Aansluitoffensief - acht doorbraken voor betere benutting van het elektriciteitsnet
Brontekst
Versie 34eba2bd0d18a3bf · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2025–202629 023Voorzienings- en leveringszekerheid energieNr. 626 BRIEF VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 4 februari 2026De aanpak van netcongestie is urgent. De schaarste aan transportcapa-citeit voor elektriciteit vormt een rem op de economie, en op deweerbaarheid, de autonomie van ons land en de energietransitie. Hetkabinet werkt samen met netbeheerders, medeoverheden en marktpar-tijen aan de aanpak van dit probleem in het Landelijk ActieprogrammaNetcongestie (LAN). In dit verband voeren zij vele lopende acties uit voorde aanpak van congestie op het elektriciteitsnet1. In april 2025 consta-teerde het kabinet daarbij dat de aanleg van hoogspanningsinfrastructuur– met doorlooptijden van 8–10 jaar met uitschieters naar 12 jaar – moetworden versneld en heeft daarom een versnellingsaanpak voor realisatievan elektriciteitsinfrastructuur gepresenteerd2.Dit wordt voortvarendopgepakt en is van groot belang om het congestieprobleem de komendejaren het hoofd te bieden en in de verdere toekomst de toegang totelektriciteit te borgen. Het biedt echter nog geen perspectief op spoedigeoplossing van het urgente probleem van de ruim 14.000 bedrijven eninstellingen op een wachtrij voor afname van elektriciteit. Dit ismaatschappelijk onacceptabel en vereist dat op korte termijn doorbrakenplaatsvinden, te beginnen bij het beter benutten van het elektriciteitsnetom zo snel mogelijk de wachtrij voor afnemers fors terug te dringen.De afgelopen maanden hebben daarom het Ministerie van KGG, netbe-heerders, het bedrijfsleven en de toezichthouder (ACM) op verzoek vanhet kabinet intensief samengewerkt aan doorbraken om partijen op dewachtrij op korte termijn aan te sluiten. Met deze brief stuurt het kabinetde Kamer de resultaten in het rapport «Aansluitoffensief: acht doorbrakenvoor betere benutting van het elektriciteitsnet». Er zijn acht doorbrakengeïdentificeerd en uitgewerkt in concrete maatregelen, die gezamenlijk depotentie hebben om een groot deel van de aanvragen binnen 2 jaar vande wachtrij te halen. Deze acties worden alleen een succes als alle1Zie voor de laatste stand van zaken Kamerstukken II, 2025–26, 29 023, nr. 5972Kamerstukken II, 2024–25, 29 023, nr. 566 kst-29023-626ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2026Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6261 betrokken partijen3 hun aandeel leveren bij het uitvoeren van de voorge-stelde acties en daarom is het cruciaal dat deze aanpak gezamenlijk totstand is gekomen. Het kabinet heeft vertrouwen in een succesvolleuitwerking, gezien de getoonde ambitie en betrokkenheid van dezepartijen.Daarbij moet wel worden opgemerkt dat de uitgangspunten voorverschillende gebieden in Nederland niet gelijk zijn, waardoor de impactvan deze acht doorbraken op de wachtrij per regio zal verschillen. Zomoeten in de FGU-regio (Flevopolder, Gelderland en Utrecht) eerst noggrote tekorten in de netcapaciteit worden opgelost voordat maatregelenleiden tot ruimte om nieuwe gebruikers op het net te kunnen aansluiten.Naast dit aansluitoffensief blijft dit kabinet dan ook inzetten op eenspecifieke aanpak per gebied waar tekorten zijn. De situatie en aanpak inFGU blijft de hoogste urgentie hebben en waar nodig zullen aanvullendeanalyses en maatregelen worden genomen om waar mogelijk perspectiefte bieden.Het kabinet realiseert zich dat dit rapport verschijnt op het moment dat deformatie in een vergevorderd stadium is. Aangezien de aanpak vannetcongestie een breed gevoelde urgentie is, dag in dag uit doorgaat endeze aanpak rust op een breed draagvlak bij betrokken partijen, stuurt hetkabinet de doorbraken nu aan de Kamer. Aanvullingen en aanpassingenkunnen uiteraard gedaan worden door het nieuwe kabinet. Gezien degroeiende behoefte aan (transportcapaciteit voor) elektriciteit bij energie-intensieve sectoren – zoals datacenters, maar ook elektrificerendeindustrie – zal netcongestie in de komende jaren een aandachtspuntblijven. Het is aan een volgend kabinet om te bepalen of en welk beleidaangewezen is om op deze vraag te sturen.Acht doorbrakenVoor betere benutting van de bestaande capaciteit van het elektriciteitsnet– en daarmee het terugdringen van de wachtrij – zijn diverse oplossingen«in theorie» bekend. Maar veel van die oplossingen blijken in de praktijkonvoldoende van de grond te komen door complexe samenwerkings-vraagstukken. Deze vraagstukken zijn door de betrokken partijen intensiefbesproken en geanalyseerd, wat heeft geleid tot de gepresenteerdedoorbraken. Hieronder volgt een korte toelichting op de doorbraken,maatregelen en het commitment van partijen aan de acties4. Deze zijn inmeer detail uitgewerkt in het bijgevoegde rapport.RisicobereidheidIn de huidige situatie is het uitgangspunt dat het net altijd en overal envoor iedereen beschikbaar moet zijn. Dat leidt tot een hoge betrouw-baarheid ten koste van de betaalbaarheid en vooral de beschikbaarheidvan het net, omdat een hoge risicomarge moet worden gehanteerdwaardoor het net in normale omstandigheden beperkt benut wordt. Dezemaatregel is erop gericht de betrouwbaarheid, beschikbaarheid enbetaalbaarheid beter in balans te brengen door de bereidheid om meerrisico te nemen. Dit is een maatschappelijke afweging die niet enkel doornetbeheerders kan worden gemaakt.3Naast de rijksoverheid: Netbeheer Nederland, VNO-NCW, MKB-Nederland, NVDE en ACM4Hiermee is uitvoering gegeven aan de toezegging de Kamer te informeren over de eersteuitkomsten van de gesprekken met de betrokken partijen over het beter faciliteren van flexibelgebruik van het elektriciteitsnet (TZ202512–001)Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6262 Op korte termijn wordt voor een aantal concrete voorstellen om meerrisico te nemen, zoals het aanpassen van weerscenario’s, in kaart gebrachtwat de effecten zijn voor betrouwbaarheid, betaalbaarheid en beschik-baarheid. Meer risico nemen verhoogt de kans op storingen of uitval.Waar nodig kan meer risico nemen gecombineerd worden met afsprakenover het terug- of afschakelen van partijen in situaties waarin het net heteven niet aankan. Hiermee kunnen risico’s worden gemitigeerd. Op basisvan de uitkomsten zullen de netbeheerders, in overleg met het Ministerievan KGG en de ACM, hun werkwijze aapassen.Voor de langere termijn wordt in het rapport voorgesteld om eenonafhankelijke adviesraad in te stellen die advies uitbrengt aan deMinister van KGG over deze complexe maatschappelijke afweging. Deformele rolverschuiving van netbeheerders naar de overheid voor hetmaken van de maatschappelijke afweging wordt onderzocht. Gezien dedemissionaire status zal dit kabinet het besluit tot het instellen van eennieuwe adviesraad overlaten aan het nieuwe kabinet.Optimalisatie van prognosesPrognoses bepalen of er netcongestie wordt voorzien en of er wachtrijenworden ingesteld. De huidige prognoses zijn gebaseerd op de langetermijn scenario’s van de investeringsplannen en sluiten niet altijd aan bijde korte termijn verwachtingen van het elektriciteitsverbruik die voornetcongestie relevant zijn. In het kader van deze maatregel gaan netbe-heerders hun prognoses bijstellen zodat deze beter aansluiten bijrealistische verwachtingen over groei van het elektriciteitsgebruik. Ditwordt onder andere gerealiseerd door uit te gaan van data uit de Klimaaten Energieverkenningen (KEV), de impact van te realiseren flexibiliteit inte calculeren en externe perspectieven beter te betrekken bij het opstellenvan de prognoses. Hiermee kan naar verwachting snel regionaal ruimteworden vrijgespeeld voor partijen op de wachtrij. Indien nieuw beleidwordt vastgesteld gericht op het stimuleren van elektrificatie zal ook ditworden meegenomen in de prognoses.Herziening contractvoorwaardenDe huidige contractvoorwaarden van flexibele contracten in combinatiemet de lage financiële baten en de onzekere verwachting van flex-afroepvormen voor bedrijven en instellingen een drempel voor het afsluiten vandeze contracten. Daarom moeten deze contractvoorwaarden opnieuwworden bekeken met oog voor de balans tussen standaardisatie enerzijdsen ruimte voor bedrijfsspecifieke processen anderzijds. Netbeheerdersstaan aan de lat voor het aanpassen van de contractvoorwaarden inoverleg met brancheorganisaties. De brancheorganisaties hebben de taakom te communiceren naar hun leden om de adoptie van flex-contracten teverhogen.Inzicht in flexverwachtingenNetgebruikers hebben nu nog onvoldoende zicht op hoe vaak en op welkemomenten zich problemen voordoen op het net en hoe vaak en wanneerzij door netbeheerders gevraagd kunnen worden om hun elektriciteitsver-bruik aan te passen als zij een flexibel contract afsluiten. Het gebrek aandit inzicht zorgt voor onzekerheid bij bedrijven en belemmert de uitrol vanflexibele contracten, omdat het moment, de frequentie, de duur en kansdat een bedrijf wordt gevraagd zijn elektriciteitsgebruik aan te passen,fundamenteel is om een bedrijfsmatige afweging te kunnen maken overhet aangaan van een flexibel contract. Met deze maatregel zullennetbeheerders informatie gaan aanleveren die specifiek is voor de locatieTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6263 en een voldoende voorspellend karakter heeft om investeringsbeslis-singen op te kunnen baseren. Deze randvoorwaarde is van belang voorhet slagen van andere doorbraken die focussen op het vrijwillig ontsluitenvan flexibiliteit uit de markt. Dit betekent dat netbeheerders zullen zorgenvoor een (meer)jaarlijkse flexverwachting op basis van typisch jaarlijksweerprofiel en dynamische maandelijkse flexverwachting met hogerewaarschijnlijkheid op basis van actuelere informatie, zoals de weersver-wachting. Dit is aanvullend op algemeen inzicht en dataproducten die inontwikkeling zijn (roadmap dataproducten).Regionale tenders voor flexibele inzetHet ontsluiten van flexibiliteit via één-op-één gesprekken met bedrijven eninstellingen kost veel tijd en levert nog te weinig resultaat op. Flextendersworden bovendien door de netbeheerders nu alleen uitgeschreven omoverbelasting te voorkomen. Dit kan effectiever door regionaal deconcrete behoefte van de netbeheerder aan flexibiliteit in de markt tezetten. Het vergroten van regionale flexibiliteit door het contracteren vaninvoeding of flexibiliteit in afname ontlast knelpunten en geeft meerruimte aan afnemers. In 2026 schrijven de drie grote regionale netbe-heerders en de landelijk netbeheerder om te beginnen ieder minimaal éénregionale tender uit voor flexibele inzet. Zowel bestaande als nieuwecapaciteit, en zowel invoeding als afnamesturing kan hierop inbieden. Devoorkeur gaat uit naar duurzame opties, maar in sommige gevallen zullendit ook gasoplossingen zijn, met name als de congestieduur langer is dannu met batterijen kan worden opgelost. De tijdelijke en beperkte inzet vangasoplossingen zorgt dat er ook ruimte ontstaat voor elektrificatie en deenergietransitie niet stagneert. Met deze maatregel wordt snellerflexibiliteit gecontracteerd om partijen van de wachtrij toe te kunnen latenen wordt de markt voor flexibiliteit bevorderd.Individuele Top-50 flexafsprakenVoor de meest kansrijke partijen per congestiegebied is het flexibelepotentieel vaak groter dan wat met gestandaardiseerde contracten kanworden ontsloten. Er is dus flexpotentieel onbenut. Hiervoor is eengerichte aanpak nodig die ruimte biedt om aan te sluiten op de specifiekeprocessen en risico’s van grote industriële afnemers. De AirLiquide casusin Zeeland waarbij afspraken met een grote afnemer ruimte geven aan dewachtrij laat zien dat dit een groot effect kan hebben. Netbeheerders, hetbedrijfsleven en de overheid zullen het komende halfjaar met 50 grootsteelektriciteitsverbruikers met kansrijk potentieel voor flexibiliteitgesprekken voeren. Het doel is om vervolgens tot flexafspraken te komentussen deze individuele bedrijven en netbeheerders om zo het potentieelte benutten en andere partijen van de wachtrij van transportcapaciteit tekunnen voorzien. Daarnaast wordt aanbevolen om de Flex-e subsidie uitte breiden naar een XL variant om de industrie te ondersteunen bij hetrealiseren van flexpotentie. De beslissing hierover is aan een volgendkabinet.Flex als normOok in het nieuwe energiesysteem zal netcapaciteit een schaars goedblijven. Op dit moment wordt flexibiliteit nog beperkt toegepast. Het moetnormaler worden om standaard flexibel om te gaan met beschikbaretransportcapaciteit. Dit is voor sommige partijen gemakkelijker dan voorandere. Voor baseload procesindustrie is dit waarschijnlijk niet haalbaar,maar batterijen en laadpleinen en -palen kunnen dit wel. Indien dezepartijen standaard flexibel of zelfs netondersteunend worden aangesloten,Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6264 komt er veel extra ruimte vrij. Marktpartijen ontwikkelen hiervoor eenaanbod. Parallel wordt bezien of en hoe dit wettelijk kan worden geborgd.Contracteren boven de financiële ondergrensHet leveren van flexibiliteit gaat in de regel gepaard met extra kosten voorde netbeheerders. Zij mogen partijen compenseren voor afnameflexibi-liteit en extra invoeding. Netbeheerders zijn tot op heden voorzichtiggeweest om hoge kosten te maken voor congestiemanagement waarbijde uitgaven primair gericht zijn op de veiligheid van het net, niet op hetvergeven van meer nettoegang. Voorgesteld wordt dat de netbeheerders,in ieder geval in 2026 en 2027, vooruitstrevend dergelijke flexibiliteitinkopen boven de zogenoemde (onder)grens om ook zoveel mogelijkvermogen vrij te maken voor partijen op de afnamewachtrij. Indien denetbeheerder twijfelt over de doelmatigheid van de prijs voor flexibiliteitkan de netbeheerder de casus voorleggen aan de ACM. Het streven is omop doelmatige wijze in 2026 en 2027 € 500 miljoen per jaar extra tecontracteren boven de zogenoemde financiële grens. Initieel worden dekosten voor flexibiliteit verwerkt in de nettarieven en (deels) gedekt doorextra inkomsten die voortkomen uit het verstrekken van capaciteit aanpartijen op de afnamewachtrij. Het daadwerkelijk effect op de tarieven isafhankelijk van deze extra inkomsten, maar ook van de prijs die de marktvraagt voor deze ingekochte flexibiliteit. De extra investering van denetbeheerders in flexibiliteit weegt op tegen de maatschappelijke batenvan toegang tot elektriciteit. Het kabinet zal het effect hiervan op denettarieven monitoren en het volgende kabinet kan dit bezien in hetbredere perspectief van de betaalbaarheid van de nettarieven.Uitvoering en monitoringHet is op zichzelf een belangrijke doorbraak dat de betrokken partijen er inzijn geslaagd gezamenlijk concrete afspraken te maken en ambities vast teleggen. Dit is echter slechts de start van het offensief om de wachtrijdaadwerkelijk terug te dringen. De komende tijd werken de partijengezamenlijk verder aan operationalisering en implementatie van deafspraken. Monitoring van de voortgang van de acties en geboekteresultaten worden geborgd binnen de actielijnen van het LAN en via dereguliere voortgangsrapportages aan het parlement.In het rapport is een raming van de mogelijke impact per doorbraakopgenomen, en een gezamenlijke raming die optelt tot een maximaleimpact van mogelijk 5–10 GW aan vrijgemaakte ruimte in 2030, en 10–20GW in 2035. Daarmee kan een flink aantal bedrijven en instellingenworden aangesloten. De 14.044 aanvragen op de wachtrij bij de regionalenetbeheerders hebben betrekking op ruim 9 GW. De afname-wachtrij vanTenneT betreft 212 aanvragen voor in totaal 38 GW.5 In de verdereuitwerking wordt in overleg met de netbeheerders bezien hoe vrijge-speelde capaciteit ten gunste komt aan wachtenden op de verschillendewachtrijen. Deze raming kent dus nog ruime marges. De maatregelen zijndaarbij algemeen van aard terwijl congestieproblematiek en de wachtrijenbij uitstek een locatie-specifiek karakter hebben; zo zal bijvoorbeeld deurgente problematiek in de FGU regio (Flevopolder, Gelderland enUtrecht) hiermee niet worden opgelost.In de inleiding van hun rapport schrijven de betrokken partijen «Met onzegezamenlijke «moonshot-ambitie» spreken we uit dat we de wachtrij voortransportcapaciteit binnen twee jaar aanzienlijk willen terugdringen». Dit5Stand 1 juli 2025, bron: Actualisatie voortgang LAN, bijlage bij Kamerstukken II, 2025–26,29 023, nr. 597Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6265 is een forse ambitie, maar wel haalbaar mits het kabinet en de anderebetrokken partijen zich hier vol voor inzetten. Ook constructieve samen-werking met bijvoorbeeld individuele bedrijven en medeoverheden ishiervoor van groot belang. Bij de halfjaarlijkse voortgangsrapportageaanpak netcongestie eind maart 2026 zal het kabinet concrete, in de tijdgeplaatste ambities voor verkorten van de wachtrijen en vrijgespeeldtransportvermogen verbinden aan dit Aansluitoffensief.Tot slotDe aanpak van netcongestie, in het belang van de economie, woningbouwen strategische autonomie, vereist ingrijpen langs alle mogelijke lijnen,zowel op het sneller bouwen van infrastructuur als op het beter benuttenvan het net. Het vereist bovendien actie en impact op zowel de korte alsde langere termijn. Dit offensief richt zich primair op betere benutting enbeoogt impact op de korte termijn op de acute problematiek vanoplopende wachtrijen, maar zijn tevens stappen op weg naar heteindbeeld van een toekomstbestendig energiesysteem waar flexibeleomgang met elektriciteitsgebruik een kernonderdeel is. Zoals geschetst inde brief van 6 oktober jl. zijn er geen gemakkelijke en pijnloze oplossingenbeschikbaar en liggen er nog meerdere complexe maatschappelijkedilemma’s voor. Het is daarbij van groot belang om de doorbraakmenta-liteit bij de betrokken partijen die fundamenteel is geweest bij detotstandkoming van dit plan vast te houden. Alleen door in gezamen-lijkheid en kortcyclisch aan oplossingen te werken kunnen we de wachtrijverder terugdringen en de eindige transportcapaciteit van elektriciteit hethoofd bieden.De Minister van Klimaat en Groene Groei,S.T.M. HermansTweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 6266
Gerelateerde bronnen
- In januari informeert de minister de Kamer over de eerste uitkomsten van de gesprekken met de betrokken partijen over het beter faciliteren van flexibel gebruik
In januari informeert de minister de Kamer over de eerste uitkomsten van de gesprekken met de betrokken partijen over het beter faciliteren van flexibel gebruik van het elektriciteitsnet.
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.