KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgang aanpak kennisveiligheid in hoger onderwijs en wetenschap

25 okt 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie aff4cb7781835055 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202531 288Hoger Onderwijs-, Onderzoek- enWetenschapsbeleidNr. 1158 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR ENWETENSCHAP Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 25 oktober 2024Het kabinet stelt zich ten doel om de veiligheid en weerbaarheid vanNederland te vergroten. Dit ziet ook op de Nederlandse kennissector. Eenweerbare wetenschap is nodig in het kader van onze nationale eninternationale veiligheid. Daarom is in het regeerprogramma opgenomendat we de brede aanpak kennisveiligheid continueren, en als onderdeeldaarvan een wettelijke screeningsplicht invoeren voor onderzoekers enmasterstudenten.Met deze brief informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister vanJustitie en Veiligheid en de Minister van Economische Zaken, over devoortgang van de aanpak kennisveiligheid.1 Dit doe ik aan de hand vandrie pijlers:1.de kennissector maakt zich weerbaarder;2.invoering van een wettelijke screeningsplicht; en3.inzet op een internationaal gelijk speelveld.In deze brief ga ik in op drie rapporten die uw Kamer reeds heeftontvangen. Ik geef een beleidsreactie op het Sectorbeeld kennisveiligheidKNAW/NWO-i en op een verkenning naar een volwassenheidsmodel voorkennisveiligheid.2 Ook beschrijf ik hoe ik opvolging geef aan een rapportover het beurzenprogramma van de China Scholarship Council (hierna:CSC).31De aanpak kennisveiligheid is op 27 november 2020 naar uw Kamer gestuurd, zie Kamerstuk31 288, nr. 894.2Kamerstuk 31 288, nr. 1148.3Kamerstuk 31 288, nr. 1108. Een beleidsreactie is reeds gegeven in de voortgangsbrief van11 maart 2024. kst-31288-1158ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11581 Bovendien ga ik in op de uitvoering van vijf moties, ingediend tijdens hettweeminutendebat kennisveiligheid van 21 mei 2024.4 Ik geef hiermeeopvolging aan mijn toezegging om uw Kamer te informeren over deuitvoering van de motie Martens-America c.s.5 Tevens bevat de brief eentijdpad voor het wetsvoorstel screening kennisveiligheid.Het beschermen waardNederland is een kennis- en handelsland. Internationale oriëntatie iscruciaal om een innovatieve bijdrage te kunnen leveren aan de transitiesen uitdagingen waar wij als samenleving voor staan. De kracht en hetsucces van Nederlands onderzoek en wetenschap komt onder meer dooropenheid, internationale samenwerking en gedrevenheid om nieuwewegen te verkennen. Tegelijkertijd weten we dat kennis, technologie eninnovatie strategische en militaire machtsmiddelen zijn geworden voorstatelijke actoren, die zij actief verwerven.6 Dit maakt dat kennisveiligheidonlosmakelijk verbonden is met onze nationale veiligheid. Kennisvei-ligheid is dan ook onderdeel van de Veiligheidsstrategie voor hetKoninkrijk der Nederlanden7 en de brede aanpak tegen statelijkedreigingen.8Daarom werk ik samen met de kennissector verder aan het versterken envergroten van de weerbaarheid van Nederlands onderzoek en weten-schap. Daarbij zoeken we steeds de balans tussen enerzijds het benuttenvan kansen in open internationale samenwerking en anderzijds hetbeschermen van de nationale veiligheid en de kennis die onze instellingenontwikkelen. Zo zullen we bij de nadere uitwerking van de NationaleTechnologie Strategie goed moeten nadenken over met welke landen wijop specifieke prioritaire sleuteltechnologieën wel en niet willen samen-werken. Want de veiligheid van Nederland, de integriteit van de weten-schap, de ontwikkeling van technologie en de academische vrijheid zijnhet waard te beschermen. De rijksoverheid en de kennissector slaanhiervoor de handen ineen, waarbij we uitgaan van de kracht van dekennisinstellingen.1. De kennissector maakt zich weerbaarder Het vergroten van de weerbaarheid van kennisinstellingen is eenbelangrijk vertrekpunt bij de aanpak kennisveiligheid. Dit betekent dat zijweten welke belangen zij hebben te beschermen, de risico’s hierbij lerenherkennen en mitigeren, en maatregelen treffen om ook kansen te kunnenblijven benutten. De instellingen staan hierin niet alleen. De rijksoverheidfaciliteert en stimuleert de instellingen hierbij. We voeren met elkaar eencontinue dialoog over hoe we de aanpak verder kunnen verbeteren, welkedilemma’s daarbij opspelen en hoe we die gezamenlijk oplossen. Daarbijleren we van elkaar. Ik ga nader in op drie instrumenten die centraal staan:a.We houden zicht op de voortgang met behulp van audits ensectorbeelden, vanuit de ambitie om met elkaar steeds een stapverder te zetten in de afweging van kansen en risico’s en de weer-baarheid verder te vergroten.4Moties Martens-America (Kamerstuk 31 288, nr. 1130); Martens-America c.s. (Kamerstuk 31 288,nr. 1131); Hertzberger c.s. (Kamerstuk 31 288, nr. 1132); Stultiens (Kamerstuk 31 288, nr. 1133)en Rooderkerk en Paternotte (Kamerstuk 31 288, nr. 1134).5Deze toezegging heb ik gedaan tijdens het commissiedebat onderzoeks- en wetenschapsbeleidvan 3 oktober 2024.6Dreigingsbeeld Statelijke actoren 2. AIVD, MIVD en NCTV, november 2022. Kamerstuk 30 821,nr. 175, bijlage. Zie ook Jaarverslag AIVD 2023.7Kamerstuk 30 821, nr. 178, bijlage.8Kamerstuk 30 821, nr. 175.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11582 b.De Nationale Leidraad Kennisveiligheid (hierna: de Leidraad) die derijksoverheid samen met de kennissector heeft opgesteld geefthiervoor aanwijzingen, richtlijnen en handvatten.c.Het Loket Kennisveiligheid (hierna: het Loket) adviseert de kennisin-stellingen over risico’s bij internationale samenwerkingen, enfaciliteert kennisdeling via de learning community.Tot slot belicht ik de omgang van instellingen met hetCSC-beurzenprogramma als voorbeeld van de aanpak kennisveiligheid,waarin verschillende instrumenten van de aanpak samenkomen.a. Zicht op voortgang In de periode 2023–2024 is een nulmeting uitgevoerd bij de kennisinstel-lingen, waarmee in beeld is gebracht hoe ver kennisinstellingen zijn methet invoeren van kennisveiligheidsmaatregelen. Uit de resulterendesectorbeelden komt naar voren dat instellingen kennisveiligheid serieusoppakken en het kennisveiligheidsbeleid volop in ontwikkeling is.Sommige instellingen zijn daarin verder dan andere. Naast sectorbeeldenzijn er ook instellingsbeelden opgesteld. De instellingen gebruiken die bijhet opstellen en verder implementeren van maatregelen. Volgend jaarstart een nieuwe ronde audits, en dan moet zichtbaar zijn dat een solidebasis bij alle kennisinstellingen is gelegd.De sectorbeelden over de universiteiten en de hogescholen heeft uwKamer in najaar 2023 en voorjaar 2024 ontvangen.9 Als laatste van dezereeks heeft uw Kamer voor de zomer van 2024 het sectorbeeld over deonderzoeksinstituten van de KNAW en NWO-i ontvangen.10Sectorbeeld KNAW en NWO-iHet sectorbeeld KNAW en NWO-i laat zien dat zij werk maken vankennisveiligheid en de nodige stappen zetten om weerbaarder te worden.Vrijwel alle instituten hebben een risicoanalyse uitgevoerd. De risicoana-lyses hebben tot meer inzicht in en bewustwording van de risico’s bij deverschillende instituten geleid. De KNAW en NWO-i hebben bewustwor-dingscampagnes ingezet en er is ook in het personeelsbeleid aandachtvoor kennisveiligheid. Er zijn bestuurlijk portefeuillehouders en advies-teams ingesteld, en er zijn over de volle breedte maatregelen getroffen terbescherming van de fysieke en digitale toegang.Aan actuele, centrale overzichten van risicovolle internationale partner-schappen wordt gewerkt. De KNAW en NWO-i hebben mij in eengezamenlijke reactie laten weten dat een eerste aanzet van het centraleoverzicht gerealiseerd zal zijn aan het einde van dit jaar.11 De organisatieswijzen erop dat het vertrouwen van de Minister in de kennisinstellingenbelangrijk is voor het draagvlak voor implementatie van kennisveiligheid.Dit vertrouwen heb ik. Ook vragen zij aandacht voor de doorlooptijdenvan en beschikbare expertise bij het Loket, en actualisering van deLeidraad. Verderop in deze brief ga ik daarop in.Met de opvolging van de overige sectorbeelden blijven we een vinger aande pols houden. Zo heeft de Vereniging Hogescholen mij laten weten datalle hogescholen nu de bestuurlijke afspraken over kennisveiligheid zijn9Kamerstuk 31 288, nrs. 1077 en 1108.10Kamerstuk 31 288, nr. 1148. NWO-i is de organisatie waaronder negen onderzoeksinstitutenressorteren11Een schriftelijke reactie van de KNAW en NWO-i is als bijlage bijgevoegd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11583 nagekomen.12 Ook heeft UNL mij eerder dit jaar laten weten dat deuniversiteiten hard werken aan het realiseren van centrale en actueleoverzichten van risicovolle internationale partnerschappen. In reactiehierop heb ik de universiteiten gevraagd om ze uiterlijk eind dit jaar terealiseren.13 Hiermee geef ik uitvoering aan het eerste deel van de motieRooderkerk en Paternotte.14 In het voorjaar van 2025 informeer ik uwKamer opnieuw over de voortgang hiervan.Doorontwikkelen van risico-gestuurde aanpakIk hecht eraan dat instellingen verder werken aan het versterken van hunweerbaarheid door kennisveiligheidsbeleid te implementeren. Deloitteheeft in dit kader de opdracht gekregen om een verkenning naar hetgebruik van een volwassenheidsmodel voor kennisveiligheid uit tevoeren. Een volwassenheids-model is een gestructureerd overzicht metverschillende niveaus, dat de voortgang van een organisatie bij hetontwikkelen van processen en vaardigheden weergeeft. Aan de handhiervan kunnen organisaties doelen stellen en gerichte verbeteringendoorvoeren. De AWTI heeft eerder geadviseerd om een dergelijk model teontwikkelen.15 Hiermee geef ik opvolging aan dit advies.Uw Kamer heeft het rapport van Deloitte hierover aan het begin van dezomer ontvangen.16 Deloitte adviseert mij om een volwassenheidsmodelvooralsnog primair als leermiddel voor de instellingen in te zetten en nietals verantwoordingsinstrument. Een te zware gerichtheid op verant-woording kan in de fase waarin instellingen nu verkeren, het lerenbelemmeren en leiden tot tunnelvisie. Een meer ontwikkelgerichtetoepassing draagt bij aan het versterken van de weerbaarheid van dekennisinstellingen en het verhogen van de nationale veiligheid. Deloitteadviseert ook om samen met de kennissector te onderzoeken of reedsbestaande volwassenheidsmodellen doorontwikkeld kunnen worden.Ik neem deze aanbevelingen ter harte en onderschrijf het belang vangestructureerde, stapsgewijze verbeteringen. Ik wil met de kennissectortoewerken naar een brede implementatie van het gebruik van volwassen-heidsmodellen, met ruimte voor maatwerk. Ik wil daarbij ook gebruikmaken van de ervaringen die instellingen reeds hebben opgedaan, zoalsmet het SURF volwassenheidsmodel voor cybersecurity. Daarmee kunnende instellingen laten zien dat zelfregulering werkt en vruchten afwerpt.Een aantal universiteiten is al gestart met de ontwikkeling en toepassingvan een eigen model dat op de Leidraad is gebaseerd. Dat vind ik een zeerpositieve ontwikkeling en geeft aan dat kennisinstellingen dit serieusnemen.Ik wil de kennisinstellingen die in 2025 gebruik maken van een volwassen-heidsmodel tegemoetkomen door hen in de gelegenheid te stellen ditmodel te gebruiken bij de volgende ronde audits, om zo de uitvraagbe-lasting te beperken. Verder ga ik met de sector in dialoog over hoe wij deaanpak kennisveiligheid kunnen doorontwikkelen naar een meerrisico-gestuurde aanpak. Want hoewel elke kennisinstelling de basis oporde moet hebben, mag op basis van risicoanalyses van de ene instellingmeer inzet op kennisveiligheid verwacht worden dan van de andere.12Kamerstuk 31 288, nr. 696.13De brief van UNL en mijn reactie hierop zijn als bijlagen bijgevoegd.14Kamerstuk 31 288, nr. 1134.15Kennis in conflict – veiligheid en vrijheid in balans. AWTI, november 2022.16Kamerstuk 31 288, nr. 1148.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11584 b. Nationale Leidraad Kennisveiligheid De Leidraad vormt de basis voor het kennisveiligheidsbeleid bij dekennisinstellingen. Samen met de instellingen blijven we werken aangerichtere maatregelen. Zo werken we met elkaar aan een actualisering enverduidelijking van de Leidraad. Daarbij maken we onder andere gebruikvan het AWTI-advies uit 2022 en van de inzichten uit de sectorbeeldenkennisveiligheid die in 2023 en 2024 zijn opgeleverd. We verwachten aanhet einde van dit jaar een nieuwe versie met elkaar vast te stellen. Daarnabeoordelen we periodiek of er aanleiding is om de Leidraad op onder-delen te actualiseren.Om meer houvast te geven bij het inschatten van risico’s bij het aangaanvan internationale samenwerkingen, ben ik met de kennisinstellingengestart met een traject om hiervoor landelijk uniforme criteria te ontwik-kelen. Het tweede deel van de motie Roodenberg en Paternotte heeft mijhiertoe verzocht.17 Om aan deze motie uitvoering te geven heb ik samenmet UNL, de KNAW, NWO-i, de VH, TO2-federatie en NFU een werkgroepingesteld met de opdracht om breed gedragen voorstellen te doen.Daarbij betrek ik ook de overige departementen die aangesloten zijn op deaanpak kennisveiligheid. Ik informeer uw Kamer opnieuw over deuitvoering van deze motie in het voorjaar van 2025.c. Loket Kennisveiligheid Het Rijksbrede Loket speelt een belangrijke rol in de aanpak kennisvei-ligheid, want daarmee stelt de rijksoverheid de instellingen in staat omhun verantwoordelijkheid te pakken bij het inschatten en wegen vankansen en risico’s bij internationale samenwerkingen. Begin 2022 is hetLoket geopend als het landelijke expertise- en adviespunt voor kennisvei-ligheid. Het Loket heeft inmiddels meer dan 450 vragen beantwoord enadviezen verstrekt. De expertise- en adviesfunctie van het Loket voorzietduidelijk in een behoefte bij de kennisinstellingen. Naast de adviseringverzorgt het Loket, via de learning community, onder andere e-learningsen netwerkevenementen, die naast het overbrengen van informatie, ookde onderlinge uitwisseling van ervaringen en good practices bevorderen.De learning community is in 2023 gelanceerd en trekt brede belang-stelling. Langs die weg zal het Loket de kennisinstellingen actief infor-meren over buitenlandse regelgeving die ertoe kan leiden dat gedeeldintellectueel eigendom wordt toegeëigend door een staat, en op welkepunten de instellingen daarbij kunnen letten. Ook zal de Leidraad op ditpunt worden geactualiseerd. Daarmee geef ik uitvoering aan de motieHertzberger c.s.18Om na te gaan hoe het Loket ook in de toekomst de kennisinstellingen zogoed mogelijk kan ondersteunen bij het weerbaarder maken van dewetenschap en het hoger onderwijs, wil ik in 2025 het Loket evalueren.Daar betrek ik uiteraard de kennisinstellingen als afnemers van het Loketbij. Ik informeer de Kamer te zijner tijd over de uitkomsten van dezeevaluatie.Voorts onderzoek ik of het wenselijk is dat het Loket aan de instellingenproactief en ongevraagd advies geeft, zoals de motie Martens-America mijheeft verzocht.19 Dit verzoek vraagt een ander type rolneming van derijksoverheid in het Loket dan nu het geval is. Omdat kennisinstellingenprimair zelf aan zet zijn voor kennisveiligheid, is het Loket nu ingericht als17Kamerstuk 31 288, nr. 1134.18Kamerstuk 31 288, nr. 1132.19Kamerstuk 31 288, nr. 1130.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11585 vraagbaak en adviespunt, en faciliterend, laagdrempelig en vraaggerichtvan aard. Eerste gesprekken met de instellingen naar aanleiding van dezemotie leveren op dat die inrichting van het Loket voor hen behulpzaam is,maar zij ook geholpen kunnen zijn met meer informatie over trends enactuele dreigingen op initiatief van het Loket zelf. Daarnaast dragen deinlichtingen- en veiligheidsdiensten in het kader van hun taakuitvoeringbij aan het verhogen van de weerbaarheid van kennisinstellingen tegenongewenste kennis- en technologieoverdracht, verhogen zij hetbewustzijn over gevaren, en adviseren zij over adequate veiligheidsmaat-regelen. Om tot een zorgvuldig en gewogen antwoord te komen wil ik devraag verder behandelen in de evaluatie van het Loket in 2025. Daar komik bij uw Kamer op terug.Daarnaast start ik dit najaar met een traject voor het creëren van eenwettelijke grondslag voor gegevensverwerking door het Loket. Op ditmoment geeft het Loket adviezen over risico’s bij internationale samen-werkingen. Het Loket doet nadrukkelijk niet aan risicobeoordelingen vanpersonen. Voor het inschatten van risico’s bij samenwerkingen baseert hetLoket zich onder andere op informatie over organisaties, het Dreigings-beeld statelijke actoren en op informatie over de toepassing van kennis entechnologie. Hoewel het Loket alle mogelijke maatregelen treft om tezorgen dat daarbij geen gegevens ontstaan die direct of indirect totpersonen te herleiden zijn, is gebleken dat dit niet volledig uit te sluiten is.Ik heb dit nader onderzocht en hierover gesproken met de AutoriteitPersoonsgegevens. Een eerste analyse wijst uit dat het creëren van eenwettelijke grondslag nodig is. Daarom tref ik voorbereidingen op eenwetsvoorstel. In het voorjaar van 2025 informeer ik uw Kamer over devoortgang hierop.Een voorbeeld uitgelicht: CSC-beurzenprogrammaDe aanpak kennisveiligheid vraagt van instellingen dat zij kansen enrisico’s wegen van geval tot geval. Een voorbeeld daarvan is samenwer-kingen met Chinese wetenschappers en kennisinstellingen. In maart 2024heeft mijn ambtsvoorganger een rapport van Clingendael ontvangen overpromovendi in Nederland die gefinancierd worden door de CSC.20 Ookheeft uw Kamer hierover een motie aangenomen. Ik ga hierna op beide in.China vormt de grootste dreiging voor de Nederlandse kennisveiligheidzoals benoemd in het Dreigingsbeeld statelijke actoren.21 Dit signaalmoeten we serieus nemen. China is een grootmacht op het gebied vanonderzoek en innovatie. Het land streeft al langer naar een sterkeeconomische en technologische groei. Om deze groei te realiseren, zijnChinese partijen actief op zoek naar de technologieën die in de Chinesebeleidsdoelen centraal staan. Er worden zowel legale als illegale collectie-methoden gebruikt om deze technologieën te bemachtigen. Zo zijnNederlandse bedrijven, kennisinstellingen en wetenschappers op groteschaal doelwit van diverse (digitale) aanvalscampagnes die proberenhoogwaardige technologie buit te maken. Kennis en technologie wordendaarnaast verkregen via academische samenwerking en door investe-ringen en overnames. Tegelijkertijd is China op veel terreinen eenbelangrijke en gewaardeerde partner van Nederland, het Nederlandsebedrijfsleven en Nederlandse kennisinstellingen. China en Nederlandkunnen elkaar op sommige wetenschappelijke en technologischegebieden enorm vooruithelpen. Het is dan ook in het belang vanNederland en ons concurrentievermogen om de samenwerking met China20Bijlage bij Kamerstuk 31 288, nr. 1108.21Dreigingsbeeld Statelijke Actoren 2. AIVD, MIVD en NCTV, november 2022. Kamerstuk 30 821,nr. 175, bijlage.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11586 op te blijven zoeken, mits dit op verantwoorde wijze gebeurt. Daarmeekunnen we wereldwijde maatschappelijke uitdagingen aanpakken enpotentiële kansen voor Nederland verzilveren.Het rapport van Clingendael liet zien dat er op bepaalde onderwerpen envakgebieden teveel afhankelijkheden van het CSC-beurzenprogrammazijn. Er moet dus bewuster gekozen worden op welke punten we wel enniet kunnen samenwerken, en op welke wijze. Dat er risico’s zijn, betekentniet dat een samenwerking op voorhand niet kan plaatsvinden. Hetbetekent dat kennisinstellingen en onderzoekers een grotere verantwoor-delijkheid hebben om een zorgvuldige afweging te maken en waar nodigmaatregelen te treffen.Mijn ambtsvoorganger heeft uw Kamer laten weten de aanbevelingensamen met de instellingen op te zullen volgen. We zorgen er gezamenlijkvoor, elk vanuit een eigen rol en verantwoordelijkheid, dat de kennisinstel-lingen bewuster omgaan met toelating van CSC-beurspromovendi enhiervoor de nodige houvast krijgen van de rijksoverheid. Zo heb ik hetLoket de opdracht gegeven om gecertificeerde vertalingen van relevanteCSC-documenten te publiceren via de learning community zodat deNederlandse instellingen daar hun voordeel mee kunnen doen. Ook wordtbezien of relevante documenten over andere beursprogramma’s kunnenworden vertaald. Daarnaast heeft mijn departement met andereEU-landen gesproken over samenwerking met beurspromovendi uitlanden buiten de Europese Unie, waaronder China.Voor het uitvoeren van de overige aanbevelingen is samenwerking metUNL en de kennisinstellingen nodig. Zo vindt er een verkenning plaatsmet UNL over de manier waarop en vorm waarin we de kennisinstellingenrichtlijnen kunnen meegeven over de omgang met CSC-beurzen enandere internationale beursprogramma’s. Ik ben blij te vernemen van UNLdat zij een landelijk overleg met CSC wil coördineren. Dit gesprek kan ikfaciliteren. Daarnaast heeft UNL aangegeven dat de kennisinstellingenindividueel, waar toepasselijk, aan de slag zullen gaan met de overigeaanbevelingen, zoals het diversifiëren van financieringsbronnen en hetverkennen van alternatieve scenario’s. UNL heeft bovendien aangegevendat universiteiten de aantallen CSC-beurspromovendi gaan monitoren enik neem dat aanbod graag aan. Ik vind het een positieve ontwikkeling datze deze parameter willen toevoegen aan het dashboard van bestuurdersvoor het inzichtelijk krijgen van risicovolle samenwerkingen op centraalniveau.De motie Martens-America heeft mij gevraagd om met kennisinstellingenin gesprek te gaan zodat er geen nieuwe CSC-beurspromovendi wordentoegelaten tot sensitieve vakgebieden.22 Uit gesprekken met bestuurdersvan de kennisinstellingen maak ik op dat het rapport van Clingendaelheeft bijgedragen aan een verhoogde alertheid en een toenemendebewustwording. Instellingen wegen kritisch af, van geval tot geval, welkerisico’s er zijn bij het toelaten van internationale beurspromovendi, in hetbijzonder van CSC, en of deze aanvaardbaar zijn. Ze zorgen dat er geenafhankelijkheden ontstaan, en indien er besloten wordt om de samen-werking aan te gaan, worden mitigerende maatregelen getroffen. Ik vraagUNL om mij in de zomer 2025 te rapporteren over de actuele stand van deaantallen CSC-beurspromovendi.23 In mijn gesprekken met de universi-22Kamerstuk 31 288, nr. 1131.23Hiermee geef ik invulling aan de toezegging tijdens het tweeminutendebat op 21 mei 2024 datde Tweede Kamer na de zomer van 2024 wordt geïnformeerd over mijn gesprekken met dekennisinstellingen over CSC-beurzen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11587 teiten blijft dit een aandachtspunt. Hiermee heb ik uitvoering gegeven aande motie Martens-America.2. Invoering van screening kennisveiligheid De aanpak Kennisveiligheid bestaat uit een samenhangend geheel aaninstrumenten, waarvan screening van personen het sluitstuk is. Hetinitiatief voor het ontwikkelen van de screening kennisveiligheid zetten wevoort, zoals ook blijkt uit het regeerprogramma.Tijdpad wetsvoorstelDe wet screening kennisveiligheid is voor mij een prioriteit. Ik wil zoveelals mogelijk tempo maken met dit wetsvoorstel, maar moet de uitwerkingook zorgvuldig doen. Ik streef ernaar om het wetsvoorstel in de eerstehelft van 2025 in openbare internetconsultatie te brengen. Vervolgens wilik het wetstraject versnellen waar dat kan. Ik zal het wetsvoorstel om diereden parallel aan de consultatie voor advisering voorleggen aan in iedergeval de Autoriteit Persoonsgegevens en het Adviescollege toetsingregeldruk. Ik wil het wetsvoorstel vervolgens na de zomer van 2025aanbieden aan de Raad van State voor advisering, waarna ik hetwetsvoorstel naar uw Kamer hoop te kunnen sturen.Voortgang op de drie fundamentele elementenIn dit stadium zijn drie elementen in het wetsvoorstel bepalend voor devoortgang, zoals mijn ambtsvoorganger aan uw Kamer heeft toegelicht.24Ik informeer uw Kamer over de stand van zaken op elk van deze punten.1. De afbakening van sensitieve kennis en technologie Gesprekken met het kennisveld en doorlopende consultatie van expertsen internationale partners hebben aanleiding gegeven tot een zorgvuldigeuitwerking van het afbakenen van sensitieve technologiekennisinstel-lingen. Een meer fijnmazige aanpak bij het afbakenen van sensitievekennis en technologie kan beter aansluiten bij de praktijk van de kennisin-stellingen dan een werkwijze met een bredere aanpak, waarbij gehelevakgebieden worden aangewezen.In de afgelopen maanden heeft mijn departement daarom een verkenninguitgevoerd. Daaruit blijkt dat fijnmaziger aanwijzen van bijvoorbeeldprojecten of programmalijnen mogelijk is. Het compartimenteren enbeschermen van kennis en technologie is daarbij van belang, zodat dezealleen gecontroleerd toegankelijk is. De verkenning laat zien dat meerfijnmazigheid recht doet aan de risico’s en de ontwikkelingen in dewetenschap. Deze aanpak ga ik daarom uitwerken in het wetsvoorstel. Deverkenning laat tegelijk ook zien dat dit een grotere rol van kennisinstel-lingen in het proces vraagt. Ik ga de resultaten van de verkenning in dekomende maanden delen met het kennisveld. Hiermee geef ik uitvoeringaan de motie Stultiens.25Tot slot merk ik op dat de afbakening van sensitieve technologieën geenbetrekking heeft op de verplichtingen die de kennisinstellingen reedshebben op grond van de Europese sanctieverordeningen, waarintechnische bijstand verboden of vergunningplichtig is voor bepaaldegoederen en technologie. In de uitwerking van de wet komt dit totuitdrukking.24Kamerstuk 31 288, nr. 1136.25Kamerstuk 31 288, nr. 1133.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11588 2. Rechtsgelijkheid borgen en discriminatie voorkomen Het College voor de Rechten van de Mens (hierna: het College) heeft opverzoek van mijn ambtsvoorganger een advies over de huidigedoelgroepafbakening uitgebracht. In het huidige wetsontwerp is gekozenvoor een doelgroepafbakening van te screenen personen, bestaande uitderdelanders.26 Deze afbakening mag niet leiden tot ongerechtvaardigdonderscheid (discriminatie). Daarbij is de screening een in de persoonlijkelevenssfeer ingrijpende maatregel waarbij (bijzondere) persoonsgegevensworden verzameld. De wet moet daarom rechtszekerheid, rechtsgelijkheiden voorspelbaarheid bieden ten aanzien van de vraag wie met eenscreening te maken krijgt en onder welke voorwaarden.Het advies van het College werpt echter deels vragen op, specifiek tenaanzien van de uitleg van het Unierecht. Het is van groot belang dat dedoelgroepkeuze juridisch houdbaar is. Nu het advies van het College nietop alle elementen volledig uitsluitsel heeft gegeven, heb ik besloten omnader advies te vragen aan de Landsadvocaat. Dit advies verwacht ik eendezer dagen te ontvangen, waarna ik het advies zal bestuderen. Deuitkomsten van beide adviezen zal ik in het wetsvoorstel verwerken. Ik zaluw Kamer over de uitkomsten informeren.3. Uitvoerbaarheid is cruciaal De waarde van een wet is voor een belangrijk deel gelegen in een goedeuitvoering. Zoals eerder aangegeven is Justis voor de uitvoering onzegesprekspartner.27 Justis heeft onderzocht of en onder welkevoorwaarden zij de screening kennisveiligheid kan uitvoeren. Hiertoe iseen vertrouwelijk vooronderzoek uitgevoerd. Uit het vooronderzoek blijktdat de screeningsopdracht op hoofdlijnen uitvoerbaar lijkt. Daarom heb ikJustis gevraagd te starten met een ex-ante uitvoeringstoets als volgendestap. Aan de hand van deze toets wordt mede bepaald hoe de screeningkan worden vormgegeven in de praktijk en of Justis de screening optermijn kan gaan uitvoeren. Deze toets wordt openbaar gemaakt met hetversturen van het wetsvoorstel naar de Raad van State.Justis geeft aan dat als zij de screening kennisveiligheid zou gaanuitvoeren, de inschatting nu is dat het opbouwen van een screeningsorga-nisatie en de start van de implementatie enkele jaren in beslag neemt.Volgens Justis kan gefaseerd gestart worden vanaf 2028, mits ook deuitvoeringstoets hier aanleiding toe geeft. Dit komt doordat het eenvolledig nieuw type screeningsproduct is in een nieuw domein, datandere (veiligheids-)eisen stelt aan de organisatie, de automatisering ensamenwerking met interdepartementale partners. Daarnaast werkt Justisnu ook aan andere nieuwe screeningsopdrachten. Het belang van deinvoering van de screening kennisveiligheid voor de nationale veiligheidvraagt echter om te onderzoeken waar verdere tijdwinst in dit traject tebehalen is. Ik zet me hier maximaal voor in. In het kader van de uitvoe-ringstoets zal ik in ieder geval Justis vragen om het tijdpad aan tescherpen en nader toe te lichten.Om een beeld te krijgen van de praktische gevolgen van de screening ophet kennisveld, kondigde mijn ambtsvoorganger een impact assessmentvoor de kennissector aan.28 Hiermee wordt duidelijk wat instellingennodig hebben voor een goede implementatie van de screening binnen26Kamerstuk 31 288, nr. 1136.27Justis is een uitvoeringsorganisatie van het Ministerie van Justitie en Veiligheid.28Kamerstuk 31 288, nr. 948.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 11589 hun eigen werkprocessen. Ik ben voornemens om in 2025 te starten methet assessment.3. Inzet op een internationaal gelijk speelveld Net als mijn ambtsvoorganger blijf ik actief inzetten op kennisveiligheid inde EU en internationaal. We werken aan een gelijk speelveld, met eengedeelde minimale basis van kennisveiligheidsbeleid in alle EU-lidstaten.Het afgelopen jaar is met de aanname van de Raadsaanbeveling overkennisveiligheid in de EU daarom een goede stap gezet.29 De Raadsaan-beveling bevat een overkoepelend Europees kader voor alle lidstaten ende Europese Commissie om kennisveiligheid te versterken. De volgendestap is om ervoor te zorgen dat de aanbeveling breed in de EU geïmple-menteerd wordt. Nederland blijft hierin een voortrekkersrol spelen enheeft hiertoe bijvoorbeeld in september een bijeenkomst met de EuropeseCommissie en EU-lidstaten georganiseerd over de implementatie van deraadsaanbeveling.Daarnaast is er breder internationaal ook structureel aandacht voorkennisveiligheid. Met landen als Duitsland, Frankrijk, het VerenigdKoninkrijk en de Verenigde Staten maken we onderdeel uit van eeninternationaal netwerk van gelijkgezinde landen. Het netwerk van deonderwijs- en wetenschapsattachés en de innovatieattachés zorgensamen met de collega’s op de Nederlandse ambassades voor verdereversteviging en uitbreiding van de internationale samenwerking opkennisveiligheid. Ook zetten we internationaal in op samenwerking opconcrete beleidsinstrumenten zoals het Loket Kennisveiligheid. Metbuitenlandse partners zoals het SECURE Centre (VS), het ResearchSecurity Centre (Canada) en het Research Collaborative Advise Teams(VK) wisselen we hierover kennis uit.De aanpak op kennisveiligheid is immers het effectiefst als andere landenook beleid op kennisveiligheid voeren. Zo voorkomen we dat eenpotentiële risicovolle samenwerking zich verplaatst en zorgen we ervoordat Nederland een aantrekkelijke plek blijft voor talent en wetenschappe-lijke samenwerking.De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins29Raadsaanbeveling 9097/1/24 REV 1, te raadplegen op https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-9097-2024-REV-1/en/pdf. De reactie op het voorstel van deze Raadsaanbevelingvan de Europese Commissie, zie Kamerstuk 22 112, nr. 3906.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 31 288, nr. 115810

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 43f437818b4fa1ca

14 okt 2026 · 5df74a2ae2ef4dae

13 okt 2026 · 359499153eb44eaf

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.