KamerkringInloggen
Kamerbrief

Voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagen over de periode januari - april 2024

31 mei 2024 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie a416b8f8d28a99be · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2023–202431 066BelastingdienstNr. 1390 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 mei 2024Hierbij ontvangt u de Voortgangsrapportage hersteloperatie toeslagenover de periode januari tot en met april 2024. Hiermee wordt uw Kamergeïnformeerd over het herstel voor ouders en hun kinderen. Deproblemen met de kinderopvangtoeslag hebben diepe sporen achterge-laten bij een grote groep gedupeerden. Alle inzet van het kabinet is enblijft erop gericht om dit recht te zetten en ervoor te zorgen zij een nieuwestart kunnen maken.Voor een aantal ouders duurt het herstel lang. Het kabinet probeert waarmogelijk de hersteloperatie verder te verbeteren en te versnellen, metname door zich te richten op het verkorten van de wachttijden voorbezwaarafhandeling en het versnellen van de afwikkeling van aanvullendeschade. Dit laatste onderwerp is onderdeel van de brief over de aanvul-lende schaderoutes.Op andere onderdelen van de hersteloperatie werpen eerder ingezetteversnellingsmaatregelen inmiddels duidelijk hun vruchten af. Zo is hetaantal afgeronde integrale beoordelingen opnieuw fors toegenomen tenopzichte van de vorige periode. Ruim 7.400 ouders ontvingen in deperiode januari–april 2024 een vooraankondiging of definitievebeschikking van deze beoordeling of gaven aan af te zien van verderebeoordeling. Inmiddels is daarmee voor 61% van de aangemelde oudersde integrale beoordeling afgerond. Van de ouders die op dit momenterkend zijn als gedupeerde is nu voor 79% de integrale beoordelingafgerond. De prognose om de resterende integrale beoordelingen in 2024en 2025 af te wikkelen, blijft gehandhaafd en haalbaar.Eind 2023 is UHT begonnen met het verstrekken van de ouderdossiers enzijn maatregelen genomen om meer dossiers te kunnen verstrekken. Erheeft een opschaling van de organisatie plaatsgevonden, in combinatiemet vereenvoudiging van de anonimiseerinstructie, schrappen vancontroles en de invoering van nieuwe laksoftware. Inmiddels is dit proceszo ver geoptimaliseerd dat het ouderdossier snel aan ouders kan worden kst-31066-1390ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2024Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13901 verstrekt. Vanaf april 2024 worden gemiddeld 600 ouderdossiers permaand verstrekt. Het streven is om tegen het einde van dit jaar minimaal7.000 dossiers te verstrekken en zo mogelijk op te schalen naar 9.000 teverstrekken dossiers (inclusief de 2.201 dossiers uit het eerste kwartaal).Het uitgangspunt blijft daarbij om eerst de ouderdossiers te verstrekkendie noodzakelijk zijn voor de behandeling van bezwaar, een verzoek omaanvullende schade of (als nodig) in de urgente behandeling. Met deverder beschikbare capaciteit kunnen ouderdossiers worden verstrekt bijde integrale beoordeling.De inzet is om het ouderdossier zo vroeg mogelijk in het proces aan deouder te verstrekken, en in ieder geval voor de inhoudelijke behandelingin bezwaar of bij CWS. Het is helaas niet mogelijk om vooraf aan te gevenop exact welk moment in het proces het dossier zal worden verstrekt. Devraag en volgorde van dossiers wordt namelijk bepaald door factoren dieniet vooraf zijn vast te leggen. Zoals de versnelling van de afhandelingvan bezwaar en CWS-verzoeken, de vraag naar ouderdossiers in deintegrale beoordeling, de reeds verstrekte hersteldossiers, de implementa-tiesnelheid van de verbetermaatregelen bij dossiers, en de beroepen niettijdig beslissen die met voorrang behandeld worden. Deze factorenbepalen de volgorde en prioriteit waarmee medewerkers dossierssamenstellen, anonimiseren en aan ouders kunnen verstrekken.BezwaarbehandelingOuders moeten helaas veel te lang wachten als zij in bezwaar gaan tegeneen beslissing van UHT. Vanzelfsprekend wil het kabinet het liefstvoorkomen dat ouders zich genoodzaakt voelen om in bezwaar te gaan.Daartoe gaat UHT eerder in het proces met ouders in gesprek. Depersoonlijk zaakbehandelaar bespreekt ook tijdens de beoordeling deresultaten van de integrale beoordeling (voordat de beschikking komt)met de ouder/gemachtigde, waarbij er ruimte is voor nadere toelichtingover en weer.Er zijn al veel maatregelen genomen om ingediende bezwaren zo snelmogelijk te kunnen afhandelen. Er wordt continu ingezet op het verderuitbreiden van de capaciteit en het investeren in het behoud van bestaandpersoneel. Ook de inzet van mediation bij bezwaar wordt gecontinueerd.De eerste resultaten van deze ingezette maatregelen zijn langzaamzichtbaar. De afgelopen maanden is gebleken dat UHT de beoogdestijging in productiviteit, daling van de afhandeltijd, en opschaling van deorganisatie sneller zal gaan behalen dan oorspronkelijk verwacht. UHTvoert op dit moment een herijking van het uitvoeringsplan uit waaruit zalblijken wat de precieze positieve impact hiervan op de einddatum van deIB-bezwaarafhandeling zal zijn. Hierover zal uw Kamer in de volgendevoortgangsrapportage worden geïnformeerd.Op dit moment liggen er echter nog circa 1.200 bezwaren tegen de eerstetoets. UHT geeft prioriteit aan de afhandeling van deze bezwaren. Dieversnelde afronding is met name van belang voor ouders die in bezwaarzijn gegaan tegen een afwijzende beschikking op de eerste toets. Met eeneerste toets toewijzing verandert hun status naar gedupeerdheid met allebijkomende rechten. Daarnaast kan UHT na afronding van de bezwarentegen de eerste toets focussen op de behandeling van de doorgaans meercomplexe bezwaren tegen de integrale beoordeling en besluiten opverzoek om aanvullende compensatie voor werkelijke schade. Bovendienworden daarmee evenzoveel ingebrekestellingen en risico op beroep niettijdig beslissen (BNTB’s) voorkomen. De bezwaren tegen eerste toets zijnnaar verwachting eind 2024 afgerond.Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13902 Ook liggen er nog circa 6.000 bezwaren tegen de integrale beoordeling.Het streven blijft om de bezwaren tegen de integrale beoordeling eind2026 afgerond te hebben. Ondanks de sterk gegroeide productiviteit vanhet bezwarenteam, lijkt dit streven zonder aanvullende maatregelen nietlanger realistisch. Daarom is geïnventariseerd welke – deelsonorthodoxe – maatregelen op korte en op middellange termijn kunnenworden geïmplementeerd. Daarbij kan worden gedacht aan maatregelenom de instroom te beperken, processen te versnellen en de capaciteitverder te verhogen.Om de instroom te beperken is gekeken naar andere hersteloperaties enwelke maatregelen daar zijn ingevoerd om de bezwaarprocessen teversnellen. Daaruit is «het afdoen van bezwaren middels een schikkings-voorstel» als effectieve maatregel naar voren gekomen, dit kan voorouders een snellere oplossing bieden en eveneens kunnen de uitvoerings-kosten lager uitvallen. Deze maatregel is succesvol gehanteerd bij dehersteloperatie in Groningen.Om de processen te versnellen bestaat het voornemen tot strikterhanteren en handhaven van termijnen voor het indienen van bezwaar-schriften, voor het completeren van onvolledige bezwaarschriften en voorhet plannen van een hoorzitting. Door beter te sturen op termijnen wordtde voortgang van bezwaarprocedures beter gewaarborgd. Hierbij isvanzelfsprekend gekeken naar termijnen die ook voor ouders en hungemachtigden redelijk zijn. De Oudercommissie, de werkgroep advocatenen de Bezwaarschriftenadviescommissie zijn hierover geconsulteerd.Voorgaande is vastgelegd in een concept beleidskader dat als bijlage bijdeze voortgangsrapportage is gevoegd. Publicatie van dit beleidskader inde Staascourant is voorzien op 1 juli 2024.Om de capaciteit verder te vergroten wordt gewerkt aan het inhuren vancomplete bezwarenteams (hybride insourcing1). Over de uitwerking eninvoering van deze maatregelen zal uw Kamer in de volgende voortgangs-rapportage worden geïnformeerd.Vrijwel alle bezwaarcapaciteit van UHT wordt momenteel gealloceerd aanbezwaren van ouders die een beroep niet tijdig beslissen (BNTB) hebbeningesteld. Er worden momenteel nog steeds meer BNTB’s ingediend danbezwaren afgehandeld. Het gevolg daarvan is dat andere ouders noglanger moeten wachten op een beslissing en geen duidelijkheid hebbenover wanneer hun bezwaar in behandeling wordt genomen. Met degenoemde aanvullende maatregelen zal hier deels versnelling op mogelijkzijn, maar het feit blijft dat er nog geruime tijd sprake zal zijn vanachterstanden en doorlooptijden die ver buiten de huidige wettelijkebeslistermijnen liggen.In de aanbiedingsbrief bij de voortgangsrapportage over de periodeseptember – december 2023 heeft het kabinet aangeven te werken aaneen wetsvoorstel2 met aanpassingen aan de nabestaandenregeling, deaanvraagtermijn voor aanvullende compensatie van werkelijke schade, depeildatum voor brede ondersteuning in het buitenland, en het aanpassenvan een aantal wettelijke beslistermijnen binnen de hersteloperatie naarde daadwerkelijk benodigde behandeltijd. De Afdeling Advisering van deRaad van State heeft op 6 mei 2024 advies uitgebracht.3 Het kabinet heeft1Om hybride insouring rechtmatig mogelijk te maken dient er wel een openbare aanbestedingplaats te vinden.2Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13413Raad van State: kenmerk W06.24.00053/IIITweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13903 het advies in beraad en is voornemens voor het zomerreces eenaangepast wetsvoorstel aan uw Kamer te sturen.SchuldenaanpakDe schuldenaanpak voor gedupeerde ouders bestaat uit het kwijtscheldenvan publieke schulden, het vergoeden van de betalingsachterstanden bijprivate schulden en ouders in een wettelijke schuldsaneringsregeling ofbuitengerechtelijke schuldregeling. De uitvoering van de schuldenaanpakverloopt voortvarend. Bij circa 97% (100.833) van de publieke schuldenvan gedupeerde ouders en (ex)toeslagpartners die in aanmerking komen,heeft de kwijtschelding reeds plaatsgevonden. In totaal is tot en metpeildatum 30 april 2024 circa € 746 miljoen aan publieke schuldenkwijtgescholden. Ook de hulp bij private schulden blijft op schema lopen.Circa 89% (30.745) van alle ingediende schuldenlijsten is reeds beschiktdoor uitvoerder Sociale Banken Nederland (SBN). Op peildatum 30 april2024 is door SBN aan publieke schulden en private schuldeisers eentotaalbedrag van circa € 185,7 miljoen uitbetaald.Voor jongeren met problematische schulden hebben gemeenten eenaanvullend schuldhulpverleningsaanbod ingericht. De gemeente maaktdan samen met de jongere een plan van aanpak waarin de jongere wordtondersteund en begeleid bij het maken van een nieuwe start en waarbijsaneerbare schulden kunnen worden opgelost. Hiervoor heeft het kabinet€ 35 miljoen uitgetrokken. Naar aanleiding van de toezegging aan het lidSynhaeve is aan een aantal grote gemeenten de eerste ervaringenuitgevraagd rondom het aanvullend schuldhulpaanbod. In vier grotegemeenten zijn circa 300 jongeren ingestroomd in het traject van hetaanvullend schuldhulpverleningsaanbod. Daarnaast bevinden zichtientallen jongeren in een aanmeldingsfase waarbij nog moet wordenvastgesteld of er sprake is van een problematische schuldsituatie.In lijn met de toezegging om de Kamer te informeren over de proble-matiek die gemeenten tegenkomen en hoe de schuldenregeling voorjongeren loopt, is inmiddels een verkenning uitgezet. Deze verkenning zaleen beeld geven van de ervaring met het schuldhulpverleningsaanbod. Erwordt gestreefd om de uitkomsten in het vierde kwartaal van 2024 gereedte hebben.Naar aanleiding van de motie Stultiens en Inge van Dijk4 wordt er samenmet OCW, DUO en de VNG-onderzoek gedaan naar maatwerkoplossingenvoor jongeren met een DUO-schuld als gevolg van de toeslagenaffaire.Het voornemen is uw Kamer hierover voor het zomerreces te informeren.KindregelingDe kindregeling is een regeling bedoeld als steun in de rug voor kinderenen jongeren van een gedupeerde ouder. De kindregeling bestaat uit eengeldbedrag, waarvan de hoogte afhankelijk is van de leeftijd van het kinden maximaal € 10.000 bedraagt. Aanvullend wordt brede ondersteuninggeboden door de gemeente waarin zij wonen. De uitvoering van dekindregeling loopt voorspoedig. Ruim 95.500 kinderen hebben inmiddelseen geldbedrag ontvangen. De kinderen die nog niet zijn beschikt enbetaald zijn de kinderen van wie de ouders recentelijk als gedupeerde zijnerkend of bevinden zich in bijzondere situaties, zoals onduidelijkheid overwie het gezag heeft. Voor deze laatste groep spant UHT zich tot hetuiterste in om ook aan hen de regeling zo spoedig mogelijk toe te kennen.4Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 1359Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13904 Ex-toeslagpartnersSinds september 2023 heeft UHT 1.950 ex-toeslagpartners die voldoenaan de ex-partner criteria een uitnodiging gestuurd met informatie overde regeling en het verzoek zich aan te melden als zij zich gedupeerdvoelen. Tot en met april 2024 heeft UHT 1.346 aanmeldingen ontvangen,die voor ruim 95% zijn beschikt. UHT behandelt eerst de groep ex-partnersdie al bij hen in beeld is. De zelfmelders zullen ook door UHT in behan-deling genomen worden op het moment dat UHT beschikt over voldoendecapaciteit en het in inpasbaar is in de uitvoering. Voor inwerkingtreding isnog een koninklijk besluit nodig.Op dit moment wordt nog in kaart gebracht onder welke voorwaarden enop welke termijn de schaderoutes voor ex-toeslagpartners beschikbaarkunnen komen.NabestaandenregelingDe nabestaandenregeling bestaat uit twee onderdelen: de regeling voornabestaanden van overleden gedupeerde ouders en de nabestaanden vanoverleden kinderen van gedupeerde ouders.De uitvoering van de regeling voor nabestaanden van overleden kinderenis conform planning in april 2024 gestart. De uitvoering van deze regelingvraagt om zorgvuldigheid. UHT heeft hiervoor een apart team ingerichtmet bijzondere aandacht en voldoende tijd voor contact met denabestaanden. Begunstigden van de nabestaandenregeling vooroverleden kinderen krijgen een erkenningsbrief en een bedrag dat gelijk isaan de tegemoetkoming binnen de kindregeling.Met betrekking tot de regeling voor nabestaanden van gedupeerde oudersis uw Kamer geïnformeerd dat een aanpassing in de wet nodig is om deregeling te kunnen uitvoeren.5 Een wetsvoorstel met daarin een aange-paste nabestaandenregeling wordt naar verwachting nog voor hetzomerreces aan uw Kamer voorgelegd. De voorbereiding op de uitvoeringvan de nabestaandenregeling loopt ondertussen door, zodat zo snel alsmogelijk kan worden gestart met de uitvoering nadat de wet door deEerste Kamer is aangenomen, rekening houdend met een zorgvuldigeinrichting van het proces en met de invoering van andere aanvullenderegelingen. Afhankelijk van de wetsbehandeling kan de regeling starten inde tweede helft van 2024.Brede ondersteuning door gemeentenGedupeerde ouders en jongeren die kampen met problemen op hetterrein van financiën, wonen, zorg, gezin en werk kunnen brede onder-steuning ontvangen van gemeenten. Deze ondersteuning is, conform deWet hersteloperatie toeslagen (Wht), óók beschikbaar voor potentieelgedupeerden die nog in de beoordelingsfase voor de eerste toets ofintegrale beoordeling bij UHT zitten, erkende ex-toeslagpartners ennabestaanden. De afgelopen jaren is gebleken dat de brede ondersteuningvoor ouders en kinderen een essentieel onderdeel is in hun herstel en hetkunnen maken van een nieuwe start. Het kabinet en gemeenten vindenhet cruciaal dat alle gedupeerden en hun kinderen gebruik kunnen makenvan de brede ondersteuning waar zij recht op hebben.De brede ondersteuning staat door verschillende omstandigheden onderdruk met het risico dat ouders en jongeren niet langer die ondersteuning5Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 36 352, nr. 28Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13905 kunnen krijgen die zij nodig hebben. Ouders en jongeren verkeren somslang in onzekerheid doordat het aantal mensen dat zich heeft gemeld veelgroter is dan verwacht. Ouders en jongeren ervaren verschillen in debrede ondersteuning en hebben soms te maken met wachttijden. Zijgeven aan behoefte te hebben aan duidelijkheid over de opbouw enlooptijd van de brede ondersteuning. Gemeenten signaleren op hun beurtdat de lange afhandelduur van het financieel herstelproces leidt tot veel,terugkerende en complexe hulpvragen bij gemeenten. Verder merkengemeenten op dat zij niet toekomen aan de echte hulpvraag van oudersen kinderen, doordat het gesprek vaak gaat over materiële verstrekkingen.Een ander punt van zorg is het feit dat gedupeerden en jongeren, ook naeen lange tijd, te maken kunnen krijgen met psychosociale problemen enrouwverwerking. Om hen bij te kunnen staan is specifieke expertisevereist. Deze expertise en capaciteit is nog onvoldoende ontwikkeld.Het afgelopen kwartaal is samen met ouders, gemeenten, de VNG,stakeholders, het Ministerie van SZW en het Ministerie van Financiënverkend wat de voornaamste knelpunten zijn en hoe de brede onder-steuning voor ouders en jongeren toekomstbestendig kan wordeningericht.Een simpele, optimale oplossing voor alle gesignaleerde knelpunten isniet voorhanden. Doorgaan op de ingeslagen weg is echter ook nietwenselijk. Gezamenlijk is gezocht hoe de voornaamste knelpunten kunnenworden ondervangen en hoe de brede ondersteuning toekomstbestendigkan worden ingericht. Daarbij is het uitgangspunt dat ouders en jongerentijdig en passend hulp krijgen. Maar ook dat zij weten of, en zo ja welke,materiële verstrekkingen zij ontvangen als die nodig zijn voor het kunnenmaken van een nieuwe start en hoelang de brede ondersteuningmaximaal duurt. Ook is het voor het kabinet heel belangrijk dat voorouders, voor wie de brede ondersteuning is afgerond, de reguliere hulpvan de gemeente altijd open blijft staan. Op basis van deze uitgangs-punten, wordt gezamenlijk regelgeving uitgewerkt om te komen tot eentoekomstbestendige brede ondersteuning.Ten eerste blijft de brede ondersteuning hulp op maat voor ouders enjongeren. Op die manier blijft de individuele situatie en specifiekeondersteuningsbehoefte van ouders en jongeren voor gemeenten leidendvoor inzet van de hulp. Gemeenten blijven hiermee de mogelijkheidhouden om maatwerk te bieden. Inherent hieraan is dat ook bepaaldeverschillen in ondersteuning aan ouders en jongeren blijven bestaan. Desituatie van iedere ouder en jongere is anders en dus ook de behoefte. Degeboden hulp wordt altijd opgenomen in een gemotiveerd plan vanaanpak.Daarnaast wordt duidelijkheid geboden rondom het verstrekken vanmateriële voorzieningen binnen de brede ondersteuning. Door binnen eentermijn van een halfjaar na het eerste gesprek te bepalen welke materiëleverstrekkingen aan de ouder of jongere onderdeel zijn van hun plan vanaanpak en nodig zijn voor het kunnen maken van een nieuwe start.Ook wordt duidelijkheid geboden over het afronden van de bredeondersteuning als een ouder of jongere een nieuwe start heeft kunnenmaken, maar in ieder geval binnen 2 jaar na het vaststellen van het planvan aanpak.Er wordt een uitzonderingsclausule opgenomen om in schrijnende enonvoorziene gevallen af te wijken van hiervoor genoemde termijnen vaneen half jaar en twee jaar. Als een ouder of jongere hulp nodig heeft nadatTweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13906 de brede ondersteuning is afgelopen, vindt er een warme overdracht naarde reguliere hulpverlening plaats, bijvoorbeeld als er blijvende onder-steuning nodig is op het gebied van financiën of langdurige zorg.Ten aanzien van expertise op het gebied van psychosociale problemen entraumaverwerking is er geen eenvoudige oplossing voorhanden. Dekomende periode wordt daarom onderzocht of er mogelijkheden zijn dezeexpertise aanvullend te organiseren.Met de eerdergenoemde verduidelijkingen wordt uitvoering gegeven aanhet eerste deel van de motie van de leden Inge van Dijk en Stultiens6.Over het tweede deel van deze motie, dat verzoekt om de inrichting vaneen meldpunt voor kinderen en jongeren om hen beter in beeld te krijgenen te kunnen helpen vindt nog overleg plaats met VNG en gemeenten.De komende periode wordt samen met ouders en gemeenten verdergewerkt aan de uitwerking van de oplossingsrichtingen. Het streven is omde regeling, waarmee de termijnen voor de duur van materiële verstrek-kingen en maximale looptijd van de brede ondersteuning wordenaangepast, in het najaar in werking te laten treden.Tot slotHet kabinet blijft zich samen met vele betrokkenen continu inzetten omouders en kinderen te helpen een nieuwe start te maken. Ondanks dat denodige voortgang wordt geboekt, blijft dat een taaie opgave. Het kabinetzet de komende maanden verdere stappen in met name de afwikkelingvan aanvullende schade, bezwaarafhandeling en de uitvoering van dediverse aanvullende regelingen. Begin oktober 2024 ontvangt uw Kamerde volgende Voortgangsrapportage over de periode mei–augustus 2024.De Staatssecretaris van Financiën – Toeslagen en Douane,A. de Vries6Kamerstukken II, 2023–2024, 31 066, nr. 1360Tweede Kamer, vergaderjaar 2023–2024, 31 066, nr. 13907

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 15c2bc34a71b4eb2

14 okt 2026 · 807cc40b47f34857

13 okt 2026 · 64924c91c67c09e1

Gerelateerde bronnen

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.