KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag van een commissiedebat, gehouden op 4 februari 2026, over de Informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van 19-20 februari 2026

16 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie f032c3aa176e4757 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202621 501-02Raad Algemene Zaken en Raad BuitenlandseZakenNr. 3363 VERSLAG VAN EEN COMMISSIEDEBATVastgesteld 16 maart 2026 De vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp ende vaste commissie voor Europese Zaken hebben op 4 februari 2026overleg gevoerd met mevrouw De Vries, Staatssecretaris BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp, over:−de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 30 januari 2026 inzake geannoteerdeagenda voor de informele Raad Buitenlandse Zaken Handel van19 en 20 februari 2026 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3342);−de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 1 december 2025 inzake verslag RaadBuitenlandse Zaken Handel van 24 november 2025 (Kamerstuk21 501-02, nr. 3296);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zakend.d. 21 november 2025 inzake fiche: Maatregelen ter bescher-ming EU-staalsector tegen wereldwijde overcapaciteit(Kamerstuk 22 112, nr. 4213);−de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 9 december 2025 inzake voorlopigpolitiek akkoord Omnibus I-CSDDD (Kamerstuk 36 712, nr. 9);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken, Minister vanAsiel en Migratie d.d. 17 oktober 2025 inzake kwartaalrappor-tage EU-wetgevingsonderhandeling Buitenlandse Zaken2025 Q2 (Kamerstuk 22 112, nr. 4191);−de brief van de Minister van Buitenlandse Zaken d.d. 30 janu-ari 2026 inzake fiche: Mededeling Versterking van de economi-sche veiligheid van de EU (Kamerstuk 22 112, nr. 4239);−de brief van de Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp d.d. 30 januari 2026 inzake antwoorden opvragen commissie over onder andere de beleidsagendaBuitenlandse Handel «Nederland: welvarend en weerbaar»(Kamerstuk 36 180, nr. 164) (Kamerstuk 36 180, nr. 196). kst-21501-02-3363ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33631 Van dit overleg brengen de commissies bijgaand geredigeerd woordelijkverslag uit.De fungerend voorzitter van de vaste commissie voor BuitenlandseHandel en Ontwikkelingshulp,BeckerDe fungerend voorzitter van de vaste commissie voor Europese Zaken,Van der WerfDe griffier van de vaste commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwik-kelingshulp,PrengerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33632 Voorzitter: BoswijkGriffier: De KeijzerAanwezig zijn zeven leden der Kamer, te weten: Van Ark, Bamenga,Boswijk, Van der Burg, Hoogeveen, Kröger en Teunissen,en mevrouw De Vries, Staatssecretaris Buitenlandse Handel enOntwikkelingshulp.Aanvang 13.32 uur.De voorzitter:Goedemiddag, allemaal. Het debat is geopend. Welkom bij het commis-siedebat van de commissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikke-lingshulp. Welkom aan de collega’s. We hebben vier minuten spreektijd envier interrupties. Ik ga daar wel een beetje kort op zijn, want we hebbenook nog stemmingen tussendoor. Zodra de stemmingen beginnen, moetik gaan schorsen.Ik wil de heer Hoogeveen het woord geven.De heer Hoogeveen (JA21):Dank, voorzitter. Dit kan zomaar het laatste debat van de Staatssecretariszijn, althans in deze kabinetsronde. In de korte periode dat ik met haar hebmogen debatteren, ben ik zeer te spreken over haar rotsvaste geloof invrijhandel. Laten we hopen dat haar opvolger zich daar net zo voor wilinzetten. Dat is broodnodig in deze geopolitieke tijden. Voor nu dusbedankt aan de Staatssecretaris voor haar inzet.Voorzitter. Handel is de hoeksteen van onze welvaart. We zijn als geenander land gebaat bij voorspelbare en stabiele handelsrelaties. Wat is hetdaarom mooi dat de onderhandelingen tussen de Commissie en India zijnafgerond. De komende tien jaar zullen wederzijdse invoertarieven voorveel sectoren worden afgebouwd of zelfs verdwijnen. Dat is positief. Welwaren mensenrechten- en klimaatwensen van de Europese Commissie inde laatste fase van de onderhandelingen een heikel blok. Mijn fractie is blijdat daar uiteindelijk pragmatisch over is onderhandeld. Want, zoals weweten, over het Mercosur-akkoord is 25 jaar gesoebat, tot op het punt datde linkse premier Lula van Brazilië ons zelfs moest betichten van groenkolonialisme. We hebben de Mercosur-landen tot het uiterste gedreven enbijna gillend van de onderhandelingstafel doen wegrennen, en zelfs bijnavan de ondertekeningstafel. Nu hebben groene en rode eisen weer totvertraging geleid in de onderhandelingen met India.Voorzitter. Ik hoop dat de Commissie zich realistischer weet op te stellen.Kan het kabinet toelichten hoe nu binnen de Raad en de Commissie naardit soort groene en rode wensen in handelsakkoorden wordt gekeken?Zijn we wat pragmatischer geworden? Zien we dat dit bij andereakkoorden ook een vertragende werking kan hebben? Is er, gezien derecente ontwikkelingen, een wat pragmatischere koers te bekennen?Voorzitter. Dan China. We hebben de laatste weken premier Carney vanCanada en Starmer van het Verenigd Koninkrijk zien aanschuiven inPeking. Merz gaat aan het eind van deze maand. Afgaande op hetcoalitieakkoord benutten we waar mogelijk kansen met China. Tegelij-kertijd treden we op tegen diefstal van intellectueel eigendom enongewenste inmenging in vitale infrastructuur. Dit lijkt me een goedebalans en terecht ook positief geformuleerd. Nu was de EU ooit al dicht bijeen akkoord met China, het Comprehensive Agreement on Investment,waarmee veel bestaande handelsirritaties met China werden aangepakt.Denk aan de verplichte joint ventures, de forced technology transfers enbetere markttoegang. Er blijven, uiteraard terecht, zorgen over de situatiein Xinjiang en Oost-Turkestan. Maar vanuit een realistisch wereldbeeldzou ik de Staatssecretaris toch willen vragen of zij binnen de Raad ookTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33633 mogelijkheden kan onderzoeken om voorzichtig het stof van het CAI af teblazen, uiteraard op de voorwaarde dat we niet inboeten op enigeveiligheidseisen.Voorzitter. Dan graag een inschatting van de Staatssecretaris over hettijdspad van de onderhandelingen met Maleisië, Indonesië en deVerenigde Arabische Emiraten. Op welke termijn wordt gemikt opafronding van de akkoorden met Maleisië en de Emiraten? Wanneer zalnaar verwachting de juridische check van het verdrag met Indonesië zijnafgerond? Ik had Mercosur al genoemd. Graag een update over de standvan zaken. De Kamer deed onlangs een uitspraak over de voorlopigeinwerkingtreding van het akkoord. Bestaat daar in de Raad ook al genoegsteun voor?Afrondend, voorzitter: de Verenigde Staten. Als je op een kaart metEU-vrijhandelsverdragen kijkt, dan zie je dat dit nog een grote witte vlekis. Dat is een gemis. Natuurlijk hebben we een woelig begin van dezeregering in Amerika gehad. Natuurlijk is de president ook degene die deonderhandelingen met TTIP in zijn eerste mandaat in het slop heeftgebracht. Maar toch ben ik benieuwd of de Staatssecretaris zich eenverbetering van de huidige Turnberrydeal kan voorstellen en of wevoorzichtig zouden kunnen kijken naar het verbeteren van het wegnemenvan bijvoorbeeld non-tarifaire belemmeringen.Dank u wel.De voorzitter:Prachtig binnen de tijd. Mevrouw Teunissen, Partij voor de Dieren.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dank u wel, voorzitter. Ik begin met het EU-Mercosur-verdrag. HetEuropees Parlement heeft gevraagd om een advies van het Europees Hofvan Justitie over de conformiteit van de EU-Mercosur-overeenkomst metde EU-verdragen. Dat is natuurlijk omdat het rebalancing mechanism erinzit. Dat is een juridisch instrument dat Mercosur-landen in staat steltcompensatie te eisen wanneer nieuwe Europese milieuregels, bijvoor-beeld over ontbossing en landbouwgif, hun handelsvoordelen aantasten.Dat creëert druk op EU-wetgeving en kan het voorzorgsbeginsel onder-mijnen, omdat striktere normen als handelsbelemmering kunnen wordenaangevochten. Dat is dus een hele legitieme reden om naar een advies tevragen. Ik zie dat de Staatssecretaris toch zegt: nee, we moeten gewoonvaart maken met dat handelsverdrag. Hoe gaat de Staatssecretaris ditverzoek wel serieus nemen? Gaan we op z’n minst als Nederland serieusom met dit verzoek? En als dat advies er daadwerkelijk ligt, gaan we danook onze positie met betrekking tot Mercosur heroverwegen? Dat is tochhet minste dat we kunnen doen als er zo’n verzoek ligt?Voorzitter. We leven in een tijd waarin de machtsverhoudingen razendsnelverschuiven. Oude allianties staan onder druk en de handel wordt steedsvaker ingezet als geopolitiek wapen. De Partij voor de Dieren vindt dat jeniet aan paniekvoetbal moet gaan doen. Je moet geen oude handelsver-dragen afsluiten, zeker als we niet precies weten welke juridischeconsequenties die verdragen hebben. Juist als je kijkt naar Mercosur,waar twintig jaar over is onderhandeld, zie je dat dat een fossiel verdragis. Het gaat om producten als rundvlees en dieselauto’s. Dat past gewoonniet meer in deze tijd. Wij moeten dus gaan inzetten op partnerschappenen handelsverdragen waarbij handel niet een doel op zich is, maar binnende grenzen van randvoorwaarden van klimaat, mensenrechten en deplaneet plaatsvindt. Ik vraag me af wat de visie van de Staatssecretaris isop afscheid nemen van oude handelsverdragen en op hoe we in detoekomst duurzame handel binnen die randvoorwaarden vormgeven metnieuwe partnerschappen.Voorzitter. Dan wil ik het nu hebben over de gaswinning in Mozambique.Dat omstreden gasproject in Mozambique is weer van start gegaan.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33634 Nederland heeft een exportkredietverzekering gegeven aan Van Oord, eenNederlandse baggeraar. Die voert een deel van het werk uit bij datgasproject. Inmiddels zijn daar koraalriffen vernietigd en is er sprake vanmensenrechtenschendingen. We hebben het Clingendaelrapport gezien,dat klip-en-klaar zegt dat er structureel sprake is van mensenrechten-schendingen in Mozambique. Nu is de situatie wel wat rustiger, maar ookop lange termijn is die niet stabiel. En wat zien we nou gebeuren? Totalzegt dat het doorgaat met die verzekering. En wat doet Nederland? Wegaan toch nog steeds die polis verstrekken. Mijn vraag aan de Staatsse-cretaris is dus: wat is er gebeurd met die aangenomen motie van deKamer in 2023 die zegt dat we eerst moeten wachten op die verzekering ofdie verzekering moeten opschorten totdat de herbeoordeling plaatsvindt?Heeft die herbeoordeling überhaupt plaatsgevonden? Je kunt toch niet,nadat zo’n Clingendaelrapport verschijnt, zeggen dat je toch gewoondoorgaat met het verstrekken van die kredieten? Als dat wel zo is, dan iser echt iets mis met de criteria voor het verstrekken van kredieten. Ik hoopdus dat de Staatssecretaris daar wat helderheid over kan verlenen.Tot slot, voorzitter, nog één punt: het nationale handelsverbod met illegalenederzettingen. De Israëlische regering blijft maar uitbreiden met dieillegale nederzettingen. Het omstreden E1-nederzettingenplan gaatgewoon door. Als het zo doorgaat, maakt dat de Palestijnse Staat en detweestatenoplossing feitelijk onmogelijk. Wanneer komt het kabinet noumet het handelsverbod? Moeten we wachten op een nieuw kabinet ofkomt dat nog van dit kabinet, zoals was beloofd?Dank u wel.De voorzitter:Ook perfect binnen de tijd. Het woord is aan mevrouw Van Ark van hetCDA.Mevrouw Van Ark (CDA):De lat ligt hoog om binnen de tijd te blijven!Voorzitter. Veel Nederlandse bedrijven ondernemen over de grens.Nederland heeft een uitgebreid aanbod van subsidies en exportverzeke-ringen om ondernemingen hierbij te ondersteunen. Dan denk ik nietalleen aan de grote multinationals, maar ook aan onze kleine mkb’ers metkennis over water, voedselzekerheid en klimaatslimme landbouw. HetCDA vindt het belangrijk dat ondernemers in de regio ook profiteren vandit aanbod, al is het alleen maar omdat we niet alleen in Fryslân, maar ookin andere regio’s buiten de Randstad unieke kennis hebben. Het CDA isheel blij met de toezegging van de Staatssecretaris dat het kabinetonderzoekt hoe het meer Fryske ondernemers kan laten deelnemen aaneconomische missies. Ik neem aan dat de Staatssecretaris daarmee ookandere regio’s meeneemt. Kan ik daarop misschien een toezeggingkrijgen?Voorzitter. De Staatssecretaris schrijft in een reactie op de beleidsagendaook over de combitracks. Samen met de overheid, bedrijven, kennisinstel-lingen en maatschappelijke organisaties worden deze combitracksontwikkeld om uitdagingen in landen als Indonesië en Bangladesh op telossen. Het is een mooi instrument waarmee we handel en hulp metelkaar kunnen combineren en Nederlandse expertise kunnen inzetten.Mijn vraag is: hoeveel combitracks lopen er nu goed en hoe wordt ditgemeten? Mijn fractie hoort ook graag hoe maatschappelijke organisatiesin deze combitracks worden meegenomen.Mijn derde punt gaat over handelsakkoorden. Het is goed om te zien datwe vaart maken met Mercosur. Het CDA is er dan ook voor dat deafspraken in het Mercosur-verdrag in de tussentijd voorlopig toegepastworden. Het is goed dat hierover aan de EU-zijde nu positief is besloten.Tegelijkertijd zie ik dat we over het algemeen niet erg voortvarend zijn alshet gaat om handelsakkoorden. Neem als voorbeeld het akkoord metTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33635 India; daar onderhandelen we al over sinds 2007. Om ons heen zien welanden als Amerika en China de ene na de andere overeenkomst sluiten.In de huidige geopolitieke context is de trage maar zorgvuldige democra-tische besluitvorming in Europa niet bepaald slagvaardig te noemen. Hoekijkt de Staatssecretaris hiertegen aan? Wat kunnen wij als Nederlanddoen om er in ieder geval aan onze zijde alles aan te doen om hieroversneller besluiten te nemen?Tot slot. De Europese Rekenkamer stelt in een recent rapport dat maatre-gelen van de EU op het gebied van cruciale grondstoffen om autonomerte worden en om de aanvoer van grondstoffen als aluminium, lithium,kobalt en nikkel te spreiden, maar heel weinig resultaat hebben. Ookleiden handelsverdragen zoals die met Nieuw-Zeeland en Chili nauwelijkstot een stijging van de import. Dit rapport laat zien dat de urgentieomhoog moet om onze afhankelijkheid van kritieke grondstoffen vanenkele landen te verminderen.Voorzitter. Het is bijna een no-brainer, maar zoals het rapport ook zegt:recycling van kritieke materialen is laaghangend fruit. Kostbare grond-stoffen verdwijnen echter nog steeds in de afvalstroom in plaats van datwe die strategisch hergebruiken. Kan de Staatssecretaris concreetaangeven welke barrières wij in Nederland moeten wegnemen om dit welop gang te krijgen? Hoe gaan we daar doelen aan verbinden?Voorzitter. Laten we de waarschuwing van de Europese Rekenkamer nietwegzetten als een constatering, maar oppakken als een opdracht. Ditvraagt echt om alle hens aan dek. Minder afhankelijkheid begint bij hetbenutten van de grondstoffen die we hier al hebben.Dank u wel.De voorzitter:Dank u wel. U bent heel ruim binnen de tijd gebleven.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik heb een vraag over die strategische afhankelijkheden. Als je echtserieus naar strategische afhankelijkheden wil kijken, vraagt dat er ook omdat we samen met de Ministeries van IenW en BHO kijken waar je doormiddel van recycling grondstoffen kan terugwinnen. Efficiëntie en hetverminderen van grondstofgebruik vallen eigenlijk deels onder KGG. Wemoeten veel meer coherent samenwerken in plaats van, onder het momvan strategische afhankelijkheden afbouwen, alleen maar veel meerhandel drijven met een heleboel landen. Is het CDA dat met me eens?Mevrouw Van Ark (CDA):Ik denk dat dat een hele goede suggestie is van mevrouw Kröger. Ik denkdat een goede samenwerking tussen departementen heel belangrijk is. Ikvond het pleidooi van de Europese Rekenkamer heel mooi. Zij zeiden: kijkniet alleen naar meer import, maar ook naar een aantal grondstoffenwaarvan we echt 0% recyclen in Europa. Ik denk dat het heel makkelijk isom iets ambitieuzere doelen te stellen dan 0%. Als dat met verschillendeministeries moet – dat kan ik me heel goed voorstellen op dit terrein – danlijkt dat me heel belangrijk.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Daar wil ik nog even op doorgaan. We zitten hier natuurlijk omdat deStaatssecretaris naar Europa gaat. Ik merk dat dat in Europa ook op heleverschillende beleidsterreinen ... Moeten we er niet juist toe oproepen dater in zo’n Handelsraad, als je het hebt over de afbouw van strategischehandelslijnen, ook gekeken wordt naar een heel stuk circulaire economieen een heel stuk efficiency?Mevrouw Van Ark (CDA):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33636 Ik denk dat mevrouw Kröger gelijk heeft. Volgens mij vereist het echt eentotaalaanpak. Ik denk dat we niet alleen maar moeten kijken naar recyclinghier, maar dat het wel een belangrijk element is. Die samenwerking iszeker ook belangrijk. Misschien is het wel iets voor de Staatssecretaris.Kan zij daarop reageren en aangeven hoe we dat slimmer gaan doen?De voorzitter:Dank u wel. De heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel, voorzitter. Als de afgelopen weken iets hebben laten zien, danis het wel dat Nederland behoefte heeft aan een realistisch en openhandelsbeleid dat bestand is tegen schokken. We bevinden ons in eenprecaire mondiale situatie, waarin alles verschuift. Zelfs relaties waaropwe blind dachten te kunnen vertrouwen, worden op de proef gesteld.Strategische afhankelijkheden worden steeds vaker ingezet als eenpolitiek breekijzer. Dat is gevaarlijk voor een open economie als de onze.Wat moeten we doen om de precaire geopolitieke situatie het hoofd tebieden? We moeten diversifiëren. We moeten nieuwe relaties aangaan enstrategische afhankelijkheden verminderen.Daarom ben ik blij dat deze uitgangspunten duidelijk terugkomen in hetnieuwe coalitieakkoord. Daarin wordt expliciet ingezet op open strate-gische autonomie, op het versterken van internationale handelsrelaties enop het verkleinen van kwetsbare afhankelijkheden in cruciale ketens, metoog voor mens en planeet. Het gaat om waardengedreven realisme waarwe allemaal mee vooruit kunnen komen. Als we terugkijken naar deafgelopen periode, zien we dat we die mindset nodig zullen hebben. Eenonstuimige omgang met de Verenigde Staten vraagt om een eensgezindoptreden, allereerst als het gaat om de handelsdeal die nu voor ons ligt.Daarom is mijn vraag: vindt het kabinet dat er in het EU-VS-handels-akkoord een mechanisme moet worden ingebouwd om te kunneningrijpen als de VS zich niet aan de afspraken houden? Hoe kijkt deStaatssecretaris aan tegen voorstellen om te versterken en tegenherroepings- en opschortingsclausules voor dat doel?Voorzitter. Of aanscherping van het akkoord nou mogelijk blijkt of niet:laten we onszelf niet voor de gek houden. De afgelopen periode was geenincident, maar een voorbode van de moeilijke jaren die voor ons liggen.Als we die met opgeheven hoofd tegemoet willen gaan, mogen we onsniet uit elkaar laten spelen. Juist de afgelopen periode heeft laten zien dateensgezind, daadkrachtig en geloofwaardig Europees optreden werkt endat Trump luistert naar de taal van macht. Laten we daar lering uit trekken.Daarom vraag ik de Staatssecretaris om in Brussel te werken aan hetopstellen van een vooraf bepaalde escalatieladder: een helder, voorafgecommuniceerd plan waarin de consequenties van onbezonnen enarbitraire handelstarieven zijn vastgelegd. Die is niet bedoeld om onnodigte escaleren, maar om geloofwaardig af te schrikken.Voorzitter. Dan Mercosur. Wat er in het Europees Parlement gebeurt, iseen enorme eigen goal voor Europa. In de geopolitiek krijg je zelden eentweede kans. Wie ziet wat er in de afgelopen twee weken allemaal isgebeurd, weet dat twee jaar vertraging in deze wereld een eeuwigheid is.Die vertraging kunnen we ons niet permitteren. Elke maand vertraging iseen maand waarin andere, minder welwillende actoren toegang zoekentot deze markt. De president van Paraguay gaf het zelf aan: als de EU nietopschiet, kijken wij verder. We hebben dus geen tijd te verliezen. DeEuropese Commissie overweegt voorlopige toepassing van het akkoord.Is het kabinet bereid zich expliciet uit te spreken voor voorlopige invoeringvan het Mercosur-akkoord?Voorzitter. Dan het sluiten van het handelsakkoord met India. Dat isontzettend goed nieuws. Ik hoop dat dit het begin is van een bredere trenden dat we binnenkort ook akkoorden zien met Indonesië en Australië. InTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33637 het verdrag met India zijn mensenrechten en democratische principesaangemerkt als «essentiële elementen». Dat klinkt goed, maar watbetekent dit concreet? Welke waarborgen zijn er dat dit geen papierenbelofte blijft? Waarom is het niet gelukt om de klimaatdoelen van Parijssteviger te verankeren in het akkoord? Hoe zorgen we ervoor dat ditverdrag wel degelijk bijdraagt aan verduurzaming en hogere klimaatstan-daarden?De voorzitter:Dank u wel. U heeft een interruptie van mevrouw Teunissen.Mevrouw Teunissen (PvdD):Soms vind ik het moeilijk om nog het D66-geluid te herkennen als het gaatom Mercosur. Het is dan meer de VVD die ik hoor, die dit handelsverdragalleen maar wil versnellen, versnellen, versnellen, zonder oog te hebbenvoor bijvoorbeeld het internationaal recht, Europese verdragen enklimaat- en mensenrechten. Nu ligt er een verzoek voor een advies aanhet Europese Hof van Justitie om te toetsen of het EU-Mercosur-verdragwel in lijn is met andere Europese verdragen. Mijn vraag aan D66 is heelsimpel: respecteert u dat verzoek?De heer Bamenga (D66):Om te beginnen: dit is altijd de lijn geweest van D66. We zijn een partij diejuist heel erg openstaat voor handelsverdragen, omdat we zien dat datheel erg belangrijk is, zeker nu de geopolitieke situatie is zoals die is. Hetis ontzettend belangrijk dat wij ervoor zorgen dat die strategischeafhankelijkheden verminderen.Internationaal recht en klimaat. We zijn daar altijd voorvechter vangeweest, ook als het gaat om mensenrechten. Dat zijn we en dat blijvenwe, iets wat je ook kunt terughoren in mijn bijdrage. Het is inderdaad zodat het Europees Parlement met een nipte meerderheid heeft besloten omin ieder geval het Europees Hof te vragen om een en ander te bekijken,maar de Europese Commissie kan het dus wel degelijk voorlopig vantoepassing laten zijn. En dat is eigenlijk waarover ik een vraag aan deStaatssecretaris stel: wil hij het mogelijk maken dat wij kunnen zien wathet kabinetsstandpunt hierover is?Mevrouw Teunissen (PvdD):«Voorlopig van toepassing»? Het kan gewoon en dat heeft de Staatssecre-taris ook al in een reactie gezegd. Hij heeft namelijk aangegeven datNederland daar voorstander van is. Maar het gaat mij om het principe datje wel iets moet doen met het advies dat nu wordt gevraagd. De heerBamenga zegt «dit verzoek is met een nipte meerderheid aangenomen»,maar dat is dus gewoon een meerderheid! Het Europees Parlement heeftin meerderheid besloten om het EU-Mercosur-verdrag te toetsen aanandere EU-verdragen om te zien of het daarmee in lijn is. Ik ken D66 alseen partij die de EU-verdragen heel serieus neemt en daar altijd voorheeft gevochten. Mijn vraag is dan ook: gaat D66 in ieder geval serieusom met dat advies, wanneer dat er eenmaal ligt?De heer Bamenga (D66):Wij gaan heel erg serieus om met adviezen als die er liggen. Dat kunnenwij zeker bij dezen stellen. Wat er nu eigenlijk gebeurt, is niet iets wat nietvolgens de regels gaat, om het zo maar te zeggen. Dit gaat gewoonvolgens de regels die er zijn. De Europese Commissie kan het voorlopigvan toepassing laten zijn en dat is eigenlijk waarom wij daar extra krachtin willen zetten.Mevrouw Teunissen (PvdD):Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33638 Ik vind het toch wel echt belangrijk om dit even aan te stippen. Ik hoornamelijk weer: het is belangrijk om het akkoord voorlopig in werking telaten treden. Maar het is ook belangrijk om het advies serieus te nemen. Ikheb van de heer Bamenga gehoord dat hij dat doet. Dat is fijn, maar danverwacht ik ook dat D66 bereid is om dat advies, wanneer het er eenmaalligt, op te volgen. Het is namelijk wel een advies van het Europees Hof vanJustitie. Daar komen we nog over te spreken, maar ik ben voor nu in iedergeval blij dat D66 zegt: we moeten ook dat advies serieus nemen.De heer Bamenga (D66):Volgens zit hier geen vraag in, maar ik kan wel herhalen dat wij dit adviesserieus nemen. Dat geldt natuurlijk voor alle uitspraken van het Hof. Maargoed, dat geldt voor ons allemaal.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Net op een ander punt. De heer Bamenga schetst hoe belangrijk onzehandelsbetrekkingen zijn en dat de dialoog op handel de manier is omverbonden te zijn in de wereld. Dat is inderdaad van groot belang. Er isbest wel discussie geweest in de laatste twee debatten over het handels-verdrag met de Emiraten en in hoeverre Europa proactief de rol die deEmiraten spelen in de genocide in Sudan gaat aankaarten in het kader vandie handelsonderhandelingen.Ik wil de Staatssecretaris straks weer oproepen om zich daar hard voor inte zetten. De Staatssecretaris heeft aangegeven dat we een mandaathebben vastgesteld en dat dat het dan is. «U ziet het dan wel aan het eindvan het verdrag.» Maar het gaat mij juist om het traject van de onderhan-delingen, want die onderhandelingen bieden de mogelijkheid om dingenwaar je minder blij mee bent, aan te kaarten. Is de heer Bamenga dat metme eens?De heer Bamenga (D66):Dat ben ik inderdaad met GroenLinks-PvdA eens. Wat er in Sudangebeurt, is verschrikkelijk. Sinds ik in de Kamer zit, probeer ik het continuop de kaart te zetten. Als er partijen zijn die negatief aan de situatie daarbijdragen, dan is het natuurlijk ontzettend belangrijk dat er in iedergesprek van Nederland of van de Europese Unie met deze partij alles aanwordt gedaan om te zorgen dat dit onderwerp op tafel komt en besprokenwordt.De voorzitter:Dan heeft u nog een interruptie van de heer Hoogeveen.De heer Hoogeveen (JA21):Ik heb met plezier geluisterd naar het betoog van de heer Bamenga. Ikdenk dat wij overlap hebben ten aanzien van het promoten van vrijhandel.Vroeger was dat een wat meer conservatief standpunt, maar het is goedom te zien dat het ook naar de progressief-liberale kant is doorgesijpeld.Mijn vraag gaat over de fragmentatie van de economie, iets waar de heerBamenga het ook over had. Ik bedoel dan dus die constante dreiging vantarieven en het inzetten van handel als een wapen. De heer Bamenga zeiin zijn betoog dat die tarieven slecht voor de handel en slecht voor onzeeconomie zijn. Maar vervolgens zei hij in datzelfde betoog: we moeten zohard mogelijk terug kunnen slaan en we moeten zo hard mogelijketegenmaatregelen kunnen treffen. Erkent de heer Bamenga dat dat vooronszelf ook economische gevolgen heeft? En hoe kijkt D66 eigenlijkprecies naar dat internationale speelveld met aan de ene kant eenhandelsoorlog en aan de andere kant het met die tegenmaatregelentoebrengen van self-inflicted wounds?De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 33639 Voordat ik de heer Bamenga het woord geef, zeg ik toch maar: als het kan,graag de interrupties en de antwoorden iets korter.De heer Bamenga (D66):Het is gewoon heel erg belangrijk dat wij betrouwbare partners zijn. Wijmoeten ons natuurlijk aan ons woord houden. Wij vinden het verderbelangrijk dat wij op een waardengedreven manier handel drijven. Wemoeten dus betrouwbaar zijn en dat op een waardengedreven manierdoen. We moeten elders bijdragen aan de klimaatdoelen en de mensen-rechten, maar we moeten ook bijdragen aan meer welvaart, voor onsmaar ook voor de mensen daar. Dat moet op een gelijkwaardige maniergebeuren, maar het kan natuurlijk zijn dat die partners soms zelf nietbetrouwbaar zijn. We hebben dat allemaal gezien met de Verenigde Statenen daar moeten we dus wel een goede reactie op kunnen geven. Dat moetsnel gebeuren. Dat moet eenduidig, eensgezind en daadkrachtiggebeuren, maar ook op een geloofwaardige manier, want alleen dan heefthet impact.De heer Hoogeveen (JA21):Als je bij internationale handel en internationale betrekkingen te snelreageert, kom je echter wel in een soort neerwaartse spiraal van escalatieterecht. Ik hoorde D66 toen de Trumptarieven op tafel kwamen al heel snelroepen om het antidwanginstrument en harde tegenmaatregelen, terwijlhet misschien wel verstandig is om het, in een goed Engels woord, met«restraint» te doen. Ik zou daarom D66 dus toch willen vragen om niet tesnel over te gaan tot harde retoriek en harde maatregelen. Het antidwang-instrument is echt een vrij zwaar instrument.De heer Bamenga (D66):Ik denk dat je die instrumenten vooral moet gebruiken om je doel tebereiken. Wat ons betreft is het natuurlijk belangrijk dat de relaties met jepartners goed zijn, maar die partners moeten zich wel bewust zijn van hetfeit dat jij bepaalde sancties, of hoe je het ook maar wilt noemen, achterde hand hebt. De dreiging dat je die in kunt zetten, werkt volgens mij. Wijgeloven daarin en ook dat het preventief werkt. Daardoor zullen zij zichzoals dat hoort aan de regels houden. Daar geloven we dus in. Ik ben heter verder zeker mee eens dat je niet een soort escalatie moet creëren,maar dat heb ik volgens mij ook in mijn bijdrage aangeven. Dus wijvolgen hierin volgens mij dezelfde lijn.De voorzitter:Mevrouw Kröger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dank u wel, voorzitter. Twee jaar schuilen achter de dijken heeft onzeinternationale positie geen goed gedaan. Onze veiligheid, onze economie,een leefbare toekomst: onze belangen zijn gediend met samenwerking enverbinding. En handelspolitiek is daar een integraal onderdeel van, zekernu handel ingezet wordt als geopolitiek wapen. Maar dat vraagt dan welom een heldere koers op basis van die belangen.Ik maak mij daarom zorgen over hoe nu in «no tempo» wetgeving waardecennia voor is gestreden, wordt afgezwakt. Ik denk dan aan CSDDD,want de antiwegkijkwet bood een basis voor Europese bedrijven om hunketens te vrijwaren van uitbuiting. Het is een basis om te zorgen dathandel daadwerkelijk bijdraagt aan het voorkomen van de klimaatcrisis enmeer welzijn. Dat is kortzichtig. Mijn vraag aan de Staatssecretaris is danook welke ruimte er is voor Nederland om stappen te zetten om ervoor tezorgen dat uitbuiting zoals kinderarbeid niet in handelsketens zit en omervoor te zorgen dat Nederlandse bedrijven wel klimaatplannen hebben inTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336310 lijn met het 1,5 gradendoel. Klopt het dat de CSDDD daar wel ruimte voorbiedt aan lidstaten?Ik las in de inzet van de Staatssecretaris voor de WTO dat Nederland staatvoor een pragmatische benadering rond de integratie van milieu- enduurzaamheidsaspecten in de WTO-agenda. Ik vroeg me af wat daarmeebedoeld wordt. Wat is de betekenis van het woord «pragmatisch» in dezezin? Ik lees ook dat er een inzet is op fossielebrandstofsubsidies enplasticvervuiling. Waar zet de Staatssecretaris dan concreet op in? Als ernamelijk iets geopolitiek relevanter is dan ooit, dan is het de overstap naarduurzame energie van eigen bodem.Als handelsland is Nederland gebaat bij een internationaal systeem vanregels en daar biedt de WTO een platform voor. Maar ondertussen ligt ereen akkoord met de VS op de plank dat eigenlijk tegen al die basisregelsvan de WTO ingaat. Hoe rijmt het kabinet hun inzet voor de WTO met eeneventuele instemming met deze slechte handelsdeal?Dan over die handelsdeal. In de huidige politieke context, die wordtgekenmerkt door snel wisselende verklaringen van een compleetlosgeslagen president in Amerika, is het noodzakelijk strategisch te werkte gaan. Dit is geen moment om gewoon door te gaan met business asusual. Het is dus goed dat het Europees Parlement de behandeling van dedeal met de VS heeft bevroren. De in Davos aangekondigde kaderover-eenkomst die er zou zijn over Groenland hebben we niet op papier. In hetvorige debat zei het kabinet: wat we nu weten, is dat er op hoofdlijnen eenraamwerk is. Is het kabinet het met mij eens dat dit te weinig is om tebeoordelen of de handelsbesprekingen tussen de EU en de VS kunnenworden hervat? Het afsluiten van dit akkoord zou namelijk ook betekenendat Europa buigt voor de pestkoppenpolitiek van Trump. We zetten onzegroene ambities in de uitverkoop en beloven gigantische, onvoorstelbarehoeveelheden fossiele brandstoffen te kopen, zoals lng en olie. Het gaatom 250 miljard. En dat terwijl we juist met man en macht moetenproberen om van die fossiele brandstoffen af te stappen en daadwerkelijkgeopolitiek onafhankelijk te worden.Voorzitter. Het handelsbeleid is vol in beweging. Dat is belangrijk, zeker indit tijdsgewricht. Maar onderliggende waarden als gelijkwaardigheid enmensenrechten zouden niet in beweging moeten zijn. Ik wil het daaromnogmaals hebben over het onderhandelingsmandaat met de Emiraten. Erstaan mooie woorden in over mensenrechten, maar die zijn alleen watwaard als het kabinet ook daadwerkelijk bereid is om eerlijk het gesprek tevoeren over wat er beter moet. In het vorige debat met de Staatssecretarisgaf zij aan dat dat mandaat nou eenmaal is vastgesteld en dat we welverder zien als het akkoord er ligt. Maar ik wil de Staatssecretaris echt ophet hart drukken om het mandaat te gebruiken om aan de hand vanmensenrechten, zoals die daar ook in staan, het gesprek te voeren over derol van de Emiraten in de genocide in Sudan. Anders zijn de woorden inhet onderhandelingsmandaat lege woorden. Lege woorden verzwakkenons. Dit gaat wat mij betreft ook over de verhouding tussen kabinet enKamer. Ja, wij keuren een mandaat goed, maar dat betekent niet dat erniets meer bespreekbaar is tijdens de onderhandelingen, want andersloopt handelspolitiek altijd achter de feiten aan.Dank u wel, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Er is nog een interruptie van de heer Hoogeveen voor u.De heer Hoogeveen (JA21):Ik hoorde collega Kröger vooral klagen dat de CSRD en CSDDD wordengedereguleerd of in ieder geval worden afgezwakt. Bedrijven hebbensteen en been geklaagd, het investeringsklimaat staat nu op de agenda ener werd een enorme bureaucratie opgetuigd om bedrijven compliant telaten zijn. Begrijpt collega Kröger ook dat in deze geopolitieke tijden,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336311 waarin we echt moeten vechten voor ons investeringsklimaat, diederegulering ook vanuit Europa op gang is gebracht? Ik denk dat hetantwoord «nee» is, dus dan is mijn vervolgvraag meteen: waarom niet?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het domste wat je nu kunt doen, is in een noodtempo dingen afbrekenwaar heel lang aan gewerkt is en waar ook echt een rationale achter zit.Handel is namelijk een onderdeel van verbinding in een wereldorde. Datcreëert dus ook veel meer stabiliteit. Om handel op een gelijkwaardigemanier te laten verlopen, is het van groot belang dat bedrijven zich nietschuldig maken aan uitbuiting en kinderarbeid en dat ze geen zaken inhun keten hebben die de situatie in de landen waarmee we een gelijk-waardige relatie proberen te hebben, verslechtert. Wat mij betreft wasCSDDD een langverwachte, zeer noodzakelijke stap om iets wat eigenlijkecht ongelofelijk mis zit, beter te krijgen. Als je in de keten kijkt naar wat ermisgaat, dan zie je dat dat echt een gelijkwaardige relatie verzwakt. Ikdenk ook dat de manier waarop CSDDD, maar ook andere verordeningen,nu onder het mom van versimpeling vrij halsoverkop worden afge... Ikzoek eigenlijk naar een ander woord dan «afgezwakt», want dat vind iknog vriendelijk klinken. Ik maak me daar echt grote zorgen over. Ik denkdat we onszelf uiteindelijk ook echt ongelofelijk in de voet schieten. Ikdenk dat het dus van belang is om als Nederland, maar ook samen metandere koplopers, te kijken naar waar je toch kan zeggen: hier gaan wezorgen dat onze handelsketens gevrijwaard zijn van uitbuiting.De voorzitter:De heer Hoogeveen voor zijn laatste interruptie.De heer Hoogeveen (JA21):Wij begrijpen in theorie de rationale achter de CSDDD wel, maar het feitdat je bedrijven gaat opzadelen met klimaatrapportages, het opstellen vanklimaatplannen, due diligence ... Dat is een businesscase voor groteaccountantskantoren, grote advisory firms. Begrijpt u ook de rationaleachter de afzwakking van deze wetgeving, namelijk dat er steen en beenwerd geklaagd vanuit bedrijven en handelspartners: «we move on» alsjullie dit gaan invoeren? Dan gaan ze naar een andere handelspartner,weg uit ons investeringsklimaat en keren ze ons de rug toe. Zo duw je jehandelspartners juist steeds meer van je af. Begrijpt mevrouw Kröger ookdat in deze geopolitieke tijden juist die afzwakking heel erg logisch is?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):In de eerste plaats is het narratief, het frame van regeldruk op CSDDDgeplakt, terwijl dat meer lag bij CSRD. Het is dus heel interessant hoe eenaantal slimme lobbyisten met een groot belang met het argument van deregeldruk hun pijlen hebben gericht op CSDDD, waar heel veel belangrijkedingen in zitten. Een klimaatplan opstellen wordt benoemd als eenbedreiging of iets vervelends voor een bedrijf. Ik denk dat de investerings-termijnen van bedrijven verder kijken; die kijken voorbij 2040. Als je nogenige relevantie wil hebben als Europees bedrijf handelend in een contextvan klimaatneutraliteit en als je wil concurreren met China, dan zal je eenklimaatplan moeten hebben. Dat is dus ook helemaal niet iets waarmeewe bedrijven op achterstand zetten. Het is alleen iets waarmee je zegt: wijwillen zorgen dat we een economie en industrie hebben die toekomstbe-stendig zijn. Daarvoor vraag je bedrijven om een plan te maken voor hoeze in de economie van de toekomst passen. Dat is uitermate verstandig.Het heel kortzichtig, onder het mom van ... Kijk, niemand is tegensimplificatie. Daar kan je nooit tegen zijn. Alleen, dat is echt iets andersdan de sloop en de deregulering die nu plaatsvinden. Ik denk dat dat echtuitermate onverstandig is. Ik denk dat stevige fossiele belangenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336312 gewonnen hebben en dat we daar als Nederland en Europa veel spijt vangaan krijgen.De voorzitter:De heer Bamenga. En nogmaals, zowel de interrupties als de antwoordenmogen echt korter.De heer Bamenga (D66):Ik hoorde zojuist mevrouw Kröger aangeven dat het noodzakelijk is omstrategisch te werk te gaan, ook in het kader van de geopolitieke situatie.Er kwam volgens mij juist vanuit mevrouw Kröger een mooi voorbeeldom te kijken wat wij intern hier in Nederland kunnen doen om dat nogextra te verstevigen. Mijn vraag was eigenlijk: als handel inderdaadonderdeel is van verbinding maken – dat geeft mevrouw Kröger aan – hoekijkt zij dan aan tegen al de handelsverdragen, al de mogelijkheden die ernu ook zijn met India, Indonesië en Mexico? Ziet zij dat inderdaad ook echtals kans, of meer als risico of gevaar?Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik zou zeggen dat er veel afhangt van hoe de minderheidscoalitie zich dekomende tijd gaat opstellen. Zoals ik in het begin al zei, denk ik dat het indeze tijd, waarin handel als geopolitiek wapen wordt ingezet, nodig is omervoor te zorgen dat handel bijdraagt aan een stabiele wereldorde en aanbrede welvaart. Ik denk dat het echt nodig is om die belangen heel helderkoersvast te hebben. Ik denk dat het daarom ook belangrijk is om te kijkenhoe dat in die verdragen met India of Indonesië goed geborgd is. Mag iknog één ding zeggen?De voorzitter:Heel kort.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Oké. Er is een heel goed rapport van de WRR over demografisch dividend,waarin ze juist ook India en Indonesië noemen als de gebieden waar weons echt qua handel goed op moeten gaan richten. Dat vind ik eenwaardevol advies.De voorzitter:De heer Van der Burg.De heer Van der Burg (VVD):Voorzitter, ik ga het kort houden. Behalve dat ik zelf totaal niet fris enfruitig ben, heb ik buitengewoon genoten van de bijdrage van de heerHoogeveen. Ik zou het niet zo erudiet kunnen zeggen, maar heel veel vanwat hij gezegd heeft, zou ik ook gezegd kunnen hebben, zij het dan watplatter en wat minder mooi vormgegeven. Dat zijn twee redenen waaromik het kort houd, voorzitter.Dan de derde reden. We hebben het hier formeel natuurlijk over deinformele Raad. We maken wel vergezichten, maar de eerlijkheid gebiedtook te zeggen dat we hier over pak hem beet tweeënhalve week eennieuw kabinet hebben zitten, dus dat we daarin ook onze beperkingenmoeten zien. In dat kader zou dit ook weleens het laatste debat kunnenzijn met de Staatssecretaris in deze rol. Ik wil haar daarom in ieder gevalhartelijk danken voor het feit dat zij zich de afgelopen maanden als hetgaat om de Nederlandse belangen in het buitenland buitengewoon goedheeft ingezet. Ik kon geen social media openen of ik zag alweer een fotowaarop ze ergens in een land bezig was de Nederlandse handelsbelangente dienen. Dat waardeer ik buitengewoon zeer.Voorzitter. Mevrouw Teunissen had natuurlijk gelijk. Een niptemeerderheid is ook een meerderheid. De Tweede Kamer heeft met eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336313 nipte meerderheid het Mercosur-verdrag positief beoordeeld. Dat betekentdat ik er dus, met mevrouw Teunissen, van uitga dat de Staatssecretariszich ook die nipte meerderheid in de Tweede Kamer gelegen laat liggen endus volop zal blijven inzetten op het uitvoeren van de wens van de Kamerin dezen. Daar wil ik graag nog wel een reflectie op van de Staatssecre-taris.Twee. Het is buitengewoon goed dat wij de moeder aller deals hebbengesloten; zo wordt het verkondigd. Daar hoor ik graag een reflectie op vande Staatssecretaris. Ik zag zelf namelijk nog wel wat verbeterpuntendaarin. Maar het is wel goed dat deze stap is gezet. Ik sluit me ook aan bijde woorden van de heer Hoogeveen dat we verder moeten kijken hoe wenog meer handelsverdragen in gang kunnen zetten, al zie ik dus vooralook de beperking dat er over tweeënhalve week een ander kabinet is. Weweten niet welke rol er dan gespeeld wordt door de Staatssecretaris danwel met wie we dan te maken hebben.Voor nu laat ik het hier even bij, voorzitter. Het zweet breekt me namelijknu alweer uit als ik aan het woord ben en dat komt echt niet doordat ikdoodsbang ben voor mevrouw Kröger.De voorzitter:Dank, meneer Van der Burg. Ik moet zeggen: u ziet er fris en fruitig uit,zoals altijd, en u bent zo scherp als een mes. Van dichtbij kan ik het nietbeoordelen. Daarvoor zit ik te ver weg. U heeft toch nog wel een inter-ruptie van mevrouw Kröger. Dat is ook de laatste.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik heb eigenlijk dezelfde vraag die ik ook aan D66 heb gesteld. We hebbeneen onderhandelingsmandaat vastgesteld, ook als Kamer, voor deonderhandeling met de Emiraten. Daarin zijn mensenrechten echtbenoemd als onderdeel. Is de heer Van der Burg het met mij eens datonze Staatssecretaris er toch op in moet zetten dat wij als Europagedurende die onderhandelingen de situatie in Sudan en de rol van deEmiraten daarin bespreekbaar maken?De heer Van der Burg (VVD):Als er één ding is waar mevrouw Kröger en ik elkaar in kunnen vinden alshet gaat om het nieuwe coalitieakkoord dat er nu ligt, dan is dat dat er inhet nieuwe coalitieakkoord op het gebied van mensenrechten en hetinternationale recht goede stappen zijn gezet. Ik herken me daar buiten-gewoon in. Ik ga ervan uit dat het huidige kabinet op dit punt niet wachtom daar vorm aan te geven tot het nieuwe kabinet er is. Dus ik ga hieringewoon mee met mevrouw Kröger.Mevrouw Van Ark (CDA):Ik durfde het bijna niet, moet ik eerlijk zeggen, na dit betoog van meneerVan der Burg, maar ik ga toch even een korte vraag stellen. U mag kortantwoorden. Dat helpt misschien. Mijn vraag is: kent u ook het rapportvan de Europese Rekenkamer, dat volgens mij afgelopen maandag werdgepubliceerd, waarin onder andere aan wordt gegeven dat de nieuwehandelsverdragen die we afsluiten eigenlijk nog maar weinig leiden totnieuwe import van kritieke grondstoffen? Is de heer Van der Burg het metmij eens dat we daar echt goed naar moeten kijken als Nederland, omdattoch wel een groot voordeel van de handelsverdragen is dat we minderafhankelijk worden van die kritieke grondstoffen?De heer Van der Burg (VVD):Wij zullen daar volop op moeten inzetten. Dat betekent ook dat we relatiesmoeten aangaan met landen die geen onderdeel zijn van de EuropeseUnie. Ik denk niet alleen aan Noorwegen, maar bijvoorbeeld ook aanCanada. Daarnaast moeten we kijken in hoeverre wij toch ook keuzesTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336314 moeten maken ten aanzien van de kritieke grondstoffen die we als Europasoms wel in eigen bodem hebben, maar nog niet uit de grond willenhalen. Ik ben het namelijk geheel met mevrouw Van Ark eens dat weervoor zullen moeten zorgen dat we op het gebied van de kritiekegrondstoffen veel onafhankelijker worden dan we nu al zijn. Dat is in denbrede. Dat varieert van lng tot mineralen, maar denk ook aan allegrondstoffen die noodzakelijk zijn voor bijvoorbeeld onze gezond-heidszorg.De voorzitter:Dank u wel. De Staatssecretaris heeft aangegeven twintig minutenschorsing nodig te hebben, dus dat gaan we dan maar doen. Dan zijn wehier om 14.35 uur weer terug, tenzij er natuurlijke plenaire stemmingenzijn. Die kans is vrij ... Die zijn om 14.45 uur, hoor ik. O. Dan stel ik voor datwe na de stemmingen doorgaan, anders blijven we heen en weer lopen.Oké, perfect. Tot zo!De vergadering wordt van 14.17 uur tot 16.08 uur geschorst.De voorzitter:We zijn weer terug. Ik wil even het volgende ordevoorstel doen. Ik kanmaximaal tot 17.00 uur voorzitten. Dat is echt een harde deadline. Kan deStaatssecretaris trouwens ook tot die tijd aanwezig zijn?Staatssecretaris De Vries:Ja, hoor. Dat moet lukken!De voorzitter:Dan wil ik voorstellen dat we de tweede termijn laten vervallen. DeStaatssecretaris kan nu ingaan op de vragen die gesteld zijn. Ik wilvoorstellen dat u allen drie korte interrupties krijgt. Dan moeten we hetkunnen halen. Het woord is aan de Staatssecretaris.Staatssecretaris De Vries:Dank u wel, voorzitter. Om tijd te besparen zal ik de inleidende woordenachterwege laten. Ik wil u in elk geval, als dit het laatste debat is dat wijgezamenlijk voeren, bedanken voor de goede discussies die wij gehadhebben. We waren het misschien niet altijd overal over eens, maar ik denkdat het ook goed is dat het af en toe een beetje wringt en botst. Uitein-delijk komen we er dan ook wel weer op een goede manier uit.Voorzitter. Ik heb een aantal blokjes, namelijk: handelsakkoorden, deVerenigde Staten, WTO en overig. Het blokje overig is best groot, omdater veel verschillende onderwerpen zijn aangekaart.Ik begin met het blokje handelsakkoorden. Allereerst de vraag vanmevrouw Van Ark over de besluitvorming. Zij vraagt: gaat de besluit-vorming niet allemaal veel te traag en is die wel slagvaardig genoeg? Ikkan me er wel een beetje in herkennen dat het heel lang duurt voordat wehandelsverdragen afsluiten. Bij Mercosur duurde het bijvoorbeeld 25 jaar.Dat zou sneller kunnen. Ik weet niet of dat nou specifiek aan de besluitvor-mingsprocessen binnen de Europese Unie ligt, maar ik merk wel dat deCommissie een soort versnelling nastreeft. Dat is ook waar wij de hele tijdop aandringen. Tijdens de komende informele Raad zal ik er bij deEuropese Commissie op aandringen dat we tempo maken met hetafsluiten van de akkoorden. Ik hoef niet te herhalen wat de redenendaarvoor zijn. Ik denk dat het belangrijk is dat wij kijken naar anderemarkten en dat wij daar ook goede afspraken mee maken.Verschillende partijen, onder andere JA21, D66 en de VVD, hebbengevraagd naar de voorlopige invoering van het Mercosur-akkoord. Beginjanuari is er in de Raad al door een gekwalificeerde meerderheidingestemd met het verdrag. Hetzelfde geldt voor de voorlopige toepassingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336315 van het EU-Mercosur-akkoord. Dat gebeurde tegelijk met die instemming.Er komt dus geen nieuw formeel beslismoment in de Raad over devoorlopige toepassing. Wij steunen als kabinet ook dat die voorlopigetoepassing gedaan wordt, omdat wij het heel belangrijk vinden dat wijecht stappen zetten en dat wij daar voortgang op boeken. Ik moet welzeggen dat een van de Mercosur-landen dat natuurlijk moet gaan doen.Dat zal nog wel enige tijd vergen. Daarna hoop ik dat we snel aan de slagkunnen met de implementatie van het verdrag.Dan een vraag van mevrouw Teunissen. Komt zij nog terug, of weten wedat niet? Ik ga de vraag gewoon beantwoorden. Die vraag gaat over hetrebalancing mechanism in Mercosur. Dat is een discussie die we natuurlijkook eerder met elkaar hebben gevoerd. Ik vind het belangrijk om uit teleggen wat dat rebalancing mechanisme nu eigenlijk doet. Het is niet zodat door dat mechanisme, als de handelsvoordelen vervallen, deregelgeving in Europa aangepast kan worden. Het is wel zo dat anderepartijen, bijvoorbeeld in de Mercosur-landen, dan zouden kunnen vindendat ze moeten gaan praten over heffingen vanuit hun kant op Europeseproducten. Maar het is dus niet zo dat zij een aanpassing van de regel-geving in Europa kunnen beïnvloeden.Dan vroeg de heer Hoogeveen van JA21 hoe er nu binnen de Raad en deCommissie gedacht wordt over rode en groene eisen in de handelsak-koorden. Ik denk dat er binnen de lidstaten, en ook binnen de EuropeseCommissie en de Raad, hele brede steun is om daar wel afspraken over temaken. Je merkt wel dat het binnen de onderhandelingen over handelsak-koorden altijd een punt van discussie is in hoeverre je die afsprakenvastlegt en of er bijvoorbeeld een geschillencommissie of een geschilme-chanisme komt. Dat kan dus per land verschillen, maar de inzet is altijdom daar wel afspraken over te maken. Dat komt ook altijd wel terug in hetmandaat. De ene afspraak wordt wat concreter, verregaander enmisschien ook wat meer op papier gezet. Ik zie bij alle handelsakkoordenwel terug dat daar afspraken over gemaakt worden, of dat nu bij Mercosurof bij India is. Je kan zeggen dat daar kleurverschillen in zitten, maar dat ishoe je uiteindelijk ook tot overeenstemming moet komen. Het is soms eenbeetje geven en nemen.De heer Bamenga van D66 vroeg waarom het niet is gelukt om dedoelstellingen van Parijs steviger in het verdrag met India te verankeren.We moeten daar ook helder over zijn. Tijdens de onderhandelingen metIndia bleek dat zij terughoudend waren in het maken van duurzaamheids-afspraken. Het is desondanks gelukt om daar een hoofdstuk over op tenemen. Ik denk dat dat winst is. Het is ook voor het eerst dat India datheeft gedaan. Die afspraken zijn bindende verplichtingen. Toch gaat ditakkoord op het punt van handhaving minder ver dan andereEU-akkoorden, maar dat is wat er uiteindelijk is uitonderhandeld. Het isnatuurlijk wel een hele belangrijke en grote markt voor de handel en vooronze bedrijven. Ik denk dat het uiteindelijk goed is dat we daar afsprakenmee maken en dus ook handelsverdragen mee afsluiten.De heer Bamenga had ook een vraag over de mensenrechten en deessentiële elementen. Als iets is aangeduid als een essentieel element vanhet verdrag, betekent dat dat een schending van die verplichting kanleiden tot een gedeeltelijke of volledige opschorting van dat verdrag. Inhet EU-India-akkoord zijn mensenrechten opgenomen als essentieelelement, en schending daarvan zou dus kunnen leiden tot het intrekkenvan bijvoorbeeld bepaalde tariefpreferenties. Er zit geen geschillenbe-slechtingsmechanisme in, maar de tegenpartij kan wel zeggen dat zevoordelen zullen intrekken of dat ze weer hogere tarieven gaan vragen.Mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren vroeg hoe we kunneninzetten op nieuwe partnerschappen waarin ook mensenrechten en hetklimaat geborgd worden. Ik denk dat de inzet van de Europese Commissieen van dit kabinet – ik hoop eigenlijk ook van het komende kabinet – is omheel veel handelsverdragen af te sluiten, met heel veel partnerschappenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336316 aan de slag te gaan en om daarin ook snel tempo te maken. Daar zullenmensenrechten en klimaat natuurlijk ook een rol in spelen.De heer Hoogeveen van JA21 stelde een vraag over Maleisië, de Emiratenen het verdrag met Indonesië. Ik hoop echt op een versnelling van deafronding van die handelsakkoorden. Daar ga ik Commissaris Sefcovicook graag aan herinneren tijdens de informele Raad. Wat ons betreft is hetzaak om daar vaart in te houden. Dat geldt zeker voor de onderhande-lingen met Maleisië, ook al bevinden die zich nog in de beginfase. Dejuridische controlevertaling van het Indonesië-akkoord moet wat onsbetreft ook snel worden afgerond, en ik hoop dat we er daarna ook sneleen besluit over kunnen nemen. De onderhandelingen met de Emiratenzijn redelijk vlot begonnen, maar het is nog wel de vraag of dat akkoordvoor de zomer van 2026 afgerond kan worden.Dan kom ik ook bij de vraag van mevrouw Kröger over het verdrag met deEmiraten. We hebben daar natuurlijk al veel vaker met elkaar de discussieover gevoerd. Ik vind het belangrijk dat we er vertrouwen in hebben datde Europese Commissie het met het mandaat dat we hebben gegeven –daarin spelen mensenrechten et cetera een rol – op een goede manierdoet. We hebben ook al aangegeven dat wij in de bilaterale overleggendie we met de VAE hebben, dit soort zaken, en ook het internationaalrecht, natuurlijk altijd aan de orde zullen stellen.Dat was het blokje handelsakkoorden, voorzitter.De voorzitter:Dat roept interrupties op. Eerst de heer Bamenga.De heer Bamenga (D66):Dank u wel voor de antwoorden. Wat ons betreft is het inderdaadbelangrijk dat we tempo maken. Ik heb een vraag over het SustainabilityImpact Assessment. Dat wordt natuurlijk uitgevoerd om de mensenrech-tensituatie te bekijken. Hoe zit het dan precies met dat SustainabilityImpact Assessment op het moment dat er dus geen tempo wordt gemaakten het decennia duurt? Het duurt al twintig jaar. Wordt dat assessmentaan het einde bij wijze van spreken nog een keer gedaan? Naar welkemensenrechtensituatie kijkt men eigenlijk op het moment dat het zo langduurt? Dat is eigenlijk de vraag. De aanbevelingen die gedaan worden,moeten dan wel kloppen.Staatssecretaris De Vries:Ja, dat wordt vaak aan het begin van het proces gedaan. Ik ben het met ueens dat die processen soms heel lang kunnen duren. Het is niet zo datdie aan het eind van het proces nog een keertje gedaan worden, maar deTweede Kamer een beetje kennende, denk ik dat die altijd wel de vingerop de zere plek legt als er zaken zijn die geadresseerd moeten worden ophet moment dat het handelsakkoord tot stand is gekomen. Maar dat vindtdus niet op het einde nog een keertje plaats.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Ik kom toch nog even terug op Sudan. Wat de Staatssecretaris eigenlijkzegt, is: we stellen in de Kamer een mandaat vast en daarna heb ik ervertrouwen in dat de Europese Commissie goed omgaat met hetonderwerp mensenrechten. Dat suggereert dat er in dat hele proces vandat onderhandelen eigenlijk geen mogelijkheid meer is om nadereinvulling of inkleuring te geven aan dat mandaat. Het onderwerpmensenrechten kan op een heleboel dingen slaan in relatie tot deEmiraten, maar dit gaat toch wel over iets heel specifieks, namelijk deinvloed die zij hebben op het conflict in Sudan. Mijn vraag aan deStaatssecretaris is: vindt zij nou dat wij zo’n mandaat geen verdereinvulling of inkleuring kunnen geven als Nederland?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336317 Staatssecretaris De Vries:Het is natuurlijk wel moeilijk om tussentijds aan een mandaat te komen.Het is ook niet zo dat dit mandaat heel lang geleden afgegeven is. Dat ismedio vorig jaar gedaan. Ik kijk even naar de ondersteuning aan mijnrechterkant om te zien of dat klopt. Het is medio vorig jaar gedaan. In hetonderhandelingsmandaat zitten ook mensenrechten. Ik moet er dan ookvan uit kunnen gaan dat de Europese Commissie dat op een goedemanier doet. Ik snap best wel dat er verschillen zijn in hoe je tegen zo’nverdrag aankijkt. Mevrouw Kröger en ik hebben natuurlijk hele uitgebreidediscussies gehad. Een aantal partijen, waaronder die van mevrouwKröger, zouden liever willen dat de onderhandelingen gestopt worden,volgens mij. Ik denk dat dat geen goede zaak is, omdat we de relatie in debreedte moeten hebben om landen überhaupt te kunnen aanspreken opdit soort zaken. Dat doet het kabinet ook altijd. Dat heb ik ook al een aantalkeren gezegd. Dat gebeurt vaak achter de schermen in de diplomatiekecontacten die we hebben. Het helpt dan wel dat je op andere lijnen diegesprekken nog wel met elkaar hebt. Ik heb er vertrouwen in dat deEuropese Commissie dat op basis van het mandaat op een goede manierdoet. Ik vind het ook wel raar om daar dan de hele tijd achteraan te lopen,zo van: komt dat wel goed, komt dat wel goed? Dat toont eigenlijk aan datje geen vertrouwen hebt in de Europese Commissie. Als ik zie welkeafspraken er worden gemaakt in de handelsakkoorden die zijn gesloten,heb ik dat wel.De voorzitter:Mevrouw Van Ark. O nee, excuses, er is nog een interruptie van mevrouwKroger.Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Het is niet Kroger, maar Kröger. Niemand zegt dat dat mandaat moetworden opengebroken. Deze vraag gaat ook niet over het opschorten vande onderhandelingen. Deze vraag gaat expliciet over of er binnen hetmandaat ruimte is om mensenrechten te adresseren en om dat specifiekin te kleuren met de relatie tussen de Emiraten en Sudan. De manierwaarop de Staatssecretaris reageert, is bijna alsof je als Kamer of kabinetin dat hele onderhandelingsproces – en dat kan soms lang duren – nooitmeer inkleuring kan geven aan zo’n mandaat. Dat vind ik eigenlijk welproblematisch. Dat maakt onze rol als Kamer ook wel ingewikkeld, wantdan geef je één keer een mandaat en dan is het daarna: oké, aan het eindis er een uitkomst. Het is toch heel logisch dat er op basis van nieuweontwikkelingen – die zijn er op dit onderwerp, ten aanzien van de Emiratenen Sudan – inkleuring gegeven kan worden aan een mandaat? Ik vraagdus nogmaals aan de Staatssecretaris op welke manieren de Kamer of deNederlandse inzet volgens haar het begrip «mensenrechten» kanoperationaliseren.Staatssecretaris De Vries:Deze discussie hebben we op zich al veel vaker gehad. Misschien dat daarook mijn type antwoord een beetje door gekleurd wordt. Ik denk dat wedeze al drie of vier keer hebben gehad, maar dat geeft op zich niks. Ik benaltijd bereid om daar vragen over te beantwoorden. Het is niet zo dat hetnooit kan. Dat zeg ik niet. Er is met een motie – ik weet niet eens meer ofdie aangenomen is – gevraagd: wilt u dat nu doen? Dat mandaat is netvorig jaar verstrekt en er zijn nu niet heel nieuwe ontwikkelingen ofdingen die toen niet bekend waren en die afwijkend van het mandaatzouden zijn waardoor ik zeg: nou, dan moet ik daar nu heel expliciet overgaan praten met de Commissie op dit moment, dat die dat nog een keertjedoet. Dat is wel wat het is wat mij betreft. Ik denk dat het heel belangrijk is– daarover verschillen wij volgens mij van mening – dat we de handelsre-latie met de VAE openhouden, omdat die een belangrijke handelspartnerTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336318 kunnen zijn en het ook een mogelijkheid biedt om met elkaar in gesprek tezijn, aan tafel te zitten en discussies over andere onderwerpen met elkaarte hebben. Ik denk dat dat heel belangrijk is.Mevrouw Van Ark (CDA):In mijn inbreng heb ik aangegeven dat de Europese Rekenkamerconstateert dat op dit moment eigenlijk de handelsverdragen nog weinigleiden tot extra import van kritieke grondstoffen. Ik ben benieuwd hoe deStaatssecretaris daarnaar kijkt, en dan niet alleen naar de kritiekegrondstoffen, zoals lithium, maar ook naar bijvoorbeeld medicijnen. Wijzijn op dit moment voor 95% afhankelijk van landen als India en China,wat ook met de nodige vervuiling gepaard gaat. Ik denk dat het heelbelangrijk is, los van het milieuaspect, dat we echt kijken hoe weautonomer kunnen worden op dat gebied. Hoe kunnen de handelsver-dragen volgens de Staatssecretaris daaraan bijdragen? Hoe kunnen wedaarop inzetten?Staatssecretaris De Vries:Die zat eigenlijk in het blokje overig, maar ik kan ’m hier ook wel beant-woorden. Ik denk dat het kabinet zeker de urgentie onderkent. Volgens mijis dat de aanleiding voor de vraag over de leveringszekerheid van kritiekegrondstoffen. Daar moeten we echt voortvarend mee aan de slag. Ik denkdat we erop moeten blijven drukken dat dat sneller gaat dan nu gebeurt.We hebben natuurlijk de Nationale Grondstoffenstrategie. Wij werken ookaan het voorstel RESourceEU, waarin bijvoorbeeld ook naar recyclingwordt gekeken. Ik denk dat handelsverdragen zeker een mogelijkheidbieden om afspraken daarover te maken, als een soort startpunt voorvervolgdiscussies met de landen waar het over gaat. Die grotereafhankelijkheid van een beperkt aantal landen lijkt mij cruciaal. Er moetook oog zijn voor recycling. Daar moeten we ook zeker naar kijken. Daarwordt aan gewerkt door het kabinet en ook door de Europese Commissie.Ik denk dus dat wij op één lijn zitten wat dat betreft. Het is wel zaak dat weer alert op blijven dat die voortgang blijft bestaan, want het zijn vaak taaieprocessen. Ik vind het ook goed dat we, als we afspraken maken inhandelsverdragen, snel een follow-up doen om te bekijken of we deelementen met betrekking tot kritieke grondstoffen die daarin zitten,verder kunnen uitwerken en concretiseren.De voorzitter:Dan was er nog een interruptie van de heer Hoogeveen. O, niet meer. Danvervolgt de Staatssecretaris haar betoog.Staatssecretaris De Vries:Dan ga ik over naar het blokje Verenigde Staten. Voordat ik begin met hetbeantwoorden van de concrete vragen, vind ik het wel belangrijk om tebenadrukken dat de Verenigde Staten voor ons nog steeds een belangrijkepartner zijn. Ik snap alle zorgen die er zijn, die ook uitgesproken zijn. Wehebben natuurlijk een heleboel ontwikkelingen gezien in de afgelopenperiode, maar zeker als het gaat om veiligheid en ook om handel blijvende Verenigde Staten natuurlijk een belangrijke partner. Wij willenhandelsoorlogen graag voorkomen. Dat is een belangrijk uitgangspuntvoor ons. Ik denk dat uiteindelijk niemand er baat bij heeft als er handels-oorlogen zijn.De heer Bamenga vroeg in dat licht of er mechanismen moeten wordeningebouwd, met name zodat de Verenigde Staten zich wel aan deafspraken houden. De zorgen over mogelijk nieuwe handelsmaatregelendeel ik natuurlijk. Dat hebben we ook gewoon gezien. Ik vind het welbelangrijk dat wij de afspraken die zijn gemaakt met de VS, nakomen. Datis ook best wel een verwijt dat wij vanuit de Verenigde Staten horen. Zijhebben hun deel van de afspraken ingevoerd en er is nu toch wel eenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336319 soort vertraging aan de Europese kant. Wil je die relatie goed houdenvoor de toekomst en niet gaan escaleren, dan vind ik dat je daar ook echtwel voortvarend mee aan de slag moet en stappen in moet zetten.Er is ook gevraagd of je dan een escalatieladder moet inbouwen. Volgensmij was dat ook een vraag van de heer Bamenga. Ik ben er niet voor omnu een vaststaande escalatieladder met elkaar af te spreken, want danwordt het een soort automatisme in de zin van dat je vaststelt wat je opeen bepaald moment moet gaan doen. Wel is het belangrijk dat we eenaantal instrumenten achter de hand hebben. Ik denk dat Europa die ookheeft, maar het is ook belangrijk dat we dit soort ontwikkelingen met z’nallen bij voorkeur de-escaleren, zonder dat we nu als makke schapenzonder enig instrument achter de hand in de relatie met de VS staan. Ikdenk dat we instrumenten achter de hand hebben. We hebben natuurlijkeerder het pakket van de rebalancerende maatregelen gehad. Een aantaldaarvan is al genoemd, zoals het antidwanginstrument. Maar hetspeculeren over die inzet helpt volgens mij niet bij het de-escaleren. Ikdenk dat het belangrijk is dat wij onze afspraken nakomen die wij met deVerenigde Staten hebben gemaakt. Daar heb ik eerder al toe opgeroepenin de Europese Raad.Dan de vraag van de heer Bamenga hoe we aankijken tegen versterkteopschorting en herroepingsclausules in de EU-verordening, waarmee hetEU-VS-joint statement is geïmplementeerd. De kabinetsinzet is nu vooralgericht op een goede implementatie van het joint statement. Ik heb algezegd dat ik het belangrijk vind dat we daar snel stappen in zetten. In dieverordening moet natuurlijk ook de mogelijkheid zijn opgenomen vanopschorting bij niet-naleving door de VS. Daar ging de specifieke vraagover. Maar ik vind wel dat we tempo moeten maken om die verordeningen onze kant van de afspraken na te komen.De heer Hoogeveen van JA21 vroeg of er nog gekeken zou moetenworden naar verbetering van de afspraken met de VS. We blijven drukhouden op de Verenigde Staten, want met name de tarieven voor staalzijn natuurlijk enorm. Daar merken de bedrijven de gevolgen van, nietalleen de grote staalproducten die wij in Nederland hebben. Daarnaasthebben we de met-tech en de dranken, waar wij met de Verenigde Statengraag nadere afspraken over zouden willen maken, omdat die sectorendaar grote gevolgen van ondervinden. We zien dat er op dit moment nietheel veel bereidheid is bij de Verenigde Staten. In de media hebben wedaar ook verschillende berichten over langs zien komen: «Wij willen daarwel over praten, maar dan moeten jullie ook bereid zijn om te kijken naarwet- en regelgeving, bijvoorbeeld de DSA en de DMA.» Daarvan heeftEuropa gezegd: «Dat is niet wat wij willen. Als wij dat intrinsiek zoudenwillen, dan nemen wij dat besluit wel, maar niet onder dwang van eenander land.» Ik denk dat dit de relatie wel bemoeilijkt. Als je verder wiltonderhandelen over dit type afspraken, dan zullen de VS altijd tegen deEU zeggen: jullie moeten de eerste stap zetten als het gaat om deafspraken in die Europese verordeningen, en die ook echt implementeren.Anders is er denk ik sowieso geen basis om daar uitgebreid met deVerenigde Staten over te spreken.De heer Hoogeveen (JA21):Als ik zelf contact heb met de Amerikanen, stel ik altijd de vraag: wat is hetdoel van die heffingen, van die tarieven? Soms zeggen ze: we gebruikendit om te reshoren. De andere keer zeggen ze: we gebruiken het alsrevenues, dus om inkomsten te vergaren. En soms zeggen ze: het is eenonderhandelingschip die we inzetten. Die drie bijten elkaar natuurlijk. Alsje de onderhandelingen wint, heb je geen tarieven. Als je revenues wil,voer je die producten in. Als je reshoret, voer je die producten niet in enheb je geen revenues. Gewoon uit interesse: heeft de Staatssecretarisweleens contact met Amerikaanse counterparts over dit specifieke punt?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336320 Wat is volgens de Staatssecretaris nou precies het doel van de Ameri-kanen ten aanzien van bijvoorbeeld de tarieven op aluminium en staal?Staatssecretaris De Vries:Er zijn natuurlijk regelmatig contacten met de counterparts, ook door mijpersoonlijk. Wat je het meest hoort, is dat ze de handelsbalans tussenEuropa en de Verenigde Staten niet goed vinden. Daaraan gerelateerd isde reshoring, oftewel het meer van de productie naar de Verenigde Statenhalen. Maar ik denk dat dat hun grootste zorg is en dat ze dit daaromzouden willen doen. Ze hebben het idee dat ze er onevenredig slecht afkomen als het gaat om de handel met Europa. Misschien zullen deheffingen en de inkomsten daar ook nog een rol bij spelen, maar dit isvolgens mij de oorspronkelijke gedachte erachter. Iedere persoon die jeerover spreekt, zal weer een verschillend accent leggen, maar ik denk datdit uiteindelijk de kern is waar het om draait bij de Amerikanen.De voorzitter:U vervolgt uw betoog.Staatssecretaris De Vries:Mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA had nog een vraag over debasisregels van de WTO. De kaderinstructie voor de Wereldhandelsorgani-satie staat ook op de agenda. Volgens mij gaat mevrouw Kröger, samenmet mevrouw Van Ark, dacht ik ... O nee, de heer Bamenga! Sorry. Deheer Bamenga en mevrouw Kröger gaan daar ook naartoe. Als Nederlandvinden we het belangrijk dat de Wereldhandelsorganisatie een goedepositie blijft houden. Het op regels gebaseerde internationale handels-systeem is ook van groot belang voor Nederland. Daarvoor zijn wat mijbetreft wel hervormingen nodig. De overeenkomst met de VerenigdeStaten is – laat ik het zo maar zeggen – toch wel een soort pragmatischeaanpak geweest. We zien dat er zonder die afspraken hele hoge importhef-fingen op de Europese landen, en op onze bedrijven, af zouden komen. Eris dus een pragmatische aanpak gekozen, maar laat helder zijn dat wij deinternationale handelsregels nog steeds hoog in het vaandel hebben endat die wat ons betreft ook het uitgangspunt zouden moeten zijn. Maargoed, er is gekozen voor zekerheid voor het Europese bedrijfsleven in datjoint statement met de Verenigde Staten.Dan had mevrouw Kröger nog een vraag over Groenland en hetraamwerk. Alles rondom de Groenlanddeal ligt natuurlijk vooral bij deMinister van Buitenlandse Zaken. Als het gaat om de handelspolitiek,zouden wij er vooral op in willen zetten dat we die niet met elkaarvermengen. Dat is natuurlijk wel wat de Verenigde Staten gedaan hebben.Iedereen heeft in de media kunnen volgen hoe dat gegaan is. Ik denk dathet belangrijk is dat we dat gescheiden houden. Mevrouw Kröger noemdezelf ook al dat handel als wapen wordt ingezet. Ik denk dat dat uiteindelijkgeen goede zaak is, omdat er dan allerlei maatregelen worden ingezetvoor oneigenlijke doelen.Dat was het blokje VS wat mij betreft, voorzitter. Ik ga door naar de WTO.Er was ook een vraag van mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA over deinzet en de kaderinstructie voor de WTO. Ze vroeg wat de pragmatischebenadering rond de integratie van milieu- en duurzaamheidaspecteneigenlijk betekent. Ik denk dat het belangrijk is dat we naar de integratievan handel en milieu en duurzaamheid kijken, maar wel vanuit de blik vaneen gelijk speelveld. Wij leggen ons bedrijfsleven heel veel zaken opvanuit milieu en duurzaamheid, met terechte redenen overigens, maar wevinden het belangrijk dat er ook een gelijk speelveld is met alle anderelanden in de rest van de wereld, omdat onze bedrijven anders niet goedzouden kunnen concurreren. Onze insteek is om zo veel mogelijk eengelijk speelveld te creëren.Een interruptie, voorzitter.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336321 Mevrouw Kröger (GroenLinks-PvdA):Dat antwoord snap ik deels, maar dit gaat toch juist om duurzaamheid enmilieu ín de WTO-agenda. Daarmee wordt het al per definitie een gelijkspeelveld, want het is dan voor de WTO en alle landen die daarbijaangesloten zijn. Dus wat is dan precies de inzet? En ik las ook overfossielebrandstofsubsidies en plasticvervuiling. Ik zoek dus gewoon evennaar een wat nadere duiding van de inzet op deze onderwerpen.De voorzitter:Dank u wel. Dat was overigens uw laatste interruptie, zeg ik hier. U bentzich er bewust van; dat is goed.Staatssecretaris De Vries:Ik denk dat heel veel landen erover van mening verschillen of hetüberhaupt wel op de tafel van de WTO thuis zou horen om te praten overduurzaamheid, milieu en klimaat. Ik denk dat wij het als Nederlanders welbelangrijk vinden, met het oog op dat gelijke speelveld. En we kijken erpragmatisch naar, omdat je daar toch met z’n allen uiteindelijk uit moetkomen. Wij vinden het belangrijk dat we daar wel met elkaar de discussieover aangaan en zorgen dat onze bedrijven niet alleen in een helenadelige positie komen; vandaar dat wij het wel graag op dit platformwillen bespreken met elkaar. Maar er zijn heel veel landen die dat absoluutniet willen, dus dat wringt af en toe wel. De inzet van Nederland is weldegelijk om daar ook binnen de WTO die afspraken over te gaan maken.Of dat gaat lukken, is weer een tweede natuurlijk. En bij de brandstofsub-sidies, de fossiele subsidies, en het tegengaan van plasticvervuiling gaathet er vooral om tot resultaten te komen in de lopende gesprekken rondhet afbouwen van de fossielebrandstofsubsidies en plasticvervuiling. Hetgaat daarbij wel vooral om informatie-uitwisseling tussen landen. Dat lijktmisschien niet zo heel ambitieus, maar dat is binnen het krachtenveld vande WTO wel het meest haalbare.Dat was het wat mij betreft over de WTO, voorzitter.De voorzitter:Dank u wel. Dan komen wij nu bij het blokje overig.Staatssecretaris De Vries:Ja, het blokje overig. Dat zijn best nog wat vragen.De voorzitter:Dat gaat alle kanten op.Staatssecretaris De Vries:Ja, dat kan alle kanten op. Mevrouw Kröger van GroenLinks-PvdA steldeeen vraag over de ruimte die de CSDDD lidstaten biedt. Er ligt nu eenpolitiek akkoord. Ik denk dat daar een aantal zaken in zitten die wijbelangrijk vinden, zoals de risicogebaseerde benadering. Die is terugge-bracht in de CSDDD. Ik weet niet wat het volgende kabinet daarvan vindt,maar dit kabinet is er in elk geval voorstander van om het zuiver enlastenluw te implementeren, dus zonder nationale koppen. Hetklimaatplan waar mevrouw Kröger het over had, zit niet meer in deCSDDD, en het zou ook niet het idee van dit kabinet zijn om dat als extrakop op de regelgeving te gaan afspreken. Maar goed, u weet ook waar ditkabinet staat: in zijn demissionaire status. Er komt een nieuw kabinet aan,maar ik denk dat het gelijke speelveld voor onze bedrijven wel zobelangrijk is dat je gewoon niet allemaal koppen op Europese regelgevingzou moeten zetten.Dan de heer Hoogeveen van JA21, die het CAI wil afstoffen, het Compre-hensive Agreement on Investment with China. Ik denk dat het belangrijk iste noemen dat de economische relatie en handelsrelatie met China bestTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336322 complex zijn. We zitten natuurlijk met die veiligheidskant, en aan deandere kant is er natuurlijk ook wel een handelsrelatie. U kent de drieslag«promote, protect, partner». Ik denk wel dat die belangrijk is. We moetenniet meer naïef zijn. Ik denk dat dat ook heel belangrijk is in dit beleid. Diedrieslag blijft belangrijk. Ik vind het niet zo nuttig om hier nu te zeggen ofik het opportuun vind om dat nu weer af te stoffen. Het lijkt me echt welaan een nieuw kabinet om te gaan beoordelen of het dat zou willen, ja ofnee.De heer Hoogeveen (JA21):Ik begrijp het antwoord van de Staatssecretaris. Concreet: het CAIafstoffen gaat misschien wat ver. Maar het lijkt me wel nuttig om ook in deRaad, of in ieder geval in Europees verband, te kijken naar mogelijkeopeningen en kansen richting China, net als de UK en Canada onlangshebben gedaan. Dat is het zeker ook als je kijkt naar de speech van depremier van China in Davos, waarin hij juist aangaf open te staan voorverdere onderhandelingen, ook om handelsrelaties en markttoegang teverbeteren. Wellicht is dat dus een alternatief.Staatssecretaris De Vries:Ik denk dat het wel degelijk belangrijk is om ook die relatie op alleverschillende fronten lopende te houden. Er moet daarbij wel een goedebalans zijn tussen de verschillende elementen die ik al noemde. Veiligheidneemt daarbij een steeds belangrijkere plek in. Het is ook zeker zo dat wijde eigen samenwerking met China daarin bekijken. Nederland voertdaarom dan ook gesprekken met China over economische samenwerkingen wetenschaps- en innovatiemogelijkheden. Dat gebeurt onder andere inhet Joint Economic Committee. Dergelijke gesprekken vinden dus welplaats. Ik denk ook dat het belangrijk is om die te blijven voeren, maar omdaar, nogmaals, niet naïef in te zijn en bij dergelijke zaken wel degelijkrekening te houden met de veiligheidsaspecten.Dan ga ik van China naar Fryslân, misschien een heel grote stap. Het CDAwas blij dat ik met de gedeputeerde Economische Zaken in Fryslângesproken heb en bekeken heb hoe de economische missies meer kunnenworden ingezet voor het Friese bedrijfsleven. Ik denk dat het belangrijk isdat we ook kijken naar andere regio’s, om te zien of we die kunnenstimuleren en hoe we het makkelijker kunnen maken voor regio’s om meete gaan met handelsmissies. We hebben ook het Trade & InnovateNL-netwerk, waarin samen wordt gewerkt met de regionale ontwikkelings-maatschappijen. Ik denk dat dat belangrijk is. Dit geldt zeker niet alleenvoor Fryslân; ik denk dat het ook voor de andere regio’s in Nederlandgeldt. Ik was gisteren nog in Arnhem bij de bedrijvendag van de ambassa-deursconferentie en heb daar toen over gesproken met Oost NL. Datgesprek ging vooral over technologische start-ups en scale-ups en hoe wevia het postennetwerk meer relaties naar het buitenland kunnen leggen. Ikdenk dat dat ook voor andere regio’s geldt. Ik zou daarom zeggen: zorgdat je die exporttaak goed oppakt; waar wij kunnen, zal BuitenlandseZaken daarbij helpen.Mevrouw Van Ark (CDA):Ten eerste moet ik zeggen dat u de provincienaam veel beter uitspreektdan ik dat zou kunnen doen. Mijn vraag is of u herkent dat het aanbod viadie regionale ontwikkelingsmaatschappijen, die ROM’s, versnipperd is.Herkent u dat het aanbod niet overal hetzelfde is en met name in deregio’s mogelijk zelfs niet conform het niveau is dat we zouden willen?Staatssecretaris De Vries:Ik zie wel dat er verschillen zijn en dat sommige regionale ontwikkelings-maatschappijen misschien iets meer het been bij zouden moeten trekken,maar het gaat natuurlijk ook over wat voor type bedrijf het is en wat deTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336323 vraag daarnaar is. Wij proberen wel om het zo goed mogelijk onder deaandacht te brengen en hebben ook met de gedeputeerde in Fryslânafgesproken dat wij zullen aangeven welke handelsmissies we hebben endat zij dan een aantal bedrijven bij ons aanleveren die daarbij zoudenpassen, zodat we een wat meer proactieve houding daarin krijgen. Ik denkdat dat dé manier zou zijn. Ik vind het belangrijk dat we de regionaleontwikkelingsmaatschappijen ook stimuleren om in dat Trade enInnovative ... Hoe heet het ook alweer? Ik vind het belangrijk dat we deregionale ontwikkelingsmaatschappijen ook stimuleren om in dat netwerkmet handel en innovatie een belangrijke rol te spelen. De ROM’s kunnenvan elkaar leren hoe ze dat op een nog actievere manier kunnen doen danze het nu al doen.Mevrouw Van Ark van het CDA stelde ook een vraag over de voortgangvan de combitracks. Er zijn 22 combitracks. Bij een paar daarvan is devoortgang minder, gezien de lastige marktontwikkelingen. Het is best weleen uitgebreid verhaal als ik zou moeten vertellen wat er bij de enecombitrack mist en wat er bij de andere combitrack misschien wel heelgoed gaat. Ik denk dat de combitrackaanpak een heel goede is. Misschienkunnen we afspreken dat ik er schriftelijk kort op terugkom en dan eenbeeld schets van de situatie met de combitrack.De voorzitter:Zou de Staatssecretaris daar een termijn voor kunnen geven?Staatssecretaris De Vries:Kunnen we dat in het verslag doen? Ik zie dat dat niet zo is. Dan eenandere termijn. Zullen we het binnen een maand doen?De voorzitter:Binnen een maand. Dat staat genoteerd.Staatssecretaris De Vries:Dan had mevrouw Teunissen van de Partij voor de Dieren nog een vraagover de komende maatregelen tegen handel met illegale Israëlischenederzettingen. Afgelopen zomer heeft het kabinet bekeken of dezemaatregelen binnen de EU in gang gezet zouden kunnen worden. Daarwas niet voldoende draagvlak voor. Het kabinet heeft al aangegeven drukte werken aan de nationale maatregelen. Ik moet wel zeggen dat dat bestcomplex is en dat we dit ook zorgvuldig willen doen, zodat het ookuitvoerbaar en handhaafbaar is. Momenteel zijn de wetgevings- enuitvoeringstoetsen in de afrondende fase. Ik kan nog niet precies zeggenwat dan de tijdlijn wordt en hoe snel daarna er een besluit zou kunnenvallen, maar hier wordt wel voortvarend aan gewerkt.De laatste vraag ging over Mozambique. Ik moet zeggen dat dat niet op deagenda staat, want we hebben hier al regelmatig over gesproken. Er zijntwee polissen, een exporteurspolis en een financieringspolis. Vanaffebruari 2021 bent u daarover geïnformeerd. We hebben ook een tijdlijnaangegeven in de brief van 1 december, waarmee u daarover uitgebreidbent geïnformeerd. De exporteurspolis loopt door. Daar zit eigenlijk geennieuw afwegingsmoment in, omdat het een juridisch bindend contract is.De andere polis is een financieringspolis. Daar zou een heroverwegingover plaatsvinden, maar de projectleider van het lng-project in Mozam-bique heeft op 24 november 2025 laten weten af te zien van het doorNederland verzekerde aandeel in de financiering van het project. Totbesluitvorming over de aanpassing van de financieringspolis is het nietgekomen vanwege het besluit van TotalEnergies.Dat was het wat mij betreft, voorzitter.De voorzitter:Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336324 Heel veel dank. Het paste inderdaad niet helemaal in de orde van hetdebat, mevrouw Teunissen, dus ik wil daar slechts één interruptie aanbesteden. Daarna wil ik dat onderwerp laten voor wat het is en geef ik deheer Bamenga het woord.Mevrouw Teunissen (PvdD):Dat is goed, voorzitter. Er is natuurlijk wel een nieuwe aanleiding geweest,namelijk dat het project weer aangevangen is en dat Nederland dus nogsteeds die exporteurspolissen doorzet. Ik hoor het kabinet alleen maarzeggen dat het die vanwege het contract niet kan ontbinden. Ik denk dandat er toch iets mis is met de criteria. Er is namelijk net een rapport vanClingendael verschenen, waaruit mensenrechtenschendingen enmilieuschade blijken, maar we gaan toch door met die exporteurpolis. Isdaar echt niks aan te doen? Dat is mijn vraag.Staatssecretaris De Vries:We zijn daar volgens mij in de brief van begin december, 1 december,uitgebreid op ingegaan. Als je een juridisch contract hebt en er geenheroverweging in zit, dan is er een juridisch contract. Ik zie geen mogelijk-heden om daar nu achteraf iets aan te veranderen.De heer Bamenga (D66):Ik heb volgens mij nog twee interrupties. Ik wilde mijn laatste interruptiegebruiken om de Staatssecretaris te bedanken voor de samenwerking.Aangezien we geen tweede termijn hebben, wil ik dat bij dezen doen.Dank in ieder geval voor de inzet, hoewel we niet altijd op één lijn zitten,zeker niet als het gaat om het wellicht wat harder aanspreken vanbijvoorbeeld de Emiraten. Ik heb wel gezien dat de Staatssecretaris bereidwas om bijvoorbeeld Sudan en Congo echt op de Europese agenda tezetten en te houden. Ook op het gebied van handel hebben we volgensmij mooie dingen gedaan in de korte tijd waarin de Staatssecretaris erheeft gezeten. Dank daarvoor en heel veel succes voor het vervolg; laat ikhet zo zeggen.De voorzitter:Wat collegiaal! Hier worden gewoon interrupties verbrand voordankwoorden. Dat gebeurt niet vaak.Staatssecretaris De Vries:Zo kan het ook!De voorzitter:Ja, zo kan het ook. Laten we daar een voorbeeld aan nemen. Superdankaan de Staatssecretaris. Ik heb één toezegging genoteerd.−De Staatssecretaris zal de Kamer binnen een maand informeren overde voortgang van de 22 combitracks.Dat is juist. Verder waren er geen toezeggingen. Er was ook geenvooraankondiging van een tweeminutendebat, dus dat kan deze week ookniet meer plaatsvinden. Dat hoeft ook niet per se.Dan wil ik de Staatssecretaris en haar ondersteuning van harte dankenvoor de tijd. Mijn collega’s dank ik voor hun inbreng. Dank u wel.Sluiting 16.49 uur.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 21 501-02, nr. 336325

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · d4019129d5466ee4

14 okt 2026 · cf7f3be2aebce98d

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.