KamerkringInloggen
Kamerstuk

Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden

21 nov 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 50a17a4ae5158be7 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202636 800 AVaststelling van de begrotingsstaat van hetMobiliteitsfonds voor het jaar 2026Nr. 8 VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN ENANTWOORDENVastgesteld 21 november 2025 De vaste commissie voor Infrastructuur en Waterstaat, belast met hetvoorbereidend onderzoek van dit voorstel van wet, heeft de eer verslag uitte brengen in de vorm van een lijst van vragen met de daarop gegevenantwoorden.De vragen zijn op 2 oktober 2025 voorgelegd aan de Minister en Staatsse-cretaris van Infrastructuur en Waterstaat. Bij brief van 19 november 2025zijn ze door de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur enWaterstaat beantwoord.Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbarebehandeling van het wetsvoorstel voldoende voorbereid.De voorzitter van de commissie,Peter de GrootDe griffier van de commissie,Schukkink kst-36800-A-8ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 81 Vragen en antwoorden 1Vraag:Kunt u een concreet overzicht geven van de uitwerking van de 22 procentbezuiniging op apparaatslasten vanuit het regeerprogramma? Graag ineen tabel waarin is aangegeven op welke organisaties of organisatieon-derdelen deze bezuiniging neerslaat, en per organisatieonderdeel hoeveelexterne inhuur teruggedrongen wordt, hoeveel fte verdwijnen en welktype functies het daar betreft.Antwoord:De apparaatstaakstelling bedraagt € 22,8 miljoen in 2025 en loopt op tot€ 90,3 miljoen structureel vanaf 2029. De focus bij de verdeling van detaakstelling lag op het maken van heldere keuzes; het behouden van eenbalans tussen beleid, uitvoering, inspectie, kennis, staf en bedrijfsvoering;en het bijdragen aan de visie waar IenW voor staat. Hierbij is hetuitgangspunt dat alle onderdelen bijdragen in het kader van solidariteit,maar dat de uitvoering zoveel mogelijk wordt ontzien. Deze besluit-vorming resulteert in een bezuiniging op het apparaat van het kerndepar-tement van 9,7% vanaf 2029 en op het apparaatsbudget van de overigeorganisatieonderdelen wordt stapsgewijs 0,5% per jaar bezuinigd,oplopend tot 2,5% structureel in 2029. Deze verwerking van de taakstellinggenereert een opbrengst die gelijk staat aan de financiële opgave die voorIenW voortvloeit uit het HLA.In tabel 1 (bijlage) is aangegeven hoe de bezuiniging op apparaatslastenvanuit het regeerprogramma op het Mobiliteitsfonds neerslaat op deorganisatie.2Vraag:Met welk bedrag zou de begroting van het Mobiliteitsfonds moetenworden verhoogd om de instandhoudingsopgave van de infrastructuurvolledig te kunnen dekken, aangezien het huidige budget structureeltekortschiet? En hoeveel geld zou moeten verschuiven van aanleg naarinstandhouding om de opgave volledig te dekken?Antwoord:Op 15 juli jl. is de Kamer geïnformeerd over een bijgewerkt beeld van definanciële opgaven die begin 2024 op de formatietafel lagen (Kamer-stukken 36 600, nr. 64). In deze brief wordt voor instandhouding van denetwerken van Rijkswaterstaat en ProRail verwezen naar het verantwoor-dingsonderzoek van de Algemene Rekenkamer. Op basis van deze cijferskan een grove inschatting worden gegeven van de budgettaire opgavevoor de netwerken van Rijkswaterstaat en ProRail.Voor Rijkswaterstaat loopt het verschil tussen het gevraagde enbeschikbare budget in de periode 2024–2038 voor het hoofdwatersysteem,hoofdwegennet en hoofdvaarwegennet gezamenlijk op naar totaal€ 34,5 mld. Dit is een tekort van circa € 2 mld. per jaar.Met andere woorden: de jaarlijks maakbare productie van Rijkswaterstaatzou met € 2 mld. moeten groeien om de instandhoudingsopgave volledigte dekken. Daarbij moet altijd vermeld worden dat budget niet de enigebeperkende factor is maar dat ook maakbaarheid en productiecapaciteiteen rol spelen. Rijkswaterstaat werkt er hard aan om de productiecapa-citeit te verhogen. In het Meerjarenplan Instandhouding dat op 1 juli jl.met de Kamer is gedeeld is aangegeven dat Rijkswaterstaat op ditmoment orde grootte € 5–8 mld. van de € 34,5 mld. in voorbereidingTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 82 heeft (Kamerstukken 29 385, nr. 143). Om de productiecapaciteit verder opte bouwen is tijdige toekomstige besluitvorming een randvoorwaarde.Voor ProRail (het spoorwegnet) is aangegeven dat het verschil tussen hetbeschikbare budget en behoefte door de Algemene Rekenkamer op€ 1,8 mld. voor de periode 2024–2038 wordt geschat. Dit komt neer opeen bedrag van 120 mln. euro per jaar. Met het ProRail Masterplan2026–2030 «Integrale programmering van projectmatig werk aan hetspoor» stuurt ProRail vroegtijdig op het integraal programmeren van hetprojectenportfolio en het maakbaar realiseren van de instandhoudings-opgave.3Vraag:Wat zijn de gemiddelde meerkosten als een project 1, 5 of 10 jaarvertraging oploopt, door bijvoorbeeld stikstof of gebrek aan uitvoerings-capaciteit? Zowel in aanlegkosten als in derving aan baten? Is ditvergelijkbaar voor wegen, spoor en water?Antwoord:De meerkosten en gederfde baten door vertraging hangen van veelfactoren af. Hierdoor is geen sprake van gemiddelde meerkosten bij eenproject en is ook geen vergelijking te maken tussen de netwerken.4Vraag:Wanneer heeft het Ministerie van Financiën de envelop met hoofdlijnenak-koordmiddelen voor woningbouw vrijgegeven?Antwoord:Het kabinet-Schoof heeft € 2,5 miljard beschikbaar gemaakt voor deontsluiting en bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties. De€ 2,5 miljard wordt ingezet voor twee verschillende type woningbouwlo-caties; woningbouwlocaties door heel Nederland waar op korte termijnextra woningen gebouwd kunnen worden en de grootschalige woning-bouwlocaties. Om bestuurlijke afspraken te kunnen maken en deze tekunnen vertalen in regelingen en beschikkingen zijn deze middelen bij deeerste suppletoire begroting 2025 (samenhangende met de Voorjaarsnota)opgevraagd vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiënen toegevoegd aan de begroting van IenW in een realistisch enuitvoerbaar kasritme.5Vraag:Kan in een schematisch overzicht weergegeven worden hoeveel geld ervoor de lopende ov-projecten nu beschikbaar is en hoeveel er nog nodigis om tot realisatie over te gaan?Antwoord:In de projecttabellen behorende bij de Mobiliteitsfonds-begrotingsarti-kelen 13.03 (Personen- en goederenvervoer), 14 (Regionaal/Lokaal), 17.07(ERTMS) en 17.10 (PHS) is aangegeven voor welk budget voor welkproject beschikbaar is (Kamerstukken 36 800 A, nr. 2).In deze tabellen is via de kolom «t/m 2024» inzichtelijk welk deel hiervanreeds gerealiseerd is en middels de kolommen «2025 t/m later» isinzichtelijk welk deel van het projectbudget nog gerealiseerd moetworden. Deze gelden zijn beschikbaar binnen de genoemde artikelonder-delen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 83 6Vraag:Wat is in de meerjarenramingen op dit moment de geplande fasering vande inzet van de vijf keer 0,5 miljard euro uit het hoofdlijnenakkoord voorinfrastructurele ontsluiting van woningbouw?Antwoord:Het kabinet-Schoof I heeft € 2,5 miljard beschikbaar gemaakt voor deontsluiting en bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties. De€ 2,5 miljard wordt ingezet voor twee verschillende type woningbouwlo-caties; woningbouwlocaties door heel Nederland waar op korte termijnextra woningen gebouwd kunnen worden en grootschalige woningbouw-locaties. Om bestuurlijke afspraken te kunnen maken en deze te kunnenvertalen in regelingen en beschikkingen zijn deze middelen bij de eerstesuppletoire begroting 2025 (samenhangende met de Voorjaarsnota)opgevraagd vanuit de Aanvullende Post van het Ministerie van Financiënen in een realistisch uitvoerbaar kasritme toegevoegd, aan de begrotingvan IenW. De meerjarenraming is hieronder bijgevoegd.Jaar2026202720282029203020312032203320342035TotaalBedrag (x € 1 mln)25100150300450550475250150502.500 7Vraag:Hebben zich na de 1e suppletoire begroting wijzigingen voorgedaan in demeerjarenramingen van de geplande fasering van de inzet van de vijf keer0,5 miljard euro uit het hoofdlijnenakkoord voor infrastructureleontsluiting van woningbouw? Zo ja, kunt u deze toelichten?Antwoord:De reeks van vijf keer € 0,5 miljard uit het Hoofdlijnenakkoord is bij1e suppletoire begroting opgevraagd in een realistisch kasritme; zie ookhet antwoord bij vraag 6. Er hebben zich na de 1e suppletoire begrotinggeen wijzigingen meer voorgedaan.8Vraag:Zit de 2,5 miljard euro uit het hoofdlijnenakkoord voor infrastructureleontsluiting van woningbouw, volledig verwerkt in subartikel 11.03.03(Reserveringen Coalitieakkoord)? Zo nee, waar dan wel of waar dan nogmeer? Kan ook worden aangegeven in welke artikelonderdelen en inwelke jaren na 2030 het resterende bedrag van de 2,5 miljard is terug tevinden?Antwoord:Ja, de volledige 2,5 miljard euro voor infrastructurele ontsluiting vanwoningbouw uit het Hoofdlijnenakkoord van kabinet-Schoof is verwerktop subartikelonderdeel 11.03.03 van het Mobiliteitsfonds. In de tabel bijantwoord 6 is weergegeven in welk ritme de 2,5 miljard euro op debegroting staat.9Vraag:Waarom daalt in tabel 13 het projectbudget «Reservering OntsluitingWoningbouw Regeerakkoord» van 2.541 miljoen naar 2.441 miljoen euro?Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 84 Antwoord:Het verschil waarnaar gevraagd wordt betreft de kosten voor demeerjarige uitvoering en beheersing van het programma Woningbouw enMobiliteit.In de budgettaire bijlage van het Hoofdlijnenakkoord is expliciet aange-geven dat de budgettaire reeksen inclusief uitvoeringskosten zijn. Hierbijis beschreven dat de budgetten voor de intensiveringen (inclusiefuitvoeringskosten) op de Aanvullende Post zijn gereserveerd en wordenovergeheveld naar de departementale begrotingen nadat concrete endoelmatige bestedingsvoorstellen zijn uitgewerkt. Voor de kosten tot enmet 2040 is 4% van het budget van € 2,5 mld. gereserveerd.Ter vergelijking, voor maatregel 8 «Herinvoeren gebruik rode diesel voorlandbouw» in het Hoofdlijnenakkoord (€ 131–141 mln. per jaar) is in hetakkoord bijvoorbeeld expliciet aangegeven dat de aan deze maatregelverbonden uitvoeringskosten circa € 5 mln. structureel bedragen. Dat iseen vergelijkbaar percentage van circa 4%. Binnen IenW gaat het bij hetprogramma Vrachtwagenheffing om € 30 mln. aan uitvoeringskosten opongeveer € 640 mln. aan netto-opbrengsten, dus bijna 5%. Bij hetprogramma Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB) wordt 6% gehanteerd.De uitvoeringskosten worden binnen het programma Woningbouw enMobiliteit als volgt ingezet: Het is van belang dat gemeenten ondersteundworden en dat de juiste randvoorwaarden voor succesvolle uitvoering vanhet programma worden gecreëerd. Daarnaast is het van belang om grip tehebben en houden op de uitvoering van een belangrijk en omvangrijkprogramma als dat van Woningbouw en Mobiliteit. Onder dezeuitvoerings- en beheersingskosten vallen kosten zoals ondersteuning vangemeenten, bijvoorbeeld door de inzet van experts bij knelpunten; inzetvan Rijkswaterstaat en ProRail; monitoring van voortgang en uitkomsten;inzet van specialisten op juridisch-, financieel-, woningbouw- en mobili-teitsterrein; kosten voor rapportage, onderzoek, informeren en kennisuit-wisseling; (tussentijdse) evaluatie en de kosten van het programmateam.Met de reservering voor uitvoering en beheersing resteert nog€ 2.441 mln. aan budget voor de realisatie van goed ontsloten woningen.Op de uitvraag van proposities onder de door het kabinet-Schoofbeschikbaar gestelde € 2,5 mld. zijn veel goede voorstellen binnenge-komen. Door het toevoegen van € 59 mln. niet belegde middelen binnende door het kabinet Rutte beschikbaar gestelde € 7,5 mld. komt het totaalbeschikbare budget voor realisatie weer uit op € 2,5 mld. en kunnen webinnen het programma Woningbouw en Mobiliteit voor dit bedrag uit hetHoofdlijnenakkoord proposities honoreren.10Vraag:Wat is bij de «Reservering Ontsluiting Woningbouw Regeerakkoord»precies de budgettaire aanpassing die wordt omschreven als«overboeking vanuit de Woningbouw Mobiliteitsprogramma middelennaar HXII voor apparaatskosten»?Antwoord:Dit betreft de mutatie, zoals ook opgenomen in tabel 69 op pagina 73 vande verdiepingsbijlage, van de € 2,5 miljard voor ontsluiting vanwoningbouw uit het Mobiliteitsfonds naar Hoofdstuk XII voor meerjarigekosten die gemaakt worden om bij te dragen aan het realiseren vanbereikbare (nieuwe) woningen. Zie ook het antwoord op vraag 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 85 11Vraag:In de Miljoenennota (p. 38) staat dat de loon-prijsbijstelling de komendejaren wordt ingezet voor structurele tekorten. Wat zijn de gevolgen vanhet niet volledig doorvoeren hiervan voor investeringen in bereik-baarheid? In welke mate kan dit leiden tot vertragingen of hogere kostenbij noodzakelijke infrastructuurprojecten? En met welk bedrag zou debegroting van het Mobiliteitsfonds toenemen als de loon-prijsbijstellingwél volledig zou worden doorgevoerd?Antwoord:In de Miljoenennota 2026 is besloten om een deel van de prijsbijstellingtranche 2026 vanaf 2028 in te houden ter dekking van structureleproblematiek Rijksbreed. Het inhouden van de prijsbijstelling is in feiteeen korting op infrastructuur omdat de kosten van investeringen eninstandhouding wel met het prijspeil meegroeien. Het ontvangen vanminder prijsbijstelling betekent dat minder projecten gerealiseerd kunnenworden.De korting heeft een structurele doorwerking op de fondsen, omdat deverplichtingen op de fondsen meerjarig vastliggen. Indicatief betekent hetinhouden van 50% van de prijsbijstelling bij Voorjaarsnota 2025 en eendeel bij Miljoenennota 2026, dat er tot en met 2039 (looptijd fondsen) circa3,9 miljard euro aan prijsbijstelling wordt misgelopen op de fondsen. Omte kunnen voldoen aan de juridische verplichtingen (het compenseren vanprijsstijgingen bij projecten is vaak contractueel vastgelegd) zal budgetmoeten worden vrijgemaakt. Dit zal leiden tot nieuwe keuzes binnen hetMobiliteitsfonds. De Kamer zal over de gevolgen van het inhouden van deprijsbijstelling bij de Voorjaarsnota 2026 worden geïnformeerd.12Vraag:Waarom dalen de uitgaven ten laste van artikel 14 (Regionale infra-structuur en bereikbaarheidsprogramma’s) de komende jaren zo sterk(van ca. 0,85 miljard in 2024 naar ca. 0,2 miljard euro per jaar vanaf 2027)?Antwoord:Deze daling van de uitgaven is in hoofdzaak het gevolg van de uitfinan-ciering van de «Regeling specifieke uitkering woningbouw op kortetermijn door bovenplanse infrastructuur» (artikel 14.03.04) en deuitfinanciering van de «Tijdelijke regeling specifieke uitkering mobiliteits-pakketten ten behoeve van woningbouw» (artikel 14.03.05).Dit betreft twee regelingen waarmee onder het programma Woningbouwen Mobiliteit specifieke uitkeringen aan gemeenten worden toegekend.Deze gemeenten moeten met behulp van die middelen zorgen voor derealisatie van goed bereikbare woningen.In de Bestuurlijke Overleggen MIRT 2022 zijn budgettaire afsprakengemaakt in het kader van het programma Woningbouw en Mobiliteit. In2023 en 2024 zijn deze bedragen in beschikkingen aan gemeententoegekend in de vorm van specifieke uitkeringen. Een deel van dezespecifieke uitkeringen wordt in meerdere termijnen bevoorschot. In 2026wordt het laatste voorschot voor woningbouw op korte termijn gedaan enin 2028 het laatste voorschot voor de mobiliteitspakketten.Omdat de beschikbare middelen én incidenteel waren én bij de rondebeschikkingen volledig zijn toegekend, dalen de uitgaven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 86 13Vraag:Betekent de «overboeking naar de beleidsbegroting HXII vanuit deReservering Woningbouwmiddelen [...] voor de apparaatskosten voorwoningbouw» dat in de jaren 2025–2031 cumulatief 100 miljoen van de2,5 miljard euro voor infrastructurele ontsluiting van woningbouw wordtgebruikt om de apparaatskosten van het Ministerie van IenW tefinancieren?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 9.14Vraag:Waaruit bestaan de «apparaatskosten voor woningbouw» die in2025–2031 cumulatief oplopen tot 100 miljoen euro, en op welk momentzijn ze ontstaan?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 9.15Vraag:Waarom wordt de hoofdlijnenakkoordintensivering voor infrastructureleontsluiting van woningbouw nu deels gebruikt voor het bekostigen vanapparaatskosten? Op grond van het hoofdlijnenakkoord zou toch juist forsgesneden worden in de apparaatskosten van ministeries?Antwoord:Zie het antwoord op vraag 9. Deze opgaaf staat los van de invulling vande taakstelling uit het Hoofdlijnenakkoord op het apparaat; dezetaakstelling is door IenW volledig verwerkt in de begroting 2026, zie ookhet antwoord op vraag 1.16Vraag:Was, toen afgelopen voorjaar de 2,5 miljard euro aan middelen voor deontsluiting van woningbouwprojecten door het Ministerie van Financiënwerd overgeheveld vanaf de Aanvullende Post naar de begroting van hetMobiliteitsfonds, al bekend dat 100 miljoen euro hiervan aangewend zouworden voor het financieren van apparaatskosten van het Ministerie vanIenW? Is deze aanwending conform de voorwaarden van de overhevelingen/of is het Ministerie van Financiën hier op enig moment akkoord meegegaan?Antwoord:Ja, dit was bekend bij de verwerking bij Voorjaarsnota 2025. Dekking vande uitvoeringskosten is onderdeel van de voorwaarden bij het opvragenvan de middelen van de Aanvullende Post bij het Ministerie vanFinanciën. Zie ook het antwoord op vraag 9.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 87 Tabel 1 behorend bij vraag 1De bezuiniging op apparaatslasten vanuit het regeerprogramma op hetMobiliteitsfonds slaat neer op de volgende organisaties:Organisatie:BezuinigingExterne inhuurAantal fteType functiesRijkswaterstaat2% van het apparaats-budget 20291Reductie door verambtelij-king van ca. 60 fteUitgangspunt is dat het aantal directe fte toeneemtwaarbij de kosten per saldo afnemen door het lagerekostenniveau ten opzichte van inhuur. Verambtelijkingwordt per casus beoordeeld. Reeds doorgevoerde zakenbetreft o.a. IT-beheer van applicaties, Incident-management en expertise op Cybersecurity.ProRail2,5% van het apparaats-budget 2029De taakstelling van ProRail is tot nu toe alleen begrotingstechnisch verwerkt bij deVoorjaarsnota 2025. De verdere invulling van de taakstelling is nog onderwerp vangesprek tussen ProRail en IenW.1 RWS realiseert deze bezuiniging door vloerenreductie (vermindering kantooroppervlak), bezuinigingen op materiele kosten en de verambtelijkingvan ca. 60 fte. Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 36 800 A, nr. 88

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 430482cdda40f114

14 okt 2026 · 47ce0349b2c8e838

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.