KamerkringInloggen
Kamerbrief

Beleidsreactie op de zbo-evaluatie en doelgroeponderzoek van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

19 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie e9a92410db4e9e95 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 552SlachtofferbeleidNr. 151 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 19 september 2025Door middel van deze brief informeer ik uw Kamer over de uitkomstenvan de zbo-evaluatie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna:Schadefonds). Tevens reageer ik in deze beleidsreactie op de conclusiesen aanbevelingen van het doelgroepenonderzoek dat het Wetenschap-pelijk Onderzoek- en Data Centrum (hierna: WODC) in opdracht van hetSchadefonds heeft laten uitvoeren door onderzoeksbureau Ipsos I&O. Hetdoelgroeponderzoek heb ik op 22 januari 2025 naar uw kamer gestuurd.1Eerst zal ik ingaan op de zbo-evaluatie (bijlage 1), vervolgens op hetdoelgroeponderzoek (bijlage 2) en tenslotte zal ik ingaan op de conclusiesen aanbevelingen van beide onderzoeken.Het zbo Schadefonds GeweldsmisdrijvenHet Schadefonds geeft een financiële tegemoetkoming aan slachtoffersvan gewelds- en seksuele misdrijven, nabestaanden en naasten diehiervan lichamelijk en psychisch letsel van ondervinden. Met dezeuitkering erkent het Schadefonds namens de overheid het onrecht datdeze slachtoffers hebben meegemaakt. Het Schadefonds is opgericht in1976 en voert de Wet schadefonds geweldsmisdrijven uit.Het Schadefonds is met ingang van 1 januari 2012 een zelfstandigbestuursorgaan (zbo). Op basis van artikel 39 van de Kaderwetzelfstandige bestuursorganen is bepaald dat ik u elke vijf jaar een verslagtoezend over het doelmatig en doeltreffend functioneren van hetSchadefonds.Eindrapport zbo-evaluatieDe evaluatie beslaat de periode van 2020 tot en met 2024 en is uitgevoerddoor het onderzoeksbureau Andersson Elffers Felix (hierna: AEF). In deze1Kamerstukken II, 2024–2025, 33 552, nr. 135. kst-33552-151ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1511 periode gaf het Schadefonds naast haar reguliere taken ook uitvoeringaan de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming slachtoffers vangeweld in de jeugdzorg.2 Deze regeling liep van januari 2021 tot en metdecember 2022 en was bedoeld voor personen die als minderjarige hetslachtoffer waren geworden van geweld in de jeugdzorg. Slachtoffersontvingen een tegemoetkoming van € 5.000,–.Opdracht aan AEFAEF evalueerde de doeltreffendheid en doelmatigheid van het functio-neren van het Schadefonds aangevuld met enkele andere onderzoeks-vragen op het gebied van sturingsrelaties en de maatschappelijke opgavevan het Schadefonds. Daarnaast onderzocht AEF in hoeverre er gevolg isgegeven aan de aanbevelingen van de eerdere evaluatie uit 2020.3Hieronder licht ik de evaluatie toe en ga ik in op de conclusies enaanbevelingen uit de evaluatie. In deze beleidsreactie is tevens de reactievan het Schadefonds opgenomen.Conclusies en aanbevelingenIn het onderzoeksrapport wordt geconcludeerd dat het Schadefondsdoeltreffend functioneert. Het Schadefonds heeft veel aandacht voorrechtmatigheid en bereikt daarmee richting de aanvragers succesvolleresultaten. Ook zet het Schadefonds vol in op erkenning en verbeteringvan de dienstverlening. Hetgeen wordt gewaardeerd door aanvragers enpartners in de keten. Het Schadefonds heeft de afgelopen jaren preciezergeformuleerd wie in aanmerking komt voor een tegemoetkoming endaarbij geïnvesteerd in een persoonsgerichte benadering van aanvragers,hetgeen heeft geleid tot verdere professionalisering van de organisatie.Ook zijn de aanbevelingen uit de eerdere evaluatie van prof. dr. De Riddergrotendeels opgevolgd. Dit geldt echter niet voor de aanbeveling omartikel 194 van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven te herzien. AEFconstateert dat deze aanbeveling niet is uitgevoerd en geeft teroverweging dat in het licht van de maatschappelijke opgave alsnog tedoen.Tegelijkertijd wordt er geconcludeerd dat het Schadefonds minderdoelmatig is geworden. Hiervoor ziet AEF de volgende verklaringenwaaronder de toegenomen complexiteit van aanvragen, en daarmee dewerklast per aanvraag, de schaalsprong van de organisatie en stijgendekosten o.a. als gevolg van inflatie. Het Schadefonds behandelt hierdoorminder aanvragen en neemt minder beslissingen per medewerker. Metbetrekking tot de uitvoering van de Tijdelijke regeling geweld in dejeugdzorg concludeert AEF dat de impact op de organisatie groot wasvanwege het veel grotere aantal aanvragen dan verwacht dat werdontvangen. Het uitvoeren van de reguliere taak heeft hier wel onder telijden gehad.Bovenstaande conclusies worden door AEF vertaald in de volgendeaanbevelingen.2Stcrt. 2020, nr. 61740.3Evaluatie Schadefonds Geweldsmisdrijven: Rapport evaluatie ex artikel Kaderwet ZBO, prof. dr.J. de Ridder.4Artikel 19 betreft de bevoegdheidsgrondslag voor aanvullende taken. In artikel 19 is hetvolgende opgenomen: bij ministeriële regeling kunnen nadere voorschriften worden gegevenbetreffende het nemen van besluiten door de commissie ten aanzien van andere slachtoffersdan bedoeld in artikel 3 en artikel 20. Deze voorschriften zien op het kunnen verlenen van eenuitkering aan natuurlijke personen die slachtoffer zijn geworden van een misdrijf of aan hunnabestaanden of naasten.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1512 Aanbevelingen op het gebied van doelmatigheid/ sturing:1.Optimaliseer de huidige bekostigingssystematiek zodat het aantal ftein de bedrijfsvoering op een passende manier meegroeit.2.Wees bewust dat in de werking van de bekostigingssystematiek maarbeperkt prikkels zitten gericht op efficiënt werken.3.Eigenaar, neem het initiatief op het gebied van doelmatigheid.4.Blijf inzetten op het informeren van/en uitwisselen met ketenpartners.Aanbevelingen op het gebied van doeltreffendheid:5.Blijf onderzoeken hoe aanvragers die geen tegemoetkoming krijgentoegewezen op een andere wijze erkenning kunnen ervaren.Aanbevelingen op het gebied van de maatschappelijke opgave:6.Neem drempels voor (specifieke) potentiële aanvragers weg.7.Onderzoek hoe slachtoffers nog meer erkenning kan worden gebodenbij het doen van een aanvraag.Doelgroepenonderzoek SGMBegin 2025 is het doelgroeponderzoek gepubliceerd dat in opdracht vanSchadefonds is uitgevoerd. Het doel van het onderzoek was het verkrijgenvan inzicht in de kenmerken van zowel de potentiële als de bereiktedoelgroep die in aanmerking komt voor een tegemoetkoming vanuit hetSchadefonds. De onderzoekers concluderen dat het Schadefondsongeveer 10% van de doelgroep bereikt. Er is een ondervertegenwoor-diging van slachtoffers uit landelijke gemeenten, slachtoffers van 50 jaaren ouder en slachtoffers van brandstichting/ontploffing. In het onderzoekwordt een aantal drempels genoemd waardoor slachtoffers geenaanvraag bij het Schadefonds indienen. Het betreft:–Emotionele drempels: het slachtoffer kan schuld- en schaamtegevoe-lens hebben. Ook kan een slachtoffer angst voor de dader hebben ofde procedure te emotioneel belastend vinden.–Ethische drempels: een slachtoffer kan een financiële compensatieongepast vinden of vinden dat de overheid niet verantwoordelijk isvoor de tegemoetkoming (maar de dader). Daarnaast willen sommigeslachtoffers eerst het vaststellen van de juridische aansprakelijkheidafwachten.–Communicatiedrempels: sommige slachtoffers zijn er nog niet aan toeom een tegemoetkoming aan te vragen, of voelen zich overweldigddoor de hoeveelheid informatie.Er zijn mogelijkheden om meer slachtoffers die binnen de potentiëledoelgroep vallen te bereiken. Er zullen echter altijd slachtoffers blijven dieniet worden bereikt. In het doelgroepenonderzoek wordt een aantalaanbevelingen gedaan om het bereik van de potentiële doelgroep tevergroten. Dit betreft:1.de zichtbaarheid van het Schadefonds in de gehele keten te vergrotenen de verwijsfunctie te verbreden;2.slachtoffers in het slachtoffertraject meerdere malen te wijzen op demogelijkheid voor tegemoetkoming bij het Schadefonds en daarmeetiming van moment van aangifte minder belangrijk maken en;3.het verbeteren van de huidige informatie en communicatievoorzie-ning van het Schadefonds.Een deel van de aanbevelingen komt overeen of ligt in het verlengde vande aanbevelingen uit de zbo-evaluatie, ik reageer daarom op beiderapporten gezamenlijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1513 Beleidsreactie Ministerie van Justitie en VeiligheidHet is van belang om recht te doen aan slachtoffers van strafbare feiten.Het vergoeden van de geleden schade maakt hiervan onderdeel uit.Hierbij geldt als uitgangspunt dat de dader verantwoordelijk is voor hetherstellen of vergoeden van de schade. Er zijn evenwel situaties denkbaarwaarbij de schade niet kan worden verhaald op de verdachte/dader omdater bijvoorbeeld (nog) geen verdachte/dader in beeld is of als de strafzaakdoor de officier van justitie wordt geseponeerd. Het slachtoffer kan zichdan wenden tot het Schadefonds. Alleen die personen die het slachtofferzijn geworden van een gewelds- of zedenmisdrijf en die hierdoor ernstigletsel hebben opgelopen en hun schade niet op andere wijze vergoedkrijgen, kunnen in aanmerking komen voor een tegemoetkoming. Dezetegemoetkoming vergoedt niet de gehele schade maar is bedoeld alssteuntje in de rug. Met deze financiële tegemoetkoming draagt hetSchadefonds bij aan het materiële herstel van het slachtoffer. Daarnaastervaren slachtoffers de tegemoetkoming als een vorm van erkenning voorwat hen is aangedaan.Het doet me deugd te kunnen constateren dat het Schadefonds in deafgelopen periode op doeltreffende wijze invulling heeft gegeven aan haartaak.Ik deel de bevindingen uit het evaluatierapport en kan mij grotendeelsvinden in de gedane aanbevelingen. De aanbevelingen sluiten goed aanbij de inspanningen die het Schadefonds en ook het Ministerie vanJustitie en Veiligheid (hierna: JenV) reeds hebben ingezet. Voor goedesamenwerking en onderling vertrouwen is continue afstemming en goedecommunicatie tussen het departement en het Schadefonds essentieel. Ikzal mij daarvoor blijven inzetten, net zoals het Schadefonds, binnen hetbestaande budgettaire kader.Meer aandacht voor doelmatigheidMet betrekking tot doelmatigheid wordt aanbevolen in het evaluatie-rapport, dat JenV en het Schadefonds meer aandacht besteden aan decontinuïteit van de bedrijfsvoering en de gezonde financiële situatie vanhet Schadefonds. Deze aanbeveling is mede gedaan omdat de organisatievan het Schadefonds de komende jaren naar verwachting nog de nodigeontwikkelstappen zal zetten. Ik deel het belang van een doelmatigeorganisatie die financieel gezond is en zal me hier voor inzetten om hetgesprek hierover te blijven voeren.Ik wil daarbij wel opmerken dat er een goede balans moet wordengevonden tussen doelmatigheid en doeltreffendheid binnen het budget-taire kader. Een te grote focus op doelmatigheid kan een negatief effecthebben op de doeltreffendheid en daarmee potentieel afbreuk doen aaneen belangrijk aspect van de taak van het Schadefonds, namelijk hetgeven van erkenning, en mogelijk ook op de rechtmatigheid van degenomen beslissingen. Met het oog daarop is het van belang dat denoodzakelijke balans tussen doelmatigheid en doeltreffendheid goedwordt bewaakt. Daarom zal dit thema terugkerend geagendeerd wordenin de overleggen tussen het ministerie en het Schadefonds.Het Schadefonds kan zich eveneens vinden in de gedane aanbevelingenen deelt dat er sprake moet zijn van een goede balans tussen doelma-tigheid en doeltreffendheid. Ze herkent ook de aanbevelingen die in hetkader van de bekostigingssystematiek worden gemaakt over de omvangvan de bedrijfsvoering. Het Schadefonds komt daarvoor met voorstellendie met het ministerie besproken zullen worden.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1514 Maatregel met betrekking tot doeltreffendheidEen tegemoetkoming aanvragen is voor slachtoffers die daarvoor inaanmerking komen een recht en geen plicht. Zoals ik in mijn nieuweMeerjarenagenda Slachtofferbeleid heb aangegeven acht ik het vanbelang dat de autonomie bij het slachtoffer blijft. Een individueelslachtoffer mag – wanneer goed geïnformeerd – zelf beslissen welkerechten het wil uitoefenen en van welke voorzieningen het in wel mategebruik wil maken5. Ik acht het om die reden dan ook niet wenselijk omeen norm vast te stellen voor het percentage slachtoffers dat eenaanvraag bij het Schadefonds heeft ingediend. Ook het Schadefonds achteen norm niet wenselijk en voegt daaraan toe dat die nagenoeg nietmeetbaar is. Dit aangezien er geen gegevens voorhanden zijn die inzichtgeven in de feitelijke omvang van de doelgroep. De onderzoekers liepenhier tegen dezelfde beperkingen op. Dat maakt dat het geen toegevoegdewaarde heeft om met een norm te gaan werken.Wel vinden het Schadefonds en ik het van belang dat iedereen die inaanmerking komt voor een aanvraag, voldoende in staat moet wordengesteld om zelf de keuze te maken om al dan niet een dergelijke aanvraagin te dienen. Het is dan ook van belang dat het Schadefonds zich blijftinzetten op het verbeteren van de informatievoorziening over dit rechtalsook de dienstverlening en ondersteuning aan de slachtoffers die hetSchadefonds al weten te vinden.Het Schadefonds heeft recent onderzoek gedaan naar de aanvragerstevre-denheid. Daaruit komt dat aanvragers die wel een uitkering krijgen meertevreden zijn en zich meer erkend voelen dan aanvragers die geenuitkering krijgen. Dat is niet verwonderlijk, het is begrijpelijk dat mensenteleurgesteld zijn bij een afwijzing. En zich hierdoor wellicht ook mindererkend voelen dan als ze wel een uitkering hadden ontvangen. Vandaarook dat het Schadefonds inzet op heldere informatieverstrekking terbevordering van kansrijke aanvragen en daarmee een bijdrage levert aanhet terugdringen van het aantal afwijzingen. Aanbevelingen uit een doorhet Schadefonds zelf uitgevoerd onderzoek naar de aard en achtergrondvan afwijzingen geven daar richting voor en sluiten aan bij de aanbeve-lingen uit de zbo-evaluatie en het doelgroepenonderzoek.In dat kader past ook de aanbeveling uit de evaluatie om te blijveninvesteren in het vergroten van de zichtbaarheid in de (brede) keten en hetinformeren van en uitwisselen met de ketenpartners over actuele enrelevante wijzigingen in het beleid. Een belangrijk deel van de potentiëleaanvragers van het Schadefonds wordt via de politie of SlachtofferhulpNederland naar het Schadefonds doorverwezen, maar er zijn ook andereinstanties die slachtoffers kunnen doorverwijzen. Dit kan er ook toebijdragen dat een ander deel van de potentiële doelgroep wordt bereikt.Met betrekking tot de zichtbaarheid geeft het Schadefonds voorlichtingenaan ketenpartners om informatie te verstrekken over het Schadefonds ende werkwijze. Zo worden in het najaar 2025 alle districten van Slachtof-ferhulp Nederland bezocht. Daar zal ook het aspect van het meermaalsinformeren van slachtoffers over het Schadefonds aan de orde komen.Ook aan de politie en het OM worden voorlichtingen gegeven en isinformatie voor hen beschikbaar. Met betrekking tot andere genoemdeketenpartners zoals huisartsen, GGZ en Veilig Thuis is het Schadefondsvoornemens in 2026 te starten met het geven van voorlichting in het kadervan de toevoeging van aanvragen voor psychisch geweld.5Kamerstukken II, 2024–2025, 33 552, nr. 137.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1515 Aanbeveling met betrekking tot maatschappelijke opgaveVoor de aanbeveling met betrekking tot het wegnemen van de drempelsvoor potentiële aanvragers geldt hetzelfde. Op dat gebied heeft hetSchadefonds al stappen gezet, bijvoorbeeld door het aanpassen van hetaanvraagformulier en het feit dat de website en alle brieven op taalniveauB1 zijn opgesteld, de website beschikbaar is in meerdere talen en er ookeen voorleesfunctie is. Ik zal bij het Schadefonds aandacht vragen om zichte blijven inspannen eventuele resterende drempels voor aanvragers wegte nemen.Vanuit de JenV brede werkagenda zijn middelen beschikbaar gesteld omde dienstverlening in 2025 verder te verbeteren. Het Schadefonds zalhiermee de korte vragenlijst op de website verder aanpassen en in hetaanvraagformulier verdere verbeteringen doorvoeren ten behoeve van degebruikersvriendelijkheid. Daarnaast zorgt het Schadefonds ervoor dataanvragers dit jaar nog over alle processtappen in het aanvraagprocesworden geïnformeerd. Hiermee voldoet het Schadefonds aan deverplichting die vanaf 2026 gaat gelden voor overheidsinstanties omburgers mee te nemen in de stappen van hun aanvraag. Vooralsnogontvangt een aanvrager via de portal mijnschadefonds.nl en mijnslachtof-ferzaak.nl alleen op hoofdlijnen een update van zijn aanvraag.Aanbeveling uit eerdere zbo- evaluatieMet betrekking tot het niet opvolgen van de aanbeveling uit de vorigezbo-evaluatie om artikel 19 van de wet Schadefonds geweldsmisdrijven teherzien, is de reden hiervoor dat er in de afgelopen periode andereprioriteiten waren op het gebied van slachtofferbeleid gegeven de beperktbeschikbare wetgingscapaciteit. Ik ben evenwel voornemens om in 2026te starten met voorbereidingen voor de herziening van de wet Schade-fonds Geweldsmisdrijven. In dat kader zal ook een eventuele herzieningvan voornoemd artikel 19 worden meegenomen.Tot slotIk zal uw Kamer informeren over de voortgang met betrekking tot deaanbevelingen in de volgende voortgangsbrief MeerjarenagendaSlachtofferbeleid.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,A.C.L. RutteTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 552, nr. 1516

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 29bb9412d47e353d

14 okt 2026 · 72b4ffbcd2d1882c

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.