Verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde agenda Formele Energieraad 15 december 2025 (Kamerstuk 21501-33-1168)
Brontekst
Versie bbcc69b3c060ac16 · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-33Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en EnergieNr. 1182 VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEGVastgesteld 11 december 2025 De vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft een aantalvragen en opmerkingen voorgelegd aan de Minister van Klimaat enGroene Groei over de geannoteerde agenda van de informele Energieraadvan 15 december 2025 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1168), het BNC-ficheChemie Actieplan (Kamerstuk 22 112, nr. 4160), het BNC-fiche Aanbe-veling voor het openen van onderhandelingen met het VK over eensanitaire en fytosanitaire ruimte en koppeling van emissiehandelssys-temen (Kamerstuk 22 112, nr. 4169), het verslag van de formeleEnergieraad van 4 en 5 september 2025 (Kamerstuk 21 501-33, nr. 1150) enhet verslag van de formele Energieraad van 20 oktober 2025 (Kamerstuk21 501-33, nr. 1166).De vragen en opmerkingen zijn op 3 december 2025 aan de Minister vanKlimaat en Groene Groei voorgelegd. Bij brief van 11 december 2025 zijnde vragen beantwoord.De fungerend voorzitter van de commissie,KrögerAdjunct-griffier van de commissie,Teske kst-21501-33-1182ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11821 Inhoudsopgaveblz.IVragen en opmerkingen vanuit de fracties2IIAntwoord / Reactie van de Minister10 I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties Vragen van de leden van de D66-fractieDe leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van degeannoteerde agenda voor de formele Energieraad van 15 december 2025in Brussel. Deze leden hebben enkele vragen over de inzet van hetkabinet.Meerjarig Financieel Kader (MFK)De leden van de D66-fractie constateren dat de Minister aangeeft dat degrote Europese uitdagingen vragen om herprioritering van middelen eneen kritische reflectie op de besteding van Europese publieke fondsen.Deze leden constateren in de beantwoording op het schriftelijk overleg inde Transportraad dat het kabinet de optie expliciet openlaat omvoorstellen te doen die de door de Europese Commissie voorgenomeninvesteringen van 51,5 miljard euro in infrastructuur verlagen. Deze ledenvragen aan de Minister waarom zij dat openlaat. Zeker met het oog op hetgrote probleem van netcongestie en de Nederlandse vraag aan deEuropese Commissie om daarbij financieel te ondersteunen.CEF en European Grids PackageDe leden van de D66-fractie constateren dat door inzet van Nederland inde onderhandelingen een verduidelijking is opgenomen dat projectenbinnen het Connecting Europe Facility (CEF) en het European GridsPackage een significante grensoverschrijdende impact moeten hebben, inlijn met de The Trans-European Networks for Energy-verordening (TEN-E).Deze leden waarderen dat deze inzet helpt om middelen gericht in tezetten voor projecten met Europese toegevoegde waarde, zoals intercon-necties en hybride offshore-infrastructuur.De leden van de D66-fractie verzoeken de Minister om in zowel het CEF alshet European Grids Package actief te pleiten voor concrete investeringenin interconnectoren en hybride interconnectoren, waaronder eengezamenlijk offshore-project op de Noordzee zoals voorgesteld door deTransmission System Operators (TSO’s), en daarbij te benadrukken datdergelijke investeringen de weerbaarheid van heel Europa vergroten.Tevens vragen deze leden welke (geplande) transport- en energieprojectenin Nederland potentieel gebruik kunnen maken van het vernieuwde CEFen welke omvang aan Europese middelen hierbij past; of er projecten metduidelijke Europese waarde zijn die mogelijk niet tot uitvoering komenzonder Europese cofinanciering; hoe de Minister ervoor kan zorgen dat degezamenlijke TSO’s daadwerkelijk concrete projectinvesteringen krijgen inhet nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK); en wat de Nederlandseinzet is in de verdere hervorming van de elektriciteitsmarkt en deenergie-unie.REPowerEU en importverbod Russisch gasDe leden van de D66-fractie constateren dat de Raad onderhandelt overeen stapsgewijs verbod op de invoer van gasvormig en vloeibaar aardgasuit, of indirect afkomstig uit, de Russische Federatie, en dat de Neder-Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11822 landse inzet erop gericht is de onderhandelingen spoedig af te ronden.Deze leden spreken hun waardering uit voor de inzet van de Minister enonderstrepen dat het van groot belang is dat Europa zo snel mogelijkvolledig onafhankelijk wordt van Russisch gas, zowel om geopolitiekeredenen als voor de strategische autonomie van de EU. Deze ledenverzoeken de Minister uiteen te zetten welke stappen Nederland neemtom het onderhandelingsproces te versnellen en welke aanvullendemaatregelen de Minister ondersteunt om de Europese energie-infrastructuur zodanig te versterken dat afbouw van Russische gasim-porten daadwerkelijk tijdig en veilig kan worden gerealiseerd.Vragen van de leden van de VVD-fractieDe leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de stukken diehoren bij het schriftelijk overleg van de Energieraad (formeel) d.d.15 december 2025 en zij hebben hierover verder geen vragen en/ofopmerkingen.Vragen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben met interesse kennisge-nomen van de geannoteerde agenda voor de Energieraad. Deze ledenhebben hierover nog enkele vragen.Connecting Europe Facility (CEF)De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Minister net alshen positief is dat er veel meer geld beschikbaar komt voor het CEF? Zijvragen of de Minister de mening deelt dat het CEF zich zou moeten blijvenfocussen op de energietransitie en interconnecties tussen lidstaten? Deeltde Minister de mening dat met name de energienetten veel meerfinanciering nodig hebben, wat ook helpt voor de weerbaarheid vanEuropa? Hoe zal de Minister voorkomen dat er nog meer gasprojectengefinancierd worden met het CEF?REPower EUDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de Minister detrialoogdeal van afgelopen nacht over REPowerEU beoordeelt? Welkebijkomende acties dient Nederland te nemen ten gevolge van deze deal?Grids PackageDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de Minister kijkt naareen grensoverschrijdende kostenverdeling? Vindt zij ook dat dit eenbindend kader moet krijgen? Zal de Minister hierom vragen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen of de Minister zal pleitenvoor Europese eisen rond «made-in-EU» voor elektriciteitsnetten enveiligheidseisen om buitenlandse mogendheden buiten het «grid» tehouden? Zet Nederland daar nu al op in?De leden van de fractie GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoeflexibiliteit van vraag en slimme oplossingen voor netten in dit Europeespakket zullen worden meegenomen? Gaat de Minister er bij de EuropeseUnie (EU) op aandringen daar iets rond te doen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoe ditpakket ook de elektrificatie zal stimuleren. Zet Nederland ook in op meermiddelen hiervoor, bijvoorbeeld via «Contracts for difference» (CfD’s) enTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11823 «Power purchase agreement» (PPA’s) of meer middelen om de industrie teverduurzamen?De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoe debescherming van waardevolle natuur als belang behouden wordt in deafweging van het versnellen van vergunningsprocedures? Is de Ministerhet eens dat snellere procedures niet mogen leiden tot natuurvernie-tiging?Actieplan Chemische IndustrieDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen hoe de Minister kijkt naarde verschillende dereguleringsomnibussen die de Europese Commissie algepresenteerd heeft en ook voor de chemische industrie zou kunnenpresenteren? Gaat de Minister pleiten voor het behoud van maatregelenter bescherming van het milieu en de gezondheid van burgers?Terugkoppeling BelémDe leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Minister hoe ze deEuropese partners zal meekrijgen in een ambitieuze agenda voor de vande top met Colombia? In welke mate zijn de Europese instellingen enandere lidstaten al betrokken in deze plannen? In welke mate betekent hetorganiseren van deze conferentie verdere stappen in het afbouwen vanfossiele subsidies in Europees verband? Hoe zal Nederland een voortrek-kersrol waarmaken?Vragen van de leden van de CDA-fractieDe leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van de onderlig-gende stukken voor het schriftelijk overleg de Energieraad van15 december en hebben daarover enkele vragen voor de Minister.De leden van de CDA-fractie lezen dat het kabinet het voorstel voor de CEFsteunt. Zij vragen de Minister aan te geven welke lopende of geplandeenergieprojecten in Nederland mogelijk in aanmerking kunnen komenvoor financiering uit het nieuwe CEF, en welk totaalbedrag aan Europesemiddelen door deze projecten potentieel zou kunnen worden benut. Dezeleden merken op dat er volgens de Minister nog wel discussies lopen overde mogelijkheid om nationale projecten te financieren via een bredereinterpretatie van het begrip «grensoverschrijdend». Zij vragen de Ministerwat de Nederlandse opstelling is in deze discussie en welke nationaleprojecten in welke lidstaten van een dergelijk bredere interpretatie gebruikzouden kunnen maken. Kan de Minister daarbij ook aangeven wat deargumenten voor en tegen een bredere interpretatie van het begrip«grensoverschrijdend» zijn?De leden van de CDA-fractie merken op dat het European Grids Packagenaar verwachting op 10 december wordt gepubliceerd. Nederland zalonder andere pleiten voor een Europese aanpak van de hoge nettarieven,Europese ondersteuning bij het aanpakken van netcongestie en eendoeltreffend mechanisme voor eerlijke verdeling van kosten en baten vannieuwe grensoverschrijdende infrastructuurprojecten. Deze leden vragende Minister op elk van deze punten aan te geven op welke wijze eenEuropese aanpak voor Nederland ondersteunend kan zijn. Kan de Ministertevens aangeven of zij hier ook concrete voorstellen voor zal doen en, zoja, welke dat zijn?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11824 De leden van de CDA-fractie zijn positief over het feit dat vraagcreatieexpliciet onderdeel is van het Europese Chemie Actieplan. Actievestimulering van de vraag naar duurzame producten met o.a. overheids-beleid is een belangrijke randvoorwaarde voor de Nederlandse industrieom de omslag naar duurzame productie te maken. Deze leden vragen deMinister of en hoe zij voornemens is om de noodzaak van vraagcreatie alsonderdeel van de Industrial Decarbonisation Accelerator Act ook actiefonder de aandacht brengen bij haar Europese collega-Ministers en welkeconcrete voorstellen zij op het gebied van vraagcreatie vanuit de EUverwacht.De vragen van de leden van de JA21-fractieDe leden van de JA21-fractie hebben kennisgenomen van de geanno-teerde agenda voor de formele Energieraad van 15 december 2025 inBrussel. Zij hebben diverse zorgen en vragen die zij graag delen envoorleggen aan de Minister.Gedeeltelijke algemene oriëntatie op het Connecting Europe Facility (CEF)De leden van de JA21-fractie vragen in hoeverre de Minister waarborgtdat bij de uitwerking van het CEF Nederland een netto-ontvanger wordt engeen netto-betaler.Deze leden verzoeken een ondubbelzinnig antwoord van de Minister dater primair altijd wordt gedacht aan het Nederlandse belang inzake handelen energievoorzieningen. Hoe gaat de Minister daarnaast waarborgen datEuropese regelgeving niet gaat bijten met nationale belangen? Is deMinister van mening dat een verdere integratie van de Europeseenergiemarkt eerder ten goede of ten slechte komt aan de Nederlandseenergieprijzen?De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe Nederland lidstatendie niet voldoen aan budgettaire afspraken, gaat aanspreken. Er zijnlidstaten met hoge schulden en grote, oplopende tekorten. Hoe wil deMinister dat de EU gaat herprioriteren en kritisch moet kijken naar debesteding van Europese publieke middelen?De leden van de JA21-fractie zijn van mening dat het kabinet in haar ficheop dit voorstel veel afschuift op Europese afspraken en de Europeseenergiemarkt om de energiekosten te verlagen, terwijl Nederland zelfkunstmatig de energieprijzen hoog maakt. Hoe gaat de Ministerwaarborgen dat de energieprijzen in Nederland verlaagd worden? Hoegaat de Minister ervoor zorgen dat energieprijzen vergelijkbaar, maar hetliefst lager zijn, dan omringende Europese landen, zodat de Nederlandseindustrie (en consumenten) een gelijk speelveld hebben ten opzichte vanbuurlanden?REPowerEU-verordeningDe leden van de JA21-fractie vinden dat de Minister terecht aangeeft datde import van Russisch gas zo snel mogelijk moet stoppen. Tegelijkertijdheeft Nederland afgelopen jaar veel meer Russisch gas geïmporteerd tenopzichte van het jaar ervoor. Wat is de inschatting wat de afbouw vanRussisch gas doet met de Nederlandse energieprijzen? Kan de Ministeraangeven waar Nederland op Europees niveau staat inzake het afsluitenvan gasleveranties ten opzichte van andere Europese landen? Wat is depositie van Nederland ten aanzien van het feit dat de Europese Commissiebekijkt of er een tijdelijke ontheffing voor sommige lidstaten geboden kanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11825 worden op de import van Russisch gas en de import en tijdelijke opslagvan olie en petroleumproducten?Kan de Minister aangeven in hoeverre lidstaten in het recente verledenkenbaar hebben gemaakt dat zij interesse hebben in gas uit het Groningergasveld? Vindt de Minister het acceptabeler dat Nederland tot 2027, enmogelijk andere lidstaten met een ontheffing, gas importeren uit Rusland,dan Europees gas op een veilige manier (tijdelijk) te benutten?European Grids PackageDe leden van de JA21-fractie vragen of de Minister kan aangeven ofNederland in relatie tot het European Grids Package een netto-ontvangerof nettobetaler wordt. Hoe gaat de Minister waarborgen dat Nederland ingeen enkel geval netto-betaler wordt? Hoe gaat de Minister daarnaastwaarborgen dat Europese regelgeving niet gaat bijten met nationalebelangen? Is de Minister bereid, in het kader van het creëren van eengelijk speelveld, om bij de Energieraad aan te kondigen dat het drastischeverlagingen van energiebelastingen overweegt? Zo nee, waarom niet?Zij vragen of de Minister kan aangeven of, en zo ja in hoeverre, Europeseafspraken inzake het versterken van het energienet kan botsen metnationale afspraken en belangen?De leden van de JA21-fractie constateren dat de versnelling inzakekernenergie nog altijd stroperig verloopt en dat over de opschaling vankernenergie nauwelijks wordt gesproken. Kan de Minister informeren bijlanden, zoals Frankrijk, waarom het in dergelijke landen wél mogelijk isom uitbouw van kernenergie vlot te trekken?De leden van de JA21-fractie vragen of de Minister in Europees verbandeen discussie wil starten over de bindende klimaatdoelstellingen dieonhaalbaar zijn voor Nederland, zoals het Centraal Planbureau (CPB)onder andere concludeerde.Vragen van de leden van de BBB-fractieDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de stukken voorde Energieraad van 15 december aanstaande. Deze leden staan voor eennuchter, realistisch en uitvoerbaar energiebeleid. Bij Europese besluit-vorming moeten leveringszekerheid, betaalbaarheid en nationaleautonomie centraal staan. Europese samenwerking is belangrijk, maarmag niet ten koste gaan van de belangen van Nederlandse burgers enbedrijven.Gasbevoorrading en Gas Security of Supply RegulationDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het non-paperover de herziening van de Gas Security of Supply Regulation. Zijonderschrijven het belang van slimme gasbesparing, paraatheid voorlangdurige aanbodschokken en realistische opslagdoelstellingen. Hoewordt de rol van marktpartijen versterkt bij het realiseren van gasopslag,en welke prikkels zijn hiervoor nodig? Hoe kijkt de Minister naar deverhouding tussen Europese opslagdoelstellingen en nationale situatiesen marktontwikkelingen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11826 Chemie ActieplanDe leden van de BBB-fractie vinden de chemische industrie van groot(strategisch) belang voor Nederland en Europa. Zij steunen het strevennaar verduurzaming en innovatie, maar waarschuwen voor extraregeldruk en onrealistische verplichtingen die de concurrentiekracht vande sector ondermijnen. Het Chemie Actieplan moet daadwerkelijk leidentot minder bureaucratie, meer innovatie en een gelijk speelveld voor hetmidden- en kleinbedrijf (mkb). Zij vragen hoe wordt geborgd dat hetactieplan daadwerkelijk leidt tot minder regeldruk en meer innovatie, inplaats van extra bureaucratie?Aanbeveling opening onderhandelingen met Verenigd KoninkrijkDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de aanbevelingvoor het openen van onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk (VK)over een gezamenlijk sanitair en fytosanitair gebied en koppeling vanemissiehandelssystemen. Deze leden onderschrijven het grote belang vaneen goede (handels)relatie tussen de EU en het VK. Maar overeenkomsttussen de EU en het VK mogen niet leiden tot oneerlijke concurrentie ofextra regeldruk voor Nederlandse bedrijven. Kan de Minister toelichtenhoe de belangen van de Nederlandse landbouw, visserij en industrieworden geborgd bij deze onderhandelingen? Welke waarborgen zijn erdat een eventuele koppeling van emissiehandelssystemen niet leidt totextra kosten of administratieve lasten voor het Nederlandse bedrijfsleven?Energie-infrastructuurDe leden van de BBB-fractie hebben het verslag van de informeleEnergieraad van 4 en 5 september 2025 gelezen. Zij steunen het belangvan investeringen in energie-infrastructuur, maar vragen aandacht voorde uitvoerbaarheid en betaalbaarheid. Deze leden pleiten voor een aanpakwaarbij innovatie wordt gestimuleerd, maar waarbij de regeldruk beperktblijft en de betaalbaarheid voorop staat. Kan de Minister reflecteren op deBBB-inzet dat digitalisering en AI in de energiesector vooral moetenbijdragen aan efficiëntie en betaalbaarheid, en niet tot extra kosten ofbureaucratie mogen leiden?RePowerEU en uitfasering Russisch gasDe leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande Energieraad (formeel) van 20 oktober 2025. Deze leden onderschrijvenhet belang van het afbouwen van het gebruik Russisch gas, zeker geziende geopolitieke ontwikkelingen van de afgelopen jaren. Bij de uitfaseringhiervan vinden deze leden het belangrijk dat er rekening gehouden wordtmet de leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie. De overstapnaar LNG maakt Europa kwetsbaarder voor mondiale prijsschommelingenen geopolitieke spanningen elders in de wereld. Het is volgens deze ledenessentieel dat de energietransitie niet leidt tot hogere lasten voorhuishoudens en het mkb, en dat de industrie concurrerend kan blijvenopereren. Kan de Minister aangeven welke concrete maatregelenNederland neemt om leveringszekerheid en betaalbaarheid tewaarborgen, nu de afhankelijkheid van LNG uit de wereldmarkt toeneemt?Hoe wordt de balans bewaakt tussen Europese solidariteit en nationalebelangen, zeker als het gaat om de invulling van nationale diversificatie-plannen?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11827 Korte-termijnherziening van het EU-ETSDe leden van de BBB-fractie bepleiten in verband met de Milieu Omnibuseen korte-termijnevaluatie in de EU Emissions Trading System-richtlijn(EU ETS) op te nemen. Reden zijn de economische omstandighedenwaarvoor met name de energie intensieve mkb-maakindustrie zich gesteldziet. Daardoor hebben kleinere ETS-deelnemers, dringend behoefte aanzowel vereenvoudiging van het ETS-systeem als het voorkomen of sterkbeperken van een verdere stijging van lasten. Dat past ook bij deconclusies van de Europese Raad van 23 oktober jl. waarin het stelt datbijzondere aandacht moet worden besteed aan energie-intensieveindustrieën, zoals staal en metaal, chemicaliën, cement, glas en keramieken pulp en papier, zodat zij veerkrachtig en concurrerend blijven in eenmondiale markt en een uitdagende geopolitieke omgeving».De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister bereid is te bevorderendat in de Milieu Omnibus een korte-termijnherziening van het EU-ETSwordt opgenomen, met het doel een vereenvoudiging voor kleineemitters door de drempel te verhogen (van 25.000 naar 50.000 ton CO2per jaar). Deze aanpassing, voorzien in artikel 27 van de EU-ETS-richtlijn,zou de administratieve lasten voor het mkb aanzienlijk verminderenzonder de verduurzamingsdoelstellingen te beïnvloedenDe leden van de BBB-fractie vragen of de Minister bereid is te bevorderendat in de Milieu Omnibus een korte-termijnherziening van het EU-ETSwordt opgenomen met het doel een EU ETS-crisismechanisme voortijdelijke hulp aan sectoren die aantoonbaar door de energiecrisis wordengetroffen. Dit mechanisme moet voorzien in tijdelijke opschorting van deinleveringsverplichting voor EU-emissierechten of in de tijdelijkeopschorting van het kortingspercentage van de vrije toewijzing vanemissierechten voor sectoren die worden blootgesteld aan CarbonLeakage.Vragen van de leden van de SGP-fractieDe leden van de SGP-fractie hebben met belangstelling kennisgenomenvan de geannoteerde agenda. Zij hebben enkele vragen naar aanleidingvan de geannoteerde agenda.CEFDe leden van de SGP-fractie hebben een vraag over de CEF. Zij zien hetbelang van investeringen in grensoverschrijdende energieverbindingen.Zij horen graag welke (geplande) transport- en energieprojecten inNederland mogelijk gebruik zouden kunnen maken van het nieuwe CEF enhoeveel Europese financiële middelen deze projecten samen potentieelzouden kunnen gebruiken.REPowerEU-verordeningDe leden van de SGP-fractie hebben een vraag in het kader van deREPowerEU-verordening. CE Delft heeft in een recente analyse gewezenop de mogelijkheid van het creëren van een strategische kussengasre-serve ten behoeve van extra flexibiliteit in een krappe gasmarkt. Dezeleden horen graag hoe de Minister deze optie waardeert.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11828 European Grid PackageDe leden van de SGP-fractie waarderen de inzet van Nederland opversnelling van vergunningsprocedures voor infrastructuurprojecten. Veelinfrastructuurprojecten lopen tegen de stikstofproblematiek aan, terwijldeze projecten juist bijdragen aan de verduurzaming van de energievoor-ziening en zo aan reductie van de stikstofuitstoot. Deze leden hebbenenkele vragen. In hoeverre heeft de Minister steun gezocht bij anderelidstaten voor haar inzet voor een «vrijstelling» voor tijdelijke depositiebij-dragen van (duurzame) energieprojecten? Verwacht de Minister dat deEuropese Commissie dit voorstel opneemt in het EU Grid Package? Indiendit niet het geval is, ziet de Minister dan mogelijkheden om via (eenaanvulling op) Europese richtsnoeren inzake artikel 6 van de Habitat-richtlijn wat meer ruimte te krijgen voor genoemde tijdelijke depositiebij-dragen ten gunste van depositiereductie in het algemeen? Dit ligt immershelemaal in de geest van de Habitatrichtlijn zelf en ook de Richtlijnhernieuwbare energie (REDIII).De leden van de SGP-fractie lezen dat de Minister wil inzetten op eenEuropese aanpak van hoge nettarieven. Deze leden horen graag wat deMinister daarbij voor ogen heeft. Deelt de Minister daarnaast de meningvan deze leden dat naast eventuele Europese inzet ook op korte termijningezet moet worden op verlaging van de netkosten voor met name deeigen industrie?Vragen van de leden van de PvdD-fractieDe leden van de PvdD-fractie hebben kennisgenomen van het verslag vande formele Energieraad van 20 oktober 2025 in Luxemburg, waarinovereenstemming is bereikt over een algemene oriëntatie van deREPowerEU-verordening voor een volledige en permanente uitfaseringvan Russische energiebronnen uit de EU, inclusief nationale diversificatie-plannen vóór 1 maart 2026. De Minister heeft aangegeven geen aardgasmeer uit Rusland te importeren. Zij vragen de Minister te reflecteren opwelke andere energiegerelateerde grondstoffen uit Rusland, zoalsuranium, verrijkt uranium of andere materiaal voor de nucleaire sector,nog onderwerp van import kunnen zijn of worden, zeker in het kader vande oprichting van de Nucleaire Energie Organisatie. Waar is het kabinetvoornemens de grondstoffen voor de Nederlandse kernreactoren vandaante halen?De leden van de PvdD-fractie merken op dat recente Intergovernmentalscience-policy Platform on Biodiversity and Ecosystem Services- (IPBES)en Intergovernmental Panel on Climate Change-rapporten (IPCC) duidelijkmaken dat klimaatcrisis en biodiversiteitscrisis samen moeten wordenaangepakt. Zij vragen de Minister of zij in de Energieraad wil pleiten vooreen beleidslijn waarbij maatregelen om klimaatverandering tegen te gaanniet ten koste gaan van biodiversiteit. Daarbij willen wij ook het belangvan energiebesparing en weloverwogen inzet van energie sterk onder-strepen.De leden van de PvdD-fractie benadrukken tot slot dat deze samenhan-gende aanpak cruciaal is om een duurzame en rechtvaardige transitie terealiseren die zowel de klimaatdoelen als de bescherming van onzeleefomgeving veiligstelt.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 11829 II Antwoord / Reactie van de Minister Vragen van de leden van de D66-fractie1Ten aanzien van Connecting Europe Facility (CEF): waarom laat hetkabinet de optie open om voorstellen te doen die de CEF-investeringenvan 51,5 miljard euro kunnen verlagen, gezien het probleem vannetcongestie en de Nederlandse vraag om Europese financiële onder-steuning hierbij?AntwoordDe CEF is volgens het kabinet nodig om grensoverschrijdende projectenop het gebied van transport (inclusief militaire mobiliteit) en energie testimuleren. Het kabinet zet dan ook in op een sterk CEF dat bijdraagt aanhet versterken van het concurrentievermogen, de weerbaarheid enveiligheid van de EU en het behalen van de klimaatdoelen. Op het gebiedvan energie is CEF bedoeld voor de financiering van onder andereinterconnectoren, de integratie van opslagcapaciteiten en de digitaliseringvan netwerken, zodat de interne energiemarkt verder wordt versterkt ende energiezekerheid wordt vergoot.1 Ter verduidelijking: voor hettegengaan van netcongestie investeren netbeheerders fors in hetNederlandse elektriciteitsnet, dus zonder grensoverschrijdend karakter.Die investeringen komen in het algemeen niet voor het CEF inaanmerking.Het CEF is onderdeel van de gehele EU-begroting, waardoor de financiëleaspecten van CEF integraal onderdeel zijn van de bredere onderhande-lingen over het MFK 2028–2034. Daarin zet het kabinet in op een ambitieusgemoderniseerd en financieel houdbaar MFK.2Zou de Minister in zowel het CEF als het European Grids Package actiefwillen pleiten voor concrete investeringen in interconnectoren en hybrideinterconnectoren, waaronder een gezamenlijk offshore-project op deNoordzee zoals voorgesteld door de Transmission System Operators(TSO’s), en daarbij te benadrukken dat dergelijke investeringen deweerbaarheid van heel Europa vergroten?AntwoordJa, het kabinet deelt de inzet van de D66-fractie en zet zich in het kadervan het CEF en het Grids Package in om investeringen in (hybride)interconnectoren te bevorderen, o.a. door voldoende Europese middelenbeschikbaar te maken en de Europese wet- en regelgeving voor deontwikkeling van hybride interconnectoren te verbeteren. Het vergrotenvan de interconnectiecapaciteit is essentieel voor het realiseren van eenrobuust, toekomstbestendig en betaalbaar energiesysteem. Dezegrensoverschrijdende verbindingen versterken de leveringszekerheid enalgehele weerbaarheid van het Europese energiesysteem. De door deEuropese Commissie (hierna: de Commissie) voorgestelde verhoging vanhet CEF is erop gericht om hieraan bij te dragen.3Welke transport- en energieprojecten in Nederland komen potentieel inaanmerking voor het vernieuwde CEF. Welke omvang aan Europesemiddelen is hiervoor nodig en welke projecten hebben duidelijkeEuropese waarde maar lopen zonder cofinanciering risico? Hoe zorgt deMinister dat gezamenlijke TSO’s concrete investeringen krijgen in het1Zie ook Fiche 13: «MFK – Connecting Europe Facility», kamerstuk 22 112, nr. 4144.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118210 nieuwe MFK, en wat is de Nederlandse inzet bij de verdere hervormingvan de elektriciteitsmarkt en de energie-unie?AntwoordDe CEF-verordening financiert transport- en energieprojecten, diebijdragen aan de ontwikkeling van de TEN-T en TEN-E netwerken. Binnende door de Commissie voorgestelde scope van het CEF vallen transport-projecten met een grensoverschrijdend karakter, projecten die bijdragenaan slimme, duurzame en weerbare netwerken, en projecten om deaansluiting met derde landen te verbeteren. Op energiegebied zullenbelangrijke Europese grensoverschrijdende energieprojecten in het kadervan TEN-E in aanmerking komen voor CEF-financiering. Denk hierbij aaninterconnectoren, investeringen in slimme netwerken en opslag, zodat deinterne energiemarkt verder wordt versterkt en de energiezekerheid wordtvergoot.Omdat de uitkomst van de onderhandelingen over het CEF nog nietbekend is, kan niet worden gezegd welke specifieke transport- enenergieprojecten in Nederland potentieel gebruik kunnen maken van hettoekomstige CEF. Omdat de budgettaire aspecten van CEF onderdeel zijnvan de integrale besluitvorming over het nieuwe MFK kan het kabinet nietvooruitlopen op de omvang van de Europese middelen. Wel faciliteert enstimuleert het kabinet vanzelfsprekend Nederlandse bedrijven omaanvragen in te dienen voor Europese fondsen.Tot slot onderschrijft het kabinet het belang van de energie-unie metbetrekking tot het realiseren van de transitie naar een CO2-vrije, maar ookbetrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening in Europa. Hetverder versterken van Europese samenwerking op de interne energie-markt, een goed geïntegreerd Europees energiesysteem en voldoendegrensoverschrijdende interconnectie zijn belangrijk om deze transitie telaten slagen. Nederland zet zich in voor een verdere versterking van deEuropese samenwerking op de interne energiemarkt en voor een goedgeïntegreerd Europees energiesysteem, inclusief voldoende intercon-nectie om te zorgen voor (meer) leveringszekerheid en betaalbaarheid vanhet Nederlandse energiesysteem.4Welke stappen neemt Nederland om het REPowerEU-onderhandelingsproces te versnellen? Welke aanvullende maatregelenondersteunt de Minister om de Europese energie-infrastructuur teversterken zodat de afbouw van Russische gasimporten tijdig en veiligverloopt?AntwoordBij deze kan het kabinet de leden van de D66-fractie melden dat deonderhandelingen tussen het Deens voorzitterschap en een delegatie vanhet Europees Parlement, waarbij beiden werden ondersteund door deCommissie, in de nacht van 2 op 3 december hebben geleid tot eenakkoord. Het kabinet gaat ervan uit dat dit akkoord op korte termijnformeel wordt bekrachtigd door de betrokken instituties zodat deREPowerEU-verordening op 1 januari 2026 in werking kan treden.Versterking van de Europese energie-infrastructuur heeft in de afgelopenjaren grotendeels plaatsgevonden. Hierbij kan worden gedacht aanuitbreiding van bestaande en aanleg van nieuwe LNG-importterminals inonder meer Nederland, Duitsland, Polen, Kroatië, Italië en Griekenland.Daarnaast wordt door de Commissie in samenwerking met het secreta-riaat van de Energiegemeenschap2 specifiek aandacht besteed aan de2De Energiegemeenschap is een internationale organisatie die de EU en 9 aangrenzende(potentiële) kandidaat-lidstaten bijeenbrengt om een geïntegreerde regionale energiemarkt tecreëren op basis van een juridisch bindend kader.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118211 versterking van de transportinfrastructuur in Zuidoost-Europa. Dit gebeurtonder meer via de initiatieven SEEGAS (South-East European Gasinitiative) en CESEC (Central and South-Eastern Europe Energy Connec-tivity initiative). Daarbij zijn niet alleen EU-lidstaten betrokken, maar ooklanden als Moldavië en Oekraïne.Vragen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie5Is de Minister positief over de grotere CEF-middelen? Deelt zij de focus openergietransitie en grensoverschrijdende netten? Erkent zij dat extrafinanciering voor energienetten nodig is voor Europese weerbaarheid?Hoe voorkomt zij dat nieuwe gasprojecten via het CEF worden gefinan-cierd?AntwoordHet kabinet staat in principe positief tegenover de voorgesteldeCEF-verhoging. Tegelijk wil het kabinet niet vooruitlopen op de budget-taire besluitvorming. De financiële aspecten van het CEF zijn onderdeelvan de bredere MFK-onderhandelingen en het kabinet hecht eraan dathierover integraal wordt besloten, conform het eerder gedeelde BNC-ficheen de MFK-Kamerbrief.3Op het gebied van energie zet Nederland in op verdere realisatie vaninterconnecties tussen de lidstaten om betere integratie van de Europeseenergiemarkt te bewerkstelligen en om de energietransitie en verduur-zaming van Europese energievoorziening te bevorderen. Betere integratievan Europese energiemarkt draagt in belangrijke mate bij aan concurren-tievermogen van de Europese industrie, leveringszekerheid enweerbaarheid van de EU-energievoorziening. Zie ook de beantwoordingvan vraag 2.De energiecategorieën die in aanmerking komen voor CEF-financieringzijn vastgesteld in de TEN-E Verordening (EU 2022/869). Naast de focus opelektriciteitsinterconnectoren, offshore infrastructuur, waterstof enelectrolyse projecten, koolstoftransportinfrastructuur en projecten voorslimme elektriciteitsnetwerken, kunnen met CEF ook slimme gasnetwerken worden gefinancierd, waarin innovatieve technologieën zijngeïntegreerd om de efficiëntie van het net te verbeteren. Daarbij moet hetom een aandeel van hernieuwbare en koolstofarme gassen gaan in hetnetwerk zoals bepaald in de TEN-E verordening in de bijlage IV artikel 6.Er is dus op basis van de huidige TEN-E verordening geen sprake van definanciering van traditionele gasprojecten zoals het in het verleden hetgeval was.6Hoe beoordeelt de Minister de triloogdeal over REPowerEU? Welkebijkomende acties dient Nederland te nemen ten gevolge van deze deal?AntwoordHet kabinet oordeelt positief over het akkoord dat in de nacht van 2 op3 december jl. is bereikt. Het kabinet vertrouwt erop dat dit akkoord opkorte termijn formeel wordt bekrachtigd zodat de REPowerEU-verordening op 1 januari 2026 in werking kan treden. Vooruitlopenddaarop vindt er vanuit het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG)inmiddels overleg plaats met de Douane en de Autoriteit Consument &Markt (ACM) over de tenuitvoerlegging van de verordening opdat het nogresterende Russische LNG dat nu nog Nederland binnenkomt (momenteelca. 2 miljard m3 op jaarbasis) uiterlijk per de in verordening opgenomen3Zie «Kabinetsappreciatie MFK- en EMB voorstellen Europese Commissie», Kamerstuk21 501-20, nr. 2268.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118212 data wordt geweerd. Het is daarbij goed om te melden dat deze datacorresponderen met de data van het 19de sanctiepakket.7Ten aanzien van het Grids Package: hoe kijkt de Minister naar grensover-schrijdende kostenverdeling? Vindt zij ook dat dit een bindend kader moetkrijgen? Zal de Minister hierom vragen?AntwoordHet kabinet onderschrijft het belang van het maken van afspraken over degrensoverschrijdende verdeling van kosten en baten voor infrastructuurop zee. Kostendeling is een essentieel onderdeel van de verdereuitwerking van de gezamenlijke plannen in de Noordzee. Een rechtvaardigen goed georganiseerd kostendelingsmechanisme is nodig om investe-ringszekerheid te bieden, langdurige samenwerking te ondersteunen enonze gezamenlijke ambities te realiseren. Binnen de North Sea EnergyCooperation (NSEC) wordt hier in samenwerking met de Commissieinvulling aan gegeven. Het kabinet heeft zich ingezet en zal zich blijveninzetten om dit onderwerp verder te brengen. Daarbij blijft hetuitgangspunt dat nauwe samenwerking en wederkerigheid tussen debetrokken landen essentieel zijn om tot een werkbare en gedragenoplossing te komen.8Zal de Minister pleiten voor Europese eisen rond «made-in-EU» voorelektriciteitsnetten en veiligheidseisen om buitenlandse mogendhedenbuiten het «grid» te houden? Zet Nederland daar nu al op in?AntwoordHet kabinet acht de veiligheid en weerbaarheid van elektriciteitsnetten,waaronder het tegengaan van dreigingen van buitenlandse mogend-heden, van essentieel belang om de leveringszekerheid van energie tewaarborgen. In het realiseren van de energietransitie is het voor hetkabinet van belang om ook goed oog te houden voor de fysieke endigitale weerbaarheid van het energiesysteem middels risico gebaseerdemaatregelen. Onder coördinatie van het Ministerie van Justitie enVeiligheid (JenV) wordt gewerkt aan implementatie van de EuropeseNIS2-richtlijn in de Cyberbeveiligingswet (Cbw) en de EuropeseCER-richtlijn in de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Netbe-heerders zijn hierbij verplicht om rekening te houden met de specifiekekwetsbaarheden van hun rechtstreekse leveranciers en dienstverleners ende algemene kwaliteit van hun producten en de cyberveiligheid.In aanvulling op de Europese richtlijnen treedt per 1 januari de Energiewetin werking, waarbij artikel 3.18 voorziet in specifieke voorschriften voor debescherming van vitale processen (waaronder transmissie en distributievan elektriciteit). In dit artikel wordt een grondslag gecreëerd om deAanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied te kunnen gebruikenvoor het energiesysteem. Voor bepaalde gevoelige opdrachten is hetwenselijk dat netbeheerders gebruik kunnen maken van deze Aanbeste-dingswet. Dit biedt mogelijkheden voor scherpe randvoorwaarden aanpartijen die deelnemen aan aanbestedingen die door netbeheerdersworden uitgezet. Naast het wettelijk kader staat het Ministerie van Klimaaten Groene Groei in nauw contact met de netbeheerders en veiligheids-partners om elkaar te ondersteunen bij inkoop en aanbesteding.Volgens het kabinet biedt deze combinatie van product- en ketengerichteEuropese wetgeving aangevuld met nationale wetgeving en samen-werking rond de bescherming van vitale energieprocessen voldoendeadequate bescherming. Deze aanpak helpt om risico’s te beheersen en deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118213 weerbaarheid van het Europese energiesysteem te verhogen. Het kabinetzal in Europees verband eventuele verdere voorstellen ter verbetering vande veiligheid van elektriciteitsnetten zorgvuldig afwegen en deze steunenwaar ze meerwaarde hebben voor de veiligheid van onze elektriciteits-netten.9Hoe worden flexibiliteit van vraag en slimme oplossingen voor netten indit Europees pakket zullen meegenomen? Gaat de Minister er bij de EU opaandringen daar iets rond te doen?AntwoordHet kabinet zet zich op Europees niveau in voor het bevorderen vanflexibiliteit aan de vraagkant en slimme oplossingen voor netten,bijvoorbeeld via het standaardiseren en stimuleren van slimme apparaten.Nederland vraagt de Commissie ook om best practices van lidstaten ophet gebied van het beter benutten van het elektriciteitsnet in kaart tebrengen en de uitwisseling daarvan tussen lidstaten te bevorderen. Hetrecent gepubliceerde Grids Package4 benadrukt het belang van demodernisering en digitalisering van netten en het aanpakken vannetcongestie door bijvoorbeeld het stimuleren van flexibiliteit. De TweedeKamer zal over de kabinetspositie op de nieuwe beleidsvoorstellen uit hetGrids Package op de gebruikelijke wijze worden geïnformeerd via eenBNC-fiche.10Hoe zal dit pakket ook de elektrificatie stimuleren? Zet Nederland ook inop meer middelen hiervoor, bijvoorbeeld via «Contracts for difference»(CfD’s) en «Power Purchase Agreements» (PPA’s) of meer middelen om deindustrie te verduurzamen?AntwoordMet het Grids Package heeft de Commissie een omvangrijk pakket metverschillende wetgevende en niet-wetgevende voorstellen gepubliceerd.Deze voorstellen moeten helpen om netten sneller uit te rollen en beter tebenutten, onder andere door vergunningverlening te versnellen enlidstaten te helpen om netcongestie aan te pakken. Daarmee kan hetpakket helpen barrières voor elektrificatie weg te nemen.Uit de Europese Electricity Market Design (EMD)-verordening volgt datstimulering van hernieuwbare elektriciteitsprojecten, per medio 2027,uitsluitend gegeven mag worden middels tweezijdige contracts fordifference (tweerichtings-contracten). Dit instrument draagt bij aan detotstandkoming van voldoende aanbod van hernieuwbare stroom watbijdraagt aan lagere prijzen voor onder meer industriële gebruikers. Hetkabinet zorgt er bij de uitwerking voor dat het instrument goed samengaatmet PPA’s.De business case van wind op zee staat momenteel onder druk, mededoor de achterblijvende vraag naar elektriciteit.5 Hoewel de technischepotentie van elektrificatie van de Nederlandse industrie groot is, blijft deelektriciteitsvraag, voornamelijk door ongunstige randvoorwaarden,achter bij de groei van hernieuwbare elektriciteit. Om de juiste randvoor-waarden voor industriële elektrificatie te creëren en investeringen inelektrificatietechnologieën aantrekkelijker te maken, zijn in de Actieagenda4Zie link: Commission proposes upgrade of the EU’s energy infrastructure to lower bills andboost independence (10 december 2025).5Zie «Actieplan windenergie op zee», nummer 2025D39426. Link: Actieplan windenergie op zee |Rapport | Rijksoverheid.nl (16 september 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118214 Elektrificatie Industrie6 een aantal additionele beleidsacties geïdentifi-ceerd. Ook is recent gekeken welke grotere aanpassingen wenselijk zijnaan de SDE++ om deze toekomstbestendig te maken7. Daarnaast verkenthet kabinet de inzet van Contracts for Difference (CfD’s) voor afnemers vanelektriciteit.Tot slot wordt gekeken hoe EU-staatssteunkaders als het nieuwe CISAF(Clean Industry State Aid Framework) kunnen worden ingezet om deelektriciteitskosten te verlagen. Ook worden de beleidsopties uit hetInterdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) bekostiging elektriciteitsinfra-structuur verder uitgewerkt conform de kabinetsappreciatie. Tot slotworden nieuwe financieringsmodellen ontwikkeld in samenwerking metfinanciële instellingen en nationale fondsen; zoals vergroten toeganke-lijkheid van corporate PPA’s.11Hoe wordt de bescherming van waardevolle natuur als belang behoudenin de afweging van het versnellen van vergunningsprocedures? Is deMinister het eens dat snellere procedures niet mogen leiden tot natuurver-nietiging?AntwoordHet belang van natuur en milieu is evident. Europese regelgeving, zoalsde Vogel- en Habitatrichtlijn bepaalt dat in vergunningsproceduresuitvoerig onderzocht wordt wat de impact van een project is op de natuur.In de afweging van het versnellen van procedures kijkt het kabinet hoeonnodige regeldruk weggehaald kan worden, terwijl de waarborgen vande Vogel- en Habitatrichtlijn en andere richtlijnen overeind blijven. Juistbij de uitrol van hernieuwbare energieprojecten (opwek, opslag en infra)is een scherpe analyse nodig. Deze projecten hebben op langere termijneen positief effect op de natuur, omdat zij uiteindelijk leiden tot eenvermindering van de uitstoot van CO2 en stikstofemissies. Als voorbeeldvan deze inzet, pleit het kabinet ervoor om in Europese regelgeving teverduidelijken dat tijdelijke, beperkte stikstofemissies bij de aanleg vanhernieuwbare energieprojecten toegestaan zouden moeten worden. Dezeprojecten hebben een beperkte stikstofuitstoot en zorgen na aanleg voorgrote stikstofreducties, bijvoorbeeld in de industrie. Door de huidigeregelgeving kunnen deze projecten vertragen.12Hoe kijkt de Minister naar de verschillende dereguleringsomnibussen diede Commissie al gepresenteerd heeft en ook voor de chemische industriezou kunnen presenteren? Gaat de Minister pleiten voor het behoud vanmaatregelen ter bescherming van het milieu en de gezondheid vanburgers?AntwoordZoals aangegeven in het BNC-fiche m.b.t. de omnibus VI (aangaande dechemie) deelt het kabinet de wens om wet- en regelgeving te vereenvou-digen en administratieve lasten aan te pakken.8 Het kabinet zet daarbij inop zorgvuldige, haalbare en uitvoerbare (Europese) wetgeving en oprealistisch en begrijpelijk beleid. Daarbij wordt ingezet op een6Zie «Actieagenda Elektrificatie Industrie». Link: https://open.overheid.nl/documenten/68a7254c-e99b-436b-8d62-e8d1bc3c3044/file (september 2025).7Zie «Stimulering duurzame energieproductie; Resultaten traject Toekomst van de SDE++»,Kamerstuk 31 239, nr. 439.8Zie «Fiche 2: Verordening Omnibus VI - vereenvoudiging eisen en procedures chemischeproducten | Publicatie | Rijksoverheid.nl» (8 juli 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118215 evenwichtige benadering: het verminderen van regeldruk waar mogelijk,zonder concessies te doen aan de bescherming van de volksgezondheid,de consument en de veilige leefomgeving. In gevallen waar wijzigingen inhet voorstel leiden tot een onacceptabele verminderde bescherming vande volksgezondheid en een minder veilige leefomgeving pleit het kabinetvoor wijzigingen die de bescherming van de volksgezondheid en hetverminderen van de regeldruk voor de chemische industrie beter metelkaar verenigen.13Inzake COP30: hoe zal de Minister de Europese partners meekrijgen in eenambitieuze agenda voor de van de top met Colombia? In welke mate zijnde Europese instellingen en andere lidstaten al betrokken in dezeplannen? In welke mate betekent het organiseren van deze conferentieverdere stappen in het afbouwen van fossiele subsidies in Europeesverband? Hoe zal Nederland een voortrekkersrol waarmaken?AntwoordIk hecht er sterk aan om samen met mijn Colombiaanse collega deconferentie in april voor te zitten. Tijdens de COP was er een duidelijkeoproep van een grote groep landen om met elkaar door te praten over wathet betekent om de transitie weg van fossiele brandstoffen vorm te geven,maar het is niet gelukt om dat in de slottekst te krijgen. Het idee is omtijdens de conferentie met een groep gelijkstemde landen en anderebelanghebbenden – van zowel binnen als buiten Europa – in meer detailmet elkaar door te praten over het afbouwen van fossiele brandstoffen.Daarbij willen we op een constructieve manier over dit moeilijkevraagstuk doorpraten en de nadruk leggen op wat wél kan. Tijdens deconferentie zal ingegaan worden op verschillende deelthema’s, zoals hetafbouwen van fossiele subsidies, economische diversificatie, hetopschalen van hernieuwbare energie en sociale aspecten van de transitie.Met het oog op onze concurrentiepositie is het belangrijk om dit juist ininternationaal verband te doen en dus met landen gezamenlijk stappen tezetten. We zijn op dit moment nog in de beginfase van de organisatie vande conferentie. Zodra het programma is afgerond, zal de Kamer naderworden geïnformeerd.Vragen van de leden van de CDA-fractie14Welke lopende of geplande energieprojecten komen in Nederlandmogelijk in aanmerking voor financiering uit het nieuwe CEF, en welktotaalbedrag aan Europese middelen door deze projecten potentieel zoukunnen worden benut? Ten aanzien van de discussies over het begrip«grensoverschrijdend»: wat is de Nederlandse opstelling in deze discussieen welke nationale projecten in welke lidstaten van een dergelijk bredereinterpretatie gebruik zouden kunnen maken? Kan de Minister daarbij ookaangeven wat de argumenten voor en tegen een bredere interpretatiezijn?AntwoordZie voor het eerste deel van de vraag de beantwoording van vraag 3.Door CEF kunnen zowel grensoverschrijdende projecten op het gebiedvan transport als ook op het gebied van energie worden gestimuleerd.Wat betreft energie is ten aanzien van het begrip «grensoverschrijdend»binnen CEF meer aandacht opgenomen voor de versterking van binnen-landse energie-infrastructuur om grensoverschrijdende energieverbin-dingen optimaal te kunnen gebruiken. Deze projecten moeten wel eengrensoverschrijdende impact hebben. Dit is al mogelijk op basis van dehuidige TEN-E verordening, maar is nu ter verduidelijking ook in CEFTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118216 opgenomen. Dit betreft bijvoorbeeld projecten op het gebied vanenergieopslag of projecten die de netwerkcapaciteit vergroten om hettransport van elektriciteit tussen lidstaten te bevorderen.Op het gebied van transport heeft het kabinet zich binnen CEF ingezetvoor een brede interpretatie van het begrip «grensoverschrijdend» danvoorgesteld door de Commissie. Anders dan bij energie is dit namelijkniet geregeld in de voor transport relevante TEN-T-verordening. De nu inCEF opgenomen verruiming regelt dat projecten die geografisch gezienbinnen een lidstaat vallen, maar wel een systeemversterkende werkinghebben op het hele netwerk, ook binnen de scope van het CEF kunnenvallen. Het kabinet heeft geen zicht op nationale projecten in anderelidstaten die van deze interpretatie gebruik kunnen maken.Een verruiming van het begrip is positief voor Nederland, omdat het deconnectiviteit van Nederland verbetert. Grensoverschrijdende projecten inde visie van de Commissie betreffen slechts projecten binnen enkelekilometers rond een grensovergang. Investeringen in internationaalgoederen- en passagiersvervoer worden voornamelijk in gebieden gedaandie verder van de grens afliggen, welke significante toegevoegde waardehebben voor de Europese netwerken. Een tegenargument zou kunnen zijndat het netwerk in andere lidstaten «meer» aanspraak maakt opCEF-financiering door deze verruiming.15Uit de Geannoteerde Agenda blijkt dat Nederland in het kader van hetGrids Package voor diverse punten zal pleiten. Kan de Minister op elk vandeze punten aan te geven op welke wijze een Europese aanpak voorNederland ondersteunend kan zijn? Kan de Minister tevens aangeven ofzij hier ook concrete voorstellen voor zal doen en, zo ja, welke dat zijn?AntwoordIn veel Europese lidstaten zijn forse investeringen in elektriciteitsnettennodig waardoor de nettarieven stijgen. Nederland zet daarom in op eenEuropese aanpak van de hoge netwerktarieven, gericht op zowel eenbetere benutting van het net – waardoor kosten kunnen wordenverlaagd – als ook op het creëren van een gelijk speelveld voor deindustriële sector en de ontwikkeling van nieuwe technologieën zoalselektrolysers en batterijen. Daarnaast zet Nederland in op een doeltreffendEuropees mechanisme voor een rechtvaardige verdeling van kosten enbaten van de aanleg van nieuwe infrastructuurprojecten op zee diemeerdere lidstaten ten goede komen, zie antwoord op vraag 7.Ook netcongestie wordt in meerdere Europese lidstaten een steeds groterprobleem. Nederland vraagt de Commissie daarom om lidstaten teondersteunen bij het aanpakken van netcongestie en het verkorten vanwachtrijen voor netaansluitingen, onder meer door de bestaandemogelijkheden binnen het Europese kader te verduidelijken en uitwisse-lingen van best practices tussen lidstaten te bevorderen.Het kabinet bestudeert momenteel de voorstellen van de Commissie enzal op basis hiervan de concrete inzet bepalen. Over de kabinetspositie opde nieuwe beleidsvoorstellen uit het Grids Package zal de Tweede Kamerna de Energieraad op de gebruikelijke wijze worden geïnformeerd via eenBNC-fiche.16Hoe gaat de Minister de noodzaak van vraagcreatie onder de IndustrialDecarbonisation Accelerator Act bij Europese collega’s onder de aandachtbrengen en welke concrete EU-voorstellen verwacht zij hierover?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118217 AntwoordVraagcreatie is een belangrijk aspect van groene marktcreatie, aangezienhet lange termijn zekerheid geeft om te investeren in schone productie-processen. In de Kamerbrief «toekomstperspectief voor de industrie»9presenteerde het kabinet een visie hoe in EU-verband schone markt- envraagcreatie vorm moet krijgen. Voor het kabinet is marktcreatie een vande prioriteiten bij de uitwerking van de Clean Industrial Deal en, in hetverlengde daarvan, de Industrial Accelerator Act (IAA). In dat verbandheeft het kabinet, samen met enkele andere lidstaten, een non-paper aande Commissie en andere lidstaten aangeboden met concrete generiekemaatregelen voor vraagcreatie, maar ook specifieke maatregelen voorvraagcreatie in de staal- en chemiesector.10Het kabinet kan nog niets concreets zeggen over de maatregelen die in deIAA terug zullen komen en wil ook niet al op de publicatie vooruitlopen.Publicatie is voorzien op 10 december. Het kabinet hoopt in ieder gevaldat vraagcreatie een prominente rol krijgt en dat maatregelen uit hetnon-paper hun plek in de IAA hebben gekregen. De Tweede Kamer zalover de kabinetspositie op de nieuwe beleidsvoorstellen uit het IAA op degebruikelijke wijze worden geïnformeerd via een BNC-fiche.De vragen van de leden van de JA21-fractie17De leden van de JA21-fractie vragen in hoeverre de Minister waarborgtdat bij de uitwerking van het CEF Nederland een netto-ontvanger wordt engeen netto-betaler. Deze leden verzoeken een ondubbelzinnig antwoordvan de Minister dat er primair altijd wordt gedacht aan het Nederlandsebelang inzake handel en energievoorzieningen.AntwoordWat betreft de budgettaire inzet van het kabinet, zet Nederland in op eenfinancieel houdbaar MFK. Voor nadere toelichting wordt verwezen naar deMFK-Kamerbrief van september, waarin de budgettaire inzet is toege-licht.1118Hoe gaat de Minister waarborgen dat Europese regelgeving niet gaatbijten met nationale belangen? Is de Minister van mening dat een verdereintegratie van de Europese energiemarkt eerder ten goede of ten slechtekomt aan de Nederlandse energieprijzen?AntwoordHet kabinet ziet er in de Europese onderhandelingen actief op toe datnieuwe Europese regelgeving aansluit bij de Nederlandse belangen. Ditdoet het kabinet door vroegtijdig Nederlandse prioriteiten in te brengen,de mogelijke gevolgen voor nationale beleidsruimte zorgvuldig teanalyseren en nauw samen te werken met andere lidstaten die verge-lijkbare belangen hebben. Het kabinet is ervan overtuigd dat de verdereintegratie van de Europese energiemarkt bijdraagt aan het verlagen vande energieprijzen in Nederland en Europa.19De leden van de JA21-fractie vragen de Minister hoe Nederland lidstatendie niet voldoen aan budgettaire afspraken, gaat aanspreken. Er zijn9Zie «Toekomstperspectief Energie-intensieve Industrie», Kamerstuk 29 826, nr. 265.10Kamerstuk 21 501-30, nr. 681.11Zie «Kabinetsappreciatie MFK- en EMB voorstellen Europese Commissie» Link: Kamerbriefreactie op voorstellen Meerjarig Financieel Kader en eigenmiddelenbesluit | Kamerstuk |Rijksoverheid.nl (12 september 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118218 lidstaten met hoge schulden en grote, oplopende tekorten. Hoe wil deMinister dat de EU gaat herprioriteren en kritisch moet kijken naar debesteding van Europese publieke middelen?AntwoordDe Commissie beoordeelt halfjaarlijks de aanwezigheid van buitensporigetekorten in lidstaten in het kader van artikel 126, lid 3, van het Verdragbetreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Zij doet ditwanneer het begrotingstekort de referentiewaarde van 3% overschrijdt ofwanneer de schuld de referentiewaarde van 60% overschrijdt én onvol-doende snel daalt. In het herziene raamwerk betekent dit laatste concreetdat de Commissie een onderzoek start wanneer de lidstaat drempel-waarden overschrijdt voor de afwijking van het uitgavenpad dat de Raadaan de lidstaat heeft aanbevolen. Naar verwachting zal de Commissie inde Ecofinraad van december het onderzoek naar het bestaan vanbuitensporige tekorten toelichten. Vervolgens kan de Raad tijdens deEcofinraad van januari, op voorstel van de Commissie, besluiten dat ersprake is van een buitensporig tekort in een lidstaat of meerderelidstaten.12De Kamer ontvangt in de geannoteerde agenda voor de Ecofinraad vanjanuari een kabinetsappreciatie van het Commissievoorstel voor hetRaadsbesluit over het vaststellen van buitensporige tekorten van lidstaten.De toepassing van de begrotingsregels is daarmee een vorm vancoördinatie van het nationale begrotingsbeleid waarin de Commissie hetvoortouw neemt en de Raad besluit over aanbevelingen. Lidstaten blijvenzelf verantwoordelijk voor hun beleid. Ten algemene blijft Nederland inRaadsverband wel het belang benadrukken van houdbare overheidsfi-nanciën en het doorvoeren van structurele hervormingen.Ten aanzien van de besteding van Europese publieke middelen en de inzetvan het kabinet verwijs ik u naar de kabinetsinzet ten aanzien van hetMeerjarig Financieel Kader 2028–2034 van 12 september jl. Het kabinet zetin op het versterken van het Europees concurrentievermogen met eensterke interne markt en inzet op onderzoek en innovatie als fundament,een stevig migratie- en asielbeleid, en veiligheid en defensie.1320Hoe gaat de Minister waarborgen dat de energieprijzen in Nederlandverlaagd worden? Hoe gaat de Minister ervoor zorgen dat energieprijzenvergelijkbaar, maar het liefst lager zijn, dan omringende landen, zodat deNederlandse industrie (en consumenten) een gelijk speelveld hebben tenopzichte van buurlanden?AntwoordHet kabinet kijkt doorlopend hoe de prijzen voor consumenten enondernemers op de markt zich ontwikkelen. Waar nodig neemt dit kabinetgerichte maatregelen om de energierekening te verlagen. Hierbij hebbenmaatregelen gericht op structurele verlaging van de energieprijzen, doorverduurzaming, de voorkeur. Hierover wordt jaarlijks in de monitorenergiesysteem gerapporteerd.Het kabinet vindt het van belang dat Nederland een gelijk speelveldbehoudt ten opzichte van omliggende landen en onderzoekt waar nodighoe we huishoudens en ondernemers kunnen ondersteunen. In de12Volgens artikel 126(6) VWEU.13Idem.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118219 Kamerbrieven van 25 april 2025 en 16 september 202514 is de Kamer oververschillende maatregelen geïnformeerd die het kabinet op nationaalniveau neemt om de energierekening voor bedrijven en consumenten teverlagen.Zo is de indirecte kostencompensatie ETS (IKC-ETS) verlengd tot en met2028 en werkt het kabinet opties uit om de nettarieven te verlagen, gerichtop besluitvorming in de formatie. Hiermee kan de overheid bijdragen aanhet dempen van de tarieven door generieke subsidiëring van deinkomsten van netbeheerders, wat vervolgens over alle gebruikers wordtverdeeld, bijvoorbeeld door subsidiering van het net op zee. Ook wordende mogelijkheden verkend tot subsidiëring van de elektriciteitsprijs onderhet nieuwe CISAF-kader. Tot slot onderzoekt het kabinet de mogelijkhedenvoor Contracts for Difference voor afname.21Wat is de inschatting wat de afbouw van Russisch gas doet met deNederlandse energieprijzen?AntwoordVooralsnog is er geen effect te zien van de afbouw van Russisch gas op degasprijs. Sinds het 19de sanctiepakket, met daarin een verbod op deimport van Russisch LNG, eind oktober 2025 is aangenomen is de gasprijsop de toonaangevende gashandelsplaats Title Transfer Facility (TTF)gedaald van € 32,4 per MWh op 24 oktober 2025 naar € 28,2 per MWh op3 december 2025. Voor de komende maanden wordt een verdere dalingverwacht, zo staat de gasprijs voor zomer 2026 momenteel op € 26,8 perMWh en de prijs voor zomer 2027 staat op € 24,8 per MWh. Zie ook hetantwoord op vraag 23 over het toenemend aanbod van LNG.22Kan de Minister aangeven waar Nederland op Europees niveau staatinzake het afsluiten van gasleveranties ten opzichte van andere Europeselanden? Wat is de positie van Nederland ten aanzien van het feit dat deCommissie bekijkt of er een tijdelijke ontheffing voor sommige lidstatengeboden kan worden op de import van Russisch gas en de import entijdelijke opslag van olie en petroleumproducten?AntwoordDe hoeveelheid Russisch gas die nog naar Nederland komt is zeerbeperkt. Momenteel wordt op jaarbasis nog ca. 2 miljard m3 aan Russischgas in de vorm van LNG ontvangen. Dit op een totaal binnenlandsverbruik van meer dan 30 miljard m3 en een totale jaarlijkse gasdoorvoerdoor Nederland van meer dan 60 miljard m3.In totaal exporteerde Rusland in 2024 nog een kleine 52 miljard m3 aangas naar de EU, ca. 19% van de totale import van de Unie. In 2021 was ditnog 45%.De Nederlandse positie ten aanzien van het feit dat de Commissie bekijktof er een tijdelijke ontheffing voor sommige lidstaten geboden kanworden op de import van Russisch gas, was flexibel. Het kabinet achtte ditvoor Nederland niet nodig, maar had begrip voor de positie van lidstatendie hier wel behoefte aan hadden. Het is overigens wel zo dat deCommissie deze tijdelijke ontheffing slechts onder zeer uitzonderlijkeomstandigheden mag verlenen. En in het recente akkoord dat het Deensvoorzitterschap met de delegatie van het Europees Parlement heeftgesloten is deze ontheffing (nog) strenger ingebed: maximaal voor eenperiode van vier weken en er mag dan alleen in korte termijncontracten14Zie «Uitvoering Pakket voor Groene Groei», Kamerstuk 33 043, nr. 119. Link: Kamerbrief overuitvoering Pakket voor Groene Groei | Kamerstuk | Rijksoverheid.nl (16 september 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118220 voor Russisch gas worden gehandeld. Dit akkoord moet overigens nogwel formeel wordt bekrachtigd door de betrokken instituties. Het kabinetgaat ervan uit dat dit op zeer korte termijn gebeurt.Verder geldt dat de verwijzingen naar de tijdelijke opslag van olie enpetroleumproducten niet zijn opgenomen in het akkoord dat tussen hetDeense voorzitterschap en de delegatie van het Europees Parlement isgesloten. Dit omdat de Commissie heeft aangekondigd met een eigen-standig wetgevend voorstel te komen voor het beëindigen van de importvan Russische olie per eind 2027.23Kan de Minister aangeven in hoeverre lidstaten in het recente verledenkenbaar hebben gemaakt dat zij interesse hebben in gas uit het Groningergasveld? Vindt de Minister het acceptabeler dat Nederland tot 2027, enmogelijk andere lidstaten met een ontheffing, gas importeren uit Rusland,dan Europees gas op een veilige manier (tijdelijk) te benutten?AntwoordEr is geen enkele lidstaat geweest die in de afgelopen jaren kenbaar heeftgemaakt geïnteresseerd te zijn in gas uit het Groningenveld. En zoals inhet antwoord op vraag 22 aangegeven is de mogelijkheid voor hetverlenen van een ontheffing aan strikte voorwaarden verbonden en wordtdat mogelijk ook beperkt in de tijd. Verder is het de verwachting dat hetwegvallen van het Russische gas in afdoende mate wordt opgevangendoor het additionele LNG dat op de markt komt. Het InternationaalEnergie Agentschap (IEA) verwacht dat het mondiale aanbod van LNGtoeneemt van 650 miljard m3 in 2024 tot 950 miljard m3 in 2030. Dit vooraldoor groei in de Verenigde Staten, Canada en Qatar.1524Kan de Minister aangeven of Nederland in relatie tot het Grids Packageeen netto-ontvanger of nettobetaler wordt? Hoe gaat de Ministerwaarborgen dat Nederland in geen enkel geval netto-betaler wordt? Hoegaat de Minister daarnaast waarborgen dat Europese regelgeving nietgaat bijten met nationale belangen?AntwoordHet Grids package bevat geen voorstellen die onder het nieuw MeerjarigFinancieel Kader (MFK) vallen. Er zijn geen financiële middelen teverdelen onder het Grids Packages en dus is geen enkel land eennetto-betaler of netto-ontvanger.Het pakket bevat bijvoorbeeld wel voorstellen die zien op de rechtvaardigeverdeling van kosten en baten bij de aanleg van nieuwe infrastructuurpro-jecten op zee die meerdere lidstaten ten goede komen. Het kabinet zet inop een verdeling van de kosten tussen landen die een afspiegeling is vande baten die ermee samenhangen, zie ook antwoord op vraag 7.Zie voor de laatste vraag de beantwoording op vraag 18.25Is de Minister bereid, in het kader van het creëren van een gelijkspeelveld, om bij de Energieraad aan te kondigen dat het drastischeverlagingen van energiebelastingen overweegt? Zo nee, waarom niet?15Zie IEA-rapport «Gas 2025 Analysis and forecast to 2030», 27 oktober 2025 https://www.iea.org/reports/gas-2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118221 AntwoordDe energieprijzen blijven een onderwerp waar het kabinet nadrukkelijkaandacht aan besteedt. Op dit moment zijn de energieprijzen op eenstabiel en relatief laag niveau. Het kabinet volgt voortdurend de ontwikke-lingen op de energiemarkt en neemt waar nodig gerichte maatregelen omde energierekening te verlagen. Daarbij ligt de focus op oplossingen diede energiekosten structureel omlaag brengen, met name door verdereverduurzaming. Over deze ontwikkelingen wordt jaarlijks gerapporteerd inde Monitor Energiesysteem. Het kabinet vindt het daarnaast van grootbelang dat Nederland een gelijk speelveld behoudt voor de internationaalconcurrerende energie-intensieve industrieën ten opzichte van anderelanden. In de Kamerbrieven van 25 april 2025 en 16 september 2025 is deKamer geïnformeerd over verschillende maatregelen die op nationaalniveau worden genomen om de energielasten te verlagen.Tijdens de Energieraad zal het kabinet zich niet richten op voorstellen vooreen aanpassing van de energiebelasting.Voor wat betreft het gelijke speelveld merkt het kabinet het volgende op.De energiebelasting heeft een degressieve tariefsystematiek: naarmatehet energieverbruik toeneemt, neemt het belastingtarief af. Hiervoor isgekozen om een zo groot mogelijk energiebesparingseffect te bewerkstel-ligen en tegelijkertijd rekening te houden met de internationale concurren-tiepositie van Nederlandse bedrijven en het risico op weglek vanbedrijvigheid en CO2-uitstoot te beperken.26Kan de Minister aangeven of, en zo ja in hoeverre, Europese afsprakeninzake het versterken van het energienet kan botsen met nationaleafspraken en belangen?AntwoordDe uitbreiding en versterking van de elektriciteitsnetten in Nederland enEuropa is noodzakelijk om de energievraag van industrie, woningen enmobiliteit te voorzien en om de onafhankelijkheid van de import vanfossiele brandstoffen te verminderen en is daarom in Nederlands belang.Bij de concrete uitwerking van voorstellen zal het kabinet er actief optoezien dat nieuwe Europese regelgeving aansluit bij de Nederlandsebelangen.27De leden van de JA21-fractie constateren dat de versnelling inzakekernenergie nog altijd stroperig verloopt en dat over de opschaling vankernenergie nauwelijks wordt gesproken. Kan de Minister informeren bijlanden, zoals Frankrijk, waarom het in dergelijke landen wél mogelijk isom uitbouw van kernenergie vlot te trekken?AntwoordDe regering deelt de wens om de uitrol van kernenergie te versnellen opeen zorgvuldige manier, met blijvende aandacht voor veiligheid, milieu,financiële risico’s en publieke betrokkenheid. Ervaringen en lessen uitandere landen kunnen van grote waarde zijn. Het kabinet volgt deinternationale ontwikkelen in andere Europese landen op de voet enneemt deel in veel gremia gericht op de ontwikkeling van kernenergie,waaronder de Nucleaire Alliantie en de SMR industriële alliantie, om actiefknelpunten en ervaringen rondom de ontwikkeling van kernenergie tedelen. Daarnaast heeft het kabinet ook enkele bilaterale samenwerkings-verbanden (Memoranda of Understanding) afgesloten met landen alsFrankrijk.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118222 Het is belangrijk om te benadrukken dat landen als Frankrijk te makenhebben met gelijksoortige uitdagingen als Nederland, maar ook eenandere nationale context en energiesysteem kennen, waardoor oplos-singen in het ene land niet direct toepasbaar zijn in Nederland.Het kabinet zal in nauw contact blijven met andere landen, om daar waarmogelijk samen op te trekken en best practices uit te wisselen.28De leden van de JA21-fractie vragen of de Minister in Europees verbandeen discussie wil starten over de bindende klimaatdoelstellingen dieonhaalbaar zijn voor Nederland, zoals het Centraal Planbureau (CPB)onder andere concludeerde.AntwoordVoor het kabinet staat de uitvoerbaarheid van Europese klimaatdoelstel-lingen centraal. Het kabinet blijft dan ook inzetten op concrete, tijdige enstevige uitvoeringsmaatregelen in de EU die bedrijven en burgers in staatstelt de transitie mee te maken en mede vorm te geven.De Europese klimaatdoelen zijn in beginsel enkel bindend op EU-niveau,waarbij de bijdragen van de lidstaten uiteen kunnen lopen. Volgens derecente beoordeling van de Commissie komt de EU, bij volledigeuitvoering van bestaande en geplande nationale maatregelen enEU-beleid, uit op circa 54% netto emissiereductie in 2030 ten opzichte van1990. Daarmee ligt de EU grotendeels op koers om het klimaatdoel vanminstens 55% reductie in 2030 te behalen.16Het Effort Sharing doel voor 2030 voor mobiliteit, landbouw, kleineindustrie en gebouwde omgeving is wel bindend voor lidstaten. Volgensde laatste raming van PBL zal Nederland aan dat doel voldoen. Hetkabinet blijft conform de motie de Groot17 inzetten op het bijbehorendepakket van randvoorwaarden op Europees niveau.Vragen van de leden van de BBB-fractie29Hoe wordt de rol van marktpartijen versterkt bij het realiseren vangasopslag, en welke prikkels zijn hiervoor nodig? Hoe kijkt de Ministernaar de verhouding tussen Europese opslagdoelstellingen en nationalesituaties en marktontwikkelingen?AntwoordDe verantwoordelijkheid voor het vullen van de gasopslagen ligt primairbij marktpartijen, bijvoorbeeld bij de energiebedrijven die gas opslaan omte kunnen voldoen aan hun leveringsverplichtingen. Een belangrijkeprikkel is daarbij het verschil (de «spread») tussen de gasprijs in de winteren in de zomer. Omdat deze spread de laatste twee jaar op diversemomenten onvoldoende groot was om het ’s zomers opslaan van gasvoldoende rendabel te maken, heeft het kabinet maatregelen genomenom EBN in staat te stellen de gasopslagen te vullen indien marktpartijendaar onvoldoende in voorzien.Europees gezien beschikt Nederland over veel opslagcapaciteit: zo’n12,5% van de opslagcapaciteit van de Unie bevindt zich binnen Nederlanden de Nederlandse opslagcapaciteit is in staat om zo’n 45% van debinnenlandse vraag af te dekken (ter vergelijking: in Duitsland is dit 28%16COM(2025) 274 EU-wide assessment of the final updated national energy and climate plans.Delivering the Union’s 2030 energy and climate objectives.17Kamerstukken II 2024/25, 22 112, nr.4139.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118223 en in België 6%). Dit geeft tevens aan dat de Nederlandse opslagcapaciteiteen belangrijke rol in de Noord-West-Europese gasmarkt heeft.30Hoe wordt geborgd dat het Chemie Actieplan daadwerkelijk leidt totminder regeldruk en meer innovatie en een gelijk speelveld biedt voor hetmkb, in plaats van extra bureaucratie?AntwoordHet kabinet deelt de mening van de BBB-fractie dat de chemischeindustrie van groot (strategisch) belang is voor Nederland en Europa,zoals ook te lezen in het BNC-fiche m.b.t. het Actieplan.18 Een belangrijkepijler van het Actieplan is de oprichting van de zogeheten CriticalChemical Alliance (CCA), die op korte termijn officieel van start zal gaan.Hieraan nemen niet enkel lidstaten, maar ook brancheorganisaties enchemiebedrijven deel.De huidige problematiek van de Europese chemische industrie zal hier inbrede zin op zowel hoogambtelijk als technisch niveau worden besproken,met als doel strategische advisering aan de Commissie over mogelijke(aanpassingen aan) wetgeving die de concurrentiepositie van dechemische industrie ten goede komen. De directe betrokkenheid van deindustrie in dit traject, een aanpak die door het kabinet wordt onder-schreven, is een belangrijk aspect in concrete en effectieve mitigatie vande regeldruk.Additioneel aan de CCA zullen het komende jaar verschillende wetge-vende voorstellen in het kader van concurrentiekracht, innovatie enverduurzaming (ten dele) gericht zijn op de Europese chemiesector. Zokomt de Commissie in ieder geval met voorstellen voor een IndustrialAccelerator Act, een Advanced Materials Act, en een Circular EconomyAct. Deze voorstellen dragen tevens bij aan de ambitie van de Commissieom regeldruk voor ondernemers terug te brengen met 25% en voor hetMKB met 35%. In het bijzonder worden er komende maanden ookomnibusvoorstellen gepubliceerd op het gebied van industrie en milieudie bijdragen aan regeldrukvermindering in de chemische sector.31De leden van de BBB-fractie hebben kennisgenomen van de aanbevelingvoor het openen van onderhandelingen met het Verenigd Koninkrijk (VK)over een gezamenlijk sanitair en fytosanitair gebied en koppeling vanemissiehandelssystemen. Kan de Minister toelichten hoe de belangen vande Nederlandse landbouw, visserij en industrie hierbij worden geborgd?Welke waarborgen zijn er dat een eventuele koppeling van emissiehan-delssystemen niet leidt tot extra kosten of administratieve lasten voor hetbedrijfsleven?AntwoordDe aanbeveling voor het openen van de onderhandelingen met het VKover een sanitair en fytosanitair gebied en koppeling van emissiehandels-systemen is op 13 november aangenomen door de Raad. De Commissieen het VK zijn ondertussen deze onderhandelingen gestart. Een overeen-komst over een gezamenlijk sanitair en fytosanitair (SPS) gebied tussende EU en het VK is sterk in het belang van de Nederlandse economiegezien de sterke handelsrelatie tussen beide landen. Een overeenkomstvergemakkelijkt de handel in planten, dieren en daarvan afgeleideproducten die momenteel controles moeten ondergaan of waarvoor18Zie «Fiche 18: Chemie Actieplan». Link: Fiche 18: Chemie Actieplan | Publicatie | Rijksover-heid.nl (8 juli 2025).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118224 certificaten moeten worden afgegeven om de SPS-status aan de grens tewaarborgen.Zoals uiteengezet in het BNC-fiche dat uw Kamer hierover heeftontvangen19 is de koppeling van het EU- en VK-emissiehandelssysteemgericht op het creëren van een gelijk speelveld tussen de EU en het VK.Hiertoe zet de EU erop in dat de koppeling wordt ontworpen aanwaarborgen om te voorkomen dat het Nederlandse bedrijfsleven extrakosten of administratieve lasten krijgt en de effectiviteit van het ETSsysteem behouden blijft. Belangrijke punten zijn: een gelijk speelveldtussen EU- en VK-bedrijven, dynamische overname van EU-acquis doorhet VK, uniforme interpretatie en handhaving van de regels, en eenverdeling van operationele kosten. Bij wederzijdse erkenning vanemissierechten zal bovendien de koolstofcorrectie aan de grens (CBAM)bij handel tussen EU en VK niet van toepassing zijn. Effectieve realisatievan deze waarborgen hangt wel af van de concrete uitwerking van deovereenkomst.32Kan de Minister reflecteren op de BBB-inzet dat digitalisering en AI in deenergiesector vooral moeten bijdragen aan efficiëntie en betaalbaarheid,en niet tot extra kosten of bureaucratie mogen leiden?AntwoordDigitalisering en AI hebben veel potentieel, ze kunnen aanzienlijkbijdragen aan kostenbesparing, slimmere sturing en een betere benuttingvan het elektriciteitsnet. Tegelijk moeten we zorgen voor duidelijke enbetrouwbare randvoorwaarden, op het gebied van onder anderecyberweerbaarheid, privacy, transparantie en het voorkomen vanongewenste platformmacht. Omdat vergelijkbare vraagstukken ook inandere domeinen spelen, worden oplossingen en standaarden domeinoverstijgend toegepast of hergebruikt, zodat het wiel niet telkens opnieuwwordt uitgevonden en onnodige kosten of bureaucratie wordenvoorkomen.33Kan de Minister aangeven welke concrete maatregelen Nederland neemtom leveringszekerheid en betaalbaarheid te waarborgen, nu de afhanke-lijkheid van LNG uit de wereldmarkt toeneemt? Hoe wordt de balansbewaakt tussen Europese solidariteit en nationale belangen, zeker als hetgaat om de invulling van nationale diversificatieplannen?AntwoordZoals aangegeven in het antwoord op vraag 23 is het de verwachting dathet aanbod van LNG de komende jaren sterk zal toenemen. In Nederlandis daar al sprake van. De import van LNG tussen 2021 en 2024 is toege-nomen van 9,7 miljard m3 naar 19,3 miljard m3 20. Dat is gunstig voorzowel de leveringszekerheid als de betaalbaarheid. Zie wat dit betreft ookhet antwoord op vraag 21 over de ontwikkeling van de gasprijs.Het is dus de geïntegreerde, geliberaliseerde Europese gasmarkt waarbijgas vrijelijk over landsgrenzen stroomt die zorgt voor leveringszekerheiden betaalbaarheid. Het is ook om die reden dat het kabinet terughoudend19Zie «Fiche 1: Beoordeling Aanbeveling voor openen onderhandelingen met VK over sanitaireen fytosanitaire ruimte en koppeling van emissiehandelssystemen». Link: BeoordelingAanbeveling voor openen onderhandelingen met VK over sanitaire en fytosanitaire ruimte enkoppeling van emissiehandelssystemen | Publicatie | Rijksoverheid.nl (19 september 2025).20Bron: European Tracker, Institute for Energy Economics and Financial Analysis (zie:https://ieefa.org/european-lng-tracker#section3)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118225 is met het nemen van nationale maatregelen en daartoe slechts overgaatin specifieke situaties. De maatregelen die het kabinet heeft genomen omEBN in staat te stellen de gasopslagen te vullen indien marktpartijen daaronvoldoende in voorzien zijn daar een voorbeeld van.Wat betreft de nationale diversificatieplannen geldt dat die moeten zijngericht op het uitfaseren van Russisch gas. Zoals aangegeven in antwoordop vraag 22 speelt Russisch gas een zeer marginale rol in Nederland. Hetkabinet ziet daar geen tegenstelling tussen solidariteit en nationalebelangen.34De leden van de BBB-fractie bepleiten in verband met de Milieu Omnibuseen korte-termijnevaluatie in de EU Emissions Trading System-richtlijn(EU ETS) op te nemen.35De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister bereid is te bevorderendat in de Milieu Omnibus een korte-termijnherziening van het EU-ETSwordt opgenomen, met het doel een vereenvoudiging voor kleineemitters door de drempel te verhogen (van 25.000 naar 50.000 ton CO2per jaar). Deze aanpassing, voorzien in artikel 27 van de EU-ETS-richtlijn,zou de administratieve lasten voor het mkb aanzienlijk verminderenzonder de verduurzamingsdoelstellingen te beïnvloeden36De leden van de BBB-fractie vragen of de Minister bereid is te bevorderendat in de Milieu Omnibus een korte-termijnherziening van het EU-ETSwordt opgenomen met het doel een EU ETS-crisismechanisme voortijdelijke hulp aan sectoren die aantoonbaar door de energiecrisis wordengetroffen. Dit mechanisme moet voorzien in tijdelijke opschorting van deinleveringsverplichting voor EU-emissierechten of in de tijdelijkeopschorting van het kortingspercentage van de vrije toewijzing vanemissierechten voor sectoren die worden blootgesteld aan CarbonLeakage.Antwoord op vragen 34, 35 en 36In de tweede helft van 2026 is reeds een herziening en evaluatie van deETS-richtlijn voorzien. Deze herziening vindt daarmee al op korte termijnplaats waarbij integraal naar alle mogelijke aanpassingen wordt gekeken.Het herzieningsvoorstel van de Commissie zal gelijktijdig met een impactassessment en een evaluatie komen. Het aanpassen van het ETS vóór degeplande herziening kan de geloofwaardigheid en effectiviteit onder-mijnen, met gevolgen voor investeringszekerheid.In algemene zin is het kabinet voorstander van het verlagen van adminis-tratieve lasten als dit kan zonder dat de integriteit, effectiviteit enzekerheid voor het behalen van de klimaatdoelen wordt aangetast. Deoorzaak van de hogere energieprijzen komt hoofdzakelijk door anderefactoren dan het EU-ETS. Voor de concurrentiepositie van de energie-intensieve industrie is het van belang dat verduurzaming loont en daardraagt het EU-ETS sterk aan bij. In het EU-ETS is al rekening gehoudenom weglek van energie-intensieve en concurrentiegevoelige sectoren tevoorkomen door gratis toewijzing van rechten in het ETS en wordt dekoolstofgrensheffing (CBAM) vanaf volgend jaar geleidelijk ingevoerdvoor de sectoren waarop deze van toepassing is.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118226 Vragen van de leden van de SGP-fractie37Welke Nederlandse energie- en transportprojecten kunnen mogelijkgebruikmaken van het nieuwe CEF, en welke omvang aan Europesemiddelen zou daarbij kunnen worden benut?AntwoordZie hiervoor het antwoord op de vragen 3 en 14.38CE Delft heeft in een recente analyse gewezen op de mogelijkheid van hetcreëren van een strategische kussengasreserve ten behoeve van extraflexibiliteit in een krappe gasmarkt. Deze leden horen graag hoe deMinister deze optie waardeert.AntwoordDe afgelopen jaren zijn er veel ontwikkelingen geweest die het belang vangasvoorraden in het energiesysteem hebben onderstreept. Zo ook hetrapport dat CE Delft in opdracht van Energie Nederland heeft opgesteld.Mede ter uitvoering van de Motie Grinwis c.s. over het komen tot eenstrategisch gasbeleid21, werkt het kabinet aan een afwegingskader om dewenselijkheid van verschillende overheidsinterventies in de gasmarkt tebeoordelen. Het rapport van CE Delft en andere externe adviezen neemthet kabinet mee in dit traject. Het voornemen is om vóór de zomer van2026 de Tweede Kamer te informeren over de stand van zaken van dittraject.39Zal de Minister blijven inzetten op het opnemen van een regeling voortijdelijke, beperkte emissies in het Grids Package of andere toekomstigeEU-wetgeving?AntwoordDe inzet met betrekking tot tijdelijke, beperkte emissies is met meerderelidstaten gedeeld op zowel politiek als ambtelijk niveau. Het Grids Packageomvat meerdere bepalingen die vergunningverlening voor nationale engrensoverschrijdende projecten op het gebied van infrastructuur, opweken opslag moeten versnellen. In lijn met het Nederlandse non-paperwordt in het pakket bevestigd dat de uitrol van elektriciteitsinfrastructuurniet mag worden beperkt door tijdelijke stikstofemissies. Bij de aanleg vannetten hoeft volgens het voorstel geen stikstofruimte gezocht te worden.Hoe snel deze bepaling effect kan hebben, hangt af van de onderhande-lingen en de implementatie van het pakket in Nederland. Op grond vanhet voorstel dient de bepaling omtrent stikstof binnen twee jaar naaanname van de richtlijn geïmplementeerd te zijn.40Wat houdt de inzet op een Europese aanpak van hoge nettarieven in, envindt de Minister dat daarnaast ook snel nationale verlaging vannetkosten voor de industrie nodig is?AntwoordZie hiervoor het antwoord op de vragen 15 en 20.21Kamerstuk 29 023, nr. 574.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118227 Vragen van de leden van de PvdD-fractie41Wil de Minister reflecteren op welke andere energiegerelateerde grond-stoffen uit Rusland, zoals uranium, verrijkt uranium of andere materiaalvoor de nucleaire sector, nog onderwerp van import kunnen zijn ofworden, zeker in het kader van de oprichting van de Nucleaire EnergieOrganisatie?AntwoordNederland kent op dit moment geen directe afhankelijkheid van Ruslandten aanzien van de elektriciteitsproductie van kernenergie en isvoornemens dit door te zetten bij nieuwe kerncentrales. Voor de nieuwekerncentrales is Nederland dus voornemens om geen gerecycled uraniumuit Rusland te importeren.Nederland importeert op dit moment geen natuurlijk uranium uit Rusland.Er is voor de kerncentrale Borssele nog wel een indirecte afhankelijkheidvan Rusland bij het hergebruik van uranium en de daarmee gepaardgaande vermindering van radioactief afval en de inzet van natuurlijkegrondstoffen. Deze afhankelijkheid is niet zomaar te doorbreken, omdat deopslagfaciliteiten bij COVRA22 nu ingericht zijn op het proces vanhergebruik. Bovendien is er wereldwijd geen alternatief voor die speci-fieke stap in het proces die in Rusland wordt uitgevoerd. Het kabinet ismet verschillende partijen in gesprek over de consequenties van het niethergebruiken en een mogelijke alternatieve oplossing.42Waar is het kabinet voornemens de grondstoffen voor de Nederlandsekernreactoren vandaan te halen?AntwoordDe operator is in beginsel verantwoordelijk voor de aankoop van uraniumvoor de kerncentrale. Op dit moment is voor de nieuwe kerncentrales nogniet bekend waar dit uranium vandaan komt. Hierbij geldt wel dat er geenafhankelijkheid is van één land, maar dat er een ruim en divers aanbod is.Natuurlijk uranium is namelijk een veelvoorkomende grondstof en grotevoorraden bevinden zich onder andere in Australië, Canada enKazachstan.43Wil de Minister in de Energieraad pleiten voor een beleidslijn waarbijmaatregelen om klimaatverandering tegen te gaan niet ten koste gaan vanbiodiversiteit, inclusief het belang van energiebesparing?AntwoordHet kabinet onderschrijft het belang om klimaat- en biodiversiteitsbeleidin samenhang te bezien, zoals beschreven in het nationaal ontwerpKlimaatplan 2025–2035. Klimaatverandering heeft negatieve gevolgenvoor biodiversiteit en ecosystemen. Een snelle klimaattransitie zal dusdruk op biodiversiteit helpen verlichten. Omgekeerd draagt biodiversiteitbij aan ecosysteemdiensten die belangrijk zijn voor het klimaat, zoals hetvastleggen van koolstof. Behoud en het vergroten van natuurlijkekoolstofreservoirs zijn essentieel voor het tegengaan van klimaatveran-dering. Tegelijkertijd ziet het kabinet dat klimaatmaatregelen risico’s voorbiodiversiteit met zich kunnen meebrengen, bijvoorbeeld bij de aanlegvan energie-infrastructuur. Tempo in de energietransitie is echter cruciaalom de ergste schade van klimaatverandering te voorkomen, iets waarbiodiversiteit mondiaal veel mee gebaat is.22Centrale Organisatie voor Radioactief Afval.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118228 Het kabinet bepleit in Europees verband om de randvoorwaarden voor detransitie op orde te brengen en daar hoort bij dat oog moet zijn voorsamenhang met andere beleidsdoelen. De uitvoering kan soms echter ommoeilijke afwegingen vragen, waarbij een tijdelijke verslechtering van debiodiversiteit kan opwegen tegen een langetermijnverbetering voor hetklimaat en de energietransitie. Tot slot onderstreept het kabinet het belangvan energiebesparing.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-33, nr. 118229
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.