36917 Verslag inzake wijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau
Brontekst
Versie 114bf5f1a87045f5 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 917Wijziging van de Mediawet 2008 in verband metde versterking van de uitvoering van de publiekemediaopdracht op lokaal niveauNr. 7 VERSLAGVastgesteld 28 april 2026 De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, belast methet voorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer alsvolgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gesteldevragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, achtde commissie de openbare behandeling van het voorstel van wetgenoegzaam voorbereid.INHOUDSOPGAVEI.Algemeen21.Inleiding32.Hoofdlijnen van het voorstel42.1Aanleiding42.2Overheveling financiering van gemeentefonds naar Rijken investering42.3Schaalvergroting82.4Wettelijk samenwerkings- en coördinatieorgaan oplokaal niveau112.5Aanscherping van de aanwijzingsprocedure112.6Overige vereisten lokale publieke omroepen132.7Commissariaat voor de Media133.Verhouding tot hoger recht134.Verhouding tot nationaal recht134.2Wet normering topinkomens135.Gevolgen145.1Gevolgen voor de regeldruk145.2Gevolgen voor gemeenten146.Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid146.1NLPO146.2Commissariaat voor de Media156.3Vereniging van Nederlandse Gemeenten157.Financiële gevolgen168.Evaluatie169.Advies en consultatie179.2Autoriteit Persoonsgegevens179.3Internetconsultatie17 kst-36917-7ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 71 10.Overgangsrecht en inwerkingtreding18II.Artikelsgewijs18Artikel I, onderdeel O18Artikel 2.87l18Artikel 2.87n18 I. Algemeen De leden van de D66-fractie onderschrijven het doel van het wetsvoorstelom te komen tot het fundamenteel verstevigen van de publieke mediaop-dracht op lokaal niveau. De lokale omroepen hebben een ontzettendbelangrijke functie in het zorgen voor lokale verbinding, het voorzien inlokaal nieuws en het doen van journalistiek onderzoek. Doordat lokaleomroepen hun functies niet altijd goed kunnen uitoefenen en hun werkonder druk staat, is het belangrijk om de positie van lokale omroepen teverstevigen. Deze leden zullen hierover verdere vragen stellen aan deregering.De leden van de VVD-fractie hebben met interesse kennisgenomen van deWijziging van de Mediawet 2008 in verband met de versterking van deuitvoering van de publieke mediaopdracht op lokaal niveau. Deze ledenonderschrijven het belang van een goed functionerend lokaal medias-telsel. Zij hechten grote waarde aan de belangrijke maatschappelijkefunctie die lokale publieke omroepen vervullen in het informeren vaninwoners, het versterken van de lokale democratie en het controleren vanhet lokaal bestuur. Maar, zo constateren deze leden, de lokale publiekeomroepen staan onder druk waardoor de continuïteit en professionelekwaliteit in het geding komen. Dit heeft onder andere te maken metfinanciële kwetsbaarheid. Deze leden verwachten dat het wetsvoorstel kanbijdragen aan versterking van de lokale publieke media. Zij hebben welnog enkele opmerkingen en vragen bij het onderhavige wetsvoorstel.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met enige zorgkennisgenomen van het onderhavige wetsvoorstel. Deze leden hechtenaan een sterke lokale journalistiek die fungeert als waakhond voor delokale overheid en belangrijk is in gemeenschappen. Zij zien graag eennauwere samenwerking tussen lokale, regionale en landelijke publiekeomroepen, maar huns inziens moeten lokale en regionale media meer(financiële) mogelijkheden krijgen om te innoveren, onder andere omapps en online platforms te ontwikkelen. In hoeverre deelt de regeringdeze mening?De leden van de PVV-fractie hebben het wetsvoorstel met interessegelezen en hebben nog enkele vragen aan de regering. De leden van dePVV-fractie vragen de regering waarom er gekozen wordt voor hetdrastisch verminderen van het aantal lokale omroepen en of de regeringniet vreest dat hiermee tekort wordt gedaan aan de identiteit en eigenheidvan de lokale omroep. Deze leden vragen de regering waarom gekozen isom de financiële middelen voor de lokale omroepen te centraliseren en ofde regering niet vreest dat deze centralisatie de binding tussen lokaleomroep en haar regio verslechterd. Zij vragen de regering hoe groot eenlokale omroep mag worden qua omvang en of, zonder duidelijkeafbakening, lokale omroepen niet sterk kunnen gaan lijken op de regionaleomroepen. Deze leden vragen aan de regering of de scherpere eisen aande professionaliteit van de lokale omroepen er niet toe zullen leiden datauthentiek, afwijkend of lokaal geluid zal wijken voor de mainstreammedia die beter hun weg weten te vinden naar de bureaucratie die belastis met de aanwijzing en het toezicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 72 De leden van de PVV-fractie vragen aan de regering welk deel van hetbudget voor lokale omroepen zal worden gebruikt om alle extra bestuurs-functies die deze wetswijziging zal creëren, zoals bij de Stichting NLPO1 ofhet Commissariaat voor de Media (hierna: Commissariaat), te financieren.De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de Wijziging vande Mediawet 2008 in verband met de versterking van de uitvoering van depublieke mediaopdracht op lokaal niveau. Deze leden zijn grootvoorstander van een sterke lokale media. Zij voorzien burgers immers vanlokaal nieuws en zorgen voor lokale verbinding. Zij vinden het essentieeldat de nieuwe streekomroepen verbonden blijven met hun lokaleomgeving en stevig verankerd zijn in stad en streek. Kan de regering hierhaar visie op geven? Denken zij dat dit met dit wetsvoorstel voldoendeborgt? Deze leden vragen om een duidelijke uitleg over welke aspectenvia delegatiebepalingen worden geregeld en waar deze precies zijnvastgelegd, zodat dit tijdens de plenaire behandeling helder is.De leden van de BBB-fractie hebben de Wijziging van de Mediawet 2008 inverband met de versterking van de uitvoering van de publieke mediaop-dracht op lokaal niveau gelezen en zij hebben daarover nog vragen enopmerkingen.De leden van de SGP-fractie hebben kennisgenomen van hetwetsvoorstel. Deze leden vinden het belangrijk dat een duidelijker enstabieler kader ontstaat voor het functioneren van de lokale omroepen,maar zij hebben vragen of de beoogde doelstellingen daadwerkelijkkunnen worden gerealiseerd. Bovendien vinden zij het belangrijk dat hetwetsvoorstel voldoende ruimte biedt om het verzorgingsgebied van delokale omroepen te kunnen laten aansluiten bij de lokale cultuur enomstandigheden zonder gehinderd te worden door een gefixeerde normvan tachtig regio’s.De leden van de ChristenUnie-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van onderhavig wetsvoorstel. Deze leden zijn van mening datlokale omroepen van cruciaal belang zijn voor de lokale nieuwsvoor-ziening en de lokale democratie. Zij hechten dan ook aan een sterkepositie van deze lokale omroepen en onderschrijven het doel van deregering met dit wetsvoorstel. Deze leden hebben nog een aantal vragen.1. Inleiding Een belangrijk element in het wetsvoorstel behelst dat de gebiedenwaarvoor lokale publieke omroepen media-aanbod verzorgen, groterworden en in samenhang daarmee wordt het aantal lokale publiekeomroepen teruggebracht van ruim tweehonderdtwintig nu naar maximaaltachtig. In sommige gebieden zal men zo’n bundeling vooral ervaren alseen versterking van het media-aanbod. Dat is echter niet per se overal hetgeval, mede doordat men verzorgingsgebieden van de lokale omroependie straks samen worden gebundeld, beleeft als te zeer verschillend. DeRaad van State had geadviseerd om voor de omroepgebieden sowiesogeen aantal in de wet op te nemen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben hierbij enkele vragen. Waarom heeft de regering niet devoorkeur gegeven aan een zekere bandbreedte, bijvoorbeeld van tachtigtot negentig lokale publieke omroepen? Gaan alle huidige lokaleomroepen akkoord met de manier waarop zij aan een verzorgingsgebiedworden gebonden? Zo neen, in welke gebieden maken huidige lokalepublieke omroepen dan bezwaar? En welke gronden voert bij deze1NLPO: Stichting Nederlandse Lokale Publieke OmroepenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 73 regionale omroepen men hiervoor aan? Wat heeft de regering overwogenom tegemoet te komen aan bezwaren?2. Hoofdlijnen van het voorstel 2.1 Aanleiding In 2024 sprak een overgrote meerderheid van de Kamer uit dat de mediaeen belangrijk fundament vormen voor een goed functionerendedemocratie en dat de overheid hen moet faciliteren om hun werk goed tedoen.2 De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie menen dat dit onverkortmoet gelden voor lokale publieke media en een goed functionerendelokale democratie. Als de regering deze mening deelt, hoe wil de regeringdan met het onderhavige wetsvoorstel de versterking van de lokalejournalistiek wettelijk waarborgen? Moeten de journalistieke taken van delokale publieke omroepen dan niet expliciet in de wet worden vastgelegd?Hoe denkt de regering over de mogelijkheid om ergens vast te leggen datper gemeente in het verzorgingsgebied één betaalde kracht zou moetenzijn die ermee belast wordt om de gemeenteraad te controleren en eroververslag te leggen?Nu bepaalt artikel 2.1, eerste lid, van de Mediawet 2008 dat de kern van demediaopdracht is dat publieke omroepen een breed en divers publiekvoorzien van informatie – waaronder journalistieke inhoud –, cultuur eneducatie, via alle beschikbare aanbodkanalen. Wat wordt de mediaop-dracht aan de lokale publieke media en welke wetsartikelen in hetonderhavige wetsvoorstel gaan deze mediaopdracht waarborgen? Welkaanvullend structureel bedrag zou ervoor nodig zijn als de Kamer wilborgen – zoals ook de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen – datde stelselherziening niet leidt tot achteruitgang van de huidige totaalbeschikbare middelen voor de lokale journalistiek per streek?2.2 Overheveling financiering van gemeentefonds naar Rijk en inves-tering De leden van de VVD-fractie lezen dat de financiering door gemeentenwordt overgeheveld naar het Rijk. Deze leden delen met de regering datdit voordelen heeft. Zij vragen de regering nader toe te lichten hoe wordtingekaderd dan wel geborgd dat de extra beschikbare middelen leiden toteen verbetering van de journalistieke kwaliteit in plaats van op te gaanaan organisatie- en overheadkosten. Heeft de regering daar voorzien inenige vorm van controle op doelmatige uitgave, zo vragen deze leden.Het uitzenden van reclame wordt, naast publieke bekostiging, genoemdals een mogelijke aanvullende vorm van financiering, zo lezen de ledenvan de VVD-fractie. Deze leden staan hier kritisch tegenover en juichen toedat de regering ervoor kiest dit niet verder aan te moedigen, mede geletop de mogelijke effecten op de positie van lokale commerciële media-aanbieders. Tegelijkertijd vragen genoemde leden waarom dan niet vooreen expliciet verbod op het uitzenden van reclame door lokale publiekeomroepen wordt gekozen.De leden van de VVD-fractie constateren dat de regering heeft getracht zoveel mogelijk aansluiting te zoeken bij de verschillende, op onderdelenuiteenlopende, adviezen over de bekostiging van lokale publiekeomroepen en vragen hoe de regering tot de gekozen hoogte van debekostiging is gekomen en waarop de conclusie is gebaseerd dat dezetoereikend is. Kan de regering nader toelichten op welke wijze aan deadviezen invulling is gegeven?2Kamerstuk 32 827, nr. 305Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 74 Verder lezen de leden van de VVD-fractie dat het aansluiten bij deadviezen is gebeurd «met inachtneming van de uitkomsten van politiekebesluitvorming over de beschikbaarstelling van middelen» en vragen deregering nader toe te lichten hoe die uitkomsten in acht zijn genomen.De leden van de VVD-fractie lezen dat voor de reservevorming van lokalepublieke omroepen een limiet is gesteld van tien procent van de uitgavenper jaar. Deze leden wijzen erop dat in artikel 6 van het DAEB3-vrijstellingsbesluit wordt uitgegaan van een maximum van tien procentvan de jaarcompensatie. Zij vragen waarom in het onderhavigewetsvoorstel is gekozen voor een ander uitgangspunt en hoe deze keuzezich verhoudt tot het DAEB-vrijstellingsbesluit.De leden van de VVD-fractie lezen dat op basis van de grondslag om bijministeriële regeling nadere regels te stellen over de inhoud en inrichtingvan de jaarrekening voor de NLPO en de lokale publieke omroepen eengedetailleerd handboek financiële verantwoording zal worden opgesteld.Het voornemen is eveneens om in dit handboek mogelijkheden te creërenvoor lokale omroepen om voorzieningen te treffen, zo lezen deze leden. Zijvragen aan de regering welke voorzieningen hierbij moet wordengedacht. Tevens vragen deze leden of voor de vorming van die voorzie-ningen wordt aangesloten bij de gebruikelijke accountancy-regelsbetreffende het vormen van voorzieningen.De leden van de VVD-fractie vinden het positief dat bij de verdeling van deoverige zestig procent van het totaalbudget is gekozen voor objectievemaatstaven die het lokale verzorgingsgebied weerspiegelen. Zij vragenechter wel hoe de gekozen kenmerken de taakzwaarte reflecteren.Waarom is het voor lokale publieke omroepen in landelijk gebied relatiefkostbaar om alle inwoners te bereiken en waar blijkt dit uit? Daarnaastvragen deze leden waarom een groter aantal kernen zou leiden tot eenrelatief hogere nieuwsdichtheid en waarop deze aanname is gebaseerd.Tot slot vragen zij of, mede vanuit het oogpunt van eenvoud en transpa-rantie, is overwogen om de verdeling primair te baseren op één kenmerk,namelijk het aantal inwoners, en waarom daar niet voor is gekozen.Het totaalbudget en de procentuele verdeling worden vijfjaarlijksvastgesteld en de leden van de VVD-fractie vragen waarom is gekozenvoor een termijn van vijf jaar. In hoeverre is het mogelijk om binnen dievijf jaar aanpassingen te maken, bijvoorbeeld voor zeer snel groeiendelokale verzorgingsgebieden of grote tussentijdse herindelingen?Tot slot op dit punt vragen de leden van de VVD-fractie wie toezicht houdtop de financiële verslaglegging door de lokale publieke omroepen.Het wetsvoorstel beoogt circa € 13 miljoen uit het gemeentefonds over tehevelen naar de mediabegroting. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen om een nadere toelichting bij deze overheveling. Komt ditbedrag straks volledig ten goede van de lokale publieke omroepen. Zoneen, waaraan gaat dit geld dan nog meer worden besteed?Voorafgaand aan de start van de aanwijzingsprocedure voor lokalepublieke omroepen is voor elk lokaal verzorgingsgebied duidelijk wat hetvoorgenomen beschikbare budget is voor de gehele komende aanwij-zingsprocedure van vijf jaar. Dit zou zorgen voor meer voorspelbaarheiden continuïteit van de bekostiging van lokale publieke omroepen dan nuhet geval is. Begrijpen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie het goeddat lokale publieke omroepen toch wel iedere vijf jaar ermee rekeningmoeten houden dat een einde kan komen aan hun bestaan, zodat dezeomroepen onvoldoende vooruit kunnen plannen, met alle gevolgen vandien voor de contracten met leveranciers, voor onderhoud en metfreelancers? Deze leden zouden dat bezwaarlijk vinden en strijdig met debeoogde fundamentele versteviging van de publieke mediaopdracht oplokaal niveau. Hoe denkt de regering over een langere periode dan vijf3DAEB: diensten van algemeen economisch belangTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 75 jaar voor de aanwijzingsduur voor regionale publieke omroepen, zodatook deze de zekerheid hebben om structureel aan publieke relevantiekunnen werken, talent kunnen vasthouden en serieuze samenwerkingsver-banden kunnen aangaan?De regering stelt dat er een structurele verhoging van de mediabegrotingis met een bedrag van circa € 18 miljoen met ingang van het startjaar vanhet nieuwe stelsel, in aanvulling op het bedrag dat aan de mediabegrotingwordt toegevoegd vanuit het gemeentefonds. De Raad van State stelt datuit de toelichting onvoldoende duidelijk is of de nieuwe bekostigingswijzedaadwerkelijk een versterking van lokale publieke omroepen is. De ledenvan de CDA-fractie zijn het hiermee eens. Kan de regering toelichten waarhet bedrag van € 18 miljoen op gebaseerd is? Waarom is het totaalbedragvan € 31 miljoen toereikend?De regering verwacht dat gemeenten aanvullend blijven financieren onderhet nieuwe systeem, maar de leden van de CDA-fractie benadrukken,zoals ook de Raad van State doet, dat de basis voor deze verwachtingonduidelijk is, aangezien sommige taken nu via deze wet wordengeregeld. Kan de regering hierop reageren?In het totaal is er € 31 miljoen beschikbaar. Dan lezen de leden van deCDA-fractie vervolgens dat een deel van het voorziene nieuwe totaal-bedrag is bestemd voor de extra uitvoeringslasten die voor de NLPO enhet Commissariaat voortvloeien uit dit wetsvoorstel. Kan de regeringaangeven hoeveel van het totaalbedrag bestemd is voor de uitvoerings-lasten van de NLPO en hoeveel voor de taken van het Commissariaat?Betekent dat het resterende bedrag voor de streekomroepen is?Worden de administratieve lasten voor de lokale publieke omroepengroter als zij hetzelfde financieringsmodel krijgen als de regionaleomroepen? Waarom vindt de regering dit proportioneel? Is in de eerstejaren na de inwerkingtreding van de wet ondersteuning beschikbaar voorde lokale omroepen bij het (verder) professionaliseren?De regering maakt een keuze in «kenmerken» om de lokale omroepen tebekostigen. In de memorie van toelichting staan hiervoor twee redenengenoemd. Ten eerste zijn dit objectieve maatstaven, waarvoor degegevens beschikbaar zijn via het CBS4. Ten tweede zijn het maatstavendie de zogeheten «taakzwaarte» reflecteren voor een publieke omroep ineen lokaal verzorgingsgebied. De eerste reden kunnen de leden van deCDA-fractie goed volgen. Met betrekking tot de tweede reden willen dezeleden graag extra toelichting. Zou de regering dit met een paarvoorbeelden kunnen verduidelijken? Zij vragen zich af, of zij het juistbegrijpen dat een lokale omroep die een groot gebied bedient, maarrelatief weinig inwoners telt, minder financiële middelen krijgt toege-wezen via deze nieuwe systematiek?De budgetten voor de lokale omroepen worden pas vastgesteld zodra deverzorgingsgebieden duidelijk zijn. Kan de regering aangeven bij hoeveelgebieden de indeling nog niet vaststaat en waar dit wel min of meer hetgeval is, duidelijk is? Wat zijn de achterliggende oorzaken van deproblemen bij de gebieden waar de indeling (nog) ontbreekt?De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de voorgesteldeoverheveling van de financiering van het gemeentefonds naar het Rijk ende bijbehorende investering. Deze leden constateren dat de regering steltdat het totale budget stijgt ten opzichte van de huidige gemeentelijkebekostiging. Zij wijzen er echter op dat deze vergelijking geen recht doetaan het feitelijke huidige niveau van publieke middelen, aangezien daarinook de tijdelijke overbruggingsmiddelen van het SVDJ5 zijn opgenomenen eventuele aanvullende gemeentelijke bijdragen. Wanneer deze4CBS: Centraal Bureau voor de Statistiek5SVDJ: Stimuleringsfonds voor de JournalistiekTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 76 middelen worden meegewogen, lijkt in de praktijk sprake te zijn van eenlager beschikbaar budget voor de lokale journalistiek. De leden van deBBB-fractie maken zich zorgen dat het wetsvoorstel daarmee in de praktijkkan leiden tot een verslechtering in plaats van een versterking van delokale journalistiek. Zij hebben daarom de volgende vragen.Kan de regering aangeven welke streken er in de praktijk financieel opachteruitgaan ten opzichte van het huidige feitelijke niveau van bekos-tiging, inclusief de middelen van het SVDJ? Aangezien de regering er nietvan uitgaat dat gemeenten na 2028 aanvullend blijven bijdragen, hoewordt voorkomen dat streken die nu mede afhankelijk zijn van dergelijkebijdragen financieel verder terugvallen? Hoe voorkomt de regering datstreken waarin de afgelopen jaren journalistieke capaciteit is opgebouwd,vanaf 2028 juist moeten afschalen? Welk aanvullend structureel bedrag isvolgens de regering nodig om te borgen dat de totale beschikbaremiddelen per streek niet afnemen? Welk aanvullend structureel budget isnodig om dit feitelijke niveau minimaal te behouden? Klopt het dat depublieke bekostiging per inwoner aanzienlijk verschilt tussen landelijke,regionale en lokale omroepen en hoe rechtvaardigt de regering dezeverhouding? Hoe verhoudt de bekostiging van grote lokale verzorgingsge-bieden zich tot die van regionale omroepen en acht de regering dit in lijnmet de publieke mediaopdracht? Is de regering bereid om vóóropenstelling van de aanwijzingsprocedure een volledige financiëledoorrekening per streek met de Kamer te delen?De leden van de SGP-fractie lezen dat de regering in de loop der jarenverschillende verdeelsleutels heeft ontvangen ten behoeve van debepaling van het budget dat de lokale omroepen minimaal nodig zoudenhebben om hun taken uit te kunnen voeren. Deze leden constateren dat deregering vervolgens besloten heeft helemaal geen inhoudelijke verdeel-sleutel op te nemen en enkel uit te gaan van de verdeling van hetbeschikbare budget. Daardoor is niet goed te bepalen wat de inhoudelijkenormen zijn die de toereikende uitvoering schragen en waarborgen. Zijvragen waarom de regering dit acceptabel acht.De leden van de SGP-fractie vragen of de regering wil ingaan op deberekening die de Stichting NLPO onder punt 1 en de bijlagen van deposition paper toelicht, waarbij in plaats van een verhoging juist minderaanvullende ruimte zou bestaan dan nu het geval is en waarbij 73 van de80 omroepen lager uitkomen dan het huidige niveau van de bekostiging.6De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering een vergelijkbaresystematiek toepast ten aanzien van aanvullende gemeentelijke subsidiesdoor te vereisen dat het gemeentelijke budget voorafgaand aan deaanwijzingsperiode wordt vastgesteld. Deze keuze komt hen niet logischvoor, aangezien de gemeentelijke subsidie niet langer de basis is waarophet bestaan van de lokale omroepen rust. Sterker nog, de regering gaat erin beginsel vanuit dat gemeenten geen extra middelen bijdragen. Dezeleden vragen waarom het met het oog op het bieden van maximaleflexibiliteit en het creëren van zoveel mogelijk ruimte voor lokaleomroepen niet wenselijk zou zijn om gemeenten jaarlijks de mogelijkheidte bieden om aanvullende subsidie te verstrekken, waarbij het Commissa-riaat altijd kan toezien of sprake zou van oneigenlijke druk. Zij wijzen eropdat juist de samenwerking ten behoeve van meerdere gemeenten in denieuwe lokale omroepen het risico beperkt dat sprake zou zijn vanoneigenlijke druk vanuit een enkele gemeente. Zij vragen ook hieropreactie.6Stichting NLPO, 24 april 2026, position paper (https://www.nlpo.nl/wp-content/uploads/2026/04/Position-paper-NLPO-versterking-lokale-publieke-omroepen_.pdf)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 77 De leden van de ChristenUnie-fractie stellen vast dat de regering zorgtvoor een structurele verhoging van de mediabegroting met een bedragvan circa € 18 miljoen zodra deze is overgeheveld van het gemeentefondsnaar het Rijk. Deze leden merken desondanks op dat de Raad van Statestelt dat uit het wetsvoorstel en de toelichting onvoldoende blijkt dat debekostiging straks toereikend is. Ook de NLPO en het Commissariaat uitendergelijke zorgen. Tevens wijzen deze leden op de aangenomen motieCeder c.s.7 over het voorkomen dat lokale omroepen vanaf 2028 minderontvangen dan nu. Zij vragen naar de uitvoering van deze motie. Volgensberekeningen van de NLPO8 gaan de omroepen in de verzorgingsge-bieden er veelal op achteruit. Heeft de regering ook zelf dergelijkeberekeningen gemaakt? Kan de regering onderbouwen hoe is geborgd datdat de lokale omroepen vanaf 2028 per saldo niet minder geld ontvangendan nu? In dat kader vragen deze leden de regering om een overzicht vande bekostiging per verzorgingsgebied, waarin ook andere inkomstenworden meegenomen zoals de overbruggingsmiddelen die mede door ditwetsvoorstel worden gewijzigd of komen te vervallen.2.3 Schaalvergroting De leden van de D66-fractie onderschrijven dat de veelheid aan kleine(re)omroepen stabiliteit en doelmatigheid in de weg staat. Deze leden lezendat onder regie van Stichting NLPO met betrokkenheid van lokale publiekeomroepen en gemeenten een indeling van tachtig verzorgingsgebiedentot stand is gekomen. Echter vragen zij met welke reden ook dit exactegetal is overgenomen als wettelijk maximum. Zij vragen de regering ofhet niet wenselijker zou zijn om het maximumaantal hoger te leggen omnog enige speling te behouden, in het geval dat blijkt dat een gebied tochte groot is of onvoldoende een eigen sociaal-culturele, economische engeografische identiteit heeft, zoals ook de Raad van State opmerkt.Bij lokale omroepen is vaak ook sprake van de inzet van vrijwilligers, dieveel lokale kennis en lokale netwerken hebben die van belang kunnen zijnvoor lokale nieuwsvoorziening. Zij zijn vaak goed op de hoogte van delokale context en de bijbehorende historie. De leden van de D66-fractielezen dat de schaalvergroting een verwacht positief effect zal hebben opde essentiële inzet van vrijwilligers door de lokale publieke omroepen, endat lokale binding behouden kan blijven. Echter bestaan er bij deze ledennog enkele zorgen over de binding tussen lokale vrijwilligers en deomroepen bij een schaalvergroting. Daartoe vragen deze leden hoegewaarborgd gaat worden dat lokale zichtbaarheid en betrokkenheid nietafneemt, doordat er meer werk verschuift naar een centrale redactie.De leden van de VVD-fractie begrijpen de keuze voor schaalvergroting omte komen tot financieel gezonde en professionele lokale publiekeomroepen, maar hechten tegelijkertijd belang aan voldoende flexibiliteitom in te kunnen spelen op maatschappelijke ontwikkelingen en verande-rende lokale omstandigheden. Deze leden merken op dat de indeling in demaximaal tachtig lokale verzorgingsgebieden wordt vastgesteld bijAMvB9. Zij zijn van mening dat dit flexibiliteit beperkt en toetreding enmeebewegen met maatschappelijke ontwikkelingen moeilijk maakt. Zijvragen waarom is gekozen voor deze wettelijke verankering van het aantalverzorgingsgebieden in plaats van meer flexibiliteit te behouden.De leden van de VVD-fractie vragen de regering daarnaast nader in tegaan op de criteria die gehanteerd zullen worden bij het indelen van dezogenaamde verzorgingsgebieden. Hoe wordt bijvoorbeeld bepaald welke7Kamerstuk 36 800-VIII, nr. 678Stichting NLPO, 24 april 2026, position paper (https://www.nlpo.nl/wp-content/uploads/2026/04/Position-paper-NLPO-versterking-lokale-publieke-omroepen_.pdf)9AMvB: algemene maatregel van bestuurTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 78 omroep hier eventueel het voortouw in een eventuele fusieorganisatiekrijgt, zo willen deze leden graag weten.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie begrijpen dat de indeling in demaximaal tachtig lokale verzorgingsgebieden wordt vastgesteld bijalgemene maatregel van bestuur. De memorie van toelichting vermeldtechter de mogelijkheid van wijziging van de indeling van de verzorgings-gebieden, bijvoorbeeld bij gemeentelijke herindeling of maatschappelijkeveranderingen in een of meer verzorgingsgebieden. Deze leden vragenwelke ruimte de algemene maatregel van bestuur dan biedt om alsnog afte wijken van het aantal van tachtig verzorgingsgebieden.De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie willen niet dat streekomroepenonbedoeld de schaal van regionale omroepen benaderen en publiekemiddelen zó ondoelmatig worden besteed. Kan de regering nadertoelichten op grond van welke overwegingen zij het advies van de Raadvan State niet heeft overgenomen dat een lokaal verzorgingsgebiedaanmerkelijk kleiner moet zijn dan de kleinste betrokken provinciewaarbinnen het grondgebied wordt gedeeld?De regering meent dat het wetsvoorstel de lokale binding bij deopschaling van de verzorgingsgebieden voldoende borgt. De leden van deCDA-fractie willen graag wat meer toelichting op deze borging. Schaalver-groting en professionalisering kan immers ook zorgen voor minder lokalebinding en afstand tot vrijwilligers en inwoners van het verzorgings-gebied. Kan de regering eens aangeven of en wat voor mogelijke risico’szij ziet?Vindt de regering dat met het onderhavige wetsvoorstel het verschiltussen lokale omroepen (streekomroepen) en regionale omroepenvoldoende intact blijft?De Raad van State adviseert om het maximum van tachtig verzorgingsge-bieden niet in de wet vast te leggen, maar om de flexibiliteit te hebben omop basis van de kenbare identiteit en leefgebieden van burgers te komentot meer dan tachtig verzorgingsgebieden. De regering heeft dit voorstelvan de Raad van State niet overgenomen. Kan de regering uiteenzettenwaarom zij wil vasthouden aan het maximaal aantal van tachtig verzor-gingsgebieden?Vervolgens regelt dit wetsvoorstel ook dat meer eisen worden gesteld aande lokale omroepen. Dat begrijpen de leden van de CDA-fractie enerzijds,maar anderzijds vraagt de inwerkingtreding van de onderhavige wet veelvoorbereiding en kennis bij lokale omroepen. Denkt de regering dat dithaalbaar en realistisch is?De leden van de BBB-fractie begrijpen de noodzaak van schaalvergroting,maar maken zich zorgen over de gevolgen hiervan voor de lokalezichtbaarheid en betrokkenheid. Deze leden constateren dat in de praktijkal sprake is van toenemende centralisatie terwijl de formele waarborgenuit het wetsvoorstel nog niet zijn ingericht. Zij signaleren onder meer datcontent steeds vaker centraal wordt geproduceerd, dat nieuwemedewerkers niet altijd binding hebben met de lokale gemeenschap endat lokaal nieuws over afzonderlijke kernen afneemt. Daarnaast zien dezeleden dat vrijwilligers en medewerkers met lokale kennis afhaken, wat dekwaliteit en verankering van de lokale journalistiek onder druk zet. Dezeleden vrezen dat kleinere kernen in een model met één centrale redactiestructureel onderbelicht kunnen raken.De leden van de BBB-fractie herkennen de waarborgen die in hetwetsvoorstel zijn opgenomen, zoals de adviesrol van gemeenteraden ende eisen aan het beleidsplan van kandidaat-omroepen. Deze ledenconstateren echter dat in de huidige praktijk dus al sprake is van toene-mende centralisatie waarbij lokale zichtbaarheid onder druk staat, terwijldeze waarborgen nog niet van kracht zijn. Zij vragen daarom niet zozeer ofTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 79 er waarborgen zijn, maar hoe effectief deze in de praktijk zullen zijn. Kande regering toelichten hoe wordt geborgd dat de inbreng van gemeente-raden daadwerkelijk leidt tot aanpassing van plannen van kandidaat-omroepen in plaats van een formele toets achteraf? Hoe wordtvoorkomen dat kandidaat-omroepen in beleidsplannen aandacht bestedenaan alle kernen maar dat dit in de feitelijke uitvoering alsnog verschraalt?Welke mogelijkheden zijn er om gedurende de aanwijzingsperiode bij testuren als blijkt dat bepaalde kernen structureel onderbelicht blijven?De leden van de SGP-fractie vragen waarom het volgens de regeringnodig is en voor de hand zou liggen om een zo praktisch voorschrift,bovendien slechts het resultaat van feitelijke ontwikkelingen in deafgelopen jaren, vast te leggen in de wet. Ligt het normaliter niet in derede dit juist bij AMvB vast te stellen? Deze leden constateren dat deregering ter vergelijking wijst op het wettelijk geregelde aantal van dertienregionale omroepen. Zij vinden deze vergelijking niet terecht. Allereerstbepaalt de wet niet op vergelijkbare wijze het aantal van dertien, maar deaanwijzing van een omroep per provincie. Daar sluit de wet juist aan bijeen passende, historisch gegroeide eenheid die in het geval van lokaleomroepen ook de bedoeling is maar niet zo eenvoudig in een aantal tevangen. Bovendien geeft alleen het feit dat de afwijking voor Zuid-Hollandbestaat aan dat zelfs op dit niveau oog is voor bijzondere omstandighedendie afwijking rechtvaardigen. Deze leden vragen of het vanuit de inhoude-lijke criteria van de wet niet raadzaam is om ook openheid te houden dathet aantal ook iets meer dan tachtig kan bedragen.De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Raad van State eenaantal risico’s benoemt van de schaalvergroting voor de mate waarinlokale publieke omroepen hun publieke functies kunnen uitoefenen. Dezeleden vragen of de regering het risico aanwezig acht dat de schaalver-groting, ondanks de waarborgen van de regering, ervoor zorgt dat delokale publieke omroepen hun publieke functies minder goed kunnenuitoefenen. Op welke wijze wordt dit geëvalueerd?De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in het nader rapport10 dat deregering schrijft dat lokale publieke omroepen de mogelijkheid hebbenom op verschillende manieren programmatisch te differentiëren. Dezeleden vragen op welke wijze dit reeds al gebeurt. Hoeveel lokale publiekeomroepen zetten al meerdere kanalen of edities in en wat is deverwachting van de regering voor de toekomst?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen de regering in hoeverre ze alsrisico ziet dat in de praktijk lokale publieke omroepen op bestuurlijk,redactioneel en/of organisatorisch niveau steeds meer verweven rakenmet regionale publieke omroepen. Hoe waarborgt de regering dezelfstandigheid van de lokale publieke omroepen in de praktijk?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom niet verder isuitgewerkt wat precies het verschil is tussen een regionale en een lokaleomroep, behalve het verschil in schaalgrootte. Kan de regering toelichtenwelke verschillen ze ziet en of ze reden ziet tot betere wettelijke veran-kering van die verschillen, bijvoorbeeld via een vereiste voor de inhoudvan het concessiebeleidsplan zoals het Commissariaat voorstelt?11De leden van de ChristenUnie-fractie lezen dat de Raad van Stateadviseert om het maximum van tachtig verzorgingsgebieden niet in dewet vast te leggen. De regering neemt dit advies niet over, waarbij zeonder meer erop wijst dat het maximum van tachtig het resultaat is vaneen meerderjarig opschalingsproces uit de sector zelf. Deze leden vragen10Kamerstuk 36 917, nr. 411Commissariaat voor de Media, 23 april 2026, position paper over wetsvoorstel stelselwijziginglokale publieke omroep (https://www.cvdm.nl/nieuws/position-paper-over-wetsvoorstel-stelselwijziging-lokale-publieke-omroep/)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 710 of de regering het in geen geval denkbaar acht dat het later toch wenselijkkan zijn om tot meer verzorgingsgebieden te komen? Zo ja, ligt het danniet in de rede om het maximumaantal alsnog in een AMvB te verankerenin plaats van op wetsniveau?2.4 Wettelijk samenwerkings- en coördinatieorgaan op lokaal niveau De leden van de VVD-fractie merken op dat het inrichten, in stand houden,beheren, exploiteren en regelen van voor lokale publieke omroepenbenodigde faciliteiten, zoals studio’s en distributie-infrastructuren,onderdeel wordt van de wettelijke taak van de NLPO. Deze ledenconstateren dat dergelijke voorzieningen momenteel ook door marktpar-tijen worden aangeboden en naar hun beeld aansluiten bij de behoeftenvan lokale publieke omroepen. Zij vragen wat de reden is om deze taakaan de NLPO toe te wijzen.Voor het starten, wijzigen of staken van aanbodkanalen hebben regionaleomroepen krachtens het derde lid van artikel 2.60m van de Mediawet 2008ministeriële instemming nodig, maar de lokale omroepen kennen straksniet zo’n verplichting. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vrezen datdit samenwerking tussen lokale en regionale omroepen structureel zalbemoeilijken. Hoe staat de regering tegenover de mogelijkheid om deministeriële instemmingsverplichting uit de Mediawet 2008 te schrappen?Zouden afspraken tussen de NLPO en RPO12 niet wettelijk moeten wordenverankerd, nu artikel 2.71 van de Mediawet 2008, dat de grondslag boodvoor samenwerkingsovereenkomsten tussen lokale en regionaleomroepen, zal komen te vervallen?De benoemings-, schorsings- en ontslagprocedure van de raad vantoezicht en het bestuur van de NLPO wordt aangesloten bij de proceduresvoor de NPO13 en de RPO in de Mediawet 2008 die sinds 2021 gelden. Deleden van de CDA-fractie vragen zich af of dit ook betekent dat erwettelijke termijnen van twee keer vier jaar komen voor benoemingen vandirectie en leden Raden van Toezicht in beide organen.De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom de NLPO, net zoalsde RPO, geen sturingsbevoegdheden krijgt. Acht de regering het risicowaar het Commissariaat op wijst14, dat het voor de NLPO lastig kan zijnom verandering door te voeren, aanwezig? Is overwogen om de NLPO welsturingsbevoegdheden te geven? Zo ja, waarom is daar niet voorgekozen? Zo nee, waarom niet?De leden van de ChristenUnie-fractie vragen waarom ervoor gekozen isdat lokale omroepen zelf geen leden kunnen voordragen voor het Collegevan Omroepen, maar dat de benoeming van de leden gebeurt opvoordracht van het College zelf.2.5 Aanscherping van de aanwijzingsprocedure De leden van het PBO15 zijn representatief voor de belangrijkstemaatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke stromingen diein het verzorgingsgebied voorkomen. Het PBO heeft ook de taak om hetmedia-aanbod te bewaken. Daartoe vragen de leden van de D66-fractie ofhet PBO concrete bevoegdheden krijgt om, wanneer nodig geacht, bij testuren. Zo ja, welke bevoegdheden zijn dit? Zo nee, op welke wijze wordt12RPO: Regionale Publieke Omroep13NPO: Nederlandse Publieke Omroep14Commissariaat voor de Media, 23 april 2026, position paper over wetsvoorstel stelselwijziginglokale publieke omroep (https://www.cvdm.nl/nieuws/position-paper-over-wetsvoorstel-stelselwijziging-lokale-publieke-omroep/)15PBO: Programmabeleid Bepalend OrgaanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 711 het PBO geacht haar taak om het media-aanbod te bewaken concreet uitte voeren?Daarnaast lezen de leden van de D66-fractie dat het wetsvoorstel eenmeer uitgebreide set aan criteria bevat voor aanwijzing van lokaleomroepen omdat in de huidige procedure een gebrek aan voldoendewettelijke criteria voor goede toetsing is. Deze leden verzoeken deregering nader toe te lichten aan de hand van welke criteria de NLPO ende gemeenteraad het Commissariaat adviseren bij de aanwijzing van eenlokale publieke omroep.Begrijpen de leden van de CDA-fractie goed dat de gemeente in eenadviserende rol komt? En dat de NLPO uitgaat van dezelfde wettelijkecriteria als de gemeente mochten zich twee of meer aanvragers zichmelden? Het lijkt de regering wenselijk dat rekening wordt gehouden metde omvang van een gemeente in het gewicht van het advies van degemeenteraad. Waarom lijkt de regering dit wenselijk?De leden van de BBB-fractie heeft een aantal vragen over de onafhanke-lijkheid van de lokale publieke omroep, in het bijzonder in relatie totregionale omroepen. Deze leden constateren dat in de praktijk sprake kanzijn van vergaande bestuurlijke en redactionele verwevenheid, met namein grotere steden, waardoor de zelfstandige positie van lokale omroepenonder druk kan komen te staan. Zij achten het van belang dat samen-werking plaatsvindt op basis van gelijkwaardigheid en niet leidt totafhankelijkheid of feitelijke aansturing door regionale omroepen. Hoewaarborgt de regering dat de zelfstandige positie van lokale publiekeomroepen behouden blijft en niet wordt uitgehold door verwevenheidmet regionale omroepen? Kan de regering bevestigen dat samenwerkingaanvullend is en niet in de plaats kan komen van een zelfstandigeuitvoering van de lokale publieke mediaopdracht? Hoe voorkomt deregering dat bij de aanwijzingsprocedure feitelijk druk ontstaat richtingmodellen waarin regionale omroepen een doorslaggevende rol krijgen?De leden van de BBB-fractie vragen in dit kader nadrukkelijk aandachtvoor de omvang en positionering van de beoogde streekomroepen. Zijwijzen erop dat de Afdeling advisering van de Raad van State heeftgewezen op het risico dat streekomroepen qua schaal, bereik en ambitiein de buurt komen van regionale omroepen. Deze leden constateren datdit risico zich in de praktijk niet louter theoretisch voordoet, maar dat zichreeds situaties voordoen waarin overlap ontstaat tussen de verschillendeomroeplagen. Tegen deze achtergrond vragen deze leden de regering danook hoe wordt voorkomen dat streekomroepen en regionale omroepen inde praktijk overlappende rollen gaan vervullen, met mogelijke inefficiëntieen spanningen binnen het publieke bestel tot gevolg. Zij vragen voortswaarom het advies van de Raad van State om de afbakeningsnorm aan tescherpen niet is overgenomen en of de regering bereid is alsnog te bezienof het wenselijk is om in de wet explicieter vast te leggen dat lokaleverzorgingsgebieden aanmerkelijk kleiner dienen te blijven dan de schaalvan provincies zodat het onderscheid tussen lokale en regionaleomroepen helder blijft.Daarnaast vragen de leden van de BBB-fractie hoe wordt voorkomen datsamenwerking tussen lokale en regionale omroepen in de praktijk leidt totbestuurlijke, organisatorische of redactionele afhankelijkheid van lokaleomroepen ten opzichte van regionale partijen. Deze leden verzoeken deregering te bevestigen dat samenwerking aanvullend is en niet in deplaats kan komen van een zelfstandige uitvoering van de lokale publiekemediaopdracht en toe te lichten hoe dit in de praktijk wordt geborgd.Voorts vragen deze leden hoe wordt voorkomen dat in de aanwijzingspro-cedure of in de uitvoering van de eerste concessieperiode feitelijk drukontstaat richting modellen waarin regionale omroepen een doorslagge-vende positie krijgen binnen streekomroepen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 712 2.6 Overige vereisten lokale publieke omroepen Kan de regering verduidelijken waarop het minimumpercentage van 50procent voor regionaal aanbod en het minimumpercentage van 50procent (vereenvoudigen ICE-norm16) voor eigen of in opdracht gemaakteprogramma’s zijn gebaseerd? Is hier eerder ervaring mee opgedaan?Heeft onderzoek dit uitgewezen?2.7 Gevolgen voor reikwijdte toezicht Commissariaat voor de Media De leden van de ChristenUnie-fractie vragen of het Commissariaat ooktoezicht houdt op de uitvoering van de plannen door de NLPO en delokale publieke omroepen. Tevens vragen deze leden waarom hetCommissariaat pas om advies wordt gevraagd over het concessiebe-leidsplan nadat het is vastgesteld. Waarom is er niet voor gekozen om ineen eerder stadium het Commissariaat om advies te vragen?3. Verhouding tot hoger recht De leden van de VVD-fractie lezen dat de regering de mogelijkheidopenlaat tot vrijwillige aanvullende financiering door gemeenten. Dezeleden merken daarbij op dat een belangrijke aanleiding voor ditwetsvoorstel lijkt te zijn dat lokale media minder afhankelijk worden vangemeentelijke financiering. Zij vragen de regering of dat klopt en of zij, indat licht, met de leden van de VVD-fractie deelt dat het openlaten van deoptie tot aanvullende financiering door gemeenten haaks staat op dezeaanleiding. Deze leden vragen de regering daarom hoe dit zich verhoudttot het versterken van de onafhankelijkheid van lokale publieke omroepenen of de regering ziet dan wel onderkent dat hier een risico bestaat tothernieuwde relaties van afhankelijkheid. Deze leden vragen de regeringdan ook hoe dit wordt voorkomen.Daarbovenop zien de leden van de VVD-fractie risico’s op mogelijkekwaliteitsverschillen tussen de diverse media als gevolg van eventueleaanvullende financiering. Maakt deze aanvullende financiering het risicoop kwaliteitsverschillen niet groter, zo vragen deze leden de regering teduiden.Daarbovenop vragen deze leden de regering hoe hier een gelijk speelveldwordt geborgd tussen commerciële en publieke lokale media. Wanneer ishier een DAEB-vrijstellingsbesluit van toepassing? Worden bepaaldevoorwaarden verbonden aan aanvullende financiering door gemeenten?Deze leden vragen de regering dat nader toe te lichten.4. Verhouding tot nationaal recht 4.2 Wet normering topinkomens De regering acht het onderbrengen van de lokale publieke omroepen ende NLPO onder de WNT17 dus noodzakelijk en passend. Dat zijn de ledenvan de GroenLinks-PvdA-fractie deels met de regering eens, maar dat perlokale publieke omroep een totaalbudget wordt bekostigd, sluit niet uit datbinnen zo’n budget nog meer geld verschuift naar de hogere salarissen,zoals wel vaker gebeurt zodra er een schaalvergroting plaatsvindt. Dezeleden zijn er huiverig voor dat zoiets ten koste gaat van de vergoedingenvoor de vrijwilligers. Zij vragen of voor lokale publieke omroepen geen16ICE-norm: deze norm houdt in dat per programmakanaal het aanbod voor ten minste de helftvan de duur bestaat uit aanbod van informatieve, culturele en educatieve aard17WNT: Wet normering topinkomensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 713 lagere normering voor de topinkomens zou moeten gelden dan voor delandelijke publieke omroep.5. Gevolgen De Raad van State stelt dat lokale publieke omroepen sterk geworteld zijnin de lokale gemeenschap en dat ze juist door hun kleine schaal en debetrokkenheid van vele vrijwilligers een nauwe band hebben met lokalemaatschappelijke en politieke thema’s. De leden van de CDA-fractie delende mening van de Raad van State en vragen zich af of de sterke toenamevan administratieve lasten voor lokale publieke omroepen juist hunbetrokkenheid en verbinding met lokale maatschappelijke thema’s in deweg zal staan. Ziet de regering ook het punt dat schaalvergrotingbetrokkenheid en lokale verbinding tenietdoet?5.1 Gevolgen voor de regeldruk De leden van de D66-fractie lezen dat de wijziging van de aanwijzingspro-cedure zal leiden tot verzwaring van de regeldruk voor kandidaat-omroepen omdat zij in vergelijking met de huidige procedure in meerinformatie moeten voorzien en aan meer criteria moeten voldoen. Daartoevragen de leden van de D66-fractie op welke wijze geborgd wordt dat dezeverzwaarde regeldruk kandidaat-omroepen er niet van weerhoudt om deaanvraag te doen of te voltooien.5.2 Gevolgen voor gemeenten Het valt de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie op dat de regering inhaar reactie op de Raad van State uitdrukkelijk stelt dat het wetsvoorsteler niet van uitgaat dat gemeenten ook na 2028 aanvullend blijvenbijdragen. Het betreft slechts een mogelijkheid die het wetsvoorstelopenlaat. Hoe voorkomt de regering dan dat streken die nu mede op zulkebijdragen steunen na de stelselwijziging alsnog financieel verderterugvallen? Hoe voorkomt de regering dat streken met nu alopgebouwde journalistieke capaciteit vanaf 2028 juist moeten afschalen,terwijl de regering juist beoogt deze te versterken?De regering concludeert dat «alles bij elkaar» de gemeentelijke taak wordtverduidelijkt en vereenvoudigd». De leden van de CDA-fractie denken dathet gevolg van dit wetsvoorstel ook kan zijn dat gemeenten en daarmeeook de inwoners op grotere afstand van de lokale publieke omroep komente staan. Ziet de regering dit als een mogelijk gevolg van de invoering vandeze wet of juist niet? En waarom dan niet?6. Uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid 6.1 NLPO De Stichting NLPO wil, om een zorgvuldige «ingroei» in het nieuwe bestelte kunnen realiseren, blijven werken aan het opbouwen van aanvullendecapaciteit en het begeleiden van lokale publieke omroepen met uiteenlo-pende uitgangsposities. Kan de regering wat meer toelichting geven overde uiteenlopende uitgangsposities van de lokale publieke omroepen?Waar moeten de leden van de CDA-fractie aan denken?De Stichting NLPO heeft in de uitvoeringstoets een inschatting van dekosten gemaakt in verband met de extra taken. De hoogte van dezebekostiging is echter ook afhankelijk van de keuzes die gemaakt worden invoorgenomen aanpassingen in lagere regelgeving die uit dit wetsvoorstelvolgen. Wat bedoelt de regering precies? En is dit duidelijk bij de plenairebehandeling van dit wetsvoorstel?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 714 De leden van de BBB-fractie erkennen dat het PBO een formeel stevigepositie krijgt en dat er instrumenten zijn zoals zelfevaluaties en toezichtdoor het Commissariaat. Tegelijkertijd constateren deze leden dat veel vandeze instrumenten een zwaar of indirect karakter hebben (zoals hetintrekken van een aanwijzing), en vragen zij zich af hoe effectief tussen-tijds kan worden bijgestuurd. Zij hebben daarom de volgende vragen.Welke concrete, lichtere interventiemogelijkheden zijn er wanneer het PBOof andere betrokkenen signaleren dat de lokale zichtbaarheid binnen eenverzorgingsgebied onder druk staat? Hoe wordt geborgd dat signalen uitzelfevaluaties daadwerkelijk leiden tot aanpassing in beleid of uitvoeringen niet slechts onderdeel worden van verantwoording achteraf? Inhoeverre acht de regering het wenselijk dat er aanvullende instrumentenkomen om gedurende de aanwijzingsperiode bij te sturen zonder directnaar zware middelen zoals intrekking van de aanwijzing te hoevengrijpen? Deelt de regering de zorg dat de voorgestelde waarborgen vooralvooraf (bij aanwijzing) en achteraf (via toezicht en evaluatie) aangrijpenmaar beperkt voorzien in sturing tijdens de uitvoering? Zo ja, hoe wordtdit ondervangen?6.2 Commissariaat voor de Media Het Commissariaat heeft een uitvoeringtoets gemaakt en stelt ook debekostiging ter discussie. Ook hier stelt de regering dat die in hoge mateafhankelijk is van de keuzes die gemaakt worden in voorgenomenaanpassingen van de lagere regelgeving die uit dit wetsvoorstel volgen.De leden van de CDA-fractie vragen of dit duidelijk is bij de plenairebehandeling van dit wetsvoorstel.Het Commissariaat wil meer duidelijkheid in de wetgeving voor gevallenwaarin geen aanvragen worden ingediend voor een lokaal verzorgings-gebied of er geen aanvragers zijn die aan de vereisten voldoen. HetCommissariaat acht het daarbij wenselijk om voor deze gevallen een«vangnetbepaling» op te nemen. De regering acht dit niet nodig. Kan deregering schetsen hoe het in praktijk zal werken als er geen aanvragenvoor een lokaal verzorgingsgebied zijn?De AR18 benadrukt het belang van duidelijke toezichtregels voor lokalepublieke omroepen. Zij wil hierover met het Commissariaat in overleg,rekening houdend met diens zelfstandigheid en de autonomie vanomroepen. De uitvoeringstoets van het Commissariaat vormt hiervooreen goed vertrekpunt. Kan de regering toelichten welk toezicht zij passendacht voor de lokale publieke omroepen en aan welke criteria dit moetvoldoen?De leden van de SGP-fractie constateren dat de regering de aanbevelingvan het Commissariaat niet overneemt om de bestaande ICE-normzodanig te wijzigen dat deze ook voor radio goed toepasbaar is. Alsgevolg daarvan verdwijnt een inhoudelijke richtinggevende normhelemaal uit de wettelijke opdracht van de regionale en lokale omroepen,terwijl een dergelijk kader wel geldt ten aanzien van de landelijke publiekeomroep (art. 2.1). Deze keuze komt niet consistent over en lijkt ook nietwenselijk vanuit het waarborgen van de regionale en lokale publiekemedia-opdracht. Deze leden vragen een nadere onderbouwing van dezeafwijkende keuze.6.3 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Dit wetsvoorstel zorgt ervoor dat de financiering van de lokale publiekeomroep losstaat van de inhoudelijke keuzes. De regering verwacht dat deomroep hierdoor meer betrokken raakt bij de gemeente en lokale18AR: Algemene RekenkamerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 715 gemeenschap. De leden van de CDA-fractie vragen zich af waarop dezeverwachting is gebaseerd en hoe de regering wil toetsen of hetwetsvoorstel daadwerkelijk tot een sterke en relevante lokale publiekeomroep leidt.7. Financiële gevolgen Het totaalbedrag dat straks naar de lokale publieke omroepen gaat, zou inhet nieuwe stelsel hoger uitvallen dan nu het geval is, maar lager dan hetbedrag dat de ROB19 en de RvC20 in 2020 adviseerden. Met € 15 miljoenextra zou volledig kunnen worden voldaan aan het advies van beideadviesraden. De Kamer heeft met steun van de GroenLinks-PvdA-fractiede regering verzocht om te voorkómen dat lokale omroepen vanaf 2028minder ontvangen dan nu het geval is.21 De Kamer acht zich ook nietgebonden aan het voorgenomen financieel kader van het coalitieakkoordAan de slag. Bouwen aan een beter Nederland.22 De Kamer biedt deregering dus wel degelijk mogelijkheden om aan haar wens tegemoet tekomen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de regering de€ 50 miljoen die de Kamer heeft bevochten voor de landelijke publiekeomroep om het amendement Bontenbal c.s.23 ongedaan te maken, nuongemoeid laat.De Stichting NLPO weet de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie voor terekenen dat lokale omroepen er juist vanaf 2028 circa € 5 miljoen opachteruitgaan, zodra men rekening houdt met de tijdelijke overbruggings-middelen van het SVDJ en de extra uitvoeringslasten van de NLPO.24 Kande regering specificeren welke streken er in de praktijk financieel opachteruitgaan ten opzichte van het huidige feitelijke niveau van bekos-tiging inclusief de middelen van het SVDJ, nog afgezien van eventueleaanvullende gemeentelijke bijdragen die in sommige streken nu ook deeluitmaken van de feitelijke financieringsbasis?Klopt het beeld dat, uitgaande van de Mediabegrotingsbrief 2026 en eenNederlandse bevolking van circa 18,1 miljoen inwoners, de publiekebekostiging neerkomt op ongeveer € 55,70 per inwoner voor de landelijkepublieke omroep, € 10,90 per inwoner voor de 13 regionale publiekeomroepen en – uitgaande van het in het wetsvoorstel voorziene totaal-budget van circa € 31 miljoen – slechts € 1,70 per inwoner voor de lokalepublieke omroep? Zo ja, welke overwegingen liggen ten grondslag aandeze verhouding binnen het publieke omroepbestel, juist nu van de lokalepublieke omroep wordt verwacht dat zij in tachtig streken een structurele,professionele en onafhankelijke nieuwsvoorziening dicht bij de burgerorganiseert?8. Evaluatie De leden van de VVD-fractie hechten aan een goede evaluatie van dedoeltreffendheid van wetgeving. Deze leden vragen welke concreteindicatoren de regering hanteert om het succes en de effectiviteit van dezewetswijziging te monitoren en te evalueren.19ROB: Raad voor het Openbaar bestuur20RVC: Raad voor Cultuur21Kamerstuk 36 800-VIII, nr. 6722Kamerstuk 36 848, nr. 3423Kamerstuk 36 600-VIII, nr. 14124Stichting NLPO, 24 april 2026, position paper (https://www.nlpo.nl/wp-content/uploads/2026/04/Position-paper-NLPO-versterking-lokale-publieke-omroepen_.pdf)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 716 Het wetsvoorstel voorziet in een evaluatie binnen zeven jaar na inwerking-treding van de wet. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebbenbehoefte aan een toelichting op deze lange termijn. Welke overwegingenliggen hieraan ten grondslag? Zou een termijn van drie tot vier jaar nieteerder voor de hand liggen mede in het licht van de zittingstermijn van degemeenteraden?9. Advies en consultatie De Raad van State had geadviseerd om het wetsvoorstel niet in te dienen,tenzij het werd aangepast. Onder meer betrof het advies het maximumvan tachtig omroepgebieden, waarvan de Raad van State adviseerde ditmaximum niet vast te leggen in de wet, in verband met de mogelijkheiddat een gebied te groot zou blijken of onvoldoende een eigen geogra-fische, economische en sociaal-culturele identiteit zou hebben. Dit heeftechter niet geleid tot aanpassingen in het wetsvoorstel. Kan de regeringnader toelichten waarom een wezenlijke schaalvergroting en stabieleindeling in verzorgingsgebieden zou staan of vallen precies bij tachtiglokale publieke omroepen, zo vragen de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie.9.2 Autoriteit Persoonsgegevens De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van hetadvies van de tijdelijke commissie grondrechten en constitutioneletoetsing25 en vragen de regering om, zoals de tijdelijke commissie inoverweging heeft gegeven, de noodzaak toe te lichten van het verwerkenvan gegevens over vakbondslidmaatschap en gezondheid voor hetborgen van de representativiteit van het PBO.9.3 Internetconsultatie De leden van de D66-fractie lezen dat er enkele zorgen bestaan over desamenwerking tussen lokale en regionale omroepen. Daartoe vragen dezeleden de regering of de samenwerking tussen lokale en regionaleomroepen in het nieuwe stelsel enkel aanvullend zal zijn, en of dezelfstandige uitvoering van de lokale publieke mediaopdracht hiermeeniet in het gedrang zal komen.De regering stelt dat – in combinatie met de schaalvergroting naarmaximaal tachtig lokale publieke omroepen – er vanaf 2028, gemiddeldmeer budget per omroep beschikbaar is. Waar baseert de regering dit op?Kan de regering dit eens grofmazig voorrekenen voor de fractie? Dit hangttoch ook van af hoeveel van het budget naar het Commissariaat gaat ennaar de NLPO? En hoeveel uit het gemeentefonds? Graag ontvangen deleden van de CDA-fractie hier een reactie op.Gemeenten die aanvullend willen bekostigen moeten voorafgaand aan deaanwijzingsperiode bekend maken hoeveel middelen zij voornemens zijnhiervoor beschikbaar te stellen voor de lokale publieke omroep. Het blijftvoor de leden van de CDA-fractie onduidelijk of hier bij het maken van definanciën rekening mee is gehouden of gemeenten (of een aantalgemeenten) bij willen dragen aan de financiering van de omroep. Of iservan uitgegaan bij het maken van de financiële plaat dat gemeenten ditniet zullen doen?Volgens de regering is er geen aanleiding om de regels rondom reclamevoor lokale publieke omroepen aan te passen, zelfs al wil men de publiekemediaopdracht lokaal versterken. De leden van de CDA-fractie verzoeken25Kamerstuk 36 917, nr. 6Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 717 om verdere toelichting op de redenen achter dit standpunt van deregering.10. Overgangsrecht en inwerkingtreding De termijnen voor de aanwijzingsprocedures zouden wel eens erg krapkunnen worden indien het wetsvoorstel pas na 1 november 2026 inwerking zou treden. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vrezen dathet nieuwe stelsel zou dan niet meer zou kunnen starten per 1 januari2028. Hoe beziet de regering de haalbaarheid van 1 november 2026?II. Artikelsgewijs Artikel I, onderdeel ODe leden van de SGP-fractie vragen waarom in het voorgestelde artikel2.78, eerste lid, onderdeel e, de leden van waterschapsbesturen niet zijnopgenomen. Deze leden menen dat ook vanuit de hoedanigheid van hetwaterschap op vergelijkbare wijze sprake zou kunnen zijn van onwense-lijke invloed door het vervullen van dubbelfuncties.Artikel 2.87lDe leden van de SGP-fractie vragen waarom de regering als uitwerkingvan de doelstelling van de lokale publieke media-instelling uitsluitendbenoemt het bevredigen van de maatschappelijke behoeften. Hoewel hetvan belang is dat deze instellingen zich in voldoende mate rekenschapgeven van de maatschappelijke behoeften, menen deze leden dat hetuitvoeren van een hoogwaardige, veelzijdige opdracht meer behelst danhet bevredigen van behoeften. Tegen de achtergrond van het feit dat ookde ICE-norm komt te vervallen, hebben deze leden de indruk dat hier eenkwetsbaarheid schuilt. Zij vragen een toelichting waarom het wetsvoorstelniet kiest voor een iets meer richtinggevende benadering.Artikel 2.87nDe leden van de SGP-fractie vragen waarom de regering er niet voorgekozen heeft om in de beschrijving van het beleidsplan aan te sluiten bijde maatschappelijke, culturele, godsdienstige en geestelijke verschei-denheid die ook in artikel 2.87m te vinden is. Op deze wijze zou hetvoorstel een meer eenduidige focus brengen in de opdracht van de lokaleomroepen, mede van belang voor de adviestaak die de gemeentenhebben in dezen.De voorzitter van de commissie,KoorevaarAdjunct-griffier van de commissie,EastonTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 917, nr. 718
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.