KamerkringInloggen
Kamerbrief

De behoefte vanuit de samenleving als basis voor geneesmiddelontwikkeling en -vergoeding

22 sep 2025 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 1d90320d1b023ab1 · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 477GeneesmiddelenbeleidNr. 947 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN ENSPORT Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 22 september 2025Op het niveau van de individuele patiënt zie ik een hoge onvervuldemedische behoefte bij levensbedreigende of ernstig invaliderendeaandoeningen. Daarnaast zie ik dat er ook onvervulde medischebehoeften bestaan vanuit een breder maatschappelijk perspectief. Denkhierbij aan aandoeningen met een grote maatschappelijke impact, zoalsde mogelijke gevolgen van antimicrobiële resistentie (AMR). Het zou hierook kunnen gaan over serieuze aandoeningen met een minder extremeziektelast, maar waar wel een grote groep Nederlanders onder lijdt.Andere voorbeelden zijn aandoeningen die veel druk op de zorg leggen ofaandoeningen waardoor mensen vanaf jonge leeftijd niet meer kunnenwerken.Momenteel zijn het niet deze onvervulde medische behoeften die sturinggeven aan de ontwikkeling van geneesmiddelen, maar zijn dit primairfinanciële afwegingen van fabrikanten. Ik vind het belangrijk dat deontwikkeling en de vergoeding van nieuwe geneesmiddelen zo goedmogelijk aansluit op een duidelijke, breed gedragen behoefte vanuit desamenleving. Daarbij vind ik het belangrijk om een betere balans tevinden tussen de rol die individueel lijden speelt en deze maatschappe-lijke behoeften. Deze afweging wordt in mijn ogen nu nog onvoldoendegemaakt.Nederland gaf in 2023 ongeveer 6,7 miljard euro uit aan bestaandetherapeutisch waardevolle geneesmiddelen. Dit een concrete beloningvoor marktpartijen voor hun innovaties. Daarbij wordt weliswaar gekekennaar de kosteneffectiviteit van geneesmiddelen, maar niet naar de matewaarin zij een onvervulde behoefte vervullen. Nieuwe geneesmiddelenworden nu getoetst aan de pakketcriteria om te bepalen wat een genees-middel waard is ten opzichte van wat er reeds is. De hoogte van debereidheid tot betalen hangt onder meer af van de ziektelast, waarbij geldthoe hoger de ziektelast hoe hoger de bereidheid tot betalen. De groottevan de maatschappelijke behoefte speelt hierbij formeel geen rol. kst-29477-947ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9471 Ik zie mogelijkheden om de prikkels vanuit de overheid tot geneesmiddel-ontwikkeling meer in lijn te brengen met onze bredere behoeften vanuitde samenleving. Het sturen op de behoefte vanuit de samenleving vraagtom investeringen in innovatie, passende wetgeving én om een krachtigsignaal vanuit de overheid over wat we voor welke geneesmiddelenwillen betalen en onder welke voorwaarden. Op dit moment beschik iknog niet over een goed overzicht van de behoeften vanuit de samenlevingen is er nog te weinig informatie beschikbaar om hier een duidelijkeprioritering in aan te brengen.Ik ga een aantal stappen ondernemen om meer inzicht te krijgen in debehoeften vanuit de samenleving en deze meer mee te laten wegen inmijn beleid.Ik wil meer inzicht krijgen in wat de onvervulde behoeften vanuit desamenleving in Nederland zijn en meer inzicht krijgen in een prioriteringvan deze behoefte – dus waar burgers, patiënten en zorgverleners vindendat het meest aandacht voor moet zijn in de ontwikkeling van geneesmid-delen, en de stimulering vanuit de overheid hierop aansluiten. Op basisdaarvan wil ik bekijken of ook bij het vergoeden van geneesmiddelen deprikkels zodanig kunnen te komen te liggen dat dit het onderzoek naargeneesmiddelen voor geprioriteerde aandoeningen stimuleert.Ik vind het belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan. In de komendeperiode onderzoek ik hoe ik hier concrete invulling aan kan geven. Ik zaluw Kamer doorlopend op de hoogte houden van de stappen die ik hierinzet.In deze brief behandel ik de onderstaande moties en toezegging(en) diedit onderwerp raken:–Motie van leden Paulusma en Bushoff voor concrete beleidsvoorstel-len op onvervulde medische behoeften en hier internationaal eenvoortrekkersrol aan te nemen (Kamerstuk 32 805, nr. 180).–Toezegging om inhoudelijk te reageren op het rapport van KPMGHealth Hiaten in de Farmaceutische Ontwikkeling.–Motie van leden Bushoff en Dijk voor een onafhankelijk fonds vooronderzoek voor elk stadium van geneesmiddelenontwikkeling(Kamerstuk 29 477, nr. 881).–Toezegging om een stakeholderconsultatie uit te zetten over hetinzetten van bestaande geneesmiddelen voor nieuwe behandelingenvan ziekten (drug repurposing).–Motie van de leden Daniëlle Jansen en Tielen over besparingen uitdoelmatigheidsonderzoek investeren in onderzoek naar efficiëntermedicijngebruik (Kamerstuk 29 477, nr. 929).Ik benoem eerst de activiteiten op nationaal niveau en vervolgens mijninzet op internationaal niveau.NationaalVoor veel innovatieve geneesmiddelen is lang onderzoek nodig om aan tekunnen tonen dat het geneesmiddel veilig en effectief is. Deze investeringin tijd en materiaal kan veel geld kosten, terwijl het niet zeker is of hetgeneesmiddel ook daadwerkelijk effectief bevonden wordt. Een studie inopdracht van VWS liet zien dat de ontwikkeling van een geneesmiddelgemiddeld 14 jaar duurt.1 Alles meegerekend, ook de kosten voorgefaalde pogingen, kost de ontwikkeling van één geslaagd nieuwgeneesmiddel tussen de tweeënhalf en drie miljard euro. Farmaceutischebedrijven zijn veelal heel goed zelf in staat om geneesmiddelen te1SiRM, L.E.K. Consulting & RAND Europe, The financial ecosystem of pharmaceutical R&D: Anevidence base to inform further dialogue, 2022. Zie Kamerstuk 29 477, nr. 765.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9472 ontwikkelen en naar de markt te brengen. Niettemin investeert deoverheid daarnaast zelf ook nog in de ontwikkeling van nieuwegeneesmiddelen.Nederlandse universiteiten doen bijvoorbeeld veel nieuwsgierigheidson-derzoek dat uiteindelijk kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwegeneesmiddelen, maar wat nog ver van een nieuw product afstaat. Dat ishet terrein van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap endaar werk ik mee samen. Vanuit het Ministerie van VWS maak ik geld vrijvoor onderzoek om nieuwe potentiële geneesmiddelen naar de kliniek tebrengen. Overheidsorganisaties zoals ZonMw, NWO en RVO verstrekkenhiervoor subsidies. Hier beschrijf ik hoe ik binnen dit stelsel meer focuswil leggen op de geneesmiddelen waar vanuit de maatschappij degrootste behoefte aan is.a. Onderzoek richten op onvervulde behoeften onder andere via GARDP,NWO en ZonMwIk maak op dit moment al geld vrij voor onderzoek naar specifiekegeneesmiddelgroepen waar een duidelijke behoefte aan is. Zo is er in mijnogen een duidelijke onvervulde behoefte op het gebied van anti micro-biële resistentie (AMR). In lijn met het nationaal actieplan AMR maak ikgericht geld beschikbaar voor de ontwikkeling van nieuwe middelen tegeninfectieziekten.2 Ik zie hier een rol voor de overheid om de nodigeinvesteringen te doen, omdat de markt dit onvoldoende oppakt. Samenmet NWO heb ik 8 miljoen euro beschikbaar gemaakt voor een onder-zoeksprogramma naar nieuwe antimicrobiële middelen. Inmiddels zijn deeerste projecten gehonoreerd.3 Daarnaast heb ik mijn bijdrage aan deinternationale organisatie Global Antibiotic Research & DevelopmentPartnership (GARDP) verlengd, door opnieuw 5 miljoen euro toe tekennen voor een periode van 5 jaar. GARDP ontwikkelt nieuwe antibioticain samenwerking met bedrijven en heeft positieve resultaten behaald inklinisch onderzoek. Dit geeft mij vertrouwen dat GARDP haar missiewaarmaakt om nieuwe antibiotica te ontwikkelen en beschikbaar te makenvoor patiënten.Een ander voorbeeld van waar ik een duidelijke onvervulde medischebehoefte zie is bij bepaalde psychiatrische aandoeningen. Eerder heb ik deKamer geïnformeerd over mijn intentie om een subsidie van 2,6 miljoeneuro te verstrekken voor een onderzoeksprogramma naar therapeutischetoepassing van psychedelica (TTP).4 Psychedelica bieden in de toekomstmogelijk extra behandelingsopties voor patiënten met ernstigestemmingsstoornissen. Toch wordt dit signaal tot nu toe onvoldoendeopgepakt door marktpartijen. Daarom is er een subsidieoproep geopenden is er, als onderdeel daarvan, een landelijk samenwerkingsverbandopgericht. Dit samenwerkingsverband zal plannen uitwerken voor eenklinische studie. Zo moet er een ontwikkelingsplan worden opgesteld voorregistratie én de vergoeding van de beoogde behandeling. Deze plannenzullen worden afgestemd met het College ter Beoordeling van Genees-middelen (CBG) zodat de opzet van de studie voldoet aan de eisen voorregistratie. De Staatscommissie MDMA heeft op verzoek van het kabinetadvies uitgebracht over de voor- en nadelen van MDMA voor medicinaalgebruik.5 Hier heeft mijn voorganger recent op gereageerd.62Nederlands Actieplan voor het terugdringen van antimicrobiële resistentie 2024-2030 | Rapport| Rijksoverheid.nl3Five public-private consortia launch research into solutions for antimicrobial resistance | NWO4Zie Kamerstuk 29 477, nr. 840.5Staatscommissie MDMA, MDMA. Voorbij de extase, 2024. Zie Kamerstuk 24 077, nr. 543.6Zie Kamerstuk 24 077, nr. 557.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9473 Om onvervulde maatschappelijke behoeften aan nieuwe geneesmiddelenscherper in beeld te krijgen, heeft een van mijn voorgangers al onderzoeklaten uitvoeren naar de zogeheten witte vlekken in de geneesmiddelont-wikkeling.Het onderzoeksrapport Hiaten in de Farmaceutische Ontwikkeling7 lichtvijf ziekten uit waar (te) beperkt geneesmiddelen voor op de markt komen,namelijk: artrose, beroerte, COPD, dementie en stemmingsstoornissen.Voor deze aandoeningen met een hoge ziektelast is de verwachte impactvan nieuwe geneesmiddelen relatief hoog, maar blijft de ontwikkelingachter. In een aantal gevallen kan dit zijn omdat er voor marktpartijenonvoldoende financieel rendement wordt verwacht om in de aandoeningte investeren. Voor andere aandoeningen wordt er wel een hoogrendement verwacht, maar is de wetenschappelijke kennis er simpelwegnog niet. De uitgelichte aandoeningen zijn daarom goede voorbeeldenvan aandoeningen waar de markt vooralsnog onvoldoende nieuwegeneesmiddelen voortbrengt.Deze vijf aandoeningen zijn slechts voorbeelden van aandoeningen meteen hoge onvervulde maatschappelijke behoefte. Daarom vind ik het tevroeg om deze aandoeningen nu al vast te leggen als exclusievefocusgebieden. Ik vind het belangrijk om ook de aansluiting te houdenmet de internationale ontwikkelingen op dit gebied, hier ga ik later verderop in. Voor mogelijk toekomstige financieringsprogramma’s, bijvoorbeeldvanuit ZonMw of bij de opzet van een geneesmiddelenfonds (zie verder indeze brief), ben ik wel al van plan om de inzichten uit dit rapport mee tenemen. Hiermee doe ik de toezegging uit de brief van 31 augustus 20238af om met een inhoudelijke reactie te komen op dit rapport.b. Nederlandse academie in staat stellen kennis om te zetten in geregis-treerde geneesmiddelenDe kennis en expertise van onze kennisinstellingen zijn van wereldniveau.Het Antoni van Leeuwenhoek-ziekenhuis heeft recent zelfs een genees-middel tegen kanker ontwikkeld zonder financiële hulp van een farmaceutof investeerder.9 Het onderzoek vond plaats met behulp van giften en definanciële steun van KWF maakt registratie nu mogelijk. Ondanks ditsucces, blijft veel kennis bij universiteiten en andere kennisinstellingen opde plank liggen. In dat geval leiden de publieke investeringen niet totnieuwe geneesmiddelen of tot toegankelijkere zorg. Het ExpertisecentrumFAST (center for Future Affordable Sustainable Therapy development)heeft onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden om deopbrengsten van deze onderzoeken voor de maatschappij te vergroten.Dit rapport deel ik hierbij met uw Kamer.Drie conclusies springen er voor mij uit. De eerste is dat de academie vaakde benodigde kennis en ervaring voor effectieve en efficiënte geneesmid-delontwikkeling mist. Dit knelpunt is al langer bij mij bekend. Destijds isdit ook één van de redenen geweest om FAST op te richten; het op weghelpen van academie in het ingewikkelde systeem van geneesmiddelont-wikkeling.Een tweede conclusie is dat er te weinig publieke financiering is voortoegepast onderzoek. Hier bedoel ik het onderzoek mee dat nodig is omde wetenschappelijke inzichten door te ontwikkelingen tot een genees-middel. Hier ga ik onder het volgende kopje verder op in met mijn reactieop uw oproep tot een nationaal fonds voor geneesmiddelenonderzoek.7Zie Kamerstuk 29 477, nr. 852.8Zie Kamerstuk 29 477, nr. 852.9TIL-therapie | AVLTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9474 Een derde conclusie die ik uitlicht, is dat het Nederlandse «financierings-landschap» gefragmenteerd is en niet goed op elkaar aansluit.Hierdoor ontstaan er gaten in de weg van vroege ontwikkeling totregistratie. Het Nederlandse financieringslandschap voor geneesmidde-lenonderzoek bestaat uit verschillende organisaties die vanuit hun eigentaak geld beschikbaar stellen aan onderzoekers. In de praktijk blijkt dat deoverheid voor ieder financieringsinstrument nieuwe voorwaarden stelt.Hierdoor wordt het systeem onnodig complex. Bij commerciële inves-teerders en regionale overheidsfondsen lijken de voorwaarden minder teverschillen. Ik ga in gesprek met de publieke organisaties die onderzoekfinancieren om dit stelsel te stroomlijnen. Daarnaast bekijk ik met hen hoewe onderzoekers kunnen stimuleren vroeg rekening te houden metbelangrijke randvoorwaarden voor geneesmiddelenontwikkeling. Uit hetrapport van SiRM blijkt namelijk dat kennisinstellingen regelmatig debenodigde kennis en ervaring missen voor effectieve geneesmiddelenont-wikkeling. Kennis over intellectueel eigendom, medisch-ethische toetsingen registratie- en vergoedingsdossiers is vaak beperkt. De betrokkenpartijen zetten al de eerste stappen om hier verder in te professionali-seren. Ik wil met NWO en ZonMw onderzoeken of er in zowel de aanvraagals de daadwerkelijke subsidies voor (toegepast) geneesmiddelenon-derzoek geld geoormerkt kan worden voor de inhuur van gespecialiseerdeadvisering over deze thema’s.c. Nationaal fonds voor geneesmiddelenonderzoekUw Kamer heeft mijn voorganger vorig jaar gevraagd een schets temaken voor een nationaal fonds voor geneesmiddelenontwikkeling. Dezeis als bijlage bij de brief gevoegd. Deze schets geeft de mogelijkheid omgezamenlijk in gesprek te gaan over hervormingen in het instrumentariumvoor geneesmiddelenontwikkeling. Als uw Kamer deze schets van eendergelijk fonds steunt zal het voorstel verder uitgewerkt moeten wordenten behoeve van mogelijke besluitvorming. Dit proces vereist ook verderegedetailleerde afstemming met alle stakeholders en een doelmatigheids-analyse. Ook zal in samenspraak met uw Kamer de financiering voor hetfonds gezocht moeten, deze is nu niet beschikbaar.Ik wil hierbij opmerken dat ik het onwenselijk vind om als overheidwetenschappers in dienst te nemen die zelf geneesmiddelen ontwikkelen.In plaats daarvan beschrijft de schets een samenhangend stelsel voorfinanciering met onderzoekssubsidies per fase van geneesmiddelenont-wikkeling.d. Drug repurposingDrug repurposing biedt de kans om laagdrempelig nieuwe behandeloptiesvoor patiënten te creëren met de inzet van geneesmiddelen die in eersteinstantie voor andere ziektegebieden ontwikkeld zijn. De slagingskans vande ontwikkeling is hier hoger en de kosten lager, omdat er al veel over dewerking van het middel bekend is. Helaas wordt het benodigde onderzoeknu niet optimaal gedaan, omdat het oude middelen betreft waarop deontwikkelaar geen alleenrecht kan verkrijgen en de investering dusmoeilijker terug kan verdienen. De business case ontbreekt hierdoor enveldpartijen geven aan dat hier een rol voor de overheid kan liggen. Hetkomt soms ook voor dat bedrijven wel nog een marktmonopolie kunnenkrijgen wanneer zij oude geneesmiddelen voor een nieuwe indicatie op demarkt brengen. Voor mijn inzet rondom drug repurposing hieronder richtik mij nadrukkelijk op de geneesmiddelen waarbij deze bescherming nietmeer verkregen kan worden, en daarmee financieel niet meer aantrek-kelijk zijn voor bedrijven.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9475 In de stakeholderconsultatie die ik over drug repurposing heb uitgevoerdzijn verschillende oplossingen10 voor het stimuleren van drug repurposingaan veldpartijen voorgelegd.Er kwamen twee mogelijkheden naar voren die door vrijwel alle partijenals mogelijk effectieve opties werden gezien, namelijk 1) het regelen vaneen wettelijke exclusieve vergoeding voor het geneesmiddel voor denieuw-onderzochte ziektegebieden (indicaties), en 2) dat academici opbasis van hun studieresultaten een geneesmiddel kunnen laten beoor-delen door een instantie zoals het CBG. Dit is ongebruikelijk omdat ditnormaal gesproken alleen door een farmaceutisch bedrijf wordt gedaan.Deze oplossingen zijn niet gemakkelijk te implementeren. Dit komt onderandere doordat het regelen van een wettelijke vergoeding randvoor-waarden kent die om systeemveranderingen vragen zoals het vermeldenvan een indicatie op het recept.Daarnaast is de optie om door derde partijen een indicatie te latenregistreren een oplossing uit de voorstellen van de Europese Commissie,hierover wordt nog op Europees niveau onderhandeld. De resultaten vande stakeholderconsultatie neem ik mee in mijn beleidsoverwegingen.e. Herinvesteren van gelden uit doelmatigheidsonderzoekDe voormalig leden Jansen en Tielen hebben een motie ingediend overhet investeren van besparingen uit doelmatigheidsonderzoek inonderzoek naar efficiënter medicijngebruik. Ik onderschrijf vanzelf-sprekend het belang van efficiënt medicijngebruik, maar moet helaas nuconcluderen dat een dergelijke constructie niet past binnen de begrotings-systematiek van het kabinet.Meevallende uitgaven, als gevolg van beleid of externe factoren kunnenvanwege de begrotingsregels niet worden ingezet voor nieuw beleid, indit geval aanvullend doelmatigheidsonderzoek. Wel kunnen investeringenin onderzoek worden gefinancierd door op voorhand de daaruit verwachtebesparingen op middellange termijn in de begroting te verwerken. Opdeze wijze is er sprake van financiering van doelmatigheidsonderzoek,waarin de verwachte besparingen worden ingezet om het daarvoornoodzakelijke onderzoek te bekostigen.In het kader van «passende zorg» en de afspraken uit het IntegraalZorgakkoord is er in de periode 2025–2032 een bedrag van cumulatief€ 28 miljoen beschikbaar voor doelmatigheidsonderzoeken naar duregeneesmiddelen. Deze uitgave wordt geacht een bijdrage te leveren aande voor passende zorg in het RA van het kabinet Rutte IV ingeboektebesparing van ruim € 1 miljard (vanaf 2037). Daarnaast is er binnen hetstructurele ZonMw-programma «Goed gebruik geneesmiddelen» jaarlijkseen bedrag van rond de € 20 miljoen beschikbaar voor onderzoek naargepast gebruik van geneesmiddelen.f. Meer zicht op maatschappelijk aanvaardbare uitgaven aan geneesmid-delenNaast het stimuleren van innovatie, liggen er mogelijkheden voor mij omde ontwikkeling van geneesmiddelen richting te geven met een duidelijkfinancieel signaal over waar maatschappelijk de meeste behoefte naar is.In 2022 heeft het rapport Het Financiële Ecosysteem van de Farmaceu-tische R&D laten zien dat het verwachte financiële rendement debelangrijkste factor is die bepaalt of een geneesmiddel tot de eindstreep10Oplossingen die zijn geïdentificeerd in het rapport «Verkenning naar de mogelijkheden tot hetverminderen van de (financiële) obstakels bij drug repurposing», FAST-rapport over DrugRepurposing en de voorstellen uit de herziening van de Europese farmawetgeving.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9476 wordt doorontwikkeld.11 Er is een aanbodgerichte markt ontstaan, omdatlanden te weinig richting geven aan de ontwikkeling van geneesmiddelen.Als we in staat zijn om enerzijds vast te stellen hoe groot de maatschappe-lijke behoefte is aan behandelingen voor specifieke aandoeningen, enanderzijds te bepalen welke maatschappelijk verantwoorde uitgavendaarbij passen, wordt het mogelijk om meer richting te geven aan deontwikkeling van geneesmiddelen. Overheden zouden bij de vergoedingvan nieuwe geneesmiddelen dan ook strenger moeten zijn wanneer dezeniet (meer) aan onze eisen voldoen. Discussies over de waardering vanaandoeningen en de geneesmiddelen hiervoor zijn geen makkelijke. Deuitgaven aan geneesmiddelen, en nieuwe dure intramurale geneesmid-delen in het bijzonder, leggen echter een steeds groter beslag op hetzorgbudget. Dat komt doordat de introductie van geneesmiddelengepaard gaat met vaak hoge prijzen of hoge macro-uitgaven. De zorgenover de ontwikkeling van de uitgaven aan de dure geneesmiddelen,waardoor mogelijk verdringing van reguliere zorg plaatsvindt, nemen danook toe. Tegelijkertijd neemt de onzekerheid over de effectiviteit vangeneesmiddelen toe. Dit maakt een zorgvuldige afweging over devergoeding en de juiste inzet van nieuwe geneesmiddelen steeds lastiger.In mijn ogen is er een brede maatschappelijke discussie nodig om onzemaatschappelijk behoeften concreet te maken. Daarnaast ligt er eenuitdaging om op een eenduidige manier vast te stellen wat wij alsmaatschappij bereid zijn om te betalen voor een bepaald type genees-middel. Op kortere termijn bieden de doorontwikkeling van het argumen-tenkader en beoordelingssystematiek van het Zorginstituut aanknopings-punten. Op de lange termijn moet het onderzoeksprogrammaMaatschappelijke Aanvaardbare Uitgaven aan Geneesmiddelen (MAUG)aanknopingspunten bieden. Daarover heeft mijn voorganger uw Kamergeïnformeerd.12 Uit dit onderzoekstraject moeten bouwstenen voor eenmaatschappelijk kader voor aanvaardbare prijzen voortkomen. Diteindresultaat van het programma is naar verwachting gereed in het najaarvan 2025.13Internationaala. Herziening van de Europese farmaceutische wetgevingGeneesmiddelenontwikkeling zelf is continu in ontwikkeling. Nieuwetechnologieën maken nieuwe behandeling mogelijk of versnellen hetonderzoek hiernaar. De wet- en regelgeving moet hierop aansluiten. Dat isessentieel om te garanderen dat alleen geneesmiddelen op de marktkomen die werkzaam, veilig en van hoge kwaliteit zijn. Ook in de rol vanwetgever kan een overheid richting geven aan de ontwikkeling vangeneesmiddelen. Veel van deze wetgeving is Europees geregeld. Op ditmoment wordt de Europese Farmaceutische wetgeving herzien. Ikinformeer uw Kamer regelmatig over de voortgang van dit traject.14Recent heb ik uw Kamer een brief gestuurd over het raadsmandaat indeze herziening.15 In de compromistekst van de Raad is er een aantalincentives opgenomen die de ontwikkeling van geneesmiddelen stimu-leren voor de aandoeningen die als een zogenoemde unmet medical needgelden. De precieze definitie van unmet medical need wordt in een laterstadium ingevuld.Ik acht het van belang dat er een eenduidige Europese definitie komtzodat de benodigde internationale beleidsinzet om meer regie te nemen11SiRM, L.E.K. Consulting & RAND Europe, The financial ecosystem of pharmaceutical R&D: An12Zie Kamerstuk 29 477, nr. 89313www.maug.nl14Zie Kamerstuk 21 501-31, nr. 77715Zie Kamerstuk 22 112, nr. 4077Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9477 op geneesmiddelenontwikkeling kan worden vormgegeven. Het voorstelvan de Commissie kent al verschillende maatregelen die geneesmiddelin-novatie gericht op unmet medical need moeten stimuleren. Op ditmoment lopen de onderhandelingen in de trilogen tussen de EuropeseCommissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.De Nederlandse inzet voor deze onderhandelingen op het thema unmetmedical need is beschreven in het BNC-fiche dat met uw Kamer isgedeeld.16b. Internationaal onderzoek door de Organisatie voor EconomischeSamenwerking en Ontwikkeling (OESO)Geneesmiddelontwikkeling heeft een sterk internationaal karakter. Mijninzet om innovatie meer gericht te stimuleren en om een duidelijk signaalte geven over betalingsbereidheid is alleen effectief als het gepaard gaatmet internationale samenwerking. Uw Kamer heeft mij in het kader vansturing op onvervulde medische behoeften ook opgeroepen om eeninternationale voortrekkersrol in te nemen om de benodigde maatschap-pelijke discussie op gang te brengen. Met een brede maatschappelijke enpolitieke discussie op internationaal niveau wil ik steun krijgen van anderelanden voor mijn beleid. Een voorbeeld hiervan is mijn initiatief om metSpanje en Oostenrijk een internationaal onderzoek door de Organisatievoor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) te bekostigennaar de sturing van overheden op de ontwikkeling van geneesmiddelenvoor onvervulde medische behoeften met publieke middelen. Ditonderzoek van de OESO kan een belangrijke schakel zijn om de gewenstediscussie over unmet medical need wereldwijd op gang te brengen. Desteun vanuit verschillende landen voor dit onderzoeksplan toont dat ermomentum ontstaat voor onze beleidsinzet op dit terrein. Dat is vanbelang omdat de voorkeuren van andere grote markten zoals die van deVS en Japan een belangrijke invloed hebben op welke geneesmiddelenontwikkeld worden. Ik verwacht de resultaten van het onderzoek in 2026met uw Kamer te kunnen delen.c. Het framework NEED (Needs Examination, Evaluation and Dissemi-nation)Door de Nederlandse inzet, kennis en deskundigheid wordt Nederlandregelmatig betrokken bij initiatieven die ook door andere landen wordenontwikkeld. Zo voert België een bijzonder project uit dat de onbeant-woorde gezondheidsgerelateerde behoeften wil identificeren en meten,zodat innovatie in de gezondheidszorg en het gezondheidszorgbeleidmeer kunnen worden afgestemd op deze behoeften.17 Hierin wordt hetframework NEED (Needs Examination, Evaluation and Dissemination)ontwikkeld om de brede gezondheid gerelateerde behoeften via eenwetenschappelijke methode in kaart te brengen. Het Ministerie van VWSwordt hierbij betrokken. Zo ook tijdens het Belgische voorzitterschap vande Europese Raad in de eerste helft van 2024. België heeft al veel stappengezet in de benodigde dialoog om richting een meer vraag-gestuurdsysteem van geneesmiddelontwikkeling te bewegen. Tijdens eenhigh-level event onder dit voorzitterschap waar VWS op hoog-ambtelijkniveau vertegenwoordigd was, heeft Nederland verschillende presentatiesgegeven over de beleidsontwikkeling op dit thema. Waar mogelijk zal ikmet België blijven optrekken om meer regie te krijgen op geneesmidde-lenontwikkeling.16Zie Kamerstuk 36 365, nr.217https://health-needs.eu/index.php/nl/Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9478 d. Internationale samenwerking rond vergoeding van geneesmiddelenDe discussie om te komen tot een meer vraaggerichte benadering vanvergoeding en de manier waarop «willingness to pay» wordt vastgesteld,voer ik ook internationaal. Zo bekijk ik binnen het Beneluxa verband hoewe tot een meer vraaggestuurde benadering kunnen komen. Hetbovenstaande voorbeeld van het Belgische NEED traject en de rol vanVWS hierin is een mooi voorbeeld.Ook ben ik recent met diverse Europese en niet- Europese landen eeninformele samenwerking gestart om informatie uit te wisselen over dewaarde en prijzen van nieuwe geneesmiddelen. In deze en anderesamenwerkingsverbanden vraag ik aandacht voor een meer vraaggerichtebenadering ten aanzien van de vergoeding van geneesmiddelen. Met deuitkomsten van het MAUG-advies en de voornoemde OESO-studie wil ikde discussie op termijn verder concretiseren.Tot slotIk realiseer mij dat er een brede discussie nodig is om onze maatschappe-lijke behoeften verder in te vullen. Ik zet mij op zowel nationaal alsinternationaal niveau in om deze discussie op gang te brengen en teblijven voeren. Ik zal uw Kamer op de hoogte houden van de voortgang.De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,J.A. BruijnTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 477, nr. 9479

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 68eb00c58eb17f82

14 okt 2026 · 3ac593cb2f86b1b9

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.