KamerkringInloggen
Kamerbrief

Buitengerechtelijke geschilbeslechting

31 mrt 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie 3532074185c9a8ab · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 279Rechtsstaat en RechtsordeNr. 1017 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE ENVEILIGHEID Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 31 maart 2026InleidingHet is belangrijk dat burgers laagdrempelig een oplossing kunnen vindenwanneer zij een juridisch probleem hebben bij het afnemen van eenproduct of een dienst. Denk bijvoorbeeld aan een probleem met eeninternetprovider over een abonnement, een verschil van inzicht met eenverhuurder over de servicekosten, een conflict met een aannemer, eenconflict over welke kosten een zorgverzekering dekt, of kwesties met eenverzekering, bankrekening of pensioenfonds. Veel van dit soort juridischeproblemen wordt buiten de rechtspraak om opgelost via buitengerechte-lijke geschilbeslechting (ook wel alternative dispute resolution, hierna:ADR).1In deze brief ga ik in op ontwikkelingen ten aanzien van buitengerechte-lijke geschilbeslechting door de erkende ADR-instanties.2 De rol die ADRheeft in andere type geschillen, bijvoorbeeld in het strafrecht of ingeschillen tussen burger en overheid, blijft in deze brief buitenbeschouwing.Ik begin de brief met een schets van de erkende ADR-instanties inNederland en het wettelijk kader. Daarna geef ik mijn reactie op verschil-lende adviezen die de afgelopen periode zijn uitgebracht door de SociaalEconomische Raad (SER),3 en Hague Institute for Innovation of Law1Buitengerechtelijke geschilbeslechting wordt ook vaak aangeduid als alternatieve geschilbe-slechting.2Deze brief ziet op de erkende ADR-instanties en het GIP. Deze instanties behandelen geschillenvan consumenten, een term die ook huurders, verzekerden en pensioengerechtigden kanomvatten. Er zijn in Nederland ook geschilleninstanties actief die niet onder het bereik van deADR-richtlijn of de Implementatiewet vallen. Deze opereren op verschillende terreinen, zoalsvervoer en detailhandel. Deze instanties vallen buiten het bestek van deze brief.3https://www.ser.nl/nl/Publicaties/buitengerechtelijkegeschillenbeslechting. kst-29279-1017ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10171 (HiiL).4 Vervolgens ga ik in op de wijzigingen van Richtlijn 2013/11/EUbetreffende alternatieve beslechting van consumentengeschillen (hierna:de ADR-richtlijn). Tot slot ga ik in op de rapporten van Pricewaterhouse-Coopers (PwC)5 en SEO Economisch Onderzoek6 in opdracht van hetWODC, die zijn uitgebracht in het kader van de evaluatie van Stichting DeGeschillencommissie (hierna: DGC).7 Ik betrek daarbij de oprichting vaneen nieuwe Toetsingscommissie door DGC.SamenvattingIn deze brief komt naar voren dat verschillende rapporten laten zien dathet stelsel van ADR in Nederland kwalitatief hoogwaardig is en goedfunctioneert. Met een laagdrempelige, snelle en mensgerichte aanpakvervullen de ADR-instanties een belangrijke rol in het verwezenlijken vande toegang tot het recht. Dit is terug te zien in de bevindingen van deGeschilbeslechtingsdelta, die een stijging laat zien van het aantalpersonen dat zich wendt tot ADR. Daarnaast bieden de ADR-instantiesdoor hun feedbackfunctie een waardevolle bijdrage aan het voorkomenvan toekomstige geschillen. De ADR-instanties vervullen daarmee eenbelangrijke maatschappelijke rol, die ik graag ondersteun.Er komen in deze brief ook verbeterpunten naar voren die het ADR-stelselnog toegankelijker en laagdrempeliger kunnen maken. Er is winst tebehalen in het verbeteren van de kenbaarheid van buitengerechtelijkegeschilbeslechting, zeker waar het gaat om kwetsbare personen, maar ookbij ondernemers. In deze brief beschrijf ik hoe ik mijn rol als stelselverant-woordelijke invul en daarbij inzet op toegankelijkheid, kennisbevordering,kwaliteitsverbetering en samenwerking met de ADR-instanties, debetrokken departementen en andere stakeholders in het veld van ADR ende toegang tot het recht.1. Buitengerechtelijke geschilbeslechting in Nederland ADR is een laagdrempelige, betaalbare en vaak snelle vorm van geschil-beslechting zonder tussenkomst van een rechter. Bij buitengerechtelijkegeschilbeslechting worden klachten van rechtzoekenden met hulp van éénof meer personen op een neutrale en onpartijdige manier behandeld.Onder andere mediation, arbitrage en bindend advies zijn vormen vanADR. In Nederland hebben de erkende ADR-instanties een leidende rol inbuitengerechtelijke geschilbeslechting. Zij kunnen uitkomst bieden bijverschillende type conflicten, bijvoorbeeld wanneer partijen een belanghebben bij de voortzetting van de relatie. Denk aan langlopende contrac-tuele relaties zoals kinderopvang, huurovereenkomsten of meerjarigeabonnementen. Of de route van ADR voor een rechtzoekende het meestpassend is, is afhankelijk van diens persoonlijke omstandigheden envoorkeuren, alsook de aard van het juridische probleem.Nederland is gebonden aan de ADR-richtlijn (2013).8 Deze richtlijnverplicht EU-lidstaten om te voorzien in kwalitatief goede en voor deconsument laagdrempelige, buitengerechtelijke geschillenbeslechting. Derichtlijn is geïmplementeerd in de Implementatiewet buitengerechtelijkegeschillenbeslechting consumenten (hierna: de Implementatiewet). In de4Leerpublicatie – ADR-samenwerking5Bijlage 1, PwC, Doorlichting en advies doeltreffendheid De Geschillencommissie, mei2025.6«Evaluatie SGC 2017–2023» bijlage bij Kamerstukken 2024/25, 25 754, nr. 4.7Eerder vaak afgekort als SGC; de Geschillencommissie heeft dit veranderd naar DGC.8Richtlijn 2013/11/EU van 21 mei 2013 betreffende alternatieve beslechting van consumentenge-schillen en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2006/2004 en Richtlijn 2009/22/EG.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10172 Implementatiewet is de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheidaangewezen als bevoegde autoriteit voor DGC. Daarnaast is de Staatsse-cretaris van Justitie en Veiligheid stelselverantwoordelijke voor hetoverkoepelend functioneren en een goede toegankelijkheid van buitenge-rechtelijke geschilbeslechting in Nederland.Er zijn in Nederland vier onder de richtlijn erkende ADR-instanties. Dezeinstanties verschillen in hun wettelijke grondslag, verplichtstelling9 en dewijze van financiering. De erkende ADR-instanties zijn: DGC, het Klachten-instituut Financiële dienstverlening (hierna: Kifid), de Huurcommissie enStichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (hierna: SKGZ). DezeADR-instanties vallen onder verantwoordelijkheid van de Minister die hetaangaat, afhankelijk van het soort geschil waarvoor zij bevoegd zijn.10DGC is een overkoepelende instantie voor 8 klachtenloketten en 81geschillencommissies binnen uiteenlopende sectoren, zoals internet,online aankopen, vakanties en zaken die met verbouwingen te makenhebben. Om ervoor te zorgen dat iedere consument toegang heeft tot eenADR-instantie, zijn bij DGC vangnetcommissies ondergebracht die deconsument toegang biedt in de situatie waarin er geen ADR-instantie isaangewezen, alsook in de situatie waarin de ondernemer niet bij eenbranchevereniging is aangesloten. Deze vangnetcommissies zorgenervoor dat – in overeenstemming met de ADR-richtlijn – Nederland eendekkend systeem heeft van toegang tot ADR-instanties voor consumen-tengeschillen.De Geschilleninstantie Pensioenfondsen (GIP) is geen onder deADR-richtlijn erkende ADR-instantie, maar in de Pensioenwet is een aantalartikelen van de Implementatiewet op het GIP van overeenkomstigetoepassing verklaard.11 De vijf instanties zijn verenigd in«ADR-Nederland» als samenwerkingsverband.Werkzaamheden van ADR-instantiesDe ADR-instanties werken op basis van voorlichting, bemiddeling,geschilbeslechting en feedback. De wijze waarop zij dit invullen verschiltper ADR-instantie en is mede afhankelijk van het type geschil en dewettelijke basis waarbinnen de geschilbeslechting plaatsvindt. Zo hebbenSKGZ, DGC, GIP en Kifid een procedure voor bindend advies ingericht. BijKifid en SKGZ is er daarnaast ook de optie om voor een niet-bindendadvies te kiezen. Dit kan voor partijen in sommige zaken andere optiesbieden wanneer zij een gang naar de rechter willen maken. Bij deHuurcommissie is weer een ander nuance-verschil; daar is hetuitgangspunt dat een uitspraak van de Huurcommissie geldt als eenbindend advies tussen partijen. Dit laat zien dat de ADR-instanties eendivers pakket aan instrumenten hebben om maatwerk te kunnen bieden,afhankelijk van de omstandigheden van het geval en de individuelewensen van de rechtzoekende en de wederpartij.9Op grond van de richtlijn zijn ondernemers niet verplicht tot deelname aan een ADR-instantie.Dit is anders voor bepaalde sectoren, bijvoorbeeld voor zorgverzekeringen en aanbieders vanfinanciële diensten.10De verantwoordelijke ministeries zijn het Ministerie van Justitie en Veiligheid (DGC), hetMinisterie van Financiën (Kifid en SKGZ), het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Konink-rijksrelaties (Huurcommissie), het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (SKGZ) enhet Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (Kifid en GIP). Het Ministerie van VWS isook verantwoordelijk voor de geschilleninstanties die vallen onder de Wkkgz.11Waar in deze brief wordt gesproken over de erkende ADR-instanties, wordt ook het GIPmeegenomen.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10173 Naast het bieden van geschilbeslechting, spelen de ADR-instanties eenbelangrijke rol in het vroegtijdig oplossen van klachten en hetde-escaleren van conflicten door het aanbieden van objectieve informatie,een ombudsman, klachtenloketten of andere vormen van laagdrempeligebemiddeling. Zij signaleren trends in klachten en geschillen en delen dezemet branche-, consumenten- en belangenorganisaties, toezichthouders enbeleidsmakers. Zo kan informatie gericht aangepast worden om veelgesignaleerde geschillen te voorkomen of kan een ondernemer zijnalgemene voorwaarden aanpassen wanneer door een ADR-instantiewordt geconstateerd dat een bepaald beding voor de consumentonredelijk bezwarend is. De ADR-instanties hebben verschillendeinitiatieven op het gebied van kennisdeling en proactieve signaleringontwikkeld. Zo zet SKGZ sterk in op voorlichting en levert zij continueterugkoppeling aan de aangesloten zorgverzekeraars door middel vandashboards. Daarnaast stuurt SKGZ stakeholders ieder kwartaal eenoverzicht van relevante trends en ontwikkelingen, biedt zij trainingen aanhulpverleners aan, geeft zij gastlessen op scholen en zoekt zij samen-werking met patiëntenorganisaties op het gebied van voorlichting. Kifidvertaalt terugkerende klachtpatronen naar kennisdocumenten en geeftdaarmee consumenten en financiële instellingen handvatten omconflicten te voorkomen. DGC analyseert sectorbrede trends en deelt dezeinzichten met toezichthouders en branchepartijen. Hiermee wordenstructurele problemen blootgelegd, waar mogelijk voordat ze escaleren.De Huurcommissie biedt verschillende tools aan, waaronder de huurprijs-check die jaarlijks meer dan 800.000 keer wordt gebruikt, alsook directetelefonische ondersteuning waar meer dan 84.000 keer per jaar gebruikvan wordt gemaakt.Met deze initiatieven zorgen de ADR-instanties voor een belangrijk lerendeffect waar een grotere groep consumenten en ondernemers dan slechtsde partijen in de behandelde geschillen profijt van heeft. ADR-instantieszijn daarmee een belangrijke partner voor ondernemers, overheidsin-stanties, rechtsbijstandverleners en maatschappelijke organisaties. Zijvervullen een essentiële rol in het bredere landschap van juridischebijstand en leveren een belangrijke bijdrage aan de versterking van derechtszekerheid en de toegang tot het recht.12Geschilbeslechtingsdelta 2024Het WODC heeft op 17 maart jl. de Geschilbeslechtingsdelta gepubli-ceerd.13 Dit rapport kijkt naar de (potentieel) juridische problemen vanburgers op civiel- en bestuursrechtelijk gebied en welke routes wordengevolgd in het zoeken naar een oplossing, waarbij ook nadrukkelijkaandacht is voor buitengerechtelijke geschilbeslechting. De Geschilbe-slechtingsdelta ziet op de periode 2020 – 2024. In deze periode is hetaandeel respondenten dat gebruikmaakt van een (juridische) procedure14stabiel gebleven, maar zijn verschuivingen te zien in de instanties aan wiehet probleem wordt voorgelegd. Het beroep op geschillencommissies istoegenomen, van 5% in de vorige meting tot 12% in de huidige meting.Vooral bij de Huurcommissie is een forse stijging te zien in het aantal12Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 1004.13Geschilbeslechtingsdelta burgers 2024 | WODC – Wetenschappelijk Onderzoek- enDatacentrum.14Zie p. 116 van de Geschilbeslechtingsdelta 2024. In dit kader noemt het rapport mediation,gerechtelijke procedures, en buitengerechtelijke procedures (waar in het rapport ookbezwaarschriftenprocedures onder worden gevat).Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10174 binnengekomen klachten.15 Ook bij DGC, Kifid en GIP is een stijging vanhet aantal klachten te zien, zij het in (veel) mindere mate. Bij de SKGZneemt het aantal klachten na een piek in 2019 licht af.16Het rapport biedt vanuit het perspectief van burgers waardevolle inzichtenin de toegang tot het recht en de rol die ADR-instanties daarin spelen. Dekomende periode zal ik de bevindingen uit de Geschilbeslechtingsdeltanader bestuderen en zal ik deze betrekken bij mijn gesprekken met deADR-instanties en andere betrokkenen die werken aan de toegang tot hetrecht.2. Rapporten en aanbevelingen De afgelopen periode zijn rapporten uitgebracht over (deelterreinen van)het ADR-stelsel.–De SER heeft in maart 2023 op eigen initiatief het advies «Balans enhoudbaarheid alternatieve geschillenbeslechting voor consumentenza-ken» (hierna: het SER-advies) uitgebracht. Dit advies bevat waarde-volle inzichten over het toekomstbestendig maken én houden van hetADR-stelsel.–HiiL heeft in januari van dit jaar de leerpublicatie «Leren van ADRpraktijk in Nederland» uitgebracht in opdracht van SKGZ, namens devijf samenwerkende ADR-instanties. Deze is op 26 januari jl. aan uwKamer aangeboden. De leerpublicatie is een bruikbare verkenning naarde inzet van ADR-instanties, met een focus op SKGZ, om het conflic-toplossend vermogen in Nederland te versterken en vergroten.Bovenstaande rapporten gaan over het functioneren van het ADR-stelselals geheel. Op deze rapporten reflecteer ik vanuit mijn rol als stelselver-antwoordelijke voor buitengerechtelijke geschilbeslechting. Daarnaast zijner twee rapporten verschenen die specifiek gaan over het functionerenvan DGC:–In mei 2025 heeft PwC – in opdracht van DGC en met financiering vanmijn ministerie – onderzoek gedaan naar de doeltreffendheid entoegevoegde waarde van DGC (hierna: het PwC-rapport). Het onder-zoek kijkt naar de waarde van de DGC voor rechtzoekenden enondernemers, voor het Nederlandse rechtsbestel en de maatschappe-lijke waarde van geschilleninstanties die vanuit diverse ministeries bijDGC zijn ondergebracht.17–Het WODC heeft SEO Economisch Onderzoek verzocht om de evaluatievan DGC uit te voeren. De evaluatie is in mei 2025 opgeleverd (hierna:het SEO-onderzoek). Het gaat om een evaluatie van de toegankelijk-heid, kwaliteit en doelmatigheid van DGC in de periode van 2017 tot enmet 2023. Ook heeft SEO gekeken naar de mate waarin DGC voldoetaan wet- en regelgeving, de positie die DGC bekleedt in het geheel vangeschilbeslechting in Nederland en de meerwaarde van een hogerepublicatiegraad van de uitspraken van DGC.15Tussen 2020 en 2024 steeg het aantal geschillen bij de Huurcommissie van ruim 12.000 naar18.550. Opvallende trends zijn onduidelijkheid over servicekosten en een toenemend aantalzaken over gebreken, waarbij vaker sprake is van ernstige problemen zoals schimmel. Dezeontwikkelingen, samen met de wetsbehandeling Wet Betaalbare Huur, trokken ook deaandacht van de media.16Zie p. 37 en 38 van de Geschilbeslechtingsdelta.17DGC is door een aantal ministeries aangewezen als de klacht- en geschiloplossende partij. Hetgaat om: Defensie Geneeskundige Zorg, Algemeen, Consumentenzaken, Energie Prijsplafond,Oneerlijke Handelspraktijken in de Voedselketen, Auteurscontractenrecht, Auteursrechten,Klachtenloket Openbaar Vervoer.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10175 Ik dank de SER, PwC, SEO en het HiiL voor de waardevolle inzichten enconstructieve aanbevelingen. Ik zal het SER-advies en de leerpublicatiehierna bespreken langs de lijnen van toegankelijkheid, financiering enkwaliteit van het ADR-stelsel. Waar relevant verwijs ik daarbij naar deonderzoeken van PwC en SEO, omdat die eveneens inzicht bieden invoornoemde thema’s, zij het meer toegespitst op de rol van DGC in hetstelsel. Omdat DGC door mij is erkend als ADR-instantie en in dit kadereen structurele subsidie ontvangt, valt DGC onder mijn directe verant-woordelijkheid. Vanuit die rol reageer ik in paragraaf 5 separaat op derapporten van SEO en PWC.183.1. Toegankelijkheid van het ADR-stelsel InformatievoorzieningDe SER constateert dat buitengerechtelijke geschilbeslechting bijverschillende instanties is belegd en spreekt de zorg uit dat het voorrechtzoekenden lastig is te overzien waar men terechtkan om een geschilop te lossen. Ook Hiil en PwC doen een dergelijke constatering.19 De SERpleit in dit kader voor het ontwikkelen van een routekaart met beslisboomen zoekmachine, die rechtzoekenden meer inzicht biedt in de verschil-lende opties voor (buiten)gerechtelijke geschilbeslechting. Ook PwC pleitvoor het vergroten van het maatschappelijk bewustzijn van buitengerech-telijke geschilbeslechting.20Ik onderschrijf deze bevindingen en aanbevelingen. Zoals mijnvoorganger in de visie op de toegang tot het recht heeft beschreven, is hetbelangrijk dat rechtzoekenden toegang hebben tot duidelijke en objectieveinformatie op basis waarvan zij een afweging kunnen maken welke routehet meest passend is.21 Daarom is de afgelopen periode ingezet op hetvergroten van de kenbaarheid van buitengerechtelijke geschilbeslechtingen zal ik dat de komende tijd blijven doen. Uw Kamer is eerder geïnfor-meerd22 dat in april 2025 een nieuwe webpagina «Hulp bij een juridischprobleem» op rijksoverheid.nl tot stand is gekomen. De pagina dient alsbeginpunt voor burgers, zzp’ers en bedrijven die oplossingen zoeken voor(juridische) problemen en biedt hen toegang tot duidelijke en begrijpelijkeinformatie over verschillende vormen van geschilbeslechting, waaronderbuitengerechtelijke geschilbeslechting door de erkende ADR-instanties.23Ook is op deze website een video geplaatst waarin inzicht wordt gegevenin wat een ADR-instantie doet en welke oplossing die instantie kan biedenaan een rechtzoekende.Verder kunnen rechtzoekenden terecht op de website van het JuridischLoket, dat met 5 miljoen bezoekers op jaarbasis een groot bereik heeft. Opde website is informatie te vinden over de mogelijkheden om een beroepte doen op verschillende ADR-instanties en de mogelijkheid om eengeschil voor te leggen aan een geschillencommissie. Ook wordt verwezennaar de huurprijscheck van de Huurcommissie. In dit kader wijs ik ook opde samenwerking tussen DGC en het Juridisch Loket. Deze heeft deafgelopen jaren vorm gekregen in verschillende pilots. Zo bleek uit depilot tijdens het energieprijzenplafond in 2023 dat kennisdeling grote18Specifieke ontwikkelingen bij de andere ADR-instanties worden waar nodig door de verant-woordelijke ministeries gecommuniceerd.19PwC concludeert dat DGC ruim voldoende scoort op kenmerken als onafhankelijkheid,betrouwbaarheid en deskundigheid, maar dat slechts 8% van de consumenten bekend is metDGC.20PwC doet daarvoor geen specifieke suggesties.21Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 1004.22Kamerstukken II, 2024–2025, 29 279, nr. 920.23Hulp bij een juridisch probleem | Rijksoverheid.nlTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10176 meerwaarde biedt aan rechtzoekenden. Dit leidde tot de Proeftuin, gestartop 1 september 2024, waarin DGC en het Juridisch Loket samenwerkenom kwetsbare rechtzoekenden beter te ondersteunen bij juridischeproblemen in sectoren als kinderopvang, energie, tweewielers,voertuigen, telecom en thuiswinkel. Door warme doorverwijzingen,waarbij het dossier laagdrempelig kan worden overgedragen, en hetinzetten van de expertise van DGC-klachtenloketten komen mensensneller op de juiste plek terecht. De Proeftuin nadert haar eindfase, deevaluatie wordt naar verwachting aan het einde van het eerste kwartaal2026 afgerond. Op basis van de uitkomsten van de evaluatie wordt bezienof de samenwerking tussen het Juridisch Loket en DGC meer structureelingebed kan worden.Naast deze afspraken die zorgen voor een warme doorverwijzing, wordtook op andere manieren samengewerkt. Zo is er een vast contactpersoonbij de Huurcommissie waar het Juridisch Loket huurvragen kanneerleggen. De Huurcommissie deelt kennis ten behoeve van de landelijkekennisbank van het Juridisch Loket, verzorgd presentaties over specifiekeonderwerpen bij loketten op lokaal niveau en neemt met het JuridischLoket en verschillende andere partijen uit het huurdomein deel aanbijeenkomsten «Geschiloplossing in het huurdomein» die door de Raadvoor rechtsbijstand in een aantal grote gemeentes worden georganiseerd.Met SKGZ wordt gekeken naar de mogelijkheid om themabijeenkomstente organiseren om informatie-uitwisseling tussen professionals testimuleren. In het komende jaar zal gekeken worden of ook samenwer-kingen met de andere ADR-instanties opgezet kunnen worden. Ik juichdeze samenwerkingen van harte toe, nu hiermee meer structurele entoegankelijke routes worden gecreëerd voor rechtzoekenden.Vroegtijdig behandelen van klachtenIn het SER-advies wordt gewezen op de positieve bijdrage die klachtenlo-ketten hebben in het vroegtijdig oplossen van geschillen. Met eenlaagdrempelig klachtenloket of de inzet van bemiddeling door eenOmbudsman (zoals bij zorgverzekeringen of pensioenfondsen) ofbemiddeling voor financiële dienstverlening, kan preventief en laagdrem-pelig een geschil worden opgelost, aldus de SER.Ik onderschrijf deze aanbeveling. Zoals door mijn voorganger eerdertoegelicht, valt een laagdrempelige en tijdige oplossing van geschillenonder een van de pijlers van de toegang tot het recht.24 Ik ben dan ookzeer positief over het feit dat de erkende ADR-instanties naast geschilbe-slechting ook werkwijzen aanbieden die erop gericht zijn er samen uit tekomen, zonder een juridisch oordeel. Uit de leerpublicatie van Hiil blijktdat de bemiddeling door ADR-instanties succesvol is, zowel in termen vanuitkomst als tevredenheid over het proces. Bovendien is bemiddelingrelatief snel en kosteneffectief.3.2. Financiering van buitengerechtelijke geschilbeslechting inconsumentenzaken De SER wijst erop dat er geen algemene structurele overheidsfinancieringis voor het stelsel van buitengerechtelijke geschilbeslechting. Hetontbreken van voorfinanciering kan een belemmering zijn voor hetopzetten van nieuwe initiatieven, aldus de SER. Ook wijst de SER erop datde erkende ADR-instanties voornamelijk gefinancierd worden door hetbedrijfsleven, terwijl deze instanties een aanzienlijk maatschappelijkbelang vertegenwoordigen. Dit zou een grotere overheidsbijdrage24Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 1004.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10177 rechtvaardigen. Dit geldt volgens de SER met name voor DGC, waar dekosten van de bijdrage voor buitengerechtelijke geschilbeslechting vooreen groot deel worden gedragen door de brancheorganisaties, alsookvoor de Huurcommissie. De SER signaleert een risico dat de relatief hogekosten voor brancheorganisaties ertoe kunnen leiden dat branchesuittreden. De SER pleit ervoor om de overheidsbijdrage structureelbeschikbaar te maken op de rijksbegroting, in plaats van te werken metsubsidies. PwC signaleert in dit kader dat de financiële bijdragen dieondernemers doen aan DGC zijn achtergebleven op de inflatieontwik-keling. Op basis van de bevindingen doet PwC verschillende aanbeve-lingen, waaronder het inrichten van een uniforme bekostigingsstructuurdie rekening houdt met prijsontwikkeling.25Ik zie geen aanleiding voor een aanpassing van de huidige financierings-systematiek van het ADR-stelsel. Voor een deel van de ondernemers isdeelname aan een ADR-instantie wettelijk verplicht en in sommigegevallen is er vanuit het betrokken ministerie een financiële bijdrage. Voorde branches waarin het niet wettelijk verplicht is om zich aan te sluiten bijeen geschillencommissie, wordt de commissie van oudsher grotendeelsgefinancierd door ondernemers en brancheorganisaties die eenmeerwaarde zien in een snelle en laagdrempelige oplossing vangeschillen. Voor die brancheorganisaties is aansluiting bij een geschillen-commissie een belangrijk kwaliteitskeurmerk.Mijn ministerie geeft DGC een vaste subsidie voor een deel van de vastekoepelkosten. De hoogte van de subsidie staat los van het aantal zaken.Naast de vaste subsidie voor koepelkosten, heeft DGC ook incidentelemiddelen ontvangen. Deze middelen zijn bedoeld voor specifiekeactiviteiten zoals het begrijpelijk toelichten en publiceren van uitsprakenen communicatie met kwetsbare groepen.26Op 25 maart 2026 is een amendement van kamerleden Ellian en Dobbe27aangenomen dat ertoe strekt om 105.000 euro extra beschikbaar te stellenaan DGC. Op grond daarvan ontvangt DGC in het jaar 2026 een vastesubsidie van € 1.298.000.Wat betreft de constatering van de SER over de niet-structurele finan-ciering van de Huurcommissie merk ik het volgende op. Met inwerking-treding van de Wet betaalbare huur per 1 juli 2024 is de financieringssys-tematiek van de Huurcommissie gewijzigd, onder andere door invoeringvan een nieuwe grondslag voor de verhuurderbijdrage aan de Huurcom-missie. Daarnaast is met de 1e suppletoire begroting van 2025 van hetMinisterie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening de bijdrage vanhet departement aan de Huurcommissie structureel opgehoogd met € 10miljoen. Hiermee is de financiering van de Huurcommissie toekomstbe-stendig gemaakt.3.3. Kwaliteit van buitengerechtelijke geschilbeslechting inconsumentenzaken HiiL wijst op de meerwaarde van het model van voorlichten, bemiddelen,beslechten en feedback. Naast het definitief beslechten van geschillen,heeft het bieden van informatie, het bemiddelen en het geven vanfeedback aan verschillende stakeholders volgens de leerpublicatie eengrote toegevoegde waarde in het vroegtijdig oplossen van conflicten. Eenpersoonlijke aanpak maakt dat rechtzoekenden zich gehoord voelen,25PwC-rapport, p. 18, 19 en 41.26Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 1004.27Kamerstukken II, 2025–2026, 36 800 VI, nr. 69.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10178 hetgeen de-escalerend kan werken. De SER trekt in zijn advies geenconclusies over de kwaliteit van het ADR-stelsel, maar doet wel enkeleaanbevelingen, die ik hierna zal bespreken.KwaliteitsnormenDe SER doet de aanbeveling te regelen dat ook de niet-erkende geschillen-commissies conform de kwaliteitsnormen zoals die zijn vastgelegd in deImplementatiewet moeten opereren. Dit maakt dat alle geschillencom-missies ongeacht of ze erkend zijn, aan hetzelfde kwaliteitskader moetenvoldoen.28 Volgens de SER ontstaat hierdoor meer duidelijkheid voorconsumenten en ondernemers, wordt het vertrouwen in het stelsel vanbuitengerechtelijke geschilbeslechting versterkt en ontstaat een gelijkspeelveld.Ik neem deze aanbeveling op dit moment niet over. Het verplicht stellenvan de kwaliteitsnormen die de Implementatiewet stelt is een zwaarmiddel, dat overheidslasten op het gebied van toezicht met zich brengt.Uit het advies van de SER blijkt niet dat er structureel signalen zijn datniet-erkende geschillencommissies slechte kwaliteit leveren. Omdat ikkwaliteit van ADR belangrijk vind, zal ik de komende periode wel bezien inwelke mate de gesignaleerde risico’s zich voordoen en hoe dat zich(mogelijk) verhoudt tot het vergroten van de kenbaarheid van ADR en hetvertrouwen in het stelsel. Ik neem dit mee in de periodieke gesprekken dieik met de erkende ADR-instanties voer. Waar nodig zal ik op een latermoment een oriëntatie doen op de wenselijkheid van het nader regulerenvan niet-erkende ADR-instanties.Prejudiciële vragenDe SER doet de aanbeveling dat ADR-instanties (erkend of niet) demogelijkheid krijgen om vragen over het dwingende Europese consumen-tenrecht voor te leggen aan een rechter. SEO doet een soortgelijkeaanbeveling, nu gesprekspartners benadrukken dat het consumentenrechtsteeds complexer wordt.29 In dit kader stelt SEO dat de uitspraken vanDGC soms niet in lijn zijn met het dwingende Europese consumenten-recht, hoewel er geen signalen zijn dat de mate van juridische juistheidvan de uitspraken sinds de vorige evaluatie achteruit is gegaan.Ik zie op dit moment geen reden om een wettelijke grondslag te creërenwaarmee ADR-instanties vragen aan een rechter kunnen voorleggen.ADR-instanties bieden laagdrempelige geschilbeslechting en volgendaarbij jurisprudentielijnen die worden uitgezet door de rechterlijkemacht. Eerder is hierover gesproken met onder andere het Kifid en deHoge Raad. Daaruit volgde eveneens dat het creëren van eenmogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen door ADR-instantiesniet wenselijk is. Daarnaast is het bij ADR in sommige gevallen wenselijkdat de context van de zaak en de wens van partijen uitdrukkelijk wordtmeegenomen (zie ook artikel 7:900 BW). Om deze redenen is het passenddat de mogelijkheid tot het stellen van prejudiciële vragen primair bij derechterlijke macht ligt.De juridische kennis en kwaliteit kan binnen de buitengerechtelijkegeschilbeslechting bovendien geborgd worden met reeds bestaandemiddelen, zoals opleidingen en kennisoverdracht. Voldoende kennis van28Zie paragraaf 2.2. van het SER-advies voor enkele voorbeelden van niet-erkende geschillen-commissies.29Ook de Leerpublicatie refereert aan het stellen van prejudiciële vragen door ADR-instanties, zieo.a. p. 76.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 10179 het recht, zowel consumentenrecht als andere toepasselijke wet- enregelgeving, is desalniettemin een belangrijk punt dat blijvende aandachtvergt. Ik neem dit mee in mijn gesprekken met de ADR-instanties en zalbezien in hoeverre ik hieraan vanuit mijn rol als stelselverantwoordelijkeeen positieve impuls kan geven, en waar nodig de rechtspraak kanbetrekken.Coördinatie en afstemmingDe SER adviseert om meer coördinatie te voeren tussen de verschillendeministeries om ervoor te zorgen dat de kwaliteitsnormen van deADR-richtlijn breed worden toegepast, de aanbevelingen uit de periodiekeevaluaties waar nodig worden opgevolgd en er breder wordt geëvalueerd.Ook HiiL adviseert om de rol van stelselverantwoordelijke die bij mijnministerie is belegd, nader in te vullen en daarmee het ADR-veld verder testimuleren, onder andere op het gebied van samenwerking met anderestakeholders in het juridische veld en het behouden en versterken vankwaliteit, om zo het conflictoplossend vermogen in het hele rechts-systeem te versterken.Vanuit mijn rol als stelselverantwoordelijke vind ik het belangrijk datADR-instanties en de verantwoordelijke ministeries elkaar goed weten tevinden en dat er wordt samengewerkt. In dat kader is het samenwerkings-verband van de erkende geschilleninstanties, ADR-Nederland, een mooieontwikkeling die ik graag steun. Door deze structurele overlegstructuurkan kennis en ervaring worden uitgewisseld, zo ook via door hengeorganiseerde evenementen waar verschillende stakeholders uit hetrechtsbestel bij aanwezig zijn.Overeenkomstig de aanbevelingen van de SER en HiiL zet ik mij dekomende periode in om mijn coördinerende rol te versterken. Dit doe ikonder meer door periodieke overleggen te voeren met ADR-instanties ende verantwoordelijke departementen voor het uitwisselen van kennis, bestpractices en gezamenlijke initiatieven. Ik zal mij daarbij toeleggen opoverkoepelende thema’s die het gehele veld van ADR raken, waarbij iknadrukkelijk ook de bevindingen uit de Geschilbeslechtingsdelta betrek. Ikbesteed in die gesprekken bijzondere aandacht aan de toegankelijkheidvan ADR voor kwetsbare groepen. Dit is in lijn met de aanbeveling uit hetSER-advies om meer aandacht te besteden aan de kenbaarheid entoegankelijkheid voor kwetsbare groepen, waaronder laaggeletterden,niet-Nederlandstaligen en ouderen. Daarnaast zal ik ook verkennen hoedeelname aan ADR van ondernemers verder gestimuleerd kan worden. Ikben in dat kader gestart met een verkennend onderzoek naar debekendheid van ADR bij ondernemers en de mogelijke drempels die zijervaren in deelname aan ADR. Tot slot zie ik kansen om kennisuitwisselingmet de rechtspraak te stimuleren en te bezien waarin beide elkaar verderkunnen versterken.4. Wijziging Richtlijn buitengerechtelijke geschillenbeslechtingconsumenten Uit evaluaties van de Europese Commissie uit 2019 en 2023 blijkt dat ADR,met name grensoverschrijdende ADR, in veel lidstaten onvoldoendewordt benut. Structurele uitdagingen zijn de geringe bekendheid met ADRonder consumenten en ondernemers, de lage deelname van ondernemersaan ADR en de grote verscheidenheid in nationale ADR-procedures.Daarnaast is de richtlijn achtergebleven bij bepaalde ontwikkelingen in deconsumentenmarkt. Toegenomen digitalisering en globalisering hebbengeleid tot meer online en grensoverschrijdende aankopen, ook vanTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101710 ondernemers die buiten de EU zijn gevestigd, en tot digitalisering vangoederen en diensten.Op 30 december 2025 is daarom de richtlijn tot wijziging van deADR-richtlijn (hierna: de Wijzigingsrichtlijn) gepubliceerd.30 De Wijzigings-richtlijn beoogt het ADR-kader aan te passen aan de digitale markten, hetgebruik van ADR in grensoverschrijdende geschillen te verbeteren enADR-procedures te vereenvoudigen. Het principe van minimumharmoni-satie blijft in stand.De Wijzigingsrichtlijn breidt het materiële toepassingsgebied uit totcontractuele geschillen met betrekking tot de precontractuele fase,contracten voor de levering van digitale inhoud en digitale diensten encontracten waarbij de consument als tegenprestatie persoonsgegevensverstrekt. Het geografische toepassingsgebied wordt eveneens uitgebreidzodat ondernemers uit derde landen die bereid zijn deel te nemen aan eenADR-procedure dat kunnen doen, indien die ondernemers hun activiteitenop lidstaten richten. Ook wordt een antwoordplicht voor ondernemersgeïntroduceerd.Verder worden met de Wijzigingsrichtlijn procedures op een aantal puntenefficiënter gemaakt. Zo wordt het onder voorwaarden mogelijk datADR-instanties geschillen kunnen bundelen en wordt de rapportagever-plichting van ADR-instanties verlaagd tot tweejaarlijkse verslagen.De herziening moet tot slot het gebruik van ADR in grensoverschrijdendegeschillen verbeteren door meer bijstand aan te bieden. De ODR-verorde-ning die ook met dat doel was opgericht, werd nauwelijks gebruikt endeze verordening is daarom ingetrokken. Het Europees ConsumentenCentrum (ECC) biedt nu al gratis hulp en bemiddeling aan consumentendie een klacht hebben over een ondernemer die in een andere lidstaat isgevestigd. De ADR-richtlijn stelt ter versterking van die bijstand, en alsonderdeel van het ECC, de oprichting van ADR-contactpunten voor dieconsumenten bijvoorbeeld kunnen verwijzen naar de bevoegdeADR-instantie.Tijdens de onderhandelingen heeft Nederland zich ervoor ingezet dat dewijzigingen bijdragen aan een verbetering van consumentenbeschermingen dat het vrijwillige karakter van ADR gewaarborgd blijft. Daarnaast heeftNederland zich ingezet voor het voorkomen van disproportioneleadministratieve of financiële lasten voor ADR-instanties, ondernemers oflidstaten. Nederland heeft hiermee bereikt dat, vergeleken met hetvoorstel van de Commissie, de compromistekst een eenduidigertoepassingsgebied heeft. De lidstaten behouden een redelijke mate vanbeleidsvrijheid, bijvoorbeeld door eigen voorwaarden te stellen aandeelname aan ADR door ondernemers uit derde landen. Ook mogenlidstaten de gevolgen vaststellen voor het niet-antwoorden door eenondernemer op de uitnodiging van de ADR-instantie om deel te nemenaan de procedure tot ADR.Lidstaten hebben uiterlijk tot 20 maart 2028 om hun wetgeving aan tepassen aan de Wijzigingsrichtlijn. Ik verwacht het wetsvoorstel terimplementatie van de Wijzigingsrichtlijn in de tweede helft van 2026 bijuw Kamer in te dienen.30Richtlijn (EU) 2025/2647 van het Europees parlement en de Raad van 16 december 2025 totwijziging van Richtlijn 2013/11/EU betreffende alternatieve beslechting van consumentenge-schillen, en van de Richtlijnen (EU) 2015/2302, (EU) 2019/2161 en (EU) 2020/1828.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101711 5. Evaluatie DGC SEO concludeert dat DGC in de periode van 2017 tot 2023 een kwalitatiefgoede klacht- en geschilafdoening heeft gerealiseerd. Consumenten enondernemers zijn gemiddeld genomen tevreden over de kwaliteit van dedienstverlening, hoewel dit oordeel voor consumenten sterk samenhangtmet de vraag of men gelijk krijgt. In de scores is te zien dat consumentendie geen gelijk krijgen, op onder meer de onderdelen eenvoud, kwaliteiten onafhankelijkheid een lager cijfer geven dan consumenten die wel inhet gelijk zijn gesteld. SEO doet op dit onderdeel geen specifiekeaanbevelingen. PwC concludeert dat aangesloten ondernemers tevredenzijn over de kwaliteit en onafhankelijkheid van DGC. Laagdrempeligegeschilbeslechting en de bijdrage die uitspraken van DGC bieden aan deverbetering van dienstverlening, zijn voor ondernemers van toegevoegdewaarde.DGC heeft mij laten weten dat zij de conclusie dat er in de perceptie vanconsumenten ruimte is voor verbetering, serieus nemen. Daarin blijft hetlastig dat de ervaren kwaliteit van de klacht- en geschilafhandeling sterkcorreleert met de uitkomst van de zaak, waar ook van belang is datconsumenten en ondernemers gemiddeld genomen tevreden zijn. VoorDGC zijn kwaliteit, onafhankelijkheid en onpartijdigheid belangrijkekernwaarden. Zij geven aan te investeren in empathische communicatie,doorontwikkeling van de inrichting van zittingen en permanente opleidingvan voorzitters en commissieleden in luistervaardigheid en juridischeduiding. In de voortgangsgesprekken die mijn ministerie voert met DGCzal ik de aandachtspunten uit de SEO-evaluatie betrekken.Kwetsbare groepenSEO constateert dat er signalen zijn dat vooral ouderen, hoger opgeleidenen in Nederland geboren consumenten de weg naar de DGC weten tevinden. Er worden drempels geconstateerd voor jongeren, consumentendie in het buitenland zijn geboren, lager opgeleiden en consumenten metbeperkte taal- of digitale vaardigheden. In dit kader beveelt SEO aan om teonderzoeken voor welke (kwetsbare) consumenten, waaronderniet-Nederlandstaligen, de procedures nog onvoldoende vindbaar oflaagdrempelig zijn. Dit kwam ook in algemene zin uit het SER-advies naarvoren.Als reactie hierop benadruk ik dat het essentieel is dat er bij de toegangtot het recht specifieke aandacht is voor personen in kwetsbare posities. Ikheb extra middelen beschikbaar gesteld aan DGC voor het versterken enverbeteren van de communicatie met kwetsbare groepen, onder anderedoor het gebruik van animaties, AI en meertaligheid.31 Om jongeren beterte bereiken kijkt DGC hoe haar communicatie via digitale kanalen ensociale media verder kan worden versterkt. Ik wijs ook op de website vanhet ECC, die informatie bevat over Europese grensoverschrijdendeconsumentengeschillen en de mogelijkheid om dergelijke geschillen aaneen ADR-instantie voor te leggen.32 Ik heb extra middelen toegekend voorhet verbeteren van de toegankelijkheid van de ECC-website voor onderandere mensen met een cognitieve beperking en mensen die laagge-letterd zijn. Ook het Juridisch Loket werkt aan het toegankelijker makenvan hun website voor mensen met een beperking en voor mensen diegeen of weinig Nederlands spreken.31Kamerstukken II, 2025–2026, 29 279, nr. 100432Hoe kan een geschillencommissie mij helpen? | ECC NederlandTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101712 Publicatie van uitsprakenSEO concludeert dat 56 procent van de consumenten en 62 procent vande ondernemers wel eens een uitspraak van een geschillencommissie vanDGC online heeft opgezocht. Over het algemeen vonden zij dezeuitspraken van toegevoegde waarde.33 PwC concludeert dat de publicatievan uitspraken bijdraagt aan het lerend vermogen van de brancheorgani-satie en doet de aanbeveling om vaker en meer uitspraken te publiceren,inclusief analyses. Ten aanzien van het bredere ADR-stelsel constateertHiiL dat een belangrijke vorm van feedback en lering wordt bereiktdoordat de ADR-instanties hun uitspraken publiceren. MeerdereADR-instanties maken daarnaast ook thematische overzichten vanuitspraken en wat rechtzoekenden daaruit kunnen concluderen, hetgeenhet bereiken van overeenstemming kan vergemakkelijken.34Ik onderschrijf dat het publiceren van uitspraken door DGC en de andereADR-instanties positieve effecten heeft. Sommige brancheorganisatiesdelen gepubliceerde uitspraken met hun leden of bieden trainingen aanom lering te trekken uit de gepubliceerde uitspraken. Ook zijn er branche-organisaties die leden met veel geschillen aanspreken.35 Publicatie vanuitspraken draagt bij aan toegankelijkheid en begrijpelijkheid vantoepasselijke regels. Uitspraken worden ook gebruikt om analyses enkennisdocumenten op te stellen en branches te voorzien van feedback. Zoleren sectoren van klachten en kunnen zij hun kwaliteit van dienstver-lening verbeteren, ter voorkoming van toekomstige klachten engeschillen. Uit gesprekken met de andere ADR-instanties blijkt dat ook zijsoortgelijke positieve effecten melden van het publiceren van uitspraken.Om hier een verdere impuls aan te geven heb ik aanvullende middelentoegekend aan DGC voor de ontwikkeling van een vernieuwd uitspraken-register met een geavanceerde zoekfunctie en heldere, thematischeanalyses. 36 Hierdoor kunnen gebruikers gericht vergelijkbare casussenvinden, terwijl brancheorganisaties de uitkomsten kunnen benutten voorleerdoelen. Dit komt ten goede aan zowel de rechtspositie van betrok-kenen als de kwaliteit van dienstverlening in de betreffende sectoren.5.1. Toetsingscommissie bij DGC Nadat de Consumentenbond in 2023 besloot om vanaf 1 januari 2026 nietmeer deel te nemen aan het sluiten van tweezijdige algemenevoorwaarden, heeft DGC gekeken op welke manier geborgd kan wordendat geschillencommissies hun werk kunnen blijven doen en dat erkwalitatief goede algemene voorwaarden worden gebruikt door branche-organisaties. DGC heeft daarom sinds 1 januari 2026 een onpartijdige endeskundige Toetsingscommissie die tot taak heeft om algemenevoorwaarden op verzoek van een brancheorganisatie juridisch te toetsen,en daarbij tevens de toegankelijkheid en begrijpelijkheid betrekt. DeToetsingscommissie werkt aan de hand van een reglement en eentoetsingskader. Dit kader vormt de juridische leidraad en bevat actueleinformatie over relevante wet- en regelgeving en jurisprudentie. DeToetsingscommissie publiceert door haar beoordeelde algemenevoorwaarden in haar register. Het register is openbaar toegankelijk via dewebsite van DGC. Deze werkzaamheden worden door mij met interesse33SEO-rapport, p. 47.34Leerpublicatie, p. 58.35PwC-rapport, p. 40.36Eerder zijn in het kader van de versterking van de toegang tot het recht extra structurelemiddelen toegewezen aan DGC voor het verhogen van de publicatiegraad van uitspraken.Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101713 gevolgd, aangezien de bevindingen van de Toetsingscommissie mogelijkeen breder bereik kunnen hebben.Ik ben blij dat DGC erin is geslaagd te borgen dat de geschillencom-missies het werk op een toekomstbestendige wijze kunnen voortzetten.Dit kan het ontstaan van geschillen voorkomen en komt geschilbe-slechting in haar geheel ten goede. Ik kijk met veel belangstelling uit naarde bevindingen en ontwikkeling van de Toetsingscommissie.6. Afsluiting De erkende ADR-instanties bieden een laagdrempelige en mensgerichteaanpak in het oplossen en voorkomen van juridische geschillen. Daarmeevervullen zij een belangrijke rol in het verwezenlijken van de toegang tothet recht. Ik ondersteun de ADR-instanties graag in het verder ontwikkelenvan hun werkzaamheden, waarbij ik vanuit mijn rol als stelselverantwoor-delijke onder meer inzet op het vergroten van de kenbaarheid van ADR,alsook de samenwerking met andere stakeholders in het veld van ADR ende toegang tot het recht. De implementatie van de hernieuwdeADR-richtlijn biedt daarbij de nodige positieve impulsen.De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,K.T. van BruggenTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 279, nr. 101714

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · fee104299555137c

14 okt 2026 · 6081395539c8d0b6

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.