Kabinetsreactie op het WODC-onderzoek ‘Draagvlak voor de legitieme portie’
Brontekst
Versie 370cc9fdee67c04c · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202633 836Personen- en familierechtNr. 142 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 10 juni 2026Op 2 december 2024 heeft de toenmalige Staatssecretaris Rechtsbe-scherming het WODC onderzoek «Draagvlak voor de legitieme portie»,aangeboden aan uw Kamer. Daarbij heeft hij toegezegd om in de loop van2025 met een inhoudelijke reactie op het rapport te komen.1 Vanwege dedemissionaire status van het toenmalige kabinet, heeft mijn ambtsvoor-ganger bij brief van 18 november 2025 volstaan met een uiteenzetting vande uitkomsten van het onderzoek. Het is aan een volgend kabinetovergelaten om een standpunt in te nemen over het al dan niet (in zijnhuidige vorm) behouden van de legitieme portie.2 Deze kabinetsreactietreft u aan in de voorliggende brief. Daarmee kom ik ook tegemoet aanmijn toezegging op dit punt tijdens het Commissiedebat civielrechtelijkeonderwerpen op 22 april jl.3Het onderzoek naar het draagvlak van de legitieme portieDe uitkomst van het onderzoek is – kort samengevat – dat de legitiemeportie breed wordt gedragen door de Nederlandse bevolking: 40% is inalle gevallen voorstander van de legitieme portie, 19% is altijd tegen hetbestaan van de legitieme portie en 40% is soms voor en soms tegen.Binnen die laatste groep bestaat grote verdeeldheid over de gevallenwaarin de legitieme portie (on)wenselijk is. De onderzoekers leiden uit deenquête af dat men in Nederland waarde hecht aan de legitieme portie endat algehele afschaffing door een overgrote meerderheid van 80% nietwordt gesteund.Afschaffing van de legitieme portie is volgens de onderzoekers eenprincipiële keuze: behouden of afschaffen. De onderzoekers sluiten hun1Kamerstukken II 2024/25, 33 836, 101.2Kamerstukken II 2024/25, 33 836, 128.3TZ202604–201. kst-33836-142ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1421 rapport af met een aantal suggesties ter verbetering van de regeling vande legitieme portie4 en voor vervolgonderzoek.5Voor een uitgebreide weergave van de achtergrond van het onderzoek, deopzet, uitkomsten en suggesties die de onderzoekers doen, verwijs ik unaar de brief van 18 november 2025.Kabinetsreactie op het onderzoekOok ik wil de onderzoekers van de Rijksuniversiteit Groningen dankenvoor het uitgebreide onderzoek dat zij hebben gedaan. De onderzoekershebben een zeer breed onderzoek verricht naar het draagvlak voor delegitieme portie en de gevolgen van behoud dan wel afschaffing daarvanvoor burgers en de samenleving als geheel. Met de uitgebreide enquêteonder een representatief deel van de Nederlandse bevolking, eendiepgaande rechtsvergelijking met landen met een vergelijkbare regelingvan de legitieme portie, een studie naar sociologische aspecten en deinterviews met verschillende ervaringsdeskundigen (juridische professi-onals, burgers en andere professionals) is het onderzoeksrapport rijk aaninformatie. Het onderzoeksrapport biedt daardoor een waardevolle enrichtinggevende bijdrage aan de discussies over dit fundamenteleonderdeel van het Nederlandse erfrecht.Het onderzoek maakt duidelijk dat voor afschaffing van de legitieme portiehet naar mijn oordeel noodzakelijke brede maatschappelijk draagvlakontbreekt. Zo toont het onderzoek overtuigend aan dat het op zichzelfkrachtige argument van de vrijheid om zelf te bepalen aan wie men bijoverlijden zijn vermogen nalaat, door de samenleving in het algemeenonvoldoende zwaarwegend wordt bevonden voor afschaffing van delegitieme portie. Uit de resultaten van de enquête blijkt dat de Neder-landse bevolking belang hecht aan de afstammingsband tussen ouder enkind en dat die voldoende grondslag is om de legitieme portie terechtvaardigen. Die overtuiging wordt ook door mij gevoeld. Hoewelintergenerationele solidariteit en sociale cohesie niet meer vanzelf-sprekend zijn, heeft dit volgens de onderzoekers niet geleid tot afnemendegevoelens van verbondenheid tussen families. Familienetwerken zijn welcomplexer maar niet losser geworden, zo concluderen de onderzoekers.Het mogelijk bij sommigen bestaande beeld dat de legitieme portie nietmeer van deze tijd zou zijn, sluit niet aan bij de conclusies van hetonderzoek.Ik kom mede op basis van de uitkomsten van het onderzoek tot deconclusie dat er geen groot maatschappelijk draagvlak bestaat voorafschaffing van de legitieme portie en dat de bestaande regeling ookanderszins geen blijk geeft van grote praktische problemen. Dat inbepaalde juridische kringen mogelijk anders wordt aangekeken tegen dewenselijkheid van het behoud van de legitieme portie, doet hieraan nietaf. Ik zie dan ook geen aanleiding om over te gaan tot afschaffing van delegitieme portie.De verschillende suggesties die de onderzoekers hebben gedaan terverbetering van de regeling van de legitieme portie zijn op dit moment4De meest fundamentele suggesties zijn: het mogelijk maken om een erfovereenkomst tesluiten, de mogelijkheid om een testament te vernietigen wegens misbruik van omstandig-heden, een verplichte considerans in testamenten waarin kinderen worden onterfd enverduidelijking van de regels over het recht op inzage en informatie.5Het betreft onderzoek naar de volgende thema’s: de verhouding tussen de langstlevendeechtgenoot en (onterfde) kinderen, de specifieke rol van de legitieme portie en andereerfrechtelijke aanspraken op familiebanden, verbetering van de regeling van de legitiemeportie en de (on)mogelijkheden om de regeling van de legitieme portie te omzeilen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1422 onvoldoende verkend en beoordeeld op nut, noodzaak en effecten om tevertalen naar wetswijzigingen. Uit het onderzoek blijkt dat de meningenover een deel van de suggesties (zoals een verplichte considerans envernietiging van het testament wegens misbruik van omstandigheden)sterk verdeeld zijn. De onderzoekers merken bovendien op dat over desuggesties nog geen verdere gedachtewisseling heeft plaatsgevonden. Eris naar mijn mening dan ook onvoldoende beeld van het draagvlak voorde verschillende suggesties, de juridische haalbaarheid daarvan en deeffecten op het erf(proces)recht in het algemeen. Ik vind het niet wenselijkom op dit moment één of meer suggesties te selecteren waarover meereenduidigheid bestaat, omdat aanpassing van de regeling een gedegenen volledig beeld vereist. Daarvoor wacht ik de verdere discussie enontwikkeling af in onder meer de wetenschap en de rechtspraktijk naaraanleiding van het onderzoek en deze kabinetsreactie.Ik zal het verdere maatschappelijke debat hierover met belangstellingvolgen.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 33 836, nr. 1423
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.