles. De Commissiestond stil bij de voortgang die is gemaakt ten aanzien van migratiebeheerEU-breed. Dit is terug te zien in de daling van irreguliere migratie en destijging van de terugkeercijfers. Met betrekking tot de prioriteiten riep deCommissie lidstaten op tot implementatie van de Screeningverordeningen asielgrensprocedure onder het Pact, het versterken van noodplannenen optimaal gebruik van informatiesystemen om informatie-uitwisselingte bevorderen, maar benadrukte tegelijkertijd dat er veel positieveontwikkelingen zijn, zoals invoering van het Entry Exit Systeem en hetpolitiek akkoord op de Terugkeerverordening.Lidstaten omarmden de prioriteiten voor de Schengencyclus. Een grootaantal lidstaten omarmde daarbij ook de aanname van de Terugkeerveror-dening en stond stil bij de inwerkingtreding van het Pact en bijbehorendewetgeving. Nederland vroeg daarbij, net als enkele andere lidstaten,specifiek aandacht voor implementatie van de Screeningverordening ende asielgrensprocedure, die, mede door de inzet van Nederland,onderdeel zijn van de prioritaire acties van de Schengencyclus. Met hetoog op het Staat van Schengenrapport verwezen verscheidene lidstaten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10148 waaronder Nederland, naar de brief over restrictieve en uniformetoepassing van het EU-visumbeleid ten aanzien van Russische burgers,die Nederland mede heeft ondertekend. Ook uitten enkele lidstaten zichkritisch ten aanzien van de herinvoering van binnengrenscontroles. Eenaantal lidstaten riep op tot een verlenging van de Schengencyclus met hetoog op effectieve implementatie van de prioriteiten en daarbij behorendeacties. Cyprus benadrukte zijn wens voor zo snel mogelijke Schengentoe-treding.Tijdens de JBZ-Raad zijn ook Raadsconclusies over de Schengengover-nance22 aangenomen. De Raadsconclusies beogen de Schengengover-nance zowel op nationaal als Europees niveau te versterken om tekortko-mingen ten aanzien van de implementatie van het Schengenacquis teadresseren, onder andere door meer strategisch gebruik van monitorings-middelen en het voeren van discussies op politiek niveau over tekortko-mingen in de implementatie van het Schengenacquis. Dit is van belangom buitengrensbeheer te versterken, interne veiligheid te verbeteren ensecundaire migratie en instrumentalisering aan te pakken. Nederlandheeft daarom ingestemd met de Raadsconclusies.2. Implementatie van interoperabiliteit De JBZ-Raad besprak de implementatie van interoperabiliteitssystemen.Het Voorzitterschap stelde dat de lancering van het Entry/Exit System(EES) een belangrijke mijlpaal vormt voor de interne veiligheid en hetbeheer van de buitengrenzen van de Unie. Het Voorzitterschap stelde vastdat alle lidstaten er hard aan werken om het EES volledig operationeel telaten zijn.De Commissie wees lidstaten erop dat tot 6 september a.s. gebruik kanworden gemaakt van de mogelijkheid biometrie achterwege laten in gevalvan grote drukte. De Commissie gaf aan dat het systeem in de korteperiode dat het operationeel is (sinds 10 april jl.) reeds zijn meerwaardeheeft bewezen in de strijd tegen illegale inreis en identiteitsfraude.In de daaropvolgende discussie werd door verschillende lidstatengevraagd om flexibiliteit ten aanzien van de biometrieverplichting na6 september zodat lidstaten meer tijd hebben om het systeem op eenverantwoorde manier te implementeren. Nederland sloot zich hierbij aan,waarbij het aangaf hard te werken aan een stabiele tenuitvoerlegging vanEES, en wees op operationele uitdagingen tijdens drukke periodes. DeCommissie stelde naar de zorgen van de lidstaten te luisteren en optieshiertoe verder te onderzoeken. Daarnaast werd benoemd dat de start vanETIAS momenteel wordt voorbereid als een belangrijke stap in deinteroperabiliteit.3. Toekomstige juridische status van ontheemde personen uitOekraïne Tijdens een besloten lunch wisselden de lidstaten van gedachten over eeneventuele verlenging van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming (RTB) voorOekraïense ontheemden, alsook een eventuele scopebeperking van deRTB voor mannen die in Oekraïne dienstplichtig zijn. Nederland heeftverlenging van de RTB van maart 2027 tot maart 2028 gesteund. Deverlenging kon rekenen op brede steun onder de lidstaten. Verder heeftNederland aangegeven open te staan voor een eventuele scopebeperkingen heeft daarbij aandacht gevraagd voor de juridische houdbaarheid enuitvoerbaarheid, evenals de betrokkenheid van Oekraïne bij een dergelijk22https://data.consilium.Europa.eu/doc/document/ST-10067-2026-INIT/en/pdfTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 10149 voorstel. Deze aandachtspunten werden door een groot aantal lidstatenbenadrukt, waarbij de meeste lidstaten aangaven open te staan voor descopebeperking. Enkele lidstaten benadrukten het belang van descopebeperking. Het kabinet is in afwachting van het voorstel van deCommissie alvorens een positie in te nemen. Daarnaast heeft Nederlandook het belang van zorgvuldige identiteitscontrole door middel van hetTemporary Protection and Registration Platform (TPP) onderstreept. Overde verdere inzet op dit terrein wordt u in de Kamerbrief Opvang Oekra-ïense Ontheemden, die voor het zomerreces met uw Kamer wordtgedeeld, nader geïnformeerd.4. Uitvoering van het Asiel- en Migratiepact (Pact) De Commissie informeerde de JBZ-Raad over de stand van zaken van deimplementatie van het Pact in aanloop naar de inwerkingtreding van hetPact op 12 juni jl. De Commissie benadrukte de omvang van de imple-mentatie voor alle lidstaten, maar markeerde dat er in de afgelopenperiode significante vooruitgang is geboekt bij de implementatie en steldedat de belangrijkste elementen van het Pact geïmplementeerd zijn op hetmoment dat het Pact in werking treedt. De Commissie stond verder stil bijde aandachtspunten die ook benoemd zijn in het voortgangsrapport van8 mei jl. Ten aanzien van nationale wetgeving stelde de Commissie datlidstaten vergevorderd zijn en er dagelijks voortgang wordt geboekt. Opextern grensbeheer stelde de Commissie dat intussen voortgang isgeboekt op het realiseren van de adequate capaciteit in de asielgrenspro-cedure, waaronder ook voldoende faciliteiten en personeel, maar dat er inenkele lidstaten nog praktische uitdagingen zijn met betrekking totinfrastructuur, IT en het tegengaan van ontduiking. Andere aandachts-punten zijn het voorzien in voldoende opvangcapaciteit en het wegwerkenvan achterstanden in de procedure. Ten aanzien van de implementatie vanEurodac gaven zowel de Commissie als eu-Lisa aan dat er belangrijkevoortgang is geboekt met de implementatie. Zowel de Commissie alseu-Lisa blijven lidstaten ondersteunen met het oog op volledige imple-mentatie van Eurodac op 12 juni. De Commissie blijft de voortgang op alleonderdelen nauw monitoren. Nederland heeft tijdens de JBZ-Raad deCommissie hier ook nogmaals toe opgeroepen. Ook heeft de Minister vanAsiel en Migratie en marge van de JBZ-Raad en tijdens het werkbezoekaan Italië op 3 juni jl., richting de landen aan de buitengrens en deCommissie de noodzaak van de volledige implementatie van het Pactinclusief de asielgrensprocedure benadrukt en aangegeven dat nauwemonitoring en gecontinueerde inzet cruciaal zijn. Hiermee beschouwt hetkabinet de motie van Dijk en Boomsma als afgedaan.235. Externe dimensie van migratie: samenwerking met Somalië Onder dit agendapunt werd de samenwerking met Somalië besproken,zowel op het gebied van terugkeer als op de aanpak van mensensmokkel.De discussie focuste zich met name op het punt van terugkeersamen-werking. Hoewel de samenwerking van Nederland met Somalië tenaanzien van terugkeer de afgelopen periode voorzichtige tekenen vanverbetering toonde, bleek dat andere Europese landen wel aanhoudendeuitdagingen ervaren met terugkeer van afgewezen asielzoekers naarSomalië. De Commissie vroeg daarom lidstaten om steun om aanvullendeinstrumenten in te zetten om de terugkeer met Somalië te verbeteren. Eengroot aantal lidstaten riep in dat kader op tot het nemen van visummaat-regelen onder artikel 25bis van de Visumcode. Enkele lidstaten stelden dater ook gekeken moest worden naar additionele maatregelen als hefboomom het verbeteren van de terugkeersamenwerking te stimuleren,23Kamerstukken II, Motie 36 871, nr. 49Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 101410 waaronder het gebruik maken van de conditionaliteit van ontwikkelings-gelden en handelspreferenties (GSP+). Enkele lidstaten, waaronderNederland, stelden vragen, met het oog op de voorzichtige recenteverbeteringen in de terugkeersamenwerking met Somalië. Deze landengaven de voorkeur aan investeringen in de brede relaties, waarbij de inzetvan visummaatregelen een laatste redmiddel blijft.6. Migratiesituatie in het Kanaalgebied In afwachting van het door de Commissie aangekondigde actieplan werder onder dit agendapunt kort stilgestaan bij de belangrijkste ontwikke-lingen t.a.v. de situatie op het Kanaal. De Commissie benadrukte dat deirreguliere oversteek op het kanaal een Europese uitdaging is, die druklegt op de volledige Europese grens, alsook bijdraagt aan mensen-smokkel. Het actieplan van de Commissie zal daarom aandacht schenkenaan de samenwerking met derde landen, het ondermijnen van mensen-smokkel en het versterken van het grensbeheer, waaronder door inzet vanFrontex. Ook vroeg de Commissie aandacht voor de samenwerking methet VK, waaronder op operationele samenwerking en informatie-uitwisseling. Enkele lidstaten gaven aan uit te kijken naar het Actieplan,onderstreepten het belang van een Europese aanpak voor de aanpak vande problematiek op het Kanaal en riepen op tot een gecoördineerde inzet.7. Raadsconclusies over de gezamenlijke operationalisering vande EU-drugsstrategie De JBZ-Raad besprak de operationalisering van de EU-drugsstrategie naaraanleiding van Raadsconclusies over de gezamenlijke operationaliseringvan de EU-drugsstrategie die voorlagen. Het Voorzitterschap benadruktedat de prioriteiten uit de EU-drugsstrategie moeten worden vertaald naarconcrete maatregelen en dat overeenstemming nodig is over de priori-teiten uit het EU-actieplan tegen drugshandel. Daarbij wees het Voorzitter-schap op het belang van een evenwichtige benadering van zowel devraag- als aanbodzijde van de drugsproblematiek.De Raadsconclusies die ter goedkeuring voorlagen bevatten een uitvoe-ringskader om de nieuwe EU-drugsstrategie en het EU-actieplan tegendrugshandel operationeel te maken. De EU-strategie wordt daarbij gezienals een richtinggevend instrument dat een gedeeld beeld creëert enaansluit bij een gezamenlijke aanpak van het probleem. De Raadscon-clusies bevatten voorstellen rondom de volgende doelen: i.) het aanvullenvan het EU-actieplan tegen drugshandel met gerichte werkstromen; ii.) hetzo volledig mogelijk benutten van bestaande mechanismen, hulpmiddelenen processen, met name op het terrein van vraagvermindering enschadebeperking; en iii.) het ontwikkelen van innovatieve samenwerkings-projecten die de samenwerking tussen lidstaten, EU-agentschappen enandere relevante actoren bevorderen.Nederland sprak steun uit voor de Raadsconclusies en benadrukte dat eenduidelijk antwoord op EU-niveau nodig is. Daarnaast vroeg Nederlandaandacht voor het belang van samenwerking met derde landen bij hetopsporen van verdachten van georganiseerde drugscriminaliteit. Daarbijverwees Nederland naar het belang van samenwerking via de EuropeanPorts Alliance.Het Voorzitterschap stelde vast dat de Raadsconclusies zijn aangenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 101411 8. Impact van de huidige geopolitieke context op de EU De gedachtewisseling over de impact van de huidige geopolitieke situatie,meer specifiek de ontwikkelingen in Iran, op de interne veiligheid van deEU vond plaats in besloten setting. Nederland gaf aan voorstander te zijnvan voortdurende uitwisseling van informatie via de bestaanderechtshandhaving- en inlichtingenkanalen, bijvoorbeeld als het gaat omdreigingsbeoordeling en attributie. Ook benadrukte Nederland dat hetbelang hecht aan het versterken van de samenwerking op EU-niveau alshet gaat om de uitwisseling van inlichtingen tussen EU-lidstaten onderlingen met de EU instellingen via EU INTCEN. Tot slot moedigde Nederlandaan om best practices uit te wisselen, specifiek met betrekking totbeschermings- en beveiligingsmaatregelen voor Joodse locaties enobjecten.9. Tegengaan van veiligheidsuitdagingen – EuropeseVeiligheidsstrategie De Commissie stond stil bij een aantal doorkruisende thema’s die vanbelang zijn voor de interne veiligheid van de Europese Unie en de verdereuitwerking van de Europese Veiligheidsstrategie (EVS) waar deCommissie momenteel aan werkt. Daarbij wees de Commissie op vijfontwikkelingen: i.) de toenemende rekrutering van jongeren voorterrorisme en georganiseerde criminaliteit; ii.) de toename van geweldtussen criminele bendes; iii.) drugscriminaliteit; iv.) hybride dreigingen; env.) het gebruik van kunstmatige intelligentie, ook voor opsporingsdoel-einden. Daarnaast benadrukte de Commissie dat de verwachte EVS moetvoortbouwen op bestaande strategieën, waaronder de ProtectEUstrategie.In de daaropvolgende gedachtewisseling werd breed benadrukt datinterne en externe veiligheid in samenhang moeten worden bezien.Daarbij werd veelvuldig gewezen op het belang van informatie-uitwisseling, de aanpak van terrorisme en georganiseerde criminaliteit,samenwerking met derde landen en een goede implementatie van deNIS2-richtlijn en de richtlijn inzake de weerbaarheid van kritieke entiteiten(CER) ter versterking van de weerbaarheid tegen hybride dreigingen.Tevens werd benadrukt dat de EVS in samenhang moet worden bezienmet bestaande initiatieven op het terrein van interne veiligheid. In eenenkel geval werden institutionele kanttekeningen geplaatst bij deontwikkeling van de EVS en de verantwoordelijkheid van lidstaten voorhun nationale veiligheid benadrukt. Daarnaast werd gewezen op hetbelang van een duidelijke afbakening tussen dreigingsanalyses vaninlichtingendiensten en andere informatiebronnen.Nederland onderstreepte het belang van de rol van de JBZ-Raad bij zowelde ontwikkeling als de implementatie van de EVS. Nederland gaf aan datde JBZ-Raad richting moet geven aan de interne veiligheidsdimensie vande strategie en sprak steun uit voor de genoemde prioriteiten, onder meerop het gebied van drugshandel. Daarnaast benadrukte Nederland hetbelang van versterkte samenwerking op het gebied van inlichtingen,waaronder binnen de Single Intelligence Analysis Capacity (SIAC), deNAVO en tussen lidstaten onderling. Ook wees Nederland op het belangvan versterking van de crisisbeheersingscapaciteit van de Europese Unieop basis van een all-hazard en whole-of-government benadering.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 101412 10. Overige punten a. AOB WeerbaarheidscoalitieTijdens een AOB-punt lichtte Finland het werk van de Europese Weerbaar-heidscoalitie toe en de laatste ministeriële bijeenkomst van de coalitie.Van 15-16 april jl. vond op uitnodiging van Finland de derde ministeriëlebijeenkomst van de weerbaarheidscoalitie plaats in Helsinki. Deze coalitie,die op initiatief van Nederland is opgericht, richt zich op het versterkenvan de civiele weerbaarheid en paraatheid binnen de Europese Unie.Tijdens de laatste coalitiebijeenkomst is onder andere gesproken over hetbelang van lessen uit Oekraïne voor de versterking van de Europeseparaatheid, van voldoende financiering voor niet alleen de militaireparaatheid, maar ook het civiele element van weerbaarheid, en vanversterkte civiel-militaire samenwerking. Voorts werd benadrukt dat hetessentieel is dat weerbaarheid en paraatheid regelmatig ook in deJBZ-Raad worden besproken, als gremium dat gaat over de civieleweerbaarheid en de relatie met de interne veiligheid van de EU.II. Justitie Belangrijkste resultaten•Tijdens de bespreking van de Verordening inzake de grensoverschrij-dende totstandbrenging en erkenning van ouderschap bleek bredesteun voor het doel om vastgesteld ouderschap EU-breed te erkennen,zodat kinderen hun rechten behouden bij reizen of verhuizen binnen deUnie. Tegelijkertijd werd duidelijk dat het bereiken van de vereisteunanimiteit tussen lidstaten nog uitdagingen kent.•De JBZ-Raad bereikte een gedeeltelijke algemene oriëntatie over hetJustitieprogramma binnen het MFK voor de periode 2028–2034.Daarbij benadrukten lidstaten het belang van voldoende ondersteu-ning voor justitiële samenwerking, digitalisering van justitie, toegangtot het recht en de betrokkenheid van lidstaten bij de uitvoering vanhet programma.•De JBZ-Raad besprak de verdere inspanningen om straffeloosheidvoor internationale misdrijven in verband met de Russische agressietegen Oekraïne tegen te gaan. Daarbij werd steun uitgesproken voorde oprichting van het Agressietribunaal en aandacht gevraagd voor dehandhaving van EU-sancties.•Lidstaten bespraken de mogelijke opname van hate crime en hatespeech in de lijst van EU-misdrijven op grond van artikel 83 VWEU.Daarbij bleek dat de standpunten over Europese bevoegdheden op ditterrein nog uiteenlopen.1. Verordening inzake de grensoverschrijdende totstandbrengingen erkenning van ouderschap Het Voorzitterschap vroeg politieke sturing over het voorstel voor eenverordening ter verbetering van de erkenning van ouderschap tussen delidstaten. Besluitvorming over dit voorstel vereist unanimiteit en na 3,5jaar onderhandelen over dit voorstel is duidelijk geworden dat hetbereiken van unanimiteit ingewikkeld zal zijn.De Commissie benadrukte dat dit voorstel een essentieel dossier is voorde bescherming van gezinnen en gelijkheidsbeginselen binnen de EU.Volgens de Commissie moet de erkenning van ouderschap in de enelidstaat ook in andere lidstaten gelden, ongeacht de wijze waarop een kindis geboren en ongeacht het type gezin. Daarnaast wees de Commissieerop dat het belang van het kind voorop moet staan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 101413 In de daaropvolgende gedachtewisseling sprak een meerderheid van delidstaten steun uit voor voortzetting van de onderhandelingen optechnisch niveau. Daarbij werd gewezen op het belang van verdereinspanningen om tot een breed gedragen oplossing te komen.Nederland sprak steun uit voor het doel van de verordening, zodatkinderen hun rechten behouden wanneer zij reizen of verhuizen binnen deEuropese Unie. Voor Nederland is een ruime reikwijdte essentieel: allekinderen moeten onder de verordening vallen, ongeacht gezinssamen-stelling en de wijze waarop het kind is verwekt of geboren. Daarnaastbenadrukte Nederland het belang van een tijdige afronding van deonderhandelingen. Indien verdere onderhandelingen niet tot eenoplossing leiden, kan volgens Nederland worden gekeken naar versterktesamenwerking.Er werd geconcludeerd dat op een aantal punten meer convergentie isbereikt, maar dat op kernonderwerpen nog steeds grote meningsver-schillen bestaan. Het Voorzitterschap zal onderzoeken of een tekst kanworden gevonden die brede steun kan krijgen en kondigde aan binnenkorteen volledig herziene werkversie van de verordening te verspreiden.2. Verordening tot vaststelling van het Justitieprogramma voor deperiode 2028-2034 en tot intrekking van Verordening (EU)2021/693 De JBZ-Raad bereikte een gedeeltelijke algemene oriëntatie op hetJustitieprogramma, dat onderdeel is van het EU Meerjarig FinancieelKader (MFK) 2028–2034. Het Voorzitterschap lichtte toe dat het nieuweprogramma een voortzetting vormt van het huidige programma en datdaarbij een sterkere nadruk zal liggen op digitalisering.Nederland gaf aan de tekst te kunnen steunen en acht het van belang dathet Justitieprogramma voldoende ruimte biedt voor versterking vanjustitiële samenwerking, digitalisering van justitie (e-Justice), toegang tothet recht en capaciteitsopbouw binnen de Europese Unie. Nederlandhecht daarnaast groot belang aan het behoud van de comitologiepro-cedure, zodat lidstaten betrokken blijven bij de jaarlijkse werkpro-gramma’s en flexibiliteit behouden blijft in de allocatie van middelen, metname voor digitalisering en interoperabiliteit. Nederland benadruktetevens dat, binnen de algemene Nederlandse inzet voor een lager engemoderniseerd MFK-budget, het van belang is dat het Justitiepro-gramma tot stand komt en dat JBZ-agentschappen over adequatemiddelen beschikken.3. Europees Openbaar Ministerie (EOM) De JBZ-Raad sprak over de ontwikkelingen rondom het EuropeesOpenbaar Ministerie (EOM). Het Voorzitterschap en de Commissie wezendaarbij op het belang van de tijdige benoeming van Europese aanklagersom de continuïteit van het EOM te waarborgen. Dit is nodig met het oogop het mandaat van Europese aanklagers uit een aantal lidstaten waarvanhet mandaat in juli afloopt zonder dat er een opvolger is benoemd. DeCommissie benadrukte dat spoedige benoeming van kandidaten vanbelang is voor het goed functioneren van het EOM. Daarnaast wees zij opde voorgenomen herziening van de verordening 904/2010 (Eurofisc), diedient om het EOM en OLAF toegang te geven tot bepaalde btw-informatie.De Raad heeft daarover op 5 mei jl. een algemene oriëntatie bereikt. DeCommissie wees daarnaast op de lopende evaluatie van deEOM-verordening, waarvan het verslag medio juli wordt verwacht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 101414 De Europese hoofdaanklager stond stil bij de resultaten van het EOM alseerste grensoverschrijdende openbaar ministerie. Daarbij werd gewezenop de meer dan 4.000 lopende zaken en de omvang van de opgespoordeschade. Tegelijkertijd benadrukte zij dat aanvullende middelen noodza-kelijk zijn om het toenemende werk aan te blijven kunnen. Ook wees zij ophet belang van verdere versterking van het juridische kader waarbinnenhet EOM opereert, dat wordt beoogd met de aanstaande herziening,waarvoor eind dit jaar een voorstel zal verschijnen.Ten slotte informeerden Hongarije en Ierland de JBZ-Raad over devoorbereidingen die worden getroffen om deel te nemen aan het EOM.Daarbij gaven zij aan dat de benodigde nationale wetgeving wordtvoorbereid en dat verdere stappen richting deelname worden gezet.4. De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne: bestrijding vanstraffeloosheid De JBZ-Raad sprak over de strijd tegen straffeloosheid in het kader van deRussische agressieoorlog tegen Oekraïne. Het Voorzitterschap benadruktede voortdurende steun van de Europese Unie aan Oekraïne en stond stilbij de stappen die reeds zijn gezet op het gebied van accountability enrechtsherstel.De Commissie benadrukte dat verantwoording voor de gepleegdemisdrijven prioriteit blijft en verwelkomde de verdere stappen die zijngezet bij de oprichting van en toetreding tot het Speciaal Tribunaal voorhet misdrijf van agressie tegen Oekraïne. Daarnaast wees de Commissieop de voortgang bij de internationale schadecommissie en de werkzaam-heden van de freeze-and-seize taskforce. Tevens meldde de Commissiedat achttien lidstaten zijn aangesproken op het niet tijdig implementerenvan de richtlijn inzake de aanpak van het ontwijken van sancties en riep zijop tot volledige en tijdige omzetting.Tijdens de gedachtewisseling ging het onder meer over de gevolgen vansancties tegen functionarissen van het Internationaal Strafhof en werddoor een paar lidstaten gewezen op de mogelijkheid van inzet van hetBlocking Statute. Nederland wees op het belang van nauwe samen-werking tussen alle betrokken partijen in de strijd tegen straffeloosheid.Nederland verwelkomde de verdere stappen richting de oprichting vanhet Speciaal Tribunaal en meldde dat een veelbelovende locatie in DenHaag is geïdentificeerd voor de voorbereidende fase van het tribunaal.Daarnaast wees Nederland op een recent gezamenlijk initiatief metEuropol om vermiste Oekraïense kinderen in Rusland en Belarus telokaliseren op basis van openbroninformatie.5. De aanpak van hate crime and hate speech Tijdens de werklunch werd gesproken over de vraag of hate speech enhate crime kunnen worden opgenomen in de lijst van artikel 83 van hetVerdrag betreffende de Werking van de Europese Unie (VWEU), waarmeeeen bevoegdheid voor de Commissie zou worden gecreëerd om op ditterrein richtlijnvoorstellen te doen.In de gedachtewisseling bleek dat de standpunten hierover uiteenlopen.Een aantal lidstaten verzocht de Commissie om een impactanalyse uit tevoeren, zodat op basis daarvan een afgewogen besluit kan wordengenomen. Andere lidstaten zagen geen toegevoegde waarde in opnamevan hate speech en hate crime in de lijst van artikel 83 VWEU. Unanimiteitover dit onderwerp lijkt daarmee nog niet in zicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 101415 Nederland sprak steun uit voor opname van hate speech en hate crime inde lijst van artikel 83 VWEU. Daarnaast stelde Nederland zich positief opten aanzien van maatregelen ter versterking van de aanpak van hatespeech en hate crime in het online domein, waarbij de voorkeur werduitgesproken voor versterking van bestaande wettelijke kaders, waaronderde Digital Services Act.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 317, nr. 101416

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d0948300ea928f8e

14 okt 2026 · 28930268e96a3ccd

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.