KamerkringInloggen
Kamerbrief

Dierproeven in Nederland 2015-2024

2 jul 2026 · Tweede Kamer

Brontekst

Versie c74f2b14424fa76c · officiële bron

Tweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202632 336DierproevenNr. 175 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN LANDBOUW, VISSERIJ,VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 2 juli 2026Met deze brief bied ik de Kamer het rapport «Dierproeven in Nederland2015 – 2024: Trends, ontwikkelingen en de onderliggende factoren» vanhet Nationaal Comité advies dierproevenbeleid (NCad) aan. Deze heb ikop 15 juni jl. persoonlijk in ontvangst mogen nemen uit handen van devoorzitter van het NCad, Prof. dr. Nico van Meeteren. Ik ben erg blij metdit rapport dat over een periode van 10 jaar een daling van 20% laat zienin het gebruik van proefdieren. Daarnaast geeft het rapport inzicht in detrends in proefdiergebruik. Niet alleen de soorten dieren die als proefdiergebruikt worden zijn in beeld gebracht, maar ook waarvoor het proefdier-onderzoek wordt ingezet. Dit zijn zeer relevante inzichten voor zowel hetmaatschappelijke als het politieke debat, alsook mijn beleid gericht opdierproeven en de transitie naar proefdiervrije innovatie. Onderzoek metdierproeven komt veelal voort uit de wens om mens, dier en milieu tebeschermen, bijvoorbeeld in de vorm van veiligheidsonderzoek voornieuwe stoffen. Het rapport laat ook zien dat er onderzoek gedaan wordtten behoeve van de bescherming en behoud van bepaalde diersoorten inhet wild, met name vissen. Dit is wellicht niet het type onderzoek datmensen direct associëren met proefdieronderzoek. Toch vind ik hetbelangrijk dat ook deze dieren meetellen als proefdier en daarmee vallenonder de bescherming en het toezicht van de Wet op de dierproeven. Daarwaar we onderzoek met proefdieren doen, ongeacht het doel van hetonderzoek, vind ik dat we dat op een verantwoorde en gedegen maniermoeten doen. Recent heb ik de Kamer geïnformeerd over mijn inzet ophet gebied van dierproeven en de transitie naar proefdiervrije innovatie inmijn brief van 5 juni jl. (Kamerstuk 32 336, nr. 173).Dierproeven in Nederland 2015–2024Dit rapport komt voort uit een adviesvraag van LVVN aan het NCad ommeer duiding te geven aan de jaarlijkse proefdiercijfers uit de Zodoende.Het rapport laat zien dat over de periode van 2015–2024 het totaal aantaldierproeven met 20% is gedaald, dat is een goede trend. Het Nederlandse kst-32336-175ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1751 dierproevenlandschap blijkt echter zeer divers. Binnen de verschillendecategorieën zijn zowel dalende, gelijkblijvende, als ook stijgendeproefdiercijfers te zien.Drie categorieën waarin het onderzoek met proefdieren is afgenomen zijnhet fundamenteel onderzoek (38% daling), het omzettingsgericht- entoegepast onderzoek (50% daling) en het gebruik van proefdieren in hethoger onderwijs en trainingen van beroepsvaardigheden (49% daling).Deze categorieën omvatten respectievelijk 21%, 18% en 2,6% van hettotaal aantal dierproeven in 2024.Het fokken van proefdieren wordt in de meeste gevallen niet gezien alseen dierproef. Dit is anders in bepaalde gevallen van fokken met dierendie genetisch gewijzigd zijn. Als de kans bestaat dat de ouderdieren ofnakomelingen last hebben van deze genetische wijziging dan wordt hetfok met ongerief genoemd. De trend in fok met ongerief geeft over dejaren een grillig patroon. Dit komt mede door wijzigingen in de registratie-systematiek. Tussen 2015 en 2016 heeft er een fikse daling plaatsge-vonden (bijna 97%), vanaf 2019 is er weer een stijging te zien waardoorhet uitkomt op een daling van bijna 72% in 2024 ten opzichte van 2015.Het regulatoir onderzoek, zoals veiligheidstesten van industriële chemi-caliën of kwaliteitscontroles van (dier)geneesmiddelen is ongeveer gelijkgebleven en was in 2024 de grootste categorie met 32% van het totaalaantal dierproeven.In het kader bescherming van diersoorten en het milieu wordt ookproefdieronderzoek gedaan. Hieronder valt bijvoorbeeld onderzoek metvissen voor populatieschattingen en migratieonderzoek. In de categorie«bescherming van diersoorten» is een toename te zien van 22.255 naar89.555 dierproeven (+ 300%). In 2024 vertegenwoordigde deze categorie21% van het totaal aantal dierproeven. Ook bij onderzoek voorbescherming van het milieu is het aantal proefdieren gegroeid van 376naar 11.090 dierproeven (+ 3.000%). Met 3% betrof dit in 2024 de op eenna kleinste categorie. Grote fluctuaties binnen deze categorie zijn vaak teverklaren door onderzoeken met wilde vogels waarbij bloedmonstersworden afgenomen voor zoönosemonitoring van vogelgriep en hetwestnijlvirus.AanbevelingenHet NCad beschrijft in haar rapport hoe belangrijk het voortzetten van hetzogenaamde 3V-beleid is: vervangen, verminderen en verfijnen. NCaDconstateert dat in de categorieën waar proefdieronderzoek is afgenomenverfijning vaak een eerste stap was. Verbeterde technieken hebben erbijvoorbeeld toe geleid dat er minder dieren nodig waren of dat hetongerief afnam. Het NCad heeft een aantal aanbevelingen uiteengezetwaar ik hierna verder op in zal gaan.Impact overheid op het aantal dierproevenHet NCad adviseert de overheid om bewust te zijn van haar eigen impactop het aantal dierproeven. Hiervoor is goede internationale afstemmingnodig. Ik wijs in dit verband op de Roadmap van de Europese Commissievoor afbouw van dierproeven voor chemische stoffen, Daarnaast wordtbinnen de European Research Area action gewerkt aan versneldeontwikkeling en acceptatie van New Approach Methodologies (NAMs)binnen (bio)medisch onderzoek, geneesmiddelen en medische hulpmid-delen. Deze acties vanuit de Europese Commissie ondersteun ik van harteen daarmee zet ik in op een ambitieuze en gezamenlijke Europese inzetvoor meer proefdiervrij onderzoek. Voor het onderzoek dat voortkomt uitTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1752 wettelijke bepalingen, het zogenaamde beleidsgedreven onderzoek, ga ikgraag met het NCad en het veld nader in gesprek. Daarbij wil ik onder-zoeken wat de mogelijkheden zijn van een stakeholder- en impactanalyse.Dit kan mogelijk meer inzicht bieden in waar kansen en mogelijkhedenliggen.Transitie; kansen vergroten voor NAMsMet betrekking tot de transitie naar proefdiervrije innovatie geeft hetNCad enkele voorbeelden die kunnen bijdragen aan het vergroten vankansen voor NAMs. Transparantie en meer inzicht zijn daarbij essentieel.Ik ben dan ook blij dat onlangs in opdracht van mijn ministerie hetstartschot is gegeven voor het vervolg van de Beyond Animal TestingIndex (BATI). Een benchmarkmethode die in brede zin in kaart brengt watorganisaties doen op gebied van dierproeven en proefdiervrije innovatie.De BATI is specifiek gericht op universiteiten en medische centra, dus bijinstituten waar veel fundamenteel, omzettingsgericht- en toegepastonderzoek plaatsvindt. Later dit jaar zal het NCad een advies uitbrengendat gaat over de Transitie naar proefdiervrije innovatie.Beleidsadviezen 3VsVoor beleid op het gebied van de 3Vs adviseert het NCad een aantalzaken:Ontwikkeling van streefbeelden per onderzoekscategorieDe eerder ontwikkelde streefbeelden zijn op eigen initiatief opgesteld doorexperts binnen hun specifieke wetenschappelijke onderzoeksveld, zoalsook beschreven in mijn Kamerbrief van 5 juni jl. (Kamerstuk 32 336,nr.173). Dat vind ik belangrijk, want daardoor komt er een realistischstreefbeeld tot stand, dat gedragen wordt door het veld zelf. De vraag ofen op welke manier de ontwikkeling van een streefbeeld ook haalbaar isvoor een bredere onderzoekscategorie, zoals het beleid gedrevenonderzoek, wil ik meenemen in de eerdergenoemde stakeholderanalyse.Verfijning stimulerenInzet op verfijning heeft onder andere bij fundamenteel,omzettingsgericht- en toegepast onderzoek geleid tot zowel lager ongeriefals ook vermindering in het aantal dierproeven. Een voorbeeld hiervan ishet gebruik van betere beeldtechnieken. Transparantie en kennisdelingzijn hierbij essentieel. Ik blijf hier dan ook op inzetten met het 3V-beleid.Validatie van proefdiervrije innovaties en kruisbestuiving tussen proefdieren proefdiervrij onderzoek bevorderenValidatie, acceptatie en implementatie van proefdiervrije innovaties zijneen speerpunt binnen mijn TPI-beleid. Niet alleen nationaal maar ook inhet kader van mijn Europese inzet, zoals ik recent heb beschreven in mijnKamerbrief (Kamerstuk 32 336, nr. 173). Opname van alternatieven inEuropese richtlijnen is cruciaal en de aanpak hiervan moet binnen Europaworden geharmoniseerd. Het NCad wijst hier op de rol die de overheidkan spelen door in te zetten op ruimte voor de acceptatie van proefdier-vrije methoden binnen internationale gremia. Dat doe ik onder andere viade European Research Area action voor NAMs, waar ik samen met deEuropese Commissie en stakeholder EU-life een leidende rol heb. Doelvan dit project is om het beleid van lidstaten en de Commissie testroomlijnen en gezamenlijk nog meer in te zetten op de validatie vanNAMs, onder andere bij beoordelingen van geneesmiddelen. Ook zet ikTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1753 mij in voor ambitieuze inzet bij de implementatie van de Roadmap die deEuropese Commissie recent heeft gepubliceerd over afbouw vandierproeven voor chemische stoffen. De visie van het kabinet op dezeRoadmap zal halverwege juli in een BNC-fiche nader worden toegelicht.Nationaal zet ik in op validatie via diverse onderzoekssubsidies. Hetgroeifondsproject Ombion – centrum voor proefdiervrije biomedischetranslatie – speelt daarin een grote rol, zoals nader toegelicht in mijnKamerbrief van 5 juni jl. (Kamerstuk 32 336, nr. 173). Verder blijf ik mijinzetten voor brede betrokkenheid van belanghebbende organisatiesbijvoorbeeld door experts vanuit diverse vakgebieden en sectoren tevragen welke concrete stappen zij zetten en goede ervaringen uit tewisselen. De monitoring via het benchmarkinstrument BATI is bij uitstekgeschikt om de inzet tussen organisaties te delen en van elkaar te leren.Centralisatie van dierproeffaciliteitenHet NCad constateert dat het samenbrengen van activiteiten op hetgebied van fok en specialistische technieken en/of onderzoekscategorieënkan bijdragen aan het verder verminderen en verfijnen van dierproeven.Ook hierbij zie ik een grote toegevoegde waarde voor transparantie enkennisdeling. Initiatieven waar ik mij voor inzet zoals de BATI, detransparantie overeenkomst en preregistratie (Preclinicaltrials.eu) helpenonderzoekers, onderzoeksgroepen en instellingen om elkaar te vinden,van elkaar te leren en ook om samenwerkingen te bevorderen.Datadeling en open-data mechanismen verbeterenTot slot doet het NCad een aantal aanbevelingen ten aanzien vanonderzoeksdata om zo bijvoorbeeld onnodige duplicatie van dierproevente voorkomen. Daar waar dierproeven worden gebruikt, vind ik dat dat opeen goede en verantwoorde wijze gedaan moet worden. Ik vind hetbelangrijk om naast dierenwelzijn ook aandacht te hebben voor dewetenschappelijke kwaliteit en validiteit van het onderzoek. Ik trek hierinsamen op met andere ministeries zoals OCW en VWS. Ook via ZonMw ishier expliciet aandacht voor binnen het proefdierwijsbeleid dat zich onderandere richt op preregistratie, publicatierichtlijnen en delen van data.De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur,S.P.A. ErkensTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 32 336, nr. 1754

Eerdere bronversies

17 okt 2026 · 7cf95c941eba1ff6

14 okt 2026 · fde7eb42ab392235

Context en discussie

Jouw reactie

Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.

Er zijn hier nog geen bijdragen.

Posts die naar deze bron verwijzen

Er zijn hier nog geen bijdragen.