Verslag Raad Algemene Zaken (RAZ) - Cohesie 28 maart 2025
Brontekst
Versie 1398f24f3882dd2a · officiële bronTweede Kamer der Staten-Generaal2Vergaderjaar 2024–202521 501-08MilieuraadNr. 990 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-GeneraalDen Haag, 14 april 2025Met deze brief ontvangt uw Kamer het verslag van de Raad AlgemeneZaken («RAZ») – Cohesie die op 28 maart jl. plaatsvond in Brussel.De Minister van Economische Zaken,D.S. Beljaarts kst-21501-08-990ISSN 0921 - 7371’s-Gravenhage 2025Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9901 Verslag formele Raad Algemene Zaken (RAZ) – Cohesie 28 maart Tijdens deze RAZ-Cohesie is van gedachten gewisseld over hoe hethuidige en toekomstige cohesiebeleid meer strategisch en dynamisch kaninspelen op de nieuwe uitdagingen waar de EU voor staat. Daarnaast zijnRaadsconclusies1 aangenomen over de toekomst van het cohesiebeleid. Ikheb uw Kamer hier eerder over geïnformeerd via de GeannoteerdeAgenda2 en het Commissiedebat dat plaatsvond voorafgaand aan deRaad op 20 maart jl. Ik heb u voorafgaand aan de RAZ mede namens deMinister van Buitenlandse Zaken per Kamerbrief3 aanvullend geïnfor-meerd over defensie en cohesiegelden in Hongarije.Naar aanleiding van de recente anti-lhbtqi+-wetswijzigingen in Hongarijestemde uw Kamer op 26 maart jl. in met de motie Van Campen c.s.4 Dezemotie verzoekt de regering om in de Raad en bij de Commissie te pleitenvoor het inhouden van meer cohesiegelden voor Hongarije, zo langsprake is van ondermijning van de rechtsstatelijke kernwaarden van deEU. Het is aan de Commissie, als hoedster van de verdragen, om tebeoordelen of de anti-lhbtqi+-wetswijzigingen daadwerkelijk in strijd zijnmet Unierecht. Ik heb daarom voorafgaand aan de Raad gesproken metuitvoerend vicevoorzitter van de Commissie Raffaele Fitto, verantwoor-delijk voor cohesie en hervormingen. Ik heb de zorgen van het kabinet tenaanzien van de Hongaarse anti-lhbtqi+-wetswijzigingen overgebracht ende Commissie opgeroepen om deze wetswijzigingen voortvarend tebeoordelen, en actie te ondernemen indien de Commissie constateert dathet Unierecht is geschonden. Tevens heb ik deze zorgen bij mijnHongaarse collega-Minister overgebracht. Tijdens de Raad heb ik deCommissie nogmaals opgeroepen om al het beschikbare EU-rechtsstaat-instrumentarium zo volledig mogelijk in te zetten om eerbiediging van derechtsstaat te borgen, indien de Commissie constateert dat deze principesdoor een lidstaat worden geschonden.BeleidsdebatHet Pools voorzitterschap had voor het beleidsdebat een achtergrondstukopgesteld met twee discussievragen. De eerste vraag ging in op devormgeving van het cohesiebeleid binnen het toekomstig MeerjarigFinancieel Kader (MFK) na 2027. De tweede vraag ging in op hoe hethuidige cohesiebeleid (MFK 2021–2027) kan worden gemoderniseerd omzo nu al beter te kunnen inspelen op nieuwe uitdagingen. EVP Fittobenadrukte de noodzaak het cohesiebeleid nu al te moderniseren, met hetoog op nieuwe uitdagingen, zoals veiligheid/defensie, weerbaarheid,concurrentievermogen, huisvesting en waterbestendigheid. DeCommissie heeft hiertoe op 1 april een mededeling gepubliceerd omlidstaten bij de tussentijdse herziening van het cohesiebeleid meerflexibiliteit en prikkels te bieden hierop in te spelen. Uw Kamer zal binnende gebruikelijke termijnen worden geïnformeerd over de kabinetsreactieop deze mededeling.In de Raad was brede steun onder lidstaten om het cohesiebeleid meer inlijn te brengen met de nieuwe geopolitieke en economische realiteit.Flexibiliteit wordt gezien als noodzakelijk om snel in te kunnen spelen opde veranderende situatie, bijvoorbeeld door investeringen in defensie enconcurrentievermogen. Een aantal lidstaten, waaronder Nederland,benadrukte daarbij wel het belang van het behouden van principes als1Cohesiebeleid: Raad komt met duidelijke richtsnoeren voor de toekomst – Consilium2Kamerstuk 21 501-08, nr. 9763Kamerstuk 21 501-08, nr. 9844Kamerstuk 21 501-08, nr. 989Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9902 voldoende nationale cofinanciering en het respecteren van de rechtsstaat.Tegelijkertijd wezen andere lidstaten er juist op dat meer flexibiliteit nietten koste mag gaan van de oorspronkelijke doelstellingen van hetcohesiebeleid. Lidstaten aan de oostelijke buitengrenzen van de EUvroegen om meer aandacht voor hun grensregio’s.In het licht van het volgende MFK werd gesproken over de mogelijkheidom het cohesiebeleid meer prestatiegericht te maken en het idee vooréén nationaal plan. Veel lidstaten spraken steun uit voor een meerprestatiegerichte aanpak op basis van mijlpalen en doelen en eenkoppeling tussen hervormingen en investeringen, waarbij ook aandachtmoet zijn voor administratieve lasten en de specifieke noden van lidstatenen regio’s. Meerdere lidstaten wezen erop dat daarbij lessen moetenworden getrokken uit de werking van de Herstel- en veerkrachtfaciliteit(HVF). Er was een brede consensus dat het partnerschapsprincipe en«multi-level governance» uitgangspunten moeten blijven binnen hetcohesiebeleid.Conform de geformuleerde inzet in de geannoteerde agenda heeft hetkabinet in deze discussie de belangrijkste punten uit het Visiepaper5toegelicht. Daarbij onderstreepte het kabinet de noodzaak voor gedegenfinancieel beheer en wees op het lage absorptievermogen en hogefoutenpercentage onder het huidige cohesiebeleid. Het kabinet heeftaangegeven open te staan voor verkenning van het idee voor éénnationaal plan per lidstaat, waarbij het voorstander is van een meerprestatiegerichte aanpak en graag een sterke link ziet met hervormingenin het Europees Semester. Daarbij heeft het kabinet, in lijn met deaangenomen motie Paternotte6, benadrukt dat ook bij introductie van eennationaal plan een sterk partnerschap met steden en regio’s van belangblijft voor het cohesiebeleid. Ook heb ik, in lijn met de overgenomenmotie van de leden Kahraman en Van Campen7, benadrukt dat het vanbelang is om binnen het huidige cohesiebeleid in te spelen op nieuweuitdagingen op het gebied van defensie.5Kamerstuk 21 501-08, nr. 9636Kamerstuk 21 501-08, nr. 9857Kamerstuk 21 501-08, nr. 988Tweede Kamer, vergaderjaar 2024–2025, 21 501-08, nr. 9903
Context en discussie
Jouw reactie
Een contextnotitie voegt feiten of achtergrond toe, onderbouwd met minimaal één bron. Voor een mening of vraag kun je gewoon reageren.
Er zijn hier nog geen bijdragen.
Posts die naar deze bron verwijzen
Er zijn hier nog geen bijdragen.