Antwoord op Kamervragen · 13 okt 2026 · Tweede Kamer
Antwoord op vragen van het lid Rooderkerk over de Renaissanceschool in Almere
Brontekst
AH 361 2026Z18836 Antwoord van staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen 13 oktober 2026) Vraag 1 Acht u het wenselijk dat de Renaissanceschool in Almere met slechts vier leerlingen heeft kunnen starten en daarvoor reguliere bekostiging en een kleinescholentoeslag ontvangt van ruim 507.000 euro per volledig kalenderjaar? Antwoord 1 Startende scholen hebben vaste uitgaven zoals een directeur, ICT, het beheer van het gebouw, verzekeringen, enzovoorts. Daarom krijgen alle nieuwe scholen bekostiging. Vanuit doelmatigheidsoverwegingen toetst DUO aan het begin van het vierde schooljaar of een nieuwe school snel genoeg groeit. Zo niet, dan stopt in principe aan het einde van dat schooljaar de bekostiging. De Renaissanceschool moet aan het begin van het vierde jaar 139 leerlingen hebben en is dit schooljaar inderdaad begonnen met vier leerlingen. Vraag 2 Hoe beoordeelt u dat het blijkbaar wettelijk mogelijk is om toestemming te verlenen voor het openen van de school, terwijl de belangstellingsmeting gebaseerd is op een voorgenomen locatie die kilometers buiten het gebied ligt van de uiteindelijke vestigingsplaats van de school? Antwoord 2 Een initiatiefnemer meet de belangstelling in een straal van 6 kilometer om het gewenste postcodegebied van vestiging. Bij een positief bekostigingsbesluit is de gemeente verantwoordelijk om de nieuwe school te huisvesten binnen haar gemeentegrenzen, ook als dat valt buiten het voedingsgebied van de nieuwe school. Vrijwel altijd vindt de gemeente een schoolgebouw binnen het voedingsgebied. In dit geval vond de gemeente Almere geen geschikt gebouw binnen het voedingsgebied en heeft zij besloten de nieuwe school op een andere plek binnen haar gemeentegrenzen te huisvesten. Ik begrijp dat dit vragen oproept, maar de gemeente Almere handelt hier binnen de grenzen van de wet. Vraag 3 Deelt u de opvatting dat de belangstellingsmeting hiermee geen goede basis is voor het te verwachten leerlingenaantal, mede gezien het aantal van vier leerlingen dat gestart is in het eerste leerjaar ver verwijderd is van het volgens het marktonderzoek te verwachten aantal leerlingen van 364 leerlingen in het 11e kalenderjaar? Antwoord 3 Het is te vroeg om enkel op basis van het leerlingaantal in het eerste jaar te concluderen dat de belangstellingsmeting geen goede basis is voor het te verwachten aantal leerlingen. De Renaissanceschool is met een klein aantal leerlingen gestart. De praktijk zal uitwijzen hoe het leerlingaantal zich de komende jaren zal ontwikkelen. Aan het begin van het vierde jaar moet het leerlingaantal van de school zich minimaal halverwege de stichtingsnorm bevinden (139). Zo niet, dan stopt de bekostiging aan het einde van het schooljaar 2029-2030. Vraag 4 Bent u het ermee eens dat de school onder valse voorwendselen is gestart, aangezien de school in de belangstellingsmeting richting ouders omschreven werd als “degelijk onderwijs op basis van klassieke en moderne onderwijstechnieken” met “vele excursies”, maar niet werd vermeld dat de school gelieerd is aan een politieke partij? Antwoord 4 Er zijn geen voorwaarden verbonden aan de introducerende tekst bij een initiatief voor een nieuwe school. In het marktonderzoek is van elke school (ook de bestaande scholen) de website vermeld. Het is in het belang van de initiatiefnemer zelf om een reëel beeld te geven van de voorgenomen richting en inrichting van de school, zodat de belangstellingsmeting een goed beeld geeft van de te verwachten leerlingpopulatie. Vervolgens heeft de inspectie positief geadviseerd over de te verwachten onderwijskwaliteit van de nieuwe school. Vraag 5 Klopt het dat uit de interne stukken van de Inspectie van het Onderwijs blijkt dat in de aanvraag uit 2024 nergens sprake was van gescheiden lessen of afzonderlijke leertrajecten wegens biologische verschillen tussen jongens en meisjes? Antwoord 5 Dat klopt. Vraag 6 Kwamen de begrippen “jongens”, “meisjes”, “biologische verschillen” en "levensovertuiging" ook niet voor in het bij de Inspectie van het Onderwijs ontvangen schoolplan van de Renaissanceschool? Kunt u dit schoolplan met de Kamer delen? Antwoord 6 Ik ga er vanuit dat u hier doelt op het document dat het schoolbestuur heeft ingediend ten behoeve van de bekostigingsaanvraag en waarin zij het voorgenomen beleid ten aanzien van de kwaliteit van het onderwijs beschrijft, aan de hand van zes deugdelijkheidseisen. In dat document is niet gesproken over gescheiden leertrajecten voor jongens en meisjes. Het document is op 26 augustus 2026 openbaar gemaakt naar aanleiding van een WOO-verzoek op de site van Open Overheid (nummer 560087). Vraag 7 Heeft de aankondiging van Baudet op 24 juni 2026 over dat jongens en meisjes aparte leertrajecten krijgen geleid tot een ander oordeel bij de Inspectie van het Onderwijs danwel het ministerie over de onderwijskwaliteit van de Renaissanceschool? Zo nee, waarom niet? Antwoord 7 De inspectie heeft haar kwaliteitsoordeel gebaseerd op de bekostigingsaanvraag van het bestuur van de Renaissanceschool. Zoals bij alle nieuwe scholen gebeurt, is in september een bezoek afgelegd bij de Renaissanceschool. Daarbij heeft de inspectie ook aandacht besteed aan genoemde signalen. In het voorjaar voert de inspectie, net als bij iedere nieuwe school, een volledige kwaliteitsonderzoek uit. Van dat onderzoek wordt een openbaar rapport opgemaakt. Vraag 8 Heeft de Inspectie van het Onderwijs, zoals aangekondigd in het ambtsbericht van 26 juni 2026, inmiddels contact opgenomen met het bestuur van de Renaissanceschool naar aanleiding van de uitspraak van Baudet over aparte leertrajecten en wat waren de bevindingen van dit contact en welke vervolgstappen heeft de Inspectie van het Onderwijs hierop genomen? Antwoord 8 De inspectie kan bij signalen, bijvoorbeeld uit de media, na weging contact opnemen met een school. De inspectie kan dergelijke gewogen signalen ook betrekken bij toezichtactiviteiten. Zoals bij alle nieuwe scholen gebeurt, is in september een bezoek afgelegd bij de Renaissanceschool. Daarbij heeft de inspectie ook aandacht besteed aan genoemde signalen. Verderop in dit schooljaar vindt een kwaliteitsonderzoek plaats op schoolniveau. Ook dat is gebruikelijke procedure bij nieuwe scholen. Van dat onderzoek zal wel een openbaar rapport worden opgemaakt. Vraag 9 Bent u, mede gezien de passage in het coalitieakkoord dat de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen “zo snel mogelijk wordt herzien”, voornemens de wetsevaluatie naar voren te halen, zodat deze op korte termijn kan worden behandeld? Antwoord 9 De eerste evaluatieperiode van de wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen is eind 2025 afgerond en is begin 2026 naar uw Kamer gestuurd. Mede op basis daarvan werk ik onder andere aan het wetsvoorstel Praktische verbetering stichtingsprocedure, dat ik nog dit jaar naar de Raad van State stuur. Daarnaast is begin 2026 een nieuwe evaluatieperiode gestart van vijf jaar (2026-2030) en daarop volgt nog een derde evaluatie van 2031 tot en met 2035. Deze evaluatietermijnen zijn vastgelegd in de Wet op het Primair Onderwijs en de Wet op het Voortgezet Onderwijs 2020. De stichtingsprocedure wordt continue gemonitord en dat heeft de afgelopen jaren geleid tot de nodige wijzigingen, zoals een verbod op het uitloven van beloningen voor ouderverklaringen. Vraag 10 Kunt u deze vragen elk afzonderlijk beantwoorden, voorafgaand aan het debat Stichting, sturing en toezicht in het funderend onderwijs op 14 oktober 2026? Antwoord 10 Ja.
Versie 60c71fd0c6f23b2b5fceec963bbf1df1563cf5b8ee1d1faf8be3fef6b40ef614 · Officiële bron.
Gegevens
- Soort document
- Antwoord schriftelijke vragen
- Datum
- 13 oktober 2026
- Vergaderjaar
- 2026-2027
- Aanhangselnummer
262700361- Officiële bron
- Tweede Kamer ↗
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.