KamerkringInloggen
Kamerstuk

Memorie van toelichting

25 apr 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3b2df7d64b147feb · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202536 725 VIIIWijziging van de begrotingsstaten van hetMinisterie van Onderwijs, Cultuur enWetenschap (VIII) voor het jaar 2025 (wijzigingsamenhangende met de Voorjaarsnota)Nr. 2 MEMORIE VAN TOELICHTING A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL Wetsartikelen 1 tot en met 3De begrotingsstaten die onderdeel zijn van de Rijksbegroting, worden opgrond van artikel 2.3, eerste lid, van de Comptabiliteitswet 2016 elkafzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Hetonderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om voor het jaar 2025 wijzigingenaan te brengen in:de departementale begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs,Cultuur en Wetenschap;de begrotingsstaat inzake het agentschap DUO van dit ministerie.De in de begrotingsstaat opgenomen begrotingsartikelen worden inonderdeel B van deze memorie van toelichting toegelicht (de zogenoemdebegrotingstoelichting).De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,E.E.W. Bruins kst-36725-VIII-2ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 21 B. BEGROTINGSTOELICHTING 1. Leeswijzer In deze Eerste Suppletoire Begroting van OCW zijn de effecten vanbesluiten van het kabinet over de Voorjaarsnota verwerkt. Deze supple-toire wet moet dan ook in samenhang worden bezien met deVoorjaarsnota. Allereerst is de begrotingsstaat voor de verplichtingen,uitgaven en ontvangsten voor de begroting van het Ministerie vanOnderwijs, Cultuur en Wetenschap opgenomen. Hierin wordt inzichtgegeven in de financiële wijzigingen die op (beleids)artikelniveau wordenvoorgesteld in de begroting voor het jaar 2025.Dit onderdeel van de memorie van toelichting bestaat uit een algemeendeel en een artikelsgewijs deel. Het algemeen deel bevat de belangrijkstesuppletoire mutaties op de OCW-begroting (paragraaf 2.1). Vervolgenswordt per beleidsartikel een overzicht van de wijzigingen gegeven,inclusief toelichting (paragraaf 3). Daarbij worden mutaties groter of gelijkaan onderstaande staffel toegelicht:Omvang begrotingsartikelBeleidsmatige mutatiesTechnische mutaties(stand ontwerpbegroting in €miljoen)(ondergrens in € miljoen)(ondergrens in € miljoen)< 5012=> 50 en < 20024=> 200 < 1.000510=> 1.0001020 De toelichtingen op de uitgaven gelden ook voor de verplichtingen. Alleenindien er sprake is van een groot verschil van de verplichtingenmutatiesten opzichte van de uitgavenmutaties, wordt dit verschil apart toegelicht.Deze verschillen ontstaan bijvoorbeeld doordat er verplichtingen zijnaangegaan die niet tot een uitgavenmutatie leiden (zoals het aangaan vangarantieverplichtingen in het kader van schatkistbankieren) of doorregelingen waarvoor de verplichtingen dit jaar worden aangegaan terwijlde uitgaven pas volgend jaar (of in de jaren daarna) plaatsvinden.Tot slot is er nog een bijlage met tabellen per beleidsartikel opgenomen indeze suppletoire begroting. In deze tabellen worden de budgettairegevolgen van beleid weergegeven door middel van standen. De redenhiervan is dat er inmiddels twee Nota’s van Wijziging en diverse amende-menten zijn aangenomen op de OCW-begroting van 2025. Daarom zijndeze tabellen met standen opgenomen ter verduidelijking.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 22 2. Het beleid 2.1 Overzicht belangrijkste uitgaven- en ontvangstenmutaties In onderstaande tabel worden de belangrijkste suppletoire mutaties tenopzichte van de vastgestelde stand begroting 2025 voor de jaren 2025 toten met 2030 weergegeven.Tabel 1 Belangrijkste suppletoire uitgavenmutaties 2025 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Stand vastgestelde begroting 202557.761.49156.363.94257.477.38455.503.28855.198.359613.1571. Saldo loon- en prijsbijstellingtoebedeeld2.226.3442.190.8182.230.5902.159.6272.178.4252.140.310– Ontvangen loon- en prijsbijstelling20252.264.2192.210.0332.221.8662.174.2852.161.0072.149.415– Kasschuif prijsbijstelling– 35.340– 4.78317.8166.7487.0728.487– Toegevoegde prijsbijstelling uiteindejaarsmarge en extensiverin-gen71.78037.27742.55638.00634.85938.027– Ingezette loon- en prijsbijstellingvoor tegenvallers/intensiveringen– 69.700– 47.177– 47.114– 55.143– 20.790– 51.609– Ingehouden loonbijstellingexterne inhuur tranche 2025– 4.615– 4.532– 4.534– 4.269– 3.723– 4.0102. Opheffen onderwijskansenrege-ling00– 90.000– 177.000– 177.000– 177.0003. Saldo mee- en tegenvallers10.507– 1.11013.09134.12231.74288.576– Referentieraming4.72516.17235.21859.14183.138125.157– Studiefinancieringsraming53.794– 28.778– 35.793– 32.000– 54.069– 36.435– Nieuwkomers15.0349.43211.7504.835527– 2.292– School en omgeving– 53.94000000– Overig saldo– 9.1062.0641.9162.1462.1462.1464. Saldo in- en extensiveringen– 83.55823.541– 12.953– 13.562– 35.424– 73.185– Reisproduct Buitenland Studeren-den02.8005.6009.8009.80012.600– Network and Information Security(NIS2)6.3108.3458.1078.1077.6077.607– Masterplan basisvaardighedenmbo11.20024.00012.000000– Apparaatstaakstelling alternatieveinvulling22.30238.20238.20238.39738.59138.752– DUO9.85024.95531.45532.65532.25535.955– Overige intensiveringen24.53618.34925.15037.24443.62248.769– Saldo extensiveringen (nadertoegelicht tabel 5)– 157.756– 93.110– 133.467– 139.765– 167.299– 216.8685. Opvraag Aanvullende post44513.7164.83710.78118.02927.138– Nationaal versterkingsplanmicrochip-talent391574.83710.78118.02927.138– Compensatie uitwonenden beurs40613.55900006. Eindejaarsmarge196.000000007. Nationaal Groeifonds120.08040.40321.30711.964– 1.3997.352– Eindejaarsmarge NationaalGroeifonds156.80700000– Overheveling middelen LLOcollectief14.30014.30014.300000– Kasschuiven Nationaal groeifonds– 51.02726.1037.00711.964– 1.3997.3528. Kasschuiven765.686– 979.796102.34081.35433.805– 3.3899. Niet kaderrelevante uitgaven– 701.327– 620.543– 633.385– 609.183– 597.824– 624.243– Studiefinancieringsraming– 840.456– 759.016– 770.714– 746.351– 735.311– 761.550– Prijsbijstelling139.129138.473137.329137.168137.487137.30710. Extrapolatie0000054.328.06811. Desalderingen3.8440000012. Overboekingen met anderedepartementen23.463– 94.724– 119.622– 123.1211.3341.391Stand Eerste Suppletoire Begroting202560.322.97556.936.24758.993.58956.878.27056.650.04756.328.175 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 23 Toelichting belangrijkste uitgavenmutaties1. Saldo loon- en prijsbijstelling toebedeeldHet kabinet keert loon- en prijsontwikkeling (lpo) uit over de departe-mentale begrotingen, ter compensatie van stijgende lonen en prijzen. Hetbeschikbare budget voor loonbijstelling op de OCW-begroting is € 1.973,8miljoen structureel. Op de loonbijstelling tranche 2025 voor externeinhuur op het apparaat is € 4,0 miljoen structureel gekort. Deze korting isgeboekt op artikel 91 nog onverdeeld en dient in de Suppletoire BegrotingSeptember 2025 en de Ontwerpbegroting 2026 doorverdeeld te worden.Van de prijsbijstelling tranche 2025 wordt 50% niet uitgekeerd omr(ksbrede problematiek te dekken. Het beschikbare budget voor prijsbij-stelling op de OCW-begroting is daardoor geen € 343,2 miljoen maar€ 171,6 miljoen structureel.De korting van de prijsbijstelling leidt tot aanpassing van de begroting dieper artikel verschilt, omdat er bij de doorverdeling hiervan rekening isgehouden met een aantal specifieke omstandigheden. Allereerst is OCWwettelijk verplicht tot het uitkeren van prijsbijstelling op de bekostigingvan het primair onderwijs, de studiefinanciering en de mediabekostiging.Na uitkering van het wettelijk verplichte deel van de prijsbijstellingresteert er een beperkt bedrag voor de rest van de begroting. Dit bedragwordt op verschillende manieren ingezet. Bijvoorbeeld ter dekking vanresterende problematiek op de OCW-begroting (samen met inzet uit deloonbijstelling bedraagt deze dekking € 69,7 miljoen in 2025 en structureel€ 51,6 miljoen). Ook is op enkele specifieke budgetten alsnog eencompensatie voor prijsontwikkeling toegekend.Zo wordt er omgebogen binnen artikelen 1, 3 en 9 om net als in hetprimair onderwijs de prijsbijstelling op de bekostiging in het voortgezetonderwijs volledig uit te keren. Op artikel 6 en 7 is geen loonbijstellinguitgekeerd over de budgetten die zijn verhoogd door het amendementBontenbal. Om dit te compenseren wordt op artikel 6 en 7 de prijsbij-stelling deels ingezet ter dekking van de niet ontvangen loonbijstelling.Zie verder de artikelsgewijze toelichting. Hoe dit zich uiteindelijk vertaaltnaar actoren en/of instellingen, wordt de komende periode duidelijk, o.a.via de beschikkingen. Bovenstaande betekent dat voor meerdere artikelengeen of onvolledige prijsbijstelling wordt uitgekeerd.In tabel 2 is de verdeling van de lpo over de artikelen op deOCW-begroting te zien.Tabel 2 Toebedeelde relevante loon- en prijsontwikkeling tranche 2025 (bedragen x € 1.000)Art.Omschrijving2025202620272028202920301Primair onderwijs807.864765.611774.298761.494777.709757.6243Voortgezet onderwijs557.986516.773523.095517.353527.025514.4414Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie247.373242.071243.296244.636236.262234.4246Hoger beroepsonderwijs170.069174.413163.978155.047161.185160.3927Wetenschappelijk onderwijs262.195266.454263.583261.933260.305261.3548Internationaal beleid4815424484804744489Arbeidsmarkt- en personeels-beleid44114.04114.79714.80715.29914.86511Studiefinanciering10.03857.701100.00357.00153.57154.82812Tegemoetkoming onderwijs-bijdrage en schoolkosten1462.3702.3832.4172.4312.42913Lesgelden82586586086586486414Cultuur50.93341.22739.85240.17339.62838.45415Media35.71935.46632.24432.37532.82733.58016Onderzoek en wetenschaps-beleid66.55158.63458.38058.27657.89653.983Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 24 Art.Omschrijving20252026202720282029203025Emancipatie81782084375275274091Nog onverdeeld– 4.615– 4.532– 4.534– 3.807– 3.261– 3.54895Apparaat Kerndepartement19.52118.36217.06415.82515.45815.432Totaal2.226.3442.190.8182.230.5902.159.6272.178.4252.140.310 2. Opheffen onderwijskansenregelingVanaf begrotingsjaar 2027 wordt er gekort op de onderwijskansenregelingvoortgezet onderwijs. Met deze regeling kr(gt een school meer budget opbasis van de achterstandsscore op schoolvestigingsniveau van het CBS.Dit betreft 68% van de scholen. Dit budget wordt bijvoorbeeld ingezetvoor extra onderwijspersoneel in de klas voor leerlingen uit de doelgroepdoor middel van onderwijsassistenten of coaches, extra onderwijstijd,huiswerkbegeleiding aan te bieden of ouderbetrokkenheid te stimuleren.De korting bedraagt € 90,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel€ 177,0 miljoen.3. Saldo mee- en tegenvallersEr vindt per saldo een tegenvaller plaats van € 10,5 miljoen in 2025oplopend naar structureel € 88,6 miljoen. Hieronder de belangrijksteoorzaken:–in het hoger beroepsonderwijs (hbo) is er een structurele tegenvallervan € 96,7 miljoen omdat de verwachte studentenaantallen in het hbohoger zijn dan in de vorige raming;–in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is er een structureletegenvaller van € 86,7 miljoen vanwege een hoger aandeel studentendat kiest voor de beroepsopleidende leerweg (bol), welke hogerekosten heeft dan de beroepsbegeleidende leerweg (bbl) vanwege meercontacturen;–in het wetenschappelijk onderwijs (wo) zijn de verwachte studenten-aantallen lager ten opzichte van de vorige referentieraming waardoorer een meevaller is van € 40,2 miljoen structureel;–daarnaast is het aantal internationale (EER-)studenten gedaald. In dereferentieraming 2025 is het aantal niet Nederlandse EER-studentenlager dan in de referentieraming 2024. Het budget voor het hbo en wois vanaf 2026 verlaagd ten behoeve van de bezuiniging uit hethoofdlijnenakkoord ter vermindering van het aantal internationalestudenten in de Ontwerpbegroting 2025. De daling van het aantalniet-Nederlandse EER-studenten die volgt uit de referentieraming 2025is verrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging vanaf 2026. Na dezeverrekening resteert nog een bezuiniging van € 6,0 miljoen in 2026oplopend tot € 68,3 miljoen in 2029, daarna aflopend naar € 5,8miljoen structureel. Zie onderstaande tabel 3. De meerjarige verdelingvan de bezuiniging over het hbo en wo wordt budgettair verwerkt in deOntwerpbegroting 2026. Omdat er in 2026 nog een bezuiniging van€ 6,0 miljoen resulteert, leidt dit tot een beperkte verlaging van deonderwijsuitgaven per student voor 2026. De resterende bezuinigingvanaf 2027 kan nog verder worden ingevuld als bij de volgendereferentieraming een verdere daling van het aantal niet-NederlandseEER-studenten blijkt. Zoals eerder is toegezegd beziet de Minister vanOCW mogelijke bestuurlijke afspraken met instellingen over deresterende taakstelling;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 25 Tabel 3 HLA 41. Taakstelling internationale studenten (extracomptabel)(Bedragen x € 1.000)202520262027202820292030strucStand taakstellingvoorafgaand aan VJN (incl.amendement Bontenbalc.s.)017.00068.000121.000158.000156.000168.000Gerealiseerde verlagingEER-studenten (hbo + wo)RR 20250– 11.013– 31.387– 57.936– 89.748– 124.850– 162.199Resterende taakstelling naVJN 202505.98736.61363.06468.25231.1505.801 –in het voortgezet onderwijs is er een meevaller van € 29,7 miljoenstructureel doordat er minder leerlingen worden verwacht ten opzichtevan de vorige raming;–in het primair onderwijs is er een kleine tegenvaller van € 11,7 miljoendoordat er meer leerlingen worden verwacht ten opzichte van devorige raming. In tabel 4 is de leerlingen- en studentenraminguitgesplitst per sector;Tabel 4 Leerlingen- en studentenontwikkeling (bedragen x € 1.000)Art.Omschrijving2025202620272028202920301Primair onderwijs12.460–4.975– 4.215–3.834–3.04611.6813Voortgezet onderwijs–8.656–12.161–27.299–34.303–32.738– 29.7094Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie921–16.3745.84831.04355.38086.7066Hoger beroepson-derwijs1064.79385.14796.48299.37496.7177Wetenschappelijkonderwijs20–15.111–24.263–30.247–35.832– 40.238Totaal4.72516.17235.21859.14183.138125.1571 Dit betreft alleen Nederlandse studenten.2 Dit betreft alleen Nederlandse studenten. –in 2025 volgt uit de studiefinancieringsraming (sf-raming) eentegenvaller van € 53,8 miljoen die twee hoofdoorzaken heeft. Teneerste studeren hbo-studenten relatief sneller af dan eerder is geraamdwaardoor de omzetting van prestatiebeurs naar gift voor de nieuwebasisbeurs eerder plaatsvindt. Ten tweede wordt er, wanneer eenstudent een wo-bachelordiploma behaalt, direct een tegemoetkomingvoor het leenstelsel uitgekeerd. De huidige raming was gebaseerd opde aanname dat de student voor het bachelordiploma pas eentegemoetkoming kreeg na het behalen van een masterdiploma.Hierdoor schuiven uitgaven op naar voren en is er een tegenvaller in2025. Structureel is er een per saldo meevaller van € 36,4 miljoen dieonder andere wordt veroorzaakt door een lager aandeel gebruikers inhet hbo en wo, een minder hoge gemiddelde aanvullende beurs daneerder geraamd en een lagere prijs voor de ov-studentenkaart. In dezecijfers zit ook een meevaller verwerkt van € 40,0 miljoen in 2025aflopend tot € 0,2 miljoen in 2032 op de tegemoetkoming leenstelsel.Uit nieuwe cijfers van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) blijkt datde groep die geen studiefinanciering heeft aangevraagd en inaanmerking komt voor een tegemoetkoming kleiner is dan geraamd;–er vindt per saldo een tegenvaller van € 15,0 miljoen plaats op debekostiging van de nieuwkomers. Structureel is er een kleine meeval-ler op het nieuwkomersonderwijs van € 2,3 miljoen omdat hetverwachte aantal nieuwkomers afneemt;Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 26 –de subsidieregeling School en Omgeving laat een meevaller zien van€ 53,9 miljoen in 2025, doordat de aanvragen in de eerste ronde lagerwaren dan verwacht;–in het overig saldo vinden kleine mee- en tegenvallers verdeeld overde OCW-begroting plaats.4. Saldo in- en extensiveringenBinnen de OCW-begroting worden een aantal beleidsmatige intensive-ringen gedaan, maar ook extensiveringen om de tegenvallers en deintensiveringen te dekken. Hieronder worden enkele grotere in- enextensiveringen nader toegelicht:Intensiveringen–uit een juridische analyse van de Landsadvocaat is gebleken dat er methet afschaffen van het Reisproduct Buitenland Studerenden (RBS) uithet hoofdlijnenakkoord (ov-vergoeding voor studenten in hetbuitenland) een aanmerkelijk juridisch risico bestaat dat dit in strijd ismet het EU-recht. Het Ministerie van OCW heeft daarom besloten demaatregel niet af te schaffen. Als alternatieve dekking wordt voor € 2,8miljoen in 2026 oplopend tot € 21,0 miljoen structureel geëxtensiveerdop de bekostiging van het mbo en landelijke kwaliteitsmiddelen voorhbo en wo. Een resterend besparingsverlies van € 9,0 miljoen op deRBS-maatregel is verwerkt in de studiefinancieringsraming;–er wordt structureel € 7,6 miljoen beschikbaar gesteld om te kunnenvoldoen aan de tweede versie van de Europese Network and Informa-tion Security (NIS2) richtlijn. Met deze middelen worden bij hetMinisterie van OCW (departement inclusief agentschappen) denoodzakelijke maatregelen genomen om aan de NIS2 richtlijn tevoldoen en wordt voor het hoger onderwijs een toezichtshouder enComputer Security Incident Response Teams (CSIRT) ingericht;–naast het Masterplan basisvaardigheden in het funderend onderwijs,wordt in het mbo cumulatief € 47,2 miljoen beschikbaar gesteld in destudiejaren 2025/2026 en 2026/2027. Dit voor het verbeteren van debasisvaardigheden door middel van intensiever onderwijs en meerbegeleiding. Voor deze intensivering ontvangt uw Kamer de onderbou-wing conform de werkw(ze Beleidskeuzes uitgelegd (CW3.1) met devolgende voortgangsbrief aanpak basisvaardigheden mbo;–met de korting van 22% op de apparaatsuitgaven uit het hoofdlijnenak-koord en het amendement van het lid Bontenbal c.s. (Kamerstukken II2024/25, 36 600 VIII, nr. 141) is in totaal € 108,5 miljoen structureelbezuinigd op het Ministerie van OCW. Deze bezuiniging is voor € 70,3miljoen gerealiseerd op artikel 95 (Apparaat) en via een efficiencytaakstelling gerealiseerd op zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) enagentschappen van OCW. De overige € 38,2 miljoen wordt ingevulddoor alternatieve dekking. Deze alternatieve dekking komt bijvoorbeeldvan niet uitgekeerde prijsbijstelling of korting op de lumpsum van deonderwijssectoren;–bij DUO worden met extra middelen ICT-achterstanden weggewerkt(€ 10,9 miljoen structureel), wordt aan nieuwe rijksbrede wet- enregelgeving voldaan (€ 6,5 miljoen structureel) en worden gestegenkosten op het apparaat gecompenseerd (€ 1,4 miljoen structureel);–overige intensiveringen zijn onder andere € 11,9 miljoen in 2030(structureel € 2,0 miljoen) voor continue screening van verklaringenomtrent gedrag (VOG’s) in het funderend onderwijs, € 6,5 miljoen voorde functiemix Randstadregio’s en € 4,0 miljoen ten behoeve van hetwetsvoorstel screening kennisveiligheid.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 27 ExtensiveringenTabel 5 geeft een uitsplitsing van de extensiveringen op de begroting vanhet Ministerie van OCW:Tabel 5 Extensiveringen op de OCW-begroting exclusief ingeleverde loon- en prijsbijstelling (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Bekostiging po00– 5.627– 13.105– 34.521– 37.095– waarvan basisvaardigheden00– 5.627– 13.105– 22.942– 29.342Bekostiging vo00– 3.598– 8.378– 23.940– 26.513– waarvan basisvaardigheden00– 3.598– 8.378– 14.668– 18.760Bekostiging mbo– 6.000– 14.543– 17.280– 14.815– 14.297– 21.461Bekostiging hbo– 1.531– 8.642– 11.120– 14.640– 13.960– 19.538Bekostiging wo– 766– 15.121– 22.311– 26.697– 27.835– 39.286Cultuur en media1.373– 798– 1.629– 3.366– 2.341– 3.719Overig– 150.832– 54.006– 71.902– 58.764– 50.405– 69.256Totaal extensiveringen– 157.756– 93.110– 133.467– 139.765– 167.299– 216.868 –van de prijsbijstelling tranche 2025 wordt 50% niet uitgekeerdvanwege de dekking van rijksbrede problematiek. Vanuit de resterendeloon- en prijsbijstelling is op diverse artikelen een deel ingehouden terdekking van problematiek op de OCW-begroting.–binnen de diverse sectoren wordt omgebogen op de bekostiging.Binnen het primair en voortgezet onderwijs (po en vo) wordt een deelvan de middelen die bedoeld zijn voor de gerichte bekostigingbasisvaardigheden niet uitgekeerd door OCW. Het bedrag dat nietwordt uitgekeerd is de loon- en prijsbijstelling op het originele bedragen loopt op tot structureel € 48,1 miljoen vanaf 2030. Het in 2024gecommuniceerde nominale bedrag van minimaal € 182,– per leerlingdat scholen ontvangen blijft gelijk, evenals de doelgroep van scholendie aanspraak kan maken op de middelen. Ook in het mbo, hbo en wowordt omgebogen op de bekostiging om de OCW-brede problematiekte dekken. Binnen cultuur en media wordt er onder andere € 2,6miljoen structureel geëxtensiveerd op onderzoeksjournalistiek tenbehoeve van het OCW brede beeld. Een nadere toelichting is te vindenin de artikelsgew(ze toelichting;–in het overige saldo zit in 2025 een deel van de eindejaarsmarge,waaruit middelen zijn ingezet ter dekking van de intensiveringen enproblemen in 2025. Zie de beschrijving bij punt 6 over de eindejaars-marge. Vanaf 2030 buigt het Ministerie van OCW € 20,0 miljoen om ophet budget van de regeling praktijkleren ten behoeve van OCW-bredeproblematiek.5. Opvraag aanvullende postNationaal versterkingsplan van microchip-talentIn het kader van het Nationaal versterkingsplan van microchip-talentwordt € 27,4 miljoen per 2030 en structureel € 43,1 miljoen overgeheveldnaar de OCW-begroting, met name voor de bekostiging en studiefinan-ciering van de extra (EER-)studenten die met dit plan geworven worden.Controleproces uitwonendenbeursEerder is € 60,8 miljoen per nota van wijziging aan de OCW-begrotingtoegevoegd voor het herzien van financiële maatregelen bij de uitwonen-denbeurs, die tussen 2012 en 2023 door DUO zijn genomen. Dit voorjaarwordt nog eens € 14,0 miljoen aan additionele middelen overgeheveldvoor het uitbetalen van hieraan gekoppelde wettelijke rente.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 28 6. EindejaarsmargeConform de begrotingsregels wordt maximaal 1% van het gecorrigeerdebegrotingstotaal als eindejaarsmarge toegevoegd aan de begroting voor2025. De totaal beschikbare eindejaarsmarge in 2025 komt daarmee voorhet Ministerie van OCW uit op € 501,2 miljoen. Deze Voorjaarsnota isconform besluit bij Miljoenennota 2025 een deel van de maximale 1%eindejaarsmarge op regulier budget ingehouden ter dekking van hogereuitgaven voor de Hersteloperatie Toeslagen. Het OCW-aandeel betreft€ 305,2 miljoen. Per saldo is dus € 196,0 miljoen overgeheveld naar deOCW-begroting. Hiervan wordt € 12,3 miljoen ingezet voor openstaandeverplichtingen die eerder gemeld waren bij Tweede Suppletoire Begroting2024 (Kamerstukken II 2024/25, 36 625 VIII, nr.1) en in de brief «Beleids-matige mutaties na Tweede Suppletoire Begroting 2024» (Kamerstukken II2024/25, 36 600 VIII, nr. 149). Dit budget is niet volledig tot bestedinggekomen in 2024 en is nodig voor uitbetalingen in 2025 en verder.Daarnaast wordt € 61,7 miljoen gebruikt om de taakstelling op deprijsbijstelling in 2025 in te vullen. Tot slot wordt er € 122,0 miljoengebruikt voor overige OCW-brede problematiek en enkele intensiveringenin 2025. Waarvan het grootste deel wordt gebruikt om de tegenvallers opde referentieraming en sf-raming te dekken van in totaal € 67,6 miljoenvoor het jaar 2025. Enkele voorbeelden van intensiveringen in 2025 uit deeindejaarsmarge zijn:–bijdrage van het Ministerie van OCW aan het besparingsverlies op deBanenafspraak van het Ministerie van SZW (€ 9,6 miljoen);–impuls in de maatschappelijke weerbaarheid van kennisinstellingen(€ 16,7 miljoen);–aanvulling van het Museaal Aankoopfonds (MAF) naar aanleiding vanuitbetalingen aan het Drents Museum (€ 5,7 miljoen).7. Nationaal GroeifondsIn tabel 6 staan de middelen voor het Nationaal Groeifonds (NGF)uiteengezet. Hierin zijn de volgende zaken verwerkt:–de opboekingen van bedragen die in 2024 niet tot betaling zijngekomen, maar worden doorgeschoven naar 2025 al dan niet met eenopenstaande verplichting erachter. Deze openstaande verplichtingenzijn reeds bij de Tweede Suppletoire Begroting 2024 (Kamerstukken II2024/25, 36 625 VIII, nr.1) en in de brief «Beleidsmatige mutaties naTweede Suppletoire Begroting 2024» (Kamerstukken II 2024/25, 36 600VIII, nr. 149) gemeld aan de Tweede en Eerste Kamer;–voor het NGF-project Leven Lang Ontwikkelen Collectief Laagopgelei-den en Laaggeletterden is er een bedrag van € 42,9 miljoen toegekendna goedkeuring van de NGF-commissie en de beide fondsbeheerders;–meerdere kasschuiven waarbij middelen naar achteren wordengeschoven op NGF-projecten, van totaal € 51,0 miljoen.Tabel 6 Nationaal Groeifonds (bedragen x € 1.000)Art.Omschrijving2025202620272028202920301, 3, 95Open leermateriaal4.69201, 3, 95Ontwikkelkracht6.3303.0009.0003, 95Digitaal onderwijs goed geregeld2.8944Leeroverzicht en Skills4801.5004LLO Collectief64919.40018.9004.1003Innovatieprogramma onderwijshuis-vesting2.75210.0006Nationale LLO Katalysator75.8206Digitaliseringsimpuls onderwijs NL31.67816Biotech booster447– 1.2346631.23016Einsteintelescope19816Big chemistry– 6.6434442.8932.143– 4.3806.916Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 29 Art.Omschrijving2025202620272028202920303Techkwadraat4.47414CIIIC9.548– 207– 17.6494.4912.9814366NAPL– 14.9857.5007.50095NGF apparaatskosten1.746Totaal120.08040.40321.30711.964– 1.3997.352 8. KasschuivenOp de begroting worden diverse meerjarige kasschuiven doorgevoerd omde budgetten in overeenstemming te brengen met het verwachtebestedingsritme. De grootste kasschuif betreft een schuif van € 970,0miljoen op het budget van de reisvoorziening van de vervoersbedrijven.Hiermee wordt de betaling aan de vervoersbedrijven (gedeeltelijk) al aanhet eind van het voorafgaande jaar in plaats van aan het begin van hetbetreffende jaar gedaan (in dit geval in 2025 in plaats van in 2026), zonderaf te wijken van de afspraken met de vervoerbedrijven. Dit jaar is hetverzoek voor de kasschuif initieel door de vervoersbedrijven zelfingediend. Tegelijkertijd is deze kasschuif ook dit jaar behulpzaam bij hetoptimaliseren van het kasritme van het Rijk.9. Niet-kaderrelevante mutatiesDe niet-kaderrelevante (NR) mutaties hebben betrekking op de studiefi-nanciering. Het betreft hier de tranche 2025 van de niet-kaderrelevanteprijsbijstelling van € 139,1 miljoen in 2025 en € 137,3 miljoen structureel.Daarnaast is er een meevaller op de niet-kaderrelevante sf-raming van€ 840,5 miljoen in 2025, aflopend naar € 761,6 miljoen structureel. Ditwordt voornamelijk veroorzaakt doordat voor alle niveaus het percentagevan de studenten dat gebruik maakt van leningen is gedaald. Ook is er bijhbo en wo sinds 2023 een flinke daling in het gemiddelde leenbedrag.Daarbij daalt het aandeel gebruikers van de basisbeurs en de hoogte vande aanvullende beurs.10. ExtrapolatieDit betreft de extrapolatie van budgetten naar het jaar 2030, hiermeewordt € 54,3 miljard toegevoegd aan de begrotingshorizon van 2030.11. DesalderingenDit betreft desalderingen van uitgaven en ontvangsten. De grootstedesaldering binnen dit bedrag betreft de dotatie aan de AlgemeneMediareserve van € 7,3 miljoen. Hiermee wordt aansluiting gevonden opde geactualiseerde Ster-raming.12. Overboekingen met andere departementenDit saldo bestaat uit overboekingen met andere departementen en internetechnische overboekingen.Tabel 7 Belangrijkste suppletoire ontvangstenmutaties 2025 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Stand vastgestelde begroting20252.274.0122.354.1262.450.5352.551.8402.646.50801. Saldo mee- en tegenvallers– 28.502– 85.716134.538– 17.122– 29.203– 45.3322. Intensivering wettelijkerente00– 1.400– 1.40000Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 210 2025202620272028202920303. Niet-kaderrelevantemutaties1.064.424201.831712.991145.342112.19684.9834. Desalderingen3.844000005. Extrapolatie000002.720.164Stand 1e suppletoirebegroting 20253.313.7782.470.2413.296.6642.678.6602.729.5012.759.815 Toelichting belangrijkste ontvangstenmutaties1. Referentieraming inclusief studiefinancieringOp de ontvangsten vindt een tegenvaller plaats van € 28,5 miljoen in2025. Per saldo wordt dit voor € 35,4 miljoen veroorzaakt door desf-raming, doordat de relevante renteontvangsten in 2025 omlaag zijnbijgesteld met € 22,4 miljoen. De relevante renteontvangsten vallen in deeerste jaren tegen doordat de renteontvangsten langzamer groeien danvan tevoren gedacht. Daarnaast vindt er een tegenvaller plaats van € 13,1miljoen op de ontvangstenraming van de sf-raming. Deze wordt metname veroorzaakt door een tegenvaller van € 15,4 miljoen op delesgeldontvangsten. Dit wordt veroorzaakt doordat er minder lesgeldplich-tigen zijn dan verwacht.Het resterende deel wordt veroorzaakt door een incidentele meevaller van€ 7,0 miljoen door terugvorderingen op de specifieke uitkering voor hetgemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid over de periode 2019–2022.2. Intensivering wettelijke renteDe wettelijke rente die DUO rekent aan studenten die een betalingsre-geling willen treffen bij DUO is voorgaand jaar op 0% gezet voor de jaren2024, 2025 en 2026. Hiermee wordt voorkomen dat het voor studentenfinancieel gunstiger is om geen betalingsregeling af te sluiten met DUO,maar direct met het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), omdat hetCJIB geen rente rekent. De maatregel wordt ook in 2027 en 2028doorgezet. Om deze maatregel ook in 2027 en 2028 van dekking tevoorzien leidt dit tot cumulatief € 2,8 miljoen lagere ontvangsten.3. Niet-kaderrelevante mutatiesIn 2024 zijn de extra ontvangsten hoger uitgevallen dan geraamd, omdatoud-studenten meer aflossen dan noodzakelijk. Mogelijk wordt ditveroorzaakt door stijgende rentelasten. In 2025 en 2027 ontstaat een extragrote meevaller door de verrekening van de tegemoetkomingen met deuitstaande studieschulden. Studenten zijn ook minder gaan lenen daneerder geraamd. Hierdoor neemt de totale hoofdsom van uitstaandeschulden de komende jaren flink af (met circa € 3,5 miljard in 2030).Daarnaast zit in dit saldo een terugvordering van € 19,0 miljoen aan nietbesteedde Oekraïne-middelen die bestemd waren voor noodlocaties/huisvesting en de voorschoolse educatie van Oekraïense leerlingen.4. DesalderingenDit betreft desalderingen van de ontvangsten. De grootste desalderingbinnen dit bedrag betreft de dotatie aan de Algemene Mediareserve van€ 7,3 miljoen. Hiermee wordt aansluiting gevonden op de geactualiseerdeSter-raming. Daarnaast is in 2025 € 7,0 miljoen terug ontvangen op eenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 211 incidenteel te hoge uitgaven in 2024 aan het NGF-project zelf-denkendemoleculen.5. ExtrapolatieDit betreft de extrapolatie van budgetten naar het jaar 2030, hiermeewordt € 2,7 miljard toegevoegd aan de begrotingshorizon van 2030.3. De beleidsartikelen 3.1. Beleidsartikel 1. Primair onderwijs Budgettaire gevolgen van beleidTabel 8 Budgettaire gevolgen van beleid art.1 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025(3) = (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen15.855.046015.855.0462.144.63617.999.682366.680380.905502.538657.41816.700.680Uitgaven16.288.940016.288.940744.41917.033.359646.350638.068615.866677.70516.699.871Bekostiging14.698.818014.698.818781.04515.479.863668.960669.479670.322646.35815.563.720Bekostiging po-instellingen14.552.052014.552.052774.14815.326.200795.561791.163791.937782.51515.172.313Bekostiging Caribisch Nederland30.725030.7253.19933.9243.5993.8034.1834.38035.262Aanvullende bekostiging100.9260100.9263.698104.624– 96.685– 94.685– 107.619– 106.86953.750Aanpak lerarentekort G515.115015.115015.115– 33.515– 33.515– 33.515– 33.5150Basisvaardigheden0000002.71315.336– 153302.395Subsidies (regelingen)864.909– 200864.709– 71.533793.176– 22.324– 21.367– 40.2996.755415.586Onderwijsvoorziening Jonggehandicap-ten35.204035.204035.20442359859859835.802Nederlands onderwijs buitenland15.328015.328015.328000015.328Humanistisch vormend en godsdienston-derwijs19.049019.049019.049– 1.000– 1.000– 1.000– 1.00018.049School en omgeving198.2560198.256– 75.764122.492– 17.375– 37.293– 36.222– 750186.546Basisvaardigheden374.2700374.270– 2.166372.104021.3500021.350NGF Open Leermateriaal1.97201.9722.6124.58400000NGF Digitaal Onderwijs5.20005.2002.4347.63400002.750Schoolmaaltijden82.350082.350– 1.00081.350– 50000082.350Brugfunctionaris PO41.909041.909041.909000042.594Overige subsidies91.371– 20091.1712.35193.522– 3.872– 5.022– 3.6757.90710.817Opdrachten39.50920039.70994940.658– 2.283– 2.385– 2.403– 90639.970Opdrachten39.50920039.70994940.658– 2.283– 2.385– 2.403– 90639.970Bijdrage aan agentschappen43.992043.9922.13446.1264.6335.0894.9994.72451.160Dienst Uitvoering Onderwijs43.992043.9922.13446.1264.6335.0894.9994.72451.160Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s10.289010.28934010.6292.2102291941698.344Stichting Vervangingsfonds en Participa-tiefonds7.35607.3562437.5992.11313297725.314UWV2.93302.933973.030979797973.030Bijdrage aan medeoverheden631.4230631.42331.484662.907– 4.846– 13.507– 17.47720.075606.147Gemeentelijk onderwijsachterstandenbe-leid606.9840606.98431.368638.352– 5.550– 13.376– 17.34620.031599.265Caribisch Nederland19.954019.9541.60121.555704– 131– 131442.397Scholenprogramma Groningen3.00003.00003.00000003.000Overig1.48501.485– 1.485000001.485Bijdrage aan (andere) begrotingshoofd-stukken00000053053053014.944Brede scholen00000053053053014.944Ontvangsten9.20809.20826.00035.20800009.208 Tabel 9 Uitsplitsing verplichtingenOntwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties viaNvW,moties,amende-menten enISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) = (3)+ (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen15.855.046015.855.0462.144.63617.999.682366.680380.905502.538657.41816.700.680waarvan garantieverplichtingen0004.4474.44700000waarvan overig15.855.046015.855.0462.140.18917.995.235366.680380.905502.538657.41816.700.680 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 212 ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden met € 2,1 miljard verhoogd. Het verschil tussende verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaaktdoordat de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 ten behoeve van hetbekostigingsjaar 2026 in het najaar van 2025 al wordt verplicht. Zie hetalgemene deel voor een verdere toelichting op de loon- en prijsbijstelling.UitgavenDe uitgaven worden met € 744,4 miljoen verhoogd. De toegekende loon-en prijsbijstelling wordt doorverdeeld naar de bekostiging in het primaironderwijs, de bijdrage aan ZBO’s en RWT’s en DUO. Er zal geen loon- enprijsbijstelling worden doorverdeeld naar andere instrumenten binnenartikel 1.Toelichting per instrument:BekostigingHet budget voor het instrument bekostiging wordt per saldo met € 781,0miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:–de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 van€ 771,6 miljoen;–een aanpassing naar aanleiding van de jaarlijkse raming van het aantalverwachte leerlingen in het primair onderwijs. Op het budget van 2025resulteert dit in een opwaartse bijstelling van € 11,5 miljoen voorEuropees Nederland en een opwaartse bijstelling van € 1,0 miljoenvoor Caribisch Nederland (zie ook het algemene deel);–een verlaging van het budget voor de nieuwkomersbekostiging met€ 15,4 miljoen als gevolg van de doorrekening van het verwachteaantal nieuwkomers.Amendement Bontenbal c.s.In het kader van het amendement van het lid Bontenbal c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 141) wordt de vanaf 2026 ontvangen€ 22,2 miljoen ter compensatie van de btw-verhoging op schoolboekenteruggedraaid.SubsidiesHet budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 71,5miljoen verlaagd. Dit wordt met name verklaard door:–een kasschuif van € 53,6 miljoen op het budget van School enOmgeving op artikel 1, waarbij de middelen vanuit 2025 wordendoorgeschoven naar 2026, 2027 en 2028 om aan te sluiten bij hetbetaalritme van de nieuwe subsidieregeling;–een meevaller op het budget van School en Omgeving op artikel 1 van€ 21,4 miljoen. Zoals reeds bekend, waren er minder aanvragen voorde subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025 in de eerste rondein 2023 dan waarvoor er budget beschikbaar was. Aangezien er voordeze regeling ook betalingen in 2025 zijn, is er dit jaar een meevaller.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 213 Amendement Bontenbal c.s.In het kader van het amendement van het lid Bontenbal c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 141) wordt maatregel 23 uit hethoofdlijnenakkoord deels teruggedraaid door € 40,0 miljoen vrij te makenvoor School en Omgeving, waarvan structureel € 24,4 miljoen op artikel 1.Tevens wordt de bezuiniging van € 0,5 miljoen in 2026 en € 18,5 miljoenvanaf 2027 ten behoeve van de invulling van de subsidietaakstelling opgodsdienstig en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs teruggedraaid.Amendement Ceder c.s.In het kader van het amendement van het lid Ceder c.s. (Kamerstukken II2024/25, 36 600 VIII, nr. 112) wordt het subsidiebudget met € 0,5 miljoenverhoogd en verlaagd ten behoeve van subsidie voor organisaties dieleraren ondersteunen met gastlessen om antisemitisme, racisme endiscriminatie bespreekbaar te maken.Amendement Ergin en KistemanIn het kader van het amendement van de leden Ergin en Kisteman(Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 132) wordt het subsidiebudgetmet € 0,2 miljoen verlaagd en het opdrachtenbudget met datzelfdebedrag verhoogd ten behoeve van het adresseren van ongelijkheid inherkenning en ondersteuning van hoogbegaafde leerlingen met eenniet-westerse migratieachtergrond en/of een lage sociaaleconomischestatus.Bijdrage aan medeoverhedenHet budget wordt per saldo met € 31,5 miljoen verhoogd. De verhogingwordt voornamelijk veroorzaakt door de doorverdeling van de loonbij-stelling tranche 2025 van € 30,8 miljoen.OntvangstenDe ontvangsten worden met € 26,0 miljoen verhoogd. Dit wordt veroor-zaakt door:–een terugvordering bij gemeenten van € 19,0 miljoen die niet besteedis in het kader van de opvang van Oekraïense leerlingen. Het betrefteen generale meevaller bestaande uit € 14,0 miljoen voor noodlocatiesen huisvesting voor Oekraïense leerlingen in het primair en voortgezetonderwijs en € 5,0 miljoen voor de voorschoolse educatie voorOekraïense peuters;–een terugvordering bij gemeenten van € 7,0 miljoen aan nietbesteedde middelen voor het Gemeentelijk Onderwijsachterstandsbe-leid over de periode 2019–2022.Toelichting bijdrage OCW aan scholenprogramma GroningenIn 2016 is tussen het Ministerie van OCW, Nationaal CoördinatorGroningen (NCG) en de betrokken schoolbesturen en gemeentenafgesproken dat in het Groningse aardbevingsgebied 101 scholenaardbevingsbestendig en toekomstbestendig worden gemaakt. Aan hetscholenprogramma dragen de Nederlandse Aardolie Maatschappij (NAM)(€ 172,5 miljoen), de gemeenten en schoolbesturen (€ 44,5 miljoen), hetMinisterie van EZ (€ 23,5 miljoen) en het Ministerie van OCW (€ 50,0miljoen; waarvan € 3,0 miljoen per jaar tot en met 2034) bij.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 214 Hieronder is een overzicht opgenomen waarin, conform artikel 17, tweedelid van de Financiële-verhoudingswet, de maximaal te ontvangenbedragen per gemeente zijn opgenomen. Voor de bijdrage aan degemeenten voor het kalenderjaar 2025 zal dit (net als voor kalenderjaar2024) als wettelijke grondslag gelden op basis van artikel 4.23, derde lid,aanhef en onderdeel c, van de Algemene Wet Bestuursrecht.Tabel 10 Maximaal te ontvangen bedragen per gemeente ten behoeve van scholenpro-gramma GroningenGemeenteBedrag per jaarHet Hogeland417.520Groningen134.834Midden-Groningen896.924Eemsdelta1.550.722Totaal3.000.000 3.2. Beleidsartikel 3. Voortgezet onderwijs Budgettaire gevolgen van beleidTabel 11 Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025(3) = (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen11.603.618118.07611.721.6941.460.84213.182.536336.685280.314270.813323.43011.436.391Uitgaven11.821.37966.07611.887.455504.54512.392.000530.512420.980318.110327.39511.449.004Bekostiging10.845.474010.845.474560.86211.406.336522.786422.472333.268313.06511.017.137Bekostiging vo-instellingen10.741.757010.741.757552.72211.294.479570.788468.742371.097361.19010.773.174Bekostiging CaribischNederland24.049024.0494.25828.3074.0574.4674.8174.44728.210Aanvullende regelingstrategisch personeels-beleid, begeleiding startersen thuiszitters75.128075.1283.88279.010– 52.059– 52.059– 52.059– 52.05922.834Aanvullende regelingenleerlingendaling4.54004.54004.54000000Basisvaardigheden0000001.3229.413– 513192.919Subsidies (regelingen)799.60466.076865.680– 75.058790.622– 2.176– 17.247– 22.298– 423233.783Stichting Kennisnet(basissubsidie) po, vo, mbo28.090028.0901.24229.332000018.968Praktijkgerichte program-ma’s16.605016.605016.60500000Basisvaardigheden239.2860239.286– 4.175235.111013.6500013.650Maatschappelijke diensttijd81.94778.000159.947– 416159.531– 5.400– 5.400– 5.800– 5.800– 5.800School en omgeving138.1810138.181– 66.82071.361– 10.629– 23.364– 22.6790117.895NGF Ontwikkelkracht22.381022.3812.59124.972– 1.0051.402000Schoolmaaltijden52.650052.650052.650000052.650Brugfunctionaris VO11.520011.520011.520000012.163NGF Techkwadraat44.150044.1504.17448.32400000NGF Innovatieve onderwijshuisvesting11.554011.5542.66014.2149.944– 56– 5600Overige subsidies153.240– 11.924141.316– 14.314127.0024.914– 3.4796.2375.37724.257Opdrachten38.967038.967– 41838.549– 1.0356.677– 1.7876.30454.026Opdrachten36.476036.476– 37036.106– 1.0356.677– 1.7876.30451.901MDT opdrachten2.49102.491– 482.44300002.125Bijdrage aan agentschap-pen76.530076.5306.10882.6388.0358.8348.6838.21188.077Dienst Uitvoering Onder-wijs76.530076.5306.10882.6388.0358.8348.6838.21188.077Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s60.446060.44613.05173.4972.90224424423855.623College voor Toetsen enExamens7.19507.19512.55119.7462442442442384.887SLOA: Onderwijs onder-steunende instellingen53.251053.25150053.7512.65800050.736Bijdrage aan (inter)na-tionale organisaties358035803580000358GRAZ (ECML) en PISA358035803580000358Ontvangsten7.39107.3914777.86800007.391 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 215 Tabel 12 Uitsplitsing verplichtingenOntwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties viaNvW,moties,amende-menten enISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) = (3)+ (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen11.603.618118.07611.721.6941.460.84213.182.536336.685280.314270.813323.43011.436.391waarvan garantieverplichtingen000– 2.782000000waarvan overig11.603.618118.07611.721.6941.463.62413.182.536336.685280.314270.813323.43011.436.391 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden met € 1,5 miljard verhoogd. Het verschil tussende verplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaaktdoordat de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 ten behoeve van hetbekostigingsjaar 2026 in het najaar van 2025 al wordt verplicht. Zie hetalgemene deel voor een verdere toelichting op de loon- en prijsbijstelling.UitgavenDe uitgaven worden met € 504,5 miljoen verhoogd. De toegekende loon-en prijsbijstelling wordt doorverdeeld naar de bekostiging in het voort-gezet onderwijs, de bijdrage aan ZBO’s en RWT’s en DUO. Er zal geenloon- en prijsbijstelling worden doorverdeeld naar andere instrumentenbinnen artikel 3.Toelichting per instrument:BekostigingHet budget voor het instrument bekostiging wordt per saldo met € 561,1miljoen verhoogd. De verhoging wordt voornamelijk veroorzaakt door:–de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 van€ 544,3 miljoen;–een tegenvaller op de nieuwkomersbekostiging van € 30,5 miljoen. Dekomende jaren is meer budget nodig voor de nieuwkomersbekostigingin het voortgezet onderwijs (vo) vanwege een hogere instroom vannieuwkomers in het onderwijs dan verwacht.–een aanpassing naar aanleiding van de jaarlijkse raming van het aantalverwachte leerlingen in het voortgezet onderwijs. Op het budget van2025 resulteert dit in een neerwaartse bijstelling van € 10,7 miljoenvoor Europees Nederland een opwaartse bijstelling van € 2,1 miljoenvoor Caribisch Nederland (zie ook het algemene deel).Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt er gekort op de onderwijskansenregelingvoortgezet onderwijs. Met deze regeling kr(gt een school meer budget opbasis van de achterstandsscore op schoolvestigingsniveau van het CBS.Dit betreft 68% van de scholen. Dit budget wordt bijvoorbeeld ingezetvoor extra onderwijspersoneel in de klas voor leerlingen uit de doelgroepdoor middel van onderwijsassistenten of coaches, extra onderwijstijd,huiswerkbegeleiding aan te bieden of ouderbetrokkenheid te stimuleren.De korting bedraagt € 90,0 miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel€ 177,0 miljoen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 216 Amendement Bontenbal c.s.In het kader van het amendement van het lid Bontenbal c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 141) wordt maatregel 32 uit hethoofdlijnenakkoord teruggedraaid door vanaf 2026 structureel € 75,1miljoen voor functiemix randstadregio’s vo vrij te maken. Eveneens wordtde vanaf 2026 ontvangen € 36,3 miljoen ter compensatie van debtw-verhoging op schoolboeken teruggedraaid.SubsidiesHet budget voor het instrument subsidies wordt per saldo met € 75,1miljoen verlaagd. Dit wordt met name verklaard door:–een kasschuif van € 34,3 miljoen op het budget van School enOmgeving op artikel 3, waarbij de middelen vanuit 2025 wordendoorgeschoven naar 2026, 2027 en 2028 om aan te sluiten bij hetbetaalritme van de nieuwe subsidieregeling;–een meevaller op het budget van School en Omgeving op artikel 3 van€ 32,5 miljoen. Zoals reeds bekend, waren er minder aanvragen voorde subsidieregeling School en Omgeving 2023–2025 in de eerste rondein 2023 dan waarvoor er budget beschikbaar was. Aangezien er voordeze regeling ook betalingen in 2025 zijn, is er dit jaar een meevaller in2025;–een kasschuif op de middelen voor de implementatie van hetvernieuwde curriculum van € 14,0 miljoen. Door het besluit van deTweede Kamer dat de nieuwe kerndoelen in aantal moeten wordeningeperkt (motie Soepboer, Kamerstukken II 2024/25, 31 293, nr. 766)loopt de implementatie van de curriculumherziening vertraging op.Door de aangepaste planning worden de middelen uit 2025 ingezet in2026 en 2028.Amendement Bontenbal c.s.In het kader van het amendement van het lid Bontenbal c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 141) wordt het budget voor overigesubsidies met € 3,0 miljoen verhoogd ten behoeve van een subsidie voorscholen die de techniekhavo (willen) aanbieden. Tevens wordt maatregel23 uit het hoofdlijnenakkoord deels teruggedraaid door € 40,0 miljoen vrijte maken voor School en Omgeving, waarvan structureel € 15,6 miljoenop artikel 3. Ook wordt maatregel 22 deels teruggedraaid door voorMaatschappelijke Diensttijd € 78,0 miljoen in 2025, oplopend tot € 130,0miljoen structureel vrij te maken.Amendement Eerdmans c.s.In het kader van het amendement van het lid Eerdmans c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 147) wordt het budget voor overigesubsidies met € 14,9 miljoen in 2025, oplopend tot € 15,2 miljoen in 2028,verlaagd ten behoeve van de aanvullende investeringen in wetenschap-pelijk onderzoek.Bijdrage aan ZBO’s/RWT’sHet budget voor het instrument bijdrage aan ZBO’s/RWT’s wordt per saldomet € 13,1 miljoen verhoogd. Dit wordt grotendeels verklaard door:–een overboeking van € 9,6 miljoen vanuit artikel 4 (Beroepsonderwijsen volwasseneducatie) ten behoeve van het werkprogramma van hetCollege van Toetsen en Examens (CvTE);–een overboeking van € 1,5 miljoen aan het budget van het CvTE voorhet programma digitaal examineren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 217 OntvangstenDe ontvangsten worden met € 0,5 miljoen verhoogd.3.3. Beleidsartikel 4. Beroepsonderwijs en volwasseneneducatie Budgettaire gevolgen van beleidTabel 13 Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen6.157.220– 146.2616.010.959469.7816.480.740261.991312.035286.636265.8065.972.658Uitgaven5.955.5583.3325.958.890217.7876.176.677198.527261.062279.665285.3895.981.581Bekostiging5.246.61121.9525.268.563215.5795.484.142176.204199.676252.600278.4955.479.116Bekostiging mbo-instellingen4.452.98934.8094.487.798225.5844.713.382183.133204.865238.472264.4314.718.179Bekostiging CaribischNederland12.120012.1201.29513.4151.1961.7321.9992.13514.461Bekostiging vavo91.720091.7203.65095.3703.6503.6543.6543.65495.480Loopbaanoriëntatie32.000032.000032.000000032.000Kwaliteitsafspraken investe-ringsbudget538.9840538.9840538.9840000540.033Regionaal Investeringsfonds46.710– 14.04932.661– 14.95017.711– 13.450– 12.2506.8006.60035.200Regionaal Programma42.0881.19243.280043.2801.6751.6751.6751.67543.763Aanvullende bekostigingkrimpregio’s30.000030.000030.00000000Subsidies (regelingen)322.283– 420321.86311.696333.55912.08850.46916.277– 3.233153.045Praktijkleren242.6210242.62119.976262.59722.18232.1158.023060.750LLO Collectief Laagopgelei-den en Laaggeletterden(NGF)68306838777018.00018.0004.00000Basisvaardigheden voorVolwassenen/Tel mee metTaal12.939012.939– 5.0947.845– 5.000– 5.000– 5.000013.235Loopbaanoriëntatie1.81801.81801.81800000Doorstroom beroepskolom33.600– 42033.180033.180– 27.7801.2809.880– 3.14050.000Vakwedstrijden mbo5.19005.1902075.3972072072072075.397Overige subsidies25.432025.432– 3.48021.9524.4793.867– 833– 30023.663Opdrachten16.796016.796– 79616.0002.2827821.1311.0319.484Opdrachten16.796016.796– 79616.0002.2827821.1311.0319.484Bijdrage aan agentschappen27.367027.36749027.8571.6161.8721.8201.67030.455Dienst Uitvoering Onderwijs23.967023.96730724.2741.6161.8721.8201.67027.055Rijksdienst voor Onderne-mend Nederland3.40003.4001833.58300003.400Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s104.2550104.255– 4.47599.7804.0133.7583.3322.92196.959College voor Toetsen enExamens11.393011.393– 9.5341.85972691391390711.300Wet SLOA0000000001.903SBB86.308086.3085.02091.3283.2482.8062.3801.97577.163NWO: NRO- Programma’sMBO5.58405.58405.58400005.584NCP NLQF9700970391.009393939391.009Bijdrage aan medeoverheden238.246– 18.200220.046– 4.707215.3392.3244.5054.5054.505212.522RMC’s65.773– 15.89349.8804.59854.4781.8671.8671.8671.86767.640Educatie100.4660100.4663.600104.0663.2563.2423.2423.24284.709Regionaal Programma62.507– 2.30760.200– 5.10055.100– 604– 604– 604– 60450.173Masterplan CampusGroningen9.50009.500– 7.8051.695– 2.19500010.000Ontvangsten4.70004.70004.70000004.700 Tabel 14 Uitsplitsing verplichtingenOntwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties viaNvW,moties,amende-menten enISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen6.157.220– 146.2616.010.959469.7816.480.740261.991312.035286.636265.8065.972.658waarvan garantieverplichtingen0004.759000000waarvan overige verplichtingen6.157.220– 146.2616.010.959465.0226.480.740261.991312.035286.636265.8065.972.658 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 218 ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden in 2025 met € 469,8 miljoen verhoogd. Hetverschil tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties (€ 252,0 miljoen)wordt grotendeels veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling tranche2025 op het instrument bekostiging, bijdrage aan medeoverheden enbijdrage aan ZBO’s/RWT’s van circa € 215,5 miljoen. Deze loon- enprijsbijstelling tranche 2025 voor het jaar 2026 wordt in het najaar van2025 verplicht.UitgavenDe uitgaven worden met € 217,8 miljoen verhoogd. Er wordt prijsbij-stelling uitgekeerd op met name de regeling praktijkleren, de financieringvan SBB, het CvTE en DUO voor structureel in totaal € 3,0 miljoen. Deloonbijstelling wordt wel volledig beschikbaar gesteld.Toelichting per instrument:BekostigingHet budget voor de bekostiging wordt in 2025 per saldo met € 215,6miljoen verhoogd. Daarnaast zijn er ook meerjarig aanpassingendoorgevoerd op de bekostiging. De belangrijkste (meerjarige) wijzigingenop de bekostiging zijn de volgende:–de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025,waardoor de bekostiging structureel voor circa € 218,7 miljoen wordtopgehoogd;–de bekostiging voor mbo-instellingen en ook in Caribisch Nederlandwordt opwaarts bijgesteld op basis van de meest actuele referentiera-ming (zie ook het algemene deel);–naast het herstelplan basisvaardigheden komt er ook een extraintensivering van in totaal € 47,2 miljoen voor basisvaardigheden inhet middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de studiejaren 2025/2026en 2026/2027. Deze intensivering wordt gedekt via een extensiveringop het regionaal investeringsfonds van € 6,0 miljoen per jaar in dejaren 2025 tot en met 2027 (in totaal € 18,0 miljoen), een extensiveringop de regeling doorstroom beroepskolom in de jaren 2026 tot en met2029 (in totaal € 19,8 miljoen) en het aanwenden van vrij inzetbareprijsbijstelling op studiefinanciering van in totaal € 9,4 miljoen;–het resterende budget voor het regionaal investeringsfonds na debovenstaande extensivering is € 12,0 miljoen per jaar voor de jaren2025 tot en met 2027. Ook worden de middelen met een kasschuif inhet juiste betalingsritme gezet;–daarnaast wordt de bekostiging van mbo-instellingen in 2026 met€ 8,5 miljoen oplopend naar structureel € 20,0 miljoen verlaagd terdekking van de concernbrede problematiek binnen het Ministerie vanOCW (zie het algemene deel) zoals de budgettaire effecten van denieuwe referentieraming en een alternatieve dekking van eenombuiging uit het hoofdlijnenakkoord voor het niet afschaffen van eenreisvoorziening buitenland studerenden (RBS). De Tweede Kamerwordt hier spoedig over geïnformeerd;–tenslotte wordt de bekostiging van mbo-instellingen verhoogd vanaf2027 met € 1,1 miljoen oplopend naar structureel € 5,8 miljoen in 2034voor het opleiden van extra mbo-studenten naar aanleiding van hetinvesteringspakket voor het ondernemingsklimaat van de microchip-sector (zie algemene deel voor toelichting. Vanuit middelen die wordenTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 219 overgeheveld van de aanvullende post bij het Ministerie van Financiën(Kamerstukken II 2024/25, 33 009, nr. 141).Amendement Bontenbal c.s.In het kader van het amendement van het lid Bontenbal c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 141) wordt de btw-verhoging opschoolboeken uit het hoofdlijnenakkoord teruggedraaid. Dit resulteertvanaf 2026 in een structurele verlaging van € 1,5 miljoen op hetinstrument bekostiging mbo-instellingen.Amendement Eerdmans c.s.In het kader van amendement van het lid Eerdmans c.s. (Kamerstukken II2024/25, 36 600-VIII, nr. 147) wordt er € 25,0 miljoen voor vier jaartoegevoegd aan het Fonds Onderzoek en Wetenschap. Dit resulteert ineen budgettair neutrale kasschuif op de bekostiging van mbo-instellingenwaarmee € 8,8 miljoen uit de jaren 2026 tot en met 2028 naar in 2025wordt geschoven.SubsidiesHet budget voor subsidies wordt in 2025 per saldo met circa € 11,7miljoen verhoogd. Deze verhoging wordt grotendeels veroorzaakt door devolgende (meerjarige) wijzigingen:–de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025,waardoor subsidies met circa € 18,3 miljoen worden opgehoogd in2025;–een extensivering van structureel € 20,0 miljoen vanaf 2030 op deregeling praktijkleren ter dekking van de concernbrede problematiekbinnen het Ministerie van OCW. In de nieuwe referentie raming vindter een verschuiving plaats van studenten van de bbl-leerweg naarbol-leerweg. Daardoor is er meer budget nodig voor bekostiging voormbo-instellingen voor bol-studenten en minder budget nodig voorpraktijkleren voor bbl-studenten. Het budget van de regeling praktijkle-ren blijft toereikend om de maximale vergoeding van € 2.700 perleerwerkplek toe te kennen aan bedrijven. Daarnaast wordt praktijkle-ren verhoogd vanaf 2030 met € 1,3 miljoen en vanaf 2031 structureelmet € 1,4 miljoen naar aanleiding van het investeringspakket voor demicrochipsector;–een overboeking op de regeling basisvaardigheden voor volwassenen/Tel mee met Taal van € 6,5 miljoen in 2025 en voor de periode 2026 toten met 2028 jaarlijks € 5,0 miljoen naar het Ministerie van BZK voor degezamenlijke aanpak basisvaardigheden voor volwassenen. Dezemiddelen worden via een decentralisatie-uitkering verstrekt aangemeenten voor de periode 2025 tot en met 2028;–De regeling Doorstroom Beroepskolom is gestart in 2023 met 23opleidingen. Er is uiteindelijk gekozen voor een geleidelijke groei naar31 opleidingen (€ 39 miljoen) in 2025, welke tot en met 2029 constantwordt gehouden. Hierdoor wordt beter aangesloten bij het absorptie-vermogen van de onderwijssectoren. Dit levert een incidenteleextensivering van € 19,8 miljoen op voor de intensivering opbasisvaardigheden voor het mbo. Vanaf 2030 is voor de regelingDoorstroom Beroepskolom structureel € 42,2 miljoen (33 opleidingen)beschikbaar. Tenslotte worden de middelen voor tranche 2026 met eenkasschuif in het juiste betalingsritme gezet. In 2025 wordt de regelinggeëvalueerd en in 2026 zal de Tweede Kamer hierover wordengeïnformeerd;–voor het Leven Lang Ontwikkelen Collectief Laagopgeleiden enLaaggeletterden is de voorwaardelijk toegekende tweede tranche vanTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 220 in totaal incidenteel € 42,9 miljoen uit het Nationaal Groeifondsdefinitief toegekend en toegevoegd aan de begroting van hetMinisterie van OCW.Amendement Bontenbal c.s.In het kader van het amendement van het lid Bontenbal c.s. (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 141) wordt de bezuiniging op deinvulling van de subsidie-taakstelling voor praktijkleren hersteld. Hierdoorwordt het budget in 2030 met circa € 11,9 miljoen verhoogd op hetinstrument praktijkleren. Daarnaast wordt de voorgenomen bezuinigingop de regeling doorstroom beroepskolom grotendeels teruggedraaid. Ditresulteert in een budgetverhoging van € 3,0 miljoen in 2026, € 13,0miljoen in 2027 en vanaf 2028 structureel € 17,0 miljoen.Bijdrage aan medeoverhedenHet budget voor bijdrage aan medeoverheden wordt in 2025 per saldomet circa € 4,7 miljoen verlaagd. Deze verlaging wordt grotendeelsveroorzaakt door de volgende (meerjarige) wijzigingen:–de doorverdeling van de loonbijstelling tranche 2025, waardoor debijdrage aan medeoverheden structureel circa € 7,9 miljoen wordtopgehoogd;–door het uitstel van het wetsvoorstel Wet van school naar duurzaamwerk van 2025 naar 2026 worden de reeds overgeboekte middelenvoor het regionaal programma van circa € 5,1 miljoen in 2025 en vanaf2026 structureel circa € 2,6 miljoen teruggeboekt naar het Ministerievan SZW. Dit budget wordt in 2025 via een decentralisatie-uitkeringvanuit de SZW-begroting aan de centrumgemeente verstrekt. Tenslotteis er ook vanaf 2026 structureel € 0,75 miljoen overgeboekt naar artikel3 (Voortgezet onderwijs) voor nazorg vso. (Kamerstukken 36 600-VIII,nr.14);–een kasschuif vanwege aanpassing kasritme op het instrumentMasterplan campus Groningen. Hierdoor wordt het budget verlaagd in2025 met circa € 7,8 miljoen, in het jaar 2026 met € 2,2 miljoen en inhet jaar 2030 met € 10,0 miljoen opgehoogd.Amendement Eerdmans c.s.In het kader van amendement van het lid Eerdmans c.s. (Kamerstukken II2024/25, 36 600-VIII, nr. 147) wordt € 25,0 miljoen voor vier jaar toege-voegd aan het Fonds Onderzoek en Wetenschap. € 5,5 miljoen hiervan in2025 wordt gedekt uit het budget voor het instrument Regionale Meld- enCoördinatiefuncties (RMC’s), dat beschikbaar is vanwege het uitstel vanhet wetsvoorstel Wet van school naar duurzaam werk.3.4 Beleidsartikel 6. Hoger onderwijs Budgettaire gevolgen van beleidTabel 15 Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025(3) = (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen4.247.609– 8.8164.238.793567.0984.805.891352.061254.309264.835– 8.1363.978.052Uitgaven4.490.736– 8.8164.481.920267.5354.749.455244.700249.971245.442253.3723.978.590Bekostiging4.314.514– 8.8164.305.698167.1084.472.806228.553235.099241.491252.8683.894.007Bekostiging onderwijsdeel4.116.082– 8.8164.107.266158.7274.265.993220.726227.350233.844245.2043.688.153Bekostiging ontwerp en ontwikke-ling159.4460159.4466.493165.9396.2396.1616.0596.076165.280Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 221 Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025(3) = (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Bekostiging flexibel hogeronderwijs voor volwassenen00030030000000Fonds onderzoek en wetenschap38.986038.9861.58840.5741.5881.5881.5881.58840.574Subsidies (regelingen)98.567098.56792.334190.9017.5867.5693716569Tegemoetkoming 2e lerarenoplei-ding2.63802.638– 3652.27300000NGF Aanpak professionaliseringleraren19.171019.171– 14.5744.5977.5007.500000NGF Katalysator38.893038.89375.734114.62700000NGF Digitale impuls35.732035.73231.34567.07700000Overige subsidies2.13302.1331942.32786693716569Bijdrage aan agentschappen20.527020.5271.57422.1012.1812.3792.290– 1.11126.922Dienst Uitvoering Onderwijs20.527020.5271.57422.1012.1812.3792.290– 1.11126.922Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s57.128057.1286.51963.6476.3804.9241.6241.59957.092NWO: Promotiebeurs voor leraren11.956011.95648712.4434871100011.956NWO: NRO-programma’s HO23.555023.5555.22628.7815.1384.10994494424.122Nederland-Vlaamse Accreditatie-organisatie (NVAO)7.01507.0152867.3012331831581335.890Bijdrage RWT Nuffic10.155010.15533910.49434134134134110.496Bijdrage RWT Centr. Stud4.44704.4471814.6281811811811814.628Ontvangsten17017017000016 Tabel 16 Uitsplitsing verplichtingenOntwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties viaNvW,moties,amende-menten enISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen4.247.609– 8.8164.238.793567.0984.805.891352.061254.309264.835– 8.1363.978.052waarvan garantieverplichtingen000– 8.100– 8.10000000waarvan overige verplichtingen4.247.609– 8.8164.238.793575.1984.813.991352.061254.309264.835– 8.1363.978.052 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden met € 567,1 miljoen verhoogd. Dit wordtveroorzaakt door:–de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 333,5 miljoen) voor zowel deuitgaven bekostiging 2025 als de uitgaven bekostiging 2026, welkebeide in 2025 worden verplicht;–de bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing vande studentenaantallen uit de referentieraming 2025 voor 2026 in hetjaar 2025 wordt verplicht (€ 64,8 miljoen);–bijstellingen van de verplichtingenraming om het verplichtingenbe-drag 2025 helemaal aan te laten sluiten op de uitgaven (€ 84,0miljoen).–het overlopende deel van de Nationaal Groeifonds (NGF)-projecten uit2024 (€ 98,2 miljoen) dat conform de begrotingsregels wordtmeegenomen naar 2025 in de 100% eindejaarsmarge van hetinvesteringsplafond.–een kasschuif op de NGF-projecten van 2025 naar 2026/2027 (– € 15,3miljoen).–diverse kleinere mutaties voor in totaal per saldo € 1,9 miljoen.UitgavenDe uitgaven worden met € 267,5 miljoen verhoogd. Op artikel 6 wordtnagenoeg geen prijsbijstelling uitgekeerd. De loonbijstelling wordt welvolledig beschikbaar gesteld.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 222 Toelichting per instrument:BekostigingDe uitgaven voor de bekostiging worden met € 167,1 miljoen verhoogd.Dit wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 166,7miljoen) en het overlopende deel van de bekostiging uit 2024 (€ 0,4miljoen).Referentieraming 2025In het hoger beroepsonderwijs (hbo) is er sprake van een tegenvalleromdat de verwachte studentenaantallen in het hbo hoger zijn dan in devorige raming, oplopend van € 64,8 miljoen in 2026 tot € 96,7 miljoenstructureel.Daarnaast is het aantal internationale (EER-)studenten gedaald. In dereferentieraming 2025 is het aantal niet Nederlandse EER-studenten lagerdan in de referentieraming 2024. Het budget is ten behoeve van debezuiniging uit het hoofdlijnenakkoord ter vermindering van het aantalinternationale studenten in de Ontwerpbegroting 2025 vanaf 2026verlaagd. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten isverrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging.Ook wordt de bekostiging van hbo-instellingen in 2026 met € 5,9 miljoenoplopend naar structureel € 17,1 miljoen verlaagd ter dekking van deconcernbrede problematiek binnen het Ministerie van OCW (zie hetalgemene deel) zoals de budgettaire effecten van de nieuwe referentie-raming en een alternatieve dekking van een ombuiging uit het hoofdlij-nenakkoord voor het niet afschaffen van de Reisvoorziening BuitenlandStuderenden (RBS).Amendement Eerdmans c.s.Op de bekostiging is in 2025 € 8,8 miljoen omgebogen ter dekking vanamendement van het lid Eerdmans c.s. (Kamerstukken II 2024/25,36 600-VIII, nr. 147) waarmee € 25,0 miljoen voor het Fonds Onderzoek enWetenschap beschikbaar is gemaakt. Het betreft de middelen dievrijgemaakt waren in het vorige coalitieakkoord voor bindend studie-advies en macrodoelmatigheid. In het hoofdlijnenakkoord is bepaald datop bindend studieadvies geen wijzigingen zullen worden doorgevoerd envoor macrodoelmatigheid waren tot dusver nog geen concrete planneningediend door de sector.Het terugdraaien van het deel van de onderwijsbezuinigingen(amendement van het lid Bontenbal c.s. Kamerstukken II 2024/25,36 600-VIII, nr. 141) dat betrekking heeft op de langstudeermaatregel en deinternationale studenten heeft geen impact op de uitgaven in het jaar2025.SubsidiesDe uitgaven voor subsidies worden met € 92,3 miljoen verhoogd. Ditwordt veroorzaakt door het overlopende deel van de NGF-projecten uit2024 (€ 107,5 miljoen) dat conform de begrotingsregels wordt meege-nomen naar 2025 in de 100% eindejaarsmarge van het investerings-plafond. Daarnaast heeft een kasschuif op de NGF-projecten (€ 15,0miljoen) van 2025 naar 2026/2027 plaatsgevonden en is er sprake van persaldo – € 0,2 miljoen aan diverse kleinere mutaties.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 223 3.5 Beleidsartikel 7. Wetenschappelijk onderwijs Budgettaire gevolgen van beleidTabel 17 Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie 2026Mutatie 2027Mutatie 2028Mutatie 2029Mutatie 2030Verplichtingen7.040.67360.5087.101.181585.1697.686.350335.516232.208199.659– 173.8636.947.967Uitgaven7.074.20960.5087.134.717261.4227.396.139236.698221.430213.308207.4546.957.281Bekostiging7.059.13360.5087.119.641261.4567.381.097236.478220.958212.855207.0016.942.971Bekostiging onderwijsdeel3.329.424– 4.4923.324.932120.7093.445.641103.95292.92985.26981.8703.081.661Bekostiging onderzoeks-deel2.805.92440.0002.845.924105.1572.951.08197.96193.73693.68292.0122.896.809Bekostiging ondersteuninggeneeskunde onderwijs enonderzoek845.8500845.85031.786877.63630.76130.48930.10030.239883.686Fonds onderzoek enwetenschap77.93525.000102.9353.804106.7393.8043.8043.8042.88080.815Subsidies (regelingen)7.41807.4184977.9154624654474477.748Vluchteling Studenten UAF2.57002.570952.665959595952.665Expertisecentrum inclusiefonderwijs (ECIO)1.05601.056391.09534333333918Interstedelijk Studenten-overleg (ISO)37003702139119171917360Landelijke StudentenVakbond (LSVb)33803381335113131313351Overige subsidies3.08403.0843293.4133013072872893.454Opdrachten4.32804.328– 5313.797– 2427663.232Opdrachten4.32804.328– 5313.797– 2427663.232Bijdrage aan (inter)na-tionale organisaties3.33003.33003.33000003.330Europees UniversitairInstituut Florence (EUI)2.14102.14102.14100002.141United Nations University(UNU)1.18901.18901.18900001.189Ontvangsten16016016000016 Tabel 18 Uitsplitsing verplichtingenOntwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties viaNvW,moties,amende-menten enISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen7.040.67360.5087.101.181585.1697.686.350335.516232.208199.659– 173.8636.947.967waarvan garantieverplichtingen000– 12.774– 12.77400000waarvan overige verplichtingen7.040.67360.5087.101.181597.9437.699.124335.516232.208199.659– 173.8636.947.967 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden met € 585,2 miljoen verhoogd. Dit wordtveroorzaakt door:–de loon- en prijsbijstelling tranche 2025 (€ 519,6 miljoen) voor zowelde uitgaven bekostiging 2025 als de uitgaven bekostiging 2026, welkebeide in 2025 worden verplicht);–de bijstelling van de verplichtingenraming omdat de aanpassing vande studentenaantallen uit de referentieraming 2025 voor 2026 in hetjaar 2025 wordt verplicht (– € 15,1 miljoen);–bijstellingen van de verplichtingenraming om het verplichtingenbe-drag 2025 helemaal aan te laten sluiten op de uitgaven (€ 93,6miljoen);–bijstelling in verband met garantieverplichtingen op leningen enrekening-courantkredieten aan universiteiten die in 2025 zijn aange-gaan of vervallen (– € 12,8);Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 224 –diverse kleinere mutaties voor in totaal per saldo – € 0,1 miljoen.UitgavenDe uitgaven worden met € 261,4 miljoen verhoogd. Op artikel 7 wordtnagenoeg geen prijsbijstelling uitgekeerd. De loonbijstelling wordt welvolledig beschikbaar gesteld.Toelichting per instrument:BekostigingDe uitgaven voor de bekostiging worden met € 261,5 miljoen verhoogd.Dit wordt veroorzaakt door de loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 264,2miljoen) en er is sprake van per saldo – € 2,7 miljoen aan diverse kleineremutaties.Referentieraming 2025In het wetenschappelijk onderwijs (wo) is er sprake van een meevalleromdat de verwachte studentenaantallen in het wo lager zijn dan in devorige raming, oplopend van € 15,1 miljoen in 2026 tot € 40,2 miljoenstructureel.Daarnaast is het aantal internationale (EER-)studenten gedaald. In dereferentieraming 2025 is het aantal niet Nederlandse EER-studenten lagerdan in de referentieraming 2024. Het budget is ten behoeve van debezuiniging uit het hoofdlijnenakkoord ter vermindering van het aantalinternationale studenten in de Ontwerpbegroting 2025 vanaf 2026verlaagd. De daling van het aantal niet-Nederlandse EER-studenten isverrekend met de reeds ingeboekte bezuiniging.Ook wordt de bekostiging van wo-instellingen in 2026 met € 13,8 miljoenoplopend naar structureel € 38,1 miljoen verlaagd ter dekking van deconcernbrede problematiek binnen het Ministerie van OCW (zie hetalgemene deel) zoals de budgettaire effecten van de nieuwe referentie-raming en een alternatieve dekking van een ombuiging uit het hoofdlij-nenakkoord voor het niet afschaffen van de Reisvoorziening BuitenlandStuderenden (RBS).AmendementenOp de bekostiging is in 2025 € 4,6 miljoen omgebogen ter dekking vanamendement van het lid Eerdmans c.s. (Kamerstukken II 2024/25,36 600-VIII, nr. 147) waarmee € 25,0 miljoen voor het Fonds onderzoek enwetenschap beschikbaar is gemaakt. Het betreft de middelen dievrijgemaakt waren in het vorige coalitieakkoord voor bindend studie-advies. In het hoofdlijnenakkoord is bepaald dat op bindend studieadviesgeen wijzigingen zullen worden doorgevoerd.Op de bekostiging is met het amendement van het lid Stoffer (Kamer-stukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 70) in 2025 € 0,1 miljoen beschikbaargemaakt voor talenstudies. Deze € 0,1 miljoen wordt met de rijksbijdrage2025 beschikbaar gesteld om een actieplan op te stellen dat de toekomstvan talenstudies (Duits en Frans) in Nederland verzekert en de positieervan versterkt. De uitwerking zal gestalte krijgen binnen het plan vanaanpak Talen & Culturen als onderdeel van het Sectorplan Geestesweten-schappen. De dekking voor dit amendement is gevonden in de middelenop artikel 16 (Onderzoek en wetenschapsbeleid).Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 225 Op de bekostiging is met het amendement van het lid Eerdmans c.s.(Kamerstukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 147) in 2025 € 25,0 miljoenbeschikbaar gemaakt voor het Fonds Onderzoek en Wetenschap. Ditbedrag zal met de rijksbijdrage 2025 aan de instellingen wordentoegekend. De dekking voor dit amendement is gevonden in de middelenop de artikelen 3 (Voortgezet onderwijs), 4 (Beroepsonderwijs envolwasseneneducatie), 6 (h\Hoger beroepsonderwijs) en 7 (Wetenschap-pelijk onderwijs).Op de bekostiging is met het amendement van het lid Bontenbal c.s.(Kamerstukken II 2024/25, 36 600-VIII, nr. 141) in 2025 € 40 miljoenbeschikbaar gemaakt voor de startersbeurzen. Dit bedrag zal met derijksbijdrage 2025 aan de instellingen worden toegekend. Dit amendementmaakt onderdeel uit van het terugdraaien van een deel van de onderwijs-bezuinigingen uit het hoofdlijnenakkoord.Het terugdraaien van het deel van de onderwijsbezuinigingen(amendement van het lid Bontenbal c.s. Kamerstukken II 2024/25,36 600-VIII, nr. 141) dat betrekking heeft op de langstudeermaatregel en deinternationale studenten heeft geen impact op de uitgaven in het jaar2025.3.6 Beleidsartikel 8. Internationaal beleid Budgettaire gevolgen van beleidTabel 19 Budgettaire gevolgen van beleid art. 8 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie2030Verplichtingen27.310027.310– 48426.82614311144043726.234Uitgaven27.311027.311– 48426.82714311144043726.234Subsidies (regelingen)9.39809.398– 4438.9553753331921959.413Stichting Ons Erfdeel1850185018500000Stichting Nuffic1.11201.112851.197854545451.157Nationaal Agentschap Erasmus+ Onderwijs& Training4.53304.5333854.9183853851551554.688Internationalisering onderwijs1.16901.169– 1.07594– 257– 259– 40– 371.105Duitsland Instituut Amsterdam (DIA)94009403297232323232972Netherlands house for Education andResearch (Neth-ER)687068706870000686Overige incidentele subsidies772077213090213013000805Opdrachten5.86405.8644366.3001091051051055.018Opdrachten5.86405.8644366.3001091051051055.018Bijdrage aan medeoverheden1.70901.709– 3041.405– 1649991.718Bijdragen aan medeoverheden1.70901.709– 3041.405– 1649991.718Bijdrage aan (inter)nationale organisaties9.86009.860– 2459.615– 177– 3361341289.643Nederlandse Taalunie7.87207.8721027.9741921021341287.974Europa College Brugge35035035000035Unesco59059059000059OESO CERI101010101010000101Fulbright Center422042204220000422EU-programma’s en activiteiten23023023000023Overige bijdragen1.34801.348– 3471.001– 369– 438001.029Bijdrage aan (andere) begrotingshoofd-stukken4800480725520000442Vlaams-Nederlandshuis DeBuren (Hoofd-stuk 5 BuZa)4800480725520000442Ontvangsten99099099000099 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 226 ToelichtingUitgavenPer saldo blijven de uitgaven gelijk. Binnen de instrumenten zijn welverschuivingen te zien. Op artikel 8 wordt structureel geen prijsbijstellinguitgekeerd. De loonbijstelling wordt wel structureel aan de begrotingtoegevoegd.Toelichting per instrument:SubsidiesHet budget voor subsidies wordt per saldo met € 0,4 miljoen verlaagd.Het betreft onder andere:–een verlaging van het budget voor de subsidieregeling Internationali-sering Funderend Onderwijs (IFO-regeling) met–€ 1,0 miljoen. De IFO-regeling is per 1 januari 2025 afgelopen. Bezienwordt of het mogelijk is de middelen op de iets langere termijn in tezetten voor opvolging van de aanbestedingsovereenkomst dienstenten behoeve van internationalisering. De beleidsdoelen van deIFO-regeling en de aanbestedingsovereenkomst sluiten op elkaar aan.–Diverse overige mutaties (met name overboekingen van en naarandere beleidsinstrumenten en -artikelen en de doorverdeling van deloon-en prijsstelling tranche 2025) die het budget per saldo in totaalverhogen met 0,6 miljoen.3.7 Beleidsartikel 9. Arbeidsmarkt- en personeelsbeleid Budgettaire gevolgen van beleidTabel 20 Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3) =(1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen400.2350400.235– 160400.07537.69238.75738.73138.968444.036Uitgaven410.7350410.735– 160410.57537.61838.67138.65438.968444.017Bekostiging231.5520231.552– 1.147230.40531.64830.51135.59235.515291.459Tekorten regios231.5520231.552– 1.147230.40531.64830.51135.59235.515291.459Subsidies (regelingen)170.4870170.487– 568169.919– 462.6002.6003.015143.219Lerarenbeurs68.678068.678068.678000062.928Zij-instroom94.539094.539– 16894.371– 2.646– 1.000– 1.000– 58572.995Overige subsidies7.27007.270– 4006.8702.6003.6003.6003.6007.296Opdrachten4.51304.5131.3525.8655.5875.090004.547Opdrachten4.51304.5131.3525.8655.5875.090004.547Bijdrage aan agentschappen4.18304.1832034.3864294704624384.792Dienst Uitvoering Onderwijs4.18304.1832034.3864294704624384.792Ontvangsten7.00007.00007.00000007.000 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingUitgavenPer saldo blijven de uitgaven gelijk. Binnen de instrumenten zijn welverschuivingen te zien. Er wordt geen loon- en prijsbijstelling doorver-deeld naar artikel 9, met uitzondering van loon- en prijsbijstelling naar hetinstrument DUO.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 227 Toelichting per instrument:BekostigingHet budget wordt in 2025 per saldo met € 1,1 miljoen verlaagd. In de jarendaarna wordt het budget verhoogd met € 31,6 miljoen in 2026 tot € 35,5miljoen in 2029 en verder. Deze verhoging wordt voornamelijk veroorzaaktdoor het integreren van de middelen ter hoogte van € 33,5 miljoen voorde convenantsaanpak in de G5 in het budget voor de onderwijsregio’s.Door deze samenvoeging worden twee regelingen gebundeld die eenvergelijkbaar doel nastreven.3.8 Beleidsartikel 11. Studiefinanciering Budgettaire gevolgen van beleidTabel 21 Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025(3) = (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie 2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen6.601.93661.1246.663.060312.4476.975.507– 1.524.825– 527.874– 547.702– 547.5995.384.964Uitgaven6.601.93661.1246.663.060312.4476.975.507– 1.524.825– 527.874– 547.702– 547.5995.384.964Inkomensoverdracht2.959.94647.5003.007.4461.004.7474.012.193– 929.88578.35236.3105.3503.577.961Basisbeurs gift (R)421.64468421.71261.016482.728– 1.2782.8563.492– 3.8851.277.440Aanvullende beurs gift (R)841.705179841.884– 6.372835.512– 12.498– 15.712– 24.771– 22.7121.068.537Reisvoorziening gift (R)– 152.33853– 152.2851.048.411896.126– 904.27966.20352.38236.1991.020.423Studievoorschotvouchers (R)755.3170755.317– 87.561667.7569.4492.4225.51300Caribisch Nederland gift (R)2.17702.177– 2181.959– 145– 145– 145– 1452.032Tegemoetkoming (R)895.4440895.44427.516922.960– 21.75423.952– 9.890– 4.90224.200Overige uitgaven (R)195.99747.200243.197– 38.045205.152620– 1.2249.729795185.329Leningen3.414.50103.414.501– 701.3342.713.167– 620.550– 633.392– 609.190– 597.8311.624.988Basisbeurs prestatiebeurs (NR)914.3510914.351– 41.225873.12610.542– 8.967– 13.423– 9.53299.624Aanvullende beurs Prestatiebeurs(NR)312.4250312.425– 20.453291.972– 6.244– 5.9354.0114.15367.632Reisvoorziening (NR)115.1450115.145– 96.20018.945– 77.854– 63.058– 45.563– 31.72967.568Caribisch Nederland prestatiebeurs(NR)000262262262262262262262Rentedragende lening (NR)1.850.56101.850.561– 527.3041.323.257– 536.500– 550.439– 554.487– 563.7301.195.904Collegegeldkrediet (NR)208.2840208.284– 50.999157.285– 50.978– 51.297– 52.064– 53.136146.195Levenlanglerenkrediet (NR)22.961022.961– 4.35218.609– 4.353– 4.354– 4.355– 4.35418.609Caribisch Nederland leningen (NR)000408408408408408408408Overige uitgaven (NR)– 9.2260– 9.22638.52929.30344.16749.98856.02159.82728.786Bijdrage aan agentschappen227.48913.624241.1139.034250.14725.61027.16625.17844.882182.015Dienst Uitvoering Onderwijs227.48913.624241.1139.034250.14725.61027.16625.17844.882182.015Ontvangsten1.804.06801.804.0681.028.6542.832.722132.365861.391139.70890.7612.224.802Ontvangen rente (R)275.9320275.932– 22.385253.547– 72.574145.363– 8.608– 24.356391.439Ontvangsten Caribisch Nederland(R)736073611084697826552846Overige ontvangsten (R)19.996019.9965.50525.5013.0112.9552.9092.86921.654Terugontvangen lening (NR)1.507.37301.507.3731.045.3662.552.739201.773712.933145.284112.1381.810.774Ontvangsten Caribisch Nederland(NR)3103158895858585889 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingAlgemene toelichting:Zowel voor de uitgaven als de ontvangsten wordt een onderscheidgemaakt tussen relevant en niet-relevant. Relevant betekent: relevant voorhet uitgavenplafond. Uitgangspunt in de begrotingsregels is dat uitgavendie relevant zijn voor het EMU-saldo ook relevant zijn voor het uitgaven-plafond. Zoals opgenomen in Ontwerpbegroting 2023 is de behandelingvan prestatiebeurzen voor het EMU-saldo veranderd door gewijzigdeinzichten van Eurostat en daarmee het Centraal Bureau voor de Statistiek(CBS). De relevante uitgaven in deze begroting worden hoofdzakelijkTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 228 gevormd door studiefinanciering die meteen als gift wordt toegekend enuitgekeerde prestatiebeurs die wordt omgezet in een gift. In dezebegroting van het Ministerie van OCW worden de prestatiebeursuitgavenals niet-relevant behandeld (zolang die nog niet zijn omgezet in een gift);in de weergave van het EMU-saldo worden zij wel als relevant weerge-geven, middels een correctie op het EMU-saldo. Overige niet-relevanteuitgaven zijn de rentedragende leningen. Deze uitgaven zijn niet-relevantvoor het uitgavenplafond, maar worden wel meegerekend in deEMU-schuld.De relevante ontvangsten worden vooral gevormd door de ontvangenrente op leningen. De niet-relevante ontvangsten betreffen hoofdzakelijkaflossingen op de hoofdsom van de rentedragende leningen.UitgavenIn deze paragraaf wordt de ontwikkeling op de studiefinancieringsramingbeschreven. De totale uitgaven op artikel 11 worden met € 312,4 miljoennaar boven bijgesteld. Het betreft een bijstelling van de inkomensover-drachten naar boven van € 1.004,7 miljoen, een bijstelling omlaag van deleningen met € 701,3 miljoen en een bijstelling omhoog van het budgetvoor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) met € 9,0 miljoen. De loon- enprijsbijstelling is volledig toegekend. Hieronder wordt per instrumenttoegelicht hoe de bijstellingen tot stand zijn gekomen.Toelichting per instrument:InkomensoverdrachtenDe inkomensoverdrachten worden met € 1.004,7 miljoen verhoogd. Ditbestaat uit de volgende elementen:–de reisvoorziening wordt per saldo met € 1.048,4 miljoen verhoogd.Hier liggen de volgende verklaringen aan ten grondslag:•het budget kosten ov-contract is met € 955,5 miljoen verhoogd. Ditkomt voornamelijk door een kasschuif van € 970,0 miljoen op hetbudget van de reisvoorziening voor de openbaarvervoersbedrijvenvan 2026 naar 2025. Deze kasschuif komt tot stand op verzoek vande vervoerders, en is gehonoreerd omdat deze inpasbaar is in hetrijksbrede beeld. Daarnaast is het budget verlaagd vanwege lagereaantallen studenten vanaf 2025. Als laatste zit in deze bijstelling ook€ 1,2 miljoen verwerkt aan vergoeding voor de ov-bedrijven voorde kwijtschelding van ov-boetes als gevolg van de kinderopvang-toeslagenaffaire;•de reisvoorziening direct gift is met € 9,4 miljoen omlaag bijge-steld. Dit is het gevolg van het lagere normbedrag voor dereisvoorziening en lagere aantallen;•de omzettingen van prestatiebeurs in gift zijn per saldo met € 16,0miljoen omhoog bijgesteld op basis van realisatiegegevens;•de bijdrage studerenden aan ov is met € 86,4 miljoen naar bovenbijgesteld. Dit betreft een tegenboeking waarmee voorkomen wordtdat de waarde van de ov-kaart dubbel geboekt wordt (enerzijdsdoor toekenning aan de student, anderzijds door de betaling aan deov-bedrijven). Doordat het een tegenboeking betreft, betekent dezepositieve mutatie dus eigenlijk een lager bedrag aan toekenningen.Dit wordt veroorzaakt door de lagere prijs van het studentenreis-product en de lagere aantallen studenten;–de uitgaven aan de basisbeurs worden per saldo met € 61,0 miljoenverhoogd;•dit betreft een bijstelling omhoog van € 63,8 miljoen op deomzettingen. Het grootste deel van de omzettingen vindt in januariTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 229 plaats. Voor 2025 zijn deze uitgaven dus al bekend. Voornamelijk inhet hoger beroepsonderwijs (hbo) zijn de omzettingen van denieuwe basisbeurs hoger dan geraamd. Uit extra analyses blijkt dateen relatief groter deel van de studenten nominaal studeert dan inde raming rekening mee was gehouden;•daarnaast zijn de uitgaven aan basisbeurs die direct als giftuitgekeerd worden € 2,8 miljoen lager. Dit komt door lagereaantallen studenten in het bol in 2025;–de relevante uitgaven aan de aanvullende beurs worden per saldo met€ 6,4 miljoen verlaagd;•de omzettingen zijn met € 15,1 miljoen omhoog bijgesteld. Zowelin het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) als het hbo zijn deomzettingen hoger dan geraamd;•de uitgaven aan de aanvullende beurs die direct als gift wordenuitgekeerd zijn omlaag bijgesteld met € 21,5 miljoen. Dit komt dooreen neerwaartse bijstelling van € 4,5 miljoen vanwege lagereaantallen studenten. De overige € 17,0 miljoen is voornamelijkveroorzaakt door lager dan eerder geraamde prijzen op het hogeronderwijs;–de bijstelling op de studievoorschotvouchers en de tegemoetkoming isals volgt;•de uitgaven op de studievoorschotvouchers worden met € 87,6miljoen naar beneden bijgesteld. Om in aanmerking te komen voorde voucher moeten studenten een diploma behalen. Uit de huidigecijfers blijkt dat het slagingspercentage lager is dan waar in deraming rekening mee is gehouden;–de uitgaven op de tegemoetkoming worden met € 27,5 miljoen naarboven bijgesteld. Wanneer een student een wo-bachelor diplomabehaald, wordt er direct een tegemoetkoming uitgekeerd. De huidigeraming was gebaseerd op de aanname dat de student voor hetbachelor diploma pas een tegemoetkoming kreeg na behalen van eenmasterdiploma. Hierdoor schuiven uitgaven op naar voren en is er eentegenvaller in 2025 van € 67,6 miljoen. Het totale budget veranderthiermee niet. Daarnaast is er een meevaller in 2025 van € 40,0 miljoen.Dit komt doordat de groep die geen studiefinanciering heeft aange-vraagd en ook in aanmerking komt voor een tegemoetkoming kleineris dan eerder geraamd;–de relevante overige uitgaven worden per saldo met € 38,0 miljoenverlaagd. Het budget voor het terugdraaien van alle besluiten naaraanleiding van de controles op de uitwonendenbeurs wordt vanwegeeen kasschuif naar latere jaren verlaagd voor € 37,8 miljoen. Bij hetbesluit hierover in november was voorzien dat de middelen hiervoorop dit moment in een passend kasritme moesten worden gezet.Daarnaast wordt het budget met € 18,5 miljoen verhoogd voormiddelen ten behoeve van de kwijtschelding van studieschulden vantoeslagengedupeerden. Als laatste worden de overige uitgaven persaldo met € 18,7 miljoen naar beneden bijgesteld, als gevolg vanrealisatiegegevens.LeningenDe niet-relevante uitgaven worden per saldo met € 701,3 miljoenverlaagd. Dit bestaat uit de volgende onderdelen:–de uitgaven op de post rentedragende lening (niet-relevant) zijn persaldo neerwaarts bijgesteld met € 527,3 miljoen;•steeds minder studenten lenen. Naast de herinvoering van debasisbeurs in het hbo en wo houdt ook de rente, die niet langer0,0% is, hier waarschijnlijk mee verband. Daarnaast is er ook sprakevan een daling in het gemiddeld geleende bedrag. Dit zorgt voorlagere uitgaven aan de rentedragende lening (neerwaartseTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 230 bijstelling van € 477,0 miljoen). Door een administratieve wijzigingwordt de tegenboeking op de kwijtscheldingen voortaan op dezepost geboekt. Dit zorgt voor een bijstelling naar beneden van€ 115,0 miljoen. Daarnaast is er een bijstelling als gevolg vanlagere aantallen studenten (neerwaartse bijstelling van € 2,6miljoen). Tot slot is er voor € 56,3 miljoen aan prijsbijstelling voor2025 toegekend;•op deze de post vindt daarnaast de tegenboeking op de omzettin-gen naar lening plaats. Dit is een bijstelling naar boven van € 11,0miljoen;–de niet-relevante uitgaven aan de basisbeurs worden met € 41,2miljoen omlaag bijgesteld;•dit betreft allereerst de toekenningen prestatiebeurs. Deze wordenomhoog bijgesteld met € 29,8 miljoen. Dit komt enerzijds door eenneerwaartse bijstelling van € 15,7 miljoen vanwege minderuitwonende beurzen, lagere aantallen en een lagere fractiegebruikers. Anderzijds is er voor € 45,5 miljoen aan prijsbijstellingverwerkt;•de tegenboeking van de omzettingen van prestatiebeurs in giftzorgt voor een neerwaartse bijstelling van € 63,8 miljoen;•de tegenboeking voor de omzetting naar lening zorgt voorneerwaartse bijstelling van € 7,2 miljoen;–de niet-relevante uitgaven aan de aanvullende beurs zijn met € 20,5miljoen naar beneden bijgesteld;•dit betreft een neerwaartse bijstelling van € 4,1 miljoen op detoekenningen prestatiebeurs. Dit komt enerzijds door een neer-waartse bijstelling van € 33,4 miljoen voornamelijk als gevolg vaneen lagere fractie gebruikers, lagere prijzen en lagere aantallenstudenten. Anderzijds is er voor € 29,3 miljoen aan prijsbijstellingverwerkt;•daarnaast zijn de omzettingen van prestatiebeurs naar gift, diehiertegen geboekt worden, met € 15,1 miljoen omlaag bijgesteld;•de tegenboeking voor de omzettingen naar lening zorgt voor eenneerwaartse bijstelling van € 1,2 miljoen;–de niet-relevante uitgaven ov worden met € 96,2 miljoen naarbeneden bijgesteld;•dit betreft voornamelijk lagere toekenningen prestatiebeurs van€ 77,6 miljoen als gevolg van de lagere prijs van het ov;•de omzettingen naar gift zijn € 16,0 miljoen lager op deze post;•als laatste zijn de omzettingen naar lening € 2,6 miljoen lager dangeraamd;–de uitgaven aan het collegegeldkrediet zijn verlaagd met € 51,0miljoen. Dit komt, evenals bij de rentedragende lening, grotendeelsdoor de daling in het percentage studenten dat naar verwachtinggebruik gaat maken van het krediet (neerwaartse bijstelling van € 57,9miljoen). Daarnaast is er een kleine bijstelling door hogere aantallen(€ 0,2 miljoen). Tevens is voor € 6,7 miljoen aan prijscompensatie voor2025 toegekend;–het budget voor het levenlanglerenkrediet wordt met € 4,4 miljoennaar beneden bijgesteld op basis van realisatiegegevens. Er wordtminder gebruik gemaakt van het krediet dan verwacht (neerwaartsebijstelling van € 5,1 miljoen). Daarnaast is er voor € 0,7 miljoen aanprijscompensatie voor 2025 toegekend;–de niet-relevante overige uitgaven zijn met € 39,1 miljoen omhoogbijgesteld op basis van realisatiegegevens.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 231 Bijdrage aan agentschappenHet budget voor de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) wordt per saldomet € 9,0 miljoen verhoogd. De bijstelling wordt voor € 10,0 miljoenveroorzaakt door de doorverdeling van de prijsbijstelling tranche 2025.Daarnaast wordt het budget in 2025 met € 9,5 miljoen verlaagd voor deuitvoeringskosten voor de opvolging van de Controle Uitwonenden Beurs.Dit is een kasschuif, waardoor middelen worden ingezet voor latere jaren.Als laatste is er een bijstelling van € 8,6 miljoen voor extra middelen voorLife Cycle Management, bedoeld om het ICT-landschap van DUOup-to-date te brengen en te houden.OntvangstenDe ontvangsten worden met € 1.028,7 miljoen verhoogd. Dit wordtveroorzaakt door een daling van de relevante ontvangsten van € 16,9miljoen en een stijging van de niet-relevante ontvangsten met € 1.045,4miljoen:–de relevante ontvangsten worden omlaag bijgesteld met € 16,9miljoen. Dit wordt veroorzaakt door:•renteontvangsten: deze post is met € 22,4 miljoen verlaagd in 2025.Op basis van realisatiecijfers blijkt dat de renteontvangstenlangzamer groeien dan gedacht;•overige ontvangsten: deze post is met € 5,5 miljoen verhoogd opbasis van realisatiegegevens;•ontvangsten Caribisch Nederland: deze post is met € 0,1 miljoenverhoogd op basis van realisatiegegevens;–de niet-relevante ontvangsten worden grotendeels gevormd door deterugontvangen lening en worden omhoog bijgesteld met € 1.045,4miljoen op basis van realisatiegegevens. Aan deze grote bijstellingliggen twee verklaringen ten grondslag. Allereerst heeft (de toekenningvan) de tegemoetkoming voor de leenstelselstudenten gevolgen voorde niet-relevante ontvangsten. Studenten zonder studieschuld krijgende tegemoetkoming uitbetaald. Voor leenstelselstudenten met eenstudieschuld wordt de tegemoetkoming in mindering gebracht op deopenstaande studieschulden. Deze verlaging van de studieschuldenwordt op dit begrotingsartikel zichtbaar als een niet-relevanteontvangst. Ten tweede is de grote bijstelling het gevolg van hoger danverwachte extra ontvangsten. Veel studenten besluiten extra af telossen bovenop hun termijnbedrag. Vermoedelijk komt dit omdat derente de laatste jaren hoger is dan 0,0%;–er is een kleine bijstelling op ontvangsten Caribisch Nederland van€ 0,1 miljoen.3.9 Beleidsartikel 12. Tegemoetkoming onderwijsbijdrage en school-kosten Budgettaire gevolgen van beleidTabel 22 Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie2030Verplichtingen71.158071.1583.16974.3274.9904.3933.3852.60773.142Uitgaven71.158071.1583.16974.3274.9904.3933.3852.60773.142Inkomensoverdracht67.822067.8223.00170.8234.6273.9942.9932.23569.232Tegemoetkoming lerarenopleiding(tlo) (R)3.43303.433– 2963.137– 181– 181– 181– 1813.252Tegemoetkoming deeltijd (R)2.33702.3374332.7705115115115112.848Tegemoetkoming vavo voltijd (R)5.96305.963– 8175.146– 492– 493– 518– 5494.913Tegemoetkoming vo voltijd (R)52.832052.8323.84056.6724.8194.2043.2432.53054.827Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 232 Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie2030Tegemoetkoming vso voltijd (R)3.25703.257– 1593.098– 30– 47– 62– 763.392Leningen14014721777721Omboeking van kort- naar langlo-pende vorderingen (NR)14014721777721Bijdrage aan agentschappen3.32203.3221613.4833563923853653.889Dienst Uitvoering Onderwijs3.32203.3221613.4833563923853653.889Ontvangsten1.98501.985– 231.962– 33– 50– 79– 1011.870Tegemoetkoming lerarenopleiding endeeltijd vo (R)26102613029130303030291Meerderjarige scholieren v(s)o envavo (R)1.72401.724– 531.671– 63– 80– 109– 1311.579 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingUitgavenDe uitgaven aan de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en school-kosten (WTOS) worden per saldo met € 3,2 miljoen verhoogd. Dit betrefteen opwaartse bijstelling van € 3,0 miljoen op de inkomensoverdrachtenen een opwaartse bijstelling van € 0,2 miljoen op de bijdrage aanagentschappen. De loon- en prijsbijstelling is volledig toegekend.Hieronder zal per instrument worden toegelicht wat de oorzaken van debijstellingen zijn.Toelichting per instrument:InkomensoverdrachtenDe raming wordt per saldo met € 3,2 miljoen verhoogd. Dat de uitgavennaar boven zijn bijgesteld komt voornamelijk door een hogere realisatieen fractie gebruikers.3.10 Beleidsartikel 13. Lesgeld Budgettaire gevolgen van beleidTabel 23 Budgettaire gevolgen van beleid art. 13 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3) =(1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen18.680018.68090919.5892.0042.2032.1682.05221.813Uitgaven18.680018.68090919.5892.0042.2032.1682.05221.813Bijdrage aan agentschappen18.680018.68090919.5892.0042.2032.1682.05221.813Dienst Uitvoering Onderwijs18.680018.68090919.5892.0042.2032.1682.05221.813Ontvangsten265.9940265.994– 15.281250.713– 16.217– 15.212– 12.809– 7.667338.176 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 233 ToelichtingUitgavenDe loon- en prijsbijstelling is volledig toegekend.OntvangstenHet ontvangstenbudget wordt met € 15,3 miljoen verlaagd. De tegenvallerwordt grotendeels veroorzaakt door een lager aantal studenten.3.11 Beleidsartikel 14. Cultuur Budgettaire gevolgen van beleidTabel 24 Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen759.9195.000764.91967.935832.85431.46825.17316.921415.7041.367.793Uitgaven1.407.2325.0001.412.23257.4811.469.71343.76122.02344.02143.5971.406.290Bekostiging1.172.5715.0001.177.57122.5701.200.14134.83833.35333.72835.0951.260.585Culturele basisinfrastructuurvierjaarlijkse instellingen271.9070271.9076.598278.5059.90310.98311.2409.729276.147Culturele basisinfrastructuurvierjaarlijkse fondsen328.5640328.56410.960339.52411.33211.96612.10110.937336.291Museale instellingen met eenwettelijke taak280.4850280.485692281.17710.3147.8287.8287.811279.338Stelseltaken openbare bibliotheek-voorzieningen35.705035.70565736.3626792.5402.5522.53598.799Digitale openbare bibliotheek19.458019.45835819.81635835835835819.816Bibliotheekvoorziening leesgehandi-capten14.462014.46226614.72826626626626614.728Monumentenzorg177.2425.000182.2425.990188.232– 340– 2.114– 1.505484167.057Archieven incl. Regionale HistorischeCentra44.694044.694– 2.95441.74082323– 6151.60437.945Cultuureducatie (via primair onder-wijs)540543571.5031.5031.5031.37130.464Subsidies (regelingen)99.472099.47225.361124.833133– 21.0147.3664.74450.563Verbreden inzet cultuur14.762014.76264215.40441145745746714.580Internationaal cultuurbeleid (incl.HGIS)10.031010.03115710.1884224274274136.344Programma leesbevordering32.104032.1042.54934.6531.0698904583229.930Creatieve Industrie3.02903.029– 2822.74711– 337– 43452.660Specifiek cultuurbeleid22.214022.21411.26633.4802.2771.375980– 8014.879Subsidies Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed2.63202.6323.0805.7126546115965961.734NGF CIIIC14.700014.7007.94922.649– 4.711– 24.4374.4912.981436Opdrachten33.870033.870– 1.38232.4888.2269.3053.1232.71232.429Beleidsonderzoek, evaluaties enkennisbasis2.00102.0015932.594535353532.054Opdrachten Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed19.273019.273– 4.36514.9083.3442.1442.3422.28816.646NGF Opdrachten0001.5991.5994.1046.388000Overige opdrachten12.596012.59679113.38772572072837113.729Bijdrage aan agentschappen59.152059.15211.19670.3482.2442.0281.45386557.378Nationaal Archief59.152059.15211.19670.3482.2442.0281.45386557.378Bijdragen aan medeoverheden40.089040.089– 25839.831– 1.752– 1.721– 1.7211093.185Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties2.07802.078– 62.072727272722.150Ontvangsten49404942407340000494 Tabel 25 Uitsplitsing verplichtingenOntwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen759.9195.000764.91967.935832.85431.46825.17316.921415.7041.367.793waarvan garantieverplichtingen000– 25.492– 25.49200000waarvan overige verplichtingen759.9195.000764.91993.427858.34631.46825.17316.921415.7041.367.793 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting» worden de mutaties tenopzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 234 ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden met € 67,9 miljoen verhoogd. Het verschil van€ 10,4 miljoen tussen de verplichtingen- en uitgavenmutaties wordtveroorzaakt door:–per saldo een verlaging van de garantieverplichtingen met € 25,5miljoen;–per saldo een verhoging van € 35,9 miljoen bij de overige verplichtin-gen, waarvan het grootste deel betrekking heeft op gewijzigdeverplichtingenramingen voor het Nationaal Groeifonds.UitgavenDe uitgaven worden met € 57,5 miljoen verhoogd. Op artikel 14 wordtgeen structurele prijsbijstelling uitgekeerd met uitzondering van debudgetten van het NA en de RCE. De loonbijstelling wordt wel volledigbeschikbaar gesteld.Toelichting per instrument:BekostigingHet budget voor de bekostiging wordt per saldo met € 22,6 miljoenverhoogd. Dit saldo bestaat uit diverse mutaties, waarvan de grootste hierwordt toegelicht. Voor loon- en prijsbijstelling is er in 2025 € 40,3 miljoenuitgekeerd. Dat het budget voor 2025 per saldo met een kleiner bedraggroeit, komt met name door interne overboekingen naar andere financiëleinstrumenten en enkele kasschuiven naar latere begrotingsjaren.SubsidiesHet budget voor subsidies wordt per saldo met € 25,4 miljoen verhoogd.Dit saldo bestaat uit diverse mutaties, waarvan de grootste hier wordentoegelicht. Een verhoging van € 9,9 miljoen wordt veroorzaakt door eenkasschuif vanuit 2027 naar 2025 van de middelen uit het NationaalGroeifonds voor het project Creative Industries Immersive ImpactCoalition (CIIIC). Uit de eindejaarsmarge is het budget van het museaalaankoopfonds verhoogd met circa € 6,0 miljoen om de indemniteitsre-serve aan te vullen.Uitvoeringsagenda FaroOp 10 januari 2024 heeft het Koninkr(k der Nederlanden het «Kader-verdrag van de Raad van Europa inzake de waarde van cultureel erfgoedvoor de samenleving (Verdrag van Faro)» ondertekend. Aan de hand vaneen uitvoeringsagenda worden pilots uitgevoerd om de implementatievan het verdrag te verkennen. Het Openbaar Lichaam voor Sint Eustatiusheeft een eigen onderscheidenlijk project ingediend waarvoor zij eenfinanciële bijdrage krijgt. Omdat het om een specifiek project gaat, datbeoordeeld is op zijn inhoudel(ke b(drage aan het realiseren van deUitvoeringsagenda Faro, waarover derhalve afspraken z(n gemaakt overde besteding van gelden tussen de R(ksoverheid en de betreffendedecentrale overheden, en waaruit geen recht op financiering voor anderedecentrale overheden voor vergel(kbare projecten ontstaat, zal dezefinanciële ondersteuning worden verstrekt in de vorm van een b(zondereuitkering via de OCW-begroting. In de tabel hieronder is een overzichtopgenomen waarin, conform artikel 91, eerste lid, van de Wet financiënopenbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba het maximaal teTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 235 ontvangen bedrag is opgenomen. Voor de b(drage aan de betreffendedecentrale overheid voor het kalenderjaar 2025 zal de begroting alswettel(ke grondslag gelden op basis van artikel 4:23, derde lid, aanhef enonderdeel c, van de Algemene wet bestuursrecht.Tabel 26 Bijzondere uitkering Faro uitvoeringsagendaDecentrale overheidBedrag 2025Public Entity of St Eustatius€ 106.900Totaal€ 106.900 Bijdrage aan agentschappenHet budget voor het agentschap Nationaal Archief wordt per saldo met€ 11,2 miljoen verhoogd. Dit saldo bestaat uit diverse mutaties, waarvande grootste hier worden toegelicht. Uit de eindejaarsmarge is een budgetvan € 5,1 miljoen beschikbaar voor de inrichting van een tijdelijkevoorziening die het mogelijk maakt om bij het Nationaal Archief in DenHaag (en indien mogelijk bij de Regionale Historische Centra) ondervoorwaarden het gedigitaliseerde deel van het Centraal Archief BijzondereRechtspleging digitaal en full-tekst te doorzoeken. Dit is van belang omdatin het papieren archief alleen gezocht kon worden op naam. Ook wordthet budget van het Nationaal Archief met € 2,5 miljoen verhoogd alsgevolg van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025.Amendement Bontenbal c.s.Via dit amendement (Kamerstukken II 2024/25, 36 600 VIII, nr. 141) wordt€ 5,0 miljoen structureel beschikbaar gesteld voor religieus cultureelerfgoed. De concrete invulling komt aan de orde in de brief over grotemonumenten en religieus erfgoed, die de Tweede Kamer voor de zomerontvangt.3.12 Beleidsartikel 15. Media Budgettaire gevolgen van beleidTabel 27 Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen1.276.33401.276.33462.3791.338.71336.74329.64330.02331.9411.249.659Uitgaven1.272.02501.272.02528.1271.300.15239.90029.47429.52831.1731.249.659Bekostiging1.226.97701.226.97726.5251.253.50233.69731.19131.35031.8131.225.361Landelijke publieke omroep952.4090952.40927.877980.28625.69823.45023.57422.964910.767Regionale omroep191.4010191.4016.177197.5786.2356.2156.2566.302204.710Stichting Omroep Muziek21.425021.4251.13022.5551.0981.0981.0981.09821.523Nederlands Instituut voor Beeld enGeluid (NIBG)30.744030.74499531.73999694594594530.337Stimuleringsfonds voor de Journa-listiek3.08003.0801013.1811038777682.956Coproductiefonds BinnenlandseOmroep (CoBO)5.68405.6841825.8661821821821825.866Mediawijsheid Expertisecentrum(Bewust mediagebruik)1.88401.884601.944606060601.944Stichting Nederlandse LokalePublieke Omroepen (NLPO)1.94501.945622.007626262622.007Dotatie/onttrekking AlgemeneMediareserve18.047018.047– 10.3827.665– 748– 1.563– 1.578– 53926.539Lokale journalistiek00000064466366018.343Overige bekostiging media358035832368111111111369Subsidies (regelingen)34.360034.3601.60835.9684.955– 1.985– 2.055– 83813.522Onderzoeksjournalistiek14.924014.9249115.015541656– 887– 74912.665Lokale journalistiek18.715018.7151.03319.7484.387– 2.551– 1.07800Overige Subsidies72107214841.20527– 90– 90– 89857Opdrachten5620562271833– 6– 6– 6– 6748Opdrachten5620562271833– 6– 6– 6– 6748Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 236 Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s10.042010.042– 2799.7631.2522722372029.942Commissariaat voor de Media10.042010.042– 2799.7631.2522722372029.942Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties84084286222286European Audiovisual Observatory84084286222286Ontvangsten172.4000172.400– 7.300165.1000000165.500Reclame ontvangsten172.4000172.400– 7.300165.1000000165.500 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden met € 62,4 miljoen verhoogd. Deze verhogingwordt veroorzaakt door de hieronder toegelichte uitgavenmutaties (€ 28,2miljoen). Daarnaast wordt de verplichtingenstand aangesloten op devoorgenomen uitgaven uit de mediabegrotingsbrief.UitgavenDe uitgaven worden met € 28,1 miljoen verhoogd. Op artikel 15 wordt hetwettelijk verplichte deel van de prijsbijstelling volledig beschikbaargesteld. Op de overige budgetten komt er structureel geen prijsbijstellingbeschikbaar. De loonbijstelling wordt volledig beschikbaar gesteld.Toelichting per instrument:BekostigingHet budget voor bekostiging wordt per saldo met € 26,6 miljoenverhoogd. De verhoging wordt onder andere veroorzaakt door:–toevoeging van de loon- en pr(sb(stelling tranche 2025 (€ 33,8miljoen);–een verlaging van de dotatie aan de Algemene Mediareserve (AMr) alsgevolg van de geactualiseerde raming van de reclameopbrengstenvoor 2025 in de mediabegrotingsbrief 2024 (€ 7,3 miljoen);–een overboeking binnen het instrument bekostiging van de postdotatie/ onttrekking AMr naar de Landel(ke Publieke Omroep (€ 2,3miljoen) voor de dekking van de meerkosten b( de aankoop vanrechten voor uitzending van de zogenaamde superevenementen (hetEK voor vrouwen en mannen).Amendement Bontenbal c.s.Als gevolg van het amendement van het lid Bontenbal c.s. (KamerstukkenII 2024/25, 36 600 VIII, nr. 141) wordt de rijksmediabijdrage voor delandelijke publieke omroep vanaf 2027 structureel verlaagd met € 50miljoen. Er wordt een impactanalyse uitgevoerd waarin wordt onderzochtof er meer ruimte kan komen voor de Nederlandse Publieke Omroep ommeer (online) reclameopbrengsten te genereren.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 237 SubsidiesHet budget voor subsidies wordt per saldo met € 1,6 miljoen verhoogd alsgevolg van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025.Bijdragen aan ZBO’s / RWT’sHet budget voor b(dragen aan ZBO’s / RWT’s wordt per saldo met € 0,3miljoen verlaagd. De verlaging wordt onder andere veroorzaakt door:–toevoeging van de loon- en pr(sb(stelling tranche 2025 (€ 0,3miljoen);–kasschuif voor de Werk Aan Uitvoering middelen van € 0,9 miljoen.OntvangstenHet ontvangstenbudget wordt met € 7,3 miljoen verlaagd. Hiermee wordtde raming aangepast aan de raming van de reclameopbrengsten in demediabegrotingsbrief 2025.Dotatie Algemene Mediareserve (AMr)Aan de AMr wordt op basis van de huidige ramingen eind 2025 € 7,7miljoen toegevoegd.Tabel 28 Raming ontwikkeling liquiditeit AMr (bedragen x € 1.000)Saldo AMr per 01-01-2025241.101Directe mutaties AMr–Mutaties AMr via begroting7.665Verwacht saldo AMr per 31-12-2025248.766 3.13 Beleidsartikel 16. Onderzoek en wetenschapsbeleid Budgettaire gevolgen van beleidTabel 29 Budgettaire gevolgen van beleid art. 16 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen1.670.345– 1001.670.24593.1991.763.44460.35963.16863.17650.6871.604.143Uitgaven1.714.914– 1001.714.81493.1991.808.01359.53363.16857.69950.6881.604.968Bekostiging1.413.95201.413.95275.5241.489.47650.31449.23348.06246.7361.411.163NWO631.8330631.83349.048680.88135.32334.59533.97933.136631.081KNAW111.0060111.0064.993115.9994.1294.1973.8783.878114.266KB65.566065.5662.91168.4772.4962.1782.0021.80069.174NWO Talentenontwikkeling165.8850165.8850165.8850000165.885NWO TTW8.00008.00008.00000008.000NWO grootschalige researchinfra-structuur55.380055.380055.380000055.380NWO Praktijkgericht Onderzoek60.610060.61012.03072.6402.3802.3802.3802.14763.257Nationaal Regieorgaan Onderwijs-onderzoek (NRO)27.209027.2091.23228.44177667361056516.647Poolonderzoek3.14703.14703.14700001.500Caribisch Nederland2.50002.50002.50000002.500NWO NWA134.5530134.553100134.6530000130.000NWO Fonds onderzoek enwetenschap132.3950132.3954.652137.0474.6524.6524.6554.652137.047NWO Praktijk onderzoek enwetenschap15.868015.86855816.42655855855855816.426Subsidies (regelingen)166.9950166.9954.043171.0381.9545.5092.802– 5.16940.850VSC30903091432312131414323Naturalis Biodiversity Center13.230013.23056813.79851954856943810.645BPRC12.565012.56553913.10449150553953913.104NEMO Science Museum4.07204.0721744.2461591631741744.246STT26702671127810101111278Stichting AAP1.25001.250541.304495054541.304Nationale Coördinatie8.00808.008748.0827597166195323.488Subsidie Fonds onderzoek enwetenschap84.575084.575– 7484.501– 146– 73– 2.573– 2.5730Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 238 Ontwerpbe-groting 2025 (1)Mutaties via NvW,moties, amende-menten en ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3)= (1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Nationaal Groeifonds33.126033.1261.16534.291– 7903.5563.373– 4.3806.916Delta Climate Center9.06909.0691.49610.5658710000Netherlands Academy of Enginee-ring52405242254620212222546Opdrachten8.104– 1008.00412.85220.8567851.8221782.43212.578Opdrachten2.41102.41113.61316.0247851.9541.9944.0618.207Opdrachten Fonds onderzoek enwetenschap5.693– 1005.593– 7614.8320– 132– 1.816– 1.6294.371Bijdrage aan agentschappen4.37504.375– 2784.09716929334637811.651Rijksdienst voor OndernemendNederland2.10702.107– 1951.9122523764293199.819RVO Fonds onderzoek enwetenschap2.26802.268– 832.185– 83– 83– 83591.832Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties121.4880121.4881.058122.5466.3116.3116.3116.311128.726EMBC99809983921.3901431381701991.554EMBL8.31608.316– 4887.8282672672672679.443ESA36.368036.3681.05837.4261.0581.0581.0581.05837.426CERN64.580064.580– 41764.1631.2531.2611.2291.20065.487ESO11.226011.22651311.73984083783783712.066SKAO000002.7502.7502.7502.7502.750Ontvangsten10101016.9997.1000000101 Tabel 30 Uitsplitsing verplichtingenVerplichtingen1.670.345– 1001.670.24593.1991.763.44460.35963.16863.17650.6871.604.143waarvan garantieverplichtingen0000000000waarvan overige verplichtingen1.670.345– 1001.670.24593.1991.763.44460.35963.16863.17650.6871.604.143 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingVerplichtingenHet verplichtingenbudget wordt met € 93,2 miljoen verhoogd. Deverhoging van het verplichtingenbudget is gelijk aan de verhoging van hetuitgavenbudget.UitgavenHet uitgavenbudget wordt met € 93,2 miljoen verhoogd. Op artikel 16wordt in totaal structureel € 5,0 miljoen aan prijsbijstelling uitgekeerd. Deloonbijstelling wordt wel volledig beschikbaar gesteld.Toelichting per instrument:BekostigingHet budget voor bekostiging wordt per saldo met € 75,5 miljoen in 2025verhoogd. Deze verhoging is een gevolg van onder meer de volgendemutaties:–de doorverdeling van de loon- en prijsbijstelling tranche 2025,waardoor de bekostiging voor € 63,7 miljoen in 2025 en € 47,4 miljoenstructureel wordt opgehoogd;•NWO ontvangt in 2025 € 46,3 miljoen loonbijstelling en € 10,6miljoen vanuit de prijsbijstelling. Van 2026 tot en met 2030ontvangt NWO ter hoogte van € 826 duizend een deel van deprijsbijstelling, vanaf 2031 bedraagt dit € 116 duizend;•als onderdeel van het toekennen van de loon- en prijsbijstellingtranche 2025 wordt aan NWO tot in 2029 een extra lpo-budgetTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 239 toegekend ten behoeve van een financieringsprogramma metmiddelen die universiteiten kunnen inzetten voor het aantrekkenvan internationale topwetenschappers. Deze extra middelenbetreffen de oorspronkelijke loonbijstelling over de regelingMatching Horizon Europe en Delta Climate Center (DDC) van€ 2,9 miljoen in 2025. Daarnaast betreft het € 10,6 miljoenvanuit de prijsbijstelling in 2025. Dit telt op tot € 13,5 miljoen in2025. De daaropvolgende jaren is de bijdrage tussen de € 2,6 tot€ 3,0 miljoen tot en met 2029;•de bekostiging van NWO wordt voor 2026 tot en met 2030jaarlijks met € 2,8 miljoen verlaagd ter dekking van de extrabijdrage aan de bouwkosten van de Square Kilometer ArrayObservatory (SKAO) en vanaf 2031 met structureel € 3,9 miljoenter dekking van de structurele exploitatiekosten;•de KB ontvangt in 2025 de volledige € 0,6 miljoen prijsbijstelling en€ 2,3 miljoen loonbijstelling. De KB ontvangt de prijsbijstellingvanwege de huisvestingsopgave van de KB, waarvoor de prijsbij-stelling met name bedoeld is;•de KNAW ontvangt geen prijsbijstelling, wel wordt vanaf 2025 € 3,9miljoen loonbijstelling uitgekeerd;–diverse overboekingen vanuit andere artikelen en departementen vooronderzoekscalls en -projecten bij de NWA, het NRO, TTW en NWOPraktijkgericht Onderzoek (SIA) ter hoogte van tezamen € 11,8 miljoenin 2025;SubsidiesHet budget voor subsidies wordt per saldo met € 4,0 miljoen verhoogd.Deze verandering is onder andere het resultaat van de doorverdeling vande loon- en prijsbijstelling tranche 2025, waarbij de loon- en prijsbij-stelling op de instellingssubsidies van Naturalis Biodiversity Center,Biomedical Primate Research Centre (BPRC), NEMO Science Museum,Stichting Toekomstbeeld der Techniek (STT), Stichting AAP, Verenigingvoor wetenschapsmusea en Science Centers (VSC) en NetherlandsAcademy of Engineering (NAE) volledig is uitgekeerd.OpdrachtenHet budget voor opdrachten wordt met € 12,9 miljoen verhoogd. Dezeverhoging is een gevolg van onder meer de volgende mutaties:–weerbaarheid kennisinstellingenNederlandse kennisinstellingen ontvangen in 2025 eenmalig eenbedrag van € 16,7 miljoen uit de eindejaarsmarge. Van dit bedragkunnen zij fysieke en digitale beschermingsmaatregelen nemen als eenimpuls voor de investeringen die de kennissector dient te maken ombij te kunnen dragen aan de maatschappelijke weerbaarheid tegenmilitaire en hybride dreigingen van statelijke actoren.–wetsvoorstel screeningHet budget stijgt de komende jaren als gevolg van de bijstelling van deuitvoeringskosten van de screeningswet. Door het advies van deLandsadvocaat en het College voor de Rechten van de Mens is dereikwijdte van het wetsvoorstel herzien. De Landsadvocaat ziet eenaantal juridische bezwaren ten aanzien van de eerder gekozendoelgroepafbakening. De wijziging van het wetsvoorstel heeft hierbijdirecte consequenties op de grootte van de screeningspopulatie envertaalt zich in een structurele verhoging van de uitvoeringskosten vanhet wetsvoorstel screening kennisveiligheid. Op basis van de herzieneraming wordt het budget in 2025 verlaagd met € 1,4 miljoen, vanaf2026 wordt het budget met een oploop verhoogd tot € 4 miljoen vanafTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 240 2031. Deze budgetverhoging wordt gedekt uit het onderzoeksdeel vande bekostiging artikel 7 (Wetenschappelijk onderwijs).Bijdrage aan agentschappenHet budget voor agentschappen wordt per saldo met € 0,3 miljoenverlaagd. Dit betreft een interne overboeking aan artikel 4 (mbo) voor deGID-kosten van de RVO. Artikel 4 (mbo) betaalt deze sinds dit jaar centraalaan de RVO voor OCW.Bijdrage aan (inter)nationale organisatiesHet budget voor (inter)nationale organisaties wordt per saldo met € 1,1miljoen verhoogd. Dit komt door de doorverdeling van de loon- enprijsbijstelling tranche 2025. Op dit instrument is in 2026 en verder devolledige prijsbijstelling uitgekeerd. Vanaf 2026 is de stijging door loon-en prijsbijstelling € 3,6 miljoen.Square Kilometer Array Observatory (SKAO)Het budget voor (inter)nationale organisaties wordt vanaf 2026 tot en met2030 met € 2,8 miljoen per jaar verhoogd om bij te kunnen dragen aan dehogere bouwkosten van SKAO. Daarnaast wordt het budget vanaf 2031met € 3,9 miljoen verhoogd om ons aandeel in de structurele exploitatie-kosten op 2,5% te houden. Het betreffende budget wordt structureelingehouden op de bekostiging van NWO. Aangezien dit een verdragsorga-nisatie is geworden waar Nederland lid van is (zoals CERN en ESO), looptde bijdrage aan SKAO niet langer via NWO/ASTRON, maar via een apartbudget binnen artikel 16 onder Bijdrage aan (inter)nationale organisaties.OntvangstenHet ontvangstenbudget wordt ten opzichte van de begroting met € 7,0miljoen verhoogd, vanwege een terugbetaling binnen het NationaalGroeifondsproject Big Chemistry. Er was eerder beschikt in een onjuistbevoorschottingsritme.3.14 Beleidsartikel 25. Emancipatie Budgettaire gevolgen van beleidTabel 31 Budgettaire gevolgen van beleid, beleid art. 25 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3) =(1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen7.61207.6123.69411.30618634681875220.598Uitgaven21.777021.7772.59324.37073689781875220.598Bekostiging13.901013.90155314.45455055146146112.045Kennisinfrastructuur: Gender- enlhbti- gelijkheid13.901013.90155314.45455055146146112.045Subsidies (regelingen)5.50305.5031.1636.6662301902011354.596Gender- en lhbti- gelijkheid2022–20275.50305.5031.1636.6662301902011354.596Opdrachten2.20802.2081.0363.2441158686861.974Bijdrage aan medeoverheden1650165– 1596– 1597070701.983Gemeentefonds gender- en lhbti-gelijkheid1650165– 1596– 1597070701.983Ontvangsten0000000000 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 241 ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen zijn met € 3,7 miljoen verhoogd. Het verschil tussen deverplichtingen- en uitgavenmutaties wordt voornamelijk veroorzaaktdoordat de loonbijstelling tranche 2025 voor de jaren 2025–2030 in hetjaar 2025 verplicht wordt.UitgavenDe uitgaven worden verhoogd met € 2,6 miljoen. Op artikel 25 wordt geenprijsbijstelling uitgekeerd. De loonbijstelling wordt wel volledigbeschikbaar gesteld.Toelichting per instrument:SubsidiesDe uitgaven worden verhoogd met € 1,2 miljoen. Dit betreft onder andere€ 1,0 miljoen in het kader van de herpositionering en duurzame borgingvan de archief- en bibliotheekfunctie op het gebied van gendergelijkheid.OpdrachtenDe uitgaven worden verhoogd met € 1,0 miljoen. Dit betreft, naast deloonbijstelling tranche 2025, extra middelen vanuit de Ministeries vanSZW en J&V in het kader van het nationaal actie programma seksueelgrensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld.4. De niet-beleidsartikelen 4.1 Niet beleidsartikel 91. Nog onverdeeld Budgettaire gevolgen van beleidTabel 32 Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 91 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3) =(1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) = (3)+ (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen0– 22.302– 22.30217.687– 4.61517.77017.76818.49519.04129.920Uitgaven0– 22.302– 22.30217.687– 4.61517.77017.76818.49519.04129.920Loonbijstelling000– 4.615– 4.615– 4.532– 4.534– 4.269– 3.723– 4.010waarvan programma0000000000waarvan apparaat000– 4.615– 4.615– 4.532– 4.534– 4.269– 3.723– 4.010Prijsbijstelling0000000000waarvan programma0000000000waarvan apparaat0000000000Onvoorzien0– 22.302– 22.30222.302022.30222.30222.76422.76433.930Ontvangsten0000000000 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.ToelichtingVerplichtingen en uitgavenDe verplichtingen en uitgaven worden met € 17,6 miljoen verhoogd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 242 Toelichting per instrument:LoonbijstellingHet budget van de loonbijstelling tranche 2025 voor externe inhuur wordtmet € 4,0 miljoen structureel verlaagd. Deze taakstelling is hier gepar-keerd en wordt in de Suppletoire Begroting September 2025 en deOntwerpbegroting 2026 doorverdeeld.OnvoorzienHet budget op onvoorzien wordt met € 22,3 miljoen verhoogd. Metamendement Bontenbal c.s. is er € 22,3 miljoen structureel bezuinigd ophet apparaat van het Ministerie van OCW. Deze bezuiniging was geboektop het instrument «onvoorzien» en wordt ingevuld met een alternatievedekking. Deze alternatieve dekking komt bijvoorbeeld van niet uitgekeerdeloon- en prijsbijstelling of korting op de lumpsum van de onderwijssec-toren.4.2 Niet-beleidsartikel 95. Apparaat Kerndepartement Budgettaire gevolgen van beleidTabel 33 Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 95 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)Ontwerpbe-groting 2025(1)Mutaties via NvW,moties, amendementenen ISB (2)Vastgesteldebegroting 2025 (3) =(1) + (2)Mutaties 1esuppletoirebegroting (4)Stand 1esuppletoirebegroting (5) =(3) + (4)Mutatie2026Mutatie2027Mutatie2028Mutatie2029Mutatie 2030Verplichtingen420.0790420.07950.808470.88733.88873.86055.08558.657387.086Uitgaven420.0790420.07950.808470.88733.88873.86055.08558.657387.086Personele uitgaven344.8050344.80546.679391.48425.53764.81745.43548.312315.441Eigen Personeel327.0900327.09041.778368.86824.20963.34444.06246.837303.533Externe inhuur13.323013.3234.67417.9978879928619247.739Overige personele uitgaven4.39204.3922274.6194414815125514.169Materiële uitgaven75.274075.2744.12979.4038.3519.0439.65010.34571.645ICT8.32008.3201.6129.9323.5522.0722.1372.2108.774Bijdrage aan SSO’s23.315023.31532723.6421421.8952.0882.31021.407Overig Materieel43.639043.6392.19045.8294.6575.0765.4255.82541.464Begrotingsreserve schatkist-bankieren0000000000Ontvangsten539053905390000442 In de kolom «Mutaties 1e suppletoire begroting 2025» worden de mutatiesten opzichte van de «Stand vastgestelde begroting 2025» weergegeven.Hieronder worden de belangrijkste mutaties toegelicht.ToelichtingVerplichtingenDe verplichtingen worden met € 50,8 miljoen verhoogd.UitgavenDe uitgaven worden met € 50,8 miljoen verhoogd.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 243 Toelichting per instrument:Personele uitgavenHet budget wordt per saldo met € 46,7 miljoen verhoogd. De verhogingwordt veroorzaakt door:–toevoeging van de loonbijstelling tranche 2025: € 17,4 miljoen (zie hetalgemeen deel);–diverse interdepartementale overboekingen (per saldo € 12,9 miljoen).Hiervan komt het grootste deel van het Ministerie van BZK voor het oporde brengen van de informatiehuishouding (naar aanleiding van dekabinetsreactie op de Parlementaire OndervragingscommissieKinderopvangtoeslag): € 4,4 miljoen voor het Rijksprogramma voorDuurzaam Digitale Informatiehuishouding (RDDI) en € 7,9 miljoen voorde Inspectie Overheidsinformatie en Erfgoed;–diverse interne overboekingen (per saldo € 11,0 miljoen). Het betrefthier voornamelijk uitvoeringskosten waarvoor het budget nog niet aanhet apparaatsbudget was toegevoegd, zoals voor de Rijksdienst voorhet Cultureel Erfgoed (RCE) (€ 6,4 miljoen) en voor het opstellen enuitvoeren van het wetsvoorstel screening kennisveiligheid (€ 2,2miljoen);–overige mutaties, waaronder toevoeging middelen eindejaarsmarge enmiddelen Nationaal Groeifonds (per saldo € 5,5 miljoen);–vanaf 2026: met het hoofdlijnenakkoord is er € 86,0 miljoen structureelbezuinigd op het apparaat van het Ministerie van OCW. Deze bezuini-ging van 22% is voor € 70,3 miljoen gerealiseerd op dit artikel en viaeen efficiency taakstelling op zelfstandige bestuursorganen (zbo’s) enagentschappen van OCW. € 15,9 miljoen van deze bezuiniging wordtingevuld met alternatieve dekking. Deze alternatieve dekking komtbijvoorbeeld van niet uitgekeerde loon- en prijsbijstelling of korting opde lumpsum van de onderwijssectoren;–interne doorverdeling over de agentschappen en de zelfstandigebestuursorganen (zbo’s) van een efficiencykorting van 0,5% per jaar,oplopend tot 2,5% in 2029 (€ 3,6 miljoen voor 2026), waarvan deeerste 0,5% al in de OCW-begroting 2025 is doorverdeeld.Materiële uitgavenHet budget wordt per saldo met € 4,1 miljoen verhoogd, onder meer metprijsbijstelling.5. Agentschappen 5.1. Agentschap Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) De Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) is de uitvoeringsorganisatie van derijksoverheid voor het onderwijs. DUO levert producten en diensten ophet terrein van bekostiging van instellingen, financiering van studenten,examens, informatievoorziening, alsmede diensten gericht op deverbetering van de verbinding tussen beleid en uitvoering, waarbij deburger en instellingen centraal worden gesteld. Daarnaast verricht DUOwerkzaamheden voor overige departementen en derden. Onderdeel vanDUO is de Shared Service Organisatie Noord, waarbinnen het InkoopUitvoeringscentrum en het Overheidsdatacenter zijn ondergebracht, welkedienstverlening verricht voor onder meer het concern OCW en haardiensten en andere overheidsorganen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 244 Tabel 34 Exploitatieoverzicht DUO (Eerste Suppletoire Begroting 2025) (bedragen x € 1.000)(1) Vastgesteldebegroting(2) Mutaties 1esuppletoire begroting(3) = (1) + (2) TotaalgeraamdBaten– Omzet507.61730.086537.703waarvan omzet moederdepartement401.39230.086431.478waarvan omzet overige departementen99.538–99.538waarvan omzet derden6.687–6.687Rentebaten1.000–1.000Vrijval voorzieningen–––Bijzondere baten–––Totaal baten508.61730.086538.703LastenApparaatskosten458.50029.818488.318– Personele kosten330.76827.118357.886waarvan eigen personeel249.49015.584265.074waarvan inhuur externen69.45411.25080.704waarvan overige personele kosten11.82428312.107– Materiële kosten127.7322.700130.432waarvan apparaat ICT38.68694539.631waarvan bijdrage aan SSO’s28.41264029.052waarvan overige materiële kosten60.6341.11561.749Rentelasten2.5632682.831Afschrijvingskosten45.354045.354– Materieel13.000013.000waarvan apparaat ICT12.500012.500waarvan overige materiële afschrijvingskosten5000500– Immaterieel32.354032.354Overige lasten2.10002.100waarvan dotaties voorzieningen210002100waarvan bijzondere lasten000Totaal lasten508.51730.086538.603Saldo van baten en lasten gewone bedrijfsuitoefening1000100Agentschapsdeel Vpb-lasten1000100Saldo van baten en lasten000 ToelichtingDe baten stijgen met € 30,1 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijkvastgestelde begroting 2025 (€ 508,6 miljoen). De lasten stijgen eveneensmet € 30,1 miljoen ten opzichte van de oorspronkelijk vastgesteldebegroting 2025 (€ 508,6 miljoen).BatenOmzet moederdepartementDe omzet moederdepartement is € 30,1 miljoen hoger ten opzichte van deoorspronkelijk vastgestelde begroting 2025. De stijging heeft betrekkingop de toegekende loon- en prijsbijstelling 2025 (€ 18,2 miljoen), extratoegekende middelen ten behoeve van Life Cycle Management (€ 8,6miljoen), extra middelen voor examendiensten (€ 1,5 miljoen) enadditionele werkzaamheden op het gebied van informatie- en systeembe-veiliging teneinde aan de meest actuele compliancy-vereisten te voldoen(€ 1,8 miljoen).LastenApparaatskostenDe apparaatskosten zijn € 30,1 miljoen hoger ten opzichte van deoorspronkelijk vastgestelde begroting 2025. De personele kosten stijgenmet € 27,1 miljoen, de materiële kosten stijgen met € 2,7 miljoen en derentekosten stijgen met € 0,3 miljoen. De stijging is het gevolg van deTweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 245 toekenning van de eerder genoemde loon- en prijsbijstelling (€ 18,2miljoen) en Life Cycle Management (€ 8,6 miljoen). Daarnaast vloeit destijging voort uit meerkosten op het vlak van examendiensten (€ 1,5miljoen) en compliancy (€ 1,8 miljoen).KasstroomoverzichtTabel 35 Kasstroomoverzicht DUO (Eerste Suppletoire Begroting 2025)(bedragen x € 1.000)(1) Vastgesteldebegroting(2) Mutaties 1esuppletoirebegroting(3) = (1) + (2)Totaal geraamd1.Rekening courant RHB 1 januari + depositorekeningen20.231020.231Totaal ontvangsten operationele kasstroom (+)508.61730.086538.703Totaal uitgaven operationele kasstroom (-/-)– 463.263– 30.086– 493.3492.Totaal operationele kasstroom45.354–45.354Totaal investeringen (-/-)– 94.300– 12.200– 106.500Totaal boekwaarde desinvesteringen (+)0003.Totaal investeringskasstroom– 94.300– 12.200– 106.500Eenmalige uitkering aan moederdepartement (-/-)000Eenmalige storting door moederdepartement (+)000Aflossingen op leningen (-/-)– 45.3545.642– 39.712Beroep op leenfaciliteit (+)94.30012.200106.5004.Totaal financieringskasstroom48.94617.84266.7885.Rekening courant RHB 31 december (=1+2+3+4)20.2315.64225.873 ToelichtingHet kasstroomoverzicht is aangepast ten opzichte van de oorspronkelijkvastgestelde begroting 2025 met de eerder genoemde loon- en prijsbij-stelling en overige bijstellingen. Daarnaast is de aangevraagde leenfaci-liteit verwerkt, evenals de daarbij behorende investeringen en zijn deverwachte aflossingen op reeds afgesloten leningen aangepast.6. Bijlage 1 Standen Budgettaire gevolgen van beleid Tabel 36 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 1 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen17.999.68216.323.20616.673.41016.711.71216.816.89516.734.272Uitgaven17.033.35916.644.80116.921.22616.812.25316.825.37316.733.463Bekostiging15.479.86315.333.29115.647.63715.664.39915.596.51015.520.274Bekostiging po-instellingen15.326.20015.265.66715.274.91315.279.54515.209.96015.133.567Bekostiging Caribisch Nederland33.92434.32434.52834.90835.10535.262Aanvullende bekostiging104.62433.30035.30048.30049.05049.050Aanpak lerarentekort G515.11500000Basisvaardigheden00302.896301.646302.395302.395Subsidies (regelingen)793.176613.701589.670474.207520.012509.212Onderwijsvoorziening Jonggehandi-capten35.20435.62735.80235.80235.80235.802Nederlands onderwijs buitenland15.32814.32814.32814.32814.32814.328Humanistisch vormend en gods-dienstonderwijs19.04918.04917.54917.54917.54917.549School en omgeving122.492169.626171.830172.899209.984209.984Basisvaardigheden372.104153.480124.96621.35021.35021.350NGF Open Leermateriaal4.5849960000NGF Digitaal Onderwijs7.6342.7502.7502.7502.7502.750Schoolmaaltijden81.35081.85082.35082.35082.35082.350Brugfunctionaris PO41.90941.90942.59442.59442.59442.594Overige subsidies93.52295.08697.50184.58593.30582.505Opdrachten40.65831.66330.81224.72622.77523.382Opdrachten40.65831.66330.81224.72622.77523.382Bijdrage aan agentschappen46.12650.64351.01451.09750.72551.160Dienst Uitvoering Onderwijs46.12650.64351.01451.09750.72551.160Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s10.62910.6498.6688.3698.3448.344Stichting Vervangingsfonds enParticipatiefonds7.5997.6195.6385.3395.3145.314Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 246 202520262027202820292030UWV3.0303.0303.0303.0303.0303.030Bijdrage aan medeoverheden662.907604.854578.481574.511612.063606.147Gemeentelijk onderwijsachterstan-denbeleid638.352579.600571.774567.804605.181599.265Caribisch Nederland21.55520.7692.2222.2222.3972.397Scholenprogramma Groningen3.0003.0003.0003.0003.0003.000Overig01.4851.4851.4851.4851.485Bijdrage aan (andere) begrotings-hoofdstukken0014.94414.94414.94414.944Brede scholen0014.94414.94414.94414.944Ontvangsten35.2089.2089.2089.2089.2089.208 Tabel 37 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 3 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen13.182.53611.862.99911.856.92311.675.86011.667.62811.610.700Uitgaven12.392.00012.141.91212.091.52511.761.88911.686.02611.623.313Bekostiging11.406.33611.277.53911.314.18711.134.39111.065.88311.008.437Bekostiging vo-instellingen11.294.47911.226.59811.092.42810.913.06010.844.46710.787.308Bekostiging CaribischNederland28.30728.10728.51728.86728.49728.210Aanvullende regelingstrategisch personeelsbeleid,begeleiding starters enthuiszitters79.01022.8340000Aanvullende regelingenleerlingendaling4.54000000Basisvaardigheden00193.242192.464192.919192.919Subsidies (regelingen)790.622680.842588.344449.612440.448428.979Stichting Kennisnet (basissub-sidie) po, vo, mbo29.33221.40412.96812.96812.96812.968Praktijkgerichte programma’s16.60511.0705.5344300Basisvaardigheden235.11198.12679.89613.65013.65013.650Maatschappelijke diensttijd159.531148.372127.936124.266124.200124.200School en omgeving71.361108.835110.131110.816132.880132.880NGF Ontwikkelkracht24.97212.9161.402000Schoolmaaltijden52.65052.65052.65052.65052.65052.650Brugfunctionaris VO11.52011.52012.16312.16312.16312.163NGF Techkwadraat48.32445.47546.839000NGF Innovatieve onderwijshuisvesting14.21435.17633.59737.75800Overige subsidies127.002135.298105.22885.29891.93780.468Opdrachten38.54937.61145.07433.82536.39241.839Opdrachten36.10633.66043.14831.76636.39241.839MDT opdrachten2.4433.9511.9262.05900Bijdrage aan agentschappen82.63887.16487.81787.95887.32288.077Dienst Uitvoering Onderwijs82.63887.16487.81787.95887.32288.077Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s73.49758.39855.74555.74555.62355.623College voor Toetsen enExamens19.7465.0045.0095.0094.8874.887SLOA: Onderwijs ondersteu-nende instellingen53.75153.39450.73650.73650.73650.736Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties358358358358358358GRAZ (ECML) en PISA358358358358358358Ontvangsten7.8687.3917.3917.3917.3917.391 Tabel 38 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 4 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen6.480.7406.275.5996.115.2776.042.6476.051.7386.078.806Uitgaven6.176.6776.138.8766.189.1176.119.2676.103.7346.087.729Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 247 202520262027202820292030Bekostiging5.484.1425.428.1375.463.0875.461.4505.449.1565.450.316Bekostiging mbo-instellingen4.713.3824.660.6104.695.4674.726.7554.716.1654.716.679Bekostiging CaribischNederland13.41513.43813.97414.24114.37714.461Bekostiging vavo95.37095.37095.48095.48095.48095.480Loopbaanoriëntatie32.00032.00032.00032.00032.00032.000Kwaliteitsafspraken investe-ringsbudget538.984538.984540.033540.033540.033540.033Regionaal Investeringsfonds17.71113.97212.3709.1787.3387.900Regionaal Programma43.28043.76343.76343.76343.76343.763Aanvullende bekostigingkrimpregio’s30.00030.00030.000Subsidies (regelingen)333.559352.955372.713306.444305.265289.731Praktijkleren262.597262.181255.685221.102231.910213.236LLO Collectief Laagopgeleidenen Laaggeletterden (NGF)77018.00018.0004.000Basisvaardigheden voorVolwassenen/Tel mee met Taal7.8458.1898.1898.23513.23513.235Loopbaanoriëntatie1.8181.40771700Doorstroom beroepskolom33.18036.96065.10052.08039.06042.200Vakwedstrijden mbo5.3975.3975.3975.3975.3975.397Overige subsidies21.95220.82119.62515.63015.66315.663Opdrachten16.00015.0579.2128.1617.7467.746Opdrachten16.00015.0579.2128.1617.7467.746Bijdrage aan agentschappen27.85729.74930.40030.42430.22730.455Dienst Uitvoering Onderwijs24.27426.34927.00027.02426.82727.055Rijksdienst voor Onderne-mend Nederland3.5833.4003.4003.4003.4003.400Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s99.780102.278101.183100.26698.81896.959College voor Toetsen enExamens1.85912.11912.30612.30611.30011.300Wet SLOA01.9031.9031.9031.9031.903SBB91.32881.66380.38179.46479.02277.163NWO: NRO- Programma’sMBO5.5845.5845.5845.5845.5845.584NCP NLQF1.0091.0091.0091.0091.0091.009Bijdrage aan medeoverheden215.339210.700212.522212.522212.522212.522RMC’s54.47867.64067.64067.64067.64067.640Educatie104.06685.08284.70984.70984.70984.709Regionaal Programma55.10050.17350.17350.17350.17350.173Masterplan Campus Gronin-gen1.6957.80510.00010.00010.00010.000Ontvangsten4.7004.7004.7004.7004.7004.700 Tabel 39 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 6 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen4.805.8914.317.5554.211.0894.161.0804.141.3184.140.755Uitgaven4.749.4554.523.9554.308.0964.186.0644.161.7504.141.293Bekostiging4.472.8064.387.2784.200.7434.116.3754.090.9524.068.666Bekostiging onderwijsdeel4.265.9934.181.0243.994.5673.910.3013.884.8613.862.812Bekostiging ontwerp enontwikkeling165.939165.680165.602165.500165.517165.280Bekostiging flexibel hogeronderwijs voor volwassenen300Fonds onderzoek en weten-schap40.57440.57440.57440.57440.57440.574Subsidies (regelingen)190.90150.49632.577939411569Tegemoetkoming 2e leraren-opleiding2.27336500NGF Aanpak professionalise-ring leraren4.59730.52830.808NGF Katalysator114.62711.100NGF Digitale impuls67.0776.667Overige subsidies2.3271.8361.769939411569Bijdrage aan agentschappen22.10123.70823.61323.58925.25126.922Dienst Uitvoering Onderwijs22.10123.70823.61323.58925.25126.922Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 248 202520262027202820292030Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s63.64762.47351.16345.16145.13645.136NWO: Promotiebeurs voorleraren12.44312.4432.812000NWO: NRO-programma’s HO28.78128.31627.28724.12224.12224.122Nederland-Vlaamse Accredita-tieorganisatie (NVAO)7.3016.5905.9405.9155.8905.890Bijdrage RWT Nuffic10.49410.49610.49610.49610.49610.496Bijdrage RWT Centr. Stud4.6284.6284.6284.6284.6284.628Ontvangsten171616161616 Tabel 40 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 7 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen7.686.3507.283.3157.228.0337.182.5597.195.7827.193.278Uitgaven7.396.1397.375.7327.282.9427.230.0697.184.6197.202.592Bekostiging7.381.0977.361.3727.268.2717.215.9067.170.4577.188.282Bekostiging onderwijsdeel3.445.6413.432.8223.342.8923.287.2153.267.5583.287.192Bekostiging onderzoeksdeel2.951.0812.943.7432.939.4722.941.7812.940.0842.936.589Bekostiging ondersteuninggeneeskunde onderwijs enonderzoek877.636878.068879.168880.171882.000883.686Fonds onderzoek en weten-schap106.739106.739106.739106.73980.81580.815Subsidies (regelingen)7.9157.4527.6247.6017.6007.748Vluchteling Studenten UAF2.6652.6652.6652.6652.6652.665Expertisecentrum inclusiefonderwijs (ECIO)1.095944923918918918Interstedelijk Studentenover-leg (ISO)391434360431360360Landelijke Studenten Vakbond(LSVb)351351351351351351Overige subsidies3.4133.0583.3253.2363.3063.454Opdrachten3.7973.5783.7173.2323.2323.232Opdrachten3.7973.5783.7173.2323.2323.232Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties3.3303.3303.3303.3303.3303.330Europees Universitair InstituutFlorence (EUI)2.1412.1412.1412.1412.1412.141United Nations University(UNU)1.1891.1891.1891.1891.1891.189Ontvangsten161616161616 Tabel 41 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 8 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen26.82626.43526.23326.11026.09126.038Uitgaven26.82726.43526.23326.11026.09126.038Subsidies (regelingen)8.9559.6179.4579.2699.2449.217Stichting Ons Erfdeel1851856100Stichting Nuffic1.1971.1971.1571.1571.1571.157Nationaal Agentschap Erasmus+Onderwijs & Training4.9184.9184.9184.6884.6884.688Internationalisering onderwijs94837772958936909Duitsland Instituut Amsterdam(DIA)972972972972972972Netherlands house for Educationand Research (Neth-ER)687686686686686686Overige incidentele subsidies902822891808805805Opdrachten6.3005.0995.0185.0185.0185.018Opdrachten6.3005.0995.0185.0185.0185.018Bijdrage aan medeoverheden1.4051.5451.7181.7181.7181.718Bijdragen aan medeoverheden1.4051.5451.7181.7181.7181.718Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 249 202520262027202820292030Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties9.6159.6949.5609.6759.6699.643Nederlandse Taalunie7.9748.0647.9748.0068.0007.974Europa College Brugge353535353535Unesco595959595959OESO CERI101101101101101101Fulbright Center422422422422422422EU-programma’s en activiteiten232323232323Overige bijdragen1.0019909461.0291.0291.029Bijdrage aan (andere) begrotings-hoofdstukken552480480430442442Vlaams-Nederlandshuis DeBuren(Hoofdstuk 5 BuZa)552480480430442442Ontvangsten999999999999 Tabel 42 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 9 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen400.075432.629447.419445.729444.374444.036Uitgaven410.575439.555447.333445.652444.374444.017Bekostiging230.405272.408286.436291.517291.440291.459Tekorten regios230.405272.408286.436291.517291.440291.459Subsidies (regelingen)169.919152.270146.482144.805143.634143.219Lerarenbeurs68.67864.42762.92862.92862.92862.928Zij-instroom94.37181.54776.25874.58173.41072.995Overige subsidies6.8706.2967.2967.2967.2967.296Opdrachten5.86510.1349.6374.5474.5474.547Opdrachten5.86510.1349.6374.5474.5474.547Bijdrage aan agentschappen4.3864.7434.7784.7834.7534.792Dienst Uitvoering Onderwijs4.3864.7434.7784.7834.7534.792Ontvangsten7.0007.0007.0007.0007.0007.000 Tabel 43 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 11 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen6.975.5074.599.7026.821.1855.479.2245.414.4775.384.964Uitgaven6.975.5074.599.7026.821.1855.479.2245.414.4775.384.964Inkomensoverdracht4.012.1931.872.0894.470.0813.444.0963.561.5783.577.961Basisbeurs gift (R)482.728640.706880.7141.129.7451.264.7031.277.440Aanvullende beurs gift (R)835.512895.536965.6091.027.8261.056.1051.068.537Reisvoorziening gift (R)896.12634.1821.028.4951.024.1381.017.0221.020.423Studievoorschotvouchers (R)667.75626.96912.8445.513Caribisch Nederland gift (R)1.9592.0322.0322.0322.0322.032Tegemoetkoming (R)922.96081.9151.387.02975.84644.25924.200Overige uitgaven (R)205.152190.749193.358178.996177.457185.329Leningen2.713.1672.481.0682.104.2851.797.9371.659.9401.624.988Basisbeurs prestatiebeurs (NR)873.126774.936513.146262.018118.78199.624Aanvullende beurs Prestatiebeurs (NR)291.972239.349165.772108.55082.81767.632Reisvoorziening (NR)18.94521.49613.26925.54252.67867.568Caribisch Nederland prestatiebeurs (NR)262262262262262262Rentedragende lening (NR)1.323.2571.242.1631.211.8621.203.7291.209.3111.195.904Collegegeldkrediet (NR)157.285154.197151.460149.339147.623146.195Levenlanglerenkrediet (NR)18.60918.60918.60918.60918.60918.609Caribisch Nederland leningen (NR)408408408408408408Overige uitgaven (NR)29.30329.64829.49729.48029.45128.786Bijdrage aan agentschappen250.147246.545246.819237.191192.959182.015Dienst Uitvoering Onderwijs250.147246.545246.819237.191192.959182.015Ontvangsten2.832.7222.005.8852.813.4622.176.8362.209.3502.224.802Ontvangen rente (R)253.547231.888485.433372.849393.863391.439Ontvangsten Caribisch Nederland (R)846847847846847846Overige ontvangsten (R)25.50121.96521.87121.78921.71721.654Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 250 202520262027202820292030Terugontvangen lening (NR)2.552.7391.751.0962.305.2221.781.2631.792.8341.810.774Ontvangsten Caribisch Nederland (NR)898989898989 Tabel 44 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 12 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen74.32774.69174.48074.45074.13873.142Uitgaven74.32774.69174.48074.45074.13873.142Inkomensoverdracht70.82370.84970.60570.55770.26169.232Tegemoetkoming lerarenoplei-ding (tlo) (R)3.1373.2523.2523.2523.2523.252Tegemoetkoming deeltijd (R)2.7702.8482.8482.8482.8482.848Tegemoetkoming vavo voltijd(R)5.1465.1234.9954.9634.9454.913Tegemoetkoming vo voltijd (R)56.67256.37656.17356.09655.79654.827Tegemoetkoming vso voltijd(R)3.0983.2503.3373.3983.4203.392Leningen212121212121Omboeking van kort- naarlanglopende vorderingen (NR)212121212121Bijdrage aan agentschappen3.4833.8213.8543.8723.8563.889Dienst Uitvoering Onderwijs3.4833.8213.8543.8723.8563.889Ontvangsten1.9621.9051.8991.8971.8941.870Tegemoetkoming lerarenoplei-ding en deeltijd vo (R)291291291291291291Meerderjarige scholieren v(s)oen vavo (R)1.6711.6141.6081.6061.6031.579 Tabel 45 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 13 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen19.58921.63021.71621.77221.62421.813Uitgaven19.58921.63021.71621.77221.62421.813Bijdrage aan agentschappen19.58921.63021.71621.77221.62421.813Dienst Uitvoering Onderwijs19.58921.63021.71621.77221.62421.813Ontvangsten250.713267.416286.296304.948323.290338.176 Tabel 46 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 14 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen832.854749.744782.460770.9751.192.9441.362.420Uitgaven1.469.7131.435.7811.456.3281.425.4101.411.7571.400.917Bekostiging1.200.1411.220.1321.274.3201.273.2851.263.3661.260.061Culturele basisinfrastructuurvierjaarlijkse instellingen278.505281.059281.043281.575276.157276.147Culturele basisinfrastructuurvierjaarlijkse fondsen339.524339.092338.238338.180336.794336.291Museale instellingen met eenwettelijke taak281.177282.946280.791280.791280.378279.338Stelseltaken openbarebibliotheekvoorzieningen36.36237.59399.21599.67198.99998.412Digitale openbare bibliotheek19.81619.81619.81619.81619.81619.816Bibliotheekvoorzieningleesgehandicapten14.72814.72814.72814.72814.72814.728Monumentenzorg188.232168.928166.745167.265170.017169.489Archieven incl. RegionaleHistorische Centra41.74045.37443.14840.66338.58237.945Cultuureducatie (via primaironderwijs)5730.59630.59630.59627.89527.895Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 251 202520262027202820292030Subsidies (regelingen)124.833109.09872.35251.13453.21047.007Verbreden inzet cultuur15.40411.56912.88912.88213.14913.149Internationaal cultuurbeleid(incl. HGIS)10.18810.2059.6609.6606.3446.344Programma leesbevordering34.65325.10910.6457.1679.0889.088Creatieve Industrie2.7472.6642.2851.8591.8861.886Specifiek cultuurbeleid33.48019.27614.22813.34118.02814.370Subsidies Rijksdienst voor hetCultureel Erfgoed5.7123.0862.0821.7341.7341.734NGF CIIIC22.64937.18920.5634.4912.981436Opdrachten32.48839.64739.53632.37231.36931.369Beleidsonderzoek, evaluatiesen kennisbasis2.5942.0542.0542.0542.0542.054Opdrachten Rijksdienst voorhet Cultureel Erfgoed14.90819.63217.38017.32716.64616.646NGF Opdrachten1.5994.1046.388Overige opdrachten13.38713.85713.71412.99112.66912.669Bijdrage aan agentschappen70.34862.61464.94863.44758.71057.378Nationaal Archief70.34862.61464.94863.44758.71057.378Bijdragen aan medeoverheden39.8312.2633.1453.1453.0753.075Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties2.0722.0272.0272.0272.0272.027Ontvangsten734494494494494494 Tabel 47 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 15 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen1.338.7131.215.2051.152.1051.156.5341.167.7641.190.658Uitgaven1.300.1521.306.4241.147.0441.150.8601.166.9961.190.658Bekostiging1.253.5021.259.7191.120.4171.125.8671.141.9151.166.760Landelijke publieke omroep980.286982.816827.104831.443835.004854.094Regionale omroep197.578197.301196.436197.246198.347202.966Stichting Omroep Muziek22.55521.52321.52321.52321.52321.523Nederlands Instituut voorBeeld en Geluid (NIBG)31.73931.75630.33730.33730.33730.337Stimuleringsfonds voor deJournalistiek3.1813.2513.1863.0843.0282.956Coproductiefonds Binnen-landse Omroep (CoBO)5.8665.8665.8665.8665.8665.866Mediawijsheid Expertisecen-trum (Bewust mediagebruik)1.9441.9441.9441.9441.9441.944Stichting Nederlandse LokalePublieke Omroepen (NLPO)2.0072.0072.0072.0072.0072.007Dotatie/onttrekking AlgemeneMediareserve7.66512.88613.48613.87025.31526.539Lokale journalistiek0018.15918.17818.17518.159Overige bekostiging media681369369369369369Subsidies (regelingen)35.96835.19616.01414.41514.53813.322Onderzoeksjournalistiek15.01515.24615.28613.74313.88112.665Lokale journalistiek19.74819.202974100Overige Subsidies1.205748631631657657Opdrachten833548548548548548Opdrachten833548548548548548Bijdrage aan ZBO’s/RWT’s9.76310.8759.9799.9449.9099.942Commissariaat voor de Media9.76310.8759.9799.9449.9099.942Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties868686868686European AudiovisualObservatory868686868686Ontvangsten165.100165.500165.500165.500165.500165.500Reclame ontvangsten165.100165.500165.500165.500165.500165.500 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 252 Tabel 48 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 16 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen1.763.4441.715.7281.702.5321.686.4951.712.6671.582.260Uitgaven1.808.0131.758.8471.747.7991.724.4811.712.6681.583.085Bekostiging1.489.4761.450.7841.434.1921.426.2131.418.2631.389.280NWO680.881660.716651.401646.431638.801609.198KNAW115.999114.838114.862114.220114.243114.266KB68.47769.84267.52866.77968.57769.174NWO Talentenontwikkeling165.885165.885165.885165.885165.885165.885NWO TTW8.0008.0008.0008.0008.0008.000NWO grootschalige resear-chinfrastructuur55.38055.38055.38055.38055.38055.380NWO Praktijkgericht Onder-zoek72.64062.99062.99062.99063.25763.257Nationaal RegieorgaanOnderwijsonderzoek (NRO)28.44123.69019.82717.96916.64716.647Poolonderzoek3.1471.5001.5001.5001.5001.500Caribisch Nederland2.5002.5002.5002.5002.5002.500NWO NWA134.653131.970130.846131.000130.000130.000NWO Fonds onderzoek enwetenschap137.047137.047137.047137.133137.047137.047NWO Praktijk onderzoek enwetenschap16.42616.42616.42616.42616.42616.426Subsidies (regelingen)171.038162.586165.140149.174142.03040.850VSC323321322323323323Naturalis Biodiversity Center13.79813.79614.17213.13910.64510.645BPRC13.10413.05613.07013.10413.10413.104NEMO Science Museum4.2464.2314.2354.2464.2464.246STT278277277278278278Stichting AAP1.3041.2991.3001.3041.3041.304Nationale Coördinatie8.0828.8239.0784.7703.6013.488Subsidie Fonds onderzoek enwetenschap84.50184.42984.21184.09184.0910Nationaal Groeifonds34.29124.30723.33513.99612.6946.916Delta Climate Center10.56511.50314.59513.37711.198Netherlands Academy ofEngineering546544545546546546Opdrachten20.85610.87311.95010.62412.57812.578Opdrachten16.0244.6066.1006.1408.2078.207Opdrachten Fonds onderzoeken wetenschap4.8326.2675.8504.4844.3714.371Bijdrage aan agentschappen4.0976.1797.7919.74411.07111.651Rijksdienst voor Onderne-mend Nederland1.9123.9945.6067.5598.8949.819RVO Fonds onderzoek enwetenschap2.1852.1852.1852.1852.1771.832Bijdrage aan (inter)nationaleorganisaties122.546128.425128.726128.726128.726128.726EMBC1.3901.4601.4931.5251.5541.554EMBL7.8289.1839.4439.4439.4439.443ESA37.42637.42637.42637.42637.42637.426CERN64.16365.54065.54865.51665.48765.487ESO11.73912.06612.06612.06612.06612.066SKAO02.7502.7502.7502.7502.750Ontvangsten7.100101101101101101 Tabel 49 Standen Budgettaire gevolgen van beleid art. 25 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen11.3067.8748.66520.46320.75920.447Uitgaven24.37022.41523.19920.84320.75920.447Bekostiging14.45414.38514.38612.04512.04512.045Kennisinfrastructuur: Gender-en lhbti- gelijkheid14.45414.38514.38612.04512.04512.045Subsidies (regelingen)6.6664.8454.5444.5294.4454.445Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 253 202520262027202820292030Gender- en lhbti- gelijkheid2022–20276.6664.8454.5444.5294.4454.445Opdrachten3.2443.1792.2862.2862.2861.974Bijdrage aan medeoverheden661.9831.9831.9831.983Gemeentefonds gender- enlhbti- gelijkheid661.9831.9831.9831.983Ontvangsten000000 Tabel 50 Standen Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 91 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen– 4.615– 4.532– 4.5347.3597.9057.618Uitgaven– 4.615– 4.532– 4.5347.3597.9057.618Loonbijstelling– 4.615– 4.532– 4.534– 4.269– 3.723– 4.010waarvan programma000000waarvan apparaat– 4.615– 4.532– 4.534– 4.269– 3.723– 4.010Prijsbijstelling000000waarvan programma000000waarvan apparaat000000Onvoorzien00011.62811.62811.628Ontvangsten000000 Tabel 51 Standen Budgettaire gevolgen van beleid, niet-beleidsartikel 95 (Eerste Suppletoire Begroting) (bedragen x € 1.000)202520262027202820292030Verplichtingen470.887430.023439.900392.567387.756387.086Uitgaven470.887430.023439.900392.567387.756387.086Personele uitgaven391.484349.707363.723319.885316.111315.441Eigen Personeel368.868333.115347.096307.779304.203303.533Externe inhuur17.99711.98712.2077.8857.7397.739Overige personele uitgaven4.6194.6054.4204.2214.1694.169Materiële uitgaven79.40380.31676.17772.68271.64571.645ICT9.93211.6699.2048.8628.7748.774Bijdrage aan SSO’s23.64222.18722.70821.67521.40721.407Overig Materieel45.82946.46044.26542.14541.46441.464Begrotingsreserve schatkist-bankieren000000Ontvangsten539510482454442442 Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 36 725 VIII, nr. 254

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7f59cfe119d91661

14 okt 2026 · 3e17360d63f6c864

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.